J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2010/06/25/2010203878/justel

Titel
25 JUNI 2010. - Decreet tot gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-08-2010 en tekstbijwerking tot 26-06-2018)

Bron : VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 02-08-2010 nummer :   2010203878 bladzijde : 49567       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2010-06-25/18
Inwerkingtreding : 28-12-2009

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-4
HOOFDSTUK 2. - Vrijheid van vestiging
Art. 5-9
HOOFDSTUK 3. - Vrijheid van dienstverlening
Art. 10
HOOFDSTUK 4. - Administratieve samenwerking
Art. 11-22
HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen van gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en provincies
Art. 23
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
Art. 24

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.

  Art. 2. Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.

  Art. 3. In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° afnemer : iedere natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of die rechten heeft die hem door communautaire besluiten zijn verleend, of iedere rechtspersoon in de zin van artikel 48 van het EG-Verdrag die in een lidstaat is gevestigd en, al dan niet voor beroepsdoeleinden, van een dienst gebruik maakt of wil maken;
  2° bevoegde autoriteit : elke autoriteit of instantie die een toezichthoudende of regelgevende rol vervult ten aanzien van de toegang tot of de uitoefening van dienstenactiviteiten;
  3° dienst : elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt, zoals bedoeld in artikel 50 van het EG-Verdrag;
  4° dienstverrichter : iedere natuurlijke persoon, onderdaan van een lidstaat of rechtspersoon in de zin van artikel 48 van het EG-verdrag, gevestigd in een lidstaat die een dienst aanbiedt of verricht;
  5° dwingende reden van algemeen belang : reden die als zodanig is erkend in de rechtspraak van het Hof van Justitie; waaronder de volgende gronden : de openbare orde, de openbare veiligheid, de staatsveiligheid, de volksgezondheid, de handhaving van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel, de bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers, de eerlijkheid van handelstransacties, de fraudebestrijding, de bescherming van het milieu en het stedelijke milieu, het dierenwelzijn, de intellectuele eigendom, het behoud van het nationale historische en artistieke erfgoed, en de doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid;
  6° eis : elke verplichting, verbodsbepaling, voorwaarde of beperking uit hoofde van de wet, het reglement of in administratieve bepalingen of voortvloeiend uit de rechtspraak, de administratieve praktijk, de regels van beroepsorden of de collectieve regels van beroepsverenigingen of andere beroepsorganisaties, die deze in het kader van de hun toegekende juridische bevoegdheden hebben vastgesteld;
  7° elektronisch systeem voor de uitwisseling van informatie : het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten dat de Europese Commissie, in samenwerking met de lidstaten, heeft opgezet ter uitvoering van artikel 34 van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt;
  8° lidstaat : een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;
  9° lidstaat van vestiging : de lidstaat op het grondgebied waarvan de betrokken dienstverrichter is gevestigd;
  10° regionale coördinator : het personeelslid dat aangewezen is binnen de Vlaamse overheid om in het kader van de administratieve samenwerking, vermeld in hoofdstuk 4, het aanspreekpunt te zijn tussen de bevoegde autoriteiten enerzijds en de contactpunten of de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten anderzijds;
  11° regionale waarschuwingscoördinator : het personeelslid dat aangewezen is binnen de Vlaamse overheid om via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie de andere lidstaten en de Europese Commissie in kennis te stellen van ernstige specifieke handelingen of omstandigheden met betrekking tot een dienstenactiviteit, die ernstige schade aan de gezondheid of veiligheid van personen of aan het milieu kunnen veroorzaken;
  12° vergunningstelsel : elke procedure die voor een dienstverrichter of afnemer de verplichting inhoudt bij een bevoegde autoriteit stappen te ondernemen ter verkrijging van een formele of stilzwijgende beslissing over de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit;
  13° vestiging : de daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 43 van het EG-verdrag, door de dienstverrichter voor onbepaalde tijd en vanuit een duurzame infrastructuur, van waaruit daadwerkelijk diensten worden verricht;
  14° werkdag : elke dag van de week, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen.

  Art. 4. Dit decreet is van toepassing op de diensten die onder de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap vallen, met uitzondering van :
  1° de niet-economische diensten van algemeen belang;
  2° de financiële diensten;
  3° de elektronische communicatiediensten en -netwerken, alsook de middelen en diensten met betrekking tot aangelegenheden die door de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie beheerd worden;
  4° de diensten op het gebied van vervoer, met inbegrip van de havendiensten die onder de werkingsfeer van titel V van het EG-verdrag vallen;
  5° de diensten van uitzendkantoren;
  6° de diensten van de gezondheidszorg, al dan niet verleend door gezondheidszorgfaciliteiten en ongeacht de wijze waarop zij zijn georganiseerd en worden gefinancierd en ongeacht of zij openbaar of particulier van aard zijn;
  7° de audiovisuele diensten, met inbegrip van cinematografische diensten, ongeacht hun wijze van productie, distributie en doorgifte, en radio-omroep;
  8° de gokactiviteiten die erin bestaan dat een financiële waarde wordt ingezet bij kansspelen, met inbegrip van loterijen, gokken in casino's en weddenschappen;
  9° de activiteiten in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag zoals vermeld in artikel 45 van het EG-verdrag;
  10° de sociale diensten betreffende sociale huisvesting, kinderzorg en ondersteuning van gezinnen en personen in permanente of tijdelijke nood, die worden verleend door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, door dienstverrichters die hiervoor een opdracht of een mandaat gekregen hebben van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, of door liefdadigheidsinstellingen die als zodanig zijn erkend door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
  11° de diensten van private veiligheid.
  Dit decreet is niet van toepassing op het gebied van belastingen.
  Als de bepalingen van dit decreet strijdig zijn met decretale of reglementaire bepalingen ter omzetting van Europees gemeenschapsrecht die betrekking hebben op de specifieke aspecten van de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in specifieke sectoren of voor specifieke beroepen, hebben die laatste bepalingen voorrang.

  HOOFDSTUK 2. - Vrijheid van vestiging

  Art. 5. De bevoegde autoriteit moet, als ze nagaat of de aanvrager aan de vergunningsvoorwaarden voor een nieuwe vestiging voldoet, rekening houden met gelijkwaardige voorwaarden waaraan de aanvrager in België of in een andere lidstaat al heeft voldaan.
  De regionale coördinator en de dienstverrichter staan de bevoegde autoriteit bij door over die eisen de nodige informatie te verstrekken.

  Art. 6. De vergunning biedt de dienstverrichter op het hele grondgebied van het Vlaamse Gewest het recht op toegang tot of uitoefening van de dienstenactiviteit, mede door de oprichting van agentschappen, dochterondernemingen, kantoren of bijkantoren.
  Het eerste lid is niet van toepassing als de specifieke reglementering om een dwingende reden van algemeen belang erin voorziet dat een vergunning voor elke afzonderlijke vestiging vereist is of dat de vergunning beperkt is tot een bepaald gedeelte van het grondgebied.

  Art. 7. Als de specifieke reglementering niet in een andere termijn voorziet, wordt de ontvangst van elke vergunningsaanvraag zo snel mogelijk bevestigd.
  De ontvangstbevestiging bevat :
  1° de datum waarop de aanvraag is ontvangen;
  2° de termijn waarbinnen de beslissing genomen moet worden, alsook de vermelding dat deze termijn pas begint te lopen op het moment dat alle documenten ingediend zijn;
  3° de vermelding van de beschikbare rechtsmiddelen, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te respecteren formaliteiten en termijnen, met behoud van de toepassing van artikel 35 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
  4° in voorkomend geval, de vermelding dat bij het uitblijven van een beslissing binnen de voorziene termijn, de vergunning geacht wordt te zijn verleend.
  Als een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager zo snel mogelijk geïnformeerd over de noodzaak om aanvullende stukken te verstrekken en over de termijn waarover hij daarvoor beschikt.
  Als een aanvraag volledig is, al dan niet na het verstrekken van aanvullende stukken, wordt de aanvrager daarvan zo snel mogelijk in kennis gesteld. De kennisgeving vermeldt de datum waarop alle documenten zijn ingediend bij de bevoegde autoriteit.
  Als een aanvraag wordt geweigerd omdat ze niet aan de vereiste procedures of formaliteiten voldoet, wordt de betrokkene daarvan onmiddellijk in kennis gesteld.

  Art. 8. De bevoegde autoriteit verleent de vergunning nadat een passend onderzoek heeft uitgewezen dat aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan.
  Als de specifieke reglementering niet in een termijn voorziet waarbinnen een beslissing over de vergunningsaanvraag genomen moet worden, zal ze binnen zestig werkdagen genomen worden. De termijn gaat pas in op het tijdstip waarop alle documenten zijn ingediend bij de bevoegde autoriteit.
  Als de complexiteit van het dossier dat rechtvaardigt, mag de termijn eenmaal voor beperkte duur verlengd worden. De verlenging en de duur ervan worden voor de oorspronkelijke termijn verstreken is, ter kennis van de aanvrager gebracht.
  De vergunning wordt geacht te zijn verleend bij het uitblijven van een antwoord binnen de voorziene of verlengde termijn, behalve als daar door de specifieke reglementering van wordt afgeweken om een dwingende reden van algemeen belang.

  Art. 9. Als de specifieke reglementering niet in een geldigheidsduur voorziet, heeft de aan een dienstverrichter verleende vergunning een onbeperkte geldigheidsduur.
  Het eerste lid heeft geen betrekking op de maximale termijn waarbinnen de dienstverrichter na de ontvangst van de vergunning daadwerkelijk met zijn activiteit moet beginnen.
  Dit artikel laat de mogelijkheid onverlet om een vergunning in te trekken als niet meer aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan.

  HOOFDSTUK 3. - Vrijheid van dienstverlening

  Art. 10. In uitzonderlijke omstandigheden kan de bevoegde autoriteit, ten aanzien van een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter, maatregelen nemen betreffende de veiligheid van diensten, overeenkomstig de voorwaarden en procedures die van toepassing zijn voor het nemen van soortgelijke maatregelen voor dienstverrichters die hun vestiging in het Vlaamse Gewest hebben.
  Die maatregelen kunnen alleen worden genomen als de procedure van wederzijdse bijstand vermeld in artikel 21 in acht genomen is, en als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de bepalingen in overeenkomst waarmee de maatregelen worden genomen, vallen niet onder een Europese harmonisatiemaatregel op het gebied van de veiligheid van diensten;
  2° de maatregelen bieden de afnemer meer bescherming dan de maatregelen die de lidstaat van vestiging overeenkomstig zijn nationale bepalingen zou nemen;
  3° de lidstaat van vestiging heeft geen maatregelen genomen of heeft maatregelen genomen die ontoereikend zijn in vergelijking met de maatregelen vermeld in artikel 21;
  4° de maatregelen zijn evenredig.

  HOOFDSTUK 4. - Administratieve samenwerking

  Art. 11. § 1. De bevoegde autoriteit verstrekt, binnen de grenzen van haar bevoegdheden, aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat die een met redenen omkleed verzoek doet, alle relevante informatie waarover ze beschikt in verband met een dienstverrichter of zijn diensten.
  Ze verstrekt de gevraagde informatie vooral betreffende de vestiging en de wettelijkheid van de verrichte diensten.
  § 2. De bevoegde autoriteit voert, binnen de grenzen van haar bevoegdheden, de verificaties, inspecties en onderzoeken uit die door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat via een met redenen omkleed verzoek gevraagd worden betreffende een dienstverrichter of zijn diensten.
  Ze kan zelf bepalen welke in ieder individueel geval de meest geschikte maatregelen zijn om aan het verzoek van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat te voldoen en ze stelt die bevoegde autoriteit in kennis van de resultaten en van de eventueel genomen maatregelen.

  Art. 12. § 1. De bevoegde autoriteit verstrekt binnen de grenzen van haar bevoegdheid aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat die een met redenen omkleed verzoek doet, de definitieve beslissingen betreffende de tuchtrechtelijke of administratieve sancties die rechtstreeks van betekenis zijn voor de bekwaamheid of de professionele betrouwbaarheid van de dienstverrichter, in overeenstemming met de regels, bepaald door de bijzondere wetgevingen of reglementeringen voor een dergelijke verstrekking.
  Ze verstrekt ook binnen de grenzen van haar bevoegdheden en in overeenstemming met boek II, titel VII, hoofdstuk I, van het Wetboek van Strafvordering informatie over definitieve strafrechtelijke sancties die rechtstreeks van betekenis zijn voor de bekwaamheid of de professionele betrouwbaarheid van de dienstverrichter, alsook over elk definitief vonnis betreffende de insolventie als vermeld in Bijlage A van EG-Verordening 1346/2000, of over het faillissement waarin sprake is van frauduleuze praktijken van een dienstverrichter.
  In de mededeling worden de overtreden wettelijke of reglementaire bepalingen vermeld.
  § 2. De bevoegde autoriteit die informatie, als vermeld in § 1, meedeelt, stelt de dienstverrichter daarvan in kennis.

  Art. 13. De informatie die gevraagd wordt ter uitvoering van artikelen 11 en 12, of de resultaten van de verificaties, inspecties of onderzoeken worden zo snel mogelijk verstrekt via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie.

  Art. 14. De bevoegde autoriteit die om wettelijke, reglementaire of praktische redenen geen gevolg kan geven aan een verzoek om informatie, verificaties, inspecties of onderzoeken, brengt de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat daarvan zo snel mogelijk op de hoogte en vermeldt de redenen van de weigering. Als de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat na de kennisgeving van de weigering zich niet bij het standpunt van de bevoegde autoriteit kan neerleggen en er geen enkele oplossing gevonden kan worden, wordt dat ter informatie meegedeeld aan de regionale coördinator.

  Art. 15. De bevoegde autoriteit van een andere lidstaat kan onder dezelfde voorwaarden toegang krijgen tot de registers die toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten.

  Art. 16. De bevoegde autoriteit die wil dat een autoriteit van een andere lidstaat haar informatie verstrekt of verificaties, inspecties of onderzoeken uitvoert betreffende een dienstverrichter of zijn diensten, stuurt haar een met redenen omkleed verzoek via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie.
  Als de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat de aanvraag weigert en er geen enkele oplossing gevonden kan worden, brengt de bevoegde autoriteit de regionale coördinator daarvan op de hoogte.

  Art. 17. De uitgewisselde informatie kan alleen gebruikt worden voor de aangelegenheden waarvoor ze gevraagd werd.

  Art. 18. De bevoegde autoriteit oefent controle uit op dienstverrichters die in het Vlaamse Gewest zijn gevestigd, met inbegrip van de diensten die in een andere lidstaat zijn verricht of die in een andere lidstaat schade hebben veroorzaakt.
  De verplichting, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor :
  1° de controle van de naleving van specifieke eisen die opgelegd worden door de lidstaat waar de dienst geleverd wordt;
  2° de uitoefening van controles op het grondgebied van de lidstaat waar de dienst verricht wordt.

  Art. 19. Een bevoegde autoriteit kan betreffende een dienstverrichter die niet in het Vlaamse Gewest is gevestigd, op eigen initiatief verificaties, inspecties en onderzoeken ter plaatse verrichten, als ze niet discriminerend zijn, ze niet plaatsvinden omdat de dienstverrichter in een andere lidstaat gevestigd is, en als ze evenredig zijn.

  Art. 20. Als de bevoegde autoriteit kennisneemt van een gedraging, ernstige en specifieke handelingen of omstandigheden met betrekking tot een dienstverrichter of een dienstenactiviteit, die ernstige schade aan de gezondheid of veiligheid van personen of aan het milieu kunnen veroorzaken, stelt ze de regionale waarschuwingscoördinator daarvan onverwijld in kennis, alsook de regionale coördinator.
  Als een waarschuwing gewijzigd moet worden of niet meer gerechtvaardigd is, stelt de bevoegde autoriteit de regionale waarschuwingscoördinator daarvan onverwijld in kennis, alsook de regionale coördinator.
  De procedure, vermeld in het eerste en het tweede lid, geldt onverminderd gerechtelijke procedures.

  Art. 21. § 1. De bevoegde autoriteit die met toepassing van artikel 10 voornemens is maatregelen te nemen om de veiligheid van diensten die in het Vlaamse Gewest verricht worden, te waarborgen, stuurt via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie een aanvraag om maatregelen te nemen naar de lidstaat van vestiging, met verstrekking van alle relevante informatie over de betrokken dienst en de omstandigheden ter zake.
  § 2. In voorkomend geval stelt de bevoegde autoriteit, na ontvangst van het antwoord van de lidstaat van vestiging of bij gebrek aan antwoord binnen een redelijke termijn, de regionale coördinator en de lidstaat van vestiging via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie in kennis van haar voornemen om maatregelen te nemen.
  De mededeling vermeldt :
  1° de redenen waarom de door de lidstaat van vestiging genomen of beoogde maatregelen naar het oordeel van de bevoegde autoriteit ongepast zijn;
  2° de reden waarom de door haar beoogde maatregelen naar haar oordeel voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10.
  § 3. De maatregelen kunnen niet eerder genomen worden dan vijftien werkdagen na het sturen van een kennisgeving aan de lidstaat van vestiging en aan de regionale coördinator, conform § 2.
  § 4. In spoedeisende gevallen kan de bevoegde autoriteit afwijken van de bepalingen in §§ 1, 2 en 3. In dat geval worden de regionale coördinator en de lidstaat van vestiging van de genomen maatregelen in kennis gesteld, met opgave van de redenen waarom er volgens de autoriteit sprake is van een spoedeisend karakter.
  § 5. De procedure, vermeld in §§ 1 tot en met 4 geldt onverminderd gerechtelijke procedures.

  Art. 22.Bij de uitwisseling van informatie in het kader van dit hoofdstuk respecteren de bevoegde autoriteit en de regionale coördinator de bepalingen van [1 de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens]1, de bepalingen van de wetten van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en van 24 augustus 2005 tot omzetting van verschillende bepalingen van de richtlijn Financiële Diensten op Afstand en van de richtlijn Privacy en Elektronische Communicatie en [1 de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd]1.
  ----------
  (1)<DVR 2018-06-08/04, art. 63, 002; Inwerkingtreding : 25-05-2018>

  HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen van gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en provincies

  Art. 23. De gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies stellen de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit op hun grondgebied niet afhankelijk van een vergunningstelsel, tenzij daarbij voldaan is aan de voorwaarden van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt. Ze kunnen de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit op hun grondgebied alleen afhankelijk stellen van eisen als die verenigbaar zijn met de bepalingen van Richtlijn 2006/123/EG.
  De gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies stellen de Vlaamse Regering in kennis van al hun nieuwe reglementaire bepalingen die eisen bevatten die op grond van artikel 15, zevende lid, of artikel 39, vijfde lid, van Richtlijn 2006/123/EG aan controle door de Europese Commissie onderworpen zijn, alsook van de redenen voor die eisen.

  HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

  Art. 24. Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 28 december 2009.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 25 juni 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-06-2018 GEPUBL. OP 26-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 22)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2009-2010. Stukken : - Ontwerp van decreet : 435, nr. 1. - Verslag over hoorzittingen : 435, nr. 2. - Verslag : 435, nr. 3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 435, nr. 4. Handelingen : Bespreking en aanneming : vergadering van 16 juni 2010.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie