J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2009/12/30/2009012277/justel

Titel
30 DECEMBER 2009. - Wet ter ondersteuning van de werkgelegenheid

Bron :
WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 31-12-2009 nummer :   2009012277 bladzijde : 82966       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2009-12-30/02
Inwerkingtreding : 10-01-2010
Opheffing : 01-01-2012 (ART. 10 - ART. 11)

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1992003462        2001012803        1944122850        2000012029        2006021363        1970060309        1981001048        2002021488       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK 1. - Sociale maribel
Art. 2
HOOFDSTUK 2. - Maatregelen ten voordele van de personen die behoren tot de risicogroepen en oprichting van een Fonds voor de vorming en de werkgelegenheid
Art. 3-7
HOOFDSTUK 3. - Participatiefonds
Art. 8-9
HOOFDSTUK 4. - Nieuwe bedrag bijdragevermindering
Art. 10-12
HOOFDSTUK 5. - Startbanen
Art. 13-18
HOOFDSTUK 6. - Mentors
Art. 19-21
HOOFDSTUK 7. - Dienstencheques
Art. 22-26
HOOFDSTUK 8. - Terugbetaling van de medische onderzoekskosten
Art. 27-28

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 1. - Sociale maribel

  Art. 2. Artikel 35 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende :
  " § 7. In geval van toekenning van een deel van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing zoals bedoeld in de vorige paragraaf, kan de Koning vanaf het jaar 2010 in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een compensatiebedrag vastleggen voor het Fonds als bedoeld in § 5, C, 2°. De Koning bepaalt de toekenningsvoorwaarden en de berekeningsmodaliteiten van deze compensatie. "

  HOOFDSTUK 2. - Maatregelen ten voordele van de personen die behoren tot de risicogroepen en oprichting van een Fonds voor de vorming en de werkgelegenheid

  Art. 3. Artikel 189 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) wordt aangevuld met een vierde lid, luidende :
  " In afwijking van de tweede zin van het derde lid, bepaalt de Koning de risicogroepen voor dewelke de werkgevers, die gebonden zijn door een collectieve arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 190, § 1, een inspanning van ten minste 0,05 % van de loonmassa zoals voorzien in het eerste lid moeten voorbehouden. "

  Art. 4. In artikel 190, § 3, van dezelfde wet wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
  " Wanneer een koninklijk besluit in uitvoering van artikel 189, laatste lid, werd genomen, hebben de in het eerste lid bedoelde evaluatieverslag en financieel overzicht eveneens betrekking op de in dit besluit omschreven risicogroepen. "

  Art. 5. Artikel 191 van dezelfde wet wordt aangevuld met een derde en vierde paragraaf, luidende :
  " § 3. Een budgettair Fonds genaamd " Fonds voor de vorming en de werkgelegenheid " wordt opgericht in de schoot van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en dit met het oog op de ondersteuning van de inspanningen inzake de inschakeling op de arbeidsmarkt van de risicogroepen bepaald door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Deze inspanningen kunnen worden gerealiseerd door een sector of een publiekrechtelijk lichaam.
  Het Fonds wordt jaarlijks gespijsd door een voorafname toegepast op de beschikbare middelen bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, Globaal Beheer.
  § 4. De Koning bepaalt na advies van het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, zoals bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg en artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, de criteria, de voorwaarden en de modaliteiten van de besteding van deze bedragen.
  Vanaf 2010 wordt het in het eerste lid bedoeld bedrag vastgesteld op 6 miljoen EUR. "

  Art. 6. Artikel 7, § 1, derde lid, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd bij de wet van 19 juni 2009, wordt aangevuld met het volgend punt :
  " ze) de uitbetaling verzekeren van de kosten van opleidingsinitiatieven met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt van de risicogroepen, die gefinancierd worden op basis van artikel 191, § 3, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen; ".

  Art. 7. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2011, met uitzondering van de artikelen 5 en 6 die in werking treden op 1 januari 2010.

  HOOFDSTUK 3. - Participatiefonds

  Art. 8. Artikel 74, § 1, 3° van de wet van 28 juli 1992 houdende fiscale en financiële bepalingen wordt vervangen als volgt :
  " 3° een achtergestelde lening, " startlening " genaamd, toe te kennen aan de niet-werkende werkzoekende of aan de werknemer die ingeschreven is in een tewerkstellingscel, opgericht in het kader van het koninklijk besluit van 22 april 2009 tot wijziging van diverse koninklijke besluiten genomen in het kader van de herstructurering van bedrijven en van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact, die zich wil vestigen als zelfstandige of een onderneming wenst op te richten, en bij te dragen tot de financiering van zijn opleiding en de begeleiding in het beheer van zijn onderneming.
  De Koning bepaalt de nadere regels van deze opdracht, waarvan de vervulling geen negatief effect zal kunnen hebben op de eigen middelen van het Participatiefonds nodig voor de vervulling van de andere opdrachten. De nieuwe middelen toegewezen aan deze opdracht worden uitsluitend voorbehouden aan deze opdracht. "

  Art. 9. Artikel 74, § 1, van de wet van 28 juli 1992 houdende fiscale en financiële bepalingen wordt aangevuld met een 11°, luidende :
  " 11° de toegang tot het krediet aan de gefailleerde ondernemer vergemakkelijken, inzonderheid door bij te dragen tot de financiering van een specifiek begeleidingsinstrument. De Koning bepaalt bij besluit de modaliteiten van deze opdracht, waarvan de uitvoering geen negatieve impact zal kunnen hebben op de eigen middelen van het Participatiefonds nodig voor de uitvoering van zijn andere opdrachten. "

  HOOFDSTUK 4. - Nieuwe bedrag bijdragevermindering

  Art. 10. In artikel 336 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de wetten van 23 december 2005, 20 juli 2006 en 19 juni 2009, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " of G6 " vervangen door de woorden " , G6 of G7 ";
  2° tussen het zevende en achtste lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt :
  " G7 is gelijk aan de verschuldigde bijdragen zoals per tewerkstelling van de betrokken werknemer bepaald in artikel 326, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, verminderd met de structurele vermindering. Artikel 337 is met uitzondering van de ondergrens inzake de globale arbeidsprestaties, niet van toepassing. ";
  3° in het vroegere achtste lid dat het negende lid wordt, worden de woorden " en G6 " vervangen door de woorden " , G6 en G7 ".

  Art. 11. In artikel 338 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 juni 2009, worden de woorden " of G6 " vervangen door de woorden " , G6 of G7 ".

  Art. 12. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010 en treedt buiten werking op 1 januari 2012.

  HOOFDSTUK 5. - Startbanen

  Art. 13. In artikel 23, § 1, eerste lid, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002, 1 april 2003, 22 december 2003 en 9 juli 2004, worden de bepalingen onder a) overal opgeheven.

  Art. 14. In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002, 22 december 2003 en 9 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt opgeheven;
  2° in het vroegere derde lid, dat het tweede lid is geworden, worden de woorden " Onverminderd het tweede lid blijft de tewerkstelling van de nieuwe werknemer door dezelfde werkgever beschouwd " vervangen door de woorden " De tewerkstelling van de nieuwe werknemer door dezelfde werkgever blijft beschouwd ".

  Art. 15. In dezelfde wet wordt een artikel 27quater ingevoegd luidend als volgt :
  " Art. 27quater. In afwijking van artikel 27, wordt de nieuwe werknemer die vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel werd aangeworven vanaf deze datum verder beschouwd als jongere tewerkgesteld in het kader van een startbaanovereenkomst, op voorwaarde dat de startbaanovereenkomst werd gesloten onder de voorwaarden en modaliteiten die van toepassing waren vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
  De startbaanovereenkomsten en gesloten vóór de datum van inwerkingstreding van dit artikel eindigen en uiterlijk de laatste dag van het kwartaal waarin de betrokken werknemer zesentwintig jaar wordt. "

  Art. 16. Artikel 32 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 24 december 2002 en gewijzigd bij de wetten van 8 april 2003, 22 december 2003, 9 juli 2004, 3 juni 2007 en 27 maart 2009, wordt opgeheven.

  Art. 17. In dezelfde wet wordt een artikel 40ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 40ter. De openbare werkgever of werkgever uit de private sector kan voor een derde vrijgesteld worden van zijn verplichting, bedoeld in artikel 39, § 1 of § 2, naargelang het geval, wanneer hij een aantal stageplaatsen aangeboden heeft die bestemd zijn voor leerlingen uit het voltijds technisch of beroepssecundair onderwijs, voor werkzoekenden van minder dan 26 jaar oud die een beroepsopleiding volgen als bedoeld in artikel 27, 6°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, voor cursisten uit het volwassenenonderwijs van minder dan 26 jaar oud of voor cursisten van minder dan 26 jaar die een door de bevoegde Gemeenschap erkende opleiding volgen, ofwel in het kader van overeenkomsten die hij daartoe moet sluiten met een of meer onderwijs- of opleidingsinstellingen ofwel met een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of beroepsopleiding.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels voor de toekenning van de in het eerste lid bedoelde vrijstelling. "

  Art. 18. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 april 2010, met uitzondering van artikel 17, dat in werking treedt op 1 januari 2010.

  HOOFDSTUK 6. - Mentors

  Art. 19. In titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 3, van de Programmawet (I) van 24 december 2002 wordt een onderafdeling 5bis ingevoegd luidende " Onderafdeling 5bis. - Specifieke vermindering voor mentors ".

  Art. 20. In onderafdeling 5bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 19, wordt een artikel 347bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 347bis. De werkgevers bedoeld in artikel 335 van deze wet genieten van een doelgroepvermindering voor de werknemers die gedurende hun tewerkstelling, als mentor de opvolging verzekeren van stages of instaan voor de opleiding van leerlingen of leraren uit het voltijds secundair technisch en beroepsonderwijs of deeltijds onderwijs, van werkzoekenden jonger dan 26 jaar die een beroepsopleiding volgen, zoals bedoeld in artikel 27, 6°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, voor cursisten jonger dan 26 jaar uit het volwassenenonderwijs en van cursisten jonger dan 26 jaar die een door de bevoegde Gemeenschap erkende opleiding volgen, in het kader van de overeenkomsten die worden gesloten met respectievelijk ofwel de onderwijs- of vormingsinstellingen, ofwel de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of de beroepsopleiding.
  De Koning kan de in het eerste lid bedoelde categorieën van leerlingen, studenten, leraren, werkzoekenden en cursisten, wijzigen of uitbreiden en bepaalt wat moet worden verstaan onder de notie van " opvolging verzekeren van stages " of " instaan voor opleidingen ". "

  Art. 21.De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-01-2010 door KB 2010-02-03/09, art. 2, L2)

  HOOFDSTUK 7. - Dienstencheques

  Art. 22. In artikel 7, § 1bis, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003, wordt het negende lid aangevuld met de woorden " , behalve in de gevallen voorzien bij koninklijk besluit ".

  Art. 23. In artikel 2, § 2, eerste lid, e, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " , noch achterstallen in de betaling van de door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening teruggevorderde bedragen " worden ingevoegd tussen de woorden " met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen " en de woorden " verschuldigd. De bedragen waarvoor ";
  2° in de laatste zin worden in de Franse tekst de woorden " de cotisations, " opgeheven.

  Art. 24. In dezelfde wet wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 4bis. De Koning bepaalt de nadere regels die de opvolging van de financiële situatie van de sector en de erkende ondernemingen verzekeren. Hij bepaalt tevens de voorwaarden waaraan de erkende ondernemingen moeten voldoen om deze opvolging mogelijk te maken en de eventuele gegevens die de erkende ondernemingen daartoe moeten meedelen aan de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. "

  Art. 25. In dezelfde wet wordt een artikel 4ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 4ter. De Koning kan een " kwaliteitshandvest " voor de dienstencheques-ondernemingen vaststellen evenals de verplichte bepalingen die hierin moeten vermeld worden. "

  Art. 26. Artikel 6 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De Koning kan de minimale bepalingen vaststellen die in de overeenkomst die de gebruiker aan de erkende onderneming bindt moeten vermeld worden, evenals het model van deze overeenkomst. "

  HOOFDSTUK 8. - Terugbetaling van de medische onderzoekskosten

  Art. 27. In artikel 6 van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, zoals laatste gewijzigd bij wet van 27 maart 2009, wordt een bepaling onder 6°bis ingevoegd, luidende :
  " 6°bis. bij te dragen in de kosten voor het gezondheidstoezicht op de jongeren die een alternerende opleiding volgen in de zin van artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 1 september 2006 betreffende de start- en stagebonus en die in dat kader, met het oog op hun praktijkopleiding bij de werkgever, verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst of een van de opleidingsovereenkomsten, bedoeld in artikel 1, 4°, van voornoemd besluit van 1 september 2006. De Koning bepaalt welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen, evenals de voorwaarden en de modaliteiten van de bijdrage. "

  Art. 28. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 30 december 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Vice-Eerste minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
  Mevr. J. MILQUET
  De Minister van K.M.O., Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid,
  Mevr S. LARUELLE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. Doc 52 2307 (2009/2010) 001 : Wetsontwerp. 002 en 003 : Amendement. 004 : Verslag. 005 : Tekst aangenomen door de Commissie. 006 en 007 : Amendement. 008 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgzonden aan de Senaat. Integraal verslag 22 december 2009. Stukken van de Senaat : Doc 4-1550 (2009/2010) : 001 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. 002 : Verslag. 003 : Amendement. 004 : Beslissing om niet te amenderen. Handelingen van de Senaat : 23 december 2009.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie