J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 35 uitvoeringbesluiten 5 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2007/05/15/2007000628/justel

Titel
15 MEI 2007. - Wet tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-06-2007 en tekstbijwerking tot 25-09-2018)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 29-06-2007 nummer :   2007000628 bladzijde : 36090       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2007-05-15/49
Inwerkingtreding : 09-07-2007

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1988062450        1988062453        1988062452       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
Art. 2-5
HOOFDSTUK II. - Oprichting van een dienst gemeenschapswachten.
Art. 6, 6/1
HOOFDSTUK III. - Uitoefeningsvoorwaarden.
Art. 7-8, 8/1, 9-12
HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheden.
Art. 13-16
HOOFDSTUK V. - Controle [1 en sancties]1.
Art. 17, 17/1
HOOFDSTUK VI. - Slot- en Overgangsbepalingen.
Art. 18-20, 20/1
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet.
Art. 21

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.

  Art. 2. <W 2008-07-24/35, art. 147, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008> De gemeente die personen in dienst heeft voor de uitoefening van de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, hierna de organiserende gemeente genoemd, stelt een " dienst gemeenschapswachten " in, nadat hiertoe is beslist in de gemeenteraad.
  Deze dienst kan bestaan uit :
  1° personen die rechtstreeks door de organiserende gemeente in dienst worden genomen;
  2° personen ter beschikking gesteld van de organiserende gemeente, via een Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap of met de tussenkomst van een rechtspersoon die zij creëert.
  De organiserende gemeente sluit met het Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap of met de opgerichte rechtspersoon een overeenkomst af tot vaststelling van de nadere regels voor de terbeschikkingstelling van de personen bedoeld in het tweede lid, 2°.
  Deze overeenkomst voorziet inzonderheid dat de ter beschikking gestelde personen deel uitmaken van de dienst gemeenschapswachten en dat de bepalingen van onderhavige wet rechtstreeks op hen van toepassing zijn.

  Art. 3.(§ 1.) [1 De personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten zijn]1 belast met veiligheids- en preventieopdrachten, gericht op het verhogen van het veiligheidsgevoel van de burgers en het voorkomen van openbare overlast en criminaliteit door middel van een of meerdere van de volgende activiteiten : <W 2008-07-24/35, art. 148, 1°, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  1° het sensibiliseren van het publiek aangaande de veiligheid en de criminaliteitspreventie;
  2° het informeren van de burgers om het veiligheidsgevoel te verzekeren en het informeren en signaleren aan de bevoegde diensten van problemen op het vlak van veiligheid, milieu en het wegennet;
  3° het informeren van automobilisten over het hinderlijk of gevaarlijk karakter van verkeerd parkeren en hen sensibiliseren met betrekking tot het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het correct gebruik van de openbare weg, alsook het helpen van kinderen, scholieren, gehandicapten en ouderen bij het veilig oversteken;
  4° [2 zonder afbreuk te doen aan artikel 21, § 1, 1°, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, het vaststellen van inbreuken op gemeentelijke reglementen en verordeningen in het kader van de dezelfde wet, voor zover het gaat om inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties, of inbreuken als bedoeld in artikel 3, 3°, van voormelde wet;]2
  [2 4° /1 voor wat betreft vaststellingen van inbreuken op het stilstaan en parkeren dienen deze personen te voldoen aan de minimumvoorwaarden als bedoeld in artikel 21 § 1, 1°, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.]2
  5° het uitoefenen van toezicht op personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid bij evenementen georganiseerd door de overheid.
  [1 6° de ontradende aanwezigheid ter preventie van conflicten tussen personen, met inbegrip van de geweldloze tussenkomst bij vaststelling van verbale conflicten tussen personen;
   7° het begeleiden van schoolgaande kinderen die zich in groep, te voet of per fiets, van thuis naar hun school begeven en omgekeerd.]1
  § 2. [1 De gemeenteraad of de gemeenteraden van de organiserende gemeente of van de organiserende gemeenten kan of kunnen de gemeenschapswachten-vaststellers tevens belasten met het verrichten van de vaststellingen die uitsluitend beperkt worden tot de onmiddellijk waarneembare toestand van goederen die de gemeente het recht geeft een belasting of een retributie te heffen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>
  (2)<W 2018-07-15/08, art. 38, 005; Inwerkingtreding : 05-10-2018>

  Art. 4.[1 De personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten kunnen hun activiteiten uitsluitend uitoefenen :]1
  1° ([1 voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 4° en 6° en 7°]1 en/of § 2), op de openbare weg en openbare plaatsen die deel uitmaken van het grondgebied van de organiserende gemeente [1 beschouwd worden als openbare weg : alle wegen en pleinen die tot het openbaar wegennet behoren en waartoe de weggebruiker normaliter altijd en ongehinderd toegang heeft; beschouwd wordt als openbare plaats : de openbare weg en de terreinen die tot het openbaar domein behoren en die toegankelijk zijn voor het publiek]1; <W 2008-07-24/35, art. 149, a, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  2° voor de (activiteit bedoeld in artikel 3, § 1, 5°), op alle plaatsen waar de overheid, op het grondgebied van de organiserende gemeente, deze evenementen organiseert. <W 2008-07-24/35, art. 149, b, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  [1 In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 7°, ook op de voor het publiek toegankelijke plaatsen zoals aangeduid door het College van burgemeester en schepenen worden georganiseerd.
   In de zin van deze wet wordt als een voor het publiek toegankelijke plaats beschouwd : elke plaats behorende tot het openbaar domein, met uitsluiting van die plaatsen waarvan het beheer werd overgedragen aan een concessiehouder, waartoe andere personen dan de beheerder en de personen die er werkzaam zijn toegang hebben ofwel omdat ze geacht worden gewoonlijk toegang te hebben tot die plaats, ofwel omdat ze er toegelaten zijn zonder individueel te zijn uitgenodigd.
   In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° en 2°, ook in de gemeenschappelijke delen van wooncomplexen voor sociale huisvesting worden uitgevoerd.]1
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  Art. 5.[1 In afwijking van artikel 4, eerste lid, 1°, kunnen de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten, onder dezelfde voorwaarden als de personen die tot de dienst gemeenschapswachten van de organiserende gemeente behoren, hun activiteiten uitoefenen op volgende plaatsen en ten behoeve van volgende rechtspersonen :]1
  1° op de openbare weg en de openbare plaatsen die deel uitmaken van het grondgebied van een [1 andere gemeente dan de organiserende gemeente]1; deze gemeente wordt hierna de " begunstigde gemeente " genoemd;
  2° [1 in de domeinen die toebehoren aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, na het akkoord van laatstgenoemde;]1
  3° op de infrastructuur van een openbare vervoersmaatschappij, gelegen op het grondgebied van de organiserende of begunstigde gemeente; deze openbare vervoersmaatschappij wordt hierna de " begunstigde openbare vervoersmaatschappij " genoemd.
  [1 In afwijking van wat bepaald is in artikel 4, eerste lid, 2°, kunnen de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten, onder dezelfde voorwaarden als de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten van de organiserende gemeente, hun activiteiten uitoefenen op alle plaatsen waar de overheid, op het grondgebied van de begunstigde gemeente, deze evenementen organiseert.]1
  Voorafgaandelijk aan de uitoefening van de activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt door de organiserende gemeente een schriftelijke overeenkomst gesloten met, naargelang van het geval, de begunstigde gemeente, de begunstigde provincie of de begunstigde openbare vervoersmaatschappij.
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  HOOFDSTUK II. - Oprichting van een dienst gemeenschapswachten.

  Art. 6.§ 1. De organiserende gemeente maakt de oprichting van de dienst gemeenschapswachten, [1 de omschrijving van de activiteiten van de personen die behoren tot de dienst gemeenschapswachten]1, de naam van de gemeenteambtenaar belast met de leiding van deze dienst en de wijze waarop burgers bij de organiserende gemeente klacht kunnen indienen aangaande de dienst gemeenschapswachten, bekend door een gemeenteraadsbesluit.
  Indien de uitoefening van activiteiten beoogd wordt ten behoeve van de begunstigde gemeente, bekrachtigt de gemeenteraad van de begunstigde gemeente de schriftelijke overeenkomst die is afgesloten met de organiserende gemeente in een gemeenteraadsbesluit.
  De organiserende gemeente en, in voorkomend geval, de begunstigde gemeente zendt het gemeenteraadsbesluit tot oprichting van de dienst gemeenschapswachten en, in voorkomend geval, ter bekrachtiging van de afgesloten overeenkomst tussen de organiserende en begunstigde gemeente, over aan de minister van Binnenlandse Zaken, binnen een periode van drie maanden nadat het besluit werd genomen.
  § 2. De opdrachten van [1 de personen die behoren tot]1 de dienst gemeenschapswachten ten behoeve van een organiserende of begunstigde gemeente, moeten in overeenstemming zijn met het veiligheids- en preventiebeleid van, naargelang van het geval, de organiserende gemeente of de begunstigde gemeente.
  § 3. De organiserende gemeente sluit een overeenkomst met de lokale politie, waarin een contactpersoon binnen de politiedienst aangewezen wordt, de aard van de wederzijdse informatie-uitwisseling aangehaald wordt en de concrete afspraken dienaangaande bij het uitoefenen van activiteiten in de organiserende of de begunstigde gemeente worden vermeld.
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  Art. 6/1. [1 § 1. Twee of meer gemeenten, behorende tot éénzelfde politiezone of meerdere zones, hierna de organiserende gemeenten genoemd, kunnen beslissen om, na goedkeuring van de respectievelijke gemeenteraden, een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten op te richten, op basis van een overeenkomst tussen de desbetreffende gemeenten.
   § 2. De overeenkomst voorziet met name in de oprichting van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de omschrijving van zijn activiteiten, de naam van de gemeenteambtenaar belast met de leiding van deze dienst, zijn organisatie, de wijze waarop het personeel wordt ingezet en de financieringswijzen.
   § 3. Het personeel dat deel uitmaakt van deze meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten blijft aangeworven onder het statuut of de overeenkomst die het aan zijn gemeente van herkomst bindt.
   § 4. De organiserende gemeenten zijn hoofdelijk aansprakelijk ten aanzien van derden.
   § 5. Binnen een periode van drie maanden nadat het raadsbesluit werd genomen, zenden de organiserende gemeenten de gemeenteraadsbesluiten over aan de minister van Binnenlandse Zaken. Binnen dezelfde termijn, worden de overeenkomsten tot oprichting van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, ter bekrachtiging ervan, voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken.
   § 6. De organiserende gemeenten maken, via een beslissing van de gemeenteraad, de oprichting van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de omschrijving van zijn activiteiten en de wijze waarop burgers bij de organiserende gemeenten klacht kunnen indienen ten aanzien van deze meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, openbaar.
   § 7. De organiserende gemeenten sluiten een overeenkomst met de lokale politie of, in voorkomend geval, de politiezone, waarin een contactpersoon binnen de politiedienst of de politiezone aangewezen wordt, de aard van de informatie-uitwisseling en de concrete afspraken dienaangaande bij het uitoefenen van activiteiten in de organiserende gemeenten worden vermeld.
   § 8. De organiserende gemeente of organiserende gemeenten, eventueel samen met de gemeenten van dezelfde politiezone, kan of kunnen, voor de gemeenschapswachten-vaststellers die dit wensen, de toegang tot begeleiding en voorbereiding, met het oog op het toetreden tot de selectieproeven van agent van politie, verzekeren.
   De politieraad kan de gemeenschapswachten-vaststellers die afkomstig zijn van de politiezone waarvan sprake en die geslaagd zijn voor de selectieproeven van agent van politie in het kader van hun aanwervingsstrategie, in aanmerking nemen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-01-13/08, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  HOOFDSTUK III. - Uitoefeningsvoorwaarden.

  Art. 7.§ 1. De personen die (de activiteiten als bedoeld in [1 artikel 3, § 1, 1°, 2°, 3°, 5°, 6° en/of 7°]1), uitoefenen, worden " gemeenschapswachten " genoemd. <W 2008-07-24/35, art. 150, 1°, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  De personen die (de activiteiten als bedoeld in artikel 3, § 1, 4° en/of § 2), worden gemeenschapswachten-vaststellers genoemd. <W 2008-07-24/35, art. 150, 2°, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  [1 § 1/1. Personen die ten behoeve van de gemeente uitsluitend kinderen, scholieren, personen met een beperkte mobiliteit en ouderen helpen bij het veilig oversteken en/of beleidsmatig en conceptueel werk uitvoeren, worden niet als gemeenschapswacht beschouwd. In afwijking van de bepaling van artikel 2, eerste lid, is de gemeente in dit geval vrijgesteld van de oprichting van een dienst gemeenschapswachten.]1
  § 2. De gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers kunnen door de organiserende gemeente slechts worden aangeworven na advies van de korpschef van de lokale politie bevoegd voor de politiezone waartoe de organiserende gemeente behoort.
  Voor het formuleren van zijn advies houdt de korpschef in het bijzonder rekening met de elementen die betrekking hebben op de vereisten, bedoeld in artikel 8, 2°, 3°, 4° en 5°. Zonder het uitvoeren van specifieke onderzoeken, steunt hij zijn bevindingen op inlichtingen van bestuurlijke en gerechtelijke politie, waarvan hij kennis heeft.
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  Art. 8.De gemeenschapswachten, de gemeenschapswachten-vaststellers en de gemeenteambtenaar belast met de leiding van de dienst, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° minstens 18 jaar oud zijn;
  2° niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, tot een correctionele of een criminele straf [2 bestaande uit een boete, een autonome probatiestraf, een werkstraf, een straf onder elektronisch toezicht of gevangenisstraf]2, behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer;
  3° geen feiten hebben gepleegd die, zelfs als ze niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een strafrechtelijke veroordeling, raken aan het vertrouwen in de betrokkene doordat ze in hoofde van de betrokkene een ernstige maatschappelijke tekortkoming uitmaken of een tegenindicatie voor het gewenste profiel van de gemeenschapswacht, zoals bedoeld [3 in het 2°]3, uitmaken;
  4° voor wat betreft de " gemeenschapswachtenvaststeller " de Belgische nationaliteit hebben [1 en minstens voor het hoger secundair onderwijs geslaagd zijn]1 en voor wat betreft de " gemeenschapswacht ", onderdaan zijn van een lidstaat van de [3 Europese Economische Ruimte]3 of van een andere staat en in dit laatste geval, sedert drie jaar zijn wettige hoofdverblijfplaats hebben in België;
  5° niet tegelijkertijd werkzaamheden uitoefenen van privédetective, een functie uitoefenen in het kader van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, lid zijn van een politiedienst of een door de Koning bepaalde activiteit uitoefenen;
  6° aangeworven zijn door de organiserende gemeente;
  7° voldoen aan voorwaarden inzake opleiding en vorming, zoals bedoeld in artikel 10;
  8° voor wat betreft de " gemeenschapswacht-vaststeller ", voldoen aan de minimumvoorwaarden van artikel 119bis, § 6, van de nieuwe gemeentewet.
  Het gewenste profiel van de gemeenschapswacht en de gemeenschapswacht-vaststeller is gekenmerkt door :
  1° respect voor medemensen;
  2° burgerzin;
  3° een incasseringsvermogen ten aanzien van agressief gedrag van derden en het vermogen om zich daarbij te beheersen;
  4° respect voor plichten en procedures;
  [3 5° geen gevaar vormen voor de openbare orde.]3
  [3 Het voldoen aan het profiel wordt nagegaan aan de hand van een psychotechnisch onderzoek, nader te bepalen door de minister van Binnenlandse Zaken.
   De gemeenschapswachten en de gemeenschapswacht- vaststellers kunnen door de organiserende gemeente slechts worden aangeworven na advies van de korpschef van de lokale politie bevoegd voor de politiezone waartoe de organiserende gemeente behoort.]3
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>
  (2)<W 2014-04-10/80, art. 24, 004; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-05-2016 (zie W 2015-11-23/02, art. 13)>
  (3)<W 2018-07-15/08, art. 39, 005; Inwerkingtreding : 05-10-2018>

  Art. 8/1. [1 De gemeenteambtenaar belast met het leiden van de dienst gemeenschapswachten of van de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten moet beschikken over voldoende bekwaamheden en kennis inzake teambeheer, beheer van de werking en organisatie van de gemeentelijke diensten en de rechten en verplichtingen van de gemeenschapswachten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-01-13/08, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  Art. 9. De organiserende gemeente bepaalt een reglement van inwendige orde waarin zij de deontologische regels vastlegt waaraan de gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers moeten voldoen en waarin de uitoefeningregels van hun activiteiten nader worden bepaald.
  Dit reglement van inwendige orde wordt, voorafgaand aan zijn indiensttreding, overhandigd aan de gemeenschapswacht en aan de gemeenschapswacht-vaststeller.

  Art. 10.De opleiding, bedoeld in artikel 8, eerste lid, 7°, kan worden verstrekt door (de provinciale of gewestelijke bestuursscholen) erkende opleidingsinstellingen voor de vorming van politieagenten of de krachtens artikel 4, § 3, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid erkende opleidingsinstellingen die nadat ze aangetoond hebben de opleiding bedoeld in het tweede lid op een correcte wijze te kunnen verstrekken, hiertoe aangewezen zijn door de minister van Binnenlandse Zaken. <W 2008-07-24/35, art. 151, 1°, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  [1 Het initiatief tot inschrijving voor de opleiding is vrij. De kandidaat kan slechts aan een opleiding deelnemen indien hij voldoet aan volgende voorwaarden :
   1° een uittreksel uit het strafregister, dat maximum zes maanden oud is, hebben voorgelegd waaruit blijkt dat hij niet veroordeeld is wegens misdrijven bepaald in artikel 8, eerste lid, 2° ;
   2° een identiteitsdocument of een historiek uit het bevolkingsregister hebben voorgelegd waaruit blijkt dat hij voldoet aan artikel 8, eerste lid, 4°.
   De school mag geen kandidaat inschrijven die niet voldoet aan de in het tweede lid bepaalde voorwaarden.]1
  (De betrokkene moet de basisopleiding volgen die minimaal volgende vakken omvat :) <W 2008-07-24/35, art. 151, 2°, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  1° de studie van de rechten en de verplichtingen van de gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers [1 en onder andere in het kader van de betrekkingen met de politie- en bewakingsdiensten]1;
  2° technieken van verbale en non-verbale communicatie;
  3° cultuurinzicht en omgaan met diversiteit;
  4° observatie en rapportering;
  5° [1 conflictbeheersing met inbegrip van positieve conflictbeheersing met minderjarigen;]1
  6° fysieke ontwijkingstechnieken;
  7° eerste hulp bij ongevallen.
  [1 8° redactionele vaardigheden;
   9° sport/conditietraining.]1
  [1 [2 Van alle gedoceerde vakken wordt een examen afgenomen. De kandidaat is geslaagd indien hij voor elk vak minimum 50 % van de punten heeft behaald. Enkel de geslaagde kandidaat is gemachtigd om de functie van gemeenschapswacht uit te oefenen. Enkel de kandidaat die voor elk vak minimum 50 % van de punten heeft behaald en minimum 60 % van de punten heeft behaald voor het totaal van alle vakken is gemachtigd om de opleiding tot gemeenschapswacht-vaststeller aan te vatten.]2]1
  [2 De kandidaat die niet geslaagd is voor de in het vierde lid bedoelde vakken, kan een herkansing aanvragen volgens de door de Koning bepaalde nadere regels.]2
  De Koning bepaalt de nadere regels die betrekking hebben op de aanwijzing van de opleidingsinstellingen en de voorwaarden en nadere regels van de opleiding.
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>
  (2)<W 2018-07-30/49, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2019>

  Art. 11. De gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers dragen een uniforme werkkleding. De werkkleding is voorzien van een eenvormig en herkenbaar embleem.
  De minister van Binnenlandse Zaken bepaalt het model van de werkkleding en het embleem van de gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers.

  Art. 12.§ 1. Elke gemeenschapswacht en gemeenschapswacht-vaststeller is houder van een identificatiekaart [1 , waarvan het model door de minister van Binnenlandse Zaken wordt vastgesteld]1.
  De identificatiekaart is geldig voor een periode van vijf jaar vanaf haar uitreikingsdatum. Ze is voor gelijke periodes vernieuwbaar.
  De identificatiekaart bevat volgende vermeldingen :
  1° de naam, voornaam en foto van de houder;
  2° de naam van de organiserende gemeente;
  3° al naargelang van het geval, de functie van gemeenschapswacht of gemeenschapswacht-vaststeller;
  4° de vervaldatum van de identificatiekaart.
  De gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers kunnen de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3, slechts uitoefenen indien zij de identificatiekaart op een duidelijk leesbare wijze dragen.
  § 2. De identificatiekaart wordt uitgereikt door de [1 minister van Binnenlandse Zaken]1 nadat hij heeft vastgesteld dat de betrokkene voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 8.
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheden.

  Art. 13. De " gemeenschapswachten " en de " gemeenschapswachten-vaststellers " kunnen met geen andere opdrachten worden belast dan deze bedoeld in artikel 3.
  Ze oefenen hun taken uit op een ongewapende wijze.
  Ze zijn niet uitgerust met handboeien.

  Art. 14. De gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers kunnen geen andere handelingen stellen dan deze die voortvloeien uit de uitoefening van de rechten waarover elke burger beschikt, alsmede de bevoegdheden uitdrukkelijk voorzien in deze wet.
  Ze kunnen geen dwang of geweld gebruiken, behoudens de dwang die bij de uitoefening van het recht, bedoeld in artikel 1, 3°, van de wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis noodzakelijk is.
  De gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers kunnen bij de uitoefening van (de activiteit bedoeld in artikel 3, § 1, 3°) de taken uitoefenen zoals bedoeld in artikel 40bis, 2 en 3, van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer. <W 2008-07-24/35, art. 152, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>

  Art. 15. De gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers brengen aan de lokale politie van het grondgebied waar ze hun taken uitoefenen, onverwijld alle feiten ter kennis die een wanbedrijf of een misdaad uitmaken.
  De gemeenschapswachten verstrekken, telkens een ambtenaar van een bevoegde dienst erom verzoekt, de inlichtingen waarover zij in het kader van hun werkzaamheden kennis hebben.
  De verplichtingen, bedoeld in dit artikel, worden uitgeoefend conform het reglement van inwendige orde.

  Art. 16. De Koning kan de uitrusting, methodes en procedures waarin deze wet niet voorziet en die de gemeenschapswachten en de gemeenschapswachten-vaststellers kunnen of moeten aanwenden bij het uitoefenen van hun opdrachten, bepalen.

  HOOFDSTUK V. - Controle [1 en sancties]1.
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  Art. 17.§ 1. De burgemeester van de organiserende gemeente kan, overeenkomstig de door de Koning te bepalen procedure de identificatiekaart tijdelijk of definitief intrekken wanneer de gemeenschapswachten of de gemeenschapswachten-vaststellers de wet, haar uitvoeringsbesluiten of het reglement van inwendige orde niet in acht nemen.
  De burgemeester trekt, overeenkomstig de door de Koning te bepalen procedure, de identificatiekaart van de gemeenschapswacht of de gemeenschapswacht-vaststeller definitief in, indien deze niet meer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 8.
  § 2. De leden van de politiediensten en de door de Koning aangewezen ambtenaren en agenten houden toezicht op de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  De leden van de politiediensten brengen over het uitgevoerde toezicht verslag uit aan de burgemeester van de organiserende gemeente. De door de Koning aangewezen ambtenaren en agenten brengen over het uitgevoerde toezicht verslag uit aan de Burgemeester en aan de minister van Binnenlandse Zaken.
  De organiserende gemeente verleent aan de door de Koning aangewezen ambtenaren en agenten de nodige medewerking voor het uitvoeren van hun opdracht; ze kunnen inzage nemen van alle stukken die daarvoor noodzakelijk zijn.
  [1 § 3. De minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd om de in artikel 17/1 bedoelde sancties op te leggen overeenkomstig de door de Koning bepaalde procedure.]1
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  Art. 17/1. [1 In geval van inbreuk op de artikelen 11, 12, § 1, 13 en 15 of op een bepaling van een uitvoeringsbesluit en indien is aangetoond dat een of meer van deze inbreuken werden opgedragen door de werkgever, de werkgevers of de gemeenteambtenaar belast met de leiding van de dienst gemeenschapswachten of de meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, wordt het College van burgemeester en schepenen van de gemeente die de dienst gemeenschapswachten heeft opgericht of, naar gelang het geval, het College van burgemeester en schepenen van elke gemeente die een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten heeft opgericht, daarvan per aangetekende zending ingelicht.
   De zending vermeldt minstens de vastgestelde inbreuk en de termijn van minimum drie maanden en maximum zes maanden waarover de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten beschikt of beschikken om de inbreuk te beëindigen.
   Indien na het verstrijken van de in de eerste waarschuwing vermelde termijn wordt vastgesteld dat de inbreuk niet werd beëindigd wordt de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten, bij aangetekende zending een tweede maal gewaarschuwd.
   Indien wordt vastgesteld dat de gemeente of, in geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten, de gemeenten, de vermelde inbreuk binnen een termijn van negentig dagen volgend op de ontvangst van deze tweede waarschuwing niet heeft of hebben beëindigd, wordt de organiserende of de begunstigde gemeente, naar gelang het geval, een administratieve geldboete opgelegd van 1.000 tot 2.500 euro, per gemeenschapswacht die de inbreuk pleegt. In geval van een meergemeentelijke dienst gemeenschapswachten bepalen de organiserende gemeenten de verdeelsleutel tot betalen van de geldboete zelf.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-01-13/08, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  HOOFDSTUK VI. - Slot- en Overgangsbepalingen.

  Art. 18.(De activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1), kunnen enkel en alleen in het kader van deze wet worden georganiseerd, met uitzondering van : <W 2008-07-24/35, art. 153, 1°, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  1° de activiteiten georganiseerd door de politiediensten;
  2° (de activiteiten, bedoeld in [1 artikel 3, § 1, 3°, 4°, 5° en 7° ]1) en artikel 5, eerste lid, 2°, indien deze activiteiten worden uitgeoefend in het kader van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid; <W 2008-07-24/35, art. 153, 2°, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>
  3° de door openbare vervoersmaatschappijen krachtens de wet uitgeoefende activiteiten.
  ----------
  (1)<W 2014-01-13/08, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 09-02-2014>

  Art. 19. De organiserende gemeenten die bij de inwerkingtreding van deze wet personen in dienst hebben voor activiteiten zoals (bedoeld in artikel 3, § 1), beschikken vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet over een termijn van (achttien maanden) om een gemeenteraadsbesluit tot instelling van een dienst gemeenschapswachten op te maken en dit gemeenteraadsbesluit over te maken aan de minister van Binnenlandse Zaken. <W 2008-07-24/35, art. 154, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008>

  Art. 20. <W 2008-07-24/35, art. 155, 002; Inwerkingtreding : 17-08-2008> § 1. De gemeenschapswachten moeten voldoen aan de opleidingsvoorwaarden als bedoeld in artikel 8, eerste lid, 7°, uiterlijk één jaar na de eerste aanwijzing van de instelling die de opleiding verstrekt in de taal van de betrokkene, overeenkomstig artikel 10, derde lid.
  § 2. De personen die vóór de inwerkingtreding van de wet de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, 2°, 3° of 5°, uitoefenen, kunnen worden aangeworven als gemeenschapswacht op voorwaarde dat zij :
  1° na 1 januari 2007 geen veroordeling hebben opgelopen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, 2°, en na dezelfde datum geen feiten gepleegd hebben als bedoeld in artikel 8, eerste lid, 3°;
  2° geen activiteiten uitoefenen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, 5°, op de datum van oprichting van de dienst gemeenschapswachten;
  3° voldoen aan de voorwaarden bedoeld in § 1.
  § 3. De personen die vóór de inwerkingtreding van de wet de activiteiten bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, uitoefenen, moeten voldoen aan de minimumvoorwaarden, bedoeld in § 2 en in artikel 8, eerste lid, 8°.

  Art. 20/1. [1 De gemeenschapswachten moeten voldoen aan de in artikel 10, vijfde lid, bedoelde voorwaarde indien zij hun opleiding aanvatten na de inwerkingtreding van de wet van 19 juli 2018 tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet, wat de opleiding betreft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-07-30/49, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2019>
  

  HOOFDSTUK VII. - Wijziging van het artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet.

  Art. 21. Het artikel 119bis, § 6, tweede lid, 1°, van de nieuwe gemeentewet, ingevoegd bij de wet van 13 mei 1999 en gewijzigd bij de wetten van 26 juni 2000, 7 mei 2004, 17 juni 2004 en 20 juli 2005, wordt als volgt aangevuld :
  " de vaststellende gemeenteambtenaar kan het identiteitsbewijs of een ander identificatiedocument van de overtreder opvragen, zodat hij zich kan vergewissen van de juiste identiteit van deze persoon.
  De identiteitscontrole is alleen maar toegelaten ten opzichte van personen waarvan de ambtenaar heeft vastgesteld dat zij feiten hebben gepleegd die aanleiding kunnen geven tot een gemeentelijke administratieve sanctie ".
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 15 mei 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 15-07-2018 GEPUBL. OP 25-09-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 8)
  • originele versie
  • WET VAN 30-07-2018 GEPUBL. OP 12-09-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 20/1)
  • originele versie
  • WET VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 19-06-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 8)
  • originele versie
  • WET VAN 13-01-2014 GEPUBL. OP 30-01-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 5; 6; 6/1; 7; 8; 8/1; 10; 12; 17; 17/1; 18)
  • originele versie
  • WET VAN 24-07-2008 GEPUBL. OP 07-08-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 4; 7; 10; 14; 18; 19; 20)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 2006-2007. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 51-3009/1. - Verslag van de Commissie, nr 51-3009/2. - Tekst verbeterd door de Commissie, nr. 51-3009/3. - Tekst aangenomen in de plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 51-3009/4. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 19 april 2007. Senaat. Parlementaire stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, nr. 3-2423/1. - Amendementen, nr. 3-2423/2. - Verslag namens de Commissie, nr. 3-2423/3. - Beslissing om niet te amenderen, nr. 3-2423/4.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 35 uitvoeringbesluiten 5 gearchiveerde versies
    Franstalige versie