J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2007/01/16/2007014019/justel

Titel
16 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot vaststelling van sommige regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten bij de spoorwegen
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-01-2007 en tekstbijwerking tot 07-05-2019)

Bron : MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 23-01-2007 nummer :   2007014019 bladzijde : 2954       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2007-01-16/37
Inwerkingtreding : 02-02-2007

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 2
HOOFDSTUK II. - Kennisgeving.
Art. 3
HOOFDSTUK III. - Onderzoek door het onderzoeksorgaan.
Afdeling I. - De beslissing om te onderzoeken.
Art. 4-5
Afdeling II. - Het onderzoek.
Art. 6-12
HOOFDSTUK IV. - [1 Gegevensbank]1
Art. 13-18
BIJLAGEN.
Art. N1-N6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Dit besluit strekt tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en richtlijn 2001/14/EG inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering om.

  HOOFDSTUK I. - Definities.

  Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " richtlijn " : de richtlijn 2004/49 van het Europese Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18 van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14 van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (" Spoorwegveiligheidsrichtlijn ");
  2° [1 ...]1
  3° " trein " : een of meerdere spoorvoertuigen getrokken door een of meer locomotieven of motorwagens, of één motorwagen alleen, die onder een bepaald nummer of een specifieke benaming van een vast beginpunt naar een vast eindpunt rijden; een losse locomotief, m.a.w. een locomotief die alleen rijdt, wordt eveneens als trein beschouwd;
  4° " veiligheidscertificaat deel A " : het deel van het veiligheidscertificaat dat wordt afgegeven op basis van [1 artikel 99, § 2, a) van de Spoorcodex]1 of de instrumenten van omzetting van artikel 10, § 2, a) van de richtlijn van andere Lidstaten van de Europese Unie;
  5° " veiligheidscertificaat deel B " : het deel van het veiligheidscertificaat dat wordt afgegeven op basis van [1 artikel 99, § 2, b) van de Spoorcodex]1.
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  HOOFDSTUK II. - Kennisgeving.

  Art. 3.§ 1. [2 ...]2
  § 2. De spoorweginfrastructuurbeheerder stuurt naar [2 ...]2 de veiligheidsinstantie dagelijks per elektronisch bericht het relaas van alle gebeurtenissen die, op het eerste gezicht, een ongeval of ongevallen of een incident of incidenten met betrekking of met een weerslag op de exploitatieveiligheid uitmaken en die zich de voorbije vierentwintig uur op het spoorwegnet voordeden.
  [1 ...]1
  [1 ...]1
  § 3. [2 Elk exploitatieongeval en -incident of met een weerslag op de exploitatie wordt gerangschikt overeenkomstig de criteria vastgesteld in bijlage V.]2
  [3 § 4. De spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen volgen voor de opmaak van hun verslag de criteria vastgesteld in bijlage VI.]3
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<KB 2010-06-25/04, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>
  (2)<KB 2019-03-01/43, art. 3,1°-3,3°, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>
  (3)<KB 2019-03-01/43, art. 3,4°, 003; Inwerkingtreding : 07-11-2019>

  HOOFDSTUK III. - Onderzoek door het onderzoeksorgaan.

  Afdeling I. - De beslissing om te onderzoeken.

  Art. 4.[2 Bij zijn beslissing om al dan niet tot een onderzoek van een ongeval of een incident bedoeld in artikel 111, § 1, 2° of 3°, van de Spoorcodex over te gaan, houdt het onderzoeksorgaan rekening met de volgende elementen:]2
  1° de ernst van het ongeval of incident;
  2° de vraag of het deel uitmaakt van een reeks ongevallen of incidenten die van belang zijn op het niveau van een systeem;
  3° de gevolgen van het ongeval voor de veiligheid op het spoor [2 ...]2;
  4° de verzoeken van de Minister, de spoorweginfrastructuurbeheerder, de betrokken spoorwegonderneming of spoorwegondernemingen, de veiligheidsinstantie [1 ...]1 of andere lidstaten van de Europese Unie;
  5° de mate waarin een onderzoek zal bijdragen tot de verbetering van de veiligheid op het spoor en het voorkomen van soortgelijke ongevallen en incidenten;
  6° de resultaten van een Europees overleg of van uitwisselingen van standpunten en ervaringen tussen onderzoeksorganen of met het Bureau en
  7° elke andere reden die het onderzoeksorgaan in de gegeven omstandigheden toepasselijk acht.
  De beslissing om tot het onderzoek over te gaan, wordt door het onderzoeksorgaan op autonome wijze genomen.
  ----------
  (1)<KB 2010-06-25/04, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>
  (2)<KB 2019-03-01/43, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 5.[1 Naar aanleiding van de informatie van de spoorweginfrastructuurbeheerder bedoeld in artikel 93, § 1, van de Spoorcodex, geeft het onderzoeksorgaan, de spoorweginfrastructuurbeheerder zonder verwijl nadat zij op de hoogte is gebracht van het voorval, kennis van haar beslissing om al dan niet ter plaatse te gaan.]1
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Afdeling II. - Het onderzoek.

  Art. 6.[1 § 1. Het onderzoeksorgaan beslist onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van de melding van het ongeval of incident of het al dan niet een onderzoek instelt.
   § 2. Het onderzoeksorgaan deelt onverwijld haar beslissing, genomen overeenkomstig paragraaf 1, mee aan de veiligheidsinstantie, de spoorweginfrastructuurbeheerder en de betrokken spoorwegonderneming of spoorwegondernemingen.
   § 3. Het onderzoeksorgaan informeert ook het Bureau overeenkomstig artikel 123 van de Spoorcodex.]1
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 7.De omvang van het onderzoek en de daarbij te volgen procedure worden door het onderzoeksorgaan vastgesteld met inachtneming van de in bijlage IV [1 over de verplaatsingen van onderzoekers op de plaatsen van het ongeval]1 beschreven richtlijnen, de beginselen en doelstellingen van de [1 artikelen 113 en 115 tot 118 van de Spoorcodex]1 en afhankelijk van de lessen, met het oog op de veiligheid, die het orgaan uit het ongeval of het incident denkt te kunnen trekken.
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 8.[1 § 1. De spoorweginfrastructuurbeheerder en de betrokken spoorwegonderneming of spoorwegondernemingen stellen alles in het werk om spontaan en volledig mee te werken aan het vaststellen van de oorzaken van het ongeval.
   § 2. Zij onthouden zich van elke niet vooraf met het onderzoeksorgaan overlegde maatregel die het opsporen van de oorzaken zou kunnen vertragen of hinderen.
   In het bijzonder, en vanaf het moment van kennisgeving door het onderzoeksorgaan van zijn beslissing overeenkomstig artikel 5 om zich te begeven naar de plaats van het ongeval of het incident, is het verboden voor de spoorweginfrastructuurbeheerder en/of aan de betrokken spoorwegondernemingen om, zonder toestemming van de onderzoekers van het onderzoeksorgaan, in te grijpen in een element dat een ongeval of incident heeft ondergaan of veroorzaakt, tenzij dit ingrijpen noodzakelijk is (voor het wegnemen of verlichten van circulatieproblemen).
   De wijzingen die werden aangebracht op de plaats van het ongeval of incident worden indien mogelijk schriftelijk beschreven en worden gebruikt voor foto's door de spoorweginfrastructuurbeheerders en/of betrokken spoorwegondernemingen en/of andere diensten.
   § 3. De spoorweginfrastructuurbeheerder en de betrokken spoorwegonderneming of de betrokken spoorwegondernemingen zorgen voor de bewaring van determinerende voorwerpen overeenkomstig de richtlijnen beschreven in bijlage III. Zij dragen de kosten die verbonden zijn aan de naleving van deze richtlijnen.]1
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 9.Het onderzoeksorgaan mag homologe onderzoeksorganen uit andere lidstaten van de Europese Unie of het Bureau verzoeken, bijstand te verlenen door expertise ter beschikking te stellen of technische inspecties, analyses of beoordelingen te verrichten.
  [1 Onderzoeksorganen van andere lidstaten worden in voorkomend geval uitgenodigd om deel te nemen aan een onderzoek wanneer:
   a) overeenkomstig artikel 115 van de Spoorcodex, een in een van die lidstaten gevestigde en vergunninghoudende spoorwegonderneming bij het ongeval of incident betrokken is, of
   b) een in een van die lidstaten geregistreerd of onderhouden voertuig bij het ongeval of incident betrokken is.
   Onderzoeksorganen van uitgenodigde lidstaten krijgen de bevoegdheid waarmee zij, indien hun daartoe een verzoek wordt gedaan, kunnen helpen bij het verzamelen van bewijsmateriaal voor het onderzoeksorgaan van een andere lidstaat.
   Onderzoeksorganen van uitgenodigde lidstaten krijgen toegang tot de informatie en het bewijsmateriaal waarmee zij daadwerkelijk kunnen deelnemen aan het onderzoek, met volledige inachtneming van de nationale wetgeving inzake gerechtelijke procedures.
   Onderzoeksorganen mogen in onderlinge samenwerking onderzoeken uitvoeren in andere omstandigheden dan deze hierboven vermeld.]1
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 10. Het onderzoeksorgaan verricht de onderzoeken die eraan worden toevertrouwd door een onderzoeksorgaan van een andere lidstaat, waaronder de onderzoeken die voortkomen uit ongevallen en incidenten waarbij een spoorwegonderneming met een Belgisch veiligheidscertificaat A betrokken is.

  Art. 11.[1 De hoedanigheid van hoofdonderzoeker, adjunct-onderzoeker of lid van het onderzoeksorgaan wordt kenbaar gemaakt aan derden via een legitimatiekaart waarvan het model is vastgesteld in bijlage II.
   De hoedanigheid van expert, gemandateerd door het onderzoeksorgaan, wordt per brief ter kennis gebracht aan derden.]1
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 12.Het onderzoeksorgaan moet haar onderzoeken in volledige onafhankelijkheid kunnen verrichten. De onderzoekers van het onderzoeksorgaan, de op basis [1 van artikel 117 van de Spoorcodex]1 eventueel opgeroepen deskundigen, de onderzoeksorganen van de andere lidstaten van de Europese Unie die op basis [1 van artikel 115 van de Spoorcodex]1 onderzoeken in België uitvoeren of eraan deelnemen, mogen, bij de uitvoering van hun opdracht, van geen enkele overheid bevelen ontvangen.
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  HOOFDSTUK IV. - [1 Gegevensbank]1
  ----------
  (1)<KB 2010-06-25/04, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>

  Art. 13.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-25/04, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>

  Art. 14.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-25/04, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>

  Art. 15.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-25/04, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>

  Art. 16.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-25/04, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>

  Art. 17.[1 Het onderzoeksorgaan legt een gegevensbank aan van alle onderzoeken, van alle analyses van ongevallen en incidenten en van de desbetreffende conclusies, en houdt die gegevensbank bij.
   Deze gegevensbank wordt ter beschikking gesteld van de veiligheidsinstantie.]1
  ----------
  (1)<KB 2010-06-25/04, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>

  Art. 18. Onze Minister van Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1.
  <Opgeheven bij KB 2019-03-01/43, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. N2.[1 Bijlage II bij het koninklijk besluit van 16 januari 2007 tot vaststelling van sommige regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten bij de spoorwegen
   Bijlage II
   Model van de kaart
  

  
Recto
KONINKRIJK BELGIE ROYAUME DE BELGIQUE KONIGREICH BELGIEN
Legitimatiekaart Carte de légitimation Legitimationskarte
Onderzoeksorgaan Organisme d'enquête Untersuchungsstelle
Spoorwegongevallen en -incidenten Accidents et incidents ferroviaires Foto/Photo/Foto Eisenbahnunfälle und -störungen
Naam/Nom/Name
Graad/Grade/Grad
Logo



  
Verso
De houder van deze kaart heeft de onderzoeksbevoegdheden opgesomd in Artikel 113 van de Spoorcodex Le titulaire de cette carte détient les pouvoirs d'investigation énumérés à l'article 113 du Code ferroviaire Der Inhaber dieser Karte hat die in Artikel 113 des Eisenbahngesetzbuches genannten Untersuchungsbefugnisse
De Minister, Le Ministre, Der Minister,
Handtekening/Signature/Unterschrift
Naam/Nom/Name

]1
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. N3.[1 Bijlage III bij het koninklijk besluit van 16 januari 2007 tot vaststelling van sommige regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten bij de spoorwegen
   Bijlage III
   Bewaring van determinerende voorwerpen
   De voorwerpen worden gemerkt, voorzien van een etiket en verpakt in een verzegeld pakket, derwijze dat de personen die ze hebben verzameld, ze later met zekerheid kunnen herkennen.
   De voorwerpen blijven ter beschikking van de personen die de instructie of het onderzoek voeren.
   Zodra het onderzoek beëindigd is, worden de voorwerpen opgeslagen op de plaats die wordt aangewezen door de bewaarnemer.
   De bewaartijd bedraagt drie jaar als de voorwerpen betrekking hebben op een ongeval met personen en drie maand in de andere gevallen. De bewaartijd wordt gerekend vanaf het einde van het onderzoek.
   Het onderzoeksorgaan kan beslissen dat de voorwerpen voor het einde van de termijnen bedoeld in het vierde lid mogen worden vrijgegeven. Bij het einde van de bewaring mag de houder zich van de voorwerpen ontdoen, behoudens andersluidende beslissing van de gerechtelijke overheden.]1
  ----------
  (1)<KB 2019-03-01/43, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. N4. Bijlage IV.- Verplaatsingen van onderzoekers op de plaatsen van het ongeval.
  Tijdens hun verplaatsingen op het terrein moeten de onderzoekers zich houden aan de hun gemelde regels betreffende de arbeidsveiligheid opgenomen in de algemene en lokale consignes van de infrastructuurbeheerder en van de spoorwegonderneming.
  [2 ...]2
  Tijdens hun verplaatsing in de spoorweginstallaties, te velde of in installaties die een risico inhouden dragen zij veiligheidskledij en -schoeisel.
  De spoorweginfrastructuurbeheerder, de spoorwegonderneming of de spoorwegondernemingen stellen specifieke individuele beschermingsmiddelen ter beschikking indien de bescherming tegen lokale gezondheidsgevaren dit vereist en [1 wanneer deze uitrusting noodzakelijk is]1 om hun opdracht uit te voeren.
  Indien de onderzoekers zich verplaatsen met hun persoonlijke voertuigen is het voertuig voorzien van een identificatiekaart.
  De spoorweginfrastructuurbeheerder [1 of de spoorwegonderneming]1 zijn gehouden de leden van het onderzoeksorgaan [1 ...]1 , indien hun opdracht dit vereist, in de spoorweginstallaties die betrokken zijn bij het onderzoek of de controle aangepast vervoer aan te bieden.
  [1 De spoorweginfrastructuurbeheerder]1 stelt de richtplannen van het interventieplan opgemaakt in het raam van [2 artikel 25 van de Spoorcodex]2 op een elektronische informaticadrager ter beschikking van het onderzoeksorgaan [1 ...]1 . Hij is belast met het overmaken en bijwerken van deze geïnformatiseerde gegevens.
  ----------
  (1)<KB 2010-06-25/04, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 05-07-2010>
  (2)<KB 2019-03-01/43, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. N5. [1 Bijlage V bij het koninklijk besluit van 16 januari 2007 tot vaststelling van sommige regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten bij de spoorwegen
   Bijlage V
   Rangschikking van exploitatieongevallen en -incidenten
   Tabel I : Categorieën van ongevallen
   1. Aanrijdingen:
   1.1. Botsing of zijdelingse aanrijding van treinen, stellen of spoorvoertuigen;
   1.2. Aanrijding van een toevallige hinder (behalve deze die het gevolg zijn van kwaadwillige daden);
   1.3. Aanrijding van een stootbok, stuitklamp, of voorwerp van de vaste installatie;
   1.4. Aanrijding van een persoon:
   1.4.1. Aanrijding van een reiziger, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 4;
   1.4.2. Aanrijding van een bediende of een derde die werkt voor de (onder)aannemer van de infrastructuurbeheerder of een infrastructuurgebruiker;
   1.4.3. Aanrijding van een bediende van de infrastructuurbeheerder of een infrastructuurgebruiker;
   1.4.4. Aanrijding van een derde.
   1.5. Aanrijding van een dier met een schade van meer dan 500 euro.
   2. Ontsporingen van spoorvoertuigen:
   2.1. Ontsporingen van treinen;
   2.2. Ontsporingen van rangeerbewegingen.
   3. Ongevallen op spoorwegovergangen:
   3.1. Aanrijding op een spoorwegovergang met een weggebruiker (voertuig of voetganger, behalve zelfdoding);
   3.2. Aanrijding van een overweginstallatie door een derde met indringing in het vrije ruimteprofiel van het spoor ;
   3.3. Aanrijding van een overweginstallatie door een derde zonder indringing in het vrije ruimteprofiel van het spoor ;
   3.4. Onregelmatige werking van een overweginstallatie die de veiligheid van het verkeer in het gedrang brengt.
   4. Persoonsongevallen overkomen aan reizigers:
   4.1. Persoonsongeval bij het onregelmatig vertrek van een reizigerstrein;
   4.2. Ongeval overkomen aan een reiziger in een trein te wijten aan een schok, reacties in de trein of technisch gebrek aan het materiaal;
   4.3. Ongeval overkomen aan een reiziger bij het op- of afstappen, of tijdens het (gedeeltelijk) buiten het perron stoppen van een trein.
   5. Zelfdodingen
   5.1. Zelfdoding;
   5.2. Poging tot zelfdoding.
   6. Brand of ontploffing in het rollend materieel of in de vervoerde lading
   7. Andere:
   7.1. Seinvoorbijrijdingen door:
   7.1.1. ontijdig dichtzetten van het sein;
   7.1.2. ontijdig dichtvallen van het sein;
   7.1.3. andere oorzaken (seinen die bij gevaar zijn gepasseerd).
   7.2. Averij of technisch gebrek aan de infrastructuur die de veiligheid in het gedrang brengt met betrekking tot de:
   7.2.1. Spoorinstallatie:
   7.2.1.1 breuk van een spoorstaaf;
   7.2.1.2 spoorslingering;
   7.2.1.3. andere (onder meer overstromingen, grondverzakking).
   7.2.2. Bovenleidinginstallaties;
   7.2.3. Installaties seininrichting (foutief seinbeeld met minder beperkende aanduiding).
   7.3. Averij of technisch gebrek aan het rollend materieel die de veiligheid in gedrang brengt:
   7.3.1. Wielbreuken;
   7.3.2. Asbreuken;
   7.3.3. Warme asbus, koppelingsbreuk bij een reizigerstrein, gebrekkige remuitrustingen;
   7.3.4. Verlies of lek van lading, ofwel onregelmatige of verschoven lading:
   7.3.4.1. RID goederen betrokken;
   7.3.4.2. RID goederen niet betrokken.
   7.4. Kwaadwillige daden die de veiligheid in het gedrang brengen:
   7.4.1. Plaatsen van materialen of diverse voorwerpen op de sporen;
   7.4.2. Gooien van voorwerpen of schieten naar of vanuit een trein;
   7.4.3. Sabotage van veiligheidsinrichtingen;
   7.4.4. Onwettig verkeer in hoofdspoor;
   7.4.5. Andere.
   7.5. Ongevallen en incidenten ten gevolge van andere fouten tegen de veiligheid:
   7.5.1. Openrijden van een wissel;
   7.5.2. Merkelijke overschrijding van de toegelaten snelheid;
   7.5.3. Uitvoeren van een beweging in onregelmatige omstandigheden (verzuim of nalatigheden bij het toepassen van veiligheidsmaatregelen);
   7.5.4. Miszending van een trein waarbij de veiligheid in het gedrang komt (inbegrepen de miszending van een elektrische rit naar een niet-geëlektrificeerd spoor);
   7.5.5. Onregelmatig vertrek van een reizigerstrein met minstens een deur open gebleven, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 4.1.
   7.6. Andere ongevallen en incidenten:
   7.6.1. Elektrocutie door installaties voor elektrische tractie en trein klimatisatie;
   7.6.2. Ontijdig in beweging komen van voertuigen of treinen;
   7.6.3. Vaste handrem in een trein;
   7.6.4. Ontijdige indringing in het vrije ruimteprofiel, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 3.2;
   7.6.5. Andere.
   Tabel II : Oorzaak van het ongeval
   1. Menselijke fout vanwege :
   - Personeel van de Infrastructuurbeheerder of zijn aangestelde(n);
   - Personeel van de Spoorwegonderneming(en);
   - Reizigers;
   - Weggebruikers;
   - Derden.
   2. Gebreken aan:
   - Materieel;
   - Infrastructuur.
   3. Andere oorzaken:
   - Weersomstandigheden;
   - Allerlei.
   Tabel III: Gevolgen van de ongevallen
   1. Menselijke:
   - Doden: dood (dodelijke slachtoffers) in de zin van punt 1.18 van het aanhangsel van de bijlage 4 bij de Spoorcodex.
   - Gekwetsen: zwaargewond (zwaargewonde personen) in de zin van punt 1.19 van het aanhangsel van de bijlage 4 bij de Spoorcodex.
   - Gekneusden: personen die minder dan vierentwintig uren in het ziekenhuis werden opgenomen.
   2. Materiële:
   - Aanrijding;
   - Ontsporing;
   - Brand of ontploffing;
   - Afschaffing, omleiding of vertraging van treinen;
   - Schade aan de infrastructuur;
   - Schade aan het rollend materieel;
   - Schade aan de bezittingen van derden;
   - Schade aan het milieu.
   3. Andere gevolgen.
   Tabel IV: Kosten naar aanleiding van het ongeval
   1. Persoonlijke letsels:
   - Doden;
   - Gekwetsten;
   - Gekneusden.
   2. Materiële:
   - Kosten in verband met afschaffing of omleiding van treinen, treinvertragingen en oproep van personeel van de infrastructuurbeheerder;
   - Herstelling en gebruiksderving van de infrastructuur;
   - Herstelling en gebruiksderving van het materieel;
   - Herstelling van de schade aan het milieu.
   3. Andere kosten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2019-03-01/43, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. N6.[1 Bijlage VI bij het koninklijk besluit van 16 januari 2007 tot vaststelling van sommige regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten bij de spoorwegen
   Bijlage VI
   Niet exhaustieve lijst van gegevens die de spoorwegondernemingen en de spoorweginfrastructuurbeheerder dienen op te nemen in hun verslag
   Afhankelijk van hun beschikbaarheid, dient de volgende informatie door de spoorwegonderneming en / of de infrastructuurbeheerder in het verslag te worden meegedeeld. De wijze waarop de informatie aan het onderzoeksorgaan wordt meegedeeld, wordt door haar bekendgemaakt.
   1. Nummer van Relaas Traffic Control van de gebeurtenis
   2. Datum & Tijd van de gebeurtenissen
   3. Gemeente & Postcode van de gebeurtenis
   4. Classificatie van de gebeurtenis (volgens Bijlage V - "Ministerie classificatie")
   5. Intern nummer van melding
   6. Uiteenzetting van de feiten
   7. Getroffen maatregelen
   8. Oorzaken
   9. Soort spoor (HS, BS, BS toegang HS)
   10. Lokalisatie van de gebeurtenis: Station (of PANG) of volle baan
   11. Lijn-nummer, Spoor, KP
   12. Sein: Kenmerken sein, Aard
   13. In geval van sein-overschrijding: overschrijding afstand, Gevaarlijke punt aangeraakt of niet, Afstand tussen het sein en het gevaarlijk punt, Soort gevaarlijk punt, Sein opstelling
   14. Communicatie middelen: Aard, Status, Taal, eventueel verstoring
   15. Weersomstandigheden: Temperatuur, Neerslag, Zon, Zichtbaarheid afstand, Wind-kracht
   16. Bijzondere omstandigheden (bv: buiten dienst spoor, buitenspanning bovenleiding, ...)
   17. Informatie over betrokken trein(en): Trein-nummer, Aard van de trein, Aard van de beweging, Regime van de beweging, Materieeltype, Tractiewijze, Bulletinnummer, Eigenaar van de trein, Treintype, Veiligheidssysteem / Waakzaamheid aanwezig in de stuurpost, Veiligheidssysteem / Waakzaamheid actief in de stuurpost, Kracht-materieel of stuurpost, Lengte (theoretische en feitelijke), Gewicht (theoretische en feitelijke), Snelheid (theoretische en feitelijke), Nummers tractiemateriaal en Afzender, Aantal betrokken rijtuigen/wagens, Nummers betrokken rijtuigen/wagens en Afzenders, Samenstellingsindex (voorziene en werkelijk)
   18. Houder van het rijpad
   19. Eigenaar van het kracht-materieel
   20. Trein -Informatie over het traject: Territorium, Oorsprong, Bestemming, Periodiciteit, Circulatiedagen
   21. Onderneming waartoe het betrokken personeel behoort
   22. Toegepaste procedure (zie procedureboekje)
   23. Noodremming of niet?
   24. Gevaarlijke goederen aan boord van trein(en): Aard, ONU codes, Gevaarlijke codes, vervoerde hoeveelheid, Eventueel verloren hoeveelheid
   25. Bulletin-nummer "Buitengewoon vervoer"
   26. DWBC (Detectie/Détection Warme asBus/Boîte Chaude): Soort alarm, Detectiepost
   27. Gevolgen : aanrijding, ontsporing, brand, belemmering verkeer, lek gevaarlijke goederen, ontploffing (meerdere gevolgen zijn mogelijk)
   28. Slachtoffers: Ernst (doden, gewonden, gekneusde), Soort (reizigers, werknemers IB, werknemers SO, werknemers contr. IB, werknemers contr. SO, Onbevoegden, Gebruikers overweg, Overige), Aantal
   29. Schade: Milieuschade, Schade aan bezittingen van derden, Vertraging, storing en omleidingen, Extra kosten voor personeel, Vervanging of herstelling van infrastructuur, Vervanging of herstelling van rollende materieel, Verlies van inkomsten, Uitstel van voorziene werken aan de infrastructuur (meerdere keuzes zijn mogelijk)
   30. Contactgegevens: Betrokken, Getuigen, Personeel, Hulpdienst
   31. Kosten: Soort, Dienst, Bedrag
   32. Lange termijn genomen maatregelen
   33. Bepaald door het onderzoek oorzaken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2019-03-01/43, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 07-11-2019>
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 16 januari 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Mobiliteit,
R. LANDUYT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, inzonderheid op artikelen 6, § 2, vierde lid, 43, vierde lid en 45, tweede lid;
   Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 oktober 2006;
   Gelet op advies nr. 41.703/4 van de Raad van State, gegeven op 18 december 2006, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 01-03-2019 GEPUBL. OP 07-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 4; 5; 6; 7; 8; 9; 11; 12; N1; N2; N3; N4; N5; N6)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-06-2010 GEPUBL. OP 05-07-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 5; 8; 13-16; 17; N1; N3; N4)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie