J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 30 uitvoeringbesluiten
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2006/05/01/2006015083/justel

Titel
1 MEI 2006. - Wet betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden.

Bron :
BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Publicatie : 24-10-2006 nummer :   2006015083 bladzijde : 56489       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2006-05-01/80
Inwerkingtreding : 03-11-2006

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-18
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder Nationale Orden :
  - de Leopoldsorde, opgericht bij de wet van 11 juli 1832;
  - de Kroonorde, ingesteld bij de decreten van 15 oktober 1897 en 25 juni 1898;
  - de Orde van Leopold II, opgericht bij het decreet van 24 augustus 1900.
  De hiërarchische rangschikking der eretekens waaruit de Belgische Nationale Orden samengesteld zijn, is opgenomen in bijlage bij deze wet.

  Art. 3. De Koning bepaalt de regels en de procedure voor de toekenning van eervolle onderscheidingen, alsook voor de belangrijke toekenningen, en keurt de reglementen goed.

  Art. 4. Niemand mag aan meer dan één reglement tegelijk onderworpen zijn.
  De onderscheidingen worden toegekend op basis van het hoofdberoep. Het bekleden van meerdere functies kan niet leiden tot de cumulatie van onderscheidingen, met uitzondering van de eretekens voor oorlogsfeiten.
  De toekenning van een onderscheiding in de Nationale Orden mag niet worden beschouwd als een verlening van erkenning van bepaalde keuzes, standpunten of politieke houdingen.

  Art. 5. § 1. De reglementen bepalen dat de onderscheidingen in de Nationale Orden na regelmatige termijnen worden toegekend in functie van de leeftijd of de loopbaan.
  § 2. Deze regel geldt niet alleen voor de toekenningen in elke Orde afzonderlijk beschouwd, maar eveneens voor het hiërarchisch geheel waarbinnen de verschillende klassen van deze Orden gegroepeerd zijn.
  § 3. Van deze regel kan worden afgeweken wanneer de betrokkene van statuut verandert wegens een verandering van hoofdberoep.

  Art. 6. § 1. Het advies van de minister die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken is vereist :
  - voor elk voorstel dat afwijkt van de in de wet bedoelde principes, reglementen en toekenningstabellen;
  - voor elk voorstel in afwezigheid van een reglement, of voor de privé-sector, van toekenning van onderscheidingen vanaf het Commandeurskruis in de Orde van Leopold II.
  § 2. Voor de toekenning van onderscheidingen die minstens overeenstemmen met de graad van Commandeur, moeten de voorstellen bedoeld in § 1 waarvoor de Minister die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken, een gunstig advies heeft verleend, ook ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Ministerraad, met uitzondering van de belangrijke toekenningen bedoeld in artikel 3.
  § 3. Elk voorstel tot toekenning van het Grootlint in de Leopoldsorde dat niet tot de exclusieve bevoegdheid van de Minister die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken behoort, moet, na advies van het Kabinet van de Koning en gunstig advies van de minister, ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Ministerraad, met uitzondering van de belangrijke toekenningen bedoeld in artikel 3.
  § 4. Indien de Minister die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken een negatief advies verleent, kan het bevoegde regeringslid de Eerste Minister om arbitrage verzoeken. Indien laatstgenoemde het vorige advies tenietdoet, wordt het voorstel, ongeacht de voorgestelde graad, ter goedkeuring voorgelegd aan de Ministerraad.

  Art. 7. § 1. Niemand kan een onderscheiding krijgen die behoort tot dezelfde of tot een lagere rang ten opzichte van die welke hij reeds bezit in de gecombineerde hiërarchie van de Nationale Orden.
  § 2. Indien echter geen hogere onderscheiding kan worden toegekend, maar de wil blijft bestaan om aan de betrokkene een ereteken te verlenen, kan er uitzonderlijk worden afgeweken van de in § 1 voorziene regel, mits inachtneming van de volgende voorwaarden :
  - het voorafgaand akkoord van de minister die bevoegd is voor Buitenlandse Zaken is vereist, evenals, voor elke toekenning van een graad die minstens overeenstemt met de graad van Commandeur, de voorafgaande goedkeuring van de Ministerraad;
  - deze afwijking kan slechts eenmaal voor dezelfde persoon worden gebruikt;
  - de betrokkene moet minstens 60 jaar oud zijn;
  - de voorgestelde onderscheiding mag, binnen de gecombineerde hiërarchie van de Nationale Orden, niet lager dan twee graden gerangschikt zijn dan de hoogste onderscheiding die de betrokkene bezit;
  - de via deze afwijking toegekende onderscheiding mag niet lager zijn dan het Kruis van Officier in de Leopoldsorde.

  Art. 8. Elke nieuwe toekenning in de Nationale Orden kan slechts gebeuren in de eerste of tweede onmiddellijk hogere graad in de gecombineerde hiërarchie van de Nationale Orden.
  Van deze regel kan worden afgeweken indien de betrokkene van statuut verandert wegens een verandering van hoofdberoepen en voor de belangrijke toekenningen bedoeld in artikel 3.

  Art. 9. De weigering van een eervolle onderscheiding in de Nationale Orden door de betrokkene is onherroepelijk en heeft tot gevolg dat de betrokkene niet meer voor een benoeming of bevordering in deze Orden kan worden voorgedragen.

  Art. 10. De uitoefening van een beroepsactiviteit zonder bijzondere en gevaarlijke omstandigheden kan geen aanleiding geven tot een postume onderscheiding.
  De postume toekenning van een onderscheiding kan, zowel burgerlijk als militair, slechts plaatsvinden om redenen van oorlogsomstandigheden ofwel wanneer de betrokkene overleden is bij hetzij het uitvoeren van gevaarlijke opdrachten in dienst van het Vaderland, hetzij bij het verlenen van hulp aan een naaste waarbij blijk werd gegeven van moed en zelfopoffering.
  Onverminderd het vorige lid, kan de Koning, na goedkeuring van de Ministerraad, postuum een onderscheiding toekennen aan een persoon die blijk heeft gegeven van uitzonderlijke verdiensten en plotseling overleden is nadat het voorstel tot toekenning aan de Ministerraad werd voorgelegd.

  Art. 11. § 1. De personen die verwikkeld zijn in een gerechtelijke procedure voor een strafrechtelijke zaak - gerechtelijk onderzoek of opsporingsonderzoek - of in een tuchtrechtelijke procedure, mogen niet worden voorgesteld voor een eervolle onderscheiding in de Nationale Orden voor de afloop van deze procedure.
  De overheidsdiensten zijn niet verplicht over te gaan tot het systematisch onderzoeken van een dergelijk feit.
  Indien zij echter hiervan kennis hebben, dienen zij voorlopig af te zien van elk initiatief.
  Niettemin moeten zij de afwezigheid van een veroordeling vaststellen.
  § 2. Wanneer de zaak geklasseerd wordt zonder gevolg, met ontslag van rechtsvervolging, vrijspraak of zonder tuchtstraf, wordt het voorstel tot toekenning ingediend of opnieuw ingediend met dezelfde ranginneming als deze in het oorspronkelijke voorstel en kan de schorsingstermijn in aanmerking genomen worden voor de berekening van de anciënniteit die vereist is voor een eventuele latere toekenning.
  § 3. In geval van veroordeling of tuchtstraf, kan de bevoegde overheidsdienst de opportuniteit van het voorstel tot toekenning opnieuw in overweging nemen, afhankelijk van de ernst van de veroordeling of tuchtstraf.
  In ieder geval wordt er van het voorstel tot toekenning afgezien indien de veroordeling ontzetting uit de eervolle onderscheidingen of het verbod die te dragen tot gevolg heeft, of indien de betrokkene veroordeeld werd tot een correctionele hoofdgevangenisstraf van één jaar of tot een zwaardere straf.

  Art. 12. De voorstellen tot toekenning van onderscheidingen aan verkozen publieke mandatarissen, ongeacht het bevoegdheidsniveau, worden slechts voorgelegd aan de Koning na grondige controle door de bevoegde overheidsdienst.

  Art. 13. § 1. Het contingent is een beperking van het aantal toekenningen van eervolle onderscheidingen die van toepassing is :
  - op elk voorstel dat afwijkt van de in de wet bedoelde principes, reglementen en toekenningstabellen;
  - op elk voorstel bij ontstentenis van een reglement of voor de privé-sector.
  § 2. Wat de graden van Officier en Ridder betreft, wordt het contingent door de Ministerraad voor elke federale overheidsdienst en elk ministerie goedgekeurd.
  Elke wijziging van dit contingent moet worden goedgekeurd door de Ministerraad.
  § 3. Wat de graden van Grootlint, Grootkruis, Grootofficier en Commandeur betreft, bedraagt het contingent voor alle federale overheidsdiensten en ministeries, ten hoogste 60, en ten hoogste 15 voor de belangrijke toekenningen bedoeld in artikel 3.
  § 4. Het contingent is één jaar geldig. Een eventueel restant kan niet naar het volgende jaar worden overgedragen.
  § 5. De Palmen, de Medailles, en de toekenningen van onderscheidingen aan personen met een buitenlandse nationaliteit, zijn niet onderworpen aan contingentering.

  Art. 14. De data voor de jaarlijkse promoties zijn 8 april en 15 november en, in voorkomend geval, 21 juli.
  Het eerste lid is niet van toepassing op de toekenningen voor parlementsleden en regeringsleden.

  Art. 15. § 1. Elke afwijking van de regel bedoeld in artikel 14 dient speciaal gerechtvaardigd te worden in het voorstel.
  § 2. Er kunnen speciale collectieve toekenningen, dit wil zeggen buiten de gewone promoties, toegestaan worden bij de verjaardag van instellingen voor zover :
  - het instellingen betreft die een uitstekende reputatie genieten en waarvan het belang voor de gemeenschap algemeen wordt erkend en gewaardeerd;
  - het gaat om de viering van de 50e verjaardag of een veelvoud daarvan of om het onderscheiden van de stichters, voornaamste bestuurders en medewerkers ter ere van de 25ê verjaardag van deze instellingen, voorzover de betrokkenen gedurende minstens 20 jaar bij de instelling in dienst zijn geweest;
  - dit aan de betrokkenen geen voorrecht verleent wat de titels betreft, die dus dienen te voldoen aan de gewone reglementaire eisen in dit verband.

  Art. 16. Het ereteken mag worden gedragen zodra de Koning het toekenningsbesluit heeft ondertekend.

  Art. 17. § 1. Elk besluit tot benoeming of promotie in de Nationale Orden wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en bevat de volgende gegevens :
  - de naam van de Orde;
  - de naam en de hoedanigheid van de begunstigden, per klasse van de onderscheiding en in alfabetisch volgorde;
  - de datum van ranginneming.
  § 2. In afwijking van de regel bedoeld in § 1, worden de besluiten tot benoeming of promotie in de Nationale Orden met betrekking tot personen met een buitenlandse nationaliteit, niet in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

  Art. 18. De algemene principes bedoeld in deze wet gelden eveneens voor personen met een buitenlandse nationaliteit die bijzondere en uitzonderlijke verdiensten voor België kunnen inroepen, onverminderd artikelen 13, § 5 en 17, § 2.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 1 mei 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Buitenlandse Zaken,
  K. DE GUCHT
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX

  BIJLAGE.

  Art. N. HIERARCHISCHE SCHIKKING VAN DE KLASSEN WAARUIT DE BELGISCHE NATIONALE ORDEN SAMENGESTELD ZIJN.
  Grootlint in de Leopoldsorde (*)
  Grootkruis in de Kroonorde (*)
  Grootkruis in de Orde van Leopold II (*)
  Grootofficier in de Leopoldsorde
  Grootofficier in de Kroonorde
  Grootofficier in de Orde van Leopold II
  Commandeur in de Leopoldsorde
  Commandeur in de Kroonorde
  Commandeur in de Orde van Leopold II
  Officier in de Leopoldsorde
  Officier in de Kroonorde
  Officier in de Orde van Leopold II
  Ridder in de Leopoldsorde
  Ridder in de Kroonorde
  Ridder in de Orde van Leopold II
  Gouden Palmen der Kroonorde
  Zilveren Palmen der Kroonorde
  Gouden Medaille der Kroonorde
  Gouden Medaille der Orde van Leopold II
  Zilveren Medaille der Kroonorde
  Zilveren Medaille der Orde van Leopold II
  Bronzen Medaille der Kroonorde
  Bronzen Medaille der Orde van Leopold II
  ( (*) De benamingen van grootlint en grootkruis worden gebruikt om de tekst der instellingsakten van de vermelde orden te eerbiedigen. Het woord " grootlint " duidt op zichzelf geen hogere rang aan dan die van grootkruis, daar zowel de ene als de andere van deze uitdrukkingen toegepast wordt op de eerste klasse van de orde waarvoor zij aangewend wordt. ).

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Zitting 2005-2006. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 51- 2127/1. - Bijlage, nr. 51- 2127/2. - Erratum, nr. 51- 2127/3. - Amendementen, nr. 51- 2127/4. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 51- 2127/5. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 51- 2127/6 Parlementaire stukken. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 16 maart 2006. Senaat. Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 3-1625/1. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 30 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie