J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2005/09/17/2005022826/justel

Titel
17 SEPTEMBER 2005. - Wet houdende invoering van een egalisatiebijdrage voor pensioenen.

Bron :
SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 06-10-2005 nummer :   2005022826 bladzijde : 43084       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2005-09-17/53
Inwerkingtreding : 01-01-2005

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1993003602        1985023620        2002022418        1991003014        1981001048       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK I. - Maatregelen inzake het vakantiegeld van de contractuele personeelsleden in de overheidssector.
Art. 2-3
HOOFDSTUK II. - Maatregelen inzake het vakantiegeld van de vastbenoemde personeelsleden in de overheidssector.
Art. 4-6
HOOFDSTUK III. - Maatregelen inzake het vakantiegeld betaald door de plaatselijke besturen.
Art. 7-8
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding.
Art. 9

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK I. - Maatregelen inzake het vakantiegeld van de contractuele personeelsleden in de overheidssector.

  Art. 2. Artikel 39ter van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor de werknemers, opgeheven bij de wet van 4 mei 1999, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 39ter. Een inhouding die gelijk is aan het totaal van de in artikel 38, § 2, vastgelegde bijdragevoeten wordt verricht bij :
  - de federale wetgevende vergaderingen;
  - het administratief openbaar ambt zoals gedefinieerd in artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;
  - de diensten die instaan voor de betaling van de wedde van het personeel van de geļntegreerde politie en van het leger;
  - de hiervoor nog niet bedoelde instellingen waarop het koninklijk besluit nr. 117 van 27 februari 1935 tot vaststelling van het statuut der pensioenen van het personeel der zelfstandige openbare inrichtingen en der regieėn ingesteld door de Staat, van toepassing is;
  - de hiervoor nog niet bedoelde federale instellingen waarop de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden, van toepassing is;
  - de hiervoor nog niet bedoelde federale instellingen van openbaar nut waarop de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, van toepassing is;
  - de hiervoor nog niet bedoelde autonome overheidsbedrijven;
  - de andere federale instellingen waarin de openbare machten een doorslaggevende rol spelen, ongeacht de juridische vorm waarin zij werden opgericht;
  - de Hoven en rechtbanken;
  - het Rekenhof;
  - de Raad van State;
  - het Arbitragehof;
  Deze inhouding wordt geheven :
  a) op het vakantiegeld toegekend aan de in het eerste lid bedoelde contractuele personeelsleden;
  b) op de Copernicuspremie toegekend aan sommige contractuele personeelsleden bedoeld in het eerste lid;
  c) op de herstructureringspremie toegekend aan sommige contractuele militairen bedoeld in het eerste lid. "

  Art. 3. Artikel 22, § 2, a), van dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgende streepje :
  " - de opbrengst van de inhouding, bedoeld in artikel 39ter ".

  HOOFDSTUK II. - Maatregelen inzake het vakantiegeld van de vastbenoemde personeelsleden in de overheidssector.

  Art. 4. In dezelfde wet van 29 juni 1981, wordt een artikel 39quater ingevoegd, luidende :
  " Art 39quater. § 1. Een inhouding die gelijk is aan het totaal van de in artikel 38, § 2, vastgelegde bijdragevoeten wordt verricht voor de vastbenoemde personeelsleden van de in artikel 39ter bedoelde diensten en machten. Hetzelfde geldt voor de provinciegouverneurs, de burgemeesters, de schepenen, de voorzitters van de Openbare Centra voor maatschappelijk welzijn en de bedienaars van de eredienst.
  Deze inhouding wordt geheven :
  a) op het vakantiegeld toegekend aan de in het eerste lid bedoelde personeelsleden;
  b) op de Copernicuspremie toegekend aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen bedoeld in het eerste lid;
  c) op de herstructureringspremie toegekend aan sommige militairen bedoeld in het eerste lid.
  § 2. De opbrengst van de inhouding bedoeld in paragraaf 1, wordt toegewezen aan het Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels.
  De opbrengst van de in het eerste lid bedoelde inhouding moet bij het Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels toekomen uiterlijk de vijfde werkdag die volgt op de dag van de uitbetaling van het aan de inhouding onderworpen voordeel aan de betrokken personen.
  Indien de werkgever niet voldoet aan de in het tweede lid voorgeschreven verplichtingen, is hij van rechtswege aan de Staatskas nalatigheidinteresten op de niet-gestorte sommen verschuldigd. Deze interesten, waarvan het percentage op elk ogenblik gelijk is aan de wettelijke rentevoet, verhoogd met 2 pct., beginnen te lopen vanaf de zesde werkdag die volgt op de uitbetaling van het aan de inhouding onderworpen voordeel aan de betrokken personen.
  De opbrengst van deze interesten is bestemd voor het Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels. "

  Art. 5. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen worden, met betrekking tot punt " 21-3 Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels ", de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°) de tweede kolom " Aard van de toegewezen ontvangsten " wordt aangevuld als volgt :
  " 3°) Inhouding bedoeld in artikel 39quater van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor de werknemers ";
  2°) de derde kolom " Aard van de gemachtigde uitgaven " wordt aangevuld als volgt :
  " 5°) Terugbetalingen van ten onrechte ontvangen inhoudingen met toepassing van artikel 39quater van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor de werknemers. "

  Art. 6. Artikel 6, § 3, eerste lid van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het Fonds voor de pensioenen van de geļntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid wordt aangevuld als volgt :
  " Dit geldt eveneens voor de inhouding op de Copernicuspremie bepaald bij het koninklijk besluit van 16 januari 2003 tot toekenning van een Copernicuspremie aan bepaalde personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de geļntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus. "

  HOOFDSTUK III. - Maatregelen inzake het vakantiegeld betaald door de plaatselijke besturen.

  Art. 7. Artikel 1, § 2, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld als volgt :
  " 9° de inhouding verschuldigd met toepassing van artikel 39quater, § 1, c), van voormelde wet van 29 juni 1981. De opbrengst van deze inhouding wordt gestort aan het Fonds voor het evenwicht van de pensioenstelsels. "

  Art. 8. Het eerste lid van artikel 10, § 1, van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de pensioenen van het benoemd personeel van de plaatselijke besturen wordt vervangen door volgende bepalingen :
  " Bij de Rijksdienst wordt een fonds voor egalisatie van het percentage van de pensioenbijdragen ingesteld. Dit fonds wordt gestijfd met een inhouding van 13,07 pct. die uitgevoerd wordt op het volledige bedrag van het vakantiegeld openbare sector, betaald aan de personeelsleden van de plaatselijke besturen. "

  HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding.

  Art. 9. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2005.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 17 september 2005.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK
  De Minister van Sociale Zaken,
  R. DEMOTTE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van Volksvertegenwoordigers. Stukken : Doc 51 1444/ (2004/2005) : 001 : Wetsontwerp. - 002 : Errata. - 003 : Verslag. - 004 : Amendementen. - 005 : Verslag. - 006 : Advies van de Raad van State. - 007 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Zie ook : Integraal verslag : 28 april 2005. Senaat. Stukken : 3-1166 - 2004/2005 : Nr. 1 : Ontwerp geėvoceerd door de Senaat. - Nr. 2 : Amendementen. - Nr. 3 : Verslag. - Nr. 4 : Amendementen. - Nr. 5 : Verslag. - Nr. 6 : Tekst geamendeerd door de commissie. - Nr. 7 : Tekst geamendeerd door de Senaat en teruggezonden naar de Kamer van volksvertegenwoordigers. Zie ook : Handelingen van de Senaat : 2 juni 2005. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken : Doc 51 1444/ (2004/2005) : 008 : Ontwerp geamendeerd door de Senaat. - 009 : Verslag. - 010 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. Zie ook : Integraal verslag : 23 juni 2005.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie