J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 20 uitvoeringbesluiten 18 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2003/03/24/2003011181/justel

Titel
24 MAART 2003. - Koninklijk besluit tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt.
(NOTA : De wijzigingen aangebracht bij KB 2003-07-08/33, KB 2005-09-26/31 en KB 2008-01-18/49, zijn bekrachtigd met hun respectievelijke datum van inwerking, bij W 2009-12-15/03; evenwel wordt een bijlage ingevoegd bij W 2009-12-15/03, art. 33)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-03-2003 en tekstbijwerking tot 28-12-2020)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 28-03-2003 nummer :   2003011181 bladzijde : 15953       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2003-03-24/32
Inwerkingtreding : 10-01-2003

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2001011037       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - [1 Nadere regels van de federale bijdrage]1
Afdeling I. - [1 Berekening van de federale bijdrage]1
Art. 2-3
Afdeling II. - [1 Inning, facturatie en inlichtingen]1
Art. 3bis, 3ter, 3quater, 4-4
Afdeling III. - [1 Vrijstelling]1
Art. 5-5bis.
Afdeling IV. - [1 Degressiviteit]1
Art. 6-6quinquies.
Afdeling. - [1 Maatregelen ingeval van wanbetaling]1
Art. 7, 7bis, 8
HOOFDSTUK III. - Beheer van de fondsen door de commissie.
Art. 9-11, 11bis, 12
HOOFDSTUK IV. - Structurele financiering van de commissie.
Art. 13
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en opheffingsbepalingen.
Art. 14-18
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.

  Artikel 1.[1 De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, hierna " de wet " genoemd, zijn van toepassing op dit besluit.
   Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
   1° " afname " : het geheel van kilowattuur dat door een verbruikslocatie op het transmissie- of distributienet wordt afgenomen;
   2° " elektriciteitsbedrijf dat de federale bijdrage factureert aan de eindafnemer " : de leverancier(s), of de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) voor de verbruikslocaties bedoeld in artikel 6bis.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  HOOFDSTUK II. - [1 Nadere regels van de federale bijdrage]1
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Afdeling I. - [1 Berekening van de federale bijdrage]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 2.[1 De federale bijdrage wordt geheven in de vorm van een toeslag op de kWh die per verbruikslocatie van het transmissie-, of lokaal of gewestelijke transmissie- of distributienet afgenomen worden door de eindafnemers, inbegrepen bij de voorschotfacturen, proportioneel met de geschatte jaarlijkse afname en geregulariseerd met de afrekeningfactuur.
   De toeslag per afgenomen kWh is gelijk aan de som van zes termen waarvan elke term een breuk is, waarvan de teller respectievelijk overeenstemt met elk van de jaarlijkse bedragen die voor het lopende jaar t door de federale bijdrage moeten worden gedekt, zoals bedoeld in artikel 3 en berekend overeenkomstig deze bepalingen, en de noemer gelijk is aan de totale hoeveelheid kWh die in het jaar t-2 voorafgaand aan het te financieren boekjaar t van het transmissienet afgenomen werd voor verbruik in België.
   Voor de bepaling van de noemer bedoeld in het eerste lid, maken de netbeheerder, de beheerders van een distributienet en de leveranciers uiterlijk op 31 augustus van het jaar t-1 voorafgaand aan het te financieren jaar t de nodige meetgegevens over aan de commissie, die belast wordt met het vastleggen van het bedrag per eenheid van elke term van de federale bijdrage en maakt deze op haar website bekend. De voornoemde gegevens moeten tevens een overzicht geven van het aantal verbruikslocaties per schijf, zoals bedoeld in artikel 21bis van de wet, en van de totale hoeveelheid elektriciteit afgenomen door deze verbruikslocaties voor elk van deze schijven.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 3.[1 § 1. Het bedrag bestemd tot gedeeltelijke dekking van de werkingskosten van de commissie, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, stemt voor elk werkingsjaar, overeen met 69 % van de totale werkingskosten van de commissie gedekt overeenkomstig artikel 13 van dit besluit, verminderd met het totaal bedrag van de bijdragen voor de tussenkomsten van de commissie krachtens de artikelen 4, 17 en 28 van de wet.
   Dit bedrag wordt berekend op basis van de begroting opgesteld overeenkomstig artikel 13 van dit besluit.
   Op basis van deze begroting, te verhogen met het bedrag dat nodig is voor het opnieuw aanleggen van de reserve vastgesteld op een maximaal bedrag van 15 % van de totale begroting, stelt de Koning uiterlijk op 15 december van het voorgaande jaar, het jaarlijks bedrag vast dat voor het volgende jaar door de federale bijdrage moet gedekt worden.
   § 2. Het bedrag bestemd tot financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 te Mol-Dessel, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, wordt bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit vastgesteld op basis van een door de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen opgemaakt vijfjaarlijkse financieringsplan. Het eerste financieringsplan heeft betrekking op de periode 2004-2008 en wordt door de Instelling aan de Minister bevoegd voor Energie voorgelegd binnen de zes maanden na de publicatie van dit besluit. De plannen voor de daarop volgende perioden worden ten laatste zes maanden vóór het begin van de betrokken periode voorgelegd.
   § 3. Het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, bedraagt in 2003 25.000.000 euro. Voor 2004 en de daaropvolgende jaren, wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met als basisindex het indexcijfer van de consumptieprijzen van de eerste maand van het jaar 2003 en als referentie-index het indexcijfer van consumptieprijzen van de voorlaatste maand van het jaar t-1, volgens de formule :
   [25.000.000 euro x indexcijfer van de maand november van het jaar t-1 indexcijfer van januari 2003]
  [3 Voor het jaar 2012 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 7.660.210 EUR.]3
  [5 Voor het jaar 2013 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 0 EUR.]5
  [6 Voor het jaar 2014 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 0 EUR.]6
  [7 Voor het jaar 2015 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 0 EUR.]7
  [9 Voor het jaar 2016 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 0 EUR.]9
  [11 Voor het jaar 2017 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 0 euro.]11
  [13 Voor het jaar 2018 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 0 EUR.]13
  [15 Voor het jaar 2019 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 0 EUR.]15
  [17 Voor het jaar 2020 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteits sector, 0 EUR.]17
  [19 Voor het jaar 2021 bedraagt het bedrag bestemd tot financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, 0 euro.]19
   § 4. Het bedrag bestemd tot financiering van het fonds bedoeld in artikel 21bis, § 1, alinéa 4, 3°, van de wet voor de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen voorzien door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, bedraagt voor het jaar 2002 en de daaropvolgende jaren 24.789.352 euro, jaarlijks geïndexeerd met als basisindex het indexcijfer van consumptieprijzen van januari 2002 en als referentie-index het indexcijfer van consumptieprijzen van de voorlaatste maand van het jaar t-1, volgens de formule :
   [24.789.352 EUR x indexcijfer [van de maand november van het jaar t-1] indexcijfer van januari 2002.]
  [4 Voor de jaren 2012, 2013, 2014 [8 , 2015]8 [10 [12 ,]12 2016]10 [12 [14 ,]14 2017]12 [14 [16 ,]16 2018]14 [16 [18 ,]18 2019]16 [18 en 2020]18 wordt het jaarlijks bedrag tot financiering van het fonds bedoeld in artikel 21bis, § 1, vierde lid, 3°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, voor de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en financiële maatschappelijke steunverlening inzake energie zoals bepaald door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke bijstand aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, te financieren door de inkomsten uit de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, vastgelegd op het niveau van 1 januari 2012.]4
   § 5. Het bedrag van het fonds bestemd voor de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiële afnemers met bescheiden inkomen of in moeilijke situatie, bepaald krachtens artikel 20, § 2, eerste lid, van de wet, is bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot bepaling van de nadere regels voor de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan residentiële beschermde klanten.]1
  [2 § 6. Het bedrag van het fonds bestemd voor de financiering van het fonds bedoeld in artikel 21bis, § 1, vierde lid, 6°, van de wet, voor de financiering van de forfaitaire kortingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit, bepaald door de programmawet van 8 juni 2008, bedraagt voor het jaar 2009 6.900.000 euro. Voor het jaar 2010 en de daarop volgende jaren, wordt deze bedrage jaarlijks geïndexeerd met als basisindex het indexcijfer van consumptieprijzen van november 2008 en als referentie-index het indexcijfer van consumptieprijzen van de voorlaatste maand van het jaar t-1, volgens de formule :
   [6.900.000 euro x indexcijfer van de maand november van het jaar t-1 indexcijfer van november 2008]]2
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>
  (2)<KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (3)<KB 2012-04-24/02, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 01-04-2012>
  (4)<KB 2012-11-14/03, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 09-12-2012>
  (5)<KB 2012-12-10/04, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
  (6)<KB 2013-12-18/05, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (7)<KB 2014-12-19/15, art. 1, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (8)<KB 2014-12-19/15, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (9)<KB 2015-12-18/09, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  (10)<KB 2015-12-18/09, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  (11)<KB 2016-12-07/12, art. 1, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (12)<KB 2016-12-07/12, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (13)<KB 2017-12-21/08, art. 1, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (14)<KB 2017-12-21/08, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (15)<KB 2018-12-19/07, art. 1, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
  (16)<KB 2018-12-19/07, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
  (17)<KB 2019-12-17/03, art. 1, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
  (18)<KB 2019-12-17/03, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
  (19)<KB 2020-12-22/02, art. 1, 019; Inwerkingtreding : 01-01-2021>

  Afdeling II. - [1 Inning, facturatie en inlichtingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 3bis.
  <Opgeheven bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 3ter.
  <Opgeheven bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 3quater.
  <Opgeheven bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 4.[1 Uiterlijk op 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december van elk jaar stort de netbeheerder, op de rekening van de commissie, het totale bedrag van de federale bijdrage, dat hij overeenkomstig artikel 4bis, gefactureerd heeft gedurende het vorige trimester.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 4bis. [1 § 1. Onverminderd de toepassing van de [2 artikelen 6 en]2 6bis, factureert de netbeheerder de federale bijdrage aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders op elke kWh die ze van het transmissienet afnemen.
   § 2. De federale bijdrage gefactureerd door de netbeheerder aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders die de kWh niet voor eigen gebruik verbruiken, wordt forfaitair vermeerderd met 0,1 percent voor de dekking van de administratiekosten van de netbeheerder. In het geval de kWh voor hun eigen gebruik verbruikt zijn, wordt de vermeerdering berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4ter, §§ 3 en 4.
   § 3. Indien gedurende het jaar, voor een afnamepunt, het door de netbeheerder te factureren jaarlijks bedrag aan de houder van een toegangscontract, het maximumbedrag bedoeld in artikel 21bis, § 2, tweede lid, of § 5, tweede lid 2, van de wet overschrijdt, wordt het door de netbeheerder gefactureerde bedrag voor dit afnamepunt beperkt tot dit maximumbedrag.
   Uiterlijk op 15 februari van het jaar t+1 factureert de netbeheerder, indien de netbeheerder vaststelt dat de afgenomen energie op een afnamepunt gedurende het jaar t minder dan 250 000 MWh bedroeg en dat het totale gefactureerde bedrag door de netbeheerder werd beperkt tot het maximumbedrag bedoeld in het eerste lid, voor deze verbruikslocatie een bijkomend bedrag van de federale bijdrage dat proportioneel is met de werkelijke afgenomen energie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>
  (2)<KB 2017-10-31/05, art. 1, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 4ter. [1 § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 5 tot 6bis en ingeval de houders van een toegangscontract en/of de distributienetbeheerders de van het net afgenomen kWh niet voor eigen gebruik verbruiken, kunnen ze de federale bijdrage, desgevallend vermeerderd overeenkomstig artikel 4bis, § 2, aan hun eigen afnemers factureren, tot deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan de eindafnemer die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt.
   § 2. [2 ...]2
   § 3. De desgevallend overeenkomstig artikel 4bis, § 2, vermeerderde en aan de eindafnemers gefactureerde federale bijdrage wordt forfaitair vermeerderd met 0,4 percent voor de dekking van de administratieve en financiële kosten van het elektriciteitsbedrijf dat de federale bijdrage factureert aan de eindafnemer.
   § 4. De desgevallend overeenkomstig artikel 4bis, § 2, vermeerderde en aan de eindafnemers gefactureerde federale bijdrage wordt forfaitair vermeerderd met 0,7 percent om het gedeelte van de gefactureerde federale bijdrage dat niet volledig zou gestort worden door de eindafnemer aan het elektriciteitsbedrijf dat hem de federale bijdrage aanrekende, te compenseren.
   Bij de jaarlijkse afsluiting van de rekeningen, dienen de elektriciteitsbedrijven die deze facturen uitgereikt hebben aan de commissie de boekhoudkundig geregistreerde niet-invorderbare schuldvorderingen van federale bijdrage [2 gecertificeerd door een bedrijfsrevisor of een accountant]2 alsook het bewijs van de ondernomen wettelijke stappen voor de invordering, mee te delen die betrekking hebben op de elektriciteitsleveringen onderworpen aan de wet inzake de federale bijdrage.
   Wanneer door de commissie vastgesteld wordt dat het globaal bedrag van de niet-invorderbare schuldvorderingen hoger is dan het jaarlijks bedrag van het forfait bedoeld in het eerste lid, gaat de commissie over tot terugbetaling van het verschil aan de elektriciteitsbedrijven, uiterlijk op de twintigste dag van de maand die volgt op de maand waarin het verschil werd aangetoond. Indien het fonds van de commissie niet genoeg middelen bevat, wordt de betaling van de schuldvorderingen die niet meer konden voldaan worden, uitgesteld tot de nodige middelen weer in het fonds voorhanden zijn.
   Wanneer de commissie vaststelt dat het globaal bedrag van de niet-invorderbare schuldvorderingen lager is dan het jaarlijks bedrag van het forfait bedoeld in het eerste lid, moet het verschil door het elektriciteitsbedrijf bedoeld in het eerste lid worden betaald uiterlijk op de twintigste dag van de maand die volgt op de maand waarin het te betalen supplement hem door de commissie is genotificeerd.]1
  [2 § 5. Bij de jaarlijkse afsluiting van hun rekeningen bezorgen de distributienetbeheerders aan de commissie het door een bedrijfsrevisor of een accountant gecertificeerde verschil tussen de opbrengsten en de kosten van de aan hun klanten gefactureerde federale bijdrage, overeenkomstig paragraaf 1, rekening houdend met onder andere :
   1° het verliespercentage in hun net;
   2° de in het net geïnjecteerde gedecentraliseerde productie van elektriciteit,
   Dit verschil wordt berekend zonder rekening te houden met de verhogingen die in voorkomend geval worden toegepast in overeenstemming met paragrafen 3 en 4.
   De distributienetbeheerders maken alle door de commissie gevraagde informatie over onder andere het niveau van de netverliezen en de gedecentraliseerde productie over binnen een termijn van 15 kalenderdagen.
   Indien het verschil tussen de opbrengsten en kosten van de federale bijdrage negatief is, gaat de commissie over tot de terugbetaling van het verschil aan de distributienetbeheerder, uiterlijk op de twintigste dag van de maand die volgt op de maand waarin de commissie hem het te betalen bedrag heeft meegedeeld. De commissie betaalt dit bedrag terug aan de hand van de beschikbare middelen uit de verschillende fondsen pro rata de eenheidswaarden van de verschillende componenten van de verschuldigde federale bijdrage voor het betreffende jaar. Indien een of meerdere fondsen niet genoeg middelen bevatten om de terugbetaling uit te voeren, wordt de terugbetaling voor het aandeel van dat fonds of die fondsen uitgesteld tot de nodige middelen weer in het fonds of de fondsen voorhanden zijn.
   Indien het verschil tussen de opbrengsten en kosten van de federale bijdrage positief is, gaat de distributienetbeheerder over tot de betaling van het verschil aan de commissie, uiterlijk op de twintigste dag van de maand die volgt op de maand waarin de commissie hem het te betalen bedrag heeft meegedeeld. De commissie verdeelt het ontvangen bedrag tussen de verschillende fondsen pro rata de eenheidswaarden van de verschillende componenten van de verschuldigde federale bijdrage voor het betreffende jaar.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>
  (2)<KB 2017-10-31/05, art. 2, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 4quater. [1 § 1. Uiterlijk op 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november van elk jaar deelt de netbeheerder de commissie individueel per verbruikslocatie rechtstreeks aangesloten op het transmissienet en per distributienetbeheerder, de van zijn net afgenomen hoeveelheid energie mee, alsook het bedrag van de federale bijdrage dat hij in de loop van het voorgaande trimester gefactureerd heeft.
   De distributienetbeheerders delen de commissie, tegen dezelfde data als deze bedoeld in het voorgaande lid, individueel per leverancier en/of in zijn geheel voor de verbruikslocaties bedoeld in artikel 6bis, de van hun net afgenomen hoeveelheid energie mee, alsook het bedrag van de federale bijdrage dat zij hen hebben gefactureerd.
   De houders van een toegangscontract en de leveranciers delen de commissie, tegen dezelfde data als deze bedoeld in het eerste lid, de totale hoeveelheid energie mee, alsook het totale bedrag van de federale bijdrage dat zij gefactureerd hebben aan hun eindafnemer(s).
   § 2. De met toepassing van § 1 mee te delen inlichtingen worden samen bezorgd met deze bedoeld [2 in artikel 6, § 6]2, ingeval van aanvraag tot terugbetaling van de vrijstellingen en/of verminderingen toegekend in de loop van het voorgaande kwartaal.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>
  (2)<KB 2017-10-31/05, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 4. [1 Elk jaar, en uiterlijk op 30 juni, maakt het elektriciteitsbedrijf dat de federale bijdrage factureert aan de eindafnemer en dat het jaar ervoor één of meerdere aanvragen tot terugbetaling, vrijstelling en/of vermindering van de federale bijdrage ingediend heeft bij de commissie, een attest over aan de commissie, dat opgemaakt werd door de bedrijfsrevisor of accountant, die de bedragen die gevraagd werden aan de commissie certificeert.
   Indien de gecertificeerde bedragen niet overeenkomen met de gevraagde bedragen van het jaar ervoor, dan zal er een herziening georganiseerd worden tussen de commissie en het elektriciteitsbedrijf.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2017-10-31/05, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  

  Afdeling III. - [1 Vrijstelling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 5.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/05, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 5bis.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/05, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Afdeling IV. - [1 Degressiviteit]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 6.[1 § 1. De bepalingen van de artikelen 6 tot 6quinquies regelen de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, §§ 2 en 5, van de wet.
   Het elektriciteitsbedrijf dat de federale bijdrage factureert aan de eindafnemer berekent deze verminderingen, [2 ...]2 voor zover de voorwaarden gesteld in artikel 6quater vervuld zijn. Ze trekt deze verminderingen af van facturen van federale bijdrage geadresseerd aan de eindafnemer.
   § 2. De verminderingen worden berekend op basis van de voortschrijdende jaarlijkse som van de afnamen. Het plafond bepaald in artikel 21bis, § 2, tweede lid, of § 5, tweede lid, van de wet wordt berekend op basis van de per kalenderjaar verrichte afnamen.
   § 3. Wanneer de facturatie van de elektriciteitsafnamen op een verbruikslocatie op maandelijkse basis gebeurt, wordt de vermindering van de prijs per kWh van de federale bijdrage voor elke maandfactuur berekend op basis van de afnamegegevens van de laatste twaalf maanden; indien de gegevens van deze periode niet volledig beschikbaar zijn, wordt een lineaire extrapolatie toegepast op basis van de meest recente gegevens over een periode van twaalf maanden.
   § 4. Wanneer de facturatie van de elektriciteitsafnamen voor een verbruikslocatie gebeurt met een jaarlijkse factuur, wordt de vermindering van de prijs van de federale bijdrage berekend op basis, eventueel geëxtrapoleerd pro rata temporis, van de verbruiksgegevens over de twaalf maanden die voorafgaan aan de einddatum van de periode waarop de factuur betrekking heeft.
   § 5. Wanneer voor de elektriciteitslevering op éénzelfde verbruikslocatie tijdens het jaar t een afzonderlijke factuur is opgesteld door verschillende leveranciers voor dezelfde periode, bezorgt de betrokken eindafnemer, uiterlijk op 15 [2 maart]2 van het jaar t +1, aan de commissie het overzicht van de som van de federale bijdrage die geïnd is met toepassing van § 1 en het overzicht van het verbruik dat per afnamepunt geregistreerd is [2 , dit alles gecertificeerd door een bedrijfsrevisor of accountant]2.
   De commissie betaalt aan de eindafnemer het teveel terug, uiterlijk op 15 mei van het jaar t+1.
   Indien het fonds van de commissie niet genoeg middelen bevat om over te gaan tot terugbetaling, wordt de betaling van de schuldvorderingen die niet meer konden voldaan worden, uitgesteld tot de nodige middelen weer in het fonds voorhanden zijn.
   § 6. Uiterlijk op 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november van elk jaar vraagt het elektriciteitsbedrijf dat de federale bijdrage aan de eindafnemers factureert de commissie de terugbetaling van de verminderingen die tijdens het voorgaande kwartaal werden toegekend, door haar een schriftelijke aanvraag te sturen waarin, naast de inlichtingen bedoeld in artikel 4quater, §§ 1 en 2, en per degressiviteitsschijf, zoals vermeld in artikel 21bis van de wet, de geaggregeerde waarde van de geleverde energie en van het bedrag van de degressiviteit dat daaruit resulteert, vermeld worden. In haar aanvraag vermeldt ze tevens het bedrag met betrekking tot elke term van de federale bijdrage, rekening houdend met de toegekende verminderingen. [2 ...]2
   Onverminderd de toepassing van artikel 6quinquies, gaat de commissie over tot de terugbetaling van minstens 90 procent van deze verminderingen binnen de 15 dagen die volgen op de ontvangst van de aanvraag. Voor zover ze geen onregelmatigheden vaststelt, desgevallend, tijdens haar onderzoek met toepassing van de bepalingen van artikel 6quinquies, betaalt de commissie de resterende 10 procent terug binnen de twee maanden die volgen op de ontvangst van de aanvraag.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>
  (2)<KB 2017-10-31/05, art. 5, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 6bis. [1 Indien de eindafnemer zijn eigen toeganghouder is, titularis van het toegangscontract zoals voorzien in artikel 172 van het koninklijk besluit van 19 december 2002, houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, of indien de eindafnemer beleverd wordt door een distributienetbeheerder optredend als leverancier, informeert deze eindafnemer de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) hiervan.
   Laatstgenoemde stelt, volgens de bepalingen van artikel 6, de factuur op voor de federale bijdrage, in functie van de afnamen op zijn transmissie- of distributienet en richt die aan de toeganghouder of de eindafnemer. De netbeheerder of de distributienetbeheerder(s) richt(en) een kopie van deze factuur aan de commissie en verzoek(t)(en), volgens de bepalingen van artikel 6, § 6, om het bedrag van de toegekende verminderingen terug te betalen. Wanneer de toeganghouder niet zelf de eindafnemer is voor het geheel of een deel van de afnamen, int hij bij de eindafnemer het deel van de federale bijdrage dat laatstgenoemde verschuldigd is. Als de netbeheerder en/of één of verschillende distributienetbeheerders facturen hebben opgesteld voor eenzelfde verbruikslocatie, berekent de toeganghouder het globaal bedrag van de federale bijdrage dat hij verschuldigd is en vraagt aan de commissie de regularisatie volgens de bepalingen van artikel 6, § 5.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 6ter. [1 Indien de modaliteiten van de afname of van de facturatie voor een verbruikslocatie niet beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 6 en 6bis, bepaalt de commissie de specifieke maatregelen nodig om de toepassing van de vermindering van de federale bijdrage, bedoeld in artikel 21bis van de wet, voor dat individuele geval, te waarborgen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 6quater. [1 § 1. Om van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, § 2 of § 5, van de wet, te kunnen genieten, maakt de eindafnemer, zoals hieronder hernomen, aan zijn leverancier of zijn leveranciers, of netbeheerder en/of distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers die zich op een verbruikslocatie bedoeld in artikel 6bis bevinden, de gegevens vervat in bijlage 1 over, teneinde de degressiviteit toegepast te zien :
   1° de eindafnemer onderworpen aan sectorakkoorden of convenanten die door zijn Gewest werden afgesloten; deze preciseert de naleving van de verplichtingen die uit een sectorakkoord of een convenant voortvloeien en waartoe hij zich individueel of collectief heeft verbonden;
   2° de eindafnemer die op een verbruikslocatie met verschillende afnamepunten op het transmissie- of het distributienet zit en die minimum 20 MWh/jaar afneemt, per afnamepunt.
   Voor deze klanten wordt de degressiviteit toegepast wanneer de vereiste informatie ontvangen wordt door de leverancier, of de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers die zich op een verbruikslocatie bedoeld in artikel 6bis bevinden.
   Bij gebrek aan informatie aangaande 2° van het eerste lid, wordt de degressiviteit per afnamepunt toegepast.
   Elke nieuwe eindafnemer of klant die van leverancier verandert, deelt bij het sluiten van het leveringscontract, de gegevens bedoeld in het eerste lid mee, als hij aan één van de criteria van dit lid beantwoordt.
   § 2. De leverancier, of de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers die zich op een verbruikslocatie bedoeld in artikel 6bis bevinden, bezorgt een kopie van de databank betreffende de informatie bedoeld in § 1 aan de netbeheerder en aan de betrokken distributienetbeheerder, evenals aan de commissie en de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De commissie of de Algemene Directie Energie kan de rechtmatigheid van de verklaring nagaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 6quinquies. [1 De commissie en de Algemene Directie Energie kunnen de rechtmatigheid van de in toepassing van artikelen 6 tot 6quater toegekende verminderingen van de bijdrage nagaan.
   In deze optiek, kunnen de commissie en de Algemene Directie Energie op elk moment controles ter plaatse uitvoeren bij om het even welk elektriciteitsbedrijf dat om een terugbetaling van de verminderingen verzoekt en/of een terugbetaling ontvangen heeft. Alle verantwoordingsstukken moeten steeds ter beschikking van de Commissie en de Algemene Directie Energie worden gehouden.
   Eventuele geconstateerde onregelmatigheden geven aanleiding tot een inhouding van de 10 procent bedoeld in artikel 6, § 6, tweede lid, die niet werd terugbetaald door de commissie en/of tot de terugstorting door het betrokken elektriciteitsbedrijf aan de commissie van het bedrag dat overeenstemt met deze onregelmatigheden.
   De last van deze facturatie door de netbeheerder of door een distributienetbeheerder wordt in aanmerking genomen in de openbare dienstverplichtingen voorzien in artikel 21 van de wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Afdeling. - [1 Maatregelen ingeval van wanbetaling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 7.[1 De commissie kan de administratie van het kadaster, registratie en domeinen belasten met het innen van de schuldvorderingen waarvan de betaling is uitgebleven.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 7bis.
  <Opgeheven bij KB 2009-03-27/33, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 8.
  <Opgeheven bij KB 2009-03-27/33, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  HOOFDSTUK III. - Beheer van de fondsen door de commissie.

  Art. 9. <KB 2005-09-26/31, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2005> De bedragen gestort in de fondsen bedoeld in artikel 21ter, § 1, van de wet, worden door de commissie beheerd op objectieve, transparante en niet discriminerende wijze. Voor elk van deze fondsen opent de commissie een aparte bankrekening.

  Art. 10.<KB 2005-09-26/31, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 01-10-2005> Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na ontvangst, verdeelt de commissie de door [1 ...]1, de netbeheerder [1 ...]1 gestorte bedragen over de bankrekeningen toegewezen aan elk van de fondsen die zij beheert, overeenkomstig de verdeelsleutel die voortvloeit uit de toepassing van artikel 4.
  Het gedeelte van de opbrengst van de federale bijdrage, bestemd voor de financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, 1°, van de wet, wordt door de commissie gestort na kennisgeving door de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen ten laatste één maand daarvoor verstuurd.
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 11. § 1. De middelen toegewezen aan het fonds bedoeld in artikel 21, vierde lid, 1°, van de wet worden door de commissie besteed tot dekking van haar werkingskosten overeenkomstig artikel 25, § 3, van dezelfde wet en de krachtens deze bepaling vastgestelde nadere regels, onverminderd de bepalingen van dit artikel.
  § 2. Indien het deel van de opbrengst van de toeslag geïnd met toepassing van de berekeningsmethode bepaald in artikel 3 dat bestemd is voor de financiering van het bedrag bedoeld in artikel 4, § 1, verhoogd met de opbrengst van de bijdragen voor de tussenkomsten van de commissie krachtens de artikelen 4, 17 en 28 van de wet, in de rekeningen van de commissie voor een gegeven dienstjaar een bedrag vertegenwoordigt dat groter is dan 69 % van het geheel van de kosten gecertificeerd door de revisor bij de commissie en die overeenstemmen met de werkingskosten van de commissie voor hetzelfde dienstjaar, wordt het overschot bewaard door de commissie als reserve bedoeld in § 4 van dit artikel.
  § 3. Indien het geheel van de opbrengsten verbonden aan de elektriciteitssector, zoals bedoeld in § 2, lager ligt dan 69 % van het totaal van de kosten gecertificeerd door de revisor bij de commissie, wordt het tekort van de opbrengsten ten opzichte van de kosten gedekt door een afhouding van de reserve bedoeld in § 4 van dit artikel.
  Indien, na een eventuele afhouding van de reserve, de opbrengsten verbonden aan de elektriciteitssector een tekort blijven vertonen ten opzichte van 69 % van het totaal van de kosten gecertificeerd door de revisor bij de commissie, wordt het bedrag van de toeslag bedoeld in artikel 3 aangepast door het nog te dekken tekort toe te voegen aan de te dekken federale bijdrage. In dat geval wordt elke driemaandelijkse betaling bedoeld in artikel 6, § 1, die nog moet uitgevoerd worden gedurende het lopende jaar, verhoogd met één vierde van het nog te dekken tekort.
  § 4. In de schoot van de commissie wordt een reserve samengesteld waarvan het bedrag 15 % van de jaarlijkse werkingskosten bedoeld in artikel 4, § 1, van dit besluit, niet mag overschrijden.
  De reserve wordt gespijsd door :
  1° het eventuele overschot van de opbrengsten verbonden aan de elektriciteitssector ten opzichte van de kosten, overeenkomstig de bepalingen van § 2;
  2° de financiële opbrengsten en de uitzonderlijke opbrengsten van de commissie.
  3° een deel van een opbrengst van de federale bijdrage bepaald overeenkomstig artikel 4, § 1, voor zover nodig om een totaal bedrag van 15 % van de jaarlijkse werkingskosten te bereiken.
  De reserve kan gebruikt worden voor het dekken van :
  1° de liquiditeitsbehoeften van de commissie;
  2° het eventuele tekort van de opbrengsten verbonden aan de elektriciteitssector ten opzichte van de kosten, overeenkomstig de bepalingen van § 3.
  Indien bij het afsluiten van de jaarrekeningen van de commissie wordt vastgesteld dat de reserve 15 % van de jaarlijkse werkingskosten bedoeld in artikel 4, § 1 overschrijdt, wordt het overschot in mindering gebracht van het door de opbrengst van de federale bijdrage te financieren bedrag als bedoeld in artikel 4, § 1 bij de volgende berekening van de toeslag overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.

  Art. 11bis. <ingevoegd bij KB 2003-07-08/33, art. 5; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na ontvangst, verdeelt de commissie de in het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de wet gestorte bedragen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering en op basis van een lijst van de begunstigde organismen opgesteld door de Minister bevoegd voor maatschappelijke integratie.

  Art. 12.[2 § 1.]2 Binnen een termijn van dertig kalenderdagen na ontvangst, stort de commissie de in het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 4°, van de wet gestorte bedragen, tot beloop van een bedrag van [1 3.600.000 EUR]1 per jaar, in het organiek begrotingsfonds bestemd voor de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen opgericht door artikel 435 van de programmawet (I) van 24 december 2002. Het saldo inclusief de intresten blijft onder het beheer van de commissie op de daartoe bestemde aparte bankrekening.
  [2 § 2. Binnen dezelfde termijn stort de Commisssie een bijkomend eenmalig bedrag van 700.000 EUR in hetzelfde fonds, om de bijkomende kredieten te dekken die voor het jaar 2010 worden toegekend naar aanleiding van werkzaamheden die verband houden met het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie.]2
  ----------
  (1)<KB 2011-05-12/16, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 05-06-2011>
  (2)<KB 2011-05-12/16, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 05-06-2011>

  HOOFDSTUK IV. - Structurele financiering van de commissie.

  Art. 13.De totale werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas [1 ...]1 maar uitgezonderd de werkingskosten gedekt door de opbrengst van de bijdragen voor de tussenkomsten van de commissie krachtens de artikelen 4, 17 en 28 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkten artikel 15/4 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, (en onverminderd artikel 27, § 4, van de wet,) worden jaarlijks gedekt ten belope van 11.600.000 euro. <KB 2003-07-08/33, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  Het deel van het in het eerste lid vermelde bedrag dat betrekking heeft op personeelskosten wordt, op 31 december van elk jaar voor het afgelopen jaar aangepast op basis van de evolutie van de kosten in het afgelopen jaar met betrekking tot de leden en het personeel van de commissie in vergelijking met deze in het voorafgaande jaar. De invloed van die evolutie wordt gecertificeerd door (de bedrijfsrevisor van de commissie). <KB 2003-07-08/33, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  Het bedrag vermeld in het eerste lid wordt, voor de andere uitgaven dan bedoeld in het tweede lid, op de in het tweede lid bepaalde datum aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Het referentie-indexcijfer hiervoor is dat van de maand december 2002. De weerslag van die evolutie (wordt gecertificeerd door de bedrijfsrevisor van de commissie). <KB 2003-07-08/33, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  Om de vier jaar zal de begroting van de commissie herzien worden op basis van de " zero-base-budgetting "-techniek.
  ----------
  (1)<KB 2009-03-27/33, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  HOOFDSTUK V. - Overgangs- en opheffingsbepalingen.

  Art. 14. In afwijking van artikelen 4, § 1, en 13, wordt het bedrag bestemd tot gedeeltelijke dekking van de werkingskosten van de commissie, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, voor het jaar 2003 vastgesteld op 8.004.000 euro.

  Art. 15.
  <Opgeheven bij KB 2009-03-27/33, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2009>

  Art. 16. Het koninklijk besluit van 18 januari 2001 betreffende het voorlopige systeem tot dekking van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) wordt opgeheven.

  Art. 17. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 10 januari 2003.

  Art. 18. Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer en Onze Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N.(Ingevoegd bij W 2009-12-15/03, art. 33; Inwerkingtreding : 01-10-2005) Informatie te bezorgen aan de leverancier, of toegangshouder, die de verbruikslocatie, waarvoor het degressief tarief wordt gevraagd, bedient, als de eindafnemer beantwoordt aan één van de criteria vervat in artikel 7bis
  (Formulier niet opgenomen, zie W 2009-12-15/03, art. N; B.St. 23-12-2009, p.80489)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 24 maart 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer,
Mevr. I. DURANT
De Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling,
O. DELEUZE.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzonderheid op de artikelen 12, §§ 3 en 5, en 21, 4e tot 6e lid, ingevoegd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, en 25, § 3, tweede lid, vervangen bij de wet van 12 augustus 2000;
   Gelet op het koninklijk besluit van 18 januari 2001 betreffende het voorlopige systeem tot dekking van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG);
   Gelet op het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 januari 2003;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 13 februari 2003;
   Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door :
   - de onmiddellijke behoefte voor een voortgezette financiering voor de Commissie voor Regulering van de Elektriciteit en Gas (CREG), opgericht vanaf 9 januari 2000, met als doelstelling het nakomen van de verplichtingen voorzien in de Europese richtlijn 96/92 EG inzake liberalisering van de elektriciteitsmarkt en omgezet in het Belgisch recht door de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
   - het feit dat de financiering van de CREG door het koninklijk besluit van 18 januari 2001, zoals gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 maart en 19 september 2002, slechts geregeld is tot en met het werkingsjaar 2002;
   - het feit dat de wetgever de financiering van de CREG met ingang van het begrotingsjaar 2003 structureel heeft willen regelen via de instelling van de federale bijdrage zoals bedoeld in artikel 12, § 5, van voormelde wet van 29 april 1999, zoals gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, waarvan de relevante bepalingen in werking zijn getreden op 10 januari 2003;
   - de kostprijs van de leningen die de CREG zou moeten aangaan teneinde zijn werkingskosten te dekken en waarvoor interesten zouden moeten betaald worden op belangrijke bedragen, interesten die in aanzienlijke mate zouden kunnen verlaagd worden door een zo spoedig mogelijke uitvoering van artikel 12, § 5, van de wet van 29 april 1999;
   - het feit dat de wetgever naast de financiering van de CREG ook de financiering van de denuclearisatie van bepaalde nucleaire passiva en van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen heeft willen verzekeren via de instelling van de federale bijdrage zoals bedoeld in artikel 12, § 5, van voormelde wet van 29 april 1999, zoals gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002;
   - het feit dat deze financieringsbehoeften in het begrotingsjaar 2003 slechts gedeeltelijk gedekt zullen worden indien het bedrag en de berekeningswijze van de federale bijdrage bedoeld in artikel 12, § 5, van de wet van 29 apr
il 1999, zoals gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, niet onverwijld worden vastgesteld en de inning van deze bijdrage niet zo snel mogelijk effectief wordt mogelijk gemaakt;
   Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 12 maart 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer en Onze Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling, en op advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-12-2020 GEPUBL. OP 28-12-2020
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-12-2019 GEPUBL. OP 24-12-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-12-2018 GEPUBL. OP 28-12-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-12-2017 GEPUBL. OP 29-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 31-10-2017 GEPUBL. OP 24-11-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 4bis; 4ter; 4quater; 4quinquies; 6)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-12-2016 GEPUBL. OP 21-12-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 18-12-2015 GEPUBL. OP 24-12-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-12-2014 GEPUBL. OP 30-12-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 18-12-2013 GEPUBL. OP 24-12-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2012 GEPUBL. OP 28-12-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 5bis)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-12-2012 GEPUBL. OP 17-12-2012
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 14-11-2012 GEPUBL. OP 29-11-2012
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 24-04-2012 GEPUBL. OP 30-04-2012
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 12-05-2011 GEPUBL. OP 26-05-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 12)
  • originele versie
  • WET VAN 15-12-2009 GEPUBL. OP 23-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 6; 9; 11bis; 13)
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4bis; 4ter; 6bis; 6quater; 6quinquies; 2; 3; 3bis-3quater; 4; 5; 6; 7; 7bis; 9; 10; N)
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 27-03-2009 GEPUBL. OP 31-03-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 1-4; 4BIS-4QUATER; 5; 5BIS; 6; 6BIS-6QUINQUIES; 8; 10; 13; 15)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 18-01-2008 GEPUBL. OP 12-02-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-09-2005 GEPUBL. OP 29-09-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 3BIS-3QUA; 4; 5; 6; 7; 7BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 9; 10)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 08-07-2003 GEPUBL. OP 06-08-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 6; 9; 11BIS; 13)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 20 uitvoeringbesluiten 18 gearchiveerde versies
    Franstalige versie