J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 11 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2003/01/17/2003014010/justel

Titel
17 JANUARI 2003. - Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-01-2003 en tekstbijwerking tot 12-09-2017)

Bron : MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 24-01-2003 nummer :   2003014010 bladzijde : 2602       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2003-01-17/31
Inwerkingtreding : 23-04-2003 (ART. (6))

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
Art. 1, 1/1
HOOFDSTUK II. - De Rechtsmiddelen.
Art. 2, 2/1, 3
HOOFDSTUK III. - Geschillenbehandeling.
Art. 4, 4/1
HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen.
Art. 5
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding.
Art. 6

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

  Art. 1/1. [1 Hoofdstukken II en III voorzien in een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-comunicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-comunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische-comunicatienetwerken en -diensten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-07-10/05, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  HOOFDSTUK II. - De Rechtsmiddelen.

  Art. 2.[1 § 1. Tegen de besluiten van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie kan beroep met volle rechtsmacht worden ingesteld bij het [4 Marktenhof]4, rechtsprekend zoals in kort geding. [3 Het Instituut is verweerder in de procedure.]3
   Iedere persoon die een belang heeft om op te treden, mag het in het eerste lid bedoelde beroep indienen.
   De [2 Minister die bevoegd is voor Telecommunicatie of de minister die bevoegd is voor de postsector]2 kan een beroep zoals vermeld in het eerste lid instellen.
   § 2. Het beroep wordt, op straffe van nietigheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld door middel van een ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep van Brussel binnen een termijn van zestig dagen na de kennisgeving van het besluit of bij gebreke aan een kennisgeving, na de publicatie van het besluit of bij gebreke aan een publicatie, na de kennisname van het besluit.
   Het verzoekschrift bevat op straffe van nietigheid :
   1° de aanduiding van dag, maand en jaar;
   2° indien de verzoeker een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornaam, beroep en woonplaats, alsook, in voorkomend geval, zijn ondernemingsnummer; indien de verzoeker een rechtspersoon is, de benaming, de rechtsvorm, de maatschappelijke zetel en de hoedanigheid van de persoon die of het orgaan dat hem vertegenwoordigt, alsook, in voorkomend geval, zijn ondernemingsnummer; indien het beroep uitgaat van de [2 Minister die bevoegd is voor Telecommunicatie of de Minister die bevoegd is voor de Postsector]2, de benaming en het adres van de dienst die hem vertegenwoordigt;
   3° de vermelding van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld;
   4° [3 ...]3
   5° de [3 volledige]3 uiteenzetting van de middelen [3 , onverminderd artikel 748 van het Gerechtelijk Wetboek zal geen enkel nieuw middel door de verzoeker ontwikkeld kunnen worden tijdens de instaatstelling van de zaak, met uitzondering van de middelen van openbare orde die op elk ogenblik tijdens de procedure door het [4 Marktenhof]4 en door de partijen kunnen worden ingeroepen, tot de sluiting van de debatten]3;
   6° de plaats, de dag en het uur van de verschijning vastgesteld door de griffie van het hof van beroep;
   7° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
   [3 Indien het verzoekschrift elementen bevat die de verzoeker als vertrouwelijk beschouwt, dan geeft hij dit op expliciete wijze aan en legt hij, op straffe van nietigheid, een niet-vertrouwelijke versie hiervan neer.
   De griffie van het hof van beroep stelt onverwijld zowel het Instituut, dat dit op zijn website publiceert, in kennis van het verzoekschrift, en eventueel van de niet-vertrouwelijke versie, alsook de minister, indien hij niet de verzoeker is.
   Elke belanghebbende partij kan tussenkomen in de zaak. Deze tussenkomst zal alleen dan ontvankelijk zijn, indien zij ingeleid is met eerbied voor de voorwaarden en binnen de grenzen zoals vastgesteld in het tweede lid, binnen dertig dagen die volgen op publicatie van het verzoekschrift door het Instituut op zijn website.]3
   Het [4 Marktenhof]4 stelt de termijn vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen moeten meedelen en ze bij de griffie moeten indienen.
   De [2 Minister die bevoegd is voor Telecommunicatie of de minister die bevoegd is voor de postsector]2 kan zijn schriftelijke opmerkingen bij de griffie van het hof van beroep te Brussel indienen en het dossier ter plaatse op de griffie raadplegen. Het [4 Marktenhof]4 stelt de termijnen vast om deze opmerkingen voor te leggen. De griffie brengt deze opmerkingen ter kennis van de partijen.
   § 3. Het oorspronkelijke administratieve dossier van het Instituut wordt tegelijk met de opmerkingen van het Instituut aan de overige partijen overgezonden.
  [3 Het Instituut geeft met betrekking tot elk stuk van zijn dossier aan of dit niet-vertrouwelijk of vertrouwelijk is. De vertrouwelijke stukken worden niet overgezonden aan de partijen. Indien het mogelijk is een niet-vertrouwelijke versie van de vertrouwelijke stukken op te stellen, wordt alleen deze niet-vertrouwelijke versie overgezonden aan de partijen.]3
   Het definitieve dossier van de procedure, zoals dit aan de overige partijen is overgezonden met elke opmerkingen van het Instituut, wordt tegelijk met de laatste opmerkingen van het Instituut ingediend bij de griffie van het [4 Marktenhof]4.
   § 4. Het beroep schorst de besluiten van het Instituut niet.
   Het [4 Marktenhof]4 kan echter, op verzoek van de belanghebbende en bij beslissing alvorens recht te doen, de tenuitvoerlegging van het besluit van het Instituut geheel of gedeeltelijk schorsen tot op de dag van de uitspraak van het arrest.
   De schorsing van de tenuitvoerlegging kan slechts bevolen worden wanneer ernstige middelen worden ingeroepen die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen rechtvaardigen en op voorwaarde dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het besluit ernstige [3 en moeilijk te herstellen]3 gevolgen kan hebben voor de betrokkene.
   Het [4 Marktenhof]4 kan, in voorkomend geval, bevelen dat het betaalde bedrag van de geldboeten aan de betrokkene wordt terugbetaald.
   Het hoeft zich ook niet onmiddellijk uit te spreken over de teruggave van de betaalde geldboeten.
   § 5. Het [4 Marktenhof]4 draagt er zorg voor dat de vertrouwelijkheid van het dossier bezorgd door het Instituut, wordt bewaard gedurende de hele procedure voor het hof.]1
  ----------
  (1)<W 2009-05-31/15, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 20-07-2009>
  (2)<W 2010-12-13/06, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 31-12-2010>
  (3)<W 2012-07-10/05, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 04-08-2012>
  (4)<W 2016-12-25/14, art. 112 en 160, 011; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 2/1.[1 De voorzieningen in cassatie gericht tegen de arresten van het [3 Marktenhof]3 gewezen met toepassing van dit hoofdstuk kunnen eveneens worden ingeleid door de [2 Minister die bevoegd is voor Telecommunicatie of de Minister die bevoegd is voor de Postsector]2, zonder dat hij een belang moet aantonen en zonder dat hij partij is geweest voor het [3 Marktenhof]3.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2009-05-31/15, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 20-07-2009>
  (2)<W 2010-12-13/06, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 31-12-2010>
  (3)<W 2016-12-25/14, art. 112 en 160, 011; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 3.[1 Voor alle aspecten die betrekking hebben op de procedure voor het [2 Marktenhof]2 en die niet worden behandeld in dit hoofdstuk, gelden de bepalingen uit het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot het beroep.]1
  ----------
  (1)<W 2009-05-31/15, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 20-07-2009>
  (2)<W 2016-12-25/14, art. 112 en 160, 011; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  HOOFDSTUK III. - Geschillenbehandeling.

  Art. 4.[1 Onverminderd het recht voor elke partij om de zaak aanhangig te maken bij een rechtbank, in geval van geschil tussen aanbieders van telecommunicatienetwerken, -diensten of -apparatuur, of in geval van een geschil tussen postoperatoren volgens de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, of in geval van een geschil tussen in de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bedoelde aanbieders van elektronische-communicatiediensten of -netwerken of omroeporganisaties, neemt het Instituut binnen een termijn van vier maanden, met uitzondering van uitzonderlijke omstandigheden, en volgens de procedure vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, een bindende administratieve beslissing.
   Er is slechts een geschil in de zin van het eerste lid van dit artikel indien de partijen geen onderhandelde oplossing bereiken binnen de vier maanden na een gemotiveerd verzoek om de onderhandelingen te openen.
   Uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, wordt de in het eerste lid bedoelde termijn teruggebracht tot twee maanden voor de geschillen bedoeld in artikel 28/1, § 3, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
   Het Instituut kan, op verzoek van een partij, en binnen de tien werkdagen na de indiening van zulk verzoek, kennelijk onontvankelijke of ongegronde verzoeken tot geschillenbeslechting bij gemotiveerde beslissing afwijzen. Alvorens een verzoek als kennelijk onontvankelijk of ongegrond af te wijzen, hoort het Instituut alle betrokken partijen.
   Een verzoek om geschillenbeslechting in de zin van dit artikel maakt een einde aan de verzoeningsprocedure bedoeld in artikel 14, § 1, 4°, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
   Tegen de besluiten van het Instituut genomen ter uitvoering van dit artikel en van artikel 4/1 kan het in artikel 2 bepaalde rechtsmiddel worden ingesteld.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-31/30, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 18-02-2018>

  Art. 4/1.[1 § 1. Wanneer inzake elektronische communicatie een grensoverschrijdend geschil ontstaat dat onder de bevoegdheid van de nationale regelgevende instanties van ten minste twee lidstaten waaronder België valt, en een partij legt het geschil voor aan [3 het Instituut]3 op grond van artikel 4 van de wet, zijn de volgende paragrafen van toepassing.
   § 2. Elke partij kan het geschil voorleggen aan [3 het Instituut]3 zelfs als het geschil al aan een andere nationale regelgevende instantie van een andere lidstaat voorgelegd wordt.
   Indien het geschil zowel aan [3 het Instituut]3 als aan ten minste een nationale regelgevende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie werd voorgelegd coördineert [3 het Instituut]3 zijn werkzaamheden met de werkzaamheden van deze nationale regelgevende instantie om een consistente oplossing voor het geschil te vinden, conform de doelstellingen die worden opgesomd in artikelen 6 tot 8 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
   § 3. Wordt het geschil niet voorgelegd aan één of meerdere nationale regelgevende instanties van andere lidstaten van de Europese Unie die eveneens bevoegd zijn, dan beslecht [3 het Instituut]3 het geschil door het nemen van maatregelen, genomen in overeenstemming met de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
   Alvorens het geschil te beslechten door het nemen van maatregelen kan [3 het Instituut]3 BEREC verzoeken een aanbeveling te geven over de te nemen maatregelen.
   § 4. Wordt het geschil door een partij voorgelegd aan een nationale regelgevende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie die eveneens bevoegd is, vooraleer [3 het Instituut]3 het geschil beslecht door het nemen van maatregelen, dan verzoekt [3 het Instituut]3 BEREC een aanbeveling te geven over de te nemen maatregelen, of schort [3 het Instituut]3 de behandeling van het geschil op totdat BEREC een aanbeveling heeft gegeven over de te nemen maatregelen op verzoek van een nationale regelgevende instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie.
   § 5. [3 Het Instituut]3 beslecht het geschil niet door maatregelen te nemen alvorens BEREC de door [3 het Instituut]3 of door een nationale regelgevende instantie van een lidstaat van de Europese Unie, gevraagde aanbeveling heeft gegeven, onverminderd de toepassing van artikel 20 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
   Bij het nemen van maatregelen om het geschil te beslechten, houdt [3 het Instituut]3 zo veel mogelijk rekening met de door BEREC gegeven aanbeveling.
   § 6. Nadat BEREC zijn aanbeveling heeft gegeven, kan [3 het Instituut]3 beslissen om de beslechting van het geschil door het nemen van maatregelen over te laten aan één van deze nationale regelgevende instanties.
   § 7. [3 Het Instituut]3 kan beslissen, alleen indien het geschil enkel [3 aan het Instituut]3 wordt voorgelegd of, indien dat niet het geval is, in onderlinge overeenstemming met de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten aan wie het geschil eveneens werd voorgelegd een geschil niet te beslechten door het nemen van maatregelen wanneer er andere mechanismen bestaan, zoals arbitrage of bemiddeling, die beter zouden kunnen bijdragen tot het tijdig beslechten van het geschil conform de principes die worden opgesomd in artikelen 6 tot 8 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
   [3 Het Instituut]3 stelt de partijen daarvan onverwijld in kennis.
   Indien het geschil binnen vier maanden niet is beslecht, indien het geschil niet voor een andere rechtbank is gebracht door de eisende partij, en indien één van de partijen erom verzoekt, worden paragrafen 2 tot 6 toegepast, naar gelang van het geval.
   § 8. Deze procedure sluit het instellen van andere gerechtelijke procedures niet uit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-07-10/05, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 04-08-2012>
  (2)<W 2013-04-03/18, art. 20, 009; Inwerkingtreding : 06-09-2013 (AR 2013-08-30/14, art. 1)>
  (3)<W 2017-07-31/30, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 18-02-2018>

  HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen.

  Art. 5.§ 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, (vóór 31 december 2007), de bepalingen van deze wet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen om alle noodzakelijke maatregelen te nemen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de inwerkingtreding van richtlijnen van de Europese Unie. <W 2007-04-25/38, art. 164, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  Het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State wordt gelijktijdig gepubliceerd met het verslag aan de Koning over het desbetreffende koninklijk besluit.
  § 2. Het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van § 1 van dit artikel wordt opgeheven indien het niet bij wet bekrachtigd wordt binnen vijftien maanden die volgen op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  [1 § 3. Aan alle verplichtingen opgenomen in deze en alle andere wetten die betrekking hebben op aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet en hun uitvoeringsbesluiten die betreffende de aangetekende zendingen de woorden " bij de post ", " per post " of elke andere soortgelijke verwijzing bevatten is voldaan wanneer gebruik wordt gemaakt van een aangetekende zending zoals gedefinieerd in artikel 131, 9° van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven of wanneer gebruik wordt gemaakt van een elektronisch aangetekende zending overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten.]1
  ----------
  (1)<W 2010-12-13/06, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 31-12-2010>

  HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding.

  Art. 6. Deze wet treedt in werking de dag waarop het besluit bedoeld in artikel 17, § 2, van de hoger vermelde wet van 17 januari 2003, in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze bepaling af, bevelen dat zij met s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 januari 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand,
R. DAEMS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2003014153
PUBLICATIE :
2003-06-04
bladzijde : 30428

Errata



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 31-07-2017 GEPUBL. OP 12-09-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 4/1)
  • originele versie
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 2/1; 3; 4)
  • originele versie
  • WET VAN 26-03-2014 GEPUBL. OP 28-04-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • originele versie
  • WET VAN 03-04-2013 GEPUBL. OP 26-04-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 4/1)
  • originele versie
  • WET VAN 10-07-2012 GEPUBL. OP 25-07-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 1/1; 2; 4/1)
  • originele versie
  • WET VAN 13-12-2010 GEPUBL. OP 30-12-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 2/1; 4; 5)
  • originele versie
  • WET VAN 31-05-2009 GEPUBL. OP 10-07-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 2/1; 3; 4)
  • originele versie
  • WET VAN 25-04-2007 GEPUBL. OP 08-05-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 5)
  • originele versie
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 28-07-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • originele versie
  • WET VAN 06-07-2005 GEPUBL. OP 11-08-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 2)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire Stukken. 50 1937 / (2002/2003) : 001 : Wetsontwerp. 002 : Bijlage. 003 : Amendement. 004 : Amendement. 005 : Amendement. 006 : Amendement. 007 : Amendement. 008 : Amendement. 009 : Verslag. 010 : Aangenomen tekst. 011: Amendement. 012 : Aangenomen tekst. 013 : Aangenomen tekst. 014 : Amendement. 015 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Parlementaire Handelingen. Bespreking en aanneming. [Vergaderingen van 10 en 13 december 2002]. Senaat. Parlementaire Stukken. 2-1392 - 2002 / 2003 : 001 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. 002 : Amendementen. 003 : Verslag. 004 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd. Parlementaire Handelingen. Bespreking en aanneming. [Vergadering van 20 en 23 december 2002].

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 11 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie