J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2002/05/02/2002031310/justel

Titel
2 MEI 2002. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van premies voor de verfraaiing van gevels.

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 25-06-2002 nummer :   2002031310 bladzijde : 28625       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2002-05-02/45
Inwerkingtreding : 01-09-2002

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2000031203       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Hoedanigheid van de aanvrager.
Art. 2-4
HOOFDSTUK III. - Subsidieerbare werken.
Art. 5-8
HOOFDSTUK IV. - Berekening van de premie.
Art. 9-12
HOOFDSTUK V. - Indiening en behandeling van de aanvragen.
Art. 13-18
HOOFDSTUK VI. - Verplichtingen van de aanvrager.
Art. 19
HOOFDSTUK VII. - Terugbetaling.
Art. 20
HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 21-24

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet men verstaan onder :
  1° Minister : de Minister belast met Stadsvernieuwing.
  2° Premie : de premie voor de verfraaiing van gevels.
  3° Gebouw : gebouw waarvan ten minste twee derden van de niveaus bestemd zijn voor woning en die sinds (meer dan vijfentwintig jaar is gebouwd op datum) van de indiening van de aanvraag tot toekenning van de premie. <Erratum, zie B.St. 31.08.2002, p. 38879>
  4° Eigenaar : natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die beschikt over een wettelijke titel die betrekking heeft op de volle eigendom, het vruchtgebruik of de naakte eigendom van de woning.
  5° Beheerder niet-bewoner : natuurlijke persoon of vereniging die, zonder eigenaar te zijn van de woning, deze beheert krachtens de wet of een overeenkomst.
  6° Gewone mede-eigenaars : medeëigenaars bedoeld in artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, dit wil zeggen de personen die een gebouw in onverdeeldheid bezitten.
  7° Gedwongen mede-eigenaars : medeëigenaar zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, dit wil zeggen alle personen die een lot van een gebouw bezitten, dat bestaat uit een privatief deel en een aandeel in het gemeenschappelijk deel van dit gebouw, beheerd door een basisakte en een reglement van mede-eigendom.
  8° Vereniging van mede-eigenaars vereniging bedoeld in artikel 577-5 van het Burgerlijk Wetboek, dit wil zeggen de rechtspersoonlijkheid die het geheel der gedwongen mede-eigenaars kan aannemen voor het beheer van het gebouw.
  9° Vereniging : vereniging zonder winstoogmerk zoals bedoeld in de wet van 27 juni 1921 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid aan de verenigingen zonder winstoogmerk en aan de instellingen van openbaar nut.
  10° Sociaal Immobiliënkantoor (SIK) vereniging zoals opgericht door de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad van 12 februari 1998 en gewijzigd door de ordonnantie van 8 november 2001.
  11° Huisvestingsmaatschappij : hetzij openbare vastgoedmaatschappij erkend door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, hetzij het Woningfonds van de Gezinnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  12° Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP) : ontwerp van Gewestelijk Ontwikkelingsplan goedgekeurd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 20 september 2001.
  13° Perimeter van de Ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de renovatie (RVOHR) : geografische ruimte zoals bepaald in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan.
  14° Perimeter met wijkcontract : geografische ruimte gelegen binnen de perimeter van de ruimte voor de versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de renovatie en waarop een herwaarderingsprogramma toepasselijk is dat is goedgekeurd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in toepassing van de organieke ordonnantie houdende herwaardering van de wijken van 7 oktober 1993, gewijzigd door de ordonnantie van 20 juli 2000.
  15° Zone van culturele, historische, esthetische waarde voor stadsverfraaiing : ruimte zoals vastgesteld door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001 tot goedkeuring van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP).
  16° Structurerende ruimte : geografische ruimte zoals (vastgesteld door het besluit van Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001 tot goedkeuring van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GPB)). <Erratum, zie B.St. 31.08.2002, p. 38879>
  17° Aannemer : aannemer die, op het ogenblik van het indienen van de aanvraag, geregistreerd is overeenkomstig de artikelen 400 en 404 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, voor de werken bedoeld in het besluit.
  18° (Staat van eigendom : ofwel een staat van eigendom opgesteld door de dienst Registratie en Domeinen die alle eigenaars omvat met opgave van hun eigendomsaandeel en de aard van hun rechten, hetzij een verkoopakte of een afschrift ervan, hetzij een eigendomsattest verstrekt door de notaris.) <Erratum, zie B.St. 31.08.2002, p. 38879>
  19° Bestek : bestek opgesteld in naam van de aanvrager door een erkend aannemer zoals bepaald in 17°, waarop het adres van de werken staat gepreciseerd en met vermelding van : de naam van de aannemer, zijn BTW-nummer, zijn registratienummer, zijn adres, de beschrijving van de aangewende technieken en van de toegepaste methode, evenals de lijst van de gebruikte producten;
  20° Factuur : origineel van de naar de vorm opgemaakte factuur, of een voor eensluidend verklaarde kopie ervan, opgemaakt op naam van de aanvrager, met vermelding van het adres van de bouwplaats en die betrekking heeft op de werken die in de aanvraag zijn bepaald.
  21° Inkomsten : het gezamenlijk belastbaar inkomen van de aanvrager bedoeld in 4° en in het voorkomend geval van zijn echtgenote of van iedere persoon waarmee hij samenwoont, van het voorlaatste jaar voorafgaand aan het jaar van de aanvraag, te verhogen in voorkomend geval, voor dezelfde periode, met de afzonderlijk belastbare inkomens en/of de inkomens van de personen zoals bedoeld in artikel 4 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 die niet aan de personenbelasting onderworpen zijn.
  22° Personen ten laste : de personen ten laste in de zin van artikel 136 van het, Wetboek van de Inkomstenbelastingen van het voorlaatste jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  HOOFDSTUK II. - Hoedanigheid van de aanvrager.

  Art. 2. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan een premieaanvraag worden ingediend door :
  1° hetzij de eigenaar van de woning, hetzij de gewone mede-eigenaars, hetzij de gedwongen mede-eigenaars die handelen krachtens een beslissing van de algemene vergadering van de eigenaars of de vereniging van mede-eigenaars;
  2° hetzij de natuurlijke of privaatrechtelijke rechtspersoon die over een erfpacht over het gebouw beschikt;
  3° de natuurlijke persoon, van minstens achttien jaar oud, met zijn hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en die hiervoor beschikt over een geregistreerde handelshuurovereenkomst die, op de datum van de indiening van de aanvraag, nog een geldigheidsduur van minstens zes jaar heeft;
  4° de vereniging die ijvert voor de renovatie van de huisvesting evenals het sociaal vastgoedkantoor : hetzij de eigenaar, hetzij de houder van een erfpachtovereenkomst, hetzij met de eigenaar, de houder van de erfpachtovereenkomst of de beheerder rietbewoner een huurovereenkomst of (een beheermandaat heeft met een duur die) langer is dan vijf jaar bij de indiening van de aanvraag. <Erratum, zie B.St. 31.08.2002, p. 38880>

  Art. 3. Mogen geen aanvraag tot een premie indienen :
  1° de huisvestingsmaatschappijen zoals bedoeld in artikel 1, 11;
  2° de (Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest); <Erratum, zie B.St. 20.07.2002, p. 32754>
  3° de gemeentelijke en gewestelijke Grondregies;
  4° de gemeenten;
  5° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  6° de bejaardentehuizen, rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen en de homes die overheidssubsidies voor hun infrastructuur ontvangen.

  Art. 4. Binnen de perken van de beschikbare kredieten die daartoe ingeschreven staan op de begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, kent de Minister, onder de in dit besluit vastgelegde voorwaarden, een premie toe.

  HOOFDSTUK III. - Subsidieerbare werken.

  Art. 5. Kunnen gesubsidieerd worden, de werken om de volledige gevel of gevels in hun staat van netheid terug te brengen, ze te rehabiliteren of ze tot hun recht te laten komen, die :
  1° hetzij gelegen zijn aan de openbare weg;
  2° hetzij gelegen zijn op maximum acht meter achter de scheidingslijn tussen het privaat domein en de openbare weg; in een Zone van culturele, historische en esthetische waarde voor Stadsverfraaiing, de maximale afstand wordt verlengd tot twaalf meter;
  3° en die in de twee gevallen aangrenzende gebouwen betreffen.

  Art. 6. Mogen enkel gesubsidieerd worden de werken aan de gevels van de gebouwen zoals deze zijn bepaald in artikel 1, 3°. De kelders en de niet-ingerichte zolderverdieping zijn niet in het aantal niveaus inbegrepen.

  Art. 7. Vallen niet onder de toepassing van het besluit :
  - de appart-hotels en de gebouwen met een gelijkaardige functie,
  - de hotels,
  - de werken die, voor en tijdens de heropbouw, enkel de voorgevels en/of de gemene muren van het gebouw behouden.

  Art. 8. De Minister bepaalt de aard van de aanvaarde werken, van de toegestane werkwijzen en materialen, alsook van de maximale prijzen.
  De premie wordt berekend op basis van de kostprijzen van de materialen en het werk, zoals ze toegelaten zijn door de afgevaardigde van de Minister.

  HOOFDSTUK IV. - Berekening van de premie.

  Art. 9. § 1. Het premiebedrag wordt als volgt bepaald :
  1° in perimeters met een wijkcontract : tegen 75 % van de kostprijs van de aanvaarde werken; dit bedrag wordt met 10 % verhoogd wanneer de inkomsten van de aanvrager de 40.000 EUR niet overstijgen;
  2° in perimeters met een structurerende ruimte en een ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de renovatie, evenals in de zones van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing : tegen 50 % van de kostprijs van de aanvaarde werken; dit bedrag wordt met 25 % verhoogd wanneer de inkomsten van de aanvrager de 40.000 EUR niet overstijgen;
  3° buiten deze perimeters : tegen 30 % van de kostprijs van de aanvaarde werken; dit bedrag wordt met 25 % verhoogd wanneer de inkomsten van de aanvrager de 40.000 EUR niet overstijgen.
  § 2. Het bedrag van de inkomsten waarmee rekening wordt gehouden voor de berekening van de premie wordt verhoogd :
  1° met 2.500 EUR zo de aanvrager en zijn echtgenote of de persoon waarmee hij samenwoont beiden minder dan vijfendertig jaar oud zijn op het ogenblik van de aanvraag;
  2° met 2.500 EUR voor elke persoon ten laste.
  § 3. Voor de aanvragers beoogd in artikel 2, 4°, wordt het percentage eenvormig vastgesteld op 80 % van de aanvaarde werken.
  § 4. Als de woning op meerdere perimeters of zones gelegen is, bepaalt de perimeter of de zone die het meest voordelig is voor de aanvrager het percentage van de premie.

  Art. 10. Het bedrag van de werken, aanvaard door de afgevaardigde van de Minister, rekening houdende met de maximumprijzen vastgesteld door de Minister, bedraagt maximaal 25.000 EUR inclusief BTW en minimaal 700 EUR inclusief BTW.

  Art. 11. (Elk gebouw dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een premie vóór het besluit) van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 september 1990 betreffende de toekenning van premies voor de verfraaiing van gevels, kan niet opnieuw een premie genieten in toepassing van onderhavig besluit voor een termijn var twintig jaar, na datum van het besluit tot vereffening van de vroegere premie. <Erratum, zie B.St. 31.08.2002, p. 38879>

  Art. 12. Indien in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag een toelage wordt of werd toegekend aan de aanvrager voor aan een beschermd goed uitgevoerde werken tot behoud, overeenkomstig hei besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 mei 1996 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels voor hei toekennen van een subsidie aan een privaatrechtelijke persoon voor aan een beschermd goed uitgevoerde werken, worden de krachtens dit besluit gesubsidieerde werken niet in aanmerking genomen bij de raming van de kostprijs van de werken.

  HOOFDSTUK V. - Indiening en behandeling van de aanvragen.

  Art. 13. § 1. Op straffe van rietontvankelijkheid, moet de aanvraag worden ingediend hetzij bij aangetekend schrijven, hetzij door afgifte aan het onthaal van de dienst huisvesting van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door middel van behoorlijk ingevulde en ondertekende formulieren, die op eenvoudige aanvraag ter beschikking van het publiek worden gesteld.
  Het aanvraagdossier moet worden vergezeld van de volgende stukken :
  a) Voor de aanvragers bedoeld in artikel 2, 1° :
  1° een staat van eigendom van het gebouw. Indien de authentieke aankoopakte nog niet werd verleden of geregistreerd, kan de aanvraag worden ingediend op basis van een eensluidend verklaard afschrift van de verkoopovereenkomst. In dit geval, wordt de premie slechts uitbetaald na overhandiging van een eigendomsattest afgeleverd door de Notaris;
  2° een uittreksel van de kadastrale legger dat de einddatum van de bouwwerken aan de woning vermeldt indien betreffende 1°, wordt een document overgelegd ander dan de verkoopovereenkomst of een kopie hiervan;
  3° het gedetailleerde bestek van de werken zoals bepaald in artikel 1, 19°;
  4° de plans van de overwogen werken, in voorkomend geval;
  5° het afschrift van de overeenkomst gesloten met een architect, in voorkomend geval;
  6° in geval van een gewone mede-eigendom moet de aanvraag worden vergezeld van een stuk dat het akkoord van alle mede-eigenaars aangaande de uitvoering van de in de aanvraag voor de premie vermelde werken bevestigt en rekening houdt met de in artikel 19 bedoelde verplichting;
  7° in geval van een gedwongen mede-eigendom of van een vereniging van mede-eigenaars, moet de aanvraag worden vergezeld van de beslissing van de algemene vergadering van de eigenaars of van de vereniging van (mede-eigenaars die de uitvoering van) de in de aanvraag voor de premie vermelde werken bevestigt en rekening houdt met de in artikel 19 bedoelde verplichting. <Erratum, zie B.St. 31.08.2002, p. 38879>
  b) Voor de aanvragers zoals bedoeld in artikel 2, 2° :
  1° een uittreksel van de kadastrale legger dat de einddatum van de bouwwerken aan het gebouw vermeldt;
  2° het gedetailleerde bestek van de werken zoals bepaald in artikel 1, 19°;
  3° de plans van de overwogen werken, in voorkomend geval;
  4° een afschrift van de overeenkomst gesloten met een architect, in voorkomend geval;
  5° (een kopie van de geregistreerde erfpacht-overeenkomst). <Erratum, zie BSt.. 31.08.2002, p. 38879>
  c) Voor de aanvragers zoals bedoeld in artikel 2, 3° :
  1° een uittreksel van de kadastrale legger dat de einddatum van de bouwwerken aan de woning vermeldt;
  2° het gedetailleerde bestek van de werken zoals bepaald in artikel 1, 19°;
  3° de plannen van de geplande werken, in voorkomend geval;
  4° de kopie van de overeenkomst met de architect, in voorkomend geval;
  5° de kopie van de geregistreerde huurovereenkomst en van de handelshuur.
  d) Voor de aanvragers bedoeld in artikel 2, 4° :
  1° de kopie van de staat van eigendom of van de erfpacht of van het huurcontract of van het beheersmandaat, met een duur die langer is dan vijf jaar bij het indienen van de aanvraag;
  2° een uittreksel van de kadastrale legger dat de einddatum van de bouwwerken aan de woning vermeldt indien betreffende 1°, wordt een document overgelegd ander dan de verkoopovereenkomst of een kopie hiervan;
  3° het gedetailleerde bestek van de werken zoals bepaald in artikel 1, 19°;
  4° de kopie van een overeenkomst met een architect, in voorkomend geval
  5° de kopie van de stedenbouwkundige vergunning, in voorkomend geval;
  6° de plans van de geplande werken.
  § 2. Bij indiening door neerlegging aan het loket, als het dossier wordt aanvaard, krijgt de aanvrager een ontvangstbewijs.
  Bij gebreke, wordt het dossier onmiddellijk terugbezorgd aan de aanvrager om aangevuld te worden.
  § 3. Binnen vijftien werkdagen vanaf de datum van verzending van het dossier bij aangetekend schrijven of bij neerlegging aan het loket, wordt de aanvrager per brief in kennis gesteld van de al dan niet ontvankelijkheid van de door hem ingediende aanvraag.
  In voorkomend geval vermeldt de brief de voor te leggen bijkomende documenten.
  Indien de gevraagde stukken niet binnen zestig werkdagen na datum van deze brief werden bezorgd werden, wordt de aanvraag ais nietig beschouwd.
  § 4. Elke aanvraag kan slechts één gebouw beogen.
  § 5. Voor de gebouwen die hetzij beschermd zijn of waarvoor de procedure tot bescherming loopt, hetzij ingeschreven zijn op de bewaarlijst of waarvoor de procedure van inschrijving op deze lijst loopt, dient het Besluit van de Regering dat de werken toestaat bij het aanvraagformulier gevoegd te worden.

  Art. 14. Op straffe van verval van het recht op de premie, mogen de werken niet worden aangevat vóór het bezoek ter plaatse van de afgevaardigde van de Minister en de verzending van de door hem uitgereikte toelating. De voorafgaande plaatsing van stellingen wordt evenwel toegestaan.
  De afgevaardigde van de Minister verwittigt de aanvrager van het feit dat hij zijn bezoek heeft verricht, door in de brievenbus van de aanvrager het formulier bepaald door de Minister te posten. Dit bezoek vindt plaats binnen twintig werkdagen na datum van de verzending van de brief ter melding van de ontvankelijkheid van de aanvraag.

  Art. 15. § 1. Binnen twintig werkdagen na datum van het bezoek van de afgevaardigde van de Minister die de werken toelaat, wordt de voorlopige toekenningsbelofte van de premie aan de aanvrager betekend.
  De voorlopige belofte wordt vergezeld van de toelating om tot de werken over te gaan en van de nota met een detail van het toegekende bedrag en de verantwoording van de niet-aanvaarde werken.
  § 2. Na de betekening van de voorlopige toekenningsbelofte en indien het bedrag van de aanvaarde werken de 2.500 euro overstijgt, kan aan de aanvrager een voorschot voor de helft van het bedrag van de premie worden uitbetaald, na overlegging van de eerste factuur van de aannemer, en in zover de inkomsten van de aanvrager de 35.000 euro niet overstijgen.

  Art. 16. Binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de betekening van de voorlopige belofte bedoeld in artikel 15, moet de aanvrager :
  1° de werken hebben laten uitvoeren en factureren;
  2° het formulier, bepaald door de Minister, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vergezeld van de facturen zoals deze bepaald in het artikel 1, 20°, tegen ontvangstbewijs hebben ingediend of per aangetekende brief met ontvangstbewijs naar de dienst huisvesting van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben verzonden;
  In geval van overmacht, kan deze termijn met maximum één jaar door de Minister worden verlengd.

  Art. 17. De afgevaardigde van de Minister verwittigt de aanvrager, per brief, van de dag en het uur van zijn nieuw bezoek met het oog op de vaststelling van de integrale uitvoering van de werken, overeenkomstig de aanvraag en volgens de regels van de kunst zoals erkend door het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB).
  Elke wijziging in vergelijking met de lijst van de werken die het voorwerp uitmaakten van de voorlopige belofte bedoeld in artikel 15 moet het voorwerp uitmaken van een voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de afgevaardigde van de Minister.
  Binnen twintig werkdagen na datum van dit bezoek, richt de afgevaardigde van de Minister aan de aanvrager, per brief, de definitieve belofte van toekenning van de premie, die het bedrag van de aanvaarde werken en de berekening van de premie omvat.

  Art. 18. Onverminderd artikel 15, § 2, wordt het bedrag van de premie uitbetaald binnen zestig werkdagen na datum van de verzending van de definitieve belofte van toekenning van de premie.

  HOOFDSTUK VI. - Verplichtingen van de aanvrager.

  Art. 19. De aanvrager verbindt zich ertoe in geval van wijziging van de bestemming van de woning zoals bepaald in artikel 1, 3°, binnen vijf jaar na datum van de betaling van de premie, het bedrag ervan terug te betalen.

  HOOFDSTUK VII. - Terugbetaling.

  Art. 20. Onverminderd de bepalingen van het Strafwetboek of gerechtelijke vervolgingen in toepassing van het koninklijk besluit van 31 mei 1933, is de aanvrager ertoe gehouden, de op basis van dit besluit ontvangen sommen aan het Hoofdstedelijk Gewest terug te betalen, alsook de bijkomende interesten berekend tegen de wettelijke rentevoet geldend op de datum van de beslissing tot terugvordering :
  1° in geval van onjuiste of bedrieglijke verklaring, afgelegd teneinde ten onrechte de premie te verkrijgen;
  2° in geval van niet-naleving van de verplichting bedoeld in artikel 19;
  3° in geval van weigering tot voorleggen van de door de administratie gevraagde stukken, overeenkomstig het laatste lid.
  Het terug te betalen bedrag moet worden gestort aan het Fonds voor Stedenbouw en Grondbeheer ingeschreven onder titel II, afdeling 16, sectie 4 artikel 02.58.20 van de Middelenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  In geval van niet-terugbetaling van de premie binnen de termijn vastgelegd door het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zal de terugvordering ervan worden toevertrouwd aan de Administratie van de BTW, van de Registratie en Domeinen, die handelt overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende de coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit.
  Het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan aan de begunstigden alle stukken vragen nodig tot het bewijzen van de naleving van de verbintenissen bepaald in artikel 19.

  HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.

  Art. 21. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 mei 2000 betreffende de toekenning van premies voor de verfraaiing van gevels wordt opgeheven.

  Art. 22. Bij wijze van overgangsmaatregel blijft het in artikel 21 genoemde besluit nochtans van toepassing op de aanvragen ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit.

  Art. 23. Dit besluit treedt in werking op de 1ste september 2002.

  Art. 24. (De Minister tot wiens bevoegdheid de Stadsvernieuwing behoort) is belast met de uitvoering van dit besluit. <Erratum, zie B.St. 31.08.2002, p. 38879>el, 2 mei 2002.
  De Minister-Voorzitter, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
  F.-X. de DONNEA.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de Huisvestingscode;
   Gelet op de ordonnantie van 20 december 2001 houdende de Algemene Uitgavenbegroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid de basisallocatie 16.31.21.53.10 " premies aan privé-personen voor het reinigen van gevels ";
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 11 maart 2002;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 29 maart 2002;
   Gelet op de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 28 maart 2002 over het verzoek tot advies te geven door de Raad van State binnen een termijn die één maand niet overschrijdt;
   Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 23 april 2002, bij toepassing van artikel 84, al. 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op voorstel van [de Minister belast met Stadvernieuwing], (Erratum, zie B.St. 31.08.2002, p. 38879)
Erratum Tekst Begin

originele versie
2002031449
PUBLICATIE :
2002-08-31
bladzijde : 38879

Erratum



Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten
Erratum Franstalige versie