J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 31 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/1999/05/06/1999027517/justel

Titel
6 MEI 1999. - Decreet betreffende de uitoefening door de Duitstalige Gemeenschap van de bevoegdheden van het Waalse Gewest inzake Tewerkstelling en Opgravingen (VERTALING)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-07-1999 en tekstbijwerking tot 29-12-2015)

Bron : WAALSE GEWEST
Publicatie : 03-07-1999 nummer :   1999027517 bladzijde : 25253       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 1999-05-06/77
Inwerkingtreding :
01-01-2000 A10     A11


Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1994027060       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Tewerkstelling.
Art. 1-5, 5/1, 5/2, 5/3, 6-9
HOOFDSTUK II. - Opgravingen.
Art. 10-12
HOOFDSTUK III. - Slotbepaling.
Art. 13

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Tewerkstelling.

  Artikel 1.Op het grondgebied van het Duitse taalgebied, oefent de Duitstalige Gemeenschap [1 ...]1 bevoegdheden van het Waalse Gewest uit in de aangelegenheid tewerkstelling, [1 bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 1° tot 7° en 9° tot 13°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, hierna bijzondere wet van 8 augustus 1980 genoemd]1.
  Deze bevoegdheden worden door de Raad en de Regering van de Duitstalige Gemeenschap uitgeoefend.
  [1 Het beleid gevoerd inzake tewerkstelling maakt het voorwerp uit van een specifieke opvolging in het kader van een samenwerkingsakkoord gesloten tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.]1
  ----------
  (1)<DWG 2015-12-17/09, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 2. De roerende en onroerende goederen van de " Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi " (Gemeenschaps- en Gewestdienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling), gelegen op het grondgebied van het Duitse taalgebied, die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van de in artikel 1 bedoelde bevoegdheden, worden zonder vergoeding aan de Duitstalige Gemeenschap overgedragen.
  De voorwaarden voor deze overdracht worden bij besluit van de Waalse Regering vastgesteld, op eensluidend advies van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap.
  De overdrachten worden van rechtswege uitgevoerd. Ze kunnen zonder verdere vormen aan derden tegengeworpen worden vanaf de inwerkingtreding van het in het tweede lid bedoelde besluit.

  Art. 3. § 1. Met het oog op de uitoefening van de in artikel 1 bedoelde bevoegdheden worden personeelsleden van de " Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi " aan de Duitstalige Gemeenschap overgedragen bij besluit van de Waalse Regering op eensluidend advies van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap.
  Van de personeelsleden die volgens het statuut in dienst zijn, kunnen alleen degenen die de voorwaarde vervullen bedoeld in artikel 69, § 2, van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap overgedragen worden.
  Voor de personeelsleden die in het Duitse taalgebied aangesteld zijn, alsook voor de Duitstalige taaladjunct kunnen de overdrachten van ambtswege plaatsvinden.
  § 2. De Waalse Regering bepaalt, in samenspraak met de representatieve organisaties van het personeel, de datum en de voorwaarden voor de overdracht van de in § 1 bedoelde personeelsleden.
  De personeelsleden worden in hun graad of in een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid overgedragen.
  Ze bewaren ten minste de bezoldiging en de anciënniteit die ze hadden of zouden hebben gehad als ze het ambt verder uitgevoerd hadden die ze bij de overdracht bekleedden.

  Art. 4.[1 § 1. In verband met de overdracht van de uitoefening van de in artikel 1 bedoelde bevoegdheden wordt een jaarlijkse dotatie die vanaf het jaar 2016 op de begroting van het Waalse Gewest opgenomen wordt, aan de Duitstalige Gemeenschap toegekend.
   § 2. Het basisbedrag van de jaarlijkse dotatie stemt overeen met de som van de in 1° en 2° bedoelde bedragen en verminderd van het in 3° bedoelde bedrag :
   1° 13.297.000 euro;
   2° 1,396 procent van de middelen bedoeld in artikel 35nonies, § 1, tweede lid, 1°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, hierna bijzondere wet van 16 januari 1989 genoemd, vermenigvuldigd met het aandeel van het Waalse Gewest in de ontvangsten van de federale personenbelasting;
   3° 555.000 euro;
   § 3. Voor het begrotingsjaar 2016 wordt het in § 2 bedoelde basisbedrag aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het begrotingsjaar 2016 en aan 75 % van de werkelijke groei van het bruto binnenlands product van het begrotingsjaar 2016 volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 33, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989; bedoeld basisbedrag wordt daarna met het bedrag van 555.000 euro verminderd.
   Vanaf het begrotingsjaar 2017 wordt het voor het vorige begrotingsjaar toegekende bedrag jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan een percentage van de werkelijke groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 33, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989.
   Dit percentage is gelijk aan :
   1°) 55 procent op het aandeel van de werkelijke groei die niet hoger is dan 2,25 %;
   2°) 100 procent op het aandeel van de werkelijke groei die hoger is dan 2,25 %.
   § 4. Het bedrag van de overeenkomstig §§ 2 en 3 bepaalde dotatie wordt verhoogd met de absolute waarde van de som van de twee volgende bedragen :
   1° 1,396 procent van het bedrag ontvangen door het Waalse Gewest overeenkomstig artikel 4/1, § 2, 3°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989;
   2° 1,396 procent van de som van de volgende bedragen :
   a) het bedrag ontvangen door het Waalse Gewest overeenkomstig artikel 4/1, § 2, 4°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989;
   b) de negatieve waarde van een bedrag overeenstemmend met een negende van het bedrag bedoeld in artikel 35nonies, § 1, tweede lid, 2°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989, vermenigvuldigd met het aandeel van het Waalse Gewest in de ontvangsten van de federale personenbelasting.
   De in het eerste lid bedoelde verhoging blijft nominaal constant van het begrotingsjaar 2016 tot en met het begrotingsjaar 2024. Van het begrotingsjaar 2015 tot en met het begrotingsjaar 2034 wordt ze lineair tot 0 beperkt.]1
  ----------
  (1)<DWG 2015-12-17/09, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 5.§ 1.[1 ...]1
  § 2. De jaarlijkse dotatie wordt gestort op de eerste werkdag van de maand mei van het betrokken jaar.
  § 3. In geval van overschrijding van de in § 2 bedoelde termijn en na kennisgeving daarvan aan het Waalse Gewest, mag de Duitstalige Gemeenschap een lening aangaan bij een kredietinstelling die van tevoren met de instemming van het Waalse Gewest aangewezen is.
  Voor deze lening geldt van rechtswege de waarborg van het Waalse Gewest. Het financiële stelsel van deze lening maakt het voorwerp uit van een algemene overeenkomst die van tevoren tussen de betrokken Regeringen en de kredietinstelling gesloten is.
  De financiële dienst van deze lening komt rechtstreeks ten laste van het Waalse Gewest.
  ----------
  (1)<DWG 2015-12-17/09, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 5/1. [1 § 1. Indien overeenkomstig artikel 6, § 1, IX, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 een financiële tegemoetkoming in mindering gebracht wordt van de middelen die op grond van artikel 35nonies, § 1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989, aan het Waalse Gewest zijn toegekend, wordt een financiële tegemoetkoming in mindering gebracht van de jaarlijkse dotatie die op grond van artikel 4 aan de Duitstalige Gemeenschap is toegekend wanneer het percentage vrijgestelde dagen wegens opleiding, studies of stage ten opzichte van het aantal dagen van vergoede volledige werkloosheid van hetzelfde jaar hoger is dan 12 % op het grondgebied van het Duitse taalgebied.
   De financiële tegemoetkoming die in mindering wordt gebracht van de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse dotatie die op grond van artikel 4 toegekend wordt aan de Duitstalige Gemeenschap, wordt bekomen door optelling van de volgende bedragen :
   1° 35,50 euro, vermenigvuldigd met het aantal werkloosheidsdagen van het vorige jaar vrijgesteld op het grondgebied van het Duitse taalgebied om redenen van vorming, studie of stage, dat meer dan 12 % bedraagt, zonder 14 % te overtreffen van het aantal volledig vergoede werkloosheidsdagen van hetzelfde jaar, op het grondgebied van het Duitse taalgebied, vermenigvuldigd met een factor 0,5;
   1° 35,50 euro, vermenigvuldigd met het aantal werkloosheidsdagen van het vorige jaar vrijgesteld op het grondgebied van het Duitse taalgebied om redenen van vorming, studie of stage, dat meer dan 14 % bedraagt van het aantal volledig vergoede werkloosheidsdagen van hetzelfde jaar, op het grondgebied van het Duitse taalgebied.
   Het bedrag van 35,50 euro wordt vanaf het begrotingsjaar 2016 jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen en aan een percentage van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar volgens de modaliteiten bepaald in artikel 33, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989. Dit percentage is gelijk aan het percentage zoals bepaald in artikel 35nonies, § 1, vijfde lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989.
   De vrijstellingen voor vormingen voorbereidend op een knelpuntberoep en de vrijstellingen die toegekend worden in het kader van een activiteitencoöperatie worden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van deze paragraaf.
   § 2. Indien een financiële tegemoetkoming overeenkomstig artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 in mindering gebracht wordt van de middelen die op grond van artikel 35nonies, § 1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989, aan het Waalse Gewest zijn toegekend, wordt een financiële tegemoetkoming in mindering gebracht van de jaarlijkse dotatie die op grond van artikel 4 aan de Duitstalige Gemeenschap is toegekend indien het gemiddelde jaarlijkse aantal personen die in het systeem van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA)zijn tewerkgesteld en die op het grondgebied van het Duitse taalgebied woonachtig zijn, hoger is dan 127.
   De financiële tegemoetkoming die in mindering wordt gebracht van de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse dotatie toegekend aan de Duitstalige Gemeenschap op grond van artikel 4, wordt bekomen door het bedrag van 6.000 euro te vermenigvuldigen met het verschil tussen enerzijds, het aantal personen die het vorige jaar in het PWA-systeem zijn tewerkgesteld en die woonachtig zijn op het grondgebied van het Duitse taalgebied en anderzijds, 127.
   Het bedrag van 6.000 euro wordt vanaf het begrotingsjaar 2016 jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen en aan een percentage van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar volgens de modaliteiten bepaald in artikel 33, § 2, van de bijzondere wet van 16 januari 1989. Dit percentage is gelijk aan het percentage zoals bepaald in artikel 35nonies, § 1, vijfde lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DWG 2015-12-17/09, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  

  Art. 5/2. [1 § 1er. Het Waalse Gewest neemt jaarlijks van de in artikel 4 bedoelde dotatie een bedrag op dat, wat betreft de Duitstalige Gemeenschap, overeenstemt met de raming van het bedrag van de budgettaire impact op het betrokken begrotingsjaar van de uitoefening van de bevoegdheden door de federale instellingen bevoegd voor het doelgroepenbeleid bedoel in artikel 6, § 1, IX, 7°, a) en b), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 volgens de modaliteiten bedoeld in het koninklijk besluit van 23 augustus 2014 tot uitvoering van artikel 54, § 1, tiende lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.
   Na het verstrijken van het betrokken begrotingsjaar wordt een bedrag, "saldo" genoemd, bepaald dat overeenstemt met het verschil tussen de volgende bedragen :
   1° het door het Waalse Gewest opgenomen bedrag dat in het eerste lid bedoeld is;
   2° het bedrag dat werkelijk uitgegeven is door de federale instellingen bevoegd voor het doelgroepenbeleid bedoel in artikel 6, § 1, IX, 7°, a) en b), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 voor rekening van de Duitstalige Gemeenschap.
   Indien het saldo negatief is, neemt het Waalse Gewest na overleg met de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, van de in artikel 4 bedoelde dotatie van het volgende begrotingsjaar de absolute waarde van het bedrag van het saldo op.
   Indien het saldo positief is, voegt het Waalse Gewest bedoeld bedrag toe aan het bedrag van de in artikel 4 bedoelde dotatie van het volgende begrotingsjaar.
   § 2. Indien aangelegenheden tijdens een voorlopige periode vanaf 1 januari 2016 tot het moment waarop de Duitstalige Gemeenschap de aangelegenheden werkelijk ten laste neemt, nog beheerd worden door de diensten van het Waalse Gewest of, op basis van andere akkoorden rechtstreeks gesloten met de federale overheid, door de diensten van de federale overheid voor rekening van de Duitstalige Gemeenschap, worden de modaliteiten voor het opnemen van de bedragen overeenstemmend met de in artikel 4 bedoelde dotatie vastgesteld op basis van een gezamenlijke beslissing van de Waalse Regering en van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap.
   § 3. In de gevallen bedoeld in de §§ 1 en 2 en na overleg met de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, neemt het Waalse Gewest van de in artikel 4 bedoelde dotatie uiterlijk voor het volgende jaar de bedragen op die overeenstemmen met elke aanvullende uitgave die toegerekend zou worden op het Waalse Gewest voor de aanpassing van de instrumenten of de toename van de administratieve last voortvloeiend uit een wijziging van de wetgeving voor de Duitstalige Gemeenschap. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DWG 2015-12-17/09, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  

  Art. 5/3. [1 Een dotatie van een bedrag van 365.625 euro opgenomen op de begroting van het Waalse Gewest van het jaar 2016 wordt door het Waalse Gewest aan de Duitstalige Gemeenschap gestort voor de eerste werkdag van de maand mei van het jaar 2016.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DWG 2015-12-17/09, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  

  Art. 6.
  <Opgeheven bij DWG 2015-12-17/09, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 7.
  <Opgeheven bij DWG 2015-12-17/09, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 8. De Duitstalige Gemeenschap erft de rechten en verbintenissen van het Waalse Gewest en van de " Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi " betreffende de in artikel 1 bedoelde aangelegenheid alsook de krachtens artikel 2 overgedragen goederen, met inbegrip van de rechten en verbintenissen die uit lopende en toekomstige gerechtelijke procedures voortvloeien.
  De volgende verbintenissen blijven echter ten laste van het Waalse Gewest :
  1. de verbintenissen die het aangegaan heeft vóór de inwerkingtreding van dit decreet en die toe te rekenen zijn op niet-gesplitste kredieten;
  2. de verbintenissen i.v.m. de bezoldiging en de werkingskosten van het krachtens artikel 3 overgedragen personeel, die het aangegaan heeft vóór de inwerkingtreding van de overdrachten;
  3. de verbintenissen waarvan de betaling of de uitvoering opeisbaar waren vóór de overdrachten van eigendom van de in artikel 2 bedoelde goederen.
  In geval van betwisting mag het Waalse Gewest, de " Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi " of de Duitstalige Gemeenschap, naar gelang het geval, in de zaak tussenkomen of de overheid oproepen die het/hem/haar opvolgt of waarop het/hij/ze volgt.

  Art. 9. Tot een datum die vastgesteld moet worden bij overeenstemmende besluiten van de Waalse Regering en van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, vervult de " Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi " zijn opdracht bij wijze van overgangsmaatregel op het grondgebied van het Duitse taalgebied voor de Duitstalige Gemeenschap.

  HOOFDSTUK II. - Opgravingen.

  Art. 10. In artikel 1 van het decreet van 23 december 1993 betreffende de uitoefening door de Duitstalige Gemeenschap van de bevoegdheden van het Waalse Gewest in de aangelegenheid " Monumenten en Landschappen " worden de woorden " met uitzondering van de opgravingen " geschrapt.

  Art. 11. In artikel 3, § 2, van hetzelfde decreet worden de termen " aangevuld met een bedrag van 5,3 miljoen frank " ingevoegd tussen de termen " 36 miljoen frank " en de woorden " vermenigvuldigd met het bedrag ".

  Art. 12. De Duitstalige Gemeenschap erft de rechten en verbintenissen van het Waalse Gewest betreffende de opgravingen met inbegrip van de rechten en verbintenissen die uit lopende en toekomstige gerechtelijke procedures voortvloeien.
  De verbintenissen die het Waalse Gewest aangegaan heeft vóór de inwerkingtreding van dit decreet en die toe te rekenen zijn op niet-gesplitste kredieten blijven echter ten laste van het Waalse Gewest.
  In geval van betwisting mag het Waalse Gewest of de Duitstalige Gemeenschap, naar gelang het geval, in de zaak tussenkomen of de overheid oproepen die het/haar opvolgt of waarop het/ze volgt.

  HOOFDSTUK III. - Slotbepaling.

  Art. 13.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2000 voor zover een door de Raad van de Duitstalige Gemeenschap goedgekeurd identiek decreet ook op die datum in werking treedt.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Namen, 6 mei 1999.
De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, K.M.O.'s, Toerisme en Patrimonium,
R. COLLIGNON
De Minister van Ruimtelijke Ordening, Uitrusting en Vervoer,
M. LEBRUN
De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken,
B. ANSELME
De Minister van Begroting en Financiën, Tewerkstelling en Vorming,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Leefmilieu, Natuurlijke Hulpbronnen en Landbouw,
G. LUTGEN
De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid,
W. TAMINIAUX
De Minister van Onderzoek, Technologische Ontwikkeling, Sport en Internationale Betrekkingen,
W. ANCION

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 17-12-2015 GEPUBL. OP 29-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 5; 5/1; 5/2; 5/3; 6; 7)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1998-1999. Stukken van de Raad 514 (1998-1999) nrs. 1 à 3. Volledig verslag, openbare vergadering van 4 mei 1999. Bespreking. - Stemming.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 31 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie