J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 16 uitvoeringbesluiten 17 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1996/06/18/1996021153/justel

Titel
18 JUNI 1996. - Koninklijk besluit betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en [postdiensten]. <KB 2005-07-20/53, art. 19, 007 ; Inwerkingtreding : 22-08-2005>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-06-1996 en tekstbijwerking tot 01-09-2015)

Bron : EERSTE MINISTER
Publicatie : 25-06-1996 nummer :   1996021153 bladzijde : 17476
Dossiernummer : 1996-06-18/31
Inwerkingtreding : 05-07-1996 A34

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1994021242       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten gegund door privaatrechtelijke personen.
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en algemene bepalingen.
Art. 1-5
HOOFDSTUK II. - Regels voor de mededinging.
Afdeling I. - Regels voor de bekendmaking.
Art. 6-12, 12bis
Afdeling II. - Regels inzake kwalitatieve selectie en gunning.
Art. 13, 13bis, 14, 14bis, 15-16, 16bis
HOOFDSTUK III. - Prijsvraag voor ontwerpen.
Art. 17-19
HOOFDSTUK IIIbis-[1 Communicatiemiddelen en vertrouwelijkheid van de informatie.]1
Art. 19bis, 19ter, 19quater, 19quinquies, 19sexies
HOOFDSTUK IV. - Technische specificaties en normen.
Art. 20-22
HOOFDSTUK V. - [1 Sociale en fiscale verplichtingen]1
Art. 22bis
TITEL II. - Verificatieattest, correctiemechanisme en bemiddeling.
HOOFDSTUK I. - Het verificatieattest.
Art. 23-26
HOOFDSTUK II. - Het correctiemechanisme.
Art. 27
HOOFDSTUK III. - De bemiddeling.
Art. 28-30
TITEL III. - Opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten gegund door overheidsbedrijven.
Art. 31
TITEL IV. - Slotbepalingen.
Art. 32-33, 33bis, 34-36
BIJLAGEN.
Art. N1-N9

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten gegund door privaatrechtelijke personen.

  HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en algemene bepalingen.

  Artikel 1. De bepalingen van titels I en II zijn van toepassing op de aanbestedende diensten, bedoeld in artikel 47, § 1, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, hierna de wet te noemen, inzonderheid op de aanbestedende diensten vermeld onder A van bijlage 1 bij dit besluit.

  Art. 2.§ 1. De geraamde bedragen van de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten bedoeld in artikel 47 van de wet zijn, [zonder belasting over de toegevoegde waarde], gelijk aan of groter dan [3 5.000.000.000 EUR]3 voor de opdrachten voor aanneming van werken, [3 400.000 EUR]3 voor de opdrachten voor aanneming van leveringen en diensten [...]. <KB 1999-03-17/30, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> <KB 2005-07-20/53, art. 20, 007 ; Inwerkingtreding : 22-08-2005> <MB 2007-12-17/33, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
  Deze bedragen, alsook de bedragen vermeld in artikelen 3, § 5, 6 en 31, worden door de Eerste Minister aangepast overeenkomstig de tweejaarlijkse herzieningen [2 voorzien in artikel 69 van de richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten]2. <KB 1999-03-17/30, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
  § 2. De opdrachten voor aanneming van diensten in de zin van bijlage 2, B, van de wet zijn enkel onderworpen aan de toepassing van artikelen 12, 20 en 21 van dit besluit.
  ----------
  (2)<KB 2010-02-10/01, art. 67, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>
  (3)<MB 2011-12-19/07, art. 9, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

  Art. 3. § 1. De berekening van het bedrag van een opdracht voor aanneming van werken moet gebaseerd worden op het geraamde totaalbedrag van het werk met inbegrip van het bedrag van de nieuwe werken die een herhaling zijn van soortgelijke werken bij de toepassing van artikel 59, § 2, 3°, van de wet.
  Onder werk wordt verstaan het resultaat van een geheel van werkzaamheden van de bouwnijverheid of van burgerlijke bouwkunde dat ertoe bestemd is als zodanig een economische en technische functie te vervullen.
  Deze berekening moet ook rekening houden met het totaalbedrag van de leveringen of diensten nodig voor de uitvoering van de werken en door de aanbestedende dienst ter beschikking van de aannemer gesteld.
  § 2. Het geraamde bedrag van de opdrachten voor aanneming van leveringen die gegund worden onder de vorm van huur, huurkoop of leasing wordt als volgt bepaald :
  1° indien het gaat om een opdracht met een bepaalde duur, op grond van het geraamde totaalbedrag van de opdracht voor de gehele looptijd, wanneer deze twaalf maanden of minder beloopt, of op grond van het totaalbedrag met inbegrip van de geraamde restwaarde wanneer de looptijd langer is dan twaalf maanden;
  2° indien het gaat om een opdracht van onbepaalde duur of waarvan de duur niet nauwkeurig kan vastgesteld worden, op grond van het te voorziene totaal van de bedragen die in de loop van de eerste vier jaren dienen betaald te worden.
  Indien er in een opdracht voor aanneming van leveringen opties voorzien zijn, dient het maximum totaalbedrag van de aankoop, de huur, de huurkoop of de leasing, de opties inbegrepen, als basis te worden genomen.
  Indien het gaat om een verwerving van leveringen voor een bepaalde periode door middel van een reeks opdrachten die aan één of meerdere leveranciers zullen gegund worden of van vervolgopdrachten, dient het bedrag van de opdracht te worden berekend op basis van :
  1° ofwel het totaalbedrag van de opdrachten die met soortgelijke kenmerken in de loop van het voorafgaande begrotingsjaar of van de voorafgaande twaalf maanden zijn gegund, indien mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de volgende twaalf maanden;
  2° ofwel de geraamde samengevoegde waarde van de opdrachten die zullen worden gegund in de loop van de twaalf maanden volgend op de gunning van de eerste opdracht of in de loop van de gehele duur van de opdracht indien deze meer dan twaalf maanden bedraagt.
  § 3. Het geraamde bedrag van een opdracht voor aanneming van diensten sluit de volledige bezoldiging in van de dienstverlener.
  Het geraamde bedrag van een opdracht inzake financiële diensten neemt in aanmerking :
  - [1 voor de verzekeringsdiensten, de te betalen premie en alle andere vormen van vergoeding;]1
  - voor de bankdiensten en andere financiële diensten, de honoraria, commissielonen, interesten en andere bezoldigingswijzen;
  - [1 voor de diensten die betrekking hebben op ontwerpen, het te betalen honorarium of het commissieloon en alle andere vormen van vergoeding.]1
  Het geraamde bedrag van een opdracht voor aanneming van diensten die geen totale prijs vermeld wordt als volgt bepaald :
  1° indien het gaat om een opdracht met een bepaalde duur : op grond van het totaalbedrag van de opdracht voor de gehele looptijd, wanneer deze achtenveertig maanden of minder beloopt;
  2° indien het gaat om een opdracht van onbepaalde duur of waarvan de duur meer dan achtenveertig maanden bedraagt : op grond van de maandelijkse waarde vermenigvuldigd met achtenveertig.
  Indien er in een opdracht voor aanneming van diensten opties voorzien zijn, dient het maximum totaalbedrag van de aankoop, de huur, de huurkoop op de leasing, de opties inbegrepen, als basis te worden genomen.
  Indien het gaat om verwerving van diensten, die zullen gegund worden binnen een bepaalde periode, door middel van een reeks opdrachten die aan één of meerdere dienstenverleners zullen toegewezen worden of om opdrachten die bestemd zijn om vernieuwd te worden, is het in aanmerking te nemen bedrag het volgende :
  - ofwel het totaalbedrag van de opdrachten die met soortgelijke kenmerken in de loop van het begrotingsjaar of van de voorafgaande twaalf maanden zijn gegund, indien mogelijk aangepast op grond van eventueel te voorziene wijzigingen in hoeveelheid of waarde in de loop van de volgende twaalf maanden;
  - ofwel de geraamde samengevoegde waarde van de opdrachten te gunnen in de loop van de twaalf maanden die volgen op de gunning van de eerste opdracht of in de loop van de gehele duur van de opdracht indien deze langer is dan twaalf maanden.
  Een opdracht die tegelijk betrekking heeft op diensten vermeld in bijlage 2, A, en in bijlage 2, B, bij de wet wordt gegund overeenkomstig dit besluit wanneer de waarde van de diensten welke in bijlage 2, A, zijn opgenomen groter is dan die van de diensten in bijlage 2, B.
  (Wanneer een opdracht leveringen en diensten betreft, moet zij gegund worden overeenkomstig deze titel wanneer de waarde van de diensten die van de leveringen overschrijdt.
  Wanneer een opdracht diensten en, ten opzichte van het hoofdvoorwerp van de opdracht, slechts bijkomstig werken omvat, moet zij gegund worden overeenkomstig deze titel.) <KB 2008-07-31/32, art. 23, 012; Inwerkingtreding : 18-08-2008>
  § 4. De berekening van het bedrag van een raamovereenkomst moet rekening houden met het geraamde maximumbedrag van het geheel van de voor de betrokken periode beoogde opdrachten.
  [1 § 4bis. Bij de berekening van het geraamde bedrag wordt rekening gehouden met alle eventuele opties en eventuele verlengingen van de opdracht. In geval van een prijsvraag voor ontwerpen wordt ook rekening gehouden met de premies en betalingen aan de deelnemers.]1
  § 5. Wanneer er percelen voorzien zijn, moet hun samengevoegd geraamde bedrag in aanmerking worden genomen om te bepalen of het bedrag vastgelegd in artikel 2 bereikt wordt. Indien dit het geval is zijn de bepalingen van het besluit van toepassing op alle percelen, mits afwijking door de aanbestedende dienst, in geval van opdrachten voor aanneming van werken, voor percelen waarvan het individueel geraamde bedrag kleiner zou zijn dan ((1 000 000 EUR) zonder belasting over de toegevoegde waarde), maar voor zover hun samengevoegd bedrag de twintig pct. van het samengevoegd bedrag van alle percelen niet overschrijdt. <KB 1999-03-17/30, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> <MB 2001-12-04/31, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 6. Geen opdracht of werk mag worden gesplitst en er mogen geen bijzondere berekeningsregels worden gebruikt, met het oog op het omzeilen van de toepassing van de bepalingen van dit besluit.
  § 7. Het bedrag van de leveringen of van de diensten die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een opdracht voor aanneming van werken mag niet worden toegevoegd aan het bedrag van deze opdracht om de verwerving van deze leveringen of van deze diensten aan de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap te onttrekken.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 115, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 4. De bepalingen van de wet zijn niet van toepassing op de in artikel 52 van de wet bedoelde uitbating van geografische gebieden, indien aan de hierna volgende voorwaarden is voldaan :
  1° indien een vergunning vereist is voor de uitbating van dergelijk geografisch gebied, zijn andere personen vrij eveneens een dergelijke vergunning aan te vragen onder dezelfde voorwaarden als deze die gelden voor de aanbestedende diensten;
  2° de technische en financiële bekwaamheden die nodig zijn om bijzondere werkzaamheden uit te voeren worden vastgesteld voordat de beoordeling van de respectieve verdiensten van de mededingende kandidaten voor het verkrijgen van een vergunning gebeurt;
  3° de vergunning tot uitoefening van deze werkzaamheden wordt verleend op grond van objectieve criteria inzake de middelen die voor de prospectie of winning worden overwogen. Deze criteria worden vastgesteld en bekendgemaakt vóór de indiening van de vergunningsaanvragen en moeten op niet-discriminerende wijze worden toegepast;
  4° alle voorwaarden en eisen inzake het uitoefenen of stopzetten van de werkzaamheid, met inbegrip van de voorschriften betreffende de met het uitoefenen van de werkzaamheid samenhangende verplichtingen, de vergoedingen en de deelname in het kapitaal of de inkomsten, worden vastgesteld en beschikbaar gesteld vóór de indiening van de vergunningsaanvragen en moeten op niet-discriminerende wijze worden toegepast. Elke wijziging met betrekking tot deze voorwaarden en eisen moet voor alle betrokken personen gelden of op niet-discriminerende wijze geschieden. De verplichtingen die met het uitoefenen van de werkzaamheid van prospectie of winning samengaan, dienen evenwel pas op het tijdstip voorafgaand aan de toekenning van de vergunning te worden vastgesteld;
  5° de betrokken personen zijn noch bij wet, noch door enig reglement of ander administratief voorschrift, noch door een overeenkomst of afspraak verplicht inlichtingen te verstrekken over de overwogen of bestaande bronnen voor hun aankopen, tenzij de bevoegde overheden daarom verzoeken, uitsluitend met het oog op de in artikel 36 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genoemde doelstellingen;
  6° de voorwaarden voor vergunning tot uitbating moeten voorschrijven wat volgt :
  a) de naleving van de beginselen van niet-discriminatie en van mededinging voor de gunning van de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten te gunnen door de uitbater, inzonderheid betreffende de aan de ondernemingen ter beschikking gestelde informatie met betrekking tot zijn voornemens inzake het plaatsen van opdrachten;
  b) de mededeling aan de Europese Commissie, overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd door de Eerste Minister, van de inlichtingen betreffende de toewijzing van de opdrachten;
  7° de Europese Commissie heeft een gemotiveerde beslissing genomen die de niet-toepassing van de wet mogelijk maakt na een verzoek van de Federale overheden. Dit verzoek omvat de mededeling van elke wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling, van elke overeenkomst of afspraak inzake de naleving van de voorwaarden opgesomd in dit artikel.

  Art. 5. § 1. Ten aanzien van individuele concessies of vergunningen die vóór 1 januari 1993, zijn verleend, is artikel 4, 1°, 2° en 3° niet van toepassing indien op dat tijdstip andere personen vrij zijn een dergelijke vergunning aan te vragen, op niet-discriminerende basis en op grond van objectieve criteria. Artikel 4, 4° is niet van toepassing wanneer de voorwaarden en eisen zijn vastgesteld, toegepast of gewijzigd voor dit tijdstip.
  § 2. Voor wat de exploitatieaktiviteiten in geografische gebieden met het oog op de prospectie of de winning van aardolie of van gas betreft is artikel 4 van toepassing vanaf de datum waarop de aanbestedende dienst handelt overeenkomstig richtlijn 94/22/EEG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 mei 1994 :
  1° aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 4, 1° tot 5° wordt geacht voldaan te zijn vanaf deze datum, onverminderd § 1 van het onderhavige artikel;
  2° vanaf deze datum, zijn de federale overheden slechts gehouden mededeling te doen van de voorschriften bedoeld in artikel 4, 6° en in § 1 van het onderhavige artikel.

  HOOFDSTUK II. - Regels voor de mededinging.

  Afdeling I. - Regels voor de bekendmaking.

  Art. 6. § 1. De aanbestedende diensten maken, door middel van een (periodieke indicatieve aankondiging), minstens eenmaal per jaar, het volgende bekend : <KB 2002-04-22/30, art. 79, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  1° het totaal van de opdrachten voor aanneming van leveringen, per groep van produkten, waarvan het geraamde bedrag (zonder belasting over de toegevoegde waarde), rekening houdend met artikel 3, § 2, gelijk is aan of hoger is dan (750 000 EUR), zonder belasting op de toegevoegde waarde, en waarvan de gunning voorzien is in de loop van de volgende twaalf maanden; <KB 1999-03-17/30, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> <AM 2001-12-04/31, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  2° de essentiële kenmerken van de opdrachten voor aanneming van werken waarvan het geraamde bedrag, (zonder belasting over de toegevoegde waarde), rekening houdend met artikel 3, § 1, gelijk is aan of hoger is dan het bedrag voorzien in artikel 2 en waarvan de gunning voorgenomen wordt; <KB 1999-03-17/30, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
  3° het totaal bedrag van de opdrachten voor aanneming van diensten, voor elk categorie van diensten vermeld in bijlage 2, A, van de wet, waarvan het geraamde bedrag, (zonder belasting over de toegevoegde waarde), rekening houdend met artikel 3, § 3, gelijk is aan of hoger is dan (750 000 EUR) en waarvan de gunning voorzien is in de loop van de volgende twaalf maanden. <KB 1999-03-17/30, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> <MB 2001-12-04/31, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Deze periodieke enuntiatieve aankondiging wordt gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende dienst moet de datum van verzending kunnen bewijzen.
  Deze aankondiging mag eveneens gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  (De aankondiging moet de datum van verzending ervan naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen vermelden en mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen.) <KB 2002-04-22/30, art. 79, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  § 2. De periodieke enuntiatieve aankondiging wordt opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen (in bijlage 2)) bij dit besluit. <KB 2002-04-22/30, art. 79, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> <KB 2006-01-12/35, art. 51, 009; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Art. 7. Elke aan dit besluit onderworpen opdracht voor aanneming van werken, van leveringen en van diensten in de zin van bijlage 2, A, bij de wet, wordt in mededinging gesteld door middel van :
  1° ofwel een aankondiging van opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 8;
  (2° ofwel een periodieke indicatieve aankondiging gebruikt als oproep tot mededinging, opgesteld overeenkomstig artikel 9;) <KB 2002-04-22/30, art. 80, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  (3° ofwel een aankondiging betreffende het bestaan van een erkenningsregeling, ook kwalificatiestelsel genoemd, opgesteld overeenkomstig artikel 10.) <KB 2002-04-22/30, art. 80, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>

  Art. 8. § 1. Indien de aanbestedende dienst verkiest in mededinging te stellen overeenkomstig artikel 7, 1°, moet elke opdracht, die zal gegund worden bij openbare of beperkte procedure of onderhandelingsprocedure met voorafgaande mededinging, het voorwerp uitmaken van een aankondiging van opdracht gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende dienst moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen.
  Deze aankondiging van opdracht mag eveneens gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen volgens hetzelfde model van aankondiging.
  (De aankondiging moet de datum van verzending ervan naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen vermelden en mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen.) <KB 2002-04-22/30, art. 81, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  § 2. De aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging van opdracht opgenomen in bijlage 3) bij dit besluit. <KB 2002-04-22/30, art. 81, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  § 3. Voor de openbare procedure, mag de termijn voor de ontvangst van de offertes niet minder bedragen dan tweeënvijftig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.
  (De termijn mag echter ingekort worden tot een termijn die lang genoeg is om de indiening van waardevolle offertes toe te laten en die, in principe, niet korter zal zijn dan zesendertig dagen maar die in geen enkel geval korter zal zijn dan tweeëntwintig dagen, indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de opdracht in ontwerp gaf aanleiding, overeenkomstig artikel 6, tot de verzending van een (periodieke indicatieve aankondiging) niet minder dan tweeënvijftig dagen en niet meer dan twaalf maanden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging van opdracht bepaald in § 1; <KB 2002-04-22/30, art. 81, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  2° deze (periodieke indicatieve aankondiging) bevatte (ten minste zoveel van de in het model van aankondiging van opdracht overeenkomstig bijlage 3 bedoelde gegevens die betrekking hebben op een openbare procedure) bedoelde gegevens als op het ogenblik van de publicatie van deze (periodieke indicatieve aankondiging) beschikbaar waren.) <KB 1999-03-17/30, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> <KB 2002-04-22/30, art. 81, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  § 4. Voor de beperkte procedure of de onderhandelingsprocedure met voorafgaande mededinging is de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming over het algemeen ten minste [1 zevenendertig dagen]1 te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. (In geen geval) kan deze termijn niet korter zijn dan tweeëntwintig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. <KB 1999-03-17/30, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
  Uitzonderlijk mag, indien de aanbestedende dienst verzoekt om een versnelde bekendmaking en de te publiceren aankondiging overmaakt per telex, telefaxapparaat of elektronische briefwisseling, deze termijn teruggebracht worden tot vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.
  § 5. Voor de beperkte procedure of de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, wordt de termijn voor ontvangst van de offertes ofwel bij gemeenschappelijk akkoord tussen de aanbestedende dienst en de gegadigden vastgesteld, mits alle kandidaten over dezelfde termijn beschikken. Indien het niet mogelijk is overeenstemming te bereiken over de termijn voor de ontvangst van de offertes wordt deze termijn door de aanbestedende dienst vastgesteld. In dat geval stelt de aanbestedende dienst een termijn vast die over het algemeen ten minste [1 vierentwintig dagen]1 beloopt en in geen geval korter is dan tien dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen.
  De gegadigden worden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om hun offerte in te dienen. Deze uitnodiging moet minstens het volgende bevatten :
  1° het bestek en, eventueel, de bijgevoegde aanvullende documenten;
  2° indien nodig, het adres van de dienst waar de aanvullende documenten kunnen opgevraagd worden en de uiterste datum van aanvraag, evenals het bedrag en de wijze van betaling van het eventueel verschuldigd bedrag voor het verkrijgen van deze documenten;
  3° de uiterste datum van ontvangst van de offertes, het adres waarnaar ze moeten verstuurd worden en de taal of talen waarin ze moeten opgesteld worden;
  4° een verwijzing naar elke aankondiging van opdracht;
  5° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten;
  6° de gunningscriteria van de opdracht indien deze niet voorkomen in de aankondiging;
  7° elke andere bijzondere voorwaarde voor deelneming aan de opdracht.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 116, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 9. Indien de aanbestedende dienst verkiest in mededinging te stellen overeenkomstig artikel 7, 2°, kan, voor elke opdracht die zal gegund worden bij beperkte procedure of onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, de (periodieke indicatieve aankondiging) bedoeld in artikel 6 gebruikt worden als aankondiging van opdracht indien de volgende voorwaarden vervuld zijn : <KB 2002-04-22/30, art. 82, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  1° de aankondiging duidt specifiek de werken, de leveringen of de diensten aan die het voorwerp uitmaken van de opdracht;
  2° de aankondiging vermeldt dat de opdracht zal gegund worden bij beperkte procedure of onderhandelingsprocedure zonder latere bekendmaking van een aankondiging van opdracht en verzoekt de belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners hun belangstelling schriftelijk te betonen;
  3° de aanbestedende dienst verzoekt alle belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners later hun belangstelling te bevestigen op grond van uitvoerige inlichtingen in verband met de betrokken opdracht vooraleer de selectie van de inschrijvers op de beperkte procedure of de deelnemers aan de onderhandelingsprocedure aangevat wordt (.De informatie bevat ten minste de volgende gegevens :
  a) de aard en de hoeveelheid, met inbegrip van alle opties betreffende aanvullende opdrachten en, indien mogelijk, de geraamde termijn voor de uitoefening van deze opties; in het geval van hernieuwbare opdrachten, de aard en de hoeveelheid en, indien mogelijk, de geraamde termijn voor de bekendmaking van de latere aankondigingen van mededinging voor de werken, leveringen of diensten die aanleiding moeten geven tot de opdracht;
  b) de aard van de procedure : beperkte procedure of onderhandelingsprocedure;
  c) in voorkomend geval, de datum waarop de uitvoering van de opdracht zal beginnen of eindigen;
  d) het adres en de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming, alsook de toegelaten taal of talen waarin ze worden opgesteld;
  e) het adres van de aanbestedende dienst die de opdracht moet gunnen en de nodige inlichtingen moet verstrekken met het oog op het bekomen van het bestek en andere documenten;
  f) de voorschriften van economische en technische aard, de financiële waarborgen en de vereiste inlichtingen van de aannemers, leveranciers of dienstverleners;
  g) het bedrag en de nadere regels betreffende de storting van elke te betalen som om de documentatie inzake de gunningsprocedure van de opdracht te bekomen;
  h) de vorm van de opdracht die het voorwerp uitmaakt van de offerteaanvraag : aankoop, leasing, huur of huurkoop of meerdere van deze vormen;) <KB 1999-03-17/30, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
  4° de aankondiging dient maximum twaalf maanden vóór de datum van verzending van de in 3° bedoelde uitnodiging verzonden te zijn;
  5° de termijnen vastgelegd in artikel 8, § 4 en § 5, betreffende de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en voor de ontvangst van de offertes, dienen nageleefd te worden.
  (6° de periodieke indicatieve aankondiging, gebruikt als oproep tot mededinging, wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen (in bijlage 2).) <KB 2002-04-22/30, art. 82, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> <KB 2006-01-12/35, art. 52, 009; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Art. 10. § 1. Indien de aanbestedende dienst verkiest in mededinging te stellen overeenkomstig artikel 7, 3°, vervangt, voor de opdrachten die zullen gegund worden bij beperkte procedure of onderhandelingsprocedure met voorafgaande mededinging, een (aankondiging betreffende het bestaan van een erkenningsregeling, ook kwalificatiestelsel genoemd,) de bekendmaking van aankondigingen van opdrachten. De gegadigden op een beperkte procedure of een onderhandelingsprocedure worden geselecteerd onder de kandidaten die volgens dergelijk stelsel gekwalificeerd werden. Dit bericht wordt gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende dienst moet de datum van verzending kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 83, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  Deze aankondiging mag eveneens gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen volgens hetzelfde model.
  (De aankondiging moet de datum van verzending ervan naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen vermelden en mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen.) <KB 2002-04-22/30, art. 83, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  § 2. De aankondiging betreffende het bestaan van een kwalificatiestelsel wordt opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 5) bij dit besluit. <KB 2002-04-22/30, art. 83, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  § 3. Door elke aanbestedende dienst mag een kwalificatiestelsel uitgewerkt en beheerd worden met inachtneming van de volgende voorwaarden :
  1° het stelsel dient te steunen op objectieve kwalificatiecriteria en voorschriften die door de aanbestedende dienst bepaald worden. Deze criteria en regels kunnen zo nodig worden bijgewerkt. De aanbestedende dienst verwijst naar de Europese normen waar deze passend zijn. Hij kan aan sommige aanvragers geen administratieve, technische of financiële voorwaarden opleggen die niet zouden geëist worden van andere, noch proeven of bewijzen die reeds beschikbare objectieve bewijzen zouden overlappen (.De aanbestedende dienst ziet erop toe dat de aannemers, de leveranciers en de dienstverleners op elk ogenblik kunnen vragen om gekwalificeerd te worden;) <KB 1999-03-17/30, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
  (1°bis wanneer de kwalificatiecriteria en -voorschriften eisen betreffende de economische, financiële of technische draagkracht omvatten, kan de aannemer, leverancier of dienstverlener zich in voorkomend geval beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. In dat geval moet hij de aanbestedende dienst aantonen dat hij gedurende de volledige geldigheidsduur van het kwalificatiestelsel over deze middelen kan beschikken door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de aannemer, de leverancier of de dienstverlener dergelijke middelen ter beschikking te stellen.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van aannemers, leveranciers of dienstverleners zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of deze van andere entiteiten.) <KB 2006-01-12/35, art. 53, 009; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
  2° de kwalificatiecriteria en voorschriften worden aan de belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners op hun aanvraag medegedeeld. De bijwerking van deze criteria en voorschriften wordt aan de belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners medegedeeld. Eisen kunnen opgelegd worden om het geheim karakter te beveiligen van de inlichtingen overgemaakt door de aanbestedende dienst. Indien de aanbestedende dienst meent dat het kwalificatiestelsel van andere aanbestedende diensten of derde instellingen beantwoordt aan zijn eisen, deelt hij de namen van deze diensten of van deze instellingen mee aan de belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners;
  3° [1 de aanbestedende dienst neemt binnen een termijn van zes maanden een beslissing over de kwalificatie van de aanvragers. Indien deze termijn meer dan zes maanden bedraagt vanaf het neerleggen van de aanvraag, licht hij de aanvrager, binnen de twee maanden na het neerleggen in, over de redenen van verlenging van de termijn en over de datum waarop zijn verzoek zal worden aanvaard dan wel afgewezen]1
  4° [1 de weigering van een aanvraag tot kwalificatie is het voorwerp van een gemotiveerde beslissing die steunt op kwalificatiecriteria en voorschriften bedoeld in deze paragraaf. Deze beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de niet-gekwalificeerde aanvrager onverwijld en uiterlijk binnen vijftien dagen vanaf de datum van de beslissing. De beslissing tot intrekking van een kwalificatie wordt eveneens gemotiveerd en steunt op die kwalificatiecriteria en -voorschriften; de belanghebbende aannemer, leverancier of dienstverlener dient uiterlijk vijftien dagen vóór de datum waarop de kwalificatie zal worden ingetrokken, schriftelijk te worden ingelicht over dit voornemen en de redenen waarop het steunt.]1
  5° wanneer het kwalificatiestelsel een duur heeft die de drie jaar overschrijdt, moet het bericht bedoeld in § 1 jaarlijks gepubliceerd worden. Indien de duur ervan korter is volstaat de bekendmaking van een eenmalige aankondiging.
  § 4. [1 De termijnen vastgelegd in de artikelen 8, § 5, en 11 dienen nageleefd te worden.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 117, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 11. § 1. Voor zover zij tijdig aangevraagd worden, dienen het bestek en de aanvullende documenten over het algemeen uiterlijk zes dagen na de ontvangst van de aanvraag verstuurd te worden.
  § 2. Voor zover zij tijdig worden aangevraagd, dienen de aanvullende inlichtingen over het bestek door de aanbestedende dienst medegedeeld te worden ten laatste zes dagen voor de uiterste datum vastgelegd vóór de ontvangst van de offertes.
  [1 Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en offertes, houdt de aanbestedende dienst inzonderheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd van de offertes.]1 Indien de offertes slechts na onderzoek van een omvangrijke documentatie of na een plaatsbezoek, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken kunnen worden gedaan, dienen de termijnen voorzien in artikel 8, § 4 en § 5 dienovereenkomstig te worden verlengd.
  § 3. De verzoeken tot deelneming aan de opdrachten en tot het indienen van een offerte dienen langs de snelst mogelijke weg te gebeuren. [1 Indien de aanvragen tot deelneming aan de opdrachten gebeuren per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 19quater, § 1, kan de aanbestedende dienst met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat ze schriftelijk worden bevestigd. In dat geval worden dit verzoek en de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht of in de periodieke indicatieve aankondiging gebruikt als oproep tot mededinging. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 118, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 12. § 1. Binnen een termijn van twee maanden na de gunning van een opdracht gegund bij openbare of beperkte procedure of bij een onderhandelingsprocedure met of zonder voorafgaande mededinging, en waarvan de waarde gelijk is aan of hoger ligt dan de bedragen voorzien in artikel 2, stuurt de aanbestedende dienst aan de Europese Commissie een aankondiging met de inlichtingen over de resultaten van de procedure (, ook aankondiging van geplaatste opdrachten genoemd). (Deze aankondiging, opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 4) bij dit besluit, bevat in een eerste deel, inlichtingen bestemd om gepubliceerd te worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en in een tweede deel, inlichtingen waarvan de publikatie niet voorzien is, behalve, in vereenvoudigde vorm, voor statistische doeleinden. <KB 2002-04-22/30, art. 84, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  Het eerste deel van deze aankondiging mag eveneens verstuurd worden voor publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen. (De aankondiging moet de datum van verzending ervan naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen vermelden en mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen . Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen.) <KB 2002-04-22/30, art. 84, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
  § 2. Het is mogelijk dat de inlichtingen (in het model van aankondiging opgenomen in bijlage 4, (punten V.1.3 en V.1.2), van dit besluit, die respectievelijk gaan over de naam en het adres van de aannemer, leverancier of dienstverlener en het aantal ontvangen offertes) aan wie de opdracht gegund werd niet gepubliceerd worden indien de aanbestedende dienst zich beroept op het kwetsbare commerciële karakter van deze inlichtingen. In dit geval, zijn de inlichtingen, onder dit voorbehoud, opgenomen in de aankondiging verstuurd naar de Europese Commissie en weggelaten in de aankondiging die voor publikatie overgemaakt wordt aan het Bulletin der Aanbestedingen. <KB 2002-04-22/30, art. 83, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> <KB 2006-01-12/35, art. 54, 009; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
  Bovendien kunnen de inlichtingen bedoeld in bijlage 5, punt 3, die een beknopte beschrijving van de aard van de diensten betreffen beperkt worden tot de hoofdbenaming van het voorwerp van de opdracht in de zin van de indeling van bijlage 2, A, van de wet, voor iedere opdracht voor aanneming van diensten die voor onderzoek en ontwikkeling in de zin van de categorie 8 van deze bijlage gegund wordt bij onderhandelingsprocedure in de zin van artikel 59, § 2, 1°, b, van de wet. Wanneer hij deze opdracht heeft gegund volgens een andere procedure of volgens een onderhandelingsprocedure gegrond op een geval van artikel 59, § 2, 1°, a, c tot e, 2°, 3°, 4°, a tot d, en 5°, van de wet kan de aanbestedende dienst de verstrekte inlichtingen beperken tot de in punt 3 van bijlage 5 genoemde gegevens, indien de vrijwaring van het handelsgeheim zulks noodzakelijk maakt. Hij dient er evenwel op toe te zien dat de onder dit punt bekendgemaakte inlichtingen minstens even gedetailleerd zijn als die welke zijn vervat in de gepubliceerde oproep tot mededinging; wanneer een kwalificatiestelsel wordt gebruikt, moeten deze inlichtingen minstens even gedetailleerd zijn als deze betreffende de categorie waarvoor het kwalificatiestelsel geldt.
  § 3. Voor de opdrachten voor aanneming van diensten bedoeld in de bijlage 2, B, van de wet, vermeldt de aanbestedende dienst in de aankondiging van gegunde opdracht of hij met de bekendmaking daarvan instemt.

  Art. 12bis. <Ingevoegd bij KB 2006-01-12/35, art. 55; Inwerkingtreding : 01-02-2006> De bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen gebeurt kosteloos voorzover de gegevens on line worden ingevoerd via elektronische gegevensopvang of door gegevensoverdracht tussen systemen die een automatische en gestructureerde bekendmaking mogelijk maken.
  Vóór de datum van de officiële bekendmaking mag de informatie van de aankondiging door niemand op individuele wijze aan geïnteresseerde personen worden verstrekt.

  Afdeling II. - Regels inzake kwalitatieve selectie en gunning.

  Art. 13.Wat ook de gekozen procedure is, gaat de aanbestedende dienst over tot de kwalitatieve selectie van de inschrijvers of van de kandidaten op grond van door hem bepaalde objectieve criteria en voorschriften die ter beschikking staan van belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners. Eisen kunnen opgelegd worden om het geheime karakter te beveiligen van de inlichtingen overgemaakt door de aanbestedende dienst.
  Mits voldoende mededinging gewaarborgd blijft, kan de selectie steunen op de objectieve noodzakelijkheid om het aantal kandidaten te beperken tot een evenwicht bereikt wordt tussen de specifieke eigenschappen van een beperkte of onderhandelingsprocedure en de middelen die vereist zijn voor de verwezenlijking ervan.
  [1 De aanbestedende dienst kan sommige kandidaten geen administratieve, technische of financiële voorwaarden opleggen die ze niet aan anderen zou opleggen, noch proeven of bewijzen eisen indien daarvoor al objectieve bewijzen voorhanden zijn.]1
  Bij een opdracht voor aanneming van diensten kunnen de rechtspersonen verplicht worden in hun inschrijving of in hun aanvraag tot deelneming de namen en de beroepskwalificaties te vermelden van de personen die met het verlenen van de diensten worden belast.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 119, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 13bis. <Ingevoegd bij KB 2006-01-12/35, art. 56; Inwerkingtreding : 01-02-2006> Een kandidaat of een inschrijver kan zich in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. In dit geval moet hij de aanbestedende dienst aantonen dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de aannemer, de leverancier of de dienst verlener dergelijke middelen ter beschikking te stellen.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van aannemers, leveranciers of dienstverleners zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of deze van andere entiteiten.

  Art. 14. <KB 2007-11-23/34, art. 45, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2008> In geval de aanbestedende dienst de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de aannemer, de leverancier of de dienstverlener aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Hij erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Hij aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking.

  Art. 14bis.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 46; Inwerkingtreding : 01-02-2008> Bij opdrachten voor aanneming van werken of diensten, indien de aanbestedende dienst [1 , uitsluitend in passende gevallen,]1 de overlegging verlangt van een door onafhankelijke instanties opgestelde verklaring dat de aannemer of de dienstverlener aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst hij naar het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem of EMAS of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instanties die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer.
  ----------
  (1)<KB 2010-02-10/01, art. 68, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 15.[1 § 1. Een aannemer, leverancier of dienstverlener kan de toegang tot de opdracht worden ontzegd wanneer hij bij een vonnis met kracht van gewijsde waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft, veroordeeld is voor :
   1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
   2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
   3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
   4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
   Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende dienst, indien hij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een aannemer, leverancier of dienstverlener de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die hij terzake nodig acht.
   De aanbestedende dienst kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting.]1
   [1 § 2.] Kan uitgesloten worden van deelneming aan de opdracht de aannemer, leverancier of dienstverlener die onder andere :
  1° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of die een [2 gerechtelijk akkoord]2 heeft bekomen, of die in een overeenstemmende toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
  2° aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening van [2 gerechtelijk akkoord]2 aanhangig is of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
  3° bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn beroepsmoraal aantast;
  4° bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende diensten aannemelijk kunnen maken;
  5° niet in orde is met zijn bijdragen aan de sociale zekerheid overeenkomstig de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is;
  6° niet in orde is met de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is;
  7° zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opvorderbaar bij toepassing van deze afdeling.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 120, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  (2)<KB 2010-12-19/15, art. 66, 016; Inwerkingtreding : 03-02-2011>

  Art. 16.[1 § 1. Vooraleer de aanbestedende dienst een offerte afwijst, wegens haar blijkbaar abnormaal hoge of abnormaal lage eenheidsprijzen of totale prijzen, verzoekt zij de betrokken inschrijver per aangetekende brief hierover de nodige schriftelijke verantwoordingen te verstrekken binnen een voldoende lange termijn die minstens twaalf kalenderdagen bedraagt.
   Het is de inschrijver die het bewijs moet leveren van de verzending van die verantwoordingen.
   Bij het onderzoek van de vermoedelijk abnormale prijzen kan de aanbestedende dienst met name rekening houden met verantwoordingen gebaseerd op :
   1° de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;
   2° de gekozen technische oplossingen en/of uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten kan profiteren;
   3° de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken, producten of diensten;
   4° de naleving van de bepalingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de opdracht wordt uitgevoerd;
   5° de eventuele ontvangst van rechtmatig toegekende overheidssteun door de inschrijver.
   De aanbestedende dienst onderzoekt in overleg met de inschrijver de samenstelling van de offerte aan de hand van de ontvangen verantwoordingen.
   § 2. Wanneer de aanbestedende dienst vaststelt dat een offerte abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft ontvangen, kan de offerte alleen op uitsluitend die grond worden afgewezen indien de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun rechtmatig is toegekend. Wanneer de aanbestedende dienst in een dergelijke situatie een offerte weert, stelt zij daarvan de Europese Commissie in kennis.]1
  ----------
  (1)<KB 2010-02-10/01, art. 69, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 16bis. <Ingevoegd bij KB 2006-01-12/35, art. 57; Inwerkingtreding : 01-02-2006> Wanneer de gunning gebeurt op basis van de economisch voordeligste offerte, specificeert de aanbestedende dienst de weging van elk gunningscriterium, die eventueel kan worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen minimum en maximum. Indien een dergelijke weging om aantoonbare redenen niet mogelijk is, worden de criteria vermeld in dalende volgorde van belangrijkheid.

  HOOFDSTUK III. - Prijsvraag voor ontwerpen.

  Art. 17. § 1. Indien in het kader van een procedure voor het plaatsen van opdrachten voor aanneming van diensten een prijsvraag voor ontwerpen in de zin van artikel 48 van de wet wordt georganiseerd, wordt een jury aangesteld, waarvan de samenstelling en de wijze van optreden weergegeven worden in het bestek.
  Deze jury is enkel samengesteld uit natuurlijke personen, die onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag. Indien van de deelnemers aan de prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie vereist wordt, moet ten minste één derde van de juryleden over diezelfde of een gelijkwaardige beroepskwalificatie beschikken.
  De jury is autonoom in haar beslissingen of adviezen.
  § 2. De prijsvraag dient aan de volgende minimumvoorwaarden te voldoen :
  1° de mogelijkheid tot deelneming mag niet beperkt worden tot het gebied of een gedeelte daarvan van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap;
  2° de prijsvraag moet openstaan voor zowel natuurlijke als rechtspersonen;
  3° (de ontwerpen worden anoniem aan de jury voorgesteld. De anonimiteit wordt geëerbiedigd tot de beslissing of het advies van de jury bekend is;) <KB 2007-11-23/34, art. 48, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2008>
  4° desgevallend, worden de selectiecriteria omschreven in de aankondiging van de prijsvraag en in het bestek; [1 deze criteria moeten duidelijk en niet-discriminerend zijn. In elk geval moet het aantal kandidaten dat wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de prijsvraag, worden bepaald in het licht van de noodzaak om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.]1
  5° de beoordelingscriteria van de ontwerpen worden omschreven in de aankondiging van de prijsvraag voor ontwerpen en in het bestek.
  De voorschriften voor het uitschrijven van de prijsvraag worden ter beschikking gesteld van degenen die belang stellen in deelneming aan de prijsvraag.
  (6° [1 De jury is autonoom in haar beslissingen en adviezen. Ze neemt pas kennis van de inhoud van de ontwerpen bij het verstrijken van de ontvangsttermijn ervan.]1
  Ze evalueert de ontwerpen op grond van de beoordelingscriteria.
  Ze stelt een door alle leden ondertekend proces-verbaal op van de gemotiveerde keuze van de ontwerpen vastgesteld op basis van hun afzonderlijke verdiensten, alsmede van haar opmerkingen en de eventuele punten die verduidelijking vergen.
  De deelnemers kunnen zo nodig worden uitgenodigd om de in het proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden.
  Van de dialoog tussen de juryleden en de deelnemers wordt eveneens een volledig proces-verbaal opgesteld;
  7° de mededelingen, uitwisselingen en opslag van gegevens geschieden op zodanige wijze dat de integriteit en het vertrouwelijk karakter van de door de deelnemers ingezonden informatie gehandhaafd worden.) <KB 2007-11-23/34, art. 48, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2008>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 122, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 18.§ 1. De prijsvragen voor ontwerpen zijn onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van dit artikel.
  § 2. De prijsvragen voor ontwerpen zijn niet onderworpen aan de publikatie van een periodieke enuntiatieve aankondiging.
  § 3. [1 Een aankondiging van prijsvraag voor ontwerpen wordt in het Officieel Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt in de volgende gevallen :
   1° wanneer de prijsvraag voor ontwerpen georganiseerd wordt in het kader van de gunningsprocedure van een opdracht voor aanneming diensten waarvan het geraamde bedrag, met inbegrip van het totale bedrag van de premies en de betalingen aan de deelnemers, gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 2 van dit besluit;
   2° in alle gevallen van prijsvragen waarvoor het totale bedrag van de premies en de betalingen aan de deelnemers gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 2 van dit besluit. Het geraamde bedrag van de opdracht die achteraf kan worden gegund, wordt ook in aanmerking genomen, tenzij de aanbestedende dienst de gunning van deze opdracht heeft uitgesloten in de aankondiging van prijsvraag.
   De aanbestedende dienst moet de datum van verzending kunnen bewijzen.]1
  Deze aankondiging van prijsvraag voor ontwerpen mag eveneens gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen volgens hetzelfde model van aankondiging.
   De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaats vinden voor de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen; de aankondiging moet deze datum van verzending vermelden en mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die verschenen zijn in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  § 4. De aankondiging van prijsvraag voor ontwerpen wordt opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen (in bijlage 6),) bij dit besluit. <KB 2002-04-22/30, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> <KB 2006-01-12/35, art. 58, 009; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 123, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 19. Binnen een termijn van twee maanden na de gunning van de opdracht of na de keuze van het ontwerp, wordt een aankondiging van uitslag van de prijsvraag voor ontwerpen opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen (in bijlage 6)) bij dit besluit gezonden aan de Europese Commissie om opgenomen te worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. <KB 2002-04-22/30, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> <KB 2006-01-12/35, art. 59, 009; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
  Deze aankondiging van prijsvraag voor ontwerpen mag eveneens gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen volgens hetzelfde model van aankondiging. De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaats vinden vóór de verzending van de aankondiging naar de Europese Commissie en moet deze datum van verzending vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die verschenen zijn in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

  HOOFDSTUK IIIbis-[1 Communicatiemiddelen en vertrouwelijkheid van de informatie.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 124, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 19bis. <ingevoegd bij KB 2004-02-18/35, art. 31; Inwerkingtreding : 01-05-2004> Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° schriftelijk of geschreven stuk : elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens medegedeeld. Dit geheel kan met elektronische middelen overgebrachte en/of opgeslagen gegevens bevatten. Een schriftelijk stuk dat met elektronische middelen werd opgesteld, kan per brief of per bode worden verzonden of overhandigd of met elektronische middelen worden verzonden;
  2° elektronische middel : een middel waarbij gebruik wordt gemaakt van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking (met inbegrip van digitale compressie) en gegevenopslag alsmede van verspreiding, overbrenging en ontvangst per draad, straalverbinding, langs optische weg of met andere elektromagnetische middelen.

  Art. 19ter.[1 § 1. Ongeacht of elektronische middelen worden gebruikt of niet, vindt de mededeling, uitwisseling en opslag van informatie op zodanige wijze plaats dat :
   1° de integriteit van de gegevens wordt gewaarborgd;
   2° de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot deelneming en van de offertes wordt gewaarborgd, en dat de aanbestedende dienst pas bij het verstrijken van de uiterste termijn kennisneemt van de inhoud ervan.
   § 2. Elk schriftelijk stuk dat met elektronische middelen werd opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, computervirus of andere schadelijke instructie vertoont, kan in een veiligheidsarchief worden opgenomen. Indien het stuk geen aanvraag tot deelneming of een offerte betreft, kan het, voor zover dit technisch noodzakelijk is, als niet ontvangen worden beschouwd. In dit geval wordt de afzender daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht.
   § 3. De aanbestedende dienst kan het gebruik van elektronische middelen toestaan voor het uitwisselen, in de loop van de procedure, van schriftelijke stukken, andere dan aanvragen tot deelneming en offertes. De kandidaat of de inschrijver kunnen dit gebruik eveneens toestaan.
   In geval van toepassing van het eerste lid kunnen, wanneer een bepaling van dit besluit voorschrijft dat een verzending plaatsvindt of wordt bevestigd per aangetekende brief, daarvoor elektronische middelen worden gebruikt voor zover ze voldoen aan artikel 19quater, § 1. De bestemmeling draagt in dit laatste geval de bewijslast van de ontvangst.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 125, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 19quater.[1 § 1. Wanneer elektronische middelen worden gebruikt voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes, bieden ze ten minste de waarborg :
   1° dat de elektronische handtekening conform is met de regels van het Europees en het daarmee overeenstemmende nationaal recht inzake de geavanceerde elektronische handtekening met een geldig gekwalificeerd certificaat, waarbij deze handtekening werd gerealiseerd via een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening;
   2° dat elke aanvraag tot deelneming of offerte die met elektronische middelen werd opgesteld en die in de ontvangen versie een macro, een computervirus of andere schadelijke instructie vertoont, in een veiligheidsarchief kan worden opgenomen. Voor zover dit technisch noodzakelijk is, kan dit document als niet ontvangen worden beschouwd. De aanvraag tot deelneming of de offerte wordt in dat geval geweerd, maar de kandidaat of inschrijver mag hiervan slechts op de hoogte worden gebracht volgens de bepalingen van artikel 62bis van de wet of van artikel 33, al naargelang;
   3° dat het precieze tijdstip van ontvangst door de bestemmeling automatisch vastgesteld wordt door een ontvangstbewijs dat via elektronische middelen wordt verzonden;
   4° dat redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand vóór de vastgelegde uiterste datum en uur toegang kan hebben tot de overgelegde aanvragen tot deelneming of offertes;
   5° dat in geval van een inbreuk op dat toegangsverbod redelijkerwijs kan worden verzekerd dat de inbreuk duidelijk opspoorbaar is;
   6° dat enkel de daartoe aangestelde personen het precieze tijdstip van opening van de overgelegde gegevens mogen vastleggen of wijzigen;
   7° dat tijdens de procedure, op de vastgelegde uiterste datum en uur, de toegang tot de overgelegde gegevens slechts mogelijk is wanneer de daartoe aangestelde personen gelijktijdig optreden;
   8° dat de gegevens betreffende de overgelegde aanvragen tot deelneming of offertes, die geopend worden overeenkomstig de vereisten van dit artikel, alleen maar toegankelijk mogen zijn voor de daartoe aangestelde personen;
   9° dat de te gebruiken hulpmiddelen en de technische eigenschappen ervan, met inbegrip van de eventuele versleuteling, niet discriminerend algemeen voor het publiek beschikbaar zijn en verenigbaar met algemeen gebruikte informatie- en communicatiemiddelen. Ze worden beschreven in de aankondiging van opdracht of in het bestek.
   De voorwaarden vermeld in 1° tot 3° zijn van toepassing op de kandidaten, de inschrijvers en de aanbestedende dienst en die vermeld in 4° tot 9° zijn van toepassing op de aanbestedende dienst.
   De voorwaarden vermeld in 3° tot 8° zijn niet toepasselijk op de met elektronische middelen opgestelde offertes die niet via deze middelen worden overgelegd.
   § 2. De aanbestedende dienst beslist voor elke opdracht afzonderlijk of hij het gebruik van elektronische middelen oplegt, toestaat of verbiedt voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes. Hij vermeldt deze beslissing in de aankondiging van opdracht of in het bestek, desgevallend samen met de door de kandidaten of inschrijvers te gebruiken elektronische hulpmiddelen en adres. Bij gebrek aan deze vermeldingen is het gebruik van elektronische middelen verboden.
   Zelfs indien het gebruik van elektronische middelen wordt opgelegd of toegestaan voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes, kunnen bepaalde bij te voegen documenten, die niet of uiterst moeilijk via elektronische middelen kunnen worden aangemaakt, op papier worden bezorgd vóór de uiterste ontvangstdatum. In geval het gebruik van elektronische middelen is opgelegd, dient de aanbestedende dienst vooraf akkoord te gaan met het bezorgen van documenten op papier.
   Door zijn aanvraag tot deelneming of offerte geheel of gedeeltelijk via elektronische middelen over te leggen, aanvaardt de kandidaat of inschrijver dat bepaalde gegevens van zijn aanvraag tot deelneming of offerte worden geregistreerd door de werking zelf van het ontvangstsysteem.
   § 3. Om te verhelpen aan sommige problemen die zich kunnen voordoen bij de overlegging, de ontvangst of de opening van met elektronische middelen ingediende aanvragen tot deelneming of offertes, kan de aanbestedende dienst aan de kandidaten of inschrijvers de toestemming geven om :
   1° ingeval een aanvraag tot deelneming of offerte de overlegging kan meebrengen van omvangrijke documenten en teneinde elke mogelijke vertraging door de elektronische overlegging ervan te vermijden, hun aanvraag tot deelneming of offerte over te leggen via een dubbele elektronische zending.
   Een eerste stap bestaat uit de overlegging van een vereenvoudigde zending die hun identiteit, de elektronische handtekening van hun volledige aanvraag tot deelneming of offerte en, in voorkomend geval, het bedrag van hun offerte omvat. Deze vereenvoudigde zending wordt elektronisch ondertekend. Haar ontvangst geldt als ontvangsttijdstip van de aanvraag tot deelneming of offerte.
   Een tweede stap omvat de overlegging van de eigenlijke aanvraag tot deelneming of offerte, die elektronisch ondertekend is om de integriteit van de gegevens van de aanvraag tot deelneming of offerte te certificeren.
   De ontvangst van de eigenlijke aanvraag tot deelneming of offerte gebeurt binnen een termijn die geen vierentwintig uur mag overschrijden na het uiterste ontvangsttijdstip van de aanvragen tot deelneming of de offertes, op straf van wering van de aanvraag tot deelneming of offerte;
   2° zowel een aanvraag tot deelneming of een offerte, overgelegd met elektronische middelen, in te dienen, als een veiligheidskopie, opgesteld met elektronische middelen of op papier. Deze veiligheidskopie wordt in een definitief gesloten envelop gestoken waarop duidelijk " veiligheidskopie " wordt vermeld en wordt binnen de opgelegde ontvangsttermijn ingediend. Deze kopie mag enkel worden geopend ingeval van een tekortkoming bij de overlegging, de ontvangst of de opening van de met elektronische middelen overgelegde aanvraag tot deelneming of offerte. Ze vervangt in dat geval definitief het met elektronische middelen overgelegd stuk. De veiligheidskopie is voor het overige onderworpen aan de op offertes toepasselijke regels van dit besluit.
   De aanbestedende dienst geeft in de aankondiging van opdracht of in het bestek aan of ze de werkwijze sub 1°, de werkwijze sub 2° of beide toestaat.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 126, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 19quinquies.
  <Opgeheven bij KB 2009-09-29/01, art. 127, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 19sexies. <Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 50; Inwerkingtreding : 01-02-2008> De mededeling, de uitwisseling en het opslaan van informatie geschieden op zodanige wijze dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot deelneming en van de inschrijvingen gewaarborgd zijn en dat de aanbestedende dienst pas bij het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennis neemt van de inhoud van de aanvragen tot deelneming en van de offertes.

  HOOFDSTUK IV. - Technische specificaties en normen.

  Art. 20. <KB 2007-11-23/34, art. 51, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2008> In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° technische specificaties :
  a) in geval van een opdracht voor aanneming van werken : alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de opdrachtdocumenten, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een werk, een materiaal, een product of een levering en aan de hand waarvan op objectieve wijze een werk, een materiaal, een product of een levering zodanig kan worden omschreven dat dit beantwoordt aan het gebruik waarvoor het door de aanbestedende dienst is bestemd. Tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitswaarborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering en productieprocessen en -methoden. Zij omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbestedende dienst bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;
  b) in geval van een opdracht voor aanneming van leveringen of diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden, en de procedures voor de conformiteitsbeoordeling;
  2° norm : een technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort :
  - internationale norm: een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
  - Europese norm : een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
  - nationale norm : een norm die door een nationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
  3° Europese technische goedkeuring : een gunstige technische beoordeling gesteund op de bevinding dat aan de essentiële eisen wordt voldaan waarbij een product, gezien zijn intrinsieke eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastgestelde voorwaarden, geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor bouwdoeleinden. De Europese technische goedkeuring wordt verleend door een daartoe door de lidstaat erkende instelling;
  4° gemeenschappelijke technische specificaties : technische specificaties die zijn opgesteld volgens een door de lidstaten erkende procedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt;
  5° technisch referentiekader : ieder ander product dan de officiële normen, dat door de Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de marktbehoeften zijn aangepast.

  Art. 21.<KB 2007-11-23/34, art. 52, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2008> § 1. [1 De technische specificaties moeten de inschrijvers gelijke toegang bieden en mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van opdrachten voor mededinging worden geschapen.]1
  De aanbestedende dienst neemt de technische specificaties op in de opdrachtdocumenten. Waar mogelijk worden in deze technische specificaties toegankelijkheidscriteria in overweging genomen teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, inbegrepen de personen met een handicap.
  § 2. Onverminderd de verplichte nationale technische voorschriften, voor zover verenigbaar met het Europees recht, worden de technische specificaties als volgt aangegeven :
  a) hetzij door verwijzing naar de technische specificaties en - in volgorde van voorkeur - naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische verwijzingssystemen, of, bij ontstentenis daarvan, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken en het gebruik van producten. Iedere verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig";
  b) hetzij in termen van prestatie-eisen en functionele eisen; deze kunnen milieukenmerken omvatten. Zij moeten echter zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers in staat zijn het voorwerp van de opdracht te bepalen en de aanbestedende dienst in staat is de opdracht te gunnen;
  c) hetzij in de onder b) bedoelde termen van prestatie-eisen en functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder a) bedoelde specificaties;
  d) hetzij door verwijzing naar de onder a) bedoelde specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de onder b) bedoelde prestatie-eisen en functionele eisen voor andere kenmerken.
  § 3. Wanneer de aanbestedende dienst gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in § 2, a), bedoelde specificaties, kan hij echter geen offerte weren met als reden dat de aangeboden producten en diensten niet beantwoorden aan de specificaties waarnaar hij heeft verwezen, indien de inschrijver tot voldoening van de aanbestedende dienst, in zijn offerte met elk passend middel aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de eisen van de technische specificaties.
  Een passend middel kan bijvoorbeeld een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
  § 4. Wanneer de aanbestedende dienst gebruik maakt van de in § 2 geboden mogelijkheid prestatie-eisen of functionele eisen te stellen, mag hij geen aanbod van werken, producten of diensten afwijzen die beantwoorden aan een nationale norm waarin een Europese norm is omgezet, aan een Europese technische goedkeuring, aan een gemeenschappelijke technische specificatie, aan een internationale norm, of aan een door een Europese normalisatie-instelling opgestelde technisch referentiesysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de prestaties of functionele eisen die hij heeft voorgeschreven.
  De inschrijver moet in zijn offerte, tot voldoening van de aanbestedende dienst, met elk passend middel aantonen dat de aan de norm beantwoordende werken, producten of diensten aan de prestatie-eisen of functionele eisen van de aanbestedende dienst voldoen.
  Een passend middel kan een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
  § 5. Een aanbestedende dienst die milieukenmerken voorschrijft door verwijzing naar prestatie-eisen of functionele eisen, zoals bepaald in § 2, b), kan gebruik maken van de gedetailleerde specificaties of, zo nodig, van gedeelten daarvan, zoals vastgesteld in Europese, (pluri)nationale milieukeuren of in een andere milieukeur, voor zover :
  - deze geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van de leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft;
  - de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens;
  - de milieukeuren aangenomen zijn via een proces waaraan alle betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties hebben kunnen deelnemen;
  - de keuren toegankelijk zijn voor alle betrokken partijen.
  De aanbestedende dienst kan aangeven dat de van een milieukeur voorziene producten of diensten worden geacht te voldoen aan de technische specificaties van het bestek; hij dient elk ander passend bewijsmiddel te aanvaarden, zoals een technisch dossier van de fabrikant of een testverslag van een erkende organisatie.
  "Erkende organisaties" in de zin van dit artikel zijn testlaboratoria, ijklaboratoria en inspectie- en certificatieorganisaties die voldoen aan de toepasselijke Europese normen.
  De aanbestedende dienst aanvaardt certificaten van in andere lidstaten erkende organisaties.
  § 6. Behalve indien dit door het voorwerp van de opdracht gerechtvaardigd is, mag in de technische specificaties geen melding worden gemaakt van een bepaald fabrikaat of een bepaalde herkomst of van een volgens bijzondere werkwijzen verkregen fabrikaat, noch mogen deze een verwijzing bevatten naar een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of geëlimineerd. Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van uitzondering toegestaan wanneer een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke beschrijving van het voorwerp van de opdracht niet mogelijk is door toepassing van de leden 3 en 4; deze vermelding of verwijzing moet vergezeld gaan van de woorden "of gelijkwaardig".
  ----------
  (1)<KB 2010-02-10/01, art. 70, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 22. § 1. De aanbestedende dienst deelt de belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners die een opdracht wensen te verkrijgen en die hierom verzoeken de technische specificaties mee die in de regel bedoeld worden in de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten of de technische specificaties waarnaar hij wenst te verwijzen voor de opdrachten die het voorwerp uitmaken van een periodieke enuntiatieve aankondiging in de zin van artikel 6. Hij kan de belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners eisen stellen ter bescherming van het vertrouwelijk karakter van de inlichtingen die hij hen meedeelt.
  § 2. Indien deze technische specificaties omschreven werden in de documenten die ter beschikking kunnen gesteld worden van belangstellende aannemers, leveranciers of dienstverleners, wordt de aanduiding van de verwijzing naar deze documenten als voldoende beschouwd.
  § 3. (Een variante mag niet geweerd worden om de enkele reden dat een opdracht voor aanneming van diensten daardoor een opdracht voor aanneming voor leveringen zou worden en omgekeerd.) <KB 2007-11-23/34, art. 53, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2008>

  HOOFDSTUK V. - [1 Sociale en fiscale verplichtingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-09-29/01, art. 128, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  Art. 22bis. [1 De aanbestedende dienst kan in de opdrachtdocumenten vermelden bij welke instanties de inschrijvers de terzake dienende informatie kunnen verkrijgen over de verplichtingen inzake belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de prestaties worden uitgevoerd en die tijdens de uitvoering van de opdracht op die prestaties van toepassing zijn.
   Wanneer de aanbestedende dienst de in het eerste lid bedoelde vermelding opneemt, dienen de inschrijvers in hun offerte te verklaren dat zij bij het opstellen ervan rekening hebben gehouden met de verplichtingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de prestaties worden uitgevoerd.
   Het tweede lid geldt onverminderd de toepassing van artikel 16 laatste lid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-09-29/01, art. 129, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>

  TITEL II. - Verificatieattest, correctiemechanisme en bemiddeling.

  HOOFDSTUK I. - Het verificatieattest.

  Art. 23.
  <Opgeheven bij KB 2010-02-10/01, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 24.
  <Opgeheven bij KB 2010-02-10/01, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 25.
  <Opgeheven bij KB 2010-02-10/01, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 26.
  <Opgeheven bij KB 2010-02-10/01, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  HOOFDSTUK II. - Het correctiemechanisme.

  Art. 27. Indien de Europese Commissie vóór het sluiten van de overeenkomst als oordeel geeft dat er een duidelijke en kennelijke inbreuk op het gemeenschapsrecht inzake de gunning van de in dit besluit bedoelde opdrachten gepleegd is en zij vraagt om die inbreuk met passende middelen ongedaan te maken, dient de aanbestedende dienst samen te werken met de overheden belast met het mededelen van een antwoord aan de Commissie. De aanbestedende dienst is met name verplicht om aan de Eerste Minister, via de snelst mogelijke weg, binnen de tien dagen na de ontvangst van de officiële kennisgeving van de Commissie, alle stukken en inlichtingen over te maken die nodig zijn voor het verzekeren van dit antwoord.

  HOOFDSTUK III. - De bemiddeling.

  Art. 28.
  <Opgeheven bij KB 2010-02-10/01, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 29.
  <Opgeheven bij KB 2010-02-10/01, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 30.
  <Opgeheven bij KB 2010-02-10/01, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  TITEL III. - Opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten gegund door overheidsbedrijven.

  Art. 31. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 63, eerste lid, van de wet, waaronder deze opgesomd in bijlage 1, B, bij dit besluit, wanneer het geraamde bedrag van hun opdrachten gelijk is aan of groter dan de bedragen bepaald in artikel 2 van dit besluit.
  (Tweede lid geschrapt) <KB 2006-01-12/35, art. 60, 009; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  TITEL IV. - Slotbepalingen.

  Art. 32. De volgende landen vallen volgens de bepalingen en de voorwaarden van de internationale akte die hen betreft onder de toepassing van boek II van de wet en van dit besluit :
  1° IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, met toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor de opdrachten met een geraamde bedrag, zonder belasting op de toegevoegde waarde, gelijk aan of hoger dan de bedragen bedoeld in artikel 2;
  2° Canada, Korea, de Verenigde Staten van Amerika, Israël, Japan en Zwitserland, met toepassing van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten gesloten in het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven, voor de opdrachten met een geraamde bedrag, zonder belasting op de toegevoegde waarde, gelijk aan of hoger dan de bedragen bedoeld in artikel 31, tweede lid.
  Zijn enkel bedoeld de opdrachten van de overheidsbedrijven en van de aanbestedende overheden in de zin van artikel 31 van dit besluit en die betrekking hebben op :
  a) de werkzaamheden in de sectoren water en elektriciteit in de zin van de artikelen 49 en 50 van de wet;
  b) de netuitbating bestemd voor de dienstverlening aan het publiek op het gebied van vervoer per metro, tram, autobus, trolleybus, kabelbaan of zelfbesturingssysteem in de zin van artikel 53, 1°, van de wet;
  c) de exploitatie van een geografisch gebied met het oog op de terbeschikkingstelling voor de vervoerders door de lucht, over zee of langs de binnenwateren, van luchthavens, zee- of binnenhavens of van andere vervoerterminals in de zin van artikel 53, 2°, van de wet.

  Art. 33.
  § 1. Alle nodige statistische inlichtingen inzake opdrachten onderworpen aan de toepassing van dit besluit worden aan de Eerste Minister of aan de Minister van Economie overgemaakt op hun verzoek en volgens de modaliteiten door hen bepaald met het oog op de mededeling ervan aan de Europese Commissie.
  § 2. [De aanbestedende diensten bewaren met betrekking tot alle opdrachten de nodige informatie om later hun besluiten te rechtvaardigen betreffende :
  a) de kwalificatie en de selectie van de aannemers, leveranciers of dienstverleners en de gunning van de opdrachten;
  b) [1 de afwijzing van een offerte in de gevallen bedoeld in artikel 21, §§ 4 en 5.]1
  c) het gebruik van procedures zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 59, § 2, van de wet;
  d) [2 het niet-toepassen van de bepalingen van het boek II, titel I, hoofdstuk I, van de wet krachtens de uitsluitingen erin bedoeld, alsook krachtens de uitsluitingen vermeld in bijlage 2, B, van de wet.]2
  [1 e) Het gebruik van een concessie voor diensten, die niet tot het toepassingsgebied van de wet behoort, of van een concessie voor openbare werken, waarop Boek II van de wet niet van toepassing is.]1
  Deze informatie wordt bewaard gedurende ten minste vier jaar na de datum waarop de opdracht is gegund.] <KB 1999-03-17/30, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999>
  [§ 3. Wanneer de opdracht wordt gegund bij beperkte procedure of onderhandelingsprocedure met bekendmaking licht de aanbestedende dienst, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in en voegt er de motieven voor hun niet-selectie aan toe.] <KB 2008-07-31/32, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 18-08-2008>
  [§ 4. Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 59, § 2, van de wet deelt de aanbestedende dienst aan elke inschrijver wiens offerte niet is gekozen en aan de aannemer de gunningsbeslissing van de opdracht mee binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek.] <KB 2008-07-31/32, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 18-08-2008>
  [§ 5. De aanbestedende dienst brengt onmiddellijk de kandidaten of de inschrijvers op de hoogte van het feit dat zij besloten heeft af te zien van de gunning van de opdracht of de procedure te herbeginnen. Zij deelt de motieven mee binnen vijftien dagen na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de kandidaten of inschrijvers.] <KB 2008-07-31/32, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 18-08-2008>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 130, 013; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  (2)<KB 2010-02-10/01, art. 71, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 33bis. [1 De aankondiging in geval van vrijwillige transparantie ex ante, als bedoeld in artikel 65/18, eerste lid, 1°, van de wet, wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging in bijlage 7 van dit besluit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2010-02-10/01, art. 72, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>

  Art. 34. Het koninklijk besluit van 26 juli 1994 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken en leveringen in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie wordt opgeheven.

  Art. 35. Dit besluit is van toepassing op de opdrachten voor aanneming van werken, van leveringen en van diensten en de prijsvragen voor ontwerpen die met ingang van 1 juli 1996 worden aangekondigd en voor deze waarvoor, bij ontstentenis van aankondiging, met ingang van die datum de beslissing wordt genomen om tot een opdracht over te gaan.
  De opdrachten en de prijsvragen voor ontwerpen die aangekondigd zijn of waarover beslist is vóór deze datum, blijven onderworpen aan de wets- en reglementsbepalingen zoals ze ten tijde van de aankondiging of de beslissing gelding hadden.

  Art. 36. Onze Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.
  Gewijzigd bij :
  <KB 2006-01-12/35, art. 61, Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Art. N1.<KB 1999-03-17/30, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 01-05-1999> BIJLAGE 1. (Lijst van privaatrechtelijke personen die bijzondere of uitsluitende rechten genieten volgens artikel 47 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
  1. Watersector.
  Productie, vervoer en voorziening in drinkwater.
  - N.V. Aquinter.
  2. Energiesector.
  Productie, vervoer en voorziening in elektriciteit.
  - N.V. Electrabel.
  Vervoer of voorziening in gas of warmte.
  - N.V. Distrigas.
  Het prospecteren of winning van petroleum of gas.
  -
  Het prospecteren of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen.
  -
  3. Vervoersector.
  Uitbating van spoorwegnetten.
  -
  Uitbating van metro-, tramway-, autobus en trolleybusnetten.
  -
  Terbeschikkingstelling van luchthavens.
  - N.V. Brussels South Charleroi Airport.
  - N.V. Société de Développement et de Promotion de l'Aéroport de Bierset.
  Terbeschikkingstelling van zee- of binnenhavens of van andere vervoerterminals.
  -
  4. (Sector van de postdiensten.) <KB 2005-07-20/53, art. 21, 007 ; Inwerkingtreding : 22-08-2005>
  Lijst van overheidsbedrijven volgens artikel 26 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
  1) Vervoersector.
  Uitbating van spoorwegnetten.
  - Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.
  Terbeschikkingstelling van luchthavens.
  - Belgian International Airport Company.
  - Belgocontrol.
  2) (Sector van de postdiensten - De Post.) <KB 2005-07-20/53, art. 21, 007 ; Inwerkingtreding : 22-08-2005>
  - [1 Proximus]1.
  ----------
  (1)<W 2015-08-10/26, art. 3, 018; Inwerkingtreding : 22-06-2015 (zie KB 2015-09-11/02, art. 1)>

  Art. N2. <KB 2002-04-22/30, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> - BIJLAGE 2.
  * BIJLAGE 2,A - PERIODIEKE INDICATIEVE AANKONDIGING NUTSSECTOREN (niet gebruikt als oproep tot mededinging)
  (Model niet opgenomen om technische redenen, B.S. 30-04-2002, p. 17969-17974)
  * BIJLAGE 2,B - PERIODIEKE INDICATIEVE AANKONDIGING NUTSSECTOREN (gebruikt als oproep tot mededinging)
  (Model niet opgenomen om technische redenen, B.S. 30-04-2002, p. 17975-17986)

  Art. N3. <KB 2002-04-22/30, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> - BIJLAGE 3. - AANKONDIGING VAN OPDRACHT NUTSSECTOREN.
  (Model niet opgenomen om technische redenen, B.S. 30-04-2002, p. 17987-17996)

  Art. N4.<KB 2002-04-22/30, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> - BIJLAGE 4. - [AANKONDIGING VAN EEN GEGUNDE OPDRACHT - SOCIALE SECTOREN.]
  (Model niet opgenomen om technische redenen, B.S. 30-04-2002, p. 17997-18004)
  <Gewijzigd bij :
  >
  <KB 2010-02-10/01, art. 74, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010; B.S. 16-02-2010, p. 9298-9307>

  Art. N5. <KB 2002-04-22/30, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> - BIJLAGE 5. - ERKENNINGSREGELING NUTSSECTOREN.
  (Model niet opgenomen om technische redenen, B.S. 30-04-2002, p. 18006-18009)

  Art. N6. <KB 2002-04-22/30, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 01-05-2002> - BIJLAGE 6.
  * BIJLAGE 6,A - AANKONDIGING VAN EEN PRIJSVRAAG VOOR ONTWERPEN.
  (Model niet opgenomen om technische redenen, B.S. 30-04-2002, p. 18011-18015)
  * BIJLAGE 6,B - RESULTAAT VAN EEN PRIJSVRAAG VOOR ONTWERPEN.
  (Model niet opgenomen om technische redenen, B.S. 30-04-2002, p. 18016-18019)

  Art. N9.
  BIJLAGE 9 - AANKONDIGING IN GEVAL VAN VRIJWILLIGE TRANSPARENTIE EX ANTE
  <Ingevoegd bij KB 2010-02-10/01, art. 75, 015; Inwerkingtreding : 25-02-2010>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 16-02-2010, p. 9308-9316)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 18 juni 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Telecommunicatie,
E. DI RUPO

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 januari en 18 juni 1996;
   Gelet op de richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie;
   Gelet op de richtlijn 93/38/EEG van de Raad van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie;
   Gelet op de richtlijn 94/22/EEG van het Parlement en van de Raad van 30 mei 1994 betreffende de voorwaarden voor het verlenen en het gebruik maken van vergunningen voor de prospectie, de exploratie en de produktie van koolwaterstoffen;
   Gelet op de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten gesloten in het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven, ondertekend te Marrakech op 15 april 1994;
   Gelet op het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 25 september 1995;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Eerste Minister en van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en van Telecommunicatie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 10-08-2015 GEPUBL. OP 01-09-2015
    (GEWIJZIGD ART. : N1)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 19-12-2011 GEPUBL. OP 23-12-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-12-2010 GEPUBL. OP 24-01-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 15)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-02-2010 GEPUBL. OP 16-02-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 14bis; 16; 21; 33; 33bis; 23-26; 28-30; N4; N9)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 14-12-2009 GEPUBL. OP 17-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 29-09-2009 GEPUBL. OP 02-10-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 8; 10; 11; 13; 15; 16; 17; 18; 19ter-19quinquies; 22bis; 33)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 31-07-2008 GEPUBL. OP 18-08-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 33)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17-12-2007 GEPUBL. OP 20-12-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 23-11-2007 GEPUBL. OP 07-12-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 14; 14BIS; 16; 17; 19SEX; 20; 21)
    (GEWIJZIGDE ART. : 22; 33)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 12-01-2006 GEPUBL. OP 27-01-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 9; 10; 12; 12BIS; 13BIS; 16BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 18; 19; 31; N2-N6; N7; N8)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 20-12-2005 GEPUBL. OP 23-12-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 31)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2005 GEPUBL. OP 22-08-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 2; N1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 18-02-2004 GEPUBL. OP 27-02-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 19BIS-19QUIN)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 17-12-2003 GEPUBL. OP 23-12-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 31)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-04-2002 GEPUBL. OP 30-04-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 7; 8; 9; 10; 12; N2-N7)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 04-12-2001 GEPUBL. OP 19-12-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 6; 31)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 08-02-2000 GEPUBL. OP 15-02-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 6; 31)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-03-1999 GEPUBL. OP 26-03-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 6; 8; 9; 10; 28; 29; 31; 33)
    (GEWIJZIGDE ART. : N1; N2; N3; N4; N5)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE.
       De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 13 december 1995 door de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie", heeft op 18 december 1995 het volgend advies gegeven :
       
       Volgens artikel 84, tweede lid, dat bij de wet van 15 oktober 1991 is ingevoegd in de gecoördineerde wetten op de Raad van State, moeten in de adviesaanvraag de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisend karakter ervan.
       In het onderhavige geval luidt die motivering aldus :
       
       "En raison de l'urgence motivée par l'impérieuse nécessité d'assurer sans retard la transposition de règles européennes - plus particulièrement les dispositions de la directive 93/38/CEE consacrées aux marchés de services - et d'éviter ainsi une procédure d'infraction devant la Cour de Justice des Communautés européennes, il me serait agréable que l'avis soit rendu dans le délai prescrit par l'article 84 des lois coordonnées".
       Strekking en rechtsgrond van het ontwerp.
       1. De regeling vervat in het voor advies voorgelegde ontwerp-besluit, betreft de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten gegund zowel door privéondernemingen als door overheidsbedrijven in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie.
       Zij zal in de plaats komen van het koninklijk besluit van 26 juli 1994 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken en leveringen in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie.
       De bedoeling van de stellers van het ontwerp bestaat er hoofdzakelijk in de regeling van het voornoemde koninklijk besluit van 26 juli 1994 aan te passen aan de wijzigingen die - met het oog op de implementatie van de richtlijn 93/38/EEG van de Raad van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (1) - zullen worden aangebracht aan boek II van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, door het ontwerp L. 24.787/1 waarover de Raad van State heden eveneens advies heeft gegeven.
       2. Zoals dat het geval was met het voornoemde koninklijk besluit van 26 juli 1994, heeft het ontwerp als rechtsgrond, eensdeels, een aantal specifieke bepalingen van de zoëven genoemde wet van 24 december 1993 waarin de Koning met het nemen van bepaalde uitvoeringsmaatregelen wordt belast (onder meer de artikelen 47, 52 en 61 van de wet), en, anderdeels, artikel 64, § 1, van dezelfde wet, luidens hetwelk de Koning alle uitvoeringsmaatregelen neemt die nodig zijn om de omzetting van de richtlijn 90/531/EEG (inmiddels vervangen door de voornoemde richtlijn 93/38/EEG) te verzekeren. Luidens hetzelfde artikel 64, § 1, zullen deze maatregelen, en met name die welke genomen worden in het kader van de bijzondere bevoegdverklaringen die in boek II van die wet vermeld worden, identiek zijn aan de bepalingen van deze richtlijn.
       Algemene opmerkingen.
       1. Binnen de uiterst korte termijn welke hem voor het onderzoek van het ontwerp is gegeven, is het de Raad van State niet mogelijk op grondige wijze de volledigheid van de door het ontwerp beoogde implementatie na te gaan, noch om dieper in te gaan op de vraag hoe de te implementeren Europese voorschriften zich verhouden tot de voorschriften van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, gesloten in het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven, ondertekend te Marrakech op 15 april 1994, en goedgekeurd bij de wet van 23 december 1994 tot goedkeuring van het Akkoord betreffende de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (2). Het advies hierna moet onder dat dubbel voorbehoud worden gelezen.
       2. Gelet op het opzet en de techniciteit van de in het ontwerp geregelde materie, verdient het aanbeveling de tekst ervan te laten voorafgaan door een verslag aan de Koning. Met het toevoegen van een dergelijk verslag aan de Koning zal men overigens aansluiten bij een procédé dat, wat de betrokken materie betreft, reeds werd toegepast - onder meer - in het koninklijk besluit van 22 april 1977 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en in het koninklijk besluit van 1 augustus 1990 betreffende de mededinging inzake bepaalde overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken in het raam van de Europese Gemeenschappen.
       3. Het ontwerp wordt opgevat als een autonoom besluit dat, zoals zoëven vermeld, het voornoemd koninklijk besluit van 26 juli 1994 integraal zal vervangen. Een nader onderzoek van de tekst doet er echter van blijken dat de wijzigingen en aanvullingen, vergeleken met de tekst van dat laatste besluit, weinig talrijk zijn. Dergelijke werkwijze is vanuit wetgevingstechnisch oogpunt om verscheidene redenen niet verantwoord, te meer omdat het bedoelde besluit tot op heden ongewijzigd is gebleven.
       Vooreerst heeft deze werkwijze tot gevolg dat aan de Raad van State een tekst wordt voorgelegd, waarvan de bepalingen voor een groot deel reeds aan zijn advies werden onderworpen (3).
       Vervolgens biedt de gevolgde werkwijze het risico dat sommige bepalingen die reeds definitief in de rechtsorde werden opgenomen, door hun nieuwe afkondiging opnieuw, gedurende een bepaalde tijdspanne, vatbaar worden voor een annulatieberoep bij de afdeling administratie van de Raad van State.
       Tenslotte dient te worden opgemerkt dat het aangewende procédé geenszins meer duidelijkheid zal verschaffen voor de rechtsonderhorige. Integendeel, mede gelet op de complexe aard van de regelgeving inzake overheidsopdrachten, verdient het aanbeveling over een tekst te beschikken waarin de wijzigingen en aanvullingen van de heersende reglementering nauwkeurig worden aangeduid, teneinde elke onduidelijkheid of nodeloos zoekwerk te vermijden.
       Het ontwerp zou dan ook beter worden herwerkt tot een wijzigingsbesluit van het koninklijk besluit van 26 juli 1994.
       Onderzoek van de tekst.
       Aanhef.
       1. In het tweede lid van de aanhef schrijve men : "Gelet op de richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992" en schrappe men in fine de vermelding "(92/13/EEG)". Dezelfde opmerking geldt, mutatis mutandis, voor het derde en het vierde lid van de aanhef.
       2. In het vijfde lid van de aanhef schrijve men "en goedgekeurd door de wet van 23 december 1994".
       3. In het zesde lid van de aanhef dient de datum van het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten te worden vermeld.
       4. Het achtste lid van de aanhef is overbodig, aangezien in het voordrachtformulier melding wordt gemaakt van het advies van de in raad vergaderde ministers.
       - Artikel 3.
       Het bepaalde in het derde lid van paragraaf 3 dient nauwer aan te sluiten bij artikel 14, § 5, van de voornoemde richtlijn 93/38/EEG, waarvan het de omzetting beoogt.
       - Artikel 4.
       In het 5° dient verwezen te worden naar artikel 36 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en niet naar artikel 36 van een zogenaamd Verdrag tot oprichting van de Europese Unie.
       Immers, die laatste akte - juister, het Verdrag betreffende de Europese Unie van 7 februari 1992 - heeft enkel een aantal wijzigingen aangebracht aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (4), doch heeft het niet vervangen. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 16, § 2, van het ontwerp.
       De kamer was samengesteld uit :
       
       De heer J. De Brabandere, kamervoorzitter;
       De heren M. Van Damme, D. Albrecht, staatsraden.
       Mevr. A. Beckers, griffier.
       De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer D. Albrecht.
       Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Depuydt, auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer E. Vanherck, adjunct-referendaris.
       De griffier,
       A. BECKERS
       De voorzitter,
       J. DE BRABANDERE (1) Men zal zich herinneren dat het koninklijk besluit van 26 juli 1994 louter een implementatie was van de richtlijn 90/531/EEG van 17 september 1990 betreffende de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie. De richtlijn 90/531/EEG wordt, vooral wat de opdrachten voor het verrichten van diensten betreft, gewijzigd en aangevuld door de richtlijn 93/38/EEG van de Raad van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie. Uit de samenlezing van de leden 1 en 3 van artikel 45 van de laatstgenoemde richtlijn, valt af te leiden dat de richtlijn 90/531/EEG geen rechtsgevolgen meer heeft vanaf de datum van toepassing van de richtlijn 93/38/EEG door de Lid-Staten, zijnde uiterlijk 1 juli 1994.
       (2) Deze wet werd tot op héden nog niet bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
       (3) Zie het advies nr. L. 23.200/1 van 19 mei 1994 over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de mededinging inzake bepaalde opdrachten voor aanneming van werken en leveringen in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie, in het raam van de Europese Gemeenschap", dat het koninklijk besluit van 26 juli 1994 is geworden.
       (4) Waaronder het vervangen in zijn opschrift van de woorden "Europese Economische Gemeenschap" door de woorden "Europese Gemeenschap".

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 16 uitvoeringbesluiten 17 gearchiveerde versies
    Franstalige versie