J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 105 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/1994/02/23/1994035460/justel

Titel
23 FEBRUARI 1994. - Decreet inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. -
(NOTA : art. 7ter gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij <DVR 2011-07-15/04, art. 2, 008; Inwerkingtreding : onbepaald>)
(NOTA : art. 7ter gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij <DVR 2013-06-21/17, art. 75; Inwerkingtreding : onbepaald>)
(NOTA : art. 6 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij DVR 2016-07-15/17, art. 100; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-1996 en tekstbijwerking tot 15-07-2015) Zie wijziging(en)

Bron : VLAAMSE GEMEENSCHAP
Publicatie : 01-06-1994 nummer :   1994035460 bladzijde : 14931
Dossiernummer : 1994-02-23/35
Inwerkingtreding : onbepaald

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1983023313        1990929930        1991121850        1984024249       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-3
HOOFDSTUK II. - Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.
Art. 4-7, 7bis, 7ter, 8, 8/1, 9
HOOFDSTUK III. - Voorwaarden en procedure voor tegemoetkoming.
Art. 10-14, 14bis
HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 15-21

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Dit decreet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 59bis van de Grondwet.

  Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
  1° [1 aanvrager : rechtspersoon die erkend is of voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden en die een aanvraag tot het verkrijgen van een investeringssubsidie of investeringswaarborg indient;]1
  2° [2 investering : kosten voor bouw-, uitbreidings- en verbouwingswerkzaamheden, aankoop van infrastructuur, uitrusting of apparatuur, met uitzondering van de aankoop van grond;]2
  3° programmatie : planning van voorzieningen op basis van geografische, demografische of andere criteria. Die criteria worden voor de verschillende categorieėn van investeringen in de onderscheiden reglementeringen vastgelegd;
  4° [Fonds : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij het decreet tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;] <DVR 2006-06-02/66, art. 17, 2°, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  5° investeringssubsidie : subsidie [...] als [1 rechtstreekse of onrechtstreekse]1 bijdrage in de kostprijs of de financiering van de investering door een [1 aanvrager]1, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet; <DVR 1999-03-16/40, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 27-04-1999>
  6° investeringswaarborg : de waarborg tot terugbetaling van de leningen, die werden aangegaan met het oog op de realisatie van de investering, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, voor dat deel van de kapitaalsuitgaven waarvoor geen investeringssubsidie wordt verkregen;
  7° masterplan : globale en beschrijvende schets met kostenraming van [1 het geplande project of de geplande projecten, met vermelding]1 van de doelgroep, de capaciteit, de uitvoeringstermijnen en toekomstige ontwikkelingen, met daarbij een financieel plan in verhouding tot de verwachte exploitatie;
  [8° subsidiebelofte : verbintenis, die op het lopende begrotingsjaar wordt vastgelegd, om voor een investering een investeringssubsidie toe te kennen;] <DVR 1996-12-20/37, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1997>
  9° [2 ...]2
  10° [1 project : het voorwerp van de geplande investering, zoals omschreven in het masterplan, waarvoor een investeringssubsidie of investeringswaarborg wordt gevraagd;]1
  11° [2 ...]2
  12° nieuwbouw : een nieuwe bouwconstructie met een eigen, autonome en functionele bestemming in de persoonsgebonden aangelegenheden; een nieuwbouw bevat steeds een ruwbouw;
  [13° uitbreiding : het bouwen van een nieuwe bouwconstructie aan of bij een bestaande constructie die een functionele bestemming in de persoonsgebonden aangelegenheden heeft of voor dergelijke bestemming in aanmerking komt en waarbij de nieuwe constructie functioneel aansluit;] <DVR 1999-03-16/40, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 27-04-1999>
  [14° aankoop : de verwerving van een gebouw dat in aanmerking komt voor een functionele bestemming in de persoonsgebonden aangelegenheden;] <DVR 1999-03-16/40, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 27-04-1999>
  15° verbouwing : elke materiėle ingreep, met uitzondering [van uitbreiding alsmede] van de onderhoudswerken of de door slijtage noodzakelijke vervangingswerken, tot verbetering of vernieuwing (van een gebouw) met een functionele bestemming in de persoonsgebonden aangelegenheden, of dat voor een dergelijke functionele bestemming in aanmerking komt. <DVR 1999-03-16/40, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 27-04-1999>
  [1 16° ...]1
  [1 17° ...]1
  [18° persoonsgebonden aangelegenheden : de persoonsgebonden aangelegenheden zoals gedefinieerd in het decreet tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.] <DVR 2006-06-02/66, art. 17, 3°, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  ----------
  (1)<DVR 2010-02-12/06, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<DVR 2015-07-03/03, art. 44, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2015; zie ook overgangsbepalingen art 51>

  Art. 3.De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op alle subsidie- en waarborgaanvragen die door [1 aanvragers]1 worden ingediend, met uitzondering van aanvragen voor de financiering van bepaalde onroerende investeringen die door provincies of gemeenten gedaan worden voor hun eigen patrimonium of dat van hun bedrijven, of die in hun opdracht door een intercommunale vereniging wordt gedaan overeenkomstig de bepalingen die het Investeringsfonds organiseren.
  ----------
  (1)<DVR 2010-02-12/06, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  

  HOOFDSTUK II. - Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.

  Art. 4. (Opgeheven) <DVR 2006-06-02/66, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 5. (Opgeheven) <DVR 2006-06-02/66, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 6.§ 1. De Regering bepaalt de sectoren waarvoor een investeringssubsidie verkregen kan worden en de wijze van toekenning en vereffening ervan. Zij bepaalt per categorie van investering de investeringssubsidie. Voor de universitaire ziekenhuizen kan in specifieke investersingssubsidie worden voorzien.
  § 2. [2 De investeringswaarborg kan enkel worden verleend als de aanvrager een subsidiebelofte heeft verkregen. De Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden waaronder de investeringswaarborg wordt verleend en stelt de wijze van betaling vast van de bijdragen op de gewaarborgde sommen tot dekking van de investeringswaarborg.]2
  [1 § 3. ...]1
  ----------
  (1)<DVR 2010-02-12/06, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<DVR 2015-07-03/03, art. 45, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2015; zie ook overgangsbepalingen art 51>

  Art. 7.
  <Opgeheven bij DVR 2010-02-12/06, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 7bis.<Ingevoegd bij DVR 2006-03-17/56, art. 2; Inwerkingtreding : 26-05-2006> § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan het Fonds alternatieve vormen van investeringssubsidies verstrekken aan [1 aanvragers]1 die een [1 rechtstreekse of onrechtstreekse]1 investering doen conform het goedgekeurde masterplan, overeenkomstig de bouwfysische, technische en kwalitatieve normen zoals bepaald door de Vlaamse Regering en passende in de programmatie. Deze subsidies kunnen niet gecumuleerd worden met de subsidies, vermeld in de artikelen 5, 6 en 7.
  De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van toekenning en uitbetaling, de voorwaarden en het bedrag inzake de investeringssubsidies, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de sectoren waarvoor deze alternatieve investeringssubsidies kunnen worden verstrekt. De Vlaamse Regering kan voor deze sectoren de toepassing van de subsidieregeling vermeld in de artikelen 5, 6 en 7 buiten werking stellen.
  De investeringswaarborg kan door het Fonds worden verleend aan [1 aanvragers]1 die een [1 rechtstreekse of onrechtstreekse]1 investering doen conform het goedgekeurde masterplan, overeenkomstig de bouwfysische, technische en kwalitatieve normen zoals bepaald door de Vlaamse Regering en passende in de programmatie. De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en kan beperkingen stellen inzake de investeringswaarborg. Tot dekking van de investeringswaarborg worden er bijdragen vastgesteld op de gewaarborgde sommen, volgens de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering. Tot dekking van de investeringswaarborg kan het Fonds te allen tijde een wettelijke hypotheek nemen of een hypothecair mandaat eisen wat betreft de onroerende goederen die betrekking hebben op de investering en dit ten belope van een bedrag vastgesteld door het Fonds. De wettelijke hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van het Fonds.
  [2 Bij het verlenen van een investeringswaarborg, vermeld in het derde lid, mogen alternatieve leningen maximaal 50% uitmaken van het door het Fonds gewaarborgde bedrag per project.
   In het vierde lid wordt verstaan onder :
   1° alternatieve lening : aan de voorziening toegekende niet-achtergestelde kredietopening en daaruitvolgende opnames of lening, al dan niet gestructureerd middels een of meerdere tranches met een of meerdere schuldeisers, die hetzij (i) is vervat in verhandelbare effecten, hetzij (ii) op het einde van de contractuele looptijd van de lening of op het einde van de duur van de haar betreffende investeringswaarborg een hoog percentage van openstaand kapitaal heeft op de lening of op een of meer van haar betreffende tranches die worden gedekt door de investeringswaarborg, hetzij (iii) een combinatie uitmaakt van (i) en (ii). Voor de berekening van dit percentage aan openstaand kapitaal worden de tranches uitgesloten die uitdrukkelijk uitgesloten zijn van het voordeel van de waarborg en contractueel achtergesteld zijn aan de gewaarborgde delen of tranches;
   2° lening : de niet-achtergestelde leningen of andere niet-achtergestelde financieringsinstrumenten waarop de investeringswaarborg voor een project betrekking heeft.]2
  § 2. De bepalingen van de artikelen 10 tot en met 14 zijn niet van toepassing op de alternatieve vormen van investeringssubsidies, vermeld in § 1, met uitzondering van de bepalingen van artikel 10, tweede lid, artikel 11, § 2, tweede lid, en [3 artikel 12]3, die van overeenkomstige toepassing zijn.
  § 3. De bepalingen van § 1 en § 2 zijn niet van toepassing op dossiers waarvoor reeds een subsidiebelofte verleend werd vóór de inwerkingtreding van dit artikel.
  ----------
  (1)<DVR 2010-02-12/06, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<DVR 2013-12-20/08, art. 12, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (3)<DVR 2015-07-03/03, art. 46, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2015; zie ook overgangsbepalingen art. 51>

  Art. 7ter.[1 Het Fonds kan een investeringswaarborg verlenen aan aanvragers die een investering doen die past in de programmatie, waarbij voor die investering geen investeringssubsidies of alternatieve vormen van investeringssubsidies worden gevraagd aan het Fonds. De Vlaamse Regering bepaalt de extra voorwaarden. Die voorwaarden kunnen verschillend zijn naargelang de sector en kunnen onder meer elementen bevatten van zorgstrategische, financiėle, bouwfysische en technische aard. De Vlaamse Regering kan beperkingen bepalen voor de investeringswaarborg. Tot dekking van de investeringswaarborg worden er bijdragen vastgesteld op de gewaarborgde sommen volgens de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering. Tot dekking van de investeringswaarborg kan het Fonds op elk moment een wettelijke hypotheek nemen of een hypothecair mandaat eisen voor de onroerende goederen die betrekking hebben op de investering, voor een bedrag dat vastgesteld wordt door het Fonds. De wettelijke hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van het Fonds.]1
  ----------
  (1)<DVR 2015-07-03/03, art. 43, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2015; zie ook overgangsbepalingen, art 51>

  Art. 8.[1 Binnen het kader van de toepassing van respectievelijk artikel 6 of artikel 7bis, kan het Fonds binnen de perken van de begrotingskredieten investeringssubsidies of alternatieve vormen van investeringssubsidies verstrekken, en kan het Fonds de investeringswaarborg verlenen, [2 aan aanvragers die een investering volledig autofinancieren]2 zonder voor het project te beschikken over een subsidiebelofte of een principieel akkoord. Dit onder de volgende voorwaarden :
   1° het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de bouwfysische, technische en kwalitatieve normen zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
   2° het project past in de programmatie;
   3° het project dat opgenomen is in het technische en financiėle deel van het masterplan, heeft een gunstig advies gekregen van een daarvoor bevoegde adviescommissie als vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid;
   4° de aanvragers beschikken over de nodige financiėle middelen, vereist voor de volledige [2 autofinanciering]2 van het project.
   [2 ...]2 ]1
  [2 ...]2
   [2 ...]2
  ----------
  (1)<DVR 2010-02-12/06, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<DVR 2015-07-03/03, art. 47, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2015; zie ook overgangsbepalingen art 51>

  Art. 8/1.[1 Het totale bedrag van de investeringswaarborgen die overeenkomstig artikel 7ter en artikel 8 kunnen worden toegekend, wordt jaarlijks bepaald in het decreet dat de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap vastlegt of aanpast.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2015-07-03/03, art. 48, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2015; zie ook overgangsbepalingen art. 51>

  Art. 9. (Opgeheven) <DVR 2006-06-02/66, art. 22, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  HOOFDSTUK III. - Voorwaarden en procedure voor tegemoetkoming.

  Art. 10.De Regering bepaalt per categorie van investering de bouwfysische, technische en kwalitatieve normen voor investeringen.
  [Bij een aankoop wordt enkel de venale waarde van het gebouw zonder de grond in aanmerking genomen. [1 De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan een aankoop moet voldoen om voor een investeringssubsidie of een investeringswaarborg in aanmerking te komen.]1] <DVR 1999-03-16/40, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 27-04-1999>
  ----------
  (1)<DVR 2010-02-12/06, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 11. (§ 1. De regering kan het masterplan enkel goedkeuren en een subsidiebelofte verlenen als de geplande investeringen passen in de programmatie. De totale som van alle subsidiebeloften mag per sector niet meer bedragen dan het bedrag bestemd voor investeringen dat in de begroting per sector is ingeschreven, verminderd met de te verwachten vastleggingskredieten van de dossiers bedoeld in artikel 20, § 1 van dit decreet.
  Elke goedgekeurde subsidiebelofte wordt vooraleer de berekening geschiedt, aangerekend als vastlegging op de vastleggingskredieten van de betrokken sector van de uitgavenbegroting van het (Fonds).) <DVR 1996-12-20/37, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1997> <DVR 2006-06-02/66, art. 23, § 1, 1°, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 2. De Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden waaraan een aanvraag van een subsidiebelofte moet voldoen.
  (De regering kan per sector of voor een of meer sectoren die ze bepaalt, een adviescommissie oprichten met als opdracht advies te verstrekken over het ingediende masterplan of delen ervan. Voor de samenstelling,van die adviescommissies kan de regering een beroep doen op personen die geen personeelsleden zijn van de Vlaamse administratie. De Regering bepaalt de regels omtrent de bevoegdheid, de samenstelling en de werking van de adviescommissies. De Regering bepaalt tevens de regels inzake de tenlastelegging van de werkingskosten van de adviescommissies en van de vergoedingen van de leden. Ze kan die kosten en vergoedingen ten laste leggen van het Fonds of van het agentschap dat functioneel bevoegd is voor de sector of sectoren.) <DVR 2006-06-02/66, art. 23, § 1, 2°, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 3. De subsidiebelofte is twee jaar geldig.

  Art. 12.[1 De aanvrager moet minstens over een genotsrecht beschikken op het project waarvoor de aanvraag voor een investeringssubsidie wordt gedaan, voor een periode die voor onroerende goederen in elk geval minstens vijfentwintig jaar bedraagt en voor roerende goederen in elk geval minstens vijf jaar bedraagt. De Vlaamse Regering kan een langere periode bepalen. Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt voorzien, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder er sprake is van een ongeoorloofde verwantschap.]1
  ----------
  (1)<DVR 2015-07-03/03, art. 49, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2015; zie ook overgangsbepalingen art 51>

  Art. 13. De Regering regelt de procedure van goedkeuring en van de uitbetaling (van de investeringssubsidies voor de geplande investeringen). De uitbetaling kan gebeuren door middel van voorschotten. <DVR 1999-03-16/40, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 27-04-1999>

  Art. 14.De Regering deelt jaarlijks aan (het Vlaams Parlement) de inventaris mee van alle subsidiebeloften [1 ...]1, met de financiėle engagementen. <DVR 2006-06-23/49, art. 34, 005; Inwerkingtreding : 30-11-2006 en bevestigd bij DVR 2006-06-02/66, art. 23, § 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  ----------
  (1)<DVR 2015-07-03/03, art. 50, 010; Inwerkingtreding : 25-07-2015; zie ook overgangsbepalingen art 51>

  Art. 14bis.[1 De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor de subsidiėring en waarborgverlening, binnen het kader van dit decreet, voor proefprojecten waarbij vormen van onrechtstreekse investering waarvan sprake in dit decreet, worden toegepast.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2010-02-12/06, art. 11, 007; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen.

  Art. 15. Het decreet van 1 juni 1985 houdende oprichting van het Vlaams Fonds voor de Bouw van Ziekenhuizen en Medisch-Sociale Instellingen wordt opgeheven.

  Art. 16. § 1. De artikelen 5, § 3, 7, 8 en 9 van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden gecoördineerd op 18 december 1991 worden opgeheven.
  § 1bis. Het artikel 2, 1° van dezelfde decreten wordt aangevuld als volgt : " ... en de Vlaamse Gemeenschapscommissie ".
  § 2. De artikelen 3, § 1, 4, § 1 en 5, § 1, van de decreten inzake voorzieningen voor bejaarden gecoördineerd op 18 december 1991 worden gewijzigd als volgt :
  " Art. 3. § 1. Alleen lokale en provinciale besturen kunnen subsidies krijgen voor het bouwen en verbouwen van woningen voor bejaarden, of voor de aankoop van gebouwen bestemd om als woning voor bejaarden te worden ingericht.
  Art. 4. § 1. Alleen lokale en provinciale besturen, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut in de zin van de wet van 27 juni 1921 kunnen subsidies krijgen voor het bouwen, het verbouwen en inrichten van dienstencentra, of voor de aankoop van gebouwen bestemd om als dienstencentrum te worden ingericht.
  Art. 5. § 1. Alleen lokale en provinciale besturen, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut in de zin van de wet van 27 juni 1921 kunnen subsidies krijgen voor het bouwen, het uitbreiden, het verbouwen en het inrichten van serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening, rusthuizen en dagverzorgingscentra of voor de aankoop van gebouwen bestemd om als serviceflatgebouw, als woningcomplex met dienstverlening, als rusthuis of als dagverzorgingscentrum te worden ingericht of als tegemoetkoming in de kosten van huur, huurkoop, leasing of lening voor het aankopen, het bouwen, het inrichten en het in gebruik nemen van serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen. Beide subsidies kunnen niet gecumuleerd worden. "
  § 3. Het artikel 6 van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt :
  " voor zover deze vormen geen investeringen betreffen, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. "

  Art. 17. § 1. In artikel 54, § 1 van het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie voor Personen met een Handicap worden de woorden " op de in § 2 aangegeven wijze " vervangen door " overeenkomstig de bepalingen van het decreet van inzake de Infrastructuur voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ".
  § 2. De artikelen 54, § 2, § 3, § 4 en § 5 en 64, § 1, 2° van hetzelfde decreet worden opgeheven.
  § 3. Het artikel 58 van het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap wordt gewijzigd als volgt :
  " Art. 58. § 1. De rechtsvordering tot terugbetaling van tegemoetkomingen verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin de tegemoetkoming werd betaald, ongeacht of zij betaald werd via een derde of via een voorziening.
  § 2. Elke tegemoetkoming van het Fonds waartoe besloten is of die gehandhaafd blijft op grond van gegevens die bedrieglijk, onjuist of onvolledig bevonden zijn, kan teruggevorderd worden. De vordering tot terugbetaling verjaart vijf jaar na het einde van de maand waarin de tegemoetkoming werd betaald.
  § 3. Benevens de redenen waarin is voorzien in het Burgerlijk Wetboek wordt de verjaring gestuit door een aangetekende brief. "

  Art. 18. In het decreet van 29 mei 1984 houdende de oprichting van de instelling Kind en Gezin wordt in het artikel 5, § 2 een littera e) gevoegd die luidt als volgt :
  " e) investeringssubsidies te verstrekken aan de initiatiefnemers, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van inzake de Infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. "

  Art. 19. De besluiten, genomen ter uitvoering van de decreten genoemd in artikel 15, 16 en 17, blijven van kracht totdat zij door de Regering worden opgeheven.

  Art. 20. § 1. Alle aanvragen van investeringssubsidies waarvoor op datum van inwerkingtreding van dit decreet een ontwerp werd goedgekeurd of kredieten werden vastgelegd, worden verder behandeld volgens de proceduregels die golden voor het Fonds voor de Bouw van Ziekenhuizen en Medisch-Sociale Instellingen of desgevallend voor het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap.
  § 2. Behoudens de bepalingen in § 1 zijn alle principiėle akkoorden en goedgekeurde voorontwerpen automatisch en zonder enig recht op schadevergoeding vervallen.
  § 3. Behoudens het bepaalde in § 1 en § 2 is het Fonds de rechtsopvolger en treedt het in alle rechten en plichten van het Vlaams Fonds voor de Bouw van Ziekenhuizen en Medisch-Sociale Instellingen.

  Art. 21. De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 23 februari 1994.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Tewerkstelling en Sociale Aangelegenheden,
Mevr. L. DETIEGE
De Vlaamse minister van Financiėn en Begroting, Gezondheidsinstellingen, Welzijn en Gezin,
Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 15-07-2016 GEPUBL. OP 19-08-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; ) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 03-07-2015 GEPUBL. OP 15-07-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 7ter; 2; 6; 7bis; 8; 8/1; 12; 14)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 20-12-2013 GEPUBL. OP 31-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 7bis; 8; 12)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 21-06-2013 GEPUBL. OP 14-08-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 7ter) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 15-07-2011 GEPUBL. OP 05-08-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 7ter; 8)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 12-02-2010 GEPUBL. OP 26-05-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 6; 7-7ter; 8; 10; 12; 14bis)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 13-03-2009 GEPUBL. OP 14-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 7TER)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 23-06-2006 GEPUBL. OP 20-11-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 14)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 02-06-2006 GEPUBL. OP 24-08-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4-7; 8; 9; 11; 14)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 02-06-2006 GEPUBL. OP 27-06-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 7TER)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 17-03-2006 GEPUBL. OP 16-05-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 7BIS)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 16-03-1999 GEPUBL. OP 27-04-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 5; 6; 7; 8; 10; 11; 12; 13)
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 20-12-1996 GEPUBL. OP 31-12-1996
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 11)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1993-1994. Stukken. - Ontwerp van decreet, nr. 448-1. - Amendementen, nr. 448-2. - Verslag, nr. 448-3. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 9 februari 1994. De Vlaamse Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 105 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
    Franstalige versie