J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 34 uitvoeringbesluiten 7 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1993/11/08/1994018040/justel

Titel
8 NOVEMBER 1993. - Wet tot bescherming van de titel van psycholoog.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-02-1997 en tekstbijwerking tot 10-08-2017)

Bron : MIDDENSTAND
Publicatie : 31-05-1994 nummer :   1994018040 bladzijde : 14732
Dossiernummer : 1993-11-08/35
Inwerkingtreding : 10-06-1994

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Beroepstitel.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Psychologencommissie.
Art. 3-8
HOOFDSTUK II/1.. [1 Tuchtraad en Raad van beroep]1
Art. 8/1, 8/2, 8/3, 8/4, 8/5, 8/6, 8/7, 8/8, 8/9, 8/10, 8/11, 8/12, 8/13, 8/14
HOOFDSTUK III. - Strafbepalingen.
Art. 9-11
HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen.
Art. 12-20
HOOFDSTUK V. [1 - Slotbepaling.]1
Art. 21

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Beroepstitel.

  Artikel 1.Niemand mag de titel van psycholoog dragen, indien hij niet aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° houder zijn :
  a) van een door een Belgische universiteit uitgereikt diploma van licentiaat of doctor in de psychologie of van een daarmee door de bevoegde instantie gelijkwaardig verklaard buitenlands diploma;
  b) of van één van de hierna vermelde, door een Belgische universiteit uitgereikte diploma's of van een daarmee door de bevoegde instantie gelijkwaardig verklaard buitenlands diploma :
  - licentiaat of doctor in de beroepsoriëntering en selectie;
  - licentiaat of doctor in de psychologische wetenschappen;
  - licentiaat of doctor in de toegepaste psychologie;
  - licentiaat of doctor in de psychologische en pedagogische wetenschappen - richting ontwikkelingspsychologie;
  - licentiaat of doctor in de psychologische en pedagogische wetenschappen - richting industriële psychologie;
  - licentiaat of doctor in de psychologische en pedagogische wetenschappen - richting ontwikkelings- en klinische psychologie;
  - licentiaat of doctor in de psychologische en pedagogische wetenschappen - richting bedrijfspsychologie;
  - licentiaat of doctor in de psychologische en pedagogische wetenschappen - richting theoretische en experimentele psychologie;
  - licentiaat of doctor in de ontwikkelingspsychologie;
  - licentiaat of doctor in de klinische psychologie;
  - licencié ou docteur en orientation et sélection professionnelles;
  - licencié ou docteur en sciences psychologiques;
  - licencié ou docteur en psychologie appliquée;
  - licencié ou docteur en sciences psychologiques et pédagogiques - orientation psychologie génétique;
  - licencié ou docteur en sciences psychologiques et pédagogiques - orientation psychologie industrielle;
  - licencié ou docteur en sciences psychologiques et pédagogiques avec l'une des attestations suivantes :
  - psychologie clinique;
  - psychologie sociale et socio-psychologie;
  - psychologie industrielle;
  - psychologie clinique et curative;
  - licentiaat of doctor in de psychopedagogische wetenschappen - richting psychologie;
  c) of van een vóór 1 januari 1960 door een Belgische universiteit uitgereikt diploma van licentiaat of doctor en als lid van het academisch personeel psychologie doceren aan een Belgische universiteit;
  d) of van een niet-universitair diploma van adviseur inzake beroepskeuze bedoeld in het koninklijk besluit van 22 oktober 1936 en behaald vóór 13 januari 1947;
  e) of van een diploma van " licencié en sciences psychopédagogiques - orientation guidance et counseling, uitgereikt door de Rijksuniversiteit te Bergen vóór de bekendmaking van deze wet;
  f) of van een diploma van licentiaat of doctor in de psychologische en pedagogische wetenschappen, of van een diploma van licentiaat of doctor in de psycho-pedagogische wetenschappen, behaald voor de bekendmaking van deze wet;
  g) [1 een opleidingstitel bedoeld in Titel III, Hoofdstuk I, van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties, hierna te noemen "de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties", afgeleverd door een andere lidstaat en die beantwoordt aan de voorwaarden vastgelegd in dit hoofdstuk, of een opleidingstitel gelijkgesteld aan een dergelijke titel in toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.
   De onderdanen van een lidstaat die een opleidingstitel bedoeld in deze bepaling, hebben verworven, zijn onderworpen aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten voorzien in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties onverminderd de bepalingen voorzien door of op basis van deze wet.
   Onder lidstaat wordt in de zin van deze wet verstaan, de lidstaat zoals bedoeld in artikel 2, § 1, l), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.]1
  2° voorkomen op de lijst bedoeld in artikel 2.
  ----------
  (1)<W 2017-07-21/32, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 11-08-2017>

  Art. 2.§ 1. De Psychologencommissie bedoeld in artikel 3 houdt een lijst bij van de personen die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1, 1°, en die de titel van psycholoog wensen te dragen.
  § 2. [2 De personen bedoeld in § 1 sturen de Psychologencommissie een kopie van het in artikel 1, 1°, a) tot en met f) bedoelde diploma of van de in artikel 1, 1°, g) bedoelde opleidingstitel.]2
  § 3. Personen die opgenomen werden op de lijst kunnen er te allen tijde op eigen verzoek van geschrapt worden.
  (§ 4. De houders van een diploma vermeld in artikel 1, 1°, g van deze wet hebben het recht om van hun wettelijke opleidingstitel van de Staat van oorsprong of van herkomst en eventueel van de afkorting ervan gebruik te maken in de taal van deze Staat. In dit geval moet die titel gevolgd worden door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die deze titel heeft verleend.) <KB 1997-01-24/32, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 02-03-1997>
  ----------
  (1)<W 2009-12-22/07, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 28-12-2009>
  (2)<W 2017-07-21/32, art. 12, 008; Inwerkingtreding : 11-08-2017>

  HOOFDSTUK II. - Psychologencommissie.

  Art. 3. § 1. De Psychologencommissie - hierna de Commissie - is een onafhankelijk organisme met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
  § 2. Op voorstel of na advies van de Commissie, stelt de Koning haar reglement van orde vast.
  § 3. De werkingskosten van de Commissie worden gedragen volgens de regelen door de Koning bepaald.
  § 4. Aan het lidmaatschap van de Commissie is geen bezoldiging verbonden. Het bedrag van de taakvergoeding van haar voorzitter wordt door de Koning vastgesteld.

  Art. 4. Benevens de bijzondere opdrachten die haar in deze wet worden toevertrouwd, heeft de Commissie tot taak de bevoegde Ministers van advies te dienen, op verzoek of op eigen initiatief, inzake alle materies betreffende de titel van psycholoog.

  Art. 5. § 1. De Commissie is, de voorzitter uitgenomen, samengesteld uit zestien vertegenwoordigers van de erkende nationale beroepsfederaties van psychologen bedoeld in artikel 7.
  § 2. De Commissie wordt om de vier jaar op 1 oktober vernieuwd.
  § 3. De duur van het mandaat van alle leden van de Commissie bedraagt eveneens vier jaar. Elk mandaat is slechts eenmaal hernieuwbaar.

  Art. 6. De Koning benoemt de voorzitter van de Commissie onder de raadsheren in de hoven van beroep (en de voorzitters, ondervoorzitters en rechters, titularis of honorair, van de rechtbanken van eerste aanleg, met uitsluiting van de onderzoeksrechters, alsmede onder de eremagistraten van het parket bij deze rechtbanken of de advocaten die sedert ten minste tien jaar op een tabel van de Orde van Vlaamse balies of de Ordre des barreaux francophones et germanophone zijn ingeschreven). De Koning wijst tevens een plaatsvervangend voorzitter aan, die de voorzitter ook zal opvolgen tot aan het einde van diens mandaat in geval van overlijden of ontslag. <W 2006-07-20/39, art. 183, 004; Inwerkingtreding : 07-08-2006>

  Art. 7. § 1. Om als nationale beroepsfederatie te worden erkend, dient de aanvragende federatie te bewijzen :
  1° dat haar werking uitsluitend de studie, de bescherming en de bevordering van de professionele, socio-economische, morele en wetenschappelijke belangen van de psycholoog tot doel heeft;
  2° dat zij een werkelijke activiteit heeft op het gebied van minstens vijf provincies en daar haar statuten de toetreding van leden niet afhankelijk stellen van voorwaarden met betrekking tot de plaats van beroepsuitoefening op het gebied van het Koninkrijk;
  3° dat zij rechtspersoonlijkheid bezit;
  4° dat zij een vrij opgerichte en onafhankelijke vereniging is ten opzichte van de overheid;
  5° dat zij in het algemeen alsmede voor elke in artikel 8, § 1, bedoelde professionele sector afzonderlijk voldoet aan de door de Koning gestelde voorwaarden van representativiteit.
  § 2. De Koning stelt de erkenningsprocedure vast voor de nationale beroepsfederaties. Hernieuwing van de erkenning door de bevoegde Minister is vereist vóór elke vernieuwing van de Commissie.

  Art. 8. § 1. De vertegenwoordiging van de beroepsfederaties in de Commissie is samengesteld uit telkens vier tegenwoordigers van de vier professionele sectoren van de psychologie, te weten de P.M.S.-sector, de arbeids- en organisatiesector, de klinische sector en de sector wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.
  § 2. Elke professionele sector wordt vertegenwoordigd in de Commissie door twee franstalige en twee nederlandstalige psychologen.
  § 3. De Koning stelt, met inachtneming van de principes van de evenredige vertegenwoordiging, de regels vast volgens welke de getalsterkte van de vertegenwoordiging van elke beroepsfederatie per professionele sector in de Commissie bepaald wordt.
  § 4. De vertegenwoordigers van de beroepsfederaties in de Commissie dienen te voldoen aan de in artikel 1 bedoelde voorwaarden.
  § 5. Wanneer een lid om welke reden ook uit de Commissie ontslag neemt of overlijdt, wordt hij tot aan het einde van zijn mandaat opgevolgd door een vertegenwoordiger van dezelfde beroepsfederatie en dezelfde professionele sector. De opvolgers worden samen met de effectieve leden aangewezen. Zij fungeren tevens als plaatsvervangers, telkens het effectief lid verhinderd zou zijn. Zij moeten eveneens voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1.

  HOOFDSTUK II/1.. [1 Tuchtraad en Raad van beroep]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/61, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/1. [1 De personen ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 2, § 1, zijn onderworpen aan deontologische regels die vastgelegd worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na het advies van de Commissie te hebben ingewonnen.
   De Koning kan echter bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op elk moment en zonder advies in te winnen van de Commissie, de regels van de plichtenleer wijzigen met als doel de omzetting in het in-terne recht te verzekeren van de richtlijnen met betrekking tot de wederzijdse erkenning van diploma's en be-roepsopleidingen, waaronder Richtlijn 2005/36/EG van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, en de richtlijnen ter bevordering van het vrij verkeer van goederen en diensten, waaronder Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/61, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/2. [1 Er wordt een Tuchtraad ingesteld, die tot taak heeft te waken over de naleving van de deontolo-gische regels en tuchtrechtelijke beslissingen te nemen ten aanzien van de personen ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 2, § 1. Deze worden bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de betrokkene.
   De Tuchtraad is samengesteld uit een Nederlandstalige en een Franstalige kamer.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/3. [1 De bevoegdheid van de kamers van de Tuchtraad wordt bepaald door de plaats waar de vervolgde persoon zijn hoofdvestiging heeft.
   Indien deze plaats gelegen is in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad zal deze bevoegdheid afhangen van de taal die door de vervolgde persoon gekozen wordt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/4. [1 Er wordt een Raad van beroep ingesteld, die uitspraak doet over het hoger beroep ingesteld door de persoon gesanctioneerd in toepassing van artikel 8/2.
   De termijn om beroep in te stellen is één maand te rekenen vanaf ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van de Tuchtraad bedoeld in artikel 8/2.
   De Raad van beroep is samengesteld uit een Nederlandstalige en een Franstalige Kamer.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/5. [1 De kamers van de Raad van beroep spreken zich uit over de beroepen ingeleid tegen de beslissingen genomen door de kamer van de Tuchtraad van hun taal]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/6. [1 De Tuchtraad en de Raad van beroep kunnen de volgende tuchtsancties opleggen :
   - de waarschuwing;
   - de schorsing;
   - de schrapping.
   De schorsing brengt het verbod met zich mee om de titel van psycholoog in België te voeren voor een duur van maximum 24 maanden die bepaald wordt door de Tuchtraad.
   De schrapping brengt het verbod met zich mee om de titel van psycholoog te voeren.
   Een aanvraag tot eerherstel kan ingeleid worden bij de Tuchtraad ten vroegste vijf jaar na de uitspraak tot schrapping. Zij kan slechts toegekend worden indien buitengewone omstandigheden dit rechtvaardigen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/7. [1 De Koning bepaalt :
   1° het aantal effectieve en plaatsvervangende leden van de in de artikelen 8/2 en 8/4 bedoelde Raden;
   2° de voorwaarden tot hun verkiesbaarheid;
   3° de regels van hun verkiezing;
   4° hun vergoedingen;
   5° de werkingsregels van deze Raden.
   De werkingskosten van de raden bedoeld in artikelen 8/2 en 8/4 worden gedragen volgens de regelen door de Koning bepaald.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 7, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/8. [1 De in de artikelen 8/2 en 8/4 bedoelde kamers worden voorgezeten door een werkend of eremagistraat of door een advocaat die sedert ten minste vijf jaar is ingeschreven op het tableau van de Orde van Vlaamse Balies of de Orde van de Frans- en Duitstalige Balies. In geval van staking van stemmen is hun stem doorslaggevend.
   Een effectief en een plaatsvervangend voorzitter worden door de Koning voor zes jaar benoemd. De Koning bepaalt hun vergoedingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/9. [1 De functies van lid van de Tuchtraad bedoeld in artikel 8/2, van lid van de Raad van beroep bedoeld in artikel 8/4 en van lid van de Psychologencommissie bedoeld in hoofdstuk II, zijn onderling onverenigbaar.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/10. [1 De artikelen 828, 830, 831 en 833 van het Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de wraking, zijn naar analogie van toepassing op de leden van de Tuchtraad en de Raad van beroep.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/61, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/11. [1 De uitspraken van de Tuchtraad en de Raad van beroep worden in openbare zitting gedaan.
   De hoorzittingen van de Tuchtraad en van de Raad van beroep zijn openbaar, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 148 van de Grondwet of indien de bescherming van het privéleven of het beroepsgeheim zich verzet tegen de openbaarheid of indien de opgeroepen persoon hiervan geheel vrijwillig en ondubbelzinnig afstand doet.
   De beraadslagingen zijn geheim.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/61, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/12.[1 Tegen de uitspraken van de Raad van beroep kan een voorziening in cassatie worden ingesteld door de belanghebbende wegens schending van de wet of wegens schending van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen.
   De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie kan een voorziening in het belang van de wet indienen bij dit Hof.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/62, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/13.[1 De voorziening in cassatie bedoeld in artikel 8/12 schorst de aangevochten uitspraak.
   In geval van cassatie wordt de zaak verwezen naar de anders samengestelde Raad van beroep. Deze Raad schikt zich naar de beslissing van het Hof van Cassatie op de door dit Hof beoordeelde rechtspunten.
   De rechtspleging tot voorziening in cassatie wordt geregeld zoals in burgerlijke zaken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/61, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  Art. 8/14. [1 Indien de hoofdvestiging van de vervolgde persoon gelegen is in het Duitse taalgebied, heeft deze de keuze tussen de Nederlandstalige Kamer of de Franstalige Kamer.
   De werkingsregels van de raden voorzien in een vertegenwoordiging van het Duitse taalgebied.
   De persoon die niet over een voldoende kennis beschikt van de taal van de procedure van de kamer van de Tuchtraad of de Raad van beroep waarvoor hij moet verschijnen, kan zich tijdens de zitting laten bijstaan door een tolk naar zijn keuze.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-21/61, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-05-2014>

  HOOFDSTUK III. - Strafbepalingen.

  Art. 9. Hij die niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 1, 1°, en desalniettemin de titel van psycholoog draagt, of die gebruik maakt van een teken waaruit verkeerdelijk het recht om die titel te dragen zou kunnen worden afgeleid, wordt gestraft met geldboete van 200 tot 1 000 frank.

  Art. 10. Hij die voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 1, 1°, en die na 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar waarin deze wet bekendgemaakt werd de titel van psycholoog nog draagt zonder te zijn opgenomen op de lijst bedoeld in artikel 2, § 1, wordt gestraft met geldboete van 100 tot 500 frank.

  Art. 11. Boek I van het Strafwetboek is, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, van toepassing op de wanbedrijven bedoeld in de artikelen 9, 10 en 19.

  HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen.

  Art. 12. Worden eveneens gemachtigd de titel van psycholoog te dragen, de personen die, vóór de inwerkingtreding van deze wet, een diploma behaald hebben aan een faculteit of een instituut voor psychologie en pedagogie van een Belgische universiteit waarvan de gelijkwaardigheid aan de in artikel 1, 1°, a) en b), bedoelde diploma's erkend is door de Minister van Middenstand, na advies van de Commissie, rekening houdende met de aanvullende vorming die, in voorkomend geval, verkregen werd in dezelfde instellingen, zelfs na de bekendmaking van deze wet.

  Art. 13. § 1. De personen bedoeld in het vorige artikel richten bij een ter post aangetekende brief, een omstandige aanvraag tot de Minister van Middenstand vóór 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar waarin deze wet werd bekendgemaakt.
  § 2. De Minister neemt zijn beslissing binnen drie maanden na de ontvangst van de aanvraag, na advies van de Commissie.
  De aanvrager wordt, op zijn verzoek, gehoord door de Commissie.
  De beslissing wordt bij een ter post aangetekend schrijven medegedeeld.
  Bij een positieve beslissing wordt de aanvrager opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 2, § 1.

  Art. 14. § 1. Zijn tevens gemachtigd de titel van psycholoog te dragen met alle rechten daaraan verbonden, de personen ten aanzien van wie de bij artikel 15 ingestelde Erkenningscommissie een gunstige beslissing heeft genomen overeenkomstig artikel 16, of ten aanzien van wie de Minister van Middenstand een gunstige beslissing heeft genomen overeenkomstig artikel 17.
  De in het vorige lid beoogde personen moeten op de datum van de inwerkingtreding van deze wet houder zijn van een diploma in de psychologie behaald in het hoger onderwijs buiten de universiteit dat door de Staat of door de Gemeenschap georganiseerd, erkend of gesubsidieerd wordt, en gedurende ten minste drie jaar of vier jaar naargelang van het behaalde diploma een beroep hebben uitgeoefend dat verband houdt met de psychologie.
  § 2. De personen bedoeld in § 1 moeten een aanvraag indienen bij de Minister van Middenstand binnen twaalf maanden te rekenen van de inwerkingtreding van deze wet.
  Bij de aanvraag moeten de volgende documenten gevoegd worden :
  - een eensluidend verklaard afschrift van het behaalde diploma in de psychologie of een attest van de instelling die het diploma heeft uitgereikt;
  - een getuigschrift tot staving van het feit dat de aanvrager gedurende ten minste drie jaar een beroep heeft uitgeoefend dat verband houdt met de psychologie indien een A1-diploma behaald werd in het dagonderwijs en gedurende ten minste vier jaar indien een B1-diploma behaald werd in de avondleergangen van het onderwijs voor sociale promotie.
  De Minister van Middenstand geeft een bewijs van ontvangst van de aanvraag. Het ontvangstbewijs geldt als voorlopige machtiging om de titel van psycholoog te voeren tot de Erkenningscommissie of de Minister van Middenstand hun beslissing genomen overeenkomstig de artikelen 16 of 17, kenbaar hebben gemaakt.
  Onverminderd de toepassing van het vorige lid, mogen de personen bedoeld in § 1 voorlopig de titel van psycholoog voeren gedurende de in het eerste lid bedoelde periode van twaalf maanden.

  Art. 15. § 1. Bij het Ministerie van Middenstand wordt binnen twee maanden na de inwerkingtreding van deze wet een Erkenningscommissie ingesteld, die tot taak heeft de aanvragen te onderzoeken die door de in artikel 14 bedoelde personen aan de Minister worden toegezonden.
  § 2. De Erkenningscommissie wordt voorgelezen door een andere magistraat dan de voorzitter van de Psychologencommissie bedoeld in artikel 3 van deze wet.
  De Erkenningscommissie bestaat uit een nederlandstalige kamer en een franstalige kamer.
  Elke kamer bestaat voor de helft uit ambtenaren van het Ministerie van Middenstand die geen houder zijn van een diploma bedoeld in artikel 1 van deze wet, en voor de helft uit afgevaardigden gelijkelijk afkomstig van de Belgische Federatie van psychologen en van beroepsorganisaties en de beroepsverenigingen van de gediplomeerden in de psychologie van het hoger onderwijs buiten de universiteit.

  Art. 16. De Erkenningscommissie doet bij een gemotiveerde beslissing uitspraak binnen zes maanden te rekenen van de indiening van de aanvraag bedoeld in artikel 14.
  De aanvrager kan vragen te worden gehoord, eventueel bijgestaan door een raadsman.
  De erkenningscommissie stelt de aanvrager in kennis van haar beslissing bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  Wordt er binnen de in het eerste lid gestelde termijn geen beslissing genomen, dan kan de aanvrager ervan uitgaan dat de titel van psycholoog erkend is.

  Art. 17. Wordt de aanvraag door de Erkenningscommissie afgewezen, dan kan de aanvrager binnen vijfenveertig dagen na de kennisgeving van de beslissing bij de Minister van Middenstand beroep instellen. De Minister geeft een bewijs van ontvangst van het beroep af.
  De Minister doet bij een gemotiveerde beslissing uitspraak binnen zes maanden te rekenen van de datum waarop beroep werd ingesteld. Hij stelt de verzoeker in kennis van zijn beslissing bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  Wordt er binnen de in het tweede lid gestelde termijn geen beslissing genomen, dan kan de aanvrager ervan uitgaan dat de titel van psycholoog erkend is.

  Art. 18. Wanneer ten aanzien van de aanvrager een gunstige beslissing is genomen door de Erkenningscommissie of door de Minister van Middenstand, of wanneer geen beslissing is genomen binnen de termijnen gesteld in de artikelen 16, vierde lid, of 17, vierde lid, zendt de aanvrager aan de Psychologencommissie bedoeld in artikel 3 van deze wet bij een ter post aangetekende brief een afschrift van de genomen beslissing of van het ontvangstbewijs van de aanvraag of van het beroep.
  De Psychologencommissie schrijft de aanvrager onverwijld in de lijst bedoeld in artikel 2 van deze wet.

  Art. 19. § 1. Artikel 9 is niet van toepassing op de personen bedoeld in de artikelen 12 en 14.
  § 2. Hij die valt onder het toepassingsgebied van artikel 12 en na 30 juni van het achtste jaar volgend op het jaar waarin deze wet werd bekendgemaakt de titel van psycholoog nog draagt zonder te zijn opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 2, § 1, wordt gestraft met geldboete van 100 tot 500 frank.

  Art. 20. <ingevoegd bij W 2004-07-09/30, art. 252; Inwerkingtreding : 25-07-2004> De Koning kan de bepalingen van deze wet wijzigen evenals haar uitvoeringsbesluiten met het doel de omzetting in het interne recht te verzekeren van de Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hogeronderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten.

  HOOFDSTUK V. [1 - Slotbepaling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-21/32, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 11-08-2017>
  
  

  Art. 21.[1 De Koning kan de bepalingen van deze wet en de besluiten genomen in uitvoering ervan opheffen, wijzigen, aanvullen of vervangen om de omzetting in nationaal recht van de richtlijn betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties te verzekeren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-21/32, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 11-08-2017>
  
  

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 21-07-2017 GEPUBL. OP 10-08-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 21)
  • originele versie
  • WET VAN 21-12-2013 GEPUBL. OP 04-02-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 8/2; 8/3; 8/4; 8/5; 8/6; 8/7; 8/8; 8/9; 8/12)
  • originele versie
  • WET VAN 21-12-2013 GEPUBL. OP 04-02-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 8/1; 8/10; 8/11; 8/13; 8/14)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2009 GEPUBL. OP 29-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 28-07-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-01-2005 GEPUBL. OP 16-02-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • WET VAN 09-07-2004 GEPUBL. OP 15-07-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 20)
  • 1997016035; 1997-02-20
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 24-01-1997 GEPUBL. OP 20-02-1997
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 1983-1984. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Wetsvoorstel nr. 726-1 van de heer Gijs en c.s. - Verslag nr. 726-2 van de heer Lagae. Parlementaire Handelingen : 5 en 6 juni 1985. Gewone zitting 1984-1985. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp voorgelegd door de Senaat nr. 1247-1. Gewone zitting 1985-1986. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp nr. 256-1 tot 5. - Verslag nr. 256-6 van 22 juli 1986 van de heer Lenaerts. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. - Vergaderingen van 23 en 24 juli 1986. Gewone zitting 1985-1986. Senaat. Parlementair bescheid. - Bescheid nr. 358-1. Ontwerp bij amendement gewijzigd door de kamer van volksvertegenwoordigers. Gewone zitting 1989-1990. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Bescheid nr. 817-1. Advies van de Raad van State nr. 817-2. Buitengewone zitting 1991-1992. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Bescheid nr. 297-1. - Verslag nr. 297-2 van 14 juli 1993 van de heer Leclercq. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 19 en 20 juli 1993. Gewone zitting 1992-1993. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Bescheid nr. 1145-1. Verslag nr. 1145-2 van 21 oktober 1993 van Mevr. Nelis-Van Liedekerke. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. - Vergadering van 27 oktober 1993. Aanneming. - Vergadering van 28 oktober 1993.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 34 uitvoeringbesluiten 7 gearchiveerde versies
    Franstalige versie