J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 78 uitvoeringbesluiten 47 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1993/07/16/1993021259/justel

Titel
16 JULI 1993. - Gewone wet tot vervollediging van de federale staatsstructuur.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-01-1994 en tekstbijwerking tot 11-12-2020)

Bron : EERSTE MINISTER
Publicatie : 20-07-1993 nummer :   1993021259 bladzijde : 16838       PDF : geconsolideerde versie
Dossiernummer : 1993-07-16/31
Inwerkingtreding : 30-07-1993

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1989009072        1971070301        1963080201        1963123106        1974011001        1932080450        1921101950        1929042651        1991031350        1966071850        1990000342        1989021007        1836043001        1989009071        1931080650        1935061501        1989000145        1984023027       

Inhoudstafel Tekst Begin
BOEK I. - DE VERKIEZING VAN (HET VLAAMS PARLEMENT EN HET WAALS PARLEMENT). <W 2006-03-27/34, art. 131, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 133, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Afdeling I. - De kiezerslijst en de stembureaus.
Art. 2-5
Art. 5 VLAAMS GEWEST
Art. 6-10
Afdeling II. - Kandidaatstelling en stembiljetten.
Art. 11-13, 13bis, 14, 14bis, 15-17
Afdeling III. - Inrichting van de stemlokalen en stemming.
Art. 18-19
Afdeling IV. - Stemopneming en algemene telling van de stemmen.
Art. 20-23
Afdeling V. - Procedure voor de lijstenverbinding.
Art. 24
Afdeling VI. - Bestemming van de documenten van de verkiezing.
Art. 25
Afdeling VII. - Bijzondere bepalingen.
Art. 26, 26/1
Afdeling VIII. - Straffen en sanctie op de stemplicht.
Art. 27
HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen houdende de organisatie van de gelijktijdige verkiezingen van (het Vlaams Parlement, het Waals Parlement) en het Europees Parlement. <W 2006-03-27/34, art. 153, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 28-34
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen houdende organisatie van de gelijktijdige verkiezingen van (het Vlaams Parlement, het Waals Parlement) en de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1. <W 2006-03-27/34, art. 159, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 35-41
HOOFDSTUK V. - (ingevoegd bij <W 1998-12-18/39, art. 23, Inwerkingtreding : 10-01-1999>) Bijzondere bepalingen houdende de organisatie van de gelijktijdige verkiezingen van (het Vlaams Parlement, het Waals Parlement), het Europees Parlement en de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1. <W 2006-03-27/34, art. 165, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 41bis, 41ter, 41quater, 41quinquies, 41sexies, 41septies, 41octies
BOEK II. - WIJZIGINGEN VAN WETTEN.
TITEL I. - Wijzigingen van het Kieswetboek.
Art. 42-99
TITEL II. - Wijzigingen van de wet van 3 juli 1971 tot indeling van de leden van de Wetgevende Kamers in taalgroepen en houdende diverse bepalingen betreffende de cultuurraden voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en voor de Franse Cultuurgemeenschap.
Art. 100-101
TITEL III. - Wijzigingen van de wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de Ministers, gewezen Ministers en Ministers van Staat, alsmede de leden en gewezen leden van de Wetgevende Kamers.
Art. 102-104
TITEL IV. - Wijziging van de wet van 10 januari 1974 tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas.
Art. 105
TITEL V. - Wijzigingen van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap en van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 106-122
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen.
Art. 123-159
TITEL VI. - Wijzigingen van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop de Brusselse Hoofdstedelijke Raad wordt verkozen.
Art. 160-193
TITEL VII. - Wijzigingen van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement.
Art. 194-218
TITEL VIII. - Wijzigingen van de provinciewet en van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van de provinciewet.
Art. 219-228
HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen.
Art. 229-285
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de begrenzing van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant en aanwijzingen van hun hoofdplaatsen.
Art. 286-289
TITEL IX. - Wijzigingen van de nieuwe gemeentewet en van de gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de nieuwe gemeentewet.
Art. 290-295
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932.
Art. 296-343
TITEL X. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken en van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken.
Art. 344
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.
Art. 345-347
TITEL XI. - Wijziging van de wet van 23 januari 1989 op het rechtscollege bedoeld bij artikel 92bis, § 5 en § 6, en artikel 94, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
Art. 348
TITEL XII. - Wijzigingen van de wet betreffende de afschaffing of de herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, gecoördineerd op 13 maart 1991.
Art. 349-351
TITEL XIII. - Wijzigingen van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming.
Art. 352-353
TITEL XIV. - Wijzigingen van de wet van 23 januari 1989 houdende uitvoering van artikel 110, § 2, tweede lid, van de Grondwet.
Art. 354-356
TITEL XV. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken ten gevolge van de splitsing van de provincie Brabant.
Art. 357-368
BOEK III. - [1 Verpakkingsheffing]1
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 369, 369bis
HOOFDSTUK II. - Verpakkingen voor dranken.
Art. 370-371, 371bis, 372, 372bis, 372ter, 373, 373bis, 374, 374bis, 375
HOOFDSTUK III.
Art. 376
HOOFDSTUK IV.
Art. 377-378
HOOFDSTUK V.
Art. 379, 379bis, 380
HOOFDSTUK VI.
Art. 381-382, 382bis
HOOFDSTUK VII. (Opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 20, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
Art. 383-385
HOOFDSTUK VIII. - Opvolgingscommissie. <W 2002-06-26/42, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art. 386-390
HOOFDSTUK VIII/1. [1 Wederzijdse bijstand.]1
Art. 390/1
HOOFDSTUK IX. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Art. 391-398, 398bis, 399-401, 401bis
BOEK IV. - OVERGANGS- EN INWERKINGTREDINGSBEPALINGEN.
Art. 402, 402bis, 402ter, 402quater, 402quinquies, 403-405
BOEK V. - OPHEFFINGSBEPALING.
Art. 406
BIJLAGEN.
Art. N1-N18

Tekst Inhoudstafel Begin
BOEK I. - DE VERKIEZING VAN (HET VLAAMS PARLEMENT EN HET WAALS PARLEMENT). <W 2006-03-27/34, art. 131, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.

  Artikel 1. Voor de toepassing van boek I van deze wet dient te worden verstaan onder :
  1° " de bijzondere wet " : de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, gewijzigd door de bijzondere wetten van 8 augustus 1988, 12 januari 1989, 16 januari 1989 en 16 juli 1993;
  2° (het Parlement : naar gelang van het geval, het Vlaams Parlement of het Waals Parlement.) <W 2006-03-27/34, art. 132, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 133, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Afdeling I. - De kiezerslijst en de stembureaus.

  Art. 2.In elke gemeente van het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest maakt het college van burgemeester en schepenen op de eerste dag van de tweede maand die voorafgaat aan de dag van de gewone verkiezing de lijst op van de kiezers bedoeld in artikel 25, § 1, van de bijzondere wet.
  In geval van een verkiezing georganiseerd met toepassing van artikel 27 van de bijzondere wet, wordt de kiezerslijst opgemaakt op de datum van het besluit van de Vlaamse Regering of de Waalse Regering of op de datum van de beslissing van (het Parlement) tot vaststelling van de datum van de verkiezing. <W 2006-03-27/34, art. 134, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Op de kiezerslijst worden opgenomen :
  1° de personen die op de datum waarop de kiezerslijst opgemaakt wordt, voldoen aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden;
  2° de kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt opgemaakt en de datum van de verkiezing de leeftijd van achttien jaar bereiken;
  3° de personen van wie de schorsing van het kiesrecht een einde neemt voor de datum van de verkiezing.
  De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst is opgemaakt en de dag van de verkiezing de Belgische nationaliteit hebben verloren of uit de bevolkingsregisters in België zijn geschrapt, worden van de kiezerslijst geschrapt.
  De kiezers tegen wie na de datum waarop de kiezerslijst wordt opgemaakt, een veroordeling of een beslissing is uitgesproken die voor hen de uitsluiting van het kiesrecht dan wel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt.
  Aan deze lijst worden tot op de dag voor de verkiezing, de personen toegevoegd die ingevolge een arrest van het hof van beroep of een beslissing van het college van burgemeester en schepenen als kiezer moeten worden opgenomen.
  (Voor elke persoon die voldoet aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden, vermeldt de kiezerslijst de naam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht [1 , de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen]1). De lijst wordt, volgens een doorlopende nummering, per gemeente of, in voorkomend geval, per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten. <W 1994-04-11/53, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  [2 Ten laatste de vijfentwintigste dag vóór die van de verkiezing, in het in het eerste lid bedoelde geval, of onmiddellijk nadat de kiezerslijst is opgesteld, in het in het tweede lid bedoelde geval, verstuurt het gemeentebestuur de per gemeentewijk verdeelde kiezerslijst elektronisch naar de provinciegouverneur of naar de door hem/haar aangewezen ambtenaar. De provinciegouverneur of de door hem/haar aangewezen ambtenaar verifieert de conformiteit van die lijst met de bepalingen van artikel 5, derde lid, en valideert deze door middel van een elektronische handtekening uiterlijk twee weken vóór de verkiezing.]2
  ----------
  (1)<W 2009-04-14/01, art. 59, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  (2)<W 2018-05-21/01, art. 47, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 3.§ 1. Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, exemplaren of afschriften ervan af te geven aan de personen die in naam van een politieke partij optreden, daartoe uiterlijk de eerste dag van de tweede maand die voorafgaat aan die van de gewone verkiezing of, in geval van een buitengewone verkiezing georganiseerd met toepassing van artikel 27 van de bijzondere wet, binnen acht dagen na hetzij de bekendmaking van het besluit van de Regering tot vaststelling van de datum van de verkiezing, hetzij de datum van de beslissing van (het Parlement) tot oproeping van het kiescollege, bij [2 aangetekende zending]2 een aanvraag richten aan de burgemeester, en die er zich schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor (het Parlement) voor te dragen. <W 2006-03-27/34, art. 135, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Elke politieke partij kan kosteloos [1 , op papieren drager of naargelang zijn keuze op gestandaardiseerde informaticadrager,]1 twee exemplaren of afschriften van deze lijst krijgen, voor zover ze een kandidatenlijst voor (het Parlement) voorlegt in de kieskring waar de gemeente ligt, waarbij de aanvraag om afgifte van de lijst ingediend werd overeenkomstig het eerste lid. <W 2006-03-27/34, art. 135, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De afgifte aan de in het eerste lid vermelde personen van bijkomende exemplaren of afschriften geschiedt tegen betaling van de kostprijs, die door het college van burgemeester en schepenen wordt bepaald.
  Indien een politieke partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 2. Ieder persoon die als kandidaat voorkomt op een voordrachtakte ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs exemplaren of afschriften van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de nadere regels bepaald in § 1, eerste lid.
  Het gemeentebestuur onderzoekt op het ogenblik van de afgifte of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.
  Indien de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 3. Het gemeentebestuur mag geen exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan die welke ze overeenkomstig § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid, aangevraagd hebben. De personen die deze exemplaren of afschriften hebben ontvangen, mogen ze op hun beurt niet meedelen aan derden.
  De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die worden afgegeven met toepassing van de §§ 1 en 2, mogen slechts voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden, inbegrepen buiten de periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt.
  [1 De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die afgeleverd worden bij toepassing van de §§ 1 en 2 mogen het identificatienummer, dat bedoeld wordt in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, niet vermelden.]1
  ----------
  (1)<W 2009-04-14/01, art. 60, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  (2)<W 2018-05-21/01, art. 48, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 4. Artikelen 13, 16 en 18 tot 39 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor (het Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 136, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Voor die toepassing echter, wordt de verwijzing naar artikel 10, § 2, van het Kieswetboek, in de artikelen 18 en 19 van dat Wetboek vervangen door een verwijzing naar artikel 2, zevende lid, van deze wet.

  Art. 5.De verkiezingen voor (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement) worden gehouden per kieskring die uit een of meer administratieve arrondissementen bestaat, welke in kieskantons verdeeld zijn overeenkomstig de, als bijlage 1, bij deze wet gevoegde tabel. <W 2006-03-27/34, art. 137, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De samenstelling en de hoofdplaats van de kieskantons zijn die welke vastgesteld zijn in de indelingstabel bedoeld bij artikel 87 van het Kieswetboek.
  De kiezers voor (het Parlement) worden per kieskanton in stemafdelingen verdeeld overeenkomstig de artikelen 90 en 91, eerste tot derde lid, van het Kieswetboek. <W 2006-03-27/34, art. 137, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 5_VLAAMS_GEWEST.
  (Eerste en tweede lid opgeheven) <DVR 2006-07-07/86, art. 28, 3° , 032; Inwerkingtreding : 27-10-2006>
  De kiezers voor (het Parlement) worden per kieskanton in stemafdelingen verdeeld overeenkomstig de artikelen 90 en 91, eerste tot derde lid, van het Kieswetboek. <W 2006-03-27/34, art. 137, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>


  Art. 6. Tot de dag van de verkiezing zenden de gemeentebesturen van het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest rechtstreeks aan de voorzitters van de stembureaus, zodra die zijn aangewezen :
  1° de lijst van de personen die, nadat de kiezerslijst voor (het Parlement) is opgemaakt, ervan geschrapt moeten worden, hetzij omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren, hetzij omdat ze van de bevolkingsregisters van de gemeente geschrapt zijn ten gevolge van een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland, hetzij omdat ze overleden zijn; <W 2006-03-27/34, art. 138, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  2° de kennisgevingen die hun ter uitvoering van artikel 13 van het Kieswetboek, na het opmaken van de kiezerslijst voor (het Parlement), worden medegedeeld; <W 2006-03-27/34, art. 138, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  3° de wijzigingen die in de kiezerslijst zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen bedoeld in artikel 26 van het Kieswetboek, of van de arresten van het hof van beroep bedoeld in artikel 33 van hetzelfde Wetboek.

  Art. 7.Artikelen 93, eerste lid, 95, 96, eerste en tweede lid, 100, [1 101,]1 102, eerste en derde lid, 103 en 104 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing van (het Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 139, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Voor deze toepassing dienen echter in de inleidende zin van artikel 95, § 12, in plaats van de woorden " tijdens de tweede maand die voorafgaat aan die van de verkiezing in het geval bedoeld in artikel 105, of zodra de datum van de stemming is vastgesteld in het geval bedoeld in artikel 106 ", de woorden " tijdens de tweede maand die voorafgaat aan die van de gewone verkiezing, of zodra de datum van de stemming vastgesteld is in het geval bedoeld in artikel 27 van de bijzondere wet " gelezen te worden.
  ----------
  (1)<W 2009-04-14/01, art. 61, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>

  Art. 7bis. [1 De voorzitters van de kieskring- en kantonhoofdbureaus die respectievelijk bedoeld worden in artikel 26quater van de bijzondere wet en in artikel 93 van het Kieswetboek, delen, uiterlijk op de in artikel 2 vastgestelde datum voor het opmaken van de kiezerslijst, via digitale weg hun contactgegevens mee aan de Minister van Binnenlandse Zaken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2009-04-14/01, art. 62, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>

  Art. 8. Ten laste van de Staat komen de verkiezingsuitgaven voor het papier voor de stembiljetten dat hij levert.
  Ten laste van de gemeenten zijn de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden die zij leveren volgens de door de Koning goedgekeurde modellen.
  Onverminderd artikel 2 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de gewesten en de gemeenschappen, zijn alle andere verkiezingsuitgaven eveneens ten laste van de gemeenten.

  Art. 9. Ten minste vijftien dagen voor de verkiezing doet de Minister van Binnenlandse Zaken in het Belgisch Staatsblad een bericht verschijnen waarbij de dag van de stemming en de uren van opening en sluiting van de stembureaus medegedeeld worden.
  Dit bericht vermeldt eveneens dat voor elke kiezer tot twaalf dagen voor de verkiezing bezwaar mogelijk is bij het gemeentebestuur.

  Art. 10. Het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente van het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest stuurt ten minste vijftien dagen voor de datum van de verkiezing oproepingsbrieven naar de huidige verblijfplaats van de kiezers. Wanneer de oproepingsbrief niet aan de kiezer overhandigd kan worden, wordt hij afgegeven op de gemeentesecretarie, waar de kiezer hem kan komen afhalen tot op de dag van de stemming 's middags. Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht voorgeschreven bij artikel 9.
  Behalve de kiezers die op de lijst bedoeld in artikel 2 ingeschreven zijn op de er vastgestelde datum, worden tot de stemming opgeroepen de personen die tussen de datum van het opmaken van deze lijst en de datum van de verkiezing als kiezers ingeschreven werden ten gevolge van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen of van een arrest van het hof van beroep.
  De oproepingsbrieven vermelden de dag waarop en het lokaal waar de kiezer moet stemmen, het aantal te begeven zetels en de uren van opening en sluiting van de stemming.
  (De oproepingsbrieven, overeenkomstig het model dat bij koninklijk besluit te bepalen is, vermelden de naam, de voornamen, het geslacht en de hoofdverblijfplaats van de kiezer en, in voorkomend geval, de naam van zijn echtgeno(o)t(e), alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat.) De, als bijlage 2, bij deze wet gevoegde onderrichtingen voor de kiezer (model I) worden er letterlijk op overgenomen. <W 1994-04-11/53, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  De oproepingsbrief wordt overigens in elke gemeente van het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest ten minste tien dagen voor de datum van de verkiezing bekendgemaakt in de gebruikelijke vormen. Het aanplakbiljet omvat de vermeldingen voorgeschreven in het derde lid van dit artikel en herinnert eraan dat de kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen, hem op de gemeentesecretarie kan afhalen tot op de dag van de stemming 's middags.

  Afdeling II. - Kandidaatstelling en stembiljetten.

  Art. 11.[3 De voordrachten van de kandidaten moeten aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau overhandigd worden op vrijdag de achtenvijftigste dag, tussen 14 en 16 uur, of op zaterdag de zevenenvijftigste dag, tussen 9 en 12 uur, vóór de verkiezing of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, op vrijdag de dertigste dag, tussen 14 en 16 uur, of op zaterdag de negenentwintigste dag, tussen 9 en 12 uur, vóór de dag van de verkiezing.]3
  De aanwijzingen van getuigen worden door de voorzitter van het kantonhoofdbureau in ontvangst genomen op dinsdag, de vijfde dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur. Artikel 131 van het Kieswetboek is van toepassing op die aanwijzingen.
  Voor deze toepassing echter :
  1° dienen in het vierde lid in plaats van de woorden " voor de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1 " de woorden " voor (het Parlement) " gelezen te worden; <W 2006-03-27/34, art. 140, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  2° dient in het vijfde lid, de verwijzing naar de artikelen 147, 162 en 179 van het Kieswetboek vervangen te worden door een verwijzing naar de artikelen 19, § 4, 22, § 2, en 23, § 3, van deze wet.
  [3 Ten minste éénenzestig dagen vóór de verkiezing of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, ten minste vierendertig dagen vóór de verkiezing]3 :
  1° maakt de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring, onder vermelding van de hierboven bepaalde dagen en uren, bekend op welke plaats hij de voordrachten van kandidaten in ontvangst zal nemen;
  2° maakt de voorzitter van het kantonhoofdbureau, onder vermelding van de hierboven bepaalde dagen en uren, bekend op welke plaats hij de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en de stemopnemingsbureaus in ontvangst zal nemen.
  [2 Laatste lid opgeheven.]2
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 128, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  (2)<W 2014-02-10/02, art. 29, 043; Inwerkingtreding : 24-02-2014>
  (3)<W 2018-05-21/01, art. 49, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 12.Elke in (het Parlement) vertegenwoordigde politieke formatie kan een voorstel indienen om bescherming te verkrijgen voor het letterwoord (of het logo) dat zij in de voordrachten van de kandidaten wil vermelden. Het letterwoord dat bovenaan de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan, is samengesteld uit ten hoogste (achttien karakters). Binnen die perken kan het de vertaling ervan in het Duits omvatten voor de gemeenten die deel uitmaken van het Duitse taalgebied. (Het logo is de grafische voorstelling van de naam van de lijst en is samengesteld uit ten hoogste (achttien karakters)). <W 2003-02-19/42, art. 17, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2006-03-27/34, art. 141, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006> <W 2007-04-21/51, art. 4, 035; Inwerkingtreding : 04-05-2007>
  Om geldig te zijn, moet het voorstel worden ondertekend door ten minste vijf (parlementsleden) behorend tot de politieke formatie die dat (letterwoord of logo) zal gebruiken. Wanneer een politieke formatie echter vertegenwoordigd is door minder dan vijf (parlementsleden), wordt het voorstel ondertekend door alle (parlementsleden) die tot die formatie behoren. Elk (parlementslid) mag slechts één enkel voorstel ondertekenen. <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2006-03-27/34, art. 141, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Niemand kan een voorstel tot bescherming van een (letterwoord of logo) ondertekenen en tegelijk kandidaat zijn op een lijst die een ander beschermd (letterwoord of logo) gebruikt. <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  Het voorstel wordt [1 de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de tweeëndertigste dag vóór de verkiezing, tussen 10 en 12 uur]1, aan de voorzitter van de Vlaamse Regering of van de Waalse Regering, naar gelang van het geval, overhandigd door een (ondertekenend parlementslid). Het vermeldt het (letterwoord of logo) dat zal worden gebruikt door de kandidatenlijsten die zich daarbij willen aansluiten, alsmede de namen, voornamen en adressen van de persoon en van zijn plaatsvervanger die door de politieke formatie zijn aangewezen om te attesteren dat een kandidatenlijst door die formatie erkend wordt. <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2006-03-27/34, art. 141, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Dadelijk na het indienen van de voorstellen gaat de voorzitter van de Vlaamse Regering of van de Waalse Regering, naar gelang van het geval, over tot de uitloting van de volgnummers.
  De tabel van de beschermde (letterwoorden of logo's) en van de toegekende volgnummers wordt binnen [1 vijf]1 dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De Voorzitter van de Vlaamse Regering of van de Waalse Regering, naar gelang van het geval, stelt de voorzitter van het hoofdbureau van elke kieskring in kennis van de aldus toegekende volgnummers, van de aan de verschillende nummers voorbehouden (letterwoorden of logo's) alsmede van de namen, de voornamen en de adressen van de door elke formatie aangewezen persoon en zijn plaatsvervanger, die alleen bevoegd zijn tot het echt verklaren van de kandidatenlijsten. <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De voordrachten van de kandidaten die zich op een beschermd (letterwoord of logo) en volgnummer beroepen, moeten vergezeld gaan van het attest van de door de politieke formatie aangewezen persoon of zijn plaatsvervanger; indien een dergelijk attest niet kan worden voorgelegd, moet de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring ambtshalve het gebruik van het beschermde (letterwoord of logo) en volgnummer door een niet-erkende lijst wiegeren. <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 50, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 13.De vermelding van een (letterwoord of logo), in voorkomend geval met inbegrip van het bijkomend element bedoeld in artikel 21, § 2, derde lid, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezingen van het Europees Parlement, waarvan gebruik is gemaakt door een politieke formatie die vertegenwoordigd is in (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement) en waaraan ter gelegenheid van een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van de (Gemeenschaps- en Gewestparlementen), [1 van de Kamer van volksvertegenwoordigers]1 of van het Europees Parlement bescherming is verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die formatie door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verboden. [2 Dat verzoek moet bij deze laatste ingediend worden minstens zevenentachtig dagen vóór de dag van de verkiezing of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, minstens zevenendertig dagen vóór die van de verkiezing.]2 <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2006-03-27/34, art. 142, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006> <W 2006-03-27/34, art. 142, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De lijst van de (letterwoorden of logo's) waarvan het gebruik is verboden, wordt [2 de vijfenzeventigste dag vóór de verkiezing of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de drieëndertigste dag vóór de verkiezing]2 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 129, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  (2)<W 2018-05-21/01, art. 51, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 13bis. <Ingevoegd bij W 2002-01-22/39, art. 21; Inwerkingtreding : 01-04-2004; zie art. 22> Voor de toepassing van artikel 60bis van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en gemeenschappen, wordt de overeenstemming tussen de kandidatenlijsten voor de verkiezing van (het Brussels Hoofdstedelijk Parlement) en de kandidatenlijsten voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement) vastgesteld door een wederkerige verklaring, ondertekend door minstens twee van de eerste drie kandidaten van de betrokken lijsten, en ingediend samen met de lijsten. <W 2006-03-27/34, art. 143, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 14.[1 [3 De kandidaten voorgedragen door kiezers moeten de hoedanigheid van kiezer van de kiezers die de voordracht doen, laten erkennen door de gemeente waar zij ingeschreven zijn, via het aanbrengen van het gemeentezegel op de voordrachtsakte, behalve wanneer gebruik gemaakt wordt van elektronische middelen zoals gedefinieerd in het tweede lid.]3 ]1
  De voordracht wordt aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring tegen ontvangstbewijs overhandigd door één van de drie ondertekenaars die daartoe door de kandidaten in hun verklaring van bewilliging zijn aangewezen of door één van de twee kandidaten die daartoe zijn aangewezen hetzij door de aftredende (parlementsleden) door wie de kandidaten zijn voorgedragen, hetzij, voor de eerste verkiezing van (het Parlement), door de leden van de Wetgevende Kamers door wie de kandidaten zijn voorgedragen. [3 De Koning bepaalt de elektronische middelen die gebruikt mogen worden om de voordracht van kandidaten en de bewilligingsakten aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau te bezorgen. Hetzelfde geldt voor het ontvangstbewijs afgeleverd door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau.]3 <W 2006-03-27/34, art. 144, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  [2 De voordrachtsakte vermeldt, wat de kandidaten betreft, de naam en de voornamen zoals vermeld in het Rijksregister van de natuurlijke personen, desgevallend de voornaam bevestigd door een akte van bekendheid die werd opgesteld door een vrederechter of een notaris, waaronder de kandidaten zich willen voorstellen, de geboortedatum, het geslacht, het beroep [3 , de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen]3. Desgevallend worden dezelfde vermeldingen aangebracht op de voordrachtsakte wat de kiezers die voordracht doen, betreft.]2 (Ze vermeldt eveneens het (letterwoord of logo), waarin is voorzien bij artikel 12, en dat bovenaan de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan.) [2 De identiteit van een kandidaat/kandidate die gehuwd of weduw(e)(naar) is, mag voorafgegaan of gevolgd worden door de naam van zijn/haar echtgeno(o)t(e) of overleden echtgeno(o)t(e).]2 <W 1994-04-11/53, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 26-04-1994> <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  Wanneer de ondertekenaars op de lijst van de kiezers van een gemeente van de kieskring als kiezer voorkomen, mag het bureau hun hoedanigheid van kiezer niet betwisten.
  De voorgedragen kandidaten bewilligen in hun kandidaatstelling door een gedagtekende en ondertekende schriftelijke verklaring, die aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring tegen ontvangstbewijs wordt overhandigd binnen de termijn bepaald in artikel 11.
  De bewilligende kandidaten wier namen voorkomen op een zelfde voordracht, worden geacht een enkele lijst te vormen.
  Zij kunnen in hun verklaring van bewilliging :
  1° een getuige en een plaatsvervangend getuige aanwijzen om de vergaderingen van het hoofdbureau van de kieskring voorgeschreven bij artikelen 119 en 124 van het Kieswetboek zoals gewijzigd door artikel 15 van deze wet en bij artikel 28ter van de bijzondere wet, bij te wonen;
  2° een getuige en een plaatsvervangend getuige voor elk kantonhoofdbureau aanwijzen om de vergadering bedoeld in artikel 150 van het Kieswetboek en de verrichtingen die dat bureau na de stemming moet doen, bij te wonen.
  Indien bepaalde kandidaten in afzonderlijke verklaringen van bewilliging verschillende personen hebben aangewezen om te fungeren als getuige, komen alleen in aanmerking de aanwijzingen ondertekend door de eerste kandidaat in de volgorde van de voordracht.
  De getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen. [3 De getuigen worden zo snel mogelijk en via de meest gepaste middelen opgeroepen door het kieskringhoofdbureau en het kantonhoofdbureau voor de in het zevende lid bedoelde verrichtingen, evenals voor de verrichtingen uitgevoerd om de in artikel 23, § 3/2 bedoelde werkingsstoringen te identificeren en op te lossen.]3
  (Lid 10 opgeheven) <W 2002-01-22/38, art. 14, 014; Inwerkingtreding : 05-03-2002>
  Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één lijst.
  Niemand mag tegelijk in meer dan één kieskring voorgedragen worden.
  ----------
  (1)<W 2009-04-14/01, art. 63, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  (2)<W 2014-02-10/02, art. 30, 043; Inwerkingtreding : 24-02-2014>
  (3)<W 2018-05-21/01, art. 52, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 14bis. (Opgeheven) <W 2002-07-18/56, art. 8, 018; Inwerkingtreding : 23-09-2002>

  Art. 15.§ 1. Artikel 119 van het Kieswetboek is van toepassing op de verkiezing voor (het Parlement) [1 ...]1 [2 met dien verstande dat de woorden "de vijfenvijftigste dag vóór de stemming van 13 tot 16 uur, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of de zevenentwintigste dag vóór de stemming van 13 tot 16 uur, in het in artikel 106 bedoelde geval" vervangen worden door de woorden "de vijfenvijftigste dag vóór de stemming van 13 tot 16 uur of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de zevenentwintigste dag vóór de stemming van 13 tot 16 uur"]2. <W 2006-03-27/34, art. 145, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 2. Voor de toepassing van artikel 24bis, § 1, tweede lid, van de bijzondere wet, moet het hoofdbureau van de kieskring de kandidaten weigeren die :
  1° op de datum van de verkiezing niet voldoen aan de voorwaarde van inschrijving in het bevolkingsregister bedoeld in de voormelde bepaling;
  2° op de datum van de verkiezing (de vereiste leeftijd) niet bereikt hebben of op die datum nog van het kiesrecht uitgesloten of geschorst zijn. <W 2004-04-25/44, art. 2, 026; Inwerkingtreding : 07-05-2004>
  (§ 2bis. Het hoofdbureau van de kieskring wijst de lijsten af waarvan de letterwoorden en de logo's niet voldoen aan artikel 12, eerste lid.) <W 2003-02-19/42, art. 18, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  (§ 2ter. Het hoofdbureau van de kieskring wijst de lijsten af die niet voldoen aan de bepalingen van artikel 28, vijfde en zesde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.) <W 2004-03-02/41, art. 14, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  § 3. [1 [2 De artikelen 120 tot 125quater van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor het Parlement mits de volgende wijzigingen:
   1° de woorden "de vierenvijftigste dag vóór de stemming, tussen 13 en 15 uur, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of de zesentwintigste dag vóór de stemming, tussen 13 en 15 uur, in de in artikel 106 bedoelde gevallen" in artikel 121, eerste lid, moeten gelezen worden als volgt: "de vierenvijftigste dag vóór de stemming, tussen 13 en 15 uur of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de zesentwintigste dag vóór de stemming, tussen 13 en 15 uur";
   2° de woorden "de tweeënvijftigste dag vóór de stemming, tussen 14 en 16 uur, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of de vierentwintigste dag vóór de stemming, tussen 14 en 16 uur, in de in artikel 106 bedoelde gevallen" in artikel 123, eerste lid, moeten gelezen worden als volgt: "de tweeënvijftigste dag vóór de stemming, tussen 14 en 16 uur, of in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de vierentwintigste dag vóór de stemming, tussen 14 en 16 uur";
   3° de verwijzing naar artikel 116, § 4, tweede lid, vermeld in artikel 123, derde lid, 7°, wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 12, eerste lid, van deze wet;
   4° de verwijzing naar artikel 117bis, vermeld in artikel 123, derde lid, 6°, wordt vervangen door een referentie naar artikel 28, vijfde en zesde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
   5° de woorden "de tweeënvijftigste dag vóór de stemming, te 16 uur, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of de vierentwintigste dag vóór de stemming, te 16 uur, in de in artikel 106 bedoelde gevallen" in artikel 124, eerste lid, moeten gelezen worden als volgt: "de tweeënvijftigste dag vóór de stemming, te 16 uur of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de vierentwintigste dag vóór de stemming, te 16 uur";
   6° de woorden "artikel 116" in artikel 124, derde lid, moeten gelezen worden als volgt: "artikel 14, zevende lid, 1°, van deze wet";
   7° de woorden "de éénenveertigste dag vóór de stemming, om 10 uur `s morgens, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of de twintigste dag vóór de stemming, om 10 uur 's morgens, in de in artikel 106 bedoelde gevallen" in artikel 125, derde lid, moeten gelezen worden als volgt: "de éénenveertigste dag vóór de stemming, om 10 uur 's morgens of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de twintigste dag vóór de stemming, om 10 uur 's morgens";
   8° de woorden "De éénenvijftigste dag vóór de stemming, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of de drieëntwintigste dag vóór de stemming, in de in artikel 106 bedoelde gevallen" in artikel 125bis, eerste lid, moeten gelezen worden als volgt: "De éénenvijftigste dag vóór de stemming of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de drieëntwintigste dag vóór de stemming";
   9° de woorden "op de éénenveertigste dag vóór de stemming, om 10 uur `s morgens, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of op de twintigste dag vóór de stemming, om 10 uur `s morgens, in de in artikel 106 bedoelde gevallen" van artikel 125ter, eerste lid, moeten gelezen worden als volgt: "op de éénenveertigste dag vóór de stemming, om 10 uur 's morgens of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, op de twintigste dag vóór de stemming, om 10 uur 's morgens".]2]1
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 130, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  (2)<W 2018-05-21/01, art. 53, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 16.§ 1. (Indien er niet meer dan één lijst ingediend is, en indien het aantal kandidaat-titularissen overeenstemt met het aantal te verkiezen leden, worden deze kandidaten zonder meer door het kieskringhoofdbureau gekozen verklaard. De kandidaat-opvolgers worden eerste, tweede, derde enz. opvolger verklaard, in de volgorde waarin ze op de voordrachtsakte voorkomen.
  Indien in hetzelfde geval, het aantal kandidaat-titularissen kleiner is dan het aantal te verkiezen leden, worden de kandidaat-titularissen en in de tweede plaats, ten belope van het aantal resterende toe te kennen zetels, de kandidaat-opvolgers die als eerste voorkomen op de voordrachtsakte, verkozen verklaard. De resterende kandidaten worden eerste, tweede, derde enz. opvolger verklaard, in de volgorde van hun voordracht.
  Wanneer er meerdere lijsten regelmatig voorgedragen zijn, en het aantal kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers niet groter is dan het aantal te verkiezen leden, worden deze kandidaten zonder meer ais titularis verkozen verklaard door het kieskring-hoofdbureau.) <W 2004-03-02/41, art. 15, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  Het proces-verbaal van de verkiezing, staande de vergadering opgemaakt en door de leden van het bureau ondertekend, wordt onmiddellijk aan de griffier van (het Parlement) gezonden, tegelijk met de voordrachten; uittreksels uit het proces-verbaal worden aan de gekozenen gezonden en door aanplakking bekendgemaakt in alle gemeenten van de kieskring. <W 2006-03-27/34, art. 146, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 2. Zijn er meer (kandidaat-titularissen) overeenkomstig artikel 14 regelmatig voorgedragen dan er mandaten toe te kennen zijn, dan wordt de lijst van de kandidaten onverwijld aangeplakt. <W 2004-03-02/41, art. 15, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  Het aanplakbiljet vermeldt met vette letter in zwarte inkt [1 de namen en voornamen waaronder de kandidaten zich voorstellen, in de vorm van het stembiljet zoals bepaald wordt in artikel 17, [2 ...]2 ]1. De, als bijlage 2, bij deze wet gevoegde onderrichtingen voor de kiezer (model I) worden daarop ook overgenomen.
  [2 Vanaf de vijftigste dag vóór de stemming of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, vanaf de tweeëntwintigste dag vóór de stemming]2 deelt de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring de officiële kandidatenlijst mee aan de kandidaten en aan de kiezers die hen hebben voorgedragen, indien zij het vragen.
  ----------
  (1)<W 2014-02-10/02, art. 31, 043; Inwerkingtreding : 24-02-2014>
  (2)<W 2018-05-21/01, art. 54, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 17.§ 1. Met toepassing van artikel 28ter van de bijzondere wet, maakt het hoofdbureau van de kieskring het stembiljet op overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en volgens één van de, als bijlage 3, bij deze wet gevoegde modellen IIa, IIb en IIc.
  De afmetingen worden bij koninklijk besluit bepaald op basis van het aantal te kiezen leden en van het aantal voorgedragen lijsten.
  § 2. De kandidatenlijsten worden op het stembiljet naast elkaar geplaatst. Boven elke kandidatenlijst staan een stemvak en een volgnummer in arabische cijfers van ten minste 8 millimeter hoogte en 3 millimeter breedte, alsmede het (letterwoord of logo), overeenkomstig artikel 12, vermeld in de voordracht van de kandidaten; het letterwoord (of het logo van de lijst is ten hoogste één centimeter hoog, ten hoogste drie centimeter breed en wordt horizontaal geplaatst.) <W 2003-02-19/42, art. 19 en 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  [1 De naam en de voornaam van elke kandidaat op de lijst worden voorafgegaan door het volgnummer en worden gevolgd door een kleiner stemvak.]1 [3 De naam van elke kandidaat staat eerst vermeld op het stembiljet en wordt in hoofdletters gedrukt. De voornaam volgt en wordt, met uitzondering van de beginletter, in kleine letters gedrukt.]3
  De stemvakken zijn zwart, met in het midden een stipje van dezelfde kleur als het papier en van 3 mm diameter.
  (De namen en voornamen van de kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers worden in de volgorde van de voordracht vermeld in de kolom bestemd voor de lijst waartoe zij behoren. De vermelding "opvolgers" staat boven de namen en voornamen van de kandidaten voor de plaatsen van opvolger.) <W 2004-03-02/41, art. 16, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in de volgorde van de nummers.
  De nummers die hoger zijn dan het hoogste nummer toegekend krachtens artikel 12 worden aan de andere lijsten toegekend bij opeenvolgende lotingen. Een eerste loting geschiedt onder de volledige lijsten, een tweede onder de onvolledige.
  Het bureau kan zo nodig beslissen dat twee of meer onvolledige lijsten in een zelfde kolom worden ondergebracht. Indien daartoe reden is, bepaalt het bij speciale lotingen de plaats van de kolommen en de nummers van de lijsten die in deze kolommen moeten worden opgenomen.
  [4 § 2bis. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau stuurt het proces-verbaal van definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten onverwijld op digitale wijze, door middel van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn/haar identiteitskaart, door naar de minister van Binnenlandse Zaken.]4
  § 3. In geval van beroep verdaagt het hoofdbureau van de kieskring de verrichtingen bepaald in artikel 16 van deze wet, artikel 28ter van de bijzondere wet en § 2 van dit artikel en vergadert het [4 de éénenveertigste dag vóór de verkiezing, om 18 uur of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, de twintigste dag vóór de verkiezing, om 18 uur]4, om tot die verrichtingen te kunnen overgaan zodra het in kennis is gesteld van de beslissingen van het hof van beroep.
  § 4. Zodra het hoofdbureau van de kieskring de tekst en de opmaak van het stembiljet heeft vastgesteld, laat de voorzitter van dit bureau de stembiljetten met zwarte inkt op stempapier drukken. [2 De kleur van dat stempapier wordt vastgelegd door de Koning.]2
  Het is verboden enig ander stembiljet te bezigen.
  De stembiljetten die voor een zelfde stemming gebezigd worden, moeten volkomen gelijk zijn.
  § 5. [4 Vijf dagen vóór de stemming zendt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau de voor de verkiezing nodige stembiljetten in verzegelde omslag naar de voorzitter van elk kantonhoofdbureau. Op de vooravond van de verkiezing laat deze voorzitter, aan de voorzitter van elk stembureau, het aantal stembiljetten nodig voor zijn/haar bureau, bezorgen tegen ontvangstbewijs. Op de omslag worden het adres en het aantal stembiljetten dat erin zit, vermeld.]4
  De omslag mag niet worden ontzegeld en geopend dan in aanwezigheid van het regelmatig samengestelde stembureau.
  De stembiljetten worden onmiddellijk nageteld en de uitslag wordt in het proces-verbaal opgetekend.
  De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring zendt terzelfder tijd aan de voorzitter van elk stemopnemingsbureau het formulier dat hij heeft laten opmaken overeenkomstig de voorschriften van artikel 22, § 1, en dat de voorzitters van de stemopnemingsbureaus na de stemopneming moeten invullen.
  ----------
  (1)<W 2009-04-14/01, art. 64, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  (2)<W 2014-01-06/62, art. 131, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  (3)<W 2014-02-10/02, art. 32, 043; Inwerkingtreding : 24-02-2014>
  (4)<W 2018-05-21/01, art. 55, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Afdeling III. - Inrichting van de stemlokalen en stemming.

  Art. 18. § 1. Het stemlokaal en de stemhokjes worden ingericht volgens het bij het Kieswetboek gevoegde model III.
  Afmetingen en schikking mogen echter gewijzigd worden volgens de vereisten van de lokalen.
  Er is ten minste één stemhokje per honderdvijftig kiezers.
  § 2. De lijst van de kiezers van de stemafdeling wordt in het wachtlokaal opgehangen, alsmede de, als bijlage 2, bij deze wet gevoegde onderrichtingen voor de kiezer (model I) en de tekst van de artikelen 110 en 111 van het Kieswetboek en van titel V van dat Wetboek.
  Een kopie van de bepalingen van het Kieswetboek, de bijzondere wet en deze wet die betrekking hebben op de verkiezingen voor (het Parlement), wordt in het wachtlokaal ter beschikking van de kiezers gelegd; een tweede kopie van deze bepalingen wordt ter beschikking van de leden van het bureau gelegd in het deel van de zaal waar de stemming plaatsvindt. <W 2006-03-27/34, art. 147, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 19.§ 1. ((De kiezer mag een stem uitbrengen voor één of meer kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers van een zelfde lijst.
  Kan hij zich verenigen met de volgorde waarin de kandidaat-titularissen en -opvolgers op de door hem gesteunde lijst voorkomen, dan brengt hij een stem uit in het stemvak bovenaan op die lijst.
  Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil hij die van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan één of meer kandidaat-opvolgers van de lijst.
  Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil hij die van de kandidaat-titularissen wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan één of meer kandidaat-titularissen van de lijst.
  Kan hij zich tenslotte niet verenigen met de volgorde van voordracht, noch van de kandidaat-titularissen, noch van de kandidaat-opvolgers en wil hij die volgorde wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit op één of meer kandidaat-titularissen en op één of meer kandidaat-opvolgers van de lijst.
  De naamstemmen worden uitgebracht in het stemvak naast de naam en voornaam van de kandidaat-titularis(sen) of -opvolger(s) en de kandidaat-titularis(sen) en -opvolger(s) aan wie de kiezer zijn stem wil geven.) <W 2004-03-02/41, art. 17, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  Het stemmerk, zelfs op onvolmaakte wijze aangebracht, is geldig, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken duidelijk blijkt.) <W 1995-04-05/31, art. 16, 007; Inwerkingtreding : 25-04-1995>
  § 2. Op de verkiezing voor (het Parlement) zijn van toepassing : <W 2006-03-27/34, art. 148, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  1° de politiebepalingen die het voorwerp zijn van de artikelen 108, 109, 110, 111 en 114 van het Kieswetboek;
  2° de bepalingen van de artikelen 142, 146 en 147bis van dat Wetboek.
  § 3. De kiezer ontvangt een stembiljet uit de handen van de voorzitter.
  Na rechthoekig in vieren te zijn dichtgevouwen, zodanig dat de stemvakken bovenaan op de lijsten zich aan de binnenzijde bevinden, wordt dit biljet open voor de voorzitter gelegd, die het in dezelfde vouwen weer toevouwt; het wordt aan de keerzijde gemerkt met een stempel met de naam van het kanton waar de stemming plaats heeft en de datum van de verkiezing. Het bureau wijst ten minste vijf plaatsen aan waar de stempel mag worden aangebracht; daarna wordt de plaats door het lot bepaald. Deze loting wordt op verzoek van een van de leden van het stembureau of van een getuige, eens of meermaals herhaald gedurende de verrichtingen. Oordeelt het stembureau een dergelijk voorstel niet dadelijk te kunnen aannemen, dan kan het lid van het stembureau of de getuige eisen dat de redenen van de weigering in het proces-verbaal worden opgenomen.
  De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een van de stemhokjes; hij brengt er zijn stem uit, toont aan de voorzitter zijn behoorlijk opnieuw in vieren gevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus, nadat de voorzitter of een door hem aangestelde bijzitter de oproepingsbrief heeft gemerkt met de in het vorige lid vermelde stempel. Het is hem verboden zijn stembiljet bij het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Doet hij zulks, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, dat onmiddellijk onbruikbaar wordt gemaakt, en hij verplicht de kiezer opnieuw te stemmen.
  De kiezer die door onoplettendheid het hem overhandigde stembiljet beschadigt, kan aan de voorzitter een ander vragen, tegen teruggave van het eerste, dat onmiddellijk onbruikbaar gemaakt wordt.
  De voorzitter schrijft op de stembiljetten die ter uitvoering van de vorige leden zijn teruggenomen, de vermelding " Teruggenomen stembiljet " en parafeert ze.
  [1 De kiezer die wegens een handicap niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn/haar stem uit te brengen, kan zich, met toestemming van de voorzitter, laten begeleiden of bijstaan. Beide namen worden in het proces-verbaal vermeld.
   Als een bijzitter of een getuige de echtheid of de ernst van de aangevoerde handicap betwist, beslist het stembureau en wordt de met redenen omklede beslissing in het proces-verbaal opgenomen.]1
  § 4. Het bureau stelt vast en schrijft in het proces-verbaal in hoeveel kiezers aan de stemming hebben deelgenomen, hoeveel stembiljetten teruggenomen werden overeenkomstig § 3, derde en vierde lid, alsook hoeveel stembiljetten niet gebruikt werden.
  De teruggenomen stembiljetten en de ongebruikte stembiljetten worden onder aparte verzegelde omslagen geplaatst.
  De kiezerslijsten die voor het aanstippen hebben gediend en behoorlijk ondertekend zijn door de leden van het bureau die ze bijgehouden hebben en door de voorzitter, worden in een derde verzegelde omslag gestopt.
  Op elke omslag wordt de inhoud ervan vermeld alsook de gemeente, de dag van de verkiezing en het nummer van het bureau.
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 56, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Afdeling IV. - Stemopneming en algemene telling van de stemmen.

  Art. 20. § 1. De bepalingen van artikelen 149, eerste lid, 150 tot 152, 154 en 155 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing van (het Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 149, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Voor deze toepassing dient echter :
  1° in artikel 151, eerste lid, de verwijzing naar artikel 161, achtste lid, vervangen te worden door een verwijzing naar artikel 22, § 1, zevende lid;
  2° in artikel 155, derde lid, de verwijzing naar de artikelen 143, derde lid en 145 vervangen te worden door een verwijzing naar artikel 19, § 3, derde en vierde lid.
  § 2. De voorzitter en een van de leden van het bureau mengen alle door het bureau te onderzoeken stembiljetten dooreen, vouwen ze open en delen ze in de volgende categorieën in :
  1° stembiljetten met geldige stemmen voor de eerste lijst of voor kandidaten van deze lijst;
  2° hetzelfde voor de tweede lijst en voor de volgende lijsten;
  3° twijfelachtige stembiljetten;
  4° blanco stembiljetten en ongeldige stembiljetten.
  ((Na deze eerste indeling worden de stembiljetten van elk van de categorieën voor de verschillende lijsten verder verdeeld in vier subcategorieën :
  1° stembiljetten waarop bovenaan op een lijst is gestemd;
  2° stembiljetten waarop uitsluitend naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen is gestemd;
  3° stembiljetten waarop tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen en naast die van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd;
  4° stembiljetten waarop uitsluitend naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd.
  De stembiljetten waarop bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen of één of meer kandidaat-titularissen en -opvolgers is gestemd, worden naar gelang van het geval in de tweede of in de derde subcategorie geplaatst.
  De stembiljetten waarop bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd, worden in de vierde subcategorie geplaatst.
  [1 ...]1) <W 2004-03-02/41, art. 18, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  De stembiljetten worden gerangschikt en onderzocht overeenkomstig artikel 21, artikel 158 van het Kieswetboek en de hierna volgende bepalingen.
  De verdachte biljetten en die waartegen bezwaar werd ingebracht worden, na de beslissing van het bureau, bij de categorie gevoegd waartoe ze behoren.
  De stembiljetten van elke categorie worden achtereenvolgens door twee leden van het bureau geteld.
  Dit stelt dienovereenkomstig het totale aantal geldige stembiljetten vast, dat van de blanco en ongeldige stembiljetten en, voor elke lijst, het aantal stembiljetten van elk van de (vier) in het tweede lid bedoelde subcategorieën, alsook het aantal naamstemmen dat elke kandidaat heeft verkregen. <W 2004-03-02/41, art. 18, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  Al die getallen worden in het proces-verbaal opgenomen.
  De ongeldig verklaarde of betwiste stembiljetten, echter niet de blancostembiljetten, worden door twee leden van het bureau en door een van de getuigen geparafeerd.) <W 1995-04-05/31, art. 17, 007; Inwerkingtreding : 25-04-1995>
  Alle zoals hierboven gerangschikte stembiljetten worden in aparte en gesloten omslagen geplaatst.
  § 3. (...) <W 1995-04-05/31, art. 17, 007; Inwerkingtreding : 25-04-1995>
  ----------
  (1)<W 2009-04-14/01, art. 65, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>

  Art. 21. <W 2004-03-02/41, art. 19, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> Ongeldig zijn :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke volgens de wet mogen worden gebruikt;
  2° de stembiljetten waarop meer dan één lijststem voorkomt of waarop naamstemmen voor titularissen of voor opvolgers op verschillende lijsten zijn uitgebracht;
  3° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst, en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen en/of -opvolgers van een andere lijst;
  4° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht voor één of meer kandidaat-titularissen van een lijst en tegelijk voor één of meer kandidaat-opvolgers van een andere lijst;
  5° de stembiljetten waarop geen enkele stem is uitgebracht, de stembrieven waarvan de vorm en de afmetingen veranderd zijn, die binnenin een papier of enig voorwerp bevatten of die de kiezer herkenbaar maken door een teken, een doorhaling of een bij de wet niet geoorloofd merk.
  Niet ongeldig zijn :
  1° de stembiljetten waarop de kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen of van één of meer kandidaat-titularissen en -opvolgers van dezelfde lijst;
  2° de stembiljetten waarop de kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers van dezelfde lijst.
  In de in het vorige lid bedoelde gevallen wordt de stem bovenaan op de lijst als niet-bestaande beschouwd.

  Art. 22.§ 1. Het proces-verbaal van de verrichtingen wordt staande de vergadering opgemaakt en door de leden van het bureau en de getuigen ondertekend.
  De uitslagen van de stemopneming worden erin vermeld in de volgorde en naar de aanwijzingen van een modeltabel, op te maken door de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring.
  Deze tabel vermeldt het aantal in elke stembus gevonden stembiljetten, het aantal blanco of ongeldige stembiljetten, alsook het aantal geldige stembiljetten; zij vermeldt vervolgens voor elke lijst, gerangschikt naar volgnummer, de uitslagen van de stemopneming vastgesteld (overeenkomstig artikel 20, § 2). <W 1995-04-05/31, art. 19, 007; Inwerkingtreding : 25-04-1995>
  Van deze tabel wordt onmiddellijk een duplicaat gemaakt.
  Dit stuk draagt als opschrift de naam van de kieskring en van het kieskanton, het nummer van het stemopnemingsbureau, de datum van de verkiezing en de vermelding : " [2 Uitslag van de opneming der stembiljetten, ontvangen in de bureaus nrs. ... van de gemeente]2 "
  Alvorens de verrichtingen voort te zetten, gaat de voorzitter van het stemopnemingsbureau met het proces-verbaal bij de voorzitter van het kantonhoofdbureau en legt hem het duplicaat van de tabel voor. Indien deze voorzitter vaststelt dat de tabel in orde is, stelt hij er zijn paraaf op. In het tegenovergestelde geval verzoekt hij de voorzitter van het stemopnemingsbureau de tabel eerst door zijn bureau te doen aanvullen of verbeteren en, in voorkomend geval, het oorspronkelijk proces-verbaal te doen aanvullen of verbeteren.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau verzamelt de duplicaten van de stemopnemingstabellen en geeft een ontvangstbewijs aan de voorzitters van de stemopnemingsbureaus.
   (Het kantonhoofdbureau schrijft [2 per gemeente en per stemopnemingsbureau]2 op een verzamelstaat, het aantal neergelegde stembiljetten over, het aantal blanco of ongeldige stembiljetten, het totale aantal geldige stembiljetten en, voor elke lijst, gerangschikt naar haar volgnummer, het aantal stembiljetten van elk van de (vier) in artikel 20, § 2, tweede lid, bedoelde subcategorieën, alsook voor elke (kandidaat-titularis of kandidaat-opvolger), het totaal van de door hem verkregen naamstemmen.) <W 1995-04-05/31, art. 19, 007; Inwerkingtreding : 25-04-1995> <W 2004-03-02/41, art. 20, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  (Het kantonhoofdbureau totaliseert voor geheel het kanton al die rubrieken en voegt er het stemcijfer van elke lijst aan toe zoals wordt bepaald in artikel 29bis, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993.) <W 1995-04-05/31, art. 19, 007; Inwerkingtreding : 25-04-1995>
  [1 De voorzitter van het kantonhoofdbureau of de persoon die hij daartoe aanwijst, deelt aan de Minister van Binnenlandse Zaken en, naargelang van het geval, aan de voorzitter van de Vlaamse Regering of aan de voorzitter van de Waalse Regering, onverwijld en via elektronische weg, en gebruikmakend van de elektronische handtekening met behulp van zijn identiteitskaart, het totaal aantal neergelegde stembiljetten, het totaal aantal geldige stembiljetten, het totaal aantal blanco en ongeldige stembiljetten, het stemcijfer van elke lijst en het totaal aantal naamstemmen, dat door elke kandidaat behaald werd, mee.
   De voorzitter van het kantonhoofdbureau verstuurt onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening, uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, dat de samenvattende tabel bevat, naar de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, die er de ontvangst van bevestigt, en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. De dubbele exemplaren van de stemopnemingstabellen en een papieren versie van het proces-verbaal met daarop de samenvattende tabel worden eveneens bezorgd aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau.]1
  § 2. De voorzitter van het stemopnemingsbureau doet in het proces-verbaal aantekenen dat de stemopnemingstabel is overhandigd en in voorkomend geval welke verbeteringen erin zijn aangebracht.
  De uitslag, vastgesteld in de tabel bedoeld in het tweede lid van § 1, wordt daarna door hem in het openbaar afgekondigd.
  Het proces-verbaal, waarbij het pak met de betwiste stembiljetten is gevoegd, wordt gesloten in een te verzegelen omslag, waarvan het opschrift de inhoud aangeeft. Deze omslag en de omslagen waarvan sprake in artikelen 19, § 4, en 20, § 2, worden samen in een te verzegelen pak gesloten, dat de voorzitter binnen vierentwintig uur doet toekomen aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring.
  § 3. Wanneer het hoofdbureau van de kieskring de in § 1 vermelde tabellen ontvangen heeft, begint het onmiddellijk met de algemene telling van de stemmen in aanwezigheid van de leden van het bureau en van de getuigen. Als het voor 21 uur de uitslagen voor alle stemafdelingen van het kiescollege niet ontvangen heeft, wordt de telling of de voortzetting van de telling uitgesteld tot de volgende morgen om 9 uur. De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring bewaart de voormelde tabellen.
  Om het bureau bij te staan bij de stemopnemingsverrichtingen, kan de voorzitter zich verzekeren van de medewerking van rekenaars die onder het toezicht van het bureau werken.
  ----------
  (1)<W 2009-04-14/01, art. 66, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  (2)<W 2014-02-10/02, art. 33, 043; Inwerkingtreding : 24-02-2014>

  Art. 23.§ 1. De uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de gekozenen worden in het openbaar afgekondigd.
  [1 Onmiddellijk na deze afkondiging verstuurt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening, uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, naar de griffier, naargelang van het geval, van het Vlaams of Waals Parlement, naar de minister van Binnenlandse Zaken, en naargelang van het geval, naar de voorzitter van de Vlaamse Regering of naar de voorzitter van de Waalse Regering.]1
  § 2. [1 Een papieren versie van het proces-verbaal van de verkiezing]1, staande de vergadering opgemaakt en ondertekend door de leden van het hoofdbureau van de kieskring en door de getuigen, de processen-verbaal van de verschillende bureaus, de stembiljetten en andere documenten bedoeld in artikel 22, § 2, derde lid, alsook de akten van voordracht en bewilliging van de kandidaten en van aanwijzing van getuigen, worden [1 binnen vijf dagen]1 door de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring naar de griffier van (het Parlement) gestuurd. <W 2006-03-27/34, art. 150, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Het opschrift van het pak met deze documenten vermeldt de datum van de verkiezing.
  Aan iedere gekozene wordt een uittreksel uit dit proces-verbaal gezonden.
  § 3. De stembiljetten, de voor het aantekenen van de namen gebruikte kiezerslijsten, die behoorlijk ondertekend moeten zijn door de leden van het stembureau die de aantekening gedaan hebben, en door de voorzitter, alsook de ingevolge artikel 19, § 3, derde en vierde lid, teruggenomen biljetten, worden neergelegd ter griffie van de rechtbank of subsidiair van het vredegerecht van de hoofdplaats van het kanton; zij blijven er berusten tot de tweede dag na de geldigverklaring van de verkiezing. (Het Parlement) kan zich deze stukken doen overleggen, indien (het zulks) nodig acht. <W 2006-03-27/34, art. 150, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De niet-gebruikte biljetten worden onmiddellijk toegezonden aan de Provinciegouverneur, die het getal ervan vaststelt. De stembiljetten worden vernietigd nadat de verkiezing definitief geldig of ongeldig verklaard is.
  In voorkomend geval overhandigt de griffier aan de vrederechter desgevraagd de kiezerslijsten betreffende het gebied waarover deze bevoegd is.
  [2 § 3/1. De bepalingen van artikel 165 van het Kieswetboek zijn van toepassing voor de verkiezing van het Parlement.]2
  [2 § 3/2. De minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde brengt systematisch en zo snel mogelijk het College van Deskundigen bedoeld in hoofdstuk 7 van de wet van 7 februari 2014 tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk, op de hoogte van elke vastgestelde werkingsstoring met een effect op het normale stemproces, het stemopnemingsproces of het proces voor doorsturen van de resultaten, ofwel via het elektronisch stemsysteem met papieren bewijsstuk bedoeld in de wet van 7 februari 2014 tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk, ofwel via een software bedoeld in artikel 165 van het Kieswetboek, ofwel via elke andere kiessoftware die of elk ander elektronisch kiessysteem dat gebruikt wordt bij de verkiezingen.
   Op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde of wanneer de kieshoofdbureaus dit vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken of aan zijn afgevaardigde, kan de expertise van het College gevraagd worden om met de kieshoofdbureaus mee te werken en hen te ondersteunen, welke kieshoofdbureaus begeleid worden door de minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde, waarbij ze zich verzekeren van de geschiktheid van de verrichtingen die gebeuren bij de vaststelling van de werkingsstoringen het oplossingsproces ervan, alsook dat de verrichtingen transparant gebeuren en in overeenstemming met de principes tot regeling van de organisatie van democratische verkiezingen.]2
  ----------
  (1)<W 2009-04-14/01, art. 67, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  (2)<W 2018-05-21/01, art. 57, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Afdeling V. - Procedure voor de lijstenverbinding.

  Art. 24.§ 1. De verklaringen van lijstenverbinding bedoeld in artikel 28quater van de bijzondere wet worden tegen ontvangstbewijs aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring dat in de provinciehoofdplaats zitting houdt, overhandigd op donderdag, de zeventiende dag vóór de stemming tussen 14 en 16 uur. Dit bureau fungeert als provinciaal centraal bureau.
  § 2. De verklaringen van lijstenverbinding zijn slechts ontvankelijk, indien de kandidaten zich in hun akte van bewilliging het gebruik van het hun bij artikel 28quater van de bijzondere wet verleende recht hebben voorbehouden en indien de akte van voordracht hen daartoe machtigt. Zij moeten, op straffe van nietigheid, door ten minste twee van de eerste drie (kandidaat-titularissen) ondertekend zijn en twee van de eerste drie (kandidaat-titularissen) van de aangewezen lijst of lijsten moeten bij een soortgelijke verklaring en onder dezelfde voorwaarden hun instemming betuigen. <W 2004-03-02/41, art. 21, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  Een lijst kan zich niet verbinden met twee of meer lijsten die niet onderling verbonden zijn.
  § 3. De wederzijdse verklaringen van lijstverbinding mogen bij eenzelfde akte worden gedaan.
  Indien een van de daarin opgenomen lijsten wordt afgewezen, blijft de verklaring gelden voor de andere lijsten van de groep.
  Evenzo, wanneer een kandidaat onverkiesbaar wordt bevonden, blijft de verbindingsverklaring gelden voor de andere kandidaten van de lijst.
  In de verklaringen mogen voor de gehele groep een getuige en een plaatsvervangend getuige aangewezen worden om de verrichtingen van het provinciaal centraal bureau bij te wonen. Die getuigen moeten, tenzij zij zelf kandidaat zijn, kiezer zijn in een van de kieskringen van de provincie.
  De getuigen die overeenkomstig artikel 14, zevende lid, 1°, door de kandidaten die geen lijstenverbinding hebben afgelegd in kieskringen waar andere kandidaten zulks wel hebben gedaan, aangewezen zijn om de vergaderingen van het hoofdbureau bepaald in artikelen 119 en 124 van het Kieswetboek, zoals gewijzigd bij artikel 15 van deze wet, en in artikel 22, § 3, van deze wet, zijn tevens van rechtswege aangewezen om de verrichtingen van het provinciaal centraal bureau bij te wonen.
  § 4. De voorzitters van de hoofdbureaus van de kieskringen waar een of meer kandidaten zich het recht hebben voorbehouden om een verklaring van lijstenverbinding af te leggen, zenden aan de voorzitter van het provinciaal centraal bureau de kandidatenlijst, zodra deze overeenkomstig artikel 124 van het Kieswetboek, zoals gewijzigd bij artikel 15 van deze wet, definitief is afgesloten, of brengen te zijner kennis dat de verkiezing krachtens artikel 16, § 1, van deze wet zonder strijd is verlopen, in welk geval het voorbehoud van verklaring van lijstenverbinding vervalt.
  § 5. Bij het verstrijken van de in § 1 vastgestelde termijn voor de ontvangst van de verklaringen van lijstenverbinding maakt het provinciaal centraal bureau in het bijzijn van de getuigen, indien er zijn aangewezen, de tabel op van de verbonden lijsten en stuurt aan de voorzitters van de hoofdbureaus van de kieskringen een afschrift van de lijsten waarop kandidaten uit hun kieskring voorkomen. Deze voorzitters laten de lijsten onmiddellijk in alle gemeenten van hun kieskring aanplakken.
  [1 De voorzitter van het provinciaal centraal bureau stuurt het proces-verbaal van afsluiting van de tabel van lijstenverbinding onverwijld en op digitale wijze, door middel van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn/haar identiteitskaart, naar de minister van Binnenlandse Zaken.]1
  § 6. Op de tabel vermeld in § 5 wordt elke groep van verbonden lijsten aangewezen met de letters A, B, C, enz., naar de orde van de indeling der lijsten op het stembiljet, zoals zij overeenkomstig artikel 17 door het hoofdbureau van de provinciehoofdplaats is vastgesteld.
  § 7. Wanneer met toepassing van artikel 28quater van de bijzondere wet de kieskringen met de provinciegrenzen samenvallen of deze overschrijden, worden de bevoegdheden van de provinciale centrale bureaus uitgeoefend door een gewestelijk centraal bureau.
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 58, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Afdeling VI. - Bestemming van de documenten van de verkiezing.

  Art. 25. In geval van lijstenverbinding overeenkomstig artikel 28quater van de bijzondere wet, wordt het proces-verbaal van de verkiezing, staande de vergadering opgemaakt en ondertekend door de leden van het provinciaal centraal bureau en door de getuigen, binnen vijf dagen toegezonden aan de griffier van (het betrokken Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 151, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Aan iedere gekozene wordt een uittreksel uit het proces-verbaal gezonden.

  Afdeling VII. - Bijzondere bepalingen.

  Art. 26.Wanneer een kandidaat voor de dag van de verkiezing overlijdt, gaat het hoofdbureau van de kieskring tewerk alsof deze kandidaat niet op de lijst gestaan had waarop hij zich kandidaat gesteld had. De overleden kandidaat mag niet gekozen verklaard worden en (er wordt hem geen aandeel toegekend van het aantal stembiljetten ten gunste van de volgorde van voordracht). (Er wordt echter rekening gehouden met het aantal [1 naamstemmen die naast zijn naam uitgebracht werden om zowel het stemcijfer te bepalen van de lijst waarop hij zich kandidaat gesteld had, als het aantal stemmen ten gunste van de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en de kandidaat-opvolgers]1). <W 1995-04-05/31, art. 20, 007; Inwerkingtreding : 25-04-1995>
  Wanneer een kandidaat op de dag van de verkiezing of daarna, maar voor de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen overlijdt, gaat het bureau tewerk alsof de betrokkene nog in leven was. Indien hij (tot titularis) (...) gekozen is, moet de eerste opvolger van dezelfde lijst in zijn plaats zitting hebben. <W 2002-01-22/38, art. 23, 014; Inwerkingtreding : 05-03-2002> <W 2004-03-02/41, art. 22, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  De eerste opvolger van dezelfde lijst moet ook zitting hebben in de plaats van de gekozen kandidaat die na de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen overlijdt.
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 59, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 26/1. [1 De gegevens betreffende de kandidaten bedoeld in artikel 14, derde lid, met uitzondering van het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, mogen door de minister van Binnenlandse Zaken bezorgd worden aan de personen die daartoe een behoorlijk met redenen omklede schriftelijke aanvraag indienen. Deze gegevens worden enkel meegedeeld met het oog op de uitvoering van wetenschappelijke en statistische studies over de verkiezingskandidaten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-21/01, art. 60, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>
  

  Afdeling VIII. - Straffen en sanctie op de stemplicht.

  Art. 27.§ 1. De bepalingen van titel V - Straffen - en titel VI - Sanctie op de stemplicht - van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor (het Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 152, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 2. De kandidaat die de verbodsbepalingen bedoeld in artikelen 12, derde lid, en 14, elfde en twaalfde lid, van deze wet overtreedt, kan gestraft worden met de straffen vermeld in artikel 202 van het Kieswetboek.
  Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt. Om die schrapping te verzekeren, doet de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring, onmiddellijk na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de kandidatenlijsten, langs de snelste weg een uittreksel uit alle ingediende lijsten toekomen aan de Minister van Binnenlandse Zaken. Dit uittreksel moet de naam, de voornamen, de geboortedatum van de kandidaten en het (letterwoord of logo) van de lijst bepaald bij artikel 12 inhouden. <W 2003-02-19/42, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  In voorkomend geval geeft de Minister van Binnenlandse Zaken [1 uiterlijk de tweeënvijftigste dag vóór de stemming te 16 uur of, in geval van buitengewone verkiezingen georganiseerd overeenkomstig artikel 27 van de bijzondere wet, uiterlijk de vierentwintigste dag vóór de stemming te 16 uur]1, aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring kennis van de gevallen van kandidaatstelling die een overtreding vormen van de bepalingen van dit artikel.
  § 3. De straffen vermeld in artikel 202 van het Kieswetboek zijn ook van toepassing op al wie op dezelfde dag achtereenvolgens in twee of meer stemafdelingen van dezelfde gemeente of in verscheidene gemeenten gestemd heeft, ook al is hij ingeschreven op de kiezerslijsten van die verschillende gemeenten of afdelingen.
  § 4. Voor de toepassing van de herhaling bedoeld in artikel 210 van het Kieswetboek, inzake ongewettigde onthouding bij de stemming, mogen slechts de verkiezingen voor (het Parlement), in aanmerking worden genomen. <W 2006-03-27/34, art. 152, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 61, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen houdende de organisatie van de gelijktijdige verkiezingen van (het Vlaams Parlement, het Waals Parlement) en het Europees Parlement. <W 2006-03-27/34, art. 153, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 28. Wanneer de verkiezingen van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement), enerzijds, en van het Europees Parlement, anderzijds, op dezelfde dag plaatshebben, gelden de bepalingen die de verkiezing van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement) regelen zoals bepaald in hoofdstukken I en II van boek I van deze wet onder voorbehoud van de nadere regels vastgesteld in dit hoofdstuk. <W 2006-03-27/34, art. 154, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 29. De voorzitter van het hoofdbureau van de provincie voor de verkiezing van het Europees Parlement wijst de magistraat aan die hem in geval van verhindering in zijn rechterlijk ambt als voorzitter van het provinciaal centraal bureau zal vervangen. De twee bureaus verrichten hun werkzaamheden afzonderlijk voor de twee verkiezingen.

  Art. 30.Het hoofdbureau van elk kanton voor het Vlaams Gewest en het Waalse Gewest wordt in een bureau A en een bureau B gesplitst; het eerste fungeert voor de verkiezing van het Europees Parlement en het tweede voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 155, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De aanwijzingen van de getuigen voor de stembureaus bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden in ontvangst genomen door de voorzitter van bureau A.
  [1 De voorzitter van het kantonhoofdbureau A voor de verkiezing van het Europees Parlement wordt door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau aangewezen na advies van de voorzitter van de vrederechters van het gerechtelijk arrondissement, overeenkomstig de bepalingen van artikel 95, § 2, van het Kieswetboek.]1
  Het hoofdbureau B van het kanton wordt voorgezeten door de vrederechter van het tweede gerechtelijk kanton of, in voorkomend geval, van het derde gerechtelijk kanton, indien de gemeente die hoofdplaats is van het kieskanton verscheidene vredegerechten omvat; in de andere gevallen door de plaatsvervangende vrederechter. [1 De aanwijzing van deze voorzitter gebeurt door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau na advies van de voorzitter van de vrederechters van het gerechtelijk arrondissement.]1
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 62, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 31.[1 § 1. In afwijking van artikel 12, wordt de nummering van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van het Parlement geregeld overeenkomstig de volgende bepalingen.
   § 2. De kandidaten voor de verkiezingen van het Parlement kunnen in de verklaring van bewilliging van hun kandidaatstellingen vragen dat aan hun lijst hetzelfde beschermde letterwoord of logo en hetzelfde overeenstemmende volgnummer worden toegekend, als die toegekend tijdens de loting door de minister van Binnenlandse Zaken op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement, aan een voor deze verkiezing voorgedragen lijst, voor zover zij een attest voorleggen afkomstig van de persoon of zijn/haar plaatsvervanger daartoe aangewezen door de politieke formatie in naam waarvan de lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement ingediend werd, waarbij hen toestemming werd verleend om het voor die verkiezing toegekende beschermde letterwoord of logo en het overeenstemmende volgnummer te gebruiken.
   Als het beschermde letterwoord of logo waarvan het gebruik gevraagd wordt overeenkomstig het eerste lid, het bijkomende element bevat bedoeld in artikel 21, § 2, derde lid, derde zin, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, mag de lijst voor de verkiezing van het Parlement die gemachtigd is om het letterwoord of logo te gebruiken, daarvan gebruik maken zonder de toevoeging van dat element.
   De kandidaten voor de verkiezingen van het Parlement kunnen in de akte van bewilliging van hun kandidaatstellingen vragen dat aan hun lijst hetzelfde volgnummer wordt toegekend, als dat welk toegekend zal worden tijdens de loting door de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlandse, Franse of Duitstalige kiescollege, naar gelang van het geval, op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement, aan een voor deze verkiezing voorgedragen lijst, voor zover zij een attest voorleggen afkomstig van de persoon of de personen die de lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement hebben ingediend, waarbij hen toestemming werd verleend om het voor die verkiezing toegekende volgnummer te gebruiken.
   § 3. De in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde kandidatenlijsten krijgen het volgnummer toegewezen dat zij gevraagd hebben, als zij het door deze bepaling vereiste attest hebben ingediend.
   Wat de in paragraaf 2, derde lid, bedoelde kandidatenlijsten betreft, gaat de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, uiterlijk de éénenvijftigste dag vóór de stemming vóór 10 uur, bij de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlandse, Franse of Duitstalige kiescollege, afhankelijk van het geval, op elektronische wijze over tot de controle van de identiteit van de personen vermeld op het in paragraaf 2, derde lid, bedoelde attest, die een lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement hebben ingediend en machtiging geven om het voor die verkiezing van het Europees Parlement toegekende volgnummer te gebruiken. De voorzitters van de hoofdbureaus van het kiescollege voor de verkiezing van het Europees Parlement gaan, onverwijld en op elektronische wijze, indien dat het geval is, over tot de notificatie, aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, van het aan deze lijst toegekende volgnummer voor de verkiezing van het Europees Parlement, zodra dat nummer bekend is, alsook van het hoogste nummer toegekend voor de verkiezing van het Europees Parlement, tijdens de lotingen die plaatsvonden op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement.
   Vervolgens, de éénenvijftigste dag vóór de stemming, gaat de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde notificatie en ten vroegste om 10 uur, over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, teneinde de lijsten die op dat ogenblik nog geen volgnummer hebben, een volgnummer toe te wijzen.
   De in het derde lid bedoelde bijkomende loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer toegekend tijdens de lotingen door de voorzitters van de hoofdbureaus van het Nederlandse, Franse of Duitstalige kiescollege op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement.]1
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 63, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 32. § 1. De stemverrichtingen zijn gemeenschappelijk voor beide verkiezingen, behoudens toepassing van artikel 11 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement voor wat betreft artikel 89bis van het Kieswetboek. Ieder stembureau beschikt over twee stembussen, respectievelijk voor de stembiljetten voor (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement) en voor het Europees Parlement. <W 2006-03-27/34, art. 157, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De omslagen waarin de stembiljetten of de stukken betreffende de verkiezing van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement) moeten worden gesloten, zijn van dezelfde kleur als de stembiljetten. <W 2006-03-27/34, art. 157, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Het proces-verbaal van de stemverrichtingen wordt opgemaakt in twee exemplaren, het ene bestemd voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement) en het andere voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van het Europees Parlement. De bijlagen die beide verkiezingen betreffen, worden gehecht aan het exemplaar voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van het Europees Parlement. <W 2006-03-27/34, art. 157, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 2. De stemopnemingsverrichtingen geschieden afzonderlijk voor de twee verkiezingen door onderscheiden stemopnemingsbureaus die respectievelijk A genoemd worden voor de verkiezing van het Europees Parlement en B voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 157, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Gedurende de verrichtingen wisselen de voorzitters van de stemopnemingsbureaus in tegenwoordigheid van de getuigen de biljetten uit die niet voor hen bestemd zijn en die bij vergissing in hun stembussen gestoken zijn. Het aantal van die biljetten wordt in de processen-verbaal vermeld.

  Art. 33. De lijst van de Belgische kiezers die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, opgemaakt voor de verkiezing van het Europees Parlement, geldt als kiezerslijst voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 158, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 34. De oproepingsbrieven voor de kiezers omvatten, behoudens de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 10 van deze wet de aanvullende vermeldingen vereist voor de verkiezing van het Europees Parlement.
  In de gemeenten Voeren en Komen-Waasten krijgen de kiezers evenwel een afzonderlijke oproeping voor de verkiezing van het Europees Parlement.

  HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen houdende organisatie van de gelijktijdige verkiezingen van (het Vlaams Parlement, het Waals Parlement) en de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1. <W 2006-03-27/34, art. 159, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 132, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 35.Wanneer de verkiezingen voor (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement) enerzijds, en voor de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1 anderzijds, op dezelfde dag plaatshebben, gelden de bepalingen die de verkiezing van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement) regelen zoals bepaald in hoofdstukken I en II van boek I van deze wet onder voorbehoud van de nadere regels vastgesteld in dit hoofdstuk. <W 2006-03-27/34, art. 160, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 133, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 36. De voorzitter van elk hoofdbureau van een kieskring die voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in de hoofdplaats van een provincie zetelt, wijst de magistraat aan die hem in geval van verhindering in zijn rechterlijk ambt als voorzitter van het in artikel 24, § 1, vermeld provinciaal centraal bureau moet vervangen.
  Bij toepassing van artikel 29undecies, tweede lid, van de bijzondere wet is het vorige lid van toepassing op de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring dat als gewestelijk centraal bureau fungeert.

  Art. 37.Het hoofdbureau van elk kanton voor het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest wordt in een bureau A en een bureau B gesplitst; het eerste fungeert voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers [1 ...]1, het tweede voor de verkiezing van (het Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 161, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus bedoeld in artikel 11, tweede lid, van deze wet worden in ontvangst genomen door de voorzitter van bureau A.
  [2 De voorzitter van het kantonhoofdbureau A voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau aangewezen na advies van de voorzitter van de vrederechters van het gerechtelijk arrondissement overeenkomstig de bepalingen van artikel 95, § 2, van het Kieswetboek.]2
  Het hoofdbureau B van het kanton wordt voorgezeten door de vrederechter van het tweede gerechtelijk kanton of in voorkomend geval van het derde gerechtelijk kanton, indien de gemeente die hoofdplaats is van het kieskanton verscheidene vredegerechten omvat; in de andere gevallen door de plaatsvervangende vrederechter. [2 De aanwijzing van deze voorzitter gebeurt door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau na advies van de voorzitter van de vrederechters van het gerechtelijk arrondissement.]2
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 134, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  (2)<W 2018-05-21/01, art. 64, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 38.[1 § 1. In afwijking van artikel 12, wordt de nummering van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van het Parlement geregeld overeenkomstig de volgende bepalingen.
   § 2. De kandidaten voor de verkiezingen van het Parlement kunnen in de verklaring van bewilliging van hun kandidaatstellingen vragen dat aan hun lijst hetzelfde beschermde letterwoord of logo en hetzelfde overeenstemmende volgnummer worden toegekend, als die toegekend tijdens de loting door de minister van Binnenlandse Zaken op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, aan een voor deze verkiezing voorgedragen lijst, voor zover zij een attest voorleggen afkomstig van de persoon of zijn/haar plaatsvervanger daartoe aangewezen door de politieke formatie in naam waarvan de lijst voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend werd, waarbij hen toestemming werd verleend om het voor die verkiezing toegekende beschermde letterwoord of logo en het overeenstemmende volgnummer te gebruiken.
   De kandidaten voor de verkiezingen van het Parlement kunnen in de akte van bewilliging van hun kandidaatstellingen vragen dat aan hun lijst hetzelfde volgnummer wordt toegekend, als dat welk toegekend zal worden tijdens de loting door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers gelegen in dezelfde provincie als de betrokken kieskring voor het Parlement, op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, aan een voor deze verkiezing voorgedragen lijst, voor zover zij een attest voorleggen afkomstig van de persoon of de personen die de lijst voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben ingediend, waarbij hen toestemming werd verleend om het voor die verkiezing toegekende volgnummer te gebruiken.
   § 3. De in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde kandidatenlijsten krijgen het volgnummer toegewezen dat zij gevraagd hebben, als zij het door deze bepaling vereiste attest hebben ingediend.
   Wat de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde kandidatenlijsten betreft, gaat de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van het Parlement, uiterlijk de éénenvijftigste dag vóór de verkiezing vóór 10 uur, bij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers gelegen in dezelfde provincie als de betrokken kieskring voor het Parlement, op elektronische wijze over tot de controle van de identiteit van de personen vermeld op het in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde attest, die een lijst voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben ingediend en machtiging geven om het voor die verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers toegekende volgnummer te gebruiken. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers gaat, onverwijld en op elektronische wijze, indien dat het geval is, over tot de notificatie, aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, van het aan deze lijst toegekende volgnummer voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, zodra dat nummer bekend is, alsook van het hoogste nummer toegekend voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, tijdens de loting die plaatsvond op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
   Vervolgens, de éénenvijftigste dag vóór de stemming, gaat de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde notificatie en ten vroegste om 10 uur, over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, teneinde de lijsten die op dat ogenblik nog geen volgnummer hebben, een volgnummer toe te wijzen.
   De in het derde lid bedoelde bijkomende loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer toegekend tijdens de loting door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau gelegen in dezelfde provincie als de betrokken kieskring voor het Parlement, op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.]1
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 65, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 39.§ 1. De stemverrichtingen zijn gemeenschappelijk voor de verkiezingen voor (het Parlement)[1 en de Kamer van volksvertegenwoordigers]1, behoudens toepassing van artikel 89bis van het Kieswetboek. <W 2006-03-27/34, art. 163, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Elk stembureau beschikt over [1 twee stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement en voor de Kamer van volksvertegenwoordigers]1. <W 2006-03-27/34, art. 163, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De omslagen waarin de stembiljetten of de stukken betreffende de verkiezing van (het Parlement) moeten worden gesloten, zijn van dezelfde kleur als de stembiljetten. <W 2006-03-27/34, art. 163, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Het proces-verbaal van de stemverrichtingen wordt opgemaakt in twee exemplaren, het ene bestemd voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van (het Parlement) en het andere voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1. <W 2006-03-27/34, art. 163, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De bijlagen die de [1 twee verkiezingen betreffen, worden gehecht aan het exemplaar voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers]1.
  § 2. [1 De stemopnemingsverrichtingen geschieden voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en voor de verkiezing van het Parlement door onderscheiden stemopnemingsbureaus die respectievelijk A en B genoemd worden.]1
  Gedurende de verrichtingen wisselen de voorzitters van de stemopnemingsbureaus in tegenwoordigheid van de getuigen de biljetten uit die niet voor hen bestemd zijn en die bij vergissing in hun stembussen gestoken zijn. Het aantal van die biljetten wordt in de processen-verbaal vermeld.
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 135, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 40.De lijst van de kiezers opgemaakt voor de verkiezingen van de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1 geldt als kiezerslijst voor de verkiezing van (het Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 164, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 136, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 41.De oproepingsbrieven voor de kiezers omvatten, behoudens de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 10 van deze wet de aanvullende vermeldingen vereist voor de verkiezing van de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1.
  In de gemeenten Voeren en Komen-Waasten ontvangen de kiezers evenwel een afzonderlijke oproeping voor de verkiezing van de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1.
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 137, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  HOOFDSTUK V. - (ingevoegd bij <W 1998-12-18/39, art. 23, Inwerkingtreding : 10-01-1999>) Bijzondere bepalingen houdende de organisatie van de gelijktijdige verkiezingen van (het Vlaams Parlement, het Waals Parlement), het Europees Parlement en de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1. <W 2006-03-27/34, art. 165, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 138, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 41bis.(ingevoegd bij <W 1998-12-18/39, art. 24, Inwerkingtreding : 10-01-1999>) Wanneer de verkiezingen voor (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement), voor het Europees Parlement en voor de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1, op dezelfde dag plaatshebben, gelden de bepalingen die de verkiezing van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement) regelen zoals bepaald in Hoofdstukken I en II van Boek I van deze wet, onder voorbehoud van de nadere regels vastgesteld in dit Hoofdstuk. <W 2006-03-27/34, art. 166, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 139, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 41ter.(ingevoegd bij <W 1998-12-18/39, art. 25, Inwerkingtreding : 10-01-1999>) § 1. De voorzitters van de hoofdbureaus van het Nederlandse en Franse kiescollege, zetelend te Mechelen en te Namen, voor de verkiezing van het Europees Parlement wijzen achtereenvolgens de eerste, de tweede en volgende magistraten, die hen in geval van verhindering in hun rechterlijk ambt vervangen, respectievelijk aan in het voorzitterschap [1 ...]1, van het provinciehoofdbureau te Namen voor de verkiezing van het Europees Parlement, alsook voor de kieskringhoofdbureaus voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en voor (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 167, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  [1 ...]1
  Het kieskringhoofdbureau, zetelend te Namen, voor de verkiezing van (het Waals Parlement) zetelt terzelfdertijd als provinciaal centraal bureau voor deze verkiezing. <W 2006-03-27/34, art. 167, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De [1 vier of drie]1 bureaus, naar gelang van het geval, verrichten hun werkzaamheden afzonderlijk voor elke verkiezing.
  § 2. De voorzitter van het provinciehoofdbureau voor de verkiezing van het Europees Parlement wijst de eerste magistraat, die hem in geval van verhindering in zijn rechterlijk ambt vervangt, aan als voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de tweede magistraat, die hem in geval van verhindering in zijn rechterlijk ambt vervangt, aan als voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 167, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De drie bureaus verrichten hun werkzaamheden afzonderlijk voor elke verkiezing.
  § 3. In de kieskringhoofdbureaus, die geen collegehoofdbureau of provinciehoofdbureau zijn, wijst de magistraat die voorzitter is van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers de magistraat, die hem in geval van verhindering in zijn rechterlijk ambt vervangt, aan als voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 167, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De twee bureaus verrichten hun werkzaamheden afzonderlijk voor elke verkiezing.
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 140, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 41quater.(ingevoegd bij <W 1998-12-18/39, art. 26, Inwerkingtreding : 10-01-1999>) Het hoofdbureau van elk kanton voor het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest wordt in een bureau A, een bureau B en een bureau C gesplitst. Het eerste fungeert voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers [1 ...]1, het tweede voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement) en het derde voor de verkiezing van het Europees Parlement. <W 2006-03-27/34, art. 168, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De aanwijzingen van de getuigen voor de stembureaus bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden in ontvangst genomen door de voorzitter van bureau C.
  De aanwijzingen van de getuigen voor de stemopnemingsbureaus voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers [1 ...]1, voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement) en voor de verkiezing van het Europees Parlement worden respectievelijk in ontvangst genomen door de voorzitter van bureau A, B en C. <W 2006-03-27/34, art. 168, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau voor de verkiezing van het Europees Parlement wordt aangewezen overeenkomstig de bepalingen van artikel 95, § 2, van het Kieswetboek [2 , door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van het Parlement.]2
  Het hoofdbureau A en het hoofdbureau B van het kanton worden, in voorkomend geval, respectievelijk voorgezeten door de vrederechter van het eerste, het tweede of volgend gerechtelijk kanton, indien de gemeente die hoofdplaats is van het kieskanton verscheidene vredegerechten omvat; in de andere gevallen door de plaatsvervangende vrederechters. [2 Deze voorzitters worden aangewezen door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van het Parlement na advies van de voorzitter van de vrederechters van het gerechtelijk arrondissement.]2
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 141, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  (2)<W 2018-05-21/01, art. 66, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 41quinquies.[1 § 1. In afwijking van artikel 12, wordt de nummering van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van het Parlement geregeld overeenkomstig de volgende bepalingen.
   § 2. De kandidaten voor de verkiezingen van het Parlement kunnen in de verklaring van bewilliging van hun kandidaatstellingen vragen dat aan hun lijst hetzelfde beschermde letterwoord of logo en hetzelfde overeenstemmende volgnummer worden toegekend, als die toegekend tijdens de loting door de minister van Binnenlandse Zaken op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement, aan een voor deze verkiezing voorgedragen lijst, voor zover zij een attest voorleggen afkomstig van de persoon of zijn/haar plaatsvervanger daartoe aangewezen door de politieke formatie in naam waarvan de lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement ingediend werd, waarbij hen toestemming werd verleend om het voor die verkiezing toegekende beschermde letterwoord of logo en het overeenstemmende volgnummer te gebruiken.
   Als het beschermde letterwoord of logo waarvan het gebruik gevraagd wordt overeenkomstig het eerste lid, het bijkomende element bevat bedoeld in artikel 21, § 2, derde lid, derde zin, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, mag de lijst voor de verkiezing van het Parlement die gemachtigd is om het letterwoord of logo te gebruiken, daarvan gebruik maken zonder de toevoeging van dat element.
   De kandidaten voor de verkiezingen van het Parlement kunnen in de akte van bewilliging van hun kandidaatstellingen vragen dat aan hun lijst hetzelfde volgnummer wordt toegekend, als dat welk toegekend zal worden tijdens de loting door de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlandse, Franse of Duitstalige kiescollege, naar gelang van het geval, op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement, aan een voor deze verkiezing voorgedragen lijst, voor zover zij een attest voorleggen afkomstig van de persoon of de personen die de lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement hebben ingediend, waarbij hen toestemming werd verleend om het voor die verkiezing toegekende volgnummer te gebruiken.
   De kandidaten voor de verkiezingen van het Parlement kunnen in de akte van bewilliging van hun kandidaatstellingen vragen dat aan hun lijst hetzelfde volgnummer wordt toegekend, als dat welk toegekend zal worden tijdens de loting door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers gelegen in dezelfde provincie als de betrokken kieskring voor het Parlement, op de éénenvijftigste dag vóór de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, aan een voor deze verkiezing voorgedragen lijst, voor zover zij een attest voorleggen afkomstig van de persoon of de personen die de lijst voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben ingediend, waarbij hen toestemming werd verleend om het voor die verkiezing toegekende volgnummer te gebruiken.
   § 3. De in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde kandidatenlijsten krijgen het volgnummer toegewezen dat zij gevraagd hebben, als zij het door deze bepaling vereiste attest hebben ingediend.
   Wat de in paragraaf 2, derde lid, bedoelde kandidatenlijsten betreft, gaat de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van het Parlement, uiterlijk de éénenvijftigste dag vóór de verkiezing vóór 14 uur, bij de voorzitter van het hoofdbureau van het Nederlandse, Franse of Duitstalige kiescollege, afhankelijk van het geval, op elektronische wijze over tot de controle van de identiteit van de personen vermeld op het in paragraaf 2, derde lid, bedoelde attest, die een lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement hebben ingediend en machtiging geven om het voor die verkiezing van het Europees Parlement toegekende volgnummer te gebruiken. De voorzitters van de hoofdbureaus van het kiescollege voor de verkiezing van het Europees Parlement gaan, onverwijld en op elektronische wijze, indien dat het geval is, over tot de notificatie, aan de voorzitter van het gewestbureau, van het aan deze lijst toegekende volgnummer voor de verkiezing van het Europees Parlement, zodra dat nummer bekend is, alsook van het hoogste nummer toegekend voor de verkiezing van het Europees Parlement, tijdens de lotingen die plaatsvonden op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement.
   Wat de in paragraaf 2, vierde lid, bedoelde kandidatenlijsten betreft, gaat de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van het Parlement, uiterlijk de éénenvijftigste dag vóór de verkiezing vóór 14 uur, bij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers gelegen in dezelfde provincie als de betrokken kieskring voor het Parlement, op elektronische wijze over tot de controle van de identiteit van de personen vermeld op het in paragraaf 2, vierde lid, bedoelde attest, die een lijst voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben ingediend en machtiging geven om het voor die verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers toegekende volgnummer te gebruiken. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers gaat, onverwijld en op elektronische wijze, indien dat het geval is, over tot de notificatie, aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, van het aan deze lijst toegekende volgnummer voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, zodra dat nummer bekend is, alsook van het hoogste nummer toegekend voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, tijdens de loting die plaatsvond op de éénenvijftigste dag vóór de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
   Vervolgens, de éénenvijftigste dag vóór de stemming, gaat de voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van het Parlement, na ontvangst van de in het tweede en derde lid bedoelde notificaties en ten vroegste om 14 uur, over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, teneinde de lijsten die op dat ogenblik nog geen volgnummer hebben, een volgnummer toe te wijzen.
   De in het vierde lid bedoelde bijkomende loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer toegekend tijdens de loting door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau gelegen in dezelfde provincie als de betrokken kieskring voor het Parlement, op de tweeënvijftigste dag vóór de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.]1
  ----------
  (1)<W 2018-05-21/01, art. 67, 046; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 41sexies.(ingevoegd bij <W 1998-12-18/39, art. 28, Inwerkingtreding : 10-01-1999>) § 1. De stemverrichtingen zijn gemeenschappelijk voor de verkiezingen van (het Vlaams Parlement en het Waals Parlement), de Kamer van volksvertegenwoordigers [1 ...]1 en het Europees parlement, behoudens toepassing van artikel 89bis van het Kieswetboek voor wat betreft de verkiezingen van de [1 Kamer van volksvertegenwoordigers]1 en het Europees Parlement. <W 2006-03-27/34, art. 170, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau voor de verkiezing van het Europees Parlement wijst de voorzitters van de gemeenschappelijke stembureaus aan en de leden van de onderscheidene stemopnemingsbureaus, bedoeld in § 2, overeenkomstig de bepalingen van artikel 95, § 4, van het Kieswetboek. Hij geeft kennis van deze aanwijzingen aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau A en aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau B.
  Ieder stembureau beschikt over [1 drie stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Vlaams Parlement of het Waals Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers]1 en het Europees Parlement. <W 2006-03-27/34, art. 170, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De kleur van het stempapier verschilt in functie van de verkiezing die het betreft. De omslagen, waarin de stembiljetten of de stukken betreffende de verkiezingen moeten worden gesloten, zijn van dezelfde kleur als de stembiljetten van de desbetreffende verkiezing.
  Het proces-verbaal van de stemverrichtingen wordt opgemaakt in drie exemplaren, het eerste is bestemd voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement), het tweede voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van [1 de Kamer van volksvertegenwoordigers]1 en het derde voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van het Europees Parlement. De bijlagen, die gemeenschappelijk zijn voor de [1 drie]1 verkiezingen, worden gehecht aan het exemplaar voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van het Europees Parlement. <W 2006-03-27/34, art. 170, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  § 2. De stemopnemingsverrichtingen geschieden afzonderlijk voor de verkiezing van [1 de Kamer van volksvertegenwoordigers]1, voor de verkiezing van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement) en voor de verkiezing van het Europees Parlement door onderscheiden stemopnemingsbureaus, die respectievelijk [1 A, B, en C]1 genoemd worden. <W 2006-03-27/34, art. 170, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  [1 ...]1
  Gedurende de verrichtingen wisselen de voorzitters van de stemopnemingsbureaus in tegenwoordigheid van de getuigen de biljetten uit die niet voor hen bestemd zijn en die bij vergissing in hun stembussen gestoken zijn. Het aantal van die biljetten wordt in de processen-verbaal vermeld.
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 143, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  Art. 41septies. (ingevoegd bij <W 1998-12-18/39, art. 29, Inwerkingtreding : 10-01-1999>) De lijst van de Belgische kiezers die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, opgemaakt voor de verkiezing van het Europees Parlement, geldt ook als kiezerslijst voor de verkiezingen van (het Vlaams Parlement of het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 171, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 41octies.(ingevoegd bij <W 1998-12-18/39, art. 30, Inwerkingtreding : 10-01-1999>) De oproepingsbrieven voor de kiezers omvatten, naast de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 10, de aanvullende vermeldingen vereist voor de verkiezing van het Europees Parlement en voor de verkiezing van de [1 Kamer van volksvertegenwoordiger]1.
  De vermeldingen op de oproepingsbrieven worden aangebracht in deze volgorde : Europees Parlement, federale Wetgevende Kamers, (Vlaams Parlement of het Waals Parlement). <W 2006-03-27/34, art. 172, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  In de gemeenten Voeren en Komen-Waasten krijgen de kiezers evenwel een afzonderlijke oproepingsbrief voor de verkiezing van het Europees Parlement en een afzonderlijke oproepingsbrief voor de verkiezing van de [1 Kamer van volksvertegenwoordiger]1.
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/62, art. 144, 042; Inwerkingtreding : 25-05-2014>

  BOEK II. - WIJZIGINGEN VAN WETTEN.

  TITEL I. - Wijzigingen van het Kieswetboek.

  Art. 42. Artikel 87 van het Kieswetboek wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 87. - De verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers worden gehouden per kieskring bestaande uit één of meer administratieve arrondissementen overeenkomstig de tabel gevoegd bij dit Wetboek. "

  Art. 43. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 87bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 87bis. - De verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren gebeurt op basis van de drie volgende kieskringen :
  1° de Vlaamse kieskring, die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren, met uitzondering van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde;
  2° de Waalse kieskring, die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Waalse Gewest behoren;
  3° de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, die de administratieve arrondissementen Brussel-Hoofdstad en Halle-Vilvoorde omvat.
  Er zijn twee kiescolleges, een Nederlands en een Frans.
  De personen die ingeschreven zijn op de kiezerslijst van een gemeente van de Waalse kieskring behoren tot het Franse kiescollege en zij die ingeschreven zijn op de kiezerslijst van een gemeente van de Vlaamse kieskring behoren tot het Nederlandse kiescollege.
  De personen die ingeschreven zijn op de kiezerslijst van een gemeente van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde behoren tot een van deze twee kiescolleges.
  De kiezers die, met toepassing van artikel 89bis, in Aubel en Heuvelland stemmen, behoren respectievelijk tot het Franse en het Nederlandse kiescollege. "

  Art. 44. Artikel 88 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 88. - De administratieve arrondissementen worden voor de in de artikelen 87 en 87bis bedoelde kiesverrichtingen ingedeeld in kieskantons overeenkomstig de in artikel 87 vermelde indelingstabel.
  De Koning kan de samenstelling en de hoofdplaats van de kantons slechts wijzigen ingevolge veranderingen die voortvloeien uit wetten tot wijziging van de grenzen tussen gemeenten en tot overplaatsing van de zetel van het vredegerecht naar een andere gemeente van het kieskanton. "

  Art. 45. Artikel 90 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976 en de wet van 30 juli 1991, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Wanneer de stemming anders gebeurt dan aan de hand van een stembiljet, kan de Koning het aantal kiezers per stemafdeling verhogen, zonder dat het aantal ervan echter hoger ligt dan 2 000. "

  Art. 46. In artikel 94 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
  " In de hoofdplaats van elke kieskring voor de verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers wordt een hoofdbureau van de kieskring samengesteld. "
  2° in het vijfde lid, worden de woorden " of de senatoren " geschrapt.

  Art. 47. Artikel 94bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 juli 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 94bis. - § 1. Voor de verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren wordt een collegehoofdbureau samengesteld in de hoofdplaats van elk kiescollege.
  Het collegehoofdbureau wordt gevestigd in Mechelen voor het Nederlandse kiescollege en in Namen voor het Frans kiescollege.
  Het collegehoofdbureau moet ten minste twintig dagen vóór die van de verkiezing samengesteld zijn.
  Het wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de collegehoofdplaats of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hem vervangt.
  Het collegehoofdbureau bestaat, buiten de voorzitter, uit vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. De vier bijzitters en de vier plaatsvervangende bijzitters worden door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de gemeente waarin het collegehoofdbureau gevestigd is. De secretaris, die niet stemgerechtigd is, wordt door de voorzitter benoemd uit de kiezers van het college.
  Het collegehoofdbureau houdt zich uitsluitend bezig met de aan de stemming voorafgaande verrichtingen en met de algemene telling van de stemmen.
  § 2. Een provinciehoofdbureau, gevestigd in de hoofdplaats van de provincie, staat in voor de algemene telling van de stemmen voor de verkiezing van de leden van de Senaat.
  Het provinciehoofdbureau van de provincie Vlaams Brabant verricht deze opdracht slechts voor het administratief arrondissement Leuven.
  Het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers dat in de hoofdplaats van de provincie zitting houdt, fungeert als provinciehoofdbureau.
  Voor de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wordt de taak van provinciehoofdbureau waargenomen door het hoofdbureau van deze kieskring. "

  Art. 48. Artikel 94ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 juli 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 94ter. - § 1. De voorzitters van de in artikel 94 bedoelde hoofdbureaus van de kieskring en de voorzitters van de in artikel 94bis bedoelde collegehoofdbureaus maken, ieder wat hem betreft, een verslag op van de uitgaven die de kandidaten en de politieke partijen voor verkiezingspropaganda hebben gedaan.
  § 2. De verslagen moeten binnen zestig dagen na de datum van de verkiezingen in vier exemplaren opgemaakt worden. Twee exemplaren worden door de voorzitter van het hoofdbureau bewaard en twee exemplaren worden bij de voorzitters van de Controlecommissie neergelegd. Het verslag wordt opgesteld op daartoe bestemde formulieren die door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking worden gesteld.
  Een exemplaar van het verslag wordt vanaf de zestigste dag na de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg of van het vredegerecht gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd van alle kiesgerechtigden van de betrokken kieskring, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen.
  De verslagen en de opmerkingen van de kandidaten en kiesgerechtigden worden vervolgens door de voorzitters aan de Controlecommissie toegezonden. "

  Art. 49. In artikel 95, § 3, tweede volzin, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976, 11 december 1984 en 30 juli 1991, worden de woorden " of van het collegehoofdbureau " ingevoegd na het woord " arrondissementshoofdbureau ".

  Art. 50. In artikel 96, tweede lid, tweede volzin, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " aan de voorzitter van het arrondissementshoofdbureau " vervangen door de woorden " aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring alsmede aan de voorzitter van het collegehoofdbureau ".

  Art. 51. In artikel 104, eerste lid, van hetzelfde Wetboek gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt de inleidende zin als volgt gewijzigd :
  " Artikel 104. - De voorzitters en de bijzitters van de collegehoofdbureaus, van de hoofdbureaus van een kieskring en van de kantonhoofdbureaus, en de voorzitters en bijzitters van de stemopnemingsbureaus leggen de volgende eed af : "

  Art. 52. In artikel 105 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 december 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 wordt de aanduiding " § 1 " geschrapt;
  2° in dezelfde § 1, eerste lid, wordt na het woord " vorige " het woord " gewone " geschrapt;
  3° paragraaf 2 wordt opgeheven.

  Art. 53. In artikel 106, eerste en tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 12 maart 1937 en 30 juli 1991, worden de woorden " of van een ervan " geschrapt.

  Art. 54. In artikel 107, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30 juli 1991, wordt de verwijzing naar artikel 141 vervangen door een verwijzing naar artikel 130, eerste lid, 3°.

  Art. 55. In artikel 115 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste en tweede lid worden vervangen door de volgende bepaling :
  " De voordrachten van kandidaten worden aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring en aan de voorzitter van het collegehoofdbureau ter hand gesteld op vrijdag, drieëntwintigste dag tussen 14 en 16 uur of op zaterdag, tweeëntwintigste dag vóór de stemming tussen 9 en 12 uur.
  Voor de verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers worden de in artikel 132 bedoelde verklaringen van lijstenverbinding overhandigd op donderdag, tiende dag vóór de stemming tussen 14 en 16 uur :
  1° aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring dat in de provinciehoofdplaats zitting houdt, met uitzondering van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant.
  2° aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, voor de verbindingen betreffende enerzijds, de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Nijvel en anderzijds, de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Leuven.
  Deze bureaus fungeren als provinciaal centraal bureau. ";
  2° het vierde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Ten minste zesentwintig dagen vóór de verkiezing maakt de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of van het collegehoofdbureau, onder vermelding van de hierboven bepaalde dag en uur, bekend op welke plaats hij de voordrachten van kandidaten in ontvangst zal nemen. De bekendmaking vermeldt eveneens op welke plaats, dag en uur de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, bedoeld in het tweede lid, de verklaringen van lijstenverbinding voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers in ontvangst zal nemen. "

  Art. 56. In artikel 115bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 16 mei 1949 en gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976, 6 juli 1982, 28 juli 1987 en 31 maart 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, wordt de verwijzing naar artikel 116, vierde lid, vervangen door een verwijzing naar artikel 116, § 4, tweede lid;
  2° in dezelfde § 1, derde lid, worden de woorden " in ieder kiesarrondissement " vervangen door de woorden " in iedere kieskring of kiescollege ";
  3° in dezelfde § 1, vijfde lid, worden de woorden " de arrondissementshoofdbureaus " vervangen door de woorden " de kieskring- en collegehoofdbureaus ";
  4° in § 2 wordt het eerste lid aangevuld met de woorden " voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers ";
  5° in dezelfde § 2, wordt het vierde lid opgeheven;
  6° in dezelfde § 2, vijfde lid, worden de woorden " artikel 116, vierde lid, " vervangen door de woorden " artikel 116, § 4, tweede lid " en de woorden " van elk der betrokken Kamers " vervangen door de woorden " van de Kamer van Volksvertegenwoordigers ";
  7° in dezelfde § 2, zesde lid, worden de woorden " aftredend parlementslid " vervangen door de woorden " aftredend lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers ";
  8° in dezelfde § 2, tiende lid, worden de woorden " de voorzitter van elk der betrokken Wetgevende Kamers, die daartoe moet worden uitgenodigd. " vervangen door de woorden " de voorzitters van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat, die daartoe moeten worden uitgenodigd. ";
  9° er wordt een § 3 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. In de akte van bewilliging van hun kandidaatstelling kunnen de kandidaten voor de verkiezing voor de Senaat vragen dat aan hun lijst hetzelfde letterwoord en hetzelfde volgnummer wordt toegekend als die welke krachtens § 2 verleend zijn aan lijsten die zijn voorgedragen voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
  De instemming wordt gegeven door de indiener van de akte van lijstenvereniging vermeld in § 2 en wordt in die akte opgenomen. "

  Art. 57. Artikel 116 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 13 april 1936, 17 mei 1949, 8 juli 1969, 5 juli 1976, 28 juli 1987, 4 juli 1989 en 30 juli 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 116. - § 1. Voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers moet de voordracht ondertekend worden, hetzij door ten minste vijfhonderd kiezers, wanneer de bevolking van de kieskring bij de laatste telling meer dan één miljoen inwoners bedraagt, door ten minste vierhonderd kiezers, wanneer die bevolking tussen 500 000 en 1 miljoen inwoners begrepen is en door ten minste tweehonderd kiezers in de andere gevallen, hetzij door ten minste drie aftredende leden.
  § 2. Voor de verkiezing van de Senaat, moet de voordracht ondertekend worden, hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Vlaamse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Nederlands kiescollege, hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Waalse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Frans kiescollege, hetzij door ten minste twee aftredende senatoren behorend tot de taalgroep die overeenstemt met de taal die is vermeld in de taalverklaring van de kandidaten.
  § 3. De voordracht wordt aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of aan de voorzitter van het collegehoofdbureau overhandigd, hetzij door een van de drie daartoe door de kandidaten onder de in § 1 en § 2 aangewezen kiezers, hetzij door een van de twee daartoe door de voordragende parlementsleden aangewezen kandidaten. Die voorzitter geeft er een ontvangstbewijs van. Indien kiezers die de voordracht doen niet voorkomen op de lijsten van de gemeente waar het collegehoofdbureau of het hoofdbureau van de kieskring is gevestigd, wordt bij de voordrachtsakte een uittreksel gevoegd uit de kiezerslijst van de gemeente waar zij ingeschreven zijn.
  § 4. De akte van voordracht vermeldt de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep en de hoofdverblijfplaats van de kandidaten, alsmede, in voorkomend geval, van de kiezers die hen voordragen. De identiteit van de vrouwelijke kandidaat die gehuwd of weduwe is, mag worden voorafgegaan door de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot.
  De voordracht vermeldt welk letterwoord, bestaande uit ten hoogste zes letters, boven de kandidatenlijst moet komen op het stembiljet. Eenzelfde letterwoord kan worden gesteld, hetzij in een enkele nationale taal, hetzij vertaald in een andere nationale taal, hetzij in een nationale taal samen met de vertaling in een andere nationale taal.
  De vermelding van een letterwoord, in voorkomend geval met inbegrip van het bijkomend element bedoeld in artikel 21, § 2, derde lid, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezingen van het Europees Parlement, waarvan gebruik is gemaakt door een politieke formatie die vertegenwoordigd is in één van beide Kamers en waaraan ter gelegenheid van een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van de Wetgevende Kamers, van het Europees Parlement of van de Gemeenschaps- en Gewestraden bescherming is verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die formatie door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verboden. De lijst van de letterwoorden waarvan het gebruik verboden is, wordt de drieëndertigste dag vóór de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De personen die bij artikel 119 gemachtigd zijn om de voordracht na te zien of het bureau mogen de hoedanigheid van kiezer niet betwisten van de ondertekenaars die als kiezer voorkomen op de lijsten van de kiezers van één van de gemeenten uit het college of de kieskring.
  De akte van bewilliging van de kandidaatstelling bestaat in een ondertekende schriftelijke verklaring, die aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of aan de voorzitter van het collegehoofdbureau wordt overhandigd binnen de in artikel 115, eerste lid, voorgeschreven termijn voor het indienen van de voordrachten van kandidaten. In dezelfde verklaring moeten de kandidaten voor de verkiezing van de Senaat die zich voor het Nederlandse kiescollege aanmelden bevestigen dat zij Nederlandstalig zijn terwijl degenen die zich voor het Franse kiescollege aanmelden moeten bevestigen dat zij Frans- of Duitstalig zijn.
  § 5. De bewilligende kandidaten wier namen voorkomen op een zelfde voordrachtsakte, worden geacht een enkele lijst te vormen.
  In hun akte van bewilliging wijzen de kandidaten uit de kiezers die hun voordrachtsakte hebben ondertekend, drie personen aan, die zij machtigen om deze akte in te dienen. In dezelfde akte erkennen zij de twee kandidaten die door de in § 3 bedoelde parlementsleden zijn aangewezen om de voordrachtsakte in te dienen.
  Zij kunnen in dezelfde akte een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen om de vergaderingen van het hoofdbureau, voorgeschreven bij de artikelen 119 en 124, en de door dit bureau na de stemming te vervullen verrichtingen bij te wonen, alsmede een getuige en een plaatsvervangende getuige voor elk kantonhoofdbureau om de vergadering, voorgeschreven bij artikel 150, alsmede de door dit bureau na de stemming te vervullen verrichtingen bij te wonen.
  Indien de kandidaten zich wensen aan te sluiten bij een bepaalde akte van lijstenvereniging, moeten zij zulks in hun akte van bewilliging te kennen geven.
  Op een zelfde lijst mogen niet meer kandidaten voorkomen dan er leden te kiezen zijn.
  Bij verkiezing voor de hernieuwing van de Kamers worden er geheel afzonderlijke voordrachten opgemaakt voor elke Kamer.
  § 6. In hun akte van bewilliging verbinden zowel de kandidaat-titularissen als de kandidaat-opvolgers zich ertoe, de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven in acht te nemen en hun verkiezingsuitgaven binnen dertig dagen na de verkiezingen aan te geven.
  De tekst van die verklaring wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. "

  Art. 58. In artikel 118 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976, 28 juli 1987 en 30 juli 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling : " Niemand mag voor de Kamer in meer dan één kieskring voorgedragen worden. Niemand mag voor de Senaat voor meer dan één kiescollege voorgedragen worden. ";
  2° in het vijfde en het zesde lid wordt het woord " arrondissementshoofdbureau " vervangen door de woorden " hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau ";
  3° in het vijfde lid wordt de verwijzing naar artikel 116, vierde lid, vervangen door een verwijzing naar artikel 116, § 4, tweede lid.

  Art. 59. In artikel 118bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 16 mei 1949 en gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt het woord " arrondissementshoofdbureau " vervangen door de woorden " hoofdbureau van de kieskring voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers ".

  Art. 60. In artikel 119ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 juli 1989, wordt de verwijzing naar artikel 116, dertiende lid, vervangen door een verwijzing naar artikel 116, § 6.

  Art. 61. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 119quater ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 119quater. - Het collegehoofdbureau wijst eveneens de kandidaten af die niet hebben voldaan aan de bepaling van artikel 116, § 4, vijfde lid, tweede volzin. "

  Art. 62. In artikel 123, derde lid, 4°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 1949, 5 juli 1976 en 25 maart 1986, worden de woorden " de woonplaats en het volledig adres " vervangen door de woorden " de hoofdverblijfplaats ".

  Art. 63. In artikel 125 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 1949, 17 maart 1958, 5 juli 1976 en 4 juli 1989, wordt het derde lid vervangen door de volgende bepaling :
  " Voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers wordt de zaak in geval van beroep zonder dagvaarding of oproeping voor de eerste Kamer van het Hof van beroep van het rechtsgebied gebracht op de dertiende dag vóór de verkiezing, om 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is. Voor de verkiezing voor de Senaat wordt de zaak volgens dezelfde modaliteiten en binnen dezelfde termijnen voor de eerste Kamer van het Hof van beroep van Antwerpen of Luik gebracht naargelang het gaat om kandidaten die voor het Nederlandse of het Franse kiescollege zijn voorgedragen. "

  Art. 64. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 125quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 125quinquies. - Binnen twee dagen na de definitieve beslissing van het bureau dat de kandidaten afwijst die niet hebben voldaan aan de bepaling van artikel 116, § 4, vijfde lid, tweede volzin, kan bij de Raad van State beroep ingesteld worden door een afgewezen kandidaat of door elke andere kandidaat voor dezelfde verkiezing.
  Naar gelang van het geval doet een Nederlandstalige of een Franstalige kamer van de Raad van State uiterlijk de dertiende dag vóór de verkiezing, om 10 uur 's morgens, uitspraak, zelfs indien die dag een feestdag is. Het bepalend gedeelte van het arrest wordt door de eerste voorzitter onmiddellijk ter kennis gebracht van de voorzitter van het collegehoofdbureau. Tegen het arrest staat geen rechtsmiddel open.
  De Koning stelt de door de Raad van State te volgen procedure vast. "

  Art. 65. In artikel 127, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 30 juli 1991, worden de woorden ", de woonplaats en het volledig adres " vervangen door de woorden " en de hoofdverblijfplaats ".

  Art. 66. Artikel 128 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 maart 1958, 26 juni 1970, 5 juli 1976 en 30 juli 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 128. - § 1. De kandidatenlijsten worden op het stembiljet naast elkaar geplaatst. Boven elke kandidatenlijst staat een stemvak en een volgnummer in arabische cijfers van ten minste een centimeter hoogte en vier millimeter breedte, alsmede het letterwoord overeenkomstig artikel 116, § 4, tweede lid, vermeld in de voordracht van de kandidaten; het letterwoord van de lijst wordt gedrukt in hoofdletters van 5 millimeter hoogte en deze letters worden horizontaal geplaatst.
  Naast de naam en de voornaam van elke kandidaat staat een kleiner stemvak.
  De stemvakken zijn zwart, met in het midden een stipje van dezelfde kleur als het papier en met een diameter van 4 mm.
  De naam en voornaam van de kandidaat-titularissen en van de kandidaat-opvolgers worden in de volgorde van de voordracht vermeld in de kolom bestemd voor de lijst waartoe zij behoren. Boven de naam en voornaam van de kandidaat-opvolgers wordt de vermelding " opvolgers " geplaatst.
  De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in de volgorde van de nummers.
  § 2. Het collegehoofdbureau stelt het stembiljet vast voor de verkiezing van de Senaat. Daartoe houdt het rekening met de volgorde van de nummers die zijn toegekend bij de loting vermeld in artikel 115bis, § 2, negende lid, wanneer gebruik is gemaakt van de mogelijkheid waarin voorzien is bij § 3 van hetzelfde artikel. Vervolgens kent het bij loting een volgnummer toe aan de lijsten die er op dat ogenblik nog geen hebben, beginnend met de volledige lijsten.
  Het deelt zonder verwijl de uitslag van de loting mee aan de voorzitters van de hoofdbureaus van de kieskringen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het Vlaamse of het Waalse Gewest, naar gelang van het geval, en aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.
  De voorzitter stuurt onmiddellijk, voor het drukken ervan, een afschrift van het model van het stembiljet voor de verkiezing van de Senaat aan de voorzitters van de provinciehoofdbureaus voor zijn ambtsgebied alsmede aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.
  Deze laatste doet op de stembiljetten die voor zijn kieskring bestemd zijn, de kandidatenlijsten vermelden die zowel in het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege als in dat van het Franse kiescollege zijn voorgedragen. Daartoe wordt het stembiljet overeenkomstig de bij dit Wetboek gevoegde modellen II d), II e), II f) of II g) opgemaakt.
  § 3. Het hoofdbureau van de kieskring stelt het stembiljet vast voor de verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Daartoe houdt het rekening met de volgorde van de nummers die zijn toegekend bij de loting vermeld in artikel 115bis, § 2, negende lid, en met de volgorde die hem overeenkomstig § 2 is toegestuurd door de voorzitter van het collegehoofdbureau.
  Vervolgens kent het bij loting een volgnummer toe aan de lijsten die er op dat ogenblik nog geen hebben, beginnend met de volledige lijsten, vanaf het nummer dat onmiddellijk volgt op het hoogste nummer dat door het hoofdbureau van het betrokken kiescollege is toegekend. Voor de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde gebeurt de nummering beginnend met het nummer dat onmiddellijk volgt op het hoogste nummer dat door één van beide kiescolleges is toegekend.
  § 4. Het bureau kan zo nodig beslissen dat twee of meer onvolledige lijsten in een zelfde kolom worden ondergebracht. Indien daartoe reden is, bepaalt het bij speciale lotingen de plaats van de kolommen en de nummers van de lijsten die in deze kolommen zullen worden opgenomen.
  § 5. Wanneer een kieskanton is samengesteld uit gemeenten met verschillend taalstelsel, zijn de stembiljetten eentalig in de eentalige gemeenten en tweetalig in de andere. "

  Art. 67. In artikel 128bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 1949 en gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, worden de woorden " of door de Raad van State " ingevoegd na de woorden " van het hof van beroep. "

  Art. 68. In artikel 129 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 30 juli 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring laat de stembiljetten voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers met zwarte inkt op stempapier drukken.
  De voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, vervult dezelfde taken wat de verkiezing van de Senaat betreft. ";
  2° in het derde en het vierde lid worden de woorden " van het arrondissementshoofdbureau " vervangen door de woorden " van het hoofdbureau van de kieskring wat betreft de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, wat de verkiezing van de Senaat betreft, ".

  Art. 69. In artikel 130 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30 juli 1991, worden het tweede, derde en vierde lid vervangen door wat volgt :
  " Indien de verkiezingen voor de Wetgevende Kamers tegelijkertijd met de verkiezingen voor de Gemeenschaps- en Gewestraad plaatsvinden, worden de in de 2° tot 4° van het vorige lid bedoelde uitgaven naar rato van 65 % ten laste genomen door de Staat.
  Ten laste van de gemeenten zijn de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden die zij leveren volgens de door de Koning goedgekeurde modellen.
  Onverminderd artikel 4, tweede lid, van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen zijn alle andere verkiezingsuitgaven eveneens ten laste van de gemeenten. "

  Art. 70. In artikel 131, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 30 juli 1991, wordt het getal " 175 " vervangen door het getal " 179 ".

  Art. 71. In artikel 132 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 30 juli 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " of van de Senaat " geschrapt;
  2° het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Deze verklaringen mogen ook betrekking hebben hetzij op verbinding van lijsten in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en de kieskring Leuven, hetzij op verbinding van lijsten in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en de kieskring Nijvel ".

  Art. 72. In artikel 133, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 maart 1958, worden de woorden " voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers " ingevoegd tussen het woord " lijstenverbinding " en de woorden " is slechts ontvankelijk ".

  Art. 73. In artikel 134, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 1949 en 30 juli 1991, worden de woorden " artikel 116, zeventiende lid " vervangen door de woorden " artikel 116, § 5, derde lid ".

  Art. 74. Artikel 156 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 januari 1980, waarvan de tegenwoordige tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidend als volgt :
  " § 2. Voor de verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren rangschikt elk stemopnemingsbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is in twee categorieën :
  1° de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is voor een kandidatenlijst die ingediend is bij het Nederlands collegehoofdbureau;
  2° de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is voor een kandidatenlijst die ingediend is bij het Franse collegehoofdbureau.
  In deze kieskring wordt de modeltabel vermeld in artikel 161, tweede lid, in tweevoud opgemaakt : een exemplaar in het Nederlands bevat de uitslagen van de stemopneming die bestemd zijn voor het Nederlandse kiescollege en een tweede exemplaar in het Frans bevat de uitslagen van de stemopneming die bestemd zijn voor het Franse kiescollege.
  In dezelfde kieskring maakt het kantonhoofdbureau eveneens de in artikel 161, negende lid, vermelde verzamelstaat in tweevoud op. "

  Art. 75. In artikel 161 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 16 januari 1980, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " De uitslagen van de stemopneming worden erin vermeld in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel, op te maken door de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring wat betreft de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en door de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, wat betreft de verkiezing van de Senaat. ";
  2° in het twaalfde lid worden de woorden " aan de voorzitter van het arrondissementshoofdbureau " vervangen door de woorden " aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring wat betreft de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en aan de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, wat betreft de verkiezing van de Senaat ".

  Art. 76. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 161bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 161bis. - Voor de verkiezing van de rechtstreeks verkozen senatoren totaliseert het provinciehoofdbureau voor de gehele provincie op een verzamelstaat de cijfers uit de overzichtstabellen van de kantonhoofdbureaus en stuurt die langs de snelste weg, samen met de tabellen van de kantonhoofdbureaus, aan de voorzitter van het collegehoofdbureau.
  Het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde maakt twee verzamelstaten op : een in het Nederlands, waarin de uitslagen worden opgenomen die geregistreerd zijn op de tabellen, opgemaakt door de kantonhoofdbureaus en bestemd voor het Nederlandse collegehoofdbureau; het andere in het Frans, waarin de resultaten worden opgenomen die geregistreerd zijn op de tabellen, opgemaakt door de kantonhoofdbureaus en bestemd voor het Franse collegehoofdbureau.
  Deze verzamelstaten worden samen met de verzamelstaten van de kantonhoofdbureaus langs de snelste weg respectievelijk aan de voorzitter van het Nederlandse collegehoofdbureau en aan de voorzitter van het Franse collegehoofdbureau gestuurd. "

  Art. 77. In artikel 162, derde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, worden de woorden " aan de voorzitter van het arrondissementshoofdbureau " vervangen door de woorden " aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring wat betreft de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of aan de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, wat betreft de verkiezing van de Senaat. ".

  Art. 78. Artikel 163 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 5 juli 1976, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Artikel 163. - De voorzitter van het provinciehoofdbureau stuurt zonder verwijl de bij artikel 162, derde lid, vermelde stukken naar de voorzitter van het collegehoofdbureau. "

  Art. 79. In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt het woord " arrondissementshoofdbureau " vervangen door de woorden " hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau ";
  2° het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Op aanvraag van de voorzitter van die bureaus stelt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan die bureaus zich bevinden hun het personeel en het materieel ter beschikking die zij nodig hebben voor het volbrengen van hun opdracht. "

  Art. 80. De artikelen 166 tot 179, gewijzigd bij de wetten van 13 maart 1947, 26 juni 1970, 5 juli 1976 en 30 juli 1991, van hetzelfde Wetboek worden gewijzigd, hernummerd en in hoofdstukken ingedeeld als volgt :
  " HOOFDSTUK V. - Zetelverdeling voor de verkiezing van de Senaat en, bij afwezigheid van lijstenverbinding, voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
  Art. 166. - Het totaal van de biljetten waarop een geldige stem voor een lijst is uitgebracht, onverschillig of het een lijststem dan wel een naamstem is, vormt het stemcijfer van die lijst.
  Dit totaal wordt verkregen door optelling van de lijststemmen in de zin van artikel 144, tweede en derde lid, of als zodanig beschouwd krachtens artikel 157, tweede lid, 1° en 3°, en van de op de kandidaat-titularissen uitgebrachte naamstemmen.
  Art. 167. - Het hoofdbureau van de kieskring of het collegehoofdbureau delen het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4, 5, enzovoort, en rangschikken de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid, totdat er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn.
  Het laatste quotiënt dient als kiesdeler.
  De verdeling over de lijsten geschiedt derwijze dat aan iedere lijst een aantal zetels wordt toegekend, gelijk aan het aantal keren dat haar stemcijfer de kiesdeler bevat, behoudens toepassing van artikel 168.
  Indien een lijst meer zetels verkrijgt dan zij kandidaat-titularissen en -opvolgers telt, worden de niet toegekende zetels gevoegd bij die welke aan de andere lijsten toekomen; de verdeling over deze lijsten geschiedt door voortzetting, van de in het eerste lid omschreven bewerking, zodat voor ieder nieuw quotiënt een zetel wordt toegekend aan de lijst waartoe het behoort.
  Art. 168. - Wanneer een zetel met evenveel recht aan verscheidene lijsten toekomt, wordt hij toegekend aan de lijst met het hoogste stemcijfer en, bij gelijkheid van de stemcijfers, aan de lijst waarop de kandidaat voorkomt die onder de kandidaten wier verkiezing in het geding is, de meeste stemmen heeft verkregen of, subsidiair, de oudste in jaren is.
  HOOFDSTUK VI. - Zetelverdeling voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers in geval van lijstenverbinding.
  Art. 169. - In de kieskringen waar de kandidaten van een of meer lijsten de in artikel 132 bedoelde verklaring van lijstenverbinding hebben gedaan, stelt het hoofdbureau, in plaats van te handelen op de wijze vermeld in artikel 167, een kiesdeler vast door het algemeen totaal van de geldige stemmen te delen door het getal van de in de kieskring toe te kennen zetels. Het deelt de stemcijfers door deze deler en bepaalt aldus voor elke lijst haar kiesquotiënt, waarvan de eenheden het aantal onmiddellijk behaalde zetels aanduiden.
  Daarna deelt het elk kiesquotiënt door 1, indien de lijst nog geen zetel, door 2 indien zij één zetel, door 3 indien zij twee zetels heeft verkregen, en zo vervolgens. Het eventuele recht van de lijst wordt op die wijze uitgedrukt door de breuk die men verkrijgt wanneer men haar kiesquotiënt deelt door het getal van de zetels die zij achtereenvolgens zou bezetten indien de aanvullende zetel haar telkens toegekend werd.
  Het proces-verbaal van die verrichtingen wordt dadelijk gezonden aan de voorzitter van het provinciaal centraal bureau en vanaf 1 januari 1995, in geval van toepassing van artikel 132, tweede lid, aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde; alleen de overige in artikel 177 vermelde stukken worden aan de griffier van de Kamer van Volksvertegenwoordigers gestuurd.
  Art. 170. - Het provinciaal centraal bureau vergadert de dag na de stemming op het uur dat de voorzitter bepaalt. Indien het werk opgeschort is ten gevolge van een vertraging in de ontvangst van een of meer processen-verbaal van de hoofdbureaus van de kieskringen, kan de vergadering tijdelijk onderbroken worden. Zij worden dezelfde dag of zo nodig de volgende dag hervat op het uur waarop de ontbrekende stukken worden verwacht. Het bureau stelt het stemcijfer van iedere groep vast door optelling van de stemcijfers van de lijsten die er deel van uitmaken. De andere lijsten behouden hun stemcijfer.
  Het bureau bepaalt door samenstelling van de eenheden van de ingevolge artikel 169 vastgestelde quotiënten hoeveel zetels de verschillende lijstengroepen en de alleenstaande lijsten voor de gehele provincie reeds hebben verkregen en hoeveel zetels aanvullenderwijs te verdelen zijn.
  Tot die aanvullende verdeling laat het alle lijstengroepen toe, behalve die welke in geen enkele kieskring een aantal stemmen hebben verkregen, dat ten minste gelijk is aan zesenzestig ten honderd van de krachtens artikel 169, eerste lid, bepaalde kiesdeler. Het laat tot die verdeling eveneens de alleenstaande lijsten toe die dit percent hebben bereikt.
  Het bureau deelt de stemcijfers achtereenvolgens door 1, 2, 3, enzovoort, indien de lijst nog geen enkele zetel definitief heeft verkregen; door 2, 3, 4, enzovoort, indien zij slechts één zetel, door 3, 4, 5, enzovoort, indien zij reeds twee zetels heeft verkregen en zo vervolgens, in dier voege dat bij de eerste deling telkens gedeeld wordt door een cijfer gelijk aan het totaal van de zetels dat de groep of de lijst zou verkrijgen indien de eerste van de nog beschikbare zetels haar toegekend werd.
  Het bureau rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid totdat een aantal quotiënten gelijk aan het aantal beschikbare zetels is bereikt; elk in aanmerking komend quotiënt brengt de toekenning mee van een aanvullende zetel aan de betrokken groep of lijst.
  Art. 171. - Het bureau wijst vervolgens de kieskringen aan waar de verbonden lijsten de hun toekomende aanvullende zetel of zetels zullen verkrijgen.
  Voor de alleenstaande lijsten is de aanwijzing volkomen duidelijk en heeft de toekenning het eerst plaats, en wel te beginnen met de lijsten die de hoogste in aanmerking komende quotiënten hebben.
  Voor de verbonden lijsten geschiedt de aanwijzing als volgt :
  De volgorde van belangrijkheid van de in artikel 170, laatste lid, bedoelde quotiënten bepaalt de orde waarin elke groep achtereenvolgens aan de beurt komt om de nog toe te kennen zetel te bezetten.
  Samen met elke groep komt aan de beurt de kieskring waar de groep een zetel verkrijgt.
  Te dien einde schrijft het provinciaal centraal bureau onder elkaar, in evenveel kolommen als er groepen voor de verdeling aan de beurt komen, de breuken voor zeteltoewijzing vermeld in de bij artikel 169 bedoelde processen-verbaal van elke kieskring, rangschikt ze in de volgorde van hun belangrijkheid in dier voege dat de breuk die de eenheid het dichtst benadert, eerst komt, en vermeldt tegenover elke breuk de naam van de kieskring waarop zij betrekking heeft.
  De groep waaraan de eerste zetel bij de aanvullende toekenning van de mandaten toekomt, verkrijgt hem in de kieskring die bovenaan staat in de aan die groep toegewezen kolom, en zo vervolgens. Heeft de aan de beurt komende kieskring het volle aantal zetels reeds verkregen, dan gaat de zetel die de aan de beurt komende groep toekomt, naar de kieskring die onmiddellijk volgt in dezelfde kolom, en in voorkomend geval naar de daarop volgende kieskring.
  Zijn alle zetels reeds toegekend in de kieskringen waar de groep kandidaten heeft, dan kan de aanvullende zetel hem niet worden toegekend en wordt het mandaat dat nog openstaat in de kieskring waar de groep geen kandidaten heeft, aan een andere lijst toegekend overeenkomstig het volgende lid.
  Wanneer, nadat de lijsten aan de beurt gekomen zijn en de kieskringen aangewezen zijn, bevonden wordt dat in een kieskring een lijst meer zetels verkrijgt dan zij er kandidaat-titularissen en -opvolgers telt, voegt het provinciaal centraal bureau de niet toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten in dezelfde kieskring toekomen, en zet te dien einde de in artikel 170 omschreven bewerkingen voort; ieder nieuw quotiënt brengt toekenning mee van een zetel aan de betrokken groep of lijst die een toereikend aantal kandidaten telt in de kieskring.
  HOOFDSTUK VII. - Aanwijzing van de verkozenen.
  Art. 172. - Wanneer het aantal kandidaat-titularissen van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn al die kandidaten gekozen.
  Is dat aantal groter, dan worden de zetels toegekend aan de kandidaat-titularissen die de meeste stemmen hebben behaald. Bij gelijk stemmental is de volgorde van de lijst beslissend. Alvorens de gekozenen aan te wijzen, kent het hoofdbureau van de kieskring aan de kandidaat-titularissen individueel de lijststemmen toe die ten gunste van de orde van voordracht zijn uitgebracht. Deze toekenning geschiedt door overdracht : aan de naamstemmen, door de eerste kandidaat van de lijst behaald, worden zoveel lijststemmen toegevoegd als nodig is om het verkiesbaarheidscijfers van die lijst te bereiken, welk cijfer wordt verkregen door het stemcijfer van de lijst te delen door het getal van de aan de lijst definitief toegekende zetels, vermeerderd met één. Is er een overschot, dan wordt het op gelijke wijze toegekend aan de tweede kandidaat, en zo vervolgens totdat alle lijststemmen zijn toegekend.
  Is het aantal kandidaat-titularissen van een lijst lager dan dat van de aan de lijst toekomende zetels, dan zijn deze kandidaten gekozen en worden de overblijvende zetels toegekend aan de kandidaat-opvolgers die het eerst komen in de bij artikel 173 bepaalde orde. Zijn er niet genoeg opvolgers, dan wordt het overschot verdeeld overeenkomstig artikel 167, laatste lid.
  Art. 173. - Voor elke lijst waarop een of meer kandidaten gekozen zijn, worden de kandidaat-opvolgers die de meeste stemmen hebben behaald, eerste, tweede, derde opvolger, enzovoort, verklaard; bij gelijk stemmental is de orde van inschrijving op het stembiljet beslissend. Het aantal opvolgers mag het dubbel van het gekozen aantal titularissen niet te boven gaan en niet minder dan drie zijn.
  Alvorens de opvolgers aan te wijzen, kent het hoofdbureau aan de kandidaat-opvolgers individueel de stemmen toe die uitgebracht zijn ten gunste van de volgorde waarin zij op de lijst voorkomen. Het getal van die stemmen wordt verkregen door het getal van de op de kandidaat-opvolgers uitgebrachte naamstemmen af te trekken van het stemcijfer van de lijst.
  De toekenning van de te verdelen stemmen geschiedt door overdracht : aan de naamstemmen, door de eerste kandidaat-opvolger behaald, worden zoveel stemmen toegevoegd als nodig is om het verkiesbaarheidscijfer te bereiken. Is er een overschot, dan wordt het op gelijke wijze toegekend aan de tweede kandidaat-opvolger, en zo vervolgens naar de orde van voordracht.
  Geen stemmen worden toegekend aan de kandidaten die tegelijk als titularis en als opvolger zijn voorgedragen en reeds als titularis gekozen zijn.
  Art. 174. - De uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de gekozenen worden in het openbaar afgekondigd.
  Art. 175. - Het provinciaal centraal bureau of het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wijzen de verkozenen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers aan overeenkomstig de artikelen 172 en 173.
  Het collegehoofdbureau vervult die functie voor de verkiezing van de Senaat.
  Art. 176. - De uitslag van de telling van de stemmen in de kieskringen waar gebruik is gemaakt van het recht van lijstenverbinding, de uitslag van de provinciale verdeling en de namen van de gekozenen worden in het openbaar afgekondigd.
  HOOFDSTUK VIII. - Bijzondere en diverse bepalingen.
  Art. 177. - Het proces-verbaal van de verkiezing, staande de vergadering opgemaakt en ondertekend door de leden van het hoofdbureau van de kieskring of van het college en door de getuigen, de processen-verbaal van de stembureaus en de stemopnemingsbureaus, de akten van voordracht en de betwiste biljetten worden binnen vijf dagen toegezonden aan de griffier van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat.
  Aan ieder gekozene wordt een uittreksel uit dit proces-verbaal gezonden.
  Art. 178. - Wanneer een kandidaat vóór de dag van de verkiezing overlijdt, gaat het bureau overeenkomstig de artikelen 172 en 173 tewerk, alsof deze kandidaat niet op de lijst gestaan had waarop hij zich kandidaat gesteld had. De overleden kandidaat mag niet-gekozen verklaard worden en geen enkele van de stemmen die uitgebracht zijn ten gunste van de volgorde van voordracht wordt aan hem toegekend. Er wordt echter rekening gehouden met het aantal naamstemmen dat hij behaald heeft, om zowel het kiescijfer te bepalen van de lijst waarop hij zich kandidaat gesteld had als het aantal stemmen die zijn uitgebracht ten gunste van de volgorde van voordracht in het in artikel 173 bedoelde geval.
  Wanneer een kandidaat op de dag van de stemming of daarna, maar vóór de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen vermeld in artikel 174 overlijdt, gaat het bureau overeenkomstig de artikelen 172 en 173 tewerk, alsof de betrokkene nog in leven was. Indien hij tot titularis gekozen is, moet de eerste opvolger van diezelfde lijst in zijn plaats zitting hebben.
  De eerste opvolger van dezelfde lijst moet ook zitting hebben in de plaats van de gekozen kandidaat die na de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen vermeld in artikel 174 overlijdt.
  Art. 179. - De stembiljetten, de voor het aantekenen van de namen gebruikte kiezerslijsten, die behoorlijk ondertekend moeten zijn door de leden van het stembureau die de aantekening gedaan hebben, en door de voorzitter, alsook de ingevolge artikel 143, derde lid, en artikel 145 teruggenomen biljetten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank of subsidiair van het vredegerecht van het stemopnemingsbureau; zij blijven er berusten tot de tweede dag na de geldigverklaring van de verkiezing. De Kamer van Volksvertegenwoordigers of de Senaat kunnen zich deze stukken doen overleggen, indien zij het nodig achten.
  De niet-gebruikte biljetten worden onmiddellijk toegezonden aan de gouverneur der provincie, die het getal ervan vaststelt.
  De stembiljetten worden vernietigd nadat de verkiezing definitief geldig of ongeldig verklaard is.
  In voorkomend geval overhandigt de griffier aan de vrederechter desgevraagd de kiezerslijsten betreffende de kieskring waarover deze bevoegd is. "

  Art. 81. Het opschrift van titel VII van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door het volgende opschrift : " Verkiezing van de gemeenschapssenatoren en van senatoren door de Senaat ".

  Art. 82. In titel VII van hetzelfde Wetboek, wordt onder een nieuw hoofdstuk I " Algemene bepaling " een als volgt luidend artikel 210bis (nieuw) ingevoegd :
  " Art. 210bis. - In elke provincie waar geen enkele rechtstreekse verkozen senator op de dag van zijn verkiezing zijn woonplaats heeft, wordt ten minste één gemeenschapssenator of één gecoöpteerd senator die op de dag van zijn verkiezing zijn woonplaats heeft in de provincie, verkozen. "

  Art. 83. Het opschrift van hoofdstuk I, dat hoofdstuk II van titel VII van hetzelfde Wetboek wordt, wordt vervangen door het volgend opschrift : " Verkiezing van de gemeenschapssenatoren ".

  Art. 84. Artikel 211 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 maart 1958 en 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 211. - § 1. De griffier van de Senaat deelt aan de voorzitter van de Vlaamse Raad en aan de voorzitter van de Franse Gemeenschapsraad, ieder wat hem betreft, het aantal zetels voor de gemeenschapssenatoren mee die overeenkomstig § 2 toegekend zijn aan elke politieke formatie die vertegenwoordigd is :
  1° door ten minste één rechtstreeks gekozen senator en,
  2° in de betrokken Raad, door ten minste evenveel raadsleden als er zetels voor gemeenschapssenatoren zijn waarop zij recht heeft.
  § 2. Voor het Vlaamse kiescollege en het Franse kiescollege worden de in § 1 bedoelde zetels bepaald door de quotiënten vermeld in artikel 167, die in dalende volgorde volgen op die welke in aanmerking genomen worden voor de rechtstreekse verkiezing van de senatoren.
  Indien één van de quotiënten een politieke formatie betreft die geen zetel van rechtstreeks verkozen senator heeft, wordt dat quotiënt niet in aanmerking genomen. Dat geldt ook als de politieke formatie geen zetel van raadslid in de Vlaamse Raad of in de Franse Gemeenschapsraad, naar gelang van het geval, heeft, of als zij geen zetel van raadslid meer heeft om die zetel van senator te bezetten, onverminderd het bepaalde in artikel 168.
  § 3. Elke senaatsfractie zendt aan de voorzitter van de Senaat een lijst met de naam van de leden van de Vlaamse Raad of de Franse Gemeenschapsraad, naar gelang van het geval, die tot dezelfde raadsfractie behoren en die tot dezelfde politieke formatie behoren als de rechtstreeks gekozen senatoren waaruit de betrokken senaatsfractie bestaat.
  Deze lijsten zijn slechts geldig als zij ondertekend zijn door de meerderheid van de rechtstreeks verkozen senatoren waaruit de betrokken senaatsfractie bestaat en door de meerderheid van hen wier naam in deze verklaring wordt vermeld.
  De griffier van de Senaat voegt de lijsten bij de in § 1 bedoelde mededeling, nadat de voorzitter van de Senaat zich vergewist heeft of de voorwaarden voor het opmaken ervan vervuld zijn.
  § 4. Elke raadsfractie zendt aan de voorzitter van de Vlaamse Raad of aan de voorzitter van de Franse Gemeenschapsraad, naar gelang van het geval, een lijst met zoveel namen van haar leden uit de lijst bedoeld in § 3, eerste lid, die zij aanwijst tot gemeenschapssenator als er zetels van gemeenschapssenator aan de fractie toekomen overeenkomstig § 1.
  De lijsten zijn slechts geldig als zij ondertekend zijn door de meerderheid van de raadsleden waaruit de betrokken raadsfractie bestaat.
  Nadat hij zich ervan vergewist heeft of de voorwaarden voor het opmaken van de lijsten vervuld zijn, betekent de voorzitter van de Vlaamse Raad of de voorzitter van de Franse Gemeenschapsraad, naar gelang van het geval, aan de griffier van de Senaat deze lijsten binnen tien dagen na ontvangst van de in § 1 bedoelde mededeling.
  § 5. Indien de verkiezing voor de Vlaamse Raad en de Waalse Gewestraad plaats vindt op dezelfde dag als de verkiezing voor de Senaat, betekent de voorzitter van de Vlaamse Raad of de voorzitter van de Franse Gemeenschapsraad, naar gelang van het geval, aan de griffier van de Senaat de lijsten, bedoeld in § 4, binnen tien dagen na het onderzoek van de geloofdsbrieven van de betrokken Gemeenschapsraad.
  § 6. Indien een raadsfractie geen lijst of een lijst met een onvoldoend aantal namen, bedoeld in § 4, eerste lid, zendt aan de voorzitter van de Vlaamse Raad of aan de voorzitter van de Franse Gemeenschapsraad, naar gelang van het geval, worden de zetels waarin niet werd voorzien, toegekend aan de politieke formaties die betrokken zijn door de quotiënten die volgen op het laatste quotiënt dat overeenkomstig § 2 in aanmerking werd genomen.
  § 7. In geval van vacature van een zetel van gemeenschapssenator wordt erin voorzien door de aanwijzing, volgens de modaliteiten bepaald in de vorige paragrafen, van een lid van de Vlaamse Raad of van de Franse Gemeenschapsraad, naar gelang van het geval, dat tot de raadsfractie behoort waaraan de vacant geworden zetel toegekend was.
  § 8. Voor de toepassing van dit artikel wordt of worden de rechtstreeks verkozen senator of senatoren die op eenzelfde lijst verkozen is of zijn, geacht een senaatsfractie te vormen.
  § 9. Voor de toepassing van dit artikel worden geacht een raadsfractie te vormen, de leden van de Vlaamse Raad of de leden van de Franse Gemeenschapsraad, naar gelang van het geval, die verkozen zijn op lijsten onderling verenigd overeenkomstig artikel 25 van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur.
  Een raadsfractie worden ook geacht te vormen de niet in het eerste lid bedoelde leden van de betrokken Raad die op een zelfde lijst verkozen zijn.
  Zij die op grond van artikel 24, § 1, eerste lid, 2°, en § 3, eerste lid, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen lid zijn van respectievelijk de Vlaamse Raad en de Franse Gemeenschapsraad, maken van een raadsfractie deel uit als zij daartoe gemachtigd zijn door twee van de vijf raadsleden bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur en door twee van de vijf raadsleden bedoeld in artikel 10, § 1, tweede lid, van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop de Brusselse Hoofdstedelijke Raad wordt verkozen. "

  Art. 85. Artikel 212 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 30 juli 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 212. - Binnen tien dagen die volgen op de uitnodiging die de griffier van de Senaat hem heeft gezonden, maakt de Voorzitter van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap hem de naam bekend van de gemeenschapssenator die door de Raad bij volstrekte meerderheid werd verkozen.
  Hetzelfde geldt in geval van een vacature. "

  Art. 86. Artikel 213 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 30 juli 1991, wordt opgeheven.

  Art. 87. Het opschrift van hoofdstuk II dat hoofdstuk III van titel VII van hetzelfde Wetboek wordt, wordt vervangen door het volgende opschrift : " Verkiezing van senatoren door de Senaat ".

  Art. 88. In artikel 218 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt het woord " provincieraden " vervangen door het woord " Gemeenschapsraden ".

  Art. 89. Artikel 220 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 220. - § 1. Onmiddellijk na het in artikel 218 bedoelde onderzoek van de geloofsbrieven, deelt de griffier van de Senaat aan de leden van de Senaat het aantal zetels voor de gecoöpteerde senatoren mee die overeenkomstig § 2 toegekend zijn aan elke politieke formatie die vertegenwoordigd is door ten minste één rechtstreeks gekozen senator.
  § 2. Het aantal wordt bepaald volgens de volgorde van de quotiënten vastgesteld overeenkomstig artikel 167, vanaf het eerste quotiënt dat voor elk college, bedoeld in artikel 87bis, volgt op dat wat in laatste instantie gebruikt werd voor de aanwijzing van de gemeenschapssenatoren, rekening houdend, indien nodig, met de bepalingen van artikel 211, § 6, en onverminderd de bepalingen van artikel 168.
  § 3. Elke politieke formatie zendt, ten laatste vijf dagen voor de zitting, waarop de aanwijzing plaats heeft, aan de griffier van de Senaat een lijst over met zoveel namen van kandidaten die zij aanwijst als er zetels van gecoöpteerd senator aan de politieke formatie toekomen overeenkomstig § 1.
  De lijsten zijn slechts geldig als zij ondertekend zijn door de meerderheid van de rechtstreeks gekozen senatoren en de gemeenschapssenatoren die tot dezelfde politieke formatie behoren. "

  Art. 90. Artikel 221 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 221. - Wanneer een gecoöpteerd senator vóór het vestrijken van zijn mandaat ophoudt van de Senaat deel uit te maken wordt in zijn vervanging voorzien door de rechtstreeks gekozen senatoren en de gemeenschapssenatoren die tot de politieke formatie behoren waaraan, met toepassing van artikel 220, de vacante zetel van gecoöpteerde senator oorspronkelijk was toegekend en volgens de modaliteiten van de voorafgaande artikelen. "

  Art. 91. In artikel 233, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30 juli 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste zin worden de woorden " provinciaal senator of " geschrapt;
  2° in de tweede zin worden de woorden " De provinciale senator of de gecoöpteerde senator " vervangen door de woorden " De gecoöpteerde senator ";
  3° de aldus aangepaste tekst van artikel 233 wordt § 1;
  4° een § 2 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. De volksvertegenwoordiger, rechtstreeks gekozen senator of gecoöpteerd senator die tot lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad gekozen is of door opvolging een mandaat van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad voleindigt, verliest zijn hoedanigheid van respectievelijk volksvertegenwoordiger, rechtstreeks gekozen senator of gecoöpteerd senator zodra hij de eed aflegt als lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad.
  Het lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad die tot volksvertegenwoordiger of rechtstreeks gekozen senator gekozen is, die door opvolging een mandaat van een volksvertegenwoordiger of van een rechtstreeks gekozen senator voleindigt, of die tot gecoöpteerd senator aangewezen is, verliest zijn hoedanigheid van lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad zodra hij de eed aflegt van volksvertegenwoordiger of senator. "

  Art. 92. In artikel 236 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " van de provincieraden " vervangen door de woorden " van de gemeenschapsraden ".

  Art. 93. Artikel 238 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 238. - De senatoren bedoeld in artikel 53, § 1, 1° en 2°, van de Grondwet, worden verkozen voor vier jaar. De senatoren bedoeld in artikel 53, § 1, 6° en 7°, van de Grondwet, worden aangewezen voor vier jaar. De Senaat wordt om de vier jaar geheel vernieuwd.
  De verkiezing van de senatoren bedoeld in artikel 53, § 1, 1° en 2°, van de Grondwet, valt samen met de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. "

  Art. 94. Artikel 239, voorlaatste zinsdeel, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Voor de door de Gemeenschapsraden aangewezen senatoren, op de dag overeenkomstig artikel 211 bepaald voor hun vervanging. "

  Art. 95. In de artikelen 119, eerste en vierde lid, 119bis, 119ter, 120, 121, 122, 123, 124, eerste lid, 125, 125bis, 125ter, 126, 127, 128bis, 167, 169, 170 en 173, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord " arrondissementshoofdbureau " vervangen door de woorden " hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau ".

  Art. 96. Artikel 240 van het Kieswetboek, opgeheven door de wet van 11 december 1984, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 240. - De gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad vervult voor dit arrondissement de taken die dit Wetboek toewijst aan de provinciegouverneur. "

  Art. 97. Worden opgeheven in hetzelfde Wetboek :
  1° hoofdstuk III van titel III;
  2° de artikelen 165, 180, 214 tot 217, 222 en 226 van hetzelfde Wetboek.

  Art. 98. De tabel bedoeld in artikel 87 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door de als bijlage 4 bij deze wet gevoegde tabel.
  Het bij dit Wetboek gevoegde model II wordt vervangen door de modellen II a), II b), II c), II d), II e), II f) of II g), als bijlage 5 bij deze wet gevoegd.

  Art. 99. De Koning kan de tekst van het Kieswetboek bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit in overeenstemming brengen met de terminologie van de Grondwet.

  TITEL II. - Wijzigingen van de wet van 3 juli 1971 tot indeling van de leden van de Wetgevende Kamers in taalgroepen en houdende diverse bepalingen betreffende de cultuurraden voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en voor de Franse Cultuurgemeenschap.

  Art. 100. Artikel 1, § 2, van de wet van 3 juli 1971 tot indeling van de leden van de Wetgevende Kamers in taalgroepen en houdende diverse bepalingen betreffende de Cultuurraden voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en voor de Franse Cultuurgemeenschap wordt opgeheven.

  Art. 101. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 2. - De taalgroepen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat kunnen elk hun reglement van orde vaststellen. "

  TITEL III. - Wijzigingen van de wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de Ministers, gewezen Ministers en Ministers van Staat, alsmede de leden en gewezen leden van de Wetgevende Kamers.

  Art. 102. In artikel 1 van de wet van 6 augustus 1931 houdende de vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de Ministers, gewezen Ministers en Ministers van Staat, alsmede de leden en gewezen leden van de Wetgevende Kamers, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° dit artikel wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De in het eerste lid bedoelde ambtenaar of bezoldigd beambte van de Staat heeft evenwel recht op politiek verlof voor het uitoefenen van zijn mandaat. De perioden die door dit politiek verlof worden gedekt, worden gelijkgesteld met perioden van dienstactiviteit. Zij worden niet bezoldigd.
  Het politiek verlof eindigt uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op die waarin het mandaat wordt beëindigd. Indien de betrokkene niet in zijn betrekking werd vervangen, neemt hij deze betrekking opnieuw op wanneer hij zijn activiteit herneemt. Indien hij werd vervangen, wordt hij geaffecteerd in een andere betrekking overeenkomstig de bepalingen die inzake reaffectatie en mobiliteit op hem toepasselijk zijn. "

  Art. 103. In dezelfde wet wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 1bis. - Het lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of de rechtstreeks gekozen senator die ingevolge zijn benoeming tot minister of staatssecretaris ophoudt zitting te hebben, wordt vervangen door de eerst in aanmerking komende opvolger van de lijst waarop hij gekozen is. De gecoöpteerde senator die ingevolge zijn benoeming tot minister of staatssecretaris ophoudt zitting te hebben, wordt vervangen door de kandidaat die daartoe gekozen is overeenkomstig artikel 221 van het Kieswetboek.
  Een minister of staatssecretaris van een regering die haar ontslag aan de Koning heeft aangeboden kan echter, na de algehele hernieuwing van de Wetgevende Kamers, zijn ambt van minister of staatssecretaris met het ambt van lid van een van beide Kamers verenigen tot op het ogenblik waarop de Koning een definitieve uitspraak over dat ontslag heeft gedaan. "

  Art. 104. In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 23 december 1950, 9 april 1965 en 28 juni 1983, wordt het derde lid opgeheven.

  TITEL IV. - Wijziging van de wet van 10 januari 1974 tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas.

  Art. 105. In artikel 4, eerste lid, van de wet van 10 januari 1974 tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas worden de woorden " een beroepswerkzaamheid " vervangen door de woorden " een beroepswerkzaamheid of een politiek mandaat ".

  TITEL V. - Wijzigingen van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap en van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen.

  HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap.

  Art. 106. <Wijzigingsbepaling van art. 5 van W 1983-12-31/40>

  Art. 107. <Wijzigingsbepaling van art. 8, §4, van W 1983-12-31/40>

  Art. 108. <Wijzigingsbepaling van art. 10 van W 1983-12-31/40>

  Art. 109. <Invoeging van een artikel 10bis in W 1983-12-31/40>

  Art. 110. <Wijzigingsbepaling van art. 14 van W 1983-12-31/40>

  Art. 111. <Wijzigingsbepaling van art. 44 van W 1983-12-31/40>

  Art. 112. <Wijzigingsbepaling van art. 50 van W 1983-12-31/40>

  Art. 113. <Wijzigingsbepaling van art. 51 van W 1983-12-31/40>

  Art. 114. <Wijzigingsbepaling van art. 56 van W 1983-12-31/40>

  Art. 115. <Wijzigingsbepaling van art. 58 van W 1983-12-31/40>

  Art. 116. <Invoeging van een artikel 58bis in W 1983-12-31/40>

  Art. 117. <Invoeging van een artikel 58ter in W 1983-12-31/40>

  Art. 118. <Invoeging van een artikel 58quater in W 1983-12-31/40>

  Art. 119. <Invoeging van een artikel 58quinquies in W 1983-12-31/40>

  Art. 120. <Wijzigingsbepaling van art. 59 van W 1983-12-31/40>

  Art. 121. <Opheffingsbepaling van art. 45 en 56, 3°, van W 1983-12-31/40>

  Art. 122. In dezelfde wet worden de woorden " Executieve ", " nationale regering " en " nationale overheid " telkens respectievelijk vervangen door de woorden " regering ", " federale regering " en " federale overheid ".
  De Koning brengt door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit de bepalingen van de toepasselijke wetten en van hun uitvoeringsbesluiten in overeenstemming met de nieuwe federale terminologie door :
  a) de woorden " nationale overheid " en " regering " respectievelijk te vervangen door de woorden " federale overheid " en " federale regering ";
  b) het woord " Executieve " te vervangen door het woord " regering ".

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen.

  Art. 123. Artikel 3, § 3, van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. Van de kiezerslijst vermeld in artikel 7 worden de kiezers geschrapt die tussen de datum waarop deze lijst wordt opgemaakt en de dag van de verkiezing :
  1° hetzij de Belgische nationaliteit verliezen;
  2° hetzij van de bevolkingsregisters in België geschrapt worden;
  3° hetzij overleden zijn.
  De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt opgemaakt, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt.
  Aan deze lijst worden, tot op de dag voor de verkiezing, de personen toegevoegd die ingevolge een arrest van het hof van beroep of een beslissing van het college van burgemeester en schepenen als kiezer moeten worden opgenomen. "

  Art. 124. In artikel 6, § 1, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden " op dezelfde datum als die welke is vastgesteld voor de verkiezing van het Europees Parlement ";
  2° het tweede en derde lid worden geschrapt;
  3° het vierde lid, dat het tweede lid wordt, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Zij zal echter plaatsvinden op dezelfde datum als die welke is vastgesteld voor de volledige vernieuwing van de Vlaamse Raad en de Waalse Gewestraad, indien deze vernieuwing op een andere datum plaatsvindt dan die welke is vastgesteld voor de verkiezing van het Europees Parlement. "

  Art. 125. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid van § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Op de eerste dag van de tweede maand voor die waarin de gewone verkiezing plaats moet hebben, maakt het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente van het Duitse taalgebied de lijst op van de kiezers die voldoen aan de bij artikel 3 gestelde voorwaarden.
  In geval van een verkiezing georganiseerd met toepassing van artikel 6, § 2, wordt de kiezerslijst opgemaakt op de datum van het besluit van de Regering of van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap tot vaststelling van de datum van de verkiezing. ";
  2° het derde en vierde lid van § 1, die het vierde en vijfde lid worden, worden vervangen door de volgende bepaling :
  " Voor elke kiezer vermeldt de kiezerslijst de naam, voornamen, geboortedatum en volledig adres.
  De lijst wordt volgens een doorlopende nummering per gemeente of eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, hetzij in alfabetische volgorde van de kiezers, hetzij in geografische volgorde volgens de straten. ";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. Uiterlijk de vijfentwintigste dag voor die van de verkiezing in het geval bedoeld bij artikel 6, § 1, of onmiddellijk nadat de kiezerslijst is opgemaakt in het geval bedoeld in artikel 6, § 2, stuurt het gemeentebestuur twee exemplaren van de kiezerslijst vermeld in § 1 van dit artikel aan de arrondissementscommissaris.
  Dit is niet vereist wanneer de verkiezing voor de Raad van de Duitstalige Gemeenschap tegelijk met de federale parlementsverkiezingen of met de verkiezing van het Europees Parlement plaatsvindt ";
  4° paragraaf 3 wordt opgeheven.

  Art. 126. In hoofdstuk I van titel III van dezelfde wet wordt een artikel 7bis (nieuw) ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7bis. - § 1. Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, exemplaren of afschriften ervan af te geven aan de personen die in naam van een politieke partij optreden, die daartoe uiterlijk de eerste dag van de tweede maand die voorafgaat aan die van de gewone verkiezing of, in geval van een buitengewone verkiezing georganiseerd met toepassing van artikel 6, § 2, binnen acht dagen na hetzij de bekendmaking van het besluit van de Regering tot vaststelling van de datum van de verkiezing, hetzij de datum van de beslissing van de Raad tot oproeping van het kiescollege bij aangetekende brief een aanvraag richten aan de burgemeester, en die er zich schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor de Raad voor te dragen.
  Elke politieke partij kan kosteloos twee exemplaren of afschriften van deze lijst krijgen, voor zover ze een kandidatenlijst voor de Raad voorlegt.
  De afgifte aan de in het eerste lid vermelde personen van bijkomende exemplaren of afschriften geschiedt tegen betaling van de kostprijs, die door het college van burgemeester en schepenen wordt bepaald.
  Indien een politieke partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 2. Iedere persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs exemplaren of afschriften van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de nadere regels bepaald in § 1, eerste lid.
  Het gemeentebestuur onderzoekt op het ogenblik van de afgifte of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.
  Indien de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 3. Het gemeentebestuur mag geen exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan die welke ze overeenkomstig § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid, aangevraagd hebben. De personen die deze exemplaren of afschriften hebben ontvangen, mogen ze op hun beurt niet meedelen aan derden.
  De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die worden afgegeven met toepassing van de §§ 1 en 2, mogen slechts voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden, inbegrepen buiten de periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt. "

  Art. 127. Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 8. - De bepalingen van de artikelen 13, 16 en 18 tot 39 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor de Raad.
  Voor die toepassing echter, wordt de verwijzing naar artikel 10, § 2, van het Kieswetboek in de artikelen 18 en 19 van dat Wetboek, vervangen door een verwijzing naar artikel 7, § 1, vierde lid, van deze wet. "

  Art. 128. In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " Voorzitter van de Executieve " vervangen door de woorden " Minister van Binnenlandse Zaken ";
  2° in het tweede lid wordt het woord " acht " vervangen door het woord " twaalf ".

  Art. 129. In artikel 10 van dezelfde wet wordt het vijfde lid vervangen door de volgende bepaling :
  " Deze brieven die worden opgemaakt overeenkomstig het model dat bij koninklijk besluit te bepalen is, vermelden de naam, de voornamen en de verblijfplaats van de kiezer en, in voorkomend geval, de naam van de echtgeno(o)t(e), alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat. De bij deze wet gevoegde onderrichtingen voor de kiezer worden er letterlijk op overgenomen. "

  Art. 130. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Wanneer anders gestemd wordt dan door middel van een stembiljet, kan de Koning het aantal kiezers per stemafdeling verhogen, zonder dat dit aantal 2 000 te boven mag gaan. ";
  2° in § 2, derde lid, worden de woorden " de bestendige deputatie van de provincie Luik " vervangen door de woorden " de Minister van Binnenlandse Zaken ".

  Art. 131. In artikel 13 van dezelfde wet wordt § 1 vervangen door de volgende bepaling :
  " § 1. Tot de dag van de verkiezing zenden de gemeentebesturen van het Duitse taalgebied rechtstreeks aan de voorzitters van de stembureaus, zodra die zijn aangewezen :
  1° de lijst van de personen die, nadat de kiezerslijst is opgemaakt, ervan geschrapt moeten worden, hetzij omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren, hetzij omdat ze van de bevolkingsregisters in België afgevoerd zijn ten gevolge van een maatregel van afvoering van ambtswege of wegens vertrek naar het buitenland, hetzij omdat ze overleden zijn;
  2° de kennisgevingen die hun ter uitvoering van artikel 13 van het Kieswetboek, na het opmaken van de kiezerslijst, worden medegedeeld;
  3° de wijzigingen die in de kiezerslijst zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen bedoeld in artikel 26 van het Kieswetboek, of van de arresten van het Hof van Beroep bedoeld in artikel 33 van hetzelfde Wetboek. "

  Art. 132. In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 wordt het volgende lid ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid :
  " De voorzitters van de stembureaus worden uiterlijk op de dertigste dag voor die van de verkiezing aangewezen. De voorzitters, bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stemopnemingsbureaus worden uiterlijk de twaalfde dag voor die van de verkiezing aangewezen. De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring, wat het kanton Eupen betreft, en de voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sankt Vith geven aan die aanwijzingen onmiddellijk kennis aan de betrokkenen en de gemeenteoverheid ";
  2° in § 3, tweede zin, wordt het woord " twee " vervangen door het woord " vier ";
  3° in § 4, tweede zin, wordt het woord " veertig " vervangen door het woord " dertig ";
  4° paragraaf 7 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 7. Tijdens de tweede maand die voorafgaat aan de maand van de verkiezing in het geval bedoeld bij artikel 6, § 1, of zodra de datum van de stemming is vastgesteld in het geval bedoeld bij artikel 6, § 2, maakt het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten van het Duitse taalgebied twee lijsten op :
  1° de eerste bevat de personen die bekleed kunnen worden met één van de ambten vermeld in § 1, eerste lid. Zij wordt uiterlijk op de drieëndertigste dag voor de verkiezing naar de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of van het kanton Sankt Vith gestuurd, naar gelang van het geval;
  2° de tweede bevat de kiezers die overeenkomstig § 4 aangewezen zouden kunnen worden, naar rata van twaalf personen per stemafdeling. Deze lijst mag de in 1° bedoelde personen niet bevatten. Zij wordt ten minste vijftien dagen voor de verkiezing naar de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of van het kanton Sankt Vith gestuurd, naar gelang van het geval. Deze stuurt ze op zijn beurt naar de voorzitters van de stembureaus die hij aangewezen heeft overeenkomstig § 1. De aangewezen personen worden ervan verwittigd. ";
  5° paragraaf 8 wordt opgeheven;
  6° paragraaf 9 wordt § 8;
  7° de verwijzing naar § 9 in §§ 3 en 4 wordt vervangen door een verwijzing naar § 8.

  Art. 133. Artikel 16 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 134. In artikel 20 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, worden de woorden " op vrijdag, drieëntwintigste dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur, of op zaterdag, tweeëntwintigste dag voor de stemming tussen 9 en 12 uur " vervangen door de woorden " op zaterdag, de negenentwintigste of zondag, de achtentwintigste dag voor die welke is vastgesteld voor de stemming, tussen 13 en 16 uur ";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. Ten minste drieëndertig dagen voor de verkiezing :
  1° maakt de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring, onder vermelding van de hierboven bepaalde dagen en uren, bekend op welke plaats hij de voordrachten van kandidaten in ontvangst zal nemen;
  2° maken de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring en die van het hoofdbureau van het kanton Sankt Vith, onder vermelding van de hierboven bepaalde dagen en uren, bekend op welke plaats zij de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en de stemopnemingsbureaus in ontvangst zullen nemen.
  Wanneer de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen welke op deze dag moeten plaats hebben, en die welke eraan voorafgaan, achtenveertig uur vervroegd. ";
  3° paragraaf 4 wordt opgeheven.

  Art. 135. In artikel 21, derde lid, van dezelfde wet, worden de woorden " de dertigste dag voor de verkiezing, tussen 10 en 12 uur " vervangen door de woorden " de veertigste dag voor de verkiezing, tussen 14 en 16 uur ".

  Art. 136. In artikel 22 van dezelfde wet wordt het vijfde lid vervangen door de volgende leden :
  " De vermelding van een letterwoord, in voorkomend geval, daarin begrepen het bijkomend element als bedoeld in artikel 21, § 2, derde lid, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, waarvan gebruik is gemaakt door een politieke formatie die vertegenwoordigd is in de Raad en waaraan ter gelegenheid van een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van de Raad, van de Wetgevende Kamers, van het Europees Parlement of van de Waalse Gewestraad bescherming is verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die formatie door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verboden.
  De lijst van de letterwoorden waarvan het gebruik is verboden, wordt de drieënveertigste dag voor de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. "

  Art. 137. In artikel 23, § 2, van dezelfde wet, wordt in het tweede lid het woord " beschermd " ingevoegd tussen de woorden " ander " en " letterwoord ".

  Art. 138. In artikel 24 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° pparagraaf 1 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 1. Artikel 119 van het Kieswetboek is van toepassing op de verkiezing voor de Raad.
  Voor deze toepassing echter :
  1° dienen in het eerste en het vierde lid de woorden " of collegehoofdbureau " te worden geschrapt;
  2° dient in het derde lid het woord " twintigste " vervangen te worden door het woord " zevenentwintigste ".;
  2° paragraaf 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. De artikelen 120 tot 125quater van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor de Raad.
  Voor deze toepassing echter :
  1° dienen telkens na de woorden " hoofdbureau van de kieskring " de woorden " of collegehoofdbureau " te worden geschrapt;
  2° dient in artikel 121, eerste lid, het woord " negentiende " vervangen te worden door het woord " zesentwintigste ";
  3° in artikel 123 :
  a) dient in het eerste lid het woord " zeventiende " vervangen te worden door het woord " vierentwintigste ";
  b) dienen in het derde lid onder 2° in plaats van de woorden " te groot aantal kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers " de woorden " meer kandidaten dan er leden te verkiezen zijn " gelezen te worden en dient 2°bis geschrapt te worden;
  c) dienen in het vierde lid de woorden " Behalve in het geval bedoeld onder 2°bis van het voorgaande lid, " geschrapt te worden;
  d) dienen in het vijfde lid de woorden " kandidaat-titularissen of -opvolgers " vervangen te worden door het woord " kandidaten ";
  e) dient het zesde lid geschrapt te worden;
  4° in artikel 124 :
  a) dient in het eerste lid het woord " zeventiende " vervangen te worden door het woord " vierentwintigste ";
  b) dienen in het derde lid in plaats van de woorden " krachtens artikel 116 aangewezen " de woorden " krachtens artikel 22, elfde lid, van deze wet aangewezen " gelezen te worden;
  5° in artikel 125 :
  a) dient het derde lid als volgt gelezen te worden :
  " In geval van beroep wordt de zaak, zonder dagvaarding of oproeping, voor de eerste Kamer van het Hof van Beroep van Luik gebracht op de twintigste dag voor de verkiezing, te 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is ";
  b) dienen in het vierde lid de woorden " met uitzondering van de beslissingen genomen op grond van artikel 119ter " geschrapt te worden;
  6° dient in artikel 125bis het eerste lid als volgt gelezen te worden :
  " De drieëntwintigste dag voor de verkiezing houdt de voorzitter van het Hof van Beroep van Luik zich, tussen 11 en 13 uur, in zijn Kabinet ter beschikking van de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring, om er uit zijn handen een uitgifte van het proces-verbaal te ontvangen houdende de verklaringen van beroep, alsmede alle stukken betreffende de geschillen waarvan het hoofdbureau kennis heeft gehad. ";
  7° dient in artikel 125ter het eerste lid als volgt gelezen te worden :
  " De voorzitter van het Hof van Beroep van Luik brengt de zaak op de rol van een terechtzitting van de eerste Kamer van dit Hof, die moet plaatshebben op de twintigste dag voor de verkiezing te 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is ". "

  Art. 139. In artikel 25, § 2, derde lid, van dezelfde wet wordt het woord " vijftiende " vervangen door het woord " tweeëntwintigste ".

  Art. 140. In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidend als volgt :
  " De afmetingen van het stembiljet worden bij koninklijk besluit bepaald op basis van het aantal te kiezen leden en van het aantal voorgedragen lijsten ";
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " Boven de naam en voornaam van elke alleenstaande kandidaat en boven elke kandidatenlijst " vervangen door de woorden " Boven elke kandidatenlijst ".

  Art. 141. In artikel 27 van dezelfde wet worden de woorden " dertiende " en " twaalfde " respectievelijk vervangen door de woorden " twintigste " en " negentiende ".

  Art. 142. Artikel 29 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 29. - Ten laste van de Staat komen de verkiezingsuitgaven voor het door hem geleverde papier voor de stembiljetten.
  Ten laste van de Duitstalige Gemeenschap komen de verkiezingsuitgaven voor :
  1° de verzekeringspremies om de lichamelijke schade te dekken die voortvloeit uit ongevallen die de leden van de kiesbureaus zijn overkomen in de uitoefening van hun ambt; de Koning bepaalt de regels volgens welke deze risico's worden gedekt;
  2° de reiskosten voorgelegd door de kiezers die op de dag van de verkiezing niet meer in de gemeente verblijven waar ze als kiezer zijn ingeschreven, onder de voorwaarden bepaald door de Koning;
  3° het presentiegeld en de reisvergoeding waarop de leden van de kiesbureaus aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden bepaald door de Koning.
  Ten laste van de gemeente zijn de door haar geleverde stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden volgens de door de Koning goedgekeurde modellen.
  Alle andere verkiezingsuitgaven zijn eveneens ten laste van de gemeente. "

  Art. 143. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, vierde lid, wordt de verwijzing naar artikel 29, tweede lid, vervangen door een verwijzing naar artikel 29, derde lid;
  2° paragraaf 4 wordt opgeheven;
  3° paragraaf 5 wordt § 4.

  Art. 144. In artikel 45 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 3, wordt het tweede lid vervangen door de volgende bepaling :
  " Het aantal raadsleden-opvolgers mag op geen enkele lijst het dubbel van het aantal verkozen titularissen overschrijden, noch minder dan drie bedragen. Wanneer echter het aantal kandidaten die niet tot titularis zijn verkozen lager is dan drie, worden die allemaal als opvolger verkozen verklaard ";
  2° er wordt een § 4 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 4. Wanneer een kandidaat voor de dag van de verkiezing overlijdt, gaat het bureau overeenkomstig §§ 2 en 3 tewerk alsof deze kandidaat niet op de lijst gestaan had waarop hij zich kandidaat gesteld had. De overleden kandidaat mag niet verkozen verklaard worden en geen enkele van de stemmen die uitgebracht zijn ten gunste van de volgorde van voordracht wordt aan hem toegekend. Er wordt echter rekening gehouden met het aantal naamstemmen die hij behaald heeft, om het kiescijfer te bepalen van de lijst waarop hij zich kandidaat gesteld had.
  Wanneer een kandidaat op de dag van de verkiezing of daarna, maar voor de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen bedoeld in artikel 46 overlijdt, gaat het bureau overeenkomstig §§ 2 en 3 van dit artikel tewerk alsof de betrokkene nog in leven was. Indien hij tot titularis verkozen is, moet de eerste opvolger van dezelfde lijst in zijn plaats zitting hebben.
  De eerste opvolger van dezelfde lijst moet ook zitting hebben in de plaats van de tot titularis verkozen kandidaat die na de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen, bedoeld in artikel 46, overlijdt. "

  Art. 145. In artikel 49 van dezelfde wet wordt § 6 vervangen door de volgende bepaling :
  " § 6. Voor de toepassing van de herhaling bedoeld in artikel 210 van het voormelde Wetboek, inzake niet-gewettigde onthouding van de stemming, worden slechts de verkiezingen voor de Raad in aanmerking genomen. "

  Art. 146. In dezelfde wet wordt op de plaats van titel VII die titel IX wordt, een nieuwe titel VII ingevoegd met als opschrift " Bijzondere bepalingen houdende organisatie van de gelijktijdige verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Waalse Gewestraad en het Europees Parlement ".

  Art. 147. In dezelfde wet wordt op de plaats van artikel 51, dat artikel 63 wordt en deel uitmaakt van de nieuwe titel IX, een nieuw artikel 51 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 51. - Wanneer de verkiezingen van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Waalse Gewestraad en het Europees Parlement op dezelfde dag plaatsvinden, worden de verkiezingsverrichtingen voor de Raad van de Duitstalige Gemeenschap geregeld bij de titels I tot VI van deze wet, onder voorbehoud van de nadere regels vastgesteld in deze titel. "

  Art. 148. In dezelfde wet worden op de plaats van artikel 52, dat artikel 64 wordt en deel uitmaakt van de nieuwe titel IX, een nieuw artikel 52 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 52. - Het hoofdbureau van elk kanton voor de Duitstalige Gemeenschap wordt in een bureau A en een bureau B gesplitst; het eerste fungeert voor de verkiezing van het Europees Parlement en het tweede voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap en van de Waalse Gewestraad.
  De aanwijzingen van de getuigen voor de stembureaus bedoeld in artikel 20, § 2, worden in ontvangst genomen door de voorzitter van bureau A.
  De hoofdbureaus van de kantons A worden voorgezeten door de voorzitters van de hoofdbureaus van de kantons, bedoeld in artikel 11, §§ 2 en 3.
  Het hoofdbureau van het kanton B te Eupen wordt voorgezeten door de vrederechter van Eupen; het hoofdbureau van het kanton B te Sankt Vith wordt voorgezeten door de plaatsvervangende vrederechter van Sankt Vith. "

  Art. 149. In dezelfde wet wordt op de plaats van artikel 53, dat artikel 65 wordt en deel uitmaakt van de nieuwe titel X, een nieuw artikel 53 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 53. - In afwijking van artikel 21, mogen de kandidaten voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap in de verklaring van bewilliging van hun kandidaatstelling vragen dat aan hun lijst hetzelfde letterwoord en hetzelfde volgnummer wordt toegekend :
  1° als die welke op federaal niveau toegekend zijn aan de lijsten voorgedragen voor de verkiezing van het Europees Parlement;
  2° als die welke toegekend zijn aan de lijsten voorgedragen voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad.
  De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap geeft uiterlijk de zevenentwintigste dag voor de stemming, voor 15 uur, kennis van dergelijke aanvragen, naar gelang van het geval, aan de voorzitter van het hoofdbureau van het Duitstalige college voor de verkiezing van het Europees Parlement en aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de Waalse Gewestraad.
  Deze voorzitters delen dit op hun beurt per telefax of per drager mede, naar gelang van het geval, aan de indieners van de kandidatenlijsten voor de verkiezing van het Europees Parlement en aan de indieners van de kandidatenlijsten in de kieskring Verviers voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad.
  Het verzoek kan alleen ingewilligd worden indien het de toestemming bekomt van ten minste twee van de eerste drie kandidaat-titularissen die voorkomen op de lijst waarvan het letterwoord en het volgnummer worden gevraagd. Deze toestemming wordt uitgedrukt in een door deze kandidaten ondertekende verklaring die, naar gelang van het geval, aan de voorzitter van het hoofdbureau van het Duitstalige college voor de verkiezing van het Europees Parlement en aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad overhandigd wordt op de zesentwintigste dag voor de stemming tussen 13 en 15 uur of de vijfentwintigste dag tussen 14 en 16 uur.
  Nadat het verzoek regelmatig is verklaard, moeten de lijsten voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap het gevraagde letterwoord en nummer krijgen.
  De voorzitter van het hoofdbureau van het Duitstalige college voor de verkiezing van het Europees Parlement en de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad geven, naar gelang van het geval, per telefax of per drager uiterlijk op de vierentwintigste dag voor de stemming voor 16 uur aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap kennis van de regelmatig ingewilligde verzoeken, de letterwoorden en de volgnummers toe te kennen aan de betreffende lijsten alsook het hoogste nummer dat, naar gelang van het geval, voor de verkiezing van het Europees Parlement en, in de kieskring Verviers, voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad toegekend is.
  De nummering van de lijsten voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap geschiedt eerst na de ontvangst van die kennisgeving en de loting voor de nog niet van volgnummer voorziene lijsten heeft plaats onder de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend is op nationaal niveau voor de verkiezing van het Europees Parlement en op gewestelijk niveau voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad. "

  Art. 150. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 54 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 54. - § 1. De stemverrichtingen zijn gemeenschappelijk voor de drie verkiezingen. Ieder stembureau beschikt over drie stembussen, respectievelijk voor de stembiljetten voor de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Waalse Gewestraad en het Europees Parlement.
  De omslagen waarin de stembiljetten voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap moeten worden gesloten, zijn van dezelfde kleur als die stembiljetten.
  Het proces-verbaal van de stemverrichtingen wordt opgemaakt in drie exemplaren; een exemplaar is bestemd voor het stemopnemingsbureau A voor de verkiezing van het Europees Parlement en twee exemplaren voor het stemopnemingsbureau B voor de verkiezing van respectievelijk de Raad van de Duitstalige Gemeenschap en de Waalse Gewestraad.
  De bijlagen die de drie verkiezingen betreffen, worden gehecht aan het exemplaar voor het stemopnemingsbureau A voor de verkiezing van het Europees Parlement.
  § 2. De stemopnemingsverrichtingen geschieden voor de drie verkiezingen enerzijds, door een A genoemd stemopnemingsbureau voor de verkiezing van het Europees Parlement en anderzijds, door een B genoemd stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap en de Waalse Gewestraad.
  Gedurende de verrichtingen wisselen de voorzitters van de stemopnemingsbureaus in tegenwoordigheid van de getuigen de biljetten uit die niet voor hen bestemd zijn en die bij vergissing in de stembussen gestoken zijn. Het aantal van die biljetten wordt in de processen-verbaal vermeld. "

  Art. 151. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 55 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 55. - De lijst van de in het bevolkingsregister van een Belgische gemeente ingeschreven Belgische kiezers die is opgemaakt voor de verkiezingen van het Europees Parlement, geldt ook als kiezerslijst voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap. "

  Art. 152. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 56 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 56. - De oproepingsbrieven voor de kiezers omvatten, behoudens de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 10, de aanvullende vermeldingen vereist voor de verkiezing van het Europees Parlement en voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad. "

  Art. 153. In dezelfde wet wordt op de plaats van titel VIII, die titel X wordt, en na artikel 56, een nieuwe titel VIII ingevoegd met als opschrift " Bijzondere bepalingen houdende organisatie van de gelijktijdige verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Waalse Gewestraad en de federale Wetgevende Kamers. "

  Art. 154. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 57 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 57. - Wanneer de verkiezingen voor de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Waalse Gewestraad en de Wetgevende Kamers op dezelfde dag plaatsvinden, worden de verkiezingsverrichtingen voor de Raad van de Duitstalige Gemeenschap geregeld door de titels I tot VI van deze wet, onder voorbehoud van de nadere regels vastgesteld in deze titel. "

  Art. 155. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 58 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 58. - Het hoofdbureau van elk kanton voor de Duitstalige Gemeenschap wordt in een bureau A en een bureau B gesplitst; het eerste fungeert voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordiger en van de Senaat en het tweede voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap en van de Waalse Gewestraad.
  De aanwijzingen van de getuigen voor de stembureaus bedoeld in artikel 20, § 2, worden in ontvangst genomen door de voorzitter van bureau A.
  De hoofdbureaus van de kantons A worden voorgezeten door de voorzitters van de hoofdbureaus van de kantons, bedoeld in artikel 11, §§ 2, en 3.
  Het hoodbureau van het kanton B te Eupen wordt voorgezeten door de vrederechter van Eupen : het hoofdbureau van het kanton B te Sankt Vith wordt voorgezeten door de plaatsvervangende vrederechter van Sankt Vith. "

  Art. 156. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 59 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 59. - In afwijking van artikel 21, mogen de kandidaten voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap in hun verklaring van bewilliging van hun kandidaatstelling vragen dat aan hun lijst hetzelfde letterwoord en hetzelfde volgnummer wordt toegekend :
  1° als die welke toegekend zijn aan de lijsten voorgedragen voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers;
  2° als die welke toegekend zijn aan de lijsten voorgedragen voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad.
  De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring voor de Raad van de Duitstalige Gemeenschap geeft uiterlijk op de twintigste dag voor de stemming voor 15 uur, kennis van dergelijke aanvragen, naar gelang van het geval, aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de Waalse Gewestraad.
  Deze voorzitters delen dit op hun beurt per telefax of per drager mede, naar gelang van het geval, aan de indieners van kandidatenlijsten in hun kieskring voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Waalse Gewestraad.
  Het verzoek kan alleen ingewilligd worden indien het de toestemming bekomt van ten minste twee van de eerste drie kandidaat-titularissen op de lijst waarvan het letterwoord en het volgnummer worden gevraagd. Deze toestemming wordt uitgedrukt in een door de bedoelde kandidaten ondertekende verklaring die, naar gelang van het geval, aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de verkiezing van de Waalse Gewestraad overhandigd wordt op de achttiende dag voor de stemming tussen 13 en 15 uur of de zeventiende dag tussen 14 en 16 uur.
  Nadat het verzoek regelmatig is verklaard, moeten de lijsten voor de verkiezingen van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap het gevraagde letterwood en volgnummer krijgen.
  De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de Kamer van Volksvertegenwoorders en de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Verviers voor de Waalse Gewestraad geven, naar gelang van het geval, per telefax of per drager uiterlijk op de zeventiende dag voor de stemming voor 18 uur aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, kennis van de regelmatig ingewilligde verzoeken, de letterwoorden en de volgnummers toe te kennen aan de betreffende lijsten alsook het hoogste nummer dat, naar gelang van het geval, in de kieskring Verviers toegekend is voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Waalse Gewestraad.
  De nummering van de lijsten voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap geschiedt eerst na de ontvangst van die kennisgeving en de loting voor de nog niet van volgnummers voorziene lijsten heeft plaats onder de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat in de kieskring Verviers toegekend is voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Waalse Gewestraad. "

  Art. 157. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 60 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 60. - § 1. De stemverrichtingen zijn gemeenschappelijk voor de verkiezingen voor de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Waalse Gewestraad, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.
  Elk stembureau beschikt over vier stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Waalse Gewestraad, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.
  De omslagen waarin de stembiljetten of de stukken betreffende de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap moeten worden gesloten, zijn van dezelfde kleur als de stembiljetten.
  Het proces-verbaal van de stemverrichtingen wordt opgemaakt in drie exemplaren, waarvan er twee bestemd zijn voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezingen van de Raden en het andere voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Wetgevende Kamers.
  De bijlagen die de vier verkiezingen betreffen, worden gehecht aan het exemplaar voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Wetgevende Kamers.
  § 2. De stemopnemingsverrichtingen geschieden voor de vier verkiezingen enerzijds door een A genoemd stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat en anderzijds door een B genoemd stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap en de Waalse Gewestraad.
  Gedurende de verrichtingen wisselen de voorzitters van de stemopnemingsbureaus in tegenwoordigheid van de getuigen de stembiljetten uit die niet voor hen bestemd zijn en die bij vergissing in hun stembussen gestoken zijn. Het aantal van die biljetten wordt in de processen-verbaal vermeld. "

  Art. 158. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 61 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 61. - De lijst van de kiezers opgemaakt voor de verkiezingen van de Wetgevende Kamers geldt ook als kiezerslijst voor de verkiezing van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap ".

  Art. 159. Art. 167. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 62 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 62. - De oproepingsbrieven voor de kiezers omvatten, behoudens de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 10, de aanvullende vermeldingen vereist voor de verkiezing van de Wetgevende Kamers en de Waalse Gewestraad ".

  TITEL VI. - Wijzigingen van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop de Brusselse Hoofdstedelijke Raad wordt verkozen.

  Art. 160. In artikel 3 van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop de Brusselse Hoofdstedelijke Raad wordt verkozen, gewijzigd bij de wet van 31 maart 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden " de Executieve dat de datum van die verkiezing bepaalt " vervangen door de woorden " de Regering of van de beslissing van de Raad dat, naar gelang van het geval, de datum van die verkiezing bepaalt ";
  2° tussen het derde en het vierde lid worden de volgende leden ingevoegd :
  " Van de lijst van de kiezers worden geschrapt : de kiezers die, tussen de datum waarop de lijst van de kiezers wordt opgemaakt en de dag van de verkiezing, de Belgische nationaliteit verliezen of tegen wie een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland is genomen.
  De kiezers tegen wie na de datum waarop de kiezerslijst wordt opgemaakt, een veroordeling of een beslissing is uitgesproken die voor hen de uitsluiting van het kiesrecht dan wel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt. ";
  3° het vijfde lid, dat het zevende lid wordt, wordt vervangen door het volgende lid :
  " Voor elke persoon die voldoet aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden, vermeldt de kiezerslijst de naam, de voornamen, de geboortedatum en het volledige adres. De lijst wordt volgens een doorlopende nummering per gemeente of in voorkomend geval per wijk van de gemeente opgemaakt, hetzij in alfabetische volgorde, hetzij geografisch volgens de straten. ".

  Art. 161. Artikel 3bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 3bis. - § 1. Het gemeentebestuur is veplicht, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, exemplaren of afschriften ervan af te geven aan de personen die in naam van een politieke partij optreden en die daartoe uiterlijk de eerste dag van de tweede maand die de gewone verkiezing voorafgaat of, in geval van een buitengewone verkiezing georganiseerd met toepassing van artikel 15 van bijzondere wet binnen acht dagen na hetzij de bekendmaking van het besluit van de Regering tot vaststelling van de datum van de verkiezing, hetzij de datum van de beslissing van de Raad houdende samenroeping van het kiescollege, bij aangetekende brief een aanvraag richten aan de burgemeester en die er zich schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor de Raad voor te dragen.
  Elke politieke partij kan kosteloos twee exemplaren of afschriften van deze lijst krijgen, voor zover ze een kandidatenlijst voor de Raad indient.
  De afgifte aan de in het eerste lid vermelde personen van bijkomende exemplaren of afschriften geschiedt tegen betaling van de kostprijs, die door het college van burgemeester en schepenen wordt bepaald.
  Indien een politieke partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij van de kiezerslijst geen gebruik maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 2. Ieder persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs exemplaren of afschriften van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de nadere regelen bepaald in § 1, eerste lid.
  Het gemeentebestuur onderzoekt op het ogenblik van de afgifte of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.
  Indien de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 3. Het gemeentebestuur mag geen exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan die welke ze overeenkomstig § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid, aangevraagd hebben. De personen die deze exemplaren of afschriften hebben ontvangen, mogen ze op hun beurt niet meedelen aan derden.
  De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die worden afgegeven met toepassing van de §§ 1 en 2, mogen slechts voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden, inbegrepen buiten de periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt. ".

  Art. 162. In dezelfde wet wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3ter. - De artikelen 13, 16 en 18 tot 39 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor de Raad.
  Voor deze toepassing echter wordt de verwijzing naar artikel 10, § 2, van het Kieswetboek in de artikelen 18 en 19 van dat Wetboek, vervangen door een verwijzing naar artikel 3, zevende lid, van deze wet. ".

  Art. 163. In artikel 4, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " de artikelen 90, eerste lid, en 91 van het Kieswetboek " vervangen door de woorden " de artikelen 90 en 91, eerste tot derde lid, van het Kieswetboek ".

  Art. 164. In dezelfde wet wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 5bis. - Tot de dag van de verkiezing zenden de gemeentebesturen van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest rechtstreeks aan de voorzitters van de stembureaus, zodra die zijn aangewezen :
  1° de lijst van de personen die, nadat de kiezerslijst voor de Raad is opgemaakt, ervan geschrapt moeten worden, hetzij omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren, hetzij omdat ze van de bevolkingsregisters van de gemeente geschrapt zijn ten gevolge van een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland, hetzij omdat ze overleden zijn;
  2° de kennisgevingen die hun ter uitvoering van artikel 13 van het Kieswetboek, na het opmaken van de kiezerslijst voor de Raad worden medegedeeld;
  3° de wijzigingen die in de kiezerslijst voor de Raad zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen bedoeld in artikel 26 van het Kieswetboek, of van de arresten van het hof van beroep bedoeld in artikel 33 van het voormelde Wetboek;

  Art. 165. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 6. - De artikelen 93, eerste lid, 95, 96, eerste en tweede lid, 100, 102, eerste en derde lid, 103 en 104 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor de Raad.
  Voor deze toepassing dient echter te worden gelezen :
  1° in artikel 95, § 3, in plaats van de woorden " de voorzitter van het arrondissementshoofdbureau of van het collegehoofdbureau ", de woorden " de voorzitter van het gewestbureau ";
  2° in artikel 95, § 4, derde lid, 9°, in plaats van de woorden " uit de kiezers van het arrondissement ", de woorden " uit de kiezers voor de Raad ";
  3° in artikel 95, § 12, in plaats van de verwijzingen naar de artikelen 105 en 106, verwijzingen naar respectievelijk artikel 11 en 15 van de bijzondere wet;
  4° in artikel 96, tweede lid, tweede zin, in plaats van de woorden " van het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers alsmede aan de voorzitter van het collegehoofdbureau ", de woorden " van het gewestbureau ";
  5° in artikel 100, in plaats van de woorden " uit de kiezers van het arrondissement ", de woorden " uit de kiezers voor de Raad ";
  6° in artikel 104, eerste lid, in plaats van de woorden " van de collegehoofdbureaus, van de hoofdbureaus van een kieskring ", de woorden " van het gewestbureau ". "

  Art. 166. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 7. - Ten laste van de Staat zijn de verkiezingsuitgaven in verband met het papier voor de stembiljetten dat door hem geleverd wordt.
  Ten laste van de gemeente zijn de door haar geleverde stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden.
  Onverminderd het bepaalde in artikel 3 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de gewesten en gemeenschappen komen alle andere verkiezingsuitgaven eveneens ten laste van de gemeente. ".

  Art. 167. In artikel 7bis, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1989, wordt het woord " acht " vervangen door het woord " twaalf ".

  Art. 168. In artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 maart 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het vierde lid wordt de eerste zin vervangen door de volgende zin :
  " De brieven, opgesteld volgens een bij koninklijk besluit te bepalen model, bevatten de naam, de voornamen en de verblijfplaats van de kiezer en in voorkomend geval de naam van de echtgeno(o)t(e), alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat. ";
  2° in het vijfde lid worden de woorden " te voren " en het woord " tweede " respectievelijk vervangen door de woorden " voor de verkiezingsdatum " en door het woord " derde ";
  3° het vijfde lid wordt aangevuld met de volgende zin : " Van deze mogelijkheid wordt melding gemaakt in het in artikel 7bis vermelde bericht. "

  Art. 169. In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de tweede zin van het tweede lid worden de woorden ", met dien verstande dat de kandidaten afzonderlijke getuigen mogen aanwijzen voor elk van de stembureaus en stemopnemingsbureaus en dat de getuigen kiezers voor de Raad moeten zijn " geschrapt;
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
  " Voor deze toepassing echter :
  1° moeten in het vierde lid in plaats van de woorden " voor de Wetgevende Kamers zijn in het arrondissement " de woorden " voor de Raad zijn " gelezen worden;
  2° met in het vijfde lid de verwijzing naar de artikelen 147, 162 en 179 van het Kieswetboek vervangen worden door een verwijzing naar de artikelen 16, § 4, 19, § 2, en 20, § 3, van deze wet;
  3° moeten in het zesde lid de woorden " zelfs indien zij geen kiezer zijn in het arrondissement " geschrapt worden ". "

  Art. 170. In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de huidige tekst vormt § 1;
  2° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Elke in de Raad vertegenwoordigde politieke formatie kan een voorstel indienen om bescherming te verkrijgen voor het letterwoord dat zij in de voordrachten van de kandidaten wil vermelden. Het letterwoord dat bovenaan de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan, is samengesteld uit ten hoogste zes letters ";
  3° het tweede lid wordt vervangen door de volgende leden :
  " Om geldig te zijn, moet het voorstel worden ondertekend door ten minste vijf raadsleden behorend tot de politieke formatie die het letterwoord zal gebruiken. Wanneer een politieke formatie in de Raad echter vertegenwoordigd is door minder dan vijf leden, wordt het voorstel ondertekend door alle raadsleden dit tot die formatie behoren. Elk raadslid mag slechts één enkel voorstel ondertekenen.
  Niemand kan een voorstel tot bescherming van een letterwoord ondertekenen en tegelijk kandidaat zijn op een lijst die een ander letterwoord gebruikt. ";
  4° in het derde lid wordt het woord " parlementslid-ondertekenaar " vervangen door " ondertekenend raadslid ";
  5° een § 2 luidend als volgt wordt toegevoegd :
  " § 2. De vermelding van een letterwoord waarvan gebruik is gemaakt door een politieke formatie die vertegenwoordigd is in de Raad en waaraan bij een vorige verkiezing voor de vernieuwing van de Raad, de Wetgevende Kamers of het Europees Parlement bescherming is verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die formatie door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verboden.
  De lijst van de letterwoorden waarvan het gebruik verboden is, wordt de drieënveertigste dag vóór de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. ".

  Art. 171. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, derde lid, worden de woorden " artikel 116, vierde lid, eerste zin, van het Kieswetboek " vervangen door de woorden " artikel 10, § 1, eerste lid, tweede volzin, "
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één lijst. "

  Art. 172. Artikel 13, § 1, derde lid, van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 173. In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de woorden " volgens het als bijlage 2 bij deze wet gevoegde model ";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
  " De afmetingen ervan worden bij koninklijk besluit bepaald naar gelang van het aantal te kiezen leden en van het aantal voorgedragen lijsten. ";
  3° paragraaf 2, vierde lid, wordt vervangen door het volgende lid :
  " De namen en voornamen van de kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers worden in de volgorde van de voordracht vermeld in de kolom bestemd voor de lijst waartoe zij behoren. De vermelding " opvolgers " staat boven de namen en voornamen van de kandidaten voor de plaatsen van opvolger. ";
  4° in § 4, eerste lid, wordt de volgende zin ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin :
  " Zij zijn groen van kleur ";
  5° paragraaf 4, derde lid, wordt opgeheven.

  Art. 174. Artikel 15, § 1, vierde lid, van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 175. In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, zesde lid, worden de woorden " de naam " vervangen door de woorden " de naam en voornaam ";
  2° paragraaf 2, 2°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 2° de bepalingen van de artikelen 142, 146 en 147bis, van dat Wetboek. ";
  3° tussen de §§ 2 en 3 wordt een nieuwe § 3 ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. De kiezer ontvangt een stembiljet uit de handen van de voorzitter.
  Na rechthoekig in vieren te zijn dichtgevouwen zodanig dat de stemvakken bovenaan op de lijsten zich aan de binnenzijde bevinden, wordt dit biljet open voor de voorzitter gelegd, die het in dezelfde vouwen weer toevouwt; het wordt aan de keerzijde gemerkt met een stempel met de naam van het kanton waar de stemming plaatsheeft en de datum van de verkiezing. Het bureau wijst ten minste vijf plaatsen aan waar de stempel mag worden aangebracht; daarna wordt de plaats door het lot bepaald. Deze loting wordt op verzoek van een van de leden van het stembureau of van een getuige, eens of meermaals herhaald gedurende de verrichtingen. Oordeelt het stembureau een dergelijk voorstel niet dadelijk te kunnen aannemen, dan kan het lid van het stembureau of de getuige eisen dat de redenen van de weigering in het proces-verbaal worden opgenomen.
  De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een van de stemhokjes; hij brengt er zijn stem uit, toont aan de voorzitter zijn behoorlijk opnieuw in vieren gevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus, nadat de voorzitter of een door hem aangesteld bijzitter de oproepingsbrief heeft gemerkt met de in het vorige lid vermelde stempel. Het is hem verboden zijn stembiljet bij het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Doet hij zulks, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, dat onmiddellijk onbruikbaar wordt gemaakt, en hij verplicht de kiezer opnieuw te stemmen.
  De kiezer die door onoplettendheid het hem overhandigde stembiljet beschadigt, kan aan de voorzitter een ander vragen, tegen teruggave van het eerste, dat onmiddellijk onbruikbaar gemaakt wordt.
  De voorzitter schrijft op de stembiljetten die ter uitvoering van de vorige leden zijn teruggenomen, de vermelding : " Teruggenomen stembiljet " en parafeert ze.
  Een kiezer die wegens een lichaamsgebrek niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door iemand laten begeleiden of bijstaan. Beider naam wordt in het proces-verbaal vermeld.
  Betwist een bijzitter of een getuige de echtheid of de ernst van het aangevoerde lichaamsgebrek, dan beslist het stembureau en zijn met redenen omklede beslissing wordt in het proces-verbaal opgenomen. ";
  4° in het eerste lid van § 3 die § 4 wordt, worden de woorden " op grond van de artikelen 143, derde lid, en 145 van het Kieswetboek en " vervangen door de woorden " op grond van § 3, derde, vierde en vijfde lid van dit artikel alsook ".

  Art. 176. Artikel 17, § 1, van dezelfde wet, wordt vervangen door de volgende paragraaf :
  " § 1. De bepalingen van de artikelen 149, eerste lid, 150 tot 152, 154 en 155 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor de Raad.
  Voor deze toepassing echter dient :
  1° in artikel 151, eerste lid, de verwijzing naar artikel 161, achtste lid, vervangen te worden door een verwijzing naar artikel 19, § 1, zevende lid van deze wet;
  2° in artikel 155, derde lid, de verwijzing naar artikel 143, derde lid, en 145 vervangen te worden door een verwijzing naar artikel 16, § 3, derde, vierde en vijfde lid van deze wet. "

  Art. 177. In artikel 19, § 2, derde lid, tweede zin, van dezelfde wet wordt de verwijzing naar artikel 16, § 3, vervangen door een verwijzing naar artikel 16, § 4.

  Art. 178. In artikel 20 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven;
  2° in § 3, eerste lid, worden de woorden " artikelen 143, derde lid, en 145 van het Kieswetboek " vervangen door de woorden " artikel 16, § 3, derde, vierde en vijfde lid van deze wet ";
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt :
  " In voorkomend geval overhandigt de griffier van de rechtbank van eerste aanleg aan de vrederechters desgevraagd de kiezerslijsten betreffende het gebied waarover deze bevoegd zijn ".

  Art. 179. In titel II van dezelfde wet wordt na artikel 20 een nieuw hoofdstuk IVbis ingevoegd, met als opschrift :
  " HOOFDSTUK IVbis. - Bijzondere bepaling. "

  Art. 180. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 20bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 20bis. - Wanneer een kandidaat voor de dag van de verkiezing overlijdt, gaat het gewestbureau tewerk alsof deze kandidat niet op de lijst gestaan had waarop hij zich kandidaat gesteld had. De overleden kandidaat mag niet gekozen verklaard worden en geen enkele van de stemmen die uitgebracht zijn ten gunste van de volgorde van voordracht wordt aan hem toegekend. Er wordt echter rekening gehouden met het aantal naamstemmen die hij behaald heeft, om het kiescijfer te bepalen van de lijst waarop hij zich kandidaat gesteld had.
  Wanneer een kandidaat op de dag van de stemming of daarna, maar voor de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen overlijdt, gaat het gewestbureau tewerk alsof de betrokkene nog in leven was. Indien hij tot titularis gekozen is, moet de eerste opvolger van dezelfde lijst in zijn plaats zitting hebben.
  De eerste opvolger van dezelfde lijst moet ook zitting hebben in de plaats van de gekozen kandidaat die na de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen overlijdt. "

  Art. 181. Het opschrift van hoofdstuk V van titel II van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende opschrift : " Straffen en sanctie op de stemplicht. "

  Art. 182. Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 21. - § 1. De bepalingen van titel V - Straffen - en titel VI - Sanctie op de stemplicht - van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor de Raad.
  § 2. De kandidaat die de verbodsbepalingen bedoeld in de artikelen 10, § 1, derde lid, en 11, § 1, elfde lid, van deze wet overtreedt, kan gestraft worden met de straffen vermeld in artikel 202 van het Kieswetboek.
  Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt. Om die schrapping te verzekeren, doet de voorzitter van het gewestbureau onmiddellijk na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de kandidatenlijsten, langs de snelste weg een uittreksel uit alle ingediende lijsten toekomen aan de Minister van Binnenlandse Zaken. Dit uittreksel moet de naam, de voornaam en de geboortedatum van de kandidaten alsook het letterwoord van de lijst bepaald bij artikel 10 inhouden.
  In voorkomend geval geeft de Minister van Binnenlandse Zaken uiterlijk de vierentwintigste dag voor de stemming, te 16 uur, aan de voorzitter van het gewestbureau kennis van de gevallen van kandidaatstelling die een overtreding vormen van de bepalingen van dit artikel.
  § 3. De straffen vermeld in artikel 202 van het Kieswetboek zijn ook van toepassing op al wie op dezelfde dag achtereenvolgens in twee of meer stemafdelingen van dezelfde gemeente of in verschillende gemeenten gestemd heeft, ook al is hij ingeschreven op de kiezerslijsten van die verschillende gemeenten of afdelingen.
  § 4. Voor de toepassing van de herhaling bedoeld in artikel 210 van het Kieswetboek, inzake ongewettigde onthouding bij de stemming, worden slechts de verkiezingen voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad in aanmerking genomen. "

  Art. 183. In artikel 23 van dezelfde wet worden de woorden " het hoofdbureau van de provincie Brabant " vervangen door de woorden " het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde ".

  Art. 184. In artikel 24, vierde lid, van dezelfde wet worden de woorden " het hoofdbureau van de provincie Brabant " vervangen door de woorden " het hoofdbureau van de kieskring Bussel-Halle-Vilvoorde ".

  Art. 185. Artikel 27 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 27. - De lijst van de Belgische kiezers die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, opgemaakt voor de verkiezing van het Europees Parlement, geldt ook als kiezerslijst voor de verkiezing van de Raad ".

  Art. 186. In dezelfde wet wordt na artikel 28 een titel IIIbis ingevoegd, waarvan het opschrift luidt als volgt :
  " TITEL IIIbis. - Bijzondere bepalingen houdende organisatie van de gelijktijdige verkiezingen van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Wetgevende Kamers. "

  Art. 187. Artikel 29 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 29. - Wanneer de verkiezingen voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en voor de Wetgevende Kamers op dezelfde dag plaatshebben, gelden de titels I en II van deze wet voor de kiesverrichtingen voor deze Raad, onder voorbehoud van de nadere regels vastgesteld in deze titel. ".

  Art. 188. In plaats van artikel 30 van dezelfde wet, dat artikel 35 van die wet wordt, wordt een artikel 30 (nieuw) ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 30. - Het hoofdbureau van elk kanton voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest wordt in een bureau A en een bureau B gesplitst : het eerste fungeert voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat, het tweede voor de verkiezing van de Raad.
  De aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus bedoeld in artikel 9, tweede lid, worden in ontvangst genomen door de voorzitter van bureau A.
  Het hoofdbureau van kanton B wordt voorgezeten door de vrederechter van het tweede of in voorkomend geval van het derde gerechtelijk kanton, indien de gemeente die hoofdplaats is van het kieskanton verscheidene vredegerechten omvat; in de andere gevallen door de plaatsvervangend vrederechter. "

  Art. 189. In dezelfde wet wordt een artikel 31 (nieuw) ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 31. - De kandidaten voor de verkiezing voor de Raad mogen in hun verklaring van bewilliging vragen dat aan hun lijst hetzelfde letterwoord en hetzelfde volgnummer wordt toegekend als die welke toegekend zijn aan de lijsten voorgedragen voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
  De voorzitter van het gewestbureau geeft uiterlijk op de zevenentwintigste dag voor de stemming, voor 15 uur, kennis van dergelijke aanvragen aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
  Deze voorzitter brengt op zijn beurt per telefax of per bode onverwijld de personen op de hoogte die in zijn kieskring kandidatenlijsten voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers ingediend hebben.
  Het verzoek kan alleen ingewilligd worden indien het de toestemming bekomt van ten minste twee van de eerste drie kandidaten die voorkomen op de lijst waarvan het letterwoord en het volgnummer worden gevraagd. De toestemming wordt uitgedrukt in een door de bedoelde kandidaten ondertekende verklaring die aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers, op de zesentwintigste dag voor de stemming tussen 13 en 16 uur, overhandigd wordt.
  Nadat het verzoek regelmatig is verklaard, moeten de lijsten voor de verkiezing voor de Raad in de bedoelde kieskring het gevraagde letterwoord en nummer krijgen.
  Zodra de volgnummers zijn toegekend, geeft de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers aan de voorzitter van het gewestbureau voor de verkiezing voor de Raad, onverwijld kennis van de regelmatig ingewiligde verzoeken, van de aan de betrokken lijsten toegekende volgnummers alsook van het hoogste nummer dat toegekend werd tijdens de loting die hij gedaan heeft.
  De nummering van de lijsten voor de verkiezing voor de Raad geschiedt eerst na de ontvangst van die kennisgeving en de loting voor de nog niet van volgnummers voorziene lijsten heeft plaats onder de onmiddellijk hogere nummers die in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde toegekend zijn voor de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers ".

  Art. 190. In dezelfde wet wordt een artikel 32 (nieuw) ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 32. - § 1. De stemverrichtingen zijn gemeenschappelijk voor de verkiezingen voor de Raad, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.
  Elk stembureau beschikt over drie stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor de Raad, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.
  De omslagen waarin de stembiljetten of de stukken betreffende de verkiezing voor de Raad moeten worden gesloten, zijn van dezelfde kleur als de stembiljetten.
  Het proces-verbaal van de stemverrichtingen wordt opgemaakt in twee exemplaren, het ene bestemd voor het stemopnemingsbureau van de verkiezing voor de Raad en het andere voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing voor de Wetgevende Kamers.
  De bijlagen die beide verkiezingen betreffen, worden gehecht aan de het exemplaar voor het stemopnemingsbureau van de verkiezing voor de Wetgevende Kamers.
  § 2. De stemopnemingsverrichtingen geschieden voor de verkiezing voor de Wetgevende Kamers en voor de verkiezing voor de Raad door onderscheiden stemopnemingsbureaus die respectievelijk A en C genoemd worden. De benaming bureau B is voorbehouden voor de splitsing van het stemopnemingsbureau voor de Wetgevende Kamers overeenkomstig artikel 149, tweede en derde lid, van het Kieswetboek.
  Gedurende de verrichtingen wisselen de voorzitters van de stemopnemingsbureaus in tegenwoordigheid van getuigen de biljetten uit die niet voor hen bestemd zijn en die bij vergissing in de stembussen gestoken zijn. Het aantal van die biljetten wordt in de processen-verbaal vermeld ".

  Art. 191. In dezelfde wet wordt een artikel 33 (nieuw) ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 33. - De lijst van de kiezers opgemaakt voor de verkiezing voor de Wetgevende Kamers geldt ook als kiezerslijst voor de verkiezing voor de Raad ".

  Art. 192. In dezelfde wet wordt een artikel 34 (nieuw) ingevoegd, luidend als volgt :
  " Artikel 34. - De oproepingsbrieven voor de kiezers omvatten, benevens de vermeldingen voorgechreven bij artikel 8, de aanvullende vermeldingen vereist voor de verkiezing voor de Wetgevende Kamers. "

  Art. 193. § 1. Model I dat bij dezelfde wet gevoegd is en de onderrichtingen voor de kiezers bevat, wordt vervangen door het, als bijlage 6, bij deze wet gevoegde model I.
  § 2. Model I, bijlage 7 van deze wet, wordt als bijlage 2 bij dezelfde wet gevoegd.

  TITEL VII. - Wijzigingen van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement.

  Art. 194. In artikel 3 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de huidige tekst, die er het eerste lid van vormt, wordt aangevuld met de woorden " alsook, in voorkomend geval, de aanvullende lijst van de kiezers, bedoeld in artikel 1, § 2, 2° ";
  2° het volgende lid wordt toegevoegd :
  " Voor elke persoon die voldoet aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden, vermelden de kiezerslijsten bedoeld in het eerste lid de naam, de voornamen, de geboortedatum en het volledige adres, alsook voor de kiezers bedoeld in artikel 1, § 2, 2°, de nationaliteit. De lijsten worden, volgens een doorlopende nummering, per gemeente of, in voorkomend geval, per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten ".

  Art. 195. Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 4. - Uiterlijk de vijfentwintigste dag voor die van de verkiezing stuurt het gemeentebestuur twee exemplaren van de lijst van de kiezers bedoeld in artikel 1, § 1, en in voorkomend geval van de aanvullende lijst van de kiezers bedoeld in artikel 1, § 2, 2°, aan de provinciegouverneur of aan de door hem aangewezen ambtenaar.
  Voor de gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest worden die lijsten aan de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad gestuurd of aan de ambtenaar die hij aanwijst.
  Voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren worden de exemplaren bedoeld in het eerste lid respectievelijk aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen en aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren gestuurd ".

  Art. 196. Artikel 5 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Bovendien vermeldt de betrokkene het kiescollege waartoe hij wil behoren. ".

  Art. 197. Artikel 7, § 2, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. De voorzitter van het bijzonder kiesbureau deelt het juiste aantal kiezers behorend tot het Franstalige, het Nederlandstalige en het Duitstalige kiescollege mee aan de voorzitters van respectievelijk het hoofdbureau van de provincie Antwerpen, het hoofdbureau van de provincie Namen en het collegehoofdbureau van het Duitstalige kiescollege. ".

  Art. 198. Artikel 8 van dezelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Art. 8. - Het in artikel 13 bedoelde bijzonder kiesbureau is gehouden exemplaren of afschriften van de lijst van de Belgische kiezers die op het grondgebied van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap verblijven, zodra zij is opgemaakt, af te geven aan de personen die uiterlijk de zestigste dag vóór de verkiezing daartoe een aanvraag per ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van dat bureau hebben gedaan.
  Iedere politieke partij kan twee exemplaren of afschriften van deze lijst kosteloos verkrijgen op voorwaarde dat zij een kandidatenlijst bij het Nederlandse, het Franse of het Duitstalige kiscollege voor de verkiezing van het Europees Parlement neerlegt.
  Dat voordeel mag door het bureau niet worden geweigerd als de aanvraag om exemplaren is ingediend door toedoen van de Minister van Binnenlandse Zaken en als deze verklaard heeft dat de hoedanigheid van de indiener van de aanvraag hem bekend is.
  De afgifte van bijkomende exemplaren of afschriften aan de in het eerste lid bedoelde personen geschiedt tegen betaling van een som gelijk aan de door het bijzonder kiesbureau te bepalen kostprijs.
  Indien de politieke partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij van de kiezerslijst geen gebruik maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  Artikel 17, §§ 2 en 3, van het Kieswetboek is van overeenkomstige toepassing. "

  Art. 199. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 9. - De verkiezing van het Europees Parlement wordt gehouden op basis van de vier volgende kieskringen :
  1° de Vlaamse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren, met uitzondering van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde;
  2° de Waalse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Waalse Gewest behoren, met uitzondering van de gemeenten van het Duitse taalgebied;
  3° de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die de administratieve arrondissementen Brussel-Hoofdstad en Halle-Vilvoorde omvat;
  4° de Duitstalige kieskring die de gemeenten van het Duitse taalgebied omvat. "

  Art. 200. Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 10. - § 1. Er zijn drie kiescolleges : een Nederlands, een Frans en een Duitstalig.
  De personen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van een gemeente van de Vlaamse kieskring, behoren tot he Nederlandse kiescollege; degenen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van een gemeente van de Waalse kieskring, behoren tot het Franse kiescollege; degenen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van een gemeente van de Duitstalige kieskring, behoren tot het Duitstalige kiescollege.
  De prsonen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van een gemeente van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, behoren tot hetzij het Nederlandse kiescollege, hetzij het Franse kiescollege.
  De kiezers met werkelijke verblijfplaats in de gemeenten Voeren en Komen-Waasten die te Aubel en te Huevelland stemmen, behoren onderscheidenlijk tot het Franse en tot het Nederlandse kiescollege.
  De in artikel 1, § 2, 1°, bedoelde kiezers behoren tot het Nederlandse, Franse of Duitstalige kiescollege naar gelang van de keuze die zij overeenkomstig artikel 5 gemaakt hebben.
  § 2. Voor de verkiezingen van 12 juni 1994 kiezen de kiezers van het Nederlandse kiescollege veertien vertegenwoordigers en die van het Franse kiescollege tien.
  § 3. Voor de daaropvolgende verkiezingen wordt de verdeling van de vertegenwoordigers tussen de Nederlandse en Franse kiescolleges door de Koning bepaald in verhouding tot de bevolking.
  Aan elk kiescollege worden evenveel zetels toegekend als het aantal maal dat de bevolking die eronder ressorteert de nationale deler bevat die wordt verkregen door het bevolkingscijfer van het Rijk, min de bevolking van de gemeenten van het Duitse taalgebied, te delen door 24. De overblijvende zetel wordt toegekend aan het college met het grootste nog niet vertegenwoordigde bevolkingsoverschot.
  De bevolking die onder het Nederlandse kiescollege ressorteert, wordt bepaald door bij de bevolking van de Vlaamse kieskring de bevolking van het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde en het deel van de bevolking van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, dat verkregen wordt door de bevolking van dit arrondissement te vermenigvuldigen met het percentage van het aantal geldig uitgebrachte stemmen op de Nederlandstalige lijsten ten opzichte van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen bij de verkiezing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, te voegen.
  De bevolking die onder het Franse kiescollege ressorteert, wordt bepaald door bij de bevolking van de Waalse kieskring het deel van de bevolking van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad dat verkregen wordt door de bevolking van dit arrondissement te vermenigvuldigen met het percentage van het aantal geldig uitgebrachte stemmen op de Franstalige lijsten ten opzichte van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen bij de verkiezing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, te voegen.
  § 4. De bevolkingscijfers die in aanmerking genomen moeten worden, zijn de meest recente die overeenkomstig artikel 49, § 3, tweede lid, van de Grondwet vastgesteld worden.
  De in § 3, derde en vierde lid, bedoelde verkiezing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad is die welke het laatst heeft plaatsgehad vóórdat de Koning, overeenkomstig het derde lid van onderhavige paragraaf, het aantal zetels dat aan elk college toekomt, bepaalt.
  De Koning bepaalt het aantal zetels dat aan elk college toegekend moet worden voor de eerste maal vóór 1 januari 1998 en voor de volgende malen binnen een termijn van zes maanden na de bekendmaking van de bevolkingscijfers overeenkomstig artikel 49, § 3, tweede lid, van de Grondwet.
  § 5. De kiezers van het Duitstalige kiescollege verkiezen één vertegenwoordiger. "

  Art. 201. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, wordt het eerste lid door de volgende bepaling vervangen :
  " Het collegehoofdbureau is gevestigd te Mechelen voor het Nederlandse kiescollege, te Namen voor het Franse kiescollege en te Eupen voor het Duitstalige kiescollege. ";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met de volgende leden :
  " In afwijking van de vorige leden wordt een hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde ingesteld, dat de functies van het provinciehoofdbureau uitoefent voor deze kieskring. Het zetelt te Brussel. De secretaris van dit bureau wordt door de voorzitter aangewezen onder de kiezers van deze kieskring.
  Het collegehoofdbureau van het Duitstalige kiescollege oefent de aan het provinciehoofdbureau verleende functies uit voor wat de Duitstalige kieskring betreft. ";
  3° een § 3bis wordt toegevoegd tussen de §§ 3 en 4, luidend als volgt :
  " § 3bis. Het hoofdbureau van de provincie Vlaams-Brabant is enkel bevoegd voor de kieskring Leuven. ".

  Art. 202. Artikel 13 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De voorzitter van het hoofdbureau van het Duitstalige kiescollege mag een bijzitter en een plaatsvervangend bijzitter aanwijzen om aan de activiteiten van dat bureau deel te nemen. ".

  Art. 203. Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 14. - De stembiljetten afkomstig van de op het grondgebied van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap verblijvende Belgische kiezers worden opgenomen door, naar gelang van het kiescollege waarvoor de kiezer geopteerd heeft, één van de stemopnemingsbureaus die op het niveau van de kieskantons Mechelen, Namen en Eupen worden samengesteld. ".

  Art. 204. In artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, worden de woorden " het hoofdbureau van de provincie Brabant hem, ter uitvoering van artikel 26, § 2, het vereiste aantal stembiljetten voor de in artikel 1, § 2, 1°, bedoelde kiezers, heeft toegezonden, " vervangen door de woorden " het hoofdbureau van de provincie Antwerpen, het hoofdbureau van de provincie Namen en het collegehoofdbureau van het Duitstalige kiescollege hem, ter uitvoering van artikel 26, § 2, het vereiste aantal stembiljetten voor de in artikel 1, § 2, 1°, bedoelde kiezers, hebben toegezonden, ";
  2° in dezelfde § 1, 2°, worden de woorden " conform het bij deze wet gevoegd model IIC " vervangen door de woorden " van het kiescollege waarvoor hij geopteerd heeft ".

  Art. 205. In artikel 21 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 26/90 van 14 juli 1990, wordt opnieuw in de volgende lezing opgenomen :
  " § 1. De voordracht van kandidaten moet worden ondertekend :
  - hetzij door ten minste vijf Belgische parlementsleden die in het Parlement tot de taalgroep behoren die overeenstemt met de taal vermeld in de in § 2, zesde lid, van dit artikel bedoelde taalverklaring van de kandidaten;
  - hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Vlaamse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Nederlans kiescollege, hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Waalse kieskring of van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Franse kiescollege, hetzij door ten minste tweehonderd kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Duitstalige kieskring wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Duitstalige kiescollege.
  Voor de toepassing van deze bepaling behoren, wanneer de voordrachtsakte door kiezers wordt ondertekend, de Belgische kiezers die op het grondgebied van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap verblijfhouden, tot het college waarvoor zij gekozen hebben overeenkomstig artikel 5, laatste lid. ";
  2° in het vierde lid van § 2 wordt de eerste zin vervangen door de volgende zin :
  " De vermelding van een letterwoord, in voorkomend geval met inbegrip van het bijkomend element bedoeld in het derde lid, waarvan gebruik is gemaakt door een politieke formatie die vertegenwoordigd is in een van beide Kamers en waarvan bij een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van het Europees Parlement, van de Wetgevende Kamers of van de Gemeenschaps- of Gewestraden bescherming werd verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die formatie, door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verboden. ";
  3° in dezelfde § 2, zesde lid, wordt de tweede zin vervangen door de volgende zin :
  " In dezelfde verklaring moeten de kandidaten die worden voorgedragen om te worden verkozen door het Nederlandse, het Franse of het Duitstalige kiescollege bevestigen dat zij respectievelijk Nederlandstalig, Franstalig of Duitstalig zijn. ".

  Art. 206. In artikel 22, tweede lid, 8°, van dezelfde wet worden de volgende woorden toegevoegd :
  " of voor de vijfde kamer van het Hof van Beroep van Luik als het kandidaten betreft die voorgedragen zijn voor het Duitstalige kiescollege, ".

  Art. 207. In artikel 23 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " of IIb " vervangen door de woorden ", IIb of IIc ";
  2° in het derde lid worden de woorden " provincie Brabant " vervangen door de woorden " kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde " en de woorden " Brusselse kieskring " door de woorden " deze kieskring ".

  Art. 208. In artikel 24 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 1. Een afschrift van het door het Nederlandse of Franse collegehoofdbureau opgemaakte modelstembiljet wordt onverwijld gezonden aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en aan de voorzitter van het hoofdbureau van elke provincie die, naargelang van het geval, tot de Vlaamse of Waalse kieskring behoort. ";
  2° in § 3, eerste lid, worden de woorden " provincie Brabant " vervangen door de woorden " kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde " en de woorden " Brusselse kieskring " door de woorden " deze kieskring ";
  3° in dezelfde § 3, tweede lid, worden de woorden " model II C " vervangen door de woorden " model II d ".

  Art. 209. In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " De voorzitter van het provinciehoofdbureau laat " vervangen door de woorden " De voorzitter van het hoofdbureau van elke provincie, de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en de voorzitter van het hoofdbureau van het Duitstalige kiescollege laten ";
  2° in dezelfde § 1, tweede lid, worden de woorden " zendt de voorzitter van elk provinciehoofdbureau " vervangen door de woorden " zenden de voorzitter van elk provinciehoofdbureau, de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en die van het Duitstalige kiescollege ";
  3° in § 2, worden het eerste en het tweede lid, vervangen door de volgende bepaling :
  " Buiten de nodige stembiljetten die de voorzitters van het hoofdbureau van de provincie Antwerpen, het hoofdbureau van de provincie Namen en het collegehoofdbureau van het Duitstalige kiescollege voor de stemverrichtingen in hun provincie of kieskring laten drukken, gelasten zij, ieder wat hem betreft, ook het drukken van het vereiste aantal stembiljetten voor de in artikel 1, § 2, 1°, bedoelde kiezers. Daartoe steunen zij op de mededeling die hen is gedaan in uitvoering van artikel 7, § 2.
  Zodra die stembiljetten gedrukt zijn, zenden de voorzitters ze, in verzegelde omslag aan de voorzitter van het bijzonder kiesbureau bedoeld in artikel 13, teneinde dit bureau in de mogelijkheid te stellen de kiezers, voor wie ze bestemd zijn, ter stemming op te roepen. Op de omslag wordt het aantal stembiljetten vermeld dat hij bevat. ".

  Art. 210. Artikel 27 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 27. - De Staat levert het stempapier. De stembiljetten worden op blauw papier gedrukt. De afmetingen ervan worden bepaald door de Koning.
  De in artikel 130, eerste lid, 2° tot 4°, van het Kieswetboek bedoelde uitgaven zijn ten laste van de Staat. Wanneer de verkiezing van het Europees Parlement evenwel samenvalt met die voor de Gewest- en Gemeenschapsraden, zijn deze uitgaven voor de helft ten laste van de Staat.
  Ten laste van de gemeente zijn de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden die zij leveren volgens de door de Koning goedgekeurde modellen.
  Onverminderd artikel 4 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen zijn alle andere verkiezingsuitgaven eveneens ten laste van de gemeenten.
  Alleen de in artikel 1, §§ 1 en 2, 2°, van deze wet bedoelde kiezers kunnen aanspraak maken op de in artikel 130, eerste lid, 3°, van het Kieswetboek genoemde vergoeding. ".

  Art. 211. In artikel 31, § 4, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " aan de voorzitter van het hoofdbureau van het kanton Brussel overhandigen " vervangen door de woorden " overhandigen aan de voorzitter van het hoofdbureau van het kanton Mechelen, aan de voorzitter van het hoofdbureau van het kanton Namen of aan de voorzitter van het hoofdbureau van het kanton Eupen, naar gelang van het geval ".

  Art. 212. Artikel 32 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 32. - Overeenkomstig de beslissing van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de bepaling van de duur voor de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, stelt de Koning de datum van de verkiezing van het Europees Parlement vast. "

  Art. 213. In artikel 34 van dezelfde wet worden de woorden " de Brusselse kieskring " vervangen door de woorden " de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde ".

  Art. 214. Artikel 35, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde maakt twee verzamelstaten op :
  - de ene in het Nederlands gesteld waarop de uitkomsten opgenomen worden die door de kantonhoofdbureaus uit de kieskring geregistreerd werden op de tabellen bestemd voor het Nederlandse collegehoofdbureau;
  - het andere in het Frans gesteld waarop de uitkomsten opgenomen worden die door de kantonhoofdbureaus uit de kieskring geregistreerd werden op de tabellen bestemd voor het Franse collegehoofdbureau. "

  Art. 215. Artikel 41, eerste lid, 3°, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 3° ofwel Nederlandstalig zijn indien men zich aanmeldt voor het Nederlandse kiescollege, ofwel Franstalig indien men zich aanmeldt voor het Franse kiescollege, ofwel Duitstalig indien men zich aanmeldt voor het Duitstalige kiescollege. "

  Art. 216. Artikel 45 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 217. Het model Ib, dat als bijlage I bij dezelfde wet is gevoegd, wordt vervangen door de modellen Ib - a, Ib - b en Ib - c, als bijlage 8 bij deze wet zijn gevoegd.
  De modellen II.a., II.b. en II.c., die als bijlage II bij dezelfde wet zijn gevoegd, worden respectievelijk vervangen door de modellen II.a., II.b. en II.d., die als bijlage 9 bij deze wet zijn gevoegd, en worden aangevuld met model II.c., dat als bijlage 9 bij deze wet is gevoegd.

  Art. 218. De Koning brengt de bepalingen van de wet van 23 maart 1989, gewijzigd bij deze wet, in overeenstemming met de bepalingen van het Kieswetboek waarnaar zij verwijzen en die sedert de inwerkingtreding van de voormelde wet gewijzigd werden; Hij past de modellen IIa en IIb aan; zo stelt Hij ook een model IIc in, waarbij het huidige model IIc model IId wordt.

  TITEL VIII. - Wijzigingen van de provinciewet en van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen.

  HOOFDSTUK I. - Wijziging van de provinciewet.

  Art. 219. In artikel 1bis van de provinciewet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de getallen 50, 60, 70, 80 en 90 vervangen door respectievelijk de getallen 47, 56, 65, 75 en 84;
  2° in het tweede lid wordt het getal 86 vervangen door het getal 80.

  Art. 220. § 1. Artikel 2, derde lid, van dezelfde wet, wordt vervangen door het volgende lid :
  " De groepering van de kieskantons en de aanwijzing van de districtshoofdplaatsen worden vastgesteld overeenkomstig de bij deze wet gevoegde tabel. De verdeling van de raadsleden over de kiesdistricten wordt om de tien jaar herzien en bij koninklijk besluit met het bevolkingscijfer in overeenstemming gebracht binnen twee jaar volgend op hetzij de volkstelling, hetzij de vaststelling van het bevolkingscijfer ".
  § 2. De bij de provinciewet gevoegde tabel wordt vervangen door de tabel die als bijlage 10 bij deze wet opgenomen is.

  Art. 221. Artikel 5, ingevoegd in dezelfde wet door de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 5. - § 1. In het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad is er een commissaris van de federale regering, die de titel voert van gouverneur. Hij verblijft te Brussel. Zijn statuut is gelijk aan dat van de commissarissen van de federale regering, provinciegouverneurs. Hij oefent binnen zijn ambtsgebied de bevoegdheden uit bepaald in de artikelen 124, 128 en 129.
  § 2. In het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad is er benevens de commissaris van de federale regering, gouverneur, bedoeld in § 1, een commissaris van de federale regering, vice-gouverneur.
  Hij moet blijk geven van een grondige kennis van de Nederlandse taal en van de Franse taal.
  Hij wordt door de Koning benoemd en ontslagen.
  Hij verblijft te Brussel.
  Hij moet het ambt van de gouverneur uitoefenen tijdens diens afwezigheid of wanneer het ambt vacant is.
  De Koning wijst de persoon aan die het ambt van vice-gouverneur moet vervullen tijdens diens afwezigheid of wanneer het ambt vacant is. Indien de afwezigheid echter niet langer dan vijftien dagen duurt, wijst de vice-gouverneur zijn plaatsvervanger zelf aan.
  De vervanger van de vice-gouverneur moet voldoen aan de in het tweede lid gestelde voorwaarden.
  Voor het overige is zijn rechtstoestand gelijk aan die van de commissaris van de federale regering, gouverneur.
  § 3. De gouverneur en de vice-gouverneur worden bijgestaan door rijkspersoneel dat door de federale regering ter beschikking wordt gesteld. Zij hebben de leiding over dit personeel ".

  Art. 222. In dezelfde wet wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 5bis. - In de provincie Vlaams-Brabant is er benevens de commissaris van de federale regering, gouverneur van de provincie, bedoeld in de artikelen 1 en 4, een commissaris van de federale regering, adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
  Hij moet blijk geven van een grondige kennis van de Nederlanse taal en van de Franse taal.
  Hij wordt door de Koning benoemd en ontslagen.
  Hij verblijft in de hoofdplaats van de provincie.
  Hij wordt bijgestaan door rijkspersoneel dat door de federale regering ter beschikking wordt gesteld.
  De bepalingen betreffende de vervanging van de vice-gouverneur vermeld in artikel 5, § 2, zijn op dezelfde wijze van toepassing op de vervanging van de adjunct van de gouverneur.
  Voor het overige is zijn statuut gelijk aan dat van de commissarissen van de federale regering, provinciegouverneurs ".

  Art. 223. Artikel 96 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " In afwijking van het tweede lid, wordt ten minste één lid van de bestendige deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant in het arrondissement Halle-Vilvoorde genomen uit de raadsleden die in het gebied gekozen zijn of aldaar hun woonplaats hebben ".

  Art. 224. In artikel 100 van dezelfde wet worden de woorden " vier jaar " vervangen door de woorden " zes jaar ".

  Art. 225. Artikel 104, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1987, wordt opgeheven.

  Art. 226. In artikel 131bis, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " en de vice-gouverneur van de provincie Brabant " worden geschrapt;
  2° de woorden " In de gevallen bedoeld in het derde lid van artikel 56 van de gemeentewet " worden vervangen door de woorden " In de gevallen bedoeld in het tweede lid van artikel 83 van de nieuwe gemeentewet ".

  Art. 227. Artikel 132 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 132. - Met uitzondering van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad is er, voor één of meer arrondissementen, een commissaris van de federale regering, die de titel voert van arrondissementscommissaris ".

  Art. 228. Dezelfde wet wordt aangevuld met een titel XI luidend als volgt :
  " TITEL XI. - Bijzondere en overgangsbepalingen in verband met Brabant.
  Art. 140bis. - § 1. In afwijking van artikel 66, stelt de Senaat de rekeningen van de provincie Brabant vast voor het jaar 1994 en eventueel voor de voorgaande jaren. Die rekeningen worden de Senaat voorgelegd samen met de opmerkingen van het Rekenhof.
  § 2. De in de artikelen 4, derde lid, 105, § 3, en 113bis, vierde lid, bedoelde lasten worden vanaf 1 januari 1995 overgenomen door respectievelijk de provincie Vlaams-Brabant, de provincie Waals-Brabant en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, naargelang van het geval, afhankelijk van de gemeente waar de betrokkene verbleef op het tijdstip van zijn verkiezing of verbleef op 1 januari van het laatste jaar in de loop waarvan hij onder de provincie Brabant ressorteerde.
  Art. 140ter. - De leden van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant die op de datum van de inwerkingtreding van deze wet in functie zijn, blijven hun mandaat uitoefenen tot 31 december 1994.
  Art. 140quater. - De zaken die tot de rechtsprekende taak van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant behoren en bij deze deputatie aanhangig zijn op 1 januari 1995 voor wat die provincie betreft, worden verwezen :
  - naar de bestendige deputatie van de provincieraad van Waals-Brabant, wanneer het voorwerp van de vordering zich in het administratief arrondissement Nijvel bevindt;
  - naar de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, wanneer het voorwerp van de vordering zich in het administratief arrondissement Leuven of Halle-Vilvoorde bevindt;
  - naar het college bedoeld in artikel 83quinquies van de wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, wanneer het voorwerp van de vordering zich in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad bevindt.
  Indien het voorwerp van de vordering niet in één van de voormelde administratieve arrondissementen gesitueerd kan worden, bepaalt de verblijfplaats van de eiser welk orgaan, één van die bestendige deputaties of het college, bevoegd is om kennis te nemen van de vordering. "
  Art. 140quinquies. - De zaken die op 1 januari 1995 bij de provinciale overheden van de provincie Brabant aanhangig zijn en die niet tot de in artikel 140quater bedoelde rechtsprekende taak behoren, worden, voor wat die provincie betreft, verwezen :
  - naar de provinciale overheden van de provincie Waals-Brabant, wanneer het voorwerp van de zaak zich in het administratief arrondissement Nijvel bevindt;
  - naar de provinciale overheden van de provincie Vlaams-Brabant, wanneer het voorwerp van de zaak zich in het administratief arrondissement Leuven of Halle-Vilvoorde bevindt;
  - naar de aldaar bevoegde overheden, wanneer het voorwerp van de zaak zich in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad bevindt.
  Art. 140sexies. - Wanneer, overeenkomstig het laatste lid van de overgangsbepaling bij artikel 53 van de Grondwet na 31 december 1994 een senator moet worden vervangen die door de provincieraad van Brabant werd gekozen, kiest de Senaat een lid op voordracht van de senatoren die tot dezelfde senaatsfractie behoren als de te vervangen senator. Dit lid moet in de provincie Vlaams-Brabant, de provincie Waals-Brabant of het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad gedomicileerd zijn ".

  HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen.

  Art. 229. Artikel 1 van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen, gewijzigd bij de wet van 26 juli 1948, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 1. - § 1. Om provincieraadskiezer te zijn, moet men :
  1° Belg zijn;
  2° de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
  3° in de bevolkingsregisters van een gemeente van de provincie ingeschreven zijn;
  4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing bepaald bij het Kieswetboek.
  § 2. De voorwaarden vermeld in § 1, 2° en 4°, moeten vervuld zijn op de dag van de verkiezing; die vermeld in § 1, 1° en 3°, moeten dat zijn op de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten.
  § 3. De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing, de Belgische nationaliteit verliezen of niet meer in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente ingeschreven zijn, worden van de kiezerslijst geschrapt.
  De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt.
  § 4. Uiterlijk de vijfentwintigste dag vóór de datum van de verkiezing stuurt het gemeentebestuur aan de Provinciegouverneur of aan de ambtenaar die hij aanwijst twee exemplaren van de kiezerslijst.
  § 5. De kiezerslijst vastgesteld voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt gebruikt voor de gewone vergadering van de kiescolleges om te voorzien in de vernieuwing van de provincieraden.
  In geval van een opengevallen plaats bedoeld in artikel 36, tweede lid, stelt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst vast op de dag van de beslissing van de provincieraad houdende bijeenroeping van het kiescollege. "

  Art. 230. In dezelfde wet wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 1bis. - § 1. Van het kiesrecht zijn voorgoed uitgesloten en tot de stemming mogen niet worden toegelaten zij die tot een criminele straf zijn veroordeeld.
  § 2. In de uitoefening van het kiesrecht worden geschorst en tot de stemming mogen niet worden toegelaten zolang die onbekwaamheid duurt :
  1° De gerechtelijk onbekwaamverklaarden, de personen onder statuut van verlengde minderjarigheid met toepassing van de wet van 29 juni 1973, en zij die geïnterneerd zijn met toepassing van de bepalingen van de hoofdstukken I tot VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964.
  De kiesonbekwaamheid houdt op terzelfder tijd als de gerechtelijke onbekwaamheid, de verlengde minderjarigheid of met de definitieve invrijheidstelling van de geïnterneerde.
  2° Zij die tot een correctionele hoofdgevangenisstraf van ten minste drie maand zijn veroordeeld uit hoofde van een opzettelijk wanbedrijf of tot een militaire gevangenisstraf van ten minste drie maand.
  De onbekwaamheid duurt zes jaar wanneer de straf drie maand tot minder dan drie jaar bedraagt en twaalf jaar, wanneer de straf ten minste drie jaar bedraagt.
  3° Zij die ter beschikking van de Regering zijn gesteld met toepassing van artikel 380bis, 3°, van het Strafwetboek of met toepassing van de artikelen 22 en 23 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964.
  De kiesonbekwaamheid van de onder 3° bedoelde personen houdt op wanneer de terbeschikkingstelling van de Regering een einde neemt.
  § 3. De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of wier kiesrecht geschorst is, worden naar rata van één steekkaart per betrokken persoon alfabetisch in een kaartenbestand ingeschreven. Het wordt doorlopend bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. Dit bestand bevat voor elk van die personen uitsluitend de vermeldingen bepaald in artikel 1ter, § 1, tweede lid. De steekkaarten die zijn opgemaakt op naam van de personen wier kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt. Dat bestand mag niet worden samengesteld noch bijgehouden met behulp van geautomatiseerde middelen. De inhoud ervan mag niet aan derden worden meegedeeld.
  § 4. Artikel 87 van het Strafwetboek is niet toepasselijk op de gevallen van onbekwaamheid die in de §§ 1 en 2 zijn opgesomd.
  § 5. Is de veroordeling uitgesproken met uitstel dan wordt de in § 2, 2°, bedoelde onbekwaamheid opgeschort tijdens de duur van het uitstel.
  Is de veroordeling gedeeltelijk met uitstel uitgesproken dan wordt voor de toepassing van de bepalingen van § 2, 2°, alleen rekening gehouden met het gedeelte zonder uitstel uitgesproken.
  Wordt de veroordeling uitvoerbaar, dan begint de schorsing van het kiesrecht die eruit voortvloeit op de dag van de nieuwe veroordeling of van de beslissing tot intrekking van het uitstel.
  § 6. Bij veroordeling tot verschillende straffen bedoeld in § 2, 2°, worden de daaruit voortvloeiende onbekwaamheden gecumuleerd zonder dat evenwel de totale duur twaalf jaar mag overschrijden.
  Hetzelfde geldt bij nieuwe veroordeling tot één of meer straffen bedoeld in § 2, 2°, uitgesproken tijdens de duur van de onbekwaamheid die volgt uit een voorgaande veroordeling, zonder dat nochtans de onbekwaamheid minder dan zes jaar na de laatste veroordeling kan ophouden. "

  Art. 231. In dezelfde wet wordt een artikel 1ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 1ter. - § 1. De parketten van de hoven en rechtbanken zijn gehouden aan de burgemeesters van de gemeente, waar de belanghebbenden op het ogenblik van de veroordeling of internering in de bevolkingsregisters ingeschreven waren, evenals aan de belanghebbenden zelf, kennis te geven van alle veroordelingen of interneringen, waartegen met geen gewoon rechtsmiddel meer kan worden opgekomen en die uitsluiting van het kiesrecht of opschorting van dit recht ten gevolge hebben.
  De kennisgeving vermeldt :
  1. de naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, en de verblijfplaats van de veroordeelde of de geïnterneerde;
  2. het gerecht dat de beslissing heeft gewezen en de datum van de beslissing;
  3. de uitsluiting van het kiesrecht of de datum waarop de opschorting van dit recht ophoudt.
  De parketten van de hoven en rechtbanken geven eveneens kennis van de datum waarop de internering een einde heeft genomen.
  De griffiers van de hoven en rechtbanken geven aan de burgemeesters van de gemeenten waar de betrokkenen in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn, kennis van onbekwaamverklaring en van de opheffing van onbekwaamverklaring.
  De Minister van Justitie bepaalt de wijze van opmaking van die berichten en de Minister van Binnenlandse Zaken de manier waarop ze door de gemeentebesturen moeten behandeld, bewaard, en in geval van verandering van verblijfplaats, doorgezonden worden.
  § 2. Op de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, brengt het college van burgemeester en schepenen ter algemene kennis, door een bericht in de gebruikelijke vorm gesteld, dat een ieder zich tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing tijdens de diensturen tot de gemeentesecretaris kan wenden om na te gaan of hijzelf of een ander op de lijst staat dan wel met een juiste vermelding erop staat. Dit bericht maakt melding van de bij artikel 1quater voorgeschreven procedure van bezwaar en beroep.
  § 3. Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, exemplaren of afschriften ervan af te geven aan de personen die in naam van een politieke partij optreden, daartoe uiterlijk op 1 augustus van het jaar waarin de gewone verkiezing plaats heeft of, in het geval van een buitengewone verkiezing bedoeld in artikel 36, tweede en derde lid, binnen acht dagen die volgen op de beslissing van de provincieraad en die zich er schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor de provincieraad voor te dragen.
  Elke politieke partij kan kosteloos twee exemplaren of afschriften van deze lijst krijgen, voor zover ze een kandidatenlijst indient in het kiesdistrict waar de gemeente ligt bij welke de aanvraag om afgifte van de lijst is ingediend overeenkomstig het eerste lid.
  De afgifte aan de in het eerste lid vermelde personen van bijkomende exemplaren of afschriften geschiedt tegen betaling van de kostprijs, die door het college van burgemeester en schepenen wordt bepaald.
  Indien een politieke partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 4. Ieder persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs exemplaren of afschriften van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de nadere regelen bepaald in § 3, eerste lid.
  Het gemeentebestuur onderzoekt, op het ogenbelik van de afgifte, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.
  indien de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 5. Het gemeentebestuur mag geen exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan die welke ze overeenkomstig § 3, eerste lid, of § 4, eerste lid, aangevraagd hebben.
  De personen die deze exemplaren of afschriften hebben ontvangen, mogen ze op hun beurt niet meedelen aan derden.
  De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die worden afgegeven met toepassing van de §§ 3 en 4, mogen slechts voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden, inbegrepen buiten de periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt. "

  Art. 232. In dezelfde wet wordt een artikel 1quater ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 1quater. - § 1. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst moet vastgesteld zijn, kan ieder die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op deze lijst de voorgeschreven vermeldingen onjuist zijn, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
  § 2. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst moet vastgesteld zijn, kan ieder die de kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervult, in het kiesdistrict waarin de gemeente ligt waar hij op de kiezerslijst is ingeschreven, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van deze lijst, of tegen enige onjuistheid in de voorgeschreven vermeldingen.
  § 3. Het in de §§ 1 of 2 bedoelde bezwaar wordt ingediend bij verzoekschrift en moet, samen met de bewijsstukken waarvan de verzoeker gebruik wenst te maken, tegen ontvangstbewijs neergelegd worden op de gemeentescretarie of onder een ter post aangetekende brief worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen.
  De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, is verplicht het op de datum van ontvangst in te schrijven in een bijzonder register en een ontvangstbewijs van het bezwaar en van de overlegde bewijsstukken af te geven; voor ieder bezwaar een dossier aan te leggen; de overgelegde stukken te nummeren en te paraferen en ze met hun volgnummer in te schrijven op de bij ieder dossier gevoegde inventaris.
  § 4. Wanneer de verzoeker verklaart niet in staat te zijn te schrijven, kan het bezwaar mondeling worden ingebracht. Het wordt door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde ontvangen.
  De ambtenaar die het ontvangt, maakt daarvan dadelijk proces-verbaal op, waarin hij vaststelt dat de betrokkene hem verklaart niet in staat te zijn te schrijven.
  Het proces-verbaal neemt de door betrokkene ingeroepen middelen over. De ambtenaar dagtekent en ondertekent het proces-verbaal en overhandigt een duplicaat aan de verschijnende persoon na het hem te hebben voorgelezen.
  De ambtenaar handelt vervolgens zoals in § 3, tweede lid, is voorgeschreven.
  § 5. Het gemeentebestuur voegt kosteloos aan het dossier een afschrift of uittreksel toe van alle in zijn bezit zijnde officiële stukken die de verzoeker aanvoert om een wijziging van de kiezerslijst te verantwoorden.
  Het gemeentebestuur voegt ambtshalve bij het dossier alle in zijn bezit zijnde officiële stukken die de door de betrokkene ingeroepen middelen, opgenomen in het overeenkomstig § 4 opgestelde proces-verbaal, kracht kunnen bijzetten.
  § 6. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of de zaken zal of zullen worden behandeld.
  Deze rol wordt ten minste vierentwintig uur voor de vergadering aangeplakt op de gemeentesecretarie, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen.
  Het gemeentebestuur geeft onverwijld en met alle middelen, kennis aan de verzoeker alsook, in voorkomend geval, aan de betrokken partijen, van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden.
  Deze kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat, zoals bepaald in § 9, tweede tot vierde lid, het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend.
  § 7. Gedurende de termijn bepaald in § 6 worden het dossier van de bezwaren en het in § 8, tweede lid, bedoelde verslag op de secretarie ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden.
  § 8. Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of van het in § 4 vermeld proces-verbaal, en in elk geval voor de zevende dag voor die van de verkiezing.
  Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, indien zij verschijnen.
  § 9. Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke en met redenen omklede beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven.
  De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het in het vorige lid vermelde register een verklaring van beroep te ondertekenen.
  De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden.
  Wanneer de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gelegd.
  De beslissing van het college wordt neergelegd op de gemeentesecretarie, waar een ieder er kosteloos inzage van kan nemen.
  Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst. "

  Art. 233. In dezelfde wet wordt een artikel 1quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 1quinquies. - § 1. De burgemeester zendt onverwijld aan het hof van beroep, met alle middelen, een expeditie van de beslissingen van het college waartegen beroep is ingesteld alsook alle documenten die de gedingen betreffen.
  De partijen worden verzocht voor het hof te verschijnen binnen vijf dagen na ontvangst van het dossier en in elk geval vóór de dag die de verkiezing voorafgaat. Het staat hun vrij hun conclusies schriftelijk naar de kamer te sturen die is aangewezen om de zaak te onderzoeken.
  § 2. Indien het hof een getuigenverhoor beveelt, kan het dit aan een vrederechter opdragen.
  § 3. Indien het getuigenverhoor plaatsheeft voor het hof, geeft de griffier aan de partijen ten minste vierentwintig uur van tevoren kennis van de vastgestelde dag en de te bewijzen feiten.
  § 4. De getuigen mogen vrijwillig verschijnen, zonder dat zij hun recht op getuigengeld verliezen. Zij zijn verplicht te verschijnen op enkele dagvaarding. Zij leggen de eed af zoals in correctionele zaken. In geval van niet-verschijning of van valse getuigenis worden zij vervolgd en gestraft zoals in correctionele zaken.
  De straffen bepaald tegen niet-verschijnende getuigen worden evenwel zonder vordering van het openbaar ministerie toegepast door het hof of door de magistraat die het getuigenverhoor afneemt.
  § 5. In getuigenverhoren betreffende kiesrechtzaken kan een getuige niet worden ondervraagd met toepassing van artikel 937 van het Gerechtelijk Wetboek.
  Bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad van één der partijen mogen evenwel niet als getuige worden gehoord.
  § 6. De debatten voor het hof zijn openbaar.
  § 7. Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer het woord aan de partijen, die zich mogen laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat.
  Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen; dit arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er kosteloos inzake van kunnen nemen.
  Het beschikkend gedeelte van het arrest wordt door toedoen van het openbaar ministerie met alle middelen onverwijld ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen, dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen, en van de andere partijen.
  Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd, wanneer het een wijziging van de kiezerslijst inhoudt.
  § 8. Over het beroep wordt zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan. Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen; ze zijn niet vatbaar voor beroep. "

  Art. 234. In dezelfde wet wordt een artikel 1sexies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 1sexies. - § 1. In het door meer dan één verzoeker ingediende verzoekschrift wordt één enkele woonplaats gekozen; bij gebreke daarvan worden de verzoekers geacht bij de eerste verzoeker woonplaats te hebben gekozen.
  § 2. Het getuigengeld wordt geregeld zoals in strafzaken.
  § 3. De partijen schieten de kosten voor.
  Niet alleen de eigenlijke procedurekosten worden begroot, maar ook de kosten van de stukken die de partijen tot staving van hun eisen hebben moeten overleggen in het geding.
  § 4. De kosten zijn ten laste van de verliezende partij. Worden de partijen elk op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kunnen de kosten worden gecompenseerd.
  Indien de eisen van de partijen niet klaarblijkelijk ongegrond zijn, kan het hof bevelen dat de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zullen komen.
  § 5. De griffiers van de hoven van beroep sturen het gemeentebestuur een afschrift van de arresten. ".

  Art. 235. Artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd door de wetten van 26 april 1929 en 26 juli 1948, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 2. - § 1. Wanneer er in de gemeente niet meer dan achthonderd kiezers zijn, vormen zij een enkele stemafdeling. Zijn er meer, dan worden zij ingedeeld in stemafdelingen van ten hoogste achthonderd en ten minste honderdvijftig kiezers.
  Wanneer de stemming anders gebeurt dan aan de hand van een stembiljet, kan de Koning het aantal kiezers per stemafdeling verhogen, zonder dat het aantal ervan echter hoger ligt dan 2 000.
  § 2. Met instemming van het college van burgemeester en schepenen deelt de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar de kiezers per kieskanton in stemafdelingen in en bepaalt de volgorde van de stemafdelingen van elk kanton, te beginnen met de hoofdplaats.
  Met instemming van het college wijst hij voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. Indien het wegens het aantal stemafdelingen noodzakelijk is, kan hij er verscheidene in de lokalen van een zelfde gebouw bijeenroepen.
  Zijn het college en de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar het niet eens over de indeling van de kiezers in stemafdelingen of over de keus van de stemlokalen, dan beslist de Minister van Binnenlandse Zaken.
  Wat de kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft, worden de bevoegdheden die door de vorige leden toegekend zijn aan de provinciegouverneur of aan zijn afgevaardigde respectievelijk uitgeoefend door de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen. "

  Art. 236. Artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd door de wetten van 26 april 1929, 5 juli 1976, en 9 augustus 1988, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 3. - Tot de dag van de verkiezing zenden de gemeentebesturen rechtstreeks aan de voorzitters van de stembureaus, zodra die zijn aangewezen :
  1° de lijst van de personen die, nadat de kiezerslijst is opgemaakt, ervan geschrapt moeten worden, hetzij omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren, hetzij omdat ze van de bevolkingsregisters in België geschrapt zijn ten gevolge van een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland, hetzij omdat ze overleden zijn;
  2° de kennisgevingen die hun ter uitvoering van artikel 1ter, § 1, na het opmaken van de kiezerslijst worden medegedeeld;
  3° de wijzigingen die in de kiezerslijst zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen bedoeld in artikel 1quater, § 9, of van de arresten van het Hof van beroep bedoeld in artikel 1quinquies, § 7. "

  Art. 237. In dezelfde wet wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3bis. - Ten minste vijftien dagen voor de verkiezing zendt de Provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar in een ter post aangetekende brief twee voor echt verklaarde uittreksels uit de lijst der kiezers, opgemaakt per stemafdeling, aan de voorzitter van het hoofdbureau van het kanton.
  Wat de kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft, gebeurt de verzending echter door tussenkomst van respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen. "

  Art. 238. In dezelfde wet wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3ter. - In de hoofdplaats van elk kiesdistrict wordt een districtshoofdbureau samengesteld.
  Het districthoofdbureau moet ten minste twintig dagen voor de verkiezing samengesteld zijn. Het wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of door de magistraat die hem vervangt indien de hoofdplaats van het district eveneens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement; in de andere gevallen door de vrederechter of zijn plaatsvervanger.
  Wanneer het kiesdistrict slechts één kanton omvat, houdt het districtshoofdbureau terzelfder tijd zitting als kantonhoofdbureau.
  Het districtshoofdbureau bestaat, buiten de voorzitter, uit vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters, door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de districtshoofdplaats en een secretaris benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel 3octies.
  Het districtshoofdbureau houdt zich uitsluitend bezig met de aan de stemming voorafgaande verrichtingen en met de algemene telling van de stemmen.
  De voorzitter houdt toezicht over het geheel van de verrichtingen in het kiesdistrict en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen. "

  Art. 239. In dezelfde wet wordt een artikel 3quater ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3quater. - De voorzitters van de districtshoofdbureaus maken een verslag op van de uitgaven die de kandidaten en de politieke partijen voor verkiezingspropaganda hebben gedaan.
  Bij het opmaken van hun verslag kunnen de voorzitters alle inlichtingen en nadere aanvullingen opvragen die daartoe noodzakelijk zijn. "

  Art. 240. In dezelfde wet wordt een artikel 3quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3quinquies. - De verslagen moeten binnen zestig dagen na de datum van de verkiezingen in vier exemplaren opgemaakt worden. Twee exemplaren worden door de voorzitter van het districtshoofdbureau bewaard en twee exemplaren worden bij de voorzitters van de Controlecommissie neergelegd. Het verslag wordt opgesteld op de daartoe bestemde formulieren die door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking worden gesteld.
  Een exemplaar van het verslag wordt vanaf de zestigste dag na de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg of van het vredegerecht gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd van alle kiesgerechtigden van het betrokken kiesdistrict, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen.
  De verslagen en opmerkingen van de kandidaten en kiesgerechtigden worden vervolgens door de voorzitters aan de Controlecommissie gezonden. "

  Art. 241. In dezelfde wet wordt een artikel 3sexies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3sexies. - § 1. Elk kieskanton omvat een kantonhoofdbureau, stemopnemingsbureaus en stembureaus.
  § 2. Het kantonhoofdbureau is in de hoofdplaats van het kanton gevestigd en wordt voorgezeten :
  1° door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of zijn plaatsvervanger indien de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement;
  2° door de vrederechter indien de hoofdplaats van het kieskanton tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk kanton;
  3° in al de andere gevallen door de vrederechter van het gerechtelijk kanton waarin de hoofdplaats van het kieskanton gelegen is, of zijn plaatsvervanger.
  § 3. De voorzitter van het kantonhoofdbureau is voornamelijk belast met het toezicht op de kiesverrichtingen in het gehele kieskanton. Hij verwittigt onmiddellijk de voorzitter van het districtshoofdbureau van elke omstandigheid die het toezicht van deze laatste vereist. Hij verzamelt de resultaten van de stemopneming in het kanton.
  § 4. De voorzitter van het kantonhoofdbureau wijst achtereenvolgens aan :
  1° de voorzitters van de stemopnemingsbureaus;
  2° de voorzitters van de stembureaus.
  3° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stemopnemingsbureaus.
  De voorzitters van de stembureaus worden uiterlijk de dertigste dag vóór die van de verkiezing aangewezen. De voorzitters, bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stemopnemingsbureaus worden uiterlijk de twaalfde dag vóór die van de verkiezing aangewezen. De voorzitter van het kantonhoofdbureau betekent deze aanwijzingen onmiddellijk aan de betrokkenen en aan de gemeenteoverheid.
  Deze personen worden achtereenvolgens aangewezen in de hierna vermelde volgorde :
  1° de rechters of plaatsvervangende rechters, naar dienstouderdom, in de rechtbank van eerste aanleg, in de arbeidsrechtbank en in de rechtbank van koophandel;
  2° de vrederechters of plaatsvervangende vrederechters naar dienstouderdom;
  3° de rechters in de politierechtbanken of hun plaatsvervangers naar dienstouderdom;
  4° de advocaten en de advocaten-stagiairs naar de orde van hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;
  5° de notarissen;
  6° de bekleders van een ambt van niveau 1 die onder de Staat ressorteren en de bekleders van een gelijkwaardige graad die ressorteren onder de provincies, gemeenten, verenigingen en federaties van gemeenten of onder enige instelling van openbaar nut al dan niet bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut;
  7° het onderwijzend personeel;
  8° de stagiairs van het parket;
  9° zo nodig de personen aangewezen uit de kiezers van het district.
  § 5. Ieder die zich, zonder geldige reden, onttrekt aan de aanwijzing voorzien in voorgaande paragraaf, of die door zijn schuld, zijn onvoorzichtigheid of zijn nalatigheid op enigerlei wijze de hem toevertrouwde opdracht in gevaar brengt, wordt gestraft met een geldboete van vijftig tot tweehonderd frank.
  § 6. Ingeval één van de aldus aangewezen voorzitters op het ogenblik van de verrichtingen verhinderd of afweizig is, zorgt het bureau voor de nodige aanvulling. Indien de leden van het bureau het oneens zijn over de keus, beslist de stem van het oudste lid. Hiervan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.
  § 7. Het kantonhoofdbureau bestaat uit de voorzitter, vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters, door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de kantonhoofdplaats en een secretaris, die wordt benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel 3octies.
  § 8. De stemopnemingsbureaus zijn in de hoofdplaats van het kieskanton gevestigd. Zij bestaan uit de voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris, die wordt benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel 3octies.
  § 9. De stembureaus bestaan uit de voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris die wordt benoemd overeenkomstig artikel 3octies. De bijzitters en plaatsvervangende bijzitters worden door de voorzitter ten minste twaalf dagen vóór de verkiezing aangewezen uit de jongste kiezers van de stemafdeling die op de dag van de stemming ten minste dertig jaar oud zijn en kunnen lezen en schrijven. De voorzitter geeft dadelijk aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau kennis van deze aanwijzing.
  § 10. Binnen achtenveertig uren na de aanwijzing van de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters, geeft de voorzitter van het stembureau hun daarvan kennis bij een ongesloten aangetekende brief; in geval van verhindering, moeten zij de voorzitter daarvan bericht geven binnen achtenveertig uren na de kennisgeving.
  Indien het getal van degenen die aanvaarden onvoldoende is om het stembureau samen te stellen, wordt het door de voorzitter aangevuld overeenkomstig § 9.
  Met een geldboete van 50 tot 200 frank wordt gestraft de bijzitter of de plaatsvervangende bijzitter die binnen de bepaalde tijd de reden van zijn verhindering niet opgeeft, of die zonder wettige reden nalaat het hem opgedragen ambt te vervullen.
  § 11. De kandidaten mogen geen deel uitmaken van een bureau.
  § 12. Tijdens de tweede maand die voorafgaat aan die van de verkiezing maakt het college van burgemeester en schepenen twee lijsten op :
  1° de eerste bevat de personen die kunnen worden bekleed met één van de functies vermeld in § 4, eerste lid. Deze lijst wordt uiterlijk de drieëndertigste dag voor de verkiezing naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden;
  2° de tweede bevat de kiezers die overeenkomstig § 9 aangewezen zouden kunnen worden, naar rata van twaalf personen per kiesafdeling. Deze lijst mag de in 1° bedoelde personen niet bevatten. De lijst wordt tenminste vijftien dagen voor de verkiezing naar de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden. Deze stuurt de lijst op zijn beurt naar de voorzitters van de stembureaus die hij overeenkomstig § 4 heeft aangewezen. De personen die kunnen worden aangewezen, worden daarvan in kennis gesteld. "

  Art. 242. In dezelfde wet wordt een artikel 3septies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3septies. - De lijst van de voorzitters wordt voor elk kanton opgemaakt door de magistraat die het kantonhoofdbureau voorzit. Deze magistraat doet aan de betrokkenen een uittreksel toekomen.
  Hij voorziet ten spoedigste in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht een reden van verhindering hebben doen kennen.
  Ten minste veertien dagen voor de verkiezing zendt hij de definitieve lijst aan de voorzitter van het districtshoofdbureau en ten minste tien dagen voor de verkiezing stuurt hij aan elke voorzitter van de stemafdeling van het kanton de kiezerslijsten van zijn afdeling. "

  Art. 243. In dezelfde wet wordt een artikel 3octies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3octies. - De secretaris wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de kiezers van het district. Hij is niet stemgerechtigd. "

  Art. 244. In dezelfde wet wordt een artikel 3novies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3novies. - Per kieskanton wordt een lijst opgemaakt die de samenstelling van de stembureaus aangeeft. Een afschrift ervan wordt door de voorzitter van het kantonhoofdbureau gezonden aan de Provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar; de Provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar neemt de nodige maatregelen opdat een ieder er inzage van kan nemen.
  Wat echter de kieskantons Voeren en Komen-Waasten betreft, wordt het in het eerste lid bedoelde afschrift van de lijst gezonden aan respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen. Zij nemen de nodige maatregelen opdat een ieder er inzage van kan nemen.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau verstrekt afschriften van de lijst aan ieder die er ten minste vijftien dagen voor de verkiezing om verzocht heeft. De prijs van deze afschriften wordt bij koninklijk besluit bepaald. Dez mag niet hoger zijn dan honderd frank. "

  Art. 245. In dezelfde wet wordt een artikel 3decies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3decies. - Het stembureau mag niet worden gevormd vóór kwart voor acht. Indien op dat ogenblik de bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters niet aanwezig zijn, vult de voorzitter het stembureau ambtshalve aan met aanwezige kiezers die kunnen lezen en schrijven.
  Elk bezwaar tegen dergelijke aanwijzing moet door de getuigen worden ingebracht vóór het begin van de verrichtingen. Het stembureau doet onverwijld uitspraak, zonder mogelijkheid van beroep. "

  Art. 246. In dezelfde wet wordt een artikel 3undecies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 3undecies. - De voorzitters en de bijzitters van de districtshoofdbureaus, van de kantonhoofdbureaus en van de stemopnemingsbureaus leggen de volgende eed af :
  " Ik zweer dat ik de stemmen getrouw zal opnemen en het geheim van de stemming zal bewaren. "
  of :
  " Je jure de recenser fidèlement les suffrages et de garder le secret des votes. ".
  of :
  " Ich schwöre die Stimmen gewissenhaft zu zahlen und das Stimmgeheimnis zu bewahren. "
  De voorzitters en de bijzitters van de stembureaus, alsmede de secretarissen van de verschillende kiesbureaus en de getuigen van de kandidaten leggen de volgende eed af :
  " Ik zweer dat ik het geheim van de stemming zal bewaren. "
  of :
  " Je jure de garder le secret des votes. "
  of :
  " Ich schwöre des Stimmgeheimnis zu bewahren. "
  De eed wordt vóór het begin van de verrichtingen door de bijzitters, de secretaris en de getuigen afgelegd in handen van de voorzitter, vervolgens door deze ten overstaan van het samengesteld bureau. De voorzitter of de bijzitter, die gedurende de verrichtingen benoemd wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voordat hij zijn ambt aanvaardt.
  Van deze eedaflegging wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. "

  Art. 247. Artikel 4 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 26 april 1929, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 4. - De stemming vindt plaats in de gemeente waar de kiezer op de kiezerslijst is ingeschreven. "

  Art. 248. Artikel 5 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 26 april 1929, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 5. - Ten minste vijftien dagen vóór de verkiezing doet de Minister van Binnenlandse Zaken in het Belgisch Staatsblad een bericht verschijnen waarbij de dag van de stemming, de uren van opening en sluiting van de stembureaus meegedeeld worden. Dit bericht vermeldt eveneens dat voor elke kiezer bezwaar mogelijk is bij het gemeentebestuur tot twaalf dagen vóór de verkiezing.
  De provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar zorgt ervoor dat het college van burgemeester en schepenen ten minste vijftien dagen tevoren aan elke kiezer een oproepingsbrief zendt aan de verblijfplaats die hij op dat tijdstip heeft.
  Wat echter de gemeenten Voeren en Komen-Waasten betreft, wordt de bevoegdheid die door het derde lid toegekend wordt aan de provinciegouverneur of aan zijn afgevaardigde, uitgeoefend door respectievelijk de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en door de arrondissementscommissaris van Moeskroen.
  Tot de stemming worden toegelaten, alle personen die zijn ingeschreven op de kiezerslijst vermeld in artikel 1.
  De kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen, kan hem op de gemeentesecretarie afhalen op de dag van de stemming 's middags.
  Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht voorgeschreven in het eerste lid.
  Deze oproepingsbrieven vermelden de dag waarop en het lokaal waarin de kiezer moet stemmen, de te verrichten benoemingen, de uren van opening en sluiting van het stembureau; zij herinneren aan hetgeen bij artikel 8, eerste lid, 2°, wordt bepaald.
  Zij vermelden de naam, de voornamen en de verblijfplaats van de kiezer en, in voorkomend geval, de naam van de echtgeno(o)t(e), alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat.
  Het model van de oproepingsbrief wordt bij koninklijk besluit bepaald. "

  Art. 249. Artikel 6 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 250. Artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 maart 1958, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 8. - Komen ten laste van de Staat, de verkiezingsuitgaven voor het verkiezingspapier dat hij levert. Bij de gewone vergadering van de kiescolleges overeenkomstig artikel 29 komen de volgende verkiezingsuitgaven voor de helft ten laste van de provincies en voor de helft ten laste van de gemeenten :
  1° het presentiegeld en de reisvergoeding waarop de leden van de kiesbureaus aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden bepaald door de Koning;
  2° de reiskosten voorgelegd door de kiezers die op de dag van de verkiezing niet meer in de gemeente verblijven waar ze als kiezers zijn ingeschreven, onder de voorwaarden bepaald door de Koning;
  3° de verzekeringspremies om de lichamelijke schaden te dekken die voortvloeien uit ongevallen die de leden van de kiesbureaus zijn overkomen in de uitoefening van hun ambt; de Koning bepaalt de regels volgens welke deze risico's worden gedekt.
  Zijn ten laste van de gemeenten, de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden die zij leveren volgens de door de Koning goedgekeurde modellen.
  Alle andere verkiezingsuitgaven komen ten laste van de gemeenten.
  Het bedrag van het presentiegeld mag het voor de parlementsverkiezingen bepaalde bedrag niet overschrijden, noch lager liggen dan de helft van dat bedrag. "

  Art. 251. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 9. - § 1. De kiescolleges zijn alleen bevoegd voor de verkiezing waarvoor zij zijn opgeroepen.
  De kiezers mogen zich niet doen vervangen dan op grond van artikel 9ter.
  § 2. De voorzitter van het stembureau neemt de nodige maatregelen om orde en rust te handhaven in de omgeving van het gebouw waar de verkiezing plaatsheeft.
  Hij is tevens belast met de handhaving van de orde in het lokaal en kan die bevoegdheid wat het wachtlokaal betreft, aan een lid van het stembureau overdragen.
  Alleen de kiezers van de stemafdeling en de kandidaten worden in het wachtlokaal toegelaten.
  In het gedeelte van het lokaal waar wordt gestemd, worden de kiezers niet langer toegelaten dan nodig is om hun stembiljet in te vullen en in de bus te steken.
  Het is hun niet geoorloofd gewapend op te komen.
  In de vergaderzaal of in de nabijheid van het stemlokaal mag geen gewapende macht worden opgesteld zonder opvordering van de voorzitter.
  De burgerlijke overheid en de militaire bevelhebbers zijn gehouden zijn opvorderingen op te volgen.
  § 3. Hij die, zonder lid van het stembureau, kiezer van de stemafdeling of kandidaat te zijn, gedurende de kiesverrichtingen het lokaal van een der stemafdelingen betreedt, wordt op bevel van de voorzitter of van zijn gemachtigde uit het lokaal verwijderd; indien hij weerstand biedt of opnieuw binnentreedt, wordt hij gestraft met een geldboete van vijftig frank tot vijfhonderd frank.
  § 4. Zij die in het stemlokaal openlijk tekens van goedkeuring of afkeuring geven of op enigerlei wijze wanorde veroorzaken, worden door de voorzitter of zijn gemachtigde tot de orde geroepen; indien zij daarmee voortgaan, kan de voorzitter of zijn gemachtigde hen doen verwijderen, met dien verstande dat hij hen opnieuw moet binnenlaten om te stemmen.
  Van het bevel tot verwijdering wordt in het proces-verbaal melding gemaakt en de schuldigen worden gestraft met een geldboete van vijftig frank tot vijfhonderd frank.
  § 5. De lijst van de kiezers der stemafdeling wordt in het wachtlokaal opgehangen. Dit voorschrift geldt eveneens voor de tekst van de §§ 3 en 4, voor de onderrichtingen voor de kiezer en voor de tekst van titel V van het Kieswetboek.
  § 6. Op de tafel van het stembureau wordt een exemplaar van deze wet gelegd. Voor de kiezers ligt een tweede exemplaar ter inzage in het wachtlokaal.
  § 7. Niemand is gehouden het geheim van zijn stem bekend te maken, zelfs bij een gerechtelijk onderzoek of geschil of bij een parlementair onderzoek. "

  Art. 252. In dezelfde wet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 9bis. - § 1. Het stemlokaal en de stemhokjes worden ingericht volgens het model III dat als bijlage bij het Kieswetboek is gevoegd.
  Afmetingen en schikking mogen echter worden gewijzigd vogens de vereisten van de lokalen.
  § 2. Er is ten minste één stemhokje per honderdvijftig kiezers.
  § 3. De bij deze wet gevoegde onderrichtingen voor de kiezers (model I) worden in het wachtlokaal aangeplakt.
  § 4. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur.
  Kiezers die zich echter vóór 13 uur in het lokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten.
  Naarmate de kiezers zich aanmelden, voorzien van hun oproepingsbrief en hun identiteitskaart, houdt de secretaris aantekening van hun naam op de afroepingslijst; de voorzitter of een door hem aangewezen bijzitter doet hetzelfde op een andere lijst van de kiezers der stemafdeling, na zich te hebben vergewist dat de opgaven van de lijst overeenstemen met de vermeldingen van de oproepingsbrief en van de identiteitskaart. De namen van de kiezers die niet ingeschreven zijn op de kiezerslijst van de stemafdeling maar door het stembureau tot de stemming zijn toegelaten, worden op beide lijsten ingeschreven.
  De kiezer die niet voorzien is van van zijn oproepingsbrief kan tot de stemming toegelaten worden, indien zijn identiteit en zijn kiesbevoegdheid door het bureau worden erkend.
  De voorzitters, de secretarissen, de getuigen en de plaatsvervangende getuigen stemmen in de afdeling waar zij hun opdracht vervullen.
  Hij die niet ingeschreven is op de aan de voorzitter bezorgde lijst wordt niet tot de stemming toegelaten dan na overlegging, hetzij van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen of van een uittreksel uit een arrest van het hof van beroep waarbij zijn inschrijving wordt bevolen, hetzij van een getuigschrift van het college van burgemeester en schepenen waarbij bevestigd wordt dat de betrokkene de hoedanigheid van kiezer bezit.
  Ondanks de inschrijving op de lijst mag het stembureau niet tot de stemming toelaten degenen van wie het college van burgemeester en schepenen of het hof van beroep de schrapping heeft uitgesproken bij een beslissing of een arrest waaruit een uittreksel is overgelegd; degenen die onder toepassing vallen van een der bepalingen van artikel 1bis, §§ 1 en 2, en wier onbekwaamheid blijkt uit een stuk waarvan de wet de afgifte voorschrijft; degenen van wie bewezen is hetzij door stukken, hetzij door eigen betekenis, dat zij op de dag van de verkiezing de stemgerechtigde leeftijd niet hebben bereikt of dezelfde dag reeds in een andere afdeling of een andere gemeente hebben gestemd.
  § 5. De kiezer ontvangt een stembiljet uit de handen van de voorzitter.
  Dit biljet, na rechthoekig in vieren te zijn dichtgevouwen zodanig dat de stemvakken bovenaan op de lijsten zich aan de binnenzijde bevinden, wordt open voor de voorzitter gelegd, die het in dezelfde vouwen weer toevouwt; het wordt aan de keerzijde gemerkt met een stempel dragende de naam van het kanton waar de stemming plaats heeft en de datum van de verkiezing. Het bureau wijst ten minste vijf plaatsen aan waar de stempel mag worden aangebracht; daarna wordt de plaats door het lot bepaald. Deze loting wordt, op verzoek van een der leden van het stembureau of van een getuige, eens of meermaals herhaald gedurende de verrichtingen. Oordeelt het stembureau een dergelijk voorstel niet dadelijk te kunnen aannemen, dan kan het lid van het stembureau of de getuige eisen dat de redenen van de weigering in het proces-verbaal worden opgenomen.
  De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een van de stemhokjes; hij brengt er zijn stem uit, toont aan de voorzitter het behoorlijk opnieuw in vieren gevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus, nadat de voorzitter of een door hem aangesteld bijzitter de oproepingsbrief heeft gemerkt met de in het vorige lid vermelde stempel. Het is hem verboden zijn stembiljet bij het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Doet hij zulks, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, dat onmiddellijk onbruikbaar wordt gemaakt, en hij verplicht de kiezer opnieuw te stemmen.
  Een kiezer die wegens een lichaamsgebrek niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door iemand laten geleiden of bijstaan. Beider naam wordt in het proces-verbaal vermeld.
  Betwist een bijzitter of een getuige de echtheid of de ernst van het aangevoerde lichaamsgebrek, dan beslist het stembureau en zijn met redenen omklede beslissing wordt in het proces-verbaal opgenomen.
  § 6. De kiezer die door onoplettendheid het hem overhandigde stembiljet beschadigt, kan aan de voorzitter een ander vragen, tegen teruggave van het eerste, dat onmiddellijk onbruikbaar gemaakt wordt.
  De voorzitter schrijft op de stembiljetten die ter uitvoering van het vorige lid en van het derde lid van § 5, zijn teruggenomen, de vermelding : " Teruggenomen stembiljet " en parafeert ze.
  § 7. Wanneer de stemming gesloten is, maakt het stembureau aan de hand van de lijsten, door de voorzitter of een bijzitter en door de secretaris gehouden, een staat op van de kiezers die op de kiezerslijsten van de stemafdeling voorkomen en niet aan de verkiezing hebben deelgenomen. Deze staat, ondertekend door de leden van het stembureau, wordt door de voorzitter van het bureau binnen drie dagen toegezonden aan de vrederechter van het kanton. De voorzitter vermeldt op de staat de gemaakte opmerkingen en voegt er de verantwoordingsstukken bij, die de afwezigen hem hebben doen geworden.
  Hij voegt daarbij een opgave van de kiezers die met toepassing van § 4 tot de stemming worden toegelaten ofschoon zij op de kiezerslijsten van de stemafdeling niet waren ingeschreven.
  § 8. Wanneerr de stemming gesloten is, stelt het stembureau vast hoeveel stembiljetten in de stembus gestoken zijn, hoeveel er op grond van § 5, derde lid, en § 6 teruggenomen zijn en hoeveel er niet gebruikt zijn. De getallen worden in het proces-verbaal vermeld.
  Wanneer de stemopneming moet geschieden in het lokaal waar de stemming heeft plaatsgehad, verzegelt de voorzitter de stembus en zorgt, met bijstand van de getuigen indien zij het verlangen, voor de bewaring ervan totdat het stemopnemingsbureau is samengesteld.
  In het tegenovergestelde geval opent de voorzitter de stembus, sluit de stembiljetten in een omslag, die verzegeld wordt met de zegels van alle leden van het stembureau en vermeldt op de omslag het stembureau en het aantal biljetten, zoals dit blijkt uit de bij § 4 voorgeschreven aantekeningen en opgaven.
  Hij sluit in afzonderlijke, eveneens te verzegelen omslagen de biljetten die teruggenomen zijn op grond van de §§ 5, derde lid, en 6 of die niet gebruikt zijn, alsmede het proces-verbaal van het stembureau. Op deze omslagen wordt de inhoud ervan vermeld.
  Op de omslagen staat in goed zichtbare letters de naam van de provincie waarop de ingesloten stembiljetten betrekking hebben.
  De voorzitter of een door hem aangewezen bijzitter, vergezeld voor de getuigen, brengt al die omslagen onmiddellijk naar het stemopnemingsbureau. Er wordt hem een ontvangbewijs afgegeven.
  Indien nodig, stelt het gemeentebestuur een voertuig ter beschikking van de voorzitter om de voormelde omslagen te vervoeren. "

  Art. 253. In dezelfde wet wordt een artikel 9ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art 9ter. - § 1. De volgende kiezers kunnen een andere kiezer machtigen om in hun naam te stemmen :
  1° de kiezer die wegens ziekte of gebrekkigheid niet in staat is om zich naar het stembureau te begeven of er naartoe gevoerd te worden. Deze onbekwaamheid moet blijken uit een medisch attest. Geneesheren, die als kandidaat voor de verkiezing zijn voorgedragen, mogen een dergelijk attest niet afgeven.
  2° de kiezer die om beroeps- of dienstredenen :
  a) in het buitenland is opgehouden, alsook de kiezers, leden van zijn gezin of van zijn gevolg, die met hem aldaar verblijven;
  b) zich de dag van de stemming in het Rijk bevindt, maar in de onmogelijkheid verkeert zich in het stembureau te melden.
  Van de onder a) en b) bedoelde onmogelijkheid moet blijken door een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de betrokkene ressorteert.
  3° de kiezer, die het beroep van schipper, marktkramer of kermisreiziger uitoefent en de leden van zijn gezin die met hem samenwonen.
  Van de uitoefening van het beroep moet blijken door een attest van de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkingsregister is ingeschreven.
  4° de kiezer die de dag van de stemming ten gevolge van een rechterlijke maatregel in een toestand van vrijheidsbeneming verkeert.
  Deze toestand wordt bevestigd door de directie van de inrichting waar de betrokkene zich bevindt.
  5° de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging in de onmogelijkheid verkeert zich op het stembureau te melden.
  Dez onmogelijkheid moet bijken uit een attest dat is afgegeven door de religieuze overheid.
  § 2. Als gemachtigde kan slechts worden aangewezen hetzij de echtgenoot, hetzij een bloed- of aanverwant tot de derde graad, op voorwaarde dat hij zelf kiezer is.
  Indien de volmachtgever en de gemachtigde in dezelfde gemeente in het bevolkingsregister zijn ingeschreven, bevestigt de burgemeester van die gemeente op het volmachtformulier het familieverband.
  Indien beiden niet in dezelfde gemeente zijn ingeschreven wordt door de burgemeester van de gemeente waar de gemachtigde is ingeschreven op voorlegging van een akte van bekendheid, het familieverband. De akte van bekendheid wordt bij het volmachtformulier gevoegd.
  In afwijking van de vorige leden zal de gemachtigde door de volmachtgever vrij worden aangewezen voor de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging, in de omogelijkheid verkeert zich op het stembureau te melden.
  § 3. De volmacht wordt gesteld op een formulier waarvan het model door de Koning wordt bepaald; het wordt kosteloos afgegeven op de gemeentesecretarie.
  De volmacht vermeldt de verkiezingen waarvoor ze geldig is, de naam, de voornamen, de geboortedatum en het adres van de volmachtgever en van de gemachtigde.
  Het volmachtformulier wordt door de volmachtgever en de gemachtigde ondertekend.
  § 4. Teneinde tot de stemming te worden toegelaten, overhandigt de gemachtigde aan de voorzitter van het stembureau waar de volmachtgever had moeten stemmen, de volmacht en één van de in § 1 vermelde attesten en vertoont hij hem zijn identiteitskaart en zijn oproepingsbrief waarop de voorzitter vermeldt : " heeft bij volmacht gestemd ".
  § 5. De volmachten worden bij de in artikel 9bis, § 7, eerste lid, bedoelde staat gevoegd en, met die staat, aan de vrederechter van het kanton gezonden. "

  Art. 254. In dezelfde wet wordt een artikel 9quater ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 9quater. - § 1. Ieder stemopnemingsbureau neemt de stembiljetten van verscheidene stembureaus in ontvangst. Het getal van de kiezers die ingeschreven zijn in de stembureaus waarvan de stembiljetten naar eenzelfde stemopnemingsbureau gaan, mag 2 400 niet overschrijden.
  § 2. De voorzitter van het kantonhoofdbureau gaat, vijf dagen vóór de stemming, nadat de formaliteiten bepaald voor de aanwijzing van de getuigen zijn vervuld, bij loting over tot de aanwijzing van de stembureaus waarvan de stembiljetten door elk stemopnemingsbureau onderzocht worden.
  De getuigen die aangewezen zijn om de vergadering van het kantonhoofdbureau bij te wonen, mogen aanwezig zijn.
  § 3. De stemopnemingsbureaus zijn gevestigd in de lokalen door de voorzitter van het kantonhoofdbureau aangewezen. Deze geeft bij ter post aangetekende brief aan de voorzitters en de bijzitters van de stemopnemingsbureaus onmiddellijk kennis van de plaats van de vergadering van het stemopnemingsbureau waar zij hun taak moeten vervullen en wijst het lokaal aan waar hij zitting zal houden om het dubbel van de stemopnemingstabel te ontvangen overeenkomstig artikel 9sexies, § 1, achtste lid.
  Hij geeft onmiddellijk bij ter post aangetekende brief aan de voorzitters van de stembureaus kennis van de plaats van vergadering van het stemopnemingsbureau dat de stembiljetten van hun bureau moet ontvangen.
  § 4. Het stemopnemingsbureau moet ten laatste om 14 uur samengesteld zijn.
  Bij verhindering of afwezigheid van één van de leden, op het ogenblik van de verrichtingen, zorgt het bureau voor de nodige aanvulling. Zijn de leden van het bureau het oneens over de keus, dan beslist de stem van het oudste lid.
  Alvorens hun ambt op te nemen, leggen de leden de bij artikel 3undecies, eerste lid, voorgeschreven eed af.
  Van dit alles wordt melding gemaakt in het proces-verbaal. ".

  Art. 255. In dezelfde wet wordt een artikel 9quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 9quinquies. - § 1. Het stemopnemingsbureau begint met de stemopneming zodra het alle voor hem bestemd omslagen ontvangen heeft.
  § 2. In aanwezigheid van de leden van het stemopnemingsbureau en van de getuigen opent de voorzitter de omslagen en telt de stembiljetten die zij bevatten, zonder ze open te vouwen. Hij kan één of meer leden van het bureau gelasten tegelijk met hem deze telling te doen.
  Het aantal in elke omslag gevonden stembiljetten wordt vermeld in het proces-verbaal.
  De omslagen met de stembiljetten die krachtens artikel 9bis, §§ 5, derde lid, en 6, zijn teruggenomen, en de omslagen met de ongebruikte stembiljetten worden niet geopend.
  § 3. De voorzitter en een van de leden mengen alle door het bureau te onderzoeken stembiljetten dooreen, vouwen ze open en delen ze in de volgende categorieën in :
  1° stembiljetten met geldige stemmen voor de eerste lijst of voor de kandidaten van deze lijst;
  2° hetzelfde voor de tweede lijst en in voorkomend geval voor de volgende lijsten;
  3° twijfelachtige stembiljetten;
  4° blanco stembiljetten of ongeldige stembiljetten.
  Na deze eerste indeling worden de stembiljetten van elk van de categorieën voor de verschillende lijsten verder verdeeld in twee categorieën :
  1° stembiljetten waarop bovenaan op een lijst is gestemd;
  2° stembiljetten waarop naast de naam van een of meer kandidaten is gestemd.
  Stembiljetten waarop zowel bovenaan op een lijst als naast de naam van een of meer kandidaten is gestemd, worden in de tweede ondercategorie geplaatst.
  Alle stembiljetten, ingedeeld zoals hierboven is bepaald, worden in afzonderlijke omslagen gesloten.
  Het bureau stelt vervolgens vast het gezamenlijk aantal geldige stembiljetten, het aantal blanco of ongeldige stembiljetten en, voor elke lijst, het aantal volledige lijststembiljetten (dat wil zeggen bovenaan op de lijst ingevuld), het aantal onvolledige lijststembiljetten (dat wil zeggen waarop alleen gestemd is voor een of meer kandidaten van de lijst) evenals het aantal naamstemmen behaald door elke kandidaat.
  Al die getallen worden in het proces-verbaal vermeld.
  § 4. Ongeldig zijn :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke volgens de wet mogen worden gebruikt;
  2° de stembiljetten waarop meer dan een lijststem voorkomt of waarop stemmen voor kandidaten van verschillende lijsten voorkomen;
  3° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan een lijst en tegelijk een of meer stemmen naast de naam van een of meer kandidaten van een of meer andere lijsten;
  4° de stembiljetten waarop geen stem tot uitdrukking is gebracht;
  5° de stembiljetten waarvan de vorm en de afmetingen veranderd zijn, die binnenin een papier of enig voorwerp bevatten of die de kiezer herkenbaar maken door een teken, een doorhaling of een bij de wet niet-geoorloofd merk.
  Niet ongeldig zijn de stembiljetten waarop de kiezer tegelijk bovenaan een lijst en naast de naam van een of meer kandidaten van dezelfde lijst gestemd heeft. In dat geval wordt de stem bovenaan de lijst als niet-bestaande beschouwd.
  § 5. Wanneer de indeling van de stembiljetten geëindigd is, worden deze zonder verandering van de indeling, onderzocht door de andere leden van het bureau en de getuigen, die hun opmerkingen en bezwaren aan het bureau voorleggen.
  De bezwaren, het advies van de getuigen en de beslissing van het bureau worden in het proces-verbaal opgenomen.
  § 6. De twijfelachtige stembiljetten en die waartegen bezwaren zijn ingebracht, worden volgens de beslissing van het bureau gevoegd bij de categorie waartoe zij behoren.
  De stembiljetten van elke categorie worden achtereenvolgens door twee leden van het bureau geteld.
  Het bureau stelt vervolgens vast het gezamenlijk aantal geldige en ongeldige stembiljetten, alsmede het aantal stemmen voor iedere kandidaat.
  Al die getallen worden in het proces-verbaal opgenomen.
  De ongeldig verklaarde en de betwiste, niet echter de blanco stembiljetten, worden door twee leden van het bureau en door een van de getuigen geparafeerd.
  Alle stembiljetten, ingedeeld zoals hierboven is bepaald, worden in afzonderlijke omslagen gesloten. ".

  Art. 256. In dezelfde wet wordt een artikel 9sexies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 9sexies. - § 1. Het proces-verbaal van de verrichtingen wordt staande de vergadering opgemaakt en door de leden van het bureau en de getuigen ondertekend.
  De uitslagen van de stemopneming worden erin vermeld in de volgorde en naar de aanwijzingen van een modeltabel op te maken door de voorzitter van het districtshoofdbureau.
  Deze tabel vermeldt het aantal in elke stembus gevonden stembiljetten, het aantal blanco of ongeldige stembiljetten, het aantal geldige stembiljetten; zij vermeldt vervolgens voor elke lijst, gerangschikt naar haar volgnummer, het aantal lijststemmen en het aantal naamstemmen van elke kandidaat.
  Van deze tabel wordt onmiddellijk een dubbel opgemaakt.
  Dit stuk draagt als opschrift de naam van het district en van het kieskanton, het nummer van het stemopnemingsbureau, de datum van de verkiezing en de vermelding : " Uitslag van de opneming der stembiljetten, ontvangen in de bureaus nrs.... ".
  Alvorens de verrichtingen voort te zetten, gaat de voorzitter van het stemopnemingsbureau met het proces-verbaal bij de voorzitter van het kantonhoofdbureau en legt hem het dubbel van de tabel voor. Indien deze voorzitter vaststelt dat de tabel in orde is, stelt hij er zijn paraaf op. In het tegenovergestelde geval verzoekt hij de voorzitter van het stemopnemingsbureau de tabel eerst door zijn bureau te doen aanvullen of verbeteren, en in voorkomend geval, het oorspronkelijk proces-verbaal te doen aanvullen of verbeteren.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau verzamelt de dubbels van de stemopnemingstabellen en geeft een ontvangstbewijs aan de voorzitters van de stemopnemingsbureaus.
  Het kantonhoofdbureau schrijft, per opnemingsbureau over op een verzamelstaat het aantal neergelegde stembiljetten, het aantal blanco of ongeldige biljetten, het aantal geldige stemmen en voor elke lijst, gerangschikt naar haar volgnummer, het aantal lijststemmen, het totaal van de naamstemmen op elke lijst uitgebracht, alsmede voor elke kandidaat van elke lijst het totaal van de door hem verkregen naamstemmen.
  Het kantonhoofdbureau totaliseert voor geheel het kanton al die rubrieken en voegt er het stemcijfer van elke lijst aan toe.
  Het doet langs de snelste weg aan de Minister van Binnenlandse Zaken mededeling van het totaal van de neergelegde stembiljetten, het totaal van de blanco en ongeldige stemmen, het totaal van de geldige stemmen en het stemcijfer van elke lijst.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau plaatst de dubbels van de stemopnemingstabellen en de samenvattende tabel onder omslag, sluit die met zijn zegel en zendt hem langs de snelste weg aan de voorzitter van het districtshoofdbureau, die er een ontvangstbewijs van afgeeft.
  Op aanvraag van de voorzitter van het kantonhoofdbureau stelt het college van burgemeester en schepenen van de hoofdplaats van het kanton hem het personeel en het materieel ter beschikking van zijn opdracht. Hetzelfde college bepaalt de vergoeding die door de gemeente aan de aangewezen personen zal worden betaald.
  § 2. De voorzitter van het stemopnemingsbureau doet in het proces-verbaal aantekenen dat de stemopnemingstabel is overhandigd en in voorkomend geval welke verbeteringen erin zijn aangebracht.
  De uitslag, vastgesteld in de modeltabel bedoeld in § 1, tweede lid, wordt daarna door hem in het openbaar afgekondigd.
  Het proces-verbaal, waarbij het pak met de betwiste stembiljetten is gevoegd, wordt gesloten in een te verzegelen omslag, waarvan het opschrift de inhoud aangeeft. Deze omslag en de omslagen met de processen-verbaal van de stembureaus worden samen in een te verzegelen pak gesloten, dat de voorzitter van het stemopnemingsbureau binnen vierentwintig uur doet toekomen aan de voorzitter van het districtshoofdbureau. ".

  Art. 257. In dezelfde wet wordt een artikel 9septies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 9septies. - In aanwezigheid van het bureau en van de getuigen maakt de voorzitter van het districtshoofdbureau de pakken met de stemopnemingstabellen open en het bureau telt onmiddellijk de stemmen.
  Op aanvraag van de voorzitter van het districtshoofdbureau stelt het college van burgemeester en schepenen van de hoofdplaats van het district hem het personeel en het materieel ter beschikking dat hij nodig heeft voor het volbrengen van zijn opdracht.
  Hetzelfde college bepaalt de vergoeding die door de gemeente aan de aangewezen personen zal worden betaald. ".

  Art. 258. Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 10. - § 1. Elke in een van beide Kamers vertegenwoordigde politieke formatie kan een voorstel indienen tot lijstenvereniging met het oog op het verkrijgen van de bescherming van het letterwoord dat zij wil vermelden in de voordrachten van kandidaten en van een gemeenschappelijk volgnummer. De voordracht vermeldt welk letterwoord, bestaande uit ten hoogste zes letters, boven de kandidatenlijst moet komen op het stembiljet. Een zelfde letterwoord kan worden gesteld, hetzij in een enkele nationale taal, hetzij vertaald in een andere nationale taal, hetzij in een nationale taal samen met de vertaling in een andere nationale taal.
  Het voorstel tot lijstenvereniging moet worden ondertekend door ten minste vijf parlementsleden die tot de politieke formatie behoren die dat letterwoord zal gebruiken. Wanneer een politieke formatie vertegenwoordigd is door minder dan vijf parlementsleden wordt het voorstel tot lijstenvereniging ondertekend door alle parlementsleden die tot deze formatie behoren. Een parlementslid mag slechts één enkel voorstel van lijstenvereniging ondertekenen.
  Het voorstel tot lijstenvereniging wordt de veertigste dag vóór de verkiezing, tussen tien en twaalf uur, aan de Minister van Binnenlandse Zaken of aan diens gemachtigde overhandigd door een parlementslid-ondertekenaar. Het vermeldt het letterwoord dat zal worden gebruikt door de lijsten van kandidaten die zich wensen te verenigen, alsook de naam, de voornamen en het adres van de persoon en van diens plaatsvervanger, die door de politieke formatie zijn aangewezen om in ieder administratief arrondissement te attesteren dat een kandidatenlijst door haar erkend wordt.
  § 2. Onmiddellijk na het indienen van de voorstellen tot lijstenvereniging houdt de Minister van Binnenlandse Zaken een loting tot aanwijzing van de gemeenschappelijke volgnummers.
  Bij deze loting wordt voorrang verleend aan de verenigde lijsten die reeds in een of in beide Kamers zijn vertegenwoordigd.
  De tabel van de lijstenverenigingen evenals het letterwoord en het gemeenschappelijk volgnummer die hen werden toegekend worden binnen vier dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De Minister van Binnenlandse Zaken stelt de voorzitters van de districtshoofdbureaus, gevestigd in de provinciehoofdplaats, in kennis van de toegekende gemeenschappelijke volgnummers, van de aan de verscheidene nummers voorbehouden letterwoorden alsmede van de naam, de voornamen en het adres van de door de politieke formaties op het niveau van het administratief arrondissement aangewezen personen en van hun plaatsvervangers die alleen gemachtigd zijn de kandidatenlijsten voor echt te erkennen.
  § 3. De voordrachten van kandidaten die een beschermd letterwoord en een gemeenschappelijk volgnummer vorderen moeten vergezeld zijn van het getuigschrift van de door de politieke formatie op het niveau van het administratief arrondissement aangewezen persoon of van zijn plaatsvervanger; indien dergelijk getuigschrift niet wordt overgelegd, dan weigert de voorzitter van het districtshoofdbureau het gebruik van het beschermd letterwoord en van het gemeenschappelijk volgnummer door een niet erkende lijst.
  § 4. Ten minste drieëndertig dagen vóór de verkiezing maakt de voorzitter van het districtshoofdbureau bekend op welke plaats en op welke dagen en uren hij de voordrachten van kandidaten en de aanwijzingen van getuigen in ontvangst zal nemen.
  Wanneer de zevenentwintigste dag vóór de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen, gepland voor deze dag alsook die welke er aan voorafgaan, met achtenveertig uur vervroegd.
  § 5. De bepalingen van de §§ 1 tot 4 zijn niet van toepassing in het geval bedoeld bij artikel 36, tweede lid, van deze wet. "

  Art. 259. Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 11. - § 1. De akten van voordracht van kandidaten moeten de zaterdag, negenentwintigste dag, of de zondag, achtentwintigste dag vóór die bepaald voor de stemming, tussen 13 en 16 uur tegen ontvangstbewijs aan de voorzitter van het districtshoofdbureau worden overhandigd.
  Zij moeten ondertekend zijn hetzij door ten minste vijftig kiezers voor de provincie hetzij door ten minste drie aftredende provincieraadsleden.
  Zij worden overhandigd door een van de drie ondertekenaars aangewezen door de kandidaten of door een van de twee kandidaten aangewezen door de voormelde provincieraadsleden.
  De voordrachtsakten vermelden de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep en de hoofdverblijfplaats van de kandidaten, alsmede, in voorkomend geval, van de kiezers die hen voordragen. De identiteit van de vrouwelijke kandidaat die gehuwd of weduwe is, mag worden voorafgegaan door de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot.
  De voordracht mag vermelden welk letterwoord, bestaande uit ten hoogste zes letters, boven de kandidatenlijst moet komen op het stembiljet. Binnen die perken kan het de vertaling ervan in het Duits omvatten voor de gemeenten die deel uitmaken van het Duits taalgebied.
  De vermelding van een letterwoord waarvan gebruik is gemaakt door een politieke formatie die vertegenwoordigd is in een van beide Kamers en waaraan bescherming is verleend, in voorkomend geval met inbegrip van het bijkomend element bedoeld in artikel 21, § 2, derde lid, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, kan op gemotiveerd verzoek van de formatie door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verboden. De lijst van de letterwoorden waarvan het gebruik verboden is wordt de drieënveertigste dag vóór de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De bepalingen van het voorgaande lid zijn enkel van toepassing in geval van vernieuwing van de provincieraden.
  § 2. Op eenzelfde lijst mogen niet meer kandidaten voorkomen dan er leden te kiezen zijn.
  Niemand mag tegelijk worden voorgedragen als kandidaat op twee of meer lijsten in de provincie.
  De voorzitter van het districtshoofdbureau stuurt onmiddellijk na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de lijsten een uittreksel uit alle ingediende lijsten aan de provinciegouverneur die hem uiterlijk de vierentwintigste dag vóór de stemming om zestien uur kennis geeft van de gevallen van meervoudige kandidaatstelling.
  § 3. De kandidaten, of twee van de eerste drie kandidaten, van de lijsten ingediend bij de districtshoofdbureaus die buiten de provinciehoofdplaats gevestigd zijn mogen, samen met de voordrachtsakte, de voorzitter van het hoofdbureau van hun district een verzoek in tweevoud overhandigen om hetzelfde volgnummer te verkrijgen als zal worden toegekend aan een van de lijsten ingediend in de provinciehoofdplaats.
  De voorzitter die een dergelijk verzoek ontvangt zendt onmiddellijk een exemplaar aan de voorzitter van het hoofdbureau in de provinciehoofdplaats. De kandidaten, of twee van de eerste drie kandidaten, van de in de hoofdplaats voorgedragen lijsten mogen ter plaatse tot de vijfentwintigste dag vóór de stemming, vóór zestien uur, inzage nemen van de verzoekschriften en daarop hun verklaring van bewilliging of afwijzing stellen.
  § 4. De kandidaten en de kiezers die de voordrachten van kandidaten hebben overhandigd mogen ter plaatse inzage nemen van alle ingediende voordrachten en schriftelijk hun opmerkingen aan het districtshoofdbureau mededelen.
  Dit recht wordt uitgeoefend gedurende twee uur volgend op het verstrijken van de termijn gesteld voor het indienen van de kandidaatsvoordrachten.
  Het wordt ook nog uitgeoefend de zevenentwintigste dag vóór de stemming, tussen 13 en 16 uur.
  § 5. De voordrachten van kandidaten zijn slechts ontvankelijk indien zij vergezeld zijn van een verklaring van bewilliging, ondertekend door ieder van deze kandidaten. Deze verklaring van bewilliging moet binnen de termijn, bedoeld bij § 1, tegen ontvangstbewijs, aan de voorzitter van het districtshoofdbureau overhandigd worden.
  De indiening gebeurt door dezelfde personen als die, aangewezen voor de indiening van de voordrachtsakten.
  De bewilligde kandidaten wier naam voorkomt op eenzelfde voordracht worden geacht een enkele lijst te vormen.
  In hun verklaring van bewilliging verbinden de kandidaten er zich toe de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven na te leven en deze uitgaven binnen dertig dagen na de verkiezingen aan te geven.
  De tekst van die verklaring wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 6. De kandidaten kunnen in dezelfde verklaring een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen om de vergaderingen van het districtshoofdbureau, voorgeschreven bij de artikelen 11 tot en met 13, en de door dit bureau na de stemming te vervullen verrichtingen bij te wonen, alsmede een getuige en een plaatsvervangende getuige voor elk kantonhoofdbureau om de vergadering, voorgeschreven bij artikel 150 van het Kieswetboek alsmede de door dit bureau na de stemming te vervullen verrichtingen, bij te wonen. "

  Art. 260. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 12. - § 1. Het districtshoofdbureau vergadert de zevenentwintigste dag vóór de stemming om zestien uur. Het wijst de kandidaten af, die op de dag van de verkiezing de vereiste leeftijd nog niet zullen hebben bereikt of van het verkiesbaarheidsrecht uitgesloten of in de uitoefening ervan geschorst zullen zijn. Het is niet bevoegd om over de andere verkiesbaarheidsvereisten te oordelen.
  Het wijst eveneens de kandidaten af die de in artikel 11, § 5, vierde lid, bedoelde verklaring niet bij hun verklaring van bewilliging hebben gevoegd. Vervolgens sluit het de kandidatenlijst definitief af.
  § 2. Wanneer het districtshoofdbureau de voordracht van bepaalde kandidaten onregelmatig verklaart, worden de redenen van die beslissing in het proces-verbaal opgenomen en onmiddellijk wordt een uittreksel hieruit, met de woordelijke opgave van de aangevoerde redenen, bij aangetekende brief toegezonden aan de kiezer of de kandidaat die de akte, waarop de afgewezen kandidaten voorkomen, heeft overhandigd.
  Is de overhandiging door twee of meer ondertekenaars gedaan, dan wordt de brief gericht aan de indiener die als eerste in de voordrachtsakte werd aangewezen.
  Wanneer de onverkiesbaarheid van een kandidaat als reden is aangevoerd wordt het uittreksel uit het proces-verbaal op dezelfde wijze ook aan die kandidaat gestuurd.
  § 3. Zij die de aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingediend of, bij hun ontstentenis, een van de erop voorkomende kandidaten, kunnen de zesentwintigste dag vóór de stemming, tussen 13 en 16 uur, op de plaats aangewezen voor het indienen van de voordrachten, bij de voorzitter van het districtshoofdbureau, tegen ontvangstbewijs een met redenen omkleed bezwaarschrift tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen indienen.
  De voorzitter van het districtshoofdbureau geeft aan de kiezer of aan de kandidaat die de betwiste voordracht heeft ingediend, onmiddellijk bij aangetekende brief kennis van het bezwaar, onder vermelding van de aangevoerde redenen. Is de indiening door twee of drie ondertekenaars gedaan, dan wordt de brief gericht aan de indiener die de kandidaten als eerste in de voordracht hebben aangewezen.
  Wanneer de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist wordt ook hij op dezelfde wijze daarover rechtstreeks ingelicht.
  § 4. Indien het districtshoofdbureau bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst bepaalde kandidaten wegens onverkiesbaarheid heeft afgewezen of indien een bezwaarschrift, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, is ingediend, verzoekt de voorzitter van het districtshoofdbureau het gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats van de kandidaat bij een door de secretaris van het districtshoofdbureau gedragen schriftelijke vordering hem terstond bij ter post aangetekende expresbrief een voor eensluidend verklaard afschrift van of uittreksel uit alle stukken toe te zenden die dat bestuur in zijn bezit heeft, die omtrent de verkiesbaarheid van de kandidaat nadere aanwijzingen kunnen verschaffen.
  Heeft deze kandidaat zijn verblijfplaats niet sedert ten minste vijftien dagen in de gemeente en zijn de stukken waaruit onverkiesbaarheid kan blijken nog niet bij het gemeentebestuur toegekomen, dan zendt dit de tekst van de vordering zo vlug mogelijk naar het gemeentebestuur van de vorige verblijfplaats.
  De voorzitter kan, indien hij het dienstig acht, andere onderzoekingen instellen zowel over de verkiesbaarheid van de betrokken kandidaten als over de andere aangevoerde onregelmatigheden.
  § 5. Alle stukken die in uitvoering van dit artikel worden aangevraagd worden kosteloos afgegeven.
  § 6. Zij die de aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingediend, of, bij hun ontstentenis, een van de erop voorkomende kandidaten, kunnen de vierentwintigste dag vóór de stemming, tussen 14 en 16 uur, op de plaats aangewezen voor het indienen van de voordrachten, bij de voorzitter van het districtshoofdbureau tegen ontvangstbewijs een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Wanneer de onregelmatigheid gelegen is in onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan deze een memorie indienen met inachtneming van dezelfde regels.
  § 7. De in het vorige lid bedoelde personen kunnen in voorkomend geval een verbeterings- of aanvullingsakte indienen binnen dezelfde termijn als die bepaald in § 6.
  De verbeterings- of aanvullingsakte is alleen dan ontvankelijk wanneer de voordrachtsakte ofwel een of meer op deze voordrachten voorkomende kandidaten afgewezen zijn om een van de volgende redenen :
  1° gemis van het vereiste aantal regelmatige handtekeningen van voordragende kiezers;
  2° te groot aantal kandidaten;
  3° gemis van regelmatige bewilliging;
  4° geen of onvoldoende vermelding van de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep, of de hoofdverblijfplaats van de kandidaten of van de tot indiening van de akte gemachtigde kiezers;
  5° niet-nakoming van de regels omtrent de rangschikking van de kandidaten of de schikking van hun namen.
  De verbeterings- of aanvullingsakte mag geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten. Zij mag in geen geval de in de afgewezen akte aangenomen volgorde van voordracht wijzigen.
  Vermindering van een te groot aantal kandidaten is slechts mogelijk wanneer uit een schriftelijke verklaring van een kandidaat blijkt dat hij zijn bewilligingsakte intrekt.
  De geldige handtekeningen van de voordragende kiezers en van de bewilligende kandidaten, alsmede de regelmatige vermeldingen in de afgewezen voordracht blijven van kracht indien de verbeterings- of aanvullingsakte aanvaaard wordt. "

  Art. 261. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 13. - § 1. Het districtshoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag vóór de stemming, om zestien uur.
  In voorkomend geval onderzoekt het de stukken die de voorzitter overeenkomstig de artikelen 11 en 12 heeft ontvangen en beslist erover na de betrokkenen te hebben gehoord indien zij het verlangen. Het verbetert, indien nodig, de kandidatenlijst.
  Daarna sluit het de kandidatenlijst van zijn district definitief af.
  § 2. De voorzitter van het districtshoofdbureau van de provinciehoofdplaats houdt vervolgens een speciale loting om de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid, bepaald bij artikel 11, § 3, en die geen gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig artikel 10, § 2, hebben verkregen.
  De loting geschiedt vanaf het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend bij de loting, verricht door de Minister van Binnenlandse Zaken.
  Eerst wordt een volgnummer toegekend aan de volledige lijsten, vervolgens aan de onvolledige lijsten.
  De voorzitter deelt onmiddellijk het resultaat van de loting langs de snelste weg mede aan de voorzitters van de andere districtshoofdbureaus van de provincie.
  § 3. Ieder districtshoofdbureau gaat onmiddellijk over tot de loting met het oog op het toekennen van een volgnummer aan de lijsten die nog niet van een gemeenschappelijk volgnummer overeenkomstig artikel 10, § 2 of § 2 van dit artikel zijn voorzien.
  De loting geschiedt vanaf het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend tijdens de loting, bedoeld bij § 2 van dit artikel.
  § 4. Indien er meer kandidaten dan toe te kennen mandaten zijn, maakt het districtshoofdbureau onmiddellijk het stembiljet op overeenkomstig het bij deze wet gevoegde model II. De kandidatenlijst wordt onverwijld aangeplakt in alle gemeenten van het district. Het aanplakkingsbiljet vermeldt met vette letters in zwarte inkt de naam van de kandidaten in dezelfde vorm als hieronder voor het stembiljet wordt bepaald, alsmede hun voornaam, hun beroep en hun hoofdverblijfplaats. De bij deze wet gevoegde onderrichtingen voor de kiezer (model I) worden daarop ook overgenomen. Vanaf de twintigste dag vóór de stemming deelt de voorzitter van het districtshoofdbureau de officiële kandidatenlijst mee aan de kandidaten en aan de kiezers die hen hebben voorgedragen, indien zij het vragen.
  § 5. De bepalingen van artikel 128, eerste tot en met vijfde lid en achtste lid, van het Kieswetboek, met uitzondering van die betreffende de opvolgers, zijn van toepassing voor het opmaken van het stembiljet voor de provincieraadsverkiezingen.
  Voor de toepassing van de vorige bepalingen worden alleenstaande kandidaten geacht een onvolledige lijst te vormen.
  Er mag echter geen kleiner stemvak aangebracht worden naast de naam en voornaam van alleenstaande kandidaten.
  De voorzitter van het districtshoofdbureau laat het stembiljet voor de provincie drukken op groen papier.
  De afmetingen worden bij koninklijk besluit bepaald naargelang van het aantal leden dat moet worden gekozen en van het aantal voorgedragen lijsten.
  § 6. Wanneer een kieskanton is samengesteld uit gemeenten met verschillend taalstelsel zijn de stembiljetten eentalig in de eentalige gemeenten en tweetalig in de andere. "

  Art. 262. Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 14. - § 1. Wanneer het districtshoofdbureau een kandidatuur verwerpt wegens onverkiesbaarheid van de kandidaat, wordt hiervan in het proces-verbaal melding gemaakt en, indien de afgewezen kandidaat aanwezig of vertegenwoordigd is, verzoekt de voorzitter de kandidaat of zijn gemachtigde desverlangd op het proces-verbaal een verklaring van beroep te ondertekenen.
  Wanneer een bezwaar, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, afgewezen wordt, dient dezelfde procedure te worden toegepast en de indiener van het bezwaar of zijn gemachtigde wordt verzocht desverlangd een verklaring van beroep te ondertekenen.
  In geval van beroep wordt de zaak, zonder dagvaarding of oproeping, voor de eerste kamer van het hof van beroep van het rechtsgebied gebracht op de twintigste dag vóór de verkiezing, te 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is.
  Beslissingen van het hoofdbureau die geen betrekking hebben op de verkiesbaarheid van kandidaten, zijn niet vatbaar voor beroep, met uitzondering van de beslissingen genomen op grond van artikel 12, § 1, tweede lid.
  § 2. De zestiende dag vóór de verkiezing houdt de voorzitter van het hof van beroep zich, tussen 11 en 13 uur, in zijn kabinet ter beschikking van de voorzitters der districtshoofdbureaus van zijn rechtsgebied, om er uit hun handen te ontvangen een uitgifte van de processen-verbaal houdende de verklaringen van beroep, alsmede alle stukken betreffende de geschillen waarvan de hoofdbureaus kennis hebben gehad.
  Bijgestaan door zijn griffier, maakt hij van deze overhandiging akte op.
  § 3. De voorzitter van het hof van beroep brengt de zaak op de rol van een terechtzitting van de eerste kamer van dit hof, die moet plaatshebben op de twintigste dag vóór de verkiezing, te 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is.
  De eerste kamer van het hof onderzoekt de zaken van verkiesbaarheid met voorrang boven alle andere.
  Ter openbare zitting doet de voorzitter voorlezing van de stukken van het dossier. Hij verleent vervolgens het woord aan de eiser in beroep en eventueel aan de verweerder; deze mogen zich laten vertegenwoordigen en bijstaan door een raadsman.
  Het hof, het advies van de procureur-generaal gehoord, beslist staande de vergadering bij een arrest, dat ter openbare terechtzitting wordt voorgelezen; dit arrest wordt niet betekend aan de betrokkene, maar neergelegd ter griffie van het hof, waar hij er kosteloos inzage van kan nemen.
  Het beschikkende gedeelte van het arrest wordt door de zorg van het openbaar ministerie telegrafisch ter kennis van de voorzitter van het betrokken districtshoofdbureau gebracht ter plaatse door deze aangewezen.
  Het dossier van het hof wordt, met een uitgifte van het arrest, binnen acht dagen toegezonden aan de griffier van de vergadering die belast is met het onderzoek van de geloofsbrieven der gekozenen.
  § 4. Tegen de arresten bedoeld in § 3 staat geen rechtsmiddel open.
  § 5. In geval van beroep verdaagt het districtshoofdbureau de verrichtingen, bepaald in artikel 13 en vergadert de twintigste dag voor de verkiezing om 18 uur, om tot die verrichtingen te kunnen overgaan zodra het in kennis is gesteld van de beslissingen van het hof van beroep. In dat geval geschiedt de mededeling van de lijsten vanaf de negentiende dag vóór de stemming.
  § 6. De kandidaten worden door het districtshoofdbureau zonder meer gekozen verklaard wanneer het aantal kandidaten het aantal toe te kennen mandaten niet overschrijdt. "

  Art. 263. In artikel 15 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt § 1;
  2° in het tweede lid, dat § 2 wordt, wordt de tweede zin vervangen door de volgende bepaling :
  " De verklaringen van lijstenverbinding worden aan de voorzitter van het districtshoofdbureau, dat in de hoofdplaats van het arrondissement zitting houdt, overhandigd op donderdag, de tiende dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur ".
  3° het derde lid, dat § 3 wordt, wordt vervangen door een bepaling luidend als volgt :
  " § 3. De verklaring van lijstenverbinding is slechts ontvankelijk, indien de kandidaten zich in hun akte van bewilliging het gebruik van het hun bij § 1 verleende recht hebben voorbehouden en indien de akte van voordracht hen daartoe machtigt. Zij moet, op straffe van nietigheid, door alle kandidaat-titularissen of door twee van de eerste drie kandidaat-titularissen van de lijst ondertekend zijn en de kandidaat-titularissen of twee van de eerste drie kandidaat-titularissen van de aangewezen lijst of lijsten moeten bij een soortgelijke verklaring en onder dezelfde voorwaarden hun instemming betuigen.
  Een lijst kan zich niet verbinden met twee of meer lijsten die niet onderling verbonden zijn.
  § 4. De wederzijdse verklaringen van lijstenverbinding mogen bij een zelfde akte worden gedaan.
  Indien een van de daarin opgenomen lijsten wordt afgewezen, blijft de verklaring gelden voor de andere lijsten van de groep.
  Evenzo, wanneer een kandidaat onverkiesbaar wordt gevonden, blijft de verbindingsverklaring gelden voor de andere kandidaten van de lijst.
  In de verklaringen mogen voor de gehele groep een getuige en een plaatsvervangende getuige aangewezen worden om de verrichtingen van het centraal bureau van het arrondissement bij te wonen. Die getuigen moeten, tenzij zij zelf kandidaat zijn, kiezer zijn in een van de districten van de provincie.
  De getuigen die door de kandidaten die geen verklaring van lijstenverbinding hebben afgelegd in districten waar andere kandidaten zulks wel hebben gedaan, aangewezen zijn om de vergaderingen van het hoofdbureau bij te wonen tijdens de voorlopige afsluiting van de kandidatenlijsten, de definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten en het tellen van de stemmen, zijn tevens van rechtswege aangewezen om de verrichtingen van het centraal bureau van het arrondissement bij te wonen.
  § 5. De voorzitters van de hoofdbureaus in districten waar een of meer kandidaten zich het recht hebben voorbehouden om een verklaring van lijstenverbinding af te leggen, zenden aan de voorzitter van het centraal bureau van het arrondissement de kandidatenlijst, zodra deze definitief is afgesloten, of brengen te zijner kennis dat de verkiezing zonder strijd is verlopen, in welk geval het voorbehoud van verklaring van lijstenverbinding vervalt.
  § 6. De verklaringen van lijstenverbinding moeten door ten minste een van de kandidaten aan de voorzitter van het centraal bureau van het arrondissement op het gestelde uur worden overhandigd. Er wordt een ontvangstbewijs van afgegeven.
  Dat bureau maakt onmiddellijk, in bijzijn van de getuigen, indien er zijn aangewezen, de tabel op van de verbonden lijsten en stuurt aan de voorzitters van de districtscolleges afschrift van de lijsten waarop kandidaten uit hun gebied voorkomen. Deze voorzitters laten de lijsten onmiddellijk in alle gemeenten van het kiesdistrict aanplakken.
  § 7. Op deze tabel wordt elke groep van verbonden lijsten aangewezen met de letters A, B, C, enzovoort, naar de orde van de indeling der lijsten op het stembiljet, zoals zij overeenkomstig artikel 13, § 5, door het hoofdbureau van de arrondissementshoofdplaats is vastgesteld. "

  Art. 264. Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 16. - De kiezer mag op een zelfde lijst zoveel stemmen uitbrengen als er zetels toe te kennen zijn.
  Wil de kiezer zijn stem geven aan een van de voorgedragen lijsten en kan hij zich verenigen met de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, dan brengt hij zijn stem uit in het stemvak bovenaan op die lijst.
  Wil hij deze orde wijzigen, dan brengt hij een of meer naamstemmen uit in het stemvak naast de naam van de kandidaat of kandidaten van die lijst aan wie hij de voorkeur wenst te geven. "

  Art. 265. In dezelfde wet wordt een artikel 18bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 18bis. - Het stemcijfer van iedere lijst wordt bepaald door de optelling van het getal der stembiljetten waarop een geldige stem is uitgebracht bovenaan de lijst of op een of meer kandidaten van die lijst.
  Alleenstaande kandidaten worden geacht ieder een afzonderlijke lijst te vormen. "

  Art. 266. Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 19. - § 1. In de kiesdistricten waar geen gebruik is gemaakt van het bij artikel 15 aan de kandidaten toegestane recht om een lijstenverbinding aan te gaan, wordt de verdeling van de zetels en de aanwijzing van de gekozenen gedaan overeenkomstig dit artikel.
  § 2. Het districtshoofdbureau deelt het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4, 5, enzovoort, en rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid, totdat er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn.
  Het laatste quotiënt dient als kiesdeler.
  De verdeling over de lijsten geschiedt derwijze dat aan iedere lijst een aantal zetels wordt toegekend, gelijk aan het aantal keren dat haar stemcijfer de kiesdeler bevat, behoudens toepassing van § 3.
  Indien een lijst meer zetels verkrijgt dan zij kandidaten telt, worden de niet toegekende zetels gevoegd bij die welke aan de andere lijsten toekomen; de verdeling over deze lijsten geschiedt door voortzetting van de in het eerste lid omschreven bewerking, zodat voor ieder nieuw quotiënt een zetel wordt toegekend aan de lijst waartoe het behoort.
  § 3. Wanneer een zetel met evenveel recht aan verscheidene lijsten toekomt, wordt hij toegekend aan de lijst met het hoogste stemcijfer en bij gelijkheid van de stemcijfers, aan de lijst waarop een kandidaat voorkomt die onder de kandidaten wier verkiezing in het geding is, de meeste stemmen heeft verkregen of subisidiair, de oudste in jaren is. "

  Art. 267. Artikel 20 van dezelfde wet worddt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 20. - § 1. In de districten waar wel gebruik is gemaakt van het in artikel 15 bedoelde recht bepaalt het hoofdbureau van elk district de kiesdeler door het algemeen totaal van de geldige stemmen te delen door het getal van de in het district toe te kennen zetels.
  Het bureau deelt het stemcijfer van elke lijst door die kiesdeler, zonder de bewerking tot de decimalen voort te zetten. Het aldus tot een geheel getal vastgestelde quotiënt bepaalt het aantal zetels dat bij een eerste verdeling wordt toegekend. Voor elke lijst schrijft het bureau, tegenover het aantal zetels dat haar aldus bij de eerste verdeling is toegekend, het overschot van de deling, dit wil zeggen het aantal nog niet gebruikte stemmen.
  Het proces-verbaal van deze verrichtingen wordt onmiddellijk gezonden aan de voorzitter van het centraal bureau van het arrondissement; de andere stukken worden aan de provinciegriffier gezonden overeenkomstig artikel 22.
  § 2. Het centraal bureau van het arrondissement vergadert de volgende dag te 12 uur. Indien het werk opgeschort is ten gevolge van een vertraging in de ontvangst van een of meer processen-verbaal van de hoofdbureaus van de districten, kan de vergadering tijdelijk onderbroken worden. Zij wordt dezelfde dag of zo nodig de volgende dag hervat op het uur waarop de ontbrekende stukken worden verwacht. Het bureau stelt het stemcijfer van iedere groep vast door optelling van de stemcijfers van de lijsten die er deel van uitmaken. De andere lijsten behouden hun stemcijfers.
  Het bureau bepaalt door samentelling van de eenheden van de ingevolge § 1 vastgestelde quotiënten hoeveel zetels de verschillende lijstengroepen en de alleenstaande lijsten voor het gehele arrondissement reeds hebben verkregen en hoeveel zetels aanvullenderwijs te verdelen zijn.
  Tot die aanvullende verdeling laat het alle lijstengroepen toe, behalve die welke in geen enkel district een aantal stemmen hebben verkregen dat ten minste gelijk is aan zesenzestig ten honderd van de kiesdeler, vastgesteld overeenkomstig § 1, eerste lid. Het laat eveneens tot die verdeling toe de alleenstaande lijsten die dit procent hebben bereikt.
  Het bureau deelt de stemcijfers bedoeld in het eerste lid achtereenvolgens door 1, 2, 3, enzovoort, indien de lijst nog geen enkele zetel definitief heeft verkregen; door 2, 3, 4, enzovoort, indien zij slechts één zetel heeft verkregen; door 3, 4, 5, enzovoort, indien zij reeds twee zetels heeft verkregen en zo vervolgens, in dier voege dat bij de eerste deling telkens gedeeld wordt door een cijfer gelijk aan het totaal van de zetels dat de groep of de lijst zou verkrijgen indien de eerste van de nog beschikbare zetels haar toegekend werd.
  Het bureau rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid totdat een aantal quotiënten gelijk aan het aantal aanvullend te verdelen zetels is bereikt; elk in aanmerking komend quotiënt brengt de toekenning mee van een aanvullende zetel aan de betrokken groep of lijst.
  § 3. Het centraal bureau van het arrondissement wijst vervolgens de districten aan waar de verbonden lijsten de hun toekomende aanvullende zetel of zetels zullen verkrijgen.
  Voor de alleenstaande lijsten is de aanwijzing volkomen duidelijk en heeft de toekenning het eerst plaats, en wel te beginnen met de lijsten die de hoogste in aanmerking komende quotiënten hebben.
  Voor de verbonden lijsten geschiedt de aanwijzing als volgt.
  De volgorde van de belangrijkheid van de in § 2, laatste lid, bedoelde quotiënten bepaalt de orde waarin elke groep achtereenvolgens aan de beurt komt om de nog toe te kennen zetel te bezetten.
  Samen met elke groep komt aan de beurt het district waar de groep een zetel verkrijgt.
  Te dien einde schrijft het centraal bureau van het arrondissement onder elkaar, in evenveel kolommen als er alleenstaande lijsten en groepen voor de verdeling aan de beurt komen, de niet vertegenwoordigde stemoverschotten in, die in de processen-verbaal van bovenbedoelde districten zijn vermeld; het rangschikt ze in de volgorde van hun belangrijkheid en vermeldt tegenover elk overschot de naam van het district waarop het betrekking heeft.
  De groep waaraan de zetel bij de aanvullende toekenning van de mandaten toekomt, verkrijgt hem in het district dat bovenaan staat in de aan die groep toegewezen kolom, en zo vervolgens. Heeft het aan de beurt komende district het volle aantal zetels reeds verkregen, dan gaat de zetel die de aan de beurt komende groep toekomt, naar het district dat onmiddelijk volgt in dezelfde kolom, en in voorkomend geval naar het daarop volgende district.
  Zijn alle zetels reeds toegekend in de districten waar de groep kandidaten heeft, dan kan de aanvullende zetel haar niet worden toegekend en wordt het mandaat dat nog openstaat in het district waar de groep geen kandidaten heeft, overeenkomstig het volgende lid aan een andere lijst toegekend.
  Wanneer, nadat de lijsten aan de beurt gekomen zijn en de districten aangewezen zijn, bevonden wordt dat in een district een lijst meer zetels verkrijgt dan zij er kandidaten telt, voegt het centraal arrondissementsbureau de niet toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten in hetzelfde district toekomen, en zet te dien einde de in § 2 omschreven bewerkingen voort; ieder nieuw quotiënt brengt toekenning mee van een zetel van de betrokken groep of lijst die een toereikend aantal kandidaten telt in het district.
  § 4. Indien een groep van verbonden lijsten recht heeft op meer aanvullende zetels dan zij lijsten telt, wordt de toekenning van een tweede zetel aan een van deze lijsten, de eerste in de orde aangegeven onder § 3, pas gedaan nadat de andere lijsten van de groep elk een eerste aanvullende zetel hebben verkregen. "

  Art. 268. Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 21. - § 1. Wanneer het aantal kandidaten van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan de lijst toekomt, zijn al die kandidaten gekozen.
  Is dat getal groter, dan worden de zetels toegekend aan de kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. Bij gelijk stemmental is de volgorde van de lijst beslissend. Alvorens de verkozenen aan te wijzen, kent het districtshoofdbureau aan de kandidaten individueel de lijststemmen toe die ten gunste van de orde van voordracht zijn uitgebracht. Dit aantal lijststemmen wordt verkregen door het getal van de bovenaan de lijst ingevulde stembiljetten te vermenigvuldigen met het getal van de zetels door deze lijst behaald. De toekenning van de lijststemmen geschiedt door overdracht : aan de naamstemmen, door de eerste kandidaat van de lijst behaald, worden zoveel lijststemmen toegevoegd als nodig is om het verkiesbaarheidscijfer van die lijst te bereiken; is er een overschot, dan wordt het op gelijke wijze toegekend aan de tweede kandidaat, en zo vervolgens todat alle lijststemmen zijn toegekend.
  Het verkiesbaarheidscijfer van elke lijst wordt verkregen door het totaal van de in aanmerking komende stemmen te delen door het getal van de aan de lijst toegekende zetels, vermeerderd met één. Het totaal van de in aanmerking komende stemmen wordt verkregen door het getal van de lijststembiljetten (bovenaan de lijst of naast een of meer kandidaten van de lijst ingevuld) te vermenigvuldigen met het getal van de zetels dat aan de lijst toekomt.
  § 2. Wanneer een of meer kandidaten van een lijst verkozen zijn, worden de niet-verkozen kandidaten van de lijst die de meeste stemmen hebben behaald, of bij gelijk stemgetal in de orde van inschrijving op het stembiljet, eerste, tweede, derde opvolger, enz. verklaard, zonder dat hun aantal het dubbel van dat van de verkozenen van de lijst mag overtreffen of kleiner mag zijn dan drie. Indien het aantal niet-verkozen kandidaten evenwel kleiner is dan drie, worden deze allen als opvolger verkozen verklaard.
  Voordat die aanwijzing plaatsheeft en nadat het bureau de titularissen heeft aangewezen, gaat het over tot een nieuwe individuele toekenning van de lijststemmen die ten gunste van de orde van voordracht zijn uitgebracht, en zulks op dezelfde wijze als voor de aanwijzing van de verkozen titularissen, maar te beginnen met de eerste van de niet-verkozen kandidaten naar de orde van voordracht.
  § 3. De stembiljetten, de voor het aantekenen van de namen gebruikte kiezerslijsten, die behoorlijk ondertekend moeten zijn door de leden van het stembureau die de aantekening gedaan hebben, en door de voorzitter, alsook de ingevolge artikel 9bis, §§ 5 en 6, derde lid, teruggenomen biljetten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank of subsidiair van het vredegerecht van het stemopnemingsbureau; zij blijven er berusten tot de tweede dag na de geldigverklaring van de verkiezing. De provincieraden kunnen zich deze stukken doen overleggen, indien zij het nodig achten.
  De niet-gebruikte biljetten worden onmiddellijk toegezonden aan de gouverneur der provincie, die het getal ervan vaststelt.
  De stembiljetten worden vernietigd nadat de verkiezing definitief geldig of ongeldig verklaard is.
  In voorkomend geval overhandigt de griffier aan de vrederechter desgevraagd de kiezerslijsten betreffende het gebied waarover deze bevoegd is. "

  Art. 269. Een artikel 21bis, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
  " Artikel 21bis. - Wanneer een kandidaat voor de dag van de verkiezing overlijdt, gaat het districtshoofdbureau tewerk alsof deze kandidaat niet op de lijst gestaan had waarop hij zich kandidaat gesteld had. De overleden kandidaat mag niet verkozen verklaard worden en geen enkele van de stemmen die uitgebracht zijn ten gunste van de volgorde van voordracht wordt aan hem toegekend. Er wordt echter rekening gehouden met het aantal naamstemmen die hij behaald heeft om het kiescijfer te bepalen van de lijst waarop hij zich kandidaat gesteld had.
  Wanneer een kandidaat op de dag van de stemming of daarna overlijdt, maar voor de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen, gaat het bureau tewerk alsof de betrokkene nog in leven was. Indien hij tot titularis verkozen is, moet de eerste opvolger van dezelfde lijst in zijn plaats zitting hebben.
  De eerste opvolger van dezelfde lijst moet ook zitting hebben in de plaats van de verkozen kandidaat die na de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen overlijdt. "

  Art. 270. (Artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 26 april 1929 en 26 juni 1970, wordt het eerste lid vervangen door de volgende bepaling :) <W 1993-12-30/31, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 5555-55-55>
  " Worden binnen vijf dagen die volgen op de datum van de verkiezing aan de provinciegriffier toegezonden wat de in 1° en 3° bedoelde stukken betreft :
  1° het proces-verbaal van de verkiezing, staande de vergadering opgemaakt en ondertekend door de leden van het districtshoofdbureau en door de getuigen, indien de verkiezing zonder strijd is verlopen dan wel bij ontstentenis van lijstenverbinding;
  2° het in artikel 20, § 1, tweede lid, bedoelde proces-verbaal, in de districten waarvan de met toepassing van artikel 15 bedoelde mogelijkheid tot lijstenverbinding gebruik is gemaakt;
  3° de processen-verbaal van de stembureaus en van de stemopnemingsbureaus, de akten van voordracht en de betwiste biljetten.
  Uittreksels uit het proces-verbaal van de verkiezing worden aan de verkozenen toegezonden.
  Indien hij zulks nodig acht, kan de provincieraad verzoeken om voorlegging van deze stukken alsmede van de stukken die op grond van artikel 21, § 3, aan de griffie van het vredegerecht moeten worden toegezonden. "

  Art. 271. Artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 17 maart 1958, 28 juni 1984 en 7 januari 1991, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 23. - Om tot provincieraadslid verkozen te kunnen worden en om het te kunnen blijven, moet men :
  1° Belg zijn;
  2° de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
  3° in het bevolkingsregister van een gemeente van de provincie ingeschreven zijn.
  Niet verkiesbaar zijn :
  1° zij die door veroordeling ontzet zijn van het recht om gekozen te worden;
  2° zij die met toepassing van artikel 6 van het Kieswetboek uitgesloten zijn van het kiesrecht;
  3° zij die met toepassing van artikel 7 van hetzelfde Wetboek in de uitoefening van het kiesrecht geschorst zijn.
  De verkiesbaarheidsvoorwaarden moeten uiterlijk op de dag van de verkiezing vervuld zijn. "

  Art. 272. In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 2°, worden de woorden " de Vice-Gouverneur van Brabant " vervangen door de woorden " de Adjunct-Gouverneur van Vlaams Brabant ";
  2° het 4° wordt door de volgende tekst vervangen :
  " 4° de ontvangers of rekenplichtige ambtenaren van de Staat, het Gewest, de Gemeenschap of de provincie; ".

  Art. 273. In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 26 juni 1970, 5 juli 1976 en 28 juli 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het 4° worden de woorden " de Rijksambtenaren " vervangen door de woorden " de ambtenaren van het Rijk, van het Gewest of van de Gemeenschap ";
  2° het 5° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " 5° de leerkrachten die door de Staat, de Gemeenschap, de provincie of de gemeente bezoldigd worden, met uitzondering van het onderwijzend personeel van de Gemeenschapsuniversiteiten; ";
  3° het 6° wordt vervangen door de volgende tekst :
  " 6° het personeel van de gemeentebesturen en de ontvangers van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. "

  Art. 274. Artikel 29 wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " De gewone vergadering van de kiescolleges met het oog op de vernieuwing van de provincieraden heeft plaats op dezelfde dag als die bepaald voor de vernieuwing van de gemeenteraden. "

  Art. 275. In dezelfde wet, na artikel 37, wordt een titel IVbis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Titel IVbis. - Bijzondere bepalingen tot regeling van de gelijktijdige verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden. "

  Art. 276. Een artikel 37bis, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
  " Art. 37bis. - De kiesverrichtingen worden geregeld volgens de bepalingen van deze wet, behoudens de modaliteiten vermeld bij de artikelen 37ter tot 37sexies. "

  Art. 277. Een artikel 37ter, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
  " Art. 37ter. - De kiesverrichtingen zijn gemeenschappelijk voor de provincie- en gemeenteverkiezingen. Elk kiesbureau beschikt over twee stembussen, voorbehouden respectievelijk voor de stembiljetten voor de verkiezing van de provincieraadsleden en voor die van de gemeenteraadsleden.
  De omslagen waarin de stembiljetten of stukken voor de provincieraadsverkiezingen moeten worden gesloten, zijn van dezelfde speciale kleur als die biljetten of dragen als opschrift een letter P van drie centimeter hoog.
  Wanneer de stemopneming niet in het stemlokaal, maar in een ander lokaal van dezelfde gemeente moet geschieden, mogen de stembiljetten in een harmonika-omslag gesloten of in de stembus gelaten worden. De omslagen of stembussen worden behoorlijk verzegeld alvorens naar het stemopnemingsbureau te worden vervoerd.
  Het proces-verbaal wordt opgemaakt in twee exemplaren, het ene bestemd voor het stemopnemingsbureau van de provincieraadsverkiezingen en het andere voor het bureau van de gemeenteraadsverkiezingen. De bijlagen die beide verkiezingen betreffen, worden gevoegd bij het exemplaar bestemd voor het bureau van de provincieraadsverkiezingen.
  Niemand kan voorzitter zijn van een stembureau, tenzij hij kiezer is in het kiesdistrict. "

  Art. 278. Een artikel 37quater, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
  " Art. 37quater. - Indien dezelfde magistraat een kantonbureau voor de provincieraadsverkiezingen en een hoofdbureau voor de gemeenteraadsverkiezingen moet voorzitten, wordt hij voor deze laatste functie vervangen door de magistraat die hem vervangt in geval hij in de uitoefening van zijn rechterlijke opdrachten is verhinderd. "

  Art. 279. Een artikel 37quinquies, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
  " Art. 37quinquies. - In de gemeente, die hoofdplaats is van het kanton, zijn de verrichtingen van de stemopneming verschillend voor de twee verkiezingen.
  Te dien einde worden alle stemopnemingsbureaus gesplitst in een bureau A en een bureau B.
  Het bureau A neemt de stembiljetten voor de verkiezing van de provincieraden op.
  Het burau B neemt de stembiljetten voor de verkiezing van de gemeenteraden op.
  De bureaus A en B houden zitting in verschillende lokalen en hetzelfde gebouw. "

  Art. 280. Een artikel 37sexies, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd :
  " Art. 37sexies. - De voorzitters van de stemopnemingsbureaus voor de gemeenteraadsverkiezingen bezorgen onverwijld aan het eerste stemopnemingsbureau voor de provincieraadsverkiezingen de stembiljetten betreffende deze verkiezingen die bij vergissing in hun stembussen werden gestoken. De op deze stembiljetten uitgebrachte stemmen worden door dit eerste bureau geteld.
  De voorzitters van de stemopnemingsbureaus voor de provincieraadsverkiezingen bezorgen onverwijld aan het hoofdbureau van de betrokken gemeente de stembiljetten betreffende de gemeenteraadsverkiezingen die bij vergissing in hun stembussen werden gestoken. De op deze stembiljetten uitgebrachte stemmen worden geteld door het eerste stemopnemingsbureau voor de gemeenteraadsverkiezingen. "

  Art. 281. In artikel 38, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden " een parlements- of gemeenteraadsverkiezing " vervangen door de woorden " een andere verkiezing ".

  Art. 282. Het opschrift van titel V van dezelfde wet wordt vervolledigd met de woorden " en overgangsbepalingen ".

  Art. 283. Artikel 43 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 43. - § 1. In afwijking van artikel 33, wordt het mandaat van de provincieraadsleden van de provincie Brabant, die verkozen werden naar aanleiding van de verkiezing van 24 november 1991, verlengd tot 31 december 1994.
  § 2. De verkozenen in de provincieraad van Vlaams-Brabant en in de provincieraad van Waals-Brabant naar aanleiding van de verkiezing van de tweede zondag van oktober 1994 komen, onder het voorzitterschap van hun ouderdomsdeken, de eerste maandag van de maand januari 1995 om 14.00 uur zonder oproeping van rechtswege bijeen en gaan tijdens die vergadering over tot het onderzoek van hun geloofsbrieven. Zij wijzen voor 15 januari 1995 de leden aan van de bestendige deputatie.
  § 3. De bestendige deputatie van de provincie Brabant begint de procedure tot geldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezingen van de tweede zondag van oktober 1994 voor de gemeenten die deel uitmaken van de administratieve arrondissementen Brussel-Hoofdstad, Leuven, Halle-Vilvoorde en Nijvel.
  Zodra de provincieraad van Vlaams-Brabant en van Waals-Brabant de leden van hun respectievelijke bestendige deputatie overeenkomstig § 2 hebben aangewezen, worden de nog niet afgehandelde dossiers inzake de geldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezingen, bedoeld in het eerste lid, als volgt verdeeld :
  1° die welke betrekking hebben op de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofstad worden overgedragen aan het college, bedoeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, en ingevoegd bij artikel 59 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur;
  2° die welke betrekking hebben op de gemeenten van de administratieve arrondissementen Leuven en Halle-Vilvoorde worden overgedragen aan de bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant;
  3° die welke betrekking hebben op de gemeenten van het administratief arrondissement Nijvel worden overgedragen aan de bestendige deputatie van de provincie Waals-Brabant.
  Het college en de bestendige deputaties, bedoeld in het tweede lid, zetten de procedure tot geldigverklaring, waarmee de bestendige deputatie van de provincie Brabant was begonnen, voort en beëindigen die. "

  Art. 284. Het model I (onderrichtingen voor de kiezer) dat bij dezelfde wet gevoegd is en gewijzigd werd bij de wetten van 26 april 1929, 26 december 1950, 8 juli 1970 en 16 januari 1980, wordt vervangen door het model I dat als bijlage 11 bij deze wet gevoegd is.
  Het model II, dat bij dezelfde wet gevoegd is en gewijzigd werd door de wetten van 17 maart 1958 en 5 juli 1976, wordt vervangen door het model II dat als bijlage 12 bij deze wet gevoegd is.

  Art. 285. De artikelen 2bis en 24 van dezelfde wet worden opgeheven.

  HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de begrenzing van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant en aanwijzingen van hun hoofdplaatsen.

  Art. 286. Het grondgebied van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant wordt als volgt vastgesteld :
  De provincie Vlaams-Brabant omvat het grondgebied van de administratieve arrondissementen Halle-Vilvoorde en Leuven.
  De provincie Waals-Brabant omvat het grondgebied van het administratief arrondissement Nijvel.
  Onder het grondgebied van de voormelde arrondissementen dient te worden verstaan het grondgebied van die arrondissementen, zoals ze bestaan op het ogenblik van inwerkingtreding van deze wet.

  Art. 287. De provincie Vlaams-Brabant heeft als hoofdplaats Leuven.
  De hoofdplaats van de provincie Waals-Brabant zal door de provincieraad bepaald worden tijdens zijn eerste vergadering.
  De eerste vergadering van de provincieraad van Waals-Brabant vindt plaats te Nijvel.

  Art. 288. Het opschrift van hoofdstuk II van titel I van het koninklijk besluit van 17 september 1975 houdende samenvoeging van gemeenten en wijziging van hun grenzen, bekrachtigd bij de wet van 30 december 1975, wordt vervangen door het volgende opschrift : " Provincie Vlaams-Brabant ".

  Art. 289. Het opschrift van hoofdstuk VI van titel I van het koninklijk besluit van 17 september 1975 houdende samenvoeging van gemeenten en wijziging van hun grenzen, bekrachtigd bij de wet van 30 december 1975, wordt vervangen door het volgende opschrift : " Provincie Waals-Brabant ".

  TITEL IX. - Wijzigingen van de nieuwe gemeentewet en van de gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932.

  HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de nieuwe gemeentewet.

  Art. 290. In artikel 71 van de nieuwe gemeentewet worden het 1° en 2° respectievelijk vervangen door de volgende bepalingen :
  " 1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant; "
  " 2° de leden van de bestendige deputatie van de provincieraad en de leden van het college ingesteld bij artikel 83quinquies van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; "

  Art. 291. Artikel 143, tweede lid, van de nieuwe gemeentewet wordt vervangen door het volgende lid :
  " De hoofdstukken II tot IV van deze titel zijn toepasselijk op de leden van de gemeentelijke politiekorpsen en van de brandweerdiensten in zover de bepalingen van titel IV " De gemeentepolitie " en de bepalingen aangaande de leden van de brandweerdiensten in de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, hiervan niet afwijken ".

  Art. 292. In artikel 144 van dezelfde wet worden het eerste en het tweede lid vervangen door de volgende leden :
  " De algemene bepalingen, door de Koning vast te stellen krachtens artikel 189 van deze wet en krachtens artikel 9, § 1, tweede lid, en artikel 13, §§ 1 en 3 van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, worden vastgesteld na raadpleging van de vertegenwoordigers van de meest representatieve organisaties van het gemeentepersoneel.
  Hetzelfde geldt voor de beslissingen te nemen door de Koning krachtens artikel 29 van deze wet ".

  Art. 293. In artikel 145 van dezelfde wet worden de woorden " binnen de perken van de algemene bepalingen die de Koning heeft vastgesteld " geschrapt.

  Art. 294. Artikel 148, tweede zin, van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 295. In artikel 189 van dezelfde wet worden na de woorden " de weddeschalen " de woorden ", de toelagen of vergoedingen " ingevoegd.

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932.

  Art. 296. Het opschrift van titel I van de gemeentekieswet, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 4 augustus 1932, wordt vervangen door het opschrift : " Kiezerslijst ".

  Art. 297. Artikel 1 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 9 juni 1982, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 1. - § 1. Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men :
  1° Belg zijn;
  2° de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
  3° in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn;
  4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing bepaald bij het Kieswetboek.
  § 2. De voorwaarden vermeld in § 1,, 2° en 4°, moeten vervuld zijn op de dag van de verkiezing; die vermeld in § 1, 1° en 3° moeten dat zijn op de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten.
  § 3. De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing de Belgische nationaliteit verloren hebben, worden van de kiezerslijst geschrapt.
  De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van het recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt.
  § 4. Aan deze lijst worden tot de dag voor de verkiezing de personen toegevoegd die ten gevolge van een arrest van het Hof van beroep of een beslissing van het college van burgemeester en schepenen weer als gemeenteraadskiezer opgenomen moeten worden. "

  Art. 298. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 2. - De stemming vindt plaats in de gemeente waar de kiezer op de kiezerslijst is ingeschreven. "

  Art. 299. Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 3. - § 1. Op 1 augustus van het jaar tijdens hetwelk de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaatsheeft, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst van de gemeenteraadskiezers op.
  Op die lijst worden vermeld :
  1. de personen die op de vermelde datum in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven zijn en de andere in artikel 1, § 1, bedoelde kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervullen;
  2. de gemeenteraadskiezers die tussen 1 augustus en de datum van de verkiezingen de leeftijd van achttien jaar bereiken;
  3. de personen voor wie de schorsing van het kiesrecht een einde neemt vóór de datum van de verkiezingen.
  Voor elke persoon die voldoet aan de in artikel 1, § 1, gestelde kiesbevoegdheidsvoorwaarden, vermeldt de kiezerslijst de naam, de voornamen, de geboortedatum en het volledige adres. De lijst wordt volgens een doorlopende nummering en eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten.
  § 2. De artikelen 13, 16 en 18 tot 39 van het Kieswetboek zijn van toepassing, mits in artikel 18 en 19 de verwijzing naar artikel 10, § 2, van dat Wetboek vervangen wordt door een verwijzing naar § 1, derde lid, van dit artikel. "

  Art. 300. Artikel 4 van dezelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " § 1. Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst opgemaakt is, exemplaren of afschriften ervan af te geven aan de personen die in naam van een politieke partij optreden, die daartoe uiterlijk op 1 augustus van het jaar waarin de gewone verkiezing plaatsheeft of, in geval van buitengewone verkiezing, vermeld in artikel 7, tweede en derde lid, en 77, tweede lid, binnen acht dagen na hetzij de beslissing van de gemeenteraad of na publikatie van het koninklijk besluit tot oproeping van de verkiezing, bij aangetekend schrijven een aanvraag richten aan de burgemeester en die er zich schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor de verkiezingen in de gemeente voor te dragen.
  Elke politieke partij kan kosteloos twee exemplaren of afschriften van deze lijst krijgen voor zover ze een kandidatenlijst voor de verkiezingen in de gemeente indient.
  De afgifte aan de in het eerste lid vermelde personen van bijkomende exemplaren of afschriften geschiedt tegen betaling van de kostprijs, die door het college van burgemeester en schepenen wordt bepaald.
  Indien een politieke partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 2. Ieder persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs exemplaren of afschriften van de kiezerslijst krijgen, voor zover hij ernaar gevraagd heeft volgens de nadere regelen bepaald in § 1, eerste lid.
  Het gemeentebestuur onderzoekt, op het ogenblik van de afgifte, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.
  Indien de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde strafsancties.
  § 3. Het gemeentebestuur mag geen exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan andere personen dan die welke ze overeenkomstig § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid, aangevraagd hebben. De personen die deze exemplaren of afschriften hebben ontvangen, mogen ze op hun beurt niet meedelen aan derden.
  De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die worden afgegeven met toepassing van de §§ 1 en 2, mogen slechts voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden, inbegrepen buiten de periode die tussen de datum van afgifte van de lijst en de datum van de verkiezing valt ".

  Art. 301. Artikel 5 van dezelfde wet, opnieuw opgenomen bij de wet van 5 juli 1976, wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Art. 5. - Uiterlijk op 31 augustus zendt het gemeentebestuur twee exemplaren van de lijst der gemeenteraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde.
  Voor de gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest worden deze lijsten aan de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad of zijn gemachtigde gestuurd.
  Voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, worden de in het eerste lid bedoelde exemplaren respectievelijk aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen en aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren gezonden. "

  Art. 302. Artikel 6 van dezelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Art. 6. - In de gevallen van buitengewone verkiezing vermeld in artikel 7, tweede en derde lid, en 77, tweede lid, maakt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst op, hetzij op de datum van de beslissing van de gemeenteraad of van het koninklijk besluit tot oproeping van de kiezers, hetzij op de datum waarop de beslissing tot annulering van de verkiezing aan de gemeenteraad wordt betekend. "

  Art. 303. Het opschrift van titel II van dezelfde wet wordt vervangen door het opschrift : " Verdeling van kiezers en kiesbureaus ".

  Art. 304. Aan artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid wordt de tweede zin vervangen door de volgende zin :
  " Deze vergadering heeft altijd plaats op een zondag, binnen vijftig dagen na de beslissing of het koninklijk besluit ";
  2° er wordt een derde lid aan toegevoegd, luidend als volgt :
  " De bepalingen van het voorgaande lid zijn van toepassing op de verkiezingen bedoeld in de artikelen 272 en 273 van de nieuwe gemeentewet. "

  Art. 305. Aan artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de eerste zin geschrapt;
  2° het derde lid wordt door de volgende leden vervangen :
  " Verscheidene stemafdelingen kunnen in de lokalen van een zelfde gebouw worden bijeengeroepen.
  Wanneer de stemming anders gebeurt dan aan de hand van een stembiljet, kan de Koning het aantal kiezers per stemafdeling verhogen, zonder dat het aantal ervan echter hoger ligt dan tweeduizend.
  Wat de gemeenten Voeren en Komen-Waasten betreft, wordt de bevoegdheid die toegekend is aan de provinciegouveneur of aan zijn gemachtigde respectievelijk uitgeoefend door de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen. "

  Art. 306. Artikel 10 van dezelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Art. 10. - In de gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk arrondissement, wordt het hoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hem vervangt.
  In de gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton, wordt het hoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door één van zijn plaatsvervangers naar dienstouderdom.
  In de andere gemeenten wordt de voorzitter van het hoofdbureau door de vrederechter uit de gemeenteraadskiezers benoemd, in de volgorde bepaald bij artikel 95, § 4, derde lid, van het Kieswetboek, met dit voorbehoud dat in het 9° " van de gemeente " gelezen moet worden in plaats van " van het arrondissement ".
  In de gevallen vermeld in het eerste en het tweede lid, wijst de voorzitter van het hoofdbureau een plaatsvervanger aan om hem op de dag van de stemming te vervangen, wanneer hij gehouden is zich naar een andere gemeente te begeven om er te stemmen. "

  Art. 307. Artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 11 - De voorzitters van de stembureaus worden door de voorzitter van het hoofdbureau uit de gemeenteraadskiezers benoemd, in de volgorde bepaald bij artikel 95, § 4, derde lid, van het Kieswetboek, met dit voorbehoud dat in het 9° " van de gemeente " gelezen moet worden in plaats van " van het arrondissement ". "

  Art. 308. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen door het hierna volgende eerste en tweede lid :
  " Uiterlijk de dertigste dag vóór de verkiezing maakt de voorzitter van het hoofdbureau de lijst van de voorzitters van de stembureaus op en stuurt een afschrift aan de betrokkenen.
  Hij voorziet ten spoedigste in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht een wettige reden van verhindering hebben doen kennen. ";
  2° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt het woord " afdelingsstembureau " vervangen door het woord " stembureau ".

  Art. 309. Artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 juni 1970, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 13. - Elk stembureau of het enig stembureau bedoeld bij artikel 8 bestaat uit een voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris.
  Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken. "

  Art. 310. Artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 8 juli 1970 en 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 14. - § 1. De voorzitter van het hoofdbureau wijst uit de gemeenteraadskiezers de bijzitters aan die deel uitmaken van zijn bureau.
  Het hoofdbureau of, indien het kiescollege niet méér dan één stemafdeling uitmaakt, het enige stembureau, moet ten minste zevenentwintig dagen vóór de verkiezing samengesteld zijn.
  § 2. De bijzitters voor de stembureaus worden aangewezen overeenkomstig artikel 95, § 9, van het Kieswetboek.
  Voor die bureaus worden de bijzitters ten minste twaalf dagen vóór de verkiezing aangewezen. De voorzitter van elk stembureau geeft aan de voorzitter van het hoofdbureau dadelijk kennis van de gedane aanwijzingen. "

  Art. 311. Artikel 17, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende lid :
  " De voorzitter van het hoofdbureau verstrekt afschriften van de lijst met de leden van de kiesbureaus van de gemeente aan ieder die ten minste vijftien dagen vóór de verkiezing erom verzocht heeft; de prijs van een exemplaar van deze lijst mag niet hoger zijn dan honderd frank. "

  Art. 312. Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 20. - De leden van de stembureaus ontvangen presentiegeld. Het bedrag wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Het mag niet hoger zijn dan het bedrag dat bepaald is krachtens artikel 130, eerste lid, 2°, van het Kieswetboek, noch lager zijn dan de helft van dat bedrag.
  Voor de toepassing van het eerste lid wordt het hoofdbureau gelijkgeschakeld met het kieskringhoofdbureau. "

  Art. 313. Artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 21. - Ten minste vijftien dagen vóór de verkiezing zendt het college van burgemeester en schepenen een oproepingsbrief aan elke kiezer, aan de verblijfplaats die hij op dat ogenblik heeft. Kan een oproepingsbrief aan de kiezer niet worden bezorgd, dan wordt hij op de gemeentesecretarie neergelegd, waar de kiezer hem kan afhalen tot op de dag van de stemming, 's middags.
  De oproepingsbrief vermeldt de dag waarop en het lokaal waar de kiezer moet stemmen, het aantal te kiezen raadsleden alsook de uren van opening en sluiting der stemming.
  De brief wordt opgesteld volgens een bij koninklijk besluit te bepalen model; naast het nummer waaronder de kiezer op de kiezerslijst is opgenomen, bevat hij ook zijn naam, voornamen en verblijfplaats en eventueel de naam van zijn echtgeno(o)t(e).
  Een bericht van oproeping wordt ten minste twintig dagen vóór de stemming in de gemeente ter openbare kennis gebracht op de gebruikelijke wijze en de gewone uren van bekendmaking. Het aanplakbiljet behelst de vermeldingen voorgeschreven in het tweede lid, en herinnert eraan dat de kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen, hem op de gemeentesecretarie kan afhalen tot op de dag van de stemming, 's middags. "

  Art. 314. In artikel 22, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 17 maart 1958 en 8 juli 1970, worden de woorden " en die welke eraan voorfgaan " vervangen door de woorden " en de in het eerste tot derde lid bedoelde dagen. "

  Art. 315. Artikel 22bis van dezelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Art. 22bis. - Na de loting bedoeld in artikel 10 van de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen, stelt de Minister van Binnenlandse Zaken de voorzitters van de hoofdbureaus in kennis van de aldus toegekende gemeenschappelijke volgnummers, van de aan de verschillende nummers voorbehouden letterwoorden alsmede de namen, de voornamen en de adressen van de personen en hun plaatsvervangers, die door de politieke formaties zijn aangewezen op het vlak van het administratief arrondissement, en die alleen bevoegd zijn tot het echt verklaren van de kanditatenlijsten.
  De voordrachten van kandidaten die zich op een beschermd letterwoord en een gemeenschappelijk volgnummer beroepen, met toepassing van artikel 10 van de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen, moeten vergezeld gaan van het attest van de op het vlak van het administratief arrondissement door de politieke formatie aangewezen persoon of zijn plaatsvervanger; indien een dergelijk attest niet kan worden voorgelegd, moet de voorzitter van het hoofdbureau voor de gemeenteraadsverkiezing ambtshalve het gebruik van het beschermd letterwoord en het gemeenschappeljk volgnummer voor de provincieraadsverkiezing weigeren. "

  Art. 316. In artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 2 augustus 1988, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid wordt de verwijzing naar artikel 116, vierde lid, van het Kieswetboek vervangen door een verwijzing naar artikel 10 van de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen;
  2° het vierde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Het gebruiken van de letterwoorden die op de lijsten voor de provincieraadsverkiezing voorkomen en waarvan het gebruik ontzegd is, kan door de Minister van Binnenlandse Zaken verboden worden voor de gemeenteraadsverkiezing. ";
  3° in het zesde lid wordt de verwijzing naar artikel 22bis, vierde lid, vervangen door een verwijzing naar artikel 10, § 2, van de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen.

  Art. 317. In artikel 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 17 juli 1958 en 26 juni 1970, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " en stemopnemingsbureaus " ingevoegd na het woord " stembureaus ";
  2° in het derde lid, eerste volzin, worden de woorden " of stemopnemingsbureau " na het woord " stembureau " ingevoegd;
  3° in het vijfde lid, worden de woorden " zelfs indien zij geen kiezer zijn " geschrapt.

  Art. 318. In artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976, 9 juni 1982, 2 augustus 1988 en 16 juni 1989 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid van § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Artikel 119 van het Kieswetboek is van toepassing op de gemeenteraadsverkiezingen met dien verstande dat :
  - het woord " twintigste " vervangen wordt door het woord " zevenentwintigste ";
  - het woord " arrondissementshoofdbureau " vervangen wordt door het woord " hoofdbureau ". "
  2° in § 2, tweede lid, wordt het woord " eenentwintig " vervangen door het woord " achttien ";
  3° paragraaf 3 wordt aangevuld met een 5°, luidend als volgt :
  " 5° in elk van deze artikelen wordt het woord " arrondissementshoofdbureau " vervangen door het woord " hoofdbureau " ".

  Art. 319. In artikel 27 van dezlfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt geschrapt;
  2° in het derde lid worden de woorden " één van de verbodsbepalingen van het eerste en het tweede lid " vervangen door de woorden " deze verbodsbepaling ".

  Art. 320. In artikel 29, tweede lid, van dezelfde wet, wordt de derde zin geschrapt.

  Art. 321. In artikel 30, zesde lid, worden de woorden " volgnummer vermeld in de bij artikel 22bis bedoelde tabel " vervangen door de woorden " gemeenschappelijk volgnummer vermeld in artikel 10, § 2, van de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen ".

  Art. 322. In artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 29 oktober 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt tussen de eerste en de tweede zin de volgende zin ingevoegd :
  " Dit is wit van kleur. ";
  2° het tweede en het derde lid worden opgeheven;
  3° het vijfde lid, dat het derde lid wordt, wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " De afmetingen van de stembiljetten worden bij koninklijk besluit bepaald op basis van het aantal te kiezen leden. "

  Art. 323. In artikel 34, eerste lid, worden de woorden " en binnen in elk stemhokje " geschrapt.

  Art. 324. Artikel 36 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 36. - Artikel 142 van het Kieswetboek is van toepassing op de gemeenteraadsverkiezingen. "

  Art. 325. Artikel 37 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 5 juli 1976, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 37. - De kiezer ontvangt een stembiljet uit de handen van de voorzitter.
  Dit biljet, na rechthoekig in vier te zijn dichtgevouwen zodanig dat de stemvakken bovenaan op de lijst zich aan de binnenzijde bevinden, wordt open voor de voorzitter gelegd die het in dezelfde vouwen weer toevouwt; het wordt aan de keerzijde gemerkt met een stempel dragende de naam van de gemeente waar de stemming plaatsheeft en de datum van de verkiezing. Het bureau wijst ten minste vijf plaatsen aan waar de stempel mag worden aangebracht; daarna wordt de plaats door het lot bepaald. Deze loting wordt, op verzoek van een der leden van het stembureau of van een getuige, eens of meermaals herhaald gedurende de verrichtingen. Oordeelt het stembureau een dergelijk voorstel niet dadelijk te kunnen aannemen, dan kan het lid van het stembureau of de getuige eisen dat de redenen van de weigering in het proces-verbaal worden opgenomen.
  De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een van de stemhokjes; hij brengt er zijn stem uit, toont aan de voorzitter het behoorlijk opnieuw in vier gevouwen stembiljet met het stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus, nadat de voorzitter of een door hem aangesteld bijzitter de oproepingsbrief heeft gemerkt met de in het tweede lid bedoelde stempel. Het is de kiezer verboden zijn stembiljet bij het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Doet hij zulks, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, dat onmiddellijk onbruikbaar wordt gemaakt, en hij verplicht de kiezer opnieuw te stemmen.
  Een kiezer die wegens een lichaamsgebrek niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door iemand laten geleiden of bijstaan. Beider naam wordt in het proces-verbaal vermeld.
  Betwist een bijzitter of een getuige de echtheid of de ernst van het aangevoerde lichaamsgebrek, dan beslist het stembureau en zijn met redenen omklede beslissing wordt in het proces-verbaal opgenomen. "

  Art. 326. Artikel 38 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 5 juli 1976, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 38. - Bij de gewone vernieuwing van de gemeente- en provincieraden worden de verkiezingsuitgaven verdeeld overeenkomstig artikel 8 van de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen.
  In geval van een verkiezing bedoeld bij artikel 7, tweede lid, zijn alle verkiezingsuitgaven, behalve die voor het stempapier dat door de Staat wordt geleverd, ten laste van de gemeente, met name :
  1° het in artikel 20 vermelde presentiegeld, alsmede de reisvergoeding waarop de leden van de kiesbureaus aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden bepaald door de Koning;
  2° de verzekeringspremies om de lichamelijke schade te dekken die voortvloeien uit ongevallen die de leden van de kiesbureaus zijn overkomen in de uitoefening van hum ambt. De Koning bepaalt de regels volgens welke deze risico's worden gedekt. "

  Art. 327. Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidend als volgt :
  " § 2. Het stemmerk, zelfs op onvolmaakte wijze aangebracht, is geldig, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken duidelijk blijkt.
  De kiezer die door onoplettendheid het hem overhandigde stembiljet beschadigt, kan aan de voorzitter een ander vragen, tegen teruggave van het eerste, dat onmiddellijk onbruikbaar gemaakt wordt.
  De voorzitter schrijft op de stembiljetten die met toepassing van het tweede lid en van artikel 37, derde lid, zijn teruggenomen, de vermelding " Teruggenomen stembiljet " en parafeert ze. "

  Art. 328. Artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 41. - Wanneer de stemming gesloten is, maakt het stembureau aan de hand van de lijsten, door de voorzitter of een bijzitter en door de secretaris gehouden, een staat op van de kiezers die op de kiezerslijsten van de stemafdeling voorkomen en niet aan de verkiezing hebben deelgenomen.
  Deze staat, ondertekend door alle leden van het stembureau, wordt door de voorzitter van het bureau binnen drie dagen toegezonden aan de vrederechter van het kanton.
  De voorzitter vermeldt op de staat de gemaakte opmerkingen en voegt er de verantwoordingsstukken bij die de afwezigen hem hebben doen geworden.
  Hij voegt daarbij een opgave van de kiezers die met toepassing van artikel 142 van het Kieswetboek tot de stemming worden toegelaten, ofschoon zij op de kiezerslijsten van de stemafdeling niet waren ingeschreven. "

  Art. 329. In artikel 42, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, worden de woorden " op grond van de artikelen 143, derde lid, en 145 van het Kieswetboek " vervangen door de woorden " met toepassing van de artikelen 37, derde lid, en 40, § 2, tweede lid. "

  Art. 330. In artikel 44, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, worden na de woorden " in de artikelen 150 en 151 " de woorden " alsmede in artikel 161, achtste lid, waarnaar artikel 151 verwijst " ingevoegd.

  Art. 331. Artikel 48 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 48. - Het stemopnemingsbureau begint met de stemopneming zodra het alle voor hem bestemde omslagen ontvangen heeft. "

  Art. 332. In artikel 50 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste tot het derde lid vormen § 1 van dat artikel;
  2° het vierde lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. Wanneer de indeling van de stembiljetten beëindigd is, worden deze zonder verandering van de indeling onderzocht door de andere leden van het bureau en de getuigen, die hun opmerkingen en bezwaren aan het bureau voorleggen.
  De bezwaren, het advies van de getuigen en de beslissing van het bureau worden in het proces-verbaal opgenomen.
  De twijfelachtige stembiljetten en die waartegen bezwaren zijn ingebracht, worden volgens de beslissing van het bureau gevoegd bij de categorie waartoe zij behoren.
  De stembiljetten van elke categorie worden achtereenvolgens door twee leden van het bureau geteld.
  De ongeldig verklaarde en de betwiste, niet echter de blanco stembiljetten, worden door twee leden van het bureau en door een van de getuigen geparafeerd. ";
  3° het vijfde tot het zevende lid vormen § 3 van het artikel.

  Art. 333. In artikel 52, vierde lid, van dezelfde wet, worden de woorden " bedoeld in het tweede lid " vervangen door de woorden " bedoeld in het tweede en derde lid ".

  Art. 334. In artikel 53, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " waarvan sprake in artikel 52, tweede lid, " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 52, tweede en derde lid, ".

  Art. 335. In artikel 58, eerste lid, van dezelfde wet wordt het eerste lid door de volgende bepaling vervangen :
  " Wanneer een of meer kandidaten van een lijst verkozen zijn, worden de niet-verkozen kandidaten van de lijst die de meeste stemmen hebben behaald, of bij gelijk stemgetal in de orde van inschrijving op het stembiljet, eerste, tweede, derde opvolger, enz. verklaard zonder dat hun aantal het dubbel van dat van de verkozenen van de lijst mag overtreffen of kleiner mag zijn dan drie. Indien het aantal niet verkozen kandidaten evenwel kleiner is dan drie worden deze allen als opvolger verkozen verklaard. "

  Art. 336. In artikel 64, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden " die stemt met overtreding van artikel 37 van deze wet of " geschrapt.

  Art. 337. Het opschrift van titel V van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende opschrift : " Verkiesbaarheid ".

  Art. 338. Artikel 65 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 9 juni 1982 en 7 januari 1991, wordt door de volgende bepaling vervangen :
  " Art. 65. - Om tot gemeenteraadslid verkozen te kunnen worden en blijven, moet men :
  1° Belg zijn;
  2° de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
  3° in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven zijn;
  Niet verkiesbaar zijn :
  1° zij die door veroordeling ontzet zijn uit het recht om gekozen te worden;
  2° zij die van het kiesrecht uitgesloten zijn met toepassing van artikel 6 van het Kieswetboek;
  3° zij die in de uitoefening van het kiesrecht geschorst zijn met toepassing van artikel 7 van dat Wetboek;
  4° zij die, onverminderd de toepassing van de bepalingen vermeld in 1° tot 3°, veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de in de artikelen 240, 241, 243 en 245 tot 248 van het Strafwetboek omschreven misdrijven, gepleegd in de uitoefening van een gemeenteambt; deze onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling.
  Aan de verkiesbaarheidsvereisten moet voldaan zijn uiterlijk op de dag van de verkiezing, met uitzondering van de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 1° en 3°, die vervuld moeten zijn uiterlijk op de dag waarop de kiezerslijst afgesloten wordt. ".

  Art. 339. In artikel 75, § 2, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt het woord " hoofdstembureau " vervangen door het woord " hoofdbureau ".

  Art. 340. In artikel 77bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 augustus 1988, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, wordt de verwijzing naar artikel 2bis van de gemeentewet vervangen door de verwijzing naar artikel 15, § 2, van de nieuwe gemeentewet;
  2° in § 2, worden de woorden " in de titels V en VI " vervangen door de woorden " in titel VI ";
  3° een § 3, luidend als volgt, wordt toegevoegd :
  " § 3. Voor de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad worden de bevoegdheden van de bestendige deputatie uitgeoefend door het college vermeld bij artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, ingevoegd bij artikel 59 van de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur.
  De bevoegdheden van de griffier worden uitgeoefend door de secretaris van dat college. "

  Art. 341. Artikel 84 van dezelfde wet, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 23 augustus 1948, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 84. - § 1. Bij gebrek aan opvolgers wordt in één of meer vacatures in de gemeenteraad voorzien. De verkiezing geschiedt volgens de bepalingen van artikel 54 en volgende.
  § 2. Indien bij de verkiezing van het te vervangen raadslid kandidaten van dezelfde lijst ingevolge artikel 58 tot opvolger zijn gekozen, treedt degene die volgens dat artikel de eerste opvolger is, in functie, na onderzoek van zijn geloofsbrieven door de gemeenteraad.
  Worden er bezwaren ingebracht tegen de beslissing van de raad of tegen zijn weigering om de opvolger aan te stellen als gemeenteraadslid, dan doet de bestendige deputatie uitspraak overeenkomstig artikel 75, § 1, tweede lid.
  De bestendige deputatie moet uitspraak doen binnen dertig dagen, te rekenen van de dag waarop het bezwaarschrift ter griffie van de provincie is toegekomen.
  Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de betrokken opvolger en in voorkomend geval van degenen die bij de bestendige deputatie bezwaren hebben ingediend.
  Zij kunnen bij de Raad van State beroep instellen binnen acht dagen na de kennisgeving.
  De gouverneur kan zodanig beroep instellen binnen acht dagen na de beslissing.
  § 3. Het nieuwe raadslid voleindigt het mandaat van zijn voorganger.
  Ook hij die benoemd of gekozen is ter vervanging van de burgemeester of van een schepen, voleindigt diens mandaat, behoudens het in artikel 3 van de nieuwe gemeentewet bepaalde. "

  Art. 342. Model I, dat bij dezelfde wet gevoegd is en de onderrichtingen voor de kiezer bevat, gewijzigd bij de wetten van 26 december 1950, 17 maart 1958, 3 juli 1969, 8 juli 1970 en 5 juli 1976, wordt vervangen door het in bijlage 13 bij deze wet gevoegde model I.

  Art. 343. In dezelfde wet worden opgeheven :
  1° artikel 33, vierde en vijfde lid, gewijzigd bij de wet van 26 juni 1970;
  2° artikel 62, vierde lid;
  3° artikel 66, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976.

  TITEL X. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken en van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.

  HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

  Art. 344. § 1. Artikel 6, § 3, van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. De regeringscommissaris van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, vice-gouverneur, is belast met het toezicht op de toepassing van de wetten en verordeningen over het gebruik van de talen in bestuurszaken en in het onderwijs in de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. Te dien einde wordt hij door de organen, die belast zijn met het toezicht op de uitvoering van deze wetten en verordeningen op de hoogte gehouden van wat zij vaststellen. ".
  § 2. In artikel 6 van dezelfde wet wordt na § 3 een nieuwe § 3bis toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 3bis. De burgemeesters van de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad sturen binnen acht dagen aan het gouvernement van de vice-gouverneur afschriften van de besluiten der gemeenteoverheden die rechtstreeks of onrechtstreeks de toepassing van de wetten en verordeningen over het gebruik der talen in bestuurszaken of in het onderwijs betreffen. ".

  HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.

  Art. 345. <Wijzigingsbepaling van art. 3, § 2 van W 1966-07-18/31>

  Art. 346. <Wijzigingsbepaling van art. 61 van W 1966-07-18/31>

  Art. 347. <Wijzigingsbepaling van art. 65 van W 1966-07-18/31>

  TITEL XI. - Wijziging van de wet van 23 januari 1989 op het rechtscollege bedoeld bij artikel 92bis, § 5 en § 6, en artikel 94, § 3, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

  Art. 348. <Wijzigingsbepaling van art. 1 van W 1989-01-23/30>

  TITEL XII. - Wijzigingen van de wet betreffende de afschaffing of de herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, gecoördineerd op 13 maart 1991.

  Art. 349. <Wijzigingsbepaling van art. 1 van W 1991-03-13/37>

  Art. 350. <Invoeging van een artikel 26bis in Hoofdstuk VIII, titel III, van W 1991-03-13/37>

  Art. 351. <Wijzigingsbepaling van art. 37, §1, van W 1991-03-13/37>

  TITEL XIII. - Wijzigingen van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming.

  Art. 352. Artikel 9 van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming wordt vervangen door volgende bepalingen :
  " Art. 9. - § 1. De Koning stelt de algemene regels van de organisatie van de openbare brandweerdiensten vast.
  Hij stelt de algemene bepalingen vast binnen de perken van dewelke de personeelsformatie, de bezoldigingsregeling en het administratief statuut, de weddeschalen, de toelagen en de vergoedingen worden vastgesteld, alsook de voorwaarden van werving, benoeming en bevordering voor het personeel van de openbare brandweerdiensten.
  § 2. De brandweerdiensten, georganiseerd door de gemeenten of de intercommunales, zijn onderworpen aan de door de Koning georganiseerde inspecties.
  Tot die inspectie behoort de controle, op stukken en ter plaatse, op de toepassing van wets- en verordeningsbepalingen en op de uitvoring van maatregelen inzake brandvoorkoming en -bestrijding.
  Het personeel, dat met de inspectie belast is, heeft te allen tijde vrije toegang tot de installaties waarover de gemeentelijke en intercommunale brandweerdiensten beschikken, en kan onderzoeken instellen. "

  Art. 353. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen door volgende bepaling :
  " Art. 13. - § 1. De reglementen betreffende de organisatie van de brandweerdiensten worden opgemaakt overeenkomstig een door de Koning vastgesteld modelreglement.
  § 2. De reglementen van de gemeenten en de intercommunales worden aan de provinciegouverneur ter goedkeuring voorgelegd.
  Heeft de provinciegouverneur het reglement niet afgekeurd binnen veertig dagen na de ontvangst ervan op het provinciaal gouvernement of op het arrondissementscommissariaat, dan wordt het van rechtswege uitvoerbaar.
  § 3. De Koning bepaalt de geschiktheids- en bekwaamheidsmaatstaven en de benoembaarheids- en bevorderingsvereisten voor de officieren van de openbare brandweerdiensten.
  § 4. De beschikkingen van de gemeentelijke overheden of van de intercommunales houdende benoeming of bevordering van officieren, evenals de tuchtmaatregelen welke hen betreffen, zijn onderworpen aan de goedkeuring van de provinciegouverneur. "

  TITEL XIV. - Wijzigingen van de wet van 23 januari 1989 houdende uitvoering van artikel 110, § 2, tweede lid, van de Grondwet.

  Art. 354. <Wijzigingsbepaling van opschrift van W 1989-01-23/31>

  Art. 355. <Wijzigingsbepaling van art. 1 van W 1989-01-23/31>

  Art. 356. <Invoeging van een artikel 2 in W 1989-01-23/31>

  TITEL XV. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken ten gevolge van de splitsing van de provincie Brabant.

  Art. 357. <Wijzigingsbepaling van art. 114 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 358. <Wijzigingsbepaling van art. 115 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 359. <Wijzigingsbepaling van art. 196 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 360. <Wijzigingsbepaling van art. 213 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 361. <Wijzigingsbepaling van art. 349 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 362. <Wijzigingsbepaling van art. 223 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 363. <Wijzigingsbepaling van art. 226 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 364. <Wijzigingsbepaling van art. 227 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 365. <Wijzigingsbepaling van art. 229 van GERW 1967-10-10/02>

  Art. 366. <Wijzigingsbepaling van art. 19 van W 1935-06-15/01>

  Art. 367. <Wijzigingsbepaling van art. 20 van W 1935-06-15/01>

  Art. 368. <Wijzigingsbepaling van art. 21 van W 1935-06-15/01>

  BOEK III. - [1 Verpakkingsheffing]1
  ----------
  (1)<W 2014-12-19/07, art. 88, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK I. - Definities.

  Art. 369.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° [1
  ]1;
  2° (stelsel van statiegeld : een stelsel waarbij de koper van een produkt aan diegene die het produkt op de markt heeft gebracht en die er eigenaar van blijft een vastgestelde som geld stort. Deze som wordt terugbetaald aan de koper wanneer hij het produkt terugbezorgt aan diegene die het op de markt heeft gebracht of aan een aangestelde derde;) <W 1995-02-09/32, art. 1, 1°, 006; Inwerkingtreding : 13-03-1995>
  3° verpakking : elke verpakking die een vloeistof, een pasta, een poeder of korrels kan bevatten zoals bijvoorbeeld de fles, het vat, de bus, de doos, het karton, de gesloten zak;
  4° (...) <W 2002-12-30/34, art. 9, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  5° recyclage : terugwinning, via ieder andere proces dan verbranding, van grondstof uit afval door dit opnieuw te verwerken bij de fabricage van produkten waarvan de aard of het gebruik gelijkwaardig is aan of verschilt van die van het produkt waaruit het ontstaan is;
  6° (recyclagepercentage : de breuk, voor de betrokken verpakkingen en voor een gegeven periode, uitgedrukt in procent, met in de teller het gewicht van de betrokken verpakkingen die werkelijk zijn gerecycleerd en in de noemer het totale gewicht van de op de markt gebrachte eenmalige verpakkingen;) <W 1996-03-07/35, art. 2, 2), 009; Inwerkingtreding : 09-04-1996>
  7° (...) <W 2002-12-30/34, art. 9, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  8° [1
  ]1;
  9° (...) <W 2002-12-30/34, art. 9, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  10° (...) <W 2002-12-30/34, art. 9, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  11° [2 ...]2;
  11°bis [2 ...]2;
  12° [2 belastingplichtige: hetzij de schuldenaar van de accijns wanneer de inning van de verpakkingsheffing samenvalt met de inning van de accijns, hetzij de natuurlijke of rechtspersoon die dranken verpakt in individuele verpakkingen wanneer de accijns voorafgaandelijk werd betaald op deze dranken;]2
  13° (...) <W 2002-12-30/34, art. 9, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  14° [1
  ]1;
  15° [1
  ]1;
  16°[1
  ]1;
  (17° verpakkingsheffing : heffing die wordt geheven op drankverpakkingen;) <W 2007-03-28/31, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 10-04-2007>
  (18° individuele verpakking : iedere verpakking, ongeacht het materiaal waaruit deze is samengesteld, bestemd om te worden geleverd aan de eindgebruiker zonder een verandering van verpakking te hebben ondergaan.) <W 2007-03-28/31, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 10-04-2007>
  19° (individuele herbruikbare verpakking : elke verpakking bedoeld in punt 18° waarvan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de producten bedoeld in artikel 370 verpakt in deze verpakking in het verbruik brengt of op de markt brengt, het bewijs levert dat deze verpakking ten minste zevenmaal hervuld kan worden, dat deze verpakking wordt teruggenomen via een systeem van statiegeld en dat zij daadwerkelijk opnieuw wordt gebruikt. Het bedrag van het statiegeld bedraagt minstens 0,16 euro voor de verpakkingen met een inhoud van meer dan 0,5 liter en 0,08 euro voor deze met een inhoud van minder dan of gelijk aan 0,5 liter;) <W 2007-04-27/35, art. 155, 3°, 036; Inwerkingtreding : 01-07-2007>
  20° [2 ...]2;
  (21° wegwerp : bestemd om te worden weggeworpen na een eerste gebruik.) <W 2007-04-27/35, art. 155, 5°, 036; Inwerkingtreding : 01-07-2007>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/06, art. 114, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
  (2)<W 2014-12-19/07, art. 89, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 369bis. (Abrogé) <W 2003-12-22/42, art. 357, 024; Inwerkingtreding : 01-04-2004>

  HOOFDSTUK II. - Verpakkingen voor dranken.

  Art. 370.<W 1996-03-07/35, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 09-04-1996> Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als dranken beschouwd de categorieën dranken uit de volgende codes van de gecombineerde douanenomenclatuur :
  1° water, natuurlijk of kunstmatig mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen noch gearomatiseerd van de GN code 22.01;
  2° (De waters, inbegrepen de minerale waters en de gashoudende waters, aangevuld met suiker of andere zoet- of smaakstoffen, en andere niet alcoholische dranken, als bedoeld in de wet van 13 februari 1995 met betrekking tot het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken, alsmede van alcoholvrije bieren, alcoholvrije wijnen, de alcoholvrije tussenproducten en de vruchtennectars;) <W 2003-04-08/33, art. 119, 022; Inwerkingtreding : 27-04-2003>
  3° bier van de GN code 22.03;
  4° wijn van verse druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daaronder begrepen, druivemost, andere dan deze van nr. 20.09 van GN code 22.04;
  5° vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen van GN code 22.05;
  6° de andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perewijn, honingdrank) ; mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders onder begrepen, van GN code 22.06;
  7° ethylalcohol, niet gedenatureerd met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten ; alcoholische preparaten van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken van de GN code 22.08;
  8° [1 ongegiste vruchtensappen (druivemost daaronder begrepen) en ongegiste groentesappen, zonder toegevoegde alcohol, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen van de GN-code 2009, met uitzondering van vers geperste vruchtensappen en groentesappen die geen enkele bewerking hebben ondergaan, die in de detailhandel ter plaatse vervaardigd worden en die onmiddellijk te koop aangeboden worden voor consumptie en die dus niet voor wederverkoop bestemd zijn;]1
  9° (vervalt) <W 2003-04-08/33, art. 119, 022; Inwerkingtreding : 27-04-2003>
  ----------
  (1)<W 2020-11-30/04, art. 2, 048; Inwerkingtreding : 21-12-2020>

  Art. 371.<W 2007-03-28/31, art. 3, 034; Inwerkingtreding : 10-04-2007> [1 § 1.]1 Een verpakkingsheffing is verschuldigd :
  1° bij het in het verbruik brengen inzake accijnzen van dranken als bedoeld in artikel 370, verpakt in individuele verpakkingen;
  2° bij het op de Belgische markt brengen van voornoemde dranken verpakt in individuele verpakkingen wanneer dit verpakken later plaatsvindt dan het in het verbruik brengen van deze dranken inzake accijnzen.
  Deze verpakkingsheffing bedraagt :
  - 1,4100 EUR per hectoliter product verpakt in individuele herbruikbare verpakkingen;
  - 9,8600 EUR per hectoliter product verpakt in individuele andere dan herbruikbare verpakkingen.
  [1 § 2. Het volume van de producten te belasten met de bij § 1 vastgestelde verpakkingsheffing wordt uitgedrukt in hectoliter en in liter, waarbij delen van een liter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd.]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/12, art. 83, 045; Inwerkingtreding : 07-01-2016>

  Art. 371bis.[1 Vrijstelling van de verpakkingsheffing wordt toegestaan aan alle individuele verpakkingen die dranken bevatten waarvoor een vrijstelling inzake accijnzen is voorzien respectievelijk bij artikel 18 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken en bij artikel 15 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie of waarvoor een vrijstelling is voorzien bij artikel 20 van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen.]1
  ----------
  (1)<W 2013-06-17/06, art. 86, 040; Inwerkingtreding : 08-07-2013>

  Art. 372.[1 Bij het bepalen van het bedrag van de zekerheid die moet worden gesteld overeenkomstig artikel 19 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en overeenkomstig artikel 21 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie moet rekening worden gehouden met het bedrag van de in het spel zijnde verpakkingsheffing.]1
  ----------
  (1)<W 2013-06-17/06, art. 87, 040; Inwerkingtreding : 08-07-2013>

  Art. 372bis.[1 Terugbetaling of kwijtschelding van de verpakkingsheffing wordt toegestaan onder dezelfde vorm en voorwaarden zoals bepaald in de artikelen 9 tot en met 12 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen voor ethylalcohol en alcoholhoudende dranken en in de artikelen 16 tot en met 19 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie voor alcoholvrije dranken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2015-12-18/12, art. 84, 045; Inwerkingtreding : 07-01-2016>

  Art. 372ter. [1 Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan verpakkingsheffing wordt slechts tot navordering van de eventueel verschuldigde aanvullende verpakkingsheffing overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2015-12-18/12, art. 85, 045; Inwerkingtreding : 07-01-2016>
  

  Art. 373. <(Opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 12, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 373bis. (Opgeheven) <W 1996-03-07/35, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 09-04-1996>

  Art. 374. (Opgeheven) <W 1996-03-07/35, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 09-04-1996>

  Art. 374bis. (Opgeheven) <W 1996-03-07/35, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 09-04-1996>

  Art. 375. (Opgeheven) <W 1996-03-07/35, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 09-04-1996>

  HOOFDSTUK III.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 115, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 376.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 115, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  HOOFDSTUK IV.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 116, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 377.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 116, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 378.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 116, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  HOOFDSTUK V.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 117, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 379.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 117, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 379bis.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 117, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 380.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 117, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  HOOFDSTUK VI.
  <Opgeheven bij W 2014-12-19/07, art. 90, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 381.
  <Opgeheven bij W 2014-12-19/07, art. 90, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 382. (Opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 20, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. 382bis. (Opgeheven) <W 1996-03-07/35, art. 16, 009; Inwerkingtreding : 09-04-1996>

  HOOFDSTUK VII. (Opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 20, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. 383. (Opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 20, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. 384. (Opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 20, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. 385. (Opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 20, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  HOOFDSTUK VIII. - Opvolgingscommissie. <W 2002-06-26/42, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2001>

  Art. 386. (Opgeheven) <W 2002-06-26/42, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2001>

  Art. 387. (Opgeheven) <W 2002-06-26/42, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2001>

  Art. 388. (Opgeheven) <W 2002-06-26/42, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2001>

  Art. 389. (Opgeheven) <W 2002-06-26/42, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2001>

  Art. 390. (Opgeheven) <W 2002-06-26/42, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2001>

  HOOFDSTUK VIII/1. [1 Wederzijdse bijstand.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-08-17/31, art. 16, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 390/1.[1 § 1. Dit artikel legt de voorschriften en procedures vast voor de samenwerking tussen België en de andere lidstaten van de Europese Unie met het oog op de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zijn voor de administratie en de handhaving van de nationale wetgeving van alle lidstaten met betrekking tot de verpakkingsheffing [2 ...]2.
   Dit artikel legt tevens de bepalingen vast voor de elektronische uitwisseling van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
   Dit artikel laat de toepassing van de regels inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken onverlet. Zij laat eveneens onverlet de verplichtingen van de lidstaten inzake ruimere administratieve samenwerking, welke voortvloeien uit andere rechtsinstrumenten, waaronder bilaterale en multilaterale overeenkomsten.
   § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
   1° "richtlijn " : de richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG;
   2° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie;
   3° "centraal verbindingsbureau" : het bureau dat als zodanig is aangewezen door de bevoegde autoriteit en belast is met de primaire zorg voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking;
   4° "verbindingsdienst" : elk ander bureau dan het centraal verbindingsbureau dat als zodanig is aangewezen door de bevoegde autoriteit om op grond van dit artikel rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
   5° "bevoegde ambtenaar" : elke ambtenaar die op grond van dit artikel gemachtigd is door de bevoegde autoriteit om rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
   6° "Belgische bevoegde autoriteit" : de door België als zodanig aangewezen autoriteit. Het Belgisch centraal verbindingsbureau, de Belgische verbindingsdiensten en de Belgische bevoegde ambtenaren worden eveneens als Belgische bevoegde autoriteit bij delegatie beschouwd;
   7° "buitenlandse bevoegde autoriteit" : de door een lidstaat andere dan België, als zodanig aangewezen autoriteit. Het centraal verbindingsbureau, de verbindingsdiensten en de bevoegde ambtenaren van deze lidstaat worden eveneens als buitenlandse bevoegde autoriteit bij delegatie beschouwd;
   8° "verzoekende autoriteit" : het centraal verbindingsbureau, een verbindingsdienst, of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische of een buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand verzoekt;
   9° "aangezochte autoriteit" : het centraal verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische of een buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand wordt verzocht;
   10° "administratief onderzoek" : alle door de lidstaten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;
   11° "automatische uitwisseling" : de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen;
   12° "spontane uitwisseling" : het niet-systematisch, te eniger tijd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen aan een andere lidstaat;
   13° "persoon" :
   a. een natuurlijk persoon;
   b. een rechtspersoon;
   c. indien de geldende wetgeving in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit; of
   d. een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert welke aan belastingen in de zin van de richtlijn zijn onderworpen;
   14° "langs elektronische weg" : door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking - met inbegrip van digitale compressie - en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of andere elektromagnetische middelen;
   15° "CCN-netwerk" : het op het gemeenschappelijke communicatienetwerk gebaseerde gemeenschappelijke platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.
   § 3. De Belgische bevoegde autoriteit wisselt met de buitenlandse bevoegde autoriteiten inlichtingen uit.
   § 4. Met betrekking tot een specifiek geval kan de Belgische bevoegde autoriteit een buitenlandse bevoegde autoriteit verzoeken alle in de eerste § vermelde inlichtingen die deze in haar bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft, te verstrekken. Het verzoek kan een met redenen omkleed verzoek om een bepaald administratief onderzoek in te stellen, omvatten.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan de aangezochte autoriteit verzoeken haar de originele stukken over te maken.
   § 5. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit met betrekking tot een specifiek geval alle in de eerste § vermelde inlichtingen die ze in haar bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft, dat werd ingesteld om die inlichtingen te verkrijgen.
   In voorkomend geval deelt de Belgische bevoegde autoriteit de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij een administratief onderzoek niet noodzakelijk acht.
   Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen of het verrichten van het gevraagde administratief onderzoek gaat de Belgische bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische instantie.
   Op specifiek verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de Belgische bevoegde autoriteit de originele stukken, tenzij de Belgische voorschriften zich hiertegen verzetten.
   De inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekt. Indien de Belgische bevoegde autoriteit evenwel de inlichtingen al in haar bezit heeft, verstrekt zij deze binnen twee maanden. In bijzondere gevallen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de verzoekende autoriteit een andere termijn overeenkomen.
   De ontvangst van het verzoek wordt door de Belgische bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, bevestigd.
   De Belgische bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en preciseert welke aanvullende achtergrondinformatie zij verlangt. In dit geval gaan de in het vijfde lid gestelde termijnen in op de datum waarop de Belgische bevoegde autoriteit de aanvullende informatie ontvangt.
   Indien de Belgische bevoegde autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee, met vermelding van de datum waarop zij meent aan het verzoek te kunnen voldoen.
   Indien de Belgische bevoegde autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of het verzoek om de in § 20 genoemde redenen afwijst, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee.
   § 6. Met betrekking tot belastbare tijdperken vanaf 1 januari 2014 verstrekt de Belgische bevoegde autoriteit alle buitenlandse bevoegde autoriteiten automatisch de inlichtingen waarover zij ten aanzien van de ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving :
   1° bezoldigingen van werknemers;
   2° bezoldigingen van bedrijfsleiders;
   3° levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere communautaire rechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften;
   4° pensioenen;
   5° eigendom en inkomen van onroerende goederen.
   De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden.
   "Beschikbare inlichtingen" betekent inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingenverstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat.
   § 7. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt spontaan, in elk van de volgende gevallen, de in de eerste § bedoelde inlichtingen aan de buitenlandse bevoegde autoriteit :
   1° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de andere lidstaat een derving van belasting kan bestaan;
   2° een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de andere lidstaat zou moeten meebrengen;
   3° transacties tussen een belastingplichtige in België en een belastingplichtige in een andere lidstaat worden over één of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in één van beide of in beide lidstaten een belastingbesparing kan ontstaan;
   4° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing kan ontstaan door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;
   5° de aan de Belgische bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen door een buitenlandse bevoegde autoriteit, hebben informatie opgeleverd die voor de vaststelling van de belastingschuld in die andere lidstaat toereikend, ter zake dienend en niet overmatig is.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan een buitenlandse bevoegde autoriteit spontaan alle inlichtingen meedelen waarvan zij kennis heeft en die voor deze buitenlandse bevoegde autoriteit toereikend, ter zake dienend en niet overmatig zijn.
   De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat deze beschikbaar worden, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van elke betrokken lidstaat verstrekt.
   § 8. De ontvangst van de in § 7 bedoelde inlichtingen wordt door de Belgische bevoegde autoriteit onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, aan de verstrekkende buitenlandse bevoegde autoriteit bevestigd.
   § 9. De Belgische bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse bevoegde autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de in de eerste § bedoelde inlichtingen, de door de Belgische bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de door de buitenlandse bevoegde autoriteit vastgestelde voorwaarden :
   1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de administratieve overheden van de aangezochte lidstaat hun taken vervullen;
   2° aanwezig kunnen zijn bij administratieve onderzoeken op het grondgebied van de aangezochte lidstaat.
   § 10. De Belgische bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse bevoegde autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de in de eerste § bedoelde inlichtingen, de door de buitenlandse bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de door de Belgische bevoegde autoriteit vastgestelde voorwaarden :
   1° aanwezig kunnen zijn in België in de kantoren waar de Federale Overheidsdienst Financiën haar taken vervult;
   2° aanwezig kunnen zijn bij administratieve onderzoeken op het Belgische grondgebied.
   Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren van de Belgische bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de ambtenaren van de verzoekende autoriteit een afschrift van die bescheiden.
   Op grond van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst, mogen de bij een administratief onderzoek aanwezige ambtenaren van de verzoekende autoriteit in België geen personen ondervragen en geen bescheiden onderzoeken.
   De door de verzoekende lidstaat gemachtigde ambtenaren die overeenkomstig het eerste lid in België aanwezig zijn, moeten te allen tijde een schriftelijke opdracht kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken.
   § 11. In de gevallen waarin België met één of meer lidstaten overeenkomt om gelijktijdig, elk op het eigen grondgebied, bij een of meer personen te wier aanzien zij een gezamenlijk of complementair belang hebben, controles te verrichten en de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, is deze § van toepassing.
   De Belgische bevoegde autoriteit bepaalt autonoom welke personen zij voor een gelijktijdige controle wil voorstellen. Zij deelt de buitenlandse bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaten met opgave van redenen mee welke dossiers zij voor een gelijktijdige controle voorstelt. Zij bepaalt binnen welke termijn de controle moet plaatsvinden.
   Wanneer aan de Belgische bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, beslist zij of ze aan de gelijktijdige controle wenst deel te nemen. Zij doet de buitenlandse bevoegde autoriteit die de controle voorstelt een bevestiging van deelname of een gemotiveerde weigering toekomen.
   De Belgische bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die wordt belast met de leiding en de coördinatie van de controle.
   § 12. De Belgische bevoegde autoriteit kan een verzoek aan een buitenlandse bevoegde autoriteit richten tot kennisgeving aan de geadresseerde, overeenkomstig de in de aangezochte lidstaat geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, van alle door de Belgische administratieve overheden afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing in België van wetgeving betreffende de verpakkingsheffing [2 ...]2.
   Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde, evenals alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan de geadresseerde kennis moet worden gegeven.
   Het verzoek tot kennisgeving wordt door de Belgische bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de Belgische regels kan geschieden, of buitensporige problemen zou veroorzaken. De Belgische bevoegde autoriteit kan een document, per aangetekende brief of langs elektronische weg, rechtstreeks ter kennis brengen aan een persoon op het grondgebied van een andere lidstaat.
   § 13. Op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit gaat de Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig de Belgische voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de administratieve overheden van de verzoekende lidstaat afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op haar grondgebied van wetgeving betreffende de verpakkingsheffing [2 ...]2.
   De Belgische bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit aan de geadresseerde ter kennis is gebracht.
   § 14. Indien een buitenlandse bevoegde autoriteit inlichtingen overeenkomstig §§ 4 of 8 heeft verstrekt en terugmelding betreffende de ontvangen inlichtingen verzoekt, doet de ontvangende Belgische bevoegde autoriteit, zonder afbreuk te doen aan de Belgische voorschriften inzake beroepsgeheim en gegevensbescherming, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden nadat het resultaat van het gebruik van de verlangde inlichtingen bekend is, een terugmelding aan de buitenlandse bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verzonden.
   De Belgische bevoegde autoriteit doet eenmaal per jaar, overeenkomstig bilateraal overeengekomen praktische afspraken, een terugmelding over de automatische inlichtingenuitwisseling naar de betrokken lidstaten.
   § 15. De Belgische bevoegde autoriteit die overeenkomstig §§ 5 of 7 inlichtingen heeft verstrekt, kan de ontvangende buitenlandse bevoegde autoriteit om terugmelding betreffende de ontvangen inlichtingen verzoeken.
   § 16. De Belgische verbindingsdienst of de Belgische bevoegde ambtenaar die een verzoek om samenwerking ontvangt dat een optreden vereist buiten de hem krachtens de Belgische wetgeving of het Belgische beleid verleende bevoegdheid, geeft het verzoek onmiddellijk door aan het Belgisch centraal verbindingsbureau en stelt de verzoekende buitenlandse bevoegde autoriteit hiervan in kennis. In dat geval gaat de in § 5 vermelde termijn in op de dag nadat het verzoek aan het Belgisch centraal verbindingsbureau is doorgezonden.
   § 17. De inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht van artikel 320 van de algemene wet inzake douane en accijnzen en de bescherming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten.
   Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt :
   1° voor de administratie en de handhaving van de Belgische wetgeving met betrekking tot de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen;
   2° voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 3 van de wet van 9 januari 2012 houdende omzetting van richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde belastingen, rechten en andere maatregelen, en voor de vaststelling en invordering van verplichte socialezekerheidsbijdragen;
   3° in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures.
   Mits toestemming van de buitenlandse bevoegde autoriteit die de inlichtingen overeenkomstig de richtlijn heeft verstrekt en voor zover het in België wettelijk is toegestaan, kunnen de inlichtingen en bescheiden ontvangen van deze autoriteit voor andere dan de in het tweede lid bedoelde doeleinden worden gebruikt.
   Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van een buitenlandse bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in het tweede lid beoogde doelen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Indien de bevoegde autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat zich niet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving verzet heeft tegen die inlichtingenuitwisseling, geeft de Belgische bevoegde autoriteit de inlichtingen door aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van de derde lidstaat, op voorwaarde dat dit in overeenstemming is met de in dit artikel vastgelegde voorschriften en procedures.
   Indien de Belgische bevoegde autoriteit van oordeel is dat de door een buitenlandse bevoegde autoriteit doorgegeven inlichtingen gebruikt kunnen worden overeenkomstig de in het derde lid beoogde doelen, vraagt zij hiervoor toestemming aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen afkomstig zijn.
   Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit artikel aan de verzoekende Belgische bevoegde autoriteit zijn doorgegeven, worden door de Belgische bevoegde instanties op dezelfde voet als bewijs aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische instantie zijn verstrekt.
   § 18. De Belgische bevoegde autoriteit kan het gebruik toestaan van de overeenkomstig dit artikel verstrekte inlichtingen en bescheiden in de lidstaat die ze ontvangt, voor andere dan in § 17, tweede lid, bedoelde doeleinden. De Belgische bevoegde autoriteit verleent toestemming indien de inlichtingen in België voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.
   Indien een buitenlandse bevoegde autoriteit haar voornemen bekend maakt om de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen door te geven aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat omdat ze voor die lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 17, tweede lid beoogde doelen, kan de Belgische bevoegde autoriteit toestemming verlenen aan die buitenlandse bevoegde autoriteit om deze inlichtingen te delen met de derde lidstaat. Indien de Belgische bevoegde autoriteit geen toestemming wenst te geven, tekent zij verzet aan binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan het gebruik overeenkomstig de in § 17, derde lid beoogde doelen van de inlichtingen afkomstig uit België die door een buitenlandse bevoegde autoriteit aan een buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat werden doorgegeven, in die derde lidstaat toestaan.
   § 19. Alvorens om de in § 4 bedoelde inlichtingen te verzoeken, tracht de Belgische bevoegde autoriteit eerst de inlichtingen te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden kan aanspreken zonder dat het beoogde resultaat in het gedrang dreigt te komen.
   De in § 5 bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit aan een buitenlandse bevoegde autoriteit verstrekt, op voorwaarde dat de buitenlandse bevoegde autoriteit eerst de inlichtingen tracht te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden kon aanspreken zonder dat het beoogde resultaat in het gedrang dreigt te komen.
   § 20. Het is de Belgische bevoegde autoriteit niet toegelaten onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken wanneer de Belgische wetgeving haar niet toestaat voor eigen doeleinden het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken indien :
   1° de verzoekende lidstaat, op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;
   2° dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
   De Belgische bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij het verzoek om inlichtingen afwijst.
   § 21. De Belgische bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover zij beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien zij de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Deze verplichting geldt onverminderd § 20, eerste en tweede lid, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat België kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat België geen binnenlands belang bij deze inlichtingen heeft.
   In geen geval wordt § 20, eerste lid en tweede lid, 2° zo uitgelegd dat de Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
   Onverminderd het tweede lid kan de Belgische bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastbare tijdperken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, punt 1, van de richtlijn 77/799/EG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011.
   § 22. Indien de Belgische overheid voorziet in een samenwerking met een derde land welke verder reikt dan de bij de richtlijn geregelde samenwerking, kan de Belgische overheid de verderreikende samenwerking niet weigeren aan een andere lidstaat die met haar deze verderreikende, wederzijdse samenwerking wenst aan te gaan.
   § 23. Het verzoek om inlichtingen of om een administratief onderzoek in te stellen op grond van § 4 en het antwoord op grond van § 5, de ontvangstbevestiging, het verzoek om aanvullende achtergrondinformatie en de mededeling dat aan het verzoek niet kan of zal worden voldaan, zoals bepaald in § 5, worden voor zover mogelijk verzonden met gebruikmaking van het door de Commissie vastgestelde standaardformulier. Het standaardformulier kan vergezeld gaan van verslagen, verklaringen en andere bescheiden, of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
   Het in het eerste lid bedoelde standaardformulier bevat ten minste de volgende door de verzoekende autoriteit te verstrekken informatie :
   a) de identiteit van de persoon naar wie het onderzoek of de controle is ingesteld;
   b) het fiscale doel waarvoor de informatie wordt opgevraagd.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan namen en adressen van personen die worden verondersteld in het bezit te zijn van de verlangde informatie, alsook andere elementen die het verzamelen van de informatie door de aangezochte autoriteit vereenvoudigen, doorgeven, voor zover deze bekend zijn en deze praktijk aansluit bij internationale ontwikkelingen.
   Voor de spontane uitwisseling van inlichtingen en de desbetreffende ontvangstbevestiging, op grond van respectievelijk de §§ 7 en 8, het in de §§ 12 en 13 bedoelde verzoek tot administratieve kennisgeving, en de in de §§ 14 en 15 bedoelde terugmelding, wordt gebruik gemaakt van het door de Commissie vastgestelde standaardformulier.
   Bij de automatische inlichtingenuitwisseling in de zin van § 6 wordt gebruik gemaakt van het door de Commissie vastgestelde geautomatiseerde standaardformaat, dat de automatische uitwisseling van inlichtingen moet vergemakkelijken, en gebaseerd is op het bestaande geautomatiseerde formaat bij toepassing van artikel 9 van richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, dat bij elke vorm van automatische inlichtingenuitwisseling moet worden gebruikt.
   § 24. De krachtens dit artikel verstrekte inlichtingen worden voor zover mogelijk verzonden langs elektronische weg, via het CCN-netwerk.
   Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving en de bijgevoegde bescheiden kunnen in elke door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal zijn gesteld. Slechts in bijzondere gevallen en mits het verzoek met redenen omkleed is, kan de Belgische bevoegde autoriteit verzoeken het verzoek vergezeld te laten gaan van een vertaling in één van de officiële talen van België.
   § 25. De Belgische bevoegde autoriteit die van een derde land inlichtingen ontvangt welke naar verwachting van belang zijn voor haar administratie en de handhaving van de Belgische wetgeving betreffende de verpakkingsheffing [2 ...]2, kan deze inlichtingen verstrekken aan de buitenlandse bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor wie die inlichtingen van nut kunnen zijn, en aan elke buitenlandse bevoegde autoriteit die erom verzoekt, mits dat krachtens een overeenkomst met dat derde land is toegestaan.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan, met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten, de overeenkomstig dit artikel ontvangen inlichtingen doorgeven aan een derde land, op voorwaarde dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
   a) de buitenlandse bevoegde autoriteit van de lidstaat waaruit de inlichtingen afkomstig zijn, heeft daarin toegestemd;
   b) het derde land heeft zich ertoe verbonden de medewerking te verlenen die nodig is om bewijsmateriaal bijeen te brengen omtrent het ongeoorloofde of onwettige karakter van verrichtingen die blijken in strijd te zijn met of een misbruik te vormen van de belastingwetgeving.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2013-08-17/31, art. 17, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
  (2)<W 2014-12-19/07, art. 91, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK IX. - Gemeenschappelijke bepalingen.

  Art. 391.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 118, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 392.[1 Iedere vermindering of vrijstelling inzake verpakkingsheffing wordt slechts toegestaan voor zover de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de aan verpakkingsheffing onderworpen producten in het verbruik stelt, het bewijs levert dat aan de voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen is voldaan overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de Minister van Financiën.]1
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/06, art. 119, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 393.[1 § 1. De Algemene Administratie der douane en accijnzen is belast met de inning en de controle van de verpakkingsheffing.
   Voor de inning en de controle op de verpakkingsheffing beschikken de ambtenaren der douane en accijnzen over de middelen en de bevoegdheden die hun inzake accijnzen worden verleend door de algemene wet inzake douane en accijnzen en door de bijzondere accijnswetten.
   Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren van de Algemene Administratie der douane en accijnzen alsmede de leden van de federale en van de lokale politie bevoegd om, alleen, alle inbreuken [2 op dit boek]2 op te sporen en vast te stellen.
   § 2. De ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën evenals de ambtenaren van de inspectiediensten van de Federale Overheidsdiensten Economie, KMO, Middenstand en Energie en Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, stellen de Algemene Administratie der douane en accijnzen onmiddellijk in kennis van elke inbreuk op de wetgeving betreffende de verpakkingsheffing die zij tijdens hun respectievelijke controles vaststellen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-12-19/07, art. 92, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2019-04-28/01, art. 34, 047; Inwerkingtreding : 16-05-2019>

  Art. 394.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 121, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 395.[1 Elke inbreuk op de bepalingen van [2 dit boek]2 waardoor de verpakkingsheffing opeisbaar wordt, wordt bestraft met een geldboete van vijf- tot tienmaal de in het spel zijnde rechten zonder dat ze minder mag bedragen dan [2 625,00 euro]2 en onverminderd de betaling van de verschuldigde heffing.
   Onverminderd de bij dit artikel en bij de artikelen 396 en 397 bepaalde straffen is de verpakkingsheffing altijd opeisbaar, met uitzondering van de verpakkingsheffing verschuldigd op goederen die, naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding op basis van het bepaalde in het eerste lid, effectief worden in beslag genomen en naderhand worden verbeurdverklaard of bij wege van transactie aan de Schatkist worden afgestaan.
   De op de verbeurdverklaarde of afgestane goederen niet meer opeisbare verpakkingsheffing zal niettemin als basis dienen voor de berekening van de op te leggen boeten.]1
  ----------
  (1)<W 2014-12-19/07, art. 93, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2019-04-28/01, art. 35, 047; Inwerkingtreding : 16-05-2019>

  Art. 396.[1 Wanneer inzake verpakkingsheffing getracht wordt op bedrieglijke wijze een vermindering of vrijstelling van de heffing te verkrijgen, wordt zulks bestraft met een geldboete van vijf- tot tienmaal het bedrag van de heffing waarvoor getracht werd op bedrieglijke wijze een vermindering of vrijstelling te verkrijgen, zonder dat ze minder mag bedragen dan [2 625,00 euro]2.]1
  ----------
  (1)<W 2013-06-17/06, art. 89, 040; Inwerkingtreding : 08-07-2013>
  (2)<W 2019-04-28/01, art. 36, 047; Inwerkingtreding : 16-05-2019>

  Art. 397.Elke inbreuk [2 op dit boek]2 welke niet wordt bestraft bij de bepalingen van de artikelen 395 en 396 alsook elke inbreuk op de besluiten genomen ter uitvoering [2 van dit boek]2 wordt bestraft met een geldboete van [2 625,00 euro tot 3125,00 euro]2. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  [1 Tweede lid opgeheven.]1
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/06, art. 124, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
  (2)<W 2019-04-28/01, art. 37, 047; Inwerkingtreding : 16-05-2019>

  Art. 398. In geval van herhaling wordt de geldboete verdubbeld en wordt de overtreder bovendien veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden tot een jaar.

  Art. 398bis.
  <Opgeheven bij W 2013-06-17/06, art. 90, 040; Inwerkingtreding : 08-07-2013>

  Art. 399.De inbreuken [1 op dit boek]1 en op de besluiten genomen tot uitvoering ervan zijn onderworpen aan de bepalingen van de algemene wet op de douanen en de accijnzen betreffende met name het opstellen en het visum van het proces-verbaal, de afgifte van de afschriften ervan, de bewijskracht van deze akten, de wijze van vervolging, de verantwoordelijkheid, de medeplichtigheid, de poging tot omkoperij en het recht op minnelijke schikking.
  ----------
  (1)<W 2019-04-28/01, art. 38, 047; Inwerkingtreding : 16-05-2019>

  Art. 400.<W 2002-06-26/42, art. 9, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2001> (Lid 1 opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 29, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  [1 Tweede en derde lid opgeheven.]1
  De besluiten bedoeld in het artikel 392 worden genomen op de gezamenlijke voordracht van de ministers bevoegd voor Economische Zaken, Financiën, Leefmilieu en Volksgezondheid.
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/06, art. 125, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 401.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 126, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 401bis. <Ingevoegd bij W 2002-12-30/34, art. 31; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De Minister van Financiën wordt er jaarlijks mee belast de milieu-, economische en budgettaire gevolgen te schatten van de accijnstarieven bepaald in de artikelen 5, 9, 12,15 en 17 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven van alcohol en alcoholhoudende dranken, alsook in artikel 1 van de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en van de BTW-tarieven vastgelegd door het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven en van het tarief van de verpakkingsheffing bepaald in artikel 371, § 1, van deze wet, zonder rekening te houden met de weerslag van de gedragswijzigingen van de verbruiker die deze tarieven in de loop van het jaar zullen veroorzaakt hebben.
  Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, dat door de wet moet worden bekrachtigd, kan de Koning ze in het eerste lid bedoelde tarieven aanpassen.
  (NOTA : bij arrest nr 195/2004 van 01-12-2004 (B.St. 10-12-2004, p. 81699), heeft het Arbitragehof lid 2 van dit artikel vernietigd)

  BOEK IV. - OVERGANGS- EN INWERKINGTREDINGSBEPALINGEN.

  Art. 402. De artikelen 96, 214, 221 tot 223, 225 tot 227, 286 tot 289, 344 tot 347 en 357 tot 368 treden in werking op 1 januari 1995.
  De artikelen 183, 184, 201, 2° en 3°, 204, 205, 1° en 2°, 207, 208 en 209 treden in werking op dezelfde dag voor wat de aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde toevertrouwde functie betreft.

  Art. 402bis. <Ingevoegd bij W 1994-12-27/32, art. 1; Inwerkingtreding : 01-06-1994> § 1. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel belast een van de oudstbenoemde rechters met de verdeling, over vier lijsten, van de gezworenen ingeschreven op de definitieve lijsten die op de griffie van deze rechtbank op 5 oktober 1993 zijn neergelegd, en met de verdeling, over vier staten, van de toegevoegde gezworenen ingeschreven op de staten die op dezelfde datum op de griffie van deze rechtbank zijn neergelegd.
  Die verdeling geschiedt op volgende wijze :
  1° een eerste lijst bevat in alfabetische orde de gezworenen van de definitieve Franse lijst, die hun woonplaats hebben in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;
  2° een tweede lijst bevat in alfabetische orde de gezworenen van de definitieve Nederlandse lijst, die hun woonplaats hebben in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;
  3° een derde lijst bevat in alfabetische orde de gezworenen van de definitieve Nederlandse lijst, die hun woonplaats hebben in het gerechtelijk arrondissement Leuven of in het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde;
  4° een vierde lijst bevat in alfabetische orde de gezworenen van de definitieve Franse lijst, die hun woonplaats hebben in het gerechtelijk arrondissement Nijvel.
  De rechter gaat op dezelfde wijze te werk voor de staten van de toegevoegde gezworenen.
  § 2. Vóór 1 december 1994 legt de rechter belast met de in § 1 omschreven taak op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel de definitieve lijsten van gezworenen en de staten van toegevoegde gezworenen neer die betrekking hebben op de gezworenen die hun woonplaats hebben in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
  De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel doet de overige definitieve lijsten van gezworenen en de overige staten van toegevoegde gezworenen respectievelijk toekomen aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven en aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel.
  De voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg te Leuven en te Nijvel leggen vóór 1 december 1994 de lijst en de staat die hun zijn toegestuurd, neer op de griffie van de rechtbank.
  § 3. Vanaf 1 januari 1995 tot en met 31 december 1995 worden de gezworenen die geroepen worden om mede te werken aan de samenstelling van de jury voor iedere zaak in de hoven van assisen van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, van de provincie Vlaams-Brabant en van de provincie Waals-Brabant, bij loting aangewezen aan de hand van de lijsten en staten die, overeenkomstig § 2, respectievelijk op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven en op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel zijn neergelegd.

  Art. 402ter. <Ingevoegd bij W 1994-12-27/32, art. 2; Inwerkingtreding : 01-06-1994> In 1995 worden in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, in de provincie Vlaams-Brabant en in de provincie Waals-Brabant de gemeentelijke, provinciale en definitieve lijsten van de gezworenen en de staten van de toegevoegde gezworenen opgemaakt overeenkomstig de artikelen 218 tot 236 van het Gerechtelijk Wetboek.
  Van 1 januari 1996 tot 31 december 1997 worden de gezworenen die geroepen worden om mede te werken aan de samenstelling van de jury voor iedere zaak in de hoven van assisen van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, van de provincie Vlaams-Brabant en van de provincie Waals-Brabant, bij loting aangewezen aan de hand van de lijsten en staten opgemaakt overeenkomstig het eerste lid.

  Art. 402quater. <Ingevoegd bij W 1994-12-27/32, art. 3; Inwerkingtreding : 15-10-1994> De zaken waarin de kamer van inbeschuldigingstelling vóór 1 januari 1995 een arrest van verwijzing naar het hof van assisen van de provincie Brabant heeft gewezen en waarvan de zitting niet vóór dezelfde datum is vastgesteld, worden vastgesteld voor het hof van assisen van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.

  Art. 402quinquies. <Ingevoegd bij W 1994-12-27/32, art. 4; Inwerkingtreding : 31-12-1994> Het hof van assisen van de provincie Brabant blijft na 1 januari 1995 bevoegd en regelmatig samengesteld voor de berechting van de zaken die tijdens de lopende zitting werden vastgesteld.

  Art. 403. Het provinciehoofdbureau, gevestigd in de hoofdplaats van de provincie Brabant, verricht tot 31 december 1994 de taken, die het Kieswetboek aan de in artikel 94bis van dit Wetboek bedoelde provinciehoofdbureaus opdraagt, voor de provincie Brabant.

  Art. 404. De artikelen 100, 101, 102, 103 en 109 treden in werking op de dag van de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

  Art. 405. § 1. De artikelen 219, 224 en 229 tot 285 zijn van toepassing vanaf de eerstvolgende verkiezing van de provincieraden.
  § 2. De artikelen 296 tot 343 zijn van toepassing vanaf de eerstvolgende verkiezing van de gemeenteraden.

  BOEK V. - OPHEFFINGSBEPALING.

  Art. 406. De wet van 7 maart 1984 tot indeling over de kiesarrondissementen van de zetels van de senatoren die rechtstreeks door het kiezerskorps worden gekozen en tot vaststelling van het getal der senatoren die door de provincieraden en door de Senaat worden gekozen, overeenkomstig de uitslagen van de algemene volkstelling van 1 maart 1981, wordt opgeheven vanaf de eerstvolgende algehele vernieuwing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. BIJLAGE 1. BOEK I - REGELING VAN DE MODALITEITEN VOOR DE VERKIEZING VAN DE VLAAMSE RAAD EN DE WAALSE GEWESTRAAD. - TABEL TOT VASTSTELLING VAN DE KIESKRINGEN EN HUN SAMENSTELLING (Art. 5 van de wet). <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17034-17045>
  <Gewijzigd bij : >
  <DVR 2004-01-30/37, art. 2, Inwerkingtreding : 07-03-2004; zie B.S. 26-02-2004, p. 11069-11072, en err. B.S. 31-03-2004, p. 18108>
  (Opgeheven) <DVR 2006-07-07/86, art. 28, 3° , 032; Inwerkingtreding : 27-10-2006>

  Art. N2. BIJLAGE 2. Verkiezing van (het Vlaams Parlement) en (het Waals Parlement) - Model I - Onderrichtingen voor de kiezer (bedoeld in de artikelen 10, vierde lid, 16, § 2, tweede lid, en 18, § 2, eerste lid, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur). <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> <W 2006-03-27/34, art. 173, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 1N2. <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> 1. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur. Kiezers die zich vóór 13 uur in het lokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten.

  Art. 2N2. <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> 2. De kiezer kan voor (het Parlement) een stem uitbrengen voor één of meerdere kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door hem gesteunde lijst. <W 2006-03-27/34, art. 173, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 3N2. <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> 3. De kandidaten zijn, per lijst, in eenzelfde kolom van het stembiljet ondergebracht.
  De naam en voornaam van de kandidaten voor de effectieve mandaten worden eerst ingeschreven volgens de volgorde van de voordrachten en worden, onder de vermelding " opvolgers " gevolgd door de naam en voornaam van de kandidaat-opvolgers, die ook volgens de volgorde van de voordrachten worden gerangschikt.
  De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in stijgende volgorde van het nummer dat door loting aan elke lijst is toegekend. Onvolledige lijsten kunnen echter onder mekaar worden geplaatst.

  Art. 4N2. <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> 4. Kan de kiezer zich verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door hem gesteunde lijst, dan vult hij in het stemvak bovenaan op die lijst het helle stipje in met het te zijner beschikking gestelde potlood.
  Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil hij de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft hij een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-opvolger( s) voor wie hij stemt, in te vullen met het te zijner beschikking gestelde potlood.
  Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil hij de volgorde van voordracht van de titularissen wijzigen, dan geeft hij een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-titularis(sen) van zijn keuze in te vullen.
  Kan hij zich ten slotte niet verenigen met de volgorde van voordracht, noch voor de kandidaat-titularissen, noch voor de kandidaat-opvolgers, en wil hij deze volgorde wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit voor de kandidaat-titularis(sen), alsook voor de kandidaat-opvolger(s) van zijn keuze die tot de door hem gesteunde lijst behoren.
  Het kiescijfer van een lijst wordt samengesteld door de optelling van het aantal stembiljetten waarop een stem is uitgebracht bovenaan op deze lijst en van het aantal stembiljetten ten gunste van één of meerdere kandidaat-titularis(sen) en/of -opvolger(s).

  Art. 5N2. <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> 5. Nadat de bureauvoorzitter de identiteitskaart en de oproepingsbrief van de kiezer heeft gecontroleerd, overhandigt hij hem een stembiljet in ruil voor deze brief.
  Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht, toont hij aan de voorzitter zijn rechthoekig in vieren gevouwen stembiljet voor (het Parlement), met de stempel aan de buitenzijde, en steekt het in de stembus; hij laat zijn oproepingsbrief afstempelen door de voorzitter of de daartoe gemachtigde bijzitter en verlaat de zaal. <W 2006-03-27/34, art. 173, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>

  Art. 6N2. <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> 6. De kiezer mag zich niet langer in het stemhokje ophouden dan nodig is om zijn stem uit te brengen.

  Art. 7N2. <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> 7. Ongeldig zijn :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;
  2° zelfs de laatstbedoelde biljetten :
  a) als daarop geen stem is uitgebracht;
  b) als er meer dan één lijststem of naamstemmen, hetzij voor de mandaten van titularis, hetzij voor de opvolging, op verschillende lijsten zijn uitgebracht;
  c) als een stem bovenaan een lijst en tegelijk een stem voor één of meerdere kandidaat-titularis(sen) en/ of -opvolger(s) van een andere lijst is uitgebracht;
  d) als een stem voor één of meerdere kandidaat-titularis( sen) van een lijst en voor één of meerdere kandidaat -opvolger(s) van een andere lijst is uitgebracht;
  e) als hun vorm en afmetingen veranderd zijn of als zij binnenin een papier of enig voorwerp bevatten;
  f) als er een doorhaling, een teken of een bij de wet niet geoorloofd merk op aangebracht is waardoor de kiezer herkend kan worden.

  Art. 8N2. <W 2004-03-02/41, art. 25, 025; Inwerkingtreding : 05-04-2004> 8. Hij die stemt zonder daartoe het recht te hebben of die zonder geldige volmacht in plaats van een ander stemt, is strafbaar.

  Art. N3. BIJLAGE 3. KIESKRING. - Stembiljet. - Model 1a. <Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17048>
  Gewijzigd bij :
  <W 2006-03-27/34, art. 174, Inwerkingtreding : 21-04-2006; M.B. 11-04-2006, p. 19835>

  Art. N4. BIJLAGE 4. TITEL I VAN BOEK II. - WIJZIGINGEN VAN HET KIESWETBOEK. <Tabellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17051-17069>

  Art. N5. BIJLAGE 5.

  Art. 1N5.KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. - VERKIEZING. - Stembiljet. - Model 2a, 2b en 2c.
  <Modellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17070-17071>
  Gewijzigd door :
  <W 2002-01-22/38, art. 26, Inwerkingtreding : 05-03-2002; B.St. 23-02-2002, p. 7062-7064>
  <W 2004-03-02/41, art. 26, Inwerkingtreding : 05-04-2004; B.St. 26-03-2004, p. 17518-17520>
  <W 2009-04-14/01, art. 68, 037; Inwerkingtreding : 15-04-2009>

  Art. 2N5. SENAAT. VERKIEZING VAN 25 SENATOREN. - Stembiljet. - Modellen 2d en g. <Modellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17076-17082>

  Art. N6. BIJLAGE 6. TITEL VI VAN BOEK II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 12 JANUARI 1989 TOT REGELING VAN DE WIJZE WAAROP (HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK PARLEMENT) WORDT VERKOZEN. - Model I. - Onderrichtingen voor de kiezers. <W 2006-03-27/34, art. 175, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  1°. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 uur tot 13 uur. Kiezers die zich te 13 uur in het lokaal bevinden worden nog tot de stemming toegelaten.
  2°. Nadat de voorzitter de identiteitskaart en de oproepingsbrief van de kiezer heeft gecontroleerd, overhandigt hij hem een stembiljet en volgens het geval, een stembiljet voor de verkiezing van het Europese Parlement of een stembiljet voor de verkiezing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat.
  3°. De kiezer mag zich niet langer in het stemhokje ophouden dan nodig is om zijn stem uit te brengen.
  4°. De kiezer mag niet meer dan één stem uitbrengen. Buiten het geval bedoeld in punt 7 hierna zal een ieder die schuldig wordt bevonden meer dan eenmaal te hebben gestemd voor dezelfde verkiezing, gestraft worden met een gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen en met een geldboete van 26 tot 200 frank.
  5°. Indien de kiezer zich kan verenigen met de volgorde waarin de kandidaat-titularissen en -opvolgers op de door hem gesteunde lijst voorkomen dan vult hij in het stemvak bovenaan op de lijst van die kandidaten het helle stipje in met het te zijner beschikking gestelde potlood. Hij handelt evenzo wanneer hij zijn stem wil geven aan een alleenstaande kandidaat.
  Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van de kandidaat-titularissen en wil hij die van de opvolgers wijzigen, dan geeft hij een naamstem, door in het stemvak naast de naam van de kandidaat-opvolger van zijn keuze het stipje in te vullen met het te zijner beschikking gestelde potlood.
  Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van de kandidaat-opvolgers en wil hij die van de titularissen wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan de titularis van zijn keuze.
  Kan hij zich niet verenigen met de volgorde, noch van de titularissen noch van de opvolgers en wil hij die volgorde wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit op een titularis en een naamstem op een opvolger van dezelfde lijst.
  Moet er niet meer dan één lid gekozen worden dan mag de kiezer naar goeddunken zijn stem uitbrengen overeenkomstig het eerste of het tweede lid hiervoor.
  Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht, toont hij aan de voorzitter, naargelang het geval, een of twee rechthoekig in vieren gevouwen stembiljetten, met de stempel aan de buitenzijde, en steekt ze in de respectievelijke stembussen. Hij krijgt zijn oproepingsbrief terug, afgestempeld door de voorzitter of de daartoe gemachtigde bijzitter en verlaat de zaal. Indien een stembiljet door de kiezer hoe weinig ook beschadigd of gescheurd is, wordt het dadelijk teruggenomen en onbruikbaar gemaakt en moet de kiezer opnieuw stemmen.
  6°. Ongeldig zijn :
  1. alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;
  2. zelfs de laatstbedoelde biljetten :
  a) als daarop geen stem is uitgebracht, naamstemmen voor titularissen en/of voor opvolgers op verschillende lijsten zijn uitgebracht, meer dan één lijststem is uitgebracht, een stem bovenaan op een lijst en tegelijk een stem voor een kandidaat van een andere lijst is uitgebracht of voor een titularis van een lijst en tegelijk voor een opvolger van een andere lijst is gestemd;
  b) als vorm en afmetingen ervan veranderd zijn of als zij, binnenin een papier of enig voorwerp bevatten;
  c) als er een doorhaling, een teken of een bij de wet niet geoorloofd merk op aangebracht is waardoor de kiezer herkend kan worden.
  7°. Hij die stemt zonder daartoe het recht te hebben of zonder geldige volmacht in plaats van een ander stemt, is strafbaar.

  Art. N7. BIJLAGE 7. Model II. - (Brussels Hoofdstedelijk Parlement). - Verkiezing van 75 raadsleden. - Stembiljet. <W 2006-03-27/34, art. 176, 030; Inwerkingtreding : 21-04-2006> <Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17085>

  Art. N8. BIJLAGE 8. TITEL VII VAN BOEK II. - WIJZIGINGEN AAN DE WET VAN 23 MAART 1989 BETREFFENDE DE VERKIEZING VAN HET EUROPESE PARLEMENT. - Model I b - a. - ONDERRICHTINGEN VOOR DE BELGISCHE KIEZER DIE GEWOONLIJK OP HET GRONDGEBIED VAN EEN ANDERE LID-STAAT VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VERBLIJFT. <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17086-17088>

  Art. N9. BIJLAGE 9. Modellen 2a en d. - VERKIEZINGEN VAN HET EUROPESE PARLEMENT. - VLAAMSE KIESKRING. - Stembiljet. <Modellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17095-17098>

  Art. N10. BIJLAGE 10. - HOOFDSTUK II VAN TITEL VIII. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 19 OKTOBER 1921 TOT REGELING VAN DE PROVINCIERAADSVERKIEZINGEN. - TABEL ALS BIJLAGE BIJ DE PROVINCIEWET (Artikel 2, derde lid). - SAMENSTELLING VAN DE KIESDISTRICTEN. <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17099-17108>

  Art. N11. BIJLAGE 11. - PROVINCIERAADSVERKIEZINGEN. - MODEL I. - Onderrichtingen voor de kiezer.
  A. Wanneer er twee of meer raadsleden moeten worden gekozen.
  1. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur.
  Kiezers die zich echter vóór 13 uur in het lokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten.
  2. De kiezer mag stemmen, hetzij bovenaan op een lijst, hetzij naast de naam van een of meer kandidaten van eenzelfde lijst.
  3. De samen voorgedragen kandidaten zijn in een zelfde kolom van het stembiljet ondergebracht. Hun namen en voornamen staan in de volgorde van de voordracht. De volgorde van de lijsten op het stembiljet is door het lot aangewezen.
  4. Kan de kiezer zich verenigen met de volgorde waarin de kandidaten op de door hem gesteunde lijst voorkomen, dan vult hij in het stemvak bovenaan op die lijst het helle stipje in met het te zijner beschikking gestelde potlood. Hij handelt evenzo wanneer hij zijn stem wil geven aan een alleenstaande kandidaat. Wil hij de volgorde wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan een of meer kandidaten van zijn keuze door op dezelfde wijze het stemvak in te vullen naast de naam van deze kandidaat of kandidaten.Wil hij zijn stem geven aan een alleenstaande kandidaat, dan vult hij op dezelfde wijze het stipje in, in het stemvak boven de naam van de kandidaat.
  5. Nadat de voorzitter de identiteitskaart en de oproepingsbrief van deze kiezer heeft gecontroleerd, overhandigt hij hem een stembiljet in ruil voor de oproepingsbrief. In geval deze verkiezing samenvalt met de gemeenteraadsverkiezing ontvangt de kiezer eveneens een stembiljet voor deze laatste verkiezing. Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht, toont hij aan de voorzitter, naargelang het geval, zijn rechthoekig in vieren gevouwen stembiljet of stembiljetten met de stempel aan de buitenzijde en steekt het of ze in de stembus; hij laat zijn oproepingsbrief afstempelen door de voorzitter of de daartoe gemachtigde bijzitter en verlaat de zaal.
  6. De kiezer mag zich niet langer in het stemhokje ophouden dan nodig is om zijn stembiljet in te vullen.
  7. Ongeldig zijn :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;
  2° zelfs de laatstbedoelde biljetten :
  a) als daarop geen stem is uitgebracht, naast meer dan één naam gestemd is voor kandidaten van verschillende lijsten, meer dan één lijststem is uitgebracht, een stem bovenaan op een lijst en tegelijk een stem voor een kandidaat van een andere lijst is uitgebracht;
  b) als hun vorm en afmetingen veranderd zijn of als zij binnenin, een papier of enig voorwerp bevatten;
  c) als er een teken is, een doorhaling of een bij de wet niet geoorloofd merk op aangebracht is waardoor de kiezer herkend kan worden.
  8. Hij die stemt zonder daartoe het recht te hebben of zonder geldige volmacht in de plaats van een ander stemt, is strafbaar.
  B. Wanneer er niet meer dan één raadslid moet worden gekozen.
  1. Zoals hierboven.
  2. De kiezer mag voor niet meer dan één kandidaat stemmen.
  3. De naam en voornaam van de kandidaten staan op het stembiljet op een horizontale lijn naast elkaar in de volgorde door het lot aangewezen.
  4. De kiezer brengt zijn stem uit voor de kandidaat van zijn keuze door in het stemvak boven diens naam het stipje in te vullen met het te zijner beschikking gestelde potlood.
  5. Zoals hierboven.
  6. Zoals hierboven.
  7. Ongeldig zijn :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;
  2° zelfs de laatstbedoelde biljetten :
  a) als daarop geen of meer dan één stem is uitgebracht;
  b) als de vorm ... (enz., zoals hierboven).
  8. Zoals hierboven.

  Art. N12. BIJLAGE 12. - MODEL 2a. - KIESDISTRICT. - Verkiezing van provincieraadsleden. <Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 20/07/1993, p. 17123>

  Art. N13. BIJLAGE 13. - HOOFDSTUK II VAN TITEL IX. - WIJZIGINGEN VAN DE GEMEENTEKIESWET, GECOORDINEERD OP 4 AUGUSTUS 1932. - GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN. - MODEL I. - Onderrichtingen voor de kiezer.
  A. Wanneer er twee of meer raadsleden moeten worden gekozen.
  1. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur. Kiezers die zich echter vóór 13 uur in het lokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten.
  2. De kiezer mag stemmen, hetzij bovenaan op een lijst, hetzij naast de naam van een of meer kandidaten van eenzelfde lijst.
  3. De samen voorgedragen kandidaten zijn in een zelfde kolom van het stembiljet ondergebracht in de volgorde van de voordracht. De volgorde van de lijsten op het stembiljet is door het lot aangewezen.
  4. Kan de kiezer zich verenigen met de volgorde waarin de kandidaten op de door hem gesteunde lijst voorkomen, dan vult hij het stemvak bovenaan op die lijst in met het te zijner beschikking gestelde potlood. Hij handelt evenzo wanneer hij zijn stem wil geven aan een alleenstaande kandidaat. Wil hij de volgorde wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan een of meer kandidaten van zijn keuze door op dezelfde wijze het stemvak in te vullen naast de naam van deze kandidaat of kandidaten.
  5. Nadat de voorzitter de identiteitskaart en de oproepingsbrief van de kiezer heeft gecontroleerd, overhandigt hij hem een stembiljet in ruil voor de oproepingsbrief. In geval deze verkiezing samenvalt met de verkiezing van de provincieraden, ontvangt de kiezer eveneens een stembiljet voor deze laatste verkiezing. Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht, toont hij aan de voorzitter, naargelang het geval, zijn rechthoekig gevouwen stembiljet of stembiljetten met de stempel aan de buitenzijde en steekt het of ze in de stembus; hij laat zijn oproepingsbrief afstempelen door de voorzitter of de daartoe gemachtigde bijzitter en verlaat de zaal. Het is de kiezer verboden zijn stembiljet bij het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Doet hij zulks, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, dat onmiddellijk onbruikbaar wordt gemaakt, en hij verplicht de kiezer opnieuw te stemmen. Indien het stembiljet door de kiezer hoe weinig ook beschadigd of gescheurd is, wordt het dadelijk teruggenomen en onbruikbaar gemaakt en moet de kiezer opnieuw stemmen.
  6. De kiezer mag zich niet langer in het stemhokje ophouden dan nodig is om zijn stembiljet in te vullen.
  7. Ongeldig zijn :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;
  2° zelfs de laatstbedoelde biljetten :
  a) als daarop geen stem is uitgebracht, naast meer dan één naam gestemd is voor kandidaten van verschillende lijsten, meer dan één lijststem is uitgebracht, een stem bovenaan op een lijst en tegelijk een stem voor een kandidaat van een andere lijst is uitgebracht;
  b) als hun vorm en afmetingen veranderd zijn of als zij binnenin een papier of enig voorwerp bevatten;
  c) als er een teken is, een doorhaling of een bij de wet niet geoorloofd merk op aangebracht is waardoor de kiezer herkend kan worden.
  8. Hij die stemt zonder daartoe het recht te hebben of zonder geldige volmacht in de plaats van een ander stemt, is strafbaar.
  B. Wanneer er niet meer dan één raadslid moet worden gekozen.
  1. Zoals hierboven.
  2. De kiezer mag voor niet meer dan één kandidaat-gemeenteraadslid stemmen.
  3. De naam en de voornaam van de kandidaten worden, volgens de volgorde van voordracht, vermeld in de kolom voorbehouden voor de lijst waartoe zij behoren. De naam wordt in hoofdletters gedrukt; de voornaam bevindt zich onder de naam, in kleine letters gedrukt.
  4. De kiezer brengt zijn stem uit voor de kandidaat van zijn keuze door in het stemvak boven diens naam het stipje in te vullen met het te zijner beschikking gestelde potlood.
  5. Zoals hierboven.
  6. Zoals hierboven.
  7. Ongeldig zijn :
  1° alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;
  2° zelfs de laatstbedoelde biljetten :
  a) als daarop geen of meer dan één stem is uitgebracht;
  b) als de vorm ... (enz. zoals hierboven).
  8. Zoals hierboven.
  OPMERKING.
  Wanneer de provincieraadsverkiezingen en de gemeenteraadsverkiezingen op dezelfde dag plaatshebben worden enkel de onderrichtingen voor de verkiezing van de provincieraadsleden op de keerzijde van de oproepingsbrief, gericht aan de kiezers, aangebracht, gelet op de overeenstemming in de wijze van stemmen.

  Art. N14. BIJLAGE 14. (opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 32, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. N15.
  <Opgeheven bij W 2012-12-27/06, art. 127, 039; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. N16. BIJLAGE 16. (opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 34, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. N17. BIJLAGE 17. (opgeheven) <W 2002-12-30/34, art. 34, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. N18. Bijlage 18. (opgeheven) <W 2007-03-28/31, art. 4, 034; Inwerkingtreding : 10-04-2007>

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   ...
Erratum Tekst Begin

originele versie
1994021420
PUBLICATIE :
1994-01-12
bladzijde : 550

Errata



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 30-11-2020 GEPUBL. OP 11-12-2020
    (GEWIJZIGD ART. : 370)
  • originele versie
  • WET VAN 28-04-2019 GEPUBL. OP 06-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 393; 395; 396; 397; 399)
  • originele versie
  • WET VAN 21-05-2018 GEPUBL. OP 24-05-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 11; 12; 13; 14; 15; 16; 17; 19; 23; 24; 26; 26/1; 27; 30; 31; 37; 38; 41quater; 41quinquies)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 25-01-2018 GEPUBL. OP 05-02-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N1) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 18-12-2015 GEPUBL. OP 28-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 371; 372bis; 372ter)
  • originele versie
  • WET VAN 19-12-2014 GEPUBL. OP 29-12-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 381; 390/1; 393; 395)
  • originele versie
  • WET VAN 10-02-2014 GEPUBL. OP 14-02-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 14; 16; 17; 22)
  • originele versie
  • WET VAN 06-01-2014 GEPUBL. OP 31-01-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 13; 15; 17; 35; 37; 39; 40; 41; 41bis; 41ter; 41quater; 41quinquies; 41sexies; 41octies)
  • originele versie
  • WET VAN 17-08-2013 GEPUBL. OP 05-09-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 390/1)
  • originele versie
  • WET VAN 17-06-2013 GEPUBL. OP 28-06-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 371bis; 372; 395; 396; 398bis)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2012 GEPUBL. OP 31-12-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 376; 377; 378; 379; 379bis; 380; 391; 392; 393; 394; 395; 396; 397; 400; 401; N15)
  • originele versie
  • WET VAN 21-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 395; 396)
  • originele versie
  • WET VAN 14-04-2009 GEPUBL. OP 15-04-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 7; 7BIS; 14; 17; 20; 22; 23; BIJL.)
  • originele versie
  • WET VAN 27-04-2007 GEPUBL. OP 08-05-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 381)
  • originele versie
  • WET VAN 21-04-2007 GEPUBL. OP 04-05-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 12)
  • originele versie
  • WET VAN 28-03-2007 GEPUBL. OP 10-04-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 371; N18)
  • originele versie
  • WET VAN 13-02-2007 GEPUBL. OP 07-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 38; 41QQ)
  • originele versie
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 11-01-2007 GEPUBL. OP 30-01-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 371)
  • originele versie
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 23-10-2006 GEPUBL. OP 23-10-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 371)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-07-2006 GEPUBL. OP 17-10-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; N1)
  • originele versie
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 07-08-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 371)
  • originele versie
  • WET VAN 27-03-2006 GEPUBL. OP 11-04-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 1-7; 11-13; 13BIS; 14-16; 18-20; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 25; 27; 28; 30-33; 35; 37-40)
    (GEWIJZIGDE ART. : 41BI-41OCT; N2; N3; N6; N7)
  • originele versie
  • WET VAN 11-07-2005 GEPUBL. OP 12-07-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 371)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 371)
  • originele versie
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 01-12-2004 GEPUBL. OP 10-12-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 401BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 09-07-2004 GEPUBL. OP 15-07-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 371; 380; N18)
  • originele versie
  • WET VAN 25-04-2004 GEPUBL. OP 07-05-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 15)
  • originele versie
  • WET VAN 02-03-2004 GEPUBL. OP 26-03-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 16; 17; 19; 20; 21; 22; 24; 26)
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 38; N2; 1N2; 2N2-8N2; 1N5)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-01-2004 GEPUBL. OP 26-02-2004
    (GEWIJZIGD ART. : N1)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 398BIS; 401)
    (GEWIJZIGDE ART. : 377; 392; 393; 394; 395; 396; 397)
    (GEWIJZIGDE ART. : 395; 369; 369BIS; 371; 371BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 395; 369; 369BIS; 371; 371BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 08-04-2003 GEPUBL. OP 17-04-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 369BIS; 370; 371; 391)
  • originele versie
  • WET VAN 30-12-2002 GEPUBL. OP 17-04-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 369BIS; 371; 372; 373)
    (GEWIJZIGDE ART. : 376; 377; 378; 379; 379BIS; 380)
    (GEWIJZIGDE ART. : 401BIS; N14-N17; 370)
    (GEWIJZIGDE ART. : 393; 394; 395; 396; 397; 400; 401)
    (GEWIJZIGDE ART. : 381-382BIS; 383-385; 391; 392)
  • originele versie
  • WET VAN 19-02-2003 GEPUBL. OP 21-03-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 13; 14; 15; 17; 27; 31; 38)
  • originele versie
  • WET VAN 13-12-2002 GEPUBL. OP 10-01-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 15)
  • originele versie
  • WET VAN 18-07-2002 GEPUBL. OP 13-09-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 14BIS; 15)
  • originele versie
  • WET VAN 26-06-2002 GEPUBL. OP 20-07-2002
    (GEWIJZIGD ART. : N16)
  • originele versie
  • WET VAN 26-06-2002 GEPUBL. OP 05-07-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 373; 378; 379; 380; 381; 382)
    (GEWIJZIGDE ART. : 386-390; 400; N15)
  • originele versie
  • WET VAN 22-01-2002 GEPUBL. OP 26-02-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 13BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 22-01-2002 GEPUBL. OP 23-02-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 38)
    (GEWIJZIGDE ART. : 24; 26; 31; 2N2; 3N2; 4N2; 7N2; 1N5)
    (GEWIJZIGDE ART. : 14; 14BIS; 16; 17; 19; 20; 21; 22)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-12-2001 GEPUBL. OP 22-12-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 371; 372; 376; 377; 378-381; 383)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2000 GEPUBL. OP 30-08-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 395; 396; 397)
  • originele versie
  • WET VAN 18-12-1998 GEPUBL. OP 31-12-1998
    (GEWIJZIGDE ART. : 41SEX; 41SEPT; 41OCT)
    (GEWIJZIGDE ART. : 41BIS; 41TER; 41QUA; 41QU)
  • originele versie
  • WET VAN 10-11-1997 GEPUBL. OP 22-11-1997
    (GEWIJZIGDE ART. : 383; 384; 376; 371; BIJL.18; 392)
    (GEWIJZIGD ART. : 401)
  • originele versie
  • WET VAN 14-07-1997 GEPUBL. OP 22-11-1997
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 379; 379BIS; 380)
  • WET VAN 07-03-1996 GEPUBL. OP 30-03-1996
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 370; 371; 372; 373; 373BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 374; 374BIS; 375; 376; 378; 379)
    (GEWIJZIGDE ART. : 380; 381; 382; 382BIS; 384; 392)
    (GEWIJZIGDE ART. : 394; 396; 397; 400; 401; BIJL.15)
    (GEWIJZIGDE ART. : BIJL.16; BIJL.17)
  • WET VAN 04-04-1995 GEPUBL. OP 23-05-1995
    (GEWIJZIGDE ART. : 373BIS; 401)
  • WET VAN 05-04-1995 GEPUBL. OP 15-04-1995
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; 20; 21; 22; 26; BIJL.2)
  • WET VAN 09-02-1995 GEPUBL. OP 03-03-1995
    (GEWIJZIGDE ART. : 369; 373BIS; 376; 378; 394; 401)
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 02-02-1995 GEPUBL. OP 23-02-1995
    (GEWIJZIGD ART. : 383)
  • WET VAN 27-12-1994 GEPUBL. OP 31-12-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 402BIS; 402TER; 402QUATER; 402QUINQUIES)
  • WET VAN 24-05-1994 GEPUBL. OP 01-07-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 14BIS; 15)
  • WET VAN 03-06-1994 GEPUBL. OP 16-06-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 373BIS; 374BIS; 382BIS; 390; 401)
  • WET VAN 11-04-1994 GEPUBL. OP 16-04-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 10; 14)
  • WET VAN 30-12-1993 GEPUBL. OP 11-01-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 270; NL.BIJL.15)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 1992-1993. Kamer van volksvertegenwoordigers : Parlementaire stukken. - Voorstel van wet, nr. 897/1. - Advies van de Raad van State, nr. 897/2. - Amendementen, nr. 897/3 tot 10. - Voorlopig gecoördineerde tekst, nr. 897/11. - Amendementen, nr. 897/12 tot 14. - Verslag, nr. 897/15 tot 17. - Tekst aangenomen door de Commissies, nr. 897/18. - Amendementen, nr. 897/19 tot 25. Voorstel van wet, nr. 921/1. - Advies van de Raad van State, nr. 921/2. - Verslag, nr. 921/3. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 2, 3, 4, 10 en 11 juni 1993. Senaat : Parlementaire Stukken. - Tekst overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 771/1. - Verslagen, nr. 777/2 tot 5. - Amendementen, nr. 771/6 tot 29. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 13 en 14 juli 1993.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 78 uitvoeringbesluiten 47 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie