J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
4 DECEMBER 1992. - Handvest van de gebruiker van de openbare diensten.

Publicatie : 22-01-1993 nummer :   1992120450 bladzijde : 1150
Dossiernummer : 1992-12-04/31
Inwerkingtreding : 22-01-1993

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. M, M1-M2

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel M. (Om de technische redenen werd dit artikel onderverdeeld als volgt : M1 - M2).

  Art. M1. DEEL I. Algemene principes.
  De openbare diensten moeten aan het publiek een kwalitatief hoogstaande dienst verlenen, die verricht wordt binnen een democratisch rechtskader. De kwaliteit wordt gegarandeerd door doorzichtigheid, soepelheid en rechtsbescherming.
  HOOFDSTUK I. - Doorzichtigheid.
  Een grotere doorzichtigheid van de openbare diensten moet het vertrouwen van de gebruiker in de overheid vergroten. Uiteindelijk zal daardoor de doelmatigheid toenemen.
  1. Informatieverstrekking.
  De overheidsdiensten hebben de plicht het publiek te informeren over de grote lijnen van hun beleid, initiatieven te nemen om " gebruikersinformatie " te verspreiden mbt de diensten die zij verlenen en de gebruiker toegang te geven tot de informatie die hem persoonlijk betreft.
  2. Raadpleging van bestuursdocumenten.
  De gebruiker van de openbare dienst moet alle bestuursdocumenten kunnen raadplegen, op eenvoudige aanvraag en zonder een persoonlijk belang te moeten aantonen, onder voorbehoud van de uitzonderingen die worden voorzien met het oog op het algemeen belang of prioritair geachte particuliere belangen.
  HOOFDSTUK II. - Soepelheid.
  Afdeling 1. - Toegankelijkheid van de openbare diensten.
  Openbare diensten dienen toegankelijk te zijn in de brede betekenis van het woord. Dit slaat niet enkel op de fysieke bereikbaarheid of nabijheid, alhoewel die belangrijk is. Toegankelijkheid heeft eveneens te maken met de duidelijkheid van de teksten. Men moet vermijden dat ambtelijke documenten en wetteksten zo zijn opgesteld dat het publiek grote problemen heeft om ze te begrijpen.
  1. Een behoorlijk onthaal en kwaliteitsvolle contacten.
  Vlotte mondelinge of schriftelijke contacten zijn essentieel voor een goede relatie tussen de openbare diensten en de gebruiker. De gebruiker moet onder andere weten tot welke ambtenaar hij zich kan wenden voor bijkomende inlichtingen.
  Bijzondere aandacht zal gaan naar een versoepeling van de openingsuren, naar het onthaalbeleid en naar een aangepaste opleiding van ambtenaren die in contact staan met het publiek.
  2. Duidelijk en precies taalgebruik.
  De gebruiker moet kunnen beschikken over brieven, omzendbrieven en formulieren die begrijpelijk en correct zijn. De openbare diensten zullen zich inspannen om hun mededelingen zo goed mogelijk aan te passen aan hun gesprekspartners en moeten het technisch jargon dat niet onmisbaar is voor precisering, zoveel mogelijk vermijden.
  3. Duidelijke wetgeving.
  De wetten en reglementen die van toepassing zijn moeten zoveel mogelijk gecoŲrdineerd, duidelijk, helder en actueel zijn.
  Afdeling 2. - Aangepaste dienstverlening.
  Ondanks talrijke initiatieven om de dienstverlening te verbeteren, blijft een deel van de bevolking van allerlei rechten uitgesloten. Sociale voordelen bereiken de rechthebbenden niet altijd, omdat zij niet op de hoogte zijn van het bestaan ervan of niet weten hoe de voordelen aan te vragen. Een verruiming van het systeem dat ambtshalve voordelen toekent is noodzakelijk. Ook de doorverwijzing naar de bevoegde dienst is onontbeerlijk.
  In toepassing van de wet van de veranderlijkheid, moeten de openbare diensten zich inspannen om een dienst te leveren die zowel aangepast is aan de behoeften van de gebruikers als aan de beschikbare middelen en technieken.
  Zonder het gelijkheidsprincipe te schenden, zal gepoogd worden de dienstverlening zodanig bij te sturen dat eenieder ontvangt waar hij recht op heeft.
  Een degelijke dienstverlening betekent ook dat er rekening wordt gehouden met de eigenheden van de verschillende gebruikers; dat de beslissingen die hen betreffen hen worden meegedeeld met de feitelijke en juridische elementen waarop ze steunen en dat deze beslissingen worden herzien wanneer nieuwe elementen opduiken.
  1. Automatische toekenning van bepaalde rechten.
  De openbare diensten zullen op eigen initiatief bepaalde voordelen aanbieden aan de gebruikers, zonder dat deze zware inspanningen moeten leveren om te kunnen genieten van de voordelen waarop ze recht hebben. Dit aanbod zal, binnen de wettelijk bepaalde grenzen en gevallen, stelselmatig gebeuren wanneer het objectieve rechten betreft, dit zijn rechten die rechtstreeks uit de wet voortvloeien.
  2. Gemotiveerde administratieve beslissingen.
  De openbare diensten moeten op afdoende wijze de juridische en de feitelijke overwegingen vermelden die ten grondslag liggen aan hun beslissingen met individuele strekking. Op die manier is het voor de gebruiker van de openbare dienst mogelijk de motieven die tot een beslissing hebben geleid te kennen. Hij kan dan gemakkelijker uitmaken of hij die beslissing al dan niet aanvechten. De naleving van deze verplichting moet afdwingbaar zijn.
  3. Doorverwijzing naar de bevoegde overheid.
  De openbare diensten dienen documenten die kennelijk een ander bestuursorgaan aanbelangen, onverwijld door te sturen naar dat bestuur. Gelijktijdig moet de afzender in kennis worden gesteld van deze doorzending.
  4. Kwaliteitsvolle dienstverlening.
  De openbare diensten dienen erover te waken dat het personeel dat in contact staat met het publiek, verstandelijk, taalkundig en fysiek in staat is om zijn taken behoorlijk en met overtuiging te vervullen.
  HOOFDSTUK III. - Rechtsbescherming.
  Het optreden van de openbare diensten dient steeds in overeenstemming te zijn met de wet. Het legaliteitsbeginsel moet afdwingbaar zijn. De gebruiker moet in staat zijn om zijn rechten te doen gelden en om zijn belangen te vrijwaren.
  1. Bescherming van persoonlijke gegevens.
  Een efficiŽnte bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens houdt in dat gegevens enkel worden opgeslagen voor duidelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden. Een onafhankelijke controlecommissie waakt hierover. Specifieke waarborgen moeten bestaan voor de verwerking van " gevoelige gegevens ".
  Het recht op inzage en verbetering van die bestanden is een essentieel onderdeel van de bescherming van persoonlijke gegevens.
  2. Tegensprekelijke procedures.
  Wanneer een openbare dienst een beslissing neemt die een gebruiker in zijn belangen aantast, moet het hem de gelegenheid geven zijn standpunt mbt de elementen van het dossier toe te lichten. Met andere woorden, het tegensprekelijk karakter van deze administratieve procedures moet worden gewaarborgd.
  3. Klachtenbehandeling.
  De openbare diensten moeten klachten die tot hen worden gericht, effectief behandelen en moeten de klachtindieners onverwijld op de hoogte brengen van het gevolg dat aan de klacht wordt gegeven.
  Naast de bestaande administratieve en jurisdictionele beroepsmogelijkheden moeten de gebruikers zich bovendien kunnen richten tot een onafhankelijke en gemakkelijk bereikbare ombudsman, die hun klachten over het optreden van een openbare dienst kan behandelen.
  4. Snelheid van betaling.
  De openbare diensten dienen de bedragen waarop de gebruikers, op welke grond ook, recht hebben zo snel mogelijk uit te betalen. Hierbij dienen zij zowel rekening te houden met hun betalingsmogelijkheid, als met de betalingen die prioritair moeten gebeuren om de continuÔteit van de dienstverlening veilig te stellen, als met het bij voorrang uitbetalen aan de minstbedeelde gebruikers. In de gevallen en binnen de grenzen voorzien door de wet, betalen de openbare diensten verwijlinteresten.
  5. Betwisting van beslissingen.
  De beslissingen van de openbare diensten moeten kunnen aangevochten worden door de gebruikers die daartoe een wettig belang hebben, volgens jurisdictionele en administratieve procedures die zodanig zijn georganiseerd dat de gebruiker zijn rechten of zijn belangen op nuttige wijze kan verdedigen, zonder dat hierdoor de dienstverlening in het algemeen in gevaar komt.
  De belanghebbenden moeten op de hoogte worden gebracht van de beroepsmogelijkheden. Bovendien moeten de procedures waarborgen dat de rechten van de verdediging worden geŽerbiedigd en dat beslissingen binnen een redelijke termijn worden genomen.
  6. Opschorting van de uitvoering van administratieve beslissingen.
  Wanneer de onmiddellijke uitvoering van een bestuursbeslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen aan de gebruiker, moet deze, in afwachting van een uitspraak ten gronde, de opschorting kunnen vragen aan de rechter in kortgeding of aan de Raad van State. Deze kunnen ook voorlopige maatregelen nemen om de belangen van de betrokkenen veilig te stellen.
  Het Handvest is een permanent instrument voor de modernisering en verbetering van de openbare diensten.
  Elke Minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van de actiepunten in zijn of haar departement(en).
  Elke Minister zal regelmatig verslag uitbrengen over de genomen maatregelen bij de Minister van Ambtenarenzaken. Deze zal jaarlijks een globaal verslag voorleggen aan de Regering.

  Art. M2. Deel II. Maatregelen.
  HOOFDSTUK I. - Doorzichtigheid.
  1. Informatieverstrekking.
  In uitvoering van het zogenaamde Algemene Beginselen koninklijk besluit werd in het statuut van het Rijkspersoneel de notie " discretieplicht " van de ambtenaar vervangen door het spreekrecht (zie artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 november 1991 houdende hervorming van verscheidene verordeningsbepalingen die toepasselijk zijn op het rijkspersoneel, Belgisch Staatsblad van 24 december 1991).
  Het wetsontwerp betreffende de openbaarheid van bestuur in de federale besturen legt in zijn onderdeel " actieve openbaarheid " een aantal minimumvereisten vast, ondermeer de verplichting voor, de overheid om toelichting te verschaffen bij haar beleid en daarvoor een gespecialiseerde instantie in te schakelen, de verplichting om een document met de beschrijving van de bevoegdheden en de interne organisatie ter beschikking te stellen van de gebruikers, de verplichting om de naam, de hoedanigheid, het adres en het telefoonnummer van de ambtenaar die meer informatie kan verstrekken over het dossier aan te geven in elke briefswisseling en de verplichting om de eventuele beroepsmogelijkheden te vermelden.
  Een commissie zal ermee belast worden het informatiebeleid van de overheid te onderzoeken. Deze commissie zal ondermeer bestaan uit afgevaardigden van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad, INBEL, BRTN en RTBF (ivm VAR-mogelijkheden) en de Algemene Directie voor Selectie en Vorming van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Ambtenarenzaken. Deze commissie zal voor het einde van 1993 een rapport opstellen met concrete aanbevelingen inzake het informatiebeleid van de openbare diensten.
  De Algemene Directie voor Selectie en Vorming zal zo snel mogelijk starten met de opleiding van de ambtenaren die met een informatietaak worden belast.
  Bij de beoordeling van de stagedoende ambtenaren zal er rekening worden gehouden met de bekwaamheid om een begrijpelijke en leesbare bestuurstaal te hanteren.
  2. Raadpleging van bestuursdocumenten.
  Het recht op inzage en afschrift van overheidsdocumenten zal worden gegarandeerd door het voorgestelde artikel 24ter van de Grondwet.
  Wat het federale bestuursniveau betreft, zal het wetsontwerp van wet betreffende de openbaarheid van bestuur in de federale besturen de principes van het grondwetsartikel concretiseren.
  Ook tav de gedecentraliseerde bestuurniveaus zullen wettelijke regelingen worden uitgewerkt.
  HOOFDSTUK II. - Soepelheid.
  Afdeling 1. - Toegankelijkheid van de openbare diensten.
  1. Een behoorlijk onthaal en kwaliteitsvolle contacten.
  De omzendbrief nr. 360 van 28 april 1992 betreffende een grotere doorzichtigheid en toegankelijkheid van de administratie (Belgisch Staatsblad van 8 mei 1992) legt de overheidsdiensten de verplichting op om systematisch naam, hoedanigheid en telefoonnummer van de ambtenaar die het dossier behandelt, te vermelden op elke briefwisseling. Deze maatregel heeft niet alleen betrekking op de briefwisseling tussen de overheidsdiensten en de gebruiker, maar ook op de briefwisseling tussen de overheidsdiensten onderling. Een bepaling van het wetsontwerp betreffende de openbaarheid van bestuur in de federale besturen geeft een wettelijk karakter aan deze verplichting.
  De vermelding op elke brief van de naam, de functie en het telefoonnummer van degene die meer inlichtingen kan verstrekken over het dossier, wil de bevolking de kans geven rechtstreeks uitleg te bekomen van de overheidsdiensten. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de ambtenaar die in de briefwisseling als contactpersoon wordt aangeduid, alle nuttige inlichtingen over het dossier kan verschaffen. De persoon die werd aangeduid moet de dossiers kennen en over de vereiste bekwaamheid beschikken om de burger te informeren. Bij afwezigheid of verhindering moet hij worden vervangen.
  De aanduiding van de ambtenaar legt ook de klemtoon op zijn verantwoordelijkheid.
  Om de toegankelijkheid te verbeteren, is in de bovenvermelde omzendbrief nr. 360 aan de overheidsdiensten gevraagd om te onderzoeken op welke wijze de openingsuren van de diensten die in contact staan met het publiek, kunnen worden versoepeld.
  Alle federale diensten moeten :
  in eerste fase een verslag opstellen over de toegankelijkheid van deze diensten (de openingsuren, de vestiging, ...);
  op basis van een onderzoek bij de gebruikers voorstellen doen voor een betere toegankelijkheid. De nadruk zal hierbij worden gelegd op de toegankelijkheid tijdens de middagpauze, na 16 uur en ook op zaterdagmorgen;
  een oplossing voorstellen die tegemoet komt aan de verwachtingen van de gebruikers.
  2. Duidelijk en precies taalgebruik.
  De Algemene Directie voor Selectie en Vorming van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Ambtenarenzaken, is op federaal vlak verantwoordelijk voor de vorming van de ambtenaren.
  Het is de meest aangewezen dienst om het beleid ivm het bereiken van een duidelijker en preciseer taalgebruik concreet in te vullen op de volgende manier :
  Bij de Algemene Directie voor Selectie en Vorming is een dienst opgericht die op vraag van de betrokken besturen vanaf 1 mei 1992 advies verstrekt in verband met de leesbaarheid van documenten (omzendbrief nr. 360 van 28 april 1992).
  In het opleidingsaanbod 1993 van de Algemene Directie voor Selectie en Vorming worden opleidingen opgenomen ivm het gebruiksvriendelijker maken van formulieren.
  Een interdepartementale werkgroep onder voorzitterschap van de Algemene Directie voor Selectie en Vorming zal de meest voorkomende documenten onderzoeken op hun leesbaarheid. Dit moet resulteren in meer eenvoudige en doorzichtige documenten. Tegen 1 augustus 1993 doet de werkgroep hierover concrete voorstellen aan de Minister van Ambtenarenzaken.
  3. Duidelijke wetgeving.
  Bij de redactie van nieuwe wetten en reglementen moet rekening gehouden worden met de noodzaak een duidelijke wetgeving te creŽren, maar ook het bestaande corpus moet aangepast worden. Artikel 2 van de wet van 13 juni 1961 betreffende de coŲrdinatie en de codificatie van wetten geeft elke Minister de mogelijkheid aan het CoŲrdinatiebureau van de Raad van State te vragen de wetgeving die hij aanwijst te coŲrdineren en te codificeren. De codificatie die de titel van Nieuwe Gemeentewet meekreeg en die dateert van 1988 kan hier als voorbeeld gelden.
  Elke Minister zal een inventaris opmaken van de reglementering waarvoor hij bevoegd is, om indien nodig aan de Raad van State te vragen een ontwerp van codificatiebesluit op te stellen.
  Bovendien werden parlementaire voorstellen ingediend die een systeem van regelmatig terugkerende wetsevaluatie willen invoeren. Het doel daarvan is om wetten en reglemenen te herzien die geheel of gedeeltelijk voorbijgestreefd zijn of die aanleiding geven tot ernstige moeilijkheden bij de uitvoering, de interpretatie of de toepassing. De Regering zal met het Parlement overleggen over de meest gepaste formule hiervoor, zodat een eerste evaluatie van de wetgeving kan plaatsvinden in 1993.
  Afdeling 2. Aangepaste dienstverlening.
  1. Automatische toekenning van bepaalde rechten.
  Het principe van de automatische toekenning van toelagen ligt ten grondslag aan de wet van 10 april 1991 tot veralgemening van het onderzoek van ambtswege voor de toekenning van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (Belgisch Staatsblad van 22 mei 1991, erratum Belgisch Staatsblad Van 11 juli 1991). Hetzelfde principe was eveneens geregeld in de wet van 20 juli 1990 (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1990) ivm de premies op het installeren van catalysatoren. Iedereen die zich een voertuig aanschafte waarin hij een catalysator wilde aanbrengen, ontving zonder bijkomende formaliteiten een premie. Elk bestuur zal voor midden 1993 onderzoeken op welke reglementeringen hetzelfde principe kan worden toegepast en hierover aan de Minister van Ambtenarenzaken concrete voorstellen doen.
  2. Gemotiveerde administratieve beslissingen.
  De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen trad in werking op 1 januari 1992 (Belgisch Staatsblad van 12 september 1991).
  3. Doorverwijzing naar de bevoegde overheid. De doorverwijsverplichting zal worden opgelegd via een omzendbrief.
  4. Kwaliteitsvolle dienstverlening.
  De noodzaak voor de openbare diensten om een kwaliteitsvolle dienstverlening aan te bieden, houdt in dat de ambtenaren zich op de hoogte houden van de evolutie van de technieken, reglementeringen en onderzoeken die op hun beroepsterrein betrekking hebben (artikel 11, ß 3 van het Statuut van het rijkspersoneel; artikel 8, ß 3, van het koninklijk besluit Algemene Beginselen).
  Bovendien hebben de rijksambtenaren recht op informatie en voortgezette opleiding mbt alle aspecten die nuttig zijn voor de uitvoering van hun taken (artikel 8 Statuut; artikel 4 koninklijk besluit Algemene Beginselen).
  HOOFDSTUK III. - Rechtsbescherming.
  1. Bescherming van persoonlijke gegevens.
  De wet van 10 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens stelt het recht van kennisgeving, toegang en verbetering in, legt het finaliteitsprincipe op, bepaalt de regels mbt het beheer en de openbaarheid van de verwerkingen en creŽert de Commissie voor de Bescherming van de persoonlijke levenssfeer als onafhankelijk controleorgaan.
  2. Tegensprekelijke procedures.
  De hoorplicht is een beginsel van behoorlijk bestuur. De Raad van State sanctioneert het niet-naleven van de hoorplicht in tuchtprocedures of bij het treffen van maatregelen die tuchtrechtelijk van aard zijn. Maar ook bij beslissingen die de betrokkene nadeel berokkenen of als kwetsend worden ervaren ťn steunen op gegevens die hem als een tekortkoming kunnen aangerekend worden, moet de hoorplicht nageleefd worden. Anders dan bij het recht van verdediging kan aan de hoorplicht worden voldaan door de mogelijkheid te bieden zijn argumenten schriftelijk uiteen te zetten. Er kan ook van worden afgeweken, wanneer de zaak dringend is of wanneer de feiten voor eenvoudige constatatie vatbaar zijn.
  Om dit gebinsel een sterkere draagkracht te geven zal elke Minister tegen uiterlijk 1 juli 1993 een inventaris opmaken van de wetten en reglementen die de hoorplicht voorzien en van de andere materies waarvoor de hoorplicht kan worden ingesteld. Op basis van dit onderzoek zal de Regering nagaan of het principe van tegen sprekelijke procedures moet worden gegarandeerd door het in te schrijven in bepaalde bijzondere wetten, of zelfs in een algemene wet.
  3. Klachtenbehandeling.
  Een wetsontwerp tot invoering van een ombudsman is in voorbereiding. De ombudsman moet de klachten op een soepele manier behandelen en aanbevelingen doen voor concrete oplossingen of structurele verbeteringen. Zijn statuut moet zijn onafhankelijkheid tav de overheid die hij moet controleren waarborgen. De wet moet hem alle nodige onderzoeksbevoegdheden toekennen.
  4. Snelheid van betaling.
  Elke Minister zal de wetten of reglementen onderzoeken die zouden kunnen bepalen dat ambtshalve verwijlintresten zullen worden betaald na het verstrijken van een bepaalde termijn.
  5. Betwisting van beslissingen.
  Naast de bestaande specifieke beroepsprocedures, kan steeds de vernietiging van een beslissing worden gevraagd bij de Raad van State. De gebruiker kan eventueel ook schadevergoeding eisen bij een gewone rechtbank of een omwettige beslissing niet toepasbaar laten verklaren.
  Het wetsontwerp betreffende de openbaarheid van bestuur in de federale besturen verplicht de openbare diensten om systematisch de mogelijkheden tot beroep te vermelden nav de kennisgeving van een beslissing, en hierbij melding te maken van de procedure en de behandelingstermijnen.
  Om de toegankelijkheid, de snelheid en de kwaliteit van de rechtsbescherming te verhogen, voorziet het Regeerakkoord maatregelen om de efficiŽntie van de procedures op te drijven en de bestaande gerechtelijke achterstand weg te werken. In dit kader zal de opportuniteit van de oprichting van gedecentraliseerde administratieve rechtbanken van eerste aanleg worden onderzocht.
  6. Opschorting van de uitvoering van administratieve beslissingen.
  Wat de Raad van State betreft, werd dit principe opgenomen in de wet van 19 juli 1991 houdende de invoering van een administratief kortgeding (Belgisch Staatsblad van 12 oktober 1991).
  Artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek blijft van toepassing voor de gewone rechter.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Voorwoord.
   Een betere dienstverlening door de openbare besturen moet bijdragen tot de verbetering van de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid.
   In het Regeerakkoord kondigde de Regering aan een handvest van de gebruiker van de openbare diensten te zullen uitwerken in het kader van de politieke en bestuurlijke vernieuwing.
   Het Handvest heeft tot doel algemeen richtinggevend te zijn voor het handelen van alle federale openbare diensten. Alle betrokken instanties moeten het zo concreet mogelijk toepassen.
   Dit Handvest is van toepassing op de federale openbare diensten, dit zijn de besturen, andere diensten van de ministeries, wetenschappelijke inrichtingen van de Staat en de instellingen van openbaar nut die behoren tot het administratief openbaar ambt van de centrale overheid. De Regering hoopt evenwel om, in overleg en samenwerking met de andere bestuursniveaus, geleidelijk te komen tot een handvest van de gebruiker van alle openbare diensten.
   Kernpunt van dit Handvest is de bekommernis een dienstverlening aan te bieden die aangepast is aan de noden van elke gebruiker. Niets, zelfs niet het gelijkheidsbeginsel, belet immers, dat de openbare dienst zich inspant om rekening te houden met elke gebruiker afzonderlijk in plaats van zich op een onpersoonlijke manier tot hem te richten.
   Het Handvest van de gebruiker is onderverdeeld in drie hoofdstukken :
   1. Doorzichtigheid.
   2. Soepelheid.
   3. Rechtsbescherming.
   Deze hoofdthema's verwoorden de kernideeŽn van het Handvest. Elk hoofdthema is onderverdeeld in principes. Om de ideeŽn vervat in het Handvest meer inhoud te geven, wordt in deel 2 telkens aangeduid hoe elke principe concreet verwezenlijkt zal worden.
   Opdat de openbare diensten hun taak van algemeen belang doeltreffend zouden kunnen vervullen, zijn zij begiftigd met de prerogatieven van de openbare macht of genieten zij voorrechten, welke zijn :
   1. het recht om te onteigenen om redenen van openbaar nut;
   2. het voorrecht van de uitvoerbare beslissing, dat de openbare diensten de bevoegdheid verleent om de rechten en verplichtingen van de gebruikers (bijvoorbeeld de prijzen, de uurregelingen, enz...) te wijzigen zonder hun toestemming;
   3. het voorrecht van de ambtshalve uitvoering, dat de openbare diensten onder bepaalde voorwaarden de bevoegdheid verleent over te gaan tot de materiele uitvoering van hun beslissing (bijvoorbeeld : het autoverkeer omleiden) zonder daarvoor voorafgaand een gerechtelijk toestemming te moeten vragen;
   4. de afwezigheid van middelen tot gedwongen tenuitvoerlegging, waarbij aan schuldeisers en aan gebruikers van de openbare diensten verboden wordt een beroep te doen op de openbare macht om de openbare dienst te dwingen iets te doen, iets niet te doen of te geven dat hij verschuldigd is.
   Aan de andere kant, maar nog altijd met de bedoeling dat de openbare diensten optreden ten dienste van het algemeen belang, moeten deze
diensten de volgende plichten nakomen :
   1. het principieel verbod om vrij de personen te kiezen waarmee de openbare diensten contracten afsluiten om zich te bevoorraden, om werken te doen uitvoeren of om diensten te laten verlenen;
   2. het aan de openbare diensten opgelegde verbod zich te onderwerpen aan een scheidsrechterlijke beslissing, met andere woorden eerder een beroep te doen op arbitrage dan op de bij wet ingestelde rechtscolleges ter beslechting van conflicten met derden;
   3. het principieel verbod voor de openbare diensten af te zien van de uitoefening van hun bevoegdheden en ze aan andere te delegeren, af te zien van hun rechten of hun bevoegdheden uit te oefenen met een ander doel dan de bevrediging van het algemeen belang;
   4. de verplichting voor de openbare diensten altijd te handelen volgens de wet in het algemeen en volgens de drie wetten van de openbare dienst in het bijzonder.
   Deze drie wetten zijn :
   1į de wet van de veranderlijkheid of van de mutabiliteit :
   die de openbare diensten toelaat de regels inzake de organisatie en de werking van de openbare diensten, evenals de voorwaarden van de dienstverlening aan het publiek te allen tijde te wijzigen, zodat de openbare diensten snel kunnen worden aangepast aan de vooruitgang en de evolutie van de behoeften waaraan moet worden voldaan;
   2į de wet van de regelmatigheid of van de continuÔteit :
   die de openbare diensten verplicht de diensten - die verondersteld worden van algemeen belang te zijn en zonder welke het publiek het niet kan stellen, tenzij met zware ongemakken - dagelijks, regelmatig en permanent te verzekeren;
   3į de wet van de gelijkheid van alle gebruikers :
   die stelt dat alle personen die beantwoorden aan de voorwaarden die op onpersoonlijke of algemene wijze zijn gesteld door de wet of het reglement van de dienst, zonder discriminatie een beroep kunnen doen op de voordelen of de dienstverlening van die diensten en ook de kosten ervan dragen.
   Het moet duidelijk zijn dat het Handvest van de gebruiker geen eenvoudige intentieverklaring is, maar een heuse richtlijn die de Regering wil opleggen voor het functioneren van de openbare diensten die onder haar hiŽrarchische bevoegdheid ressorteren, evenals de grondslag voor acties tov de diensten die onder haar toezicht staan.
   Een aantal beginselen omvat in dit Handvest zijn reeds omgezet in wettelijke bepalingen (bv. de motiveringsplicht van bestuurshandelingen of recent, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer).
   Andere zullen gerealiseerd worden bij wet of besluit, naargelang het geval, of zullen het voorwerp uitmaken van omzendbrieven die de te nemen maatregelen zullen preciseren.
   Jaarlijks zal een balans worden opgemaakt van de wetgevende, reglementaire of administratieve initiatieven die ter realisering van het Handvest werden genomen.
   De Minister van Ambtenarenzaken zal regelmatig een evaluatie doorvoeren en een verslag voorleg
gen aan de Regering.
   Een eerste tussentijdse stand van zaken wordt gemaakt voor eind 1993.
   Het Handvest bevat een beschrijving van de principes die de relatie tussen de openbare diensten en haar gebruikers moeten beheersen.
   Dit Handvest richt zicht tot allen die deel hebben aan de werking van de openbare diensten, in het bijzonder, tot de beleidsverantwoordelijken.
   Het Handvest bevat vooral concreet na te leven gedragsregels. Het doet echter in genedele afbreuk aan de algemene rechtsbeginselen, ontwikkeld en gesanctioneerd door de rechtspraak, zoals de onpartijdigheid, de non-discriminatie, de rechtzekerheid, de billijkheid, het verbod om het regelmatig in de openbare diensten gesteld vertrouwen te beschamen, de plicht om binnen een redelijke termijn te beslissen, de zorgvuldigheidsplicht. Het Handvest wil evenmin de talrijke toepassingsgevallen van deze principes beperken tot de gedragsregels die het huldigt.
   De betrekkingen tussen de openbare diensten en de gebruiker kunnen slechts dan verbeteren als de gebruiker niet alleen zijn rechten laat gelden, maar erkent dat hij ook sommige verplichtingen heeft. De openbare diensten, waarvan wordt verwacht dat zij een aantal regels naleven, kunnen aan de gebruiker vragen zelf ook een aantal regels in acht te nemen.
   De plichten van de gebruikers van de openbare diensten zijn de uitdrukking van een algemene houding van solidariteit ten aanzien van het overheidsoptreden. Openbare diensten zijn er niet enkel om tegemoet te komen aan individuele belangen, maar veronderstellen een ingesteldheid van solidariteit ten aanzien van de collectieve regeling van gemeenschapsbelangen.
   Deze solidariteitsplicht houdt oa in dat de gebruiker zijn rechten niet misbruikt op gevaar af het normaal en redelijk functioneren van de openbare dienst te beletten.
   Deze geest van solidariteit ligt ten grondslag aan talrijke wettelijke bepalingen die de plichten van de gebruiker als lid van de maatschappij concretiseren, maar wordt ook uitgedrukt in algemene regels die de gebruiker in zijn betrekkingen met de openbare diensten moet nakomen met het oog op doeltreffendheid.
   1. De door de gebruiker verstrekte inlichtingen moeten duidelijk, nauwkeurig en juist zijn. De openbare diensten kunnen hun taken immers slechts naar behoren vervullen wanneer zij alles weten wat zij moeten weten en hen de middelen, om deze opdracht correct uit te voeren, ter beschikking worden gesteld. De duidelijkheid en de nauwkeurigheid zijn zeer belangrijk en moeten dan ook de vraag van de gebruiker en de taal die hij ten aanzien van de besturen gebruikt kenmerken.
   2. Een doeltreffende medewerking van de gebruiker is noodzakelijk. Van het begin tot het einde van de administratieve relatie, betekent deze medewerking dat de gebruiker aan de openbare dienst op eigen initiatief of na een vraag, alle inlichtingen die nuttig zijn voor een goede werking van de dienst meedeelt.
   3. Met het oog op een optimale doe
ltreffendheid is ook overleg van belang. Zodoende kunnen de openbare diensten op nuttige wijze inspelen op de wensen van de gebruiker. De gebruiker moet de openbare dienst dus tijdig waarschuwen als blijkt dat die laatste een verkeerde weg inslaat of als blijkt dat in zijn voordeel of in zijn nadeel fouten werden begaan.
   4. De gebruiker moet ook alert zijn. Snelheid is belangrijk, zowel voor het naleven van de vastgestelde termijnen, voor het instellen van een bepaalde procedure, als voor het geven van bepaalde inlichtingen. Hoe eerder de openbare diensten in het bezit zijn van de juiste gegevens, des te sneller en beter kunnen zij aan de wensen van de gebruiker voldoen.
   5. De gebruiker heeft eveneens de morele plicht de openbare dienst aan te spreken om elke gebrekkige werking te signaleren, samen met de elementen die de situatie kunnen rechtzetten.
   6. Ook een weloverwogen houding is een belangrijk algemeen aspect. Een klacht van de gebruiker moet niet alleen gegrond zijn. De gebruiker mag evenmin een misplaatste klacht indienen of lichtvaardig handelen. Bovendien moet de gebruiker in zijn contact met de openbare diensten, respect tonen voor de ambtenaar.
   Het Handvest is als volgt opgevat. Het eerste deel onder de titel " Algemene principes " beschrijft de plichten van de openbare diensten. Op het einde van dit deel wordt beschreven hoe de voortgangscontrole van dit Handvest zal gebeuren. Vervolgens verwijst het tweede deel, getiteld " Maatregelen ", naar de wetgeving die ter zake bestaat of naar te nemen maatregelen.
   De toepassing van het Handvest van de gebruiker van de openbare diensten veronderstelt vanzelfsprekend dat het ambtenarenstatuut de ambtenaren toelaat om gebruikersgericht te werken. Het koninklijk besluit van 22 november 1991 houdende hervorming van verscheidene verordeningsbepalingen die toepasselijk zijn op het rijkspersoneel (Belgisch Staatsblad 24 december 1991), getroffen in uitvoering van het koninklijk besluit over de Algemene Beginselen van 22 november 1991 (Belgisch Staatsblad 24 december 1991), bevat in dat verband een aantal belangrijke bepalingen die in dit. Handvest ter sprake komen. Het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit over de Algemene Beginselen, dat de regels bepaalt die gemeenschappelijk zijn voor alle ambtenaren, stelt trouwens dat het ambtenarenstatuut probeert een billijk evenwicht te waarborgen tussen de rechten van de ambtenaren, de belangen van de overheid ťn de behoeften van de gebruikers van de overheidsdiensten.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie