J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 56 uitvoeringbesluiten 16 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/1990/07/31/1990005147/justel

Titel
31 JULI 1990. - [Decreet betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn]. <Opschrift vervangen door DVR 2004-04-02/52, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-1992 en tekstbijwerking tot 24-06-2019)

Bron : VLAAMSE GEMEENSCHAP
Publicatie : 27-10-1990 nummer :   1990005147 bladzijde : 20581       PDF : geconsolideerde versie
Dossiernummer : 1990-07-31/39
Inwerkingtreding : 01-01-1991

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - (Algemene bepalingen). <DVR 2004-04-02/52, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 1, 1bis
HOOFDSTUK II. - Oprichting (...). <DVR 2004-04-02/52, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 2, 2bis, 2ter
HOOFDSTUK III. - Missie, taken en bevoegdheden. <Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 10, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 3-5
HOOFDSTUK IV. (oud hoofdstuk III) - (Bestuur en werking). <DVR 2004-04-02/52, art. 14, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Afdeling 1. - Kapitaal, leningen en dotaties. <Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 14, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 6-9, 9bis, 10-11
Afdeling 2. (oud hoofdstuk IV) - Bestuursorganen. <DVR 2004-04-02/52, art. 16, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 12
Onderafdeling 1. (oude afdeling 1) - Algemene vergadering. <DVR 2004-04-02/52, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 13-14
Onderafdeling 2. (oude afdeling 2) - Raad van Bestuur. <DVR 2004-04-02/52, art. 20, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 15-16
Onderafdeling 3. (oude afdeling 3) - Directeur-generaal [1 ...]1. <DVR 2004-04-02/52, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 17-18
Afdeling 3. (oud hoofdstuk V) - Werking. <DVR 2004-04-02/52, art. 23, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 19-32
Afdeling 4. (oud hoofdstuk VI) - (Financiële Controle). <DVR 2004-04-02/52, art. 31, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 33-37
Afdeling 5. (oud hoofdstuk VII) - Begroting. <DVR 2004-04-02/52, art. 36, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 38-44
HOOFDSTUK V. - [1 Openbaredienstencontract en ondernemingsplan]1. <Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 40; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 44bis
HOOFDSTUK VI. [1 - Administratieve sancties]1
Art. 44ter, 44quater, 44quinquies, 44sexies, 44septies, 44octies, 44novies, 44decies, 44undecies, 44duodecies
HOOFDSTUK VII. (oud hoofdstuk VIII) - Overgangsbepalingen. <DVR 2004-04-02/52, art. 41, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 45-46
HOOFDSTUK VIII. (oud hoofdstuk IX) - Slotbepalingen. <DVR 2004-04-02/52, art. 43, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
Art. 46bis, 46ter

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - (Algemene bepalingen). <DVR 2004-04-02/52, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Artikel 1. Dit decreet regelt een (gewestaangelegenheid). <DVR 2004-04-02/52, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 1bis.<Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 5; Inwerkingtreding : 15-03-2006> In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° [1 het Bestuursdecreet: het Bestuursdecreet van 7 december 2018]1;
  2° [2 het decreet basisbereikbaarheid: het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid]2;
  3° het Wetboek van Vennootschappen : de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen;
  4° de Maatschappij : de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn.
  [3 5° de reisvoorwaarden: de reisvoorwaarden als vermeld in artikel 2, 20°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid;
   6° de lijncontroleur: het personeelslid dat gemachtigd is om de overtredingen, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, vast te stellen;
   7° het sanctionerend personeelslid: het personeelslid dat de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, oplegt;
   8° werkdagen: elke dag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen]3
  ----------
  (1)<DVR 2018-12-07/05, art. IV.6, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
  (2)<DVR 2019-04-26/25, art. 49, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>
  (3)<DVR 2019-04-26/34, art. 6, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  HOOFDSTUK II. - Oprichting (...). <DVR 2004-04-02/52, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 2.Er wordt een publiekrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid opgericht onder de naam " Vlaamse Vervoermaatschappij ", afgekort " VVM ", hierna te noemen " de Maatschappij ".
  (De krachtens het eerste lid opgerichte publiekrechtelijke vereniging wordt zonder onderbreking van de rechtspersoonlijkheid omgevormd tot een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap als bedoeld in [1 artikel III.7 van het Bestuursdecreet]1, met als benaming Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn, afgekort VVM - De Lijn.
  De Vlaamse regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort.) <DVR 2004-04-02/52, art. 7, 1°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  De Vlaamse Executieve stelt de statuten van de Maatschappij vast.
  Voor de niet bij dit decreet (het [1 Bestuursdecreet]1) of bij de statuten geregelde aangelegenheden zijn de bepalingen van (het Wetboek van Vennootschappen) die betrekking hebben op de naamloze vennootschappen van overeenkomstige toepassing. <DVR 2004-04-02/52, art. 7, 2° en 3°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  (Evenwel, de bepalingen van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord en de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn niet op de Maatschappij van toepassing, evenmin als de rechtsregels die betrekking hebben op een toestand van algemene samenloop van schuldeisers. Dit geldt eveneens voor de wetten en rechtsregels die de voormelde wetten of rechtsregels zouden wijzigen, vervangen of opheffen.) <DVR 2004-04-02/52, art. 7, 4°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  ----------
  (1)<DVR 2018-12-07/05, art. IV.7, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Art. 2bis. <Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006> De Maatschappij wordt opgericht voor onbeperkte duur. Zij kan slechts worden ontbonden door een decreet dat de wijze en de voorwaarden van haar vereffening regelt.

  Art. 2ter. <Ingeveogd bij DVR 2004-04-02/52, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006> De vestiging van de zetel van de Maatschappij wordt door de Vlaamse regering bepaald.

  HOOFDSTUK III. - Missie, taken en bevoegdheden. <Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 10, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 3.<DVR 1999-05-18/84, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 10-10-1999> De maatschappij heeft tot doel elke activiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk verband houdt met het gemeenschappelijk stads- en streekvervoer verricht in het Vlaamse Gewest, vanuit of naar dit Gewest.
  De Maatschappij kan binnen haar normale werkingsgebied alle activiteiten opzetten waartoe haar personeel, haar installaties en haar uitrusting kunnen aangewend worden, in zover deze activiteiten verband houden met gemeenschappelijk stads- en streekvervoer, [1 ...]1 met inbegrip van het opvangen van piekmomenten in de vraag [1 ...]1 (hetzij vervoer te water). <DVR 2000-12-08/34, art. 12, 007; Inwerkingtreding : 23-01-2001>
  [1 ...]1
  (Vierde lid opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 11, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  (De Maatschappij organiseert leerlingenvervoer zoals bedoeld in de wet van 15 juli 1983 houdende de oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer. De opdracht van de Maatschappij omvat het vastleggen van de reisroutes, het vaststellen van de behoeften en het in eigen beheer of via uitbesteding uitvoeren van de busdiensten.) <DVR 2001-07-06/50, art. 18, 008; Inwerkingtreding : 01-09-2001>
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/25, art. 50, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>

  Art. 4. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 12, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 5. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 13, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  HOOFDSTUK IV. (oud hoofdstuk III) - (Bestuur en werking). <DVR 2004-04-02/52, art. 14, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Afdeling 1. - Kapitaal, leningen en dotaties. <Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 14, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 6. § 1. Het kapitaal van de Maatschappij bedraagt (negenentwintig miljoen driehonderdzevenendertigduizend euro). <DVR 2004-04-02/52, art. 15, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  § 2. De activa en passiva van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen, van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent en van het Vlaamse gedeelte van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen worden, na goedkeuring door de respectieve statutaire organen, ingebracht in de Maatschappij tegen verwerving van aandelen.

  Art. 7. Behoudens de kapitaalsoverdrachten vanuit de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen en de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent, kan het kapitaal enkel verhoogd worden bij beslissing van de Vlaamse Executieve door inschrijving, van natuurlijke of rechtspersonen op ondeelbare aandelen die onmiddellijk volgestort moeten worden.
  (Het Vlaamse Gewest is evenwel vrijgesteld van de verplichting tot onmiddellijke volstorting.) <DVR 1996-12-20/37, art. 93, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1997>

  Art. 8. Het kapitaal dient te allen tijde voor meer dan drie vierde in handen van publiekrechtelijke rechtspersonen te blijven.
  (Alle aandelen van de Maatschappij zijn op naam.) <DVR 1992-12-18/30, art. 67, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992>

  Art. 9. De Maatschappij kan voor het financieren van materiële investeringen, nodig voor de verwezenlijking van haar doel, zonder voorafgaande machtiging, leningen van allerlei aard en overeenkomsten van financieringshuur en van huurkoop aangaan. (De maatschappij kan daarenboven andere operaties aangaan die tot doel hebben financiële opbrengsten te realiseren.) <DVR 2000-12-22/41, art. 76, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  De Maatschappij informeert de Vlaamse Executieve volledig over alle beslissingen ter zake, volgens de regels die door de Vlaamse Executieve worden vastgesteld.
  Voor alle andere leningen, die een duurtijd van tien dagen overtreffen, moet een voorafgaande machtiging door de Vlaamse Executieve worden verleend.
  De Vlaamse Executieve kan aan de leningen de waarborg van het Vlaamse Gewest verlenen.

  Art. 9bis. [1 Voor de door de Maatschappij aanbestede openbare vervoersprojecten die het voorwerp uitmaken van een, al dan niet participatief, publiek-privaat samenwerkingsverband in de zin van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de publiek-private samenwerking, en waarbij de opdrachtnemer op basis van een met de Maatschappij afgesloten DBFM-overeenkomst de te ontwerpen, te bouwen, te financieren en te onderhouden infrastructuur voor het openbaar vervoer ter beschikking dient te stellen onder de vorm van een onroerende financieringshuur overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, b, van het BTW-Wetboek, geldt hetgeen volgt :
   1° het Vlaamse Gewest gaat, op eerste verzoek van de opdrachtnemer, in een rechtstreeks met die opdrachtnemer af te sluiten overeenkomst, de verbintenis aan om, na beëindiging van de betrokken DBFM-overeenkomst, voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die de opdrachtnemer geniet op de door hem aangelegde infrastructuur, de betrokken infrastructuur verder te bestemmen voor het gemeenschappelijk stads- en streekvervoer binnen het door de Vlaamse Regering goedgekeurde of vastgestelde netmanagement overeenkomstig het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, waarin de door de Maatschappij te bewerkstelligen vereisten inzake de basismobiliteit worden vastgelegd.
   In die gevallen waarin zulke verbintenis door het Vlaamse Gewest is aangegaan, kunnen ingrijpende wijzigingen in de exploitatievorm, zoals omschakeling van elektrische naar niet-elektrische tractie en omgekeerd, niet worden doorgevoerd dan na te zijn goedgekeurd door de minister onder wiens bevoegdheid de Maatschappij ressorteert; en
   2° in het geval waarin na de beëindiging van de in 1° bedoelde DBFM-overeenkomst is komen vast te staan dat de Maatschappij geen optie tot overname of tot verdere huur heeft gelicht ten aanzien van de betrokken infrastructuur, duidt de Vlaamse Regering in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest, op eerste verzoek van de opdrachtnemer en in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving en beginselen inzake mededinging, gelijke behandeling en transparantie, een exploitant aan die, voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die de opdrachtnemer geniet op de betrokken infrastructuur, die infrastructuur verder in gebruik neemt, en dit tegen dezelfde voorwaarden als die welke golden op grond van de DBFM-overeenkomst met de Maatschappij;
   3° in het geval dat er, overeenkomstig hetgeen is bepaald onder littera 2°, op eerste verzoek van de opdrachtnemer een exploitant wordt aangeduid door de Vlaamse Regering, worden de beschikbaarheidsvergoedingen, die deze exploitant overeenkomstig het bepaalde in littera 2° aan de opdrachtnemer verschuldigd is voor de ingebruikname van de betrokken infrastructuur voor de resterende looptijd van de zakelijke rechten die laatst genoemde op die infrastructuur geniet, op jaarbasis in mindering gebracht van de werkingsmiddelen (dotatie) van de Maatschappij.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2008-12-19/40, art. 35, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2009>

  Art. 10.Aan de Maatschappij wordt jaarlijks door het Vlaamse Gewest een [1 compensatie]1 toegewezen ter aanvulling van de eigen inkomsten. <DVR 2004-04-02/52, art. 15bis, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  De Maatschappij kan toelagen van provincies en gemeenten ontvangen.
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/25, art. 51, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>

  Art. 11. De Maatschappij kan schenkingen en legaten aanvaarden. (De raad van bestuur beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico's verbonden aan de aanvaarding.) <DVR 2004-04-02/52, art. 15ter, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Afdeling 2. (oud hoofdstuk IV) - Bestuursorganen. <DVR 2004-04-02/52, art. 16, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 12.De bestuursorganen van de Maatschappij zijn :
  1° de algemene vergadering;
  2° de raad van bestuur;
  3° de directeur-generaal [1 ...]1.
  Voor zover niet geregeld in dit decreet wordt de bevoegdheid en de werking van deze organen bepaald in de statuten.
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 7, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Onderafdeling 1. (oude afdeling 1) - Algemene vergadering. <DVR 2004-04-02/52, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 13. De algemene vergadering bestaat uit de eigenaars van de aandelen.
  Elk aandeel geeft recht op één stem.
  (Artikel 544 van het Wetboek van Vennootschappen) is niet van toepassing. <DVR 2004-04-02/52, art. 18, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  De rechtspersonen, eigenaars van aandelen, worden ieder vertegenwoordigd door één speciaal daartoe aangestelde gevolmachtigde.

  Art. 14.De algemene vergadering keurt de jaarrekening goed en verleent aan de raad van bestuur kwijting voor de uitoefening van zijn mandaat.
  (De Maatschappij deelt de goedgekeurde jaarrekening en de kwijting [1 van de leden]1 van de raad van bestuur mee aan de Vlaamse regering. De Vlaamse regering deelt de goedgekeurde jaarrekening en de kwijting [1 van de leden]1 van de raad van bestuur mee aan het Vlaams Parlement.) <DVR 2004-04-02/52, art. 19, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  [1 De statuten kunnen slechts gewijzigd worden door een besluit van de Algemene Vergadering, genomen met een drie vierde (3/4) meerderheid van stemmen en na goedkeuring door de Vlaamse Regering. De statutenwijziging wordt van kracht op het ogenblik van de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse Regering, met in bijlage de statutenwijziging, in het Belgisch Staatsblad, behoudens indien het in dat goedkeuringsbesluit anders wordt bepaald.]1
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 8, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Onderafdeling 2. (oude afdeling 2) - Raad van Bestuur. <DVR 2004-04-02/52, art. 20, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 15.§ 1. [1 De raad van bestuur bestaat uit elf leden waaronder de voorzitter en de ondervoorzitter. De leden worden benoemd door de Vlaamse Regering. Twee bestuurders namens de gemeenten worden benoemd in overleg met de representatieve organisatie van de gemeenten en van het Vlaamse Gewest. Eén bestuurder wordt benoemd op voordracht van de representatieve organisaties van werknemers en werkgevers, vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Vier onafhankelijke bestuurders worden aangesteld conform [2 artikel III.41 en III.42 van het Bestuursdecreet]2]1.
  § 2. De bestuurders kunnen (, in aanvulling op de bepalingen van [2 artikel III.12 van het Bestuursdecreet]2,) niet terzelfdertijd zijn : <DVR 2004-04-02/52, art. 21, 1°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  (1° provinciegouverneur;
  2° lid van de rechterlijke macht;
  3° autobus- of autocarexploitant.) <DVR 2004-04-02/52, art. 21, 2°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  § 3. Op de in de statuten bepaalde wijze kunnen waarnemers, benoemd door de Vlaamse Executieve, de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen. De onverenigbaarheden, opgesomd in § 2, zijn op hen van toepassing.
  ----------
  (1)<DVR 2017-12-22/20, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (2)<DVR 2018-12-07/05, art. IV.8, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Art. 16. De raad van bestuur is de hoogste bestuursinstantie van de Maatschappij. Zij heeft hiertoe de meest uitgebreide bevoegdheid.

  Onderafdeling 3. (oude afdeling 3) - Directeur-generaal [1 ...]1. <DVR 2004-04-02/52, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 9, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Art. 17.<DVR 1999-05-18/84, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 10-10-1999> § 1. De directeur-generaal [1 ...]1 [1 wordt]1 benoemd door de Vlaamse regering, die [1 hem of haar]1 kan schorsen of afzetten.
  (De directeur-generaal [1 ...]1 worden jaarlijks geëvalueerd. Aan de hand van een evaluatierapport opgesteld door een door hem aangewezen extern bureau, formuleert de Raad van Bestuur hiertoe een voorstel tot evaluatie dat hij bezorgt aan de Vlaamse regering. De regering hecht binnen dertig kalenderdagen al dan niet haar goedkeuring aan dit voorstel.) <DVR 2000-07-17/48, art. 2, 1°, 005; Inwerkingtreding : 21-08-2000>
  Telkens de mandaatperiode voor de directeur-generaal [1 ...]1 verstrijkt, wordt de evaluatie (doorgevoerd door de Vlaamse regering). De Vlaamse regering kan de Raad van Bestuur en een extern bureau hierover om advies vragen. <DVR 2000-07-17/48, art. 2, 2°, 005; Inwerkingtreding : 21-08-2000>
  § 2. De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten van de aanwerving, de herbenoeming, de beëindiging, de voortijdige beëindiging en de evaluatie van het mandaat.
  De bezoldigingsregeling van de directeur-generaal [1 ...]1 wordt vastgelegd door de Vlaamse regering.
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 10, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Art. 18.§ 1. De directeur-generaal voert de beslissingen genomen door de raad van bestuur uit en heeft de dagelijkse leiding van de Maatschappij.
  Hij woont van rechtswege de vergaderingen van de raad van bestuur en van de algemene vergadering bij met adviserende stem.
  § 2. [1 ...]1
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 11, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Afdeling 3. (oud hoofdstuk V) - Werking. <DVR 2004-04-02/52, art. 23, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 19.
  <Opgeheven bij DVR 2019-04-26/34, art. 12, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Art. 20. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 25, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 21. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 26, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 22. (Er) wordt een raad van advies opgericht, (waarvan het aantal leden) en de samenstelling wordt bepaald door de (raad van bestuur), die de leden ervan benoemt. Deze bespreekt alle vraagstukken met betrekking tot de aangeboden diensten (van de Maatschappij). <DVR 2004-04-02/52, art. 27, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 23.[1 De raad van bestuur kan voorzien in de oprichting van een directiecomité waaraan de raad van bestuur zijn bevoegdheden kan delegeren. Die bevoegdheden mogen evenwel niet betrekking hebben op het algemene beleid van de onderneming, de controle op het directiecomité en de bevoegdheden die door de wetten specifiek zijn voorbehouden aan de raad van bestuur.
   De directeur-generaal maakt van rechtswege deel uit van het directiecomité.
   De leden van het directiecomité, de directeur-generaal uitgezonderd, worden aangesteld en ontslagen door de raad van bestuur.]1
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 13, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Art. 24.§ 1. [1 ...]1
  § 2. (opgeheven) <DVR 1999-05-18/84, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 10-10-1999>
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/25, art. 52, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>

  Art. 25. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 29, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 26.[1 ...]1
  De toeslagen voor reizigers die geen geldig vervoerbewijs kunnen tonen, worden vastgesteld door de Vlaamse Executieve.
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/25, art. 53, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>

  Art. 27. <DVR 1999-05-18/84, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 10-10-1999> Onverminderd de bepalingen van artikel 17, stelt de Raad van Bestuur het administratief en geldelijk statuut van het personeel alsmede de personeelsformatie van de maatschappij vast.

  Art. 28.§ 1. De raad van bestuur [1 benoemt, bevordert en ontslaat]1 de personeelsleden van het hoogste niveau in de Maatschappij, op voorstel van de directeur-generaal.
  § 2. De directeur-generaal is bevoegd voor de personeelszaken, mits de regels vastgelegd door de raad van bestuur worden geëerbiedigd, en met uitzondering van de bevoegdheden toegewezen in § 1 (...) van dit artikel. <DVR 2004-04-02/52, art. 30, 1°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  § 3. (...) <DVR 2004-04-02/52, art. 30, 2°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 14, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Art. 29. De Maatschappij wordt met het Gewest gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en de decreten betreffende de directe en indirecte belastingen ten bate van het Gewest.
  Aan de Maatschappij kan door de provincies en de gemeenten geen enkele retributie uit hoofde van de verleende concessies en vergunningen worden opgelegd.

  Art. 30. De Maatschappij neemt de rechten en verplichtingen over van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen voor het gedeelte door de Staat overgedragen aan het Vlaamse Gewest, van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen en van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.

  Art. 31. De Maatschappij kan, mits machtiging door de Vlaamse Executieve, overgaan tot onteigening te algemenen nutte van onroerende goederen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van het maatschappelijk doel.

  Art. 32. De Vlaamse Executieve kan aan de Maatschappij machtiging geven om werken uit te voeren, die noodzakelijk zijn voor de aanleg en exploitatie van haar installaties, op of onder de onroerende goederen die behoren tot het openbaar en het privaat domein van de Gemeenschap, het Gewest, de provincies, de gemeenten evenals van de instellingen die ervan afhangen.
  Aan deze machtiging kan de Vlaamse Executieve voorwaarden verbinden.

  Afdeling 4. (oud hoofdstuk VI) - (Financiële Controle). <DVR 2004-04-02/52, art. 31, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 33. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 32, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 34. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 32, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 35. De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening, wordt aan een (commissaris) opgedragen. Deze wordt benoemd door de algemene vergadering uit de leden van het Instituut der Bedrijfsrevisoren. <DVR 2004-04-02/52, art. 33, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 36. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 34, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 37. (Opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 37, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Afdeling 5. (oud hoofdstuk VII) - Begroting. <DVR 2004-04-02/52, art. 36, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 38.De Maatschappij stelt jaarlijks een investerings- en een exploitatiebegroting op.
  Deze worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Executieve.
  Het ontwerp van begroting en [1 het openbaredienstencontract]1 worden toegevoegd aan het ontwerp van decreet houdende de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/25, art. 54, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>

  Art. 39. § 1. De Vlaamse Executieve waakt erover dat de Maatschappij haar ontvangsten en uitgaven in overeenstemming brengt met het economische, sociale en financiële beleid van het Vlaamse Gewest.
  Te dien einde worden de begrotingen van de Maatschappij bij de Vlaamse Executieve aanhangig gemaakt, onder de voorwaarden die deze bepaalt, hetzij om, vóór de goedkeuring, de algemene inhoud ervan vast te leggen, hetzij om richtlijnen vast te stellen voor de uitvoering.
  De Maatschappij zal, met het oog op dit onderzoek, uitgenodigd worden haar activiteitsvooruitzichten voor te stellen alsmede de hiermede verbonden budgettaire gevolgen voor een periode van verschillende jaren.
  De Vlaamse Executieve neemt periodiek kennis van het verslag betreffende de uitvoering van deze begrotingen.
  § 2. De Vlaamse Executieve stelt de datum vast waarop de ontwerpen van begrotingen worden opgemaakt.

  Art. 40. Indien op de eerste dag van het begrotingsjaar geen goedkeuring is gegeven, belet zulks niet de aanwending van kredieten, die op de ontwerpen van begroting zijn ingeschreven, tenzij het principieel nieuwe uitgaven betreft, waartoe geen machtiging is verleend bij de begrotingen van het vorig jaar.

  Art. 41. Overdracht en overschrijding van de limitatieve kredieten uitgetrokken op de begrotingen moeten, vóór enige tenuitvoerlegging, worden toegestaan door de Vlaamse Executieve of haar commissarissen.
  Zo de kredietoverschrijdingen een hogere financiële bijdrage kunnen medebrengen dan in de gemeenschapsbegroting voorzien is, moeten zij vooraf door de aanneming van een overeenstemmend krediet in de gemeenschapsbegroting worden goedgekeurd.

  Art. 42.[1 De elementen en de wijze van rapportering door de Maatschappij over haar werkzaamheden wordt vastgelegd in het openbaredienstencontract, vermeld in artikel 44bis.]1
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/25, art. 55, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>

  Art. 43. De Vlaamse Executieve kan het voeren van een boekhouding van de vastgelegde (kosten en opbrengsten) voorschrijven. Zij stelt de regeling daarvan vast, eventueel met inachtneming van de eigen behoeften van de Maatschappij. <DVR 2004-04-02/52, art. 38, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 44. De Vlaamse Executieve kan de algemene en bijzondere regelen bepalen betreffende :
  1° vorm en inhoud van de begrotingen;
  2° de overlegging van de rekeningen;
  3° de periodieke toestandsopgaven en verslagen.
  De boekhouding wordt volgens handelsmethodes gevoerd.
  De Maatschappij regelt, met de goedkeuring van de Vlaamse Executieve :
  1° de vaststelling van de aanwending van de winsten;
  2° de wijze van schatting van de bestanddelen van het vermogen;
  3° de wijze van berekening en de vaststelling van het (bedrag) : <DVR 2004-04-02/52, art. 39, 1°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  a) van de afschrijvingen;
  b) van de reserves en andere (voorzieningen) die noodzakelijk zijn wegens de aard van de werkzaamheden. <DVR 2004-04-02/52, art. 39, 2°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  HOOFDSTUK V. - [1 Openbaredienstencontract en ondernemingsplan]1. <Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 40; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/25, art. 56, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>

  Art. 44bis.[1 De raad van bestuur van de Maatschappij stelt, in samenspraak met de Vlaamse Regering, jaarlijks een ondernemingsplan vast conform artikel III.61, § 2, van het Bestuursdecreet. Jaarlijks wordt een rapport opgesteld over de uitvoering van het ondernemingsplan conform artikel III.62 van het Bestuursdecreet.]1
  [2 Tussen de Vlaamse Regering en de Maatschappij wordt na onderhandeling een openbaredienstencontract gesloten.]2
  ----------
  (1)<DVR 2018-12-07/05, art. IV.9, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
  (2)<DVR 2019-04-26/25, art. 57, 016; Inwerkingtreding : 22-06-2019>

  HOOFDSTUK VI. [1 - Administratieve sancties]1
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 15, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Art. 44ter.[1 § 1. Aan elke persoon die
   1° een overtreding begaat die is vastgesteld in de reisvoorwaarden als bedoeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid en die op het ogenblik waarop de feiten worden gepleegd veertien jaar is, of;
   2° niet beschikt over een geldig vervoerbewijs en die op het ogenblik van de feiten twaalf jaar is;
   kan een administratieve geldboete van maximum 300 of 500 euro worden opgelegd naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is.
   De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast over de administratieve kosten van de administratieve sanctieprocedure, de wijze van inning en invordering van de administratieve geldboetes en over de termijnen waarover de overtreder beschikt.
   De Vlaamse Regering kan het niet bijhebben van een geldig vervoerbewijs alsmede de feiten en handelingen die overlast veroorzaken op en rond het voertuig, de dienstverlening verstoren of kunnen verstoren, of gevaar veroorzaken aanduiden als overtredingen op de reisvoorwaarden. Hiertoe duidt de Vlaamse Regering de reisvoorwaarden aan waarvan de overtreding aanleiding geeft tot het opleggen van een administratieve geldboete.
   De ouders of andere personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige worden weerlegbaar vermoed een overtreding te begaan, wanneer minderjarigen, vanaf de leeftijd van zes jaar en tot twaalf jaar, niet beschikken over een geldig vervoerbewijs.
   De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om, binnen de grenzen, vermeld in het eerste lid, het boetebedrag te bepalen.
   § 2. Als de overtreding, vermeld in de reisvoorwaarden, plaatsvindt door middel van een voertuig, wordt de houder van de nummerplaat weerlegbaar vermoed de overtreder van de reisvoorwaarden te zijn.]1
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 16, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Art. 44quater.[1 De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van aanstelling van de lijncontroleurs en de sanctionerende personeelsleden.
   De lijncontroleurs hebben de hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie. Die personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie de eed af conform artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie.
   De lijncontroleurs kunnen, met het oog op de vaststelling van overtredingen op de reisvoorwaarden, ten aanzien van reizigers en derden, de volgende maatregelen nemen:
   1° zij zijn gemachtigd om vervoerbewijzen of verminderingskaarten in beslag te nemen;
   2° zij mogen inlichtingen inwinnen en controle uitoefenen door het ondervragen van personen en het inzage nemen van documenten en andere informatiedragers;
   3° zij mogen de betrokkenen om hun identiteitskaart vragen. Zij mogen degene die weigert zijn identiteitskaart te tonen of die er geen in zijn bezit heeft, tegenhouden tot de komst van de politie.
   De Vlaamse Regering kan bijkomende maatregelen bepalen die de lijncontroleurs ten aanzien van het publiek en de reizigers mogen nemen met het oog op de vaststelling van inbreuken op de reisvoorwaarden.
   Het sanctionerend personeelslid vervult zijn ambt in onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hij kan niet tegelijkertijd de hoedanigheid van lijncontroleur hebben. De Vlaamse Regering kan de vereiste garanties voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid preciseren.]1
  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 17, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>

  Art. 44quinquies. [1 § 1. De lijncontroleur stelt de overtredingen van de reisvoorwaarden vast bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. De lijncontroleur brengt, als dat mogelijk is, de overtreder ter plaatse ervan op de hoogte dat hij de administratieve sanctieprocedure voor het opleggen van een administratieve geldboete zal inleiden.
   § 2. Op verzoek van de meerderjarige overtreder kan de lijncontroleur de geldboete, of een gedeelte daarvan, onmiddellijk innen. Het bedrag dat onmiddellijk wordt geïnd, is het basisbedrag van de geldboete voor de overtreding in kwestie, of een gedeelte daarvan. Betaling van de geldboete of een deel ervan, ontneemt de overtreder niet het recht om een administratief of gerechtelijk beroep in te stellen tegen het opleggen van het basisbedrag van de geldboete.
   De lijncontroleur bezorgt zijn proces-verbaal aan een sanctionerend personeelslid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2019-04-26/34, art. 18, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
  

  Art. 44sexies. [1 Op het proces-verbaal, vermeld in artikel 44quinquies, § 1, wordt de identiteit van de lijncontroleur niet vermeld. Dat proces-verbaal vermeldt wel de individuele personeelscode van de lijncontroleur.
   Als de overtreder de geldboete met verweermiddelen betwist en in dat kader vraagt om de bekendmaking van de identiteit van de lijncontroleur, worden de naam en het kantooradres van de lijncontroleur aan de overtreder bekendgemaakt. De overtreder bewaart de vertrouwelijkheid van die gegevens ten aanzien van derden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2019-04-26/34, art. 19, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
  

  Art. 44septies. [1 Het sanctionerend personeelslid zendt een afschrift van het proces-verbaal binnen vijftien werkdagen na de vaststelling van de overtreding naar de overtreder. De Vlaamse Regering stelt de wijze van kennisgeving van het proces-verbaal vast.
   Het proces-verbaal gaat vergezeld van een voorstel van beslissing van het sanctionerend personeelslid om de geldboete op te leggen. Als de overtreder de geldboete onmiddellijk aan de lijncontroleur heeft betaald als vermeld in artikel 44quinquies, § 2, bezorgt het sanctionerend personeelslid alleen een voorstel van beslissing als de overtreder maar een gedeelte van het basisbedrag van de geldboete heeft betaald, of, als hij zich in staat van herhaling bevindt, het basisbedrag van de geldboete, of een gedeelte daarvan, heeft betaald. In dat geval legt het sanctionerend personeelslid een bijkomend boetebedrag op, dat gelijk is aan het verschil tussen het bedrag dat al is betaald en het totale verschuldigde boetebedrag.
   De overtreder beschikt over dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal om ofwel de geldboete of het openstaande saldo te betalen, ofwel schriftelijk of met een e-mail zijn verweermiddelen te formuleren tegen het voorstel van beslissing, vermeld in het tweede lid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2019-04-26/34, art. 20, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
  

  Art. 44octies. [1 § 1. Als de overtreder binnen de termijn, vermeld in artikel 44septies, derde lid, de geldboete betaalt of geen verweermiddelen formuleert, wordt het voorstel van beslissing van rechtswege omgezet in een definitieve beslissing bij het verstrijken van die termijn.
   § 2. Als de overtreder tijdig verweermiddelen formuleert tegen het voorstel van beslissing, neemt het sanctionerend personeelslid binnen drie maanden na de ontvangst van het schriftelijk verweer een definitieve beslissing over de administratieve geldboete.
   Op straffe van onontvankelijkheid kan de overtreder binnen de dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal en het voorstel van beslissing in zijn verweer verzoeken om mondeling gehoord te worden. In voorkomend geval hoort het sanctionerend personeelslid de overtreder mondeling, vooraleer een definitieve beslissing te nemen over de administratieve geldboete, waarna binnen drie maanden na de hoorzitting een definitieve beslissing wordt genomen over de administratieve geldboete.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2019-04-26/34, art. 21, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
  

  Art. 44novies. [1 Voor minderjarige overtreders gelden, in afwijking van artikel 44septies en 44octies, de volgende procedurevoorschriften:
   1° het sanctionerend personeelslid zendt een afschrift van het proces-verbaal samen met een voorstel tot beslissing naar de overtreder binnen vijftien werkdagen na de vaststelling van de overtreding. De Vlaamse Regering stelt de wijze van kennisgeving van het proces-verbaal vast;
   2° het proces-verbaal vermeldt het recht van de minderjarige overtreder om zich te laten bijstaan door een advocaat, zijn vader, moeder, voogd of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben;
   3° de minderjarige overtreder beschikt over dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal om ofwel de geldboete te betalen, ofwel schriftelijk of met een e-mail zijn verweermiddelen te formuleren tegen het voorstel van beslissing, vermeld in punt 1° ;
   4° op straffe van onontvankelijkheid kan de minderjarige overtreder binnen de dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal en het voorstel van beslissing in zijn verweer verzoeken om mondeling gehoord te worden. In voorkomend geval hoort het sanctionerend personeelslid de minderjarige overtreder. De minderjarige overtreder heeft het recht om zich voor de hoorzitting te laten bijstaan door zijn advocaat, en door zijn vader, moeder en voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben;
   5° als de geldboete binnen de termijn, vermeld in punt 3°, wordt betaald of geen verweermiddelen worden geformuleerd, wordt het voorstel van beslissing van rechtswege omgezet in een definitieve beslissing bij het verstrijken van die termijn;
   6° als de minderjarige overtreder tijdig verweermiddelen formuleert tegen het voorstel van beslissing, en in voorkomend geval na de overtreder mondeling te hebben gehoord, neemt het sanctionerend personeelslid binnen drie maanden na het schriftelijk verweer, of binnen drie maanden na de hoorzitting, een definitieve beslissing over de administratieve geldboete.
   De vader, moeder en voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben, worden op dezelfde wijze, vermeld in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk proces-verbaal en van elke schriftelijke mededeling of beslissing. Ze beschikken ook over het recht op verweer, vermeld in het eerste lid, 3°. Ze worden op verzoek als vermeld in het eerste lid, 4°, door het sanctionerend personeelslid gehoord.
   De vader, moeder en eventueel andere personen die het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefenen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor het betalen van de administratieve geldboete die aan de minderjarige wordt opgelegd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2019-04-26/34, art. 22, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
  

  Art. 44decies. [1 § 1. De minderjarige overtreder kan binnen zestig dagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing met een kosteloos verzoekschrift een beroep instellen tegen de administratieve geldboete bij de jeugdrechtbank.
   Als het voorstel van beslissing conform artikel 44novies, eerste lid, 5°, van rechtswege in een definitieve beslissing wordt omgezet, gaat de termijn, vermeld in het eerste lid, in op de dag dat het voorstel van beslissing van rechtswege wordt omgezet in een definitieve beslissing.
   De jeugdrechtbank blijft bevoegd als de overtreder op het moment van de uitspraak meerderjarig is geworden.
   Het beroep, vermeld in het eerste lid, kan ook worden ingesteld door de vader en moeder, voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben.
   § 2. De jeugdrechtbank beslist in het kader van een tegensprekelijk debat over de beroepen, vermeld in paragraaf 1. De Lijn kan tussenkomen in het tegensprekelijk debat en wordt als een procespartij beschouwd. De Lijn kan bij algemene volmacht vertegenwoordigd worden.
   De jeugdrechtbank oordeelt over de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde boete.
   De jeugdrechtbank kan de beslissing over de administratieve geldboete ofwel bevestigen, ofwel herzien.
   De jeugdrechtbank kan, als een beroep tegen de administratieve geldboete aan haar ter behandeling wordt voorgelegd, in de plaats daarvan de sancties opleggen als vermeld in het artikel 29 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade bevelen. In dat geval is artikel 60 van de wet van 8 april 1965 van toepassing.
   De beslissing van de jeugdrechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep. Als de jeugdrechtbank echter beslist om de administratieve geldboete te vervangen door een van de sancties als vermeld in het artikel 29 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, is haar beslissing wel vatbaar voor hoger beroep. In dat geval zijn de procedures, vermeld in hoofdstuk 4 van de wet van 8 april 1965, van toepassing.
   § 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 en 2, en hoofdstuk 4 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de jeugdrechtbank.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2019-04-26/34, art. 23, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
  

  Art. 44undecies. [1 De administratieve geldboetes verjaren na verloop van vijf jaar vanaf de datum waarop ze moeten worden betaald. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 tot en met artikel 2250 van het Burgerlijk Wetboek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2019-04-26/34, art. 24, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
  

  Art. 44duodecies. [1 De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de lijncontroleur bij de vaststelling van een overtreding aan de overtreder een vervoersbewijs geeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2019-04-26/34, art. 25, 017; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
  

  HOOFDSTUK VII. (oud hoofdstuk VIII) - Overgangsbepalingen. <DVR 2004-04-02/52, art. 41, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 45. § 1. De personeelsleden van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Antwerpen en van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent alsook de overgedragen personeelsleden van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen, gaan over naar de Maatschappij met hun rechten en verplichtingen, met hun graad en in hun hoedanigheid. Zij behouden ten minste de bezoldiging en de anciënniteit, de toelagen en de vergoedingen, die zij hadden of zouden verkregen hebben indien zij in hun Maatschappij van herkomst het ambt hadden blijven uitoefenen dat zij bij hun overgang bekleedden.
  (Tweede lid opgeheven) <DVR 2004-04-02/52, art. 42, 1°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  § 2. (...) <DVR 2004-04-02/52, art. 41, 2°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>
  § 3. (...) <DVR 2004-04-02/52, art. 41, 3°, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Art. 46. (Opgeheven) <DVR 1992-12-18/30, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 08-01-1993>

  HOOFDSTUK VIII. (oud hoofdstuk IX) - Slotbepalingen. <DVR 2004-04-02/52, art. 43, 009; Inwerkingtreding : 15-03-2006>

  Artikel 46bis.<Ingevoegd bij DVR 2004-04-02/52, art. 43; Inwerkingtreding : 15-03-2006> § 1. [1 ...]1
  § 2. De Vlaamse regering kan de bepalingen van de decreten betreffende de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn coördineren, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  Te dien einde kan zij :
  1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
  2° de verwijzigen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
  3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
  4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.
  De coördinatie treedt pas in werking nadat zij bij decreet is bekrachtigd.
  ----------
  (1)<DVR 2018-12-07/05, art. IV.10, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Art. 46ter.
  <Opgeheven bij DVR 2019-03-29/45, art. 114, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   ...

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 26-04-2019 GEPUBL. OP 24-06-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 1bis; 12; 14; 17; 18; 19; 23; 28; 44ter; 44quater; 44quinquies; 44sexies; 44septies; 44octies; 44novies; 44decies; 44undecies; 44duodecies)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 26-04-2019 GEPUBL. OP 12-06-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 1bis; 3; 10; 24; 26; 38; 42; 44bis)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 29-03-2019 GEPUBL. OP 29-05-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 46ter)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-12-2018 GEPUBL. OP 19-12-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 1bis; 2; 15; 44bis; 46bis)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 22-12-2017 GEPUBL. OP 16-01-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 15)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-07-2011 GEPUBL. OP 05-08-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 46ter)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 19-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 9BIS)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 27-04-2007 GEPUBL. OP 29-06-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 46TER; 44TER; 44QUA)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 02-04-2004 GEPUBL. OP 04-06-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 1BIS; 2; 2BIS; 2TER)
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 5; 6; 10; 11; 13; 14; 15; 19; 20)
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; 22; 23; 25; 28; 33; 34; 35; 36)
    (GEWIJZIGDE ART. : 37; 42; 43; 44; 44BIS-44QUA; 45)
    (GEWIJZIGDE ART. : 46BIS; 46TER)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 06-07-2001 GEPUBL. OP 10-10-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-12-2000 GEPUBL. OP 13-01-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 25)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 22-12-2000 GEPUBL. OP 30-12-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 9)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 17-07-2000 GEPUBL. OP 11-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 17)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 18-05-1999 GEPUBL. OP 30-09-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 17; 24; 27)
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 20-12-1996 GEPUBL. OP 31-12-1996
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 18-12-1992 GEPUBL. OP 29-12-1992
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 27; 46)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1989-1990. Stukken. - Ontwerp van decreet : 357, nr. 1. - Amendementen : 357, nrs. 2 tot 4. - Verslag : 357, nr. 5. - Amendementen : 357, nrs. 6 tot 8. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 10 juli 1990.TA:

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 56 uitvoeringbesluiten 16 gearchiveerde versies
    Franstalige versie