J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 53 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgilex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1989/03/23/1989000145/justel

Titel
23 MAART 1989. - WET betreffende de verkiezing van het Europese Parlement
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-12-2016 en tekstbijwerking tot 07-05-2019)

Bron : BUITENLANDSE ZAKEN.ONTWIKKELINGSSAMENWERKING.BINNENLANDSE ZAKEN.OPENBAAR AMBT
Publicatie : 25-03-1989 nummer :   1989000145 bladzijde : 5321       PDF : geconsolideerde versie
Dossiernummer : 1989-03-23/33
Inwerkingtreding : 25-03-1989

Inhoudstafel Tekst Begin
Titel I. Kiezers
Hoofdstuk I. Verschillende categorien van kiezers en kiesbevoegdheidsvoorwaarden
Art. 1
Hoofdstuk II. Kiezerslijsten
Afdeling I. [Lijst van de kiezers die zijn ingeschreven of vermeld in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente] <W 1994-04-11/62, art. 2, Inwerkingtreding : 26-04-1994>
Art. 2-3, 3bis, 4
Afdeling II. - [1 Lijst van de Belgische kiezers die in het buitenland verblijven]1
Art. 5-8
Titel II. Kieskringen en kiescolleges, kiesbureaus, oproeping van de kiezers
Hoofdstuk I. Kieskringen en kiescolleges
Art. 9-10
Hoofdstuk II. Kiesbureaus
Art. 11-12, 12bis, 13-15
Hoofdstuk III. Oproeping van de kiezers
Art. 16-17
Titel III.
Hoofdstuk I. Handhaving van de orde
Art. 18
Hoofdstuk II. Kandidaatstelling en stembiljetten
Art. 19-21, 21bis, 22-28
Hoofdstuk III. Stemverrichtingen
Afdeling I. Inrichting van de stembureaus en wijze van geldig stemmen
Art. 29
Afdeling II. Stemming bij volmacht
Art. 30
Afdeling III. [1 Verschillende stemwijzen voor de Belgen die in het buitenland verblijven]1
Art. 31, 31/1, 31/2, 31/3, 31/4
Afdeling IV. Datum van de verkiezing
Art. 32
Hoofdstuk IV. Stemopneming
Art. 33-36, 36/1, 37-38
Titel IV. Stemplicht en straffen
Art. 39-40
Titel V. Verkiesbaarheid en onverenigbaarheden
Art. 41-42, 42bis
Titel VI. Diverse bepalingen
Art. 43, 43bis, 43ter, 43quater, 44-46
BIJLAGEN.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Titel I. Kiezers

  Hoofdstuk I. Verschillende categorien van kiezers en kiesbevoegdheidsvoorwaarden

  Artikel 1. 1. Om kiezer te zijn voor het Europese Parlement, moet men:
  1 Belg zijn;
  2 de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
  3 ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente [1 of ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters bijgehouden in een van de consulaire beroepsposten die zich in een Staat bevinden die geen lidstaat is van de Europese Unie]1;
  4 zich niet bevinden in een der gevallen van uitsluiting of schorsing voorzien bij de artikelen 6 tot 9bis van het Kieswetboek
  De voorwaarden tot het kiesrecht dienen vervuld te zijn de dag waarop de kiezerslijst wordt opgemaakt, uitgezonderd deze vermeld onder 2 en 4, waaraan dient voldaan te worden op de dag van de verkiezing.
   2. [De hoedanigheid van kiezer voor het Europese Parlement en de toelating om hun stemrecht uit te oefenen ten voordele van kandidaten die op Belgische lijsten staan, kunnen worden verkregen door:
  1 [1 de Belgen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters bijgehouden in een van de consulaire beroepsposten die zich in een lidstaat van de Europese Unie bevinden, die voldoen aan de kiesvoorwaarden bedoeld in 1, eerste lid, 2 en 4, die erom vragen, in overeenstemming met hoofdstuk II, afdeling II, van deze titel, bij de Belgische consulaire post waarvan ze afhangen en die niet uitdrukkelijk de wens hebben uitgedrukt om hun stemrecht uit te oefenen in de lidstaat waarin ze verblijven;]1
  2 de onderdanen van de andere Lid-Staten [van de Europese Unie] die, behalve wat betreft de nationaliteit, voldoen aan de voorwaarden gesteld in 1 en die overeenkomstig 3, de wil te kennen gegeven hebben om hun stemrecht in Belgi uit te oefenen. <W 2014-01-07/11, art. 1, Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  Het stemrecht ten voordele van kandidaten die op Belgische lijsten staan, wordt ontzegd aan de personen bedoeld in het eerste lid, 2, die ten gevolge [van een individuele rechterlijke beslissing of een administratieve beslissing, voor zover deze beslissing het voorwerp kan uitmaken van een gerechtelijk beroep], in hun Staat van herkomst hun stemrecht hebben verloren.] <W 1994-04-11/62, art. 1er, 1, Inwerkingtreding : 26-04-1994> <W 2014-01-07/11, art. 1, Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  [ 3. Om te kunnen worden ingeschreven op de kiezerslijst bedoeld in artikel 3, moeten de personen bedoeld in 2, eerste lid, 2, bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijf hebben gevestigd, een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde model; de aanvraag vermeldt:
  1 hun nationaliteit;
  2 het adres van hun hoofdverblijfplaats;
  3 in voorkomend geval de gemeente, de kieskring of de diplomatieke of consulaire post van de Lid-Staat van herkomst waar zij het laatst op de kiezerslijst zijn ingeschreven.
  In deze aanvraag moet de betrokken persoon verklaren:
  1 dat hij zijn stemrecht enkel voor een Belgische lijst zal uitoefenen;
  2 dat hij het stemrecht in zijn Staat van herkomst niet verloren heeft.
  De artikelen 7bis en 13 van het Kieswetboek zijn mede van toepassing.
  De kennisgevingen bedoeld in artikel 13 van het Kieswetboek worden echter door de betrokken parketten of griffies van de hoven en rechtbanken gedaan op uitdrukkelijk verzoek van de gemeentelijke overheden, wanneer deze laatste hebben vastgesteld dat de persoon die om zijn inschrijving op de kiezerslijst heeft gevraagd, onder de toepassing kan vallen van de maatregelen van uitsluiting of schorsing bedoeld in de artikelen 6 en 7 van het Kieswetboek.
  Deze kennisgevingen worden binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag van de gemeentelijke overheid doorgestuurd. Indien er geen grond tot kennisgeving bestaat, wordt de gemeentelijke overheid daarvan binnen dezelfde termijn in kennis gesteld.
  In geval van kennisgeving nadat de kiezerslijst is opgemaakt, wordt de betrokkene van deze lijst geschrapt.
  Na te hebben gecontroleerd dat de kiesbevoegdheidsvoorwaarden wat hem betreft zijn vervuld, geeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente van verblijf aan de betrokkene kennis van zijn gemotiveerde beslissing om deze aanvraag, overeenkomstig de door de Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde modellen al dan niet in te willigen. In geval van weigering geschiedt de kennisgeving bij een [2 aangetekende zending]2. De inwilliging wordt in de bevolkingsregisters vermeld volgens de door de Koning vastgestelde nadere regelen.
  Onontvankelijk worden verklaard de aanvragen die worden ingediend tijdens de periode die begint op de datum van het opmaken van de kiezerslijst en afloopt op de datum van de verkiezing waarvoor ze werd opgemaakt.
  Buiten de periode bedoeld in het vorige lid kan iedereen die in de hoedanigheid van kiezer erkend is, om intrekking van deze erkenning vragen bij de gemeente waar hij zijn hoofdverblijf heeft gevestigd.
  De in voorgaande leden bedoelde erkenning blijft geldig zolang de betrokkene blijft voldoen aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden of niet om intrekking van de hem verleende erkenning gevraagd heeft. ] <W 1994-04-11/62, art. 1er, 2, Inwerkingtreding : 26-04-1994>
   [4.] Elke kiezer heeft recht op slechts n stem. Behoudens het in artikel 30 bepaalde geval, wordt al wie meer dan een stem heeft uitgebracht of tegelijkertijd heeft gestemd 1[voor kandidaten voorgedragen op Belgische lijsten en voor kandidaten voorgedragen op lijsten van een andere Lid-Staat], gestraft met een gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen en met een geldboete van 26 tot 200 euro. <W 1994-04-11/62, art. 1er, 3, Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2018-04-19/25, art. 46, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Hoofdstuk II. Kiezerslijsten

  Afdeling I. [Lijst van de kiezers die zijn ingeschreven of vermeld in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente] <W 1994-04-11/62, art. 2, Inwerkingtreding : 26-04-1994>

  Art. 2.De bepalingen van titel II van het Kieswetboek met uitzondering van de artikelen 10, [...], 15 [1 ...]1 en 16, zijn van toepassing op de lijst van de kiezers bedoeld in onderhavige afdeling. <KB 1994-04-11/60, art. 1, 1, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  [Voor deze toepassing moet echter:
  1 artikel 17, 1, eerste en tweede lid vervangen worden door de volgende leden:
  Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst voor het Europese Parlement bedoeld in artikel 3 opgemaakt is, [en uiterlijk 25 dagen voorafgaand aan de dag van de verkiezing van het Europese Parlement]2 exemplaren of afschriften ervan af te geven aan de personen die in naam van een politieke partij optreden, daartoe uiterlijk de vijfentwintigste van de derde maand die voorafgaat aan die tijdens welke de verkiezing van het Europese Parlement plaatsvindt, bij [2 aangetekende zending]2 een aanvraag richten aan de burgemeester, en die er zich schriftelijk toe verplichten een kandidatenlijst voor die verkiezing voor te dragen. <W 2004-04-25/43, art. 1, A, Inwerkingtreding : 17-05-2004>
  Elke politieke partij kan kosteloos twee exemplaren of afschriften van deze lijsten, [op papier [of naargelang zijn keuze] op gestandaardiseerde elektronische drager], krijgen, voor zover ze een kandidatenlijst voor de verkiezing van het Europese Parlement voorlegt in de kieskring waartoe de gemeente behoort, waarbij de aanvraag om afgifte van de lijst overeenkomstig het eerste lid ingediend werd. <W 2004-04-25/43, art. 1, B, Inwerkingtreding : 17-05-2004> <W 2009-04-14/02, art. 2, Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  2 de verwijzing naar artikel 10, 2, in de artikelen 18 en 19 vervangen worden door een verwijzing naar artikel 3, tweede lid, van deze wet.] <KB 1994-04-11/60, art. 1, 2, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2018-04-19/25, art. 47, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 3.De eerste dag van de tweede maand vr de verkiezing van het Europese Parlement maakt het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente [1 de lijst op waarop de Belgische kiezers bedoeld in artikel 1, 1, die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van deze gemeente, alsook de kiezers bedoeld in artikel 1, 2, eerste lid, 2, verzameld worden]1
  [Voor elke persoon die voldoet aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden, vermeldt de kiezerslijst de naam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht [, de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen]. [De lijst van de kiezers bedoeld in [artikel 1, 2, eerste lid, 2], vermeldt bovendien hun nationaliteit.] De lijsten worden, volgens een doorlopende nummering, per gemeente of, in voorkomend geval, per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten.] <W 1993-07-16/31, art. 194, 2, Inwerkingtreding : 30-07-1993> <W 1994-04-11/62, art.3, 2, Inwerkingtreding : 26-04-1994> <W 2009-04-14/02, art. 3, Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 3bis.<Ingevoegd bij W 1994-04-11/62, art. 4, Inwerkingtreding : 26-04-1994>Zodra de kiezerslijst is opgemaakt, sturen de gemeenten onverwijld, per nationaliteit, de lijst van de personen bedoeld in artikel 1, 2, eerste lid, 2, die erop zijn ingeschreven, aan de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde.
  Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, bepaalt de Koning welke informatie de gemeenten over de personen die op deze lijst voorkomen, moeten mededelen met het oog op het bepaalde in het derde lid en kan Hij de gemeente verplichten die gegevens te verstrekken door toedoen van het Rijksregister.
  De Minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde deelt aan elke Lid-Staat van herkomst de lijsten mede die erop betrekking hebben, om de betrokken Staat in staat te stellen na te gaan of de betrokkenen hun actief kiesrecht niet hebben verloren of in die staat niet als kiezer ingeschreven zijn.
  In voorkomend geval deelt de Minister van Binnenlandse Zaken aan de betrokken gemeenteoverheden de informatie mede die hij van de Staat van herkomst heeft ontvangen naar aanleiding van de in het vorige lid bedoelde mededeling en volgens welke communautaire kiezers hun actief kiesrecht in die Staat zouden hebben verloren. Het college van burgemeester en schepenen schrapt deze personen van de kiezerslijst en geeft hun daarvan kennis [1 via aangetekende zending]1.
  ----------
  (1)<W 2018-04-19/25, art. 48, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 4.[1 1. De bepalingen van de artikelen 4, 89bis, 90 en 91 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de Belgische kiezers bedoeld in artikel 1, 1, die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, alsook op de kiezers die bedoeld worden in artikel 1, 2, eerste lid, 2.
   2. Uiterlijk de vijfentwintigste dag voor die van de verkiezing stuurt het gemeentebestuur langs elektronische weg aan de gouverneur of aan de door hem aangewezen ambtenaar, de lijst van de kiezers verdeeld per afdeling, welke lijst eveneens de Belgische kiezers omvat die in het buitenland verblijven en die voorkomen op een consulaire lijst van kiezers die persoonlijk of bij volmacht in Belgi stemmen. De gouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar controleert de overeenstemming van deze lijst met de artikelen 90 en 91 en valideert deze met zijn elektronische handtekening, ten laatste vijftien dagen voor de verkiezing.
   Voor de gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest worden die lijsten gestuurd aan de bevoegde overheid van de Brusselse agglomeratie krachtens artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen of aan de ambtenaar die deze overheid aanwijst.
   Voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren worden de exemplaren bedoeld in het eerste lid respectievelijk aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen en aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren gestuurd.]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Afdeling II. - [1 Lijst van de Belgische kiezers die in het buitenland verblijven]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 5.[1 1. Alle Belgen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters bijgehouden in de consulaire beroepsposten die zich in een Staat bevinden die geen lidstaat is van de Europese Unie en die voldoen aan de kiesvoorwaarden bedoeld in artikel 1, 1, zijn onderworpen aan de kiesplicht.
   Iedere Belg in het buitenland bedoeld in artikel 1, 2, eerste lid, 1, kan zijn aanvraag tot deelneming aan de stemming indienen bij middel van een formulier, waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld.
   2. De personen bedoeld in 1 worden gehecht als kiezer aan een Belgische gemeente volgens de criteria bedoeld in artikel 180, 1, tweede lid, van het Kieswetboek.
   Zij oefenen hun stemrecht uit ofwel persoonlijk of bij volmacht in een stembureau op het grondgebied van het Koninkrijk, ofwel persoonlijk of bij volmacht in de consulaire beroepspost waarbij zij ingeschreven zijn, ofwel per briefwisseling. Deze stemwijze mag echter niet verschillen van de gekozen stemwijze voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, met toepassing van artikel 180bis, 2, van het Kieswetboek.
   De consulaire beroepsposten controleren de in artikel 1 opgesomde kiesbevoegdheidsvoorwaarden.]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 6.[1 1. Bij zijn inschrijving in de bevolkingsregisters die bijgehouden worden in de consulaire beroepsposten die zich in een Staat bevinden die geen lidstaat is van de Europese Unie, overhandigt de consulaire beroepspost aan de Belg een aanvraagformulier tot inschrijving waarvan het model vastgelegd wordt door de Koning. De consulaire post overhandigt dit formulier ook aan elke in het consulaire bevolkingsregister ingeschreven Belg die hierom vraagt.
   De consulaire beroepspost die zich in een lidstaat van de Europese Unie bevindt, overhandigt op eenvoudig verzoek van de Belg het aanvraagformulier tot inschrijving bedoeld in artikel 5, 1, tweede lid.
   De aanvragen tot inschrijving bedoeld in de vorige leden gelden voor de deelname van de Belg aan elke verkiezing van het Europees Parlement die zal plaatsvinden vanaf de eerste dag van de vierde maand volgend op de neerlegging van het formulier, zo lang als de Belg ingeschreven blijft in het bevolkingsregister van dezelfde consulaire beroepspost. Een Belg die in het buitenland verblijft in een lidstaat van de Europese Unie kan om de intrekking van zijn inschrijving vragen.
   2. De bepalingen van artikel 180bis, 1, vierde en vijfde lid, 2, 3, eerste lid en 4, van het Kieswetboek zijn van toepassing op de inschrijving op de consulaire kiezerslijst.]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 24, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 7.[1 1. Op de eerste dag van de tweede maand die voorafgaat aan deze waarin de verkiezing van het Europees Parlement plaatsvindt, maakt de consulaire beroepspost de lijst op van de Belgische kiezers die er ingeschreven zijn voor de verkiezing van het Europees Parlement.
   2. De bepalingen van artikel 180bis, 5, derde tot zesde lid, 6 en 7, van het Kieswetboek zijn van toepassing op de vaststelling van de consulaire kiezerslijst, onder voorbehoud van volgende wijzigingen :
   1 voor de toepassing van artikel 180bis, 5, vijfde lid, moet in plaats van het woord "kieskringhoofdbureau" het woord "provinciehoofdbureau" gelezen worden;
   2 voor de toepassing van artikel 180bis, 7, moet deze aangevuld worden met volgende leden :
   "Tot de dag van de verkiezing worden van de consulaire kiezerslijst van de Belgen in het buitenland geschrapt zij, bedoeld in artikel 1, 2, eerste lid, 1, die [2 blijkens de gegevens die aan de minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde zijn meegedeeld door de lidstaat van de Europese Unie]2 waar zij verblijven, in die lidstaat als kiezers werden ingeschreven.
   Als de verkiezing van het Europees Parlement plaatsvindt op dezelfde dag als de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, kunnen de Belgen bedoeld in het vorige lid hun stemrecht echter uitoefenen voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 25, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2019-03-19/08, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 8.[1 De Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken bezorgt exemplaren of kopien van de consulaire lijst van de kiezers die in het buitenland verblijven, zodra deze opgemaakt is, aan de personen die handelen in naam van een politieke partij en die hiertoe per aangetekende zending aan de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag doen ten laatste de vijfentwintigste van de derde maand die voorafgaat aan deze van de verkiezing van het Europees Parlement en die zich er schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor te dragen bij deze verkiezing.
   Elke politieke partij kan slechts n gratis elektronisch exemplaar van de lijst verkrijgen, voor zover deze een kandidatenlijst neerlegt voor de verkiezing van het Europees Parlement. De geleverde lijst bevat enkel de Belgische kiezers in het buitenland die gehecht zijn aan een gemeente die deel uitmaakt van het ambtsgebied van het kiescollege waarvoor de politieke partij een kandidatenlijst neerlegt.
   Indien de politieke partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel 197bis van dit Wetboek vastgestelde strafsancties.
   Artikel 17, 2 en 3, van het Kieswetboek, zijn van overeenkomstige toepassing.]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 26, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Titel II. Kieskringen en kiescolleges, kiesbureaus, oproeping van de kiezers

  Hoofdstuk I. Kieskringen en kiescolleges

  Art. 9. [De verkiezing van het Europees Parlement wordt gehouden op basis van de vier volgende kieskringen:
  1 de Vlaamse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren, [...];<W 2012-07-19/33, art. 26, 1, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  2 de Waalse kieskring die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Waalse Gewest behoren, met uitzondering van de gemeenten van het Duits taalgebied;
  3 [de kieskring Brussel-Hoofdstad die het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad omvat]; <W 2012-07-19/33, art. 26, 2, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  4 de Duitstalige kieskring die de gemeenten van het Duits taalgebied omvat.] <W 1993-07-16/31, art. 199, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  2[De kolommen 3 tot 6 van de bij het Kieswetboek gevoegde tabel zijn voor de verkiezing van het Europese Parlement van toepassing, met dien verstande dat de kieskantons Eupen en Sankt-Vith de Duitstalige kieskring vormen.] <W 2012-07-19/33, art. 26, 3, Inwerkingtreding : 22-08-2012>

  Art. 10.<W 1993-07-16/31, art. 200, Inwerkingtreding : 30-07-1993> 1. Er zijn drie kiescolleges: een Nederlands, een Frans en een Duitstalig.
  De personen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van een gemeente van de Vlaamse kieskring, behoren tot het Nederlandse kiescollege; degenen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van een gemeente van de Waalse kieskring, behoren tot het Franse kiescollege; degenen die ingeschreven zijn op de lijst van de kiezers van een gemeente van de Duitstalige kieskring, behoren tot het Duitstalige kiescollege.
  De personen die ingeschreven zijn op de lijst van kiezers van een gemeente van [de kieskring Brussel-Hoofdstad], behoren tot hetzij het Nederlandse kiescollege, hetzij het Franse kiescollege. <W 2012-07-19/33, art. 27, 1, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  De kiezers met werkelijke verblijfplaats in de gemeenten Voeren en Komen-Waasten die te Aubel en te Heuvelland stemmen, behoren onderscheidenlijk tot het Franse en tot het Nederlandse kiescollege.
  [De kiezers van het kieskanton Sint-Genesius-Rode kunnen een stem uitbrengen hetzij voor het Nederlandse kiescollege, hetzij voor het Franse kiescollege. Deze kiezers behoren tot het Nederlandse of Franse kiescollege naar gelang van de keuze die zij maken.] <W 2012-07-19/33, art. 27, 2, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  [1 ...]1.
   2. Voor de verkiezingen van 12 juni 1994 kiezen de kiezers van het Nederlandse kiescollege veertien vertegenwoordigers en die van het Franse kiescollege tien.
   3. Voor de daaropvolgende verkiezingen wordt de verdeling van de vertegenwoordigers tussen de Nederlandse en Franse kiescolleges door de Koning bepaald in verhouding tot de bevolking.
  [Aan elk kiescollege worden evenveel zetels toegekend als het aantal maal dat de bevolking die eronder ressorteert de nationale deler bevat die wordt verkregen door het bevolkingscijfer van het Rijk, min de bevolking van de gemeenten van het Duitse taalgebied, te delen door het aantal aan Belgi toegekende zetels van Europees volksvertegenwoordiger, na aftrek van de zetel die voor het Duitstalige kiescollege gereserveerd wordt overeenkomstig 5.] <W 2004-03-05/36, art. 2, Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  De overblijvende zetel wordt toegekend aan het college met het grootste nog niet vertegenwoordigde bevolkingsoverschot.
  De bevolking die onder het Nederlandse kiescollege ressorteert, wordt bepaald door bij de bevolking van de Vlaamse kieskring [...] het deel van de bevolking van het adminstratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, dat verkregen wordt door de bevolking van dit arrondissement te vermenigvuldigen met het percentage van het aantal geldig uitgebrachte stemmen op de Nederlandstalige lijsten ten opzichte van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen bij de verkiezing van [het Brussels Hoofdstedelijk Parlement], te voegen. <W 2006-03-27/35, art. 14, Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De bevolking die onder het Franse kiescollege ressorteert, wordt bepaald door bij de bevolking van de Waalse kieskring het deel van de bevolking van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad dat verkregen wordt door de bevolking van dit arrondissement te vermenigvuldigen met het percentage van het aantal geldig uitgebrachte stemmen op de Franstalige lijsten ten opzichte van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen bij de verkiezing van [het Brussels Hoofdstedelijk Parlement], te voegen. <W 2012-07-19/33, art. 27, 3, Inwerkingtreding : 22-08-2012> <W 2006-03-27/35, art. 14, Inwerkingtreding : 21-04-2006>
   4. De bevolkingscijfers die in aanmerking genomen moeten worden, zijn de meest recente die overeenkomstig artikel 49, 3, tweede lid, van de Grondwet vastgesteld worden.
  De in 3, derde en vierde lid, bedoelde verkiezing van [het Brussels Hoofdstedelijk Parlement] is die welke het laatst heeft plaatsgehad vrdat de Koning, overeenkomstig het derde lid van onderhavige paragraaf, het aantal zetels dat aan elk college toekomt, bepaalt. <W 2006-03-27/35, art. 14, Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De Koning bepaalt het aantal zetels dat aan elk college toegekend moet worden voor de eerste maal vr 1 januari 1998 en voor de volgende malen binnen een termijn van zes maanden na de bekendmaking van de bevolkingscijfers overeenkomstig artikel 49, 3, tweede lid, van de Grondwet.
   5. De kiezers van het Duitstalige kiescollege verkiezen n vertegenwoordiger.
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Hoofdstuk II. Kiesbureaus

  Art. 11.[1 1. Ten minste veertien dagen voor de verkiezingsdag zendt het college van burgemeester en schepenen of gemeentecollege tegen ontvangstbewijs, enerzijds aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau op elektronische wijze een voor echt verklaard uittreksel van de kiezerslijst, opgemaakt per stemafdeling, en anderzijds, aan elke voorzitter van een stembureau, twee voor echt verklaarde uittreksels uit de lijst van de kiezers die opgeroepen werden om te stemmen in zijn afdeling.
   Tot op de dag van de verkiezing bezorgt het college van burgemeester en schepenen of gemeentecollege aan de voorzitter van elk stembureau de beslissingen die de inschrijving of schrapping van deze lijst met zich meebrengen en die de kiezers die in deze afdeling opgeroepen worden om te stemmen, betreffen.
   2. Ten minste veertien dagen voor de verkiezingsdag bezorgen de colleges van burgemeester en schepenen van de gemeenten Voeren en Komen-Waasten bovendien, tegen ontvangstbewijs, twee bijkomende voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, respectievelijk aan de adjunct-arrondissementscommissaris van Tongeren en de arrondissementscommissaris van Moeskroen, die deze onmiddellijk bezorgen aan de voorzitters van de stembureaus die door de minister van Binnenlandse Zaken aangewezen werden met toepassing van artikel 89bis van het Kieswetboek.
   Tot op de dag van de verkiezing bezorgen ze aan de voorzitters van de stembureaus bedoeld in het eerste lid, de beslissingen die de inschrijving of schrapping van deze lijst met zich meebrengen.]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 28, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 12. 1. Elk kiescollege omvat een collegehoofdbureau, provinciehoofdbureaus, kantonhoofdbureaus, stemopnemingsbureaus en stembureaus.
  De leden van de kiesbureaus moeten van Belgische nationaliteit zijn.
   2. [Het collegehoofdbureau is gevestigd te Mechelen voor het Nederlandse kiescollege, te Namen voor het Franse kiescollege en te Eupen voor het Duitstalige kiescollege.] <W 1993-07-16/31, art. 201, 1, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  Het collegehoofdbureau moet ten minste tweenzestig dagen vr de verkiezing zijn samengesteld.
  Het wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanlag gevestigd in de hoofdplaats van het college of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hem vervangt.
  Het collegehoofdbureau bestaat, buiten de voorzitter, uit vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. De vier bijzitters en de vier plaatsvervangende bijzitters worden door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de gemeente waar het collegehoofdbureau zich bevindt.
  De secretaris wordt door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de provincie waar het collegehoofdbureau zich bevindt.
  Het collegehoofdbureau is uitsluitend belast met de aan de verkiezing voorafgaande verrichtingen en met de algemene telling van de stemmen.
   3. Uiterlijk vijf dagen vr de verkiezing wordt in de hoofdplaats van elke provincie een provinciehoofdbureau samengesteld. Het wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hem vervangt.
  Het provinciehoofdbureau bestaat, buiten de voorzitter, uit vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. De vier bijzitters en de vier plaatsvervangende bijzitters worden door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de gemeente waar het provinciehoofdbureau zich bevindt.
  De secretaris wordt door de voorzitter aangewezen uit de kiezers van de provincie waar het provinciehoofdbureau zich bevindt.
  De voorzitter van het provinciehoofdbureau houdt toezicht over de kiesverrichtingen in de provincie en schrijft zonodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen. Het bureau verzamelt de uitkomsten van de stemopneming in de provincie.
  [In afwijking van de vorige leden wordt een hoofdbureau van de [kieskring Brussel-Hoofdstad] ingesteld, dat de functies van het provinciehoofdbureau uitoefent voor deze kieskring. Het zetelt te Brussel. De secretaris van dit bureau wordt door de voorzitter aangewezen onder de kiezers van deze kieskring. <W 2012-07-19/33, art. 28, 1, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  Het collegehoofdbureau van het Duitstalige kiescollege oefent de aan het provinciehoofdbureau verleende functies uit voor wat de Duitstalige kieskring betreft.] <W 1993-07-16/31, art. 201, 2, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  [ 4.] [...] <W 1993-07-16/31, art. 201, 3, Inwerkingtreding : 30-07-1993> <W 1998-12-18/39, art. 2, 1, Inwerkingtreding : 03-05-1994> <W 2012-07-19/33, art. 28, 2, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  [ 5.] <W 1998-12-18/39, art. 2, 1, Inwerkingtreding : 03-05-1994> [Op de kantonhoofdbureaus, de stemopnemingsbureaus en de stembureaus is artikel 95, 2 tot 12, van het Kieswetboek van toepassing.
  Voor deze toepassing echter moeten:
  1 [1 3 gelezen worden als volgt :
   "De voorzitter van het kantonhoofdbureau, aangewezen minstens 33 dagen vr die van de verkiezing door de voorzitter van het provinciehoofdbureau waarvan het kanton afhangt, na advies van de voorzitter van de vrederechters van het gerechtelijk arrondissement, is voornamelijk belast met het toezicht op de kiesverrichtingen in het ganse kieskanton. Hij/zij verwittigt de voorzitter van het collegehoofdbureau onmiddellijk van elke omstandigheid die zijn/haar controle vereist. Hij/zij centraliseert op het niveau van het kanton de resultaten van de stemopneming per gemeente die deel uitmaakt van het kanton.]1
  2 in 12 de woorden in het geval bedoeld in artikel 105, of zodra de datum van de stemming is vastgesteld in het geval bedoeld in artikel 106 geschrapt worden.] <W 1994-04-11/62, art. 4, Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  ----------
  (1)<W 2018-04-19/25, art. 49, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 12bis. <Ingevoegd bij W 2009-04-14/02, art. 4, Inwerkingtreding : 15-04-2009> De voorzitters van de hoofdbureaus bedoeld in artikel 12 van deze wet en in artikel 93 van het Kieswetboek delen, uiterlijk op de datum vastgesteld in artikel 3 van onderhavige wet voor het opmaken van de kiezerslijst, via digitale weg hun gegevens mee aan de Minister van Binnenlandse Zaken.

  Art. 13.
  <Opgeheven bij W 2016-11-17/12, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 14.
  <Opgeheven bij W 2016-11-17/12, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 15. [De bepalingen van de artikelen [100 tot 104] van het Kieswetboek zijn van toepassing op de kiesbureaus die worden ingesteld krachtens artikel 12 van deze wet, onder voorbehoud van de volgende wijzigingen:] <KB 1994-04-11/60, art. 5, 1, Inwerkingtreding : 03-05-1994> <W 2009-04-14/02, art. 5, Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  1 in artikel 100, moet men in plaats van de woorden uit de kiezers van [de kieskring] de woorden uit de kiezers van de provincie waarin het bureau gevestigd is, wat de college- en provinciehoofdbureaus betreft, uit de kiezers van het kanton wat betreft de kantonhoofdbureaus en de stemopnemingsbureaus en uit de kiezers van de gemeente wat de stembureaus betreft lezen; <KB 1994-04-11/60, art. 5, 2, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  2 [in artikel 104, eerste lid, worden de woorden hoofdbureaus van een kieskring vervangen door het woord provinciehoofdbureaus.] <KB 1994-04-11/60, art. 5, 3, Inwerkingtreding : 03-05-1994>

  Hoofdstuk III. Oproeping van de kiezers

  Art. 16.De bepalingen van artikel 107 [...] en 107bis van het Kieswetboek zijn van toepassing op de oproeping [1 van de Belgische kiezers bedoeld in artikel 1, 1, ingeschreven in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, alsook de kiezers bedoeld in artikel 1, 2, eerste lid, 2]1]. <W 1994-04-11/62, art.6, Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  [Voor de toepassing van artikel 107 dient echter de verwijzing naar artikel 10, bevat in het vijfde lid, vervangen te worden door een verwijzing naar artikel 3 van deze wet.] <KB 1994-04-11/60, art. 6, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 31, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 17.
  <Opgeheven bij W 2016-11-17/12, art. 32, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Titel III.

  Hoofdstuk I. Handhaving van de orde

  Art. 18. 1. De bepalingen van de artikelen 108 en 114 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing van het Europese Parlement. Evenwel moet men in artikel 108, tweede lid, in plaats van de woorden dan op grond van artikel 147bis de woorden dan op grond van artikel 30 van deze wet, lezen.
   2. De bepalingen inzake handhaving van de orde bedoeld in de artikelen 109 tot 113 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de stembureaus ingesteld met toepassing van artikel 12, 1, van deze wet.
  Nochtans, moet men lezen:
  1 in artikel 112, in plaats van de zin Dit voorschrift geldt eveneens voor de onderrichtingen (model I) en voor de tekst van titel V en van de artikelen 110 en 111 de zin Dit voorschrift geldt eveneens voor de bij deze wet gevoegde onderrichtingen (model la), voor de tekst van titel V en voor de artikelen 110 en 111 van het Kieswetboek;
  2 in artikel 113, in plaats van de woorden van dit Wetboek de woorden van het Kieswetboek en van deze wet.

  Hoofdstuk II. Kandidaatstelling en stembiljetten

  Art. 19. De voordrachten van kandidaten worden aan de voorzitter van het collegehoofdbureau ter hand gesteld op vrijdag achtenvijftigste dag tussen 14 en 16 uur, of op zaterdag zevenenvijftigste dag tussen 9 en 12 uur vr de verkiezing.
  Ten minste eenenzestig dagen vr de verkiezing, maakt de voorzitter van genoemd bureau, onder vermelding van de hierboven bepaalde dagen en uren, bekend op welke plaats hij de voordrachten van kandidaten in ontvangst zal nemen.
  Ten minste vijftien dagen vr de verkiezing maakt de voorzitter van het kantonhoofdbureau bekend op welke plaats hij de dinsdag, vijfde dag vr de verkiezing, tussen 14 en 16 uur, de aanwijzingen van de getuigen voor de stemopnemings- en stembureaus in ontvangst zal nemen.

  Art. 20. [Elke politieke formatie die door minstens n parlementslid vertegenwoordigd is in een van de parlementaire assemblees, ongeacht of zulks op Europees, federaal, gemeenschaps- dan wel gewestelijk niveau is, kan een akte indienen tot bescherming van het letterwoord of logo dat zij voornemens is in de voordrachtsakte te vermelden overeenkomstig artikel 21, 2.] [Het letterwoord of logo, waarbij dit laatste de grafische voorstelling is van de naam van de lijst, bestaat uit ten hoogste 5[achttien karakters]]. <W 2004-03-05/36, art. 3, A, Inwerkingtreding : 05-04-2004> <W 2004-04-25/43, art. 3, Inwerkingtreding : 17-05-2004> <W 2007-04-21/50, art. 2, Inwerkingtreding : 14-05-2007> <W 2003-02-19/41, art. 2, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  [De akte van neerlegging van het letterwoord of logo moet worden ondertekend door ten minste n parlementslid bedoeld in het eerste lid, en behorend tot de politieke formatie die dat letterwoord of logo zal gebruiken. Elke ondertekenaar mag slechts n akte van neerlegging ondertekenen.] <W 2004-03-05/36, art. 3, B), Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  De akte van neerlegging wordt de vijfenzestigste dag vr de verkiezing, tussen 10 en 12 uur, aan de Minister van Binnenlandse Zaken of diens gemachtigde overhandigd door een parlementslid ondertekenaar. Zij vermeldt het [letterwoord of logo] dat zal worden gebruikt door de kandidaten van de politieke formatie, alsook de naam, de voornamen en het adres van de persoon en diens plaatsvervanger, welke door de formatie zijn aangewezen om in het collegehoofdbureau te attesteren dat een kandidatenlijst door haar erkend wordt. <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De vijfenzestigste dag vr de verkiezing, om 12 uur, houdt de Minister een loting ter aanwijzing van de volgnummers die zullen worden toegekend aan de kandidatenlijsten die een beschermd [letterwoord of logo] zullen dragen. <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De tabel van de beschermde [letterwoorden of logo's] en hun volgnummer wordt binnen vier dagen na de loting in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De Minister van Binnenlandse Zaken stelt de voorzitters van de collegehoofdbureaus in kennis van de verschillende beschermde [letterwoorden of logo's] en hun volgnummers alsmede van de naam, de voornamen en het adres van de door de politieke formaties aangewezen personen en hun plaatsvervangers die alleen gemachtigd zijn de kandidatenlijsten voor echt te erkennen. <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte tabel van de beschermde [letterwoorden of logo's] beschermt zowel de benaming of benamingen die in de [letterwoorden of logo's] zijn afgekort als die waaronder de politieke formaties vertegenwoordigd zijn [in n van de in het eerste lid bedoelde parlementaire assemblees]. Die benamingen worden eveneens in die tabel vermeld en op dezelfde wijze als de beschermde [letterwoorden of logo's] bekendgemaakt. <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  De voordrachten van kandiaten die een ingediend [letterwoord of logo] vorderen, moeten vergezeld zijn van het attest van de door de politieke formatie gemachtigde persoon of van zijn plaatsvervanger; wordt zodanig attest niet voorgelegd dan weigert de voorzitter van het hoofdbureau ambtshalve het gebruik van het beschermde [letterwoord of logo] door een niet erkende lijst. <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2004-03-05/36, art. 3, C), Inwerkingtreding : 05-04-2004>

  Art. 21. 1. [De voordracht van kandidaten moet worden ondertekend:
   hetzij door ten minste vijf Belgische parlementsleden die [2 in de Kamer van volksvertegenwoordigers of in de Senaat]2 tot de taalgroep behoren die overeenstemt met de taal vermeld in de in 2, zesde lid, van dit artikel bedoelde taalverklaring van de kandidaten;
   hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Vlaamse kieskring of van de [kieskring Brussel-Hoofdstad] wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Nederlands kiescollege, hetzij door ten minste vijfduizend kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Waalse kieskring of van de [kieskring Brussel-Hoofdstad] wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Frans kiescollege, hetzij door ten minste tweehonderd kiezers die zijn ingeschreven in de kiezerslijst van een gemeente van de Duitstalige kieskring wat betreft de voordrachten neergelegd bij het collegehoofdbureau van het Duitstalig kiescollege. <W 2012-07-19/33, art. 29, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  [1 Voor de toepassing van deze bepaling, wanneer de voordrachtsakte wordt ondertekend door een Belgische kiezer die in het buitenland verblijft, is de gemeente bedoeld in het eerste lid de gemeente van aanhechting zoals bepaald met toepassing van artikel 5, 2.]1
   2. De voordracht van kandidaten wordt aan de voorzitter van het collegehoofdbureau tegen ontvangstbewijs overhandigd door ten minste n van de drie ondertekenaars aangewezen door de kandidaten of door een van de twee kandidaten aangewezen door de parlementsleden die de kandidaten voordragen. [2 De Koning bepaalt de elektronische middelen die gebruikt mogen worden om de voordracht van kandidaten en de akten van bewilliging aan de voorzitter van het collegehoofdbureau te bezorgen. Hetzelfde geldt voor de ontvangstmelding afgegeven door de voorzitter van het collegehoofdbureau.]2
  [De voordrachtsakte vermeldt, wat de kandidaten betreft, de naam en de voornamen zoals vermeld in het Rijksregister van de natuurlijke personen, desgevallend de voornaam bevestigd door een akte van bekendheid die werd opgesteld door een vrederechter of een notaris, waaronder de kandidaten zich willen voorstellen, de geboortedatum, het geslacht, het beroep [2 , de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen]2. Desgevallend worden dezelfde vermeldingen aangebracht op de voordrachtsakte wat de kiezers die voordracht doen, betreft. De identiteit van een kandidaat/kandidate die gehuwd of weduw(e)(naar) is, mag voorafgegaan of gevolgd worden door de naam van zijn/haar echtgenoot of overleden echtgenoot.] <W 2013-12-21/22, art. 61, Inwerkingtreding : 10-01-2014>
  [De voordracht kan het letterwoord of het logo vermelden als bedoeld in artikel 20, dat bovenaan de lijst van de kandidaten op het stembiljet wordt opgenomen.] Eenzelfde [letterwoord of logo] kan worden gesteld, hetzij in een enkele nationale taal, hetzij vertaald in een andere nationale taal, hetzij in een nationale taal samen met de vertaling in een andere nationale taal. Aan het aldus samengestelde [letterwoord of logo] kan een bijkomend element worden toegevoegd dat uit ten hoogste [achttien karakters] bestaat en de Europese politieke groep aanduidt waartoe de formatie beweert te behoren; het geheel vormt n enkel [letterwoord of logo]. Wanneer van die mogelijkheid gebruik gemaakt wordt, mag het [letterwoord of logo] dat op het stembiljet boven de kandidatenlijst moet staan, ofwel op n lijn gezet worden, waarbij de twee elementen door een streepje gescheiden zijn, ofwel op twee lijnen, namelijk het eerste element op n lijn en het bijkomende element op de tweede, waarbij de twee lijnen door een horizontale streep gescheiden zijn. Samen met het [letterwoord of logo] moeten worden vermeld de benaming of benamingen die er in zijn afgekort. <W 2003-02-19/41, art. 3, Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2007-04-21/50, art. 3, Inwerkingtreding : 14-05-2007>
  [De vermelding van een [letterwoord of logo], in voorkomend geval met inbegrip van het bijkomend element bedoeld in het derde lid, waarvan gebruik is gemaakt door een politieke formatie [die door ten minste n parlementslid vertegenwoordigd is in een van de parlementaire assemblees, ongeacht of zulks op Europees, federaal, gemeenschapsof gewestelijk niveau is] en waaraan bij een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van het Europees Parlement, van de Wetgevende Kamers of van de [Gemeenschaps- of Gewestparlementen] bescherming werd verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die formatie, door de Minister van Binnenlandse Zaken worden verboden.] [2 Dat verzoek wordt bij deze laatste ingediend minstens zevenentachtig dagen vr de verkiezing.]2 De lijst van de [letterwoorden of logo's] waarvan het gebruik verboden is, wordt de achtenzestigste dag vr de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt. <W 1993-07-16/31, art. 205, 2, Inwerkingtreding : 30-07-1993> <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003> <W 2014-01-07/11, art. 7, 2, Inwerkingtreding : 16-02-2014> <W 2006-03-27/35, art. 15, Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  [Van zodra een voordracht van kandidaten met de vermelding van een bepaald [letterwoord of logo] is neergelegd, weigert de voorzitter van het collegehoofdbureau het gebruik van hetzelfde letterwoord door elke andere voordracht van kandidaten.] <W 1998-12-18/39, art. 4, Inwerkingtreding : 03-05-1994> <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  [De hoedanigheid van kiezer van de kiezers die de voordracht doen, wordt erkend door de gemeente waar zij ingeschreven zijn door het aanbrengen van het gemeentezegel op de voordrachtsakte [2 , behalve wanneer gebruik gemaakt wordt van elektronische middelen zoals gedefinieerd in het eerste lid]2.] [1 Wat de Belgische kiezers die in het buitenland verblijven betreft, wordt de hoedanigheid van kiezer elektronisch erkend door de consulaire post waar zij zijn ingeschreven.]1 <W 2009-04-14/02, art. 6, Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  De akte van bewilliging van de kandidaatstelling bestaat in een ondertekende schriftelijke verklaring, die aan de voorzitter van het collegehoofdbureau wordt overhandigd binnen de tijd bepaald voor het indienen van de voordrachten van kandidaten. [In dezelfde verklaring moeten de kandidaten die worden voorgedragen om te worden verkozen door het Nederlandse, het Franse of het Duitstalige kiescollege bevestigen dat zij respectievelijk Nederlandstalig, Franstalig of Duitstalig zijn.] <W 1993-07-16/31, art. 205 3, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  [Voor de Belgische kandidaten die op het grondgebied van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap verblijf houden, omvat de akte van bewilliging voor ieder van hen een schriftelijke en ondertekende verklaring waarin bevestigd wordt dat hij niet in een andere Lid-Staat kandidaat is]. <W 1994-04-11/62, art. 10, 1 Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  [Voor de kandidaten die onderdanen zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie, omvat de akte van bewilliging voor ieder van hen een schriftelijke en ondertekende verklaring:
  1 die zijn nationaliteit, geboortedatum en -plaats, laatste adres in de lidstaat van herkomst en het adres van zijn hoofdverblijfplaats in Belgi vermeldt;
  2 waarin bevestigd wordt dat hij tegelijkertijd niet in een andere lidstaat kandidaat is;
  3 die eveneens te kennen geeft dat zijn recht op kandidaatstelling hem in de lidstaat van herkomst niet is ontnomen ingevolge een individuele rechterlijke beslissing of een administratieve beslissing voor zover deze beslissing het voorwerp kan uitmaken van een gerechtelijk beroep.] <W 2014-01-07/11, art. 7, Inwerkingtreding : 16-02-2014>
  Wanneer de voordrachtsakte aan de voorzitter van het collegehoofdbureau is overhandigd, kan de bewilligende kandidaat zijn kandidatuurstelling niet meer op geldige wijze intrekken tenzij met de instemming van de ondertekenaars van de akte en van al zijn medekandidaten.
  De bewilligende kandidaten wier namen voorkomen op een zelfde voordrachtsakte, worden geacht een enkele lijst te vormen.
  In hun akte van bewilliging wijzen de kandidaten uit de kiezers die hun voordrachtsakte hebben ondertekend, drie personen aan, die zij machtigen om deze akte in te dienen. In dezelfde akte erkennen zij de twee kandidaten die door de in artikel 21, 1, bedoelde parlementsleden zijn aangewezen om de voordrachtsakte in te dienen.
  Op een zelfde lijst mogen niet meer kandidaten voorkomen dan er leden te kiezen zijn.
   3. De kandidaten kunnen in hun akte van bewilliging een getuige en een plaatsvervangende getuige voor het collegehoofdbureau, voor elk van de provinciehoofdbureaus en van de kantonhoofdbureaus aanwijzen om de vergaderingen en verrichtingen van die bureaus bij te wonen. [2 Elk kieshoofdbureau zorgt ervoor om voor deze verrichtingen, evenals bij verrichtingen uitgevoerd om de in artikel 36/1 bedoelde werkingsstoringen te identificeren en op te lossen de aangewezen getuigen zo snel mogelijk op te roepen via de meest gepaste middelen.]2
   4. De voordracht van de kandidaten wijst de volgorde aan waarin zij worden voorgedragen.
   5. Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan n lijst.
  [Niemand mag, binnen dezelfde lijst, tegelijk als kandidaat-titularis en als kandidaat-opvolger worden voorgedragen.
  Niemand mag zich kandidaat stellen voor de verkiezingen van het Parlement als hij tegelijk kandidaat is voor de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Vlaams Parlement of het Europese Parlement, wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden.] <W 2012-07-19/29, art. 6, 1, Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  Niemand kan een akte tot bescherming van een letterwoord of logo ondertekenen en tegelijk kandidaat zijn op een lijst die een ander beschermd letterwoord gebruikt.
  De bewilligende kandidaat die een van de verbodsbepalingen van de [vier] vorige leden overtreedt, is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van het Kieswetboek. Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt. Om die schrapping te verzekeren doet de voorzitter van het collegehoofdbureau, onmiddellijk na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de kandidatenlijsten, langs de snelste weg een uittreksel uit alle ingediende lijsten toekomen aan de Minister van Binnenlandse Zaken. Dit uittreksel moet de naam, voornamen, de geboortedatum van de kandidaten en het letterwoord of logo van de lijst bepaald bij artikel 21, 2, derde lid, bevatten. <W 2012-07-19/29, art. 6, 2, Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  In voorkomend geval geeft de Minister van Binnenlandse Zaken uiterlijk de tweenvijftigste dag vr de stemming, te 16 uur, aan de voorzitter van het collegehoofdbureau kennis van de gevallen van kandidaatstelling die een overtreding vormen van de bepalingen van dit artikel.
   6. Een kiezer mag niet meer dan n voordrachtsakte ondertekenen.
  De kiezer die dit verbod overtreedt is strafbaar met de straffen bepaald bij artikel 202 van het Kieswetboek.
   7. [Zodra een voordracht van kandidaten, waartussen zich een of meerdere kandida(a)t(en) die onderdaan is/zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie bevindt/bevinden, wordt overhandigd aan de voorzitter van een collegehoofdbureau, stuurt deze onverwijld aan de minister van Binnenlandse Zaken, de lijst van de kandidaten en de schriftelijke verklaringen bedoeld in 2, negende lid.
  De minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde deelt de in 2, negende lid, bedoelde schriftelijke verklaring mee aan de bevoegde overheden van de betrokken lidstaat van herkomst opdat deze hem ervan op de hoogte brengen of de betrokken persoon zijn recht op kandidaatstelling in deze Staat niet verloren is.
  Zodra de minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde deze informatie heeft ontvangen, stuurt hij deze door naar de voorzitter van het betrokken collegehoofdbureau en naar de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers.] <W 2014-01-07/11, art. 7, 4, Inwerkingtreding : 16-02-2014>
  [ 8. [...]] <W 1998-06-25/48, art.8, Inwerkingtreding : 01-01-1999> <W 2004-04-25/43, art. 16, Inwerkingtreding : 17-05-2004>
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 33, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2018-04-19/25, art. 50, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 21bis.<W 2003-03-11/41, art. 3, Inwerkingtreding : 27-04-2003> Op elk van de lijsten mag noch het verschil tussen het aantal kandidaat-titularissen van elk geslacht, noch het verschil tussen het aantal kandidaat-opvolgers van elk geslacht, groter zijn dan n. [1 Bovendien mag het verschil tussen alle kandidaten van elk geslacht binnen nzelfde lijst niet groter zijn dan n.]1
  Noch de eerste twee kandidaat-titularissen, noch de eerste twee kandidaatopvolgers van elke van de lijsten mogen van hetzelfde geslacht zijn.
  ----------
  (1)<W 2018-04-19/25, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 22.[De bepalingen van de artikelen [117, eerste tot vierde lid], 119, 119bis, 119ter, 119quater tot 125quater en 126 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing van het Europese Parlement.] <KB 1994-04-11/60, art. 9, 1, Inwerkingtreding : 03-05-1994> <W 2003-03-11/41, art. 4, Inwerkingtreding : 27-04-2003>
  Nochtans:
  1 [a) in de artikelen 119, 119bis tot 119 sexies, 120 tot 125, 125ter en 126 dienen de woorden hoofdbureau van de kieskring te worden gelezen als collegehoofdbureau;
  b) in artikel 125bis dienen de woorden hoofdbureaus van de kieskring te worden gelezen als hoofdbureaus]; <W 2014-01-06/63, art. 27, 1, Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  2 [worden in artikel 117, eerste lid, de woorden voor de mandaten van volksvertegenwoordiger [...] vervangen door de woorden voor het mandaat van lid van het Europees Parlement;] <W 2000-06-26/35, art. 13, 2, Inwerkingtreding : 24-07-2000> <W 2014-01-06/63, art. 27, 2, Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  3 [1 moet artikel 119, derde lid, als volgt gelezen worden :
   "Het kan ook nog uitgeoefend worden de vijfenvijftigste dag vr de stemming, van 13 tot 16 uur.";]1
  4 moet artikel 119bis als volgt gelezen worden:
  Aan de verkiesbaarheidsvereiste vermeld in [artikel 41, eerste lid, 3], moet uiterlijk op het ogenblik van de indiening van de voordrachtsakten voldaan zijn. <W 2004-04-25/43, art. 4, Inwerkingtreding : 17-05-2004>
  Het collegehoofdbureau wijst ambtshalve de kandidaten af, die op de datum van de verkiezing de volle leeftijd van eenentwintig jaar nog niet bereikt zullen hebben of nog van het verkiesbaarheidsrecht uitgesloten of in de uitoefening ervan geschorst zullen zijn.
  [Het wijst eveneens af:
  1 [de Belgische kandidaten die op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie verblijven en die bij hun akte van bewilliging niet de verklaring bedoeld in artikel 21, 2, achtste lid, gevoegd hebben], of die blijkens een document uitgaande van de Lid-Staat waar zij verblijf houden, in die Staat als kandidaat zijn ingeschreven; <W 2014-01-07/11, art. 8, 1, Inwerkingtreding : 16-02-2014>
  2 [de kandidaten die onderdanen zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie die, op basis van de informatie die meegedeeld werd door de lidstaat van herkomst overeenkomstig artikel 21, 7, tweede lid, hun recht op kandidaatstelling in die Staat hebben verloren;] ] <W 1994-04-11/62, art. 11, Inwerkingtreding : 26-04-1994> <W 2014-01-07/11, art. 8, 2, Inwerkingtreding : 16-02-2014{GT
  [4bis in artikel 119quater moeten in plaats van de woorden 116, 4, vijfde lid, tweede volzin de woorden 21, 2, zesde lid, tweede volzin, van deze wet, gelezen worden ;] <KB 1994-04-11/60, art. 9, 3, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  [4bis de verwijzing naar artikel 117bis in artikel 119quinquies wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 21 bis van deze wet;] <W 1994-05-24/37, art. 11, 1, Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  5 a) [1 moet artikel 121, eerste lid, als volgt gelezen worden :
   "Zij die de aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, n van de erop voorkomende kandidaten kunnen de vierenvijftigste dag vr de stemming, tussen 13 en 15 uur, op de plaats aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het collegehoofdbureau tegen ontvangstbewijs een met redenen omkleed bezwaarschrift tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen indienen.";]1
  b) wordt hetzelfde artikel met de volgende leden aangevuld:
  De kandidaten kunnen bij het collegehoofdbureau bezwaar indienen tegen de taalverklaring voorgeschreven bij artikel 21, 2, zesde lid, en afgelegd door een kandidaat die door kiezers is voorgedragen.
  Het bezwaarschrift moet worden ingediend zoals is bepaald in het eerste lid van dit artikel.
  Op zulk bezwaarschrift zijn de bepalingen van de artikelen 122, 123, eerste lid, 124 en 125, eerste en tweede lid, van het Kieswetboek van toepassing.
  Tegen de beslissing door het collegehoofdbureau getroffen in verband met een dergelijk bezwaarschrift kan beroep worden ingediend bij de Raad van State, waar de Nederlandse of de Franse kamer, al naar gelang van het geval, ten laatste de drienveertigste dag vr de verkiezing een beslissing moet nemen. De Koning bepaalt de door de Raad van State te volgen rechtspleging.
  De beslissing van de Raad van State moet onmiddellijk aan de voorzitter van het betrokken collegehoofdbureau worden medegedeeld.;
  6 [1 moet artikel 123, eerste lid, als volgt gelezen worden :
   "Zij die de aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, n van de erop voorkomende kandidaten kunnen de tweenvijftigste dag vr de stemming, tussen 14 en 16 uur, op de plaats aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het collegehoofdbureau tegen ontvangstbewijs een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na de afsluiting ingeroepen zijn. Indien de desbetreffende onregelmatigheid de onverkiesbaarheid van een kandidaat betreft, kan een memorie worden ingediend onder dezelfde voorwaarden.";]1
  [6bis de verwijzing naar artikel 117bis die voorkomt in artikel 123, derde lid, 6, wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 21bis van deze wet;]4 <W 1994-05-24/37, art. 11, 2, Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  [6ter in artikel 123, derde lid, 7, moeten in plaats van de woorden bedoeld in artikel 116, 4, tweede lid, , de woorden bedoeld in artikel 20, eerste lid, van deze wet gelezen worden;] <W 2003-02-19/41, art. 4, 2, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
   7 in artikel 124, moet men lezen:
   in het eerste lid [1 in plaats van de woorden "de tweenvijftigste dag vr de stemming, te 16 uur, in de in artikel 105 bedoelde gevallen, of de vierentwintigste dag vr de stemming, te 16 uur, in de in artikel 106 bedoelde gevallen" de woorden "de tweenvijftigste dag vr de stemming"]1; <W 2014-01-06/63, art. 27, 6, Inwerkingtreding : 25-05-2014>
   in het derde lid in plaats van de woorden krachtens artikel 116, de woorden krachtens artikel 21, 3;
  8 [moet artikel 125, derde en vierde lid, als volgt worden gelezen:] <KB 1994-04-11/60, art. 9, 4, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  In geval van beroep in verband met de verkiesbaarheidsvereisten vermeld in 8[artikel 41, eerste lid, 1 en 2], wordt de eenenveertigste dag vr de verkiezing, te 10 uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is, de zaak zonder dagvaarding of oproeping voor de eerste kamer van het Hof van beroep van Antwerpen of van Luik gebracht, naargelang het kandidaten betreft die voorgedragen zijn voor het Nederlandse of het Franse kiescollege [of voor de vijfde kamer van het Hof van beroep van Luik als het kandidaten betreft die voorgedragen zijn voor het Duitstalige kiescollege]. <W 2004-04-25/43, art. 14, b), Inwerkingtreding : 17-05-2004> <W 1993-07-16/31, art. 206, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  [Tegen andere beslissingen van het collegehoofdbureau dan die welke de verkiesbaarheid van de kandidaten betreffen, kan geen beroep worden ingesteld.] <KB 1994-04-11/60, art. 9, 4, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  9 moet artikel 125bis, eerste lid, als volgt gelezen worden:
  De eenenvijftigste dag vr de verkiezing, houdt de voorzitter van het Hof van beroep zich, tussen 11 en 13 uur, in zijn kabinet ter beschikking van de voorzitter van het collegehoofdbureau om er uit zijn handen te ontvangen een uitgifte van de processen-verbaal houdende verklaringen van beroep, alsmede alle stukken betreffende de geschillen waarvan het collegehoofdbureau kennis heeft gehad.
  Bijgestaan door zijn griffier, maakt hij van deze overhandiging akte op.;
  10[1 moet artikel 125ter, eerste lid, als volgt gelezen worden :
   "De voorzitter van het Hof van beroep brengt de zaak op de rol van een terechtzitting van de eerste kamer van dit Hof, die moet plaatshebben op de nenveertigste dag vr de verkiezing, om 10 uur 's morgens, zelfs als die dag een feestdag is.";]1
  11 moet artikel 126, vierde lid, als volgt gelezen worden:
  Het proces-verbaal van de verkiezing, staande de vergadering opgemaakt en door de leden van het bureau ondertekend, wordt onmiddellijk aan het Europese Parlement gezonden. Een afschrift van het proces-verbaal wordt naar de Minister van Binnenlandse Zaken gestuurd. Uittreksels uit het proces-verbaal worden onmiddellijk aan de gekozenen gezonden.
  ----------
  (1)<W 2018-04-19/25, art. 52, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 23.[Als het aantal kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers hoger is dan het aantal te begeven mandaten], maakt het collegehoofdbureau onmiddellijk het stembiljet op overeenkomstig het bij deze wet gevoegde model II a, [II b of II c]. <W 1993-07-16/31, art. 207, 1, Inwerkingtreding : 30-07-1993> <W 2003-03-11/41, art. 5, Inwerkingtreding : 27-04-2003>
  De kandidatenlijsten worden onverwijld aangeplakt in alle gemeenten van respectievelijk de Vlaamse en de Waalse kieskring.
  [Een afschrift van de kandidatenlijsten wordt onmiddellijk gezonden aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel- Hoofdstad en aan de voorzitter van het hoofdbureau van het kieskanton Sint-Genesius-Rode die deze lijsten onmiddellijk doen aanplakken respectievelijk in de gemeenten van de kieskring Brussel-Hoofdstad en in de gemeenten van het kieskanton Sint-Genesius-Rode.] <W 2012-07-19/33, art. 30, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  Het aanplakbiljet vermeldt met vette letters, in zwarte inkt, [de namen en voornamen waaronder de kandidaten zich voorstellen, in de vorm van het stembiljet zoals in artikel 24 wordt bepaald [1 ...]1. De bij deze wet gevoegde onderrichtingen model I a, worden daarop ook overgenomen. <W 2013-12-21/22, art. 63, Inwerkingtreding : 10-01-2014>
  Vanaf de vijftigste dag vr de stemming deelt de voorzitter van het collegehoofdbureau de officile kandidatenlijst mee aan de kandidaten en aan de kiezers die hen hebben voorgedragen, indien zij het vragen.
  ----------
  (1)<W 2018-04-19/25, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 24. 1.[Een afschrift van het door het Nederlandse of Franse collegehoofdbureau opgemaakte modelstembiljet wordt onverwijld gezonden aan de voorzitter van het hoofdbureau van de [kieskring Brussel-Hoofdstad]5 en aan de voorzitter van het hoofdbureau van elke provincie die, naargelang van het geval, tot de Vlaamse of Waalse kieskring behoort.] <W 1993-07-16/31, art. 208, Inwerkingtreding : 30-07-1993> <W 2012-07-19/33, art. 31, 1, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
   2. [De bepalingen van artikel 128 van het Kieswetboek, met uitzondering van 3, zijn van toepassing op de verkiezing van het Europese Parlement.
  Voor deze toepassing echter:
  1 moeten in 1 in plaats van de woorden artikel 116, 4, tweede lid de woorden artikel 21, 2, derde lid, van deze wet gelezen worden;
  2 [moet 2 vervangen worden door de volgende bepaling:
  Het collegehoofdbureau stelt het stembiljet voor de verkiezing van het Europees Parlement vast. Het houdt daartoe rekening met de volgorde van de nummers die werden toegekend bij de loting vermeld in artikel 20, vierde lid, van deze wet.
  Vervolgens gaat het bureau over tot een aanvullende loting teneinde een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat ogenblik nog geen hebben, beginnend met de volledige lijsten.
  De in het vorige lid bedoelde loting gebeurt in het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege tussen de onpare nummers en in het hoofdbureau van het Franse kiescollege tussen de pare nummers, die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat is toebedeeld door de loting bedoeld in artikel 20, vierde lid.
  De voorzitters van het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege en van het Franse kiescollege delen zonder verwijl, per telefax of per drager, de uitslag mee van hun loting, overeenkomstig de vorige bepaling, aan de voorzitter van het Duitstalige kiescollege. Deze laatste gaat over tot een nummering van de kandidatenlijsten, die zijn neergelegd bij zijn college maar geen volgnummer hebben bekomen dat is toebedeeld bij de loting bedoeld in artikel 20, vierde lid, door een aanvullende loting tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat is toegekend, in toepassing van het derde lid, door de voorzitters van de hoofdbureaus van de Nederlandse en Franse kiescolleges.
  De voorzitters van de hoofdbureaus van de Nederlandse en Franse kiescolleges delen ook zonder verwijl, per telefax of per drager, de uitslag van hun loting mee aan de voorzitters van de provinciehoofdbureaus in hun ambtsgebied, alsmede aan de voorzitter van het hoofdbureau van de [kieskring Brussel-Hoofdstad]. <W 2012-07-19/33, art. 31, 1, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  [1 Bovendien bezorgen de voorzitters van elk van de drie collegehoofdbureaus de uitslag van de aanvullende loting, waartoe zij zijn overgegaan krachtens de voorgaande bepalingen, onmiddellijk aan de minister van Binnenlandse Zaken.]1 In de tabel die de genoemde uitslag weergeeft, worden ook de [letterwoorden of logo's] met hun betekenis opgenomen die overeenstemmen met de nummers toebedeeld door deze aanvullende loting.] ] <W 1998-12-18/39, art. 5, Inwerkingtreding : 03-05-1994> <W 2003-02-19/41, art. 5, Inwerkingtreding : 31-03-2003>
  [1 3 moeten de woorden "De voorzitter van het kieskringhoofdbureau" in 6 vervangen worden door de woorden "De voorzitter van het collegehoofdbureau".]1
   3. De voorzitter van het hoofdbureau van de [kieskring Brussel-Hoofdstad] doet op de stembiljetten bestemd voor [deze kieskring], de lijsten vermelden van de kandidaten, die zowel in het Nederlandse als in het Franse collegehoofdbureau zijn voorgedragen. <W 2012-07-19/33, art. 31, 1, Inwerkingtreding : 22-08-2012> <W 1993-07-16/31, art. 208, 2, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  Daartoe wordt het stembiljet opgemaakt overeenkomstig het bij deze wet gevoegde [model II d]. <W 1993-07-16/31, art. 208, 3, Inwerkingtreding : 30-07-1993{GT
  In elke helft van het stembiljet worden de kandidatenlijsten gerangschikt zoals in 2 wordt bepaald.
  [ 4. De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Hoofdstad stuurt onmiddellijk, voor het drukken ervan, een afschrift van het stembiljet naar de voorzitter van het provinciehoofdbureau van de provincie Vlaams-Brabant.
  Deze laatste doet op de stembiljetten die bestemd zijn voor het kieskanton Sint-Genesius-Rode de kandidatenlijsten van het Nederlandse kiescollege en de kandidatenlijsten van het Franse kiescollege vermelden.
  Hiertoe wordt het stembiljet overeenkomstig het bij deze wet gevoegde model IIe opgesteld.] <W 2012-07-19/33, art. 31, 2, Inwerkingtreding : 22-08-2012{GT
  ----------
  (1)<W 2018-04-19/25, art. 54, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 25. In geval van beroep verdaagt het collegehoofdbureau de verrichtingen bepaald in artikelen 23 en 24 en in artikel 126 eerste, tweede en derde lid van het Kieswetboek. Het vergadert de eenenveertigste dag vr de verkiezing, te 18 uur, om tot die verrichtingen te kunnen overgaan, zodra het in kennis is gesteld van de in verband met het beroep genomen beslissingen.
  In dit geval geschiedt de in artikel 23, vijfde lid, bepaalde mededeling van de lijsten vanaf de veertigste dag vr de stemming.

  Art. 26. 1. [De voorzitter van het hoofdbureau van elke provincie, de voorzitter van het hoofdbureau van de [kieskring Brussel-Hoofdstad] en de voorzitter van het Duitstalige kiescollege laten] de stembiljetten met zwarte inkt op stempapier drukken. <W 1993-07-16/31, art. 209, 1, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  Vijf dagen vr de stemming [zenden de voorzitter van elk provinciehoofdbureau, de voorzitter van het hoofdbureau van de [kieskring Brussel-Hoofdstad] en die van het Duitstalige kiescollege] de voor de verkiezing nodige stembiljetten in verzegelde omslag aan de voorzitter van elk kantonhoofdbureau. Deze doet daags vr de stemming tegen ontvangstbewijs, aan de voorzitter van elk stembureau het voor zijn bureau bestemd aantal stembiljetten overhandigen. Op de omslag wordt het adres vermeld alsook het aantal stembiljetten dat hij bevat. <W 1993-07-16/31, art. 209, 2, Inwerkingtreding : 30-07-1993> <W 2012-07-19/33, art. 32, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  De omslag mag niet worden ontzegeld en geopend dan in aanwezigheid van het regelmatig samengestelde stembureau. De stembiljetten worden onmiddellijk nageteld en de uitslag ervan wordt in het proces-verbaal opgetekend.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau zendt terzelfdertijd aan de voorzitter van elk stemopnemingsbureau het formulier dat hij heeft laten opmaken en dat de voorzitters van de stemopnemingsbureaus na de stemopneming moeten invullen.
   2. [1 ...]1.
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 34, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 27.<W 1993-07-16/31, art. 210, Inwerkingtreding : 30-07-1993> De Staat levert het stempapier. [De stembiljetten worden gedrukt op papier waarvan de Koning de kleur en de afmetingen bepaalt.] <W 2014-01-06/63, art. 28, Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  De in artikel 130, eerste lid, 2 tot 4, van het Kieswetboek bedoelde uitgaven zijn ten laste van de Staat. Wanneer de verkiezing van het Europees Parlement evenwel samenvalt met die voor de [Gemeenschaps- of Gewestparlementen], zijn deze uitgaven voor de helft ten late van de Staat. <W 2006-03-27/35, art. 16, Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  Ten laste van de gemeente zijn de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden die zij leveren volgens de door de Koning goedgekeurde modellen.
  Onverminderd artikel 4 van [2 de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot]2 vervollediging van de federale Staatsstructuur en tot aanvulling van de kieswetgeving met betrekking tot de Gewesten en Gemeenschappen zijn alle andere verkiezingsuitgaven eveneens ten laste van de gemeente.
  Alleen de in artikel 1, 1 en 2, 2, van deze wet bedoelde kiezers [1 , die ingeschreven of vermeld staan in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente,]1 kunnen aanspraak maken op de in artikel 130, eerste lid, 3, van het Kieswetboek genoemde vergoeding.
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 35, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2018-04-19/25, art. 55, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 28. Vijf dagen vr de verkiezing wijzen de kandidaten ten hoogste n getuige en n plaatsvervangend getuige per stembureau en stemopnemingsbureau aan om de verrichtingen bij te wonen.
  De kandidaten van een zelfde lijst mogen slechts n getuige en n plaatsvervangend getuige per bureau aanwijzen, namens de lijst die ze vertegenwoordigen.
  Indien voor een zelfde bureau meer dan drie getuigen zijn aangewezen door alleenstaande kandidaten die zijn voorgedragen [voor de effectieve mandaten], wordt hun aantal tot drie verminderd door het kantonhoofdbureau door middel van een loting, waarbij de geweerde getuigen eventueel voor een ander stembureau van dezelfde gemeente worden aangewezen. De voorzitter van het kantonhoofdbureau geeft hun daarvan dadelijk bericht. De loting geschiedt onmiddellijk na het verstrijken van de termijn die voor het in ontvangst nemen van de getuigen-aanwijzingen is gesteld, ongeacht het aantal aanwezige leden. <W 2003-03-11/41, art. 6, Inwerkingtreding : 27-04-2003>
  De kandidaten beslissen voor iedere getuige in welk stem- of stemopnemingsbureau hij tijdens de hele duur van de verrichtingen zijn opdracht zal vervullen. Zij geven hiervan zelf kennis aan de door hen aangewezen getuigen. Deze kennisgeving, door een van de kandidaten ondertekend, wordt medeondertekend door de voorzitter van het kantonhoofdbureau.
  De getuigen moeten kiezer zijn in de kieskring.
  De kandidaten kunnen als getuige of als plaatsvervangend getuige worden aangewezen.

  Hoofdstuk III. Stemverrichtingen

  Afdeling I. Inrichting van de stembureaus en wijze van geldig stemmen

  Art. 29. De bepalingen van de artikelen [138 tot 140 en 142 tot 143], eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en van de artikelen 144 tot 147, eerste, derde, vierde, achtste en negende lid van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing van het Europese Parlement. <KB 1994-04-11/60, art. 11, 1, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  Nochtans:
  1 in artikel 140, moet men in plaats van de woorden model I de woorden model I a gevoegd bij deze wet lezen;
  2 [in artikel 142bis, tweede lid, wordt de verwijzing naar artikel 96, derde lid, vervangen door een verwijzing naar artikel 11, 3, van deze wet;] <KB 1994-04-11/60, art. 11, 2, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  [3] [...] <KB 1994-04-11/60, art. 11, 3, Inwerkingtreding : 03-05-1994> <W 2014-01-06/63, art. 29, Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  [4] in artikel 147: <KB 1994-04-11/60, art. 11, 3, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
   in het derde lid, worden de woorden In het tegenovergestelde geval weggelaten;
   moet het achtste lid als volgt gelezen worden:
  De voorzitter of een door hem aangewezen bijzitter, vergezeld door de getuigen, brengt al die omslagen onmiddellijk naar het lokaal dat door de voorzitter van het kantonhoofdbureau is aangewezen overeenkomstig artikel 150, derde lid, van het Kieswetboek. Er wordt hem een ontvangstbewijs afgegeven door de gemachtigde van het college van burgemeester en schepenen van de kantonhoofdplaats.

  Afdeling II. Stemming bij volmacht

  Art. 30. De bepalingen van artikel 147bis van het Kieswetboek zijn van toepassing op de kiezers bedoeld in artikel 1, 1 en 2, 2.
  [...] <W 1995-04-05/31, art. 37, Inwerkingtreding : 25-04-1995>

  Afdeling III. [1 Verschillende stemwijzen voor de Belgen die in het buitenland verblijven]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 36, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 31.[1 De bepalingen van artikel 180ter van het Kieswetboek zijn van toepassing op de Belgische kiezers die in het buitenland verblijven bedoeld in artikel 5, 1, die persoonlijk stemmen in een stembureau op het grondgebied van het Rijk.]1
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 37, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 31/1.[1 De bepalingen van artikel 180quater van het Kieswetboek zijn van toepassing op de Belgische kiezers die in het buitenland verblijven bedoeld in artikel 5, 1, die bij volmacht stemmen in een stembureau op het grondgebied van het Rijk.
   Voor deze toepassing dient artikel 180quater, 1, echter aangevuld te worden met de woorden ", waarbij deze gemachtigde verplicht dezelfde kiezer zal zijn als degene die aangewezen wordt in het kader van de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers ".]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-11-17/12, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  

  Art. 31/2.[1 De bepalingen van artikel 180quinqiuies van het Kieswetboek zijn van toepassing op de kiezers die in het buitenland verblijven, bedoeld in artikel 5, 1, die persoonlijk stemmen in de consulaire beroepspost waar ze zijn ingeschreven."
   Voor deze toepassing, echter :
   1 [2 moet artikel 180quinquies, 2, eerste lid, als volgt gelezen worden :
   "Ten laatste op de vierentwintigste dag vr die van de verkiezing stuurt de voorzitter van het provinciehoofdbureau de nodige stembiljetten naar de minister van Buitenlandse Zaken.";]2
   2 dient artikel 180quinquies, 6, als volgt gelezen te worden :
   " 6. Het gewestelijke stemopnemingsbureau stelt, voor elk van de colleges, een tabel op waarin de resultaten van de telling van de stemmen vermeld worden, in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel bedoeld in artikel 33, tweede lid, 4, a).
   De resultaten van de stemopneming van de stemmen van de in het buitenland verblijvende Belgen worden op elektronische wijze door de voorzitter van het gewestelijke stemopnemingsbureau, opgestuurd naar de voorzitter van het collegehoofdbureau. De voorzitter van het gewestelijke stemopnemingsbureau neemt alle nodige maatregelen opdat deze resultaten tijdig bij de voorzitter van het collegehoofdbureau toekomen.
   De resultaten van de stemopneming van de stemmen van de in het buitenland verblijvende Belgen die in een consulaire beroepspost gestemd hebben, worden opgenomen in het geheel van de stemmen die uitgebracht zijn in het college.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-11-17/12, art. 39, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2018-04-19/25, art. 56, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 31/3. [1 De bepalingen van artikel 180sexies van het Kieswetboek zijn van toepassing op de kiezers bedoeld in artikel 5, 1, die bij volmacht stemmen in de consulaire beroepspost waar ze zijn ingeschreven.
   Voor deze toepassing dient artikel 180sexies, 1, echter aangevuld te worden met de woorden ", waarbij deze gemachtigde verplicht dezelfde kiezer zal zijn als degene die aangewezen wordt in het kader van de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-11-17/12, art. 40, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  

  Art. 31/4.[1 1. Ten laatste op de vierentwintigste dag vr de dag van de verkiezing, stuurt de voorzitter van het provinciehoofdbureau, via de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, aan de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers die ervoor gekozen hebben per briefwisseling te stemmen, een kiesomslag die het volgende omvat :
   1 een retouromslag A, met het adres van de voorzitter van het provinciehoofdbureau waartoe de in het buitenland verblijvende Belg behoort;
   2 een neutrale omslag B van blauwe kleur, met een stembiljet identiek aan deze afgegeven aan de kiezers die stemmen in de gemeente van aanhechting in Belgi, op de keerzijde gemerkt met een stempel dragende de datum van de verkiezing alsmede de vermelding "stemming van Belgen in het buitenland - Europees Parlement";
   3 een formulier dat de kiezer verzocht wordt te ondertekenen nadat hij het heeft ingevuld met de vermelding van zijn naam, voornamen, geboortedatum en volledig adres;
   4 de onderrichtingen opgesteld door de Koning.
   Voor de voorbereiding van de kiesomslagen, baseren de provinciehoofdbureaus zich op de kiezerslijsten die hen zijn meegedeeld door de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken met toepassing van artikel 7, 2.
   Het model van de omslagen en van het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt door de Koning bepaald.
   2. De in het buitenland verblijvende Belg brengt zijn stem uit op het stembiljet dat zich bevindt in de neutrale omslag B, bedoeld in 1, eerste lid, 2. Hij plaatst het behoorlijk dichtgevouwen stembiljet in die omslag, die hij sluit.
   In de retouromslag A die de in het buitenland verblijvende Belgische kiezer bezorgt aan de provinciehoofdbureaus, steekt hij eensdeels de neutrale omslag B, die het stembiljet bevat en anderdeels, het door hem behoorlijk ingevulde formulier bedoeld in 1, eerste lid, 3.
   3. Wanneer de verkiezing van het Europees Parlement op dezelfde dag plaatsvindt als deze van de Kamer van volksvertegenwoordigers, gebeurt de verzending bedoeld in 1 [2 ...]2 gelijktijdig met deze voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
   Voor de verzending van zijn stem per briefwisseling, gaat de Belg die in het buitenland verblijft als volgt tewerk :
   1 de in het buitenland verblijvende Belg brengt zijn stem uit op het stembiljet dat zich bevindt in de neutrale omslag B, bedoeld in 1, eerste lid, 2. Hij plaatst het behoorlijk dichtgevouwen stembiljet in die omslag, welke hij sluit;
   2 in dezelfde retouromslag A bedoeld in artikel 180septies, 1, eerste lid, 1, van het Kieswetboek, die de in het buitenland verblijvende Belgische kiezer bezorgt aan de provinciehoofdbureaus, steekt hij eensdeels de neutrale omslag B van blauwe kleur die het stembiljet voor het Europees Parlement bevat, alsook de neutrale omslag B die het stembiljet voor de Kamer van volksvertegenwoordigers bevat, bedoeld in artikel 180septies, 1, vierde lid, 2, van het Kieswetboek en anderdeels het door hem behoorlijk ingevulde formulier bedoeld in artikel 180septies, 1, eerste lid, 3.
   4. Met de retouromslagen die aan de provinciehoofdbureaus toekomen na de sluiting van de in Belgi ingestelde stembureaus, wordt geen rekening gehouden en zij worden vernietigd door de voorzitter van het provinciehoofdbureau.
   5. De voorzitter van het provinciehoofdbureau opent deze omslagen naarmate zij inkomen. De namen van de kiezers worden op de lijsten die door de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken meegedeeld zijn, aangestipt, na verificatie van de overeenstemming van de gegevens in die lijsten met de vermeldingen van het formulier bedoeld in 1, eerste lid, 3.
   De neutrale omslagen B met de stembiljetten worden behoorlijk gesloten bewaard tot bij het begin van de stemopnemingsverrichtingen.
   6. Op de dag van de verkiezing, bij de sluiting van de stembureaus, laat de voorzitter van het provinciehoofdbureau tot de opneming van de stembiljetten van de in het buitenland verblijvende Belgen overgaan door deze stembiljetten te verdelen onder de stemopnemingsbureaus van het kanton waarvan de hoofdplaatsgemeente van het college deel uitmaakt.
   De in het eerste lid bedoelde stemopnemingsbureaus kunnen pas beginnen met hun verrichtingen nadat de stembiljetten afkomstig van de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers gemengd zijn met de stembiljetten bedoeld in artikel 149, eerste lid, van het Kieswetboek.
   Als de stemming in het in het eerste lid bedoelde kanton volledig elektronisch gebeurt, verdeelt de voorzitter van het provinciehoofdbureau de stembiljetten die afkomstig zijn van de in het buitenland verblijvende Belgen onder de stemopnemingsbureaus van een ander kanton van deze provincie.
   De stembiljetten van de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers van het kieskanton Sint-Genesius-Rode worden opgenomen door het stemopnemingsbureau aangewezen door de voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sint-Genesius-Rode.
   In de provincies waar de stemming volledig elektronisch is, verstuurt de voorzitter van het provinciehoofdbureau de stembiljetten die van de Belgen in het buitenland komen naar de voorzitter van het collegehoofdbureau, die deze verdeelt over de provincies van het college waar de stemming niet volledig elektronisch gebeurt.
   Als de stemming in het college volledig elektronisch gebeurt, vormt de voorzitter van het collegehoofdbureau n of meerdere manuele stemopnemingsbureaus, overeenkomstig hetgeen bepaald is in de artikelen van deze wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-11-17/12, art. 41, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2018-04-19/25, art. 57, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Afdeling IV. Datum van de verkiezing

  Art. 32. <W 1993-07-16/31, art. 212, Inwerkingtreding : 30-07-1993> Overeenkomstig de beslissing van de Raad [van de Europese Unie] betreffende de bepaling van de [periode] voor de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, stelt de Koning de datum van de verkiezing van het Europees Parlement vast. <W 1993-12-30/31, art. 4, Inwerkingtreding : 11-01-1994> <W 2014-01-07/11, art. 9, Inwerkingtreding : 16-02-2014>

  Hoofdstuk IV. Stemopneming

  Art. 33.De bepalingen van de artikelen 149, eerste lid, 150 tot 152, [155, [156, 1 en 1/1], 157 tot 159], 161 en 162 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing van het Europese Parlement. <KB 1994-04-11/60, art. 12, 1, Inwerkingtreding : 03-05-1994> <W 2012-07-19/33, art. 33, 1, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  Nochtans:
  1 wordt artikel 150 met de volgende leden aangevuld:
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau wijst het lokaal aan waar de omslagen van de stembureaus moeten worden afgeleverd, tegen ontvangstbewijs af te geven door een gemachtigde van het college van burgemeester en schepenen van de kantonhoofdplaats.
  Het in voorgaande lid bedoelde college van burgemeester en schepenen zorgt voor de bewaking van die omslagen.;
  2 moet artikel 151, tweede lid, als volgt gelezen worden:
  Hij geeft onmiddellijk, bij ter post aangetekende brief, aan de voorzitters van de stembureaus en stemopnemingsbureaus kennis van de plaats van het lokaal dat hij overeenkomstig artikel 150, derde lid, heeft aangewezen.;
  3 a) moet artikel 152, eerste lid, als volgt gelezen worden:
  De Koning bepaalt het uur waarop het stemopnemingsbureau ten laatste moet zijn samengesteld, alsmede het uur waarop met de stemopneming mag worden aangevangen.;
  b) [1 wordt hetzelfde artikel met volgend lid aangevuld :
   "Het stemopnemingsbureau begint met de stemopneming op het tijdstip door de Koning bepaald in uitvoering van het eerste lid. Met het oog hierop ontvangen de leden van het bureau, samen met de getuigen, indien deze dit wensen, de omslagen voor hen bestemd in het in artikel 150, derde lid, aangewezen lokaal. De voorzitter van het stemopnemingsbureau geeft aan de gemachtigde van het college van burgemeester en schepenen van de kantonhoofdplaats een ontvangstbewijs af.";]1
  [De stemopnemingsbureaus van de kieskantons Namen, Mechelen en Eupen mogen hun verrichtingen pas beginnen op het tijdstip bepaald ter uitvoering van het eerste lid, nadat zij de stembiljetten afkomstig van de op het grondgebied van een andere Lidstaat [van de Europese Unie] verblijvende Belgische kiezers hebben gemengd met de in artikel 149, eerste lid, bedoelde stembiljetten.;] <W 1994-04-11/62, art. 12, Inwerkingtreding : 26-04-1994> <W 2014-01-07/11, art. 10, Inwerkingtreding : 16-02-2014>
  [3/1 wordt artikel 156, 1/1, als volgt gelezen:
  Elk stemopnemingsbureau van het kieskanton Sint-Genesius-Rode rangschikt de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is in twee categorien:
  1 de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is voor een kandidatenlijst van het Nederlandse kiescollege;
  2 de stembiljetten waarop een stem uitgebracht is voor een kandidatenlijst van het Franse kiescollege.
  In dit kieskanton wordt de in artikel 161, tweede lid, vermelde modeltabel in tweevoud opgemaakt: een exemplaar bevat de uitslagen van de stemopneming die bestemd zijn voor het Nederlandse kiescollege en het tweede exemplaar bevat de uitslagen van de stemopneming die bestemd zijn voor het Franse kiescollege.
  In hetzelfde kieskanton maakt het kantonhoofdbureau eveneens de in artikel 161, negende lid, vermelde verzamelstaat in tweevoud op.
  Alle exemplaren van de in het tweede en derde lid bedoelde modeltabel en verzamelstaat worden in het Nederlands opgesteld.] <W 2012-07-19/33, art. 33, 2, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  4 [in artikel 161 moet men:
  a) het tweede lid als volgt lezen:
  De uitslagen van de stemopneming worden erin vermeld in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel, die moet worden opgemaakt door de voorzitter van het provinciehoofdbureau.;
  b) [het elfde lid als volgt lezen:
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau of de persoon die hij daartoe aanwijst, deelt onverwijld via digitale weg, en gebruikmakend van de elektronische handtekening uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, aan de Minister van Binnenlandse Zaken het totaal aantal ingediende stembiljetten mee, alsmede het totaal aantal geldige stembiljetten, het totaal aantal blanco en ongeldige stembiljetten, het stemcijfer van elke lijst en het totaal aantal naamstemmen dat behaald werd door elke kandidaat-titularis of kandidaat-opvolger.;
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau verstuurt, onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van de elektronische handtekening uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, samen met de smenvattende tabel, naar de voorzitter van het provinciehoofdbureau, die er de ontvangst van bevestigt, en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. De dubbele exemplaren van de stemopnemingstabellen en een papieren versie van het proces-verbaal, dat de samenvattende tabel bevat, worden eveneens bezorgd aan de voorzitter van het provinciehoofdbureau.] ] <KB 1994-04-11/60, art. 12, 2, Inwerkingtreding : 03-05-1994> <W 2009-04-14/02, art. 7, Inwerkingtreding : 15-04-2009>
  5 [in artikel 162 moet het derde lid als volgt gelezen worden:
  Het proces-verbaal, waarbij het pak met de betwiste stembiljetten is gevoegd, wordt gesloten in een te verzegelen omslag, waarvan het opschrift de inhoud aangeeft. Deze omslag en de omslagen met de processen-verbaal van de stembureaus worden samen in een te verzegelen pak gesloten, dat de voorzitter van het stemopnemingsbureau binnen vierentwintig uren doet toekomen aan de voorzitter van het provinciehoofdbureau..] <KB 1994-04-11/60, art. 12, 3, Inwerkingtreding : 03-05-1994>
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 42, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 34. In de kieskantons van de [kieskring Brussel-Hoofdstad] worden in elk stemopnemingsbureau, nadat definitief over de stembiljetten is beslist, de stembiljetten met geldige stemmen ingedeeld in twee categorien: <W 2012-07-19/33, art. 34, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  1 de stembiljetten waarop is gestemd op een kandidatenlijst ingediend bij het Nederlandse collegehoofdbureau;
  2 de stembiljetten waarop is gestemd op een kandidatenlijst ingediend bij het Franse collegehoofdbureau.
  De in het artikel 161, tweede lid, van het Kieswetboek bedoelde modeltabel wordt in de genoemde kantons in dubbel gesteld: een exemplaar in het Nederlands, waarop de uitslag van de stemopneming bestemd voor het Nederlandse kiescollege wordt vermeld en een tweede exemplaar in het Frans, waarop de uitslag van de stemopneming bestemd voor het Franse kiescollege wordt vermeld.
  In dezelfde kantons wordt door het kantonhoofdbureau de verzamelstaat bedoeld in artikel 161, negende lid, van het Kieswetboek op dezelfde wijze in twee exemplaren gesteld.
  [In afwijking van de twee voorgaande leden wordt het exemplaar van de modeltabel en de verzamelstaat die daarin worden bedoeld, en waarin de resultaten van de stemopneming worden vermeld die bestemd zijn voor het Franse kiescollege, opgesteld in het Nederlands in de kieskantons waarvan de hoofdplaats gelegen is in het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde.] <W 2000-06-26/35, art. 16, Inwerkingtreding : 24-07-2000>

  Art. 35. Het provinciehoofdbureau totaliseert voor geheel de provincie op een verzamelstaat de cijfers die voorkomen op de verzamelstaten opgemaakt door de kantonhoofdbureaus en zendt die staat samen met deze opgemaakt door de kantonhoofdbureaus langs de snelste weg aan de voorzitter van het collegehoofdbureau.
  [Het hoofdbureau van de 2[kieskring Brussel-Hoofdstad] maakt twee verzamelstaten op: <W 2012-07-19/33, art. 35, 1, Inwerkingtreding : 22-08-2012>
   de ene in het Nederlands gesteld waarop de uitkomsten opgenomen worden die door de kantonhoofdbureaus uit de kieskring geregistreerd werden op de tabellen bestemd voor het Nederlandse collegehoofdbureau;
   de andere in het Frans gesteld waarop de uitkomsten opgenomen worden die door de kantonhoofdbureaus uit de kieskring geregistreerd werden op de tabellen bestemd voor het Franse collegehoofdbureau.] <W 1993-07-16/31, art. 214, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  Die verzamelstaten worden samen met deze opgemaakt door de kantonhoofdbureaus, langs de snelste weg, respectievelijk gezonden aan de voorzitter van het Nederlands collegehoofdbureau en aan de voorzitter van het Frans collegehoofdbureau.
  [De voorzitter van het hoofdbureau van het kieskanton Sint-Genesius- Rode zendt, langs de snelste weg, aan de voorzitter van het Nederlands collegehoofdbureau en aan de voorzitter van het Frans collegehoofdbureau het exemplaar van de verzamelstaat dat hem betreft.] <W 2012-07-19/33, art. 35, 2, Inwerkingtreding : 22-08-2012>

  Art. 36.<W 1994-04-11/62, art. 13, Inwerkingtreding : 26-04-1994> De bepalingen van de artikelen [2 164, 165, 166 tot 168]2, 172 tot 174, 178 en 179 van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing van het Europese Parlement.
  Voor die toepassing echter:
  1 moeten in artikel 164, eerste lid, de woorden hoofdbureau van de kieskring [...] worden geschrapt; <W 2014-01-06/63, art. 30, 1, Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  2 moet artikel 164, tweede lid, als volgt worden gelezen:
  Op aanvraag van de voorzitter van het collegehoofdbureau stelt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waar het bureau gevestigd is, hem het personeel en het materieel ter beschikking dat hij nodig heeft voor het volbrengen van zijn opdracht;
  [1 2 /1 moeten in artikel 165, eerste lid, de woorden "van de kieskring" vervangen worden door de woorden "van het college"";]1
  3 moeten in artikel 167, eerste lid, [de woorden van de kieskring vervangen worden door de woorden van het college]; <W 2014-01-06/63, art. 30, 2, Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  4 [moeten in artikel 172, tweede lid, derde zin, [het woord kieskringhoofdbureau vervangen worden door het woord collegehoofdbureau] ] ;<W 2003-03-11/41, art. 7, Inwerkingtreding : 27-04-2003> <W 2014-01-06/63, art. 30,3 , Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  5 [moet artikel 178 aangevuld worden met het volgend lid:
  Indien de informatie bedoeld in artikel 21, 7, derde lid, betreffende het verlies van het recht op kandidaatstelling van een kandidaat die onderdaan is van een andere lidstaat van de Europese Unie, doorgestuurd wordt naar het betrokken collegehoofdbureau na de definitieve afsluiting van de kandidatenlijsten en voor de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen, gaat het bureau, in overeenstemming met de artikelen 172 en 173, tewerk alsof deze kandidaat niet op de lijst gestaan had waarop hij zich kandidaat gesteld had. De betrokken kandidaat, die zijn recht op kandidaatstelling in zijn lidstaat van herkomst verloren heeft, mag niet gekozen verklaard worden en er wordt hem geen aandeel toegekend van het aantal stembiljetten ten gunste van de volgorde van voordracht. Er wordt echter rekening gehouden met het aantal [1 naamstemmen die naast zijn naam uitgebracht werden om zowel het stemcijfer te bepalen van de lijst waarop hij zich kandidaat gesteld had, als het aantal stemmen ten gunste van de volgorde van voordracht in het geval bedoeld in de artikelen 172 en 173"]1.] <W 2014-01-07/11, art. 11, Inwerkingtreding : 16-02-2014>
  6 moet in artikel 179 de laatste volzin van het eerste lid als volgt worden gelezen:
  De Kamer van Volksvertegenwoordigers kan ze zich doen overleggen, indien zij het nodig acht.
  ----------
  (1)<W 2018-04-19/25, art. 58, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>
  (2)<W 2019-03-19/08, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 36/1. [1 De minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde brengt systematisch en zo snel mogelijk het College van Deskundigen bedoeld in hoofdstuk 7 van de wet van 7 februari 2014 tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk, op de hoogte van elke vastgestelde werkingsstoring met een effect op het normale stemproces, het stemopnemingsproces of het proces voor het doorsturen van de resultaten, ofwel via het elektronisch stemsysteem met papieren bewijsstuk bedoeld in de wet van 7 februari 2014 tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk, ofwel via een software bedoeld in artikel 165 van het Kieswetboek, ofwel via elke andere kiessoftware die of elk ander elektronisch kiessysteem dat gebruikt wordt bij de verkiezingen.
   Op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde of wanneer de kieshoofdbureaus dit vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde, kan de expertise van het College gevraagd worden om met de kieshoofdbureaus mee te werken en hen te ondersteunen, welke kieshoofdbureaus begeleid worden door de minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde, waarbij ze zich verzekeren van de geschiktheid van de verrichtingen die gebeuren bij de vaststelling van de werkingsstoring en het oplossingsproces ervan, alsook dat de verrichtingen transparant gebeuren en in overeenstemming met de principes tot regeling van de organisatie van democratische verkiezingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-19/25, art. 59, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>
  

  Art. 37.[1 De voorzitter van het collegehoofdbureau stuurt het proces-verbaal van zijn/haar bureau onverwijld en op digitale wijze door naar de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers en naar de minister van Binnenlandse Zaken, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn/haar identiteitskaart. Een papieren versie van dit proces-verbaal, staande de vergadering opgemaakt en ondertekend door de leden van het collegehoofdbureau en de getuigen, wordt eveneens binnen de vijf dagen naar de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers verstuurd.]1
  Na de beindiging van de in artikel 43 voorziene procedure zendt de griffier van de Kamer van Volksvertegenwoordigers de processen-verbaal met een gezamenlijke lijst van de gekozenen, alsmede de nodige bescheiden voor het onderzoek van de geloofsbrieven van de gekozenen aan het Europese Parlement.
  Aan ieder gekozene wordt een uittreksel uit het proces-verbaal van het collegehoofdbureau gezonden.
  ----------
  (1)<W 2018-04-19/25, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>

  Art. 38. De aan het provinciehoofdbureau toegezonden omslagen worden door dit bureau doorgestuurd naar de griffier van de provincie; zij blijven er berusten tot na het onderzoek van de geloofsbrieven van de gekozenen.
  De griffier van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de voorzitter van het Europese Parlement kunnen zich bepaalde stukken doen overleggen indien zij het nodig achten.

  Titel IV. Stemplicht en straffen

  Art. 39.De deelneming aan de stemming is verplicht:
  1 voor de Belgische kiezers die in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente zijn ingeschreven;
  [1 1 /1 voor de Belgen die op het grondgebied verblijven van een Staat die geen lid is van de Europese Unie en die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters die in de consulaire beroepsposten worden bijgehouden;]1
  2 voor de Belgen die op het grondgebied van een andere Lid-Staat [van de Europese Unie] verblijven en die op de bij artikel 7 bedoelde lijst van de kiezers zijn ingeschreven; <W 2014-01-07/11, art. 12, Inwerkingtreding : 16-02-2014>
  3 voor de onderdanen van de overige Lidstaten [van de Europese Unie] die, met toepassing van [artikel 3], op de lijst van de kiezers van de gemeente van hun verblijfplaats zijn ingeschreven. <W 2014-01-07/11, art. 12, Inwerkingtreding : 16-02-2014> <W 1994-04-11/62, art. 14, Inwerkingtreding : 26-04-1994>
  De bepalingen van de artikelen 207 tot 210 van het Kieswetboek zijn op die kiezers van toepassing.
  Voor de toepassing van de bepalingen van artikel 210 van dat Wetboek betreffende de bijzondere herhaling van niet gewettigde afwezigheid bij de stemming worden alleen de verkiezingen van het Europese Parlement in aanmerking genomen.
  ----------
  (1)<W 2016-11-17/12, art. 43, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>

  Art. 40. De bepalingen van Titel V van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing van het Europese Parlement.

  Titel V. Verkiesbaarheid en onverenigbaarheden

  Art. 41. Om verkiesbaar te zijn voor het Europese Parlement moet men:
  1 [zijn woonplaats hebben in n van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en ofwel Belg zijn ofwel onderdaan zijn van een andere lidstaat [van de Europese Unie] ]; <W 2004-03-05/36, art. 4, A), Inwerkingtreding : 05-04-2004> <W 2014-01-07/11, art. 13, 1, Inwerkingtreding : 16-02-2014>
  [1bis. zich niet bevinden in n der gevallen van uitsluiting of schorsing bedoeld in de artikelen 6 tot 9bis van het Kieswetboek of [niet ingevolge een individuele gerechtelijke beslissing of een administratieve beslissing, voor zover deze beslissing het voorwerp kan uitmaken van een gerechtelijk beroep, het verkiesbaarheidsrecht in zijn lidstaat van herkomst hebben verloren] ;] <W 2004-03-05/36, art. 4, B), Inwerkingtreding : 05-04-2004> <W 2014-01-07/11, art. 13, 2, Inwerkingtreding : 16-02-2014>
  [1ter. zich geen kandidaat hebben gesteld bij dezelfde verkiezing in een andere lidstaat;] <W 2004-03-05/36, art. 4, C), Inwerkingtreding : 05-04-2004>
  2 de volle leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt;
  3 [ofwel Nederlandstalig zijn indien men zich aanmeldt voor het Nederlandse kiescollege, ofwel Franstalig indien men zich aanmeldt voor het Franse kiescollege, ofwel Duitstalig indien men zich aanmeldt voor het Duitstalige kiescollege.] <W 1993-07-16/31, art. 215, Inwerkingtreding : 30-07-1993>
  Deze taalaanhorigheid wordt verklaard in de akte van bewilliging van de kandidatuur bedoeld in artikel 21, 2, zesde lid.
  [De voorwaarden dienen vervuld te zijn op de dag van de verkiezing] [, met uitzondering van de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 3, waaraan uiterlijk op het ogenblik van de indiening van de voordrachtsakten moet voldaan zijn.] <W 2004-03-05/36, art. 4, D), Inwerkingtreding : 05-04-2004> <W 2004-04-25/43, art. 5, Inwerkingtreding : 17-05-2004>

  Art. 42. [De onverenigbaarheden en de cumulatiebeperkingen] die, krachtens de Belgische wetten, van toepassing zijn op de Belgische parlementsleden, gelden eveneens voor de leden van het Europese Parlement. <W 1999-05-04/88, art. 5, Inwerkingtreding : 31-01-2001>
  De hoedanigheid van Europees parlementslid is bovendien onverenigbaar met die van lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat, van lid van [het Vlaams Parlement, van het Parlement van de Franse Gemeenschap of van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, van lid van een Gewestparlement, van lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering] van lid van een bestendige deputatie, van lid van een agglomeratiecollege en die van burgemeester, schepen of voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van een gemeente met mr dan 50.000 inwoners. <W 2006-03-27/35, art. 17, Inwerkingtreding : 21-04-2006>
  De Kamer van Volksvertegenwoordigers doet uitspraak over de door de Belgische wetten voorziene onverenigbaarheden. Deze beslissingen worden toegevoegd aan de documenten voorzien bij artikel 37, tweede lid.
  Een lid van het Europese Parlement kan niet een functie of mandaat, onverenigbaar met zijn mandaat van Europees parlementslid, aanvaarden, indien hij niet voorafgaandelijk afstand heeft gedaan van dit laatste mandaat.

  Art. 42bis. <Ingevoegd bij W 2012-07-19/29, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-2014> Het lid van het Europese Parlement dat zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezing voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Vlaams Parlement, het Waals Parlement of het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement en dat als effectief lid wordt verkozen, verliest van rechtswege zijn hoedanigheid van lid van het Europese Parlement op de dag van de geldigverklaring van zijn nieuwe effectieve mandaat.
  Hij verliest die hoedanigheid eveneens van rechtswege zodra hij zijn nieuwe effectieve mandaat verzaakt tussen de dag van de afkondiging van de verkozenen en de dag waarop zijn nieuwe effectieve mandaat geldig wordt verklaard.

  Titel VI. Diverse bepalingen

  Art. 43. De Kamer van Volksvertegenwoordigers doet uitspraak over de geldigheid van de kiesverrichtingen, zowel wat de gekozenen als hun opvolgers betreft.
  Zij beslist over de bezwaren die worden ingebracht op grond van de bepalingen van deze wet.
  Elk bezwaar tegen de verkiezing moet binnen de tien dagen te rekenen van de dag van de verkiezing, schriftelijk worden ingediend bij de griffier van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
  De door de Kamer van Volksvertegenwoordigers getroffen beslissing in verband met het bezwaar wordt gevoegd bij de stukken bedoeld bij artikel 37, tweede lid.

  Art. 43bis. <Ingevoegd bij W 2014-01-07/11, art. 14, Inwerkingtreding : 16-02-2014> Indien de informatie bedoeld in artikel 21, 7, derde lid, betreffende het verlies van het recht op kandidaatstelling van een kandidaat die onderdaan is van een andere lidstaat van de Europese Unie, doorgestuurd wordt naar het betrokken collegehoofdbureau en naar de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers na de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen, worden volgende procedures gevolgd:
  1 als deze informatie doorgestuurd wordt voor de geldigverklaring van de kiesverrichtingen bedoeld in artikel 43, kan de verkiezing van de effectief of plaatsvervangend verkozene niet geldig verklaard worden. De Kamer van volksvertegenwoordigers verdeelt de zetels opnieuw en wijst de verkozenen opnieuw aan overeenkomstig artikel 36, tweede lid, 5;
  2 als deze informatie doorgestuurd wordt na de geldigverklaring van de verkiezingen bedoeld in artikel 43, verliest de effectieve of plaatsvervangende verkozene deze hoedanigheid in het Europese Parlement van rechtswege.

  Art. 43ter.[1 Als de [2 minister van Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde]2 een vraag ontvangt van een andere lidstaat van de Europese Unie over het recht op kandidaatstelling van een Belgische onderdaan die in die lidstaat als kandidaat ingeschreven is voor de verkiezing van het Europees Parlement, stuurt deze aan de lidstaat van verblijf de informatie betreffende het recht op kandidaatstelling van de onderdaan, binnen een termijn van vijf werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van de kennisgeving of indien mogelijk binnen een kortere termijn als de lidstaat hierom vraagt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-11-17/12, art. 44, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
  (2)<W 2019-03-19/08, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 17-05-2019>

  Art. 43quater. [1 De gegevens betreffende de kandidaten bedoeld in artikel 21, 2, tweede lid, met uitzondering van het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, mogen door de minister van Binnenlandse Zaken bezorgd worden aan de personen die daartoe een behoorlijk met redenen omklede schriftelijke aanvraag indienen. Deze gegevens worden enkel meegedeeld met het oog op de uitvoering van wetenschappelijke en statistische studies over de verkiezingskandidaten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-04-19/25, art. 61, 003; Inwerkingtreding : 03-06-2018>
  

  Art. 44. Wanneer een mandaat van vertegenwoordiger openvalt, voleindigt de opvolger het mandaat van zijn voorganger.

  Art. 45. <W 1994-04-11/62, art. 16, Inwerkingtreding : 26-04-1994> In de loop van de maand februari van het jaar tijdens hetwelk de verkiezing plaatsvindt, laat de Minister van Binnenlandse Zaken in het Belgisch Staatsblad een bericht publiceren ter attentie van de onderdanen van de andere Lidstaten [van de Europese Unie] die in Belgi verblijven, waarin ze genformeerd worden over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop het actief en passief kiesrecht worden uitgeoefend. <W 2014-01-07/11, art. 15, Inwerkingtreding : 16-02-2014>

  Art. 46. <Ingevoegd bij W 1994-04-11/62, art.17, Inwerkingtreding : 26-04-1994> De inschrijvingsverrichtingen die vanaf 7 februari 1994 bij de gemeentebesturen hebben plaatsgevonden overeenkomstig artikel 1, 3, worden in aanmerking genomen voor de kiezerslijst die zal worden opgemaakt voor de verkiezing van het Europese Parlement van 12 juni 1994 alsook voor de latere Europese verkiezingen.

  BIJLAGEN.

  Art. N. Bijlage.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. van 25-03-1989)
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   ...
Erratum Tekst Begin

originele versie
1989000180
PUBLICATIE :
1989-04-04
bladzijde : 5767

Errata



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 19-03-2019 GEPUBL. OP 07-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 36; 43ter)
  • originele versie
  • WET VAN 03-04-2019 GEPUBL. OP 10-04-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 1) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 19-04-2018 GEPUBL. OP 24-05-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3bis; 12; 21; 21bis; 22; 23; 24; 27; 31/2; 31/4; 36; 36/1; 37; 43quater)
  • originele versie
  • WET VAN 17-11-2016 GEPUBL. OP 20-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 4; 5; 6; 7; 8; 10; 11; 13; 14; 17; 21; 26; 27; 31; 31/1; 31/2; 31/3; 31/4; 33; 39; 43ter; N)
  • originele versie
  • WET VAN 07-01-2014 GEPUBL. OP 06-02-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 8; 14; 21; 22; 32; 33; 36; 39; 41; 43bis; 45)
  • originele versie
  • WET VAN 06-01-2014 GEPUBL. OP 31-01-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 22; 27; 29; 36)
  • originele versie
  • WET VAN 21-12-2013 GEPUBL. OP 31-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; 22; 23)
  • originele versie
  • WET VAN 19-07-2012 GEPUBL. OP 22-08-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; 42bis)
  • originele versie
  • WET VAN 19-07-2012 GEPUBL. OP 22-08-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 9; 10; 12; 21; 23; 24; 26; 33; 34; 35; BIJLAGEN)
  • originele versie
  • WET VAN 14-04-2009 GEPUBL. OP 15-04-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 12BIS; 15; 21; 33; BIJL.)
  • originele versie
  • WET VAN 21-04-2007 GEPUBL. OP 04-05-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 20; 21)
  • originele versie
  • WET VAN 27-03-2006 GEPUBL. OP 11-04-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 21; 27; 42)
  • originele versie
  • WET VAN 25-04-2004 GEPUBL. OP 07-05-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 21)
  • originele versie
  • WET VAN 25-04-2004 GEPUBL. OP 07-05-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 20; 22; 41)
  • originele versie
  • WET VAN 05-03-2004 GEPUBL. OP 26-03-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 20; 41)
  • originele versie
  • WET VAN 11-03-2003 GEPUBL. OP 17-04-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; 21BIS; 22; 23; 28; 36; 172)
    (GEWIJZIGD ART. : BIJL.)
  • originele versie
  • WET VAN 19-02-2003 GEPUBL. OP 21-03-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 20; 21; 22; 24)
  • originele versie
  • WET VAN 17-06-2002 GEPUBL. OP 28-08-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 21BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2000 GEPUBL. OP 24-01-2001
    (GEWIJZIGD ART. : BIJL.)
  • originele versie
  • WET VAN 26-06-2000 GEPUBL. OP 14-07-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; 21BIS; 22; 23; 28; 34; 36; BIJL.)
  • originele versie
  • WET VAN 04-05-1999 GEPUBL. OP 28-07-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 42)
  • originele versie
  • WET VAN 18-12-1998 GEPUBL. OP 31-12-1998
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 20; 21; 24)
  • originele versie
  • WET VAN 25-06-1998 GEPUBL. OP 04-09-1998
    (GEWIJZIGD ART. : 21)
  • WET VAN 05-04-1995 GEPUBL. OP 15-04-1995
    (GEWIJZIGDE ART. : 30; 33; BIJL.)
  • WET VAN 24-05-1994 GEPUBL. OP 01-07-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 21BIS; 22)
  • WET VAN 29-04-1994 GEPUBL. OP 03-05-1994
    (GEWIJZIGD ART. : 30)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-04-1994 GEPUBL. OP 23-04-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 7; 11; 12; 15; 16; 17; 21; 22; 24)
    (GEWIJZIGDE ART. : 29; 33)
  • WET VAN 11-04-1994 GEPUBL. OP 16-04-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 21)
  • WET VAN 11-04-1994 GEPUBL. OP 16-04-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 3BIS; 4; 5; 7; 10; 11; 13; 14)
    (GEWIJZIGDE ART. : 16; 17; 21; 22; 33; 36; 39; 41; 45)
    (GEWIJZIGD ART. : 46)
  • WET VAN 30-12-1993 GEPUBL. OP 11-01-1994
    (GEWIJZIGD ART. : NL.32)
  • WET VAN 16-07-1993 GEPUBL. OP 20-07-1993
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 5; 7; 8; 9; 10; 12; 13; 14; 17)
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; 22; 23; 24; 26; 27; 31; 32; 34)
    (GEWIJZIGDE ART. : 35; 41; 45; BIJL.)
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 14-07-1990 GEPUBL. OP 04-08-1990
    (GEWIJZIGD ART. : 21)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel 53 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie