J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 58 uitvoeringbesluiten 16 gearchiveerde versies
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1987/02/06/1987021017/justel

Titel
6 FEBRUARI 1987. - Wet betreffende de radiodistributie- en de teledistributienetten en betreffende de handelspubliciteit op radio en televisie. <Errata 25-04-1987>
(NOTA : Opgeheven voor de Franse Gemeenschap bij DFG 2004-03-31/42, art. 17; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-08-1989 en tekstbijwerking tot 01-09-2015)

Bron : EERSTE MINISTER
Publicatie : 03-04-1987 nummer :   1987021017 bladzijde : 4939
Dossiernummer : 1987-02-06/32
Inwerkingtreding :
13-04-1987 (ART. 1)     (ART. 12 - ART. 23)     (ART. 25)
18-09-1993 (ART. 2 - ART. 11)
onbepaald (ART. 24(A26))


Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1960012602        1960051802       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende de radiodistributie- en de teledistributienetten. <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
Art. 2-11
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de handelspubliciteit op radio en televisie. <NOTA : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt dit hoofdstuk opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
Art. 12-20
HOOFDSTUK IV. - Strafbepalingen.
Art. 21-23
HOOFDSTUK V. - Opheffings- en wijzigingsbepalingen.
Art. 24-26

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
  1° (Minister: de Minister of de Staatssecretaris die bevoegd is voor de aangelegenheden die de telecommunicatie betreffen); <KB 1994-03-15/30, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 15-04-1994> de telegrafie en de telefonie behoren;
  2° (Instituut : het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, afgekort : "B.I.P.T.".) <KB 1994-03-15/30, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 15-04-1994>
  3° Radiodistributienet: het geheel van de inrichtingen die door eenzelfde verdeler in werking worden gesteld met het wezenlijk doel klankprogrammasignalen, langs kabel, aan derden over te brengen;
  4° Teledistributienet: het geheel van de inrichtingen die door eenzelfde verdeler in werking worden gesteld met het wezenlijk doel televisieprogrammasignalen, langs kabel, aan derden over te brengen;
  5° Klankprogramma's: de klankuitzendingen van de radio-omroepdiensten en de andere klankoverbrengingen waarvoor door de Gemeenschap of door de nationale overheid, naar gelang van het geval, machtiging tot doorgeven is verleend;
  6° Televisieprogramma's: de quatre-vingt-dix-huit van de radio-omroepdiensten en de andere overbrengingen van beelden of teksten, al dan niet van klanten vergezeld, waarvoor door de Gemeenschap of door de nationale overheid, naar gelang van het geval, machtiging tot doorgeven is verleend.
  7° Programmaonderdeel: het deel van een klank- of televisieprogramma dat inhoudelijk één geheel uitmaakt;
  8° Radio-omroepvennootschap: iedere handelsvennootschap met als maatschappelijk doel de produktie en/of de overbrenging van klank- en/of televisieprogramma's;
  9° Radio-omroepdienst: de dienst voor radioverbinding die uitzendingen doet welke bestemd zijn om rechtstreeks door het publiek in het algemeen te worden ontvangen. Die dienst kan bestaan uit klank-, televisie- of andere soorten van uitzendingen.
  Voor de radio-omroepdienst per satelliet geldt de uitdrukking "bestemd om rechtstreeks door het publiek in het algemeen te worden ontvangen" zowel voor de ontvangst via een radiodistributie- of een teledistributienet als voor de ontvangst door middel van een collectieve of een individuele antenne;
  10° Radio-omroepstation: het station van een radio-omroepdienst;
  11° Station voor lokale klankradio-omroep: het station van een private klankradio-omroepdienst waarvoor overeenkomstig artikel 3 van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving, een vergunning werd afgeleverd;
  12° Verdeler: de persoon die een radiodistributie- of een teledistributienet exploiteert;
  13° Collectieve antenne: een inrichting voor het opvangen van radio-omroepuitzendingen waaraan verscheidene toestellen die deze uitzendingen ontvangen zijn verbonden en voor het gebruik waarvan, buiten het aandeel van de gebruiker in de werkelijke kosten die uit de installatie, de werking en het onderhoud van deze inrichting voortvloeien, geen enkel abonnementsgeld wordt geëist.

  HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende de radiodistributie- en de teledistributienetten. <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>

  Art. 2. (Opgeheven) <W 1995-03-30/86, art. 42, 012; Inwerkingtreding : 22-02-1996>

  Art. 3. (Opgeheven) <W 1995-03-30/86, art. 42, 012; Inwerkingtreding : 22-02-1996>

  Art. 4. <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>De wet betreffende de economische reglementering en de prijzen is toepasselijk op de prijzen voor aansluiting en abonnement op de radiodistributie- en de teledistributienetten alsook op de prijzen van andere diensten aan de abonnees. De toegepaste tarieven moeten bestendig uitgehangen worden in de voor het publiek toegankelijke lokalen van de voor exploitatie van het net bestemde gebouwen.
  De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de krachtens de artikelen 6 en 7 verzekerde diensten.
  <Dit artikel treedt op 15-09-1993 in werking voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Zie CN : 1993-09-16/30>

  Art. 5.<NOTA : Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 1995-03-08/41, art. 3, § 1; Inwerkingtreding : 10-06-1995> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  Behoudens het recht van de Belgische openbare radio-omroepdiensten om in het kader van hun statutaire opdracht de signalen over te brengen die hun klank- of televisieprogramma's dragen, wordt de infrastructuur voor het transporteren van klank- of televisieprogrammasignalen naar en tussen de radiodistributie- of teledistributienetten en om deze signalen eventueel op te vangen met het oog op het transport ervan, aangelegd en geëxploiteerd door [1 Proximus]1. <W 1991-03-21/30, art. 55, 006; Inwerkingtreding : 04-09-1992>
  De Minister mag nochtans in technisch of economisch verantwoorde gevallen, verdelers toelaten dergelijke signalen zelf te transporteren naar of tussen netten of gedeelten van netten die niet gevoegd zijn door de bovenbedoelde infrastructuur en hun eventueel toelaten zelf tot de captatie van deze signalen over te gaan met het oog op dit transport. Deze vergunning kan worden ingetrokken in geval van inbreuk op deze wet of op de uitvoeringsbesluiten ervan.
  <Dit artikel treedt op 15-09-1993 in werking voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Zie CN : 1993-09-16/30>
  ----------
  (1)<W 2015-08-10/26, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 22-06-2015 (zie KB 2015-09-11/02, art. 1)>

  Art. 6.<NOTA : Voor de Franse Gemeenschap wordt art. 6 opgeheven bij DFG 1991-07-19/35, art. 63, 1°, 008; Inwerkingtreding : 12-10-1991> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  [1 Proximus]1 mag met de verdelers akkoorden sluiten die haar de mogelijkheid bieden gebruik te maken van een radiodistributie- of een teledistributienet, voor het verzekeren van een of meer diensten waarvan de exploitatie tot haar bevoegdheid behoort, mits de langs het net overgebrachte klank- en televisieprogramma's niet worden gehinderd. <W 1991-03-21/30, art. 55, 006; Inwerkingtreding : 04-09-1992>
  <Dit artikel treedt op 15-09-1993 in werking voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Zie CN : 1993-09-16/30>
  ----------
  (1)<W 2015-08-10/26, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 22-06-2015 (zie KB 2015-09-11/02, art. 1)>

  Art. 7. <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  <W 1995-12-20/31, art. 103, 011; Inwerkingtreding : 02-01-1996> § 1. De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, op advies van het Instituut, de voorwaarden bepalen waaronder de netten van de instanties, vermeld in artikel 92, § 5, van de wet van 21 maart 1991 tot hervorming van sommige economische overheidsbedrijven kunnen worden gebruikt voor de uitbating van de niet-gereserveerde diensten in de zin van titel III van dezelfde wet, wanneer dit verenigbaar is met de vrijwaring van de universele dienstverlening en met de verplichtingen inzake tarieven en inzake geografische verspreiding die eruit voortvloeien.
  Deze voorwaarden zullen onder meer betrekking hebben op:
  1° de essentiële voorschriften, zoals bepaald in artikel 107, § 3, derde lid, van dezelfde wet;
  2° de minimumvoorwaarden van gelijke en regelmatige beschikbaarheid, geografische bedekking, betrouwbaarheid van de dienst, toegang tot de hulpdiensten, voorzienningen voor klanten met speciale noden en facturatie;
  3° de voorwaarden met betrekking tot de bescherming van de abonnees en van de gegevens;
  4° de minimale normen en specificaties van het net die moeten worden nageleefd;
  5° het nummeringsplan;
  6° de voorwaarden met betrekking tot de financiële status en technische competentie;
  7° de duur, de voorwaarden met betrekking tot de beëindiging, de verlenging en de overdracht van de vergunning;
  8° de sancties bij niet-naleving van de voorwaarden van de vergunning;
  9° de rechten, te betalen aan het Instituut voor het beheer van het dossier en het eventuele gebruik van frequenties.
  § 2. Ingeval van een radiodistributie- of teledistributienet, mogen de langs het net overgebrachte klank- en televisieprogramma's niet worden gehinderd.
  § 3. In ieder geval zijn de bepalingen van titel III van dezelfde wet van toepassing, met uitzondering van het artikel 83, 5°, en de artikelen 88 en 92, § 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1994.

  Art. 8. <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  § 1. De Koning stelt de verordeningen van algemeen bestuur en de politieverordeningen vast betreffende de aanleg en de exploitatie van de radiodistributie- en de teledistributienetten. <Errata 25-04-1987>
  § 2. De Koning kan de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie toekennen aan de personeelsleden van (het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie) die Hij belast met het vaststellen van de overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk II van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten. Deze personeelsleden hebben voorrang ten aanzien van de andere officieren van gerechtelijke politie, met uitzondering van de procureur des Konings en van de onderzoeksrechter. Hun processen-verbaal zijn rechtsgeldig tot bewijs van het tegendeel. <KB 1994-03-15/30, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 15-04-1994>
  <Dit artikel treedt op 15-09-1993 in werking voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Zie CN : 1993-09-16/30>
  <NOTA : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 8, § 1, opgeheven bij DVR 1995-03-08/41, art. 3, § 1, 010; Inwerkingtreding : 10-06-1995>

  Art. 9. <NOTA : Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 1995-03-08/41, art. 3, § 1; Inwerkingtreding : 10-06-1995> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  De Minister bepaalt de minimale technische voorschriften waaraan de radiodistributie- en de teledistributienetten alsook de collectieve antennes moeten voldoen. Hij mag, in bijzondere gevallen, speciale voorwaarden opleggen ten einde de kwaliteit van een net waarvan de werking gebrekkig is, te verbeteren. <Errata 25-04-1987>
  <Dit artikel treedt op 15-09-1993 in werking voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Zie CN : 1993-09-16/30>

  Art. 10.(NOTA : zie verder niet-federale vormen van dit artikel.) § 1. De verdelers hebben het recht de kabels en de bijbehorende uitrustingen van hun radiodistributie- en teledistributienetten op hun kosten, op of onder de pleinen, wegen, straten, paden, waterlopen en vaarten die deel uitmaken van het openbaar domein te laten aanleggen en te onderhouden op voorwaarde zich te gedragen naar de wetten en besluiten betreffende de benuttiging van het openbaar domein en onder eerbiediging van het gebruik waartoe het dient.
  Vooraleer dit recht uit te oefenen, onderwerpt de belanghebbende verdeler het plan van de plaats en de bijzonderheden van de aanleg van de geleidingen aan de goedkeuring van de overheid van wie het openbaar domein afhangt.
  Deze overheid beslist binnen drie maanden te rekenen van de datum waarop het plan werd ingezonden en zij geeft de belanghebbende verdeler kennis van haar beslissing.
  Na het verstrijken van die termijn geldt het stilzwijgen van de overheid als goedkeuring.
  In geval van blijvende onenigheid wordt beslist bij koninklijk besluit.
  De openbare overheden hebben in elk geval het recht om de inrichting of het plan van een aanleg, evenals de daarmede verband houdende werken, later op hun onderscheidenlijk domein te doen wijzigen. Worden wijzigingen opgelegd ofwel om reden van de openbare veiligheid, ofwel tot behoud van het natuurschoon, ofwel in het belang van de wegen, waterlopen, vaarten of van een openbare dienst, ofwel als gevolg van een verandering die de aangelanden aan de toegangen tot de eigendommen langsheen de gebezigde wegen hebben toegebracht, dan zijn de kosten der werken ten laste van de verdeler, in de andere gevallen komen ze te laste van de overheid die de wijzigingen oplegt. Deze overheid mag vooraf een kostenbegroting eisen en, in geval van onenigheid, zelf de werken doen uitvoeren.
  § 2. De verdelers hebben tevens het recht om voor de aanleg van de kabels en de bijbehorende uitrustingen van hun radiodistributie- en teledistributienetten op blijvende wijze steunen en ankers aan te brengen op de muren en gevels die uitgeven op de openbare weg en hun kabels in open en onbebouwde grond aan te leggen of zonder vasthechting noch aanraking boven de private eigendommen te laten doorgaan.
  De werken mogen eerst aanvangen nadat aan de eigenaars, volgens de gegevens van het kadaster, aan de huurders en aan de bewoners een behoorlijk aangetoonde schriftelijke kennisgeving is gedaan.
  De uitvoering van de werken heeft geen buitenbezitstelling tot gevolg.
  Het plaatsen van steunen en ankers op muren of gevels kan de eigenaar niet hinderen in zijn recht zijn goed af te breken of te herstellen.
  De ondergondse kabels en steunen geplaatst in een open en onbebouwde grond dienen, op verzoek van de eigenaar, te worden weggenomen indien deze zijn recht om te bouwen of te omheinen uitoefent; de kosten van het wegnemen zijn ten laste van de verdeler.
  De eigenaar dient evenwel ten minste drie maand voor het aanvangen van de in het vierde en vijfde lid bedoelde werken, de verdeler hiervan bij een ter post aangetekende brief te verwittigen.
  § 3. De vergoedingen voor schade wegens de aanleg of de exploitatie van een radiodistributie- of een teledistributienet vallen ten laste van de verdeler die aansprakelijk blijft voor al de voor derden schadelijke gevolgen.
  § 4. De verdeler is verplicht onmiddellijk gevolg te geven aan elke vordering van [1 Proximus]1 of van enige dienst of enig bedrijf voor elektriciteitsvoorziening om elke storing in of nadelige invloed op de werking van de telefoon- of telegraafinstallaties of van de installaties voor elektriciteitsvoorziening onverwijld te doen ophouden. Bij gebreke daarvan worden de nodig geachte maatregelen, met inbegrip van het verplaatsen van de kabels en bijbehorende inrichtingen, door de betrokken diensten of bedrijven getroffen op kosten en risico van de verdeler. <W 1991-03-21/30, art. 55, 006; Inwerkingtreding : 04-09-1992>
  
  GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
  
  Art. 10. (Vlaamse Gemeenschap) (Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap) <DVR 1995-03-08/41, art. 3, § 1; Inwerkingtreding : 10-06-1995>
  Art. 10. (Duitstalige Gemeenschap) (Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap) <DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  Art. 10. (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) § 1. De verdelers hebben het recht de kabels en de bijbehorende uitrustingen van hun radiodistributie- en teledistributienetten op hun kosten, op of onder de pleinen, wegen, straten, paden, waterlopen en vaarten die deel uitmaken van het openbaar domein te laten aanleggen en te onderhouden op voorwaarde zich te gedragen naar de wetten en besluiten betreffende de benuttiging van het openbaar domein en onder eerbiediging van het gebruik waartoe het dient.
  (NOTA : onderhavig lid 2 opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zover het betrekking heeft op de bouwplaatsen. <ORD 2008-07-03/43, art. 91, 016; Inwerkingtreding : 01-11-2013>) Vooraleer dit recht uit te oefenen, onderwerpt de belanghebbende verdeler het plan van de plaats en de bijzonderheden van de aanleg van de geleidingen aan de goedkeuring van de overheid van wie het openbaar domein afhangt.
  (NOTA : onderhavig lid 3 opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zover het betrekking heeft op de bouwplaatsen. <ORD 2008-07-03/43, art. 91, 016; Inwerkingtreding : onbepaald>) Deze overheid beslist binnen drie maanden te rekenen van de datum waarop het plan werd ingezonden en zij geeft de belanghebbende verdeler kennis van haar beslissing.
  (NOTA : onderhavig lid 4 opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zover het betrekking heeft op de bouwplaatsen. <ORD 2008-07-03/43, art. 91, 016; Inwerkingtreding : onbepaald>) Na het verstrijken van die termijn geldt het stilzwijgen van de overheid als goedkeuring.
  (NOTA : onderhavig lid 5 opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor zover het betrekking heeft op de bouwplaatsen. <ORD 2008-07-03/43, art. 91, 016; Inwerkingtreding : onbepaald>) In geval van blijvende onenigheid wordt beslist bij koninklijk besluit.
  De openbare overheden hebben in elk geval het recht om de inrichting of het plan van een aanleg, evenals de daarmede verband houdende werken, later op hun onderscheidenlijk domein te doen wijzigen. Worden wijzigingen opgelegd ofwel om reden van de openbare veiligheid, ofwel tot behoud van het natuurschoon, ofwel in het belang van de wegen, waterlopen, vaarten of van een openbare dienst, ofwel als gevolg van een verandering die de aangelanden aan de toegangen tot de eigendommen langsheen de gebezigde wegen hebben toegebracht, dan zijn de kosten der werken ten laste van de verdeler, in de andere gevallen komen ze te laste van de overheid die de wijzigingen oplegt. Deze overheid mag vooraf een kostenbegroting eisen en, in geval van onenigheid, zelf de werken doen uitvoeren.
  § 2. De verdelers hebben tevens het recht om voor de aanleg van de kabels en de bijbehorende uitrustingen van hun radiodistributie- en teledistributienetten op blijvende wijze steunen en ankers aan te brengen op de muren en gevels die uitgeven op de openbare weg en hun kabels in open en onbebouwde grond aan te leggen of zonder vasthechting noch aanraking boven de private eigendommen te laten doorgaan.
  De werken mogen eerst aanvangen nadat aan de eigenaars, volgens de gegevens van het kadaster, aan de huurders en aan de bewoners een behoorlijk aangetoonde schriftelijke kennisgeving is gedaan.
  De uitvoering van de werken heeft geen buitenbezitstelling tot gevolg.
  Het plaatsen van steunen en ankers op muren of gevels kan de eigenaar niet hinderen in zijn recht zijn goed af te breken of te herstellen.
  De ondergondse kabels en steunen geplaatst in een open en onbebouwde grond dienen, op verzoek van de eigenaar, te worden weggenomen indien deze zijn recht om te bouwen of te omheinen uitoefent; de kosten van het wegnemen zijn ten laste van de verdeler.
  De eigenaar dient evenwel ten minste drie maand voor het aanvangen van de in het vierde en vijfde lid bedoelde werken, de verdeler hiervan bij een ter post aangetekende brief te verwittigen.
  § 3. De vergoedingen voor schade wegens de aanleg of de exploitatie van een radiodistributie- of een teledistributienet vallen ten laste van de verdeler die aansprakelijk blijft voor al de voor derden schadelijke gevolgen.
  § 4. De verdeler is verplicht onmiddellijk gevolg te geven aan elke vordering van [1 Proximus]1 of van enige dienst of enig bedrijf voor elektriciteitsvoorziening om elke storing in of nadelige invloed op de werking van de telefoon- of telegraafinstallaties of van de installaties voor elektriciteitsvoorziening onverwijld te doen ophouden. Bij gebreke daarvan worden de nodig geachte maatregelen, met inbegrip van het verplaatsen van de kabels en bijbehorende inrichtingen, door de betrokken diensten of bedrijven getroffen op kosten en risico van de verdeler. <W 1991-03-21/30, art. 55, 006; Inwerkingtreding : 04-09-1992> <Dit artikel treedt op 15-09-1993 in werking voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Zie CN : 1993-09-16/30>

  ----------
  (1)<W 2015-08-10/26, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 22-06-2015 (zie KB 2015-09-11/02, art. 1)>

  Art. 11. <NOTA : Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij DVR 1995-03-08/41, art. 3, § 1; Inwerkingtreding : 10-06-1995> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  (het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie) is bevoegd om op ieder ogenblik de conformiteit te controleren van de radiodistributie- en de teledistributienetten en van hun exploitatie, met de voorschriften van hoofdstuk II van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan. <KB 1994-03-15/30, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 15-04-1994>
  De rechten die door de verdelers moeten worden betaald om de uitgaven te dekken die uit deze opdracht voortvloeien en de betalingsmodaliteiten van die rechten worden door de Koning vastgesteld.
  <Dit artikel treedt op 15-09-1993 in werking voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Zie CN : 1993-09-16/30>

  HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de handelspubliciteit op radio en televisie. <NOTA : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt dit hoofdstuk opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>

  Art. 12. <NOTA 1 : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 12 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991> <NOTA 2 : Voor de Franse Gemeenschap wordt art. 12 opgeheven bij DFG 1991-07-19/35, art. 63, 2°, 008; Inwerkingtreding : 12-10-1991> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  § 1. De in België gevestigde radio-omroepstations en radio-omroepvennootschappen en al degenen die vergunning hebben gekregen om een klank- of televisieprogramma of een programmaonderdeel via een radiodistributie- of een teledistributienet over te brengen, mogen slechts handelspubliciteit in het programma opnemen indien ze daartoe gemachtigd zijn bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Deze machtiging kan worden ingetrokken in geval van inbreuk op deze wet of op de uitvoeringsbesluiten ervan.
  § 2. Per Gemeenschap kan slechts één privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon gemachtigd worden om handelspubliciteit op te nemen in televisieprogramma's die zich richten tot de gehele Gemeenschap.
  § 3. De Koning kan, bij in Ministerraad overlegde besluit, de voorwaarden en de modaliteiten bepalen van de machtigingen om handelspubliciteit op te nemen in televisieprogramma's gericht tot een deel van een Gemeenschap.
  <NOTA 3 : Voor de Duitstalige Gemeenschap wordt artikel 12, § 2, opgeheven bij DDG 1997-05-20/49, art. 14, 013; Inwerkingtreding : 02-07-1997>

  Art. 13. <NOTA 1 : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 13 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991> <NOTA 2 : Voor de Franse Gemeenschap wordt art. 13 opgeheven bij DFG 1991-07-19/35, art. 63, 3°, 008; Inwerkingtreding : 12-10-1991> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  De machtiging bedoeld in artikel 12 mag uitsluitend aan rechtspersonen verleend worden.

  Art. 14. <NOTA 1 : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 14 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991> <NOTA 3 : Voor de Franse Gemeenschap wordt art. 14 opgeheven bij DFG 1991-07-19/35, art. 63, 3°, 008; Inwerkingtreding : 12-10-1991> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  De handelspubliciteit mag:
  1° geen politieke, godsdienstige, syndicale, ideologische of filosofische strekking vertonen, noch enige stereotypering of discriminatie naar ras, geslacht, filosofische of politieke overtuiging;,
  2° geen betrekking hebben op goederen en diensten die de Koning aanduidt bij in Ministerraad overlegd besluit noch strijdig zijn met de wetten en de besluiten die de handelspubliciteit in het algemeen, of de handelspubliciteit voor bepaalde goederen of diensten reglementeren;
  3° niet strijdig zijn met de code voor de handelspubliciteit bedoeld in artikel 19. <NOTA 2 : punt 3 wordt voor de Duitstalige gemeenschap opgeheven bij DDG 1990-02-19/37, art. 1,1°, 003; Inwerkingtreding : 19-02-1990>

  Art. 15. <NOTA 1 : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 15 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991> <NOTA 2 : Voor de Franse Gemeenschap wordt art. 15 opgeheven bij DFG 1991-07-19/35, art. 63, 3°, 008; Inwerkingtreding : 12-10-1991> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  § 1. De handelspubliciteit moet als dusdanig herkenbaar zijn en duidelijk onderscheiden zijn van de programmaonderdelen. Elke rechtstreekse of zijdelingse verwijzing in de handelspubliciteit naar een programma of naar een programmaonderdeel is verboden.
  § 2. De handelspubliciteit moet gegroepeerd worden in niet opeenvolgende tijdsblokken van beperkte duur. Ieder tijdsblok wordt voorafgegaan en gevolgd door een kenwijsje of door een passende aankondiging.
  § 3. Onverminderd de toepassing van § 2 mag de handelspubliciteit een televisieprogrammaonderdeel niet onderbreken. Onderdelen van televisieprogramma's in het bijzonder bestemd voor kinderen beneden twaalf jaar mogen niet onmiddellijk voorafgegaan of gevolgd worden door handelspubliciteit.
  § 4. De Koning bepaalt bij in Ministerraad overlegd besluit de maximumduur van de tijdsblokken van handelspubliciteit op radio en televisie, evenals het maximum aantal tijdsblokken dat dagelijks over de televisie mag verspreid worden.

  Art. 16. <NOTA 1 : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 16 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991> <NOTA 2 : Voor de Franse Gemeenschap wordt art. 16 opgeheven bij DFG 1991-07-19/35, art. 63, 3°, 008; Inwerkingtreding : 12-10-1991> <NOTA : Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap bij DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>
  Al wie overeenkomstig artikel 12 gemachtigd is om handelspubliciteit in klank- en televisieprogramma's op te nemen, mag deze handelspubliciteit niet beperken tot de goederen of de diensten van één commerciële of financiële groep, noch een exclusiviteit verlenen voor de handelspubliciteit van een bepaald produkt of van een bepaalde dienst.
  Hij mag adverteerders niet discrimineren op grond van hun publiekrechtelijk of privaatrechtelijk statuut, inzonderheid wat betreft de tarieven en de duur van de publiciteitsboodschap.

  Art. 17. (Zie verder niet-federale vormen van art. 17.)
  § 1. De Koning bepaalt jaarlijks, bij in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten volgens welke een gedeelte van de bruto-inkomsten uit de handelspubliciteit aan de geschreven pers kan worden toegekend als forfaitaire tegemoetkoming voor het verlies aan inkomsten ingevolge de invoering van handelspubliciteit op radio en televisie. <Errata 25-04-1987>
  Deze bepaling is niet van toepassing op de inkomsten uit handelspubliciteit van de stations voor lokale klankradio-omroep.
  § 2. (Werd voor elke van de drie Gemeenschappen gewijzigd of opgeheven. Zie de gemeenschappelijke vormen van het artikel.)
  Art. 17. (Vlaamse Gemeenschap)
  § 1. De Koning bepaalt jaarlijks, bij in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten volgens welke een gedeelte van de bruto-inkomsten uit de handelspubliciteit aan de geschreven pers kan worden toegekend als forfaitaire tegemoetkoming voor het verlies aan inkomsten ingevolge de invoering van handelspubliciteit op radio en televisie. <Errata 25-04-1987>
  Deze bepaling is niet van toepassing op de inkomsten uit handelspubliciteit van de stations voor lokale klankradio-omroep.
  § 2 (Voor de Vlaamse Gemeenschap opgeheven) <DVR 1990-06-13/33, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1990>
  Art. 17. (Franse Gemeenschap)
  § 1. (Nota : § 1 wordt opgeheven voor de Franse Gemeenschap, met inwerkingtreding op de datum van inwerkingtreding van de nadere regels vastgesteld bij de Regering bij toepassing van artikel 30 van DFG 2003-02-27/60. <DFG 2003-02-27/60, art. 166, 015; Inwerkingtreding : onbepaald>) De Koning bepaalt (...), bij in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten volgens welke een gedeelte van de bruto-inkomsten uit de handelspubliciteit aan de geschreven pers kan worden toegekend als forfaitaire tegemoetkoming voor het verlies aan inkomsten ingevolge de invoering van handelspubliciteit op radio en televisie. <Errata 25-04-1987> <DFG 1991-07-19/35, art. 63, 40, 008; Inwerkingtreding : 12-10-1991>
  Deze bepaling is niet van toepassing op de inkomsten uit handelspubliciteit van de stations voor lokale klankradio-omroep.
  § 2. (De Executieve kan het alleenrecht op de commercialisatie binnen de Franse Gemeenschap van de commerciële reclameblokken op de " Radio-Télévision belge de la Communauté francaise " en de radio-omroepstations en radio-omroepvennootschappen die zich tot het gehele publiek van de Franse Gemeenschap richten, verlenen aan een handelsmaatschappij van Belgisch recht die daartoe wordt opgericht volgens door de Executieve nader te bepalen regels, na het advies te hebben ingewonnen van de in artikel 12, § 1 bedoelde radio-omroepinstellingen die zich tot het gehele publiek van de Franse Gemeenschap richten.
  Indien de Executieve gebruik maakt van de mogelijkheid die haar bij het vorige lid wordt gegeven, bepaalt ze, na het advies van die radio-omroepinstellingen te hebben ingewonnen, de nadere regels voor de verdeling van de reclameblokken over die instellingen en voor de verdeling van de inkomsten uit die reclameblokken, opdat, enerzijds, de radio-omroepstations en radio-omroepvennootschappen die de machtiging tot uitzending van commerciële reclame hebben bekomen en zich tot het gehele publiek van de Franse Gemeenschap richten, de ontvangsten zouden kunnen krijgen die noodzakelijk zijn voor de financiëring van hun activiteiten, en opdat, anderzijds, de " Radio-Télévision belge de la Communauté francaise " ontvangsten zou kunnen krijgen binnen de perken vastgesteld bij dit decreet en de besluiten tot uitvoering ervan.) <DFG 1989-07-04/32, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 10-09-1989>
  Art. 17. (Duitstalige Gemeenschap)
  (opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap) <DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>

  Art. 18. (Nota : zie verder de gemeenschappelijke vormen van dit artikel.)
  § 1. Het deel van de inkomsten uit de handelspubliciteit bekomen bij toepassing van artikel 17, § 1, wordt al naargelang de Gemeenschap waartoe de rechtspersoon, gemachtigd overeenkomstig artikel 12, behoort, ingeschreven als krediet ter tegemoetkoming van de Nederlandstalige, de Franstalige of de Duitstalige geschreven pers, op de begroting van de Diensten van de Eerste Minister, en wordt verdeeld volgens criteria en modaliteiten welke vastgesteld worden bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  § 2. Wanneer de rechtspersoon, gemachtigd overeenkomstig artikel 12, gevestigd is in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en niet kan worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de ene of de andere Gemeenschap, wordt het deel van de inkomsten uit de handelspubliciteit bekomen bij toepassing van artikel 17, § 1, ingeschreven als krediet ter tegemoetkoming van de geschreven pers, op de begroting van de Diensten van de Eerste Minister en verdeeld volgens criteria en modaliteiten welke vastgesteld worden bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  Art. 18. (Vlaamse Gemeenschap)
  (Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap) <DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991>
  Art. 18. (Franse Gemeenschap)
  § 1. (Nota : § 1 wordt opgeheven voor de Franse Gemeenschap met inwerkingtreding op de datum van inwerkingtreding van de nadere regels vastgesteld bij de Regering bij toepassing van artikel 30 van DFG 2003-02-27/60. <DFG 2003-02-27/60, art. 166, 015; Inwerkingtreding : onbepaald>) Het deel van de inkomsten uit de handelspubliciteit bekomen bij toepassing van artikel 17, § 1, wordt al naargelang de Gemeenschap waartoe de rechtspersoon, gemachtigd overeenkomstig artikel 12, behoort, ingeschreven als krediet ter tegemoetkoming van de Nederlandstalige, de Franstalige of de Duitstalige geschreven pers, op de begroting van de Diensten van de Eerste Minister, en wordt verdeeld volgens criteria en modaliteiten welke vastgesteld worden bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  § 2. Wanneer de rechtspersoon, gemachtigd overeenkomstig artikel 12, gevestigd is in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en niet kan worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de ene of de andere Gemeenschap, wordt het deel van de inkomsten uit de handelspubliciteit bekomen bij toepassing van artikel 17, § 1, ingeschreven als krediet ter tegemoetkoming van de geschreven pers, op de begroting van de Diensten van de Eerste Minister en verdeeld volgens criteria en modaliteiten welke vastgesteld worden bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  Art. 18. (Duitstalige Gemeenschap)
  (Opgeheven voor de Duitstalige Gemeenschap) <DDG 1999-04-26/58, art. 68, 014; Inwerkingtreding : 27-07-1999>

  Art. 19. <NOTA 1 : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 19 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991>
  <NOTA 2 : art. 19 wordt voor de Duitstalige gemeenschap opgeheven bij DDG 1990-02-19/37, art. 1,4°, 003; Inwerkingtreding : 19-02-1990>
  <NOTA 3 : Voor de Franse Gemeenschap wordt art. 19 opgeheven bij DFG 1991-07-19/35, art. 63, 5°, 008; Inwerkingtreding : 12-10-1991>

  Art. 20. <NOTA 1 : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 20 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991>
  <NOTA 2 : art. 20 wordt voor de Duitstalige gemeenschap opgeheven bij DDG 1990-02-19/37, art. 1,4°, 003; Inwerkingtreding : 19-02-1990>
  De koninklijke besluiten bedoeld in de artikelen 12, 15, 17, 18 en 19, worden vastgeteld nadat het advies is gevraagd van de Executieve van de betrokken Gemeenschap of van de Executieven van de betrokken Gemeenschappen.

  HOOFDSTUK IV. - Strafbepalingen.

  Art. 21. De inbreuken op de bepalingen van de artikelen 2, 5, 7, 8, 9 en 10, en van hun uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een geldboete van duizend frank tot honderdduizend frank. <Errata 25-04-1987>

  Art. 22. <NOTA 1 : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 22 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991>
  <NOTA 2 : art. 22 wordt voor de Duitstalige gemeenschap opgeheven bij DDG 1990-02-19/37, art. 1,4°, 003; Inwerkingtreding : 19-02-1990>
  Hij die handelspubliciteit opneemt in klank- of televisieprogramma's in strijd met de bepalingen van de artikelen 14, 15 en 16 van deze wet of zonder hiertoe te zijn gemachtigd overeenkomstig artikel 12 van deze wet, wordt gestraft met een geldboete van vijfhonderd frank tot honderdduizend frank. <Errata 25-04-1987>

  Art. 23. <NOTA : Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt art. 23 opgeheven bij DVR 1991-06-12/39, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-1991>
  De bepalingen van boek I van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken bedoeld in de artikelen 21 en 22.

  HOOFDSTUK V. - Opheffings- en wijzigingsbepalingen.

  Art. 24. Artikel 13 van de wet van 26 januari 1960 betreffende de taksen op de toestellen voor het ontvangen van radio-omroepuitzendingen, gewijzigd bij de wet van 7 augustus 1961, wordt vervangen door de volgende bepaling:
  "Art. 13. het eindontvangtoestel van een radiodistributienet en het eindontvangtoestel van een teledistributienet worden voor de toepassing van deze wet, respectievelijk gelijkgesteld met een toestel voor het ontvangen van klankuitzendingen van de radio-omroep en met een toestel voor het ontvangen van omgeroepen televisieuitzendingen.
  Onder eindontvangtoestel wordt het toestel verstaan dat met een radiodistributie- of teledistributienet verbonden is om de klank- of televisieprogrammasignalen die door dat net worden overgebracht te ontvangen en ogenblikkelijk te reproduceren, ofwel in de vorm van klanken, ofwel in de vorm van beelden, teksten en klanken".

  Art. 25. Artikel 28, § 3, van de wet van 18 mei 1960 houdende organisatie van de Instituten van de Belgische Radio en Televisie, wordt opgeheven.

  Art. 26. De Koning stelt voor iedere bepaling van hoofdstuk II en voor artikel 24 de datum van inwerkingtreding vast.
Erratum Tekst Begin

originele versie
1987021085
PUBLICATIE :
1987-04-25
bladzijde : 6214

Errata



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 10-08-2015 GEPUBL. OP 01-09-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 6; 10)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 03-07-2008 GEPUBL. OP 06-08-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • originele versie
  • DECREET FRANSE GEMEENSCHAP VAN 31-03-2004 GEPUBL. OP 13-05-2004
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • DECREET FRANSE GEMEENSCHAP VAN 27-02-2003 GEPUBL. OP 17-04-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 17; 18)
  • originele versie
  • DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 26-04-1999 GEPUBL. OP 17-07-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 2-20)
  • originele versie
  • DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 20-05-1997 GEPUBL. OP 02-07-1997
    (GEWIJZIGD ART. : 12)
  • WET VAN 30-03-1995 GEPUBL. OP 22-02-1996
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3)
  • WET VAN 20-12-1995 GEPUBL. OP 23-12-1995
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-03-1995 GEPUBL. OP 31-05-1995
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 5; 8; 9; 10; 11)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 15-03-1994 GEPUBL. OP 15-04-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 5; 6; 10)
  • DECREET FRANSE GEMEENSCHAP VAN 19-07-1991 GEPUBL. OP 02-10-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 6; 7; 12; 13-16; 17; 19)
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 12-06-1991 GEPUBL. OP 14-08-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 12-16; 18-20; 22; 23)
  • WET VAN 21-03-1991 GEPUBL. OP 27-03-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 5-8; 10; 11)
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-11-1990 GEPUBL. OP 29-01-1991
    (GEWIJZIGD ART. : 12)
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 13-06-1990 GEPUBL. OP 18-07-1990
    (GEWIJZIGDE ART. : 16; 17)
  • DECREET DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 19-02-1990 GEPUBL. OP 19-05-1990
    (GEWIJZIGDE ART. : 14; 17; 18; 19; 20; 22)
  • DECREET FRANSE GEMEENSCHAP VAN 04-07-1989 GEPUBL. OP 31-08-1989
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 17)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zittijd 1984-1985. Kamer van Volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsontwerp,, nr. 1222-1. - Amendementen, nrs. 1222-2 tot 18. - Verslag, nr. 1222-19 (+ corrigendum + addenda). - Amendementen, nrs. 1222-20 tot 22. - Advies van de Raad van State, nr. 1222-23. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. - Vergaderingen van 8, 9 en 10 juli 1985. Zittijd 1985-1986. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsontwerp (van verval ontheven door de wet van 14 februari 1986), nr. 536-1. - Amendementen, nrs. 536-2 tot 4. - Advies van de Raad van State, nr. 536-5. - Amendementen, nrs. 536-6 en 7. - (Wetsvoorstel Mottard, nr. 94-1. - Advies van de Raad van State, nr. 94-2. - Verslag, nr. 94-3). - Verslag, nr. 536-8. Zittijd 1986-1987. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Amendementen, nrs. 536-9 en 10. - Advies van de Raad van State, nr. 536-11. - Amendementen, nr. 536-12. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. - Vergaderingen van 28 oktober en 12 november 1986. - Aanneming. - Vergadering van 13 november 1986. Senaat. Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 397-1. - Verslag, nr. 397-2. - Amendementen, nrs. 397-3 tot 13. - Advies van de Raad van State, nr. 397-14. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. - Vergaderingen van 13, 14 en 28 januari 1987. - Aanneming. - Vergadering van 29 januari 1987.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 58 uitvoeringbesluiten 16 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie