J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1100 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1975/03/28/1975032805/justel

Titel
28 MAART 1975. - Wet betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten.
(NOTA : opgeheven voor het Vlaamse Gewest bij DVR 2013-06-28/15, art. 81, 5°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2014)(Opgeheven voor het Waalse Gewest bij WLW 2014-03-27/65, art. D.418, 4°, 013; Inwerkingtreding : 15-06-2014; zie ook de overgangsmaatregelen in art. D.420)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-01-1991 en tekstbijwerking tot 05-06-2014)

Publicatie : 25-04-1975 nummer :   1975032805 bladzijde : 5141
Dossiernummer : 1975-03-28/31
Inwerkingtreding : 05-05-1975

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4, 4bis, 5, 5bis, 6-8, 8bis, 9-14

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.Deze wet is van toepassing op de voortbrengselen van de landbouw, van de tuinbouw, van de zeevisserij, met inbegrip van de produkten van de teelt van ongewervelde zeedieren, en van de veeteelt, met inbegrip van zuivelprodukten evenals van eieren en eiprodukten.
  Beschouwd worden als:
  1. zuivelprodukten: (melk van dieren) en elk produkt afgeleid van deze grondstof hetzij door bewerking of verwerking, hetzij door thermische of mechanische behandeling, hetzij door indamping of verdamping, hetzij door stremming of gisting, hetzij door afkoeling of bevriezing, hetzij door toevoeging van andere stoffen, hetzij door onttrekking van een of meer bestanddelen; <W 1999-02-05/35, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  2. eieren en eiprodukten: gehele eieren van pluimvee en produkten ervan die bestaan uit de van de schaal en schaalvliezen ontdane gehele of gedeeltelijke inhoud van de eieren, waaraan al dan niet andere stoffen zijn toegevoegd.
  (3. dierlijke bijproducten : niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, zoals bepaald in de Verordening EG 1774/2002 van de Raad en van het Europees Parlement van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en meer in het bijzonder de bijproducten bestemd voor technisch gebruik, de bijproducten bestemd voor diagnose, onderzoek en onderwijs, de niet-verwerkte bijproducten bestemd voor gebruik in dierenvoeding en de bijproducten bestemd voor taxidermie.) <W 2007-03-01/37, art. 106, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  
  Artikel 1. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,5°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 2. Deze wet heeft tot doel:
  1. de belangen te vrijwaren van de voortbrengers, de kwekers, de vissers, de verdelers, de bereiders, de veilingen, de gebruikers en de verbruikers, door middel van maatregelen die ertoe strekken bedrog en vervalsing te voorkomen en praktijken te weren die tot gevolg hebben afbreuk te doen aan de normale voorwaarden van mededinging;
  2. de plantaardige en dierlijke produktie te bevorderen, te verbeteren en te beschermen;
  3. afzetgebieden te behouden, te verwerven en uit te breiden op de binnenlandse en buitenlandse markten.

  Art. 3.§ 1. De Koning kan ten aanzien van de in deze wet bedoelde produkten:
  [1° alle maatregelen nemen voor de uitvoering van de gemeenschappelijke ordeningen der markten, tot stand gebracht op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, alsmede voor de uitvoering van de communautaire regeling voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden;
  2° de voorwaarden bepalen inzake produktie, zeevisserij, aanvoer, verwerking, bewerking, analyse, samenstelling, aanwezigheid van residuen, bewaring, vervoer, behandeling, vervaardiging, bereiding, opslag, indeling, kwaliteit, hoeveelheid, maat, gewicht, vorm, heffing, prijs, afhouding, toeslag, subsidie, oorsprong, herkomst, triëring, verpakking, presentatie, conditionering en reclame waaraan die produkten moeten voldoen. Deze voorwaarden kunnen ertoe strekken voor bedoelde produkten algemeen geldende minimumvereisten in te voeren om in de handel te worden gebracht, verworven, aangeboden, ten verkoop tentoongesteld, in bezit gehouden, bereid, vervoerd, verkocht, geleverd, onder kosteloze of bezwarende titel afgestaan, ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd. Deze voorwaarden kunnen eveneens ertoe strekken een op kwaliteitsverschillen of bepaalde karakteristieken gebaseerd onderscheid te maken tussen de in de handel gebrachte produkten;] <W 1990-12-29/30, art. 214, 1°, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991>
  [3°] de merken, loodjes, verzegelingen, labels, etiketten, getuigschriften, attesten, bordjes, tekens, verpakkingen, benamingen of andere aanwijzingen of stukken bepalen waaruit het bestaan van de sub 1° bedoelde voorwaarden bewezen of te kennen gegeven wordt; <W 1990-12-29/30, art. 214, 2°, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991>
  [4°] de activiteiten van de personen die de onder 1° genoemde handelingen stellen onderwerpen aan een voorafgaande machtiging of erkenning verleend door (de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft) of door de instelling of de ambtenaar daartoe gemachtigd door (de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft); <W 1990-12-29/30, art. 214, 2°, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991> <W 2007-03-01/37, art. 105, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  [5°] de voorwaarden bepalen tot het verkrijgen en behouden van een machtiging of erkenning als bedoeld in 3°, met inbegrip van het opleggen van de betaling van een vergoeding en het vaststellen van het bedrag ervan; <W 1990-12-29/30, art. 214, 2°, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991>
  [6°] de controlemaatregelen vaststellen bestemd om de uitvoering te verzekeren van de krachtens bovenstaande bepalingen uitgevaardigde reglementeringen en de regelen die moeten worden nageleefd door de personen waarop deze reglementeringen van toepassing zijn, evenals de vergoedingen die hiervoor kunnen worden gevorderd [en onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.] <W 1990-12-29/30, art. 214, 2°, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991> <KB 2001-02-22/33, art. 16, 006; Inwerkingtreding : onbepaald>
  [7° bepalen in welke mate en onder welke voorwaarden een vergoeding of een voorschot kan verleend worden bij een verbod tot het in de handel brengen om redenen van volksgezondheid of dierengezondheid. In dat geval kan de Belgische Staat de financiële last van het verbod tot het in de handel brengen terugvorderen van de vermoedelijke of bewezen verantwoordelijke van de oorzaak van het verbod.] <W 1999-02-05/35, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  [8° de vergoedingen vaststellen die de operatoren moeten betalen voor het verkrijgen van een gezondheidscertificaat voor de uitvoer van dierlijke bijproducten.] <W 2008-06-08/30, art. 48, 008; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  § 2. De Koning kan de wijze en de voorwaarden van monsterneming vaststellen, de ontledingsmethoden bepalen, het tarief van de ontledingen vaststellen evenals de voorwaarden bepalen voor de inrichting en de werking van de ontledingslaboratoria met het oog op hun erkenning door [de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft]. <W 2007-03-01/37, art. 105, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  [Het vorig lid is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.] <KB 2001-02-22/33, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  § 3. De Koning kan de uitoefening van sommige van de bij dit artikel bepaalde machten, die hij aanwijst, aan [de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft] overdragen. <W 2007-03-01/37, art. 105, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  
  
  Art. 3. (VLAAMSE GEWEST)
  <Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,5°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  
  Art. 3. WAALS GEWEST
  <Opgeheven bij DWG 2013-06-27/15, art. 62, 011; Inwerkingtreding : 09-08-2013>


  Art. 4.<W 1999-02-05/35, art. 22, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999> Onverminderd de bepalingen van artikel 3 van deze wet, kan de Koning de voorwaarden bepalen waaronder [de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft] representatieve beroepsorganisaties van producenten, kopers en/of van verwerkers van bepaalde producten erkent en regels goedkeurt die deze representatieve beroepsorganisaties inzake de productie en het op de markt brengen van bepaalde producten vaststellen. <W 2007-03-01/37, art. 105, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  De erkende representatieve beroepsorganisaties onderwerpen zich aan het toezicht van de Minister en zijn afgevaardigden.
  De goedgekeurde regels hebben de rechtsgevolgen van verordeningen en binden de categorieën van betrokken personen. Zij worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad als bijlage bij het ministerieel besluit tot goedkeuring.
  Het ministerieel besluit tot goedkeuring heeft uitwerking met ingang van de datum waarop de regels in werking treden. Het houdt op uitwerking te hebben bij het verstrijken van de duur van deze regels.
  
  Art. 4. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,5°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 4bis.<Ingevoegd bij W 1990-12-29/30, art. 215, 002; Inwerkingtreding : 19-01-1991, bij arrest 53/92 van 9 juli 1992, vernietigt het Arbitragehof het artikel 215 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen, in zoverre het de beroepsorganisaties machtigt, door overeenkomsten van het bedrijfsleven, de overdracht van leveringsrechten van bieten afhankelijk te stellen van het schriftelijk akkoord van de titularis van de rechten die het genot van gronden overlaat>
  § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 3 van deze wet, kan de Koning de voorwaarden bepalen waaronder de Minister van Landbouw de representatieve beroepsorganisaties van suikerfabrikanten en van de verkopers van bieten erkent en de overeenkomsten van het betrokken bedrijfsleven goedkeurt waarbij de individuele en collectieve betrekkingen tussen suikerfabrikanten en de verkopers van bieten worden geregeld, alsmede de rechten en verplichtingen van de contracterende partijen.
  Deze overeenkomsten van het betrokken bedrijfsleven kunnen inzonderheid regels bevatten met betrekking tot de voorwaarden voor aankoop, levering, ontvangst en betaling van bieten, met betrekking tot de voorwaarden van de verdeling van leveringsrechten, het beheer van deze rechten en de overdracht van deze rechten van de titularis naar een derde met of zonder overdracht van het genot van gronden en met of zonder het schriftelijk akkoord van de titularis van de rechten die het genot van gronden overlaat en met betrekking tot de voorwaarden waaronder de afhoudingen verricht kunnen worden door de suikerfabrikanten op de betalingen van de bieten met het oog op het dekken van de kosten van de activiteiten van de beroepsorganisaties of met het oog op het verzekeren van de behartiging van de belangen die zij vertegenwoordigen of de financiering van een deelname in het kapitaal van ondernemingen van de betrokken sector.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 3 van deze wet, kan de Koning de voorwaarden bepalen waaronder de Minister van Landbouw representatieve beroepsorganisaties erkent, hetzij van de suikerfabrikanten, hetzij van de bietenverkopers, hetzij van de suikerfabrikanten en bietenverkopers en de gemeenschappelijke regels, vastgesteld door deze representatieve beroepsorganisaties, goedkeurt.
  Die gemeenschappelijke regels kunnen betrekking hebben op de produktie en het op de markt brengen van de bieten en van de suiker, alsmede op de behartiging van de vertegenwoordigde belangen.
  Die gemeenschappelijke regels mogen niet strijdig zijn met de bepalingen van de overeenkomsten van het bedrijfsleven, bedoeld in § 1.
  § 3. De erkende representatieve beroepsorganisaties onderwerpen zich aan het toezicht van de Minister van Landbouw of van zijn afgevaardigden met betrekking tot hun boekhouding en met betrekking tot de toepassing van de goedgekeurde overeenkomsten van het bedrijfsleven en gemeenschappelijke regelen.
  Het toezicht kan uitgeoefend worden door ambtenaren die als waarnemer aan vergaderingen van de beheersorganen deelnemen.
  De goedgekeurde overeenkomsten van het betrokken bedrijfsleven en gemeenschappelijke regels hebben de rechtsgevolgen van verordeningen en binden de categorieën van betrokken personen. Zij worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad als bijlage bij het ministerieel besluit tot goedkeuring.
  Het ministerieel besluit tot goedkeuring heeft uitwerking met ingang van de datum waarop de overeenkomst en gemeenschappelijke regels in werking treden. Het houdt op uitwerking te hebben bij het verstrijken van de duur van deze overeenkomsten en regels.
  § 4. De Koning kan de samenstelling, de opdracht en de werkwijze bepalen van de Suikercommissie. <Bij arrest nr. 53/92 van 9 juli 1992 (B.St. 27-08-1992, p. 18816) heeft het Arbitragehof dit artikel vernietigd; Opheffing : 19-01-1991, in zoverre het de beroepsorganisaties machtigt, door overeenkomsten van het bedrijfsleven, de overdracht van leveringsrechten van bieten afhankelijk te stellen van het schriftelijk akkoord van de titularis van de rechten die het genot van gronden toelaat>
  
  Art. 4bis. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,5°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 5.[Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie wordt overtreding van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten opgespoord en vastgesteld door de gerechtelijke agenten bij de parketten, de leden van de rijkswacht en de ambtenaren van de gemeentelijke politie, alsmede naargelang van het geval [de statutaire en contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, de personeelsleden van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau, de ambtenaren van het Bestuur der Douane en Accijnzen, de inspecteurs en controleurs van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie]. Zij mogen vaststellingen verrichten op grond van waarnemingen vanuit de lucht, de zee of het land met behulp van alle beschikbare technische middelen.] <W 1999-02-05/35, art. 23, 1°, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999> <W 2007-03-01/37, art. 105, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007> <W 2007-03-01/37, art. 107, 1°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  Degenen onder hen die de eed, voorgeschreven bij het decreet van 20 juli 1831, niet zouden afgelegd hebben, zullen hem voor de vrederechter afleggen. [De personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu leggen, voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid of zijn afgevaardigde.] <W 2007-03-01/37, art. 107, 2°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  De door deze overheidspersonen opgemaakte processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegenbewijs is geleverd; een afschrift daarvan wordt binnen vijftien dagen na de vaststelling aan de overtreders betekend.
  Dezelfde overheidspersonen kunnen monsters nemen en deze door een daartoe erkend laboratorium laten ontleden.
  In de uitoefening van hun opdracht mogen zij fabrieken, magazijnen, bergplaatsen, kantoren, vervoermiddelen, bedrijfsgebouwen, stallen, veilingen, markten, vismijnen, [vissersvaartuigen, slachthuizen, versnijdingslokalen, diepvriesinstallaties,] trieerinstellingen, koelhuizen, stapelhuizen, stations en de in de open lucht gelegen bedrijven betreden. <W 1999-02-05/35, art. 23, 2°, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  [Zij mogen de plaatsen die tot woning dienen, slechts bezoeken met verlof van de rechter in de politierechtbank.] <W 1999-02-05/35, art. 23, 3°, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  Zij kunnen zich alle inlichtingen [, bescheiden en geïnformatiseerde dragers van gegevens] doen verstrekken die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten en overgaan tot alle nuttige vaststellingen, eventueel met de medewerking van deskundigen, gekozen uit een lijst door [de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft] opgemaakt. <W 1999-02-05/35, art. 23, 4°, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999> <W 2007-03-01/37, art. 105, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  [Indien bescheiden en geïnformatiseerde dragers van gegevens worden meegenomen, wordt er ter plaatse een omstandige inventaris van opgemaakt, waarvan één kopie aan de houder wordt overhandigd.] <W 1999-02-05/35, art. 23, 5°, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  [Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.] <KB 2001-02-22/33, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  
  Art. 5. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,5°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 5bis. <Ingevoegd bij W 1999-02-05/35, art. 24; Inwerkingtreding : 29-03-1999> Wanneer een overtreding van deze wet of van één van de uitvoeringsbesluiten wordt vastgesteld, kunnen de agenten van de overheid bedoeld in artikel 5 van deze wet een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan deze overtreding.
  Het origineel van de waarschuwing wordt verstuurd naar de overtreder binnen de vijftien dagen na de vaststelling van de overtreding.
  De waarschuwing vermeldt :
  a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepaling(en);
  b) de termijn binnen dewelke een einde moet komen aan de overtreding;
  c) dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal zal opgesteld worden en overgezonden naar de procureur des Konings.
  (Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 6. § 1. (Onverminderd de toepassing in voorkomend geval, van de strengere straffen bepaald, hetzij bij het Strafwetboek, hetzij bij artikel 231 van het koninklijk besluit van 18 juli 1977 houdende coördinatie van de algemene bepalingen inzake douane en accijnzen, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vijf jaar en met een geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met één van die straffen alleen :) <W 1999-02-05/35, art. 25, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  1° hij die een bij artikel 3, § 1, 2°, bedoeld voorwerp, stuk of aanduiding, opgelegd bij een krachtens artikel 3 genomen besluit, namaakt of vervalst en hij die, wetens, gebruik maakt van een dergelijk nagemaakt of vervalst voorwerp, stuk of aanduiding;
  2° hij die, gebruik makend van een bij artikel 3, § 1, 2°, bedoeld voorwerp, stuk of aanduiding, opgelegd bij een krachtens artikel 3 genomen besluit, bedrog pleegt nopens de oorsprong, de hoedanigheid of de hoeveelheid van het produkt en hij die bedrieglijk gebruik maakt van een dergelijk nagemaakt of vervalst voorwerp, stuk of aanduiding;
  3° hij die nalaat een merk, lood, verzegeling, label, etiket of enigerlei aanduiding aan te brengen waar dit opgelegd is bij een krachtens artikel 3 getroffen besluit;
  4° hij die, hetzij door berichten, plakbrieven of andere wijzen van aankondiging, hetzij door het gebruik van een bij artikel 3, § 1, 2°, bedoelde voorwerp, stuk of aanduiding, veinst of valselijk beweert dat het produkt door de overheid werd gecontroleerd of erkend of zich valselijk op deze controle of erkenning beroept;
  5° hij die een monster van een krachtens artikel 3 gereglementeerd produkt vervalst of doet vervalsen;
  6° hij die een produkt in de handel brengt, verwerft, aanbiedt, ten verkoop tentoonstelt, in bezit houdt, bereidt, vervoert, verkoopt, levert, afstaat, invoert, uitvoert of doorvoert, wanneer die handeling door een krachtens artikel 3 genomen besluit verboden is;
  7° hij die, zonder machtiging of erkenning, een produkt in de handel brengt, verwerft, aanbiedt, ten verkoop tentoonstelt, in bezit houdt, bereidt, vervoert, verkoopt, levert, afstaat, invoert, uitvoert of doorvoert, wanneer ingevolge een krachtens artikel 3 genomen besluit een machtiging of erkenning voor die handeling is vereist;
  8° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 5 bepaalde overheden of die, wetens, onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt.
  § 2. Bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een der misdrijven bepaald bij § 1, kunnen de gevangenisstraffen en geldboete worden verdubbeld. De rechtbank kan daarenboven de sluiting bevelen van de inrichting van de veroordeelde voor een termijn van acht dagen tot één jaar.
  § 3. De bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing.

  Art. 7. Overtreding van bepalingen van deze wet of van krachtens artikel 3 genomen besluiten die niet in artikel 6 zijn bepaald, wordt gestraft met een geldboete van één frank tot vijfentwintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen of met één van die straffen alleen.
  Bij herhaling binnen twee jaar na de laatste veroordeling voor één van die overtredingen worden deze gestraft met de bij artikel 6 bepaalde straffen.

  Art. 8.<W 1999-02-05/35, art. 26, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999> § 1. Overtredingen van deze wet en van de besluiten tot uitvoering ervan kunnen het voorwerp uitmaken, hetzij van strafrechtelijke vervolgingen, hetzij van een administratieve geldboete, onverminderd de schorsing of intrekking van de voorafgaande machtiging of erkenning bedoeld bij artikel 3, § 1, 4°.
  De verbaliserende ambtenaar stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de door de Koning aangewezen ambtenaar.
  § 2. De procureur des Konings beslist of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt.
  Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.
  § 3. De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van de ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar.
  Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangewezen ambtenaar overeenkomstig de modaliteiten en voorwaarden die hij bepaalt, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen.
  § 4. De beslissing van de aangewezen ambtenaar is met redenen omkleed en bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete die niet lager mag zijn dan de helft van het minimum van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan het vijfvoudige van dit minimum.
  Nochtans worden deze bedragen altijd vermeerderd met de opdeciemen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten.
  Bovendien worden de expertisekosten ten laste gelegd van de overtreder.
  In voorkomend geval kan het bedrag van de administratieve boete worden vermeerderd met het bedrag dat overeenkomt met het economisch voordeel van de overtreding.
  § 5. Bij samenloop van misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het dubbel van het maximumbedrag bedoeld in § 4.
  § 6. De beslissing bedoeld in § 4 van dit artikel wordt aan de betrokkene bekendgemaakt bij een ter post aangetekende brief samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de door de Koning gestelde termijn. Deze kennisgeving doet de strafvordering vervallen; de betaling van de administratieve geldboete maakt een einde aan de vordering van de administratie.
  § 7. Blijft de betrokkene in gebreke om de geldboete en de expertisekosten binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de veroordeling tot de geldboete en de expertisekosten voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.
  § 8. Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd vijf jaar na het feit dat een bij deze wet bedoeld misdrijf oplevert.
  De daden van onderzoek of van vervolging verricht binnen de in het eerste lid van deze paragraaf gestelde termijn stuiten de loop ervan.
  Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
  § 9. De Koning bepaalt de procedureregelen die toepasselijk zijn op de administratieve geldboeten.
  De administratieve geldboeten worden gestort, naargelang de overtreding, op ofwel het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, ofwel het Landbouwfonds, ofwel het Fonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten van het Ministerie van Middenstand en Landbouw.
  § 10. De rechtspersoon, waarvan de overtreder orgaan of aangestelde is, is eveneens aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete.
  (§ 11. Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  
  Art. 8. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,5°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 8bis. <Ingevoegd bij W 1999-02-05/35, art. 27; Inwerkingtreding : 29-03-1999> De overheidspersonen bedoeld in artikel 6 kunnen, bij administratieve maatregel, bewarend beslag leggen op producten alsmede op productiemiddelen waarvan zij vermoeden dat zij niet beantwoorden aan de bepalingen van een krachtens deze wet genomen besluit.
  De duur van dit bewarend beslag mag dertig dagen niet overschrijden. Dit bewarend beslag wordt gelicht bij beslissing van de overheidspersoon die het heeft gelegd, door het verstrijken van de termijn of door het beslag voorzien bij artikel 9.
  (Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 9.(Federaal) [§ 1.] De overheidspersonen bedoeld in artikel 5 mogen, in geval van overtreding, de producten [alsmede de productiemiddelen] in beslag nemen. <W 1999-02-05/35, art. 28, 1°, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  Wanneer de inbeslaggenomen produkten bederfelijk zijn, mogen zij, op tussenkomst van [de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft] of zijn gemachtigde en voor zover zulks verenigbaar is met de eisen van de volksgezondheid, verkocht worden of tegen betaling van een vergoeding teruggegeven worden aan de eigenaar; in dit geval mag er slechts over worden beschikt overeenkomstig de richtlijnen verstrekt door de door [de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft] aangewezen ambtenaren. De ontvangen som wordt op de griffie van de rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf uitspraak is gedaan. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen produkten, zowel voor wat de verbeurdverklaring als wat de eventuele teruggave aan de belanghebbende betreft. <KB 2007-03-01/37, art. 105, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  De in beslag genomen produkten worden, naar gelang van het geval, door het bestuur van registratie en domeinen of door het bestuur van douanen en accijnzen verkocht.
  Wanneer de eisen van de volksgezondheid de verkoop of de teruggave van de produkten niet toegelaten worden deze, op tussenkomst van [de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft] of zijn gemachtigde, hetzij ontaard, of verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd, alles op kosten van de overtreder. <KB 2007-03-01/37, art. 105, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  [§ 2. De overheidspersonen bedoeld in artikel 5, mogen bij betrapping op heterdaad vissersvaartuigen naar een Belgische haven opbrengen met het doel onmiddellijk een vervolging in te stellen en, als zulks nodig mocht blijken, het vissersvaartuig voor rekening en op risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
  Het aan de ketting gelegd vissersvaartuig wordt onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen, door de eigenaar of de exploitant, van een borgtocht vastgesteld door de verbalisant.
  De borgtocht dient te worden betaald in handen van de verbalisant die hem in bewaring geeft bij het registratiekantoor in welks ambtsgebied zich de bevoegde rechtbank bevindt.
  De zeevisserijproducten die op zee in beslag worden genomen mogen terug in zee worden gebracht op tussenkomst van de overheidspersonen bedoeld in artikel 5.] <W 1999-02-05/35, art. 28, 2°, 004; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  [§ 3. Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.] <KB 2001-02-22/33, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  
  Art. 9. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,5°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 10. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring en ook de vernietiging van de in beslag genomen produkten bevelen. De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer de aard en de samenstelling van het produkt dit vergen. De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde.
  De rechtbank kan daarenboven bekendmaking van het vonnis bevelen in een of meer dagbladen en de aanplakking ervan op de plaatsen en gedurende de tijd welke zij vaststelt, alles op kosten van de veroordeelde.

  Art. 11. De bepalingen van de artikelen 5 tot 10 zijn van toepassing bij overtreding van de verordeningen van de Europese Economische Gemeenschap die van kracht zijn in het Rijk en materies betreffen welke op grond van deze wet tot de verordeningsbevoegdheid van de Koning behoren.

  Art. 12. De Koning kan bij in Ministerraad overlegd besluit binnen het toepassingsgebied van deze wet alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit het E.E.G.-Verdrag en de krachtens dit Verdrag tot stand gekomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden.

  Art. 13. <W 1999-02-05/37, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 10-04-1999> § 1. De bepalingen van deze wet kunnen toegepast worden op de zeevisserij door Belgische vissersvaartuigen in de territoriale zee, de Belgische visserijzone en in de volle zee en door andere vissersvaartuigen in de territoriale zee en de Belgische visserijzone.
  § 2. Alleen de correctionele rechtbank van Brugge is bevoegd voor de misdrijven inzake zeevisserij.

  Art. 14. § 1. Opgeheven worden:
  1° de wet van 30 maart 1936 betreffende het verbieden der surrogaten van sommige zuivelprodukten;
  2° de wet van 26 maart 1937 betreffende het vervaardigen en verhandelen van margarine, oleo-margarine en toebereide voedingsvetstoffen, gewijzigd bij de wetten van 19 juni 1937 en 19 maart 1951;
  3° de wet van 20 juli 1962 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten.
  § 2. De verordeningsbepalingen, getroffen krachtens voornoemde wetten, blijven van kracht tot ze worden opgeheven of vervangen door besluiten die voor de uitvoering van deze wet worden getroffen.
Erratum Tekst Begin

originele versie
1975032821
PUBLICATIE :
1975-05-08
bladzijde : 0

ERRATUM



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WAALSE LANDBOUWWETBOEK VAN 27-03-2014 GEPUBL. OP 05-06-2014
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 28-06-2013 GEPUBL. OP 12-09-2013
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 27-06-2013 GEPUBL. OP 30-07-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 18-12-2009 GEPUBL. OP 30-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 4; 5; 9)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 19-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 4; 4BIS; 5; 8; 9)
  • originele versie
  • WET VAN 08-06-2008 GEPUBL. OP 16-06-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • originele versie
  • WET VAN 01-03-2007 GEPUBL. OP 14-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 5; 9; 1; 5)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 5; 5BIS; 8; 8BIS; 9)
  • originele versie
  • WET VAN 05-02-1999 GEPUBL. OP 31-03-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 13)
  • originele versie
  • WET VAN 05-02-1999 GEPUBL. OP 19-03-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 4; 5; 5BIS; 6; 8; 8BIS; 9)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-10-1995 GEPUBL. OP 01-12-1995
    (GEWIJZIGD ART. : 5)
  • WET VAN 29-12-1990 GEPUBL. OP 09-01-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4BIS)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Buitengewone zitting 1974. KAMER. Parl. besch. - Wetsontwerp, nr. 233-1. - Verslag nr. 233-2. Parl. Hand. - 12-12-1974. Zitting 1974-1975. SENAAT. Parl. besch. - Ontwerp overgezonden door de Kamer nr. 466-1. - Verslag nr. 466-2. Parl. Hand. - 26-3-1975.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1100 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie