J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 136 uitvoeringbesluiten 14 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1973/07/18/1973071810/justel

Titel
18 JULI 1973. - Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder.
(NOTA : Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1997-07-17/64, art. 21, 2°; Inwerkingtreding : 21-07-1998)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-02-1999 en tekstbijwerking tot 19-06-2019)

Publicatie : 14-09-1973 nummer :   1973071810 bladzijde : 10410       PDF : geconsolideerde versie
Dossiernummer : 1973-07-18/01
Inwerkingtreding : 24-09-1973

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
Art. 1 VLAAMS GEWEST
Art. 1bis WAALS GEWEST
Art. 2-5
Art. 5 VLAAMS GEWEST
Art. 6
Art. 6 VLAAMS GEWEST
Art. 7
Art. 7 VLAAMS GEWEST
Art. 8
Art. 8 VLAAMS GEWEST
Art. 9
Art. 9 WAALS GEWEST
Art. 9 VLAAMS GEWEST
Art. 10
Art. 10 WAALS GEWEST
Art. 10 VLAAMS GEWEST
Art. 11
Art. 11 WAALS GEWEST
Art. 11 VLAAMS GEWEST
Art. 12-14
Art. 14 VLAAMS GEWEST
Art. 15

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.De Koning kan, ter bevordering van de gezondheid van de mens, de nodige maatregelen treffen om de geluidshinder, voortkomende van vaste of mobiele, blijvende of tijdelijke geluidsbronnen, te voorkomen of te bestrijden, en met name:
  1° het veroorzaken van bepaalde soorten lawaai verbieden;
  2° het veroorzaken van bepaalde soorten lawaai aan restrictiemaatregelen onderwerpen en onder meer de duur van het veroorzaken van lawaai beperken;
  3° (...) de fabricage, (...) het vervoer, (...) de installatie en het gebruik van toestellen, inrichtingen of voorwerpen regelen of verbieden die bepaalde soorten lawaai veroorzaken of kunnen veroorzaken; <W 1998-12-21/41, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 21-02-1999>
  4° de plaatsing en het gebruik van toestellen of inrichtingen om het lawaai te dempen, het op te slorpen, dan wel de nadelen ervan te verhelpen, opleggen en regelen;
  5° beschermingszones oprichten ten gunste waarvan specifieke maatregelen kunnen worden genomen. Deze zones komen onder meer overeen met de woonzones, de industriezones, de recreatiecentra en met gebieden die bijzonder stiltebehoevend zijn.
  De ter uitvoering van vorig lid te treffen maatregelen zullen betrekking hebben op de geluidshinder veroorzaakt onder meer door de motorvoertuigen (vrachtwagens, personenwagens, motorrijtuigen, motorfietsen), de vliegtuigen, de hefschroefvliegtuigen, de spoorwegwagens, de geluidssignalisatie aan onbewaakte overwegen, de vaartuigen, de machines opgesteld in werkplaatsen en fabrieken, de machines opgesteld op bouwwerven en de huishoudelijke toestellen.

  Art. 1_VLAAMS_GEWEST.
   De Koning kan, ter bevordering van de gezondheid van de mens, de nodige maatregelen treffen om de geluidshinder, voortkomende van vaste of mobiele, blijvende of tijdelijke geluidsbronnen, te voorkomen of te bestrijden, en met name:
  1° het veroorzaken van bepaalde soorten lawaai verbieden;
  2° het veroorzaken van bepaalde soorten lawaai aan restrictiemaatregelen onderwerpen en onder meer de duur van het veroorzaken van lawaai beperken;
  3° (...) de fabricage, (...) het vervoer, (...) de installatie en het gebruik van toestellen, inrichtingen of voorwerpen regelen of verbieden die bepaalde soorten lawaai veroorzaken of kunnen veroorzaken; <W 1998-12-21/41, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 21-02-1999>
  4° de plaatsing en het gebruik van toestellen of inrichtingen om het lawaai te dempen, het op te slorpen, dan wel de nadelen ervan te verhelpen, opleggen en regelen;
  5° beschermingszones oprichten ten gunste waarvan specifieke maatregelen kunnen worden genomen. Deze zones komen onder meer overeen met de woonzones, de industriezones, de recreatiecentra en met gebieden die bijzonder stiltebehoevend zijn.
  De ter uitvoering van vorig lid te treffen maatregelen zullen betrekking hebben op de geluidshinder veroorzaakt onder meer door de motorvoertuigen (vrachtwagens, personenwagens, motorrijtuigen, motorfietsen), de vliegtuigen, de hefschroefvliegtuigen, de spoorwegwagens, de geluidssignalisatie aan onbewaakte overwegen, de vaartuigen, de machines opgesteld in werkplaatsen en fabrieken, de machines opgesteld op bouwwerven en de huishoudelijke toestellen.
  [1 Ter uitvoering van het eerste lid kan de Vlaamse Regering aan de gemeenten opdragen om taken uit te voeren.]1

  ----------
  (1)<DVR 2019-04-26/31, art. 155, 015; Inwerkingtreding : 29-06-2019>
  

  Art. 1bis_WAALS_GEWEST.
  <Ingevoegd DWG 1999-04-01/38, art. 1; Inwerkingtreding : 10-09-1998> § 1. De Regering wordt ertoe gemachtigd maatregelen te nemen om de bevolking die in de nabijheid van de luchthavens en vliegvelden van het Waalse Gewest woont, tegen geluidshinder te beschermen.
  § 2. (De Regering wordt ertoe gemachtigd om een ontwikkelingsplan op lange termijn af te bakenen op grond van de zones m.b.t. de blootstelling aan geluidshinder overeenstemmend met de maximale ontwikkelingsgrenzen van de luchthavens en vliegvelden in het Waalse Gewest.
  De zones van het ontwikkelingsplan op lange termijn worden bepaald naargelang van de waarde van geluidsindicator Lden die wordt berekend aan de hand van volgende formule :
  Lden = 10 lg 1 (12*10Lday/10 + 4*10 (Levening + 5)/10 + 8*10 (Lnight + 10)/10)
  Lden = 10 lg 24
  waar :
  -Lday = gelijkwaardig niveau dat alleen door vliegtuigen wordt voortgebracht tussen 7 en 19 uur;
  -Levening = gelijkwaardig niveau dat alleen door vliegtuigen wordt voortgebracht tussen 19 en 23 uur;
  -Lnigt = gelijkwaardig niveau dat alleen door vliegtuigen wordt voortgebracht tussen 23 en 7 uur;
  -Lday, Levening en Lnigt worden elk berekend aan de hand van volgende formule :
  LT = 10 lg (1 * An (ti*10Leqi/10)
  LT = 10 lg (Tî = 1)
  waar :
  T = day, evening of night, ofwel respectievelijk 43 200 seconden (7-19 uur), 14 400 seconden (19-23 uur) of 28 800 seconden;
  n = totaalaantal vliegtuigen over de periode T;
  Leqi = gelijkwaardig niveau voor het iste vliegtuig;
  tî = doorgangtijd in seconden voor het iste vliegtuig.
  De eerste zone van het ontwikkelingsplan op lange termijn, "zone A" genoemd, is degene waarin de geluidsindicator Lden wijst op een geluidsbelasting van 70 db (A) of meer.
  De tweede zone van het ontwikkelingsplan op lange termijn, "zone B" genoemd, vertoont een geluidsindicator Lden van minimum 65 dB (A) die minder bedraagt dan 70 dB (A).
  De derde zone van het ontwikkelingsplan op lange termijn, "zone C" genoemd, vertoont een geluidsindicator Lden van minimum 60 dB (A) die minder bedraagt dan 65 dB (A).
  De vierde zone van het ontwikkelingsplan op lange termijn, "zone D" genoemd, vertoont een geluidsindicator Lden van minimum 55 dB (A) die minder bedraagt dan 60 dB (A).) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  (§ 3. In het ontwikkelingsplan op lange termijn kan de Waalse Regering een plan m.b.t. de blootstelling aan geluidshinder bepalen dat overeenstemt met de over tien jaar geplande ontwikkeling van de luchthavens en dat bestaat uit aan geluidshinder blootgestelde zones die in afnemende lijn worden bepaald, naar gelang van de in § 2 bedoelde geluidsindicator Lden.
  De aan geluidshinder blootgestelde eerste zone, "zone A' " genoemd, is degene waarin de over tien jaar geplande geluidsindicator Lden wijst op een geluidsbelasting van 70 db (A) of meer.
  De aan geluidshinder blootgestelde tweede zone "zone B' " genoemd, vertoont een over tien jaar geplande geluidsindicator Lden van minimum 66 dB (A) die minder bedraagt dan 70 dB (A).
  De aan geluidshinder blootgestelde derde zone, "zone C' " genoemd, vertoont een over tien jaar geplande geluidsindicator Lden van minimum 61 dB (A) die minder bedraagt dan 66 dB (A).
  De aan geluidshinder blootgestelde vierde zone, "zone D' " genoemd, vertoont een over tien jaar geplande geluidsindicator 1dB (A).
  De aan geluidshinder blootgestelde zones worden driejaarlijks herzien zonder dat de aldus afgebakende nieuwe zones beperkt worden ten opzichte van die bepaald vóór de herziening en de in het ontwikkelingsplan op lange termijn vastgestelde grenzen overschrijden.) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  § 4. (oude § 3) (In de overeenkomstig § 2 en § 3 bepaalde zones) kan de Waalse Regering met name : <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  1° elk al dan niet gebouwd onroerend goed kopen;
  2° de plaatsing bevorderen van voorzieningen om het geluid of de trillingen te verminderen, te dempen of om de nadelen ervan te verhelpen, in voorkomend geval door de toekenning van een toelage of een premie;
  3° de huurders van een hoofdverblijfplaats een verhuispremie aanbieden;
  4° in voorkomend geval geluidsisolatienormen opleggen, alsmede het gebruik van specifieke bouwmaterialen voor de oprichting en de verbouwing van gebouwen;
  (5° projecten voor de stedenbouwkundige ontwikkeling en de verbetering van de leefomgeving uitvoeren. [1 Wat betreft de projecten voor de verbetering van de leefomgeving, kan de " Société wallonne des Aéroports ", afgekort " SOWAER ", in haar naam en voor eigen rekening overgaan tot de onteigening ten algemenen nutte van onroerende goederen. [2 ...]2 ]1) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  (De in het eerste lid, 1° tot 3° bedoelde begeleidingsmaatregelen brengen voordeel aan de aanvrager die op de inwerkingtreding van de besluiten van de Regering tot afbakening van de zones van het ontwikkelingsplan op lange termijn eigenaar is van het woongebouw dat het voorwerp uitmaakt van de aanvraag, dat een recht van erfpacht of van opstal op het betrokken goed heeft, of nog huurder is van een hoofdverblijfplaats op hetzelfde goed.) <DWG 2006-02-02/31, art. 2, 1°, 008; Inwerkingtreding : 13-02-2006>
  (In het kader van de maatregelen getroffen door de Regering overeenkomstig bovenstaand eerste lid :
  1° wordt elk al dan niet bebouwde onroerend goed blootgesteld aan de geluidshinder met een geluidsindicator Lden van 70 dB (A) of meer, geacht deel uit te maken van zone A';
  2° wordt elk al dan niet bebouwde onroerend goed blootgesteld aan de geluidshinder met een geluidsindicator Lden van 66 dB (A) of meer en minder dan 70 dB (A), geacht deel uit te maken van zone B';
  3° wordt elk al dan niet bebouwde onroerend goed blootgesteld aan de geluidshinder met een geluidsindicator Lden van 61 dB (A) of meer en minder dan 66 dB (A), geacht deel uit te maken van zone C';
  4° wordt elk al dan niet bebouwde onroerend goed blootgesteld aan de geluidshinder met een geluidsindicator Lden van 56 dB (A) of meer en minder dan 61 dB (A), geacht deel uit te maken van zone D".) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  (Met het oog op de toepassing van bovenstaand tweede lid wordt het opmeten van het geluidsniveau voortvloeiende uit burgerlijk en commercieel luchtverkeer uit of naar luchthavens die onder het Waalse Gewest ressorteren, onder de volgende voorwaarden verricht :
  1. de geluidsmetingapparatuur beantwoordt aan de eisen vastgesteld bij de normen CEI651 en CEI804 voor de vliegtuigen van klasse I;
  2. de meetapparatuur wordt systematisch geijkt vóór en na elke opmeting, bij middel van een gewaarmerkt kaliber, waarbij de afwijkingen telkens lager moeten zijn dan 0,5 dB;
  3. de geluidsmeting moet verplicht aan de buitenkant van de gebouwen plaatsvinden. De microfoon wordt verplicht geplaatst op een mast op een minimumhoogte van vier meter tegenover de natuurlijke ligging van de bodem en op een minimumafstand van twee meter van elke weerkaatsende akoestische structuur (muur, dak, hok, tuinhuis enz.). De microfoon is verplicht uitgerust met het bijbehorend weer- en winddicht zeil van klasse I;
  4. de elementaire geluidsniveaus worden opgemeten volgens de zogenaamde " Lcq kort "-methode. Zij worden elke seconde opgemeten en opgeslaan in het geheugen van het apparaat, Laeq (1s) continu voor een totale periode van minstens veertien opeenvolgende dagen van gewone luchthavenactiviteit, met inbegrip van minstens één weekeinde, en onder voorbehoud van opschorting in geval van ongunstige weersomstandigheden die bepaald zijn overeenkomstig de norm ISO 1996 - 2 : 1987 en ISO 1996 - 1 : 1982;
  5. de opgemeten geluidsniveaus worden in verband gebracht met de gegevens van de vluchtplannen (CR 1) die door de betrokken luchthaven worden verstrekt met het oog op de behandeling ervan. De geluidsgebeurtenissen die betrekking hebben op de overvlucht van luchtvaartuigen worden geïdentificeerd vanuit de ontwikkeling in de tijd van de elementaire geluidsniveaus die elke seconde worden opgemeten Laeq (1s). Bedoelde geluidsgebeurtenissen worden in rekening gebracht zodra het geluidsniveau die ze teweegbrengen boven de achtergrondruis uitstijgt en tot op het ogenblik waarop bedoeld niveau daar weer deel van uitmaakt;
  6. een meetverslag wordt opgesteld volgens de procedure vastgesteld door de Regering;
  7. bedoeld verslag wordt aangevuld door een berekening waarin de anticipatie van de vermoedelijke vliegtuigbewegingen wordt opgenomen zoals in overweging genomen voor de bepaling van de omtrek van de zones blootgesteld aan de geluidshinder;
  8. het deel uitmaken van een zone van het plan m.b.t. de blootstelling aan de geluidshinder ((A', B', C' of D')) bij wijze van gelijkstelling vloeit voort uit de vergelijking van de berekende uitslagen opgenomen in het meetverslag onder punt 7, met vermelding van de geluidsindicator LDN van de referentiezone. Mochten de indicatoren LDN opgenomen in het meetverslag minstens vier keer herhaald hoger zijn dan of gelijk aan de referentie-indicator (70, 65, 60 of 55 dB (A)), wordt het onroerend goed geacht in de referentiezone gelegen te zijn ((A', B', C' of D')); <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  9. in het geval vermeld onder punt 8 opent het proces-verbaal van de berekende uitslagen het recht om in aanmerking te komen voor de maatregelen bedoeld onder het eerste lid, waarvan de uitvoering plaatsvindt onder de voorwaarden vastgesteld door de Regering;
  10. de Regering, die zich richt naar de bovenstaande methodes, laat opmetingen verrichten voor de geluidsniveaus op verschillende plaatsen of in verschillende wijken die meer bepaald aan de rand van de zones liggen. Door die voorafgaande maatregelen kan zij oordelen op welke plaatsen en in welke wijken de aanspraak op het recht van het tweede lid gegrond kan blijken. Indien de opmetingen die de Regering aldus heeft laten verrichten, erop wijzen dat de aanspraak op het recht om in aanmerking te komen voor één van de bepalingen bedoeld onder het tweede lid van § 3 hierboven prima facie gegrond blijkt, laat de Regering op eigen kosten de noodzakelijke individuele opmetingen verrichten. Indien er uit het onderzoek van de opmetingen van de geluidsniveaus die de Regering heeft laten verrichten, geen dergelijke conclusie getrokken kan worden, schiet degene die desalniettemin meent aanspraak te kunnen maken op het recht in het tweede lid de kosten met betrekking tot de individuele maatregelen die hem betreffen voor en worden laatstgenoemde hem terugbetaald voor zover zijn aanspraak gegrond blijkt.) <DWG 2001-10-25/30, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 31-10-2001>
  (De Regering stelt de procedure vast voor de uitvoering van de leden twee tot en met vier, evenals alle daartoe nodige maatregelen.) <DWG 2001-10-25/30, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 31-10-2001>
  [2 De gebouwen die eigendom zijn van het Waals Gewest, van zijn vertegenwoordiger of van zijn afgevaardigde en die ten algemenen nutte werden verworven in uitvoering van het eerste lid, 1°, zijn vrijgesteld van de onroerende voorheffing, met inbegrip van de gebouwen die met hetzelfde doel werden verworven vóór de inwerkingtreding van het decreet van 29 april 2004 tot invoeging van dit paragraaf in artikel 1bis van de wet van 18 juli 1973.]2
  
  (NOTA : Bij arrest nr 51/2003 van 30-04-2003, (B.S. 12-06-2003, p.31865), heeft het Arbitragehof in dit artikel paragraaf 3, tweede lid, 2°, luidend als volgt : " 2° wordt elk al dan niet bebouwd onroerend goed blootgesteld aan de geluidshinder met een geluidsindicator Ldn van 65 dB(A) of meer en minder dan 70 dB(A), geacht deel uit te maken van zone B " vernietigd op 30-04-2003)
  
  (§ 5. In de zones A', B'en C'van het plan m.b.t. de blootstelling aan geluidshinder van de luchthaven van Luik-Bierset zijn de volgende principes van toepassing :
  1° wanneer de isolatiewerken in de voornaamste nachtruimte(n) van de woningen gelegen binnen zone A van het ontwikkelingsplan op lange termijn worden uitgevoerd, wordt via geschikte technieken gezorgd voor een geluidsvermindering van minimum 42 dB (A);
  2° (wanneer de isolatiewerken in de voornaamste nachtruimte(n) van de woningen gelegen buiten zone A van het ontwikkelingsplan op lange termijn worden uitgevoerd, wordt via geschikte technieken gezorgd voor een voldoende geluidsvermindering om een geluidsniveau van hoogstens 45 dB (A) bij het voorbijvliegen van de vliegtuigen te waarborgen zonder dat deze maximale geluidsniveaus meer dan tien keer gedurende een periode van 24 uur worden overschreden. Deze overschrijdingen mogen niet hoger zijn dan 6 dB (A).
  Vanaf 1 januari 2014 mogen deze overschrijdingen niet hoger zijn dan 3 dB (A)). <DWG 2005-12-15/35, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
  In de zones A', B'en C'van het plan m.b.t. de blootstelling aan geluidshinder van de luchthavens van Luik-Bierset en Charleroi-Brussel-Zuid zijn de volgende principes van toepassing :
  1° wanneer de isolatiewerken in de voornaamste dagvertrekken van de woningen gelegen binnen zone A van het ontwikkelingsplan op lange termijn worden uitgevoerd, wordt via geschikte technieken gezorgd voor een geluidsvermindering van minimum 38 dB (A);
  2° wanneer de isolatiewerken in de voornaamste dagvertrekken van de woningen gelegen buiten zone A van het ontwikkelingsplan op lange termijn worden uitgevoerd, wordt via geschikte technieken gezorgd voor een voldoende geluidsvermindering om een geluidsniveau van hoogstens 55 dB (A) (bij het voorbijvliegen van de vliegtuigen) te waarborgen zonder dat deze maximale geluidsniveaus meer dan tien keer gedurende een periode van 24 uur worden overschreden (...). <DWG 2005-12-15/35, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
  (De in het eerste en het tweede lid bedoelde geluidsniveaus worden gemeten door middel van een geluidsmeter van klasse 1 zoals bepaald in de normen C.E.I. 651 en 804 overeenkomstig ISO-norm 140-5.) <DRW 2006-02-02/31, art. 2, 2°, 008; Inwerkingtreding : 13-02-2006>
  De Regering wordt ertoe gemachtigd om een aantal lagere overschrijdingen te bepalen.
  De kosten van de uitgevoerde werken zijn voor rekening van het Waalse Gewest volgens de procedure die door de Regering wordt bepaald.
  De gefinancierde werken zijn met name de volgende : vervanging van de bestaande vensters door vensters met een hoge akoestische prestatie, vervanging van het buitenschrijnwerk (ramen en deuren), plaatsing van opgelegde vensters, plaatsing van akoestische luchtkokers, vervanging van binnendeuren en toegangsluiken, plaatsing van een dubbele dakhelling of versteviging van de dakbedekking, plaatsing van een bijkomende vloerlaag op de zoldervloer, plaatsing van een akoestisch vals plafond, plaatsing van een geluidsdemper (schoorsteen, dampkap, enz.), opvullen van luchtinlaten, plaatsing van een mechanische ventilering, akoestische versteviging en/of dichttimmeren van het beschot van de rolluiken en van de brievenbussen.
  Voor de gebouwen gelegen in de zone A', B'of C'van de luchthaven van Luik-Bierset hebben de werken betrekking op de twee voornaamste dagvertrekken van de woning alsmede op de voornaamste nachtruimten, te weten een slaapkamer per persoon die in het betrokken woongebouw zijn verblijfplaats heeft.
  Voor de gebouwen gelegen in de zone A', B'of C'van de luchthaven van Charleroi-Brussel-Zuid hebben de werken betrekking op de twee voornaamste dagvertrekken van de woning.
  De tegemoetkoming van het Gewest is beperkt op 50 % van de verkoopwaarde van het gebouw. Indien het bedrag van de werken hoger is dan deze waarde, mag de Regering voorstellen om het pand uit de hand te kopen.
  Bij wijze van uitzondering mag de Regering, indien er geen enkele oplossing gevonden kan worden wegens het specifieke technische of stedenbouwkundige karakter van een bebouwd onroerend goed, voorstellen om het pand uit de hand te kopen.) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  (§ 6. Binnen zone D'van het plan m.b.t. de blootstelling aan geluidshinder van de luchthaven van Luik-Bierset :
  - wordt een forfaitaire bijstand voor geluidsisolatie ten belope van 7.400 euro toegekend voor de gebouwen gelegen binnen zone C van het ontwikkelingsplan op lange termijn;
  - wordt een forfaitaire bijstand voor geluidsisolatie ten belope van 3.718 euro toegekend voor de gebouwen gelegen binnen zone D van het ontwikkelingsplan op lange termijn;
  Binnen zone D'van het plan m.b.t. de blootstelling aan geluidshinder van de luchthaven van Charleroi-Brussel-Zuid :
  - wordt een forfaitaire bijstand voor geluidsisolatie ten belope van 5.000 euro toegekend voor de gebouwen gelegen binnen zone C van het ontwikkelingsplan op lange termijn;
  - wordt een forfaitaire bijstand voor geluidsisolatie ten belope van 2.479 euro toegekend voor de gebouwen gelegen binnen zone D van het ontwikkelingsplan op lange termijn.
  Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op grond van het indexcijfer der consumptieprijzen, waarbij de basisindex die van de maand vóór de inwerkingtreding van het decreet is.
  De werken die via de forfaitaire bijstand gefinancierd kunnen worden zijn de volgende : vervanging van de bestaande vensters door vensters met een hoge akoestische prestatie, vervanging van het buitenschrijnwerk (ramen en deuren), plaatsing van opgelegde vensters, plaatsing van akoestische luchtkokers, vervanging van binnendeuren en toegangsluiken, plaatsing van een dubbele dakhelling of versteviging van de dakbedekking, plaatsing van een bijkomende vloerlaag op de zoldervloer, plaatsing van een akoestisch vals plafond, plaatsing van een geluidsdemper (schoorsteen, dampkap, enz.), opvullen van luchtinlaten, plaatsing van een mechanische ventilering, akoestische versteviging en/of dichttimmeren van het beschot van de rolluiken en van de brievenbussen.
  De Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure m.b.t. de toekenning van de bijstand.) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  § 7. (oude § 4) (De Regering mag op de grond voortgebrachte maximale geluidsdrempels bepalen, uitgedrukt in Lmax, die door de luchtvaartuigen die luchthavens van het Waalse Gewest tussen 23 en 7 uur en 7 en 23 uur gebruiken, niet overschreden mogen worden.
  Deze geluidsdrempels worden bepaald naar gelang van de waarde van de geluidsindicator Lmax, met name op grond van de volgende definities :
  Het gewogen equivalent geluidsdrukniveau : " A "LAeq (T);
  - Het A-gewogen equivalent geluidsdrukniveau LAeq van een fluctuerend geluid, gemeten op een bepaalde geografische plaats gedurende het tijdsinterval T is het constant en stabiel geluidsniveau dat gedurende een gelijk tijdsinterval dezelfde gemiddelde kwadraatdruk zou hebben als het fluctuerend geluid.
  LAeq (T) = 10 lg 1 U T PA2 (t) dt
  LAeq (T) = 10 lg T 0 PO2
  PA (t) = A-gewogen geluidsdruk, naar gelang het tijdsinterval, in Pascal
  Po = geluidsdruk die als referentie geldt, gelijk aan 20uPa
  T = duur voor de integratie van het fluctuerend geluid
  - Het maximum geluidsniveau van een luchtvaartuig, Lmax : de maximumwaarde van het geluidsdrukniveau LAeq (1s) gemeten bij de doorgang van een luchtvaartuig (gemeten door middel van een geluidsmeter van klasse 1 zoals bepaald in de normen C.E.I. 651 en 804) en specifiek door hem voortgebracht op een bepaalde geografische plaats, met name M & (Laec (ls)) vliegbuig M*max. <DRW 2006-02-02/31, art. 2, 3°, 008; Inwerkingtreding : 13-02-2006>
  Tussen 23 en 7 uur worden deze geluidsdrempels bepaald op 87dB (A) Lmax recht tegenover de vaste geluidsmeters gelegen in zone B, op 82dB (A) Lmax recht tegenover de vaste geluidsmeters gelegen in zone C en op 77 dB (A) Lmax recht tegenover de vaste geluidsmeters gelegen in zone D van het ontwikkelingsplan op lange termijn. Buiten de zones van het ontwikkelingsplan op lange termijn is de maximale geluidsdrempel lager dan 77 dB (A) Lmax.
  Tussen 7 en 23 uur worden deze geluidsdrempels bepaald op 93dB (A) Lmax recht tegenover de vaste geluidsmeters gelegen in zone B, op 88dB (A) Lmax recht tegenover de vaste geluidsmeters gelegen in zone C en op 83 dB (A) Lmax recht tegenover de vaste geluidsmeters gelegen in zone D van het ontwikkelingsplan op lange termijn.) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  
  (NOTA : Voor de vervanging van § 4, die § 7 wordt, gebracht door DWG 2004-04-29/49, art. 1, punt 9, heeft de wetgever geen rekening gehouden met het feit dat de oude versie van § 7 nog blijft bestaan in deze tekst; zie lager de oude § 7)
  
  (§ 7. (oude § 7) De strafbepalingen bedoeld in artikel 6 van het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden zijn van toepassing indien de op de grond voortgebrachte geluidsdrempels, uitgedrukt in Lmax, niet in acht genomen worden.) <DWG 2001-06-08/35, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 16-06-2001>
  
  (NOTA : Voor de vervanging van § 4, die § 7 wordt (zie hoger de oude § 4), gebracht door DWG 2004-04-29/49, art. 1, punt 9, heeft de wetgever geen rekening gehouden met het feit dat de oude versie van § 7 nog blijft bestaan in deze tekst)
  
  § 8. (...) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004
  § 9. (...) <DWG 2004-04-29/49, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 04-06-2004>
  
----------
  (1)<DWG 2010-07-22/10, art. 112, 1°, 012; Inwerkingtreding : 30-08-2010>
  (2)<DWG 2018-07-17/04, art. 172, 014; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 2.De Koning kan, tot dezelfde doeleinde, technische bouw- en installatieëisen opleggen die de hinder en de voortplanting van het geluid kunnen verhelpen.
  Inzonderheid kan de Koning bij het aanleggen van nieuwe of bij het uitbreiden van bestaande autowegen, spoorwegen, vlieghavens of bij het opstellen van gewestplannen of van bijzondere plannen van aanleg, technische voorwaarden opleggen om geluidshinder te beperken.

  Art. 3.Met betrekking tot de vakopleiding en de vestigingseisen voor het personeel dat kan worden belast met het plaatsen of het onderhoud van inrichtingen en toestellen die het veroorzaken van lawaai kunnen tegengaan, kan de Koning bijzondere eisen opleggen om in de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan vastgestelde besluiten te voorzien.

  Art. 4.De koninklijke besluiten die ter uitvoering van de voorgaande artikelen worden vastgesteld, moeten aan de Hoge Gezondheidsraad voor advies worden voorgelegd. Die besluiten worden gezamenlijk voorgedragen door de Minister die bevoegd is inzake Volksgezondheid en Leefmilieu en, naargelang van de aard en de bron van het lawaai, door :
  1° de Minister, tot wiens bevoegdheid de Arbeid behoort, voor de nijverheids- of handelsondernemingen, met uitzondering van de mijnen, graverijen en ondergrondse groeven;
  2° de Minister tot wiens bevoegdheid de mijnen, graverijen en ondergrondse groeven behoren, wanneer het om die inrichtingen gaat;
  3° de Minister, tot wiens bevoegdheid de Openbare Werken behoren, wanneer het om openbare werken gaat;
  4° de Ministers, tot wier bevoegdheid de Stedebouw en de Ruimtelijke Ordening en, volgens het geval, de Arbeid of de mijnen, graverijen en ondergrondse groeven behoren, voor de bepaling van de zones, die tegen het door nijverheids- en handelsondernemingen veroorzaakte lawaai moeten worden beschermd;
  5° de Ministers, tot wier bevoegheid de Stedebouw en de Ruimtelijke Ordening alsook de reglementering van en de controle op het vervoer behoren, voor de bepaling van de zones die tegen het door het verkeer veroorzaakte lawaai moeten worden beschermd;
  6° de Minister, tot wiens bevoegdheid de reglementering van en de controle op het vervoer behoren, voor de vervoermiddelen te land, te water, per spoor of door de lucht;
  7° de Minister, tot wiens bevoegdheid de Stedebouw en de Ruimtelijke Ordening behoren, voor de technische bouwvoorwaarden;
  8° de Ministers, tot wier bevoegdheid de Middenstand en de Tewerkstelling behoren, voor de vakopleiding van de in artikel 3 bedoelde personen;
  9° de Minister tot wiens bevoegdheid de Landsverdediging behoort, om alle maatregelen te treffen teneinde het lawaai dat afkomstig is van gebouwen en installaties, tuigen en voertuigen die onder de militaire overheid ressorteren, te voorkomen of te bestrijden.
  De besluiten, die niet tot de bevoegdheid behoren van de Ministers waarvan sprake van 1° tot 9°, worden voorgedragen door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en het Leefmilieu behoort.
  In speciale omstandigheden is alleen de Minister, tot wiens bevoegdheid de Landsverdediging behoort, gemachtigd alle maatregelen te treffen om het lawaai, dat afkomstig is van gebouwen en installaties, tuigen en voertuigen die onder de militaire overheid ressorteren, te voorkomen of te bestrijden.

  Art. 5.De Minister, tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en het Leefmilieu behoort, is belast met de coördinatie van de actie van de autoriteiten, die bij de bestrijding van de geluidshinder betrokken zijn en onder meer in verband met:
  1° onderzoekingen naar de invloeden van het lawaai op de gezondheid, de gedragingen en het welzijn van de mens;
  2° het onderzoek naar de efficiënte middelen om de geluidshinder te bestrijden.
  Bovenvermelde opdrachten worden uitgevoerd in samenwerking met personen en met openbare of privé-laboratoria of -lichamen die daartoe zijn erkend door de Minister, tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en het Leefmilieu behoort.
  Die personen, laboratoria of lichamen zenden aan het Ministerie van Volksgezondheid, van het Leefmilieu en van het Gezin de resultaten van hun onderzoekingen of opsporingen.

  Art. 5_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de coördinatie van de acties van de Vlaamse overheden ter bestrijding van de geluidshinder.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan daarvoor een beroep doen op de diensten van deskundigen of op laboratoria die daartoe in het Vlaamse Gewest zijn erkend met toepassing van de bepalingen van [2 titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2 .[1

  ----------
  (1)<DVR 2009-03-27/53, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2011, zie BVR 2010-11-19/21, art. 104>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 121, 013; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 6.De Minister, tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en het Leefmilieu behoort, kan de opvoeding van de bevolking bevorderen op het gebied van de lawaaiproblemen en van de middelen om het lawaai te voorkomen en te vermijden.
  Hij kan daarenboven aan de Ministers, tot wier bevoegdheid de Nationale Opvoeding behoort, alle voorstellen doen om die onderwerpen in de onderwijsprogramma's te doen opnemen.
  De in het eerste lid van dit artikel bepaalde taak kan worden opgedragen aan privé-lichamen, die daartoe moeten zijn erkend door de Minister, tot wiens bevoegdheid, de Volksgezondheid en het Leefmilieu behoort.

  Art. 6_VLAAMS_GEWEST.
   De Minister, tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en het Leefmilieu behoort, kan de opvoeding van de bevolking bevorderen op het gebied van de lawaaiproblemen en van de middelen om het lawaai te voorkomen en te vermijden.
  Hij kan daarenboven aan de Ministers, tot wier bevoegdheid de Nationale Opvoeding behoort, alle voorstellen doen om die onderwerpen in de onderwijsprogramma's te doen opnemen.
  [1 lid 3 opgeheven]1.

  ----------
  (1)<DVR 2009-03-27/53, art. 6, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2011, zie BVR 2010-11-19/21, art. 104>

  Art. 7.De Minister, tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid en het Leefmilieu behoort, kan personen alsook openbare of privé-laboratoria of -lichaam erkennen die ermee zullen worden belast apparaten inrichtingen te beproeven of te controleren die lawaai kunnen veroorzaken, die bestemd zijn om het lawaai te dempen, op te slorpen, te meten of de hinder ervan te verhelpen.

  Art. 7_VLAAMS_GEWEST.
  [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan daarvoor een beroep doen op personen of laboratoria die daartoe in het Vlaamse Gewest zijn erkend met toepassing van de bepalingen van [2 titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2.
   Die erkende deskundigen of laboratoria worden overeenkomstig de bepalingen van [2 titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2 ermee belast apparaten en inrichtingen die lawaai kunnen veroorzaken, die bestemd zijn om het lawaai te dempen, op te slorpen, te meten of de hinder ervan te verhelpen, te beproeven of te controleren.]1

  ----------
  (1)<DVR 2009-03-27/53, art. 7, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2011, zie BVR 2010-11-19/21, art. 104>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 122, 013; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 8.De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de erkenning van de personen, de laboratoria of de lichamen waarvan sprake in de artikelen 5, 6 en 7.

  Art. 8_VLAAMS_GEWEST.
  [opgeheven] <DVR 2009-03-27/53, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2011, zie BVR 2010-11-19/21, art. 104>


  Art. 9.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie wordt overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren die de Koning aanwijst om toe te zien dat de wet en de besluiten tot uitvoering ervan worden toegepast. <Noot: zie ook BVE 1984-11-07/30>
  De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht, zolang het tegendeel niet bewezen is, voor de feiten die erin worden vastgesteld, niet alleen in de vorm van gegevens bekomen met behulp van meettoestellen vermeld in artikel 7, maar ook die bekomen door elk ander rechtsmiddel. Een afschrift van de processen-verbaal wordt binnen zeven dagen na de vaststelling aan de overtreders betekend. <Noot: zie ook BWG 1984-03-21/32>
  § 2. De overeenkomstig dit artikel aangewezen ambtenaren mogen dag en nacht alle inrichtingen betreden wanneer zij op goede grond kunnen aannemen dat er overtreding van de wet of de besluiten betreffende de bestrijding van de geluidshinder wordt gepleegd, met uitzondering evenwel van de tot woning dienende vertrekken.
  Indien er voldoende aanwijzingen voorhanden zijn om aan te nemen dat de oorzaak van het lawaai zich in tot woning dienende vertrekken bevindt, kunnen twee ambtenaren, met een gemotiveerd verlof van de rechter in de politierechtbank, tussen 5 en 21 uur een huiszoeking verrichten.

  Art. 9_WAALS_GEWEST.
   [Opgeheven] <DWG 2008-06-05/36, art. 16, 010; Inwerkingtreding : 06-02-2009>


  Art. 9_VLAAMS_GEWEST.
  [Voor deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden het toezicht en de bestuurlijke handhaving uitgeoefend, en worden veiligheidsmaatregelen genomen volgens de regels bepaald in hoofdstukken III, IV en VII van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.]
<DVR 2007-12-21/82, art. 15, 009; Inwerkingtreding : 01-05-2009>

  Art. 10.De overeenkomstig artikel 9, § 1, aangewezen ambtenaren kunnen de inrichtingen en toestellen, die lawaai kunnen veroorzaken of die bestemd zijn om het lawaai te dempen, op te slorpen of de hinder ervan te verhelpen, in aanwezigheid van belanghebbende of deze behoorlijk opgeroepen, beproeven of doen beproeven door de personen, door de openbare of privé-laboratoria of -inrichtingen, welke krachtens artikel 7 daartoe zijn erkend.
  Die ambtenaren kunnen het gebruik van inrichtingen en toestellen, die wegens hun bouw of eigenschappen niet conform de besluiten tot uitvoering van deze wet kunnen werken, voorlopig verbieden, die inrichtingen en toestellen verzegelen en daaromtrent alle spoedmaatregelen nemen die in de gegeven omstandigheden noodzakelijk blijken in het belang van de bevolking en van de gezondheid.
  Die maatregelen hebben na verloop van acht dagen geen uitwerking meer als ze binnen die termijn, de gebruikers vooraf gehoord of opgeroepen, niet bekrachtigd zijn door de ambtenaar die de leiding heeft over het bestuur waarvan de ambtenaar die de maatregelen heeft genomen, deel uitmaakt.
  De beslissingen, waarbij de maatregel bekrachtigd wordt, worden onverwijld per aangetekend stuk betekend aan de gebruikers van de inrichtingen en toestellen.
  Tegen de beslissingen tot bekrachtiging kan door ieder belanghebbende beroep worden ingesteld bij de Koning. De Koning stelt de regels vast van dit beroep, dat niet opschortend is.
  Die ambtenaren kunnen bij het vervullen van hun opdracht de hulp inroepen van de gemeenteoverheid.

  Art. 10_WAALS_GEWEST.
   [Opgeheven] <DWG 2008-06-05/36, art. 16, 010; Inwerkingtreding : 06-02-2009>


  Art. 10_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DVR 2007-12-21/82, art. 16, 009; Inwerkingtreding : 01-05-2009>


  Art. 11.Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig frank tot vijfduizend frank of met één van die straffen alleen gestraft :
  1° hij die inrichtingen of toestellen onder zich heeft welke wegens nalatigheid of gebrek aan vooruitzicht van zijnentwege aan de oorsprong liggen van een door de Koning verboden vorm van lawaai;
  2° hij die de bepalingen van de ter uitvoering van deze wet vastgestelde koninklijke besluiten overtreedt :
  3° hij die zich niet leent tot of zich verzet tegen het schouwen, het beproeven of het nemen van maatregelen als bedoeld in artikel 10.
  De straffen kunnen en de minimumstraffen zullen in elk geval worden verdubbeld als hij die wegens overtreding van de bepalingen van dit artikel is veroordeeld, binnen twee jaren na die veroordeling deze bepaling opnieuw overtreedt.
  Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn op in deze wet bepaalde overtredingen toepasselijk.

  Art. 11_WAALS_GEWEST.
   [1 Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan door :
   1° degene die rechtstreeks of onrechtstreeks een geluidshinder boven de door de Regering bepaalde normen veroorzaakt of laat voortduren;
   2° de overtreder van de bepalingen van besluiten die ter uitvoering van die wet genomen worden.]1

  ----------
  (1)<DWG 2008-06-05/36, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 06-02-2009>

  Art. 11_VLAAMS_GEWEST.
  [Met betrekking tot deze wet en haar uitvoeringsbesluiten gebeuren het onderzoek, de vaststelling en de sanctionering van de milieu-inbreuken en milieumisdrijven volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.] <DVR 2007-12-21/82, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 01-05-2009>


  Art. 12.Deze wet doet geen afbreuk aan de bepalingen van de wet van 10 juni 1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen.
  De bepalingen van artikel 4 zijn niet van toepassing op de koninklijke besluiten die zijn genomen ter uitvoering van de wet van 10 juni 1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen, noch op de bijzondere vergunningsbesluiten die zijn genomen op grond van de politie der gevaarlijke, schadelijke of hinderlijke inrichtingen, van de politie der stoomtoestellen of van het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen.

  Art. 13.Deze wet doet geen afbreuk aan de bevoegdheden die de gedecentraliseerde overheden ter zake bezitten, krachtens de decreten van 14 december 1789 en van 16-24 augustus 1790, evenals krachtens andere in voege zijnde wetten.

  Art. 14.De koninklijke besluiten betreffende de geluidshinder, die van toepassing zijn op de datum waarop deze wet in werking treedt, blijven van kracht tot op de datum waarop zij worden opgeheven.
  Tot op die datum worden de inbreuken op die verordeningen opgespoord, vervolgd en bestraft op grond van de wetsbepalingen waarvan zij de uitvoeringsbeschikking waren.

  Art. 14_VLAAMS_GEWEST.
  De koninklijke besluiten betreffende de geluidshinder, die van toepassing zijn op de datum waarop deze wet in werking treedt, blijven van kracht tot op de datum waarop zij worden opgeheven.
  [Tot op die datum worden de milieu-inbreuken en milieumisdrijven met betrekking tot die besluiten onderzocht, vastgesteld en bestraft volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.] <DVR 2007-12-21/82, art. 18, 009; Inwerkingtreding : 01-05-2009>


  Art. 15.(WAALSE GEWEST)
  <Ingevoegd bij DWG 1993-04-01/31, art. 1, Inwerkingtreding : 11-05-1993>
  § 1. Voor het Waalse Gewest is de Minister tot wiens bevoegdheden leefmilieu behoort, gemachtigd om de provincies en gemeenten in het kader van de geluidshinderbestrijding een toelage toe te kennen met het oog op de aankoop van geluidsmeters en ijkingsbronnen.
  § 2. De Executieve bepaalt de toekenningsregels en de eigenschappen van de in § 1 bedoelde geluidsmeters en ijkingsbronnen.
  § 3. De Executieve stelt het bedrag of het percentage van de toelage vast.
  Dit bedrag is volgens de door de Executieve bepaalde modaliteiten gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   ...

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 26-04-2019 GEPUBL. OP 19-06-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 17-07-2018 GEPUBL. OP 08-10-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 1bis)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 23-10-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 7)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 22-07-2010 GEPUBL. OP 20-08-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 1erbis)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 27-03-2009 GEPUBL. OP 04-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 5,6,7; 8)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 05-06-2008 GEPUBL. OP 20-06-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 9; 10)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 21-12-2007 GEPUBL. OP 29-02-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 9; 10; 11; 14)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 02-02-2006 GEPUBL. OP 13-02-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 15-12-2005 GEPUBL. OP 29-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 01-06-2005 GEPUBL. OP 17-06-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 29-04-2004 GEPUBL. OP 04-06-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 30-04-2003 GEPUBL. OP 12-06-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 19-12-2002 GEPUBL. OP 31-12-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 25-10-2001 GEPUBL. OP 31-10-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 08-06-2001 GEPUBL. OP 16-06-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 01-04-1999 GEPUBL. OP 28-04-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 21-12-1998 GEPUBL. OP 11-02-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 17-07-1997 GEPUBL. OP 23-10-1997
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 01-04-1993 GEPUBL. OP 01-05-1993
    (GEWIJZIGD ART. : 15)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1970-1971 KAMER. Parl. besch - Wetsontwerp nr. 1072. Zitting 1971-1972. KAMER. Parl. besch. - Wetsontwerp nr. 192-1. - Amendementen nrs. 192-2 en 192-3. - Verslag nr. 192-4. - Amendementen, nr.192-5. - Ontwerp gewijzigd door de Senaat nr. 192-6. Parl. Hand. - 14 en 15-6-1973. SENAAT. Parl. besch. - Ontwerp overgemaakt door de Kamer nr. 429 Zitting 1972-1973. SENAAT. Parl. besch. - Verslag nr. 256. Parl. Hand. - 21 en 26-6-1973. KAMER. Parl. Hand.- 28 en 29-6-1973. |

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 136 uitvoeringbesluiten 14 gearchiveerde versies
    Franstalige versie