J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 418 uitvoeringbesluiten 10 gearchiveerde versies
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1969/07/11/1969071104/justel

Titel
11 JULI 1969. - [Wet betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt]. <W 2007-03-01/37, art. 114, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
(NOTA : Opgeheven wat het Waalse Gewest betreft bij DWG 2013-06-27/15, art. 61, 010; Inwerkingtreding : 09-08-2013)
(NOTA : Opgeheven wat het Vlaamse Gewest betreft bij DVR 2013-06-28/15, art. 81, 3°, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2014)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-02-1999 en tekstbijwerking tot 12-09-2013)

Publicatie : 17-07-1969 nummer :   1969071104 bladzijde : 7071
Dossiernummer : 1969-07-11/02
Inwerkingtreding : 27-07-1969

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. Maatregelen betreffende de grondstoffen voor de landbouw, de tuinbouw, de bosbouw en de veeteelt.
Art. 1, 1bis, 2-3
TITEL II- (opgeheven) <W 2003-03-28/42, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
Art. 4-5
TITEL III- Algemene bepalingen.
Art. 6, 6bis, 7-16

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. _ Maatregelen betreffende de grondstoffen voor de landbouw, de tuinbouw, de bosbouw en de veeteelt.

  Artikel 1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, hierna genoemd "grondstoffen":
  1° elk geslachtelijk of ongeslachtelijk teeltmateriaal, zoals zaaizaden en pootgoed;
  2° (...) <W 2007-03-01/37, art. 115, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  3° elke stof bestemd om de plantaardige produktie te verbeteren of te bevorderen, zoals meststoffen en bodemverbeterende middelen;
  4° elke stof bestemd om de dierlijke en visproduktie te verbeteren, te bevorderen of te beschermen, zoals dierenvoeders;
  5° elk substraat voor de plantenkultuur.
  (Onbewerkte hoeveproducten die voor de bemesting van de grond bestemd zijn, vallen niet onder de gelding van deze wet). <W 1999-02-05/35, art. 3, 2°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>

  Art. 1bis. <Ingevoegd bij W 1999-02-05/35, art. 4; Inwerkingtreding : 29-03-1999> Voor de toepassing van deze wet worden gelijkgesteld met grondstoffen, de stoffen bestemd voor voeders voor huisdieren.

  Art. 2.§ 1. Ten einde de belangen te vrijwaren van de fabrikanten, de voortbrengers, de kwekers, de bereiders, de telers, (de houders van huisdieren,) de verdelers, de gebruikers, de verbruikers, door middel van maatregelen die ertoe strekken bedrog en vervalsing te voorkomen en praktijken te weren die voor gevolg hebben afbreuk te doen aan de normale voorwaarden van de mededinging en ten einde de plantaardige en dierlijke produktie te bevorderen, te verbeteren en te beschermen, (alsook teneinde duurzame productiemethodes te bevorderen) kan de Koning: <W 1999-02-05/35, art. 5, 1°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999> <W 1998-12-21/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 21-02-1999>
  1° bepalen aan welke voorwaarden inzake produktie, vervaardiging, verwerking, bereiding, samenstelling, bewaring, vervoer, kwaliteit, doeltreffendheid, hoeveelheid, oorsprong, herkomst, triëring, verpakking, presentatie, conditionering en publiciteit de grondstoffen moeten voldoen en welke hoedanigheden zij moeten bezitten om te worden in de handel gebracht, verworven, ten toon of te koop gesteld, in bezit gehouden, bereid, vervoerd, verkocht, onder kosteloze of bezwarende titel geleverd, ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd te worden;
  2° de voorwaarden bepalen waaronder de grondstoffen mogen gebruikt worden;
  3° de merken, loodjes verzegelingen, labels, etiketten, getuigschriften, attesten, bordjes, tekens, verpakkingen, benamingen of andere aanwijzingen of stukken bepalen waaruit het bestaan van de sub 1° bedoelde voorwaarden bewezen of te kennen gegeven wordt;
  4° de activiteiten van de personen die de onder 1° genoemde handelingen stellen onderwerpen aan een voorafgaande machtiging of erkenning verleend door de (Minister bevoegd voor de Volksgezondheid) of door de instelling of de ambtenaar daartoe gemachtigd door de Minister van Landbouw; <W 2007-03-01/37, art. 116, 2°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  5° de voorwaarden vaststellen waaraan de personen moeten voldoen die onderworpen zijn aan een reglementering vastgesteld op grond van deze titel om bedoelde machtiging of erkenning te verkrijgen en te behouden;
  6° de grondstoffen onderwerpen aan facultatieve of verplichte keuring omtrent de herkomst, de echtheid en zuiverheid van soort en ras, de kwaliteit en de goede gezondheidstoestand en de vergoedingen vaststellen welke hiervoor vanwege de fabrikanten, voortbrengers, kwekers, bereiders en telers kunnen worden gevraagd;
  7° (de stoffen bedoeld bij artikel 1 aan voorafgaande erkenning of machtiging van de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid onderwerpen en de voorwaarden van verlening, wijziging en intrekking van deze erkenning of machtiging bepalen.) <W 2007-03-01/37, art. 116, 1° en 3°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  § 2. De Koning kan de machtiging of erkenning bedoeld in § 1, 4° en 7° en hun wijzigingen afhankelijk maken van de betaling (van een vergoeding of een verplichte bijdrage). (De koninklijke besluiten betreffende de verplichte bijdragen worden opgeheven wanneer zij door de wetgever niet werden bekrachtigd in het jaar volgend op dat van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.) <W 1999-02-05/35, art. 5, 2° en 3°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  § 3. De Koning kan de uitoefening van deze van die machten die hij inzonderheid aanwijst aan de (Minister bevoegd voor de Volksgezondheid) overdragen. <W 2007-03-01/37, art. 116, 4°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  ----------
  Art. 2. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  <Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,3°, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 3. § 1. Ieder verkrijger van krachtens artikel 2 van deze wet gereglementeerde grondstoffen heeft het recht, niettegenstaande elk tegenstrijdig beding, op tegenspraak of, zoniet, ten overstaan van getuigen het nemen van een monster te eisen, met het oog op onderzoek ervan door officiële of private onderzoekingsstations of laboratoria.
  § 2. De (afwijking door de producent, bewust of onbewust, van) een hoofdzakelijke hoedanigheid geeft aanleiding naar keuze van de verkrijger, tot een vordering, hetzij tot (ontbinding), hetzij tot prijsvermindering, onverminderd, in voorkomend geval, de vergoeding van de schade. <W 1999-02-05/35, art. 6, 1° en 3°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  Als hoofdzakelijke hoedanigheden worden aangezien de normen die voor de grondstoffen worden vastgesteld, alsmede alle hoedanigheden waarvan de vermelding op de factuur, de label, het etiket of de verpakking voorgeschreven of toegelaten wordt door het krachtens artikel 2 getroffen besluit.
  § 3. (...) <W 1999-02-05/35, art. 6, 2°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  § 4. De vorderingen tot (ontbinding) en tot prijsvermindering moeten, op straffe van verval, ingesteld worden binnen de twaalf maanden na de levering; zij blijven ontvankelijk niettegenstaande het geheel of gedeeltelijk gebruik der geleverde waren. <W 1999-02-05/35, art. 6, 3°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>

  TITEL II- (opgeheven) <W 2003-03-28/42, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 09-05-2003>

  Art. 4. (opgeheven) <W 2003-03-28/42, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 09-05-2003>

  Art. 5. (opgeheven) <W 2003-03-28/42, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 09-05-2003>

  TITEL III- Algemene bepalingen.

  Art. 6.(Onverminderd de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, worden de overtredingen van deze wet en van de ter uitvoering daarvan genomen besluiten opgespoord en vastgesteld door de magistraten van het openbaar Ministerie, de leden van het personeel van de lokale en Federale Politie, alsmede, naar gelang het geval, door de ambtenaren en beambten van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, aangewezen door de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid, de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen, de inspecteurs en controleurs van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de andere ambtenaren en beambten hiertoe door de Koning aangewezen.) <W 2007-03-01/37, art. 117, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  (Lid 2 opgeheven) <W 1999-02-05/35, art. 7, 2°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  De door deze overheidspersonen opgemaakte processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegenbewijs is geleverd; een afschrift daarvan wordt binnen vijftien dagen na de vaststelling aan de overtreders betekend;
  Dezelfde overheidspersonen kunnen monsters nemen en deze door een daartoe erkend laboratorium laten ontleden.
  In de uitoefening van hun opdracht mogen zij fabrieken, magazijnen, bergplaatsen, burelen, boten, bedrijfsgebouwen, stallen, stapelhuizen, stations, wagons, voertuigen en de in open lucht gelegen bedrijven betreden.
  Zij mogen de niet voor het publiek toegankelijke plaatsen vóór vijf uur 's morgens en na negen uur 's avonds slechts bezoeken met verlof van de rechter in de politierechtbank. Dit verlof is eveneens vereist voor het bezoeken van plaatsen die tot woning dienen.
  Zij kunnen zich (ook alle inlichtingen, bescheiden en geïnformatiseerde dragers van gegevens) doen verstrekken die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten, en overgaan tot alle nuttige vaststellingen, eventueel met de medewerking van deskundigen, gekozen uit een lijst door de bevoegde Minister opgemaakt. <W 1999-02-05/35, art. 7, 3°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  (Indien bescheiden en geïnformatiseerde dragers van gegevens worden meegenomen, wordt er ter plaatse een omstandige inventaris van opgemaakt, waarvan een kopie aan de houder wordt overhandigd.) <W 1999-02-05/35, art. 7, 4°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
   (Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  Art. 6. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,3°, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 6bis. <Ingevoegd bij W 1999-02-05/35, art. 8; Inwerkingtreding : 29-03-1999> Wanneer een overtreding van deze wet of van één van de uitvoeringsbesluiten wordt vastgesteld, kunnen de agenten van de overheid bedoeld in artikel 6 van deze wet een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan deze overtreding.
  Het origineel van de waarschuwing wordt verstuurd naar de overtreder binnen de vijftien dagen na de vaststelling van de overtreding.
  De waarschuwing vermeldt :
  a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepalingen;
  b) de termijn binnen dewelke een einde moet komen aan de overtreding;
  c) dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal zal opgesteld worden en overgezonden naar de procureur des Konings.
  (Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 7.De Koning kan de wijze en de voorwaarden van monsterneming vaststellen, de ontledingsmethoden bepalen, het tarief van de ontledingen vaststellen, alsmede de voorwaarden bepalen voor de inrichting en de werking van de ontledingslaboratoria met het oog op hun aanneming door de bevoegde Minister.
  (Het vorig lid is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  Art. 7. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,3°, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 8. § 1. Onverminderd de toepassing in voorkomend geval, van de strengere straffen bepaald, hetzij bij het Strafwetboek, hetzij bij de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica, wordt gestraft met gevangenisstraf van (vijftien dagen tot vijf jaar en met geldboete van 100 tot 10 000 frank) of met één van die straffen alleen: <W 1999-02-05/35, art. 9, 1°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  1° hij die een merk, lood, verzegeling, etiket, getuigschrift, verpakking, benaming, teken, document of enige aanduiding opgelegd of aangenomen bij een krachtens de artikelen 2 en 5 genomen besluit, namaakt of vervalst en hij die wetens, gebruik maakt van een dergelijk nagemaakt of vervalst voorwerp, document of aanduiding;
  2° hij die gebruik makend van een merk, lood, verzegeling, label, etiket, getuigschrift, verpakking, benaming, teken, document of enige aanduiding opgelegd of aangenomen bij een krachtens de artikelen 2 en 5 genomen besluit, bedrog pleegt nopens de oorsprong, de hoedanigheid of de waarborg van een grondstof (...) en hij die, bedrieglijk, gebruik maakt van een dergelijk nagemaakt of vervalst voorwerp, document of aanduiding; <W 2007-03-01/37, art. 118, 1°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  3° hij die hetzij door berichten, plakbrieven of andere wijzen van aankondiging, hetzij door het gebruik van merken, loden, etiketten, getuigschriften, verpakkingen, benamingen, tekens, documenten of enige aanduidingen veinst of valselijk beweert dat de grondstof (...) door de overheid werd gekeurd of erkend, of hij die zich valselijk op deze keuring of deze erkenning beroept; <W 2007-03-01/37, art. 118, 1°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  4° hij die bedrog pleegt hetzij nopens een der hoofdzakelijke hoedanigheden van een bij deze wet bedoelde grondstof (...), hetzij door het benuttigen voor het aanduiden of betitelen van deze grondstoffen (...) van een benaming die hun niet toekomt, hetzij door het gebruik van andere bedrieglijke praktijken die er toe strekken aan het bestaan van die hoedanigheden te doen geloven; <W 2007-03-01/37, art. 118, 3°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  5° (hij die, zonder erkenning, machtiging of voorafgaande melding een grondstof (...) invoert, vervaardigt, in bezit heeft of in de handel brengt wanneer daarvoor een erkenning, machtiging of voorafgaande melding vereist is;) <W 2003-12-22/42, art. 178, 006; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2007-03-01/37, art. 118, 4°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  6° hij die in een grondstof (...), bestemd voor de verkoop vervalst of doet vervalsen; hij die een grondstof of een bestrijdingsmiddel te koop biedt of in voorraad houdt voor de verkoop, te koop stelt, verkoopt of levert wetende dat zij vervalst zijn; hij die kwaadwillig of bedrieglijk vervalsingsprocede's betreffende een grondstof (...) verspreidt of bekendmaakt; <W 2007-03-01/37, art. 118, 5°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  7° hij die een monster van een grondstof (...) vervalst of doet vervalsen; <W 2007-03-01/37, art. 118, 6°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  8° hij die een grondstof (...) waarvan de verkoop, krachtens een ter uitvoering van de artikelen 2 of 5 genomen besluit verboden is, vervaardigt, produceert, in de handel brengt, aanbiedt, ten toon of te koop stelt, in bezit heeft, vervoert, ruilt, verkoopt, of onder kosteloze of bezwarende titel aflevert, (invoert); <W 1999-02-05/35, art. 9, 3°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999> <W 2007-03-01/37, art. 118, 7°, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  9° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, inbeslagnemingen, controles, monsternemingen of verzoeken om inlichtingen of documenten door de in artikel 6 van deze wet bepaalde overheidspersonen of die, wetens, onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt.
  (10° hij die een grondstof, waarvan de uitvoer verboden is, uitvoert of hij die een grondstof uitvoert met vermelding van Toepassingen die verboden of niet toegelaten zijn in het land van bestemming;
  11° hij die een grondstof gebruikt in omstandigheden of voor een toepassing die verboden of niet toegelaten is krachtens een besluit genomen in uitvoering van de artikelen 2 of 5.) <W 1999-02-05/35, art. 9, 4°, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999>
  § 2. Bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een der overtredingen, bepaald bij § 1 van dit artikel, kunnen de gevangenisstraffen en geldboete verdubbeld worden. De rechtbank kan daarenboven de sluiting bevelen van de inrichting van de veroordeelde voor een termijn van acht dagen tot een jaar.
  § 3. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde overtredingen van toepassing.

  Art. 9. Overtredingen van bepalingen van deze wet of van krachtens artikel 2 of 5 van deze gestelde besluiten die niet in artikel 8 zijn bepaald, worden gestraft met een geldboete van één frank tot vijfentwintig frank en met gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen, of met één van die straffen alleen.
  Bij herhaling binnen twee jaar na de laatste veroordeling voor één van die overtredingen, worden deze bestraft met de bij artikel 8 bepaalde straffen.

  Art. 10.<W 1999-02-05/35, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 29-03-1999> § 1. Overtredingen van deze wet of van de besluiten tot uitvoering ervan kunnen het voorwerp uitmaken van strafrechtelijke vervolgingen of van een administratieve geldboete.
  De verbaliserende ambtenaar stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de door de Koning aangewezen ambtenaar.
  § 2. De procureur des Konings beslist of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt.
  Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.
  § 3. De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar.
  Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangewezen ambtenaar overeenkomstig de modaliteiten en voorwaarden die hij bepaalt, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld.
  § 4. De beslissing van de ambtenaar is met redenen omkleed en bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete die niet lager mag zijn dan de helft van het minimum van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan het vijfvoudige van dit minimum.
  Nochtans worden deze bedragen altijd vermeerderd met de opdeciemen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten.
  Bovendien worden de expertisekosten ten laste gelegd van de overtreder.
  § 5. Bij samenloop van misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het dubbel van het maximumbedrag bedoeld in § 4.
  § 6. De beslissing bedoeld in § 4 van dit artikel wordt aan de betrokkene bekendgemaakt bij een ter post aangetekende brief samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de door de Koning gestelde termijn. Deze kennisgeving doet de strafvordering vervallen; de betaling van de administratieve geldboete maakt een einde aan de vordering van de administratie.
  § 7. Blijft de betrokkene in gebreke om de geldboete en de expertisekosten binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de veroordeling tot de geldboete en de expertisekosten voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.
  § 8. Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd vijf jaar na het feit dat een bij deze wet bedoeld misdrijf oplevert.
  De daden van onderzoek of van vervolging verricht binnen de in het eerste lid van deze paragraaf gestelde termijn stuiten de loop ervan.
  Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
  § 9. (De Koning bepaalt de procedureregelen die toepasselijk zijn op de administratieve geldboetes. De administratieve geldboetes worden gestort in het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.) <W 2007-03-01/37, art. 119, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  § 10. De rechtspersoon, waarvan de overtreder orgaan of aangestelde is, is eveneens aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete.
  (§ 11. Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  Art. 10. (VLAAMSE GEWEST)
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<Opgeheven bij DVR 2013-06-28/15, art. 81,3°, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 11. De overheidspersonen bedoeld in artikel 6 mogen, in geval van overtreding, de grondstoffen (...) in beslag nemen. <W 2007-03-01/37, art. 120, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  Wanneer de in beslag genomen grondstoffen (...) bederfbaar zijn, mogen zij, voor zover zulks verenigbaar is met de eisen van de volksgezondheid, verkocht worden of tegen betaling van een vergoeding teruggegeven worden aan de eigenaar; in dat geval mag er slechts over beschikt worden overeenkomstig de richtlijnen verstrekt door de door de bevoegde Minister aangewezen ambtenaren. De ontvangen som wordt op de griffie van de rechtbank gedeponeerd tot dat over de overtreding uitspraak gedaan is. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen grondstoffen (...), zowel voor wat de verbeurdverklaring als wat de eventuele teruggave aan de belanghebbende betreft. <W 2007-03-01/37, art. 120, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  De in beslag genomen grondstoffen (...) worden, naar gelang van het geval, door het bestuur van registratie en domeinen of door het bestuur van douanen en accijnzen verkocht, op tussenkomst van de door de bevoegde Minister aangewezen ambtenaar. <W 2007-03-01/37, art. 120, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  (Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 12. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring en ook de vernietiging van de in beslag genomen produkten bevelen. De verbeurdverklaring en de vernietiging worden steeds bevolen wanneer de aard en de samenstelling van het produkt dit vergen. De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op de kosten van de veroordeelde.
  De rechtbank kan daarenboven bekendmaking van het vonnis bevelen in een of meer dagbladen en de aanplakking ervan op de plaatsen en gedurende de tijd welke zij vaststelt, alles op kosten van de veroordeelde.

  Art. 13. De overheidspersonen bedoeld in artikel 6 kunnen, bij administratieve maatregel, grondstoffen (...) waarvan zij vermoeden dat zij niet beantwoorden aan de bepalingen van een krachtens deze wet genomen besluit voorlopig in beslag nemen, voor een termijn door de Koning bepaald, ten einde ze aan een ontleding te onderwerpen. Deze inbeslagneming wordt gelicht op bevel van de overheidspersoon die de grondstof (...) in beslag heeft genomen of ten gevolge het verstrijken van de termijn. <W 2007-03-01/37, art. 121, 007; Inwerkingtreding : 24-03-2007>

  Art. 14. (...) <had uitwerking tot 1-11-1970>

  Art. 15. Het koninklijk besluit nr 89 van 30 november 1939 houdende aanvulling en samenschakeling van de reglementering van de handel in zaaizaden, allerhande pootgoed, meststoffen en veevoeder, bekrachtigd bij de wet van 16 juni 1947, wordt opgeheven.

  Art. 16. <W 1999-02-05/35, art. 11; Inwerkingtreding : 29-03-1999> De Koning kan bij in Ministerraad overlegd besluit binnen het toepassingsgebied van deze wet alle maatregelen treffen die nodig zijn ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen en de krachtens deze verdragen tot stand gekomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden.
  (Het vorig lid is niet van toepassing op de materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Erratum Tekst Begin

originele versie
1969071124
PUBLICATIE :
1969-07-29
bladzijde : 0

ERRATA



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 28-06-2013 GEPUBL. OP 12-09-2013
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 27-06-2013 GEPUBL. OP 30-07-2013
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 18-12-2009 GEPUBL. OP 30-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 6; 7; 10)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 19-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 6; 10)
  • originele versie
  • WET VAN 01-03-2007 GEPUBL. OP 14-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 2; 6; 8; 10; 11; 13)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 8)
  • originele versie
  • WET VAN 28-03-2003 GEPUBL. OP 29-04-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 5)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 6BIS; 7; 10; 11; 16)
  • originele versie
  • WET VAN 05-02-1999 GEPUBL. OP 19-03-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1BIS; 2; 3; 6; 6BIS; 8; 10; 16)
  • originele versie
  • WET VAN 21-12-1998 GEPUBL. OP 11-02-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 5)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 1968-1969. KAMER. Parl. besch. _ Wetsontwerp, nr. 225-1. _ Verslag, nr. 225-2. _ Amendementen nr. 225-3. Parl. Hand. _ 12-6-1969. SENAAT. Parl. besch. _ Wetsontwerp, nr. 426. _ Verslag, nr. 490. _ Amendementen nr. 522. Parl. Hand. _ 2-7-1969. .....

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 418 uitvoeringbesluiten 10 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie