J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 128 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1964/12/28/1964122807/justel

Titel
28 DECEMBER 1964. - Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-06-2004 en tekstbijwerking tot 21-02-2019)

Publicatie : 14-01-1965 nummer :   1964122807 bladzijde : 345       PDF : geconsolideerde versie
Dossiernummer : 1964-12-28/01
Inwerkingtreding : 07-01-1965

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
Art. 1 WAALS GEWEST
Art. 1 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 2
Art. 2 WAALS GEWEST
Art. 2 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 3
Art. 3 WAALS GEWEST
Art. 3 VLAAMS GEWEST
Art. 3 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 4
Art. 4 WAALS GEWEST
Art. 4 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 5
Art. 5 WAALS GEWEST
Art. 5 VLAAMS GEWEST
Art. 5 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 6
Art. 6 WAALS GEWEST
Art. 6 VLAAMS GEWEST
Art. 6 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 7
Art. 7 WAALS GEWEST
Art. 7 VLAAMS GEWEST
Art. 7 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 8
Art. 8 WAALS GEWEST
Art. 8 VLAAMS GEWEST
Art. 8 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 9
Art. 9 WAALS GEWEST
Art. 9 VLAAMS GEWEST
Art. 9 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 10
Art. 10 WAALS GEWEST
Art. 10 VLAAMS GEWEST
Art. 10 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 11 WAALS GEWEST

Tekst Inhoudstafel Begin
Art. 1.De Koning is gemachtigd om alle gepaste maatregelen te treffen ter voorkoming of bestrijding van de luchtverontreiniging, meer in het bijzonder:
  1° om zekere welbepaalde vormen van verontreiniging te verbieden;
  2° om het gebruik te regelen of te verbieden van toestellen of inrichtingen die een verontreiniging kunnen veroorzaken;
  3° om het gebruik op te leggen of te regelen van toestellen of inrichtingen die bestemd zijn om verontreiniging te voorkomen of te bestrijden.

  Art. 1_WAALS_GEWEST.
  [1 De Regering]1 is gemachtigd om alle gepaste maatregelen te treffen ter voorkoming of bestrijding van de luchtverontreiniging, [1 of ter beperking van het energieverbruik om de klimaatverandering te verzwakken]1 meer in het bijzonder:
  1° om zekere welbepaalde vormen van verontreiniging te verbieden;
  2° om het gebruik te regelen of te verbieden van toestellen of inrichtingen die een verontreiniging kunnen veroorzaken;
  3° om het gebruik op te leggen of te regelen van toestellen of inrichtingen die bestemd zijn om verontreiniging te voorkomen of te bestrijden;
  [1 4° om te voorzien dat de technische systemen van gebouwen bepaald door de Regering aan de eisen voldoen inzake installatie, dimensionering, regeling, onderhoud, periodieke controle en inspectie;
   5° [2 om de personen te erkennen of te certificeren die verantwoordelijk zijn voor de installatie, het onderhoud, de instandhouding, de controle of de inspectie, het herstel of de buitendienststelling van toestellen, uitrustingen of systemen omschreven door de Regering en om het vereiste kwalificatieniveau te bepalen en om de centra te erkennen die verantwoordelijk zijn voor het verzorgen van opleidingen en het organiseren van examens, waarvan het slagen een voorwaarde is voor het verlenen van een erkenning of certificering;]2
   6° om de emissieplafonds te bepalen, d.w.z. de maximale hoeveelheid van een bepaalde stof die tijdens een kalenderjaar mag worden uitgestoten;
   7° om de luchtkwaliteit te beoordelen;
   8° om doelstellingen vast te leggen inzake luchtkwaliteit;
   9° om meetvoorzieningen van verontreinigende stoffen te erkennen : laboratoria, methoden, toestellen, netwerken en modellering;
   10° om specifieke voorzieningen te voorzien inzake informatie en sensibilisering van het publiek;
   11° om bijzondere beschermingsgebieden vast te leggen waarin bepaalde vormen van verontreiniging tijdelijk of permanent kunnen worden beperkt of verboden. De bijzondere beschermingsgebieden zijn, hetzij gebieden waar de slechte luchtkwaliteit is bewezen, hetzij gebieden die een hoge luchtkwaliteit vereisen wegens de grote bevolkingsdichtheid of bijzondere milieu-elementen.]1

  ----------
  (1)<DWG 2011-10-27/04, art. 52, 006; Inwerkingtreding : 04-12-2011>
  (2)<DWG 2018-07-17/04, art. 68, 009; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 1_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   <Opgeheven bij ORD 1999-03-25/54, art. 24; Inwerkingtreding : 1999-07-04>


  Art. 2.Onder luchtverontreiniging in de zin van deze wet wordt verstaan het in de lucht lozen, ongeacht de oorsprong van gassen, vloeistoffen of vaste stoffen, die de gezondheid van de mens kunnen aantasten, nadelig kunnen zijn voor dieren en planten of schade kunnen toebrengen aan goederen en aan stads- en natuurschoon.

  Art. 2_WAALS_GEWEST.
  [2 § 1.]2 [1 Onder luchtverontreiniging in de zin van deze wet wordt verstaan het in de lucht lozen, ongeacht de oorsprong, van stoffen die de gezondheid van de mens of het milieu in zijn geheel kunnen aantasten, schade kan toebrengen aan materiële goederen, dan wel de belevingswaarde van het milieu of ander rechtmatig milieugebruik kan aantasten of in de weg kan staan.]1
  [2 § 2. Onder verontreinigingspieken wordt verstaan, het niveau van luchtverontreiniging dat de uitvoering van dringende maatregelen rechtvaardigt.
   De Regering wordt gemachtigd om de dringende maatregelen te bepalen.]2

  ----------
  (1)<DWG 2011-10-27/04, art. 53, 006; Inwerkingtreding : 04-12-2011>
  (2)<DWG 2019-01-17/22, art. 23, 010; Inwerkingtreding : 01-03-2019>

  Art. 2_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   <Opgeheven bij ORD 1999-03-25/54, art. 24; Inwerkingtreding : 1999-07-04>


  Art. 3.Over de ter uitvoering van het eerste artikel vast te stellen koninklijke besluiten wordt het advies van de Hoge Gezondheidsraad ingewonnen.
  Zij worden gezamenlijk voorgedragen door de Minister die bevoegd is inzake Volksgezondheid en, naar gelang van de bron van de verontreiniging:
  1° door de Minister die bevoegd is inzake ondergrondse mijnen, graverijen en groeven, als het om zulke mijnen, graverijen of groeven gaat;
  2° door de Minister die bevoegd is inzake Arbeid, als het om andere nijverheidsinrichtingen of om handelsinrichtingen gaat;
  3° door de Minister die bevoegd is inzake Openbare Werken, als het gaat om gebouwen die onder zijn beheer staan;
  4° door de Minister die bevoegd is inzake reglementering en controle van het vervoer, als het gaat om vervoermiddelen te land, te water, per spoor of door de lucht.
  Alleen de Minister die bevoegd is inzake Volksgezondheid, kan een regeling treffen in alle gevallen van verontreiniging die, om reden van hun oorsprong, niet onder de vorenvermelde ministeriële departementen ressorteren.
  Evenwel kan alleen de Minister die bevoegd is inzake Landsverdediging, uit eigen beweging, elke maatregel treffen ter voorkoming of bestrijding van de luchtverontreiniging voortkomende van om het even welke onroerende goederen, installaties, tuigen of voertuigen die van de militaire overheid afhangen.

  Art. 3_WAALS_GEWEST.
  [1 Een dossiersrecht, waarvan de opbrengst integraal aan het "Fonds pour la protection de l'environnement, section incivilités environnementales", bedoeld in artikel D.170, § 1, van Boek I, van het Milieuwetboek, gestort wordt en dat de administratieve kosten dekt, kan ten laste van elke natuurlijke of rechtspersoon geheven worden wegens de indiening van een aanvraag overeenkomstig artikel 1, 5°. De Regering bepaalt het bedrag van het dossiersrecht alsook de modaliteiten voor de inning ervan. Het bedrag van het dossiersrecht wordt jaarlijks geïndexeerd.]1

  ----------
  (1)<DWG 2018-07-17/04, art. 69, 009; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 3_VLAAMS_GEWEST.
   [opgeheven] <DVR 2009-03-27/53, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2011, zie BVR 2010-11-19/21, art. 104>


  Art. 3_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   [Opgeheven] <ORD 1999-03-25/54, art. 24; Inwerkingtreding : 1999-07-04>


  Art. 4.De Koning kan, in afwijking van de wet van 24 december 1958 waarbij beroepsuitoefeningsvoorwaarden kunnen worden ingevoerd in de ambachts-, de kleine en middelgrote handels- en de kleine nijverheidsondernemingen, inzake beroepsopleiding en vestiging van vaklieden die toestellen of inrichtingen plaatsen welke op de luchtverontreiniging invloed kunnen hebben, bijzondere eisen stellen met het oog op de toepassing van deze wet en van de besluiten tot uitvoering ervan.

  Art. 4_WAALS_GEWEST.
  [1 Binnen de perken van de beschikbare kredieten kan de Regering een subsidie toekennen aan de in artikel 1, 5° ,bedoelde opleidings- en examencentra.
   Om voor de subsidie in aanmerking te komen:
   1° beperken de centra het per kandidaat ontvangen inschrijvingsrecht tot het door de Regering bepaalde bedrag;
   2° krijgen de centra geen andere subsidie voor de betrokken activiteiten.]1

  ----------
  (1)<DWG 2018-07-17/04, art. 70, 009; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   <Opgeheven bij ORD 1999-03-25/54, art. 24; Inwerkingtreding : 1999-07-04>


  Art. 5.De Minister die bevoegd is inzake Volksgezondheid is belast met de coordinatie van de actie van de overheden ter bestrijding van de luchtverontreiniging, meer bepaald in verband met de uitvoering van de navolgende opdrachten:
  1° de monsterneming en de ontleding van de geloosde stoffen of van de verontreinigd geachte lucht, meer in het bijzonder met het oog op de uitoefening van het in artikel 6 bedoelde toezicht;
  2° het onderzoeken van de gevolgen van de luchtverontreiniging voor de mens en, in samenwerking met de laboratoria van het Ministerie van Landbouw, voor dieren en planten;
  3° het opsporen van doeltreffende middelen ter bestrijding van de luchtverontreiniging;
  4° het voorlichten van het publiek omtrent de problemen inzake luchtverontreiniging en de middelen ter voorkoming en bestrijding ervan.
  De opdrachten bedoeld in 1°, 2° en 3°, worden vervuld in samenwerking met laboratoria of openbare of particuliere instellingen welke de Minister die bevoegd is inzake Volksgezondheid in overleg met de bevoegde Minister, daartoe erkent. Deze laboratoria of instellingen zenden aan de Minister van Volksgezondheid en van het Gezin (Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie) de uitslagen van hun onderzoekingen en opsporingen, en meer bepaald alle afwijkende bevindingen vastgesteld tijdens de routineonderzoekingen.
  De opdracht het publiek voor te lichten, bedoeld in 4°, mag vervuld worden door privé-instellingen welke de Minister die bevoegd is inzake Volksgezondheid daartoe erkent.

  Art. 5_WAALS_GEWEST.
  [1 Volgens de door haar bepaalde modaliteiten en binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering subsidies en prijzen toekennen aan de privé-sector, de openbare sector en de universiteiten voor de bewustmaking van het publiek of voor acties ter voorkoming of ter bestrijding van de luchtverontreiniging.
   Ze kan ook subsidies toekennen voor internationale projecten gebonden aan de luchtkwaliteit.]1

  ----------
  (1)<DWG 2018-07-17/04, art. 70bis, 009; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 5_VLAAMS_GEWEST.
   [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de coördinatie van de acties van de Vlaamse overheden ter bestrijding van de luchtverontreiniging.
   De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan daarvoor een beroep doen op de diensten van deskundigen of op laboratoria die daartoe in het Vlaamse Gewest zijn erkend met toepassing van de bepalingen van [2 titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2.]1
  
----------
  (1)<DVR 2009-03-27/53, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2011, zie BVR 2010-11-19/21, art. 104>
  (2)<DVR 2014-04-25/M4, art. 114, 008; Inwerkingtreding : 23-02-2017>

  Art. 5_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
  [Opgeheven] <ORD 1999-03-25/54, art. 24; Inwerkingtreding : 04-07-1999>


  Art. 6.Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, wordt overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten bepaaldelijk opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren die de Koning aanwijst om toe te zien dat de wet en de besluiten tot uitvoering ervan worden toegepast. Processen-verbaal door deze ambtenaren opgemaakt hebben bewijskracht behoudens tegenbewijs. Afschrift ervan wordt aan de overtreders betekend binnen zeven dagen na de vaststelling.
  De overeenkomstig het eerste lid aangewezen ambtenaren mogen dag en nacht alle inrichtingen betreden wanneer zij reden hebben om aan te nemen dat een verboden luchtverontreiniging er haar oorsprong heeft, met uitzondering echter van de tot bewoning dienende vertrekken.
  Indien er voldoende aanwijzingen voorhanden zijn om te vermoeden dat een luchtverontreiniging haar oorsprong heeft in tot bewoning dienende vertrekken, kan een huiszoeking verricht worden tussen 5 en 21 uur door twee ambtenaren met machtiging van de (rechter in de politierechtbank). <W 10-10-1967, art. 3, art. 91, § 43>

  Art. 6_WAALS_GEWEST.
   [opgeheven] <DWG 2008-06-05/36, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 06-02-2009>


  Art. 6_VLAAMS_GEWEST.
   <DVR 2007-12-21/82, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 01-05-2009> Voor deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden het toezicht en de bestuurlijke handhaving uitgeoefend en worden veiligheidsmaatregelen genomen volgens de regels bepaald in hoofdstukken III, IV en VII van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.


  Art. 6_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   <Opgeheven bij ORD 1999-03-25/53, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999 en bevestigd bij VARIA 2014-04-25/A3, art. 59,4°, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2015>


  Art. 7.De overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aangewezen ambtenaren kunnen, om bewijsgronden bijeen te brengen, monsters nemen of laten nemen van de in de lucht geloosde stoffen en van de stoffen welke vermoedelijk oorzaak zijn van de luchtverontreiniging, en die monsters door een daartoe erkend laboratorium laten ontleden.
  Zij kunnen eveneens toestellen of inrichtingen die een verontreiniging kunnen veroorzaken of die bestemd zijn om ze te bestrijden, beproeven of door daartoe erkende instellingen doen beproeven.
  De Koning stelt algemene regels volgens welke de monsters worden genomen en algemene voorwaarden onder welke de proeven bedoeld in het tweede lid worden gedaan; hij bepaalt de procedure van erkenning van de instellingen bedoeld in dit artikel.

  Art. 7_WAALS_GEWEST.
   [Opgeheven] <DWG 2008-06-05/36, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 06-02-2009>


  Art. 7_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij DVR 2004-04-30/41, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 18-06-2004>


  Art. 7_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   <opgeheven bij ORD 1999-03-25/53, art. 43; Inwerkingtreding : 04-07-1999 en bevestigd bij VARIA 2014-04-25/A3, art. 59,4°, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2015>


  Art. 8.De overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aangewezen ambtenaren kunnen het gebruik van toestellen of inrichtingen die wegens hun bouw of eigenschappen niet conform de besluiten tot uitvoering van deze wet kunnen werken, voorlopig verbieden, die toestellen en inrichtingen verzegelen en daaromtrent alle spoedmaatregelen nemen die in de gegeven omstandigheden noodzakelijk blijken in het belang van de bevolking en van de gezondheid.
  Die maatregelen hebben na verloop van acht dagen geen uitwerking meer als ze binnen die termijn, de gebruikers vooraf gehoord of opgeroepen, niet bekrachtigd zijn door de ambtenaar die de leiding heeft over het bestuur waarvan de ambtenaar die de maatregelen heeft genomen, deel uitmaakt.
  De beslissingen, waarbij de maatregel bekrachtigd wordt, worden onverwijld per aangetekend stuk, betekend aan de gebruikers van de toestellen of inrichtingen.
  Tegen de beslissingen tot bekrachtiging kan door ieder belanghebbende beroep worden ingesteld bij de Koning. De Koning stelt de regels van dit beroep, dat niet opschorsend is.

  Art. 8_WAALS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DWG 2008-06-05/36, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 06-02-2009>


  Art. 8_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij DVR 2004-04-30/41, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 18-06-2004>


  Art. 8_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   <opgeheven bij ORD 1999-03-25/53, art. 43; Inwerkingtreding : 04-07-1999 en bevestigd bij VARIA 2014-04-25/A3, art. 59,4°, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2015>


  Art. 9.De overeenkomstig artikel 6, eerste lid, aangewezen ambtenaren kunnen ter vervulling van hun taak de medewerking van de gemeentelijke overheid vorderen.
  Zij kunnen ook van die overheden vorderen dat zij ter wille van de openbare veiligheid en gezondheid de spoedmaatregelen nemen, die noodzakelijk zijn wegens het bestaan of de dreiging van een erge luchtverontreiniging. Bij niet-optreden van de burgemeester of wanneer zelfs de geringste vertraging aan de bevolking een ernstig nadeel kan toebrengen, nemen voornoemde ambtenaren die maatregelen zelf. In dat geval geven zij daarvan dadelijk kennis aan de Minister die bevoegd is inzake Volksgezondheid, alsmede aan de gouverneur van de provincie.

  Art. 9_WAALS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DWG 2008-06-05/36, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 06-02-2009>


  Art. 9_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij DVR 2004-04-30/41, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 18-06-2004>


  Art. 9_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   <opgeheven bij ORD 1999-03-25/53, art. 43; Inwerkingtreding : 04-07-1999 en bevestigd bij VARIA 2014-04-25/A3, art. 59,4°, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2015>


  Art. 10.Onverminderd de toepassing van de in het strafwetboek gestelde straffen, wordt met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig frank tot vijfduizend frank, of met één van die straffen alleen, gestraft:
  1° hij die onroerende of roerende goederen onder zich heeft welke wegens nalatigheid of gebrek aan vooruitzicht van zijnentwege aan de oorsprong liggen van een door de Koning verboden vorm van luchtverontreiniging;
  2° hij die de bepalingen van de ter uitvoering van deze wet vastgestelde koninklijke besluiten overtreft;
  3° hij die zich niet leent tot of zich verzet tegen de schouwingen, monsternemingen of maatregelen, bedoeld in de artikelen 7 en 8.
  De straffen kunnen verdubbeld worden indien een nieuwe overtreding gepleegd wordt binnen twee jaar na een vroeger vonnis, houdende veroordeling wegens een der in dit artikel bedoelde overtredingen en dat kracht van gewijsde heeft gekregen.
  Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met inbegrip van het hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in deze wet bepaalde overtredingen toepasselijk.

  Art. 10_WAALS_GEWEST.
   [1 Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan door :
   1° de bezitter van een goed dat aan de basis ligt van een door de Regering verboden vorm van vervuiling;
   2° degene die zich niet houdt aan de maatregelen die vastliggen in het actieplan voor de kwaliteit van de omgevingslucht;
   3° de overtreder van de bepalingen die de Regering heeft genomen om de luchtverontreiniging structureel te verminderen, [2 of om het energieverbruik te beperken met als doel de verzwakking van de klimaatverandering]2 oa de bepalingen waarbij bepaalde vormen van verontreiniging beperkt en, in sommige gevallen, verboden worden, of waarbij het gebruik van toestellen of voorzieningen die een verontreiniging kunnen veroorzaken, geregeld of verboden wordt;
   4° de overtreder van de bepalingen die de Regering heeft genomen om de luchtverontreiniging te beperken in geval van verontreinigingspiek te wijten aan een overschrijding van de normen betreffende de kwaliteit van de omgevingslucht.]1

  ----------
  (1)<DWG 2008-06-05/36, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 06-02-2009>
  (2)<DWG 2011-10-27/04, art. 57, 006; Inwerkingtreding : 04-12-2011>

  Art. 10_VLAAMS_GEWEST.
   <DVR 2007-12-21/82, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 01-05-2009> Met betrekking tot deze wet en haar uitvoeringsbesluiten gebeuren het onderzoek, de vaststelling en de sanctionering van de milieu-inbreuken en milieumisdrijven volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.


  Art. 10_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
   <Opgeheven bij ORD 1999-03-25/54, art. 24; Inwerkingtreding : 1999-07-04>

  

  Art. 11_WAALS_GEWEST.
  [1 Er wordt een overtreding van tweede categorie begaan door de persoon bedoeld in artikel 1, 5°, die een handeling uitvoert zonder te beschikken over de overeenstemmende erkenning.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DWG 2018-07-17/04, art. 71, 009; Inwerkingtreding : 18-10-2018>
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   ...

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 17-01-2019 GEPUBL. OP 21-02-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 17-07-2018 GEPUBL. OP 08-10-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 4; 5; 11)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 23-10-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 5)
  • originele versie
  • VARIA VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 18-06-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 6-9)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 27-10-2011 GEPUBL. OP 24-11-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 4; 5; 10)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 27-03-2009 GEPUBL. OP 04-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 5)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 05-06-2008 GEPUBL. OP 20-06-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 6-9)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 21-12-2007 GEPUBL. OP 29-02-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 6; 10)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-04-2004 GEPUBL. OP 08-06-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 7; 8; 9; 10)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 25-03-1999 GEPUBL. OP 24-06-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 6-9)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 25-03-1999 GEPUBL. OP 24-06-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 1-5; 10)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1962-1963. SENAAT. Parl. besch. _ Wetsontwerp, nr. 140. Zitting 1963-1964. SENAAT. Parl. besch. _ Verslag, nr. 154. _ Amendementen, nr. 176. Parl. Hand. _ Bespreking, Vergadering van 12-3-1964. _ Aanneming. Vergadering van 18-3-1964. KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. besch. _ Wetsontwerp, nr. 764-1, overgezonden door de Senaat _ Amendementen, nrs. 764-2, 3, 4. Parl. Hand. _ Bespreking. Vergadering van 16-6-1964. _ Aanneming. Vergadering van 18-6-1964. SENAAT. Parl. besch. _ Geamendeerd ontwerp, nr. 293, overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Zitting 1964-1965. SENAAT. Parl. besch. _ Verslag, nr. 43. Parl. Hand. _ Bespreking en aanneming. Vergadering van 22-12-1964. .....

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 128 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
    Franstalige versie