J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 22 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1964/06/01/1964060114/justel

Titel
1 JUNI 1964. - Koninklijk besluit betreffende de schorsing van Rijksambtenaren in het belang van de dienst.
(NOTA 1 : Opgeheven wat de regeling van de rechtspositie van het personeel van de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs betreft <BVR 1995-05-10/41, art. M; Inwerkingtreding : 14-08-1995>) -
(NOTA 2 : Opgeheven voor het Franse Gemeenschap door <BFG 2004-03-31/43, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 19-05-2004>) -
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1990 en tekstbijwerking tot 26-11-2008).

Publicatie : 23-06-1964 nummer :   1964060114 bladzijde : 6957
Dossiernummer : 1964-06-01/31
Inwerkingtreding : 01-08-1964

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-13

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Wanneer het belang van de dienst het eist, kan de rijksambtenaar in zijn ambt worden geschorst door de Minister of (door de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde). (Hij wordt vooraf gehoord over de feiten die hem ten laste worden gelegd en mag zich laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze.) <KB 1994-09-26/34, art. 29; Inwerkingtreding : 07-03-1992> <KB 2002-09-05/37, art. 81, 002; Inwerkingtreding : 26-09-2002, zie ook KB 2002-09-05/37, art. 242>aan de Minister worden voor gesteld (door de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde). <KB 2002-09-05/37, art. 81, 002; Inwerkingtreding : 26-09-2002, zie ook KB 2002-09-05/37, art. 242>
  Ingeval de schorsing (door de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde) mag worden uitgesproken, kan zij hem worden voorgesteld door de hiërarchische meerderen van de betrokken ambtenaar, die de Minister daartoe heeft gemachtigd. <KB 2002-09-05/37, art. 81, 002; Inwerkingtreding : 26-09-2002, zie ook KB 2002-09-05/37, art. 242>

  Art. 2. Is aan de schorsing geen einde gemaakt, dan kan de ambtenaar, nadat een maand verstreken is sedert de dag dat die maatregel uitwerking heeft gekregen, er beroep tegen instellen bij de raad van beroep.
  Het voor de ambtenaar ongunstig advies van de raad van beroep sluit in, dat de schorsing wordt gehandhaafd. Is het advies van de raad van beroep gunstig, dan beslist nog de Minister.
  De ambtenaar kan ook, op voorwaarde dat hij zich op nieuwe feiten beroept, beroep instellen telkens als een termijn van drie maanden verstreken is sedert de dag waarop een beslissing tot handhaving van de schorsing is genomen.

  Art. 3. In afwijking van artikel 101 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937, kan de Minister de ambtenaar het recht ontzeggen om zijn aan spraken op bevordering (en op de bevordering in zijn weddeschaal) te doen gelden en zijn wedde verminderen, in de volgende gevallen : <KB 1994-09-26/34, art. 30; Inwerkingtreding : 07-03-1992>
  1° wanneer de ambtenaar strafrechtelijk vervolgd wordt;
  2° wanneer de ambtenaar tuchtrechtelijk vervolgd wordt wegens een ernstig vergrijp waarbij hij op heterdaad is betrapt of waarvoor er afdoende aanwijzingen zijn.
  De wedde (mag niet meer worden verminderd dan zoals in artikel 23, tweede lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers is vastgesteld); zij mag evenmin worden verminderd tot een bedrag dat lager is dan de werkloosheidsuitkering waarop de ambtenaar recht zou hebben indien hu onder de sociale zekerheid voor werknemers viel. <KB 1995-03-17/30, art. 17; Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  De in het eerste lid bedoelde maatregelen worden genomen op voorstel (van de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde). <KB 2002-09-05/37, art. 82, 002; Inwerkingtreding : 26-09-2002, zie ook KB 2002-09-05/37, art. 242>

  Art. 4. Binnen tien dagen na de kennisgeving van het in artikel 3, derde lid, bedoelde voorstel, kan de ambtenaar daartegen beroep instellen bij de raad van beroep. In ieder geval wordt de beslissing door de Minister genomen.

  Art. 5. (Indien de ambtenaar, na afloop van het onderzoek van zijn geval, een tuchtschorsing wordt opgelegd, kan de bevoegde overheid, in afwijking van artikel 78, § 6, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 en ongeacht de maximumtermijn vastgesteld bij artikel 77, § 4, van hetzelfde besluit, die schorsing doen terugwerken tot een datum die evenwel de dag niet mag voorafgaan waarop de bij toepassing van artikel 3 getroffen maatregelen uitwerking hebben gehad.) <KB 1985-02-25, art. 3; BS 19-03-1985>

  Art. 6. Nadat het geval van de ambtenaar is onderzocht, worden de bij toepassing van artikel 3 genomen maatregelen ingetrokken door beslissingen die terugwerken tot de dag met ingang waarvan die maatregelen uitwerking hebben gehad, behalve :
  1° indien tot besluit van dat onderzoek de ambtenaar van ambtswege wordt ontslagen of afgezet wordt;
  2° voor de periode van schorsing in het belang van de dienst aangerekend op de duur van de tuchtschorsing bij toepassing van artikel 5.

  Art. 7. Wanneer na de intrekking van de bij toepassing van artikel 3 genomen maatregelen aangetoond is dat de ambtenaar een benoeming zou hebben gekregen bij wege van bevordering (...) of verandering van graad indien hem niet het recht was ontzegd om zijn aanspraken op bevordering of verandering van graad te doen gelden, kan hij die benoeming alleen verkrijgen onder de voorwaarden die daarvoor zijn gesteld. <KB 2008-11-19/30, art. 48, 005; Inwerkingtreding : 01-12-2008>
  Wordt de ambtenaar benoemd dan neemt hij evenwel (voor de verhoging tot de hogere klasse en voor de verhoging in de weddenschaal), rang in op de datum waarop hij die benoeming zou hebben verkregen, onverminderd echter de gevolgen verbonden aan de eventueel door hem opgelopen tuchtstraf of administratieve maatregel. <KB 2004-08-04/30, art. 84, 004; Inwerkingtreding : 01-12-2004>

  Art. 8. De ambtenaar wordt verzocht de voorstellen en beslissingen tot schorsing in het belang van de dienst en tot maatregelen ter aanvulling van die schorsing te viseren. Weigert de ambtenaar dit te doen, dan wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt (door de voorzitter van het directiecomité of zijn gemachtigde) of door de hiërarchische meerdere. <KB 2002-09-05/37, art. 83, 002; Inwerkingtreding : 26-09-2002, zie ook KB 2002-09-05/37, art. 242>
  Is de ambtenaar reeds niet meer in de dienst, dan wordt hem bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven van de voorstellen en beslissingen.

  Art. 9. Beslissingen waarbij ambtenaren in het belang van de dienst worden geschorst of waarbij een van de in artikel 3 bepaalde aanvullende maatregelen wordt genomen, kunnen geen uitwerking hebben over een periode vóór de datum waarop de schorsing of de aanvullende maatregel is voorgesteld.

  Art. 10. (Opgeheven) <KB 1993-03-04/31, art. 19; Inwerkingtreding : 23-03-1993>

  Art. 11. (Opgeheven) <KB 1993-03-04/31, art. 19; Inwerkingtreding : 23-03-1993>

  Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 1964.

  Art. 13. Onze Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op artikel 66, tweede lid, van de Grondwet;
   Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende statuut van het Rijkspersoneel, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1964, inzonderheid op artikel 103, 2°;
   Overwegende dat de administratieve overheid rijksambtenaren in hum ambt moet kunnen schorsen wanneer het belang van de dienst het eist, zelfs indien er hun geen fout ten laste wordt gelegd;
   Overwegende dat de in het belang van de dienst geschorste ambtenaar in geen geval zijn gehele wedde mag worden ontnomen;
   Overwegende dat de toestand van de ambtenaar in en na de schorsingsperiode moet worden geregeld met inachtneming van de specifieke eisen van alle gevallen die zich kunnen voordoen;
   Overwegende dat de geschorste ambtenaar tegen iedere willekeurige maatregel moet worden beschermd, met name beroep moet kunnen instellen;
   Gelet op het advies van de Algemene syndicale raad van advies;
Erratum Tekst Begin

originele versie
1964060122
PUBLICATIE :
1964-11-05
bladzijde : 0

ERRATUM



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-11-2008 GEPUBL. OP 26-11-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-08-2004 GEPUBL. OP 16-08-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • originele versie
  • BESLUIT FRANSE GEMEENSCHAP VAN 31-03-2004 GEPUBL. OP 19-05-2004
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 05-09-2002 GEPUBL. OP 26-09-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 8)
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 10-05-1995 GEPUBL. OP 04-08-1995
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 10-05-1995 GEPUBL. OP 21-07-1995
  • VARIA VAN 05-04-1995 GEPUBL. OP 10-06-1995
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-03-1995 GEPUBL. OP 29-03-1995
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 17-11-1994 GEPUBL. OP 06-12-1994
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-09-1994 GEPUBL. OP 01-10-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3)
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 01-07-1993 GEPUBL. OP 27-10-1993
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 18-03-1993 GEPUBL. OP 28-04-1993
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 5)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-03-1993 GEPUBL. OP 23-03-1993
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 11)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-11-1991 GEPUBL. OP 24-12-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-02-1985 GEPUBL. OP 19-03-1985
    (GEWIJZIGD ART. : 5)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 22 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie