J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 4 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1960/07/15/1960071501/justel

Titel
15 JULI 1960. - Wet tot zedelijke bescherming van de jeugd.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-12-1999 en tekstbijwerking tot 01-02-2010)

Publicatie : 20-07-1960 nummer :   1960071501 bladzijde : 5508
Dossiernummer : 1960-07-15/30
Inwerkingtreding : 30-07-1960

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1, 1bis, 1ter, 2-3, 3bis, 4-8, 8bis, 9-10

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.Het is elk minderjarige die niet de leeftijd van volle achttien jaar bereikt heeft, verboden zich op te houden in de speelhuizen, de hondenrenbanen, de inrichtingen waar diensters of entraîneuses gewoonlijk met de clientèle mede verbruiken en de voor weddenschappen bestemde ruimte in de paardenrenbanen.
  De aanwezigheid in danszalen en drankgelegenheden terwijl er gedanst wordt, is verboden voor elk ongehuwd minderjarige beneden de (zestien jaar) indien deze niet vergezeld is van zijn vader, zijn moeder, zijn voogd of de persoon aan wiens bewaking hij is toevertrouwd. <W 09-07-1973, art. 1>
  Vallen niet onder toepassing van deze wet de bals die niet uit handelsgeest plaats hebben, noch de danslessen.
  (Deze bepaling is niet van toepassing op kansspelinrichtingen die zijn toegestaan bij [1 de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers]1.) <W 1999-05-07/77, art. 74, 002; Inwerkingtreding : 30-12-2000>
  ----------
  (1)<W 2010-01-10/12, art. 52, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  Art. 1bis. <Ingevoegd door W 09-07-1973, art. 2> Wanneer blijkt dat het bezoek aan een danszaal of aan een drankgelegenheid waar gedanst wordt, een gevaar vormt voor de gezondheid, veiligheid of zedelijkheid van de jeugd, kan de jeugdrechtbank op vordering van het openbaar ministerie, de toegang tot die danszaal of tot die drankgelegenheid voor een duur van ten hoogste twee jaar verbieden voor minderjarigen beneden de achttien jaar.
  Op deze rechtspleging zijn de wetsbepalingen betreffende de vervolging in correctionele zaken van toepassing.

  Art. 1ter. <Ingevoegd door W 29-11-1984, art. 1> (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel) Verboden is de organisatie van sportwedstrijden of sportcompetities waaraan minderjarigen beneden de 15 jaar deelnemen, met motorofietsen of bromfietsen zoals ze bepaald zijn bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen.
  ++++++++++
  GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
  ==========================
  Art. 1ter. (FRANSE GEMEENSCHAP)
  (opgeheven voor de Franse Gemeenschap) <DFG 2003-07-03/54, art. 35, 003; Inwerkingtreding : 31-08-2003>
  -----------------
  Art. 1ter. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
  (Opgeheven) <DVR 2004-03-19/76, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
  +++++++++++++++++

  Art. 2. (Wijzigingsbepaling van SW, art. 563)

  Art. 3. (Bij overtreding van artikel 1 of van het krachtens artikel 1bis uitgesproken verbod) wordt de houder of exploitant voor elke in de verboden plaatsen of inrichtingen aangetroffen minderjarige gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot acht maanden en met geldboete van 26 tot 500 frank of met een van die straffen alleen. <W 09-07-1973, art. 3>
  De houder of de exploitant blijft zelfs dan verantwoordelijk, indien hij afwezig is op het ogenblik dat de overtreding wordt vastgesteld, tenzij hij bewijst dat hij het toezicht over de inrichting, gedurende zijn afwezigheid, aan een van zijn aangestelden had toevertrouwd. In dat geval loopt de aangestelde de bij dit artikel bepaalde straffen op.
  De natuurlijke of rechtspersonen, die overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek, burgerlijk verantwoordelijk zijn voor de schadevergoeding en kosten, zijn mede aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten.

  Art. 3bis. <Ingevoegd door W 29-11-1984, art. 2> (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) In geval van overtreding van artikel 1ter, worden de organisatoren van de wedstrijden of de competities gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van 26 tot 500 frank of met een van die straffen alleen.
  ++++++++++
  GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
  ==========================
  Art. 3bis. (FRANSE GEMEENSCHAP)
  (opgeheven voor de Franse Gemeenschap) <DFG 2003-07-03/54, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 31-08-2003>
  ----------
  Art. 3bis. (VLAAMSE GEMEESCHAP)
  (Opgeheven) <DVR 2004-03-19/76, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
  ++++++++++

  Art. 4. In geval van herhaling kan het maximum der straffen op het dubbele gebracht worden.
  Bovendien kan de rechter in dat geval voor een termijn van een maand tot een jaar de sluiting gelasten van de inrichting waarin de overtreding is gepleegd.
  Elke overtreding van het bepaalde in het vonnis dat de sluiting gelast, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 26 tot 500 frank of met een van die straffen alleen.
  Er is herhaling wanneer de delinkwent artikel 1 overtreden heeft na in de vijf voorafgaande jaren veroordeeld te zijn geweest wegens een overtreding van dezelfde bepaling.
  Deze sancties worden uitgevaardigd onderminderd het bepaalde in de wet van 24 oktober 1902 op het spel.

  Art. 5. De bepalingen van Boek I van het Wetboek van Strafvordering, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn toepasselijk op de overtredingen van deze wet.

  Art. 6. De onwetendheid omtrent de leeftijd van de minderjarige of omtrent de identiteit van de vader, of van de moeder, of van de voogd, of van de persoon aan wie de bewaking van de minderjarige is toevertrouwd, kan slechts de strafbaarheid wegnemen indien zij het gevolg is van een onoverkomelijke dwaling.

  Art. 7. <W 08-04-1965, art. 91> De minderjarige die artikel 1 overtreedt, kan voor de jeugdrechtbank worden gebracht, die te zijnen opzichte een van de maatregelen bepaald in artikel 37, 1°, 2° en 3°, van de wet betreffende de jeugdbescherming kan treffen.

  Art. 8. Bij de ingang van de in artikel 1 bedoelde inrichtingen of lokalen, en wel op een plaats waar zij voor het publiek gemakkelijk te lezen zijn, moeten door de houder of exploitant aangeplakt worden :
  1° de tekst van deze wet;
  2° (Een plakkaat met, al naar het geval de woorden "Toegang verboden voor minderjarigen beneden de 18 jaar" of "Toegang verboden voor ongehuwde minderjarigen beneden de 16 jaar die niet vergezeld zijn door hun vader, moeder, voogd of van de personen aan wiens bewaring zij zijn toevertrouwd.) <W 09-07-1973, art. 4>
  De overtredingen van deze bepaling worden gestraft met gevangenisstraf van één tot zeven dagen en met geldboeten van 1 tot 25 frank of met een van die straffen alleen.

  Art. 8bis. <Ingevoegd door W 09-07-1973, art. 5> Bij de ingang van de danszalen of drankgelegenheden waarvan de toegang voor minderjarigen beneden de achttien jaar is verboden overeenkomstig een uitspraak gegeven met toepassing van artikel 1bis, moet de exploitant of de houder, op een plaats waar het voor het publiek gemakkelijk is te lezen, een plakkaat aanbrengen met de woorden "Toegang verboden voor minderjarigen beneden de 18 jaar."
  De overtreding van de bepalingen hierboven worden bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 26 tot 500 frank.

  Art. 9. De (vaste afgevaardigden bij de jeugsbescherming) of bij de parketten, daartoe speciaal aangewezen door de bevoegde magistraat, hebben vrije toegang tot de bij artikel 1 bedoelde inrichtingen. <W 08-04-1965, art. 91>
  Te dien einde ontvangen die afgevaardigden een door deze magistraat afgeleverde en ondertekende kaart.

  Art. 10. De Koning kan de bepalingen van deze wet coördineren met het Wetboek van Strafrecht en met de wet van 15 mei 1912 op de kinderbescherming.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 10-01-2010 GEPUBL. OP 01-02-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 19-03-2004 GEPUBL. OP 10-05-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 1TER; 3BIS)
  • originele versie
  • DECREET FRANSE GEMEENSCHAP VAN 03-07-2003 GEPUBL. OP 21-08-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 1TER; 3BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 07-05-1999 GEPUBL. OP 30-12-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • WET VAN 29-11-1984 GEPUBL. OP 14-12-1984

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1946-1947. SENAAT. Parlementaire bescheiden. - Wetsvoorstel, nr. 236, van 8 juli 1947, ingediend door de heer Lagae. Zitting 1947-1948. SENAAT. Parlementaire bescheiden. - Amendement, nr. 8, door de heer Van Roosbroeck. - Amendement, nr. 14, door de heer Kluyskens. - Amendement, nr. 376, door de heer Lagae. - Amendement, nr. 381, van 16 juni 1948, door de heer Van Roosbroek. - Amendement, nr. 383, door de regering. Verslag, nr. 328, van 25 mei 1958, door de Mevr. Spaak. - Aanvullend verslag, nr. 407, van 22 juni 1948, door Mevr. Spaak. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergaderingen van 16, 17 en 24 juni 1948. - Aanneming. Vergadering van 25 juni 1948. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 620, van 25 juni 1948. Zitting 1951-1952. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parlementaire bescheiden. - Verslag, nr. 426, van 15 mei 1952, door Mevr. De Riemaecker-Legot. - Amendement, nr. 488, van 12 juni 1952 door de regering. - Amendement, nr. 567, van 2 juli 1952, door de heer Nossent. - Amendement, nr. 580, van 8 juli 1952, door de heer Hoyaux. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergaderingen van 9 en 10 juli 1952. - Aanneming. Vergadering van 15 juli 1952. SENAAT. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp geamendeerd door de Kamer der Volksvertegenwoordigers, nr. 475, van 15 juli 1952. Buitengewone zitting 1954. SENAAT. Parlementaire bescheiden. - Verslag, nr. 95, van 12 oktober 1954, door de heer Kluyskens. Zitting 1954-1955. SENAAT. Parlementaire bescheiden. - Amendement, nr. 23, van 23 november 1954, door de heer Machtens. - Amendement, nr. 25, van 23 november 1954, door de heer De Bruyne. - Aanvullend verslag, nr. 62, van 21 december 1954, door de heer Kluyskens. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergaderingen van 23 november 1954 en van 25 januari en 1 februari 1955. - Aanneming. Vergadering van 1 februari 1955. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp opnieuw geamendeerd door de Senaat, nr. 219-1, van 2 februari 1955. - Amendement, nr. 219-2, van 17 februari 1955, door de heer Hermans. Zitting 1958-1959. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parlementaire bescheiden. - Amendement, nr. 218-2, van 12 mei 1959, door Mevr. De Riemaecker-Legot. - Verslag, nr. 218-3, van 10 juni 1959, door Mevr. De Riemaecker-Legot. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 17 juni 1959. - Aanneming. Vergadering van 18 juni 1959. SENAAT. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp opnieuw geamendeerd door de Kamer der Volksvertegenwoordigers, nr. 242, van 18 juni 1959. Zitting 1959-1960. SENAAT. Parlementaire bescheiden. - Verslag, nr. 262, van 5 april 1960, door Mevr. Vandervelde. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 15 juni 1960.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 4 gearchiveerde versies
    Franstalige versie