J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1955/06/15/1955061501/justel

Titel
15 JUNI 1955. - Wet betreffende zekere contracten op lange termijn.

Publicatie : 23-06-1955 nummer :   1955061501 bladzijde : 4077
Dossiernummer : 1955-06-15/30
Inwerkingtreding : 03-07-1955

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-12

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. (Behalve de oorzaken van ontbinding of van verbreking, die door andere wetten zijn bepaald, kan de vrederechter van de plaats waar de onroerende goederen zijn gelegen, op verzoek van de verhuurder of de concessieverlener, de lopende huishuren betreffende gebouwde of ongebouwde goederen evenals de huurovereenkomsten en concessies betreffende de exploitatie van graverijen, groeven, veenderijen, mineraal- of thermaalwaterbronnen, zomede de huurovereenkomsten en concessies voor openbare gebouwen verbreken, welke uiterlijk op 1 augustus 1939 voor een duur van meer dan negen jaar waren aangegaan, indien de voordelen die de huurder of de concessionaris eruit trekt buiten verhouding zijn tot zijn verplichtingen tegenover de verhuurder of de concessiehouder.) <W 16-04-1965, enig art.>
  Worden met de huurovereenkomsten en de concessies van meer dan negen jaar gelijkgesteld :
  1° Die welke voor negen jaar of minder werden toegestaan en alleen naar het goeddunken van de huurder of de concessionaris kunnen worden verlengd, op voorwaarde dat de totale duur negen jaar te boven gaat :
  2° Die welke toegestaan zijn voor de levensduur van een der partijen.
  Worden van de toepassing van deze wet uitgesloten de huurovereenkomsten onderworpen aan de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten of aan de samengeordende wetten houdende uitzonderingsbepalingen in zake huishuur, deze laatste tot wanneer die wetten zullen ophouden hun uitwerking te hebben.

  Art. 2. Verbreking wordt niet uitgesproken, ingeval de huurder of de concessionaris er in toestemt de normale huur of de normale retributie te betalen.
  De verhoging van de huurprijs of de retributie is invorderbaar te rekenen van de eerste vervaldag na de datum van de indiening van het verzoek bij de vrederechter.
  Wordt de eis tot verbreking, ingevolge de vaststelling van een normale huur of retributie afgewezen, dan is de verhuurder of de concessieverlener niet gerechtigd zich een tweede maal op de bepalingen van deze wet te beroepen.

  Art. 3. Geen vordering, op deze wet gegrond, is ontvankelijk indien de eiser niet vooraf een geschreven of mondeling verzoek heeft gericht tot de vrederechter om de toekomstige verweerder ter verzoening te doen oproepen; daarvan wordt door de griffier akte gegeven.
  Binnen acht dagen welke volgen op het verzoek, roept de vrederechter partijen ter verzoening op. In geval van akkoord, wordt het proces-verbaal waarbij het wordt vastgesteld, ondertekend door partijen of door hun bijzonder gemachtigde en door de rechter. De griffier levert, op verzoek van een der partijen, gelijkluidende uitgiften af, bekleed met het formulier van tenuitvoerlegging.
  Bij gebreke van akkoord, moet de eiser dagvaarden binnen de maand nadat de rechter heeft vastgesteld dat geen verzoening werd bereikt.
  De vrederechter doet uitspraak in eerste aanleg.

  Art. 4. In geval van onverdeeldheid in hoofde van de verhuurders of de concessieverleners, kan de vordering worden ontvangen, op verzoek van één of enige van partijen tussen welke onderverdeeldheid bestaat, onder verplichting de andere belanghebbenden er bij te betrekken.
  In geval van afstand of van onderverhuring van geheel het goed of een gedeelte er van, is de huurder of de concessionaris, op straffe van schadevergoeding, gehouden de overnemers of de onderhuurders er bij te betrekken.
  De rechter bij wie de hoofdvordering werd ingediend, doet uitspraak over de betwistingen in zake de afstanden en de onderverhuringen.

  Art. 5. In geval van onenigheid tussen de onverdeeld zijnde verhuurders of concessieverleners, beslist de rechter of er aanleiding bestaat om de overeenkomst te verbreken, met voorbehoud van het recht bij artikel 2 ten gunste van de huurder of de concessionaris voorzien.
  In geval van onenigheid tussen de onverdeeld zijnde huurders of concessionarissen, kan de rechter diegenen die er in toestemmen de bij artikel 2 bepaalde verhoging te betalen, machtigen de huur of de concessie tot op haar vervaldag over te nemen. De huur of de concessie houdt op uitwerking te hebben ten opzichte van de anderen.

  Art. 6. Wanneer de rechter verbreking uitspreekt, verleent hij op zijn verzoek aan de huurder of de concessionaris een verlenging van het genot, waarvan de duur ten minste een jaar en ten hoogste drie jaar bedraagt, te rekenen van de eerste vervaldag na de datum van de indiening van het verzoek bij de vrederechter.
  Gedurende bedoelde verlenging wordt de huur of de retributie verhoogd, op de grondslag bepaald bij artikel 2.

  Art. 7. In geval van onderverhuring of van afstand van geheel het goed of een gedeelte er van, welke ook de duur er van zij, heeft de verbreking voor gevolg dat de verhuurder of de concessieverlener in de rechten en verplichtingen treedt van de huurder of de concessionaris tegenover de onderhuurder of de overnemer.

  Art. 8. De bepalingen van deze wet zijn toepasselijk op de onderverhuring en de afstand.

  Art. 9. De onderverhuring of de afstand, toegestaan na 22 december 1950, is nietig en van gener waarde in geval de oorspronkelijke overeenkomst werd verbroken.
  In geval van betwisting tussen de onderhuurder of overnemer en de verhuurder of concessieverlener moet de onderhuurder en de overnemer het bewijs leveren van de onderverhuring of van de afstand en van hun datum. Dit bewijs kan geschieden met alle rechtsmiddelen, zelfs door getuigen en vermoedens.

  Art. 10. Indien de voorwaarden van de huurovereenkomst of de concessie na 1 augustus 1939 werden herzien, zodanig dat de huurprijs of de retributie verhoogd werd in evenredigheid met het voordeel dat een der contracterende partijen uit de overeenkomst of uit de prestatie van de andere partij haalt, wordt de toepassing van deze wet zolang geschorst als die herziening uitwerking heeft.

  Art. 11. De bepalingen van het ministerieel besluit van 30 mei 1945 en van de wet van 26 juli 1952 betreffende de herziening van de pachtprijzen worden, onverminderd de uitwerking van artikel 1 van het ministerieel besluit van 25 mei 1949, ingetrokken, wat betreft de huurovereenkomsten en concessies strekkende tot de exploitatie van graverijen, groeven en veenderijen. <Noot : zie CN : 1952-07-26/30>

  Art. 12. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing niettegenstaande alle strijdige bedingen en overeenkomsten.

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Gewone zittijd 1950-1951. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. besch. - Wetsvoorstel, nr 136, van 22-12-1950, door de heer Charloteaux. Gewone zittijd 1951-1952. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. besch. - Verslag, nr 246, van 27-02-1952, door de heer Nossent. Parl. Hand. - Bespreking. Vergadering van 21-05-1952. - Aanneming. Vergadering van 05-06-1952. SENAAT. Parl. besch. - Wetsontwerp, nr 347, van 05-06-1952. Gewone zittijd 1952-1953. SENAAT. Parl. besch. - Verslag, nr 313, van 19-05-1953, door de heer Ancot. Parl. Hand. - Bespreking. Vergadering van 08-07-1953. - Aanneming. Vergadering van 09-07-1953. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. besch. - Wetsontwerp, nr 648, van 14-07-1953. Gewone zittijd 1954-1955. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. besch. - Verslag, nr 251-2, van 17-03-1955, door de heer Nossent. - Amendement, nr 251-3. Parl. Hand. - Bespreking. Vergadering van 26-04-1955. - Aanneming. Vergadering van 28-04-1955. SENAAT. Parl. besch. - Wetsontwerp, nr 212, van 28-04-1955. - Verslag, nr 233, van 24-05-1955, door de heer Ancot. Parl. Hand. - Bespreking. Vergadering van 31-05-1955. - Aanneming. Vergadering van 07-06-1955.

Begin Eerste woord Laatste woord
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie