J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 38 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1926/07/23/1926072350/justel

Titel
23 JULI 1926. - Wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen (Opschrift vervangen door KB 2013-12-11/02, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-03-1991 en tekstbijwerking tot 22-03-2018) Zie wijziging(en)

Publicatie : 24-07-1926 nummer :   1926072350 bladzijde : 3892       PDF : geconsolideerde versie
Dossiernummer : 1926-07-23/30
Inwerkingtreding : 24-07-1926

Inhoudstafel Tekst Begin
Boek 1. - [1 Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen]1
Art. 1, 1bis, 1ter, 2-7, 7bis, 7ter, 7quater, 7quinquies, 8, 8bis, 9-13, 13bis, 14-20
Boek 2. [1 Het personeel van de Belgische Spoorwegen]1
Titel 1. [1 Definities]1
Art. 21
Titel 2. [1 HR Rail]1
Hoofdstuk 1. [1 Maatschappelijk doel, kapitaal, statuten, wettelijke en reglementaire bepalingen]1
Afdeling 1. [1 Maatschappelijk doel en opdracht van openbare dienst van HR Rail]1
Art. 22-23
Afdeling 2. [1 Kapitaal - aandelen]1
Art. 24-25
Afdeling 3. [1 Statuten]1
Art. 26
Afdeling 4. [1 Wettelijke en reglementaire bepalingen]1
Art. 27-31
Hoofdstuk 1. [1 - Maatschappelijk doel, kapitaal, statuten, wettelijke en reglementaire bepalingen, algemene opdrachtenbrief]1
Afdeling 5. [1 - Algemene opdrachtenbrief]1
Art. 31/1
Hoofdstuk 2. [1 Organisatie]1
Afdeling 1. [1 De algemene vergadering]1
Art. 32-33
Afdeling 2. [1 De raad van bestuur]1
Onderafdeling 1. [1 Samenstelling en werking]1
Art. 34-35
Onderafdeling 2. [1 Bevoegdheden]1
Art. 36
Onderafdeling 3. [1 Vertegenwoordiging]1
Art. 37
Onderafdeling 4. [1 Benoemings- en bezoldigingscomité]1
Art. 38
Afdeling 3. [1 De algemeen directeur - de adjunct van de algemeen directeur]1
Onderafdeling 1. [1 De algemeen directeur]1
Art. 39-41
Onderafdeling 2. [1 De adjunct van de algemeen directeur]1
Art. 42-43
Onderafdeling 3. [1 Het mandaat van algemeen directeur en adjunct van de algemeen directeur]1
Art. 44
Afdeling 4. [1 Het HR Coördinatie Comité]1
Onderafdeling 1. [1 Samenstelling en werking]1
Art. 45
Onderafdeling 2. [1 Bevoegdheden]1
Art. 46
Onderafdeling 3. [1 Huishoudelijk reglement]1
Art. 47
Afdeling 5. [1 Delegatie]1
Art. 48-49
Afdeling 6. [1 Discretie]1
Art. 50
Afdeling 7. [1 Onverenigbaarheden]1
Art. 51
Hoofdstuk 3. [1 Financiering van de opdracht van openbare dienst]1
Art. 52
Hoofdstuk 4. [1 Het ondernemingsplan]1
Art. 53
Hoofdstuk 5. [1 Toezicht en controle]1
Afdeling 1. [1 Het administratief toezicht]1
Art. 54
Afdeling 2. [1 Controle op de financiële toestand]1
Art. 55
Hoofdstuk 6. [1 Boekhouding en jaarrekeningen]1
Art. 56
Hoofdstuk 7. [1 Financiering]1
Art. 57-59
Hoofdstuk 8. [1 Fiscaal statuut]1
Art. 60-61
Hoofdstuk 9. [1 Ontbinding]1
Art. 62
Hoofdstuk 10. [1 Diverse bepalingen]1
Art. 63-65
Titel 3. [1 Personeel]1
Hoofdstuk 1. [1 Beginselen betreffende het personeelsstatuut en het syndicaal statuut]1
Art. 66-71
Hoofdstuk 2. [1 Terbeschikkingstelling van personeel door HR Rail]1
Art. 72
Hoofdstuk 3. [1 Vaststelling van het personeelsstatuut en het syndicaal statuut]1
Art. 73-76
Hoofdstuk 4. [1 Bijzondere bepalingen met betrekking tot niet statutaire personeelsleden]1
Afdeling 1. [1 Collectieve overeenkomsten]1
Art. 77
Afdeling 2. [1 Rechtsbronnen]1
Art. 78-79
Hoofdstuk 5. [1 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van HR Rail, Infrabel en NMBS inzake personeelszaken]1
Art. 80
Afdeling 1. [1 Basistaken van HR Rail]1
Art. 81
Afdeling 2. [1 Bevoegdheden inzake HR-beleid]1
Onderafdeling 1. [1 Algemene bepalingen]1
Art. 82-83
Onderafdeling 2. [1 Bijzondere bepalingen]1
Art. 84-90
Afdeling 3. [1 Bevoegdheden inzake HR-uitvoering]1
Art. 91-95
Afdeling 4. [1 Bevoegdheden inzake HR-beheer]1
Art. 96
Afdeling 5. [1 Bevoegdheden inzake HR-expertise]1
Art. 97
Afdeling 6. [1 HR-dienstenovereenkomst]1
Art. 98-101
Afdeling 7. [1 Bevoegdheden van HR Rail, Infrabel en NMBS inzake personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte]1
Onderafdeling 1. [1 Algemene bepalingen]1
Art. 102-105
Onderafdeling 2. [1 Gewone beslissingsbevoegdheden]1
Art. 106-109
Onderafdeling 3. [1 Bijzondere beslissingsbevoegdheden]1
Art. 110-113
Hoofdstuk 6. [1 Sociale dialoog]1
Afdeling 1. [1 Organen van sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen]1
Onderafdeling 1. [1 Algemeen]1
Art. 114, 114/1, 114/2
Onderafdeling 2. [1 De Nationale Paritaire Commissie]1
Art. 115-122, 122/1
Onderafdeling 3. [1 Het Sturingscomité 1° Oprichting en samenstelling]1
Art. 123-126
Onderafdeling 4. [1 - De regionale sociale dialoog]1
Art. 126/1, 126/2, 126/3, 126/4
Afdeling 2. [1 Organen van sociale dialoog op het niveau van elke vennootschap]1
Onderafdeling 1. [1 Strategisch bedrijfscomité 1° Oprichting]1
Art. 127-131
Onderafdeling 2.
Art. 132-135
Afdeling 3. [1 Bemiddeling]1
Art. 136
Afdeling 4. [1 Gemeenschappelijke bepalingen inzake sociale dialoog]1
Art. 137-138
Hoofdstuk 7. [1 De raad van beroep]1
Art. 139
Hoofdstuk 8. [1 Welzijn op het werk]1
Afdeling 1. [1 Verplichtingen inzake welzijn op het werk]1
Art. 140-141.
Afdeling 2. [1 Beleid inzake welzijn op het werk]1
Art. 142-143
Afdeling 3. [1 Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk]1
Onderafdeling 1. [1 Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk op het niveau van de Belgische Spoorwegen 1° Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk]1
Art. 144
Onderafdeling 2. [1 Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk op het niveau van elke vennootschap 1° Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk]1
Art. 145-146
Onderafdeling 3. [1 Gemeenschappelijke bepalingen]1
Art. 147-148
Afdeling 4. [1 Bemiddeling]1
Art. 149
Afdeling 5. [1 Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk]1
Art. 150
Hoofdstuk 9. [1 Sociale werken]1
Art. 151
Hoofdstuk 10. [1 Arbeidsongevallen en beroepsziekten]1
Art. 152
Hoofdstuk 11. [1 Personeel in de vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, NMBS of HR Rail een deelnemingsverhouding hebben]1
Art. 153
Hoofdstuk 11/1. [1 Continuïteit van de dienstverlening inzake personenvervoer per spoor in geval van staking]1
Art. 153/1
Hoofdstuk 12. [1 - Sociale verkiezingen]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. 154
Afdeling 2. [1 - De gerechtelijke beroepen]1
Onderafdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. 155-156
Onderafdeling 2. [1 - Beroep tegen de kiezerslijsten]1
Art. 157
Onderafdeling 3. [1 - Beroep tegen de kandidatenlijsten]1
Art. 158
Onderafdeling 4. [1 - Beroep tot nietigverklaring van de verkiezing, tot verbetering van de verkiezingsuitslag, of beroep tegen de beslissing tot stopzetting van de procedure]1
Art. 159-161
Hoofdstuk 13. [1 - Bijzondere ontslagregeling voor de contractuele syndicaal afgevaardigden en kandidaat-syndicaal afgevaardigden]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. 162-163
Afdeling 2. [1 - Ontslag om economische of technische redenen]1
Art. 164
Afdeling 3. [1 - Ontslag om een dringende reden]1
Art. 165-174
Afdeling 4. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen]1
Art. 175-180
Hoofdstuk 14. [1 - Evaluatie]1
Art. 181

Tekst Inhoudstafel Begin
Boek 1. - [1 Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Artikel 1. De regeering is gemachtigd tot het oprichten van eene maatschappij, waaraan zij als inbreng (de eigendom van het Staatsspoorwegnet afstaat).<KB 1992-09-30/31, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>
  De statuten van die maatschappij worden door de (Koning) opgemaakt en kunnen door haar slechts worden gewijzigd in overeenstemming met de bepalingen van deze wet, die essentieel zijn. <W 1991-03-21/30, art. 167, 002; Inwerkingtreding : 14-10-1992>
  (...) <W 1991-03-21/30, art. 167, 002; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 1bis.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-11/03, art. 46, §1, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 1ter. (opgeheven) <W 1991-03-21/30, art. 164, 002; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 2.[1 De vennootschap draagt de naam de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, afgekort NMBS.]1
  Haar zetel is gevestigd in de Brusselsche agglomeratie.
  ----------
  (1)<KB 2013-12-11/03, art. 46, §2, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 3. <KB 1992-09-30/31, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992> De N.M.B.S. wordt omgezet in naamloze vennootschap van publiek recht in de zin van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

  Art. 4.<KB 1992-09-30/31, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992> De Staat draagt de eigendom van het Staatsspoorwegnet, met inbegrip van de Noord-Zuidverbinding, zonder vergoeding over aan de N.M.B.S.
  Deze overdracht heeft van rechtswege plaats. Zij is zonder verdere formaliteiten tegenstelbaar aan derden vanaf de dag waarop dit artikel in werking treedt.
  De lijst van de goederen die het voorwerp van deze overdracht uitmaken, wordt, op voorstel van de N.M.B.S. bij koninklijk besluit vastgesteld.
  De N.M.B.S. neemt de rechten en verplichtingen van de Staat betreffende de haar krachtens dit artikel overgedragen goederen over, met inbegrip van de rechten en verplichtingen verbonden aan hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.
  De Staat blijft echter verantwoordelijkheid dragen voor de verplichtingen waarvan de betaling of de uitvoering kon worden geëist vóór de eigendomsoverdracht.
  Indien er een geschil rijst in verband met een overgedragen goed (kan [1 de NMBS]1 of, in voorkomend geval, Infrabel) de Staat bij de zaak betrekken en kan deze laatste steeds in de zaak tussenkomen. <KB 2004-10-18/32, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
  ----------
  (1)<KB 2013-12-11/03, art. 46, §3, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 5. (opgeheven) <W 1991-03-21/30, art. 168, 002; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 6. (opgeheven) <KB 1992-09-30/31, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 7. (opgeheven) <W 1991-03-21/30, art. 168, 002; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 7bis. (opgeheven) <W 1991-03-21/30, art. 168, 002; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 7ter. (opgeheven) <W 1991-03-21/30, art. 168, 002; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 7quater. (opgeheven) <W 1991-03-21/30, art. 168, 002; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 7quinquies. (opgeheven) <W 1991-03-21/30, art. 168, 002; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 8. (opgeheven) <KB 1992-09-30/31, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 8bis. (opgeheven) <KB 1992-09-30/31, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 9. <KB 1992-09-30/31, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992> De preferente aandelen uitgegeven vóór de inwerkingtreding van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven :
  1° (...); <KB 2007-07-06/33, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 17-07-2007>
  2° hebben elk een nominale waarde van vijfhonderd frank;
  3° kunnen verdeeld worden in vijf gelijke delen met een nominale waarde van honderd frank, die elk recht geven op een vijfde van de aan het aandeel verbonden rechten, zowel wat interest, dividend, terugbetaling, premie wegens terugkoop en vervanging door bewijzen van deelgerechtigdheid betreft, als met het oog op de uitoefening van het recht om de vergaderingen bij te wonen en er aan de stemmingen deel te nemen;
  4° geven recht op het bij elke uitgifte door de Koning bepaald vast dividend in de uitbetaling waarvan de Staat voorziet;
  5° geven recht op de helft van het overschot van de netto-winst, na de door de statuten bepaalde afhoudingen.
  Zij worden terugbetaald in vijfenzestig jaar tot in het jaar 2001 door uitloting of wederinkoop op de Beurs; de terugbetaalde aandelen worden vervangen door bewijzen van deelgerechtigdheid, waaraan dezelfde rechten zijn verbonden als aan de preferente aandelen, behalve het recht op vast dividend en terugbetaling.
  De in vijf delen verdeelde aandelen worden vervangen door vijf bewijzen van deelgerechtigdheid.
  De Staat neemt de terugbetaling van de preferente aandelen ten laste.
  Elke groep van tien preferente aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid geeft recht op één stem in de algemene vergadering.

  Art. 10. (opgeheven) <W 1997-03-17/35, art. 5, § 3, 004; Inwerkingtreding : 12-04-1997>

  Art. 11. (opgeheven) <KB 1992-09-30/31, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 12. (opgeheven) <KB 1992-09-30/31, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 13.(Eerste lid tot en met vijfde opgeheven.) <KB 1992-09-30/31, art. 7, 1°, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>
  [1 Zesde lid tot en met elfde lid opgeheven.]1
  ([1 HR Rail]1 is onderworpen aan de rechtsmacht van de arbeidshoven en -rechtbanken, zelfs wat betreft haar vast personeel.) <W 10-10-1967, art. 58> <KB 2004-10-18/32, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
  ----------
  (1)<KB 2013-12-11/02, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 13bis.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-11/02, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 14.<W 01-08-1960, art. 4> Onverminderd de bepalingen van de Wetboeken der registratie-, hypotheek- en griffierechten, der successierechten, der zegelrechten en der met het zegel gelijkgestelde taxen, wordt [1 NMBS]1 met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing der wetten inzake directe of indirecte belastingen. Zij is vrijgesteld van alle belastingen en taxen ten bate van provinciën en gemeenten, met uitzondering echter van heffingen ter vergoeding van op haar verzoek verstrekte diensten.
  (tweede lid opgeheven) <KB 2004-10-18/32, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
  De akten van de hier genoemde maatschappij worden in het Belgisch Staatsblad en zijn bijlagen kosteloos bekendgemaakt.
  De handelingen door de Europese Maatschappij tot financiering van spoorwegmaterieel verricht met het oog op de verschaffing, door die maatschappij, aan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, van spoorwegmaterieel, - hetzij de eigendom daarvan onmiddellijk dan wel eerst later overgaat, - geschieden op zodanige wijze dat dit noch voor de Europese Maatschappij tot financiering van spoorwegmaterieel, noch voor de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, meer fiscale lasten medebrengt dan indien de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen dat materieel rechtstreeks zou aanschaffen.
  De in- en uitvoer van spoorwegmaterieel, die plaatsvindt binnen het raam van de in het vorig lid bedoelde handelingen, geschiedt eveneens op zodanige wijze dat dit noch voor de Europese Maatschappij tot financiering van spoorwegmaterieel, noch voor de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, meer fiscale lasten en douanerechten medebrengt dan indien de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen dat materieel rechtstreeks zou in- en uitvoeren.
  ----------
  (1)<KB 2013-12-11/03, art. 46, §4, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 15. (Opgeheven). <KB 2004-10-18/32, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

  Art. 16. (Opgeheven). <KB 1992-09-30/31, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 17. <W 01-08-1960, art. 5> De Koning regelt de politie en verzekert de veiligheid van de spoorwegen en van de door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (of Infrabel, of door hun toedoen) geëxploiteerde autovervoerdiensten, onverminderd de van kracht zijnde wettelijke bepalingen en met name het Algemeen Reglement op de politie van het vervoer. <KB 2004-10-18/32, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

  Art. 18. (opgeheven) <KB 1992-09-30/31, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 19. (opgeheven) <KB 1992-09-30/31, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 14-10-1992>

  Art. 20. Deze wet is uitvoerbaar van af den dag harer bekendmaking.

  Boek 2. [1 Het personeel van de Belgische Spoorwegen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Titel 1. [1 Definities]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 21. [1 Voor de toepassing van dit boek, wordt verstaan onder :
  Vennootschap(pen) : Infrabel, NMBS, HR Rail;
  NMBS Holding : de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS Holding, voor het ogenblik waarop de fusie bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) uitwerking heeft;
  Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, afgekort " NMBS " : de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS, vanaf het ogenblik dat de fusie bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 7 november 2013 tot hervorming van de structuren van NMBS Holding, Infrabel en de NMBS (I) uitwerking heeft;
  Infrabel : de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel;
  Belgische Spoorwegen : de drie vennootschappen gezamenlijk;
  Hervorming : hervorming van de Belgische Spoorwegen op grond van de wet van 30 augustus 2013 betreffende de hervorming van de Belgische spoorwegen;
  Human resources, afgekort HR : omvat onder meer de volgende domeinen : sociale dialoog, terbeschikkingstelling van personeel, personeelsplanning, aanwerving en selectie, beloningsbeleid en arbeidsvoorwaarden, loopbaanbeleid, opleiding en ontwikkeling, performantiemanagement, opruststelling en (on)vrijwillige uitstroom, beheer van de uitbetalingen, sociale zaken, personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte, beheer van de opruststelling, tucht, evaluatie, opvolging van arbeidsongevallen en beroepsziekten, welzijn, medische dienst, CPS en het beheer van de bedrijfsrestaurants;
  HR-beleid : het voorstellen en nader bepalen van het beleid inzake personeelszaken, waaronder onder meer de beleidsevaluatie en alle HR-beleidsbeslissingen worden gevat in één of meer domeinen van HR. Het HR-beleid heeft een algemene draagwijdte en betreft een deel of het volledige personeel van de Belgische Spoorwegen al dan niet ter beschikking gesteld van Infrabel of NMBS;
  HR-uitvoering : het doen, het opleveren of het administratief verwerken van het HR-beleid en het HR-beheer; het voeren van personeelsadministratie en het verlenen van aanverwante dienstverlening aan het personeel en de vennootschappen in één of meer domeinen van HR;
  HR-beheer : het administratief beheer, waaronder onder meer het data-beheer, het documenteren, het onderhouden en het bewaren van informatie in één of meer domeinen van HR worden gevat;
  HR-expertise : het adviseren en het informeren omtrent één of meer domeinen van HR;
  HR-processen : het geheel van de opeenvolgende bewerkingen, verricht met als doel de HR-uitvoering, en de opeenvolgende ontwikkelingen strekkend tot voortdurende verbetering, modernisering en uitbouw van het HR-beleid, de HR-uitvoering, het HR-beheer en/of de HR-expertise;
  HR-dienstenovereenkomst : de wederzijdse overeenkomst(en) tussen HR Rail en Infrabel en HR Rail en NMBS waarin de wederzijdse rechten en verplichtingen inzake het HR-beleid, de HR-uitvoering, het HR-beheer en de HR-exptertise in één of meer van de domeinen van HR nader worden gepreciseerd en toebedeeld, afgesloten volgens de modaliteiten zoals voorgeschreven onder artikel 98;
  HR Coördinatie Comité : Comité voor de coördinatie van het beheer van de personeelszaken, bedoeld in artikel 45 en volgende van deze wet;
  Personeelsstatuut : het statuut van het personeel tewerkgesteld bij de Belgische Spoorwegen, zoals vastgesteld door de raad van bestuur van HR Rail overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 75;
  Syndicaal statuut : Hoofdstuk XIII van het personeelsstatuut en ARPS-bundel 548 en alle latere wijzigingen ervan;
  Personeelsreglementering : interne reglementering vastgesteld ter uitvoering van het personeelsstatuut;
  Arbeidsreglement : een arbeidsreglement in de zin van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen;
  Wet van 21 maart 1991 : de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
  Wet van 4 augustus 1996 : de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  Kaderpersoneel : de leden van het hoger kader zoals omschreven in het personeelsstatuut.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Titel 2. [1 HR Rail]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 1. [1 Maatschappelijk doel, kapitaal, statuten, wettelijke en reglementaire bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 1. [1 Maatschappelijk doel en opdracht van openbare dienst van HR Rail]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 22. [1 § 1. HR Rail is een naamloze vennootschap van publiek recht. Zij ressorteert onder de minister die bevoegd is voor overheidsbedrijven.
  § 2. Op alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, briefwisseling, publicaties, orders en andere stukken uitgaande van de vennootschap dient de benaming " HR Rail " steeds te worden voorafgegaan of gevolgd door de vermelding " naamloze vennootschap van publiek recht ".]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 23. [1 § 1. HR Rail heeft tot doel :
  1° de selectie en de aanwerving van het statutair en het niet statutair personeel dat nodig is voor de verwezenlijking van de opdrachten van Infrabel en NMBS, de terbeschikkingstelling aan Infrabel en NMBS van dat personeel en het optreden als juridisch werkgever met betrekking tot dat personeel;
  2° het beheer van personeelszaken, waaronder het bepalen en opvolgen van het HR-beleid, de HR-uitvoering, het HR-beheer en de HR-expertise worden omvat, zoals omschreven en binnen de afbakening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, uiteengezet door hoofdstuk III, afdeling 5, van deze wet, en dit ten dienste van de Belgische Spoorwegen;
  3° het organiseren en beheren van de sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen;
  4° het voorzien in een externe dienst in de zin van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, en dit ten dienste van de Belgische Spoorwegen;
  5° [2 ...]2;
  6° de selectie en de aanwerving en terbeschikkingstelling van statutair personeel dat nodig is voor de uitvoering van hun opdrachten aan vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, NMBS en/of HR Rail een deelnemingsverhouding hebben;
  7° de andere opdrachten waarmee zij belast is door of krachtens de wet.
  § 2. HR Rail kan de taken bedoeld in paragraaf 1, 2° en 4°, ook uitvoeren ten dienste van vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, NMBS en/of HR Rail een deelnemingsverhouding hebben en, in de mate deze taken bijkomstig zijn aan de taken bedoeld in paragraaf 1, ten dienste van derden.
  § 3. De taak vervat onder paragraaf 1, 3° vormt de opdracht van openbare dienst van HR Rail.
  § 4. HR Rail mag in België en in het buitenland alle handelingen stellen en verrichtingen doen die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van haar doel, met inbegrip van het nemen of aanhouden van rechtstreekse of onrechtstreekse belangen in vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarvan het doel verenigbaar is met haar maatschappelijk doel.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>
  (2)<W 2016-03-18/03, art. 81, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling 2. [1 Kapitaal - aandelen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 24. [1 § 1. Elke uitgifte van nieuwe aandelen is onderworpen aan de voorafgaandelijke goedkeuring van de Koning, bij een besluit vastgesteld na beraadslaging in de Ministerraad.
  § 2. Geen enkele verrichting kan tot gevolg hebben dat het aantal aandelen gehouden door of voor rekening van de Staat in het maatschappelijk kapitaal van HR Rail daalt beneden twee procent van de aandelen in het maatschappelijk kapitaal van HR Rail, noch dat de overige aandelen in het maatschappelijk kapitaal van HR Rail niet meer in gelijke delen door Infrabel en NMBS worden gehouden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 25. [1 Ongeacht het deel van het maatschappelijk kapitaal dat zij vertegenwoordigen, geven de aandelen gehouden door of voor rekening van de Staat van rechtswege recht op zestig procent van de stemmen, de aandelen gehouden door Infrabel twintig procent van de stemmen en de aandelen gehouden door NMBS eveneens twintig procent van de stemmen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 3. [1 Statuten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 26. [1 Een statutenwijziging heeft slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning, bij een besluit vastgesteld na beraadslaging in de Ministerraad.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 4. [1 Wettelijke en reglementaire bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 27. [1 De vennootschap is onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de naamloze vennootschappen, in zoverre hiervan niet uitdrukkelijk door of krachtens deze wet of een andere bijzondere wet wordt afgeweken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 28. [1 De handelingen van HR Rail worden geacht daden van koophandel te zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 29. [1 Artikel 544 van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing op HR Rail.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 30. [1 HR Rail is niet onderworpen aan de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en aan de faillissementswet van 8 augustus 1997.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 31. [1 HR Rail geniet immuniteit van tenuitvoerlegging voor de goederen die geheel of gedeeltelijk zijn bestemd voor de uitvoering van haar opdracht van openbare dienst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 1. [1 - Maatschappelijk doel, kapitaal, statuten, wettelijke en reglementaire bepalingen, algemene opdrachtenbrief]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 9, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  

  Afdeling 5. [1 - Algemene opdrachtenbrief]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 10, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  

  Art. 31/1. [1 De bijzondere regels en voorwaarden waaronder HR Rail de haar bij deze wet opgelegde taken vervult, binnen het kader van haar maatschappelijk doel zoals omschreven in artikel 23, worden opgenomen in een algemene opdrachtenbrief die de vorm aanneemt van een overeenkomst, af te sluiten tussen de Staat, HR Rail, NMBS en Infrabel zonder hierbij afbreuk te doen aan de wettelijke bevoegdheidsverdeling inzake personeelszaken tussen HR Rail, Infrabel en de NMBS, zoals geregeld in titel 3, hoofdstuk 5.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 11, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  

  Hoofdstuk 2. [1 Organisatie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 1. [1 De algemene vergadering]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 32. [1 De minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert, of zijn afgevaardigde, vertegenwoordigt de Staat op de algemene vergadering.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 33. [1 De algemene vergadering oefent geen andere bevoegdheden uit dan die welke haar zijn voorbehouden of toegekend op grond van deze wet of op grond van de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen die van toepassing zijn op de naamloze vennootschappen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 2. [1 De raad van bestuur]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 1. [1 Samenstelling en werking]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 34. [1 § 1. De raad van bestuur is samengesteld uit :
  1° één bestuurder die wordt benoemd door de Koning overeenkomstig paragraaf 2;
  2° de gedelegeerd bestuurder van Infrabel, die van rechtswege deel uitmaakt van de raad van bestuur;
  3° de gedelegeerd bestuurder van NMBS, die van rechtswege deel uitmaakt van de raad van bestuur;
  4° de algemeen directeur, die wordt benoemd overeenkomstig artikel 39.
  § 2. De bestuurder die wordt benoemd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na beraadslaging in de Ministerraad voor een hernieuwbare termijn van zes jaar, treedt tevens van rechtswege op als voorzitter van de raad van bestuur. Deze bestuurder wordt gekozen omwille van zijn bijzondere bekwaamheid inzake sociale betrekkingen en kan slechts worden ontslagen door de Koning, bij een besluit vastgesteld na beraadslaging in de Ministerraad.
  § 3. De bezoldiging van de voorzitter wordt door de algemene vergadering bepaald.
  § 4. Wanneer de betrekking van de voorzitter vacant wordt, voorzien de overblijvende bestuurders voorlopig in deze vacature tot op het ogenblik dat een definitieve benoeming gebeurt overeenkomstig dit artikel.
  § 5. De voorzitter behoort tot een andere taalrol dan deze waartoe de algemeen directeur behoort.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 35. [1 § 1. Een beslissing van de raad van bestuur kan slechts geldig worden genomen indien alle leden van de raad van bestuur aanwezig of geldig vertegenwoordigd zijn. Dit aanwezigheidsquorum wordt geverifieerd bij het begin van de vergadering van de raad van bestuur en voor de goedkeuring van elke beslissing van de raad van bestuur. Dit aanwezigheidsquorum geldt niet voor beslissingen op grond van artikel 39, § 1, en artikel 41, § 3, die geldig kunnen worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige of geldig vertegenwoordigde bestuurders.
  § 2. De beslissingen van de raad van bestuur worden genomen bij gewone meerderheid van de stemmen van de aanwezige of geldig vertegenwoordigde bestuurders.
  Elk lid van de raad van bestuur dat een al dan niet bezoldigde functie, mandaat of activiteit, hetzij persoonlijk, hetzij via tussenkomst van een rechtspersoon, uitoefent ten dienste van NMBS kan niet deelnemen aan de beraadslagingen van de raad van bestuur over beslissingen die uitsluitend betrekking hebben op personeel van Infrabel dat behoort tot de in artikel 199bis, § 1 van de wet van 21 maart 1991 beschreven gespecialiseerde dienst, noch aan de stemming in dat verband. Dergelijk lid wordt meegerekend voor de berekening van het aanwezigheidsquorum, maar zal geacht worden afwezig te zijn voor de berekening van het meerderheidsquorum.
  § 3. Behoudens bij toepassing van artikel 39, § 1, en artikel 41, § 3, zal, indien binnen de raad van bestuur, op drie achtereenvolgende behoorlijk bijeengeroepen vergaderingen van de raad van bestuur binnen een tijdspanne van maximaal drie maanden, geen beslissing kon worden genomen over eenzelfde agendapunt, de voorzitter van de raad van bestuur een algemene vergadering bijeenroepen binnen een termijn van één maand, waarbij het betreffende agendapunt in de oproeping tot de algemene vergadering wordt vermeld. De algemene vergadering zal kunnen oordelen over het agendapunt bij gewone meerderheid van stemmen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 2. [1 Bevoegdheden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 36. [1 § 1. De raad van bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van HR Rail.
  De raad van bestuur houdt toezicht op het beleid van de algemeen directeur.
  § 2. De raad van bestuur kan de in paragraaf 1 bedoelde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk opdragen aan de algemeen directeur, met uitzondering van :
  1° het vaststellen van het ondernemingsplan en het algemeen beleid;
  2° het toezicht op de algemeen directeur;
  3° de andere bevoegdheden die door deze wet en door het Wetboek van vennootschappen uitdrukkelijk aan de raad van bestuur worden toegewezen.
  § 3. De algemeen directeur doet op geregelde tijdstippen verslag aan de raad van bestuur. De raad van bestuur of zijn voorzitter kan op elk ogenblik van de algemeen directeur een verslag vragen betreffende de activiteiten van HR Rail of sommige ervan, dat aan de raad van bestuur wordt meegedeeld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 3. [1 Vertegenwoordiging]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 37. [1 HR Rail wordt zowel in rechte als ten aanzien van derden geldig vertegenwoordigd door de gezamenlijke handtekening van de algemeen directeur en van een andere bestuurder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 4. [1 Benoemings- en bezoldigingscomité]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 38. [1 § 1. De raad van bestuur richt in zijn midden een benoemings- en bezoldigingscomité op, waarin de voorzitter van de raad van bestuur die bedoeld comité ook voorzit, de gedelegeerd bestuurder van Infrabel en de gedelegeerd bestuurder van NMBS zetelen.
  § 2. Het benoemings- en bezoldigingscomité brengt overeenkomstig artikel 42 advies uit over de kandidaturen die door de algemeen directeur worden voorgesteld met het oog op de benoeming van de adjunct van de algemeen directeur en van het kaderpersoneel van HR Rail dat niet is terbeschikking gesteld.
  § 3. Het benoemings- en bezoldigingscomité doet een voorstel van de bezoldiging en de voordelen die worden toegekend aan de adjunct van de algemeen directeur, evenals aan het kaderpersoneel van HR Rail dat niet is ter beschikking gesteld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 3. [1 De algemeen directeur - de adjunct van de algemeen directeur]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 1. [1 De algemeen directeur]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 39. [1 § 1. De algemeen directeur, die onder meer een bijzondere bekwaamheid moet hebben op het vlak van HR, wordt benoemd door de raad van bestuur voor een hernieuwbare termijn van zes jaar, op unanieme voordracht van de twee bestuurders bedoeld in artikel 34, § 1, 2° en 3°. Indien een algemeen directeur in functie is, neemt deze niet deel aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot dit agendapunt. De algemeen directeur wordt geacht afwezig te zijn voor de berekening van het meerderheidsquorum. De algemeen directeur wordt op dezelfde wijze ontslagen. Zijn opdracht bedoeld in artikel 40, § 1, wordt op dezelfde wijze vastgesteld.
  § 2. De administratieve en geldelijke rechtspositie van de algemeen directeur wordt door de raad van bestuur van HR Rail vastgesteld. Indien een algemeen directeur in functie is, neemt deze niet deel aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot dit agendapunt. De algemeen directeur wordt geacht afwezig te zijn voor de berekening van het meerderheidsquorum.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 40. [1 § 1. De algemeen directeur is belast met het dagelijks bestuur van HR Rail, inclusief het financieel beheer, en met de bevoegdheden, inclusief de vertegenwoordigingsbevoegdheden, die hem krachtens deze wet zijn toegekend. Hij heeft als voornaamste doelstelling de modernisering van het beheer van de personeelszaken op basis van een opdrachtbrief. Hij waakt in het bijzonder over de uitvoering van de opdracht van openbare dienst, over het financieel evenwicht van HR Rail en over het welzijn van het personeel tewerkgesteld voor de uitvoering van de opdrachten van HR Rail.
  § 2. De algemeen directeur is tevens belast met de krachtens artikel 36, § 2, door de raad van bestuur opgedragen bevoegdheden alsmede met de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur.
  § 3. De algemeen directeur vertegenwoordigt HR Rail voor wat betreft het dagelijks bestuur en voor wat betreft de bevoegdheden die hem krachtens deze wet zijn toegekend.
  § 4. De algemeen directeur vervult een voltijdse functie binnen HR Rail.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 41. [1 § 1. De algemeen directeur rapporteert ten minste tweemaal per jaar aan de raad van bestuur over de gemaakte vorderingen op het vlak van de modernisering bedoeld in artikel 40, § 1 en over de uitvoering van de opdracht van openbare dienst.
  § 2. Hij waakt erover dat hij vooraf de raad van bestuur informeert over alle standpunten die hij inneemt die een financiële impact kunnen hebben op Infrabel en NMBS.
  § 3. De evaluatie van de algemeen directeur van HR Rail gebeurt jaarlijks door de raad van bestuur. Opdat enige beslissing met betrekking tot deze evaluatie geldig kan worden genomen, dienen de twee bestuurders bedoeld in artikel 34, § 1, 2° en 3°, hun goedkeuring te verlenen. De algemeen directeur neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming met betrekking tot dit agendapunt. De algemeen directeur wordt geacht afwezig te zijn voor de berekening van het meerderheidsquorum.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 2. [1 De adjunct van de algemeen directeur]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 42. [1 § 1. De adjunct van de algemeen directeur die een bijzondere bekwaamheid moet hebben onder meer op het vlak van HR, wordt benoemd bij beslissing van de raad van bestuur, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar, op voordracht van de algemeen directeur en na het advies te hebben ingewonnen van het benoemings- en bezoldigingscomité. De algemeen directeur neemt niet deel aan de stemming. De adjunct van de algemeen directeur wordt op dezelfde wijze ontslagen.
  § 2. De adjunct van de algemeen directeur behoort tot een andere taalrol dan deze waartoe de algemeen directeur behoort.
  § 3. De administratieve en geldelijke rechtspositie van de adjunct van de algemeen directeur wordt door de raad van bestuur van HR Rail vastgesteld op voorstel van het benoemings- en bezoldigingscomité zoals bedoeld in artikel 38, § 3.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 43. [1 § 1. De adjunct van de algemeen directeur heeft de bevoegdheden die hem krachtens deze wet zijn toegekend. Hij vervangt tevens de algemeen directeur indien deze laatste afwezig of verhinderd is.
  § 2. De adjunct van de algemeen directeur vervult een voltijdse functie binnen HR Rail.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 3. [1 Het mandaat van algemeen directeur en adjunct van de algemeen directeur]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 44. [1 § 1. De algemeen directeur of de adjunct van de algemeen directeur die zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de bepalingen van het betrokken statuut voor de hele duur van zijn mandaat. Indien hij ressorteert onder het personeelsstatuut zal hij gedurende deze periode zijn rechten op bevordering, op loonsverhoging en op pensioen behouden.
  § 2. Als de algemeen directeur of de adjunct van de algemeen directeur zich op het ogenblik van zijn benoeming in een contractuele band bevindt met de Staat of met enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de hele duur van zijn mandaat. Indien hij zich in een contractuele band met HR Rail bevond, zal hij gedurende deze periode zijn rechten op bevordering en op loonsverhoging behouden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 4. [1 Het HR Coördinatie Comité]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 1. [1 Samenstelling en werking]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 45. [1 Het HR Coördinatie Comité is samengesteld uit volgende vier leden, die er van rechtswege deel van uitmaken :
  - de algemeen directeur van HR Rail;
  - de adjunct van de algemeen directeur van HR Rail;
  - de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij Infrabel;
  - de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij NMBS.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 2. [1 Bevoegdheden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 46. [1 Het HR Coördinatie Comité heeft onder meer de bevoegdheden die voortvloeien uit titel 3, hoofdstuk 5 van deze wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Onderafdeling 3. [1 Huishoudelijk reglement]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 47. [1 Het HR Coördinatie Comité stelt een huishoudelijk reglement op dat uitdrukkelijk het kader formuleert dat zijn werking regelt. Het huishoudelijk reglement zal voor de leden van het HR Coördinatie Comité een bepaling bevatten die analoog is aan artikel 35, § 2, tweede lid. Dit huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 5. [1 Delegatie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 48. [1 De raad van bestuur kan bijzondere volmachten verlenen aan één of meer van zijn leden, of zelfs aan derden. Elke delegatie-akte legt duidelijk de bevoegdheden vast die het voorwerp van de delegatie uitmaken. De delegatie wordt toegekend voor een duur bepaald door de raad van bestuur.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 49. [1 De algemeen directeur kan bijzondere volmachten verlenen aan elke lasthebber binnen de perken van zijn eigen bevoegdheden. Elke delegatie-akte legt duidelijk de bevoegdheden vast die het voorwerp van de delegatie uitmaken. De delegatie wordt toegekend voor een duur bepaald door de algemeen directeur.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 6. [1 Discretie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 50. [1 Bij de uitoefening van hun mandaat en in het belang van de vennootschap zijn de bestuurders (waaronder de algemeen directeur), de adjunct van de algemeen directeur en leden van het HR Coördinatie Comité gehouden tot discretie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 7. [1 Onverenigbaarheden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 51. [1 § 1. Onverminderd andere beperkingen bepaald bij of krachtens een wet of door het organiek statuut van HR Rail is het mandaat van bestuurder, algemeen directeur en adjunct van de algemeen directeur onverenigbaar met het mandaat of de functie van :
  1° lid van het Europees Parlement;
  2° lid van de Wetgevende Kamers;
  3° Minister of Staatssecretaris;
  4° lid van de Raad of de Regering van een Gemeenschap of een Gewest;
  5° gouverneur van een provincie of lid van de bestendige deputatie van een provincieraad.
  Bovendien is het mandaat van algemeen directeur en adjunct van de algemeen directeur onverenigbaar met het mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
  Het mandaat van algemeen directeur en van adjunct van de algemeen directeur is onverenigbaar met elk mandaat of elke functie bij Infrabel en NMBS.
  § 2. Wanneer één van de leden bedoeld in paragraaf 1 een inbreuk pleegt op de bepalingen van paragraaf 1, moet hij de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen, wordt hij geacht van rechtswege zijn mandaat bij HR Rail te hebben neergelegd op het moment dat het mandaat of functie waarmee de onverenigbaarheid bestaat een aanvang heeft genomen, zonder dat dit afbreuk aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld, of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 3. [1 Financiering van de opdracht van openbare dienst]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 52. [1 De Koning kan de bijzondere regels en voorwaarden vastleggen waaronder HR Rail de opdracht van openbare dienst vervult die haar door artikel 23, § 3 is toevertrouwd.
  De financiering van de opdracht van openbare dienst van HR Rail wordt jaarlijks bepaald in de Staatsbegroting.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 4. [1 Het ondernemingsplan]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 53. [1 § 1. De raad van bestuur van HR Rail stelt een ondernemingsplan op voor een duur van drie jaar dat de doelstellingen en de strategie van HR Rail vastlegt.
  § 2. Het ondernemingsplan moet volgende onderwerpen bevatten :
  1° visie met betrekking tot die delen van HR die tot de bevoegdheid van HR Rail behoren, voor het geheel van de personeelsleden tewerkgesteld bij de Belgische Spoorwegen;
  2° visie met betrekking tot het personeelsbeleid van het personeel tewerkgesteld bij HR Rail;
  3° de evolutie van de exploitatierekening uitgedrukt in een financieel plan;
  4° de beschrijving van de algemene exploitatievoorwaarden betreffende de andere activiteitssectoren van HR Rail;
  5° visie met betrekking tot de werking van HR Rail.
  § 3. Het ondernemingsplan wordt jaarlijks aangepast en aan de minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert meegedeeld.
  § 4. De onderdelen van het ondernemingsplan die de uitvoering van de opdracht van openbare dienst betreffen worden ter goedkeuring aan de raad van bestuur van HR Rail voorgelegd, na mededeling ter informatie aan het strategisch bedrijfscomité van HR Rail overeenkomstig artikel 129, § 1, 10°.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 5. [1 Toezicht en controle]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 1. [1 Het administratief toezicht]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 54. [1 § 1. HR Rail is onderworpen aan de controle van de minister onder wiens bevoegdheid zij ressorteert.
  Deze controle wordt uitgeoefend door tussenkomst van een Regeringscommissaris.
  § 2. De Regeringscommissaris wordt benoemd en ontslagen door de Koning op voordracht van de minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert.
  De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de Regeringscommissaris en zijn bezoldiging. Deze bezoldiging is ten laste van HR Rail.
  § 3. De Regeringscommissaris waakt over de naleving van de wet en de statuten.
  Hij brengt verslag uit bij de minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert.
  Hij brengt verslag uit bij de Minister van Begroting aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur en de algemeen directeur die een weerslag hebben op de algemene uitgavenbegroting van de Staat.
  § 4. De Regeringscommissaris wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur van HR Rail en heeft raadgevende stem.
  Hij kan op elk ogenblik ter plaatse kennis nemen van alle boeken en documenten van HR Rail.
  Hij kan aan de leden van haar bestuursorganen, personeelsleden en aangestelden alle inlichtingen vragen en alle verificaties uitvoeren die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat.
  § 5. De Regeringscommissaris kan tegen elke beslissing van de bestuursorganen van HR Rail welke hij strijdig acht met de wet of de statuten, beroep aantekenen bij de minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert.
  Hij beschikt daartoe over een termijn van veertien dagen. Deze termijn gaat in de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de Regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd en, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen. Dit beroep heeft een schorsende werking.
  Elk beroep van de Regeringscommissaris wordt de dag waarop het bij de minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert, wordt aangetekend, bij aangetekend schrijven meegedeeld aan de voorzitter van de raad van bestuur van HR Rail die de overige bestuurders hiervan onverwijld op de hoogte brengt.
  § 6. Binnen een termijn van veertien dagen, ingaand op dezelfde dag als de in paragraaf 5, tweede lid, bedoelde termijn, betekent de minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert, aan de voorzitter van de raad van bestuur de nietigverklaring van de beslissing.
  In geval de beslissing een weerslag heeft of kan hebben op de algemene uitgavenbegroting van de Staat wordt de termijn vermeld in het eerste lid met veertien dagen verlengd. De minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert informeert de voorzitter van de raad van bestuur van HR Rail over deze verlenging en vraagt het akkoord van de Minister van Begroting alvorens tot nietigverklaring van de beslissing over te gaan.
  Bij ontstentenis van de betekening van de nietigverklaring van de beslissing binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, desgevallend verlengd met toepassing van het tweede lid, krijgt de beslissing van HR Rail een definitief karakter.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Afdeling 2. [1 Controle op de financiële toestand]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 55. [1 § 1. De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid, vanuit het oogpunt van deze wet en van het organiek statuut, van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening, wordt in HR Rail opgedragen aan een college van commissarissen dat drie leden telt. De leden van het college voeren de titel van commissaris.
  § 2. Een lid van het college van commissarissen wordt benoemd door het Rekenhof onder zijn leden. De twee andere leden worden overeenkomstig artikel 156 van het Wetboek van vennootschappen onder de leden van het Instituut der bedrijfsrevisoren benoemd door de algemene vergadering van HR Rail, waarbij het strategisch bedrijfscomité van HR Rail de taak van de ondernemingsraad vervult.
  § 3. De commissarissen worden benoemd voor een eenmaal hernieuwbare termijn van ten hoogste zes jaar.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 6. [1 Boekhouding en jaarrekeningen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 56. [1 § 1. HR Rail is onderworpen aan de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen. Zij voert haar boekhouding per kalenderjaar. Zij voorziet in een afzonderlijk stelsel van rekeningen voor de activiteiten die verband houden met haar opdracht van openbare dienst, enerzijds, en haar andere activiteiten, anderzijds.
  De bijlage bij de jaarrekening bevat een samenvattende staat van de rekeningen betreffende de opdracht van openbare dienst en een desbetreffend commentaar. De Koning kan algemene of bijzondere regelen bepalen inzake de vorm en inhoud van deze samenvattende staat en commentaar.
  § 2. Elk jaar maakt de raad van bestuur een inventaris op, alsmede de jaarrekening en een jaarverslag. Het jaarverslag bevat de informatie bepaald in artikel 96 van het Wetboek van vennootschappen.
  Onder voorbehoud van bijzondere regelen vastgesteld krachtens artikel 10, § 2, derde lid, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, ingevoegd bij de wet van 1 juli 1983, worden de jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen bekendgemaakt op de wijze bepaald in artikelen 98 en 100 van het Wetboek van vennootschappen. Artikelen 104 en 105 van het Wetboek van vennootschappen zijn van toepassing.
  § 3. De raad van bestuur zendt, veertien dagen vóór de algemene vergadering, de jaarrekening tezamen met het jaarverslag en het verslag van het college van commissarissen, over aan de minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert, alsmede aan de Minister van Begroting.
  De minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert, zendt de in het eerste lid bedoelde stukken vóór 30 juni van het jaar volgend op het betrokken boekjaar ter nazicht over aan het Rekenhof.
  Het Rekenhof kan door bemiddeling van haar vertegenwoordiger in het college van commissarissen een toezicht ter plaatse inrichten op de rekeningen en verrichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van de opdracht van openbare dienst. Het Hof kan de rekeningen in zijn Opmerkingenboek bekendmaken.
  Vóór dezelfde datum deelt de minister onder wiens bevoegdheid HR Rail ressorteert, de in het eerste lid bedoelde stukken mee aan de Wetgevende Kamers.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 7. [1 Financiering]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 57. [1 Onverminderd artikel 52, moet de facturatie door HR Rail aan Infrabel en NMBS van de HR-diensten, met inbegrip van de terbeschikkingstelling van personeel, minstens de kostprijs dekken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 58. [1 HR Rail beslist, binnen de grenzen van haar maatschappelijk doel, over de belegging van haar beschikbare gelden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 59. [1 HR Rail wendt geen middelen aan, afkomstig van staatstoelagen, voor de ontwikkeling, financiering en uitbating van activiteiten andere dan deze in het kader van haar opdracht van openbare dienst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 8. [1 Fiscaal statuut]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 60. [1 HR Rail is een openbare instelling in de zin van artikel 161 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, en in de zin van artikel 55 Wetboek der successierechten.
  Zij is vrijgesteld van alle belastingen en taksen ten bate van de provincies en de gemeenten, met uitzondering echter van heffingen ter vergoeding van op haar verzoek verstrekte diensten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 61. [1 Belastingheffing van de door HR Rail opgelopen niet-aftrekbare kosten is uitsluitend toegelaten in hoofde van de vennootschappen waaraan het personeel ter beschikking wordt gesteld en waaraan deze kosten worden doorgerekend, en dit in overeenstemming met de fiscale behandeling die eigen is aan deze kosten in hun hoofde. Een jaarlijkse afrekening van de niet aftrekbare kosten zal opgesteld worden en overgemaakt worden aan de entiteiten die gebruik maken van het personeel dat hen ter beschikking wordt gesteld. De niet-aftrekbare kosten verbonden aan het personeel dat niet ter beschikking wordt gesteld blijven belastbaar in hoofde van HR Rail volgens de normaal toepasselijke regels inzake vennootschapsbelasting.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 9. [1 Ontbinding]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 62. [1 De ontbinding van HR Rail kan slechts bij of krachtens een wet worden uitgesproken. De wet regelt de wijze en de voorwaarden van de vereffening.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Hoofdstuk 10. [1 Diverse bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 63. [1 HR Rail beslist, binnen de grenzen van haar maatschappelijk doel, over de verwerving, de aanwending en de vervreemding van haar lichamelijke en onlichamelijke goederen, de vestiging of opheffing van zakelijke rechten op deze goederen, alsmede over de uitvoering van dergelijke beslissingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 64. [1 De opdrachten van de aanneming van werken, leveringen en diensten worden gegund bij of krachtens beslissing van de raad van bestuur. De raad van bestuur duidt de opdrachten aan waarvan de gunning behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de algemeen directeur alsmede de opdrachten waarvoor de beslissing door de algemeen directeur mag worden gesubdelegeerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Art. 65. [1 HR Rail kan dadingen aangaan en overeenkomsten tot arbitrage sluiten. Elke overeenkomst tot arbitrage gesloten met natuurlijke personen vooraleer het geschil is gerezen, is evenwel nietig.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 20-12-2013 (zie KB 2013-12-16/03)>

  Titel 3. [1 Personeel]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 1. [1 Beginselen betreffende het personeelsstatuut en het syndicaal statuut]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 66. [1 HR Rail is de enige werkgever van het statutaire en niet statutaire personeel van de Belgische Spoorwegen, al dan niet ter beschikking gesteld aan Infrabel en NMBS.
  HR Rail stelt personeel te werk voor de uitvoering van haar eigen opdrachten. Infrabel en NMBS kunnen enkel personeel tewerkstellen dat hen ter beschikking wordt gesteld door HR Rail. Infrabel, NMBS en HR Rail stellen het personeelskader vast, elk voor wat betreft het personeel dat zij gebruiken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 67. [1 § 1. Het personeel van de Belgische Spoorwegen wordt aangeworven bij of krachtens beslissing van de raad van bestuur van HR Rail en tewerkgesteld krachtens het personeelsstatuut en de personeelsreglementering.
  § 2. Echter, HR Rail kan personeelsleden aanwerven en tewerkstellen met een arbeidsovereenkomst onderworpen aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, met het oog op :
  1° de tegemoetkoming aan een buitengewone en tijdelijke personeelsbehoefte, ten gevolge van de uitvoering van in de tijd beperkte projecten of een buitengewone toename in het werk;
  2° de uitvoering van taken die een kennis of ervaring op hoog niveau vereisen;
  3° de vervanging van statutaire of niet statutaire personeelsleden gedurende perioden van tijdelijke, gehele of gedeeltelijke afwezigheid;
  4° de uitvoering van bijkomstige of specifieke opdrachten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 68. [1 § 1. De hiërarchie der rechtsbronnen in de arbeidsbetrekkingen tussen de Belgische Spoorwegen en haar statutaire personeelsleden, wordt als volgt vastgesteld :
  1° De dwingende bepalingen bepaald door of krachtens de wet;
  2° De collectieve overeenkomsten gesloten in de schoot van het Comité Overheidsbedrijven overeenkomstig artikel 31, § 4, van de wet van 21 maart 1991;
  3° Het personeelsstatuut;
  4° De personeelsreglementering;
  5° Het arbeidsreglement;
  6° De instructies van de vennootschap die het werkgeversgezag uitoefent;
  7° Aanvullende bepalingen van de wet;
  8° Het gebruik.
  § 2. Bij strijdigheid van een norm uit een lagere rechtsbron met een norm uit een hogere rechtsbron krijgt de norm uit de hogere rechtsbron voorrang en wordt de norm uit de lagere rechtsbron buiten toepassing gelaten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 69. [1 Infrabel en NMBS moeten in hun verhouding tot het statutair personeel dat aan hen is ter beschikking gesteld in overeenstemming handelen met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de toepasselijke rechtsbronnen met inbegrip van het personeelsstatuut en de personeelsreglementering.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 70. [1 Infrabel, NMBS en HR Rail zijn onderworpen aan het gemeen recht wat de arbeidsduur en de vrijheid van vereniging betreft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 71. [1 § 1. De mobiliteit van het personeel tussen HR Rail, Infrabel en NMBS wordt geregeld door of krachtens het personeelsstatuut.
  § 2. De externe mobiliteit bepaald in artikel 29bis van de wet van 21 maart 1991 is van toepassing op het personeel van de Belgische Spoorwegen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 2. [1 Terbeschikkingstelling van personeel door HR Rail]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 72. [1 § 1. HR Rail stelt aan Infrabel en NMBS het statutair en niet statutair personeel ter beschikking dat nodig is voor de uitvoering van hun opdrachten. Tijdens de periode van hun terbeschikkingstelling staan de personeelsleden evenwel onder het uitsluitende werkgeversgezag van Infrabel of NMBS.
  De terbeschikkingstelling van het personeel gebeurt volgens de bepalingen van deze wet. De verdere voorwaarden en nadere bepalingen van de terbeschikkingstelling van het personeel krachtens het eerste lid, kunnen worden vastgesteld in een overeenkomst die, na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, kan worden gesloten tussen HR Rail en Infrabel en/of NMBS. Deze overeenkomst evenals alle wijzigingen ervan zijn onderworpen aan het voorafgaand akkoord van de Nationale Paritaire Commissie die beslist met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 75.
  § 2. Hoofdstuk III van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, is niet van toepassing op de terbeschikkingstelling van personeel bedoeld in paragraaf 1.
  § 3. Het personeel dat ter beschikking is gesteld van Infrabel is financieel ten laste van Infrabel, en het personeel dat ter beschikking is gesteld van NMBS is financieel ten laste van NMBS.
  Zonder afbreuk te doen aan de mobiliteit bedoeld in artikel 71, § 1, kan aan de terbeschikkingstelling van een personeelslid aan Infrabel of NMBS slechts een einde komen met voorafgaand akkoord van HR Rail.
  Afdeling 7. van hoofdstuk 5 van deze titel is niet van toepassing op de beslissing te nemen door HR Rail inzake het einde van de terbeschikkingstelling bedoeld in het tweede lid van deze paragraaf.
  § 4. HR Rail identificeert het beschikbare personeel op basis van het personeelsstatuut en de personeelsreglementering. HR Rail zoekt in samenwerking met Infrabel of NMBS, naargelang het geval, voor het beschikbare personeel een passende benuttiging in toepassing van het personeelsstatuut en de personeelsreglementering, met inachtneming van de verplichtingen inzake sociale dialoog.
  § 5. De personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld van Infrabel dienen te worden beschouwd als " aangestelde " van Infrabel en Infrabel als " aansteller " van die personeelsleden in de zin van artikel 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.
  De personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld van NMBS dienen te worden beschouwd als " aangestelde " van NMBS en NMBS als " aansteller " van die personeelsleden in de zin van artikel 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 3. [1 Vaststelling van het personeelsstatuut en het syndicaal statuut]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 73. [1 Het personeelsstatuut, het syndicaal statuut, alsmede alle personeelsreglementering die bestond op 31 december 2013, gaan van rechtswege over op HR Rail en vormen het eerste personeelsstatuut, het eerste syndicaal statuut en de eerste personeelsreglementering, zonder afbreuk te doen aan artikelen 68 en 78.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 74. [1 § 1. Zonder afbreuk te kunnen doen aan de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, zijn de grondregelen betreffende het administratief statuut, de bezoldiging, het pensioenstelsel van het statutair personeel, de organisatie van de eventuele sociale diensten, zoals opgesomd onder artikel 34, § 2, onder A, B, C en E in de wet van 21 maart 1991, andere aangelegenheden wat het statutair personeel aangaat zoals opgesomd onder artikel 34, § 2, F, van de wet van 21 maart 1991, en aangelegenheden wat de niet statutaire personeelsleden aangaat opgesomd onder artikel 34, § 2, G, van de wet van 21 maart 1991, deze die zijn opgenomen in het personeelsstatuut en in de personeelsreglementering inzake " Dienst- en rusttijden ".
  § 2. Zonder afbreuk te kunnen doen aan de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, zijn de grondregelen betreffende de collectieve arbeidsverhoudingen zoals opgesomd in artikel 34, § 2, D, van de wet van 21 maart 1991 deze opgenomen in het personeelsstatuut en het syndicaal statuut.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 75. [1 Elk voorstel houdende vaststelling of wijziging van het personeelsstatuut, van het syndicaal statuut of van de personeelsreglementering inzake " Dienst- en rusttijden " wordt voor onderhandeling voorgelegd aan de Nationale Paritaire Commissie overeenkomstig het personeelsstatuut.
  Elk voorstel bedoeld in het eerste lid maakt het voorwerp uit van een onderhandelingsprocedure in de Nationale Paritaire Commissie, waarna deze beslist bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  Elke regeling aldus gestemd door de Nationale Paritaire Commissie, is bindend voor de raad van bestuur van HR Rail die de wijziging vaststelt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 76. [1 § 1. Met uitsluiting van de reglementering inzake de administratieve en geldelijke loopbaan van het kaderpersoneel, die tot de bevoegdheid van de raad van bestuur van HR Rail behoort, maakt elk voorstel houdende vaststelling of wijziging van personeelsreglementering, het voorwerp uit van een overlegprocedure in de Nationale Paritaire Commissie, met het oog op een advies van deze Nationale Paritaire Commissie. De voorstellen worden aanhangig gemaakt overeenkomstig artikel 120, § 1, en zonder afbreuk te doen aan artikel 87.
  § 2. Deze reglementering wordt vastgesteld door de raad van bestuur van HR Rail.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 4. [1 Bijzondere bepalingen met betrekking tot niet statutaire personeelsleden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 1. [1 Collectieve overeenkomsten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 77. [1 § 1. In de schoot van de Nationale Paritaire Commissie kunnen, bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen, collectieve overeenkomsten worden gesloten die de individuele en collectieve betrekkingen met betrekking tot de niet statutaire personeelsleden regelen.
  § 2. De collectieve overeenkomsten gesloten in de Nationale Paritaire Commissie binden Infrabel, NMBS en HR Rail, de niet statutaire personeelsleden van HR Rail ongeacht of deze al dan niet ter beschikking zijn gesteld van Infrabel of NMBS, en de syndicale organisaties.
  § 3. Deze collectieve overeenkomsten worden genummerd, geregistreerd bij HR Rail en door HR Rail ter beschikking gesteld van de niet statutaire personeelsleden die daarom verzoeken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 2. [1 Rechtsbronnen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 78. [1 § 1. De hiërarchie der rechtsbronnen in de arbeidsbetrekkingen tussen de Belgische Spoorwegen en haar niet statutaire personeelsleden, wordt als volgt vastgesteld :
  1° De dwingende bepalingen bepaald door of krachtens de wet;
  2° De collectieve overeenkomsten gesloten in de schoot van het Comité Overheidsbedrijven, overeenkomstig artikel 31, § 4, van de wet van 21 maart 1991;
  3° De collectieve overeenkomsten gesloten in de schoot van de Nationale Paritaire Commissie;
  4° De geschreven individuele arbeidsovereenkomst;
  5° Het arbeidsreglement waarin onder meer geacht worden te zijn opgenomen de bepalingen van het personeelsstatuut en van de personeelsreglementering die eveneens op het niet statutair personeel van toepassing zijn verklaard;
  6° De instructies van de vennootschap die het werkgeversgezag uitoefent;
  7° Aanvullende bepalingen van de wet;
  8° De mondelinge individuele overeenkomst;
  9° Het gebruik.
  § 2. Bij strijdigheid van een norm uit een lagere rechtsbron met een norm uit een hogere rechtsbron krijgt de norm uit de hogere rechtsbron voorrang en wordt de norm uit de lagere rechtsbron buiten toepassing gelaten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 79. [1 Infrabel en NMBS moeten in hun verhouding tot het niet statutair personeel dat aan hen ter beschikking is gesteld, in overeenstemming handelen met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de toepasselijke rechtsbronnen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 5. [1 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van HR Rail, Infrabel en NMBS inzake personeelszaken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 80. [1 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op welzijn op het werk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 1. [1 Basistaken van HR Rail]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 81. [1 HR Rail zal voor wat betreft het ter beschikking gestelde personeel minstens instaan voor :
  1° de selectie, de aanwerving, oriëntatie en het in kaart brengen van de talenten en competenties van het statutaire en niet statutaire personeel dat nodig is voor de uitoefening van de opdrachten van HR Rail, Infrabel en NMBS;
  2° de betaling van de bezoldigingen en wedden van het statutair en niet statutaire personeel;
  3° de transversale opleiding van het statutair en niet statutair personeel. Infrabel en NMBS organiseren beroepseigen specifieke opleidingen organiseren voor het hun ter beschikking gesteld personeel. Infrabel en NMBS informeren HR Rail over elk initiatief tot specifieke collectieve opleiding binnen de eigen vennootschap;
  4° het nakomen van alle verplichtingen als werkgever teneinde de betaling van gezinsbijslagen te verzekeren;
  5° het opvolgen van het beheer en van de uitvoering van de activiteiten van de Kas der Geneeskundige verzorging, onverminderd de bevoegdheden van haar bestuursorgaan;
  6° het beheer en de uitvoering van alle aspecten verbonden met het Fonds van de Sociale Werken en het Fonds van de sociale documentatie, onverminderd de bevoegdheden van hun bestuursorgaan;
  7° de organisatie van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en van de bestuursgeneeskunde waarvan de bevoegdheden en de taken zijn omschreven in het personeelsstatuut;
  8° [2 ...]2;
  9° het organiseren en beheren van de sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen;
  10° de ondersteuning bij de HR-uitvoering en bij het HR-beleid, en organisatie en behoud van de kennis van het personeelsstatuut.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (2)<W 2016-03-18/03, art. 81, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling 2. [1 Bevoegdheden inzake HR-beleid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 1. [1 Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 82. [1 HR Rail bewaakt de coherentie en de consistentie in de toepassing van het personeelsstatuut, met inbegrip van het syndicaal statuut, de personeelsreglementering, alsook de toepasselijke wetgeving en haar uitvoeringsbesluiten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 83. [1 § 1. HR Rail heeft de bevoegdheden op het vlak van HR-beleid voor wat betreft de personeelsleden die niet zijn ter beschikking van Infrabel en NMBS gesteld.
  § 2. Infrabel en NMBS hebben, elk voor wat de eigen vennootschap betreft, de bevoegdheden voor het HR-beleid, wat onder meer inhoudt :
  1° het bepalen van de HR-doelstellingen in lijn met de bedrijfsstrategie;
  2° het bepalen van de resultaats- en kwaliteitsvereisten van de dienstverlening in samenspraak met HR Rail;
  3° opdrachten geven aan HR Rail met betrekking tot het HR-beheer, de HR-uitvoering en de inbreng van HR-expertise;
  4° opdrachten geven aan HR Rail in het kader van de modernisering van HR in samenspraak met HR Rail;
  5° het evalueren van het HR-beleid, de uitvoering ervan en de beslissingen tot bijsturing;
  6° het nemen van bepaalde beslissingen op procesniveau, waarbij de aard van de beslissingen nader wordt gepreciseerd in samenspraak met HR Rail.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 2. [1 Bijzondere bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 84. [1 Deze onderafdeling heeft betrekking op de algemene beslissingen met betrekking tot het HR-beleid zoals bedoeld in artikel 21.
  Binnen het HR-beleid worden onderscheiden :
  1° " Reglementair HR-beleid " : Het HR-beleid met inbegrip van alle beleidsbeslissingen tot vaststelling of aanpassing van het personeelsstatuut met inbegrip van het syndicaal statuut, of van de personeelsreglementering.
  Het betreft alle beslissingen van HR-beleid die niet bedoeld zijn door het onder 2°, vermelde HR-beleid.
  2° " Niet-reglementair HR-beleid " : Het HR-beleid met inbegrip van alle overige beleidsbeslissingen tot vaststelling of aanpassing van HR-beleid met een algemene draagwijdte, die geen verandering inhouden of noodzaken van het onder 1° omschreven reglementair HR-beleid.
  1° Reglementair HR-beleid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 85. [1 § 1. Op eigen initiatief of op voorstel van Infrabel, NMBS of HR Rail, bereidt het HR Coördinatie Comité wijzigingen aan het reglementair HR-beleid voor.
  § 2. Wanneer het HR Coördinatie Comité niet binnen een termijn van dertig dagen een consensus vindt over een voorliggend ontwerp van reglementair HR-beleid, beslist - na overdracht van het voorstel op initiatief van hetzij algemeen directeur van HR Rail, hetzij de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij Infrabel, hetzij de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij NMBS - de raad van bestuur van HR Rail. De raad van bestuur van HR Rail keurt het beleidsvoorstel al dan niet goed.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 86. [1 Na goedkeuring door het HR Coördinatie Comité of, desgevallend, de raad van bestuur of de algemene vergadering van HR Rail, legt de algemeen directeur van HR Rail het voorstel van reglementair HR-beleid voor overleg of onderhandeling voor aan de Nationale Paritaire Commissie, al naargelang de vereiste procedures in het kader van het sociale dialoog, zoals bepaald door artikelen 75 en 76 .]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 87. [1 De raad van bestuur van HR Rail stelt het reglementair HR-beleid definitief vast, onverminderd de toepassing van artikel 75, waarin wordt voorgeschreven wanneer de raad van bestuur van HR Rail door het standpunt van de Nationale Paritaire Commissie is gebonden.
  2° Niet-reglementair HR-beleid]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 88. [1 De algemeen directeur van HR Rail, de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij Infrabel en de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij NMBS zijn, elk voor de respectievelijke vennootschap die zij vertegenwoordigen, bevoegd om voor het personeel waarover de vennootschap het werkgeversgezag uitoefent het niet-reglementair HR-beleid voor te bereiden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 89. [1 Elk ontwerp van niet-reglementair HR-beleid wordt overgemaakt aan het HR Coördinatie Comité. De algemeen directeur van HR Rail geeft binnen een termijn van dertig dagen gemotiveerd advies aan het HR Coördinatie Comité of de voorgenomen beleidsbeslissing een impact heeft die een aanpassing van het reglementair HR-beleid noodzaakt en of het ontwerp onder artikel 118 ressorteert. Wanneer het HR Coördinatie Comité op zijn eerstvolgende vergadering op basis van dit gemotiveerd advies bij gewone meerderheid vaststelt dat de voorgenomen beleidsbeslissing een impact heeft die een aanpassing van het reglementair HR-beleid noodzaakt, wordt de procedure gevolgd voor het reglementair HR-beleid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 90. [1 De raden van bestuur van HR Rail, Infrabel of NMBS, al naargelang het geval, zijn bevoegd voor de definitieve vaststelling van het niet-reglementair HR-beleid binnen de eigen vennootschap. Zij informeren de algemeen directeur van HR Rail en het HR Coördinatie Comité van de genomen beslissingen terzake.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 3. [1 Bevoegdheden inzake HR-uitvoering]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 91. [1 § 1. Onverminderd paragraaf 2, is HR Rail bevoegd voor de HR-uitvoering voor de personeelsleden van HR Rail, ongeacht of ze ter beschikking zijn gesteld aan Infrabel of NMBS.
  § 2. In opdracht van Infrabel en NMBS, voert HR Rail HR-processen uit, overeenkomstig de in de HR-dienstenovereenkomst vastgelegde resultaats- en kwaliteitsvereisten. In dat kader stelt HR Rail het algemeen uitvoeringsbeleid vast en evalueert het uitvoeringbeleid op periodieke basis.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 92. [1 HR Rail organiseert op regelmatige basis bilaterale samenspraak met Infrabel en/of NMBS inzake HR-uitvoering.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 93. [1 HR Rail waakt over de vereiste eenvormigheid in de toepassing van het personeelsstatuut bij de HR-uitvoering.
  In de mate dat HR Rail interpretatieproblemen vaststelt die de eenvormigheid kunnen ondermijnen, koppelt HR Rail terug met Infrabel en/of NMBS, al naargelang de modaliteiten voorgeschreven in de HR-dienstenovereenkomst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 94. [1 HR Rail bewaakt de kwaliteit van de operationele HR-uitvoering op klantgerichtheid, effectiviteit en efficiëntie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 95. [1 Infrabel en NMBS voeren voor bepaalde HR-processen zelf activiteiten uit. Het betreft steeds activiteiten waarvoor de realisatie een intensieve samenwerking vereist met de hiërarchische lijn van Infrabel of NMBS.
  HR Rail brengt proactief of op vraag van Infrabel of NMBS HR-expertise in.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 4. [1 Bevoegdheden inzake HR-beheer]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 96. [1 § 1. HR Rail is voor wat de personeelsleden betreft die niet ter beschikking worden gesteld bevoegd voor het HR-beheer.
  § 2. HR Rail is bevoegd voor het HR-beheer en verantwoordelijk voor minstens volgende taken voor wat het terbeschikkinggestelde personeel betreft :
  1° het beheren van de data en know-how die voortvloeien uit de operationele uitvoering van het HR-beleid na hun administratieve verwerking;
  2° het systematisch en gepast verzamelen, analyseren en ter beschikking stellen van de gegevens, statistieken en pertinente informatie met betrekking tot personeelszaken;
  3° het faciliteren van de toegang van het databeheer voor Infrabel en NMBS;
  4° het waken over de kwaliteit van de gegevens en de beveiliging van de gegevens;
  5° het treffen van maatregelen om fraude op te sporen en tegen te gaan, onverminderd de fraudebestrijding door Infrabel en NMBS zelf;
  6° het investeren in informaticasystemen en kwaliteitssystemen;
  7° het beheer en de uitvoering van alle aspecten verbonden met het Fonds van de Sociale Werken, en het Fonds van de sociale documentatie en mogelijk andere Kassen of Fondsen ten behoeve van het personeel, onverminderd de bevoegdheid van hun bestuursorgaan;
  8° het beheer van de collectieve overeenkomsten gesloten in toepassing van artikel 77.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 5. [1 Bevoegdheden inzake HR-expertise]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 97. [1 § 1. HR Rail staat in voor de HR-expertise, met inbegrip van de juridische expertise, en adviseert en informeert proactief of op vraag van Infrabel en NMBS.
  § 2. De onder paragraaf 1 vermelde inbreng van HR-expertise houdt onder meer volgende taken in :
  1° HR Rail organiseert binnen haar kern-HR-processen een systematiek van expertise-ontwikkeling en adviesverlening;
  2° HR Rail analyseert HR-gegevens en verwerkt deze tot bruikbare beleidsinformatie voor Infrabel en NMBS;
  3° HR Rail ontwikkelt HR-expertise in lijn met de visie op modern geïntegreerd beheer inzake personeelszaken;
  4° HR Rail is bevoegd om externe dienstverlening in te schakelen met het oog op het ontwikkelen en/of verbeteren van een modern geïntegreerd beheer inzake personeelszaken;
  5° HR Rail vergelijkt de operationele HR-processen met vergelijkbare HR-processen die als voorbeeld kunnen gelden.
  § 3. HR Rail kan het initiatief nemen om beleidsvoorstellen te doen met het oog op de modernisering van HR.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 6. [1 HR-dienstenovereenkomst]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 98. [1 § 1. Voor die diensten die bij wet of door de toepasselijke HR-dienstenovereenkomst toebedeeld zijn aan HR Rail, zullen Infrabel en NMBS uitsluitend beroep doen op de diensten van HR Rail.
  § 2. Er wordt een HR-dienstenovereenkomst gesloten tussen Infrabel en HR Rail en tussen NMBS en HR Rail. In de HR-dienstenovereenkomst worden de wederzijdse rechten en verantwoordelijkheden inzake het HR-beleid, HR-uitvoering, HR-beheer en HR-expertise voor elk van het domeinen van HR zoals opgesomd onder artikel 21, nader gepreciseerd, zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen, met inbegrip van het personeelsstatuut en de personeelsreglementering.
  In de HR-dienstenovereenkomst worden de sancties bepaald die zullen gelden wanneer een van de partijen zich niet aan de bepalingen van de HR-dienstenovereenkomst houdt.
  § 3. Het ontwerp van de HR-dienstenovereenkomst wordt, op gezamenlijk voorstel van HR Rail en respectievelijk Infrabel en NMBS, voor advies aan de Nationale Paritaire Commissie overgelegd alvorens te worden overgelegd aan de raad van bestuur van HR Rail.
  De Nationale Paritaire Commissie beschikt over een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag nadat het ontwerp aan haar is overgemaakt, om advies te geven over het ontwerp.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 99. [1 Op initiatief van Infrabel, NMBS of HR Rail kan de HR-dienstenovereenkomst aangepast en/of gemoderniseerd worden, volgens de procedure zoals omschreven in artikel 98.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 100. [1 § 1. De HR-dienstenovereenkomst regelt de door HR Rail, Infrabel en NMBS te volgen samenspraak- of bemiddelingsprocedure, wanneer er een geschil rijst omtrent de toepassing en/of de interpretatie van de wederzijdse bevoegdheidsverdeling tussen de vennootschappen.
  § 2. De Koning kan de bijzondere elementen die in de HR-dienstenovereenkomst moeten staan en de modaliteiten betreffende de inwerkingtreding van de HR-dienstenovereenkomst nader bepalen, met inachtneming van artikel 81.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 101. [1 Indien uiterlijk op 30 juni 2014 geen HR-dienstenovereenkomst is gesloten met betrekking tot de in artikel 21 opgesomde domeinen van HR, tussen HR Rail en Infrabel of HR Rail en NMBS kan de Koning zelf op bindende wijze de inhoud van de bedingen die in de ontbrekende HR-dienstenovereenkomst hadden moeten staan, bepalen, na advies te hebben gevraagd aan de Nationale Paritaire Commissie overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 98, § 3.
  Deze aldus vastgelegde bepalingen zullen van toepassing zijn tot de ontbrekende HR-dienstenovereenkomst is gesloten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 7. [1 Bevoegdheden van HR Rail, Infrabel en NMBS inzake personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 1. [1 Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 102. [1 Voor de toepassing van deze afdeling, betreffen de " personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte " alle beslissingen ten aanzien van een identificeerbaar personeelslid van HR Rail, waaronder zowel de statutaire personeelsleden als niet statutaire personeelsleden zijn begrepen, die rechtsgevolgen teweegbrengen of kunnen teweegbrengen ten aanzien van het personeelslid.
  Onder personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte worden ook de eerste aanwervingsbeslissingen begrepen, waardoor een personeelslid wordt aangeworven door HR Rail, ongeacht of hij ter beschikking wordt gesteld aan Infrabel of NMBS.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 103. [1 HR Rail organiseert op regelmatige basis bilaterale samenspraak met Infrabel en NMBS over de toepassing van de personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte teneinde de eenheid van het personeelsstatuut en de personeelsreglementering te bewaken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 104. [1 In overeenstemming met afdeling 3 van dit hoofdstuk, staat HR Rail in voor de HR-uitvoering van personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte, ongeacht of de beslissingen genomen zijn door de HR Rail, Infrabel of NMBS.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 105. [1 De wederzijdse rechten en verbintenissen inzake de personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte tussen HR Rail, Infrabel en NMBS, worden nader vastgesteld in de HR-dienstenovereenkomst.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 2. [1 Gewone beslissingsbevoegdheden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 106. [1 HR Rail neemt alle personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte ten aanzien van het statutair en niet statutair personeel dat niet ter beschikking is of zal worden gesteld van Infrabel en NMBS.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 107. [1 Onverminderd artikelen 111, 112 en 113, neemt HR Rail formeel alle personeelsbeslissingen met individuele draagwijdte voor een personeelslid dat aan Infrabel of NMBS ter beschikking is of zal worden gesteld op eensluidend gemotiveerd voorstel van het bevoegd orgaan van Infrabel of NMBS, al naargelang het geval.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 108. [1 § 1. Infrabel of NMBS kunnen op eigen initiatief een gemotiveerd voorstel uitbrengen aan HR Rail over een personeelsbeslissing met individuele draagwijdte van een personeelslid dat hun ter beschikking is of zal worden gesteld.
  § 2. Het gemotiveerd voorstel van Infrabel of NMBS bindt HR Rail.
  § 3. HR Rail neemt een gemotiveerde formele beslissing tot niet-uitvoering van een gemotiveerd voorstel van Infrabel of NMBS wanneer het voorstel van Infrabel of NMBS in strijd is met een norm uit een hogere rechtsbron.
  § 4. HR Rail beslist formeel binnen een termijn van dertig dagen nadat het gemotiveerd voorstel aan haar is overgemaakt.
  § 5. Bij gebrek aan beslissing in de zin van paragraaf 4 door HR Rail binnen de termijn van dertig dagen, treedt Infrabel of NMBS in de plaats van HR Rail om ook de formele beslissing te nemen waarover het een bindend voorstel heeft uitgebracht. In de HR-dienstenovereenkomst kan een andere termijn worden overeengekomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 109. [1 § 1. Op verzoek van HR Rail, brengt Infrabel of NMBS, al naargelang het geval, binnen een termijn van dertig dagen een gemotiveerd voorstel uit over een personeelsbeslissing met individuele draagwijdte van een personeelslid dat tot zijn beschikking is of zal worden gesteld.
  § 2. Het gemotiveerd voorstel van Infrabel of NMBS bindt HR Rail.
  § 3. HR Rail beslist formeel binnen een termijn van dertig dagen nadat het gemotiveerd voorstel van Infrabel of NMBS haar is overgemaakt.
  § 4. HR Rail neemt geen formele beslissing bij gebrek aan gemotiveerd voorstel van Infrabel of NMBS binnen een termijn van dertig dagen na de dag waarop HR Rail een verzoek tot voorstel aan Infrabel of NMBS heeft gericht.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 3. [1 Bijzondere beslissingsbevoegdheden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 110. [1 § 1. HR Rail treedt op als bevoegde evaluerende overheid voor het personeel dat niet ter beschikking is gesteld van Infrabel en NMBS.
  § 2. HR Rail treedt op als bevoegde tuchtoverheid voor het personeel dat niet ter beschikking is gesteld van Infrabel en NMBS.
  § 3. HR Rail is voor het personeel bedoeld in de paragrafen 1 en 2 exclusief bevoegd om evaluatiebeslissingen te nemen evenals om tuchtsancties op te leggen, overeenkomstig hetgeen bepaald in artikel 106.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 111. [1 § 1. Infrabel en NMBS treden op als bevoegde evaluerende overheid voor het personeel dat hun ter beschikking is gesteld door HR Rail.
  § 2. Infrabel en NMBS treden, in hoedanigheid van evaluerende overheid, bij het nemen van formele evaluatiebeslissingen van rechtswege in de plaats van HR Rail.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 112. [1 § 1. Infrabel en NMBS treden op als bevoegde tuchtoverheid voor het personeel dat hun ter beschikking is gesteld door HR Rail.
  § 2. Infrabel en NMBS treden, in hun hoedanigheid van tuchtoverheid, bij het formeel opleggen van voorgestelde of definitieve tuchtsancties van rechtswege in de plaats van HR Rail, behoudens bij de in paragraaf 3 vermelde uitzondering.
  § 3. Indien Infrabel en NMBS, in hun hoedanigheid van tuchtoverheid, voornemens zijn een personeelslid een tuchtsanctie op te leggen waardoor een einde wordt of kan worden gesteld aan de tewerkstelling van het statutair personeelslid dat hun ter beschikking is gesteld, geldt de gewone beslissingsbevoegdheid zoals voorzien in artikelen 106 en volgende.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 113. [1 In de uitzonderlijke gevallen van spoedeisendheid die zijn opgenomen in de HR-dienstenovereenkomst, kan Infrabel of NMBS van rechtswege in de plaats treden van HR Rail om ook de formele beslissing te nemen.
  De reden tot spoedeisendheid moet worden gemotiveerd.
  De beslissing wordt ter informatie en voor uitvoering aan de algemeen directeur van HR Rail overlegd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 6. [1 Sociale dialoog]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 1. [1 Organen van sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 1. [1 Algemeen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 114. [1 HR Rail is verantwoordelijk voor het organiseren en beheren van de sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 114/1.[1 Binnen de Belgische Spoorwegen nemen enkel de representatieve of erkende syndicale organisaties deel aan :
   1° de onderhandelingsprocedure overeenkomstig artikel 75;
   2° de overlegprocedure overeenkomstig artikel 76;
   3° de procedure van aanzegging en overleg naar aanleiding van sociale conflicten overeenkomstig het syndicaal statuut van de Belgische Spoorwegen;
   4° de sociale verkiezingen bedoeld in de artikelen 126/2, 145, § 2, en 146.".
   Onder "representatieve syndicale organisatie" wordt verstaan elke in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigde op nationaal vlak opgerichte interprofessionele organisatie van werknemers, evenals de vakorganisatie die aangesloten is bij of deel uitmaakt van genoemde interprofessionele organisatie, die ook in Infrabel, in NMBS en in HR Rail vertegenwoordigd is.
   Onder "erkende syndicale organisatie" wordt verstaan iedere vakorganisatie die naast het criterium dat vereist is om te worden beschouwd als representatieve syndicale organisatie tevens een aantal individueel betalende aangeslotenen telt dat ten minste gelijk is aan 10 procent van het totale personeelsbestand bij Infrabel, de NMBS en HR Rail samen.]1
  [2 Binnen de Belgische Spoorwegen nemen de representatieve of erkende syndicale organisaties en de aangenomen syndicale organisaties deel aan :
   1° de procedure van aanzegging en overleg naar aanleiding van sociale conflicten overeenkomstig het syndicaal statuut van de Belgische Spoorwegen;
   2° de sociale verkiezingen bedoeld in de artikelen 126/2, 145, § 2, en 146.]2
  [2 Onder "aangenomen syndicale organisatie" wordt verstaan, iedere vakorganisatie die de beroepsbelangen van personeelsleden van de Belgische Spoorwegen behartigt. Een organisatie die haar kandidatuur indient om het statuut van aangenomen organisatie te bekomen, zal bij de algemeen directeur van HR Rail twee exemplaren van haar statuten neerleggen en daarbij de namen van haar verantwoordelijke leiders en van haar gemachtigde afgevaardigden - allen deel uitmakend van het personeel van de Belgische Spoorwegen - opgeven.]2
  [2 Onder "de organen van sociale dialoog die worden samengesteld op basis van sociale verkiezingen" wordt verstaan : de gewestelijke paritaire commissies, het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk van elke vennootschap en de Comités voor preventie en bescherming op het werk van elke vennootschap, met inbegrip van de lokale comités en subcomités.]2
  
  (NOTA : bij arrest nr 101/2017 van 27-07-2017 (B.St. 26-09-2017, p. 87994), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd 114/1, eerste lid, 3° en 4°, van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen, zoals ingevoegd bij artikel 12 van de wet van 3 augustus 2016 houdende diverse bepalingen inzake spoorwegen.)
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 12, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  (2)<W 2018-03-18/01, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 114/2. [1 Bij stakingen ingeleid in het kader van de procedure van aanzegging en overleg naar aanleiding van sociale conflicten overeenkomstig het syndicaal statuut van de Belgische Spoorwegen wordt een minimumtermijn van acht werkdagen gerespecteerd tussen het indienen van de stakingsaanzegging en het begin van de staking.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-29/16, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 27-01-2018>
  

  Onderafdeling 2. [1 De Nationale Paritaire Commissie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 115. [1 De Nationale Paritaire Commissie is het hogere orgaan voor sociale dialoog over sociale aangelegenheden van de Belgische Spoorwegen, zowel deze die eigen zijn aan één van de vennootschappen als deze die het niveau van één vennootschap overschrijden.
  1° Samenstelling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 116.[1 De Nationale Paritaire Commissie bestaat uit zesentwintig leden samengesteld als volgt :
  a) drie leden benoemd door de raad van bestuur van HR Rail, waaronder in ieder geval de voorzitter van de raad van bestuur van HR Rail, die van rechtswege voorzitter van de Nationale Paritaire Commissie is, en de algemeen directeur van HR Rail;
  b) vijf leden benoemd door de raad van bestuur van Infrabel;
  c) vijf leden benoemd door de raad van bestuur van NMBS;
  d) één lid benoemd door elk van de [2 representatieve syndicale organisaties]2;
  e) de overige leden benoemd door de erkende syndicale organisaties [2 ...]2 naar evenredigheid van het aantal bijdragende leden van elk van deze syndicale organisaties bij Infrabel, NMBS en HR Rail samen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (2)<W 2016-08-03/30, art. 13, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Art. 117. [1 De Nationale Paritaire Commissie wordt om de zes jaar vernieuwd, op een door het personeelsstatuut bepaalde datum, op grond van de gegevens per één januari van het jaar waarin tot de vernieuwing wordt overgegaan.
  2° Bevoegdheden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 118.[1 Niettegenstaande elke andersluidende bepaling en onverminderd de andere bepalingen van deze wet, heeft de Nationale Paritaire Commissie de volgende bevoegdheden, ten aanzien van de Belgische Spoorwegen alsook waar van toepassing ten aanzien van elke vennootschap afzonderlijk :
  1° het onderzoeken van al de kwesties betreffende de bepalingen van het personeelsstatuut en de arbeidsovereenkomsten, met inbegrip van de regelen inzake de vergoeding van schade naar aanleiding van arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar of van het werk en van beroepsziekten, en over het algemeen al de kwesties die voor het personeel rechtstreeks van belang zijn, kwesties die haar worden voorgelegd overeenkomstig artikel 120, § 1;
  2° het uitbrengen van haar advies over al de kwesties van algemene aard die de personen of organen bedoeld in artikel 120 menen haar te moeten voorleggen, onder meer in de gevallen waarin die personen of organen oordelen dat die zaken voor het personeel onrechtstreeks van belang kunnen zijn;
  3° het onderzoek van de economische en financiële inlichtingen betreffende de vennootschappen, zoals bepaald in artikel 15, b), 1° en 2°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en zoals gepreciseerd en aangevuld door collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad;
  4° het onderhandelen over het personeelsstatuut, het syndicaal statuut en de personeelsreglementering inzake " Dienst- en rusttijden " en hieromtrent een bindende regeling vaststellen bij een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 75;
  5° het onderzoeken van alle aangelegenheden die rechtstreeks of onrechtstreeks van belang zijn voor het niet statutair personeel;
  6° met een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen een of meer arbeidsreglementen opstellen en wijzigen overeenkomstig artikel 11 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, waarbij de Nationale Paritaire Commissie de taken van de ondernemingsraad vervult;
  7° advies geven over de HR-dienstenovereenkomst(en);
  8° voorafgaandelijk goedkeuren, met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, van de afsluiting en wijziging van de overeenkomsten inzake terbeschikkingstelling van personeel die overeenkomstig artikel 72 kunnen worden gesloten;
  9° advies geven over de afsluiting en wijziging van de overeenkomsten inzake terbeschikkingstelling van personeel die overeenkomstig artikel 153 kunnen worden gesloten;
  10° het deelnemen aan het beheer van de ten behoeve van het personeel opgerichte of op te richten instellingen;
  11° het overleg met en de algemene informatie van het personeel inzake HR-beleid, met inbegrip van de aangelegenheden waarop de procedure bepaald in artikel 75 niet van toepassing is;
  12° de kennisname van aangelegenheden betreffende het welzijn van het personeel op het werk, die haar worden meegedeeld door de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk;
  13° het formuleren van een advies omtrent het driejaarlijks verslag van de algemeen directeur van HR Rail betreffende de woon-werkverplaatsingen van het personeel van de Belgische Spoorwegen, bedoeld in artikel 15, l), van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, ingevoegd bij de programmawet van 8 april 2003;
  14° het onderzoeken van de mogelijkheden tot wederbenuttiging bij afschaffing van betrekking van statutair personeel;
  15° het onderhandelen en sluiten van collectieve overeenkomsten van toepassing op het niet statutaire personeel zoals bepaald in artikel 77;
  16° het indienen van een aanvraag tot tussenkomst van een sociaal bemiddelaar zoals bepaald in artikel 136;]1
  [2 17° het verrichten van al haar werkzaamheden inzake de sociale verkiezingen, zoals omschreven in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen;
   18° het doen van uitspraken over het al dan niet bestaan van de economische of technische redenen ter rechtvaardiging van een ontslag van een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde, volgens de voorwaarden zoals bepaald bij artikel 164.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (2)<W 2018-03-18/01, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>

  Art. 119. [1 Zonder afbreuk te doen aan artikel 136, heeft de voorzitter van de Nationale Paritaire Commissie of een door HR Rail in overleg met de voorzitter aangeduide lokale vertegenwoordiger een bemiddelende rol bij de sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen en binnen elk van de drie vennootschappen. Hij kan uit eigen initiatief optreden, of hij kan daartoe aangezocht worden door de voorzitter van het desbetreffende orgaan van sociale dialoog. De voorzitter van een orgaan van sociale dialoog is verplicht de tussenkomst van de voorzitter van de Nationale Paritaire Commissie, of diens vertegenwoordiger, te vragen indien de leden van het orgaan van sociale dialoog hem daartoe verzoeken bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  3° Werking]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 120. [1 § 1. Punten voor de agenda van de Nationale Paritaire Commissie kunnen worden aangebracht door :
  1° de raad van bestuur van HR Rail;
  2° de algemeen directeur van HR Rail;
  3° het HR Coördinatie Comité;
  4° de raad van bestuur of het directiecomité van Infrabel of NMBS;
  5° de voorzitter of zijn gemandateerde van een syndicale organisatie die in de Nationale Paritaire Commissie zetelt, overeenkomstig de bepalingen van het personeelsstatuut of het syndicaal statuut.
  § 2. Voor de aangelegenheden bepaald in artikel 118, 2°, kan ook de minister die bevoegd is voor overheidsbedrijven punten op de agenda van de Nationale Paritaire Commissie laten plaatsen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 121. [1 De gedelegeerd bestuurder van Infrabel, de gedelegeerd bestuurder van NMBS, of de algemeen directeur van HR Rail, of hun vertegenwoordigers, zijn, elk voor wat hun vennootschap betreft, ertoe gehouden aan de Nationale Paritaire Commissie de noodzakelijke inlichtingen te verstrekken voor het uitoefenen van haar bevoegdheden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 122. [1 De Nationale Paritaire Commissie komt op geregelde tijdstippen bijeen, volgens de bepalingen van het personeelsstatuut of het syndicaal statuut.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 122/1. [1 Elke representatieve syndicale organisatie, die geen erkende syndicale organisatie is en zetelt in de Nationale Paritaire Commissie, zetelt eveneens als volwaardig lid in de werkgroepen die in de schoot van de Nationale Paritaire Commissie worden opgericht alsook in de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk, het Nationaal Comité van de Sociale Werken, het Nationaal Subcomité van de Sociale Werken, het Kledingfonds, en als waarnemer in het Sturingscomité en de strategische Bedrijfscomités.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  

  Onderafdeling 3. [1 Het Sturingscomité 1° Oprichting en samenstelling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 123.[1 Bij de Belgische Spoorwegen wordt een Sturingscomité ingericht, dat is samengesteld uit :
   1° de gedelegeerd bestuurder van Infrabel;
   2° de gedelegeerd bestuurder van de NMBS;
   3° de algemeen directeur van HR Rail;
   4° drie vertegenwoordigers van de erkende syndicale organisaties;
   5° één waarnemer van elke representatieve syndicale organisatie die geen erkende syndicale organisatie is en zetelt in de Nationale Paritaire Commissie.
   Het Sturingscomité, bedoeld in het eerste lid, vergadert onder alternerend voorzitterschap van de gedelegeerd bestuurder van Infrabel, de gedelegeerd bestuurder van de NMBS en de algemeen directeur van HR Rail.]1
  ----------
  (1)<W 2016-08-03/30, art. 15, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Art. 124. [1 Het sturingscomité pleegt samenspraak indien nodig voor de punctuele begeleiding van de uitbouw van nieuwe structuren, bij sociale conflicten en problemen in verband met operationeel beheer of wanneer de geëigende sociale dialoog geen oplossing biedt. Het sturingscomité kan tussenkomen bij betwistingen of nakende betwistingen tussen erkende syndicale organisaties en de vennootschappen.
  Bovendien is het sturingscomité gedurende het eerste jaar na de inwerkingtreding van de hervorming bevoegd voor de begeleiding van de hervorming.
  3° Werking]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 125. [1 Jaarlijks laat de algemeen directeur van HR Rail een kalender vastleggen voor de vergaderingen van het sturingscomité, op basis van één vergadering per maand.
  Onverminderd wat bepaald is in artikel 124, tweede lid, zullen de vergaderingen slechts doorgaan indien een lid van het sturingscomité hier ten laatste veertien dagen op voorhand om verzoekt. Ook de voorzitter van de raad van bestuur van HR Rail en het HR Coördinatie Comité kunnen verzoeken om een vergadering te laten doorgaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 126. [1 Het HR Coördinatie Comité en elk lid van het sturingscomité kunnen punten op de agenda van het sturingscomité plaatsen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 4. [1 - De regionale sociale dialoog]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 16, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  

  Art. 126/1. [1 Binnen de Belgische Spoorwegen worden vijf gewestelijke paritaire commissies opgericht voor de sociale dialoog over sociale aangelegenheden van de Belgische Spoorwegen, zowel deze die eigen zijn aan één van de vennootschappen als deze die meer dan één vennootschap aanbelangen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 17, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  

  Art. 126/2.[1 De samenstelling van de gewestelijke paritaire commissies wordt, wat de vertegenwoordigers van het personeel betreft, geregeld via sociale verkiezingen. Deze sociale verkiezingen worden voor de eerste maal georganiseerd in 2018 en vervolgens vierjaarlijks vanaf 2024.
  [2 ...]2
   Deze gewestelijke paritaire commissies zijn paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de drie vennootschappen en vertegenwoordigers van het personeel.
   Elke gewestelijke paritaire commissie wordt voorgezeten door de regionale vertegenwoordiger van de algemeen directeur van HR Rail en bestaat in voorkomend geval uit meerdere kamers.
   De Belgische arbeidsrechtbanken en -hoven zijn bevoegd om uitspraak te doen over betwistingen inzake deze sociale verkiezingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 18, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  (2)<W 2018-03-18/01, art. 48, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 126/3. [1 § 1. Onverminderd de bevoegdheden toegekend aan andere organen van sociale dialoog, heeft de regionale sociale dialoog onder meer betrekking op de volgende aangelegenheden :
   1° onderzoeken van de voorstellen en bezwaren van het personeel betreffende de werkregeling en de verbetering van de productie;
   2° uitbrengen van advies over alle vraagstukken betreffende de werkregeling, telkens die door de bevoegde gewestelijke overheid worden voorgelegd, met inbegrip van de vraagstukken die voor het personeel indirect van belang kunnen zijn, met uitzondering van welzijn op het werk;
   3° onderzoeken van de kwesties met betrekking tot mobiliteit van het personeel tussen Infrabel, NMBS en HR Rail, alsook de hertoewijzing van beschikbare personeelsleden;
   4° de bevoegdheden inzake sociale werken die ingevolge het statuut van het personeel worden toegekend.
   § 2. De gewestelijke paritaire commissies brengen advies uit over de kwesties die hen worden voorgelegd door de vennootschappen. De vraagstukken betreffende de werkregeling, behalve in de gevallen bepaald in de wet, de personeelsreglementering of het personeelsstatuut, moeten hen niet vooraf worden voorgelegd.
   De kwesties van algemene aard en de beginselkwesties vallen onder de bevoegdheid van de Nationale Paritaire Commissie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  

  Art. 126/4. [1 De gewestelijke paritaire commissies komen op geregelde tijdstippen bijeen, volgens de bepalingen van het personeelsstatuut of het syndicaal statuut.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-08-03/30, art. 20, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  

  Afdeling 2. [1 Organen van sociale dialoog op het niveau van elke vennootschap]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 1. [1 Strategisch bedrijfscomité 1° Oprichting]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 127. [1 Infrabel, NMBS en HR Rail zijn verantwoordelijk om elk in hun schoot een strategisch bedrijfscomité op te richten en te beheren, dat hoofdzakelijk bevoegd is voor economische en financiële aangelegenheden van de vennootschap, zoals hierna bepaald.
  2° Samenstelling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 128.[1 § 1. De samenstelling van de strategische bedrijfscomités wordt in het personeelsstatuut of het syndicaal statuut geregeld, met dien verstande dat deze tweeledig zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de betrokken vennootschap en vertegenwoordigers van het personeel en dat er niet meer vertegenwoordigers van de betrokken vennootschap dan vertegenwoordigers van het personeel mogen aangeduid zijn.
  [2 Elke representatieve syndicale organisatie die geen erkende organisatie is en zetelt in de Nationale Paritaire Commissie mag één waarnemer afvaardigen.]2
  § 2. Het strategisch bedrijfscomité van Infrabel wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder van Infrabel. Het strategisch bedrijfscomité van NMBS wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder van NMBS. Het strategisch bedrijfscomité van HR Rail wordt voorgezeten door de algemeen directeur van HR Rail. De gedelegeerd bestuurder of de algemeen directeur kan zich laten vervangen door zijn vertegenwoordiger.
  3° Bevoegdheden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (2)<W 2016-08-03/30, art. 21, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Art. 129. [1 § 1. Onverminderd de andere bepalingen van deze wet en de bevoegdheden die voortvloeien uit de wet van 21 maart 1991, zijn de strategische bedrijfscomités, elk voor de vennootschap waarbinnen zij zijn opgericht, belast met de volgende bevoegdheden :
  1° Onderzoek van de economische en financiële inlichtingen betreffende de betrokken vennootschap, zoals bepaald in artikel 15, b), 1° en 2°, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en zoals gepreciseerd en aangevuld door collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad;
  2° Het kennisnemen van de evolutie en van de aard van de tewerkstelling binnen de betrokken vennootschap, met inbegrip van het toezicht op de naleving van de afspraken met betrekking tot de terbeschikkingstelling ten behoeve van Infrabel en NMBS van het personeel door HR Rail;
  3° Voordracht aan de minister die bevoegd is voor overheidsbedrijven van leden van het college van commissarissen binnen de betrokken vennootschap;
  4° Het uitbrengen van een advies voorafgaand aan het afsluiten en wijzigen van het beheerscontract van Infrabel en van NMBS, en de opvolging van de uitvoering van dit beheerscontract;
  5° Het kennisnemen van en het uitbrengen van een voorafgaand advies over maatregelen die de tewerkstelling op middellange en lange termijn kunnen beïnvloeden;
  6° Het kennisnemen van en het uitbrengen van een voorafgaand advies over de maatregelen te nemen ten gevolge van beslissingen met een invloed op de lange termijn inzake algemene bedrijfsstrategie, dochterondernemingen, processen van fusies en overnames, herstructureringen, algemeen personeels- en investeringsbeleid, de ontwikkeling van jaarlijkse financiën en budgetten en de verdediging van de concurrentiepositie;
  7° Het waken over de naleving van de afspraken gemaakt door de betrokken vennootschap in de HR-dienstenovereenkomst en desgevallend de overeenkomst inzake terbeschikkingstelling van personeel;
  8° Het optreden als ondernemingsraad binnen de betrokken vennootschap in geval van overname of overdracht van activiteiten;
  9° Het toezicht op de uitvoering van de activiteiten van de betrokken vennootschap, voor wat de benuttiging van het spoorwegpersoneel betreft, zowel voor de spoorwegactiviteiten als voor de logistieke ondersteuning en overeenkomstig de afspraken met betrekking tot terbeschikkingstelling door HR Rail van personeel ten behoeve van Infrabel en NMBS;
  10° Het kennisnemen van de onderdelen van het ondernemingsplan die de uitvoering van de taken van openbare dienst betreffen met toepassing van artikel 26 van de wet van 21 maart 1991 en artikel 53, § 4.
  § 2. De strategische bedrijfscomités geven geen advies over de zaken die vallen onder paragraaf 1, 5°, 6° en 8°, waarover de Nationale Paritaire Commissie reeds advies heeft gegeven.
  4° Werking]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 130. [1 § 1. De gedelegeerd bestuurder of bij HR Rail de algemeen directeur, of hun vertegenwoordigers, zijn ertoe gehouden aan het strategische bedrijfscomité van hun vennootschap de inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van zijn bevoegdheden.
  § 2. Bij de uitoefening van hun bevoegdheden beschikken de strategische bedrijfscomités, voor zover van toepassing, over de verslagen van het auditcomité van de betrokken vennootschap betreffende het onderzoek van de rekeningen van deze vennootschap.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 131. [1 De strategische bedrijfscomités kunnen ambtshalve advies verstrekken over de materies die tot hun bevoegdheden behoren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 2.
  <Opgeheven bij W 2016-08-03/30, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Art. 132.
  <Opgeheven bij W 2016-08-03/30, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Art. 133.
  <Opgeheven bij W 2016-08-03/30, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Art. 134.
  <Opgeheven bij W 2016-08-03/30, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Art. 135.
  <Opgeheven bij W 2016-08-03/30, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Afdeling 3. [1 Bemiddeling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 136. [1 § 1. De Algemene Directie van de collectieve arbeidsbetrekkingen bij de Federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg wordt belast met de sociale bemiddeling op het niveau van de Belgische Spoorwegen en in elk van de vennootschappen met het oog op het voorkomen, opvolgen en beëindigen van de collectieve geschillen tussen Infrabel, NMBS en/of HR Rail en het personeel.
  De sociaal bemiddelaars aangewezen krachtens artikel 12octies van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, zijn bevoegd voor het vervullen van de opdrachten van sociale bemiddeling bij Infrabel, NMBS en HR Rail.
  § 2. De sociale bemiddeling omvat de volgende opdrachten :
  1° het voorkomen van sociale geschillen en het opvolgen van het uitbreken, het verloop en de beëindiging ervan;
  2° het vervullen van alle sociale bemiddelingsopdrachten.
  § 3. De sociaal bemiddelaars bedoeld in paragraaf 1 kunnen elke vergadering van een orgaan van sociale dialoog opgericht krachtens deze wet of krachtens het personeelsstatuut op het niveau van de Belgische Spoorwegen of binnen Infrabel, NMBS en HR Rail bijwonen als waarnemer en ontvangen hiervoor een uitnodiging alsof zij lid waren van deze organen.
  § 4. De Nationale Paritaire Commissie, de voorzitter van de raad van bestuur van HR Rail, de gedelegeerd bestuurder van Infrabel, de gedelegeerd bestuurder van NMBS, de minister die bevoegd is voor overheidsbedrijven, het HR Coördinatie Comité en de voorzitter of zijn gemandateerde van een syndicale organisatie overeenkomstig de bepalingen van het personeelsstatuut of het syndicaal statuut, kunnen een aanvraag tot tussenkomst van een sociaal bemiddelaar indienen bij de Algemene Directie van de collectieve arbeidsbetrekkingen bedoeld in paragraaf 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 4. [1 Gemeenschappelijke bepalingen inzake sociale dialoog]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 137. [1 § 1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van deze wet, worden de samenstelling, bevoegdheden en werking van de organen van sociale dialoog op het niveau van de Belgische Spoorwegen of op het niveau van één of meer vennootschappen na de inwerkingtreding van de hervorming geregeld in het personeelsstatuut of het syndicaal statuut overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 75.
  § 2. Nochtans kunnen na de inwerkingtreding van de hervorming de bevoegdheden van de organen van sociale dialoog opgenomen in deze wet worden gewijzigd, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 75.
  § 3. Na de inwerkingtreding van de hervorming kunnen bijkomende organen van sociale dialoog worden ingericht, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 75.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 138. [1 § 1. Indien drie maanden na de inwerkingtreding van de hervorming de nieuwe regels van samenstelling, bevoegdheden en werking van de organen van sociale dialoog, zowel van deze die ingericht moeten worden krachtens de wet als van deze die uitsluitend ingericht worden krachtens het personeelsstatuut of het syndicaal statuut, niet in het personeelsstatuut of het syndicaal statuut zijn ingeschreven, kan de Koning dit regelen.
  § 2. Paragraaf 1 is ook van toepassing op de raad van beroep bedoeld in hoofdstuk 7 van deze titel.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 7. [1 De raad van beroep]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 139. [1 § 1. De raad van beroep is gelast het personeelslid ten aanzien van wie een maatregel van tuchtsanctie of van ambtshalve ontslag is uitgevaardigd, zoals die zijn vastgesteld in het personeelsstatuut, op zijn verzoek te horen en hierover een gemotiveerde beslissing te nemen en die over te maken aan respectievelijk de algemeen directeur van HR Rail, de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij Infrabel en de verantwoordelijke voor het personeelsbeleid bij NMBS, naargelang de vennootschap bij wie het betrokken personeelslid is tewerkgesteld.
  § 2. De raad van beroep bestaat uit twee kamers in functie van de aard van de voorgestelde maatregel lastens het personeelslid.
  De eerste kamer neemt kennis van de beroepen tegen voorgestelde maatregelen naar aanleiding van overtredingen van het gemeen recht, van het personeelsstatuut of van de personeelsreglementering alsook van de beroepen tegen het ambtshalve ontslag na tien dagen ongewettigde afwezigheid. De tweede kamer neemt kennis van beroepen tegen voorgestelde maatregelen naar aanleiding van beroepsfouten in verband met de veiligheid van het spoorwegverkeer.
  § 3. De raad van beroep is samengesteld uit :
  1° een voorzitter, magistraat, aangewezen door de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Brussel;
  2° een griffier-verslaggever, aangewezen door de raad van bestuur van HR Rail. De griffier-verslaggever is niet stemgerechtigd;
  3° tien bijzitters per kamer, waarvan de helft aangewezen wordt door het personeel van de Belgische Spoorwegen en de helft aangewezen wordt door HR Rail, Infrabel en/of NMBS, al naargelang de hoedanigheid van het personeelslid dat beroep heeft ingesteld.
  Indien het personeelslid dat beroep instelt, tewerkgesteld wordt bij HR Rail, worden de tien bijzitters samengesteld uit drie vertegenwoordigers van HR Rail, één vertegenwoordiger van Infrabel, één vertegenwoordiger van NMBS en uit vijf vertegenwoordigers van het personeel.
  Indien het personeelslid dat het beroep instelt, ter beschikking gesteld is aan Infrabel, worden de bijzitters samengesteld uit drie vertegenwoordigers van Infrabel, één vertegenwoordiger van HR Rail, één vertegenwoordiger van NMBS en uit vijf vertegenwoordigers van het personeel.
  Indien het personeelslid dat het beroep instelt, ter beschikking gesteld is aan NMBS, worden de bijzitters samengesteld uit drie vertegenwoordigers van NMBS, één vertegenwoordiger van HR Rail, één vertegenwoordiger van Infrabel en uit vijf vertegenwoordigers van het personeel.
  De bijzitters worden door het personeel, en respectievelijk door Infrabel, NMBS en HR Rail benoemd voor een mandaat van vier jaar, volgens de voorwaarden en regels vastgesteld in het personeelsstatuut.
  § 4. Het personeelsstatuut bepaalt de nadere procedurevoorschriften van de raad van beroep.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 8. [1 Welzijn op het werk]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 1. [1 Verplichtingen inzake welzijn op het werk]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 140. [1 Infrabel, NMBS en HR Rail zijn onderworpen aan de wet van 4 augustus 1996, met dien verstande dat het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk, in de vennootschap waarbinnen het is opgericht met toepassing van artikel 145 de taken uitvoert en de bevoegdheden heeft van het comité voor preventie en bescherming op het werk in de zin van de wet van 4 augustus 1996.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 141.. [1 HR Rail is bevoegd om te waken over de naleving van de verplichtingen opgelegd door de wet van 4 augustus 1996, met betrekking tot de personeelsleden die niet ter beschikking zijn gesteld van Infrabel en NMBS, onverminderd artikel 153, § 2.
  Infrabel heeft die bevoegdheid met betrekking tot het personeel dat aan haar ter beschikking is gesteld. Ten aanzien van die personeelsleden, zal enkel Infrabel beschouwd worden als werkgever of gelijkgesteld met de werkgever in de zin van de wet van 4 augustus 1996.
  NMBS heeft die bevoegdheid met betrekking tot het personeel dat aan haar ter beschikking is gesteld. Ten aanzien van die personeelsleden, zal enkel NMBS beschouwd worden als werkgever of gelijkgesteld met de werkgever in de zin van de wet van 4 augustus 1996.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 2. [1 Beleid inzake welzijn op het werk]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 142. [1 Voor de toepassing van deze afdeling, wordt verstaan onder :
  1° " Reglementair welzijnsbeleid " : Het beleid inzake welzijn op het werk met inbegrip van alle beleidsbeslissingen tot aanpassing van het personeelsstatuut met inbegrip van het syndicaal statuut, of van de personeelsreglementering. Het betreft alle beslissingen van welzijnsbeleid die niet bedoeld zijn onder 2°.
  2° " Niet-reglementair welzijnsbeleid " : Het beleid inzake welzijn op het werk met inbegrip van alle overige beleidsbeslissingen tot vaststelling of aanpassing van het welzijnsbeleid met een algemene draagwijdte, die geen verandering inhouden of noodzaken van het onder 1° omschreven reglementair welzijnsbeleid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 143. [1 In afwijking van wat bepaald is in hoofdstuk 3 van deze titel, en onverminderd de toepassing van artikel 144, § 4, artikel 145, § 4, artikel 147, § 1 en § 2, lid 1, en artikel 153, § 2 :
  1° stelt uitsluitend Infrabel het reglementair en niet-reglementair welzijnsbeleid vast voor het personeel dat aan haar ter beschikking is gesteld;
  2° stelt uitsluitend NMBS het reglementair en niet-reglementair welzijnsbeleid vast voor het personeel dat aan haar ter beschikking is gesteld;
  3° stelt uitsluitend HR Rail het reglementair en niet-reglementair welzijnsbeleid vast voor het personeel dat niet aan Infrabel of NMBS ter beschikking is gesteld;
  4° wordt het aldus vastgestelde reglementair welzijnsbeleid gelijkgesteld met de rechtsbron bepaald in artikel 68, § 1, 3° of 4°, al naargelang, en wordt het aldus vastgestelde niet-reglementair welzijnsbeleid gelijkgesteld met de rechtsbron bepaald in artikel 68, § 1, 6°, voor wat het statutair personeel betreft en wordt het aldus vastgestelde welzijnsbeleid beschouwd als een rechtsbron bedoeld in artikel 78, § 1, 6°, voor wat het niet statutair personeel betreft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 3. [1 Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Onderafdeling 1. [1 Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk op het niveau van de Belgische Spoorwegen 1° Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 144.[1 § 1. De Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk wordt ingericht op het niveau van de Belgische Spoorwegen.
  HR Rail is verantwoordelijk voor het organiseren en beheren van de sociale dialoog binnen de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk.
  § 2. De samenstelling van de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk wordt in het personeelsstatuut of het syndicaal statuut geregeld, met dien verstande dat zij paritair is samengesteld en dat de drie vennootschappen erin vertegenwoordigd zijn.
  [2 Elke representatieve syndicale organisatie die geen erkende organisatie is en zetelt in de Nationale Paritaire Commissie mag één lid afvaardigen.]2
  § 3. De Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk wordt voorgezeten door de algemeen directeur van HR Rail of zijn vertegenwoordiger.
  § 4. De Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk heeft de volgende bevoegdheden :
  1° onderzoek en adviesverlening in kwesties met betrekking tot welzijn op het werk die noodzakelijkerwijs meer dan één vennootschap aanbelangen;
  2° de mogelijkheid tot overmaken aan de Nationale Paritaire Commissie van alle kwesties in verband met welzijn op het werk die noodzakelijkerwijs meer dan één vennootschap aanbelangen;
  3° het geven van advies inzake een beoogde wijziging van reglementering inzake welzijn op het werk of een andere kwestie inzake welzijn op het werk die noodzakelijkerwijs meer dan één vennootschap aanbelangt.
  § 5. Punten kunnen op de agenda van de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk worden geplaatst door één van de volgende personen of organen :
  1° de voorzitter van een Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk;
  2° de vertegenwoordigers van Infrabel, NMBS of HR Rail of de voorzitter of zijn gemandateerde van een syndicale organisatie die in een Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk zetelen; of
  3° het HR Coördinatie Comité.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (2)<W 2016-08-03/30, art. 23, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Onderafdeling 2. [1 Organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk op het niveau van elke vennootschap 1° Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 145.[1 § 1. Binnen elke vennootschap wordt een Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk opgericht. Die vennootschap is verantwoordelijk voor de organisatie en het beheer van het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk. Wanneer de vennootschap een Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk heeft opgericht, wordt zij beschouwd voldaan te hebben aan artikel 49 en 50 van de wet van 4 augustus 1996.
  De wettelijke en reglementaire voorschriften die gelden voor een comité voor preventie en bescherming op het werk in de zin van de wet van 4 augustus 1996, zijn slechts van toepassing op het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk voorzover deze niet tegenstrijdig zijn met de bepalingen van deze wet.
  § 2. [2 Het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk is tweeledig samengesteld uit vertegenwoordigers van de betrokken vennootschap en vertegenwoordigers van het personeel met dien verstande dat er niet meer vertegenwoordigers van de betrokken vennootschap dan vertegenwoordigers van het personeel aangewezen mogen zijn. De samenstelling van het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk wordt wat de vertegenwoordigers van het personeel betreft geregeld via sociale verkiezingen. Deze sociale verkiezingen worden voor de eerste maal georganiseerd in 2018 en vervolgens vierjaarlijks vanaf 2024.
  [3 ...]3
   De Belgische arbeidsrechtbanken en -hoven zijn bevoegd om uitspraak te doen over betwistingen inzake deze sociale verkiezingen.]2
  § 3. Het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk wordt voorgezeten door de gedelegeerd bestuurder of de algemeen directeur van de betrokken vennootschap of zijn vertegenwoordiger.
  § 4. De Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk zijn, elk voor de vennootschap waarbinnen zij zijn opgericht, belast met de volgende bevoegdheden :
  1° het uitoefenen van de bevoegdheden die overeenkomstig de wet van 4 augustus 1996 toekomen aan het comité voor preventie en bescherming op het werk;
  2° het geven van advies over een wijziging aan het reglementair of niet-reglementair welzijnsbeleid;
  3° het geven van advies over voorstellen van aanpassingen aan de structuur van de organen voor preventie en bescherming op het werk waarvan zij de noodzakelijkheid erkend heeft;
  4° de mogelijkheid tot ambtshalve of op verzoek uitbrengen van advies over alle vraagstukken betreffende welzijn op het werk;
  5° de mogelijkheid tot overmaken aan de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk, voor advies, van alle kwesties in verband met welzijn op het werk die tot de bevoegdheid van de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk behoren, overeenkomstig artikel 144, § 5;
  6° het uitwerken en het in toepassing brengen van gepaste propagandamiddelen met het doel de welzijn op het werk binnen de vennootschap in alle aspecten te bevorderen;
  7° het waken over de toepassing, binnen de betrokken vennootschap, van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake preventie en bescherming op het werk en in het bijzonder over de eenheid in het welzijnsbeleid;
  8° het waken over de goede werking, binnen de betrokken vennootschap, van de verschillende organen voor preventie en bescherming op het werk;
  9° het onderzoeken van de eventuele klachten die uitgaan van de vennootschap of van de delegatie van het personeel dat in het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk zetelt, inzake het verlenen van dienstvrijstellingen met toepassing van de toepasselijke personeelsreglementering;
  10° het geven van advies over de toepassing van hoofdstukken III, IV en V van de wet van 4 augustus 1996;
  11° het geven van een voorafgaand advies over de keuze of de vervanging van de in toepassing van de bepalingen van de Codex Welzijn op het Werk of het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming erkende organismen, agenten-bezoekers, laboratoria, instellingen, deskundigen, firma's;
  12° het geven van een voorafgaand advies over de keuze, de aankoop, het onderhoud en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  2° Comités voor preventie en bescherming op het werk]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (2)<W 2016-08-03/30, art. 24, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  (3)<W 2018-03-18/01, art. 48, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 146.[1 § 1. [2 Elke vennootschap regelt de structuur en werking van haar Comités voor preventie en bescherming op het werk, na akkoord van haar Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk dat beslist bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
   De samenstelling van de Comités voor preventie en bescherming op het werk wordt wat de vertegenwoordigers van het personeel betreft geregeld via sociale verkiezingen. Deze sociale verkiezingen worden voor de eerste maal georganiseerd in 2018 en vervolgens vierjaarlijks vanaf 2024.
  [3 ...]3
   De Belgische arbeidsrechtbanken en -hoven zijn bevoegd om uitspraak te doen over betwistingen inzake deze sociale verkiezingen.]2.
  § 2. De voorzitter van een Comité voor preventie en bescherming op het werk kan, ambtshalve of op gemotiveerd verzoek van tweederde van de leden van dat Comité, punten op de agenda laten plaatsen van het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk van de betrokken vennootschap.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (2)<W 2016-08-03/30, art. 25, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>
  (3)<W 2018-03-18/01, art. 48, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Onderafdeling 3. [1 Gemeenschappelijke bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 147. [1 § 1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van deze wet, worden de samenstelling, bevoegdheden en werking van de Nationale Commissie voor preventie en bescherming op het werk na de inwerkingtreding van de hervorming geregeld in het personeelsstatuut of het syndicaal statuut, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 75.
  § 2. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van deze wet wordt de samenstelling van de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk na de inwerkingtreding van de hervorming geregeld in het personeelsstatuut of het syndicaal statuut, volgens de procedure bepaald in artikel 75.
  Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van deze wet, worden de bevoegdheden en de werking van de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk na de inwerkingtreding van de hervorming geregeld door de vennootschap bij dewelke het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk is ingericht, na akkoord van het Bedrijfscomité dat beslist bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  § 3. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van deze wet worden de samenstelling, de bevoegdheden en werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk na de inwerkingtreding van de hervorming geregeld door de vennootschap bij dewelke ze zijn ingericht, na akkoord van het Bedrijfscomité voor preventie en bescherming op het werk van die vennootschap, dat beslist bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 148. [1 Indien drie maanden na de inwerkingtreding van de hervorming de nieuwe regels van samenstelling, bevoegdheden en werking van de organen van sociale dialoog inzake welzijn op het werk, niet zijn vastgelegd overeenkomstig artikel 147, kan de Koning dit regelen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 4. [1 Bemiddeling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 149. [1 Ook voor kwesties inzake welzijn op het werk kan beroep worden gedaan op de sociaal bemiddelaars in het kader van de opdracht bepaald in artikel 136.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Afdeling 5. [1 Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 150. [1 HR Rail is bevoegd om een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk in te richten, in de zin van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk.
  Die externe dienst kan dezelfde dienst zijn als deze die bevoegd was, op 31 december 2013, voor het personeel van de NMBS Holding.
  Onverminderd de mogelijkheid voor andere werkgevers om ook beroep te doen op deze dienst als externe dienst of elke andere bevoegdheid die daaraan zou worden toegekend, en onverminderd artikel 153, § 2, tweede lid, is de externe dienst bevoegd voor het geheel van het personeel van HR Rail al dan niet ter beschikking gesteld van Infrabel of van NMBS.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 9. [1 Sociale werken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 151.[1 De organisatie, het beheer en de andere aspecten met betrekking tot sociale werken worden in het personeelsstatuut of het syndicaal statuut geregeld.
   De samenstelling van het Nationaal Comité van de sociale werken en het Nationaal Subcomité van de sociale werken wordt in het personeelsstatuut of het syndicaal statuut geregeld. Het Nationaal Comité van de sociale werken en het Nationaal Subcomité van de sociale werken zijn paritair samengesteld en elke representatieve organisatie die geen erkende organisatie is en zetelt in de Nationale Paritaire Commissie mag één lid afvaardigen.]1
  ----------
  (1)<W 2016-08-03/30, art. 26, 010; Inwerkingtreding : 17-09-2016>

  Hoofdstuk 10. [1 Arbeidsongevallen en beroepsziekten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 152. [1 Voor de toepassing van artikel 46 van de wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen en van artikel 51, § 1, van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, moet de vennootschap aan wie een personeelslid ter beschikking is gesteld als werkgever van dat personeelslid worden beschouwd, en dat personeelslid als aangestelde van die vennootschap, met dien verstande dat waar dat artikel de rechtsvordering inzake burgerlijke aansprakelijkheid tegen de werkgever en zijn lasthebbers of aangestelden onmogelijk maakt, de rechtsvordering ook niet mogelijk is tegen HR Rail en zijn lasthebbers of aangestelden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Hoofdstuk 11. [1 Personeel in de vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, NMBS of HR Rail een deelnemingsverhouding hebben]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 153. [1 § 1. Zonder afbreuk te doen aan artikel 72, § 3, kan aan een personeelslid verlof zonder bezoldiging verleend worden om een specifieke opdracht te vervullen bij vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, NMBS of HR Rail een deelnemingsverhouding hebben.
  § 2. Onverminderd wat bepaald is in paragraaf 1, en zonder afbreuk te doen aan artikel 72, § 3, kan een statutair personeelslid ter beschikking worden gesteld aan vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, NMBS of HR Rail een deelnemingsverhouding hebben. Gedurende de terbeschikkingstelling worden de personeelsleden verder bezoldigd door HR Rail.
  Uitsluitend die vennootschap, vereniging of instelling van publiek of privaat recht wordt voor de toepassing van de wet van 4 augustus 1996 beschouwd als werkgever of met de werkgever gelijkgestelde.
  De voorwaarden en nadere bepalingen met betrekking tot de terbeschikkingstelling van het personeel krachtens het eerste lid, kunnen worden vastgesteld in een overeenkomst die na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad kan worden gesloten tussen HR Rail en de betrokken vennootschap, vereniging of instelling van publiek of privaat recht waarmee Infrabel, NMBS of HR Rail een deelnemingsverhouding heeft. Deze overeenkomst evenals alle wijzingen ervan zijn onderworpen aan een voorafgaand advies van de Nationale Paritaire Commissie.
  § 3. De paragrafen 1 en 2 doen geen afbreuk aan de andere mogelijkheden van verloven en detachering zoals geregeld in het personeelsstatuut en de personeelsreglementering ook aan andere publieke of private rechtspersonen dan deze bedoeld in dit hoofdstuk.
  § 4. Een personeelslid dat ter beschikking gesteld is van Infrabel of NMBS en op wie de paragrafen 1, 2 of 3 worden toegepast, wordt geacht ter beschikking gesteld gebleven te zijn van respectievelijk Infrabel of NMBS, behoudens andersluidende beslissing van HR Rail met toepassing van artikel 72, § 3.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-12-11/02, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  

  Hoofdstuk 11/1. [1 Continuïteit van de dienstverlening inzake personenvervoer per spoor in geval van staking]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-29/16, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 27-01-2018>
  

  Art. 153/1. [1 § 1. Dit artikel is van toepassing op stakingen die worden ingeleid overeenkomstig artikel 114/2 van deze wet.
   § 2. De directiecomités van Infrabel en de NMBS bepalen in overleg en na advies van het Sturingscomité, bedoeld bij artikel 123 van deze wet, welke operationele beroepscategorieën zij essentieel achten om een aangepast vervoersaanbod aan de gebruikers te verstrekken bij een staking.
   Het Sturingscomité moet advies geven binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de gezamenlijke aanhangigmaking door de directiecomités van Infrabel en de NMBS.
   De directiecomités van Infrabel en de NMBS bepalen, in overleg, de vervoersplannen op basis waarvan een aangepast vervoersaanbod aan de gebruikers kan worden verstrekt bij een staking.
   De voornoemde vervoersplannen worden regelmatig geëvalueerd door de directiecomités van Infrabel en de NMBS om hun werking in de praktijk te verbeteren.
   De ondernemingen doen een beroep op de personeelsleden van de voormelde beroepscategorieën die niet deelnemen aan de staking om het aangepaste vervoersaanbod te organiseren.
   § 3. Tenzij er een behoorlijk bewezen geldige reden is, delen de personeelsleden van de voormelde beroepscategorieën uiterlijk tweeënzeventig uur vóór het begin van de stakingsdag hun definitieve intentie mee of ze al dan niet aan de stakingsdag deelnemen. Onder stakingsdag wordt elke periode van vierentwintig uur, te rekenen vanaf het uur van het begin van de staking zoals vermeld wordt in de stakingsaanzegging, verstaan. De hierboven bedoelde informatieverplichting is enkel van toepassing op de personeelsleden van de hiervoor vermelde beroepscategorieën, van wie de aanwezigheid op de bepaalde stakingsdag wordt verwacht.
   In geval van staking met een duur van verscheidene dagen waarop dezelfde aanzegging betrekking heeft, delen de personeelsleden van de voormelde beroepscategorieën, uiterlijk tweeënzeventig uur vóór de eerste stakingsdag waarop hun aanwezigheid voorzien is, hun definitieve intentie mee of ze al dan niet aan de staking deelnemen en dit voor elke stakingsdag waarop hun aanwezigheid voorzien is. Zij kunnen hun verklaring tot uiterlijk achtenveertig uur vóór elke stakingsdag wijzigen met uitzondering van de eerste dag, als ze tijdens die stakingsdag wensen te werken en tot uiterlijk tweeënzeventig uur vóór elke stakingsdag met uitzondering van de eerste dag, als ze tijdens die stakingsdag wensen te staken.
   De concrete nadere regels om de intentieverklaringen bedoeld in deze paragraaf mee te delen, worden bepaald door de raad van bestuur van HR Rail, na advies van het Sturingscomité bedoeld in artikel 123 van deze wet. De intentieverklaringen worden vertrouwelijk behandeld, met als enig doel de dienst te organiseren op basis van de beschikbare personeelsleden op de stakingsdag.
   Het Sturingscomité geeft advies binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de aanhangigmaking door de raad van bestuur van HR Rail.
   De personeelsleden van een van de voormelde beroepscategorieën die hun intentie om al dan niet aan de stakingsdag deel te nemen niet binnen de voormelde termijnen kenbaar maken, stellen zich bloot aan een tuchtsanctie.
   Tenzij er een behoorlijk bewezen geldige reden is, stellen de personeelsleden van een van de voormelde beroepscategorieën die hun intentie hebben medegedeeld om al dan niet aan de stakingsdag deel te nemen, zich bloot aan een tuchtsanctie indien ze die verklaring niet naleven.
   De personeelsleden die aan de stakingsdag deelnemen, ontvangen geen loon voor de duur van de werkonderbreking.
   Worden gelijkgesteld met personeelsleden die deelnemen aan de stakingsdag in de zin van het zevende lid:
   1° de personeelsleden van een van de voormelde beroepscategorieën die hun intentie om te werken in overeenstemming met de bepalingen van deze paragraaf kenbaar hebben gemaakt en zich niet aandienen op hun arbeidsplaats, zonder een behoorlijk bewezen geldige reden;
   2° de personeelsleden van een van de voormelde beroepscategorieën die zich op hun arbeidsplaats aandienen, maar die geen toestemming krijgen om hun dienst uit te voeren, omdat ze hun intentie om te werken niet kenbaar hebben gemaakt in overeenstemming met deze paragraaf.
   § 4. Er wordt enkel in een aangepast vervoersaanbod volgens een van de vervoersplannen bepaald in paragraaf 2, derde lid, van dit artikel voorzien indien de ondernemingen over een voldoende aantal personeelsleden in elk van de voornoemde beroepscategorieën beschikken.
   De gedelegeerd bestuurder van de NMBS geeft na overleg met de gedelegeerd bestuurder van Infrabel en op basis van de intentieverklaringen bedoeld in paragraaf 3 de opdracht tot uitvoering van het aangepaste vervoersplan tijdens de stakingsdag.
   De gedelegeerd bestuurders van de NMBS en Infrabel kunnen een plaatsvervanger aanwijzen om de bevoegdheden toegekend in het tweede lid, uit te oefenen indien zij afwezig of verhinderd zijn.
   De voorwaarden van het voormelde vervoersplan worden door de NMBS op een duidelijke manier aan de gebruikers meegedeeld en dit uiterlijk vierentwintig uur voor het begin van de stakingsdag.
   § 5. De personeelsleden onthouden zich van het treffen van maatregelen die het verstrekken van het vervoersaanbod in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel, belemmeren. Meer bepaald zullen ze de toegang tot de arbeidsplaats voor de personeelsleden die willen werken niet blokkeren, noch zullen zij fysiek of materieel geweld, van welke aard ook, gebruiken tegen hen of de gebruikers, noch zullen zij het gebruik van de werkmiddelen en de infrastructuur verhinderen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-11-29/16, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 27-01-2018>
  
  (NOTA : bij arrest nr.67/2020 van 14-05-2020 (B.St. 13-07-2020, p. 51623), heeft het Grondwettelijk Hof de woorden " al dan niet " in artikel 153/1, § 3, vijfde lid, vernietigd)

  Hoofdstuk 12. [1 - Sociale verkiezingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 4, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 154. [1 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de instelling en de vernieuwing van de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk van de vennootschappen van de Belgische Spoorwegen, zoals bedoeld bij artikel 114/1.
   § 2. De syndicale organisaties die een kandidatenlijst neerleggen, zoals bedoeld in artikelen 126/2, 145, § 2 en 146, moeten uiterlijk zes maanden vóór de datum die voorzien is voor de neerlegging van de kandidatenlijsten, hun kandidatuur bij de algemeen directeur van HR Rail hebben ingediend om het statuut van representatieve, erkende of aangenomen syndicale organisatie te bekomen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Afdeling 2. [1 - De gerechtelijke beroepen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 7, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Onderafdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 8, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 155. [1 De verkiezingsprocedure, de handelingen die de verkiezingsprocedure voorafgaan en het aantal beschikbare mandaten worden na afloop van de onderhandelingsprocedure in de Nationale Paritaire Commissie opgenomen in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen van de Belgische Spoorwegen. Indien in de Nationale Paritaire Commissie de tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen niet wordt bereikt uiterlijk tegen 31 maart 2018, zal de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de verkiezingsprocedure, de daaraan voorafgaande handelingen en het aantal beschikbare mandaten bepalen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 9, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  
  

  Art. 156. [1 § 1. De personeelsleden, HR Rail, Infrabel en de NMBS en de syndicale organisaties kunnen - na uitputting van de in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen opgenomen interne beroepsprocedure - een vordering instellen tot beslechting van de geschillen zoals opgenomen onder de onderafdelingen 2 tot 4.
   § 2. De in § 1 bedoelde vorderingen zijn onderworpen aan de volgende procedureregels :
   1° De vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij aangetekende brief aan of ingediend bij de griffie van het bevoegd gerecht;
   2° De termijnen om de vorderingen in te stellen zijn onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek; de dag van verzending van de aangetekende [brief] of van de indiening van het verzoekschrift ter griffie moet uiterlijk met de laatste dag van deze termijnen samenvallen;
   3° De eisende partij is ertoe gehouden, in limine litis, de griffie van het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, de identiteit en het volledig adres van de betrokken partijen mee te delen; onder volledig adres wordt verstaan, de woonplaats of de voornaamste verblijfplaats of de gewone plaats van tewerkstelling;
   4° Het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, doet uitspraak zonder voorafgaande verzoening, na de betrokken partijen te hebben gehoord of behoorlijk te hebben opgeroepen;
   5° De vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan HR Rail, aan de betrokken personeelsleden en aan de betrokken syndicale organisaties en aan de personen uitdrukkelijk bepaald door deze wet;
   6° De syndicale organisaties mogen zich voor de arbeidsgerechten laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde, houder van een geschreven volmacht; deze kan namens de organisatie waartoe hij behoort alle handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, een verzoekschrift indienen, pleiten, en alle mededelingen ontvangen betreffende de inleiding, de behandeling en de berechting van het geschil.
   Voor de toepassing van het eerste lid moet onder betrokken partij worden verstaan, elke persoon, elke organisatie die in het kader van de procedure in het geding wordt betrokken.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 10, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Onderafdeling 2. [1 - Beroep tegen de kiezerslijsten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 11, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 157. [1 § 1. Binnen zeven dagen na de uitspraak van het intern beroepsorgaan, zoals bepaald in het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen of bij ontstentenis van een uitspraak, na het verstrijken van de termijn waarbinnen het intern beroepsorgaan uitspraak had moeten doen, kunnen de betrokken personeelsleden en de syndicale organisaties tegen deze beslissing of de ontstentenis ervan beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank.
   § 2. De gevatte arbeidsrechtbank doet uitspraak binnen de zeven dagen die volgen op de dag van ontvangst van het beroep. Deze uitspraak is niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor verzet.
   De beslissing van de rechtbank maakt, indien nodig, het voorwerp uit van een rechtzetting van de aanplakking, door HR Rail, van de kiezerslijsten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 12, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Onderafdeling 3. [1 - Beroep tegen de kandidatenlijsten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 158. [1 Binnen de vijf dagen die volgen op het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de aanplakking, door HR Rail, van de al dan niet gewijzigde kandidatenlijsten, kunnen de betrokken personeelsleden en de syndicale organisaties bij de arbeidsrechtbank beroep aanteken tegen de voordracht van de kandidaten die tot een interne klacht, zoals bepaald bij het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen, aanleiding heeft gegeven.
   HR Rail kan eenzelfde beroep aantekenen tegen de voordracht van kandidaten, wanneer de kandidaten of de kandidatenlijsten niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het algemeen reglement voor de syndicale betrekkingen, zelfs indien er geen klacht werd ingediend.
   Ingeval er geen klacht werd ingediend moet het beroep van HR Rail worden aangetekend binnen de twaalf dagen na het verstrijken van de termijn voorgeschreven voor de aanplakking, door HR Rail, van het bericht met vermelding van de ingediende kandidatenlijsten.
   De arbeidsrechtbank doet uitspraak binnen veertien dagen die volgen op de dag van ontvangst van het beroep. Deze uitspraak is niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor verzet.
   De kandidaten van wie de rechtbank oordeelt dat ze niet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoen, mogen niet vervangen worden wanneer ze geen deel uitmaakten van het personeel van de onderneming op de dertigste dag voorafgaand aan de dag van de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt.
   Binnen dertien dagen die de dag van de verkiezingen voorafgaan, mogen de kandidatenlijsten niet meer worden gewijzigd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Onderafdeling 4. [1 - Beroep tot nietigverklaring van de verkiezing, tot verbetering van de verkiezingsuitslag, of beroep tegen de beslissing tot stopzetting van de procedure]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 15, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 159. [1 De arbeidsrechtbank doet uitspraak over de beroepen die binnen dertien dagen na de aanplakking, door HR Rail, van de uitslag van de stemming zijn ingesteld door HR Rail, de betrokken personeelsleden of de syndicale organisaties en die betrekking hebben op een verzoek tot gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van de verkiezingen of van de beslissing tot stopzetting van de procedure, of op een verzoek tot verbetering van de verkiezingsuitslag.
   De arbeidsrechtbank doet uitspraak uiterlijk binnen zevenenzestig dagen na aanplakking, door HR Rail, van de uitslag van de stemming. Zij kan inzage eisen van de processen-verbaal en van de stembiljetten.
   Het vonnis wordt onmiddellijk ter kennis gebracht aan HR Rail, aan ieder der gewone en plaatsvervangende verkozenen, en aan de betrokken syndicale organisaties.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 16, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 160. [1 Het arbeidshof neemt kennis van het hoger beroep tegen beslissingen in eerste aanleg van de arbeidsrechtbanken betreffende een verzoek tot gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van de verkiezingen of van de beslissing tot stopzetting van de procedure, of een verzoek tot verbetering van de verkiezingsuitslagen.
   De termijn van hoger beroep is vijftien dagen, te rekenen van de kennisgeving van het vonnis.
   Het arbeidshof doet uitspraak binnen vijfenzeventig dagen die volgen op het uitspreken van het vonnis door de arbeidsrechtbank.
   De arresten worden ter kennis gebracht aan de in artikel 159, derde lid, bedoelde personen en instanties.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 17, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 161. [1 De nieuwe verkiezingsperiode vangt aan binnen drie maanden die volgen op de definitieve beslissing van de nietigverklaring.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 18, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Hoofdstuk 13. [1 - Bijzondere ontslagregeling voor de contractuele syndicaal afgevaardigden en kandidaat-syndicaal afgevaardigden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 19, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 20, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 162. [1 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op :
   1° de contractuele personeelsleden die als gewoon of plaatsvervangend lid het personeel van de Belgische Spoorwegen vertegenwoordigen binnen de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk;
   2° de contractuele personeelsleden die kandidaat zijn voor de verkiezingen van de vertegenwoordigers van het personeel in diezelfde organen;
   3° HR Rail in haar hoedanigheid zoals omschreven bij artikel 66.
   § 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder :
   1° syndicaal afgevaardigde : het gewoon of plaatsvervangend lid als bedoeld in § 1, 1° ;
   2° kandidaat-syndicaal afgevaardigde : de kandidaat als bedoeld in § 1, 2° ;
   3° de organen van sociale dialoog : de gewestelijke paritaire commissies, de Bedrijfscomités voor preventie en bescherming op het werk en de Comités voor preventie en bescherming op het werk, zoals bedoeld bij artikel 114/1;
   4° aangetekende zending : een dienst die op forfaitaire basis tegen de risico's van verlies, diefstal of beschadiging waarborgt, waarbij de afzender, in voorkomend geval op zijn verzoek, een bewijs ontvangt van de datum van afgifte of van de bestelling van de postzending aan de geadresseerde, evenals een gekwalificeerde dienst van elektronisch aangetekende zending overeenkomstig verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en overeenkomstig boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, en de bijlagen ervan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 21, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 163. [1 § 1. De syndicaal afgevaardigden en de kandidaat-syndicaal afgevaardigden kunnen slechts worden ontslagen om een dringende reden die vooraf door het arbeidsgerecht aangenomen werd, of om economische of technische redenen die vooraf door de Nationale Paritaire Commissie bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen werden erkend.
   Voor de toepassing van dit artikel geldt als ontslag :
   1° elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door HR Rail, gedaan met of zonder vergoeding, al dan niet met naleving van een opzegging, die ter kennis wordt gebracht gedurende de periode bedoeld in de §§ 2 of 3;
   2° elke beëindiging van de arbeidsovereenkomst door het personeelslid wegens feiten die een reden uitmaken ten laste van HR Rail;
   3° het niet in acht nemen door HR Rail van de beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, genomen met toepassing van artikel 166 en waarin besloten wordt tot de voortzetting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens de procedure voor de arbeidsgerechten.
   § 2. De syndicaal afgevaardigden genieten het voordeel van de bepalingen van § 1 gedurende een periode die loopt vanaf de dertigste dag voorafgaand aan de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de verkiezingsdatum vaststelt, tot de datum waarop de bij de volgende verkiezingen verkozen kandidaten worden aangesteld.
   § 3. De kandidaat-syndicaal afgevaardigden die bij de verkiezingen van de vertegenwoordigers van het personeel voor de overlegorganen worden voorgedragen en aan de voorwaarden van verkiesbaarheid voldoen, genieten het voordeel van de bepalingen van de §§ 1 en 2 zo het hun eerste kandidatuur betreft.
   De kandidaat-syndicaal afgevaardigden als bedoeld in het eerste lid genieten het voordeel van de bepalingen van de §§ 1 en 2 gedurende een periode die loopt vanaf de dertigste dag voorafgaand aan de aanplakking, door HR Rail, van het bericht dat de datum van de verkiezingen vastlegt, en een einde neemt twee jaar na de aanplakking, door HR Rail,van de uitslag der verkiezingen zo zij reeds kandidaat waren en niet werden verkozen bij de vorige verkiezingen.
   Het voordeel van de bepalingen van deze paragraaf wordt eveneens toegekend aan de kandidaten voorgedragen bij verkiezingen die nietig werden verklaard.
   § 4. Het mandaat van de syndicaal afgevaardigde, of de hoedanigheid van kandidaat-syndicaal afgevaardigde mag voor de betrokkene noch nadelen, noch bijzondere voordelen tot gevolg hebben.
   § 5. De syndicaal afgevaardigden en de kandidaat-syndicaal afgevaardigden mogen niet worden overgeplaatst van de ene werkzetel naar een andere werkzetel, tenzij zij schriftelijk hun instemming betuigen op het ogenblik dat de beslissing wordt genomen of indien er economische of technische redenen aanwezig zijn die vooraf door de Nationale Paritaire Commissie werden erkend.
   § 6. Geen enkele andere wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst dan die bepaald in § 1, mag ingeroepen worden, met uitzondering van :
   - de afloop van de termijn;
   - de voltooiing van het werk waarvoor de overeenkomst werd gesloten;
   - de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst door het personeelslid;
   - het overlijden van het personeelslid;
   - overmacht;
   - het akkoord tussen HR Rail en het personeelslid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 22, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Afdeling 2. [1 - Ontslag om economische of technische redenen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 23, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 164. [1 § 1. Indien HR Rail een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde overweegt te ontslaan om economische of technische redenen, moet zij vooraf de zaak per aangetekende zending aanhangig maken bij de Nationale Paritaire Commissie.
   De Nationale Paritaire Commissie moet zich bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen uitspreken over het al dan niet bestaan van economische of technische redenen binnen twee maanden vanaf de datum van de aanvraag die hiertoe door HR Rail werd gedaan.
   Bij ontstentenis van beslissing van de Nationale Paritaire Commissie binnen de termijn vastgesteld in het vorige lid, kan HR Rail de syndicaal afgevaardigde of de kandidaat-syndicaal afgevaardigde enkel ontslaan in geval van sluiting van een vennootschap of van een afdeling van een vennootschap of in geval van het ontslag van een welbepaalde personeelsgroep.
   Behalve in het geval van sluiting van een vennootschap of van een afdeling hiervan, kan HR Rail niet tot ontslag overgaan alvorens de arbeidsgerechten het bestaan van de economische of technische redenen erkend hebben. Om deze erkenning te verkrijgen, moet HR Rail, bij dagvaarding, een verzoek tot erkenning van de economische of technische redenen die het ontslag van een syndicaal afgevaardigde of van een kandidaat-syndicaal afgevaardigde rechtvaardigt, bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank aanhangig maken. De procedure wordt geregeld door de bepalingen die zijn vastgesteld bij de artikelen 169, 171 en 172. Zij kan, ingeval het vonnis de economische of technische redenen erkent, het ontslag enkel ter kennis brengen vanaf de derde werkdag na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of, indien er hoger beroep is aangetekend, de derde werkdag na de kennisgeving van het arrest dat de economische of technische redenen erkent.
   § 2. Het feit dat het personeelslid een syndicaal afgevaardigde of een kandidaat-syndicaal afgevaardigde is of dat zijn kandidatuur ingediend is door een welbepaalde syndicale organisatie, mag in geen geval de beslissing van HR Rail om hem te ontslaan beïnvloeden.
   § 3. HR Rail behoort het bewijs te leveren van de voor het ontslag ingeroepen technische en economische redenen evenals van het feit dat het ontslag niet indruist tegen het bepaalde in § 2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Afdeling 3. [1 - Ontslag om een dringende reden]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 25, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 165. [1 § 1. Wanneer HR Rail overweegt een syndicaal afgevaardigde of kandidaat-syndicaal afgevaardigde om een dringende reden te ontslaan, moet zij hem en de organisatie die hem heeft voorgedragen hierover inlichten per aangetekende zending, die verstuurd wordt binnen drie werkdagen volgend op de dag gedurende welke hij kennis heeft gekregen van het feit dat het ontslag zou rechtvaardigen. HR Rail moet eveneens, binnen dezelfde termijn, bij verzoekschrift de zaak aanhangig maken bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank.
   § 2. Het verzoekschrift wordt gericht aan de griffie per aangetekende brief en bevat :
   1° de aanduiding van de dag, maand en jaar;
   2° de aanduiding van de benaming, de juridische aard en maatschappelijke zetel van HR Rail;
   3° de naam, voornaam, woonplaats en hoedanigheid van de op te roepen personen;
   4° de handtekening van de persoon die bevoegd is om namens de verzoeker in rechte op te treden of van de advocaat van HR Rail.
   HR Rail voegt bij het verzoek een afschrift van de aangetekende zendingen bedoeld in § 1.
   § 3. In de bij § 1 bedoelde aangetekende zendingen moet HR Rail alle feiten vermelden die naar haar oordeel elke professionele samenwerking definitief onmogelijk maken vanaf het ogenblik waarop zij door de arbeidsgerechten als juist en voldoende zwaarwichtig zouden beoordeeld worden. In geen geval mogen deze feiten verband houden met de uitoefening van het mandaat van syndicaal afgevaardigde.
   § 4. De modaliteiten, de termijnen van kennisgeving en de vermeldingen die dit artikel oplegt, zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 166. [1 § 1. Een onderhandelingsperiode van vijf werkdagen begint de derde werkdag na de dag waarop de bij artikel 165 bedoelde aangetekende zendingen werden verzonden.
   Het personeelslid en de organisatie die hem heeft voorgedragen, nemen contact op met HR Rail om hem in kennis te stellen van hun standpunt over de ingeroepen feiten.
   § 2. De partijen worden opgeroepen door de griffier om afzonderlijk en in persoon te verschijnen voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank, teneinde ingelicht te worden over de draagwijdte van de te volgen procedure, op een rechtsdag die wordt vastgesteld tijdens de periode bedoeld in § 1. Een afschrift van het verzoekschrift wordt bij de oproeping gevoegd.
   § 3. De voorzitter legt een nieuwe rechtsdag vast die onmiddellijk na de onderhandelingsperiode valt en waarop hij de partijen tracht te verzoenen.
   Indien een akkoord bereikt wordt, legt de voorzitter de bepalingen hiervan vast in het proces-verbaal dat hij opmaakt en de uitgifte wordt bekleed met de formule van uitvoerbaarheid.
   Indien de partijen niet kunnen verzoend worden, maakt de voorzitter hiervan melding in de beschikking die hij dezelfde dag neemt en waarbij hij zich uitspreekt over de eventuele schorsing van de arbeidsovereenkomst van de syndicaal afgevaardigde tijdens de duur van de procedure betreffende de erkenning van de dringende reden.
   De beslissing wordt gestoeld op de overweging dat de ingeroepen redenen vreemd zijn aan de hoedanigheid van syndicaal afgevaardigde en aan vakbondsactiviteiten en heeft gevolg vanaf de datum van de aanhangigmaking bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank door HR Rail met toepassing van artikel 167. Zij is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. Zij wordt aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak.
   § 4. De schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst houdt tevens de schorsing in van de uitoefening van het mandaat van syndicaal afgevaardigde.
   § 5. Voor de kandidaat-syndicaal afgevaardigde, beslist HR Rail zelf of de arbeidsovereenkomst tijdens de gerechtelijke procedure zal worden geschorst. Deze schorsing kan geen aanvang nemen voor de datum van de dagvaarding bedoeld in artikel 167.
   § 6. Onder partijen wordt verstaan HR Rail, het personeelslid en de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 27, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 167. [1 Indien HR Rail na verloop van de bij artikel 166, § 1, vastgestelde onderhandelingsperiode bij haar voornemen blijft om te ontslaan, moet zij de zaak bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank volgens de vormen van het kort geding aanhangig maken binnen drie werkdagen na verloop van de onderhandelingsperiode zo het om een kandidaat-syndicaal afgevaardigde gaat en binnen drie werkdagen na de dag waarop de beslissing van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, bedoeld in artikel 166, § 3, door de griffie ter kennis is gebracht, zo het om een syndicaal afgevaardigde gaat.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 28, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 168. [1 De dagvaarding vermeldt de dringende reden die het verzoek rechtvaardigt. De ingeroepen feiten mogen niet verschillen van die welke met toepassing van artikel 165, § 1 ter kennis werden gebracht. Tijdens de procedure mag geen enkele andere reden aan het arbeidsgerecht worden voorgelegd. Een afschrift van de aangetekende zending die, zoals geregeld in artikel 165, § 1, moet worden verstuurd naar het personeelslid en de organisatie die hem heeft voorgedragen, moet bij het dossier worden gevoegd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 29, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 169. [1 De zaak wordt bij de eerstvolgende nuttige zitting ingeleid en in behandeling genomen teneinde de partijen te verzoenen.
   Indien de partijen niet verzoend kunnen worden, maakt de voorzitter hiervan melding in de beschikking die hij diezelfde dag neemt en waarbij hij de zaak naar een kamer van de rechtbank verwijst. Deze beschikking wordt ter kennis gebracht van de partijen uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak en is niet vatbaar voor hoger beroep of voor verzet.
   De terechtzitting van de arbeidsrechtbank tijdens welke de zaak wordt gepleit, vindt plaats binnen een termijn van dertig werkdagen. De rechter kan deze termijn nochtans verlengen tot vijfenveertig dagen met de instemming van de partijen.
   Hij bepaalt eveneens de termijnen voor het neerleggen van de stukken en de conclusies.
   Deze beslissingen van de voorzitter worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Zij zijn niet vatbaar voor hoger beroep of voor verzet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 30, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 170. [1 Indien de voorzitter van de arbeidsrechtbank bij wijze van voorlopige maatregel voor een syndicaal afgevaardigde beslist of indien HR Rail voor een kandidaat-syndicaal afgevaardigde beslist dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst moet blijven tot hem de in kracht van gewijsde gegane uitspraak over de ernst van de door HR Rail ingeroepen redenen wordt betekend of, indien er geen hoger beroep geweest is, tot bij het verstrijken van de termijn voor hoger beroep moet HR Rail op het einde van elke gewone betaalperiode een vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkeringen betalen, waardoor aan de syndicaal afgevaardigde of aan de kandidaat-syndicaal afgevaardigde een inkomen wordt gewaarborgd dat gelijk is aan zijn nettoloon.
   De Koning bepaalt de wijze van berekening van deze bijkomende vergoeding. Het referteloon dat als basis dient voor de berekening van de bijkomende vergoeding is gebonden aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de formule die normaal van toepassing is op het loon van dit personeelslid.
   De bepalingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers zijn van toepassing op de betaling door HR Rail van de bij dit artikel bedoelde bijkomende vergoeding.
   De bijkomende vergoeding bedoeld in het eerste lid blijft verworven voor de syndicaal afgevaardigde en aan de kandidaat-syndicaal afgevaardigde, ongeacht de beslissing van het arbeidsgerecht over de door HR Rail ingeroepen redenen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 31, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 171. [1 Nadat de rechter met toepassing van artikel 169, vijfde lid, zijn beslissing heeft gewezen, neemt HR Rail als eerste conclusie.
   De beslissing wordt geacht op tegenspraak te zijn gewezen ten opzichte van de niet-verschenen partij of de partij die geen conclusies heeft genomen binnen de termijnen vastgesteld overeenkomstig artikel 169, vierde lid. Zij wordt uitgesproken binnen de acht dagen die volgen op de sluiting van de debatten.
   Uitstel kan slechts één keer worden verleend. Het kan worden toegekend op grond van een met redenen omkleed verzoek en kan niet meer dan acht dagen bedragen.
   Het door middel van conclusies geformuleerde verzoek om getuigenverhoor bevat de naam, voornamen, woonplaats of, bij ontstentenis daarvan, de plaats van tewerkstelling van de getuigen. Voor het overige gelden de desbetreffende bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.
   De rechter bepaalt bij tussenvonnis de termijnen waarbinnen de onderzoeksmaatregelen worden uitgevoerd. Hiertegen is geen hoger beroep mogelijk. Die termijnen gelden voor de partijen op straffe van verval.
   De rechter doet uitspraak binnen acht dagen na de sluiting van de debatten.
   Indien het openbaar ministerie kennis krijgt van de zaak, moet het zijn advies neerleggen binnen vijf dagen na het sluiten van de debatten. In dat geval wordt de beraadslagingstermijn met vijf dagen verlengd.
   Alle vonnissen worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Ze zijn niet vatbaar voor verzet en, behalve het eindvonnis, zijn ze niet vatbaar voor hoger beroep.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 32, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 172. [1 § 1.Tegen het eindvonnis van de arbeidsrechtbank kan met een verzoekschrift hoger beroep aangetekend worden binnen tien werkdagen vanaf de betekening. Dit verzoekschrift wordt ingediend per aangetekende brief en wordt door de griffie aan alle partijen toegezonden. De zaak wordt geacht aanhangig te zijn gemaakt bij het arbeidshof de dag dat de aangetekende brief werd ingediend.
   In afwijking van artikel 1057 van het Gerechtelijk Wetboek, vermeldt het verzoekschrift de opgave van de middelen in hoger beroep; enkel de middelen in het verzoekschrift zijn ontvankelijk.
   Het volledige dossier van de eiser in hoger beroep moet bij de griffie neergelegd worden binnen drie werkdagen na de verzending van het verzoekschrift.
   § 2. De eerste voorzitter van het arbeidshof die in een enkele zitting zetelt, neemt een beschikking waarbij de zaak toebedeeld wordt aan een kamer van het arbeidshof die hij aanwijst. Deze beschikking wordt ter kennis gebracht van de partijen ten laatste de derde werkdag na de uitspraak en is niet vatbaar voor hoger beroep noch voor verzet.
   De terechtzitting van het arbeidshof tijdens welke de zaak wordt gepleit, vindt plaats binnen een termijn van maximum dertig werkdagen vanaf de dag van de uitspraak van de in het vorig lid bedoelde beschikking. Deze termijn kan nochtans verlengd worden tot vijfenveertig werkdagen met instemming van de partijen.
   De rechter bepaalt eveneens de termijnen voor het neerleggen van de stukken en de conclusies.
   De beslissing van het hof wordt aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak.
   Uitstel kan slechts één keer worden toegekend. Het wordt toegekend op grond van een met redenen omkleed verzoek en kan niet meer dan acht dagen bedragen.
   Het hof bepaalt bij tussenarrest de termijnen waarbinnen de onderzoeksmaatregelen worden uitgevoerd. Hiertegen staat geen voorziening in cassatie open. Die termijnen gelden voor de partijen op straffe van verval.
   § 3. Het hof doet uitspraak binnen acht dagen na de sluiting van de debatten.
   Als de partijen de termijnen voor de neerlegging van de conclusies en de stukken vastgesteld door de eerste voorzitter met toepassing van § 2 niet naleven, wordt een arrest bij verstek gewezen dat geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen.
   Indien het openbaar ministerie kennis krijgt van de zaak, moet het zijn advies geven binnen vijf dagen na het sluiten van de debatten. In dat geval wordt de beraadslagingstermijn met vijf dagen verlengd.
   Alle arresten worden aan de partijen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief uiterlijk de derde werkdag na de uitspraak. Ze zijn niet vatbaar voor verzet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 33, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 173. [1 Wanneer de arbeidsrechtbank of het arbeidshof de dringende reden erkent, gaat de termijn van drie werkdagen bepaald in artikel 35, derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, in op de derde werkdag na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of, indien er hoger beroep is ingesteld, de derde werkdag na de kennisgeving van het arrest.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 34, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 174. [1 Het personeelslid van wie de uitvoering van arbeidsovereenkomst is geschorst tijdens de duur van het geding betreffende de erkenning van de dringende reden, kan aan de overeenkomst een einde maken zonder opzeggingstermijn of -vergoeding.
   Wanneer de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst niet geschorst is, moet hij de wettelijke opzeggingstermijn in acht nemen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 35, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Afdeling 4. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 36, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 175. [1 Wanneer HR Rail een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst zonder de bij afdeling 2 en afdeling 3 bedoelde voorwaarden en procedure na te leven, kan het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn reïntegratie in de onderneming aanvragen onder dezelfde voorwaarden als die welke hij voor de beëindiging van zijn overeenkomst genoot, op voorwaarde dat per aangetekende zending hiertoe een aanvraag wordt ingediend binnen dertig dagen volgend op :
   - de datum van de betekening van de opzegging of de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging;
   - of de dag van de voordracht van de kandidaturen zo deze na de datum van de betekening van de opzegging of de datum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegging geschiedt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 37, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 176. [1 Bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 175, moet HR Rail, die het personeelslid reïntegreert, het gederfde loon uitbetalen en de uit hoofde van dat loon verschuldigde werkgevers- en werknemersbijdragen voor sociale zekerheid storten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 38, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 177. [1 Wanneer het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen, zijn reïntegratie niet heeft aangevraagd binnen de bij artikel 175 vastgestelde termijnen, moet HR Rail hem, uitgezonderd in het geval dat de verbreking heeft plaatsgehad voor de indiening van de kandidaturen, onverminderd het recht op een hogere vergoeding, verschuldigd op grond van de individuele arbeidsovereenkomst of van de gebruiken en op elke andere schadevergoeding wegens materiële of morele schade, een vergoeding betalen gelijk aan het lopende loon dat overeenstemt met de duur van :
   - twee jaar zo hij minder dan tien dienstjaren in de onderneming telt;
   - drie jaar zo hij tien doch minder dan twintig dienstjaren in de onderneming telt;
   - vier jaar zo hij twintig of meer dienstjaren in de onderneming telt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 39, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 178. [1 § 1. Wanneer het personeelslid of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn reïntegratie heeft aangevraagd en deze door HR Rail niet werd aanvaard binnen de dertig dagen na de dag waarop het verzoek hem per aangetekende zending werd verzonden, moet HR Rail aan het personeelslid de bij artikel 177 bedoelde vergoeding betalen, evenals het loon voor het nog resterende gedeelte van de periode tot aan het einde van het mandaat van de leden die het personeel vertegenwoordigen bij de verkiezingen waarvoor hij kandidaat is geweest.
   § 2. Ingeval van betwisting moet HR Rail het bewijs leveren dat zij de reïntegratie, die haar gevraagd werd, aanvaard heeft.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 40, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 179. [1 Diezelfde vergoedingen zijn eveneens verschuldigd wanneer de arbeidsovereenkomst door het personeelslid werd beëindigd wegens feiten die een dringende reden uitmaken in hoofde van HR Rail of wanneer HR Rail de beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank, genomen met toepassing van artikel 166 en waarin besloten wordt tot de voortzetting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdens de procedure voor de arbeidsgerechten, niet in acht neemt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 41, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 180. [1 Het personeelslid dat ontslagen wordt in strijd met de bepalingen van deze wet en in de onderneming gereïntegreerd wordt, neemt zijn mandaat opnieuw op.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 42, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Hoofdstuk 14. [1 - Evaluatie]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 43, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

  Art. 181.[1 Om de organisatie en de werking van de sociale verkiezingen bedoeld in artikelen 126/2, 145, § 2 en 146 te verbeteren, gaat de Nationale Paritaire Commissie, minstens na elke sociale verkiezing, over tot de evaluatie van de implementatie van de wet van 18 maart 2018 houdende wijzigingen van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen en aan het Gerechtelijk Wetboek inzake de sociale verkiezingen voor bepaalde organen van sociale dialoog van de Belgische Spoorwegen en dit met het oog op eventuele aanpassingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-03-18/01, art. 44, 012; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
  
  

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 14-05-2020 GEPUBL. OP 13-07-2020
    (GEWIJZIGD ART. : 153/1)
  • originele versie
  • WET VAN 18-03-2018 GEPUBL. OP 22-03-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 114/1; 118; 154; 155; 156; 157; 158; 159; 160; 161; 162; 163; 164; 165; 166; 167; 168; 169; 170; 171; 172; 173; 174; 175; 176; 177; 178; 179; 180; 181)
    (GEWIJZIGDE ART. : 126/2; 145; 146)
  • originele versie
  • WET VAN 29-11-2017 GEPUBL. OP 17-01-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 114/2; 153/1)
  • originele versie
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 26-07-2017 GEPUBL. OP 26-09-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 114/1)
  • originele versie
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 18-05-2017 GEPUBL. OP 23-05-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 114/1)
  • originele versie
  • WET VAN 03-08-2016 GEPUBL. OP 07-09-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 31/1; 114/1; 116; 122/1; 123; 126/1; 126/2; 126/3; 126/4; 128; 132-135; 144; 145; 146; 151)
  • originele versie
  • WET VAN 18-03-2016 GEPUBL. OP 30-03-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 81)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-12-2013 GEPUBL. OP 16-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 1bis; 2; 4; 14)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-12-2013 GEPUBL. OP 16-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 66-153 ; OPSCHRIFT; 13; 13bis)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 11-12-2013 GEPUBL. OP 16-12-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 21-65) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 06-07-2007 GEPUBL. OP 17-07-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 9)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 18-10-2004 GEPUBL. OP 20-10-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1BIS; 2; 4; 13; 13BIS; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 14; 15; 17)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 14-06-2004 GEPUBL. OP 24-06-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 13BIS)
  • 1997014079; 1997-04-02
  • WET VAN 17-03-1997 GEPUBL. OP 02-04-1997
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 30-09-1992 GEPUBL. OP 14-10-1992
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 4; 6; 8; 8BIS; 9; 11; 12; 13; 16)
    (GEWIJZIGDE ART. : 18; 19)
  • WET VAN 21-03-1991 GEPUBL. OP 27-03-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1BIS; 1TER; 13)
  • WET VAN 30-12-1988 GEPUBL. OP 05-01-1989
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 29-08-1986 GEPUBL. OP 16-09-1986
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 31-12-1983 GEPUBL. OP 13-01-1984

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zittijd 1925-1926. Kamer der Volksvertegenwoordigers. Bescheiden. - Nrs 384, 397 en 418. Handelingen. - Vergadering : van 16 en 17 Juli 1926. Senaat. Bescheiden. - Nrs 208 en 227. Handelingen. - Vergadering van 22 Juli 1926.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 38 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
    Franstalige versie