J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 197 uitvoeringbesluiten 24 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1882/02/28/1882022801/justel

Titel
28 FEBRUARI 1882. - Jachtwet.
(NOTA 1 : Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999-03-25/53, art. 43, Inwerkingtreding : 04-07-1999, uitgezonderd artikel 10)
(NOTA 2 : Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 2012-03-01/15, art.118, § 2, 1°, 020; Inwerkingtreding : 26-03-2012)
(NOTA 3 : Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij VARIA 2014-04-25/A3, art. 59,2°, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2015, uitgezonderd artikel 10)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-11-1987 en tekstbijwerking tot 08-10-2018)

Publicatie : 03-03-1882 nummer :   1882022801 bladzijde : 841
Dossiernummer : 1882-02-28/30
Inwerkingtreding : 13-03-1882

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
Art. 1 VLAAMS GEWEST
Art. 1 WAALS GEWEST
Art. 1bis
Art. 1bis VLAAMS GEWEST
Art. 1bis WAALS GEWEST
Art. 1ter VLAAMS GEWEST
Art. 1ter WAALS GEWEST
Art. 1quater WAALS GEWEST
Art. 1quinquies WAALS GEWEST
Art. 1sexies WAALS GEWEST
Art. 2
Art. 2 VLAAMS GEWEST
Art. 2 WAALS GEWEST
Art. 2bis
Art. 2bis VLAAMS GEWEST
Art. 2bis WAALS GEWEST
Art. 2ter WAALS GEWEST
Art. 3
Art. 3 VLAAMS GEWEST
Art. 3 WAALS GEWEST
Art. 4
Art. 4 VLAAMS GEWEST
Art. 4 WAALS GEWEST
Art. 5
Art. 5 VLAAMS GEWEST
Art. 5 WAALS GEWEST
Art. 5bis WAALS GEWEST
Art. 6
Art. 6 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 6 VLAAMS GEWEST
Art. 6 WAALS GEWEST
Art. 6bis
Art. 6bis VLAAMS GEWEST
Art. 6bis WAALS GEWEST
Art. 6ter
Art. 6ter VLAAMS GEWEST
Art. 7
Art. 7 VLAAMS GEWEST
Art. 7 WAALS GEWEST
Art. 7bis
Art. 7bis VLAAMS GEWEST
Art. 7bis WAALS GEWEST
Art. 7ter
Art. 7ter VLAAMS GEWEST
Art. 8
Art. 8 VLAAMS GEWEST
Art. 8 WAALS GEWEST
Art. 9
Art. 9 VLAAMS GEWEST
Art. 9 WAALS GEWEST
Art. 9bis
Art. 9bis VLAAMS GEWEST
Art. 9bis WAALS GEWEST
Art. 10
Art. 10 VLAAMS GEWEST
Art. 10 WAALS GEWEST
Art. 10 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Art. 11
Art. 11 VLAAMS GEWEST
Art. 11 WAALS GEWEST
Art. 12
Art. 12 VLAAMS GEWEST
Art. 12 WAALS GEWEST
Art. 12bis WAALS GEWEST
Art. 12ter WAALS GEWEST
Art. 12quater WAALS GEWEST
Art. 13
Art. 13 VLAAMS GEWEST
Art. 13 WAALS GEWEST
Art. 14
Art. 14 WAALS GEWEST
Art. 14 VLAAMS GEWEST
Art. 15
Art. 15 VLAAMS GEWEST
Art. 15 WAALS GEWEST
Art. 16
Art. 16 VLAAMS GEWEST
Art. 17-18
Art. 18 VLAAMS GEWEST
Art. 19-20
Art. 20 VLAAMS GEWEST
Art. 21
Art. 21 VLAAMS GEWEST
Art. 22
Art. 22 VLAAMS GEWEST
Art. 22 WAALS GEWEST
Art. 23
Art. 23 VLAAMS GEWEST
Art. 24
Art. 24 VLAAMS GEWEST
Art. 24 WAALS GEWEST
Art. 25
Art. 25 WAALS GEWEST
Art. 26
Art. 26 VLAAMS GEWEST
Art. 27
Art. 27 VLAAMS GEWEST
Art. 28
Art. 28 VLAAMS GEWEST
Art. 28 WAALS GEWEST
Art. 29
Art. 29 VLAAMS GEWEST
Art. 30
Art. 30 VLAAMS GEWEST
Art. 30bis
Art. 30bis VLAAMS GEWEST
Art. 30bis WAALS GEWEST
Art. 30ter WAALS GEWEST
Art. 31
Art. 31 VLAAMS GEWEST
Art. 31bis
Art. 31bis VLAAMS GEWEST
Art. 31ter
Art. 31ter VLAAMS GEWEST
Art. 32
Art. 32 WAALS GEWEST
Bepalingen eigen aan het Waals Gewest. <DWG 19-07-1985, art. 1>
Art. 33 WAALS GEWEST
Art. 34 WAALS GEWEST
Art. 35 WAALS GEWEST
Art. 36 WAALS GEWEST
Art. 37 WAALS GEWEST

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.<Zie NOTA onder TITEL> (De Minister van Landbouw bepaalt elk jaar, voor elke provincie of gedeelte van provincie, voor elke categorie, soort, type of geslacht van wild, en voor elke jachtwijze, de data van opening en die van de sluiting van de jacht.) <KB 10-07-1972, art. 1>
  De besluiten betreffende de opening en de sluiting van de jacht worden ten minste acht dagen vóór de aldus bepaalde datums bekendgemaakt.

  Art. 1_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 1_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest wordt verstaan onder :
  1° jachtbedrijf : de handeling die erin bestaan wild te vangen of te doden, alsook zijn opzoeking of achtervolging met hetzelfde doeleinde;
  2° jachtjaar : periode van twaalf maanden waarvan de openings- en sluitingsdata door de Regering vastgelegd worden;
  3° [2 Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden : de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden, afdeling "Jacht", bedoeld in artikel 2/6, § § 1, 2 en 4 van het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie;]2
  4° jachtraad : iedere door de Regering erkende rechtspersoon die voor het klein wild, het grof wild en het waterwild het jachtbeheer coördineert op een gebied waarvan de oppervlakte voldoende is ten opzichte van de biologische eigenschappen van het betrokkene wild en waarvan onder meer de houders van een jachtrecht op dit gebied lid zijn. De Regering bepaalt de algemene voorwaarden en de procedure voor de erkenning van de jachtraden;
  5° loslaten : handeling die erin bestaat dieren als wild op een jachtgebied los te laten;
  6° gebruiker : iedere persoon die een werkelijk belang heeft te verdedigen op de goederen zelf die hij gebruikt of uitbaat;
  7° wildklem : instrument dat dient om een dier vast te houden of te vangen door middel van haken die om één of meer poten van het dier dichtklappen, waardoor het dier deze poot of poten niet uit de klem kan bevrijden;
  8° afschotplan : beslissing tot vaststelling van het aantal dieren, verdeeld volgens hun soort, type, ouderdom en geslacht, die moeten of kunnen geschoten worden op een bepaald gebied tijdens één of meer jachtjaren;
  9° jachtkansel : ieder platform of gelijk welke verheven zitplaats, die het mogelijk maakt het wild te schieten vanaf een punt gelegen boven het normaal niveau van de grond. Worden ermee gelijkgesteld de al dan niet ingerichte bomen, die gebruikt worden voor het schieten van het wild, alsmede iedere op de grond aangelegde constructie of inrichting gebruikt voor het schieten van het wild, uitgezonderd de drijfplaatsen tijdens een drijfjacht;
  10°[1 afgesloten gebied : onverminderd artikel 2ter, tweede lid, elke ruimte die geheel of gedeeltelijk voortdurend of tijdelijk afgebakend is met één of meer hindernissen waardoor het vrije verkeer van elk soort grof wild belet wordt.]1
  § 2. [2 ...]2

  ----------
  (1)<DWG 2016-06-23/04, art. 1, 023; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 1bis.<Zie NOTA onder TITEL> <KB 10-07-1972, art. 2> Deze wet verstaat onder wild alle dieren die behoren tot de in dit artikel bedoelde soorten.
  Het wild wordt volgens volgende categorieën gerangschikt :
  a) Grof wild : edelherten (Cervus elaphus), reeën (Capreolus capreolus), damherten (Dama dama), moeflons (Ovis musimon), en wilde zwijnen (Sus scrofa);
  b) Klein wild : hazen (Lepus europaeus), fazanten (Phasianus colchicus), korhoenders (Lyrurus tetrix), patrijzen (Perdix perdix), houtsnippen (Scolopax rusticola), en koperwieken (Turdus iliacus), grote lijsters (Turdus viscivorus), kramsvogels (Turdus pilaris), kwartels (Coturnix coturnix), merels (Turdus merula), en Schotse sneeuwhoenders (Lagopus scoticus);
  c) Waterwild : alle soorten ganzen en eenden (Anatidae), voor zover deze vogels niet als pluimvee worden gehouden, goudplevieren (Pluvialis apricarius), watersnippen (Gallinago gallinago), poelsnippen (Gallinago media), bokjes (Lymnocryptes minimus), meerkoeten (Fulica astra), en kieviten (Vanellus vanellus), kokmeeuwen (Larus ridibundus), zilvermeeuwen (Larus argentatus), en waterhoenders (Gallinula chloropus);
  d) Overig wild : houtduiven (Columba palumbus), zwarte en bonte kraaien (Corvus corone corone en Corvus corone cornix), roeken (Corvus frugilegus), kauwen (Corvus monedula), Vlaamse gaaien (Garrulus glandarius), eksters (Pica pica), konijnen (Oryctolagus cuniculus), vossen (Vulpes vulpes), wilde katten (Felis sylvestris), verwilderde katten (Felis catus) bunzings (Putorius putorius), hermelijnen (Mustela erminea), wezels (Mustela nivalis), eekhoorns (Sciurus vulgaris), boom- en steenmarters (Martes martes en Martes foina), dassen (Meles meles), otters (Lutra lutra), en zeehonden (Phoca vitulina en Halichoerus grypus).

  Art. 1bis_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 1bis_WAALS_GEWEST.
  <BWG 1992-06-18/31, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 13-08-1992>
  Deze wet verstaat onder wild alle dieren die behoren tot de in dit artikel bedoelde soorten.
  Het wild wordt in volgende categorieën gerangschikt :
  1° Grof wild :
  - Edelherten (Cervus elaphus);
  - Reeën (Capreolus capreolus);
  - Damherten (Dama dama);
  - Moeflons (Ovis musimon);
  - Wilde zwijnen (Sus scrofa);
  2° Klein wild :
  - Hazen (Lepus europaeus);
  - Fazanten (Phasianus colchicus);
  - (...) Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  - Patrijzen (Perdrix perdrix);
  - Houtsnippen (Scolopax rusticola);
  3° Waterwild :
  - Kleine rietganzen (Anser brachyrhynchus);
  - Grauwe gans (Anser anser);
  - Rietganzen (Anser fabalis);
  - Kolganzen (Anser Albifrons, albifrons);
  - Canadese ganzen (Branta canadensis);
  - Krakeenden (Anas strepera);
  - Wilde eenden (Anas platyrhynchus);
  - Pijlstaarten (Anas acuta);
  - Smienten (Anas penelope);
  - Slobeenden (Anas clypeata);
  - Zomertalingen (anas querquedula);
  - Wintertaling (Anas crecca);
  - Tafeleenden (Aythya ferina);
  - Toppereenden (Aythya marila);
  - Kuifeenden (Aythya fuligula);
  - Goudplevieren (Pluvialis apricaria);
  - Watersnippen (Gallinago gallinago);
  - Bokjes (Lymnocryptes minimus);
  - Kieviten (Vanellus vanellus);
  - Meerkoeten (Fulica atra);
  - Waterhoenders (Gallinula chloropus);
  4° Overig wild :
  - Houtduiven (Columba palumbus);
  - Konijnen (Oryctolagus cuniculus);
  - Vossen (Vulpes vulpes);
  - Verwilderde katten (Felix catus);
  - Bunzings (Putorius putorius);
  - Hermelijnen (Mustela erminea);
  - Wezels (Mustela nivalis);
  - Boommarters (Martes martes);
  - Steenmarters (Martes foina).


  Art. 1ter_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 1ter_WAALS_GEWEST.
  <DWG 1994-07-14/51, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  In het Waalse Gewest bepaalt de Regering, na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1 en na overleg met de andere gewestelijke Regeringen en met de Regeringen van de Benelux-staten, de data van opening, van sluiting en die van schorsing van de jacht voor een periode van vijf jaar, voor het geheel of een gedeelte van zijn grondgebied, voor elke categorie, soort, type, of geslacht van wild en voor elke jachtwijze.
  Zo de sanitaire, biologische of meteorologische toestand het rechtvaardigt, kan de Regering, na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1, het krachtens het eerste lid bepaalde wijzigen voor de duur van een jachtjaar.
  Binnen een bepaalde perimeter kan de Regering, onder de door haar vastgelegde voorwaarden, afwijken van het krachtens het eerste en het tweede lid bepaalde, ten voordele van de houders van een jachtrecht die lid zijn van een door haar erkende jachtraad.
  De besluiten betreffende de opening en de sluiting van de jacht worden ten minste dertig dagen vóór de aldus bepaalde data bekendgemaakt.

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 1quater_WAALS_GEWEST.
  <DWG 1994-07-14/51, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995> In het Waalse Gewest kan de Regering, na advies van [2 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]2, de jacht met het geweer op door haar aangeduide wildsoorten afhankelijk maken van het houden [1 en het inachtnemen]1 van een door haar goedgekeurd afschotplan. Na advies van [2 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]2 bepaalt zij de procedure en de goedkeuringsvoorwaarden van het afschotplan, [1 de maatregelen ter controle van de naleving van de toepassing van dat plan, alsook de maatregelen die getroffen dienen te worden voor de naleving van laatstgenoemde]1.
  De inbreuken [1 op de bepalingen van dit artikel en diens uitvoeringsbesluiten]1 worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 1 000.

  ----------
  (1)<DWG 2010-10-21/03, art. 1, 019; Inwerkingtreding : 13-11-2010>
  (2)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 1quinquies_WAALS_GEWEST.
  <ingevoegd bij DWG 1994-07-14/51, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  In het Waalse Gewest kan de Regering verenigingen voor de opsporing van gekwetst grof wild erkennen.
  Na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1 bepaalt de Regering de erkenningsvoorwaarden en -procedure.
  De Regering kan afwijkingen van artikelen 2 en 6, 1e lid, aan de afgevaardigden van deze erkende verenigingen toekennen indien het nodig is een gekwetst grof wild uit zijn lijden te verlossen.
  Na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1 bepaalt de Regering de voorwaarden onder dewelke een persoon de hoedanigheid kan bekomen van afgevaardigde van een erkende vereniging.

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 1sexies_WAALS_GEWEST.
  <ingevoeegd bij DWG 1994-07-14/51, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  In het Waalse Gewest kan de Regering, na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1, een financiële tegemoetkoming toekennen aan acties ter bevordering van de studie, het behoud of de ontwikkeling van het in artikel 1bis bedoelde wild levend in de natuur, alsook aan elke actie tot bewustmaking hieromtrent.
  Deze tegemoetkoming kan aan elke natuurlijke of rechtspersoon toegekend worden.

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 2.<Zie NOTA onder TITEL> Het is verboden, op straffe van geldboete van honderd frank, te jagen tussen zonsondergang en zonsopgang.

  Art. 2_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij DVR 1991-07-04/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 2_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest is het verboden, op straffe van een geldboete van BEF 200 tot 1 000, te jagen tussen de officiële zonsondergang en de officiële zonsopgang.
  [1 In de bepalingen vastgelegd overeenkomstig artikel 1ter kan de Regering, na advies van [2 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]2, de loer- en bersjacht toelaten tijdens het uur na de officiële zonsondergang en tijdens het uur voor de officiële zonsopgang om rekening te houden met de dageraads- en schemerperioden waarin sommige soorten wild actief zijn.]1) <DWG 1994-07-14/51, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>

  ----------
  (1)<DWG 2015-06-04/02, art. 1, 022; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  (2)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 2bis.<Zie NOTA onder TITEL> <KB 10-07-1972, art. 3> § 1. De jacht met het geweer is verboden op elk terrein waarvan de aaneengesloten oppervlakte minder bedraagt dan vijfentwintig hectaren ten noorden en ten westen van de lijn Samber en Maas en minder dan vijftig hectare ten zuiden van deze lijn.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten terreinen beschouwd, waarop over gans hun uitgestrektheid mag worden gejaagd, de jachtterreinen die doorsneden worden door een openbare of privé-weg, een niet bevaarbare waterloop of een spoorweg.
  Worden echter niet als aaneengesloten beschouwd de terreinen.
  1° die hetzij door een autoweg, hetzij door een bevaarbare waterloop, hetzij door een spoorweg met een breedte, bermen inbegrepen, van meer dan vijftig meter, worden doorsneden;
  2° die verbonden zijn door delen waarin omwille van hun afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken.
  De jacht met geweer is eveneens verboden op elk gedeelte van een terrein, welke ook de oppervlakte van dit laatste weze, waarin omwille van zijn afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken.
  § 2. De jacht met het geweer op waterwild is evenwel toegestaan op terreinen van geringere oppervlakte dan deze bepaald in § 1, mits deze terreinen, op het ogenblik dat de jacht wordt uitgeoefend, een minimum aaneengesloten wateroppervlakte van één hectare omvatten waarop de jacht toegestaan is.
  (Deze oppervlakte wordt op drie hectare gebracht in het Vlaamse Gewest.) <KB 30-06-1981, art. 1>
  Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten beschouwd alle ononderbroken wateroppervlakten, evenals de watervlakten die onderling op natuurlijke of kunstmatige wijze door een watergang verbonden zijn.
  § 3. De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de artikelen 8, eerste lid, 11, 16, 18, 20 tot 24 en 26 tot 30.

  Art. 2bis_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 2bis_WAALS_GEWEST.
  § 1. De jacht met het geweer is verboden op elk terrein waarvan de aaneengesloten oppervlakte minder bedraagt dan vijfentwintig hectaren ten noorden en ten westen van de lijn Samber en Maas en minder dan vijftig hectare ten zuiden van deze lijn.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten terreinen beschouwd, waarop over gans hun uitgestrektheid mag worden gejaagd, de jachtterreinen die doorsneden worden door een openbare of privé-weg, een niet bevaarbare waterloop of een spoorweg.
  Worden echter niet als aaneengesloten beschouwd de terreinen.
  1° die hetzij door een autoweg, hetzij door een bevaarbare waterloop, hetzij door een spoorweg met een breedte, bermen inbegrepen, van meer dan vijftig meter, worden doorsneden;
  2° die verbonden zijn door delen waarin omwille van hun afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken.
  De jacht met geweer is eveneens verboden op elk gedeelte van een terrein, welke ook de oppervlakte van dit laatste weze, waarin omwille van zijn afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken.
  § 2. De jacht met het geweer op waterwild is evenwel toegestaan op terreinen van geringere oppervlakte dan deze bepaald in § 1, mits deze terreinen, op het ogenblik dat de jacht wordt uitgeoefend, een minimum aaneengesloten wateroppervlakte van één hectare omvatten waarop de jacht toegestaan is.
  Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten beschouwd alle ononderbroken wateroppervlakten, evenals de watervlakten die onderling op natuurlijke of kunstmatige wijze door een watergang verbonden zijn.
  (§ 3. Op de terreinen, die verdeeld zijn over twee of meer gewesten of landen, is het jagen toegelaten onder de voorwaarden van dit decreet op het gedeelte van de terreinen gelegen in het Waalse Gewest, voor zover de totale oppervlakte van de aaneengesloten terreinen ten minste gelijk is aan het minimum dat geëist is in een van deze landen of in een van deze gewesten, en voor zover er een reciprociteitsbeginsel bestaat tussen het Waalse Gewest en deze aangrenzende landen of gewesten.) <1994-07-14/51, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  (§ 4. Wat het Waalse Gewest betreft, worden de inbreuken op de bepalingen van dit artikel gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 1 000.) <DWG 1994-07-14/51, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>


  Art. 2ter_WAALS_GEWEST.
  [1 In het Waalse Gewest is het verboden op elk grof wild te jagen op een afgesloten terrein, op straffe van een geldboete van 200 tot 1.000 euro.
   Deze bepaling is niet van toepassing op terreinen of delen van terreinen afgebakend met afsluitingen geplaatst voor de veiligheid van personen, met name om redenen van openbare veiligheid of wegveiligheid, voor de bescherming van de teelten en voor de handhaving van het vee.
   De Regering bepaalt de hoogte van de afsluitingen en de modaliteiten voor de plaatsing ervan.]1

  ----------
  (1)<DWG 2016-06-23/04, art. 2, 023; Inwerkingtreding : 16-07-2016>

  Art. 3.<Zie NOTA onder TITEL> Het is verboden, op straffe van geldboete van vijftig frank, te jagen op de spoorwegen en hun aanhorigheden.
  Op straffe van dezelfde geldboete is het aan ieder ander dan de aangelande eigenaar of zijn rechthebbende verboden te jagen op de openbare wegen en op de spoorwegbermen.
  De aangelande eigenaar mag op de spoorwegbermen van dit recht echter alleen gebruik maken om met buidels en fretten op konijnen te jagen.

  Art. 3_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 3_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest is het verboden, op straffe van een geldboete van BEF 100 tot 1 000, te jagen op de spoorwegen en hun aanhorigheden. De eigenaar kan echter het jagen toelaten indien de spoorweg niet meer in dienst is.) <DWG 1994-07-14/51, art. 11, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, Inwerkingtreding : 26-04-1995 wat de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) betreft>


  Art. 4.<Zie NOTA onder TITEL> Het is verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbenden op straffe van geldboete van vijftig frank, onverminderd schadevergoeding indien daartoe reden is.
  De geldboete wordt verhoogd tot honderd frank wanneer de grond met muren of hagen afgesloten is.

  Art. 4_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 4_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest is het verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbenden, op straffe van een geldboete van BEF 100 tot 1 000.
  De geldboete is van BEF 300 tot 1 000 wanneer het terrein met muren of hagen afgesloten is.) <DWG 1994-07-14/51, art. 12, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, Inwerkingtreding : 26-04-1995 wat de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) betreft>


  Art. 5.<Zie NOTA onder TITEL> Met geldboete van een frank tot tien frank worden gestraft zij, die wetens en willens hun honden laten jagen of rondlopen op gronden waarvan het jachtrecht aan een ander toebehoort.
  Het feit dat honden over andermans erf lopen bij het vervolgen van wild dat op het eigendom van hun meester is opgejaagd, kan worden geacht niet onder toepassing te vallen van dit artikel noch van het vorige artikel, behoudens de burgerlijke rechtsvordering in geval van schade.

  Art. 5_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 5_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest worden met een geldboete van BEF 50 tot 100 gestraft zij die wetens en willens hun honden laten jagen of rondlopen op gronden waarvan het jachtrecht aan een ander toebehoort.) <DWG 1994-07-14/51, art. 13, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, Inwerkingtreding : 26-04-1995 wat de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) betreft>


  Art. 5bis_WAALS_GEWEST.
  <ingevoegd bij DWG 1994-07-14/51, art. 14, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, Inwerkingtreding : 26-04-1995 wat de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) betreft>
  § 1. In het Waalse Gewest is het verplicht, vanuit een ethisch standpunt, gekwetst wild op te sporen.
  Deze opsporing is uitgevoerd door de houder van het jachtrecht of, onder zijn verantwoordelijkheid, door de door hem aangestelde personen.
  De houder van het jachtrecht kan de afgevaardigden aanstellen van de in artikel 1quinquies bedoelde erkende verenigingen voor de opsporing van gekwetst grof wild.
  De aanstelling kan mondeling of schriftelijk zijn.
  Iedere gewapende persoon, die gekwetst wild opspoort, moet in het bezit zijn van een jachtverlof.
  § 2. In het Waalse Gewest is het opsporen van gekwetst wild op andermans terrein toegelaten zonder de in artikel 4, 1e lid, bedoelde toestemming en in afwijking van artikel 5.
  Deze opsporing kan echter niet plaatsvinden :
  - op de plaatsen die een woning vormen in de zin van artikel 15 van de Grondwet;
  - zonder voorafgaande schriftelijke of mondelinge verwittiging van de betrokkene houder van het jachtrecht of van zijn beëdigde jachtopziener.
  § 3. De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 200.


  Art. 6.<Zie NOTA onder TITEL> <KB 10-07-1972, art. 4> Het is verboden, op straffe van geldboete van vijftig frank, op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Minister van Landbouw bepaalde tijden, onverminderd het recht van de eigenaar of pachter om, zelfs met vuurwapens, wilde dieren die schade zouden toebrengen aan hun eigendommen terug te drijven of te doden.
  Op straffe van dezelfde geldboete is het eveneens verboden eieren of broedsels van vogels, gerangschikt als klein wild of waterwild, weg te nemen of te vernielen op andermans grond, te koop te stellen, te verkopen, te kopen, te vervoeren of te venten.
  Het vervoer en het in de handel brengen van kievitseieren zijn evenwel toegestaan.
  De eigenaar of de bezitter mag te allen tijde zonder jachtverlof jagen of doen jagen in zijn bezittingen die grenzen aan zijn woning en omringd zijn met een doorlopende afsluiting, die elk verkeer met de naburige erven en elke doorgang van wild verhindert.

  Art. 6_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
  <KB 10-07-1972, art. 4> Het is verboden, op straffe van geldboete van vijftig frank, op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Minister van Landbouw bepaalde tijden, onverminderd het recht van de eigenaar of pachter om, zelfs met vuurwapens, wilde dieren die schade zouden toebrengen aan hun eigendommen terug te drijven of te doden.
  (...) <ORD 1991-09-29/33, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 23-11-1991>
  (...) <ORD 1991-08-29/33, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 23-11-1991>
  De eigenaar of de bezitter mag te allen tijde zonder jachtverlof jagen of doen jagen in zijn bezittingen die grenzen aan zijn woning en omringd zijn met een doorlopende afsluiting, die elk verkeer met de naburige erven en elke doorgang van wild verhindert.


  Art. 6_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven, voor het Vlaamse Gewest, bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 6_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest is het verboden op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Regering bepaalde tijden.
  Het is eveneens verboden te eniger tijd eieren of broedsels van vogels, gerangschikt als wild en levend in de natuur, weg te nemen of te vernielen, te koop te stellen, te verkopen, te kopen, te vervoeren of te venten.
  De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van BEF 200 tot 1 000.) <DWG 1994-07-14/51, art. 15, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, Inwerkingtreding : 26-04-1995 wat de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) betreft)>


  Art. 6bis.<Zie NOTA onder TITEL> <W 04-04-1900, art. 1> <Beperkt toepassingsgebied, zie art. 33> Everzwijnen worden als wilde dieren beschouwd en de grondgebruikers, de personen aan wie zij daartoe opdracht geven en de beëdigde wachters van de grondgebruiker mogen ze te allen tijde doden door middel van vuurwapens, zonder voorzien te zijn van een jachtverlof.
  De Koning bepaalt onder welke voorwaarden de in het vorige lid bedoelde opdracht wordt verleend.
  De Koning bepaalt eveneens onder welke voorwaarden loerjacht op everzwijnen mag geschieden.

  Art. 6bis_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 6bis_WAALS_GEWEST.
  (De Regering bepaalt de modaliteiten voor de verzameling en de analyse van biologische gegevens betreffende de populaties van steenmarter, bunzing en marter om toezicht te houden op hun staat van instandhouding.) <DWG 2001-12-06/56, art. 18, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2002>


  Art. 6ter.<Zie NOTA onder TITEL> <W 20-06-1963, art. 3> Houtduiven worden als schadelijke vogels beschouwd. Voor het gebruik van vuurwapens zonder jachtverlof, met het oog op het verdelgen ervan door de grondgebruiker, is de in artikel 7ter vermelde machtiging vereist.

  Art. 6ter_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 7.<Zie NOTA onder TITEL> <W 04-04-1900, art. 2> Hij die grond in gebruik heeft, mag daarop te allen tijde wilde konijnen vangen en doden.
  Hij kan, onder zijn verantwoordelijkheid, daarmee ieder persoon belasten die niet veroordeeld is wegens velddiefstal, jachtmisdrijf, aanslag op personen of op eigendommen.
  Deze last moet blijken uit een verklaring afgelegd voor de burgemeester of zijn gemachtigde.
  Het is verboden gebruik te maken van vergif.
  Voor het gebruik van vuurwapens is de in artikel 7ter vermelde machtiging vereist.
  Bovendien wordt bij koninklijk besluit bepaald welke verdelgingsmiddelen en -tuigen de grondgebruiker, in afwijking van artikel 8, mag aanwenden.
  Elke overeenkomst die strijdig is met de rechten door deze wet aan de grondgebruiker toegekend, is nietig.
  De houder van het jachtrecht of zijn gemachtigde mag, indien hij voorzien is van een jachtverlof, te allen tijde, een halfuur vóór zonsopgang en een halfuur na zonsondergang, konijnen op de loer schieten.
  Het is verboden, behoudens machtiging van de Minister van landbouw levende wilde konijnen of vossen te verkopen, te kopen, te koop te stellen, te vervoeren of te venten om het even door welk middel, op straffe van geldboete van tweehonderd frank tot duizend frank en van gevangenisstraf van acht dagen of van eé»n van die straffen alleen. <W 20-06-1963, art. 2>
  Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die afsluitingen, geplaatst om het in- en uitgaan van wilde konijnen te beletten, kwaadwillig vernielt, beschadigt of daarin een opening maakt, ofwel het doorgaan van konijnen door onder of boven de afsluitingen op enigerlei wijze vergemakkelijkt.
  Lid 12 impliciet opgeheven <W 30-12-1936, enig artikel>

  Art. 7_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 7_WAALS_GEWEST.
  (§ 1. Op voorwaarde dat er geen bevredigende oplossing bestaat en zonder het voortbestaan van de betrokkene populatie te schaden, kan de Regering, na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1, de vangst, de verdrijving of de bestrijding van wildsoorten toelaten [2 of bevelen]2 :
  a. in het belang van de bescherming van fauna en flora;
  b. om belangrijke schade aan teelten, veeteelt, bossen, visserijen, wateren te voorkomen;
  c. in het belang van de volksgezondheid en -veiligheid, alsook voor de luchtveiligheid;
  d. met het oog op vorsing en educatie, herbevolking, herinvoering alsook voor het kweken in verband met deze acties.
  De Regering bepaalt de tijd- en plaatsomstandigheden, de middelen, installaties of methodes die kunnen gebruikt worden en welke personen bevoegd zijn voor de vangst, de verdrijving of de bestrijding, alsook de voorwaarden die zij moeten vervullen.
  De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 400.) <DWG 1994-07-14/51, art. 16, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, Inwerkingtreding : 26-04-1995 wat de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) betreft>
  (§ 2. Op grond van de gegevens verzameld krachtens artikel 6 bis, neemt de Regering de noodzakelijke maatregelen om de onttrekking en de exploitatie van de steenmarter, de marter en de bunzing te beperken en om die soorten in een gunstige staat van instandhouding te bewaren.
  Die maatregelen kunnen met name behelzen :
  1° voorschriften betreffende de toegang tot sommige gebieden;
  2° een tijdelijk of plaatselijk verbod op het onttrekken van specimens aan de natuur en het exploiteren van bepaalde populaties;
  3° voorschriften omtrent de onttrekkingsperioden en/of -wijzen;
  4° het bij de onttrekking toepassen van jachtregels die beantwoorden aan de eisen van instandhouding;
  5° de instelling van een stelsel van onttrekkingsvergunningen of quota;
  6° voorschriften betreffende het kopen, het verkopen, het te koop aanbieden, het in bezit hebben en het vervoeren voor verkoop van specimens.) <DWG 2001-12-06/56, art. 19, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2002>

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>
  (2)<DWG 2018-07-17/04, art. 178, 025; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 7bis.<Zie NOTA onder TITEL> <W 04-04-1900, art. 2> De vergoeding voor schade, door konijnen aan vruchten en gewassen veroorzaakt, bedraagt het dubbele van de schade.
  Hij die beweert schade te hebben geleden, richt tot de vrederechter een mondeling of schriftelijk verzoek, waarin hij zijn naam, beroep en woonplaats en die van de verantwoordelijke persoon vermeldt, alsmede het voorwerp en de oorzaak van de eis.
  Geschiedt het verzoek mondeling, dan maakt de rechter daarvan proces-verbaal op. Binnen de acht dagen benoemt hij een deskundige en, na te bekwamer tijd aangetekende brief en zo nodig bij geregistreerd telegram aan partijen kennis te hebben gegeven van de inhoud van het verzoek, alsmede van de dag en het uur van de plaatsopneming en van het deskundig onderzoek, begeeft hij zich, vergezeld van de deskundige ter plaatse. Is de eis vatbaar voor hoger beroep, dan maakt hij van de verklaringen van de deskundige proces-verbaal op en, indien daartoe reden is, ook van zijn eigen bevindingen. De partijen worden verzocht al hun middelen uiterlijk tijdens deze plaatsopneming te doen kennen.
  Tenzij de verweerder verkiest het bedrag, door de deskundige als dubbele vergoeding bepaald, en de kosten dadelijk te betalen, verwijst de rechter de zaak naar een terechtzitting, te houden binnen de eerstvolgende acht dagen. Is bij deze verwijzing een van de partijen niet aanwezig, dan wordt haar daarvan aanstonds kennis gegeven bij aangetekende brief. Op de terechtzitting waarnaar de zaak is verwezen, worden partijen zonder enige andere procesvorm gehoord en doet de rechter uitspraak.
  Indien de rechter een getuigenverhoor of een nieuw deskundig onderzoek beveelt, geschieden deze binnen acht dagen en partijen pleiten in voorkomend geval zonder verwijl. Het vonnis wordt terstond of uiterlijk binnen acht dagen uitgesproken.
  Worden de hierboven gestelde termijnen verlengd om uitzonderlijke redenen, dan worden deze in het vonnis vermeld.
  (Lid 7 opgeheven) <KBN64 30-11-1939, art. 290>
  Hij die beweert schade te hebben geleden, kan de zaak ook bij gewone dagvaarding aanhangig maken. In dat geval kan hij dagvaarden, hetzij tot behandeling van de zaak in haar geheel, hetzij alleen tot instelling van een deskundig onderzoek en dan zijn de leden 2 tot 6 niet van toepassing.
  Aan partijen wordt, binnen drie dagen na de uitspraak, bij ter post aangetekende brief kennis gegeven van het beschikkende gedeelte van elk vonnis dat niet in hun tegenwoordigheid is gewezen.
  Hoger beroep is niet meer ontvankelijk na veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis. Eisen van (duizend) frank en minder, berekend op de grondslag van het enkele schadebedrag, worden uitgewezen bij een vonnis dat niet vatbaar is voor hoger beroep, maar alleen voor verzet. <L 20-03-1948, art. 2>

  Art. 7bis_VLAAMS_GEWEST.
  <W 04-04-1900, art. 2> (Lid 1 opgeheven) <DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>
  Hij die beweert schade te hebben geleden, richt tot de vrederechter een mondeling of schriftelijk verzoek, waarin hij zijn naam, beroep en woonplaats en die van de verantwoordelijke persoon vermeldt, alsmede het voorwerp en de oorzaak van de eis.
  Geschiedt het verzoek mondeling, dan maakt de rechter daarvan proces-verbaal op. Binnen de acht dagen benoemt hij een deskundige en, na te bekwamer tijd aangetekende brief en zo nodig bij geregistreerd telegram aan partijen kennis te hebben gegeven van de inhoud van het verzoek, alsmede van de dag en het uur van de plaatsopneming en van het deskundig onderzoek, begeeft hij zich, vergezeld van de deskundige ter plaatse. Is de eis vatbaar voor hoger beroep, dan maakt hij van de verklaringen van de deskundige proces-verbaal op en, indien daartoe reden is, ook van zijn eigen bevindingen. De partijen worden verzocht al hun middelen uiterlijk tijdens deze plaatsopneming te doen kennen.
  Tenzij de verweerder verkiest het bedrag, door de deskundige als dubbele vergoeding bepaald, en de kosten dadelijk te betalen, verwijst de rechter de zaak naar een terechtzitting, te houden binnen de eerstvolgende acht dagen. Is bij deze verwijzing een van de partijen niet aanwezig, dan wordt haar daarvan aanstonds kennis gegeven bij aangetekende brief. Op de terechtzitting waarnaar de zaak is verwezen, worden partijen zonder enige andere procesvorm gehoord en doet de rechter uitspraak.
  Indien de rechter een getuigenverhoor of een nieuw deskundig onderzoek beveelt, geschieden deze binnen acht dagen en partijen pleiten in voorkomend geval zonder verwijl. Het vonnis wordt terstond of uiterlijk binnen acht dagen uitgesproken.
  Worden de hierboven gestelde termijnen verlengd om uitzonderlijke redenen, dan worden deze in het vonnis vermeld.
  (Lid 7 opgeheven) <KBN64 30-11-1939, art. 290>
  Hij die beweert schade te hebben geleden, kan de zaak ook bij gewone dagvaarding aanhangig maken. In dat geval kan hij dagvaarden, hetzij tot behandeling van de zaak in haar geheel, hetzij alleen tot instelling van een deskundig onderzoek en dan zijn de leden 2 tot 6 niet van toepassing.
  Aan partijen wordt, binnen drie dagen na de uitspraak, bij ter post aangetekende brief kennis gegeven van het beschikkende gedeelte van elk vonnis dat niet in hun tegenwoordigheid is gewezen.
  Hoger beroep is niet meer ontvankelijk na veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis. Eisen van (duizend) frank en minder, berekend op de grondslag van het enkele schadebedrag, worden uitgewezen bij een vonnis dat niet vatbaar is voor hoger beroep, maar alleen voor verzet. <L 20-03-1948, art. 2>


  Art. 7bis_WAALS_GEWEST.
  <W 04-04-1900, art. 2> De vergoeding voor schade, door konijnen aan vruchten en gewassen veroorzaakt, bedraagt het dubbele van de schade.
  Hij die beweert schade te hebben geleden, richt tot de vrederechter een mondeling of schriftelijk verzoek, waarin hij zijn naam, beroep en woonplaats en die van de verantwoordelijke persoon vermeldt, alsmede het voorwerp en de oorzaak van de eis.
  Geschiedt het verzoek mondeling, dan maakt de rechter daarvan proces-verbaal op. Binnen de acht dagen benoemt hij een deskundige en, na te bekwamer tijd aangetekende brief en zo nodig bij geregistreerd telegram aan partijen kennis te hebben gegeven van de inhoud van het verzoek, alsmede van de dag en het uur van de plaatsopneming en van het deskundig onderzoek, begeeft hij zich, vergezeld van de deskundige ter plaatse. Is de eis vatbaar voor hoger beroep, dan maakt hij van de verklaringen van de deskundige proces-verbaal op en, indien daartoe reden is, ook van zijn eigen bevindingen. De partijen worden verzocht al hun middelen uiterlijk tijdens deze plaatsopneming te doen kennen.
  Tenzij de verweerder verkiest het bedrag, door de deskundige als dubbele vergoeding bepaald, en de kosten dadelijk te betalen, verwijst de rechter de zaak naar een terechtzitting, te houden binnen de eerstvolgende acht dagen. Is bij deze verwijzing een van de partijen niet aanwezig, dan wordt haar daarvan aanstonds kennis gegeven bij aangetekende brief. Op de terechtzitting waarnaar de zaak is verwezen, worden partijen zonder enige andere procesvorm gehoord en doet de rechter uitspraak.
  Indien de rechter een getuigenverhoor of een nieuw deskundig onderzoek beveelt, geschieden deze binnen acht dagen en partijen pleiten in voorkomend geval zonder verwijl. Het vonnis wordt terstond of uiterlijk binnen acht dagen uitgesproken.
  Worden de hierboven gestelde termijnen verlengd om uitzonderlijke redenen, dan worden deze in het vonnis vermeld.
  (Lid 7 opgeheven) <KBN64 30-11-1939, art. 290>
  Hij die beweert schade te hebben geleden, kan de zaak ook bij gewone dagvaarding aanhangig maken. In dat geval kan hij dagvaarden, hetzij tot behandeling van de zaak in haar geheel, hetzij alleen tot instelling van een deskundig onderzoek en dan zijn de leden 2 tot 6 niet van toepassing.
  Aan partijen wordt, binnen drie dagen na de uitspraak, bij ter post aangetekende brief kennis gegeven van het beschikkende gedeelte van elk vonnis dat niet in hun tegenwoordigheid is gewezen.
  Hoger beroep is niet meer ontvankelijk na veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis. Eisen van (24,79 euro) en minder, berekend op de grondslag van het enkele schadebedrag, worden uitgewezen bij een vonnis dat niet vatbaar is voor hoger beroep, maar alleen voor verzet. <L 20-03-1948, art. 2> <DWG 2002-07-04/35, art. 7, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2002>


  Art. 7ter.<Zie NOTA onder TITEL> <W 20-06-1963, art. 4> Wanneer bevonden wordt dat de aanwezigheid van een groot aantal konijnen, houtduiven of everzwijnen schadelijk is voor de voortbrengsels van de aarde kan de Minister van Landbouw toestaan die te verdelgen. Hij kan dit ook bevelen, onder bepaling van de voorwaarden aan de uitvoering van deze maatregel verbonden; in dat geval heeft hij het recht over de gedode dieren te beschikken, tenzij de houder van het jachtrecht die voor zich behoudt tegen betaling van de kosten van de verdediging.

  Art. 7ter_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 8.<Zie NOTA onder TITEL> (Het is te allen tijde verboden, op straffe van geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank en van gevangenisstraf van acht dagen tot één maand, gebruik te maken van netten, strikken, stroppen, lokaas en van enig ander tuig geschikt om grof wild, het wild zwijn uitgezonderd, klein wild, waterwild en wilde konijnen te vangen, te doden of om het vangen of doden van dat wild te vergemakkelijken.) <KB 10-07-1972, art. 5>
  Het vervoer en het onder zich houden van de voormelde tuigen worden gestraft met geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank.
  Deze tuigen mogen opgespoord en in beslag genomen worden overeenkomstig de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering.
  Het gebruik en het vervoer van diezelfde tuigen worden gestraft met geldboete van tweehonderd frank tot vierhonderd frank en met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee maanden, indien de schuldigen gewapend, verkleed of gemaskerd zijn, ofwel wanneer de feiten in bende of bij nacht worden gepleegd.

  Art. 8_VLAAMS_GEWEST.
  (...) <DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>
  (...) <DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>
  (...) <DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>
  (...) <DVR 2009-04-30/87, art. 45, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 8_WAALS_GEWEST.
   [In het Waalse Gewest, onverminderd de bepalingen van artikel 7, is het te allen tijde verboden te vervoeren en gebruik te maken van netten, stroppen, wildklemmen, tuigen, al dan niet vergiftigde lokazen, en alle andere tuigen voor e vangst, de bestrijding of om de vangst of de bestrijding van alle wild te vergemakkelijken.
  [De vernietiging van de steenmarter en van de bunzing d.m.v. vuurwapens mag niet uitgevoerd worden met halfautomatische of automatische wapens waarvan de lader meer dan twee patronen kan bevatten.] <DWG 2001-12-06/56, art. 20, 013; Inwerkingtreding : 22-01-2002>
  Het houden, de verkoop en het te koop te stellen van wildklemmen is verboden.
  Elk jachtbedrijf vanuit een motorvoertuig is verboden.
  [1 De [2 ...]2 afsluitingen bedoeld in artikel 2ter, tweede lid, worden niet als tuig beschouwd in de zin van dit artikel.]1
  De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 1 000.] <DWG 1994-07-14/51, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>

  ----------
  (1)<DWG 2016-06-23/04, art. 3, 023; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
  (2)<DWG 2018-07-17/04, art. 179, 025; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 9.<Zie NOTA onder TITEL> De bepaling van het vorige artikel is niet toepasselijk :
  1° Op eendenkooien gedurende de open jachttijd;
  2° Op buidels voor het vangen van konijnen;
  3° Op strikken voor het vangen van houtsnippen, voor zo ver zij alleen gebruikt worden in bossen van tenminste tien hectaren en op de tijden en in de provincies of gedeelten van provincies door (de Minister van Landbouw) bepaald;
  4° Op tuigen die de eigenaar of zijn rechthebbende met machtiging van de (Minister van Landbouw) gebruikt om voor de teelt bestemde fazanten in zijn bossen opnieuw te bemachtigen. <W 30-06-1963, art. 2> <Beperkt toepassingsgebied, zie art. 33>

  Art. 9_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 9_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest is het artikel 8 niet toepasselijk op :
  1° buidels voor het vangen van konijnen;
  2° tuigen die de eigenaar of zijn rechthebbende met machtiging van de Regering zal mogen gebruiken om voor de teelt bestemde fazanten in zijn bossen opnieuw te bemachtigen;
  3° vangtuigen gebruikt voor wetenschappelijke vorsingsdoeleinden of voor profylactische doeleinden, binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald door de Regering;
  4° selectieve vangtuigen volgens de modaliteiten bepaald door de Regering, na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1;
  5° middelen toegelaten door de Regering op grond van artikel 7.) <DWG 1994-07-14/51, art. 18, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 9bis. <Zie NOTA onder TITEL> <W 20-06-1963, art. 5> Onverminderd de bepalingen van artikel 8, kan de Koning in elke provincie of elk gedeelte van een provincie een regeling treffen voor het gebruik van projectielen, tuigen, toestellen of procédés ter uitvoering van de jacht.
  Overtreding van een regeling getroffen ter uitvoering van het vorige lid wordt gestraft overeenkomstig artikel 8, eerste lid.

  Art. 9bis_VLAAMS_GEWEST.
  < opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 9bis_WAALS_GEWEST.
  (§ 1. Na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1 treft de Regering een regeling voor het gebruik van projectielen, tuigen, toestellen of procédés, jachtwijzen of -technieken ter uitoefening van de jacht.
  De parforcejacht is verboden in het Waalse Gewest.
  § 2. Het is verboden met een wapen gebruik te maken van jachtkansels gelegen op minder dan tweehonderd meter van elk terrein waar iemand anders met het geweer jaagt of van een natuurreservaat in de zin van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, behalve indien de jacht er toegelaten is, of van een kunstmatige voederplaats voor het wild.
  Het voorafgaand verbod slaat niet op jachtkansels benut voor de bestrijding van de houtduif onder de door de Regering bepaalde voorwaarden.
  § 3. De inbreuken op de bepalingen van dit artikelen worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 1 000.) <DWG 1994-07-14/51, art. 19, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, 01-07-2000 voor het tweede lid van § 1, met betrekking tot de jachtgezelschappen erkend vóór 1 januari 1994

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 10.<KB 10-07-1972, art. 6> In elke provincie of elke gedeelte van een provincie is het verboden grof wild, klein wild, waterwild en de door de Minister van Landbouw aangeduide overige wildsoorten levend of dood te vervoeren of in de handel te brengen, behalve vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
  Het verbod van het eerste lid slaat niet op wildpreparaten met bedoelde wildsoorten, wanneer het wild dat er in verwerkt is volledig onherkenbaar is.
  Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Minister van Landbouw tijdens de betrokken periode machtiging verlenen tot het vervoer van geschoten wild en de voorwaarden bepalen waaronder dit vervoer mag geschieden.
  Het is eveneens verboden aan handelaars in eetwaren, tafelhouders en restaurateurs het in het eerste lid genoemde wild onder zich te houden, zelfs buiten hun woning, en het is aan eenieder verboden de genoemde wildsoorten te verbergen of onder zich te houden voor rekening van handelaars of trafikanten.
  Elke overtreding van de bepalingen van dit artikel wordt gestraft met een geldboete van vijftig frank tot honderd frank.

  Art. 10_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven, voor het Vlaamse Gewest, bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 10_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest is het verboden dood wild te vervoeren of in de handel te brengen, behalve vanaf de opening van de jacht tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
  Het verbod van het eerste lid slaat niet op wildpreparaten wanneer het wild dat er in verwerkt is, volledig onherkenbaar is.
  Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Regering een regeling treffen voor het vervoer en het te koop stellen van het wild geschoten tijdens de betrokken periode.
  De handelaars in wild, tafelhouders en restaurateurs kunnen alle wild vervoeren, laten vervoeren, stockeren, gereedmaken, behandelen, in de handel brengen na de in het 1e en 2e lid bedoelde periodes op voorwaarde dat zij hun herkomst kunnen bepalen, hun regelmatig houden kunnen bewijzen, onder meer ten opzichte van de regeling toepasselijk in de Staat of in het Gewest van herkomst en dat zij de voorwaarden vastgesteld door de Regering na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1 beantwoorden.
  De Regering kan beslissen dat het vervoer of het in de handel brengen van dood wild eveneens verboden is of gereglementeerd wordt tijdens de periode vanaf de opening van de jacht tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht.
  [2 In geval van sanitair risico kan de regering ook het vervoer van elk geschoten wild naar wildverzamelcentra bevelen met het oog op analyse, en voor de vernietiging ervan. De Regering bepaalt de gebieden waarop de maatregel betrekking heeft, wijst de verzamelcentra aan, bepaalt de vervoervoorwaarden van het geschoten wild naar deze centra en de voorwaarden voor een eventuele vergoeding.]2
  Wat betreft het grof wild kan de Regering een Waalse herkomst- en kwaliteitslabel instellen, dat bestemd is voor de teeltprodukten en de jachtprodukten. Zij bepaalt de toekenningsmodaliteiten van het label.
  De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 1 000 en met een gevangennisstraf van één maand tot twee jaar, of slechts met een van deze straffen.) <DWG 1994-07-14/51, art. 20, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>
  (2)<DWG 2018-07-17/04, art. 180, 025; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 10_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.
  (Het is verboden, straffe van een boete van (2,50 EUR) tot (25 EUR), soorten die beschermd zijn krachtens een internationale, nationale of regionale bepaling, in gevangenschap te houden, te transporteren en in de handel te brengen. De Executieve bepaalt jaarlijks de periodes van het in de handel brengen van het wild, na overleg tussen de gewestelijke Executieven.) <ORD 1991-08-29/33, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 23-11-1991)> <BESL 2001-11-08/48, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>


  Art. 11.<Zie NOTA onder TITEL> Het wild mag alleen worden opgespoord en in beslag genomen, overeenkomstig de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering, bij handelaars in eetwaren, tafelhouders en restaurateurs, op openbare plaatsen en in openbare voertuigen.
  In andere plaatsen mag het opsporen en in beslag nemen, op dezelfde wijze, alleen dan geschieden indien het wild er geplaatst is om in de handel te worden gebracht.
  Het in beslag genomen wild wordt door de burgemeester van de gemeente onmiddellijk ter beschikking gesteld van het dichtsbij gelegen godshuis.

  Art. 11_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 11_WAALS_GEWEST.
  (Het wild mag worden opgespoord en in beslag genomen, overeenkomstig de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering, op elk ogenblik en in alle plaatsen en voertuigen die geen woning vormen in de zin van artikel 15 van de Grondwet.
  (...) <DWG 1997-07-24/39, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 16-08-1997>
  Het gevangen wild wordt onmiddellijk door de burgemeester van de gemeente ter beschikking gesteld van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW). In geval van weigering van het OCMW wordt het door de burgemeester ter beschikking gesteld van een ander OCMW of van een vzw. die als doel heeft de minst bedeelden bij te staan. ) <DWG 1994-07-14/51, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>


  Art. 12.<Zie NOTA onder TITEL> <KB 10-07-1972, art. 7> Het vervoer van het in artikel 10, eerste lid, bedoelde levend wild en van de in artikel 6, tweede lid, bedoelde eieren, kan in gesloten jachttijd door de Minister van Landbouw toegestaan worden onder de voorwaarden die hij voorschrijft.

  Art. 12_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 12_WAALS_GEWEST.
  (Het vervoer en het loslaten van levend klein wild en van levend waterwild is alleen toegelaten van de dag na de sluiting van de jacht tot de dertigste dag vóór de opening van de jacht op het betrokken soort. Wat het soort patrijs betreft, zijn het vervoer en het loslaten toegelaten tot de vijftiende dag vóór de opening van de jacht op dit soort.
  Bovendien wanneer vogels aanzien als wild, gevangen in de natuur en vermeld in de bijlage III, deel 2, van de Richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand, vervoerd worden voor de verkoop wordt dit vervoer alleen toegelaten door de Regering na raadpleging van de Commissie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, punten 3 en 4, van deze Richtlijn.
  Na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1 bepaalt de Regering de voorwaarden die het loslaten van klein wild en waterwild regelen.
  De inbreuken op de bepalingen van dit artikelen worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 5 000 en met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, of slechts met een van deze straffen.) <DWG 1994-07-14/51, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 12bis_WAALS_GEWEST.
  <ingevoegd bij DWG 1994-07-14/51, art. 23, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  § 1. Wat het grof wild en het overige wild betreft zijn te allen tijde verboden :
  1° het kopen, het vervoeren, het te koop stellen, het verkopen en het loslaten van elk levend dier;
  2° het uitbaten van teeltparken, reserves en de herbevolking van dieren bestemd om losgelaten, gejaagd of afgeschoten te worden.
  § 2. Na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1 zal de Regering al dan niet in de tijd beperkte afwijkingen kunnen verlenen ten voordele van :
  - de wetenschap, het onderzoek of het behoud van het wild in de natuur;
  - het telen van wild voor de productie van vlees of voor toeristische doeleinden, voor zover deze teelt de wilde populaties niet schaadt.
  § 3. De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 5 000 en met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, of slechts met een van deze straffen.

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 12ter_WAALS_GEWEST.
  <ingevoegd bij DWG 1994-07-14/51, art. 24, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  § 1. Met uitzondering van het wild zwijn is het bijbrengen van voedsel voor het grof wild verboden.
  § 2. Nochtans, na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1, kan het bijbrengen van voedsel toegelaten worden of verplicht zijn als aanvulling onder de door de Regering vastgelegde voorwaarden, tussen 1 november en 30 april, op een geheel van biologisch gelijkaardige terreinen.
  § 3. Na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1 kan de Regering strikt in de tijd beperkte afwijkingen van de bepalingen van §§ 1 en 4 toestaan voor het belang van de wetenschap, het natuurbehoud of voor sanitaire doeleindes.
  § 4. Het voedsel bijbrengen voor wilde zwijnen kan enkel plaatsvinden als afleiding om de teelten van belangrijke schade te beschermen en onder de voorwaarden bepaald door de Regering na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1.
  § 5. De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 1 000.

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 12quater_WAALS_GEWEST.
  <ingevoegd bij DWG 1994-07-14/51, art. 25, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  In het Waalse Gewest is het loslaten en het in de natuur invoeren van elk dier voortkomend uit een kruising van twee soorten, waarvan één een wild dier is, verboden op straffe van een geldboete van BEF 100 tot 5 000 en met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, of slechts met één van deze straffen.

  

  Art. 13.<Zie NOTA onder TITEL> De jacht in de staatsdomeinen is alleen geoorloofd ingevolge een openbare aanbesteding.
  De jacht in het Zoniënbos, in de bossen van Saint-Hubert en in het Hertogenwald, alsook in de staatseigendommen grenzende aan het domaine d'Ardenne, is evenwel voorbehouden aan de Kroon.

  Art. 13_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 13_WAALS_GEWEST.
  De jacht in de staatsdomeinen (en de domeinen van het Waalse Gewest)is alleen geoorloofd ingevolge een openbare aanbesteding. <DWG 1994-07-14/51, art. 26, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  De jacht in het Zoniënbos, in de bossen van Saint-Hubert en in het Hertogenwald, alsook in de staatseigendommen grenzende aan het domaine d'Ardenne, is evenwel voorbehouden aan de Kroon.
  (In de domeinen van het Waalse Gewest moet de aannemer bij toewijzing in het bezit zijn van een door het Waalse Gewest uitgereikte jachtverlof. Wat deze domeinen betreft heeft de uittredende aannemer bij toewijzing, die tijdens een nieuwe aanbestedingsprocedure het hoogste aanbod niet doet, het recht te worden aangesteld als aannemer bij toewijzing door een prijs te betalen gelijk aan het bedrag van deze aanbesteding, behalve wanneer bij de bepalingen van de vorige overeenkomst(en) niet heeft nageleefd of indien hij het onderwerp is geweest van een definitieve veroordeling tot straf wegens inbreuk op deze wet.) <DWG 1994-07-14/51, art. 26, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>


  Art. 14.<Zie NOTA onder TITEL> Hij die jagend wordt aangetroffen en geen jachtverlof kan overleggen, wordt gestraft met geldboeten van honderd frank.
  Met dezelfde straf wordt gestraft hij die met een hazewind jaagt zonder voorzien te zijn van een bijzonder jachtverlof, waarvan de prijs gelijk is aan die van het gewone jachtverlof.
  Het gewone jachtverlof en het bijzondere jachtverlof vereist om met een hazewind te jagen zijn persoonlijk; zij zijn maar geldig voor één jaar, te rekenen van 1 juli.
  Een koninklijk besluit regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van hun afgifte.
  (Hij die jagend wordt aangetroffen en geen jachtverlof kan overleggen, of die met een hazewind jaagt zonder voorzien te zijn van een bijzonder jachtverlof, wordt, behalve tot de geldboete bij dit artikel bepaald, ambtshalve veroordeeld tot betaling van het bedrag van de taxe die verschuldigd is voor het jachtverlof en door het strafbare feit ontdoken is.) <W 30-07-1922, art. 3>

  Art. 14_WAALS_GEWEST.
  <DWG 1994-07-14/51, art. 27, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995> § 1. Voor elke jachtwijze wordt hij die jagend wordt aangetroffen en niet in het bezit is van een in § 3 bedoelde jachtverlof of jachtvergunning gestraft met een geldboete van BEF 200. Indien de jager het bewijs kan leveren van een jachtverlof of een jachtvergunning, maar niet in het bezit is van deze documenten, wordt de geldboete tot BEF 25 verminderd.
  Nochtans moeten de jachtopzieners, alsook de drijvers en andere helpers tijdens de waarneming van hun opdracht niet in het bezit zijn van een jachtverlof of -vergunning.
  Hij die jagend wordt aangetroffen en het vereiste verlof niet overlegt, wordt, behalve tot de geldboete bij dit artikel bepaald, ambtshalve veroordeeld tot betaling van het bedrag van de voor dit verlof verschuldigde taks en door het strafbare feit ontdoken is.
  Het jachtverlof en de jachtvergunning moeten getoond worden op elk verzoek van één der in artikel 24 bedoelde agenten. Zij zijn persoonlijk.
  § 2. Het jachtverlof wordt door de door de Regering aangestelde ambtenaren uitgereikt tegen betaling aan het Waalse Gewest van een jaarlijkse taks van (223,10 euro). Het is geldig alle dagen van de week. <DWG 2002-07-04/35, art. 7, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  De Regering bepaalt de vorm en de andere voorwaarden voor de uitreiking van het verlof.
  De Regering kan de toekenning van het jachtverlof aan een eksamen onderwerpen.
  § 3. De houder van een in het Waalse Gewest uitgereikt jachtverlof kan een jachtvergunning bekomen voor zijn genodigde, die niet in het Gewest woont.
  Deze vergunning is geldig tijdens vijf opeenvolgende dagen en zij wordt uitgereikt tegen de betaling aan het Gewest van een taks van (37,18 euro). <DWG 2002-07-04/35, art. 7, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Deze vergunning vermeldt de naam van de houder van het verlof en de naam van de houder van de vergunning, alsook de data en de plaats waar zij zal worden gebruikt.
  De Regering bepaalt de vorm en de voorwaarden voor de uitreiking van de vergunning en duidt de voor haar uitreiking bevoegde ambtenaren aan.
  § 4. Overeenkomstig de indexschommelingen kan de Regering overgaan tot een driejaarlijkse herziening van de bedragen van de in §§ 2 en 3 bedoelde taksen.
  De krachtens de bepalingen van de §§ 2 en 3 geïnde bedragen kunnen niet terugbetaald worden.
  Nochtans, indien het jachtverlof of de jachtvergunning niet uitgereikt werden, kan een aanvraag om terugbetaling van hun bedrag ingediend worden bij de Minister bevoegd voor de jacht.
  De in §§ 2 en 3 bedoelde bedragen worden betaald vóór de uitreiking van het jachtverlof of van de jachtvergunning bij middel van een storting of een overschrijving op de rekening van de ontvangsten van het Ministerie van het Waalse Gewest.
  § 5. De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden opgespoord en vastgesteld door de in artikel 24 bedoelde ambtenaren, wachters en agenten, alsook door de ambtenaren of agenten daartoe door de Regering aangesteld. Buiten dewelke bedoeld in § 1, worden de andere inbreuken op de bepalingen van dit artikel gestraft met een geldboete van BEF 100 tot 200.


  Art. 14_VLAAMS_GEWEST.
  (Opgeheven) <DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 15.<Zie NOTA onder TITEL> De misdrijven, in de artikelen 3, 4, 6 en 14 omschreven, worden gestraft met dubbele geldboete en met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand, wanneer zij worden gepleegd door middel van een verboden wapen, wanneer de schuldigen verkleed of gemaskerd zijn; of wanneer de of bij nacht worden gepleegd.

  Art. 15_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 15_WAALS_GEWEST.
  (De misdrijven, in de hierboven artikelen 3, 4, 6, 8, 9bis en 14 omschreven, worden gestraft met dubbele geldboete en met gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, wanneer zij worden gepleegd door middel van een verboden wapen, wanneer de schuldigen verkleed of gemaskerd zijn, of wanneer de feiten in bende of bij nacht worden gepleegd.) <DWG 1994-07-14/51, art. 28, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>


  Art. 16.<Zie NOTA onder TITEL> De straffen worden verdubbeld ten aanzien van douanebeambten, veld- of boswachters, rijkswachters of bijzondere wachters, die zich schuldig maken aan één van de misdrijven bij deze wet omschreven.

  Art. 16_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 17. <Zie NOTA onder TITEL> (Opgeheven) <W 30-12-1936, enig artikel>

  Art. 18.<Zie NOTA onder TITEL> Elk van de verschillende straffen wordt verdubbeld in geval van herhaling. Zij worden verdrievoudigd in geval van een derde veroordeling en nemen in dezelfde verhouding toe bij latere veroordelingen.
  Die straffen mogen evenwel duizend frank geldboete en acht maanden gevangenisstraf niet te boven gaan.
  Herhaling bestaat wanneer de schuldige in de loop van de twee voorgaande jaren veroordeeld is wegens één van de misdrijven bij deze wet omschreven.

  Art. 18_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DVR 2009-04-30/87, art. 45, 2°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 19. (Opgeheven) <W 30-12-1936, enig artikel>

  Art. 20.<Zie NOTA onder TITEL> Behalve in het geval van artikel 4, eerste lid, wordt het wapen waarvan de schuldige zich heeft bediend, verbeurd verklaard; hij is gehouden het wapen onmiddellijk af te geven aan de agent die proces-verbaal opmaakt.
  Indien hij het niet afgeeft, wordt hij gestraft met een bijzondere geldboete van honderd frank.

  Art. 20_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DVR 2009-04-30/87, art. 45, 1°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 21.<Zie NOTA onder TITEL> De vader, de moeder, de meester en zij die andere aanstellen, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de bij deze wet omschreven misdrijven, gepleegd door hun ongehuwde minderjarige kinderen die bij hen inwonen, door hun dienstboden of aangestelden, behoudens verhaal als naar recht.
  Die aansprakelijkheid wordt geregeld overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek en vindt alleen toepassing op de schadevergoeding en de kosten, zonder evenwel aanleiding te geven tot lijfsdwang.

  Art. 21_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 22.<Zie NOTA onder TITEL> De jagers mogen niet worden ontwapend, behalve in de volgende gevallen :
  1. Wanneer de schuldige verkleed of gemaskerd is, weigert zijn naam kenbaar te maken of geen bekende woonplaats heeft;
  2. Wanneer het misdrijf bij nacht gepleegd wordt;
  3. Wanneer de schuldige bedreigingen, smaad of geweld pleegt tegen de agenten van het openbaar gezag of van de openbare macht.
  In de gevallen van 1, kan de schuldige worden aangehouden en geleid voor de burgemeester of (de rechter in de politierechtbank), die zich van zijn identiteit vergewist en hem, indien daartoe grond bestaat, ter beschikking stelt van de procureur des Konings.

  Art. 22_VLAAMS_GEWEST.
  [opgeheven] <DVR 2009-04-30/87, art. 45, 1°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 22_WAALS_GEWEST.
  De jagers mogen niet worden ontwapend, behalve in de volgende gevallen :
  1. Wanneer de schuldige verkleed of gemaskerd is, weigert zijn naam kenbaar te maken of geen bekende woonplaats heeft;
  2. Wanneer het misdrijf bij nacht gepleegd wordt;
  3. Wanneer de schuldige bedreigingen, smaad of geweld pleegt tegen de agenten van het openbaar gezag of van de openbare macht;
  [4° wanneer de jager klaarblijkelijk dronken is.] <DWG 1994-07-14/51, art. 29, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, Inwerkingtreding : 26-04-1995 wat de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) betreft>
  In de gevallen van 1, kan de schuldige worden aangehouden en geleid voor de burgemeester of (de rechter in de politierechtbank), die zich van zijn identiteit vergewist en hem, indien daartoe grond bestaat, ter beschikking stelt van de procureur des Konings.


  Art. 23.<Zie NOTA onder TITEL> De bij deze wet omschreven misdrijven worden bewezen hetzij door processen-verbaal of verslagen, hetzij door getuigen bij ontstentenis van verslagen en processen-verbaal of tot staving ervan.

  Art. 23_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 24.<Zie NOTA onder TITEL> De processen-verbaal, opgemaakt door (politieambtenaren bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelike politie), boswachters, kantonniers, stationchefs, veldwachters of (bijzondere wachters) van bijzondere personen, leveren bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is. <W 11-02-1986, art. 6, Inwerkingtreding : 16-12-1986> <W 1999-04-19/50, art. 29, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  De processen-verbaal van douanebeambten leveren eveneens bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer die agenten in de plaatsen waar zij gemachtigd zijn hun bediening uit te oefenen, de misdrijven omschreven in artikel 8, eerste en derde lid, en in artikel 10, eerste lid, opsporen en vaststellen.

  Art. 24_VLAAMS_GEWEST.
  [2 ...]2
  De processen-verbaal van douanebeambten leveren eveneens bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer die agenten in de plaatsen waar zij gemachtigd zijn hun bediening uit te oefenen, de misdrijven omschreven in [artikel 19, eerste en derde lid en in artikel 26, eerste lid van het Jachtdecreet van 24 juli 1991], opsporen en vaststellen. <DVR 1991-07-24/30, art. 41,5 , 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>


  Art. 24_WAALS_GEWEST.
  De processen-verbaal, opgemaakt door (politieambtenaren bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelike politie), [1 personeelsleden, in de zin van artikel 3, 1°, van het Boswetboek]1, kantonniers, stationchefs, veldwachters of (bijzondere wachters) van bijzondere personen, leveren bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is. <W 11-02-1986, art. 6, Inwerkingtreding : 16-12-1986> <W 1999-04-19/50, art. 29, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
  De processen-verbaal van douanebeambten leveren eveneens bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer die agenten in de plaatsen waar zij gemachtigd zijn hun bediening uit te oefenen, de misdrijven omschreven in artikel 8, eerste en derde lid, en in artikel 10, eerste lid, opsporen en vaststellen.

  ----------
  (1)<DWG 2008-07-15/44, art. 112, 017; Inwerkingtreding : 14-09-2009>
  (2)<DVR 2009-04-30/87, art. 46, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 25. (Opgeheven) <W 30-04-1924, art. 5>

  Art. 25_WAALS_GEWEST.
  [1 De overtredingen van deze wet zijn het voorwerp van hetzij strafvervolgingen, hetzij een overeenkomst, hetzij een administratieve boete overeenkomstig de titels V en VI van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek, tenzij het openbaar ministerie overweegt gebruik te maken of gebruik maakt van de bevoegdheden die hem krachtens de artikelen 216bis en 216ter van het Gerechtelijk Wetboek toegewezen worden [2 ...]2.
   Voor de toepassing van dezelfde titels V en VI worden de overtredingen van deze wet gelijkgesteld met overtredingen van vierde categorie in de zin van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek, behalve de overtredingen van artikel 1quater, 2, 2bis, 2ter, 3, 6, 12, 12bis of 12ter, die gelijkgesteld worden met overtredingen van derde categorie in de zin van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek.]1

  ----------
  (1)<DWG 2008-06-05/36, art. 14, 016; Inwerkingtreding : 06-02-2009>
  (2)<DWG 2008-07-15/44, art. 112, 017; Inwerkingtreding : 14-09-2009>

  Art. 26.<Zie NOTA onder TITEL> De vervolging geschiedt ambtshalve, maar indien het enkel een overtreding van de artikelen 4 of 5 betreft, geschiedt de vervolging niet dan op klacht van de houder van het jachtrecht of van zijn rechthebbende. De klager is alleen dan gehouden zich burgerlijke partij te stellen, indien hij schadevergoeding wil vorderen.
  Wanneer de overtreding van artikel 4 evenwel begaan wordt op een eigendom dat deel uitmaakt van het openbaar domein of van het privaat domein van de Staat, van de provincie, van de gemeente of van openbare instellingen, en waarvan de jacht niet verhuurd is, geschiedt de vervolging ambtshalve.

  Art. 26_VLAAMS_GEWEST.
  De vervolging geschiedt ambtshalve, maar indien het enkel een overtreding van de (artikelen 7 en 20 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991) betreft, geschiedt de vervolging niet dan op klacht van de houder van het jachtrecht of van zijn rechthebbende. De klager is alleen dan gehouden zich burgerlijke partij te stellen, indien hij schadevergoeding wil vorderen. <DVR 1991-07-24/30, art. 41,6 , 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>
  Wanneer de overtreding van (artikel 7 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991) evenwel begaan wordt op een eigendom dat deel uitmaakt van het openbaar domein of van het privaat domein van de Staat, van de provincie, van de gemeente of van openbare instellingen, en waarvan de jacht niet verhuurd is, geschiedt de vervolging ambtshalve. <DVR 1991-07-24/30, art. 41,6 , 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>


  Art. 27.<Zie NOTA onder TITEL> In alle gevallen bepaald bij deze wet, spreekt de rechter, voor het geval dat de geldboete niet betaald wordt, een gevangenisstraf uit, waarvan de uitvoering en de duur overeenkomstig de artikelen 40 en 41 van het Strafwetboek worden geregeld.

  Art. 27_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] DVR 2009-04-30/87, art. 45, 2°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 28.<Zie NOTA onder TITEL> Elke rechtsvordering wegens één van de misdrijven bij deze wet omschreven, verjaart door verloop van drie maanden, te rekenen van de dag waarop het misdrijf gepleegd is.

  Art. 28_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] DVR 2009-04-30/87, art. 45, 2°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 28_WAALS_GEWEST.
  [In het Waalse Gewest verjaart de strafvordering wegens een van de misdrijven bij deze wet omschreven door verloop van drie jaar, te rekenen van de dag waarop het misdrijf gepleegd is.] <DWG 1994-07-14/51, art. 30, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>


  Art. 29.<Zie NOTA onder TITEL> De rechtbank waarbij een van de bij deze wet omschreven misdrijven aanhangig is, kan schadevergoeding toekennen op klacht van de eigenaar der vruchten, voor gezien getekend door de burgemeester en vergezeld van een door deze ambtenaar kosteloos opgemaakt proces-verbaal van schatting van de schade.
  De voorgaande bepaling is toepasselijk in de gevallen van artikel 552, 6°, en van artikel 556, 6° en 7°, van het Strafwetboek.

  Art. 29_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DVR 2009-04-30/87, art. 45, 2°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 30.<Zie NOTA onder TITEL> <W 30-12-1936, enig artikel> De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de misdrijven bij deze wet omschreven. Wanneer echter verzachtende omstandigheden in aanmerking worden genomen, wordt de bij artikel 20, tweede lid, bepaalde bijzondere geldboete niet verminderd en is de politierechtbank bevoegd om die uit te spreken.

  Art. 30_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DVR 2009-04-30/87, art. 45, 2°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 30bis.<Zie NOTA onder TITEL> <KB 10-07-1972, art. 8> De Koning kan, in het belang van de wetenschap, van het natuurbeheer of tot voorkoming van schade, afwijkingen toestaan van de bepalingen van de artikelen 1bis, 2bis, 6, lid 2, en 10, eerste lid, van deze wet.

  Art. 30bis_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 30bis_WAALS_GEWEST.
  (In het Waalse Gewest kan de Regering, in het belang van de wetenschap, van het natuurbeheer [1 , voor bewezen sanitaire risico's]1 of tot voorkoming van belangrijke schade, afwijkingen toestaan van de bepalingen van de artikelen 2bis, 9bis, 10, 1e lid, 12, 1e lid, 12bis, § 1, van deze wet.) <DWG 1994-07-14/51, art. 31, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>

  ----------
  (1)<DWG 2018-07-17/04, art. 181, 025; Inwerkingtreding : 18-10-2018>

  Art. 30ter_WAALS_GEWEST.
  <ingevoegd bij DWG 1994-07-14/51, art. 32, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995>
  § 1. Elke beslissing genomen ter uitvoering van deze wet mag niet als doel of gevolg hebben een afwijking te zijn van een regel van internationaal recht zonder de door haar opgelegde voorwaarden na te leven.
  § 2. Wat betreft de krachtens deze wet genomen beslissingen die niet volledig in het Belgisch Staatslblad bekend worden gemaakt, treft de Regering, na advies van [1 de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden]1, de nodige maatregelen om ze bekend te maken langs andere wegen dan het Belgisch Staatsblad of om het publiek te informeren over de manier waarop het er kennis van kan nemen.

  ----------
  (1)<DWG 2017-02-16/37, art. 49, 024; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 31.<Zie NOTA onder TITEL> <KB 10-07-1972, art. 9> De Koning kan alle maatregelen treffen die hij nuttig acht voor de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten andere dan deze vermeld in artikel 1bis van deze wet, evenals van hun eieren, zelfs uitgeblazen, en van hun jongen. Deze maatregelen kunnen zowel op levende als op dode of geprepareerde vogels betrekking hebben.
  De feiten verboden door de maatregelen getroffen op grond van vorig lid worden gestraft met geldboete van vijf frank tot vijfentwintig frank, benevens verbeurdverklaring van de in beslag genomen vogels en van de netten, de strikken, het lokaas en de andere tuigen.
  In geval van herhaling wordt het maximum van de geldboete opgelegd en de rechtbank kan, behalve geldboete, ook gevangenisstraf van drie dagen tot zeven dagen uitspreken.

  Art. 31_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DVR 2009-04-30/87, art. 45, 1°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>
  

  Art. 31bis. <Zie NOTA onder TITEL> <DVR 27-06-1985, art. 2, 5; Vlaamse Gewest> De Vlaamse Executieve kan, inzake jacht en vogelbescherming, alle vereiste maatregelen treffen voor de uitvoering van bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, gesloten te Rome op 25 maart 1957, uit het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's Gravenhage op 3 februari 1958, uit het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, gedaan te Bonn op 23 juni 1979 en uit het Verdrag inzake het behoud van wilde planten en dieren en hun natuurlijk leefmilieu, ondertekend te Bern op 19 september 1979, en de krachtennternationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wets- en decreetbepalingen kunnen inhouden.

  Art. 31bis_VLAAMS_GEWEST.
  <opgeheven bij DVR 1991-07-24/30, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1992>

  Art. 31ter.<Zie NOTA onder TITEL> <DVR 27-06-1985, art. 2, 6; Vlaamse Gewest> Indien de niet-naleving van de bepalingen genomen tot uitvoering van de in artikel 31bis bedoelde verdragen of akten, alsmede van de verordeningen van de Europese Economische Gemeenschap die van toepassing zijn op de jacht en de vogelbescherming in het Vlaamse Gewest, geen misdrijf vormt volgens andere wetten of decreten, wordt de niet-naleving opgespoord, vastgesteld, vervolgd en gestraft overeenkomstig artikelen 8, eerste lid, 11, 16, 18, 20 tot 24 en 26 tot 30 van deze wet wanneer het jachtfeiten betreft en overeenkomstig artikel 31 van deze wet wat de bescherming van vogels betreft.

  Art. 31ter_VLAAMS_GEWEST.
  [Opgeheven] <DVR 2009-04-30/87, art. 45, 3°, 018; Inwerkingtreding : 25-06-2009>

  Art. 32.<Zie NOTA onder TITEL> Opgeheven worden (het decreet van 28-30 april 1790), het decreet van 11 juli 1810, het decreet van 4 mei 1812, voor zover het de jachtverloven betreft, de wetten van 26 februari 1846 en van 29 maart 1873, alsmede alle andere bepalingen die strijdig zijn met deze wet. <W 30-06-1967, art. 1, 11>

  Art. 32_WAALS_GEWEST.
  Opgeheven worden (het decreet van 28-30 april 1790), het decreet van 11 juli 1810, het decreet van 4 mei 1812, voor zover het de jachtverloven betreft, de wetten van 26 februari 1846 en van 29 maart 1873, alsmede alle andere bepalingen die strijdig zijn met deze wet. <W 30-06-1967, art. 1, 11>
  (In het Waalse Gewest worden opgeheven :
  1° de artikelen 6bis, 6ter en 7ter;
  2° het artikel 31, behalve wat betrekking heeft op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van niet-inheemse vogelsoorten en van hun stoffelijk overschot;
  3° de benaming " Bepalingen eigen aan het Waalse Gewest " ingevoegd tussen de artikelen 32 en 33 van de jachtwet van 28 februari 1882;
  4° de artikelen 33 tot 37;
  5° het decreet van 28 juni 1990 betreffende het jachtverlof en de jachtvergunning. De regeling betreffende de uitreiking van het jachtverlof en de jachtvergunning, alsook de bestaande formulieren hieromtrent blijven echter van toepassing indien zij niet tegenstrijdig zijn met dit decreet en zolang de Regering geen nieuwe regels vastgesteld heeft;
  6° het koninklijk besluit van 17 augustus 1964 tot regeling van het gebruik van jachtkansels met het oog op de uitoefening van de jacht;
  7° het artikel 13 van het Veldwetboek van 7 oktober 1886.) <DWG 1994-07-14/51, art. 33, 009; Inwerkingtreding : 01-07-1995, Inwerkingtreding : 26-04-1995 wat de "Conseil supérieur wallon de la Chasse" (Waalse Hoge Jachtraad) betreft>


  Bepalingen eigen aan het Waals Gewest. <DWG 19-07-1985, art. 1>

  Art. 33_WAALS_GEWEST.
  <DCW 19-07-1985, art. 1; bepaling eigen aan het Waalse Gewest> De artikelen 6bis, 8 en 9 zijn niet meer van toepassing op het Waalse Gewest.

  Art. 34_WAALS_GEWEST.
  <DWG 19-07-1985, art. 1; bepaling eigen aan het Waalse Gewest> In het Waalse Gewest kunnen de grondgebruikers en de beëwachters ervan het wild zwijn vernietigen met vuurwapens en zonder jachtverlof onder de door de Executieve vastgestelde voorwaarden.

  Art. 35_WAALS_GEWEST.
  <DWG 19-07-1985, art. 1; bepaling eigen aan het Waalse Gewest> Het is te allen tijde verboden, op straffe van geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank en van gevangenisstraf van acht dagen tot één maand, gebruik te maken van netten, strikken, stroppen, lokaas en van enig ander tuig geschikt om grof wild, klein wild, waterwild en wilde konijnen te vangen, te doden of om het vangen of doden van dat wild te vergemakkelijken.
  Het vervoer en het onder zich houden van de in het eerste lid vermelde tuigen worden gestraft met geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank. Deze tuigen mogen opgespoord en in beslag genomen worden overeenkomstig de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering.
  Het gebruik en het vervoer van diezelfde tuigen worden gestraft met een geldboete van tweehonderd frank tot vierhonderd frank en met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee maanden, indien de schuldigen gewapend, verkleed of gemaskerd zijn, ofwel wanneer de feiten in bende of bij nacht worden gepleegd.
  In alle gevallen worden de voorvermelde tuigen in beslag genomen en verbeurd verklaard : de rechter beveelt de vernietiging ervan.

  Art. 36_WAALS_GEWEST.
  <DWG 19-07-1985, art. 1; bepaling eigen aan het Waalse Gewest> Artikel 35 is niet van toepassing :
  1° op buidels voor het vangen van konijnen;
  2° op tuigen die de eigenaar of zijn rechthebbende met machtiging van de Executieve gebruikt om voor teelt bestemde fazanten in zijn bossen opnieuw te bemachtigen;
  3° op tuigen die de eigenaar of zijn rechthebbende gebruikt om in te enten en te beschermen wilde zwijnen alsmede voor de teelt bestemde wilde zwijnen in zijn bossen opnieuw te bemachtigen;
  4° op met wetenschappelijke doeleinden gebruikte vangtuigen binnen de perken en onder de voorwaarden vastgesteld door de Executieve.
  Het in het eerste lid, 3°, geregelde opnieuw bemachtigen van wilde zwijnen wordt slechts toegestaan aan de eigenaar van een voor het wild zwijn permanent en hermetisch afgesloten jachtterrein waarvan de aaneengesloten oppervlakte ten minste tweehonderd vijftig hectaren bedraagt.
  Het opnieuw bemachtigen wordt slechts toegestaan met het oog op het bevolken van één of meerdere reservaatparken gelegen binnen eenzelfde jachtterrein en waarvan de totale oppervlakte niet meer dan twee percent van de uitgestrektheid van dat jachtterrein bedraagt.
  De vangtuigen en de reservaatparken zijn beperkt tot één eenheid per tweehonderd vijftig hectaren of per fractie van tweehonderd vijftig hectaren jachtterrein.
  Zij moeten op meer dan honderd meter van de afsluiting en binnen deze afsluiting gelegen zijn.
  De Executieve kan, onder de door haar vastgestelde voorwaarden, een afwijking toestaan aan de eigenaar van een voor het wild zwijn permanent en hermetisch afgesloten, aaneengesloten jachtterrein van ten minste tweehonderd vijftig hectaren, alsmede aan de eigenaar van een onafgesloten jachtterrein van meer dan duizend hectaren.

  Art. 37_WAALS_GEWEST.
  <DWG 18-07-1985, art. 1; bepaling eigen aan het Waalse Gewest> Elke vordering betreffende één van de bij de wet bepaalde overtreding, vervalt na verloop van één jaar, te rekenen van de dag waarop de overtreding is gepleegd.
  Het eerste lid is echter niet van toepassing op de handelingen verboden door de maatregelen genomen door de Koning overeenkomstig artikel 31, eerste lid, wanneer ze betrekking hebben op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van niet-inheemse vogelsoorten en van de krengen ervan.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 17-07-2018 GEPUBL. OP 08-10-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 8; 10; 30bis)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 16-02-2017 GEPUBL. OP 05-04-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1ter; 1quater; 1quinquies; 1sexies; 2; 7; 9; 9bis; 10; 12; 12bis; 12ter; 30ter)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 23-06-2016 GEPUBL. OP 06-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2ter; 8)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 04-06-2015 GEPUBL. OP 15-06-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • VARIA VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 18-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1-9; 11-37)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 01-03-2012 GEPUBL. OP 16-03-2012
    (GEWIJZIGD ART. : OPHEFFING)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 21-10-2010 GEPUBL. OP 03-11-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 1quater)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-04-2009 GEPUBL. OP 25-06-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 20; 22; 31; 18; 27; 28; 29; 30; 31ter; 24)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 15-07-2008 GEPUBL. OP 12-09-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 24; 25)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 05-06-2008 GEPUBL. OP 20-06-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 25)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-12-2007 GEPUBL. OP 14-01-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 24)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 04-07-2002 GEPUBL. OP 19-07-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 7BIS; 14)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 06-12-2001 GEPUBL. OP 22-01-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 6BIS; 7; 8)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 08-11-2001 GEPUBL. OP 04-12-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 25-03-1999 GEPUBL. OP 24-06-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 1-9BIS; 11-37)
  • originele versie
  • WET VAN 19-04-1999 GEPUBL. OP 13-05-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 24)
  • originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 24-07-1997 GEPUBL. OP 06-08-1997
    (GEWIJZIGD ART. : 11)
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 14-07-1994 GEPUBL. OP 28-09-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 33-37)
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1BIS; 1TER; 1QUA; 1QUI; 1SEX; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 2BIS; 2TER; 3; 4; 5; 5BIS; 6; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 6BIS; 6TER; 7TER; 8; 9; 9BIS; 10)
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 12; 12BIS; 12TER; 12QUA)
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 14; 15; 22; 28; 30BIS; 30TER)
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 09-07-1992 GEPUBL. OP 03-09-1992
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 18-06-1992 GEPUBL. OP 13-08-1992
    (GEWIJZIGD ART. : 1BIS)
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 29-08-1991 GEPUBL. OP 13-11-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 10)
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 24-07-1991 GEPUBL. OP 07-09-1991
    (GEWIJZIGDE ART. : 1-7TER; 8; 9-16; 20; 21-24; 26)
    (GEWIJZIGDE ART. : 30BIS; 31; 31BIS; 31TER)
  • BESLUIT VLAAMSE EXECUTIEVE VAN 10-05-1989 GEPUBL. OP 01-06-1989
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • BESLUIT VLAAMSE EXECUTIEVE VAN 05-10-1988 GEPUBL. OP 29-10-1988
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 6; 6TER; 9; 14; 30BIS)
  • BESLUIT VLAAMSE EXECUTIEVE VAN 04-11-1987 GEPUBL. OP 28-11-1987
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 23-04-1986 GEPUBL. OP 07-08-1986
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 18-07-1985 GEPUBL. OP 10-10-1985
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 19-07-1985 GEPUBL. OP 10-10-1985
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 27-06-1985 GEPUBL. OP 27-08-1985

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       (Zie onder Franse tekst CN : 1882-02-28/30)

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 197 uitvoeringbesluiten 24 gearchiveerde versies
    Franstalige versie