J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
2 OKTOBER 1795. - Decreet betreffende de politie van de gemeenten (10 vendémiaire an IV)

Publicatie : 02-10-1795 nummer :   1795100251 bladzijde : 0
Dossiernummer : 1795-10-02/30
Inwerkingtreding : onbepaald

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. M
TITEL I.
Art. 1
TITEL IV. Over de soorten van misdrijven waarvoor de gemeenten burgerrechtelijk aansprakelijk zijn.
Art. 1-12
TITEL V. Schadevergoeding en burgerrechtelijke herstelling.
Art. 1-13

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel M. Aangezien dit decreet ouder is dan de wet van 18 april 1898 betreffende het gebruik der Vlaamse taal in de officiële bekendmakingen is de Nederlandse tekst niet authentiek.

  TITEL I.

  Art. 1. Alle burgers die dezelfde gemeente bewonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de aanslagen op het grondgebied van de gemeente gepleegd, hetzij tegen de personen, hetzij tegen de eigendommen.

  TITEL IV. Over de soorten van misdrijven waarvoor de gemeenten burgerrechtelijk aansprakelijk zijn.

  Art. 1. Elke gemeente is aansprakelijk voor de misdrijven op haar grondgebied, met openlijke dwanghandelingen of met geweld, door al of niet gewapende samenscholingen of bijeenkomsten gepleegd, hetzij tegen de personen, hetzij tegen de nationale of private eigendommen, alsook voor de schadevergoeding waartoe zij aanleiding geven.

  Art. 2. (...)

  Art. 3. Indien de samenscholingen of bijeenkomsten gevormd werden door inwoners van verschillende gemeenten, zijn al deze gemeenten, voor de misdrijven welke die inwoners gepleegd hebben, aansprakelijk, en medeaansprakelijk zowel voor de herstelling en schadevergoeding als voor de betaling van de geldboete.

  Art. 4. De inwoners van de gemeente of van de medeaansprakelijke gemeenten die zouden beweren dat zij aan de misdrijven hoegenaamd geen deel hebben genomen, en waartegen geen enkel bewijs van medeplichtigheid of deelneming aan de samenscholingen mocht oprijzen, kunnen hun verhaal uitoefenen tegen de daders van en de medeplichtigen aan de misdrijven.

  Art. 5. Ingeval de bijeenkomsten gevormd werden door lieden die vreemd waren aan de gemeente op wier grondgebied de misdrijven gepleegd werden, en de gemeente alle in haar macht zijnde maatregelen heeft genomen om ze te voorkomen en de daders er van bekend te maken, blijft zij vrij van alle aansprakelijkheid.

  Art. 6. Wanneer ten gevolge van bijeenkomsten of samenscholingen, een persoon, die al of niet zijn woonplaats in de gemeente heeft, er geplunderd, mishandeld of gedood werd, zijn al de inwoners gehouden aan hem of, in geval van overlijden, aan zijn weduwe en kinderen schadevergoeding te betalen.

  Art. 7. Wanneer in een gemeente bruggen werden opgebroken, banen werden afgesneden of onderbroken door gevelde bomen of anderszins, doet de municipaliteit of het municipaal bestuur van het kanton ze, zonder verwijl, herstellen op de kosten van de gemeente, behoudens haar verhaal tegen de daders van het misdrijf.

  Art. 8. De aansprakelijkheid van de gemeente heeft geen plaats in geval deze bewijst dat zij tegen de vernieling van de bruggen en de banen weerstand geboden heeft, of dat zij alle in haar macht zijnde maatregelen genomen heeft om het voorval te voorkomen, alsook ingeval zij de daders, aanstokers van en de medeplichtigen aan het misdrijf aanwijst, alle vreemd zijnde aan de gemeente.

  Art. 9. Wanneer in een gemeente landbouwers hun voertuigen onbruikbaar laten (tiendront leurs voitures démontées) of de vorderingen niet uitvoeren die hun er van wettelijk gedaan worden voor overbrenging en vervoer, zijn de inwoners van de gemeente aansprakelijk voor de daaruit ontstane schadevergoeding.

  Art. 10. Indien, in een gemeente, landbouwers die deel hebben in de vruchten weigeren, op de huurtermijn, het aan de eigenaars verschuldigde aandeel af te leveren, zijn al de inwoners van de gemeente gehouden tot de schadevergoeding.

  Art. 11. In de gevallen vermeld bij de artikelen 9 en 10, oefenen de inwoners van de gemeente hun verhaal uit tegen de landbouwers die tot de schadevergoeding zouden aanleiding gegeven hebben.

  Art. 12. Wanneer hij wie nationale goederen werden toegewezen, met openlijk geweld gedwongen werd, ten gevolge van bijeenkomsten of samenscholingen, om de prijs van zijn toewijzing geheel of ten dele te betalen aan anderen dan aan de kas van de nationale domeinen en inkomsten.
  Wanneer een pachter of huurder evenzo gedwongen werd om zijn huurprijs geheel of ten dele te betalen aan anderen dan aan de eigenaar.
  Zijn, in die gevallen, de inwoners van de gemeente, waar de misdrijven gepleegd werden, tot de daaruit ontstane schadevergoeding gehouden, behoudens hun verhaal tegen de daders van en de medeplichtigen aan de misdrijven.

  TITEL V. Schadevergoeding en burgerrechtelijke herstelling.

  Art. 1. Wanneer, ten gevolge van bijeenkomsten of samenscholingen, een burger gedwongen werd te betalen, wanneer hij bestolen of geplunderd werd op het grondgebied van een gemeente, zijn al de inwoners van de gemeente gehouden de voorwerpen die geplunderd en de zaken die met geweld weggenomen werden, in natura van dezelfde aard terug te geven, of daarvan de prijs te betalen op voet van het dubbel van hun waarde tegen de koers van de dag waarop de plundering gepleegd werd.

  Art. 2. (...)

  Art. 3. (...)

  Art. 4. De schadevergoeding waartoe de gemeenten, luidens de vorige artikelen, gehouden zijn, wordt vastgesteld door de burgerlijke rechtbank van het departement, op vertoon van de processen-verbaal en andere stukken waarbij de feitelijkheden, gewelddaden en misdrijven werden vastgesteld.

  Art. 5. De burgerlijke rechtbank van het departement regelt het bedrag van de herstelling en van de schadevergoeding uiterlijk binnen de decade die volgt op het toezenden van de processen-verbaal.

  Art. 6. De schadevergoeding mag nooit minder bedragen dan de gehele waarde van de geplunderde voorwerpen en weggenomen zaken.

  Art. 7. Het vonnis van de burgerlijke rechtbank, houdende vaststelling van de schadevergoeding, wordt binnen de vier en twintig uren, door de commissaris van de uitvoerende macht, toegezonden aan het departementsbestuur, dat gehouden is het, binnen de drie dagen, over te maken aan de municipaliteit of aan het municipaal bestuur van het kanton.

  Art. 8. De municipaliteit of het municipaal bestuur is gehouden het bedrag van de schadevergoeding te storten in de kas van het departement, binnen de tijd van een decade: te dien einde doet zij de twintig meest vermogende personen, in de gemeente wonende, bijdragen.

  Art. 9. De omslag en de heffing voor de terugbetaling van de voorgeschoten bedragen worden tegen al de inwoners van de gemeente gedaan door de municipaliteit of het municipaal bestuur van het kanton, volgens de tabel van de metterwoon gevestigden, en naar verhouding van het vermogen van elke inwoner.

  Art. 10. In geval van bezwaar vanwege een of meer bijdragende personen, doet het departementsbestuur uitspraak over de eis tot vermindering.

  Art. 11. Bij gebreke van betaling binnen de decade, vordert het departementsbestuur een genoegzame gewapende macht op, en plaatst ze in de tot bijdrage verplichte gemeenten, met een commissaris om de betaling van de bijdrage te doen geschieden.

  Art. 12. De onkosten van de commissaris van het departement, en van het verblijf van de gewapende macht, worden bij het beloop van de opgelegde bijdragen gevoegd, en komen ten laste van de tot bijdrage verplichte gemeenten.

  Art. 13. Binnen de decade na de betaling in de kas van het departement, doet het bestuur aan de belanghebbende partijen het bedrag toekomen, vastgesteld in het vonnis dat de schadevergoeding bepaalt.

Begin Eerste woord Laatste woord
Inhoudstafel
Franstalige versie