J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2017/06/14/2017012698/justel

Titel
14 JUNI 2017. - Koninklijk besluit dat de lijst van de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden en de lijst van de deelnemende rechtsgebieden vastlegt, met het oog op de toepassing van de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-06-2017 en tekstbijwerking tot 04-06-2020)

Bron : FINANCIEN
Publicatie : 19-06-2017 nummer :   2017012698 bladzijde : 65897       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2017-06-14/03
Inwerkingtreding : 29-06-2017

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2015003461       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-2, 2/1, 2/2, 3-6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden, voor dewelke de door de wet beoogde inlichtingen voor de eerste keer meegedeeld worden in 2017 waar het de inlichtingen betreft die betrekking hebben op het jaar 2016, zijn de volgende :
  1. Zuid-Afrika
  2. ArgentiniŽ
  3. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
  4. Colombia
  5. Zuid-Korea
  6. FaerŲer
  7. Gibraltar (= Verenigd Koninkrijk)
  8. Groenland
  9. Guernsey
  10. IJsland
  11. India
  12 Eiland Man
  13. Jersey
  14. Liechtenstein
  15. Mexico
  16. Noorwegen
  17. San Marino
  18. Seychellen

  Art. 2.[1 De andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden, voor dewelke de door de wet beoogde inlichtingen voor de eerste keer meegedeeld worden in 2018 waar het de inlichtingen betreft die betrekking hebben op het jaar 2017, zijn de volgende:
   1. Andorra
   2. Antigua en Barbuda
   3. Saoedi-ArabiŽ
   4. Aruba
   5. AustraliŽ
   6. Azerbeidzjan
   7. Barbados
   8. Belize
   9. BraziliŽ
   10. Brunei Darussalam
   11. Canada
   12. Chili
   13. China
   14. Costa Rica
   15. CuraÁao
   16. Dominica
   17. Ghana
   18. Grenada
   19. Hongkong
   20. Cookeilanden
   21. IndonesiŽ
   22. IsraŽl
   23. Japan
   24. Libanon
   25. Macao
   26. MaleisiŽ
   27. Mauritius
   28. Monaco
   29. Montserrat
   30. Niue
   31. Nieuw-Zeeland
   32. Pakistan
   33. Panama
   34. Rusland
   35. Saint Kitts en Nevis
   36. Saint Lucia
   37. Sint-Maarten
   38. Saint Vincent en de Grenadines
   39. Samoa
   40. Singapore
   41. Zwitserland
   42. Turkije
   43. Uruguay
   44. Vanuatu]1
  ----------
  (1)<KB 2018-06-13/01, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 20-06-2018>

  Art. 2/1. [1 De andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden, voor dewelke de door de wet beoogde inlichtingen voor de eerste keer meegedeeld worden in 2019 waar het de inlichtingen betreft die betrekking hebben op het jaar 2018, zijn de volgende:
   1. Nigeria.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2018-06-13/01, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 20-06-2018>
  

  Art. 2/2. [1 De andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden, voor dewelke de door de wet beoogde inlichtingen voor de eerste keer meegedeeld worden in 2020 en die betrekking hebben op het jaar 2019, zijn de volgende:
   1. AlbaniŽ
   2. Ecuador
   3. Kazachstan
   3. Maldiven
   5. Oman
   6. Peru.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2020-06-02/01, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 04-06-2020>
  

  Art. 3. De wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden, treedt in werking op de dag van de publicatie van dit koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad waar het de inlichtingen betreft die bestemd zijn voor de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden die zijn bedoeld in de artikelen 1 en 2.

  Art. 4.Voor de in bijlage I van de wet van 16 december 2015 opgenomen definities tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden :
  1į voor de "gekwalificeerde uitgever van een kredietkaart" is de datum die door dit koninklijk besluit in punt B.9., b), is vastgelegd 1 januari 2016 voor de rechtsgebieden die zijn bedoeld in artikel 1 [2 ,1 januari 2017 voor de rechtsgebieden die zijn bedoeld in artikel 2, 1 januari 2018 voor de rechtsgebieden die zijn bedoeld in artikel 2/1, 1 januari 2019 voor de rechtsgebieden die zijn bedoeld in artikel 2/2]2;
  2į voor het "vrijgesteld collectief beleggingsvehikel" zijn de data die door dit koninklijk besluit zijn vastgelegd de volgende :
  a) onder punt B.10., a), 31 december 2015 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 , 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artiker 2/2;]2
  b) onder punt B.10., d), 1 januari 2018 in voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 en [2 ,1 januari 2019 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, 1 januari 2020 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, 1 januari 2021 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2;
  3į onder de uitdrukking "bestaande rekening" gedefinieerd in punt C.9., a), wordt een financiŽle rekening verstaan die door een rapporterende financiŽle instelling beheerd wordt op 31 december 2015 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 , op 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2;
  4į onder de uitdrukking "nieuwe rekening" gedefinieerd in punt C.10., wordt een financiŽle rekening verstaan die bij een rapporterende financiŽle instelling wordt geopend op of na 1 januari 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 op of na 1 januari 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, op of na 1 januari 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, op of na 1 januari 2019 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2, tenzij die financiŽle rekening behandeld wordt als een bestaande rekening conform bijlage I, sectie C, paragraaf 9, alinea b), van bovengenoemde wet van 16 december 2015;
  5į voor de "uitgezonderde rekening" is de datum die door dit koninklijk besluit in punt C.15., f), tweede streepje, is vastgelegd 1 januari 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 en [2 1 januari 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, 1 januari 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, 1 januari 2019 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2.]2
  Voor de bestaande rekeningen van natuurlijke personen in bijlage III, deel I van de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden :
  1į de zorgvuldigheidsprocedures van punt B zijn van toepassing op de lagewaarderekeningen waarvan het totale saldo of de totale waarde op 31 december 2015 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1, [2 op 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2, niet meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 1.000.000 VS-dollars;
  2į de uitgebreide controleprocedures van punt C zijn van toepassing op hogewaarderekeningen waarvan het saldo of de waarde op 31 december 2015 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 op 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2 meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 1.000.000 VS-dollars;
  3į de controle van de hogewaarderekeningen van punt D, moet afgerond zijn uiterlijk op 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 , uiterlijk op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, uiterlijk op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, uiterlijk op 31 december 2019 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2;
  4į de controle van de lagewaarderekeningen van punt D, moet moet afgerond zijn uiterlijk op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 , uiterlijk op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, uiterlijk op 31 december 2019 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, uiterlijk op 31 december 2020 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2;
  Voor bestaande entiteitsrekeningen van bijlage III, deel III van de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden :
  1į tenzij de rapporterende financiŽle instelling anders beslist, hetzij voor alle bestaande entiteitsrekeningen, hetzij voor elke duidelijk geÔdentificeerde groep van dergelijke rekeningen afzonderlijk, moet een bestaande entiteitsrekening van punt A, waarvan het saldo of de waarde op 31 december 2015 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 , op 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2 niet meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 250.000 VS-dollars niet gecontroleerd, geÔdentificeerd of gerapporteerd worden als een te rapporteren rekening zolang het saldo of de waarde ervan niet hoger is dan dat bedrag op de laatste dag van enig volgend kalenderjaar;
  2į een bestaande entiteitsrekening van punt B, waarvan het totale saldo of de totale waarde op 31 december 2015 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 , op 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2 meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 250.000 VS-dollars, en een bestaande entiteitsrekening waarvan het saldo of de waarde niet hoger is dan dat bedrag op de voormelde data maar wel hoger is dan dat bedrag op de laatste dag van enig volgend kalenderjaar, moeten gecontroleerd worden overeenkomstig de procedures die zijn uiteengezet in sectie D van deel III van bovengenoemde wet;
  3į de controle van de rekeningen van punt E.1., waarvan het totale saldo of de totale waarde op 31 december 2015 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 , op 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2 moet afgerond zijn uiterlijk op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1, uiterlijk op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, en uiterlijk op 31 december 2019 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, en uiterlijk op 31 december 2020 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2;
  4į de controle van de rekeningen van punt E.2., waarvan het totale saldo of de totale waarde op 31 december 2015 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 1 [2 , op 31 december 2016 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2, op 31 december 2017 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/1, op 31 december 2018 voor de rechtsgebieden die voorkomen in de lijst onder artikel 2/2]2 niet meer bedraagt dan het equivalent in EUR van 250.000 VS-dollars, maar op 31 december van enig volgend jaar wel meer bedraagt dan dat bedrag, moet afgerond zijn in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het saldo of de waarde van de rekening hoger was dan het genoemd bedrag.
  ----------
  (1)<KB 2018-06-13/01, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 20-06-2018>
  (2)<KB 2020-06-02/01, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 04-06-2020>

  Art. 5.[1 Volgende rechtsgebieden worden beschouwd als deelnemende rechtsgebieden in de zin van bijlage I, D.6 van de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden :
   1. Zuid-Afrika
   2. AlbaniŽ
   3. Duitsland
   4. Andorra
   5. Anguilla
   6. Antigua en Barbuda
   7. Saoedi-ArabiŽ
   8. ArgentiniŽ
   9. Aruba
   10. AustraliŽ
   11. Oostenrijk
   12. Azerbeidzjan
   13. Bahama's
   14. Bahrein
   15. Barbados
   16. Belize
   17. Bermuda
   18. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
   19. BraziliŽ
   20. Brunei Darussalam
   21. Bulgarije
   22. Canada
   23. Chili
   24. China
   25. Cyprus
   26. Colombia
   27. Zuid-Korea
   28. Costa Rica
   29. KroatiŽ
   30. CuraÁao
   31. Denemarken
   32. Dominica
   33. Verenigde Arabische Emiraten
   34. Ecuador
   35. Spanje
   36. Estland
   37. Finland
   38. Frankrijk
   39. Ghana
   40. Gibraltar
   41. Griekenland
   42. Grenada
   43. Groenland
   44. Guernsey
   45. Hongkong
   46. Hongarije
   47. Eiland Man
   48. Kaaimaneilanden
   49. Cookeilanden
   50. FaerŲer
   51. Marshalleilanden
   52. Turks- en Caicoseilanden
   51. Britse Maagdeneilanden
   54. India
   55. IndonesiŽ
   56. Ierland
   57. Ijsland
   58. IsraŽl
   59. ItaliŽ
   60. Japan
   61. Jersey
   62. Kazachstan
   63. Koeweit
   64. Letland
   65. Libanon
   66. Liechtenstein
   67. Litouwen
   68. Luxemburg
   69. Macao
   70. MaleisiŽ
   71. Maldiven
   72. Malta
   73. Mauritius
   74. Mexico
   75. Monaco
   76. Montserrat
   77. Nauru
   78. Nigeria
   79. Niue
   80. Noorwegen
   81. Nieuw-Zeeland
   82. Oman
   83. Pakistan
   84. Panama
   85. Nederland
   86.Peru
   87. Polen
   88. Portugal
   89. Qatar
   90. Slovaakse Republiek
   91. Tsjechische Republiek
   92. RoemeniŽ
   93. Verenigd Koninkrijk
   94. Rusland
   95. Saint Kitts en Nevis
   96. Saint Lucia
   97. San Marino
   98. Sint-Maarten
   99. Saint Vincent en de Grenadines
   100. Samoa
   101. Seychellen
   102. Singapore
   103. SloveniŽ
   104. Zweden
   105. Zwitserland
   106. Trinidad en Tobago
   107. Turkije
   108. Uruguay
   109. Vanuatu.]1
  ----------
  (1)<KB 2020-06-02/01, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 04-06-2020>

  Art. 6. De minister bevoegd voor FinanciŽn is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 14 juni 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van FinanciŽn,
J. VAN OVERTVELDT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden, de artikelen 8, ß 2, 20, tweede streepje, bijlage I, punten B.9., b), B.10., a), B.10., d), C.9., a), C.10., C.15., f), D.5 en D.6 (gelezen in samenhang met artikel 108 van de Grondwet), bijlage III, deel I, punten B, C en D en bijlage III, deel III, punten A, B, E.1 et E.2;
   Gelet op het advies van de inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 05 april 2017;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 18 april 2017;
   Gelet op het advies 61.438/3 van de Raad van State, gegeven op 31 mei 2017 met toepassing van artikel 84, ß 1, eerste lid, 2į, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Op de voordracht van de Minister van FinanciŽn,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-06-2020 GEPUBL. OP 04-06-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 2/2; 4; 5)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-06-2018 GEPUBL. OP 20-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 2/1; 4; 5)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       De wet van 16 december 2015 (hierna "de wet") heeft als algemeen doel de Belgische belastingadministratie in staat te stellen de informatie te verkrijgen die zij aan een buitenlandse belastingadministratie moet verstrekken in het kader van de tenuitvoerlegging van elke automatische uitwisseling van financiŽle inlichtingen die tussen BelgiŽ en een partnerstaat georganiseerd is :
       - in het kader van richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied, die de toepassing regelt van de door de OESO uitgewerkte wereldwijde standaard (27 andere landen van de Europese Unie);
       - in het kader van de herziene akkoorden inzake de belastingheffing op inkomsten uit spaargelden die werden gesloten met 5 Europese landen die geen lid zijn van de Unie. Het betreft de akkoorden (beslissingen van de Raad) met Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino en Zwitserland;
       - en in het kader van bilaterale of multilaterale akkoorden die voorzien in een uitwisseling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, die werden gesloten krachtens het Gezamenlijke verdrag tussen de OESO en de Raad van Europa van 25 januari 1988 inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden, krachtens een bilaterale overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting of krachtens een bilateraal verdrag inzake de uitwisseling van fiscale inlichtingen. Binnen dit kader heeft BelgiŽ het "Multilateraal akkoord tussen bevoegde autoriteiten betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen inzake financiŽle rekeningen" ondertekend, dat het mogelijk maakt om de wereldwijde standaard in een multilaterale context toe te passen.
       De wet is 10 dagen na haar publicatie in het Belgisch Staatsblad in werking getreden, zowel voor de inlichtingen die voor de Verenigde Staten bestemd zijn (intergouvernementeel "FATCA-verdrag") als voor de inlichtingen die voor de andere lidstaten van de Europese Unie bestemd zijn (artikel 20 van de wet). Overeenkomstig de bepalingen van haar artikelen 8, ß 2, 9 en 10 is de wet voor de eerste keer van toepassing op de inlichtingen die betrekking hebben op de periode tussen 1 juli en 31 december 2014 voor wat de Verenigde Staten betreft en op de inlichtingen die betrekking hebben op het jaar 2016 voor wat de andere lidstaten van de Europese Unie betreft. Voor de inlichtingen die bestemd zijn voor elk ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied waarmee BelgiŽ een Administratief akkoord gesloten heeft en dat voorkomt in een gepubliceerde lijst (artikel 20 en bijlage I, punt D., 5. van de wet) legt de wet de inwerkingtreding vast op de datum die de Koning vaststelt. Voor de bij koninklijk besluit gespecificeerde jaren zal de wet geleidelijk worden toegepast op de inlichtingen met betrekking tot de financiŽle rekeningen waarvan de houders inwoner zijn van die andere rechtsgebieden "die aan rapportering onderworpen zijn" (artikel 8, ß 2, van de wet).
       BelgiŽ heeft aan de deelnemende rechtsgebieden en aan de Belgische financiŽle instellingen laten weten dat het een verdrag voor de automatische uitwisseling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen wenste te sluiten met alle gecommitteerde rechtsgebieden ("committed jurisdictions") die opgenomen zijn op de website voor de automatische uitwisseling van de OESO. De lijst met andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden kon evenwel pas worden opgemaakt na controle van de voorwaarden die vereist zijn voor de uitwisseling. Een uitwisseling met een rechtsgebied kan immers alleen plaatsvinden indien dat rechtsgebied over het vereiste juridische kader voor de uitwisseling en over de administratieve capaciteit en procedures beschikt die onontbeerlijk zijn om de vertrouwelijkheid van de ontvangen informatie te waarborgen. Het is tevens aangewezen zich ervan te vergewissen of het rechtsgebied in kwestie de wederkerigheid wenst (dit wil zeggen, of het inlichtingen wenst te ontvangen van de Belgische bevoegde autoriteit) en dat de verstrekte inlichtingen enkel voor de beoogde doelstellingen zullen gebruikt worden. Die algemene controleprocedure wordt permanent uitgevoerd door bemiddeling van het "Secretariaat van het CoŲrdinerend lichaam" zoals omschreven in Sectie 1 van het voornoemd Multilateraal akkoord tussen bevoegde autoriteiten.
       De Belgische administratie is van oordeel dat er in dit stadium van de procedure snel een officiŽle versie van de lijst met andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden moet worden opgemaakt voor de inlichtingen die betrekkingen hebben op het jaar 2016 die voor de eerste keer moeten uitgewisseld worden in 2017 en voor de inlichtingen die betrekkingen hebben op het jaar 2017 die voor de eerste keer moeten uitgewisseld worden in 2018.
       De lijst moet immers gepubliceerd worden teneinde de Belgische financiŽle instellingen in de gelegenheid te stellen om tegenover die andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden te voldoen aan de verplichtingen die worden opgelegd door de wet van 16 december 2015 en om de Belgische bevoegde autoriteit binnen de voorgeschreven termijn de inlichtingen te bezorgen die zij in het kader van de uitvoering van de automatische uitwisseling van financiŽle inlichtingen aan de bevoegde autoriteiten van die andere buitenlandse rechtsgebieden die aan rapportering onderworpen zijn moet verstrekken.
       Die publicatie moet de Belgische financiŽle instellingen met name in staat stellen om tegenover hun klanten die in de in de lijsten opgenomen rechtsgebieden verblijven, hun verplichtingen inzake het verstrekken van informatie na te komen zoals omschreven in hoofdstuk IV van de wet ("Vertrouwelijkheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer").
       De Europese landen en de Verenigde Staten, landen waarvoor de toepassingsdata van de wet opgenomen zijn in de wet zelf, zijn niet vermeld in de lijsten. Evenmin in de lijsten opgenomen zijn de rechtsgebieden die in het huidige stadium aangegeven hebben dat ze geen wederkerigheid wensen in het kader van de uitwisseling van financiŽle inlichtingen, meer bepaald Anguilla, Bahrein, Bahama's, Bermuda, de Verenigde Arabische Emiraten, de Kaaimaneilanden, de Marshalleilanden, de Turks- en Caicoseilanden, de Britse Maagdeneilanden, Nauru en Qatar.
       In voorkomend geval zullen er nieuwe, herzien lijsten gepubliceerd worden wanneer zou blijken dat sommige van de in de lijsten opgenomen rechtsgebieden uiteindelijk niet, of niet langer voldoen aan de voorwaarden die vereist en onontbeerlijk zijn voor de uitwisseling.
       Artikel 3 bepaalt dat de wet ten opzichte van de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden in werking treedt op de dag waarop het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd wordt.
       Artikel 4 vermeldt de toepassingsdata van bijlagen I en III van de wet, die op grond van de wet zelf bij koninklijk besluit moeten vastgelegd worden. Voor de rechtsgebieden die opgenomen zijn in de lijst onder artikel 1 gaat het om de toepassingsdata waarin is voorzien voor alle "early adopters" van het CRS, met andere woorden alle rechtsgebieden die vanaf het jaar 2017 beginnen met het uitwisselen van de gewenste inlichtingen.
       De toepassingsdata worden met ťťn jaar uitgesteld voor de rechtsgebieden zoals bedoeld in artikel 2, die pas in 2018 zullen beginnen met het uitwisselen van de in de wet bedoelde inlichtingen waar het de inlichtingen betreft die betrekking hebben op het jaar 2017.
       Artikel 5 legt de lijst vast met deelnemende rechtsgebieden zoals omschreven in bijlage I, D., 6. van de wet. Die lijst met deelnemende rechtsgebieden is belangrijk voor de definitie van de uitdrukking "passieve Niet-financiŽle Entiteit (NFE)" die voorkomt in bijlage III, deel V, punt D., 2., (ii), van de wet. In de praktijk heeft de Belgische administratie besloten om alle rechtsgebieden die zich publiekelijk ertoe verbonden hebben om de gemeenschappelijke wereldwijde standaard vůůr het jaar 2018 toe te passen bij wijze van overgangsmaatregel (dit wil zeggen, op voorwaarde dat elk van die rechtsgebieden zich aan de gedane toezeggingen houdt. In dit verband wordt erop gewezen dat de Verenigde Staten niet moeten beschouwd worden als een deelnemend rechtsgebied in de zin van de wet.
       Die lijst zal herzien worden indien zou blijken dat sommige rechtsgebieden uiteindelijk niet als deelnemend rechtsgebied beschouwd mogen worden.
       Ik heb de eer te zijn,
       Sire,
       Van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
       De Minister van FinanciŽn,
       J. VAN OVERTVELDT
       
       ADVIES 61.438/3 VAN 31 MEI 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "DAT DE LIJST VAN DE ANDERE AAN RAPPORTERING ONDERWORPEN RECHTSGEBIEDEN EN DE LIJST VAN DE DEELNEMENDE RECHTSGEBIEDEN VASTLEGT, MET HET OOG OP DE TOEPASSING VAN DE WET VAN 16 DECEMBER 2015 TOT REGELING VAN DE MEDEDELING VAN INLICHTINGEN BETREFFENDE FINANCIELE REKENINGEN, DOOR DE BELGISCHE FINANCIELE INSTELLINGEN EN DE FOD FINANCIEN, IN HET KADER VAN EEN AUTOMATISCHE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN OP INTERNATIONAAL NIVEAU EN VOOR BELASTINGDOELEINDEN"
       Op 2 mei 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van FinanciŽn verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "dat de lijst van de andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden en de lijst van de deelnemende rechtsgebieden vastlegt, met het oog op de toepassing van de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden".
       Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 23 mei 2017.
       De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Jeroen Van Nieuwenhove en Koen Muylle, staatsraden, Johan Put en Bruno Peeters, assessoren, en Astrid Truyens, griffier.
       Het verslag is uitgebracht door Githa Scheppers, eerste auditeur.
       De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo Baert, kamervoorzitter.
       Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 31 mei 2017.
       1. Met toepassing van artikel 84, ß 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
       Strekking van het ontwerp
       2. De wet van 16 december 2015 "tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen, door de Belgische financiŽle instellingen en de FOD FinanciŽn, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden" (hierna: de wet) stelt de Belgische bevoegde autoriteit (de federale minister bevoegd voor financiŽn of zijn gemachtigde vertegenwoordiger) (1) in staat de informatie te verkrijgen die zij aan buitenlandse bevoegde autoriteiten moet mededelen in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen.
       Met betrekking tot de inlichtingen bestemd voor de Verenigde Staten en voor de andere lidstaten van de Europese Unie is de wet op 10 januari 2017 in werking getreden (artikel 20, eerste streepje, van de wet).
       Voor zover het gaat om inlichtingen die bestemd zijn voor andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden, dient de Koning de datum vast te stellen waarop de wet in werking treedt (artikel 20, tweede streepje, van de wet). Die andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden zijn rechtsgebieden - andere dan de Verenigde Staten en de lidstaten van de Europese Unie - "waarmee BelgiŽ een administratief akkoord (2) heeft gesloten [over de automatische uitwisseling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen] en dat opgenomen is in een gepubliceerde lijst" (bijlage I, D, 5, bij de wet).
       Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe de datum van inwerkingtreding bedoeld in artikel 20, tweede streepje, van de wet te bepalen (artikel 3, eerste lid, van het ontwerp), alsook de lijst van andere aan rapportering onderworpen rechtsgebieden vast te stellen (artikelen 1, 2 en 4 van het ontwerp). Voor die rechtsgebieden worden ter uitvoering van de wet ook een aantal scharnierdata en grensbedragen bepaald (artikel 3, tweede, derde en vierde lid, van het ontwerp).
       Rechtsgrond
       3. De rechtsgrond voor het ontworpen besluit wordt luidens het eerste lid van de aanhef gezocht in de artikelen 8, ß 2, en 20 van de wet en in bijlage I, D, 5, en D, 6, bij de wet.
       Wat artikel 20 van de wet betreft, dient te worden opgemerkt dat het meer bepaald om het tweede streepje van dat artikel gaat.
       Ook nog heel wat andere onderdelen van de bijlagen bij de wet zijn nodig als rechtsgrond (bijvoorbeeld bijlage I, B, 9, 10, a en d, C, 9, a, C, 10, C, 15, f, en bijlage III, I, B, C en D).
       In het eerste lid van de aanhef zal de rechtsgrond dan ook meer precies moeten worden aangeduid.
       Wat bijlage I, D, 6, betreft moet bovendien worden opgemerkt dat daarin geen delegatie aan de Koning voorkomt. Er zal dan ook een beroep moeten worden gedaan op de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning (artikel 108 van de Grondwet), gelezen in samenhang met het voormelde onderdeel van bijlage I (als rechtsgrond voor artikel 4 van het ontworpen besluit).
       Algemene opmerkingen
       4. Wegens tijdsgebrek heeft de Raad van State niet kunnen verifiŽren of met alle in de lijsten vermelde rechtsgebieden een van toepassing zijnd administratief akkoord is gesloten voor de automatische uitwisseling van inlichtingen betreffende financiŽle rekeningen.
       5. Bepaalde elementen van het ontwerp zijn overgenomen uit de wet (cf. bijv. de omschrijving van "bestaande rekening" in artikel 3, tweede lid, 3į, van het ontwerp, die is geput uit bijlage I, C, 9, a, bij de wet).
       Bepalingen die enkel een hogere rechtsnorm in herinnering brengen door die over te nemen of te parafraseren, horen in beginsel niet thuis in een uitvoeringsregeling, onder meer omdat daardoor onduidelijkheid dreigt te ontstaan omtrent de juridische aard van de overgenomen bepalingen en erdoor verkeerdelijk de indruk kan worden gewekt dat de overgenomen regels kunnen worden gewijzigd door de overheid die de regels overneemt. Enkel wanneer het voor een goed begrip van de ontworpen regeling onontbeerlijk is dat bepalingen uit een hogere rechtsnorm worden overgenomen, kan dergelijke werkwijze worden gebillijkt, en dan enkel op voorwaarde dat de oorsprong van de betrokken regels wordt vermeld (door het aanbrengen van de vermelding "overeenkomstig artikel ... van de wet van ...") en dat de overname correct en letterlijk gebeurt om geen onduidelijkheid te doen ontstaan omtrent de juiste draagwijdte ervan.
       Onderzoek van de tekst
       Aanhef
       6. De aanhef dient in overeenstemming te worden gebracht met wat hiervoor is opgemerkt over de rechtsgrond van het ontworpen besluit.
       Artikel 2
       7. In de Franse tekst van het ontwerp zal de Franse naam van "Saint Kitts en Nevis" moeten worden vermeld. In plaats van "Saint Kitts and Nevis" schrijve men daarom "Saint Christophe-et-NiťvŤs".
       Hetzelfde geldt voor artikel 4 van het ontwerp.
       Artikel 3
       8. Het eerste lid van artikel 3 van het ontwerp - dat beter in een afzonderlijk artikel wordt opgenomen - dient duidelijker te worden gesteld. Er wordt immers bepaald wanneer artikel 20, tweede streepje, van de wet in werking treedt, terwijl de Koning aan die bepaling de bevoegdheid ontleent om de wet in werking te stellen "wat de inlichtingen betreft die bestemd zijn voor elk ander aan rapportering onderworpen rechtsgebied". Niet artikel 20, tweede streepje, moet dus in werking worden gesteld, maar wel de wet wat de voormelde inlichtingen betreft.
       Artikel 4
       9. In de inleidende zin van artikel 4 van het ontwerp dienen de woorden "minstens tijdelijk" geschrapt te worden. Uit de ontworpen bepaling blijkt immers niet hoelang de vermelde rechtsgebieden te beschouwen zullen zijn als deelnemende rechtsgebieden.
       Ofwel kunnen de stellers de uitwerking in de tijd van die bepaling beperken (en die naderhand zo nodig verlengen), ofwel kunnen ze de regel voor onbepaalde duur invoeren en hem naderhand opheffen indien dit op een bepaald moment nodig zou blijken.
       
       De griffier,
       A. Truyens.
       De voorzitter,
       J. Baert.
       
       ----------
       
       (1) Bijlage I, A, 3, bij de wet van 16 december 2015.
       (2) Dat begrip wordt gedefinieerd in bijlage I, A, 2, bij de wet.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie