J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2013/06/21/2013035544/justel

Titel
21 JUNI 2013. - Decreet betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-06-2013 en tekstbijwerking tot 03-07-2020)

Bron : VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 26-06-2013 nummer :   2013035544 bladzijde : 40587       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2013-06-21/02
Inwerkingtreding : 27-06-2013

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1965112350       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Inleidende bepalingen
Art. 1-3
Afdeling 2. - Toepassingsgebied
Art. 4
Afdeling 3. - Definities
Art. 5
AFDELING 3./1 [1 Wezenskenmerken van een grensoverschrijdende constructie ]1
Art. 5/1
Afdeling 4. - Organisatie
Art. 6-7
HOOFDSTUK 2. - Uitwisseling van inlichtingen
Afdeling 1. - Uitwisseling van inlichtingen op verzoek
Onderafdeling 1. - De bevoegde autoriteit als verzoekende autoriteit
Art. 8
Onderafdeling 2. - De bevoegde autoriteit als aangezochte autoriteit
Art. 9-10
Afdeling 2. - Verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen
Art. 11, 11/1
Onderafdeling 1. [1 Verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen voor de bevoegde autoriteit]1
Art. 11/2
Onderafdeling 2. [1 Verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies voor intermediairs of relevante belastingplichtigen ]1
Art. 11/3, 11/4, 11/5, 11/6, 11/7, 11/8, 11/9, 11/10, 11/11
Afdeling 3. - Spontane uitwisseling van inlichtingen
Art. 12-13
HOOFDSTUK 3. - Andere vormen van administratieve samenwerking
Afdeling 1. - Aanwezigheid in de administratiekantoren en deelname aan administratief onderzoek
Art. 14-15
Afdeling 2. - Gelijktijdige controles
Art. 16
Afdeling 3. - Administratieve kennisgeving
Art. 17-18
Afdeling 4. - Feedback
Art. 19-20
HOOFDSTUK 4. - Voorwaarden voor de administratieve samenwerking
Afdeling 1. - Openbaarmaking van inlichtingen en bescheiden
Art. 21-22
Afdeling 2. - Beperkingen en verplichtingen
Art. 23-25
Afdeling 3. - Verder reikende samenwerking
Art. 26
Afdeling 4. - Standaardformulieren, geautomatiseerde formaten en het CCN-netwerk
Art. 27-28, 28/1
Afdeling 5. - Taal van het verzoek
Art. 29
HOOFDSTUK 5. - Betrekkingen met derde landen
Art. 30
HOOFDSTUK 5/1. [1 Administratieve sancties]1
Art. 30/1
HOOFDSTUK 5/2. [1 Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens ]1
Art. 30/2, 30/3, 30/4, 30/5
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
Art. 31-36
HOOFDSTUK 7. - Slotbepaling
Art. 37

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Afdeling 1. - Inleidende bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en een gewestaangelegenheid.

  Art. 2.Dit decreet voorziet in de omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG[1 , in de omzetting van richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied en van richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied]1 [2 , in de omzetting van richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies]2.
  ----------
  (1)<DVR 2016-12-23/05, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (2)<DVR 2020-06-26/16, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>

  Art. 3. § 1. Dit decreet legt de voorschriften en procedures vast voor de administratieve samenwerking tussen enerzijds de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest en anderzijds de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, met het oog op de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zijn voor de administratie en de handhaving van de wetgeving van de lidstaten met betrekking tot de belastingen, vermeld in artikel 4.
  Dit decreet legt tevens de bepalingen vast voor de elektronische uitwisseling van de inlichtingen, vermeld in het eerste lid.
  § 2. Dit decreet laat de toepassing van de regels inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken onverlet. Zij laat eveneens onverlet de verplichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest inzake ruimere administratieve samenwerking, die voortvloeien uit andere rechtsinstrumenten, waaronder bilaterale en multilaterale overeenkomsten.

  Afdeling 2. - Toepassingsgebied

  Art. 4.Dit decreet is van toepassing op :
  1° alle belastingen die worden geheven door of ten behoeve van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest of een van haar territoriale of bestuurlijke onderdelen, lokale overheden daaronder begrepen, [1 ...]1;
  2° alle belastingen die worden geheven door of ten behoeve van een lidstaat of een van zijn territoriale of bestuurlijke onderdelen, lokale overheden daaronder begrepen.
  In geen geval worden de belastingen, vermeld in het eerste lid, uitgelegd als omvattende :
  1° leges, bijvoorbeeld voor certificaten en andere door autoriteiten uitgereikte stukken;
  2° contractueel verschuldigde bedragen, zoals betalingen voor openbare nutsvoorzieningen.
  Dit decreet is van toepassing op de belastingen, vermeld in het eerste lid, die worden geheven op het grondgebied van de Europese Unie, vermeld in artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
  ----------
  (1)<DVR 2020-06-26/16, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>

  Afdeling 3. - Definities

  Art. 5.[2 In dit decreet]2 wordt verstaan onder :
  1° lidstaat : tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld, een andere lidstaat van de Europese Unie dan België;
  2° bevoegde autoriteit : de door België als zodanig aangewezen autoriteit. Het centraal verbindingsbureau, de Vlaamse verbindingsdiensten en de Vlaamse bevoegde personeelsleden worden eveneens als bevoegde autoriteit bij delegatie beschouwd;
  3° centraal verbindingsbureau : het bureau dat als zodanig is aangewezen en belast is met de primaire zorg voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking;
  4° verbindingsdienst : elk ander bureau dan het centraal verbindingsbureau dat als zodanig is aangewezen om op grond van dit decreet rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
  5° bevoegd personeelslid : elk personeelslid van een overheidsinstantie dat op grond van dit decreet gemachtigd is om rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen. De personeelsleden die bij de administratieve samenwerking in de zin van dit decreet zijn betrokken, worden in elk geval geacht daartoe overeenkomstig de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde regelingen bevoegd te zijn;
  6° buitenlandse autoriteit : het centraalverbindingsbureau, de verbindingsdiensten of de bevoegde personeelsleden die door een buitenlandse bevoegde autoriteit gemachtigd zijn om over te gaan tot de rechtstreekse uitwisseling van inlichtingen met de bevoegde autoriteit of andere vormen van administratieve samenwerking in de zin van dit decreet;
  7° verzoekende autoriteit : het centraal verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elk bevoegd personeelslid van een lidstaat dat of die namens een bevoegde autoriteit om bijstand verzoekt;
  8° aangezochte autoriteit : het centraal verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elk bevoegd personeelslid van een lidstaat dat of die namens een bevoegde autoriteit om bijstand wordt verzocht;
  9° administratief onderzoek : alle door de Vlaamse overheid of de lidstaten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;
  10° uitwisseling van inlichtingen op verzoek : de uitwisseling van inlichtingen in antwoord op een verzoek van de verzoekende autoriteit aan de aangezochte autoriteit met betrekking tot een specifiek geval;
  11° automatische uitwisseling : de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen [1 [2 aan een lidstaat]2]1, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen. [3 Voor de toepassing]3 van artikel 11 betekent 'beschikbare inlichtingen' inlichting die zich in de belastingdossiers van de inlichtingenverstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat;
  12° spontane uitwisseling : het niet-systematisch, te eniger tijd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen aan een lidstaat;
  13° langs elektronische weg : door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking - met inbegrip van digitale compressie - en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of andere elektromagnetische middelen;
  14° persoon :
  a) een natuurlijk persoon;
  b) een rechtspersoon;
  c) een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit;
  d) een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert die aan belastingen in de zin van dit decreet zijn onderworpen;
  [2 15° voorafgaande grensoverschrijdende ruling: een akkoord, een mededeling dan wel een ander instrument of een andere handeling met soortgelijk effect, ook als ze worden afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, in het kader van een belastingcontrole, die aan elk van de volgende voorwaarden voldoen:
   a) ze zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd door of namens de regering of een bevoegd personeelslid of de belastingautoriteit van een lidstaat, of een territoriaal of staatkundig onderdeel van die lidstaat, met inbegrip van de lokale overheden, ongeacht of er effectief gebruik van wordt gemaakt;
   b) ze zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd ten aanzien van een welbepaalde persoon of groep van personen, en die personen kunnen zich erop beroepen;
   c) ze hebben betrekking op de interpretatie of toepassing van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling ter toepassing of handhaving van de belastingwetgeving voor de belastingen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° ;
   d) ze hebben betrekking op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een lidstaat al dan niet sprake is van een vaste inrichting;
   e) ze zijn tot stand gekomen voorafgaand aan de transacties of activiteiten in een lidstaat op grond waarvan mogelijk sprake is van een vaste inrichting, of voorafgaand aan de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de transactie of reeks transacties dan wel de activiteiten hebben plaatsgevonden;]2
  [2 16° grensoverschrijdende transactie: een transactie of een reeks van transacties die betrekking kan hebben op, maar niet beperkt is tot het doen van investeringen, het leveren van goederen, het verrichten van diensten, het financieren of het gebruiken van materiële of immateriële activa, waarbij de persoon die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling heeft gekregen, niet rechtstreeks betrokken hoeft te zijn, en die voldoet aan een of meer van de volgende voorwaarden:
   a) niet alle partijen bij de transactie of reeks van transacties hebben hun fiscale woonplaats in de lidstaat die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft, wijzigt of hernieuwt;
   b) een of meer van de partijen bij de transactie of reeks van transacties hebben hun fiscale woonplaats tegelijkertijd in een of meer lidstaten, waaronder ook België;
   c) een van de partijen bij de transactie of reeks van transacties oefent haar bedrijf uit in een lidstaat via een vaste inrichting en de transactie of reeks van transacties maakt alle of een deel van de activiteiten van de vaste inrichting uit. Een grensoverschrijdende transactie of reeks van transacties omvat ook de regelingen die worden getroffen door een persoon ten aanzien van de bedrijfsactiviteiten die hij in een lidstaat via een vaste inrichting uitoefent;
   d) de transactie of reeks van transacties heeft een grensoverschrijdend effect.]2
  [3 17° grensoverschrijdende constructie: een constructie die ofwel meer dan één lidstaat ofwel een lidstaat en een derde land betreft, waarbij ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:
   a) niet alle deelnemers aan de constructie hebben hun fiscale woonplaats in hetzelfde rechtsgebied;
   b) een of meer van de deelnemers aan de constructie heeft zijn fiscale woonplaats tegelijkertijd in meer dan één rechtsgebied;
   c) een of meer van de deelnemers aan de constructie oefent een bedrijf uit in een ander rechtsgebied via een in dat rechtsgebied gelegen vaste inrichting en de constructie behelst een deel of het geheel van het bedrijf van die vaste inrichting;
   d) een of meer van de deelnemers aan de constructie oefent een activiteit uit in een ander rechtsgebied zonder in dat rechtsgebied zijn fiscale woonplaats te hebben of zonder in dat rechtsgebied een vaste inrichting te creëren;
   e) een dergelijke constructie heeft mogelijk gevolgen voor de automatische uitwisseling van inlichtingen of de vaststelling van het uiteindelijk belang;
   18° meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie: iedere grensoverschrijdende constructie die ten minste één van de wezenskenmerken, vermeld in artikel 5/1, bezit;
   19° wezenskenmerk: een eigenschap of kenmerk van een grensoverschrijdende constructie die geldt als een indicatie van een mogelijk risico op belastingontwijking zoals omschreven in artikel 5/1;
   20° intermediair: een persoon die een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bedenkt, aanbiedt, opzet, beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie ervan beheert.
   Een intermediair is ook een persoon die, gelet op de betrokken feiten en omstandigheden en op basis van de beschikbare informatie en de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om die diensten te verstrekken, weet of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd om rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie. Elke persoon heeft het recht bewijs te leveren van het feit dat een dergelijke persoon niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat die persoon bij een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken was. Daartoe kan die persoon alle relevante feiten en omstandigheden, beschikbare informatie en zijn relevante deskundigheid en begrip ervan vermelden.
   Om een intermediair te zijn, dient een persoon ten minste één van de volgende aanvullende voorwaarden te vervullen:
   a) fiscaal inwoner van een lidstaat zijn;
   b) beschikken over een vaste inrichting in een lidstaat via welke de diensten in verband met de constructie worden verleend;
   c) opgericht zijn in of onder de toepassing van de wetten vallen van een lidstaat;
   d) ingeschreven zijn bij een beroepsorganisatie in verband met de verstrekking van juridische, fiscale of adviesdiensten in een lidstaat;
   21° relevante belastingplichtige: elke persoon voor wie een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie beschikbaar wordt gemaakt voor implementatie, of die gereed is om een meldingsplichtige grensover schrijdende constructie te implementeren of die de eerste stap van een dergelijke constructie heeft geïmplementeerd;
   22° verbonden onderneming: voor de toepassing van artikel 5/1 en 11/2 betekent `verbonden onderneming' een persoon die gelieerd is met een andere persoon op ten minste één van de volgende wijzen:
   a) een persoon neemt deel aan de leiding van een andere persoon waarbij hij invloed van betekenis kan uitoefenen op die andere persoon;
   b) een persoon neemt deel aan de zeggenschap over een andere persoon door middel van een deelneming van meer dan 25% van de stemrechten;
   c) een persoon neemt deel in het kapitaal van een andere persoon door middel van een eigendomsrecht van, rechtstreeks of middellijk, meer dan 25% van het kapitaal;
   d) een persoon heeft recht op 25% of meer van de winsten van een andere persoon;
   23° marktklare constructie: een grensoverschrijdende constructie die is bedacht of aangeboden, implementeerbaar is of beschikbaar is gemaakt voor implementatie zonder dat er wezenlijke aanpassingen nodig zijn;
   24° constructie op maat: een grensoverschrijdende constructie die geen marktklare constructie is;
   25° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).";
   3° er worden een tweede tot en met achtste lid toegevoegd, die luiden als volgt:
   "Als meer dan één persoon deelneemt op de wijze, vermeld in het eerste lid, 22°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van dezelfde persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd.
   Als dezelfde personen deelnemen op de wijze, vermeld in het eerste lid, 22°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van meer dan één persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd.
   Voor de toepassing van het eerste lid, 22°, wordt een persoon die met betrekking tot de stemrechten of het kapitaalbezit van een entiteit samen met een andere persoon optreedt, beschouwd als houder van een deelneming in alle stemrechten of het volledige kapitaalbezit dat die andere persoon in de genoemde entiteit heeft.
   Bij middellijke deelneming wordt vastgesteld of aan de eisen, vermeld in het eerste lid, 22°, c), is voldaan door vermenigvuldiging van de deelnemingspercentages door de opeenvolgende niveaus heen. Een persoon die meer dan 50 procent van de stemrechten houdt, wordt geacht 100 procent te houden.
   Een natuurlijk persoon, zijn of haar echtgenoot en bloedverwanten in de rechte lijn worden behandeld als één persoon.
   Voor de toepassing van het eerste lid, 17° tot en met 24°, artikel 5/1 en artikel 11/2 tot en met 11/11, betekent een constructie ook een reeks constructies. Een constructie kan uit verscheidene stappen of onderdelen bestaan.
   In het eerste lid, 17° en 20°, wordt verstaan onder lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie met inbegrip van België.]3
  ----------
  (1)<DVR 2015-12-18/50, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
  (2)<DVR 2016-12-23/05, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (3)<DVR 2020-06-26/16, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>

  AFDELING 3./1 [1 Wezenskenmerken van een grensoverschrijdende constructie ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 5/1. [1 § 1. De wezenskenmerken van een grensoverschrijdende constructie worden onderverdeeld in de volgende vijf categorieën:
   1° categorie A: de algemene wezenskenmerken;
   2° categorie B: de specifieke wezenskenmerken;
   3° categorie C: de specifieke wezenskenmerken in verband met grensoverschrijdende transacties;
   4° categorie D: de specifieke wezenskenmerken in verband met de automatische uitwisseling van inlichtingen en uiteindelijk belang;
   5° categorie E: de specifieke wezenskenmerken in verband met verrekenprijzen.
   § 2. De algemene wezenskenmerken in categorie A, vermeld in paragraaf 3, de specifieke wezenskenmerken in categorie B, vermeld in paragraaf 4, en de wezenskenmerken in categorie C, vermeld in paragraaf 5, 1°, b), i), c) en d), mogen uitsluitend in aanmerking worden genomen als ze aan de `main benefit test' voldoen.
   Aan de `main benefit test' is voldaan als kan worden aangetoond dat het belangrijkste voordeel dat of een van de belangrijkste voordelen die, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, redelijkerwijs te verwachten valt van een constructie het verkrijgen van een belastingvoordeel is.
   In het kader van het wezenskenmerk in categorie C kan de aanwezigheid van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 5, 1°, b), i), c) en d), op zich geen reden zijn om te concluderen dat een constructie voldoet aan de `main benefit test'.
   § 3. Als algemene wezenskenmerken in categorie A, vermeld in paragraaf 1, 1°, worden beschouwd:
   1° een constructie waarbij de relevante belastingplichtige of een deelnemer aan de constructie zich tot geheimhouding verbindt en op grond hiervan niet aan andere intermediairs of de belastingautoriteiten mag onthullen hoe de constructie een belastingvoordeel kan opleveren;
   2° een constructie waarbij de intermediair aanspraak maakt op een vergoeding, rente, betaling van financieringskosten of andere uitgaven voor de constructie en die vergoeding wordt vastgelegd op basis van een van de onderstaande mogelijkheden:
   a) het bedrag van het belastingvoordeel dat de constructie oplevert;
   b) de vraag of de constructie daadwerkelijk een belastingvoordeel heeft opgeleverd. De intermediair moet daarbij de vergoeding gedeeltelijk of volledig terugbetalen wanneer het met de constructie beoogde belastingvoordeel niet gedeeltelijk of volledig werd verwezenlijkt;
   3° een constructie waarbij gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde documenten of een gestandaardiseerde structuur en die beschikbaar is voor meer dan één relevante belastingplichtige zonder dat er voor implementatie wezenlijke aanpassingen nodig zijn.
   § 4. Als specifieke wezenskenmerken in categorie B, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden beschouwd:
   1° een constructie waarbij een deelnemer aan de constructie een reeks geplande stappen onderneemt die erin bestaan een verlieslijdende onderneming te verwerven, de hoofdactiviteit van die onderneming stop te zetten en de verliezen ervan te gebruiken om de door hem verschuldigde belastingen te verminderen, onder meer door overdracht van die verliezen naar een ander rechtsgebied of door een versneld gebruik van die verliezen;
   2° een constructie die tot gevolg heeft dat inkomsten worden omgezet in vermogen, schenkingen of andere inkomstencategorieën die lager worden belast of van belasting worden vrijgesteld;
   3° een constructie die circulaire transacties omvat met als resultaat dat middelen worden rondgepompt, `round-tripping' genaamd, meer bepaald met behulp van tussengeschoven entiteiten zonder ander primair handelsdoel of van transacties die elkaar compenseren of tenietdoen of andere soortgelijke kenmerken hebben.
   § 5. Als specifieke wezenskenmerken in categorie C, vermeld in paragraaf 1, 3°, worden beschouwd:
   1° een constructie met aftrekbare grensoverschrijdende betalingen tussen twee of meer verbonden ondernemingen waarbij ten minste één van de volgende voorwaarden is vervuld:
   a) de ontvanger is in geen van de fiscale rechtsgebieden fiscaal inwoner;
   b) de ontvanger is fiscaal inwoner in een rechtsgebied, maar dat rechtsgebied:
   i) heft geen vennootschapsbelasting, of heft vennootschapsbelasting tegen een nultarief of bijna-nultarief; of
   ii) is opgenomen in een lijst van rechtsgebieden van derde landen die door de lidstaten gezamenlijk of in het kader van de OESO als niet-coöperatie zijn beoordeeld;
   c) de betaling geniet een volledige belastingvrijstelling in het rechtsgebied waar de ontvanger fiscaal inwoner is;
   d) de betaling geniet een fiscaal gunstregime in het rechtsgebied waar de ontvanger fiscaal inwoner is;
   2° in meer dan één rechtsgebied wordt aanspraak gemaakt op aftrekken voor dezelfde afschrijving;
   3° in meer dan één rechtsgebied wordt aanspraak gemaakt op voorkoming van dubbele belasting voor hetzelfde inkomens- of vermogensbestanddeel;
   4° een constructie met overdrachten van activa waarbij er een wezenlijk verschil bestaat tussen het bedrag dat in de betrokken rechtsgebieden wordt aangemerkt als de voor die activa te betalen vergoeding.
   § 6. Als specifieke wezenskenmerken in categorie D, vermeld in paragraaf 1, 4°, worden beschouwd:
   1° een constructie die kan leiden tot het ondermijnen van de rapportageverplichting uit hoofde van de wetgeving ter omzetting van Uniewetgeving of evenwaardige overeenkomsten inzake de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen, waaronder overeenkomsten met derde landen, of die profiteert van het gebrek aan die wetgeving of overeenkomsten. Dergelijke constructies omvatten ten minste het volgende:
   a) het gebruik van een rekening, product of belegging die geen financiële rekening is of niet als zodanig te boek staat, maar die over eigenschappen beschikt die in wezen vergelijkbaar zijn met die van een financiële rekening;
   b) de overdracht van financiële rekeningen of activa aan, of het gebruik van rechtsgebieden die niet gebonden zijn aan de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen met de staat van verblijf van de relevante belastingplichtige;
   c) de herkwalificatie van inkomsten en vermogen in producten of betalingen die niet onder de automatische uitwisseling van inlichtingen vallen;
   d) de overdracht of omzetting van een financiële instelling of een financiële rekening of de activa daarvan in een financiële instelling of een financiële rekening of activa die niet onder de rapportage in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen vallen;
   e) het gebruik van rechtspersonen, juridische constructies of structuren die de rapportage over één of meer rekeninghouders of uiteindelijk begunstigden in het kader van de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen stopzetten of daartoe strekken;
   f) constructies die due-diligenceprocedures die door financiële instellingen worden gebruikt om te voldoen aan hun verplichtingen tot het rapporteren van inlichtingen over financiële rekeningen ondermijnen of zwakke punten ervan benutten, onder meer via het gebruik van rechtsgebieden met ontoereikende of zwakke regelingen voor de handhaving van antiwitwaswetgeving of met zwakke transparantievereisten voor rechtspersonen of juridische constructies;
   2° een constructie waarbij de juridische of feitelijke eigendom niet-transparant is door het gebruik van personen, juridische constructies of structuren:
   a) die geen wezenlijke economische, door voldoende personeel, uitrusting, activa en gebouwen ondersteunde activiteit uitoefenen, en;
   b) die zijn opgericht in, worden beheerd in, inwoner zijn van, onder zeggenschap staan in, of gevestigd zijn in een ander rechtsgebied dan het rechtsgebied van verblijf van een of meer van de uiteindelijk begunstigden van de activa die door die personen, juridische constructies of structuren worden aangehouden, en;
   c) als de uiteindelijk begunstigden van die personen, juridische constructies of structuren, vermeld in artikel 4, 27°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, niet-identificeerbaar zijn gemaakt.
   § 7. Als specifieke wezenskenmerken in categorie E, vermeld in paragraaf 1, 5°, worden beschouwd:
   1° een constructie met gebruik van unilaterale veiligehavenregels;
   2° een constructie met overdracht van moeilijk te waarderen immateriële activa. De term `moeilijk te waarderen immateriële activa' omvat immateriële activa of rechten op immateriële activa waarvoor, op het tijdstip van de overdracht ervan, tussen verbonden ondernemingen:
   a) geen betrouwbare vergelijkbare activa bestaan; en
   b) de prognoses van de toekomstige kasstromen of inkomsten die naar verwachting uit de overgedragen activa voortvloeien, of de aannames die worden gebruikt voor het waarderen van de immateriële activa, bijzonder onzeker zijn, waardoor het moeilijk is te voorspellen hoe succesvol de immateriële activa op het moment van de overdracht uiteindelijk zullen zijn;
   3° een constructie met een grensoverschrijdende overdracht binnen de groep van functies, risico's of activa, als de geraamde jaarlijkse winst vóór interest en belastingen, ebit genaamd, van de overdrager of overdragers, tijdens de periode van drie jaar na de overdracht minder dan 50 procent bedraagt van de geraamde jaarlijkse ebit van die overdrager of overdragers als de overdracht niet had plaatsgevonden. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Afdeling 4. - Organisatie

  Art. 6. De verbindingsdienst of het bevoegde personeelslid die of dat een verzoek of een antwoord op een verzoek om samenwerking verzendt of ontvangt, stelt volgens de nationale procedures het centraal verbindingsbureau hiervan in kennis.

  Art. 7. De verbindingsdienst of het bevoegde personeelslid die of dat een verzoek om samenwerking ontvangt dat een optreden vereist buiten de hem krachtens de Vlaamse regelgeving of het Vlaamse beleid verleende bevoegdheid, geeft het verzoek onverwijld door aan het centraal verbindingsbureau en stelt de verzoekende autoriteit hiervan in kennis. In dat geval gaan de termijnen, vermeld in artikel 10, in op de dag nadat het verzoek om samenwerking aan het centraal verbindingsbureau is doorgezonden.

  HOOFDSTUK 2. - Uitwisseling van inlichtingen

  Afdeling 1. - Uitwisseling van inlichtingen op verzoek

  Onderafdeling 1. - De bevoegde autoriteit als verzoekende autoriteit

  Art. 8. Met betrekking tot een specifiek geval kan de bevoegde autoriteit een buitenlandse autoriteit verzoeken alle inlichtingen, vermeld in artikel 3, te verstrekken die deze in zijn bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft.
  Het verzoek, vermeld in het eerste lid, kan een met redenen omkleed verzoek bevatten om een bepaald administratief onderzoek in te stellen. De bevoegde autoriteit kan de aangezochte autoriteit verzoeken hem de originele stukken te bezorgen.

  Onderafdeling 2. - De bevoegde autoriteit als aangezochte autoriteit

  Art. 9. De bevoegde autoriteit verstrekt op verzoek van een buitenlandse autoriteit met betrekking tot een specifiek geval alle inlichtingen, vermeld in artikel 3, die hij in zijn bezit heeft of verkregen heeft naar aanleiding van een administratief onderzoek dat werd ingesteld om die inlichtingen te verkrijgen.
  De bevoegde autoriteit laat elk administratief onderzoek verrichten dat noodzakelijk is om de inlichtingen, vermeld in het eerste lid, te kunnen verkrijgen.
  Het verzoek, vermeld in het eerste lid, kan een met redenen omkleed verzoek om een bepaald administratief onderzoek bevatten. In voorkomend geval deelt de bevoegde autoriteit de verzoekende autoriteit mee op welke gronden hij een administratief onderzoek niet noodzakelijk acht.
  Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen of het verrichten van het gevraagde administratieve onderzoek, gaat de bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde hij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische overheidsinstantie.
  Op specifiek verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de bevoegde autoriteit de originele stukken, tenzij de Vlaamse regelgeving zich hiertegen verzet.

  Art. 10. § 1. De inlichtingen, vermeld in artikel 8, eerste lid, worden door de bevoegde autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekt. Indien de bevoegde autoriteit evenwel de inlichtingen al in zijn bezit heeft, verstrekt hij deze binnen twee maanden.
  In bijzondere gevallen kunnen de bevoegde autoriteit en de verzoekende autoriteit een andere termijn overeenkomen dan de termijn, vermeld in het eerste lid.
  § 2. De ontvangst van het verzoek wordt door de bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg bevestigd.
  § 3. De bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en preciseert welke aanvullende achtergrondinformatie hij verlangt. In dit geval gaan de termijnen, vermeld in paragraaf 1, in op de datum waarop de bevoegde autoriteit de aanvullende informatie ontvangt.
  § 4. Indien de bevoegde autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, deelt hij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee, met vermelding van de datum waarop hij meent aan het verzoek te kunnen voldoen.
  § 5. Indien de bevoegde autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of indien hij het verzoek om de redenen, vermeld in artikel 24, afwijst, deelt hij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee.

  Afdeling 2. - Verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen

  Art. 11. Met betrekking tot belastbare tijdperken vanaf 1 januari 2014 verstrekt de bevoegde autoriteit alle buitenlandse autoriteiten automatisch de inlichtingen waarover zij ten aanzien van de ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving :
  a) bezoldigingen van werknemers;
  b) bezoldigingen van bedrijfsleiders;
  c) levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere uniale rechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften;
  d) pensioenen;
  e) eigendom en inkomen van onroerende goederen.
  De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden.

  Art. 11/1.[1 § 1. De bevoegde autoriteit die na 31 december 2016 een voorafgaande grensoverschrijdende ruling afgeeft of maakt, wijzigt of hernieuwt, verstrekt de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten en de Europese Commissie automatisch inlichtingen daarover, met behoud van de toepassing van de beperkingen, vermeld in paragraaf 6, en conform artikel 28 en 29.
   § 2. De bevoegde autoriteit verstrekt ook conform artikel 28 en 29 de buitenlandse autoriteiten van alle lidstaten, alsook de Europese Commissie, de inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings die zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd binnen een periode van vijf jaar vóór 1 januari 2017, met uitzondering van de inlichtingen, vermeld in paragraaf 5, 1° en 2°.
   Als voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2012 en 31 december 2013, worden de inlichtingen verstrekt op voorwaarde dat de voorafgaande grensoverschrijdende rulings nog geldig waren op 1 januari 2014.
   Als voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2014 en 31 december 2016, worden de inlichtingen verstrekt ongeacht of de voorafgaande grensoverschrijdende rulings nog geldig zijn.
   In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is de bevoegde autoriteit niet verplicht om inlichtingen uit te wisselen als het een voorafgaande grensoverschrijdende ruling betreft die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoet:
   1° hij is vóór 1 april 2016 afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
   2° hij is gericht tot een bepaalde persoon of groep van personen, met een jaarlijkse netto-omzet als vermeld in artikel 2, punt 5, van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad, van minder dan 40.000.000 euro in het boekjaar dat voorafgaat aan de datum waarop de grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
   3° hij is niet gericht tot een bepaalde persoon of groep personen die hoofdzakelijk financiële of investeringsactiviteiten verricht.
   § 3. Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing als een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op de belastingzaken van een of meer natuurlijke personen.
   § 4. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden door de bevoegde autoriteit verstrekt binnen de volgende termijnen:
   1° voor de inlichtingen die conform paragraaf 1 zijn uitgewisseld: binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
   2° voor de inlichtingen die conform paragraaf 2 zijn uitgewisseld: vóór 1 januari 2018.
   § 5. De inlichtingen die conform paragraaf 1 en 2 door de bevoegde autoriteit worden verstrekt, omvatten onder meer de volgende gegevens:
   1° de identificatiegegevens van de andere persoon dan een natuurlijke persoon en, in voorkomend geval, van de groep personen waartoe die persoon behoort;
   2° een samenvatting van de inhoud van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, in algemene bewoordingen gesteld, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen die in strijd zouden zijn met de openbare orde;
   3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd;
   4° de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is;
   5° de einddatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is;
   6° het type voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
   7° het bedrag van de transactie of reeks van transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling;
   8° de andere lidstaten, als die er zijn, waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn;
   9° andere personen dan natuurlijke personen in de andere lidstaten, als die er zijn, op wie de voorafgaande grensoverschrijdende ruling naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij vermeld wordt met welke lidstaten de personen in kwestie verbonden zijn;
   10° de vermelding of de meegedeelde inlichtingen gebaseerd zijn op de voorafgaande grensoverschrijdende ruling.
   § 6. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 5, 1°, 2° en 9°, worden niet meegedeeld aan de Europese Commissie.
   § 7. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor het kenbaar maken van de ontvangst van de inlichtingen door de bevoegde autoriteit.
   § 8. Het bevoegde personeelslid kan conform artikel 8, eerste lid, met behoud van de toepassing van artikel 29, om aanvullende inlichtingen verzoeken, met inbegrip van de volledige tekst van een voorafgaande grensoverschrijdende ruling.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-12-23/05, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Onderafdeling 1. [1 Verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen voor de bevoegde autoriteit]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/2.[1 § 1. De bevoegde autoriteit waaraan de inlichtingen conform artikel 11/3 tot en met 11/11 zijn verstrekt, deelt de gegevens, vermeld in paragraaf 2, via automatische uitwisseling mee aan de buitenlandse autoriteiten van alle andere lidstaten conform de regels, vermeld in artikel 28.
   § 2. De gegevens die de bevoegde autoriteit meedeelt, vermeld in paragraaf 1, zijn, als ze van toepassing zijn:
   1° de identificatiegegevens van intermediairs, van relevante belastingplichtigen en, in voorkomend geval, van de personen die een verbonden onderneming vormen met de relevante belastingplichtige, met inbegrip van hun naam, geboortedatum en -plaats bij een natuurlijk persoon, fiscale woonplaats en fiscaal identificatienummer;
   2° nadere bijzonderheden over de wezenskenmerken, vermeld in artikel 5/1, op grond waarvan de grensoverschrijdende constructie gemeld moet worden;
   3° een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder ze algemeen bekend staat, als die beschikbaar is, en een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of constructies, in algemene bewoordingen, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd met de openbare orde is;
   4° de datum waarop de eerste stap voor de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is of zal worden ondernomen;
   5° nadere bijzonderheden van de interne regelgeving die aan de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie ten grondslag liggen;
   6° de waarde van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie;
   7° de lidstaat van de relevante belastingbetalers en eventuele andere lidstaten waarop de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid invloed zal hebben;
   8° de identificatiegegevens van andere personen in een lidstaat, op wie de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie naar alle waarschijnlijkheid invloed zal hebben, waarbij wordt vermeld aan welke lidstaten die personen verbonden zijn.
   In deze paragraaf wordt verstaan onder lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie met inbegrip van België.
   § 3. Als een belastingdienst niet reageert op een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, betekent dat niet dat de geldigheid of fiscale behandeling van die constructie wordt aanvaard.
   § 4. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 2, 1°, 3° en 8°, worden niet meegedeeld aan de Europese Commissie.
   § 5. De automatische inlichtingenuitwisseling, vermeld in paragraaf 1, vindt plaats binnen één maand vanaf het einde van het kwartaal waarin de inlichtingen zijn verstrekt. De eerste inlichtingen worden uiterlijk op 31 oktober 2020 meegedeeld. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Onderafdeling 2. [1 Verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies voor intermediairs of relevante belastingplichtigen ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/3. [1 Elke intermediair is verplicht aan de bevoegde autoriteit en aan de buitenlandse autoriteit inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies waarvan ze kennis, bezit of controle heeft, te verstrekken binnen dertig dagen vanaf het hierna vermelde geval dat het eerst plaatsvindt:
   1° de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie voor implementatie beschikbaar is gesteld;
   2° de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie gereed is voor implementatie;
   3° het ogenblik waarop de eerste stap in de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is ondernomen.
   Met behoud van de toepassing van het eerste lid zijn de intermediairs, vermeld in artikel 5, 20°, tweede lid, ook verplicht om inlichtingen te verstrekken binnen dertig dagen vanaf de dag nadat ze, rechtstreeks of via andere personen, hulp, bijstand of advies hebben verstrekt. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/4. [1 In geval van marktklare constructies stelt de intermediair om de drie maanden een periodiek verslag op met een overzicht van de nieuwe meldingsplichtige inlichtingen, vermeld in artikel 11/2, § 2, 1°, 4°, 7°, en 8°, die sinds het laatste ingediende verslag beschikbaar zijn geworden. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/5. [1 Als de intermediair inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies moet verstrekken aan de bevoegde of buitenlandse autoriteiten van meer dan één lidstaat, verstrekt hij die inlichtingen alleen aan de autoriteit van de lidstaat die als eerste op de volgende lijst voorkomt:
   1° de lidstaat waar de intermediair fiscaal inwoner is;
   2° de lidstaat waar de intermediair een vaste inrichting heeft via welke de diensten met betrekking tot de constructie worden verstrekt;
   3° de lidstaat waar de intermediair is opgericht of onder de toepassing van de wetten valt;
   4° de lidstaat waar de intermediair is ingeschreven bij een beroepsorganisatie in verband met de verstrekking van juridische, fiscale of adviesdiensten.
   In dit lid moet onder lidstaat ook België worden verstaan.
   Als er overeenkomstig het eerste lid een meervoudige meldingsplicht bestaat, wordt de intermediair ontheven van het verstrekken van de inlichtingen als hij een schriftelijk bewijs voorlegt dat dezelfde inlichtingen in een andere lidstaat zijn verstrek ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/6.[1 § 1. Wanneer een intermediair gebonden is door een beroepsgeheim, is hij gehouden:
   1° de andere intermediair of intermediairs schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte te brengen dat hij niet aan de meldingsplicht kan voldoen, waardoor deze meldingsplicht automatisch rust op de andere intermediair of intermediairs;
   2° bij gebreke aan een andere intermediair, de relevante belastingplichtige of belastingplichtigen schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte te brengen van zijn of hun meldingsplicht.
   De ontheffing van de meldingsplicht krijgt slechts uitwerking op het tijdstip dat een intermediair voldaan heeft aan de in het eerste lid bedoelde verplichting.
   § 2. De relevante belastingplichtige kan de intermediair door schriftelijke instemming toelaten alsnog te voldoen aan de in artikel 11/3 bedoelde meldingsplicht.
   Als de relevante belastingplichtige geen instemming verleent, blijft de meldingsplicht bij de belastingplichtige en bezorgt de intermediair de nodige gegevens voor het vervullen van de in artikel 11/3 bedoelde meldingsplicht aan de relevante belastingplichtige.
   § 3. Geen beroepsgeheim overeenkomstig de eerste paragraaf kan worden ingeroepen aangaande de meldingsplicht van marktklare constructies die aanleiding geven tot een periodiek verslag overeenkomstig artikel 11/4. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/7. [1 Als er geen intermediair is of als de intermediair de relevante belastingplichtige of een andere intermediair op de hoogte brengt van de toepassing van een ontheffing krachtens artikel 11/6, eerste lid, ligt de verplichting om inlichtingen over een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie te verstrekken bij de andere intermediair die op de hoogte werd gebracht, of, bij gebrek daaraan, bij de relevante belastingplichtige. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/8. [1 Als de meldingsplicht overeenkomstig artikel 11/7 bij de relevante belastingplichtige ligt, verstrekt deze de inlichtingen binnen dertig dagen vanaf het hierna vermelde geval dat het eerst plaatsvindt:
   1° de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie voor implementatie ter beschikking is gesteld van de relevante belastingplichtige;
   2° de dag nadat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie gereed is voor implementatie door de relevante belastingplichtige;
   3° het ogenblik waarop de eerste stap voor de implementatie ervan met betrekking tot de relevante belastingplichtige is ondernomen.
   Als de relevante belastingplichtige inlichtingen over de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie moet verstrekken aan de bevoegde of buitenlandse autoriteiten van meer dan één lidstaat, verstrekt hij die inlichtingen alleen aan de autoriteit van de lidstaat die als eerste op de volgende lijst voorkomt:
   1° de lidstaat waar de relevante belastingplichtige fiscaal inwoner is;
   2° de lidstaat waar de relevante belastingplichtige een vaste inrichting heeft die begunstigde van de constructie is;
   3° de lidstaat waar de relevante belastingplichtige inkomsten ontvangt of winsten genereert, hoewel de relevante belastingplichtige geen fiscaal inwoner van een lidstaat is noch een vaste inrichting in een lidstaat heeft;
   4° de lidstaat waar de relevante belastingplichtige een activiteit uitoefent, hoewel de relevante belastingplichtige geen fiscaal inwoner van een lidstaat is noch een vaste inrichting in een lidstaat heeft.
   In dit lid moet onder lidstaat ook België worden verstaan.
   Als er op grond van het tweede lid een meervoudige meldingsplicht bestaat, wordt de relevante belastingplichtige ontheven van het verstrekken van de inlichtingen als hij een schriftelijk bewijs voorlegt dat dezelfde inlichtingen in een andere lidstaat zijn verstrekt. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/9. [1 Wanneer meerdere intermediairs bij dezelfde meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken zijn, verstrekken alle betrokken intermediairs inlichtingen over de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie.
   Een intermediair wordt enkel ontheven van het verstrekken van de inlichtingen als hij een schriftelijk bewijs voorlegt dat een andere intermediair dezelfde inlichtingen als vermeld in artikel 11/2, § 2, al heeft verstrekt. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 17, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/10. [1 Als de meldingsplicht bij de relevante belastingplichtige ligt en er meer dan één relevante belastingplichtige is, worden de inlichtingen conform artikel 11/7 verstrekt door de relevante belastingplichtige die als eerste op de volgende lijst voorkomt:
   1° de relevante belastingplichtige die de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is overeengekomen met de intermediair;
   2° de relevante belastingplichtige die de implementatie van de constructie beheert.
   Een relevante belastingplichtige wordt enkel ontheven van het verstrekken van de inlichtingen als hij een schriftelijk bewijs voorlegt dat een andere relevante belastingplichtige dezelfde inlichtingen als vermeld in artikel 11/2, § 2, al heeft verstrekt. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 11/11. [1 De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de intermediair of de relevante belastingplichtige de verplichtingen die in deze afdeling zijn opgenomen, moeten naleven. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Afdeling 3. - Spontane uitwisseling van inlichtingen

  Art. 12. In elk van de volgende gevallen verstrekt de bevoegde autoriteit spontaan de inlichtingen, vermeld in artikel 3, aan de buitenlandse autoriteit :
  1° de bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de andere lidstaat een derving van belasting kan bestaan;
  2° een belastingplichtige verkrijgt in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de andere lidstaat zou moeten meebrengen;
  3° transacties tussen enerzijds een belastingplichtige in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest en anderzijds een belastingplichtige in een andere lidstaat worden over een of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in een van beide of in beide lidstaten een belastingbesparing kan ontstaan;
  4° de bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing kan ontstaan door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;
  5° de door een buitenlandse autoriteit aan de bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen hebben informatie opgeleverd die voor de vaststelling van de belastingschuld in die andere lidstaat van nut kan zijn.
  De bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse autoriteit spontaan alle inlichtingen uitwisselen waarvan hij kennis heeft en die de buitenlandse autoriteit van nut kunnen zijn.
  De inlichtingen, vermeld in het eerste lid, worden door de bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat deze beschikbaar zijn, aan de buitenlandse autoriteit van elke betrokken lidstaat verstrekt.

  Art. 13. Indien een buitenlandse autoriteit spontaan inlichtingen verstrekt aan de bevoegde autoriteit, bevestigt de bevoegde autoriteit de ontvangst van die inlichtingen onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, en indien mogelijk langs elektronische weg aan de verstrekkende buitenlandse autoriteit.

  HOOFDSTUK 3. - Andere vormen van administratieve samenwerking

  Afdeling 1. - Aanwezigheid in de administratiekantoren en deelname aan administratief onderzoek

  Art. 14. De bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de inlichtingen, vermeld in artikel 3, de door de bevoegde autoriteit gemachtigde personeelsleden onder de door de buitenlandse autoriteit vastgestelde voorwaarden :
  1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de administratieve overheden van de aangezochte autoriteit hun taken vervullen;
  2° aanwezig kunnen zijn bij administratieve onderzoeken op het grondgebied van de aangezochte autoriteit.

  Art. 15. § 1. De bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de inlichtingen, vermeld in artikel 3, de door de buitenlandse autoriteit gemachtigde personeelsleden onder de door de bevoegde autoriteit vastgestelde voorwaarden :
  1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de Vlaamse overheid haar taken vervult;
  2° aanwezig kunnenzijn bij administratieve onderzoeken die worden verricht door de Vlaamse overheid.
  Indien de verzochte inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de personeelsleden van de bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de personeelsleden van de verzoekende autoriteit een afschrift van die bescheiden.
  § 2. Op grondvan de overeenkomst, vermeld in de eerste paragraaf, mogen de bij een administratief onderzoek aanwezige personeelsleden van de verzoekende autoriteit in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest geen personen ondervragen en geen bescheiden onderzoeken.
  § 3. De door de verzoekende autoriteit gemachtigde personeelsleden die overeenkomstig de eerste paragraaf aanwezig zijn, moeten te allen tijde een schriftelijke opdracht kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken.

  Afdeling 2. - Gelijktijdige controles

  Art. 16. Dit artikel is van toepassing op de gevallen waarin de Vlaamse overheid met een of meer buitenlandse autoriteiten van een of meer lidstaten overeenkomt om gelijktijdig, elk op het eigen grondgebied, bij een of meer personen ten aanzien van wie zij een gezamenlijk of complementair belang hebben, controles te verrichten en de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen.
  De bevoegde autoriteit bepaalt autonoom welke personen hij voor een gelijktijdige controle wil voorstellen. Hij deelt de buitenlandse autoriteit van de betrokken lidstaten met opgave van redenen mee welke dossiers hij voor een gelijktijdige controle voorstelt. Hij bepaalt eveneens binnen welke termijn de controle moet plaatsvinden.
  Wanneer aan de bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, beslist hij of hij aan de gelijktijdige controle wenst deel te nemen. Hij doet de buitenlandse autoriteit die de controle voorstelt een bevestiging of een gemotiveerde weigering van deelname toekomen.
  De bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die wordt belast met de leiding en de coördinatie van de controle.

  Afdeling 3. - Administratieve kennisgeving

  Art. 17. De bevoegde autoriteit kan een buitenlandse autoriteit verzoeken om over te gaan tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de bevoegde autoriteit afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op diens grondgebied van regelgeving betreffende belastingen als vermeld in artikel 4. Deze kennisgeving geschiedt overeenkomstig de in de aangezochte lidstaat geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten.
  Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde, evenals alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan de geadresseerde kennis moet worden gegeven.
  Het verzoek tot kennisgeving wordt door de bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de Vlaamse regelgeving kan geschieden of buitensporige problemen zou veroorzaken. De bevoegde autoriteit kan een document, per aangetekende brief of langs elektronischeweg, rechtstreeks ter kennis brengen aan een persoon op het grondgebied van een andere lidstaat.

  Art. 18. Op verzoek van een buitenlandse autoriteit gaat de bevoegde autoriteit, overeenkomstig de Vlaamse regelgeving voor de kennisgeving van soortgelijke akten, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de buitenlandse autoriteit afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op zijn grondgebied van regelgeving betreffende belastingen als vermeld in artikel 4.
  De bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit aan de geadresseerde ter kennis is gebracht.

  Afdeling 4. - Feedback

  Art. 19.Indien een buitenlandse autoriteit inlichtingen heeft verstrekt met toepassing van artikel 8 en artikel 13, en om feedback betreffende de ontvangen inlichtingen verzoekt, geeft de ontvangende bevoegde autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden nadat het resultaat van het gebruik van de verlangde inlichtingen bekend is, feedback aan de buitenlandse autoriteit die de inlichtingen heeft verzonden. Hierbij mag evenwel geen afbreuk gedaan worden aan de bescherming waarin [2 artikel 3.19.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013]2 voorziet en evenmin aan [1 de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens]1.
  De bevoegde autoriteit geeft eenmaal per jaar, overeenkomstig bilateraal overeengekomen praktische afspraken, feedback over de automatische inlichtingenuitwisseling naar de betrokken lidstaten.
  ----------
  (1)<DVR 2018-06-08/04, art. 53, 004; Inwerkingtreding : 25-05-2018>
  (2)<DVR 2020-06-26/16, art. 20, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>

  Art. 20. De bevoegde autoriteit die met toepassing van artikel 9 en 12 inlichtingen heeft verstrekt, kan de ontvangende buitenlandse autoriteit om feedback betreffende de ontvangen inlichtingen verzoeken.

  HOOFDSTUK 4. - Voorwaarden voor de administratieve samenwerking

  Afdeling 1. - Openbaarmaking van inlichtingen en bescheiden

  Art. 21.§ 1. De inlichtingen waarover de bevoegde autoriteit uit hoofde van dit decreet beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin [1 artikel 3.19.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013]1 voorziet met betrekking tot soortgelijke inlichtingen.
  § 2. Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt :
  1° voor de administratie en de handhaving van de Vlaamse regelgeving met betrekking tot de belastingen, vermeld in artikel 4;
  2° voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 4 van het decreet van 21 december 2012 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen;
  3° in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, met behoud van de toepassing van de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures.
  Na toestemming van de buitenlandse autoriteit die de inlichtingen overeenkomstig de richtlijn, vermeld in artikel 2, heeft verstrekt en voor zover het in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wettelijk is toegestaan, kunnende inlichtingen en bescheiden ontvangen van deze autoriteit worden gebruikt voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in het eerste lid. Indien de inlichtingen evenwel in de lidstaat van de buitenlandse autoriteit voor soortgelijke doelen kunnen worden gebruikt, mogen de inlichtingen ook door de bevoegde autoriteit worden gebruikt.
  In afwijking van het tweede lid vraagt de bevoegde autoriteit toestemming aan de bevoegde buitenlandse autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen initieel afkomstig zijn, indien een buitenlandse autoriteit de inlichtingen die ze van de buitenlandse autoriteit van een andere lidstaat verkreeg, heeft doorgegeven aan de bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit die doorgegeven inlichtingen wil gebruiken voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in het eerste lid.
  § 3. Wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van een buitenlandse autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, dan stelt hij de autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat in kennis van zijn voornemen om die inlichtingen aan een derde lidstaat door te geven. Indien de bevoegde buitenlandse autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat zich niet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving verzet heeft tegen die inlichtingenuitwisseling, dan geeft de bevoegde autoriteit de inlichtingen door aan de buitenlandse autoriteit van de derde lidstaat, op voorwaarde dat dit in overeenstemming is met de in dit decreet vastgelegde voorschriften en procedures.
  § 4. Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit decreet aan de verzoekende bevoegde autoriteit zijn doorgegeven, worden door de Vlaamse bevoegde overheidsinstanties op dezelfde voet als bewijs aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische overheidsinstantie zijn verstrekt.
  ----------
  (1)<DVR 2020-06-26/16, art. 21, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>

  Art. 22. De bevoegde autoriteit kan het gebruik toestaan van de inlichtingen en bescheiden verstrekt met toepassing van dit decreet, in de lidstaat die ze ontvangt, voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid. De bevoegde autoriteit verleent toestemming voor zulk gebruik indien de inlichtingen in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.
  Indien een buitenlandse autoriteit haar voornemen bekendmaakt om de van de bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen door te geven aan de buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat, omdat ze voor die lidstaat van nut kunnen zijn voor de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid, kan de bevoegde autoriteit instemming verlenen aan die buitenlandse autoriteit om deze inlichtingen te delen met de derde lidstaat. Indien de bevoegde autoriteit geen instemming wenst te geven, tekent hij verzet aan binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.
  De bevoegde autoriteit kan toestaan dat inlichtingen afkomstig uit de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest die overeenkomstig het tweede lid door een buitenlandse autoriteit aan een buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat werden doorgegeven in die derde lidstaat worden gebruikt overeenkomstig andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid.

  Afdeling 2. - Beperkingen en verplichtingen

  Art. 23. Alvorensom de inlichtingen, vermeld in artikel 8, te verzoeken, tracht de bevoegde autoriteit eerst de inlichtingen te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die hij in de gegeven omstandigheden kan aanspreken zonder dat het beoogde resultaat in het gedrang dreigt te komen.

  Art. 24. De bevoegde autoriteit is niet verplicht onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken wanneer de in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest geldende regelgeving hem niet toestaat voor eigen doeleinden het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.
  In elk van de volgende gevallen kan de bevoegde autoriteit weigeren inlichtingen te verstrekken :
  1° indien de verzoekende autoriteit op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;
  2° indien dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze;
  3° indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
  De bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden hij het verzoek om inlichtingen afwijst.

  Art. 25. De bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover hij beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien hij de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Deze verplichting geldt met behoud van de toepassing van artikel 24, eerste en tweede lid, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat de bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat hij zelf geen belang heeft bij deze inlichtingen.
  In geen geval wordt artikel 24, eerste lid en tweede lid, 2° en 3°, zo uitgelegd dat de bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
  Met behoud van de toepassing van het tweede lid kan de bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastbare tijdperken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, 1°, van de richtlijn 77/799/EG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011.

  Afdeling 3. - Verder reikende samenwerking

  Art. 26. Indien de Vlaamse overheid voorziet in een samenwerking met een derde land die verder reikt dan de bij dit decreet geregelde samenwerking, kan de Vlaamse overheid de verder reikende samenwerking niet weigeren aan een lidstaat die met hem deze verder reikende, administratieve samenwerking wenst aan te gaan.

  Afdeling 4. - Standaardformulieren, geautomatiseerde formaten en het CCN-netwerk

  Art. 27.[1 Als dat mogelijk is, gebruikt het bevoegde personeelslid het toepasselijke standaardformulier, vastgesteld door de Commissie, of het geautomatiseerde formaat. De Vlaamse Regering bepaalt naargelang het geval welk formulier of geautomatiseerde formaat gebruikt moet worden en welke informatie vermeld kan of moet worden.
   Het standaardformulier of het geautomatiseerde formaat kan vergezeld gaan van verslagen, verklaringen en andere bescheiden of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-12-23/05, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 28.[1 De te verstrekken inlichtingen worden, als dat mogelijk is, op elektronische wijze verstrekt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-12-23/05, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 28/1.[1 Als de uitwisseling van de gegevens, vermeld in dit decreet, afbreuk kan doen aan de bescherming van de persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer, dan rapporteert de bevoegde autoriteit dit overeenkomstig artikel 33 en 34 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-12-23/05, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling 5. - Taal van het verzoek

  Art. 29. Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving en de bijgevoegde bescheiden, kan in elke door de aangezocht een de verzoekende autoriteit overeengekomen taal worden gesteld. Slechts in bijzondere gevallen en mits het verzoek met redenen omkleed is, kan de aangezochte autoriteit verzoeken het verzoek vergezeld te laten gaan van een vertaling in een van de officiële talen van diens lidstaat.

  HOOFDSTUK 5. - Betrekkingen met derde landen

  Art. 30.De bevoegde autoriteit die van een derde land inlichtingen ontvangt welke naar verwachting van belang zijn voor haar administratie en de handhaving van de Vlaamse regelgeving betreffende belastingen als vermeld in artikel 4, kan deze inlichtingen verstrekken aan de buitenlandse autoriteiten van de lidstaten voor wie die inlichtingen van nut kunnen zijn, en aan elke buitenlandse autoriteit die erom verzoekt, mits dat krachtens een overeenkomst met dat derde land is toegestaan.
  De bevoegde autoriteit kan, met inachtneming van de [1 regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens]1 de overeenkomstig dit decreet ontvangen inlichtingen doorgeven aan een derde land, op voorwaarde dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de buitenlandse autoriteit van de lidstaat waaruit de inlichtingen afkomstig zijn, heeft daarin toegestemd;
  2° het derde land heeft zich ertoe verbonden de medewerking te verlenen die nodig is om bewijsmateriaal bijeen te brengen omtrent het ongeoorloofde of onwettige karakter van verrichtingen die blijken in strijd te zijn met of een misbruik te vormen van de belastingwetgeving.
  ----------
  (1)<DVR 2018-06-08/04, art. 54, 004; Inwerkingtreding : 25-05-2018>

  HOOFDSTUK 5/1. [1 Administratieve sancties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 22, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 30/1. [1 oor een overtreding van de bepalingen van artikel 11/3 tot en met 11/11 en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, die bestaat uit het onvolledig verstrekken van inlichtingen, kan een boete van 1250 euro tot 12.500 euro worden opgelegd. Voor dergelijke overtredingen gedaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, kan een boete van 2500 euro tot 25.000 euro worden opgelegd.
   Voor een overtreding van de bepalingen van artikel 11/3 tot en met 11/11 en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, die bestaat uit het niet of laattijdig verstrekken van inlichtingen, kan een boete van 5000 euro tot 50.000 euro worden opgelegd. Voor dergelijke overtredingen gedaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, kan een boete van 12.500 euro tot 100.000 euro worden opgelegd.
   De Vlaamse Regering bepaalt het personeelslid dat bevoegd is om de boetes, vermeld in het eerste en tweede lid, op te leggen, kan een progressieve schaal van de administratieve geldboetes vastleggen en hun toepassingsmodaliteiten regelen. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 23, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  HOOFDSTUK 5/2. [1 Bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 24, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 30/2. [1 De bevoegde autoriteit is verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de bepalingen in dit decreet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 25, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 30/3. [1 De volgende categorieën van persoonsgegevens worden in het kader van artikel 30/2 verwerkt:
   1° de persoonlijke identificatiegegevens, het rijksregisternummer of het identificatienummer van de sociale zekerheid en andere identificatiegegevens zoals het fiscaal identificatienummer;
   2° de financiële bijzonderheden;
   3° de persoonlijke kenmerken;
   4° de leefgewoonten;
   5° de samenstelling van het gezin. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 30/4. [1 Met behoud van de toepassing van hun noodzakelijke bewaring voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens, vermeld in artikel 30/2, bewaard gedurende de strikt noodzakelijke duur voor de beoogde doeleinden door dit decreet met een maximale bewaartermijn die niet meer mag bedragen dan een jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren, en in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen, die voortvloeien uit de verwerking van die gegevens. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 27, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  Art. 30/5. [1 Met toepassing van artikel 3.13.1.1.5 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 kan de bevoegde autoriteit afwijken van de rechten en de verplichtingen, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de algemene verordening gegevensbescherming, bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde persoon, indien aan de voorwaarden van artikel 3.13.1.1.5 van het voormelde decreet wordt voldaan. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-06-26/16, art. 28, 005; Inwerkingtreding : 01-07-2020>
  

  HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 31. Aan artikel 319bis, lid 2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, wat betreft de bepalingen voor onroerende voorheffing van het Vlaamse Gewest, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2009, worden de woorden ", 322, §§ 2 tot 5, en 327, § 3 " toegevoegd.

  Art. 32. Aan artikel 322 van hetzelfde wetboek, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de paragrafen 2 tot en met 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 2. Wanneer de administratie bij het onderzoek over een of meer aanwijzingen van belastingontduiking beschikt of wanneer de administratie zich voorneemt om de belastbare grondslag te bepalen met toepassing van artikel 341, wordt een bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling als een derde beschouwd waarop de bepalingen van paragraaf 1 onverminderd van toepassing zijn.
  In voorkomend geval kan een personeelslid met minstens de graad van afdelingshoofd, een personeelslid met minstens de graad van directeur ermee belasten om bij een bank-, wissel-, krediet-, en spaarinstelling elke inlichting op te vragen die nuttig kan zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten van de belastingplichtige te bepalen.
  Het personeelslid met minstens de graad van afdelingshoofd mag de machtiging slechts verlenen :
  1° nadat het personeelslid dat het onderzoek voert, de inlichtingen en gegevens met betrekkingtot de rekeningen tijdens het onderzoek middels een vraag om inlichtingen als bedoeld in artikel 316 heeft gevraagd en bij die vraag duidelijk heeft aangegeven dat hij de toepassing van paragraaf 2 van dit artikel kan vragen indien de belastingplichtige de gevraagde gegevens verborgen houdt of weigert te verschaffen. De opdracht, vermeld in het tweede lid, kan pas aanvangen wanneer de termijn, vermeld in artikel 316 is verlopen;
  2° nadat hij heeft vastgesteld dat het gevoerde onderzoek een eventuele toepassing van artikel 341 uitwijst of een of meer aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd en dat er vermoedens zijn dat de belastingplichtige gegevens daarover bij een instelling als vermeld in het tweede lid, verborgen houdt of dat de belastingplichtige weigert om die gegevens zelf te verschaffen.
  § 3. Wanneer het personeelslid met minstens de graad van afdelingshoofd heeft vastgesteld dat het gevoerde onderzoek, vermeld in paragraaf 2, een of meer aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd, kan hij de beschikbare gegevens over die belastingplichtige opvragen bij het centraal aanspreekpunt, zoals ingevoerd door artikel 55 van de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen.
  § 4. Paragrafen 2 en 3 zijn eveneens van toepassing wanneer een inlichting wordt gevraagd door een buitenlandse Staat in een van de volgende gevallen :
  1° in het geval, vermeld in artikel 9 van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen;
  2° overeenkomstig de bepalingen met betrekking tot de uitwisseling van inlichtingen in een van toepassing zijnde overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting of een andere internationale overeenkomst in het kader waarvan de wederkerigheid is gewaarborgd.
  De vraag van de buitenlandse Staat wordt gelijkgesteld met een aanwijzing van belastingontduiking als vermeld in paragraaf 2. In dat geval verleent het personeelslid met minstens de graad van afdelingshoofd, in afwijking van paragraaf 2, de machtiging op basis van de vraag gesteld door de buitenlandse Staat.
  § 5. De inlichtingen waaroverde administratie uit hoofde van dit artikel beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin artikel 337 voorziet met betrekking tot soortgelijke inlichtingen. ".

  Art. 33. Aan 327, § 3, lid 2, van hetzelfde wetboek, worden de woorden ", en 322, §§ 2 tot 5 " toegevoegd.

  Art. 34. In afdeling 4 van hoofdstuk III van hetzelfde wetboek wordt een artikel 333bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 333bis. § 1. In de gevallen bedoeld in de artikelen 322, § 2, en 327, § 3, tweede lid, stelt de administratie de belastingplichtige in kennis van de aanwijzing of de aanwijzingen van belastingontduiking of van de gegevens op grond waarvan zij meent dat het gevoerde onderzoek tot een eventuele toepassing van artikel 341 leidt en die een vraag om inlichtingen bij een financiële instelling rechtvaardigen. Deze kennisgeving gebeurt bij aangetekende brief, gelijktijdig met het verzenden van de voormelde vraag om inlichtingen.
  Het eerste lid is niet van toepassing als de rechten van de Schatkist in gevaar zijn. De kennisgeving gebeurt desgevallend post factum bij aangetekende brief, uiterlijk dertig dagen na het verzenden van de in het eerste lid vermelde vraag om inlichtingen.
  § 2. De belastingadministratie bezorgt de Vlaamse minister van Financiën eenmaal per jaar een verslag dat onder meer volgende informatie bevat :
  1° het aantal keer dat in overeenstemming met artikel 318, tweede lid, een onderzoek is gevoerd bij financiële instellingen en gegevens zijn gebruikt met het oog op het belasten van hun cliënten;
  2° het aantal keren dat in overeenstemming met artikelen 322, § 2, en 327, § 3, tweede lid, een onderzoek is gevoerd en gegevens zijn opgevraagd bij financiële instellingen.
  Dit verslag wordt openbaar gemaakt door de Vlaamse minister van Financiën en overgezonden aan het Vlaams Parlement.

  Art. 35. Artikel 338 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de decreten van 30 juni 2000 en 16 juni 2006, wordt opgeheven.

  Art. 36. In artikel 2 van het Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, wordt tussen het getal " 316 " en het getal " 323 " het getal " 322 " ingevoegd.

  HOOFDSTUK 7. - Slotbepaling

  Art. 37.Dit decreet treedt in werking op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  Artikel 11 treedt in werking op 1 januari 2015.
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 21 juni 2013.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
J. SCHAUVLIEGE
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
P. MUYTERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2013035618
PUBLICATIE :
2013-06-28
bladzijde : 41277

Erratum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 26-06-2020 GEPUBL. OP 03-07-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 5; 5/1; 11/2; 11/3; 11/4; 11/5; 11/6; 11/7; 11/8; 11/9; 11/10; 11/11; 19 ; 21; 30/1; 30/2; 30/3; 30/4; 30//5)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-06-2018 GEPUBL. OP 26-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; 30)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 23-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 11/1; 27; 28; 28/1)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 18-12-2015 GEPUBL. OP 13-01-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 28/1)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2012-2013 Stukken - Ontwerp van decreet : 2017 - Nr. 1 - Verslag : 2017 - Nr. 2 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2017 - Nr. 3 Handelingen - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 19 juni 2013.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie