J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1991/09/27/1991014353/justel

Titel
27 SEPTEMBER 1991. - Ministerieel besluit betreffende de bij de aanvragen voor een erkenning, een voorlopige erkenning, een overdracht van erkenning of bij de beoordeling van de bewijzen vereist met toepassing van [artikel 3, eerste lid] van de wet van 20 maart 1991, houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, voor te leggen documenten. <MB 2019-05-03/01, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 20-05-2019>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-05-2019 en tekstbijwerking tot 10-05-2019)

Bron : VERKEERSWEZEN
Publicatie : 18-10-1991 nummer :   1991014353 bladzijde : 23311
Dossiernummer : 1991-09-27/31
Inwerkingtreding : 01-11-1991

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1983005198       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-3, 3/1, 4-5

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.§ 1. De hiernavolgende documenten dienen voorgelegd te worden bij de aanvragen tot het verkrijgen van een erkenning en bij de beoordeling van de bewijzen vereist met toepassing van [1 artikel 3, eerste lid, 2°]1 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken.
  1°
  a) Voor de rechtspersonen :
  - de oprichtingsakte en alle statutenwijzigingen tot op het moment van de aanvraag;
  - de samenstelling van de raad van bestuur;
  - de lijst van de personen die de bevoegdheid hebben om de vennootschap te binden;
  - voor de kapitaalvennootschappen : een bewijs van goed zedelijk gedrag van iedere bestuurder of zaakvoerder;
  - voor de personenvennootschappen : een bewijs van goed zedelijk gedrag van iedere vennoot;
  b) voor de eenmanszaken : een nationaliteitsbewijs;
  2° de inschrijving in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van de wetgeving van de Lid-Staat waar hij gevestigd is :
  - voor België, het " Handelsregister - Registre du Commerce " of het " Ambachtsregister - Registre de l'artisanat ";
  - voor Denemarken, het " Handelsregistret ", " Aktieselskabsregistret " of " Erhvervsregistret ";
  - voor Duitsland, het " Handelsregister " en de " Handwerksrolle ";
  - voor Griekenland kan verzocht worden om een verklaring onder ede voor de notaris betreffende de uitoefening van het beroep van aannemer van openbare werken;
  - voor Spanje, het " Registro Oficial de Contratistas del Ministerio de Industria y Energia ";
  - voor Frankrijk, het " Registre du Commerce " en het " Répertoire des métiers ";
  - voor Italië, het " Registro della Camera di commercio, industria, agricoltura e artigianato ";
  - voor Luxemburg, het " Registre aux firmes " en de " Rôle de la Chambre des métiers ";
  - voor Nederland, het " Handelsregister ";
  - voor Portugal, de " Commissào de Alvaràs de Empresas de Obras Pùblicas e Particulares " " (C.A.E.O.P.P.) ";
  - voor het Verenigd Koninkrijk en voor Ierland kan de aannemer verzocht worden een attest van het " Register of Companies " of de " Registrar of Friendly Societies " over te leggen, of bij ontstentenis daarvan, een attest dat de betrokkene onder ede heeft verklaard het desbetreffende beroep uit te oefenen in het land waar hij zich heeft gevestigd op een bepaalde plaats en onder een welbepaalde handelsnaam;
  3° een uittreksel uit het strafregister of, bij ontbreken daarvan, een gelijkwaardig document, afgegeven door een bevoegde gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of van herkomst van de aanvrager en waaruit blijkt :
  a) dat hij niet in staat van faillissement of van liquidatie verkeert, zijn werkzaamheden niet heeft stopgezet of niet een gerechtelijk akkoord heeft verkregen dan wel in een soortgelijke toestand verkeerd als gevolg van een gelijkaardige procedure die in een lid-Staat van de Europese Gemeenschappen gelding heeft;
  b) dat hij niet het voorwerp is van een procedure van faillietverklaring of van gerechtelijk akkoord of van een soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wetten en regelingen;
  c) dat hij niet bij een rechterlijk vonnis dat in kracht van gewijsde is gedaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat door zijn aard de beroepsmoraal van de aannemer aantast;
  4° een door een bevoegde instantie van de betrokken lid-Staat verstrekt getuigschrift waaruit blijkt :
  a) dat hij voldaan heeft aan zijn verplichtingen ten aanzien van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is en overeenkomstig de Belgische wettelijke bepalingen;
  b) dat hij voldaan heeft aan zijn verplichtingen ten aanzien van de betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is en indien hij personeel in dienst heeft dat onderworpen is aan de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, dat hij voldaan heeft aan zijn verplichtingen ten aanzien van de betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid en bestaanszekerheid.
  Indien geen document of getuigschrift, zoals geëist hierboven onder 3° en 4°, door het betrokken land wordt afgegeven, kan het worden vervangen door een verklaring die door betrokkene onder eed is afgelegd ten overstaan van een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroeps- of bedrijfsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
  5° [1 ...]1
  6° indien hij een gereglementeerd beroep uitoefent : een bewijs afgeleverd door de bevoegde overheid, dat hij gemachtigd is dit beroep uit te oefenen;
  7° het bewijs van voldoende financiële en economische draagkracht door :
  a) het voorleggen van de laatste goedgekeurde jaarrekening, indien de vennootschapswetgeving van het land waar de aannemer is gevestigd de publicatie van de jaarrekening voorschrijft;
  b) een verklaring betreffende de totale omzet aan werken tijdens drie van de jongste acht jaren gestaafd, voor de vennootschappen en de eenmanszaken die gehouden zijn een jaarrekening op te stellen, door de betrokken jaarrekeningen.
  De aannemer die niet gehouden is een regelmatige boekhouding op te stellen en geen jaarrekening moet bekendmaken, dient bij zijn aanvraag het volgende document over te leggen :
  een staat van het geheel der goederen dat de gemeenschappelijke waarborg voor de schuldeisers vormt, voor echt verklaard door een accountant of bedrijfsrevisor, of een gelijkwaardig document afgegeven door een bevoegde instantie van het land van oorsprong of van herkomst;
  8° het bewijs van voldoende technische bekwaamheid :
  a) door studie- en beroepsdiploma's van de aannemer en/of van het kaderpersoneel van de onderneming en in het bijzonder van degenen die verantwoordelijk zijn voor de leiding der werken;
  b) door de lijst van de in de jongste acht jaar uitgevoerde werken. Deze lijst wordt voor de omvangrijkste werken voor elke gevraagde erkenning gestaafd door verklaringen inzake de goede uitvoering. In deze verklaringen dient door de bouwheer (en de architect wanneer het om private werken gaat en er een architect werd aangesteld) de preciese aard en het bedrag van de werken, alsmede tijd en plaats van uitvoering te worden vermeld. Bovendien moet eruit blijken of zij vakkundig zijn uitgevoerd en op regelmatige wijze tot een goed eind zijn gebracht. De bevoegde autoriteit zal de verklaringen eventueel rechtstreeks toezenden.
  c) door een verklaring welke het gemiddeld aantal werklieden en kaderleden van de onderneming gedurende drie semesters uit de jongste vijf jaren vermeldt; de kwartaalaangiften inzake de bijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale zekerheid of een gelijkwaardig document afgegeven door een bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat, dienen als bewijs.
  § 2. Met het oog op het verkrijgen van een erkenning in de laagste klasse dienen enkel de documenten bedoeld in § 1, 1°, 2°, 3°, 5° en 6° te worden voorgelegd.
  ----------
  (1)<MB 2019-05-03/01, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 20-05-2019>

  Art. 2.
  a) Bij de aanvragen voor een voorlopige erkenning dienen dezelfde documenten te worden voorgelegd als deze voorzien in artikel 1, § 1 met uitzondering van :
  - 7°, b);
  - 8°, b);
  - 8°, c) deze verklaring wordt vervangen door een verklaring van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid inzake het aantal tewerkgestelde werklieden en kaderleden op het ogenblik van de aanvraag. Indien deze verklaring, gelet op de recente oprichtingsdatum van de onderneming niet kan worden afgegeven, wordt een door het gemeentebestuur voor eensluidend verklaard afschrift van het personeelsregister als voldoende bewijs aanvaard;
  b) bij de aanvragen tot verlenging van de voorlopige erkenning dienen geen documenten te worden voorgelegd;

  Art. 3. Bij overdracht van erkenning dienen de volgende documenten te worden voorgelegd :
  a) in het geval bedoeld in artikel 15, § 1, 1° van het koninklijk besluit van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken : de documenten bedoeld in artikel 1, § 1, 7°, a) van dit besluit alsook de stukken die ter uitvoering van artikel 12 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen moeten worden neergelegd of bekendgemaakt;
  b) in de gevallen bedoeld in artikel 15, § 1, 2° van bovenvermeld koninklijk besluit : de documenten bedoeld in artikel 1, § 1, 7°, a) en 8°, a) en c) van dit besluit alsook de stukken die ter uitvoering van artikel 12 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen moeten worden neergelegd of bekendgemaakt.

  Art. 3/1. [1 De in de vorige artikelen bedoelde documenten en attesten moeten slechts worden overgemaakt indien deze niet beschikbaar zijn in een authentieke bron of in een eerder bij de Commissie voor erkenning der aannemers ingediend dossier.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2019-05-03/01, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 20-05-2019>
  

  Art. 4. <Opheffingsbepaling van MB 1983-04-01/37>

  Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 november 1991.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Vice-Eerste Minister en Minister van Verkeerswezen en Institutionele Hervormingen en voor de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, belast met de herstructurering van het Ministerie van Openbare Werken,
   Gelet op de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, inzonderheid op artikel 4, § 2;
   Gelet op het koninklijk besluit van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, inzonderheid op artikel 6, § 1,
   Gelet op het advies van de Raad van State,
   .....

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 03-05-2019 GEPUBL. OP 10-05-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 3/1)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie