Einde Preambule Verslag aan de Koning
Inhoudstafel Wijziging(en)
Gearchiveerde versie nr  20

Titel
08 JANUARI 1996. -Koninklijk besluit betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken.

Dossiernummer : 1996-01-08/32

Nota
Gewijzigd bij   MINISTERIEEL BESLUIT  van  14-12-2009   gepubl. op   17-12-2009
      Art. 1,§3 *** 24 *** 27,§2 *** 50 *** 53,§2
   Van kracht tot   01-01-2010

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Bepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken.
HOOFDSTUK I. - Bekendmakingsvoorschriften voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken.
Afdeling I. - Overheidsopdrachten voor aanneming van werken onderworpen aan de Europese bekendmaking.
Art. 1-9
Afdeling II. - Overheidsopdrachten voor aanneming van werken die niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking.
Art. 10-14, 14bis, 15
HOOFDSTUK II. - Regels in verband met de kwalitatieve selectie voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken.
Art. 16-17, 17bis, 18-20, 20bis, 20ter
HOOFDSTUK III. Promotieovereenkomsten voor aanneming van werken.
Art. 21-22
HOOFDSTUK IV. - De wedstrijd.
Art. 23
HOOFDSTUK V. Toegang tot overheidsopdrachten voor aanneming van werken voor de aannemers van derde landen ten aanzien van de Europese Gemeenschap.
Art. 24
HOOFDSTUK VI. - De informatie.
Art. 25-26
TITEL II. - Bepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen.
HOOFDSTUK I. - Bekendmakingsvoorschriften voor de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen.
Afdeling I. - Overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen onderworpen aan de Europese bekendmaking.
Art. 27-36
Afdeling II. - Overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen die niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking.
Art. 37-40, 40bis, 41
HOOFDSTUK II. - Regels in verband met de kwalitatieve selectie voor de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen.
Art. 42-43, 43bis, 44-46, 46bis, 47
HOOFDSTUK III. - Promotieovereenkomsten voor aanneming van leveringen.
Art. 48, 48bis
HOOFDSTUK IV. - De wedstrijd.
Art. 49
HOOFDSTUK V. - Toegang tot overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen voor de leveranciers van derde landen ten aanzien van de Europese Gemeenschap.
Art. 50
HOOFDSTUK VI. - De informatie.
Art. 51-52
TITEL III. - Bepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten.
HOOFDSTUK I. - Bekendmakingsvoorschriften voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten.
Afdeling I. - Overheidsopdrachten voor aanneming van diensten onderworpen aan de Europese bekendmaking.
Art. 53-61
Afdeling II. Overheidsopdrachten voor aanneming van diensten die niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking.
Art. 62-66, 66bis, 67
HOOFDSTUK II. - Regels in verband met de kwalitatieve selectie voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten.
Art. 68-69, 69bis, 70-73, 73bis, 73ter, 74
HOOFDSTUK III. - De prijsvraag voor ontwerpen.
Art. 74bis, 75-77
HOOFDSTUK IV. - (Toegangsverbod tot bepaalde opdrachten). KB 2004-02-18/35, art. 1, 011; ED : 01-05-2004>
Art. 78
HOOFDSTUK V. - Toegang tot overheidsopdrachten voor aanneming van diensten voor de dienstverleners van derde landen ten aanzien van de Europese Gemeenschap.
Art. 79
HOOFDSTUK VI. - De informatie.
Art. 80-81
TITEL IIIbis. - [1 Communicatiemiddelen]1
Art. 81bis, 81ter, 81quater, 81quinquies, 81sexies
TITEL IV. - Technische specificaties en normen.
Art. 82, 82bis, 83, 83bis, 84-85
TITEL V. - Prijsbepaling en prijsonderzoek.
Art. 86, 86bis, 87-88
TITEL VI. - De offertes en de gunning bij aanbesteding en offerteaanvraag.
HOOFDSTUK I. - Opmaken van de offerte.
Afdeling I. - Vorm en inhoud van de offerte.
Art. 89-92
Afdeling II. - Vereniging, volmacht en vervanging.
Art. 93-95
Afdeling III. - Overheidsopdracht voor aanneming van werken en samenvattende opmetingsstaat.
Art. 96
Afdeling IV. - Overheidsopdracht voor aanneming van leveringen of van diensten en inventaris.
Art. 97
Afdeling V. - Vergissingen en leemten.
Art. 98-99
Afdeling VI. Prijsopgave, opdrachten in percelen en gebruik van de talen.
Art. 100-102
HOOFDSTUK II. - Indienen van de offertes.
Art. 103-105
HOOFDSTUK III. - Opening van de offertes.
Art. 106-109
HOOFDSTUK IV. - Regelmatigheid van de offertes en van de prijzen.
Art. 110
HOOFDSTUK V. - Keuze van de aannemer bij aanbesteding of offerteaanvraag.
Afdeling I. - Keuze bij openbare of beperkte aanbesteding.
Art. 111-113
Afdeling II. Keuze bij algemene of beperkte offerteaanvraag.
Art. 114-115
Afdeling III. - Gestanddoeningstermijn voor de inschrijvers.
Art. 116
HOOFDSTUK VI. - Kennisgeving van de keuze van de aannemer.
Art. 117-119
TITEL VII. - Bijzondere bepalingen betreffende de onderhandelingsprocedure.
Art. 120, 120bis, 121-122, 122bis, 122ter
TITEL VIII. - Concessies voor openbare werken en opdrachten gegund in naam van de concessiehouders voor openbare werken.
HOOFDSTUK I. - Concessies voor openbare werken.
Afdeling I. - Concessies voor openbare werken onderworpen aan de Europese bekendmaking.
Art. 123-124
Afdeling II. - Concessies voor openbare werken die niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking.
Art. 125
Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Art. 126-127, 127bis, 128, 128bis, 129-131
HOOFDSTUK II. - Opdrachten voor aanneming van werken gegund door de concessiehouder.
Afdeling I. - Concessiehouder die de hoedanigheid heeft van een aanbestedende overheid.
Art. 132
Afdeling II. - Concessiehouder die geen aanbestedende overheid is.
Art. 133-135
HOOFDSTUK III. <Ingevoegd bij KB 2002-04-22/30, art. 38; ED : 01-05-2002>- Aanvullende bekendmakingsregels.
Art. 135bis, 135ter
HOOFDSTUK IV. - De informatie. <Ingevoegd bij KB 2008-07-31/32, art. 17; ED : 18-08-2008>
Art. 136, 136bis
TITEL IX. - Slotbepalingen.
Art. 137-141
BIJLAGEN.
Art. N1-N9

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Bepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken.
  HOOFDSTUK I. - Bekendmakingsvoorschriften voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken.
  Afdeling I. - Overheidsopdrachten voor aanneming van werken onderworpen aan de Europese bekendmaking.
  Artikel 1. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 17, § 2, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, hierna de wet te noemen, zijn de overheidsopdrachten voor aanneming van werken van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10° van de wet waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in § 3 onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van deze afdeling.
  Een niet limitatieve lijst van de organismen van openbaar nut in de zin van artikel 4, § 2, 1°, en van de rechtspersonen bedoeld in artikel 4, § 2, 8°, van de wet vormt de bijlage 1 bij dit besluit.
  § 2. Zijn onderworpen aan de wet en aan de regels van deze afdeling de opdrachten voor aanneming van werken van privaatrechtelijke personen waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in § 3 en die rechtstreeks voor meer dan vijftig pct. door aanbestedende overheden bedoeld in § 1 gesubsidieerd worden. Deze werken moeten werkzaamheden in verband met klasse 50, groep 502 van de nomenclatuur in bijlage 1 van de wet betreffen of betrekking hebben op bouwwerken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming.
  § 3. (Het bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde van de overheidsopdrachten bedoeld in § 1 is (5.150.000 EUR) en dit bedoeld in § 2, (5.150.000 EUR). <MB 2001-12-04/32, art. 1, 007; ED : 01-01-2002> <MB 2003-12-17/30, art. 1, 010; ED : 01-01-2004> <MB 2005-12-20/34, art. 1, 015; ED : 01-01-2006> <MB 2007-12-17/34, art. 1, 018; ED : 01-01-2008 ; zie ook art. 6>
  Deze bedragen, alsook de bedragen in de artikelen 2 en 24 van dit besluit worden door de Eerste Minister aangepast overeenkomstig de tweejaarlijkse herzieningen bepaald in artikel 6, 2, van de richtlijn 93/37/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken.) <KB 1999-03-25/39, art. 1, 003; ED : 01-06-1999>
  Art. 2.Voor de berekening van het bedrag van een overheidsopdracht voor aanneming van werken moet niet alleen het bedrag van de voorziene werken in aanmerking worden genomen, maar ook het geraamd bedrag van de leveringen en diensten nodig voor de uitvoering van de werken en door de aanbestedende overheid ter beschikking gesteld van de aannemer.
  [1 Bij de berekening van het geraamde bedrag wordt rekening gehouden met de eventuele opties en eventuele verlengingen van de opdracht.]1
  Wanneer een werk wordt verdeeld in percelen, wordt hun samengevoegd geraamde bedrag in aanmerking genomen om te bepalen of het bedrag bedoeld in artikel 1, § 3 bereikt wordt. Indien dit het geval is, zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing op alle percelen, met uitzondering van afwijkingen door de aanbestedende overheid voor percelen waarvan het individuele geraamde bedrag kleiner zou zijn dan ( (1 000 000 EUR) zonder belasting over de toegevoegde waarde), maar voor zover hun samengevoegd bedrag de twintig pct. van het samengevoegd bedrag van alle percelen niet overschrijdt. <KB 1999-03-25/39, art. 2, 003; ED : 01-06-1999> <MB 2001-12-04/32, art. 2, 007; ED : 01-01-2002>
  (In geval van nieuwe werken bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken in de zin van artikel 17, § 2, 2°, b, van de wet, worden het totaal geraamde bedrag van de oorspronkelijke opdracht alsook het totaal geraamde bedrag voor de volgende werken in aanmerking genomen.) <KB 1999-03-25/39, art. 2, 003; ED : 01-06-1999>
  Geen opdracht of werk mag worden gesplitst teneinde deze aan de toepassing van de bepalingen van deze afdeling te onttrekken.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 10, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 3. Elke aanbestedende overheid maakt, door middel van een enuntiatieve aankondiging, zo snel mogelijk na goedkeuring van het programma waarin de werken zijn ingeschreven, de voornaamste kenmerken bekend van de overheidsopdrachten voor aanneming van werken waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, en waarvan de gunning voorgenomen wordt.
  Deze enuntiatieve aankondiging, opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, A,) bij dit besluit, wordt gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende overheid moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 1, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaatsvinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  Art. 4. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht die zal gegund worden bij openbare of beperkte aanbesteding, bij algemene of beperkte offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, moet het voorwerp uitmaken van een aankondiging van opdracht gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. (...). <KB 2002-04-22/30, art. 2, 008; ED : 01-05-2002>
  (Deze aankondiging van opdracht moet de datum van verzending ervan naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen vermelden. Deze datum vormt het vertrekpunt van de termijn als bedoeld in artikel 5 en artikel 6, § 1.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.) <KB 2002-04-22/30, art. 2, 008; ED : 01-05-2002>
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B, van dit besluit.
  Deze aankondiging van opdracht wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publicatieblad van de Europese gemeenschappen.) <KB 2002-04-22/30, art. 2, 008; ED : 01-05-2002>
  Art. 5. Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag, mag de termijn voor de ontvangst van de offertes niet korter zijn dan tweeënvijftig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Hij mag echter ingekort worden tot een termijn die lang genoeg is om de indiening van geldige offertes toe te laten en die, in principe, niet korter zal zijn dan zesendertig dagen maar die in geen enkel geval korter zal zijn dan tweeëntwintig dagen indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de opdracht in ontwerp gaf aanleiding, overeenkomstig artikel 3, tot de verzending van een enuntiatieve aankondiging niet minder dan tweeënvijftig dagen en niet meer dan twaalf maanden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging van opdracht bepaald in artikel 4;
  2° deze enuntiatieve aankondiging bevatte ten minste zoveel van de in het model van aankondiging van opdracht bedoelde gegevens, voor zover deze op het ogenblik van de publikatie van deze enuntiatieve aankondiging beschikbaar waren.
  Art. 6.§ 1. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, mag de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming niet korter zijn dan zevenendertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.
  Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is deze termijn in acht te nemen, mag de termijn ingekort worden tot minimum vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging, indien de aanbestedende overheid verzoekt om een versnelde bekendmaking en de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen te publiceren aankondiging per telegram, per telex of per telefax verzendt.
  § 2. Bij beperkte aanbesteding en bij beperkte offerteaanvraag mag de termijn voor ontvangst van de offertes niet korter zijn dan veertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen. Hij mag echter ingekort worden tot zesentwintig dagen indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de opdracht in ontwerp gaf aanleiding, overeenkomstig artikel 3, tot de verzending van een enuntiatieve aankondiging niet minder dan tweeënvijftig dagen en niet meer dan twaalf maanden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging van opdracht bepaald in artikel 4;
  2° deze enuntiatieve aankondiging bevatte ten minste zoveel van de in het model van aankondiging van opdracht bedoelde gegevens, voor zover deze op het ogenblik van de publikatie van deze enuntiatieve aankondiging beschikbaar waren.
  De termijn voor de ontvangst van de offertes mag ingekort worden tot tien dagen wanneer de aanbestedende overheid om een versnelde bekendmaking overeenkomstig § 1 van dit artikel verzocht heeft.
  § 3. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, kunnen de aanvragen tot deelneming en de uitnodigingen tot het indienen van een offerte gedaan worden per brief, per telegram, per telex, per telefax of per telefoon. Indien de aanbestedende overheid verzoekt om een versnelde bekendmaking overeenkomstig § 1 van dit artikel, moeten de aanvragen tot deelneming en tot het indienen van een offerte langs de snelst mogelijke weg gebeuren.
  [1 Wanneer de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 81quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat deze aanvragen schriftelijk worden bevestigd. In dat geval worden dit verzoek, alsook de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst.]1
  Het bewijs van de datum van de aanvraag tot deelneming of van de schriftelijke bevestiging moet door de kandidaat geleverd worden, dit van de uitnodiging tot het indienen van een offerte door de aanbestedende overheid.
  § 4. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, worden de gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om hun offerte in te dienen.
  Deze uitnodiging bevat minstens :
  1° a) het bestek en de aanvullende documenten of, desgevallend, het adres van de dienst waar het bestek en de aanvullende documenten kunnen opgevraagd worden en de uiterste datum voor deze aanvraag;
  b) desgevallend, het ter verkrijging van genoemde documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  2° a) de uiterste datum voor ontvangst van de offertes;
  b) het adres waarnaar ze moeten verstuurd worden;
  c) de taal of talen waarin ze moeten opgesteld worden;
  3° de verwijzing naar de aankondiging van opdracht;
  4° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten hetzij ter staving van de door de gegadigde overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B, III, 2 en 3), verstrekte, controleerbare verklaringen, hetzij ter aanvulling van de in deze bijlagen vermelde inlichtingen; <KB 2002-04-22/30, art. 4, 008; ED : 01-05-2002>
  5° het gunningscriterium of de gunningscriteria indien ze niet voorkomen in de aankondiging.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 11, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 7.[1 Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en offertes, houdt de aanbestedende overheid inzonderheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd van de offertes.]1 Indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie of na een plaatsbezoek, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende documenten kunnen worden opgemaakt, dienen de termijnen bepaald in de artikelen 5 en 6, § 2, dienovereenkomstig te worden verlengd.
  Voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag het bestek en de aanvullende documenten door de aanbestedende overheid te worden verstrekt binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek en dienen de nadere inlichtingen over het bestek te worden verstrekt uiterlijk zes dagen vóór het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de ontvangst van de offertes.
  Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, dienen de aanvullende inlichtingen over het bestek, voor zover daarom tijdig is verzocht, door de aanbestedende overheid verstrekt te worden uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum vastgelegd voor de ontvangst van de offertes. De termijn is vier dagen indien de aanbestedende overheid om een versnelde bekendmaking overeenkomstig artikel 6, § 1, heeft verzocht.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 12, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 8. Binnen een termijn van achtenveertig dagen na de gunning van een opdracht gegund bij aanbesteding, bij offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure, en waarvan de waarde gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, van dit besluit maakt de aanbestedende overheid inlichtingen over de gegunde opdracht bekend. Deze regel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten die worden gegund bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure wanneer artikel 17, § 2, 1°, b, van de wet wordt ingeroepen.
  Deze aankondiging van gegunde opdracht (, ook aankondiging van geplaatste opdracht genoemd,) opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, C,) bij dit besluit, wordt gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende overheid moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 5, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  (Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.) <KB 2002-04-22/30, art. 5, 008; ED : 01-05-2002>
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaats vinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  In bepaalde gevallen hoeven echter sommige gegevens betreffende de gunning van de opdracht niet te worden bekendgemaakt indien openbaarmaking van die gegevens de toepassing van een wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het algemeen belang of schade zou kunnen toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van de overheids- of privébedrijven of de eerlijke mededinging tussen de aannemers zou kunnen aantasten.
  Art. 9.Voor elke gegunde opdracht stelt de aanbestedende overheid een proces-verbaal op dat ten minste het volgende vermeldt :
  1° de naam en het adres van de aanbestedende overheid, het voorwerp en de prijs van de opdracht;
  2° de namen van de inschrijvers of van de gegadigden en de redenen voor die keuze;
  3° de namen van de uitgesloten kandidaten of inschrijvers en de redenen voor deze uitsluiting;
  4° de naam van de aannemer en de motivering van de keuze van zijn offerte alsook, indien gekend, het gedeelte van de opdracht dat hij zinnens is in onderaanneming te geven;
  5° in geval van aanwending van de onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure, de omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 17, § 2 of § 3 van de wet die de aanwending van deze procedure kunnen verantwoorden;
  [1 6° de redenen voor de afwijzing van abnormaal laag bevonden offertes.]1
  Dit proces-verbaal, of de hoofdpunten ervan, worden aan de Europese Commissie op haar verzoek toegezonden.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 13, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Afdeling II. - Overheidsopdrachten voor aanneming van werken die niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking.
  Art. 10. Onverminderd de bepalingen van artikel 17, § 2, van de wet, zijn de overheidsopdrachten voor aanneming van werken van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 1, § 1, van dit besluit, waarvan het geraamde bedrag lager is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van deze afdeling.
  De opdrachten voor aanneming van werken van de privaatrechtelijke universitaire instellingen zijn, ongeacht het bedrag, onderworpen aan de regels van deze afdeling wanneer ze gesubsidieerd worden door aanbestedende overheden bedoeld in artikel 1, § 1, van dit besluit en indien aan de toepassingvoorwaarden van artikel 1, § 2, niet is voldaan.
  Art. 11. Titels I en II van boek I van de wet, uitgezonderd de artikelen 1, § 2 en § 3, 2, 3, 6, 23 tot 25, de bepalingen van deze afdeling, deze van de hoofdstukken II, III en IV van deze titel en van artikelen 120 tot 122 van dit besluit zijn van toepassing op de opdrachten voor aanneming van werken van de privaatrechtelijke personen andere dan de privaatrechtelijke universitaire instellingen wanneer aan volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de opdracht wordt rechtstreeks voor meer dan vijftig pct. gesubsidieerd door aanbestedende overheden bedoeld in artikel 1, § 1, van dit besluit;
  2° de werken betreffen werkzaamheden die voorkomen in klasse 50, groep 502 van de nomenclatuur bedoeld in bijlage 1 van de wet of hebben betrekking op bouwwerken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, schoolgebouwen andere dan universiteitsgebouwen en op gebouwen met een administratieve bestemming;
  3° het geraamde bedrag van de opdracht is gelijk aan of groter dan (135.000 euro) zonder belasting op de toegevoegde waarde. <KB 2002-04-22/30, art. 6, 008; ED : 30-04-2002>
  Deze bepaling is van toepassing zonder afbreuk te doen aan de bekendmakingsvoorschriften van artikel 1, § 2, van dit besluit voor bepaalde opdrachten voor aanneming van werken die rechtstreeks gesubsidieerd zijn en onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking, of aan elke bepaling van een wet, een decreet, een ordonnantie, een besluit of een beslissing die andere bepalingen van de wet en van dit besluit zou opleggen.
  Art. 12. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht die zal gegund worden bij openbare aanbesteding of bij algemene offerteaanvraag wordt in mededinging gesteld door middel van een aankondiging van opdracht, gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen.
  (Deze aankondiging van opdracht vermeldt de datum van verzending ervan naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B.
  Ten minste de volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikelen 17 tot 20; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid via elektronische middelen kan raadplegen overeenkomstig artikel 20, § 4;
  4° desgevallend, het ter verkrijging van het bestek en de aanvullende documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  5° de gunningswijze;
  6° de datum van de opening van de offertes.) <KB 2006-01-12/35, art. 1, 016; ED : 01-02-2006>
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen.) <KB 2004-02-29/34, art. 1, 012; ED : 01-09-2004>
  De termijn voor ontvangst van de offertes mag, in principe, niet korter zijn dan zesendertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Deze termijn kan ingekort worden tot een minimum van tien dagen, voor zover er een termijn van ten minste zeven dagen wordt nageleefd vanaf de datum van de publikatie van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen tot deze bepaald voor de ontvangst van de offertes.
  Art. 13. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht die zal gegund worden bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet wordt , in principe, in mededinging gesteld door middel van een aankondiging van opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 14, § 1.
  Deze aankondiging kan nochtans vervangen worden door een aankondiging betreffende de opstelling door de aanbestedende overheid van een lijst van gegadigden, opgesteld overeenkomstig artikel 14, § 2. Deze bepaling is, in principe, van toepassing op gelijkaardige opdrachten met een repetitief karakter.
  Art. 14. § 1. Indien de aanbestedende overheid verkiest in mededinging te stellen overeenkomstig artikel 13, eerste lid, maakt de overheidsopdracht het voorwerp uit van een aankondiging van opdracht gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen.
  (Deze aankondiging van opdracht vermeldt de datum van verzending ervan naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B.
  Ten minste de volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikels 17 tot 20; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid via elektronische middelen rechtstreeks kan raadplegen overeenkomstig artikel 20, § 4;
  4° de gunningswijze;
  5° de uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.) <KB 2006-01-12/35, art. 2, 016; ED : 01-02-2006>
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen.) <KB 2004-02-29/34, art. 2, 012; ED : 01-09-2004>
  De ontvangsttermijn van de aanvragen tot deelneming mag, in principe, niet korter zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Deze termijn kan ingekort worden tot tien dagen, voor zover er een termijn van ten minste zeven dagen wordt nageleefd vanaf de datum van de publikatie van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen tot deze bepaald voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
  Indien de aanvragen tot deelneming gedaan worden per telegram, per telex, per telefax of per telefoon, dienen ze schriftelijk bevestigd te worden vóór de vervaldatum van de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
  Het bewijs van de datum van de aanvraag tot deelneming moet door de kandidaat geleverd worden, dit van de uitnodiging tot het indienen van een offerte door de aanbestedende overheid.
  § 2. Indien de aanbestedende overheid de in mededingingstelling kiest overeenkomstig artikel 13, tweede lid, publiceert zij in het Bulletin der Aanbestedingen, en ten minste alle twaalf maanden, een periodieke aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van gegadigden voor de gunning van de in deze afdeling bedoelde overheidsopdrachten voor aanneming van werken.
  (Deze aankondiging wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 5.
  Ten minste de volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikels 43 tot 46; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid via elektronische middelen rechtstreeks kan raadplegen overeenkomstig artikel 46, § 4;
  4° de gunningswijze;
  5° de uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.) <KB 2006-01-12/35, art. 2, 016; ED : 01-02-2006>
  § 3. De gegadigden worden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om hun offerte in te dienen.
  Deze uitnodiging bevat minstens :
  1° a) het bestek en de aanvullende documenten of, desgevallend, het adres van de dienst waar het bestek en de aanvullende documenten kunnen opgevraagd worden en de uiterste datum voor deze aanvraag;
  b) desgevallend, het ter verkrijging van genoemde documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  2° de uiterste datum voor ontvangst van de offertes, het adres waarnaar ze moeten verstuurd worden en de taal of talen waarin ze moeten opgesteld worden;
  3° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten;
  4° desgevallend, het gunningscriterium of de gunningscriteria van de opdracht.
  5° de datum, het uur en de plaats van de opening van de offertes in geval van beperkte aanbesteding of beperkte offerteaanvraag.
  De termijn voor ontvangst van de offertes mag, in principe, niet korter zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen. Deze termijn kan ingekort worden tot een minimum van tien dagen.
  Art. 14bis. <Ingevoegd bij KB 2002-04-22/30, art. 9; ED : 01-05-2002> Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bulletin der Aanbestedingen .
  Art. 15.[1 Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en offertes, houdt de aanbestedende overheid inzonderheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd van de offertes.]1 Indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie of na een plaatsbezoek, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende documenten kunnen worden opgemaakt, dienen de termijnen bepaald in de artikelen 12 en 14, § 3, dienovereenkomstig te worden verlengd.
  Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag en voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen het bestek en de aanvullende documenten door de aanbestedende overheid verstrekt te worden binnen de zes dagen na de ontvangst van het verzoek.
  Ongeacht de procedure en voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen de aanvullende inlichtingen over het bestek door de aanbestedende overheid verstrekt te worden uiterlijk zes dagen voor de uiterste datum vastgelegd voor de ontvangst van de offertes. De termijn is vier dagen indien de aanbestedende overheid de termijn voor ontvangst van de offertes ingekort heeft overeenkomstig de artikelen 12 en 14, § 3.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 14, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  HOOFDSTUK II. - Regels in verband met de kwalitatieve selectie voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken.
  Art. 16.Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag, gaat de aanbestedende overheid op grond van de inlichtingen betreffende de eigen situatie van ieder aannemer en van de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de financiële, economische en technische minimumeisen overeenkomstig de (artikelen 17 tot 20) van dit besluit over tot de kwalitatieve selectie van de inschrijvers. (Evenwel en onverminderd de toepassing van artikel 17, kan de aanbestedende overheid echter oordelen dat de minimumvoorwaarden van financiële, economische en technische aard, vereist krachtens de wetgeving betreffende de erkenning van aannemers van werken, voldoende zijn.) <KB 1999-03-25/39, art. 3, 003; ED : 01-06-1999>
  Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij (onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet), kiest de aanbestedende overheid uit degenen die aan de in (artikelen 17 tot 20) van dit besluit gestelde kwalificaties voldoen de gegadigden die ze respectievelijk uitnodigt een offerte in te dienen of deel te nemen aan de onderhandelingen op grond van de inlichtingen betreffende de eigen situatie van de aannemer en van de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de financiële, economische en technische minimumeisen waaraan hij moet voldoen. <KB 1999-03-25/39, art. 3, 003; ED : 01-06-1999>
  (Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet, kan de aanbestedende overheid het geheel of een gedeelte van de artikelen 17 tot 20 van dit besluit toepasbaar maken.) <KB 1999-03-25/39, art. 3, 003; ED : 01-06-1999>
  Bij beperkte aanbesteding en bij beperkte offerteaanvraag mag de aanbestedende overheid een minimum en een maximum aangeven waartussen zich het aantal gegadigden dat een offerte mag indienen zal situeren. Dit minimumaantal mag niet minder bedragen dan vijf en het maximumaantal kan worden vastgesteld op twintig. Het aantal gegadigden moet in ieder geval groot genoeg zijn om een werkelijke mededinging te garanderen.
  Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, mag het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten niet kleiner zijn dan drie, voor zover er voldoende geschikte gegadigden zijn. [1 Het aantal gegadigden moet in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.]1
  Bij beperkte procedure en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, moet elke kandidatuur individueel ingediend worden.
  [1 De in de artikelen 18 en 19 bedoelde inlichtingen en minimumeisen inzake draagkracht en bekwaamheid moeten verband houden met en in verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.]1
  De aannemers van de andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschap die de vereiste kwalificaties bezitten moeten behandeld worden onder dezelfde voorwaarden als de nationale aannemers.
  (De aannemers van de andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en, volgens de bepalingen en voorwaarden van de internationale akte die hen betreft, de aannemers van derde landen in de zin van artikel 24, die de vereiste kwalificaties bezitten moeten behandeld worden onder dezelfde voorwaarden als de nationale aannemers. Deze bepaling is niet van toepassing voor de werken die geheim verklaard werden, of waarvan de uitvoering gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke of reglementaire bepalingen of indien de bescherming van de fundamentele belangen van de veiligheid van het land dit vereist.) <KB 1999-03-25/39, art. 3, 003; ED : 01-06-1999>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 15, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 17.(§ 1. [1 Wordt]1 in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de aannemer die bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
  1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
  2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
  3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
  4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
  Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een aannemer, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
  De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting.) <KB 2007-11-23/34, art. 11, 017; ED : 01-02-2008>
  (§ 2.) Onverminderd de bepalingen betreffende de erkenning van de aannemers van werken, kan uitgesloten worden van deelneming aan de opdracht (in welk stadium van de procedure ook) de aannemer : <KB 1999-03-25/39, art. 4, 003; ED : 01-06-1999> <KB 2007-11-23/34, art. 11, 011; ED : 01-02-2008>
  1° die in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of die een gerechtelijk akkoord heeft bekomen, of die in een overeenstemmende toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
  2° die aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of van gerechtelijk akkoord aanhangig is of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
  3° die, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;
  4° die bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende overheden aannemelijk kunnen maken;
  5° (die niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid, overeenkomstig de bepalingen van artikel 17bis;) <KB 1999-03-25/39, art. 4, 003; ED : 01-06-1999>
  6° die niet in orde is met de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is;
  7° die zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opvorderbaar bij toepassing van dit hoofdstuk.
  Het bewijs dat de aannemer zich niet in één van de gevallen, vermeld in 1°, 2°, 3°, 5° of 6° bevindt, kan geleverd worden door voorlegging van de volgende stukken :
  a) voor 1°, 2° of 3 °: een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke- of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
  b) voor 5° of 6° : een getuigschrift uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land.
  Wanneer een dergelijk document of getuigschrift niet uitgereikt wordt in het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene vóór een gerechtelijke- of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 16, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 17bis. <Ingevoegd bij KB 1999-03-25/39, art. 5, 003; ED : 01-06-1999> § 1. De Belgische aannemer die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders moet bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes, al naargelang het geval, een attest van de Rijksdienst voor sociale Zekerheid voegen of aan de aanbestedende overheid voorleggen, waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de voorschriften inzake bijdragen voor de sociale zekerheid en bestaanszekerheid.
  De aannemer heeft voor de toepassing van dit artikel aan de voorschriften voldaan, indien hij volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes bij een openbare procedure, is opgemaakt :
  1° aan de Rijksdienst voor sociale Zekerheid al de vereiste aangiften heeft toegezonden, tot en met diegene die slaan op het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes, al naargelang het geval, en;
  2° op deze aangiften geen verschuldigde bijdragen van meer dan (2.500 EUR) moet vereffenen, tenzij hij voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen waarvan hij de termijnen strikt in acht neemt. <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  Evenwel, zelfs wanneer de schuld aan bijdragen groter is dan (2.500 EUR), zal de aannemer in orde beschouwd worden indien hij, alvorens de beslissing tot selecteren van de kandidaten of tot het gunnen van de opdracht wordt genomen, al naargelang het geval, aantoont dat hij, de dag waarop het attest zijn toestand bepaalt, op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 26 van die wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op (2.500 EUR) na, ten minste gelijk is aan de achterstallige bijdragen. <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  § 2. Vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes moet de buitenlandse aannemer bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure toevoegen, of aan de aanbestedende overheid voorleggen, al naargelang het geval :
  1° een attest dat uitgereikt werd door de bevoegde overheid en waarin bevestigd wordt dat hij, volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes al naargelang het geval, is opgemaakt, voldaan heeft op die datum aan de voorschriften inzake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
  Indien een dergelijk document niet uitgereikt wordt in het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene vóór een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van dat land;
  2° een attest overeenkomstig § 1, indien hij personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders.
  § 3. De aanbestedende overheid kan in welk stadium van de procedure ook, met alle middelen die zij dienstig acht inlichtingen inwinnen over de stand van de betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid van om het even welke kandidaat of inschrijver.
  (§ 4. Het in de § 1 en 2 bedoelde attest moet niet worden voorgelegd bij beperkte procedure of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure als bedoeld in artikel 17, § 3, van de wet, wanneer de geraamde waarde van de opdracht, zonder belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger is dan 22.000 euro. Dezelfde regel is van toepassing bij openbare procedure wanneer de waarde van de offerte, zonder belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger is dan hetzelfde bedrag. In dit geval moet de aanbestedende overheid zelf inlichtingen inwinnen over de toestand van de kandidaat of inschrijver, teneinde na te gaan of hij voldaan heeft aan de in dit artikel opgenomen voorschriften.) <KB 2002-04-22/30, art. 10, 008; ED : 01-05-2002>
  Art. 18. Onverminderd de bepalingen betreffende de erkenning van aannemers van werken, kan de financiële en economische draagkracht van de aannemer, over het algemeen, aangetoond worden door één of meer van de volgende referenties :
  1° door passende bankverklaringen;
  2° door voorlegging van de balansen, uittreksels uit balansen of jaarrekeningen van de onderneming, indien de wetgeving van het land waar de aannemer is gevestigd de bekendmaking van balansen voorschrijft;
  3° door een verklaring betreffende de totale omzet en de omzet in werken van de onderneming over de laatste drie boekjaren.
  (Een kandidaat of een inschrijver kan zich in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. In dat geval moet hij de aanbestedende overheid aantonen dat hij zal beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de aannemer dergelijke middelen ter beschikking te stellen.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van kandidaten of van inschrijvers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of die van andere entiteiten.) <KB 2006-01-12/35, art. 3, 016; ED : 01-02-2006>
  De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van opdracht of in de uitnodiging tot het indienen van een offerte deze van de referentie(s) in 1°, 2° en 3° aan die ze verlangt, evenals de andere bewijsstukken die moeten worden overgelegd.
  Indien de aannemer om gegronde redenen niet in staat is de gevraagde referenties over te leggen kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere documenten die de aanbestedende overheid geschikt acht.
  Art. 19.Onverminderd de bepalingen betreffende de erkenning van aannemers van werken, kan de technische bekwaamheid van de aannemer aangetoond worden door één of meer van de volgende referenties :
  1° door studie- en beroepskwalificaties van de aannemer en/of van het ondernemingskader en, in het bijzonder, van de verantwoordelijke(n) voor de leiding van de werken;
  2° door de lijst van de werken uitgevoerd tijdens de laatste vijf jaar, en gestaafd door getuigschriften van goede uitvoering voor de belangrijkste werken. Deze getuigschriften bevatten het bedrag, het tijdstip en de plaats van uitvoering van de werken en geven duidelijk weer of deze uitgevoerd werden volgens de regels van de kunst en of ze op regelmatige wijze tot een goed einde werden gebracht. In voorkomend geval zullen deze getuigschriften door de bevoegde overheid rechtstreeks aan de aanbestedende overheid toegezonden worden;
  3° door een verklaring die de werktuigen, het materieel en de technische uitrusting vermeldt waarover de aannemer zal beschikken voor de uitvoering van het werk;
  4° door een verklaring die de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de onderneming en de omvang van het kader weergeeft tijdens de laatste drie jaren;
  5° door een verklaring waarin de technici of de technische diensten vermeld worden die, al dan niet deel uitmakend van de onderneming, ter beschikking zullen staan van de aannemer voor de uitvoering van het werk.
  (Een kandidaat of een inschrijver kan zich in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. In dat geval moet hij de aanbestedende dienst aantonen dat hij zal beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de aannemer dergelijke middelen ter beschikking te stellen.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van kandidaten of van inschrijvers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of die van andere entiteiten.) <KB 2006-01-12/35, art. 4, 016; ED : 01-02-2006>
  De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van opdracht of in de uitnodiging tot het indienen van een offerte aan, welke van deze referenties zij verlangt.
  ([1 De bekwaamheid van de aannemer kan bovendien]1 worden beoordeeld aan de hand van met name zijn vakkundigheid, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid.) <KB 2007-11-23/34, art. 12, 017; ED : 01-02-2008>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 17, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 20.<KB 1999-03-25/39, art. 6, 003; ED : 01-06-1999> § 1. Indien de werken binnen het toepassingsveld vallen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, moet in de aanvraag tot deelneming of in de offerte vermeld staan dat de kandidaat of de inschrijver ingeschreven is op de lijst van de erkende aannemers in België of op een officiële lijst in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap ofwel dat de kandidaat of de inschrijver zich beroept op de toepassing van artikel 3, § 1, 2°, van bovengenoemde wet. In dat geval voegt hij de nodige bewijsstukken bij zijn aanvraag tot deelneming of bij zijn offerte.
  De door het bevoegde organisme bevestigde inschrijving van een erkende aannemer op een officiële lijst in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap vormt enkel een vermoeden van geschiktheid voor wat betreft de bepalingen van de artikelen 17, 1° tot 4° en 7°, 18, 2° en 3°, en 19, 2° en 4° en de inschrijving in het beroeps- of handelsregister. Het voordeel van de bepalingen van dit lid komt enkel de aannemers ten goede die gevestigd zijn in het land waar de officiële lijst is opgesteld.
  De gegevens die uit de inschrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale zekerheid, van elke ingeschreven aannemer bij elke opdracht een aanvullende verklaring worden geëist.
  § 2. De aanbestedende overheid kan van de kandidaten of van de inschrijvers de overlegging eisen van het bewijs van hun inschrijving in het beroeps- of handelsregister overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar ze gevestigd zijn.
  [1 De bedoelde beroepsregisters, verklaringen of attesten voor elke lidstaat zijn vermeld in bijlage 10 van dit besluit.]1
  § 3. Binnen de grenzen (van de artikelen 17 tot 20ter), kan de aanbestedende overheid verlangen dat de kandidaten of de inschrijvers de overgelegde getuigschriften en documenten aanvullen of toelichten. <KB 2008-07-31/32, art. 2, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 4. De aanbestedende overheid die via elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot de inlichtingen of documenten die haar toelaten, binnen de grenzen van de artikelen 17 tot 19 en de §§ 1 en 2 van dit artikel, de persoonlijke situatie en de bekwaamheid van de betrokken kandidaten of inschrijvers na te gaan, stelt laatstgenoemden ervan vrij de in die artikelen bedoelde inlichtingen mee te delen of documenten voor te leggen. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van de opdracht of in voorkomend geval in het bestek de inlichtingen of documenten welke ze via elektronische weg zal opvragen. Zij dient zelf deze inlichtingen of documenten op te vragen en de resultaten ervan in de documenten van de opdracht te bewaren.) <KB 2005-07-20/53, art. 1, 014 ; ED : 01-10-2005>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 18, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 20bis.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 13; ED : 01-02-2008> [1 Wanneer]1 de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de aannemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, dient ze te verwijzen naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 19, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 20ter.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 14; ED : 01-02-2008> [1 Wanneer]1 de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van een door onafhankelijke instanties opgestelde verklaring dat de aannemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst ze naar het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem of EMAS of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instanties die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 20, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  HOOFDSTUK III. Promotieovereenkomsten voor aanneming van werken.
  Art. 21. De promotieovereenkomst voor aanneming van werken voorziet :
  1° ofwel in het huren van bouwwerken;
  2° ofwel in het huren van bouwwerken met aankoopoptie op termijn;
  3° ofwel in het huren van bouwwerken gevolgd door eigendomsoverdracht op termijn;
  4° ofwel in de verwerving van bouwwerken vanaf hun terbeschikkingstelling, tegen betaling van annuïteiten;
  5° (ofwel in het toekennen of het nemen van een erfpachtrecht of van een recht van opstal met het oog op de bouw of de inrichting van werken.) <KB 1999-03-25/39, art. 7, 003; ED : 01-06-1999>
  Art. 22. <KB 2008-07-31/32, art. 3, 019; ED : 18-08-2008> Overeenkomstig artikel 16 moet de promotor voldoen aan de eisen inzake kwalitatieve selectie bepaald door de aanbestedende overheid op grond van de artikelen 17 tot 20ter.
  HOOFDSTUK IV. - De wedstrijd.
  Art. 23. § 1. Wanneer de overheidsopdracht voor aanneming van werken zowel slaat op het opmaken van een ontwerp als op de uitvoering ervan, kan worden overgegaan tot een wedstrijd waarbij een jury wordt aangesteld waarvan de samenstelling en de wijzen van optreden in het bestek worden bepaald.
  Deze jury bestaat uit minimum vijf leden van wie ten minste één noch behoort tot de aanbestedende overheid noch tot een openbaar bestuur.
  De leden van de jury moeten totaal onafhankelijk zijn van de aannemers, leveranciers of dienstverleners die aan de wedstrijd zouden kunnen deelnemen, en moeten in het betrokken domein blijk geven van een onbetwistbare deskundigheid.
  § 2. Het bestek somt verplicht alle criteria op volgens het hun toegewezen belang die de jury als basis zal nemen voor de beoordeling van de voorgestelde ontwerpen.
  De opdracht wordt gegund door de aanbestedende overheid na advies van de jury. Het bestek kan bepalen dat de best gerangschikte ontwerpen na dit dat gekozen werd voor de uitvoering, aanleiding kunnen geven tot het toekennen van premies. Deze worden door de aanbestedende overheid toegekend met verplicht behoud van de door de jury opgestelde rangschikking. Zij kunnen ook niet toegekend worden, noch in hun geheel noch gedeeltelijk, indien de aanbestedende overheid oordeelt dat de ontwerpen ontoereikend zijn.
  § 3. Het bestek bepaalt nauwkeurig de respectieve rechten van de aanbestedende overheid en de makers van de ontwerpen inzake het bezit en het gebruik ervan.
  HOOFDSTUK V. Toegang tot overheidsopdrachten voor aanneming van werken voor de aannemers van derde landen ten aanzien van de Europese Gemeenschap.
  Art. 24. Voor de overheidsopdrachten voor aanneming van werken waarvan het geraamde bedrag (zonder belasting over de toegevoegde waarde gelijk is aan of hoger is dan (5.150.000 EUR) ), genieten de volgende landen, volgens de bepalingen en de voorwaarden van de internationale akte die hen betreft, van de toepassing van titels II en III van boek I van de wet en van dit besluit : <KB 1999-03-25/39, art. 9, 003; ED : 01-06-1999> <MB 2001-12-04/32, art. 3, 007; ED : 01-01-2002> <MB 2003-12-17/30, art. 2, 010; ED : 01-01-2004> <MB 2005-12-20/34, art. 2, 015; ED : 01-01-2006> <MB 2007-12-17/34, art. 2, 018; ED : 01-01-2008 ; zie ook art. 6>
  1° IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, in toepassing van het Akkoord over de Europese economische Ruimte;
  2° Canada, Korea, de Verenigde Staten van Amerika, Israël, Japan en Zwitserland, in toepassing van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten gesloten in het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven.
  HOOFDSTUK VI. - De informatie.
  Art. 25. (§ 1. Deze paragraaf is toepasselijk op de beperkte procedures en de onderhandelingsprocedure met bekendmaking.
  Wanneer de opdracht verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in over hun niet-selectie en voegt er de motieven voor hun niet-selectie aan toe.
  Wanneer de opdracht niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in over hun niet-selectie. De niet-geselecteerde kandidaten kunnen de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om de motieven van hun niet-selectie. De aanbestedende overheid deelt deze motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 4, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 2. Deze paragraaf is toepasselijk op alle gunningsprocedures wanneer de opdracht niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure. Hij is niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
  De aanbestedende overheid licht onmiddellijk na de toewijzingsbeslissing :
  1° de niet-geselecteerde inschrijvers in over hun niet-selectie;
  2° de inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard in over de wering van hun offerte;
  3° de inschrijvers wiens offerte niet gekozen is in over dit feit.
  De niet-geselecteerde inschrijvers, de inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard en de inschrijvers wiens offerte niet is gekozen, kunnen de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om de motieven van de beslissing die op hen betrekking heeft. De aanbestedende overheid deelt deze motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 4, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 2bis. Deze paragraaf is toepasselijk op alle gunningsprocedures, met uitzondering van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
  De aannemer kan na de gunning van de opdracht de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om mededeling van de toewijzingsbeslissing. De aanbestedende overheid deelt deze mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 4, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 3. Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten waarvan het geraamd bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, het bedrag bepaald in artikel 1 van dit besluit niet bereikt, worden de niet weerhouden kandidaten of inschrijvers door de aanbestedende overheid onverwijld van deze beslissing op de hoogte gebracht.
  Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten die tot stand komen gewoon met een aangenomen factuur in de zin van artikel 122, 1°, van dit besluit deelt de aanbestedende overheid, binnen de vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, aan elke inschrijver van wie de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht mede.) <KB 1999-03-25/39, art. 10, 003; ED : 01-06-1999>
  § 4. (opgeheven) <KB 2008-07-31/32, art. 4, 019; ED : 18-08-2008>
  Art. 26. <KB 1999-03-25/39, art. 11, 003; ED : 01-06-1999> De aanbestedende overheid brengt onverwijld de kandidaten of de inschrijvers, en voor de overheidsopdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking, het Bureau van officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen op de hoogte van het feit dat zij besloten heeft af te zien van de gunning van de opdracht of de procedure te herbeginnen. Zij deelt de motieven mee binnen vijftien dagen na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de kandidaten of inschrijvers.
  TITEL II. - Bepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen.
  HOOFDSTUK I. - Bekendmakingsvoorschriften voor de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen.
  Afdeling I. - Overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen onderworpen aan de Europese bekendmaking.
  Art. 27. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 17, § 2, van de wet, zijn de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10° van de wet, waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in § 2 onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van deze afdeling.
  Een niet limitatieve lijst van de organismen van openbaar nut in de zin van artikel 4, § 2, 1°, en van de rechtspersonen bedoeld in artikel 4, § 2, 8°, van deze wet vormt de bijlage 1 bij dit besluit.
  § 2. (Het bedrag van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen bedoeld in deze afdeling is (206.000 EUR) zonder belasting over de toegevoegde waarde. Dit bedrag is (133.000 EUR) voor de aanbestedende overheden vermeld in artikel 50, 2°, a, van dit besluit en voor de daarin bedoelde opdrachten. <MB 2001-12-04/32, art. 4, 007; ED : 01-01-2002> <MB 2003-12-17/30, art. 3, 010; ED : 01-01-2004> <MB 2005-12-20/34, art. 3, 015; ED : 01-01-2006> <MB 2007-12-17/34, art. 3, 018; ED : 01-01-2008 ; zie ook art. 6>
  Deze bedragen, alsook de bedragen vermeld in de artikelen 29 en 50 worden door de Eerste Minister aangepast overeenkomstig de tweejaarlijkse herzieningen bepaald in artikel 5, § 1, van de richtlijn 93/36/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen.) <KB 1999-03-25/39, art. 12, 003; ED : 01-06-1999>
  Art. 28.Het geraamde bedrag van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen die gegund worden onder de vorm van huur, huurkoop of leasing wordt als volgt bepaald :
  1° bij een opdracht met een bepaalde duur, op grond van het totaalbedrag van de opdracht voor de gehele looptijd, wanneer deze twaalf maanden of minder bedraagt, of op grond van het totaalbedrag met inbegrip van de geraamde restwaarde wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt;
  2° bij een opdracht van onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, op grond van het geraamde maandelijkse bedrag vermenigvuldigd met achtenveertig.
  Bij opdrachten die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de waarde van de opdracht bepaald :
  1° ofwel op grond van het totale werkelijke bedrag van de opeenvolgende, gelijksoortige opdrachten die gegund werden in de loop van de vorige twaalf maanden of van het vorige boekjaar, zo mogelijk verbeterd om rekening te houden met de wijzigingen qua hoeveelheid of waarde die zouden kunnen opduiken in de loop van de twaalf maanden die volgen op de oorspronkelijke opdracht;
  2° ofwel op grond van het totale geraamde bedrag van de opeenvolgende opdrachten over de twaalf maanden volgende op de eerste levering of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht.
  [1 Bij de berekening van het geraamde bedrag wordt rekening gehouden met de eventuele opties en eventuele verlengingen van de opdracht.]1
  Wanneer de verwerving van homogene leveringen wordt verdeeld in percelen, dient de geraamde waarde van de totaliteit van de percelen in aanmerking te worden genomen.
  Wanneer opties voorzien zijn, dient het maximum totaalbedrag van de aankoop, de huur, de huurkoop, de leasing, opties inbegrepen, als berekeningsbasis te worden genomen.
  Geen enkele opdracht mag worden gesplitst ten einde deze aan de toepassing van de bepalingen van deze afdeling te onttrekken.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 21, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 29. § 1. Elke aanbestedende overheid maakt, door middel van een enuntiatieve aankondiging, zo snel mogelijk na het begin van haar begrotingsjaar, het totaal van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen, per groep van produkten volgens de statistische classificatie van produkten gekoppeld aan de economische activiteiten (CPA) in de Europese economische Gemeenschap, hierna de classificatie CPA te noemen, bekend waarvan het geraamde bedrag, (zonder belasting over de toegevoegde waarde, gelijk is aan of hoger is dan (750 000 EUR)) en waarvan de gunning voorzien is in de loop van de volgende twaalf maanden. <KB 1999-03-25/39, art. 13, 003; ED : 01-06-1999> <MB 2001-12-04/32, art. 5, 007; ED : 01-01-2002>
  Deze enuntiatieve aankondiging, opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, A,) bij dit besluit, wordt gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende overheid moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 11, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaatsvinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  Art. 30. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht die zal gegund worden bij openbare of beperkte aanbesteding, bij algemene of beperkte offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, moet het voorwerp uitmaken van een aankondiging van opdracht gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. (...). <KB 2002-04-22/30, art. 12, 008; ED : 01-05-2002>
  (Deze aankondiging van opdracht moet de datum van verzending ervan naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen vermelden. Deze datum vormt het vertrekpunt van de termijn als bedoeld in artikel 31 en artikel 32, § 1.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.) <KB 2002-04-22/30, art. 12, 008; ED : 01-05-2002>
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B, van dit besluit.
  Deze aankondiging van opdracht wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publicatieblad van de Europese gemeenschappen.) <KB 2002-04-22/30, art. 12, 008; ED : 01-05-2002>
  Art. 31. Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag, mag de termijn voor de ontvangst van de offertes niet korter zijn dan tweeënvijftig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Hij mag echter ingekort worden tot een termijn die lang genoeg is om de indiening van geldige offertes toe te laten en die, in principe, niet korter zal zijn dan zesendertig dagen maar die in geen enkel geval korter zal zijn dan tweeëntwintig dagen indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de opdracht in ontwerp gaf aanleiding, overeenkomstig artikel 29, tot de verzending van een enuntiatieve aankondiging niet minder dan tweeënvijftig dagen en niet meer dan twaalf maanden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging van opdracht bepaald in artikel 30;
  2° deze enuntiatieve aankondiging bevatte ten minste zoveel van de in het model van aankondiging van opdracht bedoelde gegevens, voor zover deze op het ogenblik van de publikatie van deze enuntiatieve aankondiging beschikbaar waren.
  Art. 32.§ 1. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, 1°, van de wet mag de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming, niet korter zijn dan zevenendertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.
  Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is deze termijn in acht te nemen, mag de termijn ingekort worden tot minimum vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging indien de aanbestedende overheid verzoekt om een versnelde bekendmaking en de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen te publiceren aankondiging per telegram, per telex of per telefax verzendt.
  § 2. Bij beperkte aanbesteding en bij beperkte offerteaanvraag mag de termijn voor ontvangst van de offertes niet korter zijn dan veertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen. Hij mag echter ingekort worden tot zesentwintig dagen indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1° de opdracht in ontwerp gaf aanleiding, overeenkomstig artikel 29, tot de verzending van een enuntiatieve aankondiging niet minder dan tweeënvijftig dagen en niet meer dan twaalf maanden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging van opdracht bepaald in artikel 30;
  2° deze enuntiatieve aankondiging bevatte ten minste zoveel van de in het model van aankondiging van opdracht bedoelde gegevens, voor zover deze op het ogenblik van de publikatie van deze enuntiatieve aankondiging beschikbaar waren.
  De termijn voor de ontvangst van de offertes mag ingekort worden tot tien dagen wanneer de aanbestedende overheid om een versnelde bekendmaking overeenkomstig § 1 van dit artikel verzocht heeft.
  § 3. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, kunnen de aanvragen tot deelneming en tot het indienen van een offerte gedaan worden per brief, per telegram, per telex, per telefax of per telefoon. Indien de aanbestedende overheid verzoekt om een versnelde bekendmaking overeenkomstig § 1 van dit artikel, moeten de aanvragen tot deelneming en de uitnodigingen tot het indienen van een offerte langs de snelst mogelijke weg gebeuren.
  [1 Wanneer de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 81quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat deze aanvragen schriftelijk worden bevestigd. In dat geval worden dit verzoek, alsook de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst.]1
  Het bewijs van de datum van de aanvraag tot deelneming of van de schriftelijke bevestiging moet door de kandidaat geleverd worden, dit van de uitnodiging tot het indienen van een offerte door de aanbestedende overheid.
  § 4. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, worden de gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om hun offerte in te dienen.
  Deze uitnodiging bevat minstens :
  1° a) het bestek en de aanvullende documenten of, desgevallend, het adres van de dienst waar het bestek en de aanvullende documenten kunnen opgevraagd worden en de uiterste datum voor deze aanvraag;
  b) desgevallend, het ter verkrijging van de genoemde documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  2° a) de uiterste datum voor ontvangst van de offertes;
  b) het adres waarnaar ze moeten verstuurd worden;
  c) de taal of talen waarin ze moeten opgesteld worden;
  3° de verwijzing naar de aankondiging van opdracht;
  4° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten hetzij ter staving van de door de gegadigde overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B, III, 2 en 3), verstrekte, controleerbare verklaringen, hetzij ter aanvulling van de in deze bijlagen vermelde inlichtingen; <KB 2002-04-22/30, art. 14, 008; ED : 01-05-2002>
  5° het gunningscriterium of de gunningscriteria indien ze niet voorkomen in de aankondiging.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 22, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 33.[1 Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en offertes, houdt de aanbestedende overheid inzonderheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd van de offertes.]1 Indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie of na een plaatsbezoek, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende documenten kunnen worden opgemaakt, dienen de termijnen bepaald in de artikelen 31 en 32, § 2, dienovereenkomstig te worden verlengd.
  Voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag het bestek en de aanvullende documenten door de aanbestedende overheid te worden verstrekt binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek en dienen de nadere inlichtingen over het bestek te worden verstrekt uiterlijk zes dagen vóór het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de ontvangst van de offertes.
  Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, dienen de aanvullende inlichtingen over het bestek, voor zover daarom tijdig is verzocht, door de aanbestedende overheid verstrekt te worden uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum vastgelegd voor de ontvangst van de offertes. De termijn is vier dagen indien de aanbestedende overheid om een versnelde bekendmaking overeenkomstig artikel 32, § 1, van dit besluit heeft verzocht.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 23, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 34. Binnen een termijn van achtenveertig dagen na de gunning van een opdracht gegund bij aanbesteding, bij offerteaanvraag of bij een onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure, en waarvan de waarde gelijk is aan of hoger ligt dan het bedrag bepaald in artikel 27, § 2, van dit besluit, maakt de aanbestedende overheid inlichtingen over de gegunde opdracht bekend. Deze regel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten die worden gegund bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure wanneer artikel 17, § 2, 1°, b, van de wet wordt ingeroepen.
  Deze aankondiging van gegunde opdracht (, ook aankondiging van geplaatste opdracht genoemd,) opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, C,) bij dit besluit, wordt gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende overheid moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 15, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  (Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.) <KB 2002-04-22/30, art. 15, 008; ED : 01-05-2002>
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaats vinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  In bepaalde gevallen hoeven echter sommige gegevens betreffende de gunning van de opdracht niet te worden bekendgemaakt indien openbaarmaking van die gegevens de toepassing van een wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het algemeen belang of schade zou kunnen toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van de overheids- of privébedrijven of de eerlijke mededinging tussen de leveranciers erdoor zou kunnen worden aangetast.
  Art. 35.Voor elke gegunde opdracht stelt de aanbestedende overheid een proces-verbaal op dat tenminste het volgende vermeldt :
  1° de naam en het adres van de aanbestedende overheid, het voorwerp en de prijs van de opdracht;
  2° de namen van de inschrijvers of van de gegadigden en de redenen voor die keuze;
  3° de namen van de uitgesloten kandidaten of inschrijvers en de redenen voor deze uitsluiting;
  4° de naam van de aannemer en de motivering van de keuze van zijn offerte alsook, indien gekend, het gedeelte van de opdracht dat hij zinnens is in onderaanneming te geven;
  5° in geval van aanwending van de onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure, de omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 17, § 2 of § 3 van de wet die de aanwending van deze procedure kunnen verantwoorden;
  [1 6° de redenen voor de afwijzing van abnormaal laag bevonden offertes.]1
  Dit proces-verbaal, of de hoofdpunten ervan, worden aan de Europese Commissie op haar verzoek toegezonden.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 24, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 36. Wanneer door een van de aanbestedende overheden waarvan sprake in artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet bijzondere of exclusieve rechten voor het verrichten van een activiteit van openbare dienst verleend wordt aan een andere persoon, welke ook haar juridisch statuut weze, moet de toekenningsakte het beginsel van non-discriminatie op grond van de nationaliteit in de zin van artikel 7 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap opleggen voor de opdrachten voor leveringen die aan derden worden gegund in het kader van deze activiteiten.
  Afdeling II. - Overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen die niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking.
  Art. 37. Onverminderd de bepalingen van artikel 17, § 2, van de wet, zijn de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 27, § 1, van dit besluit waarvan het geraamd bedrag kleiner is dan het bedrag bepaald in artikel 27, § 2, onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van deze afdeling.
  De opdrachten voor aanneming van leveringen van de privaatrechtelijke universitaire instellingen zijn, ongeacht het bedrag, onderworpen aan de regels van deze afdeling wanneer ze gesubsidieerd worden door aanbestedende overheden bedoeld in artikel 27, § 1, van dit besluit.
  Art. 38. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht die zal gegund worden bij openbare aanbesteding of bij algemene offerteaanvraag wordt in mededinging gesteld door middel van een aankondiging van opdracht, gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen.
  (Deze aankondiging van opdracht vermeldt de datum van verzending ervan naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B.
  Ten minste de volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikelen 43 tot 46; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid via elektronische middelen kan raadplegen overeenkomstig artikel 46, § 4;
  4° desgevallend, het ter verkrijging van het bestek en de aanvullende documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  5° de gunningswijze;
  6° de datum van de opening van de offertes.) <KB 2006-01-12/35, art. 5, 016; ED : 01-02-2006>
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending de van aankondiging. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen.) <KB 2004-02-29/34, art. 3, 012; ED : 01-09-2004>
  De termijn voor ontvangst van de offertes mag, over het algemeen niet korter zijn dan zesendertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Deze termijn kan ingekort worden tot een minimum van tien dagen, voor zover er een termijn van ten minste zeven dagen wordt nageleefd vanaf de datum van de publikatie van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen tot deze bepaald voor de ontvangst van de offertes.
  Art. 39. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht die zal gegund worden bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet wordt, in principe, in mededinging gesteld door middel van een aankondiging van opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 40, § 1.
  Deze aankondiging kan nochtans vervangen worden door een aankondiging betreffende de opstelling door de aanbestedende overheid van een lijst van gegadigden, opgesteld overeenkomstig artikel 40, § 2. Deze bepaling is, in principe, van toepassing op gelijkaardige opdrachten met een repetitief karakter.
  Art. 40. § 1. Indien de aanbestedende overheid verkiest in mededinging te stellen overeenkomstig artikel 39, eerste lid, maakt de overheidsopdracht het voorwerp uit van een aankondiging van opdracht gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen.
  (Deze aankondiging van opdracht vermeldt de datum van verzending ervan naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B.
  Ten minste de volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikels 43 tot 46; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid via elektronische middelen rechtstreeks kan raadplegen overeenkomstig artikel 46, § 4;
  4° de gunningswijze;
  5° de uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.) <KB 2006-01-12/35, art. 6, 016; ED : 01-02-2006>
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen.) <KB 2004-02-29/34, art. 4, 012; ED : 01-09-2004>
  De ontvangsttermijn van de aanvragen tot deelneming mag, in principe, niet korter zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Deze termijn kan ingekort worden tot een minimum van tien dagen, voor zover er een termijn van ten minste zeven dagen wordt nageleefd vanaf de datum van de publikatie van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen tot deze bepaald voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
  Indien de aanvragen tot deelneming gedaan worden per telegram, per telex, per telefax of per telefoon, dienen ze schriftelijk bevestigd te worden vóór de vervaldatum van de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
  Het bewijs van de datum van de aanvraag tot deelneming moet door de kandidaat geleverd worden, dit van de uitnodiging tot het indienen van een offerte door de aanbestedende overheid.
  § 2. Indien de aanbestedende overheid de in mededingingstelling kiest overeenkomstig artikel 39, tweede lid, publiceert zij in het Bulletin der Aanbestedingen, en tenminste alle twaalf maanden, een periodieke aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van gegadigden voor de gunning van de in deze afdeling bedoelde overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen.
  (Deze aankondiging wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 5.
  Ten minste de volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikelen 43 tot 46; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid via elektronische middelen rechtstreeks kan raadplegen overeenkomstig artikel 46, § 4;
  4° de gunningswijze;
  5° de uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.) <KB 2006-01-12/35, art. 6, 016; ED : 01-02-2006>
  § 3. De gegadigden worden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om hun offerte in te dienen.
  Deze uitnodiging bevat minstens :
  1° a) het bestek en de aanvullende documenten of, desgevallend, het adres van de dienst waar het bestek en de aanvullende documenten kunnen opgevraagd worden en de uiterste datum voor deze aanvraag;
  b) desgevallend, het ter verkrijging van genoemde documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  2° de uiterste datum voor ontvangst van de offertes, het adres waarnaar ze moeten verstuurd worden en de taal of talen waarin ze moeten opgesteld worden;
  3° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten;
  4° desgevallend, het gunningscriterium of de gunningscriteria van de opdracht.
  5° de datum, het uur en de plaats van de opening van de offertes in geval van beperkte aanbesteding of beperkte offerteaanvraag.
  De termijn voor ontvangst van de offertes mag, in principe, niet korter zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen. Deze termijn kan ingekort worden tot een minimum van tien dagen.
  Art. 40bis. <Ingevoegd bij KB 2002-04-22/30, art. 18; ED : 01-05-2002> Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  Art. 41.[1 Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en offertes, houdt de aanbestedende overheid inzonderheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd van de offertes.]1 Indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie of na een plaatsbezoek, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende documenten kunnen worden opgemaakt, dienen de termijnen voorzien in de artikelen 38 en 40, § 3, dienovereenkomstig te worden verlengd.
  Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag en voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen het bestek en de aanvullende documenten door de aanbestedende overheid verstrekt te worden binnen de zes dagen na de ontvangst van het verzoek.
  Ongeacht de procedure en voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen de aanvullende inlichtingen over het bestek door de aanbestedende overheid verstrekt te worden uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum vastgelegd voor de ontvangst van de offertes. De termijn is vier dagen indien de aanbestedende overheid de termijn voor ontvangst van de offertes ingekort heeft overeenkomstig de artikelen 38 en 40, § 3.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 25, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  HOOFDSTUK II. - Regels in verband met de kwalitatieve selectie voor de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen.
  Art. 42.Bij openbare aanbesteding en algemene offerteaanvraag, gaat de aanbestedende overheid op grond van de inlichtingen betreffende de eigen situatie van ieder leverancier en van de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de financiële, economische en technische minimumeisen overeenkomstig (artikelen 43 tot 46) van dit besluit over tot de kwalitatieve selectie van de inschrijvers. <KB 1999-03-25/39, art. 14, 003; ED : 01-06-1999>
  Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag of bij (onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet), kiest de aanbestedende overheid uit degenen die aan de in (artikelen 43 tot 46) van dit besluit gestelde kwalificaties voldoen de gegadigden die ze respectievelijk uitnodigt een offerte in te dienen of deel te nemen aan de onderhandelingen op grond van de inlichtingen betreffende de eigen situatie van de leverancier en van de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de financiële, economische en technische minimumeisen waaraan hij moet voldoen. <KB 1999-03-25/39, art. 14, 003; ED : 01-06-1999>
  (Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet, kan de aanbestedende overheid het geheel of een gedeelte van de artikelen 43 tot 46 van dit besluit toepasbaar maken.) <KB 1999-03-25/39, art. 14, 003; ED : 01-06-1999>
  Bij beperkte aanbesteding en beperkte offerteaanvraag mag de aanbestedende overheid een minimum en een maximum aangeven waartussen zich het aantal gegadigden dat een offerte mag indienen zal situeren. Dit minimumaantal mag niet minder bedragen dan vijf en het maximumaantal kan worden vastgesteld op twintig. Het aantal gegadigden moet in ieder geval groot genoeg zijn om een werkelijke mededinging te garanderen.
  Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, mag het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten niet kleiner zijn dan drie, voor zover er voldoende geschikte gegadigden zijn. [1 Het aantal geselecteerden moet in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.]1
  Bij beperkte procedure en onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, moet elke kandidatuur individueel ingediend worden.
  [1 De in de artikelen 44 en 45 bedoelde inlichtingen en minimumeisen inzake draagkracht en bekwaamheid moeten verband houden met en in verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.]1
  (De leveranciers van de andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en, volgens de bepalingen en voorwaarden van de internationale akte die hen betreft, de leveranciers van derde landen, in de zin van artikel 50, die de vereiste kwalificaties bezitten moeten onder dezelfde voorwaarden behandeld worden als de nationale leveranciers. Deze bepaling is niet van toepassing op de leveringen die geheim verklaard werden, of waarvan de uitvoering gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke of reglementaire bepalingen of indien de bescherming van de fundamentele belangen van de veiligheid van het land dit vereist, noch op de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 3, van de wet.) <KB 1999-03-25/39, art. 14, 003; ED : 01-06-1999>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 26, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 43.(§ 1. [1 Wordt]1 in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de leverancier die bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waaraan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
  1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
  2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
  3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
  4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
  Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een leverancier, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
  De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting.) <KB 2007-11-23/34, art. 15, 017; ED : 01-02-2008>
  (§ 2.) Kan uitgesloten worden van deelneming aan de opdracht (in welke stadium van de procedure ook) de leverancier : <KB 1999-03-25/39, art. 15, 003; ED : 01-06-1999> <KB 2007-11-23/34, art. 15, 017; ED : 01-02-2008>
  1° die in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of die een gerechtelijk akkoord heeft bekomen, of die in een overeenstemmende toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
  2° die aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of van gerechtelijk akkoord aanhangig is of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
  3° die, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;
  4° die bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende overheden aannemelijk kunnen maken;
  5° (die niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid, overeenkomstig de bepalingen van artikel 43bis;) <KB 1999-03-25/39, art. 15, 003; ED : 01-06-1999>
  6° die niet in orde is met de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is;
  7° die zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opvorderbaar bij toepassing van dit hoofdstuk.
  Het bewijs dat de leverancier zich niet in één van de gevallen, vermeld in 1°, 2°, 3°, 5° of 6° bevindt, kan geleverd worden door voorlegging van de volgende stukken :
  1° voor 1°, 2° of 3 °: een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke- of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
  2° voor 5° of 6° een getuigschrift uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land.
  Wanneer een dergelijk document of getuigschrift niet uitgereikt wordt in het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene vóór een gerechtelijke- of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 27, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 43bis. <Ingevoegd bij KB 1999-03-25/39, art. 16, 003; ED : 01-06-1999> § 1. De Belgische leverancier die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders moet bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes, al naargelang het geval, een attest van de Rijksdienst voor sociale Zekerheid voegen of aan de aanbestedende overheid voorleggen, waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de voorschriften inzake bijdragen voor de sociale zekerheid.
  De leverancier heeft voor de toepassing van dit artikel aan de voorschriften voldaan indien hij volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes bij een openbare procedure is opgemaakt :
  1° aan de Rijksdienst voor sociale Zekerheid al de vereiste aangiften heeft toegezonden, tot en met diegene die slaan op het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes, al naargelang het geval, en;
  2° op deze aangiften geen verschuldigde bijdragen van meer dan (2.500 EUR) moet vereffenen, tenzij hij voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen waarvan hij de termijnen strikt in acht neemt. <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  Evenwel, zelfs wanneer de schuld aan bijdragen groter is dan (2.500 EUR), zal de leverancier in orde beschouwd worden indien hij, alvorens de beslissing tot selecteren van de kandidaten of tot het gunnen van de opdracht wordt genomen, al naargelang het geval, aantoont dat hij, de dag waarop het attest zijn toestand bepaalt, op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 26 van die wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op (2.500 EUR) na, ten minste gelijk is aan de achterstallige bijdragen. <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  § 2. Vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes moet de buitenlandse leverancier bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure toevoegen of aan de aanbestedende overheid voorleggen, al naargelang het geval :
  1° een attest dat uitgereikt werd door de bevoegde overheid en waarin bevestigd wordt dat hij, volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes al naargelang het geval, is opgemaakt, voldaan heeft op die datum aan de verplichtingen inzake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
  Indien een dergelijk document niet uitgereikt wordt in het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene vóór een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van dat land;
  2° een attest overeenkomstig § 1, indien hij personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders.
  § 3. De aanbestedende overheid kan in welk stadium van de procedure ook, met alle middelen die zij dienstig acht inlichtingen inwinnen over de stand van de betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid van om het even welke kandidaat of inschrijver.
  (§ 4 - Het in de § 1 en 2 bedoelde attest moet niet worden voorgelegd bij beperkte procedure of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure als bedoeld in artikel 17, § 3, van de wet, wanneer de geraamde waarde van de opdracht, zonder belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger is dan 22.000 euro. Dezelfde regel is van toepassing bij openbare procedure wanneer de waarde van de offerte, zonder belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger is dan hetzelfde bedrag. In dit geval moet de aanbestedende overheid zelf inlichtingen inwinnen over de toestand van de kandidaat of inschrijver, teneinde na te gaan of hij voldaan heeft aan de in dit artikel opgenomen voorschriften.) <KB 2002-04-22/30, art. 19, 008; ED : 01-05-2002>
  Art. 44. De financiële en economische draagkracht van de leverancier kan, over het algemeen, aangetoond worden door één of meer van de volgende referenties :
  1° door passende bankverklaringen;
  2° door voorlegging van de balansen, uittreksels uit balansen of jaarrekeningen van de onderneming, indien de wetgeving van het land waar de leverancier is gevestigd de bekendmaking van balansen voorschrijft;
  3° door een verklaring betreffende de totale omzet van de onderneming en haar omzet in produkten waarop de opdracht betrekking heeft over de laatste drie boekjaren.
  (Een kandidaat of een inschrijver kan zich in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. In dat geval moet hij de aanbestedende overheid aantonen dat hij zal beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de leverancier dergelijke middelen ter beschikking te stellen.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van kandidaten of van inschrijvers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of die van andere entiteiten.) <KB 2006-01-12/35, art. 7, 016; ED : 01-02-2006>
  De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van opdracht of in de uitnodiging tot indiening van een offerte deze van de referentie(s) in 1°, 2° en 3° aan die ze verlangt, evenals de andere bewijsstukken die moeten worden overgelegd.
  Indien de leverancier om gegronde redenen niet in staat is de gevraagde referenties over te leggen kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere documenten die de aanbestedende overheid geschikt acht.
  Art. 45.De technische bekwaamheid van de leverancier kan op één of meer van de volgende manieren worden bewezen, afhankelijk van de aard, de hoeveelheid en het gebruik van de te leveren produkten :
  1° door middel van een lijst van de voornaamste leveringen die hij gedurende de afgelopen drie jaar heeft verricht, hun bedrag, data en de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren :
  - indien het leveringen aan een overheid betreft, worden de leveringen aangetoond door certificaten die door de bevoegde overheid zijn opgesteld of geviseerd;
  - indien het gaat om leveringen aan privaatrechtlijke personen, worden de certificaten opgesteld door de koper; bij ontstentenis daarvan is een verklaring van de leverancier toegelaten;
  2° door de beschrijving van de technische uitrusting van de onderneming, de maatregelen die zij treft om kwaliteit te waarborgen en de mogelijkheden die zij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek;
  3° door opgave van de al dan niet tot de onderneming behorende technici of technische diensten, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole;
  4° door middel van monsters, beschrijvingen en/of foto's van de te leveren produkten, waarvan op verzoek van het bestuur de echtheid moet kunnen worden bevestigd;
  5° door middel van certificaten die zijn opgesteld door de als bevoegd erkende officiële instituten of diensten voor kwaliteitscontrole, waarin de conformiteit van duidelijk door referenties geïdentificeerde produkten met bepaalde specificaties of normen wordt bevestigd;
  6° wanneer de te leveren produkten van complexe aard zijn of in uitzonderlijke gevallen voor een bijzonder doel bestemd zijn, door middel van controle door de aanbestedende overheid of, namens deze laatste door een bevoegd officieel orgaan van het land waar de leverancier is gevestigd, onder voorbehoud van de instemming van dat orgaan; deze controle heeft betrekking op de produktiecapaciteit van de leverancier en indien nodig, de mogelijkheden die hij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek, alsmede op de door hem getroffen maatregelen inzake kwaliteitscontrole.
  (Een kandidaat of een inschrijver kan zich in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. In dat geval moet hij de aanbestedende overheid aantonen dat hij zal beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de leverancier dergelijke middelen ter beschikking te stellen.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van kandidaten of van inschrijvers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of die van andere entiteiten.) <KB 2006-01-12/35, art. 8, 016; ED : 01-02-2006>
  De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging of in de uitnodiging tot het indienen van een offerte aan, welke van deze referenties zij verlangt.
  ([1 In geval van leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn, kan de bekwaamheid]1 van de leverancier bovendien worden beoordeeld aan de hand van met name zijn vakkundigheid, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid.) <KB 2007-11-23/34, art. 16, 017; ED : 01-02-2008>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 28, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 46.<KB 1999-03-25/39, art. 17, 003; ED : 01-06-1999> § 1. De door het bevoegde organisme bevestigde inschrijving van een erkende leverancier op een officiële lijst in een ander Lid-Staat van de Europese Gemeenschap vormt enkel een vermoeden van geschiktheid voor wat betreft de bepalingen van de artikelen 43, 1° tot 4° en 7°, 44, 2° en 3°, en 45, 1°, en de inschrijving in het beroeps- of handelsregister. Het voordeel van de bepalingen van dit lid komt enkel de leveranciers ten goede die gevestigd zijn in het land waar de officiële lijst is opgesteld.
  De gegevens die uit de inschrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale zekerheid, van elke ingeschreven leverancier bij elke opdracht een aanvullende verklaring worden geëist.
  § 2. De aanbestedende overheid kan van de kandidaten of van de inschrijvers de overlegging eisen van het bewijs van hun inschrijving in het beroeps- of handelsregister overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar ze gevestigd zijn.
  [1 De bedoelde beroeps- of handelsregisters, verklaringen of attesten voor elke lidstaat zijn vermeld in bijlage 10 van dit besluit.]1
  § 3. Binnen de grenzen (van de artikelen 43 tot 46bis), kan de aanbestedende overheid verlangen dat de kandidaten of de inschrijvers de overgelegde getuigschriften en documenten aanvullen of toelichten. <KB 2008-07-31/32, art. 5, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 4. De aanbestedende overheid die via elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot de inlichtingen of documenten die haar toelaten, binnen de grenzen van de artikelen 43 tot 45 en de §§ 1 en 2 van dit artikel, de persoonlijke situatie en de bekwaamheid van de betrokken kandidaten of inschrijvers na te gaan, stelt laatstgenoemden ervan vrij de in die artikelen bedoelde inlichtingen mee te delen of documenten voor te leggen. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van de opdracht of in voorkomend geval in het bestek de inlichtingen of documenten welke ze via elektronische weg zal opvragen. Zij dient zelf deze inlichtingen of documenten op te vragen en de resultaten ervan in de documenten van de opdracht te bewaren.) <KB 2005-07-20/53, art. 2, 014 ; ED : 01-10-2005>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 29, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 46bis.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 17; ED : 01-02-2008> [1 Wanneer]1 de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de leverancier aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst ze naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 30, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 47. Bij het inwinnen van de in de artikelen 44 en 45 bedoelde inlichtingen mag niet verder worden gegaan dan gezien het voorwerp van de opdracht verantwoord is, en de aanbestedende overheid moet met de rechtmatige belangen van de leverancier met betrekking tot de bescherming van zijn fabrieks- of bedrijfsgeheimen rekening houden.
  HOOFDSTUK III. - Promotieovereenkomsten voor aanneming van leveringen.
  Art. 48. De promotieovereenkomst voor aanneming van leveringen voorziet :
  1° ofwel in het huren van leveringen;
  2° ofwel in het huren van leveringen met aankoopoptie op termijn;
  3° ofwel in het huren van leveringen gevolgd door eigendomsoverdracht op termijn;
  4° ofwel in de verwerving van leveringen vanaf hun terbeschikkingstelling, tegen betaling van annuïteiten.
  Art. 48bis. <Ingevoegd bij KB 1999-03-25/39, art. 18, 003; ED : 01-06-1999> Vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij beperkte of onderhandelingsprocedure of de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes bij openbare procedure, moet de promotor voldoen aan de eisen inzake kwalitatieve selectie bepaald door de aanbestedende overheid overeenkomstig de artikelen 43 tot 46.
  HOOFDSTUK IV. - De wedstrijd.
  Art. 49. § 1. Wanneer de overheidsopdracht voor aanneming van leveringen zowel het opmaken van een ontwerp als de uitvoering ervan betreft, kan worden overgegaan tot een wedstrijd waarbij een jury wordt aangesteld waarvan de samenstelling en de wijzen van optreden in het bestek worden bepaald.
  Deze jury bestaat uit minimum vijf leden van wie ten minste één noch behoort tot de aanbestedende overheid noch tot een openbaar bestuur.
  De leden van de jury moeten totaal onafhankelijk zijn van de aannemers, leveranciers of dienstverleners die aan de wedstrijd zouden kunnen deelnemen, en moeten in het betrokken domein blijk geven van een onbetwistbare deskundigheid.
  § 2. Het bestek somt verplicht alle criteria op volgens het hun toegewezen belang die de jury als basis zal nemen voor de beoordeling van de voorgestelde ontwerpen.
  De opdracht wordt gegund door de bevoegde overheid na advies van de jury.
  Het bestek kan bepalen dat de best gerangschikte ontwerpen na dit dat gekozen werd voor de uitvoering, aanleiding kunnen geven tot het toekennen van premies. Deze worden door de bevoegde overheid toegekend met verplicht behoud van de door de jury opgestelde rangschikking. Zij kunnen ook niet toegekend worden, noch in hun geheel noch gedeeltelijk, indien de bevoegde overheid oordeelt dat de ontwerpen ontoereikend zijn.
  § 3. Het bestek bepaalt nauwkeurig de respectieve rechten van de aanbestedende overheid en de makers van ontwerpen inzake het bezit en het gebruik ervan.
  HOOFDSTUK V. - Toegang tot overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen voor de leveranciers van derde landen ten aanzien van de Europese Gemeenschap.
  Art. 50. Voor de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen waarvan het geraamde bedrag (zonder belasting over de toegevoegde waarde gelijk is aan of hoger is, dan, volgens het geval, (206.000 EUR of 133.000 EUR) ) genieten de volgende landen, volgens de bepalingen en de voorwaarden van de internationale akte die hen betreft, van de toepassing van titels II en III van boek I van de wet en van dit besluit : <KB 1999-03-25/39, art. 19, 003; ED : 01-06-1999> <MB 2001-12-04/32, art. 1, 007; ED : 01-01-2002> <MB 2003-12-17/30, art. 4, 010; ED : 01-01-2004> <MB 2005-12-20/34, art. 4, 015; ED : 01-01-2006> <MB 2007-12-17/34, art. 4, 018; ED : 01-01-2008 ; zie ook art. 6>
  1° IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, in toepassing van het Akkoord over de Europese economische Ruimte;
  2° Canada, Korea, de Verenigde Staten van Amerika, Israël, Japan en Zwitserland, in toepassing van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten gesloten in het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven. Zijn bedoeld :
  a) de overheidsopdrachten van
  - de federale ministeries met uitzondering
  . van de opdrachten inzake ontwikkelingssamenwerking die krachtens internationale overeenkomsten met derde landen inzake het plaatsen van opdrachten die aan andere bepalingen onderworpen zijn die niet verenigbaar zijn met de bepalingen van dit besluit;
  . van de opdrachten inzake defensie, behalve wanneer ze betrekking hebben op de produkten (in bijlage 6) bij dit besluit; <KB 2006-01-12/35, art. 9, 016; ED : 01-02-2006>
  - (...); <W 2004-07-09/30, art. 316, 013; ED : 15-07-2004>
  - de Regie der Gebouwen;
  - de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  - het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
  - het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
  - de Rijksdienst voor Pensioenen;
  - de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
  - het Fonds voor de Beroepsziekten;
  - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
  b) de overheidsopdrachten van de aanbestedende overheden andere dan deze vermeld in a) die worden bedoeld in artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet.
  HOOFDSTUK VI. - De informatie.
  Art. 51. (§ 1. Deze paragraaf is toepasselijk op de beperkte procedures en de onderhandelingsprocedure met bekendmaking.
  Wanneer de opdracht verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in over hun niet-selectie en voegt er de motieven voor hun niet-selectie aan toe.
  Wanneer de opdracht niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in over hun niet-selectie. De niet-geselecteerde kandidaten kunnen de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om de motieven van hun niet-selectie. De aanbestedende overheid deelt deze motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 6, 019; ED : 18-08-2008>
  § 2. (Deze paragraaf is toepasselijk op alle gunningsprocedures wanneer de opdracht niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure. Hij is niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
  De aanbestedende overheid licht onmiddellijk na de toewijzingsbeslissing :
  1° de niet-geselecteerde inschrijvers in over hun niet-selectie;
  2° de inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard in over de wering van hun offerte;
  3° de inschrijvers wiens offerte niet gekozen is in over dit feit.
  De niet-geselecteerde inschrijvers, de inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard en de inschrijvers wiens offerte niet is gekozen, kunnen de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om de motieven van de beslissing die op hen betrekking heeft. De aanbestedende overheid deelt deze motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 6, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 2bis. Deze paragraaf is toepasselijk op alle gunningsprocedures, met uitzondering van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
  De aannemer kan na de gunning van de opdracht de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om mededeling van de toewijzingsbeslissing. De aanbestedende overheid deelt deze mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 6, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 3. Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, in de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten waarvan het geraamd bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, het bedrag bepaald in artikel 27 van dit besluit niet bereikt, worden de niet weerhouden kandidaten of inschrijvers door de aanbestedende overheid onverwijld van deze beslissing op de hoogte gebracht.
  Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten die tot stand komen gewoon met een aangenomen factuur in de zin van artikel 122, 1°, van dit besluit deelt de aanbestedende overheid, binnen de vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, aan elke inschrijver van wie de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht mede.) <KB 1999-03-25/39, art. 20, 003; ED : 01-06-1999>
  § 4. (opgeheven) <KB 2008-07-31/32, art. 6, 019; ED : 18-08-2008>
  Art. 52. <KB 1999-03-25/39, art. 21, 003; ED : 01-06-1999> De aanbestedende overheid brengt onverwijld de kandidaten of de inschrijvers, en voor de overheidsopdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking het Bureau van officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen, op de hoogte van het feit dat zij besloten heeft af te zien van de gunning van de opdracht of de procedure te herbeginnen. Zij deelt de motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek van de kandidaten of inschrijvers.
  TITEL III. - Bepalingen betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten.
  HOOFDSTUK I. - Bekendmakingsvoorschriften voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten.
  Afdeling I. - Overheidsopdrachten voor aanneming van diensten onderworpen aan de Europese bekendmaking.
  Art. 53. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 17, § 2, van de wet, zijn de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 4, § 1 en § 2, 1 tot 8° en 10°, van de wet, waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in § 3, onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van deze afdeling.
  Een niet limitatieve lijst van de organismen van openbaar nut in de zin van artikel 4, § 2, 1° en van de rechtspersonen in de zin van artikel 4, § 2, 8° van de wet vormt de bijlage 1 bij dit besluit.
  § 2. Zijn onderworpen aan de wet en aan de regels van deze afdeling, de opdrachten voor aanneming van diensten van privaatrechtelijke personen waarvan het geraamde bedrag (zonder belasting over de toegevoegde waarde gelijk is aan of hoger is dan (206.000 EUR) ) en die rechtstreeks voor meer dan vijftig pct. door aanbestedende overheden bedoeld in § 1 gesubsidieerd worden. Deze diensten moeten echter verband houden met gesubsidieerde opdrachten voor aanneming van werken van deze personen in de zin van artikel 1, § 2, van dit besluit. <KB 1999-03-25/39, art. 22, 003; ED : 01-06-1999> <MB 2001-12-04/32, art. 7, 007; ED : 01-01-2002> <MB 2005-12-20/34, art. 5, 015; ED : 01-01-2006> <MB 2007-12-17/34, art. 5, 018; ED : 01-01-2008 ; zie ook art. 6>
  § 3. (Het bedrag van de overheidsopdrachten bedoeld in de bijlage 2 van de wet en die onderworpen zijn aan deze afdeling, is (206.000 EUR) zonder belasting over de toegevoegde waarde. <MB 2001-12-04/32, art. 7, 007; ED : 01-01-2002> <MB 2005-12-20/34, art. 5, 015; ED : 01-01-2006> <MB 2007-12-17/34, art. 5, 018; ED : 01-01-2008 ; zie ook art. 6>
  Dit bedrag is (133.000 EUR) voor de aanbestedende overheden vermeld in artikel 79, 2°, a, en voor de daarin bedoelde opdrachten. <MB 2001-12-04/32, art. 7, 007; ED : 01-01-2002> <MB 2003-12-17/30, art. 5, 010; ED : 01-01-2004> <MB 2005-12-20/34, art. 5, 015; ED : 01-01-2006> <MB 2007-12-17/34, art. 5, 018; ED : 01-01-2008 ; zie ook art. 6>
  Ongeacht de aanbestedende overheid, is dit bedrag (206.000 EUR) wanneer de opdracht betrekking heeft : <MB 2001-12-04/32, art. 7, 007; ED : 01-01-2002> <MB 2005-12-20/34, art. 5, 015; ED : 01-01-2006> <MB 2007-12-17/34, art. 5, 018; ED : 01-01-2008 ; zie ook art. 6>
  1° op de telecommunicatiediensten in de zin van categorie 5 van bijlage 2 van de wet en die betrekking hebben op diensten voor de transmissie van televisie- en radio-uitzendingen op interconnectiediensten en op geïntegreerde telecommunicatiediensten, die behoren tot de klasse 7524 tot 7526 van de CPC classificatie;
  2° op de diensten voor onderzoek en ontwikkeling in de zin van categorie 8 van de bijlage 2 van de wet;
  3° op de diensten bedoeld in de bijlage 2, B, van de wet, onverminderd de bepalingen van § 4 van dit artikel.
  Deze bedragen alsook de bedragen vermeld in § 2 van dit artikel en in de artikelen 54 en 55 worden door de Eerste Minister aangepast overeenkomstig de tweejaarlijkse herzieningen bepaald in artikel 7, § 1, van de richtlijn 92/50/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening.) <KB 1999-03-25/39, art. 22, 003; ED : 01-06-1999>
  § 4. Zonder afbreuk te doen aan de toepassing van afdeling II, zijn de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten bedoeld in de bijlage 2, B, bij de wet enkel onderworpen aan de toepassing van artikel 60 van deze afdeling.
  Art. 54.Het geraamde bedrag van overheidsopdrachten voor aanneming van diensten sluit de volledige geraamde totale vergoeding in van de dienstverlener.
  Voor de berekening van dit bedrag worden in aanmerking genomen :
  1° [1 voor de verzekeringsdiensten, de te betalen premie en alle andere vormen van vergoeding;]1
  2° voor de bankdiensten en andere financiële diensten, de honoraria, het commissieloon, de intresten alsmede alle andere vormen van beloning;
  3° [1 voor de diensten die betrekking hebben op ontwerpen, het te betalen honorarium of het commissieloon en alle andere vormen van vergoeding.]1
  (In geval van nieuwe diensten bestaande uit de herhaling van soortgelijke diensten in de zin van artikel 17, § 2, 2°, b, van de wet, worden het totaal geraamde bedrag van de oorspronkelijke opdracht alsook het totaal geraamde bedrag voor de volgende diensten in aanmerking genomen.) <KB 1999-03-25/39, art. 23, 003; ED : 01-06-1999>
  Wanneer de diensten worden verdeeld in percelen wordt hun geraamde samengevoegd bedrag in aanmerking genomen om te bepalen of het bedrag bepaald in artikel 53, § 3, bereikt is. Indien dit het geval is, zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing op alle percelen, behoudens afwijking door de aanbestedende overheid voor percelen waarvan het individuele geraamde bedrag kleiner zou zijn dan ((80 000 EUR) zonder belasting over de toegevoegde waarde), maar voor zover hun samengevoegd bedrag de twintig pct. van het samengevoegd bedrag van alle percelen niet overschrijdt. <KB 1999-03-25/39, art. 23, 003; ED : 01-06-1999> <MB 2001-12-04/32, art. 8, 007; ED : 01-01-2002>
  Het geraamde bedrag van de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten die geen totale prijs vermelden wordt als volgt bepaald :
  1° bij een opdracht met een bepaalde duur, die gelijk is aan of korter is dan achtenveertig maanden, op grond van het totaalbedrag van de opdracht voor de gehele looptijd;
  2° bij een opdracht van onbepaalde duur of waarvan de duur langer is dan achtenveertig maanden, op grond van het geraamde maandelijkse bedrag vermenigvuldigd met achtenveertig.
  In het geval van opdrachten die met een zekere regelmaat worden gegund of die zijn bestemd om gedurende een bepaalde periode te worden herhaald, slaat het geraamde bedrag op :
  1° ofwel het totale werkelijke bedrag van alle tijdens het voorafgaande boekjaar of de voorafgaande twaalf maanden voor dezelfde categorie van diensten geplaatste soortgelijke opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd op grond van verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgende op de eerste opdracht;
  2° ofwel het geraamde totale bedrag van de opdrachten over de twaalf maanden volgende op de eerste prestatie of, over de volledige looptijd van de opdracht, indien deze meer dan twaalf maanden bedraagt.
  [1 Bij de berekening van het geraamde bedrag wordt rekening gehouden met de eventuele opties en eventuele verlengingen van de opdracht. In geval van een prijsvraag voor ontwerpen wordt ook rekening gehouden met de premies en betalingen aan de deelnemers.]1
  Een opdracht die tegelijk betrekking heeft op diensten bedoeld in bijlage 2, A, en in bijlage 2, B, van de wet wordt gegund overeenkomstig deze afdeling wanneer de waarde van de diensten welke in bijlage 2, A, zijn bedoeld groter is dan die van de diensten in bijlage 2, B.
  (Wanneer een opdracht leveringen en diensten betreft, moet zij gegund worden overeenkomstig deze titel wanneer de waarde van de diensten die van de leveringen overschrijdt.) <KB 1999-03-25/39, art. 23, 003; ED : 01-06-1999>
  (Wanneer een opdracht diensten en, ten opzichte van het hoofdvoorwerp van de opdracht, slechts bijkomstig werken omvat, moet zij gegund worden overeenkomstig deze titel.) <KB 2008-07-31/32, art. 7, 019; ED : 18-08-2008>
  De keuze van de ramingsmethode mag niet bedoeld zijn om de toepassing van deze afdeling te ontgaan en geen enkele opdracht mag worden gesplitst ten einde deze aan de toepassing van de bepalingen van deze afdeling te onttrekken.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 31, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 55. Elke aanbestedende overheid maakt, door middel van een enuntiatieve aankondiging, zo snel mogelijk na het begin van haar begrotingsjaar, het totaal van de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten bekend, voor elke categorie van diensten bedoeld in bijlage 2, A, bij de wet, waarvan het geraamde totale bedrag, (zonder belasting over de toegevoegde waarde, gelijk is aan of hoger is dan (750 000 EUR)) en waarvan de gunning voorzien is in de loop van de volgende twaalf maanden. <KB 1999-03-25/39, art. 24, 003; ED : 01-06-1999> <MB 2001-12-04/32, art. 9, 007; ED : 01-01-2002>
  Deze enuntiatieve aankondiging, opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, A,) bij dit besluit, wordt gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende overheid moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 20, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaatsvinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  Art. 56. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht voor aanneming van diensten bedoeld in bijlage 2, A, bij de wet die zal gegund worden bij openbare of beperkte aanbesteding, bij algemene of beperkte offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, moet het voorwerp uitmaken van een aankondiging van opdracht gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. (...). <KB 2002-04-22/30, art. 21, 008; ED : 01-05-2002>
  (Deze aankondiging van opdracht moet de datum van verzending ervan naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen vermelden. Deze datum vormt het vertrekpunt van de termijn als bedoeld in artikel 57 en artikel 58, § 1.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.) <KB 2002-04-22/30, art. 21, 008; ED : 01-05-2002>
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B, van dit besluit.
  Deze aankondiging van opdracht wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.) <KB 2002-04-22/30, art. 21, 008; ED : 01-05-2002>
  Art. 57. Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag, mag de termijn voor de ontvangst van de offertes niet korter zijn dan tweeënvijftig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Hij mag echter ingekort worden tot een termijn die lang genoeg is om de indiening van geldige offertes toe te laten en die, in principe, niet korter zal zijn dan zesendertig dagen maar die in geen enkel geval korter zal zijn dan tweeëntwintig dagen indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de opdracht in ontwerp gaf aanleiding, overeenkomstig artikel 55, tot de verzending van een enuntiatieve aankondiging niet minder dan tweeënvijftig dagen en niet meer dan twaalf maanden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging van opdracht bepaald in artikel 56;
  2° deze enuntiatieve aankondiging bevatte ten minste zoveel van de in het model van aankondiging van opdracht bedoelde gegevens, voor zover deze op het ogenblik van de publikatie van deze enuntiatieve aankondiging beschikbaar waren.
  Art. 58.§ 1. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet mag de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming niet korter zijn dan zevenendertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.
  Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is deze termijn in acht te nemen, mag de termijn ingekort worden tot minimum vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging, indien de aanbestedende overheid verzoekt om een versnelde bekendmaking en de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen te publiceren aankondiging per telegram, per telex of per telefax verzendt.
  § 2. Bij beperkte aanbesteding en bij beperkte offerteaanvraag mag de termijn voor de ontvangst van de offertes niet korter zijn dan veertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen. Hij mag echter ingekort worden tot zesentwintig dagen indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1° de opdracht in ontwerp gaf aanleiding, overeenkomstig artikel 55, tot de verzending van een enuntiatieve aankondiging niet minder dan tweeënvijftig dagen en niet meer dan twaalf maanden vóór de verzendingsdatum van de aankondiging van opdracht bepaald in artikel 56;
  2° deze enuntiatieve aankondiging bevatte ten minste zoveel van de in het model van aankondiging van opdracht bedoelde gegevens, voor zover deze op het ogenblik van de publikatie van deze enuntiatieve aankondiging beschikbaar waren.
  De termijn voor de ontvangst van de offertes mag ingekort worden tot tien dagen wanneer de aanbestedende overheid om een versnelde bekendmaking overeenkomstig § 1 van dit artikel verzocht heeft.
  § 3. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, kunnen de aanvragen tot deelneming en de uitnodiging tot het indienen van een offerte gedaan worden per brief, per telegram, per telex, per telefax of per telefoon. Indien de aanbestedende overheid verzoekt om een versnelde bekendmaking overeenkomstig § 1 van dit artikel, moeten de aanvragen tot deelneming en tot het indienen van een offerte langs de snelst mogelijke weg gebeuren.
  [1 Wanneer de aanvragen tot deelneming worden ingediend per telefax of via een elektronisch middel dat niet in overeenstemming is met artikel 81quater, § 1, kan de aanbestedende overheid met het oog op een juridisch bewijs verzoeken dat deze aanvragen schriftelijk worden bevestigd. In dat geval worden dit verzoek, alsook de termijn binnen dewelke de bevestiging moet gebeuren, vermeld in de aankondiging van opdracht. Wanneer de aanvragen tot deelneming per telefoon worden ingediend, worden deze schriftelijk bevestigd vóór het verstrijken van de termijn bepaald voor hun ontvangst.]1
  Het bewijs van de datum van de aanvraag tot deelneming of van de schriftelijke bevestiging moet door de kandidaat geleverd worden, dit van de uitnodiging tot het indienen van een offerte door de aanbestedende overheid.
  § 4. Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, worden de gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om hun offerte in te dienen.
  Deze uitnodiging bevat minstens :
  1° a) het bestek en de aanvullende documenten of, desgevallend, het adres van de dienst waar het bestek en de aanvullende documenten kunnen opgevraagd worden en de uiterste datum voor deze aanvraag;
  b) desgevallend, het ter verkrijging van genoemde documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  2° a) de uiterste datum voor ontvangst van de offertes;
  b) het adres waarnaar ze moeten verstuurd worden;
  c) de taal of talen waarin ze moeten opgesteld worden;
  3° de verwijzing naar de aankondiging van opdracht;
  4° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten hetzij ter staving van de door de gegadigde overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B, III, 2 en 3), verstrekte, controleerbare verklaringen, hetzij ter aanvulling van de in deze bijlagen vermelde inlichtingen; <KB 2002-04-22/30, art. 23, 008; ED : 01-05-2002>
  5° het gunningscriterium of de gunningscriteria indien ze niet voorkomen in de aankondiging.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 32, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 59.[1 Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en offertes, houdt de aanbestedende overheid inzonderheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd van de offertes.]1 Indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie of na een plaatsbezoek, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende documenten kunnen worden opgemaakt, dienen de termijnen bepaald in de artikel 57 en 58, § 2, dienovereenkomstig te worden verlengd.
  Voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag het bestek en de aanvullende documenten door de aanbestedende overheid te worden verstrekt binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek en dienen de nadere inlichtingen over het bestek te worden verstrekt uiterlijk zes dagen vóór het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de ontvangst van de offertes.
  Bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag en bij onderhandelinsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, dienen de aanvullende inlichtingen over het bestek, voor zover daarom tijdig is verzocht, door de aanbestedende overheid verstrekt te worden uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum vastgelegd voor de ontvangst van de offertes. De termijn is vier dagen indien de aanbestedende overheid om een versnelde bekendmaking overeenkomstig artikel 58, § 1, van dit besluit heeft verzocht.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 33, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 60. Binnen een termijn van achtenveertig dagen na de gunning van een overheidsopdracht voor aanneming van diensten in de zin van bijlage 2, A en B bij de wet, gegund bij aanbesteding, bij offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure, en waarvan de waarde gelijk is aan of hoger ligt dan de bedragen bepaald in (artikel 53) maakt de aanbestedende overheid inlichtingen over de gegunde opdracht bekend. Deze regel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten die worden gegund bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure wanneer artikel 17, § 2, 1°, b, van de wet wordt ingeroepen. <KB 1999-03-25/39, art. 25, 003; ED : 01-06-1999>
  Deze aankondiging van gegunde opdracht (, ook aankondiging van geplaatste opdracht genoemd,) opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, C,) bij dit besluit, wordt gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende overheid moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 24, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  (Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.) <KB 2002-04-22/30, art. 24, 008; ED : 01-05-2002>
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaats vinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  In bepaalde gevallen hoeven echter sommige gegevens betreffende de gunning van de opdracht niet te worden bekendgemaakt indien openbaarmaking van die gegevens de toepassing van een wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het algemeen belang of schade zou kunnen toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van de overheids- of privébedrijven of de eerlijke mededinging tussen de dienstverleners erdoor zou kunnen worden aangetast.
  Art. 61.Voor elke gegunde opdracht stelt de aanbestedende overheid een proces-verbaal op dat tenminste het volgende vermeldt :
  1° de naam en het adres van de aanbestedende overheid, het voorwerp en de prijs van de opdracht;
  2° de namen van de inschrijvers of van de gegadigden en de redenen voor die keuze;
  3° de namen van de uitgesloten kandidaten of inschrijvers en de redenen voor deze uitsluiting;
  4° de naam van de aannemer en de motivering van de keuze van zijn offerte alsook, indien gekend, het gedeelte van de opdracht dat hij zinnens is in onderaanneming te geven;
  5° in geval van aanwending van de onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure, de omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 17, § 2, of § 3 van de wet die de aanwending van deze procedure kunnen verantwoorden;
  [1 6° de redenen voor de afwijzing van abnormaal laag bevonden offertes.]1
  Dit proces-verbaal, of de hoofdpunten ervan, worden aan de Europese Commissie op haar verzoek toegezonden.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 34, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Afdeling II. Overheidsopdrachten voor aanneming van diensten die niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking.
  Art. 62. Onverminderd de bepalingen van artikel 17, § 2, van de wet, zijn de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten in de zin van de bijlage 2, A, van de wet, van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 53, § 1, van dit besluit, waarvan het geraamde bedrag lager is dan het bedrag bepaald in (artikel 53) onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van deze afdeling. <KB 1999-03-25/39, art. 25, 003; ED : 01-06-1999>
  Worden eveneens onderworpen aan de bekendmakingsregels van deze afdeling :
  1° de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten in de zin van de bijlage 2, B, van de wet van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 53, § 1, van dit besluit, ongeacht het bedrag. Deze bepaling doet geen afbreuk aan artikel 53, § 4;
  2° de opdrachten voor aanneming van diensten in de zin van bijlage 2, A en B, van de wet, van de privaatrechtelijke universitaire instellingen, ongeacht het bedrag, wanneer ze gesubsidieerd worden door aanbestedende overheden bedoeld in artikel 53, § 1, van dit besluit en indien aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 53, § 2 niet is voldaan.
  Art. 63. Titels I en II van boek I van de wet, uitgezonderd de artikelen 1, § 2 en § 3, 2, 3, 6, 23 tot 25, de bepalingen van deze afdeling, deze van de hoofdstukken II, III et IV van deze titel en van artikelen 120 tot 122 van dit besluit zijn van toepassing op de opdrachten voor aanneming van diensten van de privaatrechtelijke personen andere dan de privaatrechtelijke universitaire instellingen wanneer aan volgende voorwaarden wordt voldaan :
  1° de opdracht wordt rechtstreeks voor meer dan vijftig pct. gesubsidieerd door aanbestedende overheden bedoeld in artikel 53, § 1, van dit besluit;
  2° de diensten hebben betrekking op opdrachten voor aanneming van werken die rechtstreeks gesubsidieerd zijn in de zin van artikel 11 van dit besluit;
  3° het geraamde bedrag van de opdracht is gelijk aan of groter dan (135.000 euro) zonder belasting op de toegevoegde waarde. <KB 2002-04-22/30, art. 25, 008; ED : 30-04-2002>
  Deze bepaling is van toepassing zonder afbreuk te doen aan de bekendmakingsvoorschriften van artikel 53, § 2, van dit besluit voor bepaalde opdrachten voor aanneming van diensten die rechtstreeks gesubsidieerd zijn en onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking, of aan elke bepaling van een wet, een decreet, een ordonnantie, een besluit of een beslissing die andere bepalingen van de wet en van dit besluit zou opleggen.
  Art. 64. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht die zal gegund worden bij openbare aanbesteding of bij algemene offerteaanvraag wordt in mededinging gesteld door middel van een aankondiging van opdracht, gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen.
  (Deze aankondiging van opdracht vermeldt de datum van verzending ervan naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B.
  Ten minste De volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikelen 69 tot 73; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid kan via elektronische middelen kan raadplegen overeenkomstig artikel 72, § 5;
  4° desgevallend, het ter verkrijging van het bestek en de aanvullende documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  5° de gunningswijze;
  6° de datum van de opening van de offertes.) <KB 2006-01-12/35, art. 10, 016; ED : 01-02-2006>
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen.) <KB 2004-02-29/34, art. 1, 012; ED : 01-09-2004>
  De termijn voor ontvangst van de offertes mag, in principe, niet korter zijn dan zesendertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Deze termijn kan ingekort worden tot een minimum van tien dagen, voor zover er een termijn van ten minste zeven dagen wordt nageleefd vanaf de datum van de publikatie van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen tot deze bepaald voor de ontvangst van de offertes.
  Art. 65. Elke aan deze afdeling onderworpen overheidsopdracht die zal gegund worden bij beperkte aanbesteding, bij beperkte offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet wordt, in principe, in mededinging gesteld door middel van een aankondiging van opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 66, § 1.
  Deze aankondiging kan nochtans vervangen worden door een aankondiging betreffende het opstellen door de aanbestedende overheid van een lijst van gegadigden, opgesteld overeenkomstig artikel 66, § 2. Deze bepaling is, in principe, van toepassing op gelijkaardige opdrachten met een repetitief karakter.
  Art. 66. § 1. Indien de aanbestedende overheid verkiest in mededinging te stellen overeenkomstig artikel 65, eerste lid, maakt de overheidsopdracht het voorwerp uit van een aankondiging van opdracht gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen.
  (Deze aankondiging van opdracht vermeldt de datum van verzending ervan naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.
  (Deze aankondiging van opdracht wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 2, B.
  Ten minste de volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikelen 69 tot 73; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid via elektronische middelen rechtstreeks kan raadplegen overeenkomstig artikel 72, § 5;
  4° de gunningswijze;
  5° de uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.) <KB 2006-01-12/35, art. 11, 016; ED : 01-02-2006>
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Bulletin der Aanbestedingen.) <KB 2004-02-29/34, art. 6, 012; ED : 01-09-2004>
  De ontvangsttermijn van de aanvragen tot deelneming mag, in principe, niet korter zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Deze termijn kan ingekort worden tot een minimum van tien dagen, voor zover er een termijn van ten minste zeven dagen wordt nageleefd vanaf de datum van de publikatie van de aankondiging in het Bulletin der Aanbestedingen tot deze bepaald voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
  Indien de aanvragen tot deelneming gedaan worden per telegram, per telex, per telefax of per telefoon, dienen ze schriftelijk bevestigd te worden vóór de vervaldatum van de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming.
  Het bewijs van de datum van de aanvraag tot deelneming moet door de kandidaat geleverd worden, dit van de uitnodiging tot het indienen van een offerte door de aanbestedende overheid.
  § 2. Indien de aanbestedende overheid de in mededingingstelling kiest overeenkomstig artikel 65, tweede lid, publiceert zij in het Bulletin der Aanbestedingen, en ten minste alle twaalf maanden, een periodieke aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van gegadigden voor de gunning van de in deze afdeling bedoelde overheidsopdrachten voor aanneming van diensten.
  (Deze aankondiging wordt opgesteld overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 5.
  Ten minste de volgende inlichtingen moeten worden verstrekt :
  1° de naam, het adres en het type van de aanbestedende overheid;
  2° het type opdracht, het voorwerp en de beschrijving ervan; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht) en de NUTS-code;
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de minimumeisen inzake kwalitatieve selectie vereist overeenkomstig de artikelen 69 tot 73; desgevallend, de inlichtingen en documenten die de aanbestedende overheid via elektronische middelen rechtstreeks kan raadplegen overeenkomstig artikel 72, § 5;
  4° de gunningswijze;
  5° de uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.) <KB 2006-01-12/35, art. 11, 016; ED : 01-02-2006>
  § 3. De gegadigden worden gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om hun offerte in te dienen.
  Deze uitnodiging bevat minstens :
  1° a) het bestek en de aanvullende documenten of, desgevallend, het adres van de dienst waar het bestek en de aanvullende documenten kunnen opgevraagd worden en de uiterste datum voor deze aanvraag;
  b) desgevallend, het ter verkrijging van genoemde documenten te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;
  2° de uiterste datum voor ontvangst van de offertes, het adres waarnaar ze moeten verstuurd worden en de taal of talen waarin ze moeten opgesteld worden;
  3° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten;
  4° desgevallend, het gunningscriterium of de gunningscriteria van de opdracht;
  5° de datum, het uur en de plaats van de opening van de offertes in geval van beperkte aanbesteding of beperkte offerteaanvraag.
  De termijn voor ontvangst van de offertes mag, in principe, niet korter zijn dan vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging om een offerte in te dienen. Deze termijn kan ingekort worden tot een minimum van tien dagen.
  Art. 66bis. <Ingevoegd bij KB 2002-04-22/30, art. 28; ED : 01-05-2002> Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  Art. 67.[1 Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming en offertes, houdt de aanbestedende overheid inzonderheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de nodige voorbereidingstijd van de offertes.]1 Indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie of na een plaatsbezoek, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende documenten kunnen worden opgemaakt, dienen de termijnen bepaald in de artikelen 64 en 66, § 3, dienovereenkomstig te worden verlengd.
  Bij openbare aanbesteding en bij algemene offerteaanvraag en voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen het bestek en de aanvullende documenten door de aanbestedende overheid verstrekt te worden binnen de zes dagen na de ontvangst van het verzoek.
  Ongeacht de procedure en voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen de aanvullende inlichtingen over het bestek door de aanbestedende overheid verstrekt te worden uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum vastgelegd voor de ontvangst van de offertes. De termijn is vier dagen indien de aanbestedende overheid de termijn voor ontvangst van de offertes ingekort heeft overeenkomstig de artikelen 64 en 66, § 3.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 35, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  HOOFDSTUK II. - Regels in verband met de kwalitatieve selectie voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten.
  Art. 68.Bij openbare aanbesteding en algemene offerteaanvraag, gaat de aanbestedende overheid op grond van de inlichtingen betreffende de eigen situatie van iedere dienstverlener en van de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de financiële, economische en technische minimumeisen overeenkomstig de (artikelen 69 tot 72) van dit besluit over tot de kwalitatieve selectie van de inschrijvers. <KB 1999-03-25/39, art. 26, 003; ED : 01-06-1999>
  Bij beperkte aanbesteding, beperkte offerteaanvraag en (onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet), kiest de aanbestedende overheid uit degenen die aan de in de (artikelen 69 tot 72) van dit besluit gestelde kwalificaties voldoen de gegadigden die ze respectievelijk uitnodigt een offerte in te dienen of deel te nemen aan de onderhandelingen op grond van de inlichtingen betreffende de eigen situatie van de dienstverlener en van de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de financiële, economische en technische minimumeisen waaraan hij moet voldoen. <KB 1999-03-25/39, art. 26, 003; ED : 01-06-1999>
  (Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet, kan de aanbestedende overheid het geheel of een gedeelte van de artikelen 69 tot 72 van dit besluit toepasbaar maken.) <KB 1999-03-25/39, art. 26, 003; ED : 01-06-1999>
  Bij beperkte aanbesteding en beperkte offerteaanvraag mag de aanbestedende overheid een minimum en een maximum aangeven waartussen zich het aantal gegadigden dat een offerte mag indienen zal situeren. Dit minimumaantal mag niet minder bedragen dan vijf en het maximumaantal kan worden vastgesteld op twintig. Het aantal gegadigden moet in ieder geval groot genoeg zijn om een werkelijke mededinging te garanderen.
  Bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, mag het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten niet kleiner zijn dan drie, voor zover er voldoende geschikte gegadigden zijn. [1 Het aantal kandidaten dat een offerte mag indienen, moet in elk geval voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.]1
  De onmogelijkheid het minimum aantal gegadigden bepaald in de (leden 4 en 5) te raadplegen wordt als aangetoond beschouwd voor de overheidsopdrachten die betrekking hebben op juridische diensten inzake advies en vertegenwoordiging voor de rechtbanken en andere instellingen die geschillen beslechten. <KB 2005-07-20/53, art. 3, 014 ; ED : 22-08-2005>
  Bij beperkte procedure en onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, moet elke kandidatuur individueel ingediend worden.
  [1 De in de artikelen 70 en 71 bedoelde inlichtingen en minimumeisen inzake draagkracht en bekwaamheid moeten verband houden met en in verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.]1
  (De dienstverleners van de andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en, volgens de bepalingen en voorwaarden van de internationale akte die hen betreft, de dienstverleners van derde landen in de zin van artikel 79, die de vereiste kwalificaties bezitten moeten behandeld worden onder dezelfde voorwaarden als de nationale dienstverleners. Deze bepaling is niet van toepassing op de diensten die geheim verklaard worden, of waarvan de uitvoering gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke of reglementaire bepalingen of indien de bescherming van de fundamentele belangen van de veiligheid van het land dit vereist noch op de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 3, van de wet.) <KB 1999-03-25/39, art. 26, 003; ED : 01-06-1999>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 36, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 69.(§ 1. [1 Wordt]1 in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de dienstverlener die bij vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waaraan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
  1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
  2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
  3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
  4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
  Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een dienstverlener, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
  De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting.) <KB 2007-11-23/34, art. 18, 017; ED : 01-02-2008>
  (§ 2.) Kan uitgesloten worden van deelneming aan de opdracht (in welk stadium van de procedure ook) de dienstverlener : <KB 1999-03-25/39, art. 27, 003; ED : 01-06-1999> <KB 2007-11-23/34, art. 18, 017; ED : 01-02-2008>
  1° die in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of die een gerechtelijk akkoord heeft bekomen, of die in een overeenstemmende toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
  2° die aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of van gerechtelijk akkoord aanhangig is of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in de nationale wetgevingen en reglementeringen;
  3° die, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;
  4° die bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende overheden aannemelijk kunnen maken;
  5° (die niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid, overeenkomstig de bepalingen van artikel 69bis;) <KB 1999-03-25/39, art. 27, 003; ED : 01-06-1999>
  6° die niet in orde is met de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is;
  7° die zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opvorderbaar bij toepassing van dit hoofdstuk.
  Het bewijs dat de dienstverlener zich niet in één van de gevallen, vermeld in 1°, 2°, 3°, 5° of 6° bevindt, kan geleverd worden door voorlegging van de volgende stukken :
  1° voor 1°, 2° of 3° : een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke- of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst en waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan;
  2° voor 5° of 6° : een getuigschrift uitgereikt door de bevoegde overheid van het betrokken land.
  Wanneer een dergelijk document of getuigschrift niet uitgereikt wordt in het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene vóór een gerechtelijke- of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 37, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 69bis. <Ingevoegd bij KB 1999-03-25/39, art. 28, 003; ED : 01-06-1999> § 1. De Belgische dienstverlener die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders moet bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes, al naargelang het geval, een attest van de Rijksdienst voor sociale Zekerheid voegen of aan de aanbestedende overheid voorleggen, waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan de voorschriften inzake bijdragen voor de sociale zekerheid en, in voorkomend geval, voor de bestaanszekerheid.
  De dienstverlener heeft voor de toepassing van dit artikel aan de voorschriften voldaan indien hij volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming bij een beperkte of onderhandelingsprocedure of vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes bij een openbare procedure is opgemaakt :
  1° aan de Rijksdienst voor sociale Zekerheid al de vereiste aangiften heeft toegezonden, tot en met diegene die slaan op het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes, al naargelang het geval, en;
  2° op deze aangiften geen verschuldigde bijdragen van meer dan (2.500 EUR) moet vereffenen, tenzij hij voor die schuld uitstel van betaling heeft verkregen waarvan hij de termijnen strikt in acht neemt. <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  Evenwel, zelfs wanneer de schuld aan bijdragen groter is dan (2.500 EUR), zal de dienstverlener in orde beschouwd worden indien hij, alvorens de beslissing tot selecteren van de kandidaten of tot het gunnen van de opdracht wordt genomen, al naargelang het geval, aantoont dat hij, de dag waarop het attest zijn toestand bepaalt, op een aanbestedende overheid in de zin van artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet of op een overheidsbedrijf in de zin van artikel 26 van die wet, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn en waarvan het bedrag op (2.500 EUR) na, ten minste gelijk is aan de achterstallige bijdragen. <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  § 2. Vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes moet de buitenlandse dienstverlener bij zijn aanvraag tot deelneming bij een beperkte of een onderhandelingsprocedure of bij zijn offerte bij een openbare procedure toevoegen of aan de aanbestedende overheid voorleggen, al naargelang het geval :
  1° een attest dat uitgereikt werd door de bevoegde overheid en waarin bevestigd wordt dat hij, volgens de rekening die ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of voor de ontvangst van de offertes al naargelang het geval, is opgemaakt, voldaan heeft op die datum aan de voorschriften inzake betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is.
  Indien een dergelijk document niet uitgereikt wordt in het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene vóór een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van dat land;
  2° een attest overeenkomstig § 1, indien hij personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders.
  § 3. De aanbestedende overheid kan in welk stadium van de procedure ook, met alle middelen die zij dienstig acht inlichtingen inwinnen over de stand van de betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid van om het even welke kandidaat of inschrijver.
  (§ 4. Het in de § 1 en 2 bedoelde attest moet niet worden voorgelegd bij beperkte procedure of bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure als bedoeld in artikel 17, § 3, van de wet, wanneer de geraamde waarde van de opdracht, zonder belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger is dan 22.000 euro. Dezelfde regel is van toepassing bij openbare procedure wanneer de waarde van de offerte, zonder belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger is dan hetzelfde bedrag. In dit geval moet de aanbestedende overheid zelf inlichtingen inwinnen over de toestand van de kandidaat of inschrijver, teneinde na te gaan of hij voldaan heeft aan de in dit artikel opgenomen voorschriften.) <KB 2002-04-22/30, art. 29, 008; ED : 01-05-2002>
  Art. 70. De financiële en economische draagkracht van de dienstverlener kan over het algemeen, aangetoond worden door één of meer van de volgende referenties :
  1° door passende bankverklaringen of het bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico's;
  2° door voorlegging van de balansen, uittreksels uit de balansen of jaarrekeningen indien de wetgeving van het land waar de dienstverlener is gevestigd de bekendmaking van balansen voorschrijft;
  3° door een verklaring betreffende de totale omzet en de omzet betreffende de diensten waarover de opdracht gaat, over de laatste drie boekjaren.
  (Een kandidaat of een inschrijver kan zich in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. In dat geval moet hij de aanbestedende dienst aantonen dat hij zal beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de dienstverlener dergelijke middelen ter beschikking te stellen.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van kandidaten of van inschrijvers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of die van andere entiteiten.) <KB 2006-01-12/35, art. 12, 016; ED : 01-02-2006>
  De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van opdracht of in de uitnodiging tot indiening van een offerte deze van de referentie(s) in 1°, 2° en 3° aan die ze verlangt, evenals de andere bewijsstukken die moeten worden overgelegd.
  Indien de dienstverlener om gegronde redenen niet in staat is de gevraagde referenties over te leggen kan hij aanbestedende overheid geschikt acht.
  Art. 71. De bekwaamheid van de dienstverlener kan worden beoordeeld aan de hand van met name zijn vakkundigheid, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid.
  De technische bekwaamheid van de dienstverlener kan aangetoond worden door één of meer van de volgende referenties, afhankelijk van de aard, de hoeveelheid en het gebruik van de te verlenen diensten :
  1° door studie- en beroepskwalificaties van de dienstverlener en/of van het ondernemingskader en, in het bijzonder, van de verantwoordelijke(n) voor de uitvoering van de diensten;
  2° door de lijst van de voornaamste diensten uitgevoerd tijdens de laatste drie jaar, met vermelding van bedrag en datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren :
  a) indien het diensten aan overheden betreft, worden de diensten aangetoond door certificaten die door de bevoegde overheid zijn opgesteld of goedgekeurd;
  b) indien het gaat om diensten aan privaatrechtelijke personen worden de diensten aangetoond door certificaten opgesteld door deze personen of, bij ontstentenis, door een verklaring van de dienstverlener;
  3° door opgave van de al dan niet tot de onderneming van de dienstverlener behorende technici of technische diensten, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole;
  4° door een verklaring die de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de dienstverlener en de omvang van het kader weergeeft tijdens de laatste drie jaren;
  5° door een verklaring die de werktuigen, het materieel en de technische uitrusting vermeldt waarover de dienstverlener zal beschikken voor de uitvoering van de diensten;
  6° door een beschrijving van de maatregelen die de dienstverlener treft om de kwaliteit te waarborgen en van de mogelijkheden die hij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek;
  7° wanneer de te verlenen diensten van complexe aard zijn of in uitzonderlijke gevallen voor een bijzonder doel bestemd zijn, door middel van controle door de aanbestedende overheid of, namens deze laatste, door een bevoegd officieel orgaan van het land waar de dienstverlener is gevestigd, onder voorbehoud van de instemming van dat orgaan; deze controle heeft betrekking op de technische bekwaamheid van de dienstverlener en, indien nodig, de mogelijkheden die hij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek, alsmede de door hem getroffen maatregelen inzake kwaliteitscontrole;
  8° door opgave van het gedeelte van de opdracht dat de dienstverlener desgevallend voornemens is in onderaanneming te geven.
  (Een kandidaat of een inschrijver kan zich in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. In dat geval moet hij de aanbestedende dienst aantonen dat hij zal beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de dienstverlener dergelijke middelen ter beschikking te stellen.
  Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van kandidaten of van inschrijvers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of die van andere entiteiten.) <KB 2006-01-12/35, art. 13, 016; ED : 01-02-2006>
  De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van opdracht of in de uitnodiging tot het indienen van een offerte aan, welke van deze referenties zij verlangt.
  Art. 72.<KB 1999-03-25/39, art. 29, 003; ED : 01-06-1999> § 1. De door het bevoegde organisme bevestigde inschrijving van een erkende dienstverlener op een officiële lijst in een ander Lid-Staat van de Europese Gemeenschap vormt enkel een vermoeden van geschiktheid voor het verlenen van de diensten die overeenstemmen met de rangschikking van de dienstverlener, voor wat betreft de bepalingen van de artikelen 69, 1° tot 4° en 7°, 70, 2° en 3°, en 71, 1°, en de inschrijving in het beroeps- of handelsregister. Het voordeel van de bepalingen van dat lid komt enkel de dienstverleners ten goede die gevestigd zijn in het land waar de officiële lijst is opgesteld.
  De gegevens die uit de inschrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale zekerheid, van elke ingeschreven dienstverlener bij elke opdracht een aanvullende verklaring worden geëist.
  § 2. De aanbestedende overheid kan van de kandidaten of van de inschrijvers de overlegging eisen van het bewijs van hun inschrijving in het beroeps- of handelsregister overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar ze gevestigd zijn.
  [1 De bedoelde beroeps- of handelsregisters, verklaringen of attesten voor elke lidstaat zijn vermeld in bijlage 10 van dit besluit.]1
  § 3. Indien de dienstverleners over een bijzondere vergunning moeten beschikken of indien zij lid moeten zijn van een bepaalde organisatie om in hun land van herkomst de dienst in kwestie te kunnen verrichten, kan de aanbestedende overheid vragen dat zij aantonen dat zij over deze vergunning beschikken of lid zijn van de bedoelde organisatie.
  De rechtspersonen kunnen verplicht worden in hun offerte of in hun aanvraag tot deelneming de namen en de passende beroepskwalificaties te vermelden van de personen die met het verlenen van de dienst zullen worden belast.
  § 4. Binnen de grenzen (van de artikelen 69 tot 73ter), kan de aanbestedende overheid verlangen dat de kandidaten of de inschrijvers de overgelegde getuigschriften en documenten aanvullen of toelichten. <KB 2008-07-31/32, art. 8, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 5. De aanbestedende overheid die via elektronische middelen kosteloos toegang heeft tot de inlichtingen of documenten die haar toelaten, binnen de grenzen van de artikelen 69 tot 73, de persoonlijke situatie en de bekwaamheid van de betrokken kandidaten of inschrijvers na te gaan, stelt laatstgenoemden ervan vrij de in die artikelen bedoelde inlichtingen mee te delen of documenten voor te leggen. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van de opdracht of in voorkomend geval in het bestek de inlichtingen of documenten welke ze via elektronische weg zal opvragen. Zij dient zelf deze inlichtingen of documenten op te vragen en de resultaten ervan in de documenten van de opdracht te bewaren.) <KB 2005-07-20/53, art. 4, 014 ; ED : 01-10-2005>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 38, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 73.
  <Opgeheven bij KB 2009-09-29/01, art. 39, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 73bis.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 19; ED : 01-02-2008> [1 Wanneer]1 de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de dienstverlener aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst ze naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 40, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 73ter.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 20; ED : 01-02-2008> [1 Wanneer]1 de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van een door onafhankelijke instanties opgestelde verklaring dat de dienstverlener aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst ze naar het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem of EMAS of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instanties die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 41, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 74. Bij het inwinnen van de in de artikelen 70 en 71 bedoelde inlichtingen mag niet verder worden gegaan dan gezien het voorwerp van de opdracht verantwoord is, en de aanbestedende overheid moet met de rechtmatige belangen van de dienstverlener met betrekking tot de bescherming van zijn fabrieks- of bedrijfsgeheimen rekening houden.
  (lid opgeheven) <KB 1999-03-25/39, art. 30, 003; ED : 01-06-1999>
  HOOFDSTUK III. - De prijsvraag voor ontwerpen.
  Art. 74bis. [1 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de prijsvragen voor ontwerpen die door de aanbestedende overheden worden georganiseerd met het oog op de uitoefening van haar activiteiten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-09-29/01, art. 42, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 75.§ 1. Wanneer in het kader van een procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor aanneming van diensten een prijsvraag voor ontwerpen in de zin van artikel 20 van de wet wordt georganiseerd, wordt een jury aangesteld, waarvan de samenstelling en de wijzen van optreden in het bestek worden bepaald.
  Deze jury bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen, minimum vijf in aantal, die totaal onafhankelijk zijn van de deelnemers aan de prijsvraag voor ontwerpen. Ten minste één van hen wordt gekozen uit de personen die noch behoren tot de aanbestedende overheid noch tot een openbaar bestuur.
  De leden van de jury moeten in het betrokken domein blijk geven van een onbetwistbare deskundigheid. Indien van de deelnemers aan de prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie vereist wordt, moet ten minste één derde van de juryleden over diezelfde of een gelijkwaardige beroepskwalificatie beschikken.
  [1 Het bestek bepaalt of de jury een beslissings- of adviesbevoegdheid heeft. In alle gevallen is de jury autonoom bij het uitspreken van haar beslissingen of adviezen.]1
  § 2. De prijsvraag dient aan de volgende minimumvoorwaarden te voldoen :
  1° de mogelijkheid tot deelneming mag niet beperkt worden tot het gebied of een gedeelte daarvan van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap;
  2° de prijsvraag moet openstaan voor zowel natuurlijke als rechtspersonen;
  3° (wanneer het geraamde bedrag van de prijsvraag voor ontwerpen gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 53, § 3, worden de ontwerpen anoniem aan de jury voorgesteld. De anonimiteit wordt geëerbiedigd tot de beslissing of het advies van de jury bekend is;) <KB 2007-11-23/34, art. 21, 017; ED : 01-02-2008>
  4° de selectiecriteria worden vermeld in de aankondiging van de prijsvraag of in het bestek; [1 deze criteria moeten duidelijk en niet-discriminerend zijn. In elk geval moet het aantal kandidaten dat wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de prijsvraag voldoende zijn om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen;]1
  5° de beoordelingscriteria van de ontwerpen en het hun toegewezen belang worden vermeld in de aankondiging van de prijsvraag voor ontwerpen of in het bestek.
  (6° vóór het verstrijken van de termijn voor ontvangst van de ontwerpen neemt de jury geen kennis van de inhoud ervan.
  Ze evalueert de ontwerpen op grond van de beoordelingscriteria.
  Ze stelt een door alle leden ondertekend proces-verbaal op van de keuze van de ontwerpen vastgesteld op basis van hun afzonderlijke verdiensten, alsmede van haar opmerkingen en de eventuele punten die verduidelijking vergen.
  De deelnemers kunnen zo nodig worden uitgenodigd om de in het proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden.
  Van de dialoog tussen de juryleden en de deelnemers wordt eveneens een volledig proces-verbaal opgesteld;
  7° de mededelingen, uitwisselingen en opslag van gegevens geschieden op zodanige wijze dat de integriteit en het vertrouwelijk karakter van de door de deelnemers ingezonden informatie gehandhaafd worden.) <KB 2007-11-23/34, art. 21, 017; ED : 01-02-2008>
  § 3. Wanneer premies voorzien zijn, stelt het bestek de premies vast die toegekend worden aan de makers van de best gerangschikte ontwerpen. Zij worden verleend door de aanbestedende overheid met verplicht behoud van de door de jury opgestelde rangschikking, maar kunnen ook geheel of gedeeltelijk niet worden toegekend, indien de aanbestedende overheid de ontwerpen als ontoereikend beoordeelt.
  § 4. Het bestek bepaalt nauwkeurig de respectieve rechten van de aanbestedende overheid en de makers van de ontwerpen inzake het bezit en het gebruik ervan.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 43, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 76.§ 1. De prijsvragen voor ontwerpen zijn enkel onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van dit artikel.
   De prijsvragen voor ontwerpen zijn niet onderworpen aan de publikatie van een enuntiatieve aankondiging.
  § 2. [1 Een aankondiging van prijsvraag voor ontwerpen wordt in het Officieel Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt in de volgende gevallen :
   1° wanneer de prijsvraag voor ontwerpen georganiseerd wordt in het kader van de gunningsprocedure van een overheidsopdracht voor diensten waarvan het geraamde bedrag, met inbegrip van het totale bedrag van de premies en de betalingen aan de deelnemers, gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 53 van dit besluit;
   2° in alle gevallen van prijsvragen waarvoor het totale bedrag van de premies en de betalingen aan de deelnemers gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 53 van dit besluit. Het geraamde bedrag van de overheidsopdracht die achteraf kan worden gegund, wordt ook in aanmerking genomen, tenzij de aanbestedende overheid de gunning van deze opdracht heeft uitgesloten in de aankondiging van prijsvraag.
   De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.]1
  Deze aankondiging van prijsvraag voor ontwerpen wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaats vinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  § 3. Wanneer niet voldaan is aan de voorwaarden van § 2, wordt de prijsvraag voor ontwerpen gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen (...). <KB 2004-02-29/34, art. 7, 012; ED : 01-09-2004>
  (§ 3bis. Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en/of in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  Geen enkele publicatie mag plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen in geval van toepassing van § 2 en naar het Bulletin der Aanbestedingen in geval van toepassing van § 3. Iedere andere publicatie mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze betreffende de officiële publicatie.) <KB 2002-04-22/30, art. 30, 008; ED : 01-05-2002>
  § 4. (De aankondiging voor prijsvraag voor ontwerpen wordt opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 3, A.
  Wanneer de prijsvraag voor ontwerpen het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt, moeten ten minste de volgende inlichtingen worden gegeven :
  1° de naam en het adres van de aanbestedende overheid;
  2° het voorwerp van de prijsvraag; de CPV-code (hoofdcategorieën van de hoofdopdracht);
  3° de inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de vereiste financiële, economische en technische minimumeisen;
  4° de uiterste datum voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming.) <KB 2006-01-12/35, art. 14, 016; ED : 01-02-2006>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 44, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 77. Indien de prijsvraag voor ontwerpen onderworpen is aan de Europese bekendmaking volgens artikel 76, § 2, wordt een aankondiging van uitslag van de prijsvraag voor ontwerpen opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 3, B,) bij dit besluit en binnen een termijn van achtenveertig dagen na de gunning van de opdracht of na de keuze van het ontwerp gezonden aan de Europese Commissie om gepubliceerd te worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. <KB 2002-04-22/30, art. 31, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  (De publicatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en/of in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.) <KB 2002-04-22/30, art. 31, 008; ED : 01-05-2002>
  HOOFDSTUK IV. - (Toegangsverbod tot bepaalde opdrachten). KB 2004-02-18/35, art. 1, 011; ED : 01-05-2004>
  Art. 78. <KB 2004-02-18/35, art. 2, 011; ED : 01-05-2004> § 1. Moet worden afgewezen, de aanvraag tot deelneming of de offerte voor een overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten ingediend door de persoon die belast werd met het onderzoek, de proeven, de studie of de ontwikkeling van die werken, leveringen of diensten, indien die persoon wegens die verrichtingen een voordeel geniet dat van die aard is dat het de normale spelregels van de mededinging vervalst.
  Toch zal de aanbestedende overheid, alvorens de aanvraag tot deelneming of de offerte van die persoon om die reden af te wijzen, aan deze laatste per aangetekende brief vragen schriftelijk de afdoende verantwoordingen te bezorgen waarmee kan worden aangetoond dat hij geen dergelijk voordeel geniet. Deze vormvereiste moet niet worden vervuld wanneer deze verantwoordingen werden gevoegd bij de aanvraag tot deelneming of de offerte.
  Om ontvankelijk te zijn moeten de verantwoordingen binnen twaalf kalenderdagen aan de aanbestedende overheid worden overgemaakt, te rekenen vanaf de dag die volgt op de verzending van de aangetekende brief, tenzij daarin een langere termijn is bepaald.
  Het is de betrokken persoon die het bewijs van verzending van die verantwoordingen moet leveren.
  § 2. Evenzo moet worden afgewezen, de aanvraag tot deelneming of de offerte ingediend voor een overheidsopdracht door een onderneming die verbonden is met een persoon bedoeld in § 1 wanneer deze laatste voordien werd belast met het onderzoek, de proeven, de studie of de ontwikkeling van de werken, de leveringen of de diensten waarop die opdracht betrekking heeft, indien die onderneming, wegens die band, voor die opdracht een voordeel geniet dat van die aard is dat het de normale spelregels van de mededinging vervalst.
  In de zin van deze paragraaf verstaat men onder " verbonden onderneming ", elke onderneming waarop de persoon bedoeld in § 1 rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen, of elke onderneming die een overheersende invloed kan uitoefenen op die persoon of die, zoals hij, onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming omwille van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
  De overheersende invloed wordt vermoed wanneer een onderneming, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van een andere onderneming :
  1° de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit, of
  2° beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of
  3° meer dan de helft van de leden van het bestuur, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen.
  Niettemin vraagt de aanbestedende overheid, alvorens zij om de aangevoerde reden de aanvraag tot deelneming of de offerte van een verbonden onderneming in de zin van deze paragraaf afwijst, deze laatste per aangetekende brief de schriftelijke, afdoende verantwoordingen te bezorgen waarmee kan worden aangetoond dat, ondanks die band, die onderneming geen voordeel geniet in de zin van dit artikel.
  De verantwoordingen moeten steunen op de banden van de onderneming, de graad van onafhankelijkheid en elke andere omstandigheid die bewijskracht heeft.
  Ze moeten kunnen aantonen dat er geen overheersende invloed is of, indien die er wel is, dat die voor de betrokken opdracht van geen betekenis is.
  Om ontvankelijk te zijn moeten die verantwoordingen binnen twaalf kalenderdagen aan de aanbestedende overheid worden overgemaakt, te rekenen vanaf de dag die volgt op de verzending van de aangetekende brief, tenzij daarin een langere termijn is bepaald.
  Het is de betrokken onderneming die het bewijs moet leveren van de verzending van de verantwoordingen.
  § 3. De §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op :
  1° de overheidsopdrachten die zowel de opstelling als de uitvoering van een ontwerp inhouden;
  2° de overheidsopdrachten gegund bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 2, van de wet.
  HOOFDSTUK V. - Toegang tot overheidsopdrachten voor aanneming van diensten voor de dienstverleners van derde landen ten aanzien van de Europese Gemeenschap.
  Art. 79. Voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in (artikel 53) van dit besluit genieten de volgende landen, volgens de bepalingen en de voorwaarden van de internationale akte die hen betreft, van de toepassing van titels II en III van boek I van de wet en van dit besluit : <KB 1999-03-25/39, art. 33, 003; ED : 01-06-1999>
  1° IJsland, Liechtenstein en Noorwegen in toepassing van het Akkoord over de Europese economische Ruimte;
  2° Canada, Korea, de Verenigde Staten van Amerika, Israël, Japan en Zwitserland, in toepassing van de overeenkomst inzake overheidsopdrachten gesloten in het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven. Zijn bedoeld :
  a) de overheidsopdrachten van :
  - de federale ministeries met uitzondering van de opdrachten inzake ontwikkelingssamenwerking die krachtens internationale overeenkomsten met derde landen inzake het plaatsen van opdrachten die aan andere bepalingen onderworpen zijn die niet verenigbaar zijn met de bepalingen van dit besluit;
  - (...); <W 2004-07-09/30, art. 316, 013; ED : 15-07-2004>
  - de Regie der Gebouwen;
  - de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  - het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
  - het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
  - de Rijksdienst voor Pensioenen;
  - de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
  - het Fonds voor de Beroepsziekten;
  - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
  b) de overheidsopdrachten van de aanbestedende overheden andere dan deze vermeld in a) die worden bedoeld in artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet.
  HOOFDSTUK VI. - De informatie.
  Art. 80. (§ 1. Deze paragraaf is toepasselijk op de beperkte procedures en de onderhandelingsprocedure met bekendmaking.
  Wanneer de opdracht verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in over hun niet-selectie en voegt er de motieven voor hun niet-selectie aan toe.
  Wanneer de opdracht niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in over hun niet-selectie. De niet-geselecteerde kandidaten kunnen de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om de motieven van hun niet-selectie. De aanbestedende overheid deelt deze motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 10, 019; ED : 18-08-2008>
  § 2. (Deze paragraaf is toepasselijk op alle gunningsprocedures wanneer de opdracht niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure. Hij is niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
  De aanbestedende overheid licht onmiddellijk na de toewijzingsbeslissing :
  1° de niet-geselecteerde inschrijvers in over hun niet-selectie;
  2° de inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard in over de wering van hun offerte;
  3° de inschrijvers wiens offerte niet gekozen is in over dit feit.
  De niet-geselecteerde inschrijvers, de inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard en de inschrijvers wiens offerte niet is gekozen, kunnen de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om de motieven van de beslissing die op hen betrekking heeft. De aanbestedende overheid deelt deze motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 10, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 2bis. Deze paragraaf is toepasselijk op alle gunningsprocedures, met uitzondering van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
  De aannemer kan na de gunning van de opdracht de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om mededeling van de toewijzingsbeslissing. De aanbestedende overheid deelt deze mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.) <KB 2008-07-31/32, art. 10, 019; ED : 18-08-2008>
  (§ 3. Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten waarvan het geraamd bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, het bedrag bepaald in artikel 53 van dit besluit niet bereikt, worden de niet weerhouden kandidaten of inschrijvers door de aanbestedende overheid onverwijld van deze beslissing op de hoogte gebracht.
  Bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet doch met uitzondering van de opdrachten die tot stand komen gewoon met een aangenomen factuur in de zin van artikel 122, 1°, van dit besluit deelt de aanbestedende overheid, binnen de vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek, aan elke inschrijver van wie de offerte niet werd uitgekozen en aan de aannemer, de gemotiveerde toewijzingsbeslissing van de opdracht mede.) <KB 1999-03-25/39, art. 34, 003; ED : 01-06-1999>
  § 4. (opgeheven) <KB 2008-07-31/32, art. 10, 019; ED : 18-08-2008>
  Art. 81. <KB 1999-03-25/39, art. 35, 003; ED : 01-06-1999> De aanbestedende overheid brengt onverwijld de kandidaten of de inschrijvers, en voor de overheidsopdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking het Bureau van officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen op de hoogte van het feit dat zij besloten heeft af te zien van de gunning van de opdracht of de procedure te herbeginnen. Zij deelt de motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek van de kandidaten of inschrijvers.
  TITEL IIIbis. - [1 Communicatiemiddelen]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 45, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 81bis. <ingevoegd bij KB 2004-02-18/35, art. 3; ED : 01-05-2004> Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° schriftelijk of geschreven stuk : elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens medegedeeld. Dit geheel kan met elektronische middelen overgebrachte en/of opgeslagen gegevens bevatten. Een schriftelijk stuk dat met elektronische middelen werd opgesteld, kan per brief of per bode worden verzonden of overhandigd of met elektronische middelen worden verzonden;
  2° elektronische middel : een middel waarbij gebruik wordt gemaakt van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking (met inbegrip van digitale compressie) en gegevenopslag alsmede van verspreiding, overbrenging en ontvangst per draad, straalverbinding, langs optische weg of met andere elektromagnetische middelen.
  Art. 81ter.[1 § 1. Ongeacht of elektronische middelen worden gebruikt of niet, vindt de mededeling, uitwisseling en opslag van informatie op zodanige wijze plaats dat :
   1° de integriteit van de gegevens wordt gewaarborgd;
   2° de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot deelneming en van de offertes wordt gewaarborgd, en dat de aanbestedende overheid pas bij het verstrijken van de uiterste termijn kennisneemt van de inhoud ervan.
   § 2. Elk schriftelijk stuk dat met elektronische middelen werd opgesteld en dat in de ontvangen versie een macro, computervirus of andere schadelijke instructie vertoont, kan in een veiligheidsarchief worden opgenomen. Indien het stuk geen aanvraag tot deelneming of een offerte betreft, kan het, voor zover dit technisch noodzakelijk is, als niet ontvangen worden beschouwd. In dit geval wordt de afzender daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht.
   § 3. De aanbestedende overheid kan het gebruik van elektronische middelen toestaan voor het uitwisselen, in de loop van de procedure, van schriftelijke stukken, andere dan aanvragen tot deelneming en offertes. De kandidaat of de inschrijver kunnen dit gebruik eveneens toestaan.
   In geval van toepassing van het eerste lid kunnen, wanneer een bepaling van dit besluit voorschrijft dat een verzending plaatsvindt of wordt bevestigd per aangetekende brief, daarvoor elektronische middelen worden gebruikt voor zover ze voldoen aan artikel 81quater, § 1. De bestemmeling draagt in dit laatste geval de bewijslast van de ontvangst.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 46, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 81quater.[1 § 1. Wanneer elektronische middelen worden gebruikt voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes, bieden ze ten minste de waarborg :
   1° dat de elektronische handtekening conform is met de regels van het Europees en het daarmee overeenstemmende nationaal recht inzake de geavanceerde elektronische handtekening met een geldig gekwalificeerd certificaat, waarbij deze handtekening werd gerealiseerd via een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening;
   2° dat elke aanvraag tot deelneming of offerte die met elektronische middelen werd opgesteld en die in de ontvangen versie een macro, een computervirus of andere schadelijke instructie vertoont, in een veiligheidsarchief kan worden opgenomen. Voor zover dit technisch noodzakelijk is, kan dit document als niet ontvangen worden beschouwd. De aanvraag tot deelneming of de offerte wordt in dat geval geweerd, maar de kandidaat of inschrijver mag hiervan slechts op de hoogte worden gebracht volgens de bepalingen van artikel 21bis van de wet of van artikelen 25, 46 of 80 van dit besluit, al naargelang;
   3° dat het precieze tijdstip van ontvangst door de bestemmeling automatisch vastgesteld wordt door een ontvangstbewijs dat via elektronische middelen wordt verzonden;
   4° dat redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand vóór de vastgelegde uiterste datum en uur toegang kan hebben tot de overgelegde aanvragen tot deelneming of offertes;
   5° dat in geval van een inbreuk op dat toegangsverbod redelijkerwijs kan worden verzekerd dat de inbreuk duidelijk opspoorbaar is;
   6° dat enkel de daartoe aangestelde personen het precieze tijdstip van opening van de overgelegde gegevens mogen vastleggen of wijzigen;
   7° dat tijdens de procedure, op de vastgelegde uiterste datum en uur, de toegang tot de overgelegde gegevens slechts mogelijk is wanneer de daartoe aangestelde personen gelijktijdig optreden;
   8° dat de gegevens betreffende de overgelegde aanvragen tot deelneming of offertes, die geopend worden overeenkomstig de vereisten van dit artikel, alleen maar toegankelijk mogen zijn voor de daartoe aangestelde personen;
   9° dat de te gebruiken hulpmiddelen en de technische eigenschappen ervan, met inbegrip van de eventuele versleuteling, niet discriminerend en algemeen voor het publiek beschikbaar zijn en verenigbaar met algemeen gebruikte informatie- en communicatiemiddelen. Ze worden beschreven in de aankondiging van opdracht of in het bestek.
   De voorwaarden vermeld in 1° tot 3° zijn van toepassing op de kandidaten, de inschrijvers en de aanbestedende overheid en die vermeld in 4° tot 9° zijn van toepassing op de aanbestedende overheid.
   De voorwaarden vermeld in 3° tot 8° zijn niet toepasselijk op de met elektronische middelen opgestelde offertes die niet via deze middelen worden overgelegd.
   § 2. De aanbestedende overheid beslist voor elke opdracht afzonderlijk of ze het gebruik van elektronische middelen oplegt, toestaat of verbiedt voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes. Ze vermeldt deze beslissing in de aankondiging van opdracht of in het bestek, desgevallend samen met de door de kandidaten of inschrijvers te gebruiken elektronische hulpmiddelen en adres. Bij gebrek aan deze vermeldingen is het gebruik van elektronische middelen verboden.
   Zelfs indien het gebruik van elektronische middelen wordt opgelegd of toegestaan voor het indienen van aanvragen tot deelneming of offertes, kunnen bepaalde bij te voegen documenten, die niet of uiterst moeilijk via elektronische middelen kunnen worden aangemaakt, op papier worden bezorgd vóór de uiterste ontvangstdatum. In geval het gebruik van elektronische middelen is opgelegd, dient de aanbestedende overheid vooraf akkoord te gaan met het bezorgen van documenten op papier.
   Door zijn aanvraag tot deelneming of offerte geheel of gedeeltelijk via elektronische middelen over te leggen, aanvaardt de kandidaat of inschrijver dat bepaalde gegevens van zijn aanvraag tot deelneming of offerte worden geregistreerd door de werking zelf van het ontvangstsysteem.
   § 3. Om te verhelpen aan sommige problemen die zich kunnen voordoen bij de overlegging, de ontvangst of de opening van met elektronische middelen ingediende aanvragen tot deelneming of offertes, kan de aanbestedende overheid aan de kandidaten of inschrijvers de toestemming geven om :
   1° ingeval een aanvraag tot deelneming of offerte de overlegging kan meebrengen van omvangrijke documenten en teneinde elke mogelijke vertraging door de elektronische overlegging ervan te vermijden, hun aanvraag tot deelneming of offerte over te leggen via een dubbele elektronische zending.
   Een eerste stap bestaat uit de overlegging van een vereenvoudigde zending die hun identiteit, de elektronische handtekening van hun volledige aanvraag tot deelneming of offerte en, in voorkomend geval, het bedrag van hun offerte omvat. Deze vereenvoudigde zending wordt elektronisch ondertekend. Haar ontvangst geldt als ontvangsttijdstip van de aanvraag tot deelneming of offerte.
   Een tweede stap omvat de overlegging van de eigenlijke aanvraag tot deelneming of offerte, die elektronisch ondertekend is om de integriteit van de gegevens van de aanvraag tot deelneming of offerte te certificeren.
   De ontvangst van de eigenlijke aanvraag tot deelneming of offerte gebeurt binnen een termijn die geen vierentwintig uur mag overschrijden na het uiterste ontvangsttijdstip van de aanvragen tot deelneming of de offertes, op straf van wering van de aanvraag tot deelneming of offerte;
   2° zowel een aanvraag tot deelneming of een offerte, overgelegd met elektronische middelen, in te dienen, als een veiligheidskopie, opgesteld met elektronische middelen of op papier. Deze veiligheidskopie wordt in een definitief gesloten envelop gestoken waarop duidelijk " veiligheidskopie " wordt vermeld en wordt binnen de opgelegde ontvangsttermijn ingediend. Deze kopie mag enkel worden geopend ingeval van een tekortkoming bij de overlegging, de ontvangst of de opening van de met elektronische middelen overgelegde aanvraag tot deelneming of offerte. Ze vervangt in dat geval definitief het met elektronische middelen overgelegd stuk. De veiligheidskopie is voor het overige onderworpen aan de op offertes toepasselijke regels van dit besluit.
   De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van opdracht of in het bestek aan of ze de werkwijze sub 1°, de werkwijze sub 2° of beide toestaat.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 47, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 81quinquies.
  <Opgeheven bij KB 2009-09-29/01, art. 48, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 81sexies. <Ingevoegd bij KB 2006-01-12/35, art. 15; ED : 01-02-2006> De bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen gebeurt kosteloos voor zover de gegevens on line worden ingevoerd via elektronische gegevensopvang of door de gegevensoverdracht tussen systemen die een automatische gestructureerde bekendmaking mogelijk maken.
  Vóór de datum van de officiële bekendmaking mag de informatie van de aankondiging door niemand op individuele wijze aan geïnteresseerde personen worden verstrekt.
  TITEL IV. - Technische specificaties en normen.
  Art. 82.
  <Opgeheven bij KB 2009-09-29/01, art. 49, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  Art. 82bis.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 23; ED : 01-02-2008> [1 Men verstaat onder :]1
  1° technische specificaties :
  a) in geval van een opdracht voor aanneming van werken : alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de opdrachtdocumenten, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een werk, een materiaal, een product of een levering en aan de hand waarvan op objectieve wijze een werk, een materiaal, een product of een levering zodanig kan worden omschreven dat dit beantwoordt aan het gebruik waarvoor het door de aanbestedende overheid is bestemd. Tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitswaarborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering en productieprocessen en -methoden. Zij omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbestedende overheid bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;
  b) in geval van een opdracht voor aanneming van leveringen of diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden, en de procedures voor de conformiteitsbeoordeling;
  2° norm : een technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort :
  - internationale norm: een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
  - Europese norm : een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
  - nationale norm : een norm die door een nationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
  3° Europese technische goedkeuring : een gunstige technische beoordeling gesteund op de bevinding dat aan de essentiële eisen wordt voldaan waarbij een product, gezien zijn intrinsieke eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastgestelde voorwaarden, geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor bouwdoeleinden. De Europese technische goedkeuring wordt verleend door een daartoe door de lidstaat erkende instelling;
  4° gemeenschappelijke technische specificaties : technische specificaties die zijn opgesteld volgens een door de lidstaten erkende procedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt;
  5° technisch referentiekader : ieder ander product dan de officiële normen, dat door de Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de marktbehoeften zijn aangepast.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 50, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  Art. 83.
  <Opgeheven bij KB 2009-09-29/01, art. 51, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  Art. 83bis.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 25; ED : 01-02-2008> § 1. [1 ...]1
  § 2. De aanbestedende overheid neemt de technische specificaties op in de opdrachtdocumenten. Waar mogelijk worden in deze technische specificaties toegankelijkheidscriteria in overweging genomen teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, inbegrepen de personen met een handicap.
  § 3. Onverminderd de verplichte nationale technische voorschriften, voor zover verenigbaar met het Europees recht, worden de technische specificaties als volgt aangegeven :
  a) hetzij door verwijzing naar de technische specificaties en - in volgorde van voorkeur - naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische verwijzingssystemen, of, bij ontstentenis daarvan, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken en het gebruik van producten. Iedere verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig";
  b) hetzij in termen van prestatie-eisen en functionele eisen; deze kunnen milieukenmerken omvatten. Zij moeten echter zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers in staat zijn het voorwerp van de opdracht te bepalen en de aanbestedende overheid in staat is de opdracht te gunnen;
  c) hetzij in de onder b) bedoelde termen van prestatie-eisen en functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder a) bedoelde specificaties;
  d) hetzij door verwijzing naar de onder a) bedoelde specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de onder b) bedoelde prestatie-eisen en functionele eisen voor andere kenmerken.
  § 4. Wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in § 3, a), bedoelde specificaties, kan ze echter geen offerte weren met als reden dat de aangeboden producten en diensten niet beantwoorden aan de specificaties waarnaar zij heeft verwezen, indien de inschrijver tot voldoening van de aanbestedende overheid, in zijn offerte met elk passend middel aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de eisen van de technische specificaties.
  Een passend middel kan bijvoorbeeld een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
  § 5. Wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de in § 3 geboden mogelijkheid prestatie-eisen of functionele eisen te stellen, mag ze geen aanbod van werken, producten of diensten afwijzen die beantwoorden aan een nationale norm waarin een Europese norm is omgezet, aan een Europese technische goedkeuring, aan een gemeenschappelijke technische specificatie, aan een internationale norm, of aan een door een Europese normalisatie-instelling opgestelde technisch referentiesysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de prestaties of functionele eisen die ze heeft voorgeschreven.
  De inschrijver moet in zijn offerte, tot voldoening van de aanbestedende overheid, met elk passend middel aantonen dat de aan de norm beantwoordende werken, producten of diensten aan de prestatie-eisen of functionele eisen van de aanbestedende overheid voldoen.
  Een passend middel kan een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
  § 6. Een aanbestedende overheid die milieukenmerken voorschrijft door verwijzing naar prestatie-eisen of functionele eisen, zoals bepaald in § 3, b), kan gebruik maken van de gedetailleerde specificaties of, zo nodig, van gedeelten daarvan, zoals vastgesteld in Europese, (pluri)nationale milieukeuren of in een andere milieukeur, voor zover :
  - deze geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van de leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft;
  - de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens;
  - de milieukeuren aangenomen zijn via een proces waaraan alle betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties hebben kunnen deelnemen;
  - de keuren toegankelijk zijn voor alle betrokken partijen.
  De aanbestedende overheid kan aangeven dat de van een milieukeur voorziene producten of diensten worden geacht te voldoen aan de technische specificaties van het bestek; ze dient elk ander passend bewijsmiddel te aanvaarden, zoals een technisch dossier van de fabrikant of een testverslag van een erkende organisatie.
  " Erkende organisaties" in de zin van dit artikel zijn testlaboratoria, ijklaboratoria en inspectie- en certificatieorganisaties die voldoen aan de toepasselijke Europese normen.
  De aanbestedende overheid aanvaardt certificaten van in andere lidstaten erkende organisaties.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 52, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  Art. 84.Wanneer bij offerteaanvraag, alsmede bij onderhandelingsprocedure de gunning gebeurt aan de inschrijver met de voordeligste offerte op basis van criteria vastgesteld door de aanbestedende overheid, kan een vrije variante niet afgewezen worden alleen omwille van het feit dat zij opgesteld werd met technische specificaties die omschreven werden met verwijzing naar nationale normen die Europese normen omzetten, naar Europese technische goedkeuringen of naar gemeenschappelijke technische specificaties [1 ...]1 of met verwijzing naar nationale technische specificaties [1 ...]1.
  (Indien het bestek vrije varianten niet verbiedt, mag een variante in dezelfde procedures, niet verworpen worden uitsluitend omdat zij, indien zij werd gekozen, tot een overheidsopdracht voor aanneming van leveringen in plaats van een overheidsopdracht voor aanneming van diensten zou leiden. Hetzelfde geldt in het tegenovergestelde geval.) <KB 1999-03-25/39, art. 36, 003; ED : 01-06-1999>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 53, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 85.Technische specificaties die produkten vermelden van een bepaalde makelij of herkomst of bijzondere werkwijzen vermelden waardoor bepaalde ondernemingen worden bevoordeeld of uitgeschakeld, mogen niet gebruikt worden tenzij deze technische specificaties onontbeerlijk zijn ten opzichte van het voorwerp van de opdracht.
  Het is met name verboden merken, octrooien of types, of een bepaalde oorsprong of produktie aan te duiden. [1 Bij wijze van uitzondering is een dergelijke aanduiding, vergezeld van de vermelding " of gelijkwaardig " evenwel toegestaan wanneer het niet mogelijk is door middel van voldoende nauwkeurige en voor alle betrokkenen volstrekt begrijpelijke specificaties een beschrijving van het voorwerp van de opdracht te geven.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 54, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  TITEL V. - Prijsbepaling en prijsonderzoek.
  Art. 86. Wat de prijsbepaling betreft worden onderscheiden : de opdracht voor een globale prijs, de opdracht volgens prijslijst, de opdracht op grond van werkelijke uitgaven en de gemengde opdracht.
  De opdracht voor een globale prijs is een opdracht waarvoor een forfaitaire prijs het geheel van de prestaties dekt of die uitsluitend forfaitaire posten omvat.
  De opdracht volgens prijslijst is een opdracht waarvan alleen de eenheidsprijzen voor de prestaties forfaitair zijn; door de eenheidsprijzen op de hoeveelheden van de verrichte prestaties toe te passen, wordt het te betalen bedrag vastgesteld.
  De opdracht op grond van werkelijke uitgaven is een opdracht waarvoor de uitgevoerde prestaties betaald worden na onderzoek van de kostprijzen en de daarop als winst toegepaste verhogingen. De kostenbestanddelen die mogen worden aangerekend, de wijze waarop de kostprijzen worden berekend en de omvang van de als winst toegepaste verhogingen worden bepaald in de contractclausules.
  De gemengde opdracht is een opdracht waarvan de prijzen vastgesteld worden volgens de verschillende wijzen bepaald in de leden 2 tot 4.
  Art. 86bis. [1 De aanbestedende overheid kan in de aankondiging van opdracht of in het bestek vermelden bij welke instanties de inschrijvers de terzake dienende informatie kunnen verkrijgen over de verplichtingen inzake belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de prestaties worden uitgevoerd en die tijdens de uitvoering van de opdracht op die prestaties van toepassing zijn.
   Wanneer de aanbestedende overheid de in het eerste lid bedoelde informatie verstrekt, dienen de inschrijvers in hun offerte te verklaren dat zij bij het opstellen ervan rekening hebben gehouden met de verplichtingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de prestaties worden uitgevoerd.
   Het tweede lid geldt onverminderd de toepassing van artikel 110, § 3.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-09-29/01, art. 55, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 87. In de gevallen waarin artikel 7, § 2, van de wet de gunning van de opdracht zonder forfaitaire prijsbepaling toestaat, wordt de opdracht gegund :
  1° hetzij op grond van werkelijke uitgaven;
  2° hetzij eerst tegen voorlopige prijzen en vervolgens tegen forfaitaire prijzen, zodra de voorwaarden van de opdracht goed gekend zijn;
  3° hetzij deels op grond van werkelijke uitgaven, deels tegen forfaitaire prijzen.
  Art. 88. § 1. In de gevallen van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure bedoeld in artikel 17, § 2, van de wet moeten de inschrijvers vóór het gunnen van de opdracht, alle nodige inlichtingen verstrekken om het onderzoek van de prijzen mogelijk te maken.
  Deze bepaling is niet toepasselijk op opdrachten voor courante leveringen of (met een bedrag niet hoger ligt) dan dit bepaald in artikel 120 van dit besluit, tenzij het bestek een andere bepaling inhoudt. <KB 2002-04-22/30, art. 32, 008; ED : 30-04-2002>
  (lid opgeheven) <KB 1999-03-25/39, art. 37, 003; ED : 01-06-1999>
  § 2. In de andere gunningsprocedures kan het bestek bepalen dat de inschrijvers, vóór de gunning van de opdracht, alle inlichtingen moeten verstrekken om de aanbestedende overheid in staat te stellen de aangeboden prijzen te onderzoeken.
  Ongeacht de gunningsprocedure, is de aannemer verplicht aan de aanbestedende overheid alle inlichtingen te verstrekken voor het onderzoek van de prijzen in de gevallen bedoeld in artikel 87.
  (lid opgeheven) <KB 1999-03-25/39, art. 37, 003; ED : 01-06-1999>
  § 3. (Wanneer het bestek zulks bepaalt, kunnen de daartoe door de aanbestedende overheid aangewezen personen alle verificaties van de boekhoudkundige stukken en alle onderzoeken ter plaatse uitvoeren, teneinde de juistheid van de op grond van de eerste en tweede paragraaf verstrekte gegevens na te gaan.) <KB 1999-03-25/39, art. 37, 003; ED : 01-06-1999>
  De bij toepassing van voorgaande bepalingen ingewonnen inlichtingen mogen door de aanbestedende overheid niet voor andere doeleinden dan het bij deze titel bepaalde onderzoek worden gebruikt. |?35,TITEL VI. - De offertes en de gunning bij aanbesteding en offerteaanvraag.
  TITEL VI. - De offertes en de gunning bij aanbesteding en offerteaanvraag.
  HOOFDSTUK I. - Opmaken van de offerte.
  Afdeling I. - Vorm en inhoud van de offerte.
  Art. 89. De inschrijver maakt zijn offerte op en vult de samenvattende opmetingstaat of de inventaris in op het eventueel bij het bestek behorende formulier. Indien hij deze op andere documenten maakt dan op het voorziene formulier moet de inschrijver op ieder van deze documenten verklaren dat het document conform het bij het bestek behorende model is.
  De documenten worden door de inschrijver of zijn gemachtigde ondertekend.
  Doorhalingen, overschrijvingen, aanvullingen of wijzigingen, zowel in de offerte als in de bijlagen, die de essentiële voorwaarden van de opdracht zoals prijzen, termijnen, technische specificaties kunnen beïnvloeden, moeten eveneens door de inschrijver of zijn gemachtigde ondertekend worden. (De bepalingen van dit lid zijn niet van toepassing indien de offerte en de bijlagen met een elektronische handtekening worden ondertekend.) <KB 2004-02-18/35, art. 4, 011; ED : 01-05-2004>
  Art. 90. <KB 1999-03-25/39, art. 38, 003; ED : 01-06-1999> § 1. De offerte vermeldt :
  1° de naam, voornamen, de hoedanigheid of het beroep, de nationaliteit en woonplaats van de inschrijver of, indien het een vennootschap betreft, haar handelsnaam of benaming, rechtsvorm, nationaliteit en maatschappelijke zetel;
  2° het nummer en de benaming van de rekening die de inschrijver bij een financiële instelling geopend heeft;
  3° de nationaliteit van de eventuele onderaannemers en van het personeel door de inschrijver tewerkgesteld alsook, bij een overheidsopdracht voor aanneming van werken, de identificatie van de eventuele onderaannemers;
  4° de oorsprong van de te leveren producten en van de te verwerken materialen die niet afkomstig zijn van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap, met vermelding, per land van oorsprong, van de waarde, exclusief douanerechten waarvoor zij in de offerte tussenkomen; indien het producten of materialen betreft die op het grondgebied van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap worden afgewerkt of verwerkt, moet enkel de waarde van de grondstoffen worden vermeld.
  § 2. De bescheiden, modellen, monsters en alle andere inlichtingen die door het bestek worden vereist, moeten bij de offerte worden gevoegd, tenzij in het bestek anders is bepaald.
  § 3. Opdat zijn offerte als regelmatig zou kunnen worden beschouwd, dient de inschrijver voldaan hebben aan de voorschriften inzake bijdragen voor de sociale zekerheid, overeenkomstig de artikelen 17bis, 43bis en 69bis van dit besluit.
  De inschrijver moet overeenkomstig de bovengenoemde artikelen, een attest bijvoegen dat zijn toestand bepaalt vóór de uiterste datum van ontvangst van de offertes, behalve indien een attest dat betrekking heeft op dezelfde periode werd voorgelegd met het oog op de kwalitatieve selectie.
  § 4. Indien het attest of de attesten of documenten waarvan sprake in § 3 niet bij de offerte is of zijn gevoegd, of niet vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes toekomt of toekomen kan de aanbestedende overheid, zonder dat hieruit enig recht voor de inschrijvers kan ontstaan, met alle middelen die zij dienstig acht inlichtingen inwinnen met betrekking tot de betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid en, in voorkomend geval, voor de bestaanszekerheid van om het even welke inschrijver die naar haar oordeel als aannemer in aanmerking kan komen. De aanbestedende overheid kan onder meer aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid om mededeling van deze toestand verzoeken.
  De offerte wordt als regelmatig beschouwd indien uit de inlichtingen ingewonnen door de aanbestedende overheid blijkt dat de inschrijver aan de in § 3 bepaalde voorschriften heeft voldaan.
  (§ 4bis. Het in § 3 bedoelde attest moet niet worden voorgelegd wanneer het bedrag van de offerte, zonder belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger is dan 22.000 euro. In dit geval moet de aanbestedende overheid inlichtingen inwinnen over de toestand van de inschrijver, teneinde na te gaan of hij voldaan heeft aan de voorschriften inzake betaling van de sociale zekerheidsbijdragen.
  (Bedoeld attest moet ook niet worden voorgelegd wanneer de aanbestedende overheid de inschrijver daarvan heeft vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 20, § 4, 46, § 4, en 72, § 5.) <KB 2005-07-20/53, art. 5, 014 ; ED : 01-10-2005>
  Indien de opdracht verdeeld is in percelen, moet het totaalbedrag van de percelen waarvoor de inschrijver een offerte heeft ingediend, in aanmerking worden genomen.) <KB 2002-04-22/30, art. 33, 008; ED : 01-05-2002>
  § 5. (Voorheen 6.) Voor de gunning van de opdracht mag afgeweken worden van de bepalingen van (§ 3) bij gemotiveerde beslissing van de aanbestedende overheid. <KB 2008-07-31/32, art. 11, 019; ED : 18-08-2008>
  § 6. (afgeschaft door vernummering) <KB 2008-07-31/32, art. 11, 019; ED : 18-08-2008>
  Art. 91. Door eenvoudig deel te nemen aan een procedure tot gunning van een overheidsopdracht verklaart de inschrijver geen afspraken te hebben gemaakt of zich niet door afspraken op grond van vooraanbestedingen te hebben verbonden en geen deel te hebben gehad in enig akkoord, vergadering of samenspanning met schending van artikel 11 van de wet.
  Art. 92. <KB 1999-03-25/39, art. 39, 003; ED : 01-06-1999> De aanbestedende overheid mag in eender welk stadium van de procedure van elke rechtspersoon de voorlegging eisen van zijn statuten of vennootschapsakten, eventueel vergezeld van een vertaling ervan door een beëdigd vertaler in de taal van de offerte wanneer het gaat om buitenlandse kandidaten of inschrijvers, evenals van elke wijziging van de inlichtingen betreffende zijn bestuurders of zaakvoerders.
  Afdeling II. - Vereniging, volmacht en vervanging.
  Art. 93. § 1. Wanneer de inschrijver een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid is opgericht door verscheidene natuurlijke of rechtspersonen, word de offerte ondertekend door ieder van die personen, die verplicht zijn zich hoofdelijk te verbinden en aan te wijzen wie van hen ermede belast zal zijn de vereniging ten overstaan van de aanbestedende overheid te vertegenwoordigen.
  Onverminderd artikel 11 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, moeten de leden van dergelijke vereniging de bepalingen van de artikelen 89 tot 92 (en 103) naleven, alsof zijzelf de inschrijver zouden zijn. <KB 1999-03-25/39, art. 40, 003; ED : 01-06-1999>
  § 2. Bij beperkte procedure (...) kan, indien het bestek het toelaat, de aanbestedende overheid een offerte, ingediend door een tijdelijke vereniging die niet geselecteerde personen bevat aanvaarden, voor zover minstens één geselecteerde kandidaat deel uitmaakt van deze vereniging. <KB 1999-03-25/39, art. 40, 003; ED : 01-06-1999>
  Art. 94. De offerte die door gemachtigden wordt ingediend vermeldt duidelijk de volmachtgever of de volmachtgevers voor wie wordt gehandeld. De gemachtigden voegen bij hun offerte de authentieke of onderhandse akte waaruit hun bevoegdheid blijkt, of een gewaarmerkt afschrift van hun volmacht. Zij kunnen zich beperken tot verwijzing naar het nummer van de bijlage van het Belgisch Staatsblad waarin hun bevoegdheden zijn bekendgemaakt.
  Volmachtgevers kunnen, met het oog op latere opdrachten, de volmacht neerleggen die zij aan een of meer welbepaalde gemachtigden hebben gegeven. Deze volmacht geldt alleen voor de opdrachten van de aanbestedende overheid waarbij zij is neergelegd. De gemachtigde vermeldt bij iedere offerte de datum van neerlegging van die volmacht.
  (De offerte die met een elektronische handtekening wordt ondertekend door middel van een certificaat op naam van een rechtspersoon die enkel een verbintenis aangaat in zijn naam en voor zijn eigen rekening, vereist geen bijkomende volmacht.) <KB 2004-02-18/35, art. 5, 011; ED : 01-05-2004>
  Art. 95. Indien tijdens een gunningsprocedure een inschrijver, natuurlijke persoon, wordt vervangen door een rechtspersoon, kan de aanbestedende overheid de vervanging aanvaarden. In dit geval moet de inschrijver zich hoofdelijk verantwoordelijk stellen voor de verbintenissen die hij bij de indiening van zijn offerte ondertekende.
  Afdeling III. - Overheidsopdracht voor aanneming van werken en samenvattende opmetingsstaat.
  Art. 96. § 1. Wanneer bij een bestek van een overheidsopdracht voor aanneming van werken een samenvattende opmetingsstaat is gevoegd waarin de prestaties in verschillende posten, met opgave van de totale hoeveelheid voor elke post, worden samengevat wordt daarin vermeld of de voor iedere post aangegeven hoeveelheid, een forfaitaire dan wel een vermoedelijke hoeveelheid is. De inschrijver vult hem in.
  § 2. De inschrijver vult de leemten in de samenvattende opmetingsstaat aan en verbetert de vergissingen die hij in de forfaitaire hoeveelheden ontdekt, rekening houdend met de tekeningen, het bestek, zijn beroepskennis of persoonlijke bevindingen; hij voegt bij zijn offerte een nota ter verantwoording van de wijzigingen.
  De inschrijver handelt op dezelfde wijze voor de verbetering van de vermoedelijke hoeveelheden waarvoor het bestek die verbetering toestaat en de voorgestelde wijziging ten minste tien pct., in meer of in min, van de hoeveelheid van de betrokken post bereikt.
  De aanbestedende overheid heeft het recht te beslissen :
  1° dat, indien de vermoedelijke hoeveelheid aldus wordt verminderd, zij een forfaitaire hoeveelheid wordt voor de inschrijver die de vermindering heeft voorgesteld;
  2° dat de eenheidsprijs aangegeven door de aannemer in de samenvattende opmetingsstaat voor een hoeveelheid die forfaitair is geworden, niet als grondslag geldt voor de verrekeningen ingevolge tijdens de uitvoering van de opdracht bevolen wijzigingen.
  Die beslissingen worden aan de inschrijver die de vermindering heeft voorgesteld met de kennisgeving van de goedkeuring van zijn offerte medegedeeld.
  § 3. De inschrijver vult de samenvattende opmetingsstaat in, doet de nodige rekenkundige bewerkingen, ondertekent het stuk en voegt het bij zijn offerte waarin hij het totale bedrag van de opmetingsstaat opgeeft.
  § 4. De eenheidsprijzen en de totale prijzen voor iedere post van de samenvattende opmetingsstaat moeten worden opgegeven met inachtneming van de betrekkelijke waarde van die post ten opzichte van het totale bedrag van de offerte. Al de algemene en financiële onkosten alsmede de winsten moeten over de onderscheiden posten, in verhouding tot hun belangrijkheid, worden verdeeld.
  § 5. Na de opening van de offertes is de inschrijver niet meer gerechtigd zich op fouten of leemten te beroepen die in de opmetingsstaat voorkomen die door de aanbestedende overheid aan de inschrijvers ter beschikking is gesteld. De gegevens van deze opmetingsstaat gelden alleen als eenvoudige aanwijzingen en zij kunnen slechts worden ingeroepen als aanvulling, indien nodig, van onvolkomenheden van het bestek en van de goedgekeurde tekeningen.
  Afdeling IV. - Overheidsopdracht voor aanneming van leveringen of van diensten en inventaris.
  Art. 97. § 1. In de offertes voor een overheidsopdracht voor aanneming van leveringen of diensten worden de eenheidsprijs, het bedrag voor iedere post of iedere prestatie, desgevallend het totale bedrag voor ieder perceel, en het totale bedrag van de opdracht vermeld.
  Indien bij het bestek een inventaris is gevoegd, waarin leveringen of diensten zijn opgenomen in verschillende posten, met opgave van de totale hoeveelheid voor elke post, vult de inschrijver hem in, doet de nodige rekenkundige bewerkingen, ondertekent hem en voegt hem bij zijn offerte waarin hij het totale bedrag van de inventaris opgeeft.
  Tenzij een besteksbepaling het uitdrukkelijk toestaat, kan de inschrijver de aangeduide hoeveelheden van de inventaris niet wijzigen, ongeacht of het om forfaitaire dan wel om vermoedelijke hoeveelheden gaat.
  § 2. Een opdracht voor aanneming van leveringen of van diensten waarin slechts forfaitaire posten voorkomen is een opdracht voor een globale prijs. De globale prijs wordt eventueel bij toepassing van de artikelen 111 of 114 verbeterd.
  Indien geen hoeveelheden of slechts vermoedelijke hoeveelheden zijn vermeld, inzonderheid zo het bestek een zekere speling voor de te leveren hoeveelheden mogelijk maakt of de aanbestedende overheid zich het recht voorbehoudt de bestellingen naar haar behoeften te regelen, dan zijn alleen de eenheidsprijzen forfaitair en is de opdracht een opdracht volgens prijslijst.
  Afdeling V. - Vergissingen en leemten.
  Art. 98. Indien de inschrijver in het bestek of in de aanvullende documenten van de opdracht zodanige vergissingen of leemten vaststelt dat het hem onmogelijk is een prijs te berekenen, of dat de vergelijking van de offertes niet meer opgaat, geeft hij daarvan onverwijld, althans ten minste tien dagen vóór de dag van de opening van de offertes, schriftelijk kennis aan de aanbestedende overheid, behoudens zo de inkorting van de termijn voor het indienen van de offertes niet toelaat deze voorwaarde na te leven.
  De aanbestedende overheid oordeelt of het, wegens de belangrijkheid van de vergissingen of de leemten, verantwoord is de zitting van de opening van de offertes te verdagen en een rechtzetting te publiceren.
  Art. 99. De inschrijvers kunnen zich niet beroepen op mogelijke vormgebreken, fouten of leemten in hun offerte.
  Afdeling VI. Prijsopgave, opdrachten in percelen en gebruik van de talen.
  Art. 100. § 1. Alle heffingen welke de opdracht belasten met uitzondering van de belasting op de toegevoegde waarde vallen ten laste van de aannemer en worden verondersteld te zijn begrepen in de eenheidsprijzen en de globale prijzen van de opdracht.
  Wat de belasting op de toegevoegde waarde betreft, kan de aanbestedende overheid :
  a) hetzij voorschrijven dat zij in een afzonderlijke post van opmetingsstaat of van de inventaris wordt vermeld om bij de prijs van de offerte te worden gevoegd. Indien de inschrijver verzuimt deze post in te vullen, wordt de geboden prijs door de aanbestedende overheid met deze belasting verhoogd :
  b) hetzij de inschrijver verplichten in de offerte de aanslagvoet van de belasting op de toegevoegde waarde te vermelden. Indien verschillende aanslagvoeten toepasselijk zijn, worden voor elk van hen de betreffende posten van de opmetingsstaat of van de inventaris vernoemd.
  § 2. (De prijzen worden in de offerte in euro opgegeven.) <KB 2000-07-20/50, art. 1, 006; ED : 01-01-2002>
  Het totale bedrag van de offerte en de eenheidsprijzen worden voluit geschreven. Dit geschiedt ook met het globale bedrag van iedere post in de samenvattende opmetingsstaat of inventaris, indien het bestek het voorschrijft.
  Is een prijs in cijfers en voluit uitgedrukt en bestaat hiertussen een verschil, dan geldt, voor zover de eigenlijke bedoeling van de inschrijver niet kan worden gekend, de voluit geschreven prijs. Om die bedoeling te kennen, worden alle middelen aangewend, inzonderheid door ontleding van de offerte en de vergelijking van haar prijzen met die van de andere offertes of met de gangbare prijzen.
  Art. 101. Indien het bestek meerdere percelen bevat, kan de inschrijver een offerte indienen voor één of voor meer percelen. Voor elk gekozen perceel dient hij een offerte in. Deze offertes kunnen in één dokument opgenomen worden indien het bestek het toelaat.
  Indien het bestek het toelaat, mag de inschrijver zijn offertes op de verschillende percelen aanvullen met prijsverminderingen of, in geval van offerteaanvraag, met verbeteringsvoorstellen die hij per perceel toestaat in geval van samenvoeging van bepaalde percelen waarvoor hij een offerte indient.
  Art. 102. Zo het bestek in meer dan één taal is gesteld, duidt de inschrijver de taal aan die hij kiest voor de interpretatie van het contract.
  Doet hij dit niet, dan wordt hij verondersteld hiervoor de taal van zijn offerte te hebben gekozen, voor zover het een van de talen is waarin het bestek is gesteld.
  HOOFDSTUK II. - Indienen van de offertes.
  Art. 103. Onafgezien van eventuele varianten, mag ieder inschrijver slechts één offerte indienen per opdracht.
  Art. 104.((§ 1.) De offerte opgesteld op papier wordt per brief of per bode aan de aanbestedende overheid overgemaakt. Ze wordt in een definitief gesloten omslag geschoven waarop het volgende vermeld wordt : de datum van de zitting waarop de offertes worden geopend, de verwijzing naar het bestek en eventueel naar de nummers van de betrokken percelen. Bij verzending per post, als gewoon of aangetekend stuk, wordt die gesloten omslag in een tweede gesloten omslag geschoven met opgave van het adres dat in het bestek is aangegeven en met de vermelding " offerte ". Dezelfde voorwaarden zijn van toepassing op de via elektronische middelen opgestelde offerte die evenwel niet via deze middelen wordt verzonden.
  [1 ...]1) <KB 2004-02-18/35, art. 6, 011; ED : 01-05-2004>
  (§ 2.) Iedere offerte moet bij de voorzitter van de zitting voor de opening van de (offertes) toekomen alvorens hij de zitting opent. <KB 2004-02-18/35, art. 6, 011; ED : 01-05-2004>
  Nochtans wordt een offerte die te laat toekomt, in aanmerking genomen voor zover :
  1° de aanbestedende overheid aan de aannemer nog geen kennis heeft gegeven van haar beslissing,
  2° en de offerte ten laatste vier kalenderdagen vóór de dag vastgesteld voor de ontvangst van de offertes bij de post als aangetekende zending is afgegeven. <KB 2004-02-18/35, art. 6, 011; ED : 01-05-2004>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 56, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 105.§ 1. Om een reeds opgestuurde of ingediende offerte te wijzigen of in te trekken, is een schriftelijke verklaring vereist, die door de inschrijver of zijn gemachtigde behoorlijk is ondertekend.
  Het voorwerp en de draagwijdte van de wijzigingen moeten, op straffe van nietigheid van de offerte nauwkeurig worden vermeld.
  De intrekking moet onvoorwaardelijk zijn.
  De bepalingen van de artikelen 89, derde lid, en 104 betreffende de offertes zijn toepasselijk op de wijzigingen en op de intrekkingen.
  § 2. De intrekking kan ook per telegram, telex of telefax worden medegedeeld voor zover:
  1° zij bij de voorzitter van de zitting voor het openen van de offertes toekomt alvorens hij de zitting opent,
  2° en zij wordt bevestigd per aangetekende brief, afgegeven bij de post ten laatste de dag die aan de zitting voor het openen van de offertes voorafgaat. (Deze voorwaarde is niet van toepassing indien elektronische middelen die voldoen aan [1 artikel 81quater, § 1]1 worden gebruikt.) <KB 2004-02-18/35, art. 7, 011; ED : 01-05-2004>
  Wanneer de inschrijver die zijn offerte heeft ingetrokken op regelmatige wijze een nieuwe offerte indient, kan hij daarin opgeven van welke bescheiden die bij de eerste offerte werden gevoegd, hij tot staving van zijn tweede offerte gebruik wil maken.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 57, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  HOOFDSTUK III. - Opening van de offertes.
  Art. 106.De offertes worden geopend op de plaats, de datum en het uur bepaald in de aankondiging van de opdracht of in het bestek.
  De verrichtingen verlopen in volgende orde :
  1° alvorens het publiek tot het aangeduide lokaal toe te laten, (plaatst de voorzitter van de zitting er de reeds ontvangen niet elektronische verzonden offertes). Bij beperkte procedure worden alleen de inschrijvers of hun vertegenwoordigers tot het lokaal toegelaten;
  2° zodra het lokaal voor het publiek toegankelijk is, worden de meegebrachte offertes aan de voorzitter overhandigd;
  3° de voorzitter opent de zitting; vanaf dat ogenblik mag geen enkele offerte nog worden aanvaard;
  4° (daarna wordt inzage genomen van alle ontvangen offertes. [1 De voorzitter of een bijzitter parafeert blad per blad de offertes, met inbegrip van de door hem belangrijkst geachte bijlagen, alsook de documenten tot wijziging en tot intrekking van de offerte. Wanneer de offertes via elektronische middelen die voldoen aan artikel 81quater, § 1, zijn opgesteld, zet de voorzitter of een bijzitter zijn elektronische handtekening op de verschillende hierboven vermelde documenten, behalve indien de door de aanbestedende overheid aangewende elektronische middelen de integriteit van de documenten kunnen garanderen na de opening ervan;]1); <KB 2004-02-18/35, art. 8, 011; ED : 01-05-2004>
  5° [1 de voorzitter leest de naam of de handelsnaam van de inschrijvers, hun woonplaats of maatschappelijke zetel en de intrekkingen voor.]1
  Bij openbare of beperkte aanbesteding leest de voorzitter eveneens de aangeboden prijzen voor, ook voor de eventuele varianten en de prijswijzigingen. Indien de aanbesteding evenwel op een groot aantal percelen betrekking heeft, kan de voorlezing van de prijzen door een ander middel van openbaarmaking vervangen worden, waarvan de aard en de vorm in het bestek worden bepaald.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 58, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 107. De gegevens voorgelezen door de voorzitter bij toepassing van artikel 106, 5°, alsook de incidenten die zich tijdens het verloop van de zitting voor de opening van de offertes voordeden worden in een proces-verbaal opgenomen, dat zonder verwijl wordt ondertekend door de voorzitter en door een bijzitter aangewezen door de aanbestedende overheid alsook door de aanwezigen die zulks verlangen.
  Art. 108.[1 Een extra openingszitting, waartoe alle inschrijvers gelijktijdig en schriftelijk worden uitgenodigd, vindt plaats in volgende gevallen :
   1° wanneer offertes, wijzigingen of intrekkingen te laat zijn binnengekomen, maar toch in aanmerking kunnen worden genomen overeenkomstig de artikelen 104 en 105;
   2° wanneer tijdens de oorspronkelijke openingszitting technische moeilijkheden zijn gerezen voor de opening en de inzage van met elektronische middelen opgestelde offertes, tenzij er een veiligheidskopie is geopend volgens de voorwaarden van artikel 81quater, § 3, eerste lid, 2° en deze kopie niet de voormelde moeilijkheden oplevert.
   Artikel 106, tweede lid, 4° en 5°, en derde lid, en artikel 107 zijn toepasselijk op deze zitting.]1
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 59, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 109. De inschrijver die afwezig was op de openingszitting van de offertes moet, op schriftelijke vraag, mededeling verkrijgen van de gegevens die door de voorzitter werden voorgelezen.
  HOOFDSTUK IV. - Regelmatigheid van de offertes en van de prijzen.
  Art. 110.§ 1. De gunning vindt plaats op basis van het gunningscriterium of van de gunningscriteria, nadat de geschiktheid van de inschrijvers of van de kandidaten die niet zijn uitgesloten door de aanbestedende overheid is nagegaan overeenkomstig de regels in verband met de kwalitatieve selectie.
  § 2. Onverminderd de nietigheid van elke offerte wegens afwijking van de essentiële besteksbepalingen zoals deze opgesomd in artikel 89, kan de aanbestedende overheid offertes als onregelmatig en derhalve als onbestaande beschouwen, indien zij niet overeenstemmen met de bepalingen van deze titel, enig voorbehoud inhouden, of bestanddelen bevatten die niet met de werkelijkheid overeenstemmen.
  § 3. Vooraleer de aanbestedende overheid evenwel een offerte afwijst, wegens haar blijkbaar abnormaal hoge of abnormaal lage eenheidsprijzen of totale prijzen, verzoekt zij de betrokken inschrijver per aangetekende brief hierover de nodige (schriftelijke) verantwoordingen te verstrekken binnen een termijn van twaalf kalenderdagen, tenzij de uitnodiging een langere termijn toestaat. <KB 2004-02-18/35, art. 10, 011; ED : 01-05-2004>
  (Het is de inschrijver die het bewijs moet leveren van de verzending van die verantwoordingen.) <KB 2004-02-18/35, art. 10, 011; ED : 01-05-2004>
  [1 Bij het onderzoek van de vermoedelijk abnormale prijzen kan de aanbestedende overheid met name rekening houden met verantwoordingen gebaseerd op :
   1° de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;
   2° de gekozen technische oplossingen en/of uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten kan profiteren;
   3° de originaliteit van de door de inschrijver aangeboden werken, producten of diensten;
   4° de naleving van de bepalingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de opdracht wordt uitgevoerd;
   5° de eventuele ontvangst van rechtmatig toegekende overheidssteun door de inschrijver.]1
  (vierde en vijfde leden opgeheven) <KB 1999-03-25/39, art. 41, 003; ED : 01-06-1999>
  § 4. In het geval van een overheidsopdracht voor aanneming van werken, gegund bij openbare of beperkte aanbesteding en voor zover minstens vier offertes werden ingediend, wordt bovendien elke offerte waarvan het bedrag minstens vijftien pct. onder het gemiddelde bedrag van de door gegadigden ingediende offertes ligt beschouwd als een offerte waarvan het eventueel abnormale karakter van de prijs moet nagezien worden door de aanbestedende overheid.
  Het in het eerste lid beschouwde gemiddelde wordt als volgt berekend :
  1° indien het aantal offertes gelijk is aan of groter is dan zeven, met uitsluiting van de laagste offerte en - terzelfdertijd - onder de hoogste offertes van een deel dat een vierde van het geheel van de ingediende offertes vertegenwoordigt. Indien dit aantal niet deelbaar is door vier, wordt dat vierde deel naar de hogere eenheid afgerond;
  2° indien het aantal offertes lager ligt dan zeven, met uitsluiting van de laagste en van de hoogste offerte.
  (Voor een offerte waarbij het eventueel abnormaal karakter van het bedrag dient nagezien te worden in de zin van deze paragraaf, moet de aanbestedende overheid :
  1° ofwel in de beslissing om de opdracht toe te wijzen, de verwerping van het bezwaar tegen het schijnbaar abnormale bedrag van de offerte formeel motiveren;
  2° ofwel de inschrijver verzoeken de nodige rechtvaardigingen, zoals voorzien in § 3, te bezorgen. Indien na onderzoek van deze rechtvaardigingen blijkt dat het bedrag van de offerte abnormaal is of bij gebrek aan rechtvaardigingen binnen de opgelegde termijn, moet de aanbestedende overheid, in afwijking van § 2, de offerte als onregelmatig beschouwen en bijgevolg als van rechtswege nietig.) <KB 1999-03-25/39, art. 41, 003; ED : 01-06-1999>
  (§ 5. Indien de offerte wordt afgewezen krachtens § 3 of 4, deelt de aanbestedende overheid dat binnen vijftien dagen na de gunning van de opdracht mee aan de Commissie voor de erkenning van aannemers, wanneer het gaat om een overheidsopdracht voor aanneming van werken. Zij deelt haar bovendien de namen mee van de inschrijvers die de nodige rechtvaardigingen niet binnen de gestelde termijn bezorgd hebben.) <KB 1999-03-25/39, art. 41, 003; ED : 01-06-1999>
  (Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt en de aanbestedende overheid, overeenkomstig § 3, een abnormaal lage offerte heeft geweerd omdat de inschrijver overheidssteun heeft genoten die onrechtmatig is toegekend, informeert ze daarover de Europese Commissie.) <KB 2007-11-23/34, art. 26, 017; ED : 01-02-2008>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 60, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  HOOFDSTUK V. - Keuze van de aannemer bij aanbesteding of offerteaanvraag.
  Afdeling I. - Keuze bij openbare of beperkte aanbesteding.
  Art. 111.Alvorens de aannemer aan te wijzen, verbetert de aanbestedende overheid de rekenfouten en de kennelijk materiële fouten in de offertes, zonder dat zij voor niet ontdekte fouten aansprakelijk is.
  Voor het verbeteren van die fouten gaat de aanbestedende overheid de werkelijke bedoeling van de inschrijver na met alle middelen, onder meer door een onderzoek van de offerte, een vergelijking van de prijzen met die van de overige inschrijvers en met de gangbare prijzen.
  Indien de bedoeling niet duidelijk is, kan de aanbestedende overheid, hetzij beslissen dat de geboden eenheidsprijzen geldig zijn, hetzij de twijfelachtig bevonden offerte als onregelmatig verwerpen.
  (Indien de aanbestedende overheid rechtstreeks fouten verbetert in een via elektronische middelen opgestelde offerte, bewaart zij de oorspronkelijke versie van de offerte en ziet zij erop toe dat haar rechtzettingen duidelijk identificeerbaar zijn, terwijl ook de oorspronkelijke gegevens zichtbaar moeten blijven. Zij ondertekent haar rechtzettingen of de aangepaste versie via elektronische middelen die voldoen aan [1 artikel 81quater, § 1]1.) <KB 2004-02-18/35, art. 11, 011; ED : 01-05-2004>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 61, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 112.§ 1. Wanneer een inschrijver, bij toepassing van artikel 96, § 2, de hoeveelheid van één of meer posten van de samenvattende opmetingsstaat van een overheidsopdracht voor aanneming van werken heeft verbeterd, ziet de aanbestedende overheid die wijzigingen na, verbetert ze zo nodig volgens eigen berekeningen en wijzigt eventueel de opmetingen gevoegd bij de offertes volgens de regels hierna :
  1° voor de definitieve verbetering van de offerte, wordt als volgt te werk gegaan :
  a) de aanbestedende overheid verbetert de offerte op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de samenvattende opmetingsstaat;
  b) wanneer de aanbestedende overheid de wijzigingen van een post met vermoedelijke hoeveelheden niet door eigen berekeningen kan nazien, brengt zij de voorgestelde verhoging van de hoeveelheden tot de oorspronkelijke hoeveelheid van de opmetingsstaat terug; de aanbestedende overheid behoudt de verminderingen aangebracht door de inschrijvers, onverminderd de rechten van de aanbestedende overheid, omschreven in artikel 96, § 2, derde lid, 1° en 2°;
  2° (voor de rangschikking van de offertes worden de hoeveelheden aanvaard door de aanbestedende overheid die groter zijn dan of gelijk zijn aan de hoeveelheden van de oorspronkelijke opmetingsstaat, naar alle opmetingsstaten zonder onderscheid gebracht. De wijzigingen die door de aanbestedende overheid aanvaard worden en die een vermindering van de hoeveelheden tot gevolg hebben, spelen daarentegen enkel in het voordeel van de inschrijvers die ze gemeld hebben en enkel in de mate dat hun verantwoording is aanvaard.) Aldus : <KB 1999-03-25/39, art. 42, 003; ED : 01-06-1999>
  a) wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver kleiner is dan de hoeveelheid aanvaard door de aanbestedende overheid, deze laatste hoeveelheid in de opmetingsstaat gebracht;
  b) wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver, ligt tussen de hoeveelheid aanvaard door de aanbestedende overheid en de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmetingsstaat, de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver in de opmetingsstaat gebracht;
  c) wordt, indien de hoeveelheid voorgesteld door de inschrijver, groter is dan de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmetingsstaat, de door de inschrijver voorgestelde hoeveelheid teruggebracht tot de hoeveelheid van de oorspronkelijke opmetingsstaat.
  § 2. 1° Wanneer een inschrijver enige leemte in de samenvattende opmetingsstaat van een overheidsopdracht voor aanneming van werken heeft aangevuld, onderzoekt de aanbestedende overheid de gegrondheid van de aanvulling en verbetert deze eventueel.
  Indien de andere inschrijvers geen prijzen voor de ontbrekende posten hebben voorgesteld, worden deze prijzen met het oog op de rangschikking van de offertes en de definitieve verbetering van de goed te keuren offerte volgens de onderstaande formule berekend :

       L x Y
  S = -------
           X


  waarin
  - S : de prijs van de ontbrekende post is;
  - L : het eventueel door de aanbestedende overheid verbeterde bedrag voor de ontbrekende post in de samenvattende opmetingsstaat van de inschrijver die op de leemte heeft gewezen;
  - X : het totale bedrag van de samenvattende opmetingsstaat van dezelfde inschrijver, eventueel verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de samenvattende opmetingsstaat en overeenkomstig de bepalingen van artikel 111, zonder met de ontbrekende posten rekening te houden;
  - Y : het totale bedrag van de samenvattende opmetingsstaat van de betrokken inschrijver die de leemte niet heeft vermeld, eventueel verbeterd op grond van de juist bevonden hoeveelheden voor elke post van de samenvattende opmetingsstaat en overeenkomstig de bepalingen van artikel 111, zonder met de ontbrekende posten rekening te houden.
  2° Wanneer verscheidene inschrijvers dezelfde leemte hebben vermeld, worden L en X verkregen door het rekenkundige gemiddelde te nemen van de waarden L en X in de samenvattende opmetingsstaten van die inschrijvers.
  3° In beide gevallen wordt de eenheidsprijs van de ontbrekende post verkregen door het bedrag S te delen door de overeenstemmende hoeveelheid, zoals die eventueel door de aanbestedende overheid is verbeterd.
  4° Voor de berekening van de prijzen van een ontbrekende post, overeenkomstig de onderdelen 1° en 2°, is de aanbestedende overheid gerechtigd geen rekening te houden met de offerte waarin voor de ontbrekende post een abnormale prijs is vermeld.
  Indien, in dit geval en onverminderd artikel 110, § 2 tot en met 4, geen inschrijver een normale prijs voor de ontbrekende post heeft voorgesteld en de aanbestedende overheid aan de procedure gevolg wil geven, kan zij de opdracht gunnen zonder met die post rekening te houden; de prijs wordt met de inschrijver die als aannemer wordt aangewezen onderhands bedongen vooraleer zijn offerte wordt goedgekeurd.
  § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt, behalve wat de aanvulling van leemten betreft, rekening gehouden met de wijzigingen aangebracht door een inschrijver van een overheidsopdracht voor aanneming van werken wiens offerte nietig is verklaard.
  § 4. Wanneer een inschrijver van een overheidsopdracht voor aanneming van werken voor een willekeurige post van de samenvattende opmetingsstaat noch een eenheidsprijs, noch een forfaitaire prijs heeft vermeld, kan de aanbestedende overheid hetzij de offerte als onregelmatig verwerpen, hetzij ze behouden door er de bepalingen van § 2 op toe te passen.
  (§ 5. Indien de aanbestedende overheid rechtstreeks rechtzettingen of verbeteringen aanbrengt in een via elektronische middelen opgestelde offerte, bewaart zij de oorspronkelijke versie van de offerte en ziet zij erop toe dat haar rechtzettingen of verbeteringen duidelijk identificeerbaar zijn, terwijl ook de oorspronkelijke gegevens zichtbaar moeten blijven. Zij ondertekent haar rechtzettingen of de aangepaste versie via elektronische middelen die voldoen aan [1 artikel 81quater, § 1]1.) <KB 2004-02-18/35, art. 12, 011; ED : 01-05-2004>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 61, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 113. (Indien het bestek varianten oplegt of toestaat, moet het voorwerp van die varianten, hun aard en draagwijdte nader worden omschreven. In dat geval dient de inschrijver een offerte in voor het basisontwerp en, in voorkomend geval, als het om een opgelegde variante gaat, voor deze variante. De opdracht wordt gegund aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte heeft ingediend op grond van één enkele rangschikking van de basisoffertes en de varianten.) <KB 1999-03-25/39, art. 43, 003; ED : 01-06-1999>
  Wanneer bij toepassing van artikel 101, inschrijvers prijsverminderingen hebben aangeboden bij samenvoeging van verscheidene percelen, wordt de keuze van de aannemer bepaald door de gegroepeerde percelen die de laagste offerte in de zin van artikel 15, § 1, van de wet vormen.
  Wanneer wordt vastgesteld dat verscheidene inschrijvers dezelfde laagste prijs hebben opgegeven, wordt hun gevraagd een schriftelijke korting in te dienen. Zijn er daarna nog gelijke prijzen, dan houdt de aanbestedende overheid een loting waarop de betrokkenen worden verzocht aanwezig te zijn.
  Afdeling II. Keuze bij algemene of beperkte offerteaanvraag.
  Art. 114.§ 1. Alvorens over te gaan tot de keuze van de aannemer, ziet de aanbestedende overheid de rekenkundige bewerkingen in de offertes na.
  De aanbestedende overheid verbetert de kennelijk materiële fouten en rekenfouten en, in geval van twijfel, verzoekt zij schriftelijk de inschrijver zijn offerte nader toe te lichten; indien de inschrijver de gevraagde toelichting niet binnen een gestelde termijn heeft verstrekt, kan de aanbestedende overheid, hetzij de offerte als onregelmatig afwijzen, hetzij ze volgens eigen evaluaties verbeteren.
  De aanbestedende overheid is nochtans niet aansprakelijk voor niet ontdekte fouten.
  § 2. 1° Wanneer een inschrijver bij toepassing van artikel 96, § 2, de hoeveelheid van één of meer posten van de samenvattende opmetingsstaat van een overheidsopdracht voor aanneming van werken heeft gewijzigd, ziet de aanbestedende overheid die wijzigingen na, verbetert ze zo nodig volgens eigen berekeningen en herziet, in voorkomend geval, de bij de offertes gevoegde opmetingen op grond van de hoeveelheden die ze als juist erkent.
  Indien de aanbestedende overheid de door het bestek mogelijk gemaakte wijzigingen van een hoeveelheid van een post van een opdracht volgens prijslijst niet door eigen berekeningen kan nazien, brengt ze de voorgestelde hoeveelheden, groter dan de oorspronkelijke, tot de oorspronkelijke terug, en behoudt ze de door de inschrijvers aangebrachte verminderingen, onverminderd de toepassing van artikel 96, § 2, derde lid.
  2° Wanneer een inschrijver, bij toepassing van artikel 96, § 2, in de samenvattende opmetingsstaat enige leemte heeft aangevuld, gaat de aanbestedende overheid de gegrondheid van die aanvulling na en verbetert ze zo nodig volgens eigen berekeningen.
  De offertes van inschrijvers die de leemte niet hebben aangevuld worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 112, § 2, verbeterd.
  § 3. Wanneer een inschrijver van een overheidsopdracht voor aanneming van werken voor een willekeurige post van de samenvattende opmetingsstaat noch een eenheidsprijs, noch een forfaitaire prijs heeft vermeld, kan de aanbestedende overheid hetzij de offerte als onregelmatig verwerpen, hetzij ze behouden door er de bepalingen van § 2 op toe te passen.
  (§ 4. Indien de aanbestedende overheid rechtstreeks rechtzettingen of verbeteringen aanbrengt in een via elektronische middelen opgestelde offerte, bewaart zij de oorspronkelijke versie van de offerte en ziet zij erop toe dat haar rechtzettingen of verbeteringen duidelijk identificeerbaar zijn, terwijl ook de oorspronkelijke gegevens zichtbaar moeten blijven. Zij ondertekent haar rechtzettingen of de aangepaste versie via elektronische middelen die voldoen aan [1 artikel 81quater, § 1]1.) <KB 2004-02-18/35, art. 13, 011; ED : 01-05-2004>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 61, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 115. De aanbestedende overheid kiest de regelmatige offerte die haar het voordeligst lijkt op grond van criteria die verschillend kunnen zijn naargelang de opdracht. Wanneer, bij toepassing van artikel 101, inschrijvers een verbetering van de offerte hebben aangeboden bij samenvoeging van verscheidene percelen, wordt de keuze van de aannemer bepaald door de gegroepeerde percelen die de meest interessante offerte in de zin van artikel 16 van de wet vormen.
  Onverminderd de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de vergoeding van bepaalde diensten vermeldt de aanbestedende overheid in het bestek en eventueel in de aankondiging van de opdracht al de gunningscriteria, zo mogelijk in volgorde van afnemend belang; in dit geval wordt die volgorde in het bestek of in de aankondiging vermeld. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde.
  (Wat de overheidsopdrachten betreft die de bedragen voor de Europese bekendmaking bereiken, specificeert de aanbestedende overheid de weging van elk gunningscriterium, die eventueel kan worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen minimum en maximum. Indien een dergelijke weging om aantoonbare redenen niet mogelijk is, worden de criteria vermeld in dalende volgorde van belangrijkheid.) <KB 2006-01-12/35, art. 16, 016; ED : 01-02-2006>
  (Indien het bestek varianten oplegt of toestaat, moet het voorwerp van die varianten, hun aard en draagwijdte nader worden omschreven. In dat geval dient de inschrijver een offerte in voor het basisontwerp en, in voorkomend geval, als het om een opgelegde variante gaat, voor deze variante. Voor de gunning van de opdracht wordt rekening gehouden met de opgelegde of toegestane varianten.) <KB 1999-03-25/39, art. 44, 003; ED : 01-06-1999>
  Er wordt ook rekening gehouden met de vrije varianten voorgesteld in de offerte, voor zover de aankondiging van opdracht of het bestek ze niet verbiedt.
  De aanbestedende overheid treedt slechts in contact met de inschrijvers indien zij de inhoud van hun offerte moeten preciseren of aanvullen.
  Wanneer verscheidene offertes die het voordeligst worden geacht, met inachtneming van alle factoren, als gelijkwaardig worden beschouwd, kan de aanbestedende overheid, voor de schifting van de inschrijvers, vragen dat zij een verbetering van hun offerte indienen.
  Afdeling III. - Gestanddoeningstermijn voor de inschrijvers.
  Art. 116. De inschrijvers blijven gebonden door hun offerte, eventueel verbeterd door de aanbestedende overheid, gedurende een termijn van zestig kalenderdagen, ingaande de dag na de zitting voor de opening van de offertes, tenzij in het bestek een andere termijn is vermeld.
  Indien bij overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen of van diensten het bestek het toelaat, mogen de inschrijvers zelf, ongeacht de bij het eerste lid gestelde termijn, in hun offerte de gestanddoeningstermijn bepalen.
  (De gestanddoeningstermijn wordt van rechtswege verlengd met de duur van de wachttermijn bedoeld in artikel 21bis, § 2, van de wet.) <KB 2008-07-31/32, art. 12, 019; ED : 18-08-2008>
  HOOFDSTUK VI. - Kennisgeving van de keuze van de aannemer.
  Art. 117.De opdracht is gegund wanneer aan (de gekozen inschrijver), hierna aannemer te noemen, kennis is gegeven van de goedkeuring van zijn offerte. De betekening mag niet onderhevig zijn aan enig voorbehoud. <KB 1999-03-25/39, art. 45, 003; ED : 01-06-1999>
  Die kennisgeving geschiedt bij een ter post aangetekende brief. Zo nodig kan de kennisgeving geschieden per telegram, per telex of per telefax, (of via andere elektronische middelen [1 ...]1) voor zover de inhoud binnen de vijf dagen per aangetekende brief wordt bevestigd. <KB 2004-02-18/35, art. 14, 011; ED : 01-05-2004>
  De kennisgeving wordt geacht gedaan te zijn door afgifte van de brief of het telegram op het post- of telegraafkantoor, of de verzending per telex of telefax (of via andere elektronische middelen) binnen de termijn gedurende dewelke de inschrijvers ingevolge artikel 116 door hun offerte gebonden blijven. <KB 2004-02-18/35, art. 14, 011; ED : 01-05-2004>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 62, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 118. Wanneer, bij openbare of beperkte aanbesteding, de kennisgeving van de goedkeuring van de offerte niet binnen de termijn bepaald in artikel 116 is geschied is de opdracht slechts gegund voor zover de betrokken inschrijver hiermede schriftelijk en zonder voorbehoud heeft ingestemd.
  Wanneer die inschrijver zijn offerte slechts handhaaft op voorwaarde dat hij een hogere prijs krijgt, moet de aanbestedende overheid, in plaats van de procedure te herbeginnen de gevraagde prijsverhoging toestaan, indien de gevorderde verhoging verantwoord wordt door omstandigheden die zich na de opening van de offertes hebben voorgedaan en de aldus bekomen nieuwe prijs lager blijft dan die van de oorspronkelijke offertes van de mededingers.
  Zo niet, mag de aanbestedende overheid :
  1° hetzij zich achtereenvolgens richten, volgens de rangschikking van hun regelmatige offerte, tot de andere inschrijvers waarvan de offerte aldus lager geworden is;
  2° hetzij aan al de andere inschrijvers vragen hun prijs, op grond van de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht te herzien, en de opdracht gunnen aan de laagste geworden offerte volgens de uitslag van de nieuwe prijsaanvraag, rekening houdend met de verantwoorde prijsverhoging geëist door de inschrijver waarvan sprake is in het tweede lid.
  Indien de gekozen laagste inschrijver zijn offerte niet handhaaft of slechts handhaaft dan behoudens bepaalde voorwaarden, andere dan het vorderen van een prijsverhoging, richt de aanbestedende overheid zich achtereenvolgens, volgens de rangschikking van hun offertes, tot de andere inschrijvers.
  Art. 119. Wanneer, bij algemene of beperkte offerteaanvraag, de kennisgeving van de goedkeuring van de offerte niet binnen de termijn bepaald in artikel 116 is geschied, is de opdracht slechts gegund, indien de betrokken inschrijver hiermede schriftelijk en zonder voorbehoud heeft ingestemd.
  Wanneer de inschrijver zijn offerte slechts handhaaft op voorwaarde dat ze wordt gewijzigd, moet de aanbestedende overheid, in plaats van de procedure te herbeginnen de gevraagde wijziging aanvaarden, indien deze verantwoord wordt door omstandigheden die zich na de opening van de offertes hebben voorgedaan, en dat, rekening houdend met deze wijziging, de aldus gewijzigde offerte de voordeligste blijft.
  Zo niet, mag de aanbestedende overheid :
  1° hetzij zich achtereenvolgens richten volgens de rangschikking van hun regelmatige offertes, tot de andere inschrijvers met offertes die voordeliger zijn dan de aldus gewijzigde offerte;
  2° hetzij aan al de andere inschrijvers vragen hun offerte op grond van de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht te herzien, en de opdracht gunnen aan de offerte die de voordeligste is geworden, rekening houdend met de verantwoorde wijziging gevraagd door de inschrijver waarvan sprake is in het tweede lid.
  TITEL VII. - Bijzondere bepalingen betreffende de onderhandelingsprocedure.
  Art. 120. Bij toepassing van artikel 17, § 2, 1°, a, van de wet, kan tot de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure worden overgegaan voor zover het goed te keuren bedrag, (zonder belasting over) de toegevoegde waarde, niet hoger ligt dan (67.000 EUR). <KB 1999-03-25/39, art. 46, 003; ED : 01-06-1999> <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  Voor de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten in de zin van de categorieën 6, 8 en 21 van bijlage 2 van de wet, (mag de goed te keuren uitgave, zonder belasting over de toegevoegde waarde, (het bedrag bepaald in artikel 53, niet bereiken.)) <KB 1999-03-25/39, art. 44, 003; ED : 01-06-1999> <Erratum, zie B.St. 25-08-1999, p. 31471>
  Het bedrag van die opdrachten dient te worden getoetst volgens de regels vastgesteld naargelang het geval door de artikelen 2, 28 of 54 van dit besluit.
  (Wanneer percelen voorzien worden in een overheidsopdracht voor aanneming van werken of van diensten waarvan het geraamde bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, minder bedraagt dan (550.000 EUR) voor de werken en minder dan het bedrag bepaald in artikel 53 voor de diensten, kan eveneens een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure aangewend worden voor die percelen waarvan de individuele, goed te keuren uitgave de (13.500 EUR) zonder belasting over de toegevoegde waarde niet onverschrijdt, maar voor zover hun samengevoegd bedrag niet meer bedraagt dan twintig pct. van het samengevoegde bedrag van alle percelen.) <KB 1999-03-25/39, art. 46, 003; ED : 01-06-1999> <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  Met het oog op de toepassing van dit artikel mag een opdracht niet worden gesplitst.
  Art. 120bis.<Ingevoegd bij KB 2007-11-23/34, art. 27; ED : 01-02-2008> [1 Ingeval van toepassing van artikel 17, § 2, 1°, c, van de wet mogen de ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden in geen geval aan de aanbestedende overheid te wijten zijn.]1
  In geval van toepassing van artikel 17, § 2, 1°, d, van de wet mogen enkel de inschrijvers worden geraadpleegd die een offerte hebben ingediend die aan de daarin vermelde eisen voldoet.
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 63, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 121. In geval van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 2, van de wet, wanneer het geraamde bedrag van de overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, gelijk is aan of hoger is dan de bedragen, (zonder belasting over de toegevoegde waarde), respectievelijk bepaald in de artikelen 1, § 3, 27, § 2 en (53, § 2 en § 3) van dit besluit, en indien er meerdere gegadigden zijn, worden ze gelijktijdig en schriftelijk uitgenodigd om een offerte in te dienen. Deze uitnodiging bevat ten minste : <KB 1999-03-25/39, art. 47, 003; ED : 01-06-1999>
  1° het bestek en, eventueel, de bijgevoegde aanvullende documenten;
  2° indien nodig, het adres van de dienst waar de aanvullende documenten kunnen opgevraagd worden en de uiterste datum van aanvraag, evenals het ter verkrijging van deze documenten verschuldigd bedrag en wijze van betaling daarvan;
  3° de uiterste datum voor ontvangst van de offertes, het adres waarnaar ze moeten verstuurd worden en de taal of talen waarin ze moeten opgesteld worden;
  4° de aanduiding van de eventueel toe te voegen documenten;
  5° desgevallend, en onverminderd de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de vergoeding van bepaalde diensten, de gunningscriteria van de opdracht.
  Art. 122.Een opdracht via onderhandelingsprocedure komt tot stand:
  1° ofwel gewoon met een aangenomen factuur wanneer het goed te keuren bedrag van de opdracht, (zonder belasting over de toegevoegde waarde), niet hoger ligt dan (5.500 EUR); <KB 1999-03-25/39, art. 48, 003; ED : 01-06-1999> <KB 2000-07-20/50, art. 2, 006; ED : 01-01-2002>
  2° ofwel op grond van briefwisseling volgens de handelsgebruiken, in de gevallen van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 2, van de wet, wanneer het geraamde bedrag van de overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, (zonder belasting over de toegevoegde waarde), kleiner is dan de bedragen respectievelijk bepaald in de artikelen 1, § 3, 27, § 2 en 53, § 3, van onderhavig besluit; <KB 1999-03-25/39, art. 48, 003; ED : 01-06-1999>
  3° ofwel op grond van de kennisgeving aan de aannemer van de goedkeuring van zijn offerte, zoals zij eventueel gewijzigd werd na onderhandeling tussen de partijen;
  4° ofwel op grond van de overeenkomst ondertekend door de partijen.
  (De artikelen 90 en 91 zijn van toepassing op de opdrachten gegund bij onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure. Artikel 90 is evenwel slechts van toepassing op deze opdrachten voor zover het bedrag ervan hoger is dan 5.500 euro zonder belasting over de toegevoegde waarde.) <KB 2002-04-22/30, art. 34, 008; ED : 01-05-2002>
  (Artikel 93, § 2, is van toepassing op de opdrachten te gunnen bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet wanneer ze tot stand komen overeenkomstig de 2° tot 4° van dit artikel.) <KB 1999-03-25/39, art. 48, 003; ED : 01-06-1999>
  De aanbestedende overheid kan andere bepalingen van titel VI toepasselijk maken op een bepaalde opdracht.
  (Behoudens andersluidende beslissing van de aanbestedende overheid, is titel IIIbis niet van toepassing op de opdrachten die bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 17, § 2, van de wet worden gegund. [1 ]1...) <KB 2004-02-18/35, art. 15, 011; ED : 01-05-2004>
  ----------
  (1)<KB 2009-09-29/01, art. 64, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 122bis. <Ingevoegd bij KB 2006-01-12/35, art. 17; ED : 01-02-2006> Wanneer ingeval van een onderhandelingsprocedure met bekendmaking (en in geval van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking indien meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners worden geraadpleegd,) het bedrag voor de Europese bekendmaking wordt bereikt en er wordt gegund aan de inschrijver die de regelmatige offerte heeft ingediend die de economisch voordeligste is vanuit het oogpunt van de aanbestedende overheid, specificeert de aanbestedende overheid de weging van elk gunningscriterium. Deze weging kan eventueel worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen minimum en maximum. Indien een dergelijke weging om aantoonbare redenen niet mogelijk is, worden de criteria vermeld in dalende volgorde van belangrijkheid. <KB 2007-11-23/34, art. 28, 017; ED : 01-02-2008>
  Art. 122ter. [1 § 1. Dit artikel is van toepassing in geval van onderhandelingsprocedure met bekendmaking wanneer het geraamde bedrag van de opdracht het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt.
   § 2. De aanbestedende overheid onderhandelt met de inschrijvers over de door hen ingediende offertes, om die aan te passen aan de eisen die zij in de aankondiging van opdracht, het bestek en de eventuele aanvullende documenten heeft vermeld en om de beste offerte te kiezen.
   Tijdens de onderhandelingen waarborgt de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Met name geeft zij geen discriminerende informatie die sommige inschrijvers kan bevoordelen tegenover andere.
   § 3. De aanbestedende overheid kan bepalen dat de onderhandelingsprocedure in opeenvolgende fases verloopt, teneinde het aantal offertes waarover onderhandeld moet worden, te beperken door toepassing van de gunningscriteria die in de aankondiging van opdracht of in het bestek zijn vermeld. Het gebruik van deze mogelijkheid wordt vermeld in de aankondiging van opdracht of in het bestek.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-09-29/01, art. 65, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  TITEL VIII. - Concessies voor openbare werken en opdrachten gegund in naam van de concessiehouders voor openbare werken.
  HOOFDSTUK I. - Concessies voor openbare werken.
  Afdeling I. - Concessies voor openbare werken onderworpen aan de Europese bekendmaking.
  Art. 123. De concessies voor openbare werken van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10° van de wet, waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, van dit besluit zoals berekend overeenkomstig artikel 2 van hetzelfde besluit, zijn onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van deze afdeling.
  Een niet limitatieve lijst van de organismen van openbaar nut in de zin van artikel 4, § 2, 1°, en de personen bedoeld in artikel 4, § 2, 8°, van de wet maken de bijlage 1 uit van dit besluit.
  Art. 124. Elke concessie voor openbare werken onderworpen aan deze afdeling maakt het voorwerp uit van een aankondiging van concessie voor openbare werken, opgesteld overeenkomstig (het model van aankondiging opgenomen in bijlage 4, A,) bij dit besluit, die gepubliceerd wordt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De aanbestedende overheid moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 35, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging van concessie voor openbare werken wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaatsvinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor Officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  Afdeling II. - Concessies voor openbare werken die niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking.
  Art. 125. De concessies voor openbare werken van de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 123, waarvan het geraamde bedrag lager is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, maken het voorwerp uit van een aankondiging van concessie voor openbare werken die opgesteld wordt overeenkomstig (het model van aankondiging (opgenomen in bijlage 9),) en gepubliceerd wordt in het Bulletin der Aanbestedingen. <KB 2002-04-22/30, art. 36, 008; ED : 01-05-2002> <KB 2004-02-29/34, art. 8, 012; ED : 01-09-2004>
  Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen.
  Art. 126. De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming mag niet korter zijn dan tweeënvijftig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.
  Art. 127. De aanbestedende overheid selecteert de kandidaten op grond van de inlichtingen betreffende de persoonlijke toestand van de kandidaten en van de inlichtingen en de documenten die nodig zijn voor de beoordeling van de voorwaarden op financieel, economisch en technisch vlak waaraan ze moeten voldoen.
  De aanbestedende overheid raadpleegt de gegadigden, gelijktijdig, per aangetekende brief.
  Art. 127bis. <Ingevoegd bij KB 2008-07-31/32, art. 13; ED : 18-08-2008> Voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen de documenten van de concessie en de aanvullende inlichtingen door de aanbestedende overheid te worden verstrekt binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek en dienen de nadere inlichtingen over het bestek te worden verstrekt uiterlijk zes dagen vóór het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de ontvangst van de offertes.
  Art. 128. De termijn voor ontvangst van de offertes mag niet korter zijn dan veertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending door de aanbestedende overheid van de geschreven uitnodiging. De aanbestedende overheid moet de datum van verzending kunnen bewijzen.
  (Indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie of na een plaatsbezoek, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende documenten kunnen worden opgemaakt, dient de termijn bepaald in het eerste lid dienovereenkomstig te worden verlengd.) <KB 2008-07-31/32, art. 14, 019; ED : 18-08-2008>
  Art. 128bis. <Ingevoegd bij KB 2008-07-31/32, art. 15; ED : 18-08-2008> Indien de documenten van de concessie of de aanvullende inlichtingen tijdig zijn aangevraagd, maar om enigerlei reden niet binnen de termijnen bepaald in het eerste lid van artikel 128 zijn verstrekt of indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie, plaatsbezoek, of inzage ter plaatse van bepaalde opdrachtdocumenten kunnen worden opgemaakt, worden de termijnen dienovereenkomstig verlengd.
  Art. 129. De inschrijver is door zijn offerte gebonden gedurende de termijn bepaald in het bestek.
  Art. 130. De inschrijver moet in zijn offerte het percentage aanduiden van de globale waarde van de werken die het voorwerp uitmaken van de concessie en hij aan derden wil toevertrouwen. De aanbestedende overheid mag in het bestek evenwel een percentage opleggen van ten minste dertig pct. van de globale waarde van de werken die het voorwerp uitmaken van de concessie, met de mogelijkheid evenwel voor de kandidaten dit percentage te verhogen.
  Wanneer de concessiehouder een privaatrechtelijk persoon is, worden niet als derden beschouwd de ondernemingen die zich verenigd hebben om de concessie te bekomen en evenmin de ondernemingen die aan de concessiehouder gebonden zijn in de zin van artikel 25, § 2, van de wet.
  De volledige lijst van deze gebonden ondernemingen wordt bij de kandidaatstelling voor de concessie gevoegd. Deze lijst wordt bijgewerkt al naar gelang de wijzigingen die later optreden in de banden tussen de ondernemingen.
  Art. 131. Het bestek dient de gunningscriteria te vermelden. De aanbestedende overheid heeft de mogelijkheid om te onderhandelen over de voorwaarden van het contract, behalve indien het bestek het anders bepaalt.
  HOOFDSTUK II. - Opdrachten voor aanneming van werken gegund door de concessiehouder.
  Afdeling I. - Concessiehouder die de hoedanigheid heeft van een aanbestedende overheid.
  Art. 132. Indien de concessiehouder een aanbestedende overheid is zoals bedoeld in artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10° van de wet , zijn de overheidsopdrachten te gunnen met derden onderworpen aan de toepassing van de andere titels van dit besluit.
  Afdeling II. - Concessiehouder die geen aanbestedende overheid is.
  Art. 133. § 1. Indien de concessiehouder geen aanbestedende overheid is in de zin van artikel 4, § 1 en § 2, 1° tot 8° en 10°, van de wet, maakt elke opdracht voor aanneming van werken te gunnen aan een derde persoon in de zin van artikel 25, § 2, van de wet en waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan dit bepaald in artikel 1, § 3, van dit besluit, het voorwerp uit van een (aankondiging van een door een concessiehouder te gunnen opdracht, opgesteld overeenkomstig het model van aankondiging opgenomen in bijlage 4, B,) van dit besluit en gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De concessiehouder moet de datum van verzending van de aankondiging kunnen bewijzen. <KB 2002-04-22/30, art. 37, 008; ED : 01-05-2002>
  Deze aankondiging van opdracht wordt eveneens gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen overeenkomstig hetzelfde model van aankondiging.
  De publikatie in het Bulletin der Aanbestedingen mag niet plaatsvinden vóór de datum van de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en moet deze datum vermelden. Ze mag geen andere inlichtingen bevatten dan deze die gepubliceerd worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
  § 2. De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming van derden in de zin van artikel 25, § 2, van de wet mag niet korter zijn dan zevenendertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging en de termijn voor ontvangst van de offertes niet korter dan veertig dagen te rekenen vanaf de datum van uitnodiging tot het indienen van een offerte.
  (Voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen de documenten van de concessie en de aanvullende inlichtingen door de aanbestedende overheid te worden verstrekt binnen zes dagen na ontvangst van het verzoek en dienen de nadere inlichtingen over het bestek te worden verstrekt uiterlijk zes dagen vóór het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de ontvangst van de offertes.) <KB 2008-07-31/32, art. 16, 019; ED : 18-08-2008>
  (Indien de opdrachtdocumenten of de aanvullende inlichtingen tijdig zijn aangevraagd, maar om enigerlei reden niet binnen de termijnen bepaald in (het tweede lid) zijn verstrekt of indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie, plaatsbezoek, of inzage ter plaatse van bepaalde opdrachtdocumenten kunnen worden opgemaakt, worden de termijnen dienovereenkomstig verlengd.) <KB 2007-11-23/34, art. 29, 017; ED : 01-02-2008> <KB 2008-07-31/32, art. 16, 019; ED : 18-08-2008>
  Art. 134. De bekendmaking van een aankondiging van aanneming van werken gegund door de concessiehouder aan derden in de zin van artikel 25, § 2, van de wet is niet vereist:
  1° wanneer geen enkele offerte ingediend werd ingevolge een eerste mededinging voor zover de voorwaarden van de oorspronkelijk voorziene opdracht niet wezenlijk gewijzigd werden. Indien het bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger ligt dan dit bepaald in artikel 1, § 3, van dit besluit wordt een verslag overgemaakt aan de Europese Commissie op haar verzoek;
  2° voor de werken die omwille van hun technische of artistieke specificiteit of omwille van de bescherming van exclusieve rechten, slechts aan een bepaalde aannemer kunnen toevertrouwd worden;
  3° voor zover strikt noodzakelijk, wanneer het dringend karakter voortvloeiend uit niet te voorziene gebeurtenissen niet toelaat de naleving van de termijnen opgelegd door artikel 133 na te leven;
  4° voor aanvullende werken die noch in het toegewezen oorspronkelijk ontwerp, noch in de eerste gesloten overeenkomst voorkwamen en die, ingevolge onvoorziene omstandigheden, noodzakelijk geworden zijn voor de uitvoering van het werk zoals het beschreven werd, voor zover ze worden gegund aan de aannemer die het werk uitvoert, en voor zover het samengevoegde bedrag van de opdrachten gegund voor de aanvullende werken niet hoger ligt dan vijftig pct. van het bedrag van de hoofdopdracht :
  - wanneer deze werken technisch of economisch niet zonder ernstig bezwaar van de hoofdopdracht kunnen gescheiden worden;
  - wanneer deze werken, alhoewel scheidbaar van de uitvoering van de hoofdopdracht, strikt noodzakelijk zijn voor de vervolmaking ervan;
  5° voor nieuwe werken, bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken, die aan de aannemer die de eerste opdracht kreeg, dienen gegund te worden door dezelfde concessiehouder, op voorwaarde dat deze werken overeenstemmen met een basisontwerp en dat dit ontwerp het voorwerp uitmaakte van een eerste beroep op de mededinging. De mogelijkheid tot aanwending van deze procedure moet in elk geval reeds bij de uitschrijving van de eerste opdracht vermeld worden. Ze is bovendien beperkt tot een periode van drie jaar na het gunnen van de oorspronkelijke opdracht.
  Art. 135. De opdrachten voor aanneming van werken bedoeld in deze afdeling zijn niet onderworpen aan de andere bepalingen van dit besluit.
  HOOFDSTUK III. <Ingevoegd bij KB 2002-04-22/30, art. 38; ED : 01-05-2002>- Aanvullende bekendmakingsregels.
  Art. 135bis. <Ingevoegd bij KB 2002-04-22/30, art. 38; ED : 01-05-2002> § 1. Alleen de aankondiging gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.
  § 2. Indien de concessie voor openbare werken onderworpen is aan de Europese bekendmaking, mag geen enkele publicatie plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen.
  Indien de concessie voor openbare werken niet onderworpen is aan de Europese bekendmaking, maar wel aan de bekendmaking op nationaal niveau, mag geen enkele publicatie plaatsvinden vóór de datum van verzending van de aankondiging naar het Bulletin der Aanbestedingen.
  Art. 135ter. <Ingevoegd bij KB 2002-04-22/30, art. 38; ED : 01-05-2002> Indien de concessie voor openbare werken onderworpen is aan de Europese bekendmaking, wordt de aanvangsdatum van de in artikel 128 bedoelde termijn bepaald door de verzending van de aankondiging naar het Bureau voor officiële publicaties van de Europese Gemeenschappen.
  HOOFDSTUK IV. - De informatie. <Ingevoegd bij KB 2008-07-31/32, art. 17; ED : 18-08-2008>
  Art. 136. <KB 2008-07-31/32, art. 17, 019; ED : 18-08-2008> § 1. Wanneer de concessie verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in over hun niet-selectie en voegt er de motieven voor hun niet-selectie aan toe.
  Wanneer de opdracht niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid, onmiddellijk na de selectiebeslissing, de niet-geselecteerde kandidaten in over hun niet-selectie. De niet-geselecteerde kandidaten kunnen de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om de motieven van hun niet-selectie. De aanbestedende overheid deelt deze motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.
  § 2. Wanneer de concessie niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking bij de aanvang van de procedure, licht de aanbestedende overheid onmiddellijk na de toewijzingsbeslissing :
  1° de inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard in over de wering van hun offerte;
  2° de inschrijvers wiens offerte niet gekozen is in over dit feit.
  De inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard en de inschrijvers wiens offerte niet is gekozen, kunnen de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om de motieven van de beslissing die op hen betrekking heeft. De aanbestedende overheid deelt deze motieven mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.
  § 3. De concessiehouder kan, na de gunning van de concessie, de aanbestedende overheid schriftelijk verzoeken om mededeling van de toewijzingsbeslissing. De aanbestedende overheid deelt deze mee binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek.
  Art. 136bis. <Ingevoegd bij KB 2008-07-31/32, art. 17; ED : 18-08-2008> De aanbestedende overheid brengt onverwijld de kandidaten of de inschrijvers, en voor de concessie onderworpen aan de Europese bekendmaking, het Bureau voor Officiële Publicaties van de Europese Gemeenschappen, ervan op de hoogte dat zij beslist heeft af te zien van de gunning van de concessie of de procedure te herbeginnen. Zij deelt de motieven mee binnen vijftien dagen na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de kandidaten of inschrijvers.
  TITEL IX. - Slotbepalingen.
  Art. 137. Indien de Europese Commissie vóór het sluiten van de overeenkomst te kennen geeft dat er een duidelijke en kennelijke inbreuk op het gemeenschapsrecht voor het plaatsen van de in dit besluit bedoelde overheidsopdrachten gepleegd is en zij vraagt deze inbreuk ongedaan te maken, dient de aanbestedende overheid samen te werken met de overheden belast met het mededelen van een antwoord aan de Commissie. De aanbestedende overheid is onder meer verplicht om aan de Eerste Minister, via de snelst mogelijke weg, binnen de tien dagen na de ontvangst van de officiële kennisgeving van de Commissie, alle stukken en inlichtingen over te maken die nodig zijn voor het verzekeren van dit antwoord.
  Art. 138. Indien de Eerste Minister of de Minister van Economie daarom verzoekt, worden alle nodige statistische en andere gegevens met betrekking tot de overheidsopdrachten en de opdrachten, ongeacht of zij al dan niet vallen onder de toepassing van de wet of van dit besluit, aan hen meegedeeld volgens de nadere regels die zij bepalen.
  Art. 139. Eenieder die door zijn ambt of door hem opgelegde taken kennis heeft van vertrouwelijke gegevens betreffende het gunnen en het uitvoeren van opdrachten, inzonderheid over de vaststelling en het onderzoek van de prijzen, is tot geheimhouding verplicht.
  Art. 140. De Koning bepaalt de datum waarop dit besluit in werking treedt. (Voor het KB, zie 1997-01-29/31)
  Art. 141. Onze Eerste Minister en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 8 januari 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  J.-L. DEHAENE
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Telecommunicatie
  E. DI RUPO
  BIJLAGEN.
  Gewijzigd bij :
  <KB 2006-01-12/35, art. 18, ED : 01-02-2006>
  Art. N1. <KB 1999-03-25/39, art. 50, 003; ED : 01-06-1999> BIJLAGE 1. Lijst van de organismen van openbaar nut in de zin van artikel 4, § 2, 1° en van de rechtspersonen in de zin van artikel 4, § 2, 8 van de wet.
  Agence wallonne pour l'Intégration des personnes handicapées.
  Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën.
  Aquafin.
  Astrid N.V..
  Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs.
  Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel.
  Belgische federale Voorlichtingsdienst.
  Belgisches Rundfunk- und Fernsehzentrum der Deutschsprachigen.
  Gemeinschaft.
  Belgische technische Coöperatie.
  Belgisch Instituut voor Normalisatie.
  Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie.
  Belgisch Interventie- en Restitutiebureau.
  Berlaymont 2000.
  Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten Bate van de Arbeiders der Diamantnijverheid.
  Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten Bate van de Arbeiders in de Houtnijverheid.
  Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten Bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart.
  Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten Bate van de Arbeiders gebezigd door Ladings- en Lossingsondernemingen en door de Stuwadoors in de Havens, Losplaatsen, Stapelplaatsen en Stations (gewoonlijk genoemd "Bijzondere Compensatiekas voor kindertoeslagen van de zeevaartgewesten").
  Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling.
  Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en erkende maatschappijen.
  Brusselse hoofdstedelijk Dienst voor Brandweer en dringende medische Hulp.
  Brussels gewestelijk Herfinancieringsfonds van de gemeentelijke Thesauriën.
  Brussels Instituut voor Milieubeheer.
  Centrale Dienst voor sociale en culturele Actie ten behoeve van de Leden van de militaire Gemeenschap.
  Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
  Centre hospitalier de Mons.
  Centre hospitalier de Tournai.
  Centre régional d'aide aux communes.
  Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiën.
  Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
  Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest.
  Commissariat général pour les Relations internationales de la Communauté francaise de Belgique.
  Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie.
  Compte régional d'aide aux communes.
  Conseil économique et social de la Région wallonne.
  Controledienst voor de Verzekeringen.
  Controledienst voor de Ziekenfondsen en de Landsbonden van Ziekenfondsen.
  De Koninklijke Muntschouwburg.
  (...). <W 2004-07-09/30, art. 316, 013; ED : 15-07-2004>
  Art. N2. <KB 2002-04-22/30, art. 39, 009; ED : 01-05-2002> - BIJLAGE 2.
  * BIJLAGE 2,A - ENUNTIATIEVE AANKONDIGING.
  (Model niet opgenomen om technische redenen; zie B.S. 30-04-2002, p. 17922-17930)
  * BIJLAGE 2,B - AANKONDIGING VAN OPDRACHT.
  (Model niet opgenomen om technische redenen; zie B.S. 30-04-2002, p. 17931-17939)
  * BIJLAGE 2,C - AANKONDIGING VAN GEPLAATSTE OPDRACHT.
  (Model niet opgenomen om technische redenen; zie B.S. 30-04-2002, p. 17940-6)
  Art. N3. <KB 2002-04-22/30, art. 39, 009; ED : 01-05-2002> - BIJLAGE 3.
  * BIJLAGE 3,A - AANKONDIGING VAN EEN PRIJSVRAAG VOOR ONTWERPEN.
  (Model niet opgenomen om technische redenen; zie B.S. 30-04-2002, p. 17948-17952)
  * BIJLAGE 3,B - RESULTAAT VAN EEN PRIJSVRAAG VOOR ONTWERPEN.
  (Model niet opgenomen om technische redenen; zie B.S. 30-04-2002, p. 17953-6)
  Art. N4. <KB 2002-04-22/30, art. 39, 009; ED : 01-05-2002> - BIJLAGE 4.
  * BIJLAGE 4,A - CONCESSIE VAN OPENBARE WERKEN.
  (Model niet opgenomen om technische redenen; zie B.S. 30-04-2002, p. 17958-17962)
  * BIJLAGE 4,B - BERICHT VAN AANBESTEDING.
  (Model niet opgenomen om technische redenen; zie B.S. 30-04-2002, p. 17963-7)
  Art. N5. BIJLAGE 5. Bijlage tot bepaling van de lijst van produkten inzake defensie, met verwijzing naar het Tarief van Invoerrechten, in toepassing van artikel 50, 2°, a).
  Hoofdstuk 25 : zout; zwavel; aarde en steen; gips; kalk en cement.
  Hoofdstuk 26 : metaalertsen, slakken en assen.
  Hoofdstuk 27 : minerale brandstoffen, aardoliën en distillatieprodukten daarvan; bitumineuze stoffen; minerale wassen, met uitzondering van :
  ex 27.10 : bijzondere motorbrandstoffen;
  Hoofdstuk 28 : anorganische chemische produkten; anorganische of organische verbindingen van edele metalen, van radioactieve elementen, van zeldzame aardmetalen en van isotopen met uitzondering van :
  ex 28.09 : explosieven;
  ex 28.13 : explosieven;
  ex 28.14 : traangas;
  ex 28.28 : explosieven;
  ex 28.32 : explosieven;
  ex 28.39 : explosieven;
  ex 28.50 : toxicologische produkten;
  ex 28.51 : toxicologische produkten;
  ex 28.54 : explosieven.
  Hoofdstuk 29 : organische chemische produkten, met uitzondering van:
  ex 29.03 : explosieven;
  ex 29.04 : explosieven;
  ex 29.07 : explosieven;
  ex 29.08 : explosieven;
  ex 29.11 : explosieven;
  ex 29.12 : explosieven;
  ex 29.13 : toxicologische produkten;
  ex 29.14 : toxicologische produkten;
  ex 29.15 : toxicologische produkten;
  ex 29.21 : toxicologische produkten;
  ex 29.22 : toxicologische produkten;
  ex 29.23 : toxicologische produkten;
  ex 29.26 : explosieven;
  ex 29.27 : toxicologische produkten;
  ex 29.29 : explosieven.
  Hoofdstuk 30 : farmaceutische produkten.
  Hoofdstuk 31 : meststoffen.
  Hoofdstuk 32 : looi- en verfextracten; looizuur (tannine) en derivaten daarvan; kleur- en verfstoffen, verf en vernis en verfmiddelen; mastiek;
  inkt.
  Hoofdstuk 33 : etherische oliën en harsaroma's; parfumerieën, toiletartikelen en kosmetische produkten.
  Hoofdstuk 34 : zeep, organische tensio-active produkten, wasmiddelen, smeermiddelen, kunstwas, bereide was, poets- en onderhoudsmiddelen, kaarsen en dergelijke artikelen, modelleerpasta's en tandtechnische waspreparaten.
  Hoofdstuk 35 : eiwitstoffen; lijm; enzymen.
  Hoofdstuk 37: produkten voor fotografie en cinematografie.
  Hoofdstuk 38 : diverse produkten van de chemische industrie, met uitzondering van :
  ex 38.19 : toxicologische produkten.
  Hoofdstuk 39 : kunstmatige plastische stoffen, ethers en esters van cellulose, kunstharsen en werken daarvan, met uitzondering van :
  ex 39.03 : explosieven.
  Hoofdstuk 40 : rubber (natuurlijke en synthetische rubber en factis) en werken van rubber, met uitzondering van :
  ex 40.11 : kogelbestendige banden.
  Hoofdstuk 41 : huiden, vellen en leder.
  Hoofdstuk 42 : lederwaren; zadel- en tuigmakerswerk; reisartikelen, dameshandtassen en dergelijke bergingsmiddelen; werken van darmen.
  Hoofdstuk 43 : pelterijen en bontwerk; namaakbont.
  Hoofdstuk 44 : hout, houtskool en houtwaren.
  Hoofdstuk 45 : kurk en kurkwaren.
  Hoofdstuk 46 : vlechtwerk en mandenmakerswerk.
  Hoofdstuk 47: stoffen voor het vervaardigen van papier.
  Hoofdstuk 48 : papier en karton; cellulose, papier- en kartonwaren.
  Hoofdstuk 49 : artikelen van de boekhandel en produkten van de grafische kunst.
  Hoofdstuk 65 : hoofddeksels en delen daarvan.
  Hoofdstuk 66 : paraplu's, parasols, wandelstokken, zwepen, rijzwepen, alsmede delen daarvan.
  Hoofdstuk 67 : geprepareerde veren en geprepareerde dons en artikelen van veren of van dons; kunstbloemen; werken van mensenhaar.
  Hoofdstuk 68 : werken van steen, van gips, van cement, van asbest, van mica en van dergelijke stoffen.
  Hoofdstuk 69 : keramische produkten.
  Hoofdstuk 70 : glas en glaswerk.
  Hoofdstuk 71 : echte parels, natuurlijke en andere edelstenen en halfedelstenen, edele metalen en metalen geplateerd met edele metalen, alsmede werken daarvan; fancy-bijouterieën.
  Hoofdstuk 73 : gietijzer, ijzer van staal.
  Hoofdstuk 74 : koper.
  Hoofdstuk 75: nikkel.
  Hoofdstuk 76 : aluminium.
  Hoofdstuk 77 : magnesium, beryllium (glucinium).
  Hoofdstuk 78 : lood.
  Hoofdstuk 79 : zink.
  Hoofdstuk 80 : tin.
  Hoofdstuk 81 : andere onedele metalen.
  Hoofdstuk 82 : gereedschap; messenmakerswerk, lepels en vorken, van onedel metaal, met uitzondering van :
  ex 82.05 : gereedschap;
  ex 82.07 : stukken gereedschap.
  Hoofdstuk 83 : allerlei werken van onedele metalen.
  Hoofdstuk 84 : stoomketels, machines, toestellen en mechanische werktuigen, met uitzondering van :
  ex 84.06 : motoren;
  ex 84.08 : andere voortstuwingsmiddelen;
  ex 84.45 : machines;
  ex 84.53 : automatische gegevens verwerkende machines;
  ex 84.55 : delen van post 84.53;
  ex 84.59 : kernreactoren.
  Hoofdstuk 85 : elektrische machines, apparaten en toestellen; artikelen voor elektrotechnisch gebruik, met uitzondering van :
  ex 85.13 : telecommunicatie;
  ex 85.15 : zendtoestellen.
  Hoofdstuk 86 : rollend en ander materieel voor spoor- en tramwegen;
  niet elektrische signaal- en waarschuwingstoestellen voor het verkeer, met uitzondering van :
  ex 86.02 : gepantserde locomotieven;
  ex 86.03 : andere gepantserde locomotieven;
  ex 86.05 : gepantserde wagons;
  ex 86.06 : rijdende werkplaatsen;
  ex 86.07 : wagons.
  Hoofdstuk 87 : automobielen, tractors, rijwielen, motorrijwielen en andere voertuigen, voor vervoer te lande, met uitzondering van :
  ex 87.08 : gevechtswagens en pantserauto's;
  ex 87.01 : tractoren;
  ex 87.02 : militaire voertuigen;
  ex 87.03 : takelwagens;
  ex 87.09 : motorrijwielen;
  ex 87.14 : aanhangwagens.
  Hoofdstuk 89 : scheepvaart, met uitzondering van :
  ex 89.01 A : oorlogsschepen.
  Hoofdstuk 90 : optische instrumenten, apparaten en toestellen, instrumenten, apparaten en toestellen, voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisieinstrumenten, -apparaten en -toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen, met uitzondering van :
  ex 90.05 : binocles;
  ex 90.13 : diverse instrumenten, lasers;
  ex 90.14 : telemeters;
  ex 90.28 : elektrische of elektronische meetinstrumenten;
  ex 90.11 : microscopen;
  ex 90.17 : instrumenten voor de geneeskunde;
  ex 90.18 : toestellen voor mechanische therapie;
  ex 90.19 : orthopedische toestellen;
  ex 90.20 : röntgentoestellen.
  Hoofdstuk 91 : uurwerken.
  Hoofdstuk 92 : muziekinstrumenten; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie; delen en toebehoren van deze instrumenten en toestellen.
  Hoofdstuk 94 : meubelen (ook voor medisch of voor chirurgisch gebruik); artikelen voor bedden en dergelijke artikelen, met uitzondering van :
  ex 94.01 A : zitmeubelen voor vliegtoestellen.
  Hoofdstuk 95 : stoffen geschikt om te worden gesneden of te worden gevormd, in bewerkte staat (werken daaronder begrepen).
  Hoofdstuk 96 : borstelwerk, kwasten en penselen, bezems, poederkwastjes en zeven.
  Hoofdstuk 98 : diverse werken.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 8 januari 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  J.-L. DEHAENE
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Telecommunicatie,
  E. DI RUPO
  Art. N6. BIJLAGE 6. AANKONDIGING VAN OPDRACHT. <Ingevoegd bij KB 2004-02-29/34, art. 9; ED : 01-09-2004>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-03-2004, p. 12368-12374)
  Art. N7. BIJLAGE 7. AANKONDIGING BETREFFENDE HET OPSTELLEN VAN EEN LIJST VAN GEGADIGDEN. <Ingevoegd bij KB 2004-02-29/34, art. 9; ED : 01-09-2004>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-03-2004, p. 12375-12380)
  Art. N8. BIJLAGE 8. AANKONDIGING VAN EEN PRIJSVRAAG VOOR ONTWERPEN. <Ingevoegd bij KB 2004-02-29/34, art. 9; ED : 01-09-2004>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-03-2004, p. 12381-12385)
  Art. 1N8. [1 Bijlage 8A (werken)
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-10-2009, p. 65865)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-09-29/01, art. 66, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 2N8. [1 Bijlage 8B (leveringen)
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-10-2009, p. 65866)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-09-29/01, art. 66, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. 3N8. [1 Bijlage 8C (diensten)
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 02-10-2009, p. 65867)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2009-09-29/01, art. 66, 020; Inwerkingtreding : 01-11-2009>
  Art. N9. BIJLAGE 9. CONCESSIE VOOR OPENBARE WERKEN. <Ingevoegd bij KB 2004-02-29/34, art. 9; ED : 01-09-2004>
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-03-2004, p. 12386-12389)

Preambule Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;
   Gelet op de richtlijn 89/665/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken;
   Gelet op de richtlijn 92/50/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening;
   Gelet op de richtlijn 93/36/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen;
   Gelet op de richtlijn 93/37/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken;
   Gelet op de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten gesloten in het kader van het Algemeen Akkoord over de Douane- en Handelstarieven, ondertekend te Marrakech op 15 april 1994;
   Gelet op het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 1 december 1994;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Eerste Minister en van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Telecommunicatie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
Gewijzigd door   MINISTERIEEL BESLUIT  van  14-12-2009   gepubl. op   17-12-2009
      Art. 1,§3 *** 24 *** 27,§2 *** 50 *** 53,§2
   Van kracht tot   01-01-2010               [ Zie tekst hier boven ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  29-09-2009   gepubl. op   02-10-2009
      Art. 2 *** 6,§3,L2 *** 7 *** 9,L1,6° *** 15,L1 *** 16,L5 *** 17,§1 *** 19 *** 20,§2 *** 20bis *** 20ter *** 28 *** 32,§3,L2 *** 33,L1 *** 35,L1,6° *** 41,L1 *** 42,L5 *** 43,§1 *** 45 *** 46,§2 *** 46bis *** 54,L2,L7 *** 58,§3 *** 59,L1 *** 61,L1,6° *** 67,L1 *** 68,L5 *** 69,§1 *** 72,§2 *** 73 *** 73bis *** 73ter *** 74bis *** 75,§1,§2,4° *** 76,§2,L1 *** 81ter *** 81quater *** 81quinquies *** 84,L1 *** 85,L2 *** 86bis *** 104,§1,L2 *** 105,§2,L1,2° *** 106,L2,4°,5° *** 108 *** 110,§3,L3 *** 111,L4; 112,§5; 114,§4 *** 117,L2 *** 120bis *** 122 *** 122ter *** N8A-N8C
   Van kracht tot   01-11-2009
      Art. 82 *** 82bis *** 83 *** 83bis
   Van kracht tot   01-01-2010                 [ Zie versie 019 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  31-07-2008   gepubl. op   18-08-2008
     Gewijzigd art.   20 *** 22 *** 25 *** 46 *** 51 *** 54 *** 72 *** 73 *** 80 *** 90 *** 116 *** 128 *** 133 *** 136
   Van kracht tot   18-08-2008                 [ Zie versie 018 ]
Gewijzigd door   MINISTERIEEL BESLUIT  van  17-12-2007   gepubl. op   20-12-2007
     Gewijzigd art.   1,#3 *** 24 *** 27,#2 *** 50 *** 53,#2
   Van kracht tot   01-01-2008                 [ Zie versie 017 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  23-11-2007   gepubl. op   07-12-2007
     Gewijzigd art.   17 *** 19 *** 43 *** 45 *** 69 *** 75 *** 82 *** 83 *** 110 *** 122bis *** 133
   Van kracht tot   01-02-2008                 [ Zie versie 016 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  12-01-2006   gepubl. op   27-01-2006
     Gewijzigd art.   12,L4 *** 14 *** 18 *** 19 *** 38,L4 *** 40 *** 44 *** 45 *** 50,2° *** 64,L4 *** 66 *** 70 *** 71 *** 76,#4 *** 115 *** N2-N4 *** N7 *** N5 *** N6 *** N8-N9
   Van kracht tot   01-02-2006                 [ Zie versie 015 ]
Gewijzigd door   MINISTERIEEL BESLUIT  van  20-12-2005   gepubl. op   23-12-2005
     Gewijzigd art.   1 *** 24 *** 27 *** 50 *** 53
   Van kracht tot   01-01-2006                 [ Zie versie 014 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  20-07-2005   gepubl. op   22-08-2005
     Gewijzigd art.   68,L6
   Van kracht tot   22-08-2005
     Gewijzigd art.   20,#4 *** 46,#4 *** 72,#5 *** 90,#4BI
   Van kracht tot   01-10-2005                 [ Zie versie 013 ]
Gewijzigd door   WET  van  09-07-2004   gepubl. op   15-07-2004
     Gewijzigd art.   50 *** 79 *** N1
   Van kracht tot   25-07-2004                 [ Zie versie 012 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  29-02-2004   gepubl. op   08-03-2004
     Gewijzigd art.   12 *** 14 *** 38 *** 40 *** 64 *** 66 *** 76 *** 125
   Van kracht tot   01-09-2004                 [ Zie versie 011 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  18-02-2004   gepubl. op   27-02-2004
     Gewijzigd art.   78 *** 89,L3 *** 94 *** 104 *** 105,#2 *** 106,L2 *** 108 *** 110,#3 *** 111 *** 112,#5 *** 114 *** 117 *** 122
   Van kracht tot   01-05-2004                 [ Zie versie 010 ]
Gewijzigd door   MINISTERIEEL BESLUIT  van  17-12-2003   gepubl. op   23-12-2003
     Gewijzigd art.   1,#3 *** 24 *** 27,#2 *** 50 *** 53,#3
   Van kracht tot   01-01-2004                 [ Zie versie 009 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  22-04-2002   gepubl. op   30-04-2002
     Gewijzigd art.   N1-AN4 *** N6
   Van kracht tot   01-05-2002                 [ Zie versie 008 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  22-04-2002   gepubl. op   30-04-2002
     Gewijzigd art.   11 *** 55 *** 88 *** 90
   Van kracht tot   30-04-2002
     Gewijzigd art.   3 *** 4 *** 5 *** 6 *** 8 *** 12 *** 14 *** 17BIS *** 29 *** 30 *** 31 *** 32 *** 34 *** 38 *** 40 *** 43BIS *** 56 *** 57 *** 58 *** 60 *** 63 *** 64 *** 66 *** 69BIS *** 76 *** 77 *** 122 *** 124 *** 125 *** 133
   Van kracht tot   01-05-2002                 [ Zie versie 007 ]
Gewijzigd door   MINISTERIEEL BESLUIT  van  04-12-2001   gepubl. op   19-12-2001
     Gewijzigd art.   1,#3 *** 2 *** 24 *** 27,#2 *** 29 *** 50 *** 53 *** 54 *** 55
   Van kracht tot   01-01-2002                 [ Zie versie 006 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  20-07-2000   gepubl. op   30-08-2000
     Gewijzigd art.   100,#2 *** 17BIS *** 43BIS *** 69BIS *** 120 *** 122,L1
   Van kracht tot   01-01-2002                 [ Zie versie 005 ]
Gewijzigd door   MINISTERIEEL BESLUIT  van  08-02-2000   gepubl. op   15-02-2000
     Gewijzigd art.   1,#3 *** 2 *** 24 *** 27,#2 *** 29 *** 50 *** 53 *** 54 *** 55
   Van kracht tot   15-02-2000                 [ Zie versie 004 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  25-03-1999   gepubl. op   09-04-1999
     Gewijzigd art.   N1 *** N2 *** 1N2 *** 2N2 *** 3N2 *** 4N2 *** 5N2 *** N3 *** 1N3 *** 2N3 *** 3N3 *** 4N3 *** 5N3 *** 1N4 *** 2N4 *** 3N4 *** 4N4 *** 5N4
   Van kracht tot   01-06-1999                 [ Zie versie 003 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  25-03-1999   gepubl. op   09-04-1999
     Gewijzigd art.   1 *** 2 *** 16 *** 17 *** 20 *** 21 *** 22 *** 24 *** 25 *** 26 *** 27 *** 29 *** 42 *** 43 *** 46 *** 50 *** 51 *** 52 *** 53 *** 54 *** 55 *** 60 *** 68 *** 69 *** 72 *** 74 *** 76 *** 78 *** 79 *** 80 *** 81 *** 84 *** 88 *** 90 *** 92 *** 93 *** 110 *** 112 *** 113 *** 115 *** 117 *** 120 *** 121 *** 122 *** 136
   Van kracht tot   01-06-1999                 [ Zie versie 002 ]
Gewijzigd door   KONINKLIJK BESLUIT  van  08-11-1998   gepubl. op   13-11-1998
     Gewijzigd art.   100,#2
   Van kracht tot   01-01-1999                 [ Zie versie 001 ]

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING.
   Sire,
   Dit ontwerp van koninklijk besluit voert de wet uit van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en meer bepaald titels II en III van boek I betreffende de "klassieke" overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken.
   De wet van 24 december 1993 heeft inderdaad als doel het geheel van de wetgeving die tot vandaag steunt op de wet van 14 juli 1976 en op meerdere koninklijke en ministeriële besluiten te hervormen. Zoals uitvoerig in herinnering gebracht tijdens de parlementaire werkzaamheden, heeft de nieuwe wet eveneens tot doel de omzetting te verzekeren van verschillende Europese richtlijnen en dit zowel in de zogenoemde "klassieke" sectoren als in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie tot voor kort "uitgesloten" van de Europese mededinging. Zo heeft de wet van 24 december 1993 een structuur ingevoerd in drie gedeelten die respectievelijk slaan op :
   1° de "klassieke" overheidsopdrachten en de concessies voor openbare werken, dit wil zeggen die van de federale- tot plaatselijke overheden en de publiekrechtelijke verenigingen en instellingen (eerste boek, titels II en III);
   2° de overheidsopdrachten in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie, dit wil zeggen de opdrachten van de overheden vermeld in 1° en van de overheidsbedrijven in de mate dat deze overheden en bedrijven één van deze sectoren beheren (bijvoorbeeld : de intercommunales voor water- en electriciteitsverdeling, Belgacom, de NMBS, de Regie der Luchtwegen, De Lijn, de SRWT ....) (eerste boek, titel IV);
   3° bepaalde opdrachten van privé ondernemingen die bijzondere of exclusieve rechten genieten om de werkzaamheden te beheren in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie (bijvoorbeeld : Electrabel, Distrigas en bepaalde privé concessiehouders).
   Dit derde deel beoogt eveneens, krachtens artikel 63 van de wet, activiteiten van overheidsbedrijven in die sectoren die de wetgever op federaal, gewestelijk of gemeenschapsniveau zou onttrokken hebben aan hun taken van openbare dienst maar die nochtans onderworpen moeten blijven aan de hogere rechtsvoorschriften voortvloeiend uit de Europese richtlijnen. Gelet op het koninklijk uitvoeringsbesluit van 26 juli 1994 is boek II van de wet in werking getreden op 1 september 1994.
   Dit ontwerp van koninklijk besluit voert boek I, titels II en III, van de wet van 24 december 1993 (dit wil zeggen het gebied van 1° hierboven) uit maar bevat niet de voorschriften toepasselijk op de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten die specifiek militair zijn, noch de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, noch de bepalingen in verband met de bevoegdheidsoverdracht en sommige toezichtsmaatregelen betreffende de overheidsopdrachten op federaal niveau. Het zet eveneens bepalingen en modaliteiten om van het geheel van de Europese richtlijnen houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, in het bijzonder de richtlijnen 92/50/EEG, 93/36/EEG en 93/37/EEG. Deze werkwijze voorkomt een veelvuldigheid van teksten waarnaar gelijktijdig dient verwezen te worden, verwijt dat in het laatste stadium van de evolutie aan de vorige wetgeving kon gemaakt worden. Een ander koninklijk besluit tot vaststelling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, zal nadien toegevoegd worden en zal gelijktijdig sommige bepalingen in verband met de uitvoering van de opdrachten en van de concessies voor openbare werken bevatten, die tot hiertoe vervat zijn in het koninklijk besluit van 22 april 1977, het koninklijk besluit van 14 november 1979 inzake concessies, het koninklijk besluit van 18 mei 1981 inzake promotieovereenkomsten en in de huidige algemene aannemingsvoorwaarden.
   Tijdens een eerste periode zullen de bepalingen van de algemene aannemingsvoorwaarden geen grondige hervormingen ondergaan, gezien de noodzaak van het doen in werking treden van de bepalingen van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en van het omzetten van de Europese richtlijnen. Voornoemde algemene aannemingsvoorwaarden zullen evenwel vervolgens herzien dienen te worden ten einde er hoofdzakelijk algemene bepalingen in te voegen, die toepasbaar zijn op de overheidsopdrachten voor aanneming van diensten en die de nieuwe bepalingen van de algemene aannemingsvoorwaarden zullen vervolledigen.
   In tegenstelling tot de optie die genomen werd bij de uitwerking van het koninklijk besluit van 22 april 1977, gaat dit koninklijk besluit niet uit van de gekozen gunningsprocedure maar van de aard van de betrokken overheidsopdrachten. De eerste drie titels groeperen inderdaad respectievelijk voor de werken, de leveringen en de diensten, volgens een identieke structuur, de bepalingen betreffende :
   - de bekendmakingsvoorschriften waarbij een onderscheid wordt gemaakt al naargelang de overheidsopdrachten al dan niet onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking;
   - de kwalitatieve selectievoorschriften;
   - de promoties, voor wat de werken en de leveringen betreft;
   - de wedstrijd en de prijsvragen voor ontwerpen;
   - de toegang van derde landen tot de overheidsopdrachten;
   - de informatie van de kandidaten en van de inschrijvers.
   Titel IV regelt het gebruik van de technische specificaties en de normen.
   De titels V en VI nemen over het algemeen voorschriften die identiek zijn met die van het koninklijk besluit van 22 april 1977 over of passen deze aan. Deze voorschriften betreffen, enerzijds, de prijsbepaling en het prijsonderzoek ongeacht de procedure en, anderzijds, de offertes en de gunning bij aanbesteding en bij offerteaanvraag.
   Titel VII betreft de onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure.
   Titel VIII bevat de bepalingen eigen aan de concessies voor openbare werken en de opdrachten gegund door de concessiehouders.
   Titel IX bevat de slotbepalingen.
   Het past er in dit stadium op te wijzen dat bepalingen die gelijkwaardig zijn met deze die vervat zijn in de artikelen 51 en 52 van het koninklijk besluit van 22 april 1977, zullen worden opgenomen in een afzonderlijk koninklijk besluit betreffende de overdracht van bevoegdheid en sommige toezichtsmaatregelen voor de overheidsopdrachten, dat enkel van toepassing zal zijn op de federale overheden. Deze artikelen betreffen in feite de voorwaarden en de toezichtmaatregelen waaraan de gunning onderworpen is voor de opdrachten van de federale departementen en de overheidsinstellingen onderworpen aan de toezichthoudende macht van een federaal minister.
   Het ontwerp poogt op het stuk van de terminologie en in het bijzonder wat de Nederlandse tekst betreft, tegelijk rekening te houden zowel met de tot nog toe in de Belgische wetgeving en in de Europese richtlijnen als in de nieuw aangenomen wetgeving gebruikte termen. Er dient aan herinnerd dat de aanpak die bij de opstelling van het koninklijk besluit van 26 juli 1994 werd gevolgd, er daarentegen in bestond zich zo strikt mogelijk aan de Europese terminologie te houden aangezien dit besluit hoofdzakelijk opdrachten van privéondernemingen beoogt, die niet onderworpen zijn aan de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten in de strikte zin van het woord.
   Rekening houdend met wat voorafgaat en ten gevolge van het feit dat dit besluit de eigenlijke overheidsopdrachten behandelt, werd er speciale aandacht besteed aan het zo uniform mogelijk maken van de concepten. Zo bijvoorbeeld wordt in de tekst, net zoals in de Europese richtlijnen, met "gegadigde" de door de aanbestedende overheid geselecteerde of gekozen kandidaat bedoeld. Bovendien en ondanks de door de Raad van State tijdens het onderzoek van andere uitvoeringsbesluiten van deze wet geuite wens, beschouwt de Regering het als onmogelijk om sommige concepten, zoals dat van de "abnormale prijs", op afdoende wijze te omschrijven, te meer omdat deze concepten opnieuw in het Europees recht opgenomen zijn en zij daar ook niet worden omschreven. Op die manier dreigt een omschrijving op Belgisch vlak, vergeleken met de interpretatie die er op Europees vlak zou kunnen worden aan gegeven, niet in overeenstemming te zijn.
   In zijn advies onderstreept de Raad van State dat het Verslag aan de Koning eventueel nadere gegevens zou kunnen verschaffen wat betreft het substantieel of niet-substantieel karakter van de in het ontwerp voorziene vormvoorschriften. Volgens de Regering zou een oplossing in die zin inhouden dat de tekst zich, voor alle in de loop van de reglementering opgelegde vormvoorschriften, uitspreekt over het substantiële of niet-substantiële karakter. Bovendien zou een dergelijke precisering niet toelaten een groot aantal andere moeilijkheden met betrekking tot deze aankondiging op te lossen, zelfs indien men kan stellen dat dit vormvoorschrift een substantieel karakter heeft - zoals bijvoorbeeld de bekendmaking van een aankondiging van overheidsopdracht voor aanneming van werken in de zin van artikelen 4, 12 en 13 van het ontwerp. Zo kan de aankondiging wel zijn bekendgemaakt, maar werd de toegestane minimumtermijn voor de procedure niet geëerbiedigd, of kunnen sommige in de aankondiging vervatte inlichtingen onjuist blijken. Gezien deze ingewikkelde toestand, is de Regering de mening toegedaan dat het verkieslijk is om zich bij geschillen te verlaten op het oordeel van de rechter.
   TITEL I, HOOFDSTUK I, AFDELING I.
   Overheidsopdrachten voor aanneming van werken onderworpen aan de Europese bekendmaking
   Bedragen en berekeningswijzen
   * Artikel 1. Zijn onderworpen aan de Europese bekendmakingsvoorschriften, de overheidsopdrachten voor aanneming van werken waarvan het geraamde bedrag, zonder belasting op de toegevoegde waarde, 206 miljoen frank bereikt of overschrijdt en die zullen gegund worden bij aanbesteding, offerteaanvraag of onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet. Dit bedrag is vatbaar voor tweejaarlijkse herzieningen. Het nieuwe bedrag wordt bij besluit van de Eerste Minister bekendgemaakt.
   De overheidsopdrachten die zullen gegund worden bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van art. 17, § 2, van de wet, zijn normaal gezien niet onderworpen aan de bekendmakingsvoorschriften van hoofdstuk I; hun gunning gebeurt met inachtneming van de artikelen 120 en volgende. Sommige voorschriften zijn evenwel toch van toepassing op deze procedure, hoofdzakelijk wat de aankondiging van de resultaten van de gunning van de opdracht betreft, bepaald in artikel 8 dat hierna toegelicht wordt.
   Onder de gevallen van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure is er één dat een bijzonder stelsel volgt. Het gaat om het geval bedoeld in artikel 17, § 2, 1, b, van de wet met betrekking tot de opdrachten die geheim verklaard werden of die moeten gepaard gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen of speciale eisen ter bescherming van de fundamentele belangen van de veiligheid van de Staat. Zoals in herinnering gebracht in de Memorie van Toelichting (Doc. Parl. Senaat, 656-1 (1992-1993), blz. 27), "is dit geval verwant met datgene vermeld in artikel 17, § 2, 7°, van de wet van 14 juli 1976. Daartegenover is deze hypothese in de Europese richtlijnen een uitzondering die buiten het toepassingsveld valt. Het lijkt nochtans passend deze hypothese te behouden in een juridisch kader, dit van de onderhandelingsprocedure. Inderdaad, zelfs indien een overheidsopdracht geheim blijkt te zijn of bijzondere veiligheidsmaatregelen vergt wat betreft de uitvoering, sluit dit niet noodzakelijk de mededinging uit tussen firma's die de nodige waarborgen bieden. Het is de aanbestedende overheid die ter zake moet oordelen of deze mededinging mogelijk is. Het spreekt overigens vanzelf dat in dit geval geen enkele bekendmaking, ook geen enuntiatieve of een bekendmaking na gunning van de opdracht, kan opgelegd worden."
   Overeenkomstig artikel 5 van de wet, verwijst het begrip overheidsopdrachten voor aanneming van werken niet alleen naar het begrip werken maar eveneens naar het begrip werk, bedoeld als het resultaat van een geheel van werken van de bouwnijverheid of van burgerlijke bouwkunde bestemd om als zodanig een economische of technische functie te vervullen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat schijven van werken van een bepaald werk gespreid zijn over verscheidene jaren en het voorwerp uitmaken van verschillende opeenvolgende overheidsopdrachten. Zelfs indien geen van deze schijven individueel het voornoemde bedrag bereikt, zullen de Europese bekendmakingsvoorschriften van toepassing zijn vanaf de gunning van de eerste schijf indien het geraamde bedrag van het werk in zijn geheel het bedrag van 206 miljoen frank bereikt.
   De volgende voorbeelden geven een concrete vorm aan het begrip werk :
   - bouw van een nieuw slachthuis : het ontwerp is verdeeld in twee schijven verspreid in de tijd en op gang gebracht op grond van afzonderlijke procedures. De eerste schijf slaat op het grondwerk, geraamd op 115 miljoen frank zonder belasting op de toegevoegde waarde, de tweede op de uitrusting, geraamd op 127 miljoen frank zonder belasting op de toegevoegde waarde. Bij verwijzing naar de te vervullen functie, deze van een slachthuis in werking, bereikt het werk het geraamde bedrag van 206 miljoen frank zonder belasting op de toegevoegde waarde. De mededingingsvoorschriften op Europees niveau zijn van toepassing vanaf de eerste schijf;
   - oprichting van schoolgebouwen : dezelfde redenering geldt voor de bouw van een nieuwe school. Het geheel van de gebouwen, de inrichtingen en plaatsingen die nodig zijn voor de werking van het geheel komt in aanmerking om te bepalen of de mededingingsdrempel op Europees niveau bereikt werd. Indien daarentegen het ontwerp zou slaan op de toevoeging van gebouwen met het oog op een uitbreiding van de opvangsmogelijkheden van een bestaande school, zou alleen het bedrag van het nieuwe deel in aanmerking moeten genomen worden ten opzichte van de drempel van 206 miljoen frank;
   - wegenbouw : het begrip werk is hier moeilijker te bepalen; het zal echter vaak nuttig zijn te verwijzen naar het criterium van de toegankelijkheid. Zo kan men stellen dat een stuk autoweg dat een uitweg biedt aan het verkeer een werk is met een technische functionaliteit. Het geraamde bedrag van de hele autoweg moet dus niet noodzakelijk in aanmerking genomen worden.
   Hetzelfde geldt voor de opdrachten die in percelen verdeeld zijn, waarvan de bedragen moeten samengevoegd worden om te bepalen of het bedrag van 206 miljoen frank bereikt is. Indien dit het geval is, zal het geheel van deze percelen onderworpen zijn aan de Europese bekendmaking, behalve wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de mogelijkheid geboden door artikel 2, § 3. Deze paragraaf maakt het de aanbestedende overheid mogelijk, na de raming van het totale bedrag, percelen waarvan het individueel bedrag kleiner is dan 1 miljoen ECU, thans 41 miljoen frank, en voor zover hun samengevoegd bedrag de twintig pct. van het bedrag van alle percelen niet overschrijdt, te onttrekken aan de Europese bekendmaking.
   Overeenkomstig artikel 4, § 2, van de wet, vormt een niet limitatieve lijst van de aanbestedende overheden in de zin van artikel 4, § 2, 1° en 8° van dezelfde wet de bijlage 1 bij dit besluit. Zoals gesteld in de Memorie van toelichting is deze lijst dynamisch en zo volledig mogelijk. Het spreekt vanzelf dat aanbestedende overheden in de zin van artikel 4, § 2, 1° en 8° van de wet doch niet vermeld in deze lijst, onderworpen zijn aan de toepassing van de wetgeving.
   Volgens § 2 van artikel 1, vallen onder de toepassing van de wet van 24 december 1993 en van deze afdeling de opdrachten voor aanneming van werken van privaatrechtelijke personen die voor meer dan vijftig pct. door aanbestedende overheden gesubsidieerd worden en die de drempel van de Europese bekendmaking bereiken. Niet alle soorten werken worden echter bedoeld. Zij moeten inderdaad ofwel betrekking hebben op bouwwerken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming, ofwel verwijzen naar groep 502 van klasse 50 van de lijst van beroepsactiviteiten die overeenstemmen met het algemene register van economische werkzaamheden in de Europese Gemeenschappen vermeld in bijlage 1 van de wet. Ter herinnering, de groep 502 heeft betrekking op de werkzaamheden van de burgerlijke bouwkunde :
   - water-, spoor- en wegenbouw enz..
   Deze groep is onderverdeeld in de volgende subgroepen en posities :
   - algemene weg- en waterbouw (zonder bepaalde specialisaties);
   - grondverplaatsing (baggerbedrijven, opspuitbedrijven, grond, egalisatiebedrijven, cultuurtechnische werken);
   - bruggen-, tunnel-, schachtbouw, grondboring;
   - aannemersbedrijven van waterbouwkundige werken;
   - wegenbouw, straatmakersbedrijven (met inbegrip van bedrijven die gespecialiseerd zijn in de aanleg van luchthavens en landingsbanen);
   - gespecialiseerde aannemersbedrijven voor bevloeiings-, drainageen afwateringswerken en voor waterzuiveringsinstallaties;
   - andere gespecialiseerde aannemersbedrijven voor weg- en waterbouw.
   * Art. 2. Artikel 2 bepaalt dat het geraamde bedrag van de leveringen en de diensten die door de aanbestedende overheid ter beschikking gesteld worden van de aannemer, eveneens in aanmerking moet genomen worden voor de berekening van het geraamde bedrag van de werken of het werk.
   Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn voor materialen of uitrustingen die de aanbestedende overheid verworven heeft door middel van een overheidsopdracht voor aanneming van leveringen en die ze ter beschikking stelt van de aannemer met het oog op hun verwerking in het bouwwerk dat het voorwerp uitmaakt van een overheidsopdracht voor aanneming van werken. Zelfs indien voor de aanbestedende overheid die materialen of uitrustingen hun hoedanigheid van leveringen behouden, komen zij toch in aanmerking voor het bepalen van het bedrag van de werken wanneer de aannemer over die materialen of uitrustingen mag beschikken om die werken uit te voeren.
   Wat de ter beschikking gestelde diensten betreft, zoals de Raad van State onderstreept, legt richtlijn 93/37/EEG het in aanmerking nemen ervan bij de berekening niet op. Op voorstel van de Commissie voor de overheidsopdrachten werd de reglementaire oplossing evenwel aangepast, met het oog op de harmonisatie ervan met deze die werd opgenomen in richtlijn 93/38/EEG betreffende de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie.
   Lid 2 bepaalt de berekeningsregels voor de opdrachten met percelen. Wanneer bijvoorbeeld een bepaalde opdracht verdeeld is in vier percelen respectievelijk geraamd op 200, 85, 35 en 30 miljoen frank zonder belasting op de toegevoegde waarde, zal het geraamde samengevoegd bedrag van alle percelen 350 miljoen frank belopen. De gezamenlijke waarde van deze opdrachten overschrijdt het drempelbedrag vanaf hetwelk de Europese bekendmaking van toepassing is. Voor het bedrag van de opdracht op die wijze geraamd, zou de aanbestedende overheid, door gebruik te maken van de in artikel 2, lid 2 geboden mogelijkheid, kunnen beslissen de twee percelen waarvan het geraamde individuele bedrag respectievelijk 35 en 30 miljoen frank bedraagt, niet te onderwerpen aan deze bekendmaking, vermits, enerzijds, hun individueel bedrag geen 41 miljoen frank bereikt en, anderzijds, hun samengevoegde bedragen twintig pct. van de totale waarde van de opdracht niet overschrijden.
   Steeds bij wijze van voorbeeld zou, indien een opdracht verdeeld zou zijn in twee percelen, zonder belasting op de toegevoegde waarde geraamd op respectievelijk 180 miljoen frank en 27 miljoen frank, het geheel het bedrag van 206 miljoen frank bereiken en zo de Europese bekendmakingsregels in werking doen treden. Het perceel geraamd op 27 miljoen frank zou evenwel als dusdanig hiervan kunnen ontheven worden indien de aanbestedende overheid dit beslist. Het perceel geraamd op 180 miljoen frank zal in elk geval moeten bekendgemaakt worden op Europees niveau.
   Lid 3 van artikel 2 herhaalt het beginsel dat volgt uit de Europese richtlijnen, waarbij geen enkele opdracht mag worden gesplitst om haar te onttrekken aan de mededinging op Europees niveau. Indien percelen of schijven van werken of van een werk toegelaten zijn, mag dit niet tot gevolg hebben dat deze percelen of schijven onttrokken worden aan de mededinging. Zo ook kunnen, gelet op het verschil dat bestaat tussen de drempels voor de werken, de leveringen en de diensten, de leveringen en de diensten die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een overheidsopdracht voor aanneming van werken hier niet aan toegevoegd worden met de bedoeling ze te onttrekken aan deze Europese mededinging.
   De enuntiatieve aankondiging
   * Art. 3. Artikel 3 richt een stelsel van voorafgaande informatie van de aannemers in door minstens eens per jaar en zo snel mogelijk na de beslissing tot goedkeuring van het programma waartoe de werken behoren, een enuntiatieve aankondiging te publiceren. Deze aankondiging dient de hoofdkenmerken te vermelden van de opdrachten die individueel het geraamd bedrag van 206 miljoen frank zonder belasting op de toegevoegde waarde bereiken. De bekendmaking van een identieke aankondiging gebeurt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en in het Bulletin der Aanbestedingen. Zelfs indien deze bekendmaking zelf in principe verplicht is houdt ze niet in dat de procedures nadien daadwerkelijk moeten ingezet worden voor alle geplande opdrachten.
   De bekendmaking van een enuntiatieve aankondiging is belangrijk vermits deze voorinformatie het de aannemers moet mogelijk maken zich voor te bereiden op deelname aan de aldus aangekondigde procedures en de aanbestedende overheden toelaat voordeel te halen uit een verruiming van de mededinging. Bovendien mag, voor een opdracht met een dergelijke vooraankondiging, de termijn voor de ontvangst van de offertes worden ingekort.
   * Artikel 3, lid 4, formuleert een systematisch toe te passen beginsel dat erop neerkomt dat een bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen niet mag gebeuren vóór de datum van verzending van de aankondiging voor bekendmaking naar het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en dat ze geen andere inlichtingen mag bevatten.
   De aankondiging van opdracht
   * Art. 4. Artikel 4 legt de bekendmakingsvoorschriften op Europees én Belgisch niveau vast voor de opdrachten te gunnen bij gewone procedures die in dit geval de aanbesteding en de offerteaanvraag zijn. Zijn eveneens onderworpen aan deze voorschriften de opdrachten te gunnen bij onderhandelingsprocedure waarvoor een dergelijke bekendmaking is vereist zoals bepaald in artikel 17, § 3, van de wet.
   Voor elk van deze procedures dient aankondiging, opgesteld overeenkomstig bijlage 2, B, C en D, van het besluit.
   Het werd inderdaad verkieslijk geacht, het geheel van de modellen van aankondiging die moeten worden gebruikt bij de Europese bekendmaking, op te nemen in een bijlage bij het koninklijk besluit. Dit verlicht niet alleen de tekst van het besluit zelf maar maakt tevens een vlottere aanpassing van die modellen mogelijk indien ze later zouden gewijzigd worden op Europees niveau.
   De aankondigingen overgemaakt voor publikatie, mogen zeshonderdvijftig woorden niet overschrijden.
   * Art. 5. Volgens artikel 5, mag bij de procedure van openbare aanbesteding of algemene offerteaanvraag de termijn voor de ontvangst van de offertes niet korter zijn dan tweeënvijftig dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging voor publikatie. Zoals benadrukt in de toelichting bij artikel 3 kan deze termijn, voor een opdracht die het voorwerp was van een enuntiatieve aankondiging, worden teruggebracht in principe tot zesendertig dagen, met een minimumtermijn van tweeëntwintig dagen, omdat de belanghebbende beroepsmiddens vooraf ingelicht werden. Hierbij dient benadrukt te worden dat tot een inkorting van de termijn slechts mag worden overgegaan voor zover de enuntiatieve aankondiging verzonden werd voor publicatie overeenkomstig de voorwaarden bepaald in het artikel. Bovendien zijn deze termijnen minimumtermijnen die eventueel kunnen verlengd worden overeenkomstig artikel 7.
   Ter herinnering, de in kalenderdagen uitgedrukte termijnen worden berekend vanaf de dag volgend op de dag van de betrokken handeling tot en met de vervaldag.
   * Art. 6. Volgens § 1 kan, bij een beperkte aanbesteding en een beperkte offerteaanvraag, de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming niet korter zijn dan zevenendertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging. Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is deze termijn in acht te nemen, kan de aanbestedende overheid overgaan tot een versnelde procedure, die een snellere bekendmaking door het Bureau voor Officiële Publikaties inhoudt; in dat geval kan de minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming zelfs teruggebracht worden tot vijftien dagen. Aangezien deze termijn vrij kort is, zal de aanbestedende overheid aandacht moeten hebben voor de vereisten die eigen zijn aan de bekendmaking op Belgisch niveau. Het Bulletin der Aanbestedingen verschijnt immers slechts wekelijks en niet dagelijks zoals het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
   Overeenkomstig § 2 kan de termijn voor ontvangst van de offertes bij beperkte procedure niet korter zijn dan veertig dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de uitnodiging tot het indienen van een offerte indien de opdracht niet het voorwerp uitmaakte van een enuntiatieve aankondiging, en niet korter dan zesentwintig dagen in het andere geval.
   Bij een versnelde procedure zoals uiteengezet in § 1, mag deze termijn teruggebracht worden tot een minimum van tien dagen.
   Volgens § 3, kunnen de aanvragen tot deelneming aan de opdrachten en de uitnodigingen tot indiening van een offerte op verschillende wijzen gebeuren. De hiertoe gebruikte middelen moeten de snelst mogelijke zijn in geval van versnelde procedure. De reglementering heeft inderdaad, voor de beperkte procedures en voor de gevallen van onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 3, van de wet, een maximale soepelheid in berichtgeving willen waarborgen. Het zijn uiteraard de aanbestedende overheden en de betrokken aannemers die bij die snelle berichtgeving de nodige voorzichtigheid en waakzaamheid moeten aan de dag leggen. Dat is trouwens de reden waarom deze zelfde § 3 de aannemers verplicht hun aanvraag tot deelneming te bevestigen in een brief verstuurd vóór het verstrijken van de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming. Dit vormvoorschrift wordt opgelegd in het belang van de aanbestedende overheid.
   Paragraaf 4 bepaalt welke inlichtingen de uitnodiging tot indiening van een offerte moet bevatten. Die uitnodiging omvat in beginsel het bestek. De aanbestedende overheid mag ook het adres van de dienst aanduiden - bijvoorbeeld het verkoop- en consultatiebureau van de bestekken en andere documenten betreffende de openbare aanbestedingen - die belast is met het overhandigen van het bestek, alsmede het bedrag en de wijze van betaling van de voor die documenten eventueel verschuldigde prijs. De verkoopprijs van dergelijke documenten mag nooit meer bedragen dan de kostprijs van het drukken ervan, met uitzondering van de studiekosten die op één of andere wijze nodig zijn voor hun bijwerking.
   * Art. 7. Het eerste lid verdient benadrukt te worden vermits het verduidelijkt dat de termijnen die voor de indiening van de offertes zijn bepaald in de artikelen 5 en 6, zo nodig, op passende wijze moeten verlengd worden wanneer de te onderzoeken documentatie omvangrijk is, wanneer een bezoek ter plaatse nodig is of wanneer bij het bestek horende documenten ter plaatse dienen geraadpleegd te worden. De grondgedachte is inderdaad dat de termijnen vastgesteld door of in samenhang met de reglementering, minimumtermijnen zijn. De aanbestedende overheid zal dus moeten oordelen of een langere termijn moet vastgesteld worden wanneer die omstandigheden zich voordoen.
   Leden 2 en 3 bepalen de termijn waarbinnen het bestek en de bijkomende inlichtingen over het bestek moeten verstrekt worden.
   De aankondiging van gegunde opdracht
   * Art. 8. Wat ook de gebruikte procedure is en dus ook in geval van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking bij de aanvang van de procedure in de zin van artikel 17, § 2, van de wet van 24 december 1993, dient voor elke overheidsopdracht die de drempel van 206 miljoen frank bereikt, een aankondiging, opgesteld overeenkomstig het model in bijlage 2, E, en inlichtingen bevattend over de uitslagen van de procedure, verstuurd te worden naar de Europese Commissie binnen achtenveertig dagen na de gunning. Deze aankondiging is bestemd voor bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en moet ook in het Bulletin der Aanbestedingen worden bekendgemaakt. De gunning komt tot stand door ofwel de kennisgeving van de goedkeuring van de offerte krachtens artikel 117 wat de gewone procedures betreft, ofwel het sluiten van een overeenkomst bij een onderhandelingsprocedure.
   Er dient onderstreept te worden dat het de aanbestedende overheid toegestaan is in bepaalde gevallen sommige inlichtingen niet openbaar te maken wanneer die openbaarmaking de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het algemeen belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige handelsbelangen van ondernemingen of een eerlijke, onderlinge concurrentie zou aantasten.
   Een aankondiging van gegunde opdracht moet niet gepubliceerd worden voor de opdrachten gegund bij onderhandelingsprocedure op grond van artikel 17, § 2, 1°, b, van de wet, dat wil zeggen de geheime opdrachten waarvan de uitvoering moet gepaard gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen en opdrachten waarvoor de bescherming van de fundamentele belangen van 's lands veiligheid een gunning bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking vereist.
   * Art. 9. Voor elke gegunde opdracht is de aanbestedende overheid verplicht een proces-verbaal op te maken in de vereiste vorm, waarvan de inhoud of de belangrijkste punten op aanvraag aan de Europese Commissie moeten worden overgemaakt.

Begin Preambule Verslag aan de Koning
Inhoudstafel Wijziging(en)