J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2021/04/23/2021041529/justel

Titel
23 APRIL 2021. - Wet tot implementatie van het UNESCO-verdrag van 2 november 2001 ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water en de bescherming van waardevolle wrakken

Bron :
MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 25-05-2021 nummer :   2021041529 bladzijde : 53267       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2021-04-23/10
Inwerkingtreding : 04-06-2021

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2014014248        2017030001        2019A12565       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Cultureel erfgoed onder water in Belgische maritieme zones
Art. 4-8
HOOFDSTUK 3. - Wrakken in Belgische maritieme zones
Art. 9-11
HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 12-19
HOOFDSTUK 5. - Handhaving
Art. 20-22
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
Art. 23-25

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
  1° cultureel erfgoed onder water: alle sporen van menselijke aanwezigheid evenals gefossiliseerde dierlijke of plantaardige overblijfselen met een wetenschappelijk karakter met een cultureel, historisch of archeologisch karakter die zich deels of volledig, tijdelijk of permanent sinds ten minste 100 jaar onder water bevinden, in het bijzonder:
  a. vindplaatsen, structuren, gebouwen, voorwerpen en menselijke resten alsook hun archeologische en natuurlijke context;
  b. schepen, luchtvaartuigen, andere vervoermiddelen of delen daarvan met hun vracht of andere inhoud alsook hun archeologische en natuurlijke context;
  c. prehistorische voorwerpen en alle fossielen van gewervelden, ongewervelden en planten evenals hun paleontologische context;
  2° wrakken: schepen, luchtvaartuigen, andere vervoermiddelen of delen daarvan met hun vracht of andere inhoud die zich minder dan honderd jaar onder water bevinden;
  3° verdrag: het Verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen te Parijs op 2 november 2001;
  4° UNESCO: de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur;
  5° minister: de minister tot wiens bevoegdheid de maritieme mobiliteit behoort
  6° schepen en luchtvaartuigen van een staat: oorlogsschepen en andere schepen of luchtvaartuigen die eigendom waren van een staat of die onder zijn gezag stonden, die op het tijdstip dat ze zonken uitsluitend werden gebruikt ten behoeve van niet-commerciėle doeleinden van openbare dienstverlening, die als dusdanig zijn geļdentificeerd en die voldoen aan de begripsomschrijving van cultureel erfgoed onder water of wrakken;
  7° "werkzaamheden aan het cultureel erfgoed onder water": activiteiten waarvan het cultureel erfgoed onder water hoofdzakelijk het voorwerp is en die het erfgoed fysiek kunnen aantasten of er rechtstreeks of onrechtstreeks andere schade aan kunnen veroorzaken;
  8° ontvanger: de door de Koning aangewezen ontvanger van het cultureel erfgoed onder water;
  9° ontdekking: het vinden van cultureel erfgoed onder water, sporen van menselijke aanwezigheid met een cultureel, historisch of archeologisch karakter of wrakken die nog niet zijn opgenomen in het register van cultureel erfgoed onder water bedoeld in artikel 16;
  10° ontdekker: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het cultureel erfgoed onder water of het wrak heeft gemeld overeenkomstig artikelen 5 of 10;
  11° Belgische maritieme zones: de zones zoals bedoeld in artikel 1.1.1.4, 3°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
  12° administratie: de door de Koning aangewezen dienst belast met de taken opgedragen door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.

  Art. 3. Deze wet is niet van toepassing op:
  1° wrakken en wrakstukken die onder het toepassingsgebied van hoofdstuk 6 van titel 7 van boek 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek vallen;
  2° pijpleidingen en kabels die op de zeebodem liggen;
  3° andere installaties dan pijpleidingen of kabels die zich op de zeebodem bevinden en die nog worden gebruikt.

  HOOFDSTUK 2. - Cultureel erfgoed onder water in Belgische maritieme zones

  Art. 4. Dit hoofdstuk is van toepassing op cultureel erfgoed onder water in de Belgische maritieme zones.

  Art. 5. Iedereen die cultureel erfgoed onder water zoals bedoeld in artikel 4 ontdekt, meldt dit aan de ontvanger. De ontvanger bezorgt deze melding onverwijld aan de administratie.
  De meldingen gebeuren op elektronische wijze. De Koning bepaalt de nadere regels van de melding en de wijze waarop de ontvanger de melding bezorgt aan de administratie.
  Belgische oorlogschepen of Belgische gezagsschepen die niet deelnemen aan werkzaamheden aan het cultureel erfgoed onder water zijn niet verplicht om de ontdekking van cultureel erfgoed onder water te melden aan de ontvanger indien deze informatie gevaar inhoudt voor een lopende operatie, het operationele vermogen van deze schepen of het bewaren van geclassificeerde informatie overeenkomstig hoofdstuk 2 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

  Art. 6. § 1. Het is verboden om zonder voorafgaande machtiging door de ontvanger cultureel erfgoed onder water intentioneel boven water te brengen. De ontvanger kan voorwaarden betreffende het opslaan, bewaren en beheren van het cultureel erfgoed onder water opleggen met het oog op de conservering ervan op lange termijn.
  § 2. Het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan cultureel erfgoed onder water zonder voorafgaande machtiging van de ontvanger. Bij het verlenen van de machtiging houdt de ontvanger rekening met regels in bijlage 1 bij het Verdrag.

  Art. 7. § 1. De ontvanger stelt een onderzoeksrapport op met het oog op het beschermen van het cultureel erfgoed onder water in situ. Na het advies van de ontvanger bepaalt de minister of het cultureel erfgoed onder water in situ beschermd wordt.
  De Koning bepaalt de nadere regels en de inhoud van het onderzoeksrapport.
  § 2. De minister kan het cultureel erfgoed onder water in situ beschermen zonder dat een onderzoeksrapport werd opgesteld, indien de minister van oordeel is dat er voldoende en dringende redenen zijn.
  § 3. De minister kan individuele maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming, mits een afweging te doen van de mogelijke impact van die maatregelen op de activiteiten in de omgeving en na advies van de Raadgevende Commissie bedoeld in artikel 5bis, § 3, van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van Belgiė.

  Art. 8. § 1. Het is verboden om zonder voorafgaande machtiging door de minister cultureel erfgoed onder water dat in situ beschermd is intentioneel boven water te brengen. De minister kan voorwaarden betreffende het opslaan, bewaren en beheren van het cultureel erfgoed opleggen met het oog op de conservering ervan op lange termijn.
  § 2. Het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan cultureel erfgoed onder water dat in situ beschermd is zonder voorafgaande machtiging van de minister. Bij het verlenen van de machtiging houdt de minister rekening met regels in bijlage 1 bij het Verdrag.

  HOOFDSTUK 3. - Wrakken in Belgische maritieme zones

  Art. 9. Dit hoofdstuk is van toepassing op wrakken in de Belgische maritieme zones.

  Art. 10. Iedereen die wrakken bedoeld in artikel 9 ontdekt, meldt dit aan de ontvanger. De ontvanger bezorgt deze melding onverwijld aan de administratie.
  De meldingen gebeuren op elektronische wijze. De Koning bepaalt de nadere regels van de melding en de wijze waarop de ontvanger de melding bezorgt aan de administratie.
  Belgische oorlogschepen of Belgische gezagsschepen die niet deelnemen aan werkzaamheden aan het cultureel erfgoed onder water zijn niet verplicht om de ontdekking van een wrak te melden aan de ontvanger indien deze informatie gevaar inhoudt voor een lopende operatie, het operationele vermogen van deze schepen of het bewaren van geclassificeerde informatie overeenkomstig hoofdstuk 2 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

  Art. 11. § 1. De ontvanger stelt een onderzoeksrapport op van de wrakken met het oog op het gelijkstellen van het wrak als cultureel erfgoed onder water en de eventuele bescherming in situ.
  De minister kan bepalen dat het wrak gelijkgesteld wordt met cultureel erfgoed onder water. Op het moment dat het wrak 100 jaar onder water ligt, wordt het cultureel erfgoed onder water, ongeacht of het vooraf werd gelijkgesteld met cultureel erfgoed onder water of niet.
  De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het onderzoeksrapport en de criteria waaraan het wrak moet voldoen om met cultureel erfgoed onder water te worden gelijkgesteld.
  § 2. De minister kan een wrak gelijkstellen met cultureel erfgoed onder water zonder dat een onderzoeksrapport werd opgesteld, indien de minister van oordeel is dat er voldoende dringende redenen zijn.
  § 3. De minister kan individuele maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming, mits een afweging te doen van alle mogelijke impact van die maatregelen op de activiteiten in de omgeving en na advies van de Raadgevende Commissie bedoeld in artikel 5bis, § 3, van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van Belgiė.
  § 4. Artikel 8 is van toepassing op het wrak dat gelijkgesteld is met cultureel erfgoed onder water en in situ werd beschermd.

  HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Art. 12. De Koning kan reglementaire maatregelen nemen tot bescherming van het cultureel erfgoed onder water en de wrakken die gelijkgesteld werden met cultureel erfgoed onder water.

  Art. 13. Het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan een schip of luchtvaartuig van een staat zonder toestemming van de vlaggenstaat.
  In afwijking van het eerste lid kan de ontvanger of de minister, naargelang het geval, een machtiging verlenen om werkzaamheden te verrichten aan een schip of luchtvaartuig van een staat, zo nodig, nog voor er overleg met de vlaggenstaat heeft plaatsgevonden, indien deze van oordeel is dat er passende maatregelen moeten worden genomen om een onmiddellijk gevaar dat het gevolg is van menselijke activiteit of een andere oorzaak heeft, met inbegrip van plundering, af te wenden.

  Art. 14. Cultureel erfgoed onder water en wrakken blijven eigendom van de eigenaar die bekend was op het ogenblik van het vergaan. Indien deze niet achterhaald kan worden, wordt de ontdekker eigenaar.
  In afwijking van het eerste lid beschikken Belgische openbare besturen, instellingen van openbaar nut of musea over een recht tot aankoop. De Koning bepaalt hoe het recht tot aankoop wordt georganiseerd en binnen welke termijn dit moet worden uitgeoefend.
  In afwijking van het eerste lid wordt cultureel erfgoed onder water dat ontdekt wordt tijdens werkzaamheden waarvoor een milieuvergunning overeenkomstig artikel 25 van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van Belgiė werd afgegeven en waarvoor geen eigendom achterhaald kon worden eigendom van de Belgische Staat.

  Art. 15. De ontvanger legt een openbaar elektronisch register aan van het cultureel erfgoed onder water en de wrakken die gelijkgesteld werden met cultureel erfgoed onder water. Indien het bekendmaken van de informatie een gevaar of een risico kan opleveren voor het behoud van het cultureel erfgoed onder water of wrak, wordt deze informatie niet opgenomen in het register. De Koning bepaalt de nadere regels met betrekking tot het register.

  Art. 16. De ontvanger stelt de directeur-generaal van UNESCO in kennis van het cultureel erfgoed onder water.

  Art. 17. Cultureel erfgoed onder water en wrakken die gelijkgesteld werden met cultureel erfgoed onder water mogen niet worden gebruikt voor commerciėle exploitatiedoeleinden. Schepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren, kunnen niet worden ingezet voor werkzaamheden die strijdig zijn met het Verdrag.
  Het is verboden om cultureel erfgoed onder water of wrakken die gelijkgesteld werden met cultureel erfgoed onder water, verkregen op een wijze niet in overeenstemming met deze wet of in strijd met het Verdrag. Te bezitten, in te voeren, uit te voeren of te verhandelen.

  Art. 18. Menselijke resten worden respectvol bejegend.

  Art. 19. De vondsten die overeenkomstig artikel 7 van de wet van 4 april 2014 betreffende de bescherming van het cultureel erfgoed onder water zijn opgenomen in het elektronisch register en voldoen aan de definitie van cultureel erfgoed onder water worden automatisch opgenomen in het register bedoeld in artikel 15 van deze wet.

  HOOFDSTUK 5. - Handhaving

  Art. 20. § 1. Zijn belast met de opsporing en vaststelling van de inbreuken op deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten:
  1° de scheepvaartcontrole bedoeld in artikel 1.1.1.2, 4°, van het Belgische Scheepvaartwetboek;
  2° de scheepvaartpolitie bedoeld in artikel 1.1.1.2, 6°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
  3° de daartoe aangestelde personeelsleden van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee;
  4° de personeelsleden van het Ministerie van Landsverdediging;
  5° de personeelsleden van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiėn.
  De in het eerste lid bedoelde diensten en personeelsleden kunnen zich alle inlichtingen doen verstrekken en bescheiden doen overleggen die zij tot het volbrengen van hun taak nodig achten en ze kunnen overgaan tot alle nuttige vaststellingen. Zij hebben de vrije toegang tot de vaartuigen en de havens voor het vaststellen van de overtredingen. Toegang tot de bewoonde gedeelten van vaartuigen kan evenwel enkel met de toelating van een onderzoeksrechter.
  § 2. De processen-verbaal die door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1 worden opgemaakt hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen wordt.

  Art. 21. De aan het verbod bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderworpen voorwerpen worden in beslag genomen door de diensten en personeelsleden bedoeld in artikel 20, § 1, eerste lid.

  Art. 22. § 1. Onverminderd § 4 worden de inbreuken op de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten gestraft met een geldboete van 100 euro tot 10 000 euro.
  Onverminderd § 4 worden inbreuken op de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot een schip of luchtvaartuig van een staat gestraft met een geldboete van 1 000 euro tot 20 000 euro.
  § 2. De bepalingen van hoofdstuk VII van boek I en van artikel 85 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de misdrijven bedoeld in paragraaf 1.
  § 3. De in artikel 21 bedoelde voorwerpen en vaartuigen kunnen door de rechter worden verbeurdverklaard.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt eenieder die de reglementaire of individuele beschermingsmaatregelen overtreedt bedoeld in artikel 7, § 3, 11, § 3 of 12, gestraft met een administratieve geldboete van 100 tot 10 000 euro. De administratieve boete wordt opgelegd overeenkomstig de procedure bepaald in hoofdstuk 3 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.

  HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

  Art. 23. In artikel 2.7.5.4, § 2, 2°, van het Belgische Scheepvaartwetboek wordt de bepaling onder b vervangen als volgt: "b) de wet van 23 april 2021 tot implementatie van het UNESCO-verdrag van 2 november 2001 ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water en de bescherming van waardevolle wrakken;".

  Art. 24. In artikel 2 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten worden de woorden "- wet van 4 april 2014 betreffende bescherming van het cultureel erfgoed onder water;" opgeheven.

  Art. 25. De wet van 4 april 2014 betreffende de bescherming van het cultureel erfgoed onder water wordt opgeheven.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 23 april 2021.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Financiėn
V. VAN PETEGHEM
De Minister van Noordzee,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Defensie,
L. DEDONDER
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. VERLINDEN
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 55-1794 Integraal verslag : 25 maart 2021

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie