J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2019/05/09/2019013002/justel

Titel
9 MEI 2019. - Wet betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid van architecten, landmeters-experten, veiligheids- en gezondheidscoördinatoren en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van diverse wetsbepalingen betreffende de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid in de bouwsector (genoemd ook : "Wet betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid in de bouwsector")

Bron :
SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 26-06-2019 nummer :   2019013002 bladzijde : 65575       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-05-09/16
Inwerkingtreding : 01-07-2019

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1939022050        2017030353        2001012050        2003011313       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Verplichting tot verzekering
Art. 3-9
HOOFDSTUK 4. - Tariferingsbureau
Art. 10-11
HOOFDSTUK 5. - Bewijs
Art. 12-14
HOOFDSTUK 6. - Opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken begaan door de landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of de andere dienstverleners in de bouwsector
Art. 15
HOOFDSTUK 7. - Opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken begaan door de architect
Art. 16-19
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen aan de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect
Art. 20
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
Art. 21
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen aan de wet van 11 mei 2003 tot de bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert
Art. 22
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen aan de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect
Art. 23-30
HOOFDSTUK 12. - Slotbepalingen
Art. 31-33

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Definities

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° architect: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ertoe gemachtigd is het beroep van architect uit te oefenen overeenkomstig artikel 2 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect en voor zover zijn activiteit betrekking heeft op geleverde intellectuele prestaties in het kader van onroerende werken uitgevoerd in België;
  2° landmeter-expert: elke natuurlijke of rechtspersoon die ertoe gemachtigd werd om het beroep van landmeter-expert uit te oefenen in de zin van artikel 2 van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, en voor zover zijn activiteit betrekking heeft op geleverde intellectuele prestaties in het kader van onroerende werken uitgevoerd in België;
  3° veiligheids- en gezondheidscoördinator: elke natuurlijke of rechtspersoon die ertoe gemachtigd werd om de functie van veiligheids- en gezondheidscoördinator uit te oefenen in de zin van artikel 3, § 1, 12° of 13°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en voor zover hun activiteit betrekking heeft op geleverde intellectuele prestaties in het kader van onroerende werken uitgevoerd in België;
  4° andere dienstverleners in de bouwsector: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, andere dan bouwpromotoren, die voor rekening van een derde en mits rechtstreekse of onrechtstreekse vergoeding zich ertoe verbindt, in volledige onafhankelijkheid, doch zonder vertegenwoordigingsbevoegdheid, hoofdzakelijk immateriële prestaties te verrichten in het kader van onroerende werken uitgevoerd in België; onder prestaties voor rekening van derden vallen niet de prestaties die door de onderneming of de leden van een tijdelijke handelsvennootschap voor rekening van de onderneming zelf, een onderneming van de groep, dan wel voor rekening van één of meerdere leden van de tijdelijke handelsvennootschap worden verricht, wanneer deze laatste zelf instaan voor de uitvoering van de bouwwerken waarop deze prestaties betrekking hebben; de Koning kan bepaalde beroepen van deze categorie uitsluiten;
  5° verzekeringsonderneming: de verzekeringsonderneming zoals gedefinieerd door artikel 5, 6° en 7°, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
  6° de wet betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid: de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect;
  7° België: het Belgisch grondgebied en de maritieme gebieden onder Belgische jurisdictie, te weten de territoriale zee en de exclusieve economische zone vastgesteld door de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee;
  8° de FSMA: de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  9° de minister: de minister bevoegd voor Verze-keringen.

  HOOFDSTUK 3. - Verplichting tot verzekering

  Art. 3. Elke architect, landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of andere dienstverlener in de bouwsector van wie de aansprakelijkheid, met uitzondering van de tienjarige aansprakelijkheid bedoeld in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek, in het gedrang kan komen wegens de intellectuele prestaties die zij beroepshalve stellen of de intellectuele prestaties van hun aangestelden, is verplicht gedekt door een verzekering.
  Elke architect, landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of andere dienstverlener in de bouwsector heeft eveneens de verplichting om een verzekering af te sluiten die zijn aansprakelijkheid dekt voor vorderingen die worden ingesteld binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de dag dat er een einde gesteld is aan de inschrijving op de tabel van architecten of landmetersexperten of vanaf de dag dat de dienstverlener in de bouwsector zijn activiteiten beëindigt.
  Voor de persoon die als werknemer in de zin van artikel 2, § 1, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, de functie of de taken van de architect, landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of andere dienstverlener in de bouwsector uitoefent, onderschrijft de werkgever een verzekering voor de burgerlijke aansprakelijkheid, behalve voor de gevallen bedoeld in artikel 9 en onverminderd de mogelijkheid voor de werkgever om zichzelf of zijn werknemer een globale verzekering bepaald in artikel 8, tweede lid te laten genieten.

  Art. 4. De dekking in geval van burgerlijke aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 3, waarin de verzekeringsovereenkomst voorziet, mag, per schadegeval, niet lager liggen dan:
  1° 1 500 000 euro voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels;
  2° 500 000 euro voor het totaal van de materiële en immateriële schade;
  3° 10 000 euro voor de voorwerpen die aan de verzekerde zijn toevertrouwd door de bouwheer;
  met een jaarlijkse limiet van 5 000 000 euro, alle schadegevallen gecombineerd.
  Het bedrag in de bepaling onder 1° van het eerste lid is gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen. De basisindex is deze van de maand april 2007. Voor de indexering neemt men de index van het moment waarop het schadegeval wordt gemeld, in aanmerking.
  De bedragen in de bepalingen onder 2° en 3°, van het eerste lid zijn gekoppeld aan de ABEX-index. De basisindex is deze van het eerste semester van 2007. Voor de indexering neemt men de index van het moment waarop het schadegeval wordt gemeld, in aanmerking.

  Art. 5. Mogen enkel uitgesloten worden van de dekking:
  1° de schade ingevolge radioactiviteit;
  2° de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels ingevolge de blootstelling aan wettelijk verboden producten;
  3° schade ten gevolge van de gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van contractuele verbintenissen, daaronder begrepen:
  a) de gevolgen van het niet respecteren van een verplichting om eender welke verzekeringsovereenkomst af te sluiten of in stand te houden of om een borgstelling neer te leggen;
  b) de opgelopen vertraging in de uitvoering van een opdracht of een prestatie;
  c) de gemaakte kosten om een slecht uitgevoerde prestatie te herbeginnen of te verbeteren;
  4° de contractuele, administratieve of economische boeten;
  5° de vorderingen betreffende de adviezen die werden verstrekt in verband met:
  a) keuze en plaats van een installatie, voor zover die vorderingen betrekking hebben op het financiële of economische nadeel dat volgt uit die keuze en niet op de intrinsieke kwaliteiten van de installatie, inzonderheid haar stabiliteit of haar werking;
  b) conjunctuur of marktsituatie, financiële verrichtingen;
  6° de vorderingen betreffende overschrijdingen van kostenramingen of budgetten, het ontbreken van controles of het maken van fouten in de kostenberekening alsook iedere vordering betreffende betwistingen of inhoudingen van honoraria en kosten;
  7° schade ten gevolge van financiële verrichtingen, misbruik van vertrouwen, oplichting, verduistering of alle dergelijke handelingen, alsook oneerlijke concurrentie of aantasting van intellectuele rechten zoals uitvindingsoctrooien, handelsmerken, tekeningen of modellen en auteursrechten;
  8° de vorderingen tot schadeloosstelling wegens milieuaantasting en de schade die hier het gevolg van is;
  9° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de maatschappelijke lasthebbers van de verzekerde onderneming krachtens de geldende wetgeving betreffende de fouten in het beheer die zij zouden begaan in hun hoedanigheid van bestuurder of zaakvoerder;
  10° schade veroorzaakt door motorrijtuigen in de gevallen van aansprakelijkheid als beoogd door de wetgeving op de verplichte verzekering van motorrijtuigen;
  11° schade voor dewelke de regelgeving in een financiële tussenkomst voorziet ten voordele van slachtoffers van terreurdaden.
  Na raadpleging van de Commissie voor Verzekeringen, kan de Koning in andere uitsluitingen voorzien.
  De uitsluitingen bedoeld in de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen zijn eveneens van toepassing.

  Art. 6. De verzekeringswaarborg geldt voor de vorderingen tot vergoeding die tijdens de looptijd van de verzekeringsovereenkomst schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerden of de verzekeringsonderneming op basis van een in deze overeenkomst gewaarborgde aansprakelijkheid en die betrekking hebben op schade die zich tijdens dezelfde looptijd heeft voorgedaan.
  Worden ook in aanmerking genomen, op voorwaarde dat ze schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerde of de verzekeringsonderneming binnen een termijn van zesendertig maanden te rekenen van het einde van de verzekeringsovereenkomst, de vorderingen tot vergoeding die betrekking hebben op:
  1° schade die zich tijdens de looptijd van deze overeenkomst heeft voorgedaan indien bij het einde van deze overeenkomst het risico niet door een andere verzekeringsonderneming is gedekt;
  2° daden of feiten die aanleiding kunnen geven tot schade, die tijdens de duur van deze overeenkomst zijn voorgevallen en aan de verzekeringsonderneming zijn aangegeven.

  Art. 7. Wordt beschouwd als verzekerde, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die het beroep van architect, het beroep van landmeter-expert, of de functie van veiligheids- en gezondheidscoördinator of andere dienstverlener van de bouwsector uitoefent en die vermeld wordt in de verzekeringsovereenkomst, alsook hun aangestelden.
  Het personeel, de stagiairs, de leerlingen en andere medewerkers van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die het beroep van architect, landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of andere dienstverlener van de bouwsector uitoefent, worden beschouwd als zijn aangestelden wanneer zij voor zijn rekening handelen.
  Zijn eveneens gedekt in het geval van een rechtspersoon, de bestuurders, zaakvoerders, leden van het directiecomité en alle andere organen van de rechtspersoon die belast zijn met het beheer of het bestuur van de rechtspersoon, welke de benaming van hun functie ook is, wanneer zij handelen voor rekening van de rechtspersoon onderworpen aan de verzekeringsplicht bepaald bij artikel 3.

  Art. 8. De verzekeringen bedoeld in deze wet en die de aansprakelijkheid dekken van de architecten, de landmeters-experten, de veiligheids- en gezondheidscoördinatoren en de andere dienstverleners in de bouwsector mogen worden onderschreven ofwel onder de vorm van een jaarpolis ofwel onder de vorm van een polis per project.
  Deze verzekeringen kunnen deel uitmaken van een globale verzekering onderschreven voor rekening van alle verzekeringsplichtigen die op een bepaalde werf moeten optreden. In dit geval is de verzekeringnemer, behoudens andersluidend beding, steeds verzekerd.

  Art. 9. In afwijking van artikel 3 is de architect, de landmeter-expert, de veiligheids- en gezondheidscoördinator of de andere dienstverlener in de bouwsector, indien hij zijn activiteit uitoefent als ambtenaar van de overheid of een daarvan afhankelijk orgaan, niet gehouden een verzekeringsdekking te nemen, voor zover zijn aansprakelijkheid gedekt wordt door de overheid of een daarvan afhankelijk orgaan.
  Bij gebrek aan een verzekering als bedoeld in het eerste lid, is de overheid of een daarvan afhankelijk orgaan aansprakelijk ten aanzien van de benadeelden, onder dezelfde voorwaarden als de verzekeringsonderneming binnen de limieten van de waarborg voorzien in de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen; op hen zijn met name de nadere regelen en voorwaarden van toepassing van de verzekeringen voorzien bij deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.

  HOOFDSTUK 4. - Tariferingsbureau

  Art. 10. § 1. Het Tariferingsbureau vermeld in hoofdstuk 4 van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid, is eveneens bevoegd om de premie en de voorwaarden waaronder een verzekeringsonderneming een persoon dekt die gehouden is tot de verzekeringsplicht krachtens deze wet, en die geen dekking vindt op de markt, vast te stellen.
  § 2. Iedere persoon onderworpen aan de verzekeringsplicht krachtens deze wet kan bij het Tariferingsbureau een aanvraag indienen als ten minste drie verzekeringsondernemingen waartoe de persoon zich heeft gewend, geweigerd hebben hem een dekking toe te staan.
  De Koning kan bijkomende voorwaarden vastleggen voor aanvaarding van de verzekeringsaanvraag en deze moduleren voor bepaalde risicocategorieën die Hij bepaalt.
  Het Tariferingsbureau legt de premie vast rekening houdend met het risico dat de verzekeringnemer vertoont. Het kan zelf voorwaarden opleggen om het risico dat de verzekeringnemer vertoont te verminderen.
  Indien het Bureau een risico weigert te dekken, motiveert het zijn beslissing.
  § 3. De Koning legt de voorwaarden vast voor de werking van het Bureau en de verplichtingen van de verzekeringsondernemingen.

  Art. 11. § 1. De minister erkent, onder de voorwaarden die door de Koning bepaald zijn, een compensatiekas die als opdracht heeft, de resultaten van het beheer van de risico's die onder de voorwaarden van het Bureau zijn getarifeerd te verdelen, en te voorzien in de werkingskosten van het Bureau.
  De Compensatiekas kan dezelfde zijn als deze voorzien bij artikel 10/1 van de wet betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid.
  § 2. De minister keurt de statuten goed en regelt de controle op de activiteiten van de Compensatiekas. Hij wijst de handelingen aan die in het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. Zo nodig stelt de minister de Compensatiekas in.
  § 3. De verzekeringsondernemingen die de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid uitbating en de verzekering burgerlijke beroepsaansprakelijkheid in de bouwsector aanbieden, zijn hoofdelijk gehouden aan de Compensatiekas de stortingen te doen die nodig zijn voor het volbrengen van haar opdracht en om haar werkingskosten te dragen, voor wat betreft de risico's getarifeerd op basis van artikel 10.
  Indien de Compensatiekas door de minister is ingesteld, legt een ministerieel besluit de regels vast voor het berekenen van de stortingen die door de verzekeringsondernemingen moeten worden gedaan.
  § 4. De minister kan de erkenning intrekken indien de Compensatiekas niet handelt overeenkomstig de wetten, reglementen of haar statuten.
  In dat geval kan de FSMA alle passende maatregelen nemen tot vrijwaring van de rechten van de verzekeringnemers, de verzekerden en de benadeelden.

  HOOFDSTUK 5. - Bewijs

  Art. 12. § 1. De verzekeringsonderneming stelt uiterlijk op 31 maart van elk jaar aan de bevoegde Raad van de Orde van Architecten een elektronische lijst ter beschikking van de architecten die bij haar een verzekeringsovereenkomst gesloten hebben met vermelding van het ondernemingsnummer en de naam van de architect, zijn inschrijvingsnummer bij de Orde van Architecten, het nummer van de verzekeringspolis en de begin- en einddatum van de verzekeringsdekking.
  De verzekeringsonderneming of de architect kan een verzekeringsovereenkomst niet opzeggen zonder hiervan de bevoegde Raad van de Orde van Architecten per aangetekende zending te hebben verwittigd, uiterlijk vijftien dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging waarvan hij tegelijkertijd de datum meedeelt.
  De verzekeringsonderneming stelt trimestrieel de bevoegde Raad van de Orde van Architecten via een elektronische lijst in kennis van de verzekeringsovereenkomsten die opgezegd of geschorst zijn, of waarvan de dekking geschorst werd.
  § 2. De verzekeringsondernemingen die hun zetel hebben in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte bezorgen aan de bevoegde Orde van Architecten een attest waaruit blijkt dat de dekking gelijkwaardig of in wezen vergelijkbaar is met een verzekering die conform deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is. Een aanvullende garantie kan desgevallend worden geëist als de verzekeringsdekking niet in overeenstemming met deze wet blijkt te zijn.
  De verzekeringsonderneming of de architect kan een verzekeringsovereenkomst niet opzeggen zonder hiervan de bevoegde Raad van de Orde van Architecten per aangetekende brief te hebben verwittigd, uiterlijk vijftiendagen voor de inwerkingtreding van de opzegging waarvan hij tegelijkertijd de datum meedeelt.
  De verzekeringsonderneming stelt trimestrieel de bevoegde Raad van de Orde van Architecten via een lijst in kennis van de verzekeringsovereenkomsten die opgezegd of geschorst zijn, of waarvan de dekking geschorst werd.
  § 3. De architectuurovereenkomst vermeldt verplicht het inschrijvingsnummer van de architect bij de Orde van Architecten, evenals de contactgegevens van de bevoegde Raad van de Orde van architecten die kan worden geraadpleegd met het oog op de naleving van de verzekeringsplicht.
  § 4. Wanneer het beroep van architect uitgevoerd wordt door een rechtspersoon conform deze wet, zijn alle zaakvoerders, actieve vennoten, bestuurders en leden van het directiecomité hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verzekeringspremies.

  Art. 13. § 1. De verzekeringsonderneming moet uiterlijk op 31 maart van elk jaar aan de Federale Raad van landmeters-experten een elektronische lijst bezorgen van de landmeters-experten die een verzekeringsovereenkomst hebben afgesloten. Dit document bevat het ondernemingsnummer en de naam van de landmeter-expert, zijn inschrijvingsnummer bij de Federale Raad van landmeters-experten, het nummer van de verzekeringspolis en de begin- en einddatum van de verzekeringsdekking.
  De verzekeringsonderneming of de landmeter-expert kan een verzekeringsovereenkomst niet opzeggen zonder hiervan de Federale Raad van landmeters-experten per aangetekende zending te hebben verwittigd uiterlijk vijftien dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging, waarvan zij of hij tegelijkertijd de datum meedeelt.
  De verzekeringsonderneming stelt trimestrieel de Federale Raad van landmeters-experten via een elektronische lijst in kennis van de verzekeringsovereenkomsten die opgezegd of geschorst zijn, of waarvan de dekking geschorst werd.
  § 2. De verzekeringsondernemingen die gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte bezorgen de Federale Raad van landmeters-experten een attest dat het mogelijk maakt te bepalen of de dekking equivalent of in essentie vergelijkbaar is met een verzekering conform deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. Er kan eventueel een bijkomende garantie geëist worden als de verzekeringsdekking niet conform blijkt met deze wet.
  De verzekeringsonderneming of de landmeter-expert kan een verzekeringsovereenkomst niet opzeggen zonder hiervan de Federale Raad van landmeters-experten per aangetekende zending te hebben verwittigd uiterlijk vijftien dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging, waarvan zij of hij tegelijkertijd de datum meedeelt.
  De verzekeringsonderneming stelt trimestrieel de Federale Raad van landmeters-experten via een elektronische lijst in kennis van de verzekeringsovereenkomsten die opgezegd of geschorst zijn, of waarvan de dekking geschorst werd.
  § 3. De overeenkomst voor het leveren van diensten als landmeter-expert vermeldt verplicht de contactgegevens van de Federale Raad van landmeters-experten die kan worden geraadpleegd in het kader van de naleving van de verzekeringsplicht.
  § 4. Wanneer het beroep van landmeter-expert uitgevoerd wordt door een rechtspersoon conform deze wet, zijn alle zaakvoerders, actieve vennoten, bestuurders en leden van het directiecomité hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verzekeringspremies.

  Art. 14. § 1. Alle contractuele documenten opgesteld door een architect, landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of andere dienstverleners in de bouwsector vermelden:
  1° de naam en het ondernemingsnummer van de verzekeringsonderneming;
  2° het nummer van de verzekeringsovereenkomst.
  § 2. Op de werf overhandigt elke architect, landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of andere dienstverlener in de bouwsector een exemplaar van het attest van verzekering op het eerste verzoek waarbij de verzekeringsonderneming bevestigd dat de verzekeringsdekking in overeenstemming is met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  De Koning kan de vorm en de modaliteiten van dit attest bepalen.

  HOOFDSTUK 6. - Opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken begaan door de landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of de andere dienstverleners in de bouwsector

  Art. 15. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de politieambtenaren van de lokale en federale politie, zijn de door de Koning aangestelde ambtenaren gemachtigd om toezicht te houden op de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  § 2. Aan elke natuurlijke of rechtspersoon, die de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten niet naleeft, kan door deze ambtenaren een waarschuwing worden gericht.
  De waarschuwing vermeldt:
  1° de ten laste gelegde feiten en de geschonden bepalingen;
  2° het gevolg dat aan de waarschuwing wordt gegeven en de termijn waarbinnen dit gebeurt;
  3° dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, ofwel de procureur des Konings ingelicht zal worden ofwel de transactieprocedure bedoeld in paragraaf 4 toegepast zal worden. De waarschuwing vermeldt de gekozen actie.
  § 3. Het door deze ambtenaren opgestelde proces-verbaal heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
  Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen vijftien dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij aangetekende zending toegestuurd.
  § 4. Op basis van het proces-verbaal bedoeld in paragraaf 3, kunnen de door de Koning aangestelde ambtenaren een som voorstellen, waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen.
  De tarieven alsook de betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.
  De geldsom bedoeld in het tweede lid mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
  In geval van toepassing van het eerste lid wordt het proces-verbaal pas toegezonden aan de procureur des Konings als de overtreder niet is ingegaan op het voorstel tot transactie of de voorgestelde geldsom niet heeft betaald binnen de daarvoor bepaalde termijn.
  De binnen de aangegeven termijn uitgevoerde betaling doet de strafvordering vervallen, behalve indien tevoren een klacht gericht werd aan de procureur des Konings, de onderzoeksrechter verzocht werd een onderzoek in te stellen of indien het feit bij een rechtbank aanhangig gemaakt werd. In deze gevallen worden de betaalde bedragen aan de overtreder teruggestort.
  § 5. De inbreuken van de landmeter-expert, veiligheids- en gezondheidscoördinator of de andere dienstverleners in de bouwsector op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden bestraft met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 10 000 euro.

  HOOFDSTUK 7. - Opsporing, vaststelling en beteugeling van de inbreuken begaan door de architect

  Art. 16. De inbreuken van de architect op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden bestraft met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 10 000 euro.

  Art. 17. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de politieambtenaren van de lokale en federale politie, zijn de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren bevoegd om de inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen.
  § 2. De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
  Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd. Het proces-verbaal kan ook per fax of elektronische post worden meegedeeld. Indien geen reactie volgt op de mededeling per fax of elektronische post wordt deze via aangetekende zending met ontvangstmelding opgestuurd.
  § 3. In de uitoefening van hun ambt kunnen de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren de bijstand van de politiediensten vorderen.
  § 4. Onverminderd hun ondergeschiktheid aan hun meerderen in het bestuur, oefenen de gemachtigde ambtenaren de hun door dit artikel verleende bevoegdheden uit onder het toezicht van de procureur-generaal voor wat betreft de taken van opsporing en vaststelling van de in deze wet bepaalde inbreuken.
  § 5. In geval van toepassing van artikel 19 worden de in paragraaf 2 bedoelde processen-verbaal pas toegezonden aan de procureur des Konings, wanneer de overtreder de transactie niet heeft aanvaard.
  § 6. De opsporing en de vaststelling van de inbreuken, bedoeld in deze wet, gebeuren overeenkomstig de desbetreffende bepalingen, bedoeld in Titel 1, Hoofdstuk 1 van Boek XV van het Wetboek van economisch recht.

  Art. 18. Wanneer zij een inbreuk vaststellen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen de in artikel 17, § 1, bedoelde ambtenaren aan de overtreder een waarschuwing richten waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.

  Art. 19. De ambtenaren die zijn aangesteld door de minister bevoegd voor Economie kunnen aan de architect een transactie voorstellen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.

  HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen aan de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect

  Art. 20. In artikel 2 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, gewijzigd bij de wetten van 15 februari 2006, 20 juli 2006, 22 december 2008 en 31 mei 2017, wordt paragraaf 4 vervangen als volgt:
  " § 4. Niemand mag het beroep van architect uitoefenen zonder verzekerd te zijn, overeenkomstig de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid in de bouwsector, alsook de wet van betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid in de bouwsector.".

  HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

  Art. 21. Artikel 65sexies van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 januari 2005, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen aan de wet van 11 mei 2003 tot de bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert

  Art. 22. Artikel 2/2 van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, ingevoegd bij de wet van 18 juli 2013, wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen aan de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect

  Art. 23. In artikel 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 7° worden de woorden "voor Verzekeringen." vervangen door de woorden "voor Verzekeringen;";
  2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende:
  "8° gesloten ruwbouw: de elementen die bijdragen tot de stabiliteit of de stevigheid van het bouwwerk alsook de elementen die voor de wind- en waterdichtheid van het bouwwerk zorgen.".
  In artikel 3, eerste lid, van de wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "ingevolge de blootstelling aan wettelijk verboden producten" opgeheven;
  2° het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende:
  "9° schade voor dewelke de regelgeving een financiële tussenkomst voorziet ten voordele van slachtoffers van terreurdaden.".

  Art. 24. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 9. In afwijking van artikel 5, moet de aannemer, de architect of de andere dienstverlener in de bouwsector, wanneer hij zijn activiteit uitoefent als ambtenaar bij de overheid of een daarvan afhankelijk orgaan, niet gedekt zijn door een verzekering tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid op voorwaarde dat deze wordt gedekt door de overheid of het daarvan afhankelijk orgaan.
  Bij gebrek aan een verzekering is de overheid of het daarvan afhankelijk orgaan aansprakelijk ten aanzien van de benadeelden onder dezelfde voorwaarden als de verzekeringsonderneming overeenkomstig de grenzen van de waarborg zoals bepaald bij de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen; op hen worden de nadere regels en voorwaarden inzake verzekering toegepast die de Koning heeft bepaald in uitvoering van deze wet.".

  Art. 25. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 worden de woorden "de naam van de verzekeringsonderneming van de architect, diens polisnummer evenals" opgeheven;
  2° artikel 11 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. Wanneer het beroep van architect uitgeoefend wordt door een rechtspersoon conform deze wet, zijn alle zaakvoerders, werkende vennoten, bestuurders en leden van het directiecomité hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de verzekeringspremies.".

  Art. 26. In artikel 12, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. Alle contractuele documenten opgesteld door een architect, aannemer of andere dienstverlener in de bouwsector vermelden:
  1° de naam en het ondernemingsnummer van de verzekeringsonderneming;
  2° het nummer van de verzekeringsovereenkomst.";
  2° het eerste lid van paragraaf 4 wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Dit attest herneemt enkel de gegevens vermeld in artikel 19/2, tweede lid.".

  Art. 27. In artikel 15 van dezelfde wet, worden de woorden "De inbreuken van de architect op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden" vervangen door de woorden "Onverminderd artikel 19, worden de inbreuken van de architect op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten".

  Art. 28. In artikel 19 van dezelfde wet worden de woorden "op artikelen 5 en" vervangen door de woorden "op artikel".

  Art. 29. In hoofdstuk 10 van dezelfde wet wordt een artikel 20/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 20/1. Deze wet wordt ook "Wet betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid in de bouwsector" genoemd.".

  Art. 30. Artikel 21 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Gedurende een jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze wet, is indien het gaat om een overeenkomst als bedoeld bij artikel 1 van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen, de wet van toepassing op onroerende werken voor dewelke de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning later valt dan de inwerkingtreding van deze wet.".

  HOOFDSTUK 12. - Slotbepalingen

  Art. 31. Deze wet wordt ook "Wet betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke beroepsaansprakelijkheid in de bouwsector" genoemd".

  Art. 32. De bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op verzekeringsovereenkomsten gesloten vanaf de respectieve data van inwerkingtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  Zij zijn eveneens van toepassing op de bestaande verzekeringsovereenkomsten die de overeenkomsten inzake immateriële prestaties dekken die worden gesloten na de inwerkingtreding van de wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  De verzekeringsondernemingen gaan over tot de aanpassing van de verzekeringsovereenkomsten en andere verzekeringsdocumenten aan de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, uiterlijk op de datum van de wijziging, hernieuwing, verlenging of omvorming van de lopende overeenkomsten.

  Art. 33. Met uitzondering van hoofdstuk 11 dat in werking treedt op 1 juli 2018, treedt deze wet in werking op 1 juli 2019.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 9 mei 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
K. PEETERS
De Minister van Zelfstandigen,
D. DUCARME
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 3602 Integraal Verslag : 24 en 25 april 2019

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie