J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2019/05/02/2019030424/justel

Titel
2 MEI 2019. - Wet tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 17-05-2019 nummer :   2019030424 bladzijde : 47285       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-05-02/21
Inwerkingtreding : 27-05-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Algemene bepalingen
Art. 1
TITEL 2. - Mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie
Afdeling 1. - Definities
Art. 2
Afdeling 2. - De klacht
Art. 3
Afdeling 3. - Procedure voor onderling overleg
Art. 4
Afdeling 4. - Besluit van de bevoegde autoriteit betreffende de klacht
Art. 5
Afdeling 5. - Geschillenbeslechting door de raadgevende commissie
Art. 6
Afdeling 6. - Benoemingen door bevoegde rechtbanken
Art. 7
Afdeling 7. - De raadgevende commissie
Art. 8
Afdeling 8. - Lijst van vooraanstaande onafhankelijke personen
Art. 9
Afdeling 9. - De commissie voor alternatieve geschillenbeslechting
Art. 10
Afdeling 10. - Werkingsregels van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting
Art. 11
Afdeling 11. - Kosten van de procedurehandelingen
Art. 12
Afdeling 12. - Inlichtingen, bewijsmiddelen en hoorzittingen
Art. 13
Afdeling 13. - Advies van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting
Art. 14
Afdeling 14. - Eindbesluit
Art. 15
Afdeling 15. - Wisselwerking met nationale procedures en afwijkingen
Art. 16
Afdeling 16. - Bijzondere bepalingen voor natuurlijke personen en kleine ondernemingen
Art. 17
Afdeling 17. - Openbaarmaking
Art. 18
Afdeling 18. - Geheimhoudingsplicht
Art. 19-20
Afdeling 19. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 21-22
Afdeling 20. - Wijziging aan het Wetboek diverse rechten en taksen
Art. 23
Afdeling 21. - Wijziging aan het Wetboek der successierechten
Art. 24-25
Afdeling 22. - Inwerkingtreding
Art. 26

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. § 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
  § 2. Ze verzekert de omzetting van Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie.
  § 3. Deze wet legt voorschriften vast met betrekking tot een mechanisme ter beslechting van geschillen tussen lidstaten welke ontstaan naar aanleiding van de interpretatie en toepassing van overeenkomsten en verdragen tot het vermijden van dubbele belasting op inkomsten en, waar van toepassing, op vermogen.

  TITEL 2. - Mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie

  Afdeling 1. - Definities

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° "bevoegde autoriteit" : de autoriteit van een lidstaat die als zodanig door de betrokken lidstaat is aangewezen;
  2° "Belgische bevoegde autoriteit" : de door de Koning bij besluit aangeduide bevoegde autoriteit;
  3° "bevoegde rechtbank" : de rechtbank of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend zoals in kortgeding, die zitting houdt ter zetel van het Hof van beroep in wiens rechtsgebied de belastingdienst gelegen is die de bestreden beschikking heeft getroffen. Wanneer evenwel de procedure in het Duits wordt gevoerd, is alleen de rechtbank van eerste aanleg van Eupen bevoegd.
  De Koning kan in het rechtsgebied van het Hof van beroep een andere dan de in het eerste lid bedoelde rechtbank of voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, aanwijzen, die kennis nemen van geschillen betreffende de toepassing van deze wet;
  4° "dubbele belasting" : de heffing van belastingen op dezelfde belastbare inkomsten of hetzelfde belastbare vermogen door twee of meer lidstaten, van belastingen die onder een overeenkomst of verdrag tot het vermijden van dubbele belasting op inkomsten en, waar van toepassing, op vermogen vallen, wanneer zulks aanleiding geeft tot :
  a) een bijkomende belastingheffing;
  b) een toename van de belastingschulden; of
  c) een annulering of vermindering van verliezen die met belastbare winst kunnen worden verrekend;
  5° "belanghebbende" : elke persoon die een fiscaal ingezetene is van een lidstaat en voor wiens belastingheffing het geschilpunt rechtstreekse gevolgen heeft;
  6° "grote onderneming" : een onderneming die op de balansdatum ten minste twee van de volgende drie criteria overschrijdt :
  a) balanstotaal : 20 000 000 euro;
  b) netto-omzet : 40 000 000 euro;
  c) gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar : 250;
  7° "grote groep" : een groep bestaande uit in een consolidatie op te nemen moeder- en dochterondernemingen die, op geconsolideerde basis, op de balansdatum van de moederonderneming de grensbedragen voor ten minste twee van de volgende drie criteria overschrijden :
  a) balanstotaal : 20 000 000 euro;
  b) netto-omzet : 40 000 000 euro;
  c) gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar : 250;
  8° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie;
  9° "geschilpunt" : de kwestie die aanleiding geeft tot een geschil bedoeld in artikel 1, § 3.

  Afdeling 2. - De klacht

  Art. 3. § 1. Elke belanghebbende kan een klacht indienen met betrekking tot een geschilpunt bij de Belgische bevoegde autoriteit, waarbij om de beslechting van het geschilpunt wordt verzocht.
  De klacht wordt ingediend binnen een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de eerste kennisgeving met betrekking tot een of meerdere handelingen die aanleiding geeft of zal geven tot het geschilpunt, ongeacht de eventuele aanwending van de gebruikelijke rechtsmiddelen.
  De belanghebbende dient de klacht tegelijkertijd en met dezelfde gegevens, bij elk van de andere betrokken bevoegde autoriteiten in. De klacht maakt melding van de andere lidstaten die betrokken zijn bij het geschilpunt.
  Voor de toepassing van deze wet en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsbesluiten gebeurt de indiening van de klacht, in één van de officiële landstalen of in het Engels.
  § 2. Elke klacht maakt het voorwerp uit van een ontvangstbevestiging binnen de twee maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst ervan door de Belgische bevoegde autoriteit.
  § 3. De Belgische bevoegde autoriteit stelt de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten in kennis van deze klacht binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn.
  De Belgische bevoegde autoriteit stelt de andere bevoegde autoriteiten op dat moment in kennis van haar voorkeur met betrekking tot de taal waarin de communicatie tijdens de procedurehandelingen zal plaatsvinden.
  § 4. De in paragraaf 1 bedoelde klacht wordt slechts aanvaard indien de belanghebbende die de klacht indient, de Belgische bevoegde autoriteit de volgende inlichtingen verschaft :
  1° de naam, het adres, het fiscaal identificatienummer en alle andere inlichtingen die nodig zijn voor de identificatie van de belanghebbende die de klacht heeft ingediend bij de bevoegde autoriteiten, en van elke andere belanghebbende;
  2° de betrokken belastbare tijdperken;
  3° nadere informatie over de relevante feiten en omstandigheden van de zaak, met inbegrip van bijzonderheden over de structuur van de transactie en over de verhouding tussen de belanghebbende en de andere partijen bij de relevante transacties, alsmede desgevallend van de feiten die te goeder trouw in een wederzijds bindende overeenkomst tussen de belanghebbende en de belastingdienst zijn vastgelegd. Meer in het bijzonder moeten worden meegedeeld, de aard en de datum van de handelingen die aanleiding geven tot het geschilpunt waaronder, in voorkomend geval, bijzonderheden over dezelfde in de andere lidstaat ontvangen inkomsten en de opneming daarvan in de belastbare inkomsten in de andere lidstaat, evenals bijzonderheden over de belastingen die in verband met die inkomsten in de andere lidstaat zijn geheven of zullen worden geheven, alsmede de daarmee verband houdende bedragen in de valuta's van de betrokken lidstaten, met een afschrift van eventuele bewijsstukken;
  4° een verwijzing naar de toepasselijke nationale regels en naar de overeenkomsten of verdragen bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid; indien meer dan één overeenkomst of verdrag van toepassing is, vermeldt de belanghebbende die de klacht indient welke overeenkomst of welk verdrag geïnterpreteerd wordt met betrekking tot het geschilpunt in kwestie;
  5° de volgende informatie, samen met een afschrift van eventuele bewijsstukken :
  a) een verklaring waarom de belanghebbende meent dat er sprake is van een geschilpunt;
  b) nadere bijzonderheden over elk door de belanghebbende ingesteld beroep en elke door de belanghebbende opgestarte rechtszaak met betrekking tot de relevante transacties, en over elke rechterlijke beslissing in verband met het geschilpunt;
  c) een toezegging van de belanghebbende om zo volledig en zo snel mogelijk op alle toepasselijke verzoeken van een bevoegde autoriteit te reageren en daarnaast op verzoek van de bevoegde autoriteiten alle documentatie zal verstrekken;
  d) in voorkomend geval, een afschrift van het definitieve besluit over de belastingaanslag in de vorm van een definitieve belastingaanslag, een verslag van de belastingcontrole of een ander gelijkwaardig document dat aanleiding geeft tot het geschilpunt, en een afschrift van elk ander beschikbaar document dat de belastingautoriteiten met betrekking tot het geschilpunt hebben verstrekt;
  e) in voorkomend geval, informatie over eventuele klachten die door de belanghebbende zijn ingediend uit hoofde van een andere procedure voor onderling overleg of uit hoofde van een andere geschillenbeslechtingsprocedure, als omschreven in artikel 16, § 5, en een uitdrukkelijke toezegging van de belanghebbende dat hij het bepaalde in voormeld artikel 16, § 5, zal naleven;
  6° alle door de Belgische bevoegde autoriteit gevraagde specifieke aanvullende informatie die noodzakelijk wordt geacht voor een grondig onderzoek van de zaak in kwestie.
  § 5. De Belgische bevoegde autoriteit kan om de in paragraaf 4, 6°, bedoelde informatie verzoeken binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de klacht.
  Indien dit door de Belgische bevoegde autoriteit nodig wordt geacht, wordt een bijkomend verzoek om informatie ingesteld tijdens de in artikel 4 bedoelde procedure voor onderling overleg.
  Het in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek mag niet leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze.
  Een belanghebbende die een in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek ontvangt, antwoordt binnen drie maanden te rekenen vanaf de ontvangst van dit verzoek.
  Een afschrift van het in het vierde lid bedoelde antwoord wordt eveneens gelijktijdig verzonden aan de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten.
  § 6. Binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de klacht door de Belgische bevoegde autoriteit of binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de in paragraaf 4, 6°, bedoelde informatie, indien dat later is, neemt de Belgische bevoegde autoriteit een besluit over de aanvaarding of weigering van de in paragraaf 1 bedoelde klacht.
  De Belgische bevoegde autoriteit stelt de belanghebbende en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten onverwijld in kennis van het in het eerste lid bedoelde besluit.
  De Belgische bevoegde autoriteit kan evenwel binnen de in paragraaf 6, eerste lid, bedoelde termijn, besluiten het geschilpunt eenzijdig te beslechten, zonder de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten erbij te betrekken. In dat geval worden de belanghebbende en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten daarvan onverwijld in kennis gesteld. De kennisgeving beëindigt de procedurehandelingen met betrekking tot dit geschilpunt.
  § 7. Een belanghebbende die een klacht wenst in te trekken, dient gelijktijdig bij de Belgische bevoegde autoriteit en elk van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten een schriftelijke kennisgeving van intrekking in.
  De in het eerste lid bedoelde kennisgeving beëindigt alle procedurehandelingen ontstaan uit hoofde van deze wet.
  Indien de Belgische bevoegde autoriteit een in het eerste lid bedoelde kennisgeving ontvangt, stelt deze de andere bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten onverwijld in kennis van de beëindiging van de procedurehandelingen.
  § 8. Indien een geschilpunt om welke reden ook, ophoudt te bestaan, worden alle procedurehandelingen met betrekking tot de overeenkomstig paragraaf 1 ingediende klacht beëindigd.
  De Belgische bevoegde autoriteit stelt de belanghebbende hier onverwijld van in kennis met vermelding van de algemene redenen voor de beëindiging.

  Afdeling 3. - Procedure voor onderling overleg

  Art. 4. § 1. Indien de in artikel 3, § 1, bedoelde klacht aanvaard wordt door de Belgische bevoegde autoriteit en door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, trachten zij binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de datum van de laatste kennisgeving door één van de lidstaten van het besluit tot aanvaarding van de klacht, het geschilpunt in onderling overleg te beslechten.
  De in het eerste lid bedoelde termijn van twee jaar kan op verzoek van een bevoegde autoriteit van een betrokken lidstaat aan alle andere bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten met ten hoogste één jaar worden verlengd, mits de verzoekende bevoegde autoriteit dit verzoek schriftelijk motiveert.
  § 2. Zodra de Belgische bevoegde autoriteit binnen de in paragraaf 1 bedoelde termijn overeenstemming heeft bereikt met de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten over de beslechting van het geschilpunt, stelt zij de belanghebbende daarvan onverwijld in kennis in de vorm van een besluit dat bindend is voor de autoriteit en afdwingbaar is door de belanghebbende mits deze laatste het besluit aanvaardt en, in voorkomend geval, afziet van het recht om andere rechtsmiddelen aan te wenden.
  Indien er reeds procedurehandelingen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde andere rechtsmiddelen waren aangevat, wordt het besluit enkel bindend en afdwingbaar van zodra de belanghebbende ten overstaan van de Belgische bevoegde autoriteit bewijst dat er stappen zijn gezet om deze procedurehandelingen te beëindigen. Deze bewijzen worden verstrekt uiterlijk zestig dagen nadat de belanghebbende van het in het eerste lid bedoelde besluit in kennis is gebracht.
  § 3. Indien de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten geen overeenstemming hebben bereikt over de beslechting van het geschilpunt binnen de in paragraaf 1 bedoelde termijn, stelt de Belgische bevoegde autoriteit de belanghebbende daarvan in kennis, met opgave van de algemene redenen waarom geen overeenstemming kon worden bereikt.

  Afdeling 4. - Besluit van de bevoegde autoriteit betreffende de klacht

  Art. 5. § 1. De Belgische bevoegde autoriteit kan binnen de in artikel 3, § 6, eerste lid, bedoelde termijn, besluiten een klacht af te wijzen wanneer :
  1° de in artikel 3, § 4, bedoelde inlichtingen ontbreken, met inbegrip van de in artikel 3, § 4, 6°, bedoelde informatie die niet binnen de in artikel 3, § 5, vierde lid, bedoelde termijn is ingediend;
  2° er geen sprake is van een geschilpunt; of
  3° de klacht niet binnen de in artikel 3, § 1, tweede lid, bedoelde termijn is ingediend.
  Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit de belanghebbende van de in het eerste lid bedoelde afwijzing in kennis stelt overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 6, geeft zij de algemene redenen voor de afwijzing op.
  § 2. Indien de Belgische bevoegde autoriteit binnen de zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de klacht of binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de in artikel 3, § 4, 6°, bedoelde informatie geen besluit genomen heeft, wordt de klacht geacht te zijn aanvaard.
  § 3. Indien de Belgische bevoegde autoriteit en alle andere betrokken bevoegde autoriteiten de klacht afwijzen, kan de belanghebbende een vordering instellen tegen het besluit van de Belgische bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek.
  De belanghebbende die overeenkomstig het eerste lid zijn recht van beroep uitoefent, kan geen verzoek indienen uit hoofde van artikel 6, § 1, 1° :
  1° zolang het besluit nog in beroep wordt behandeld;
  2° wanneer het besluit tot afwijzing nog vatbaar is voor beroep;
  3° wanneer het besluit tot afwijzing is bevestigd in het kader van de onder 1° bedoelde beroepsprocedure, maar het in een van de betrokken lidstaten niet mogelijk is af te wijken van het besluit van de betrokken rechtbank of andere gerechtelijke instanties.
  Indien het recht van beroep is uitgeoefend, wordt het besluit van de betrokken rechtbank in aanmerking genomen voor de toepassing van artikel 6, § 1, eerste lid, 1°.

  Afdeling 5. - Geschillenbeslechting door de raadgevende commissie

  Art. 6. § 1. Op verzoek van de belanghebbende, stellen de bevoegde autoriteiten een raadgevende commissie in wanneer :
  1° de klacht van de belanghebbende werd afgewezen overeenkomstig artikel 5, § 1, door minstens één maar niet door alle betrokken bevoegde autoriteiten, of;
  2° de betrokken bevoegde autoriteiten de klacht van de belanghebbende hebben aanvaard, maar ze binnen de in artikel 4, § 1 bedoelde termijn in onderling overleg geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over de beslechting van het geschilpunt.
  De belanghebbende kan het in het eerste lid bedoelde verzoek enkel doen indien tegen de in artikel 5, § 1, bedoelde afwijzing geen beroep kan worden ingesteld, geen beroep aanhangig is of de belanghebbende formeel afstand heeft gedaan van zijn recht van beroep, waarbij het verzoek een verklaring bevat in die zin.
  De belanghebbende verzoekt schriftelijk om de oprichting van een raadgevende commissie en dit, naargelang het geval, uiterlijk vijftig dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving van het besluit overeenkomstig artikel 3, § 6, of artikel 4, § 3, of uiterlijk vijftig dagen te rekenen vanaf de datum van de afgifte van het besluit door de betrokken rechtbank of gerechtelijke instantie krachtens artikel 5, § 3.
  De raadgevende commissie wordt uiterlijk 120 dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek ingesteld. De voorzitter van de commissie stelt de belanghebbende daarvan onverwijld in kennis.
  § 2. In het geval bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, neemt de raadgevende commissie een besluit over de aanvaarding van de klacht binnen de zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de klacht is ingesteld.
  De betrokken bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de Belgische bevoegde autoriteit, worden binnen dertig dagen te rekenen vanaf de datum van vaststelling van het in § 2, eerste lid, bedoelde besluit in kennis gesteld.
  Indien de raadgevende commissie in haar besluit bevestigt dat aan alle voorschriften van artikel 3 voldaan is, wordt op verzoek van één van de betrokken bevoegde autoriteiten het in artikel 4, § 1, bedoelde procedure voor onderling overleg opgestart.
  Indien de Belgische bevoegde autoriteit besluit om tot het in het vorige lid bedoelde procedure voor onderling overleg over te gaan, stelt zij de raadgevende commissie, de andere betrokken bevoegde autoriteiten en de belanghebbende van dat verzoek in kennis.
  De in artikel 4, § 1, bedoelde termijn vangt aan vanaf de datum van kennisgeving van het besluit van de raadgevende commissie betreffende de aanvaarding van de klacht.
  Indien geen van de betrokken bevoegde autoriteiten binnen een termijn van zestig dagen na de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde dag waarop de kennisgeving van het besluit heeft plaatsgevonden, heeft verzocht om de procedure voor onderling overleg op te starten, brengt de raadgevende commissie overeenkomstig artikel 14, § 1, advies uit over de beslechting van het geschilpunt. In dat geval wordt, voor de toepassing van het voormelde artikel 14, § 1, de raadgevende commissie geacht te zijn ingesteld op de datum waarop de voormelde termijn van zestig dagen verstrijkt.
  § 3. In het geval bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, brengt de raadgevende commissie overeenkomstig artikel 14, § 1, advies uit over de beslechting van het geschilpunt.
  § 4. Indien de raadgevende commissie geen advies uitbrengt binnen de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde termijn, is de in artikel 12, § 1, 2°, bedoelde vergoeding, niet verschuldigd.

  Afdeling 6. - Benoemingen door bevoegde rechtbanken

  Art. 7. § 1. Indien de raadgevende commissie niet is ingesteld binnen de in artikel 6, § 1, vierde lid, bedoelde termijn kan de belanghebbende, om de raadgevende commissie in te stellen, een vordering in kortgeding instellen bij de voorzitter van de bevoegde rechtbank.
  § 2. Indien de Belgische bevoegde autoriteit heeft nagelaten ten minste één vooraanstaande onafhankelijke persoon en een plaatsvervanger te benoemen, kan de belanghebbende binnen de in paragraaf 3 bedoelde termijn de voorzitter van de bevoegde rechtbank verzoeken een vooraanstaande onafhankelijke persoon en een plaatsvervanger te benoemen uit de in artikel 9 bedoelde lijst.
  Indien zowel de Belgische bevoegde autoriteit als de andere betrokken bevoegde autoriteiten hebben nagelaten ten minste één vooraanstaande onafhankelijke persoon en een plaatsvervanger te benoemen, kan de belanghebbende binnen de in paragraaf 3 bedoelde termijn de bevoegde rechtbank verzoeken de beide vooraanstaande onafhankelijke personen te benoemen uit de in artikel 9 bedoelde lijst.
  Deze vooraanstaande onafhankelijke personen benoemen overeenkomstig artikel 8, § 3, de voorzitter door loting uit de in artikel 9 bedoelde lijst.
  Indien meer dan één belanghebbende betrokken is bij het geschilpunt, delen de belanghebbenden het verzoek om de vooraanstaande onafhankelijke personen en hun plaatsvervangers te benoemen mee aan elk van hun respectievelijke woonstaten.
  Indien slechts één belanghebbende betrokken is bij het geschilpunt, deelt de belanghebbende het verzoek om de vooraanstaande onafhankelijke personen en hun plaatsvervangers te benoemen mee aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die nagelaten heeft ten minste één vooraanstaande onafhankelijke persoon en een plaatsvervanger te benoemen.
  § 3. De vorderingen bedoeld in paragrafen 1 en 2 worden ten vroegste ingesteld na het verstrijken van de in artikel 6, § 1, vierde lid, bedoelde termijn en uiterlijk binnen een termijn van 30 dagen vanaf de dag waarop de voormelde termijn verstreken is.
  § 4. In de gevallen bedoeld in paragraaf 2 stelt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend zoals in kort geding, de vooraanstaande onafhankelijke personen aan overeenkomstig artikel 1680, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
  Tegen de beslissingen tot aanstelling of tot vervanging van de vooraanstaande onafhankelijke persoon kan, overeenkomstig artikel 1680, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek geen rechtsmiddel worden ingesteld. Wanneer de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg beslist om niet over te gaan tot een aanstelling kan evenwel overeenkomstig artikel 1680, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek tegen deze beslissing hoger beroep worden ingesteld.
  De rechtbank van eerste aanleg stelt de Belgische bevoegde autoriteit in kennis van de benoeming, die vervolgens onverwijld de andere betrokken bevoegde autoriteiten in kennis stelt.

  Afdeling 7. - De raadgevende commissie

  Art. 8. § 1. De in artikel 6 bedoelde raadgevende commissie is als volgt samengesteld :
  1° één voorzitter;
  2° één vertegenwoordiger van elke betrokken bevoegde autoriteit, waarbij dit aantal in voorkomend geval verhoogd kan worden tot twee per bevoegde autoriteit, indien de Belgische bevoegde autoriteit en de andere bevoegde autoriteiten overeenstemming bereiken hierover;
  3° één vooraanstaande onafhankelijke persoon die door elke bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaten wordt benoemd uit de in artikel 9 bedoelde lijst, waarbij dit aantal in voorkomend geval verhoogd kan worden tot twee per bevoegde autoriteit, indien de Belgische bevoegde autoriteit en de andere betrokken bevoegde autoriteiten overeenstemming bereiken hierover.
  § 2. De Belgische bevoegde autoriteit bepaalt in overeenstemming met de andere betrokken bevoegde autoriteiten de regels voor de benoeming van de in paragraaf 1, 3° bedoelde vooraanstaande onafhankelijke personen.
  Na de benoeming van de vooraanstaande onafhankelijke personen wordt in overeenstemming met de regels die gelden voor de benoeming van de vooraanstaande onafhankelijke personen voor ieder van hen een plaatsvervanger benoemd voor het geval dat de onafhankelijke personen verhinderd worden hun functie uit te oefenen.
  § 3. Indien de Belgische bevoegde autoriteit en de andere betrokken bevoegde autoriteiten geen overeenstemming bereiken over de in paragraaf 2 bedoelde regels voor de benoeming van vooraanstaande onafhankelijke personen, geschiedt de benoeming van de vooraanstaande onafhankelijke personen door loting.
  § 4. Tenzij de vooraanstaande onafhankelijke personen door de bevoegde rechtbank volgens de bepalingen van artikel 7, § 1, zijn benoemd, kan de bevoegde autoriteit van elk van de betrokken lidstaten bezwaar maken tegen de benoeming van een bepaalde vooraanstaande onafhankelijke persoon om elke vooraf tussen de Belgische bevoegde autoriteit en de andere betrokken bevoegde autoriteiten overeengekomen reden of om een van de volgende redenen :
  1° deze persoon behoort tot of werkt namens een van de betrokken belastingadministraties of heeft op een bepaald moment tijdens de drie voorafgaande jaren in die situatie verkeerd;
  2° deze persoon heeft een deelneming van betekenis of stemrecht in een van de belanghebbenden in kwestie of heeft die in de loop van de vijf jaar vóór zijn benoeming gehad of is er werknemer of adviseur of is dat in de loop van de vijf jaar vóór zijn benoeming geweest;
  3° deze persoon biedt onvoldoende garanties om het geschil of de geschillen objectief te behandelen;
  4° deze persoon is een werknemer van een bedrijf dat belastingadvies verleent of anderszins beroepsmatig belastingadvies verleent, of heeft in de loop van een periode van ten minste drie jaar vóór zijn benoeming in die situatie verkeerd.
  § 5. Indien een bevoegde autoriteit van een betrokken lidstaat dit eist, schenkt een overeenkomstig paragraaf 2 of 3 benoemde vooraanstaande persoon of diens plaatsvervanger klaarheid wat betreft belangen, relaties of andere aangelegenheden die naar verwachting de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van die persoon kunnen beïnvloeden, of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die persoon de procedurehandelingen met vooringenomenheid zal ingaan.
  Gedurende een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop het besluit van de raadgevende commissie is genomen, mag een vooraanstaande onafhankelijke persoon die deel uitmaakt van de raadgevende commissie, niet in een situatie verkeren die voor een bevoegde autoriteit een aanleiding zou zijn geweest om bezwaar te maken tegen zijn benoeming, als bedoeld in het eerste lid, indien die persoon in die situatie had verkeerd op het moment van de benoeming voor de bewuste raadgevende commissie.
  § 6. De vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten en de vooraanstaande onafhankelijke personen die overeenkomstig paragraaf 1 zijn benoemd, kiezen een voorzitter uit de in artikel 9 bedoelde lijst van personen. De bevoegde autoriteiten en de vooraanstaande onafhankelijke personen komen overeen wie onder de vooraanstaande onafhankelijke personen, de voorzitter is.

  Afdeling 8. - Lijst van vooraanstaande onafhankelijke personen

  Art. 9. § 1. De lijst van vooraanstaande onafhankelijke personen bestaat uit alle door de lidstaten benoemde vooraanstaande onafhankelijke personen en hun plaatsvervangers.
  De Koning duidt ten minste drie personen aan die bekwaam en onafhankelijk zijn, en in staat zijn onpartijdig en integer te handelen.
  De kennisgeving van de benoemingsprocedure van de in het eerste lid bedoelde vooraanstaande onafhankelijke personen, evenals het profiel waaraan ze moeten beantwoorden, maakt het voorwerp uit van een publicatie in het Belgisch Staatsblad. Het uiteindelijk besluit tot benoeming wordt eveneens gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, binnen een maand te rekenen vanaf de kennisgeving ervan.
  § 2. De minister van Financiën of de door hem aangewezen persoon stelt de Europese Commissie in kennis van de namen van de vooraanstaande onafhankelijke personen die hij benoemd heeft.
  Hij verstrekt de Commissie eveneens volledige en actuele informatie over de professionele en academische achtergrond, bekwaamheid en deskundigheid van deze personen en over elk belangenconflict dat zij mogelijk hebben.
  § 3. De minister van Financiën of de door hem aangewezen persoon stelt de Europese Commissie onverwijld in kennis van alle wijzigingen in de lijst van onafhankelijke personen.
  Wat betreft de verwijdering van de vooraanstaande onafhankelijke personen van de lijst, stelt de minister van Financiën of de door hem aangewezen persoon de betrokkenen hiervan in kennis bij aangetekend schrijven door middel van een met redenen omklede beslissing.
  § 4. Indien de minister van Financiën of de door hem aangewezen persoon gegronde redenen heeft om er bezwaar tegen te maken dat een vooraanstaande onafhankelijke persoon op de bovengenoemde lijst blijft staan vanwege een gebrek aan onafhankelijkheid, stelt zij de Commissie daarvan met voldoende onderbouwde bewijzen in kennis.
  § 5. Indien de Europese Commissie België in kennis heeft gesteld van de bezwaren en bijhorende bewijzen die een andere lidstaat heeft ten aanzien van de onafhankelijkheid van een vooraanstaande onafhankelijke persoon, dan onderzoekt de minister van Financiën of de door hem aangewezen persoon binnen de zes maanden deze bezwaren en bijhorende bewijzen en neemt ze het besluit of de persoon al dan niet op de voormelde lijst gehandhaafd wordt.
  De minister van Financiën of de door hem aangewezen persoon stelt de Europese Commissie onverwijld op de hoogte van deze beslissing.

  Afdeling 9. - De commissie voor alternatieve geschillenbeslechting

  Art. 10. § 1. De Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten kunnen overeenkomen om in de plaats van de in artikel 6 bedoelde raadgevende commissie, een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting op te richten om overeenkomstig artikel 14 advies uit te brengen over de beslechting van het geschilpunt.
  De Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten kunnen eveneens overeenkomen een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting in te stellen in de vorm van een commissie van permanente aard.
  § 2. Behalve de bepalingen van artikel 8, §§ 4 en 5, betreffende de onafhankelijkheid van de leden, kan de commissie van alternatieve geschillenbeslechting wat betreft haar vorm en samenstelling afwijken van de samenstelling van de raadgevende commissie.
  Een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting kan, elke geschillenbeslechtingsprocedure of -techniek toepassen om het geschilpunt op bindende wijze op te lossen. De Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten kunnen overeenkomen dat de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting andere soorten geschillenbeslechtingsprocedures kan toepassen.
  § 3. De Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten komen overeenkomstig artikel 11 de werkingsregels van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting overeen.
  § 4. De artikelen 12 en 13 zijn van toepassing op de commissie voor alternatieve geschilbeslechting, tenzij in de in artikel 11 bedoelde werkingsregels anders is overeengekomen.

  Afdeling 10. - Werkingsregels van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting

  Art. 11. § 1. De Belgische bevoegde autoriteit stelt de belanghebbende binnen de in artikel 6, § 1, vierde lid, bedoelde termijn op de hoogte van het volgende :
  1° de werkingsregels van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschilbeslechting;
  2° de termijn waarbinnen het advies over de beslechting van het geschilpunt moet worden uitgebracht;
  3° verwijzingen naar alle toepasselijke bepalingen van intern recht van de lidstaten en alle toepasselijke overeenkomsten of verdragen.
  § 2. De werkingsregels worden ondertekend door de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten.
  De werkingsregels bevatten met name het volgende :
  1° de beschrijving en de kenmerken van het geschilpunt;
  2° het mandaat waarover de bevoegde autoriteiten van de lidstaten overeenstemming bereiken wat de te regelen juridische en feitelijke kwesties betreft;
  3° de vorm van het geschillenbeslechtingsorgaan, ofwel een raadgevende commissie, ofwel een commissie voor alternatieve geschilbeslechting, alsmede het soort procedure voor de alternatieve geschillenbeslechting, indien de procedure verschilt van die van het onafhankelijke advies door een raadgevende commissie;
  4° het tijdschema van de geschillenbeslechtings-procedure;
  5° de samenstelling van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting, met inbegrip van het aantal en de namen van de leden, gegevens over hun bekwaamheid en kwalificaties, en informatie over eventuele belangenconflicten van de leden;
  6° de regels voor deelname van de belanghebbende of de belanghebbenden en derde partijen aan de procedurehandelingen, de uitwisselingen van memoranda, inlichtingen en bewijsstukken, de kosten, het soort geschilbeslechtingsprocedure dat gebruikt wordt en alle andere relevante procedurele of organisatorische aangelegenheden;
  7° de logistieke regelingen voor de procedurehandelingen van de raadgevende commissie en het uitbrengen van haar advies.
  Indien een raadgevende commissie overeenkomstig artikel 6, § 1, eerste lid, 1°, is ingesteld om advies uit te brengen, dan bevatten de werkingsregels alleen de in paragraaf 2, tweede lid, 1°, 4°, 5° en 6° bedoelde informatie.
  § 3. Indien de werkingsregels onvolledig zijn of de belanghebbende niet in kennis werd gesteld van de werkingsregels, gelden de door de Europese Commissie opgestelde standaardwerkingsregels.
  § 4. Indien de Belgische bevoegde autoriteit en de andere bevoegde autoriteiten de belanghebbende niet in kennis hebben gesteld van de werkingsregels, worden de werkingsregels door de vooraanstaande onafhankelijke personen en de voorzitter aangevuld op basis van de in paragraaf 3 bedoelde standaardwerkingsregels en aan de belanghebbende toegezonden binnen een termijn van twee weken, te rekenen vanaf de datum waarop de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschilbeslechting is ingesteld.
  Wanneer de vooraanstaande onafhankelijke personen en de voorzitter geen overeenstemming hebben bereikt over de werkingsregels of de belanghebbende daarvan niet in kennis werd gesteld, kunnen de belanghebbenden een vordering instellen overeenkomstig artikel 1680, §§ 1 tot 5, van het Gerechtelijk Wetboek bij de rechtbank van eerste aanleg om een vonnis te bekomen dat bevel geeft tot toepassing van de werkingsregels.

  Afdeling 11. - Kosten van de procedurehandelingen

  Art. 12. § 1. Met uitzondering van de bepalingen in paragraaf 2 en de artikelen 6, § 4, en 14, § 4, en behoudens indien de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten anders zijn overeengekomen, worden de hierna genoemde kosten gelijk over de betrokken lidstaten verdeeld :
  1° de uitgaven van de vooraanstaande onafhankelijke personen, die een bedrag vormen dat gelijk is aan het gemiddelde van de gebruikelijke terugbetaling aan hoge ambtenaren van de betrokken lidstaten, en
  2° de vergoeding van de vooraanstaande onafhankelijke personen, indien van toepassing, die beperkt is tot 1 000 euro per persoon per dag voor iedere dag dat de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschilbeslechting bijeenkomt.
  De kosten die de belanghebbende maakt, worden niet door de lidstaten gedragen.
  § 2. Alle kosten bedoeld in § 1, 1° en 2°, en voor zover de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten het erover eens zijn, worden gedragen door de belanghebbende indien hij :
  1° een kennisgeving van intrekking van de klacht heeft ingediend, overeenkomstig artikel 3, § 7, of
  2° na een afwijzing uit hoofde van artikel 5, § 1, een verzoek overeenkomstig artikel 6, § 1, heeft ingediend en de raadgevende commissie heeft besloten dat de betrokken bevoegde autoriteiten de klacht terecht hebben afgewezen.

  Afdeling 12. - Inlichtingen, bewijsmiddelen en hoorzittingen

  Art. 13. § 1. De belanghebbende kan, indien de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten akkoord gaan, aan de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting alle inlichtingen, bewijsmiddelen of stukken verschaffen die relevant zijn om tot een besluit te komen.
  Op verzoek van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting verschaffen de belanghebbende en de Belgische bevoegde autoriteit alle inlichtingen, bewijsmiddelen en stukken.
  De Belgische bevoegde autoriteit mag in de volgende gevallen weigeren om de inlichtingen, bedoeld in de vorige leden te verschaffen :
  1° wanneer voor het verkrijgen van de inlichtingen administratieve maatregelen moeten worden genomen die in strijd zijn met de nationale wetgeving;
  2° wanneer de inlichtingen op grond van de nationale wetgeving niet verkrijgbaar zijn;
  3° wanneer de inlichtingen betrekking hebben op handelsgeheimen, bedrijfsgeheimen, nijverheidsgeheimen, beroepsgeheimen of op een fabrieks- of handelswerkwijze;
  4° wanneer de bekendmaking van de inlichtingen in strijd is met de openbare orde.
  § 2. Belanghebbenden kunnen op eigen verzoek en met instemming van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten voor een raadgevende commissie of een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting verschijnen of zich daar laten vertegenwoordigen.
  Op verzoek van de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting zijn de belanghebbenden gehouden voor haar te verschijnen of zich er te laten vertegenwoordigen.

  Afdeling 13. - Advies van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting

  Art. 14. § 1. De raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting brengt uiterlijk zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop ze is ingesteld, advies uit aan de Belgische bevoegde autoriteit en de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
  Indien de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting van oordeel is dat er meer dan zes maanden nodig zijn om advies uit te kunnen brengen over het geschilpunt, kan de termijn bedoeld in het eerste lid verlengd worden met drie maanden.
  De raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting stelt de Belgische bevoegde autoriteit, de andere betrokken bevoegde autoriteiten en de belanghebbenden van deze verlenging in kennis.
  § 2. De raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting steunt diens advies op de bepalingen van de toepasselijke overeenkomsten of verdragen bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid, en op de eventuele toepasselijke nationale bepalingen en de gelijkaardige bepalingen naar het recht van de andere betrokken lidstaat.
  § 3. De raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting neemt haar advies aan met gewone meerderheid van leden.
  Indien geen meerderheid wordt bereikt, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
  De voorzitter deelt het advies van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting mee aan de Belgische bevoegde autoriteit en de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
  § 4. Indien de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting geen advies uitbrengt binnen de in paragraaf 1 voorziene termijnen, is de in artikel 12, § 1, 2°, bedoelde vergoeding, niet verschuldigd.

  Afdeling 14. - Eindbesluit

  Art. 15. § 1. De Belgische bevoegde autoriteit bereikt binnen de zes maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van het advies van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting overeenstemming met de andere betrokken bevoegde autoriteiten over het eindbesluit betreffende de beslechting van het geschilpunt.
  § 2. De Belgische bevoegde autoriteit kan, in overeenstemming met de andere betrokken bevoegde autoriteiten, een eindbesluit nemen dat afwijkt van het advies van raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschilbeslechting.
  Indien de Belgische bevoegde autoriteit en de andere betrokken bevoegde autoriteiten geen overeenstemming bereiken over de beslechting van het geschilpunt, is het advies van de raadgevende commissie of van de commissie voor alternatieve geschilbeslechting bindend voor de Belgische bevoegde autoriteit en de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
  § 3. De Belgische bevoegde autoriteit stelt de belanghebbende onverwijld in kennis van het in paragraaf 1 bedoelde eindbesluit.
  Ingeval de belanghebbende een rijksinwoner is overeenkomstig artikel 2, § 1, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 of een binnenlandse vennootschap overeenkomstig artikel 2, § 1, 5°, b), van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, en niet binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum waarop het besluit genomen werd, in kennis is gebracht, kan hij zich volgens de procedure in kortgeding tot de rechtbank van eerste aanleg wenden om het eindbesluit te verkrijgen.
  § 4. Het eindbesluit is bindend maar vormt geen precedent.
  Het eindbesluit wordt uitgevoerd op voorwaarde dat de belanghebbende, binnen 60 dagen te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van het eindbesluit, het eindbesluit aanvaardt en afziet van het recht om enig rechtsmiddel aan te wenden.
  Het eindbesluit wordt niet uitgevoerd indien een vonnis of arrest besluit dat de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting onvoldoende onafhankelijk was overeenkomstig artikel 8, §§ 4 en 5.
  Ingeval het eindbesluit niet wordt uitgevoerd, kan de belanghebbende overeenkomstig de artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek een vordering indienen bij de rechtbank van eerste aanleg, teneinde de tenuitvoerlegging ervan af te dwingen.

  Afdeling 15. - Wisselwerking met nationale procedures en afwijkingen

  Art. 16. § 1. De belanghebbende kan gebruik maken van de procedure bedoeld in deze wet zelfs wanneer een aanslag onherroepelijk is geworden, of de beslissing van de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of door hem gedelegeerde ambtenaar die het geschilpunt tot gevolg heeft, onherroepelijk is geworden overeenkomstig artikel 375, § 1, tweede lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
  § 2. Een in artikel 4 bedoelde procedure voor onderling overleg of een in artikel 6 bedoelde geschillenbeslechtingsprocedure verhindert niet dat de Belgische Staat in de zaak die aanleiding geeft tot het geschilpunt administratieve sancties, oplegt of een procedure instelt om ze op te leggen, of een gerechtelijke procedure instelt of voortzet.
  § 3. Indien de belanghebbende enig rechtsmiddel heeft aangewend, gaan de in artikel 3, § 5, en artikel 4, § 1, bedoelde termijnen slechts in op de datum waarop de beslissing in de procedure ten gevolge van de aanwending van het rechtsmiddel definitief is geworden of waarop die procedurehandelingen anderszins definitief zijn gesloten of wanneer die procedure geschorst wordt.
  § 4. Indien de bevoegde rechtbank een beslissing over een geschilpunt heeft genomen die in kracht van gewijsde is gegaan, stelt de Belgische bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten in kennis van de beslissing van deze rechtbank en :
  1° wordt de in artikel 4 bedoelde procedure voor onderling overleg beëindigd vanaf de dag van die kennisgeving in het geval er op voormelde datum van kennisgeving nog geen overeenstemming is bereikt over het geschilpunt;
  2° kunnen de bepalingen van artikel 6, § 1, niet meer ingeroepen worden door de belanghebbende indien het geschilpunt onopgelost is gebleven tijdens de gehele duur van de in artikel 4 bedoelde procedure voor onderling overleg;
  3° wordt de geschillenbeslechtingsprocedure krachtens artikel 6 beëindigd indien de beslissing van de bevoegde rechtbank is genomen nadat een verzoek door een belanghebbende was ingediend overeenkomstig artikel 6, § 1, maar voordat de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting overeenkomstig artikel 14 aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten advies heeft uitgebracht. Bijkomend stelt de Belgische bevoegde autoriteit de raadgevende commissie of de commissie voor alternatieve geschillenbeslechting in kennis van de gevolgen van de beslissing van de bevoegde rechtbank.
  § 5. De indiening van een klacht zoals bedoeld in artikel 3 beëindigt lopende procedures voor onderling overleg of geschillenbeslechtingsprocedures zoals voorzien in een overeenkomst of verdrag bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid. De beëindiging vindt ingang op de datum van ontvangst van de klacht door de Belgische bevoegde autoriteit of één van de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
  § 6. De belanghebbende kan geen beroep doen op de geschillenbeslechtingsprocedure bedoeld in artikel 6 indien sancties zijn opgelegd omdat de belanghebbende met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de bepalingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten heeft overtreden.
  Indien een administratieve of gerechtelijke procedure is ingesteld die aanleiding kan geven tot de in het eerste lid bedoelde sancties en gelijktijdig een geschillenbeslechtingsprocedure wordt gevoerd, dan schorst de Belgische bevoegde autoriteit de geschillenbeslechtingsprocedure gedurende de administratieve of gerechtelijke procedure.
  § 7. De belanghebbende kan geen beroep doen op de in artikel 6 bedoelde geschillenbeslechtingsprocedure indien de Belgische bevoegde autoriteit vaststelt dat het geschilpunt geen betrekking heeft op een dubbele belasting.
  De Belgische bevoegde autoriteit stelt de belanghebbende en de andere betrokken bevoegde autoriteiten onverwijld in kennis van deze weigering.

  Afdeling 16. - Bijzondere bepalingen voor natuurlijke personen en kleine ondernemingen

  Art. 17. In afwijking van de artikelen 3, §§ 1, 5 en 9 en artikel 6, § 1, worden de klachten, de antwoorden op een verzoek om aanvullende informatie, de intrekkingen en de verzoeken, enkel ingediend bij de Belgische bevoegde autoriteit, indien de belanghebbende een rijksinwoner is overeenkomstig artikel 2, § 1, 1° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 of een binnenlandse vennootschap is overeenkomstig artikel 2, § 1, 5°, b) van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, met uitzondering van de in artikel 2, 6°, bedoelde grote onderneming en de vennootschap die deel uitmaakt van een grote groep.
  Deze stelt de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten binnen de twee maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de in het eerste lid vermelde klachten, de antwoorden op een verzoek om aanvullende informatie, intrekkingen en verzoeken in kennis van deze mededelingen.
  Zodra de in het tweede lid bedoelde kennisgeving heeft plaatsgevonden, wordt de belanghebbende geacht de in het eerste lid bedoelde klachten, de antwoorden op een verzoek om aanvullende informatie, intrekkingen en verzoeken te hebben ingediend bij alle betrokken lidstaten op de datum van die kennisgeving.
  Indien de Belgische bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 3, § 5, aanvullende informatie heeft ontvangen, verzendt zij gelijktijdig een afschrift daarvan aan de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten. De voormelde aanvullende informatie wordt aldus geacht door alle betrokken lidstaten te zijn ontvangen op de datum van ontvangst van deze aanvullende informatie door de bevoegde Belgische autoriteit.

  Afdeling 17. - Openbaarmaking

  Art. 18. § 1. De raadgevende commissies en de commissies voor alternatieve geschillenbeslechting brengen het in artikel 14 bedoelde advies schriftelijk uit.
  § 2. De Belgische bevoegde autoriteit en de andere betrokken autoriteiten kunnen overeenkomen om de in artikel 15 bedoelde eindbesluiten geheel te publiceren, indien alle belanghebbenden daarmee instemmen.
  § 3. Ingeval de bevoegde autoriteiten of de belanghebbende niet instemmen met de openbaarmaking van het volledige eindbesluit, wordt een samenvatting van het eindbesluit gepubliceerd.
  Deze samenvatting bevat een beschrijving van het geschilpunt en het onderwerp, de datum, de betrokken belastbare tijdperken, de rechtsgrondslag, de bedrijfstak, een beknopte beschrijving van het uiteindelijke resultaat en een beschrijving van de gebruikte wijze van arbitrage.
  De Belgische bevoegde autoriteit verzendt de samenvatting, bedoeld in het eerste lid, naar de belanghebbende voor de bekendmaking ervan. De belanghebbende kan uiterlijk zestig dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de samenvatting de Belgische bevoegde autoriteit verzoeken om geen gegevens te publiceren die betrekking hebben op een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of op een fabrieks- of handelswerkwijze, of die in strijd zijn met de openbare orde.
  § 4. De Belgische bevoegde autoriteit stelt de Commissie onmiddellijk in kennis van de overeenkomstig paragraaf 3 te publiceren gegevens.

  Afdeling 18. - Geheimhoudingsplicht

  Art. 19. § 1. De leden van een raadgevende commissie of een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting zijn tot de meest volstrekte geheimhouding gehouden betreffende de informatie die zij verkrijgen in hun hoedanigheid van lid van een raadgevende commissie of een commissie voor alternatieve geschillenbeslechting.
  § 2. De belanghebbende en zijn vertegenwoordiger behandelen alle informatie, met inbegrip van kennis van documenten, die zij tijdens de procedurehandelingen krijgen, als vertrouwelijk.
  Op verzoek van de Belgische bevoegde autoriteit leggen de belanghebbende en zijn vertegenwoordiger een verklaring af dat zij alle informatie, met inbegrip van kennis van documenten, die zij tijdens de procedurehandelingen krijgen, als vertrouwelijk behandelen.

  Art. 20. De schending van de bij artikel 19 bepaalde geheimhoudingsplicht wordt bestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.

  Afdeling 19. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

  Art. 21. Artikel 358, § 1, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd door de wet van 1 juli 2016, wordt vervangen als volgt :
  "5° er na een procedure voor onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure in toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436/EEG) van 23 juli 1990 of na een geschilbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, nog belastingen verschuldigd zijn.

  Art. 22. Artikel 376, § 3, 3°, van hetzelfde Wetboek ingevoegd door de wet van 1 juli 2016, wordt vervangen als volgt :
  "3° van de teveel betaalde belasting die werd vastgesteld na een procedure van onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting, na een procedure in toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436/EEG) van 23 juli 1990 of na een geschillenbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie."

  Afdeling 20. - Wijziging aan het Wetboek diverse rechten en taksen

  Art. 23. In artikel 158/5 van het Wetboek diverse rechten en taksen, hersteld bij de wet van 7 februari 2018, wordt een paragraaf 3/1 ingevoerd, luidende :
  " § 3/1. In geval van een eindbeslissing in een geschillenbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, ontstaat in voorkomend geval een recht op teruggave op de dag van de verzaking van het recht om enig rechtsmiddel aan te wenden, behalve in het geval bepaald in artikel 15, § 4, derde lid, van de voormelde wet.".

  Afdeling 21. - Wijziging aan het Wetboek der successierechten

  Art. 24. In artikel 137, eerste lid, van het Wetboek der successierechten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt een bepaling onder 8° ingevoegd, luidende :
  "8° van de rechten, interesten en boeten, een jaar na de definitieve beslissing in een geschillenbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, op voorwaarde dat de betrokkene heeft afgezien van het recht om enig rechtsmiddel aan te wenden en behalve in het geval bepaald in artikel 15, § 4, derde lid, van de voormelde wet .".

  Art. 25. Artikel 138 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 1952 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "In geval van een eindbeslissing in een geschillenbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, is een nieuwe verjaring verworven na een jaar.
  Het tweede lid is enkel van toepassing indien de volgende voorwaarden samen vervuld zijn :
  1° de verjaring bepaald in het eerste lid is ingetreden of er rest minder dan een jaar voor het intreden ervan;
  2° de betrokken persoon heeft afgezien van het recht om enig rechtsmiddel aan te wenden;
  3° artikel 15, § 4, derde lid, van de voormelde wet is niet van toepassing.".

  Afdeling 22. - Inwerkingtreding

  Art. 26. Deze wet is van toepassing op elke klacht die wordt ingediend vanaf 1 juli 2019 met betrekking tot geschillen inzake inkomsten of vermogen verkregen in een belastbaar tijdperk dat begint op of na 1 januari 2018.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 2 mei 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en
Minister van Financiën,
A. DE CROO
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : K54-3653 Integraal verslag : 25 april 2019

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie