J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2019/04/03/2019030336/justel

Titel
3 APRIL 2019. - Wet betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie

Bron :
KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER
Publicatie : 10-04-2019 nummer :   2019030336 bladzijde : 36384       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-04-03/02
Inwerkingtreding : onbepaald
Opheffing : 31-12-2020 2-7;10-16;34-35;39-40

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Algemene bepaling
Art. 1
TITEL 2. - Verblijfsrecht van onderdanen van het Verenigd Koninkrijk en hun familieleden
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
Art. 2-5
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
Art. 6-7
TITEL 3. - Energie
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen betreffende Interconnector (UK) Limited
Art. 8
TITEL 4. - Werk
ENIG HOOFDSTUK. - Startbanen
Art. 9
TITEL 5. - Sociale Zaken
HOOFDSTUK 1. - CoŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels
Art. 10-14
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
Art. 15-16
TITEL 6. - FinanciŽn
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
Art. 17-20
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de federale fiscale wetboeken
Art. 21-27
TITEL 7. - Economie
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
Art. 28-32
HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen
Art. 33
TITEL 8. - Justitie
ENIG HOOFDSTUK. - Behoud van op basis van vestiging verworven rechten van advocaten
Art. 34-35
TITEL 9. - Binnenlandse zaken
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid
Art. 36
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement
Art. 37-38
TITEL 10. - Politiediensten
ENIG HOOFDSTUK. - Invoeging van een tijdelijke bepaling in de wet van 26 april 2002 houdende de essentiŽle elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten in het kader van de brexit
Art. 39-40
TITEL 11. - Fiscaliteit
Art. 41-45
TITEL 12. - Inwerkingtreding
Art. 46

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  TITEL 2. - Verblijfsrecht van onderdanen van het Verenigd Koninkrijk en hun familieleden

  HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen

  Art. 2. In de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wordt een artikel 81/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 81/2. Het verblijfsrecht van de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk en hun familieleden, verkregen overeenkomstig de artikelen 40 en 40bis, alsook dit van andere familieleden bedoeld in artikel 47/1, blijft behouden na de inwerkintreding van de wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, onverminderd andere bepalingen van deze wet.".

  Art. 3. In dezelfde wet wordt een artikel 81/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 81/3. De verblijfsaanvragen van de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk en hun familieleden bedoeld in artikel 40bis, alsook van andere familieleden bedoeld in artikel 47/1, die op het moment van inwerkintreding van de wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie nog hangende zijn, worden behandeld overeenkomstig de voorwaarden die golden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van voornoemde wet.".

  Art. 4. In dezelfde wet wordt een artikel 81/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 81/4. De verblijfsaanvragen ingediend na de inwerkintreding van de wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie van familieleden bedoeld in artikel 40bis, alsook van andere familieleden bedoeld in artikel 47/1, van de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk, die vallen onder artikel 81/2 en 81/3 worden behandeld overeenkomstig de voorwaarden die golden de dag voor de datum van inwerkingtreding van voornoemde wet.".

  Art. 5. In dezelfde wet wordt een artikel 81/5 ingevoegd, luidende :
  "Art.81/5. Indien de geldigheid van het verblijfsdocument van de onderdaan van het Verenigd Koninkrijk, het familielid bedoeld in artikel 40bis, of de andere familieleden bedoeld in artikel 47/1, vervalt, vernieuwt de burgemeester dit verblijfsdocument tot de datum bedoeld in artikel 7 van de wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd koninkrijk uit de Europese Unie.".

  HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen

  Art. 6. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen van deze titel opheffen, wijzigen, aanvullen of vervangen.
  Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid houdt op uitwerking te hebben op het einde van de zesde maand volgend op de datum van inwerkingtreding ervan, tenzij het voor die dag bij wet is bekrachtigd.

  Art. 7. Deze titel treedt buiten werking op 31 december 2020.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een datum van buitenwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.

  TITEL 3. - Energie

  ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen betreffende Interconnector (UK) Limited

  Art. 8. In de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatstelijk gewijzigd door de wet van 31 juli 2017, wordt een artikel 25bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 25bis. Onder voorbehoud van andersluidende bepalingen opgenomen in een verdrag afgesloten tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk of in een verdrag afgesloten tussen BelgiŽ en het Verenigd Koninkrijk, zijn de bepalingen van hoofdstuk III, afdeling 2, artikel 15/5bis, ß 15, artikel 15/5undecies, ß 3, hoofdstuk IVsexies en hoofdstuk IVsepties van deze wet op Interconnector (UK) Limited van toepassing vanaf de inwerkingtreding van titel 3 van de wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.".

  TITEL 4. - Werk

  ENIG HOOFDSTUK. - Startbanen

  Art. 9. In artikel 23 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid wordt paragraaf 3 hersteld in de volgende lezing :
  " ß 3. Voor de toepassing van ß 1bis, eerste lid, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland beschouwd als een Staat die deel uitmaakt van de Europese Unie tot 31 december 2020.
  De Koning kan de toepassing van het eerste lid beperken.".

  TITEL 5. - Sociale Zaken

  HOOFDSTUK 1. - CoŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels

  Art. 10. Dit hoofdstuk is van toepassing op de in artikel 2 van de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels en op de in artikel 1 van de verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de bepalingen van verordening (EEG) nr. 1408/71 en verordening (EEG) nr. 574/72 tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen bedoelde personen, rekening houdend, voor de toepassing van dit hoofdstuk, met het feit dat het Verenigd Koninkrijk wordt gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

  Art. 11. Voor de toepassing van de in artikel 13 opgesomde verordeningen betreffende de coŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels van de Europese Unie op de in artikel 12 opgesomde wetgevingen en stelsels wordt het Verenigd Koninkrijk gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

  Art. 12. Dit hoofdstuk is van toepassing op de wetgevingen betreffende de volgende takken van sociale zekerheid :
  1į de uitkeringen verschuldigd in uitvoering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
  2į de werkloosheidsuitkeringen, inclusief de uitkeringen voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, de onderbrekingsuitkeringen voor het algemeen stelsel van tijdskrediet en de onderbrekingsuitkeringen voor thematische verloven voor de werknemers uit de private sector;
  3į de rust- en overlevingspensioenen;
  4į de prestaties uit hoofde van arbeidsongevallen en beroepsziekten;
  5į de geneeskundige verstrekkingen verschuldigd in uitvoering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
  6į de invaliditeitspensioenen ten voordele van de mijnwerkers en er mee gelijkgestelden;
  7į de geneeskundige verzorging en de uitkeringen van het stelsel der zeelieden ter koopvaardij;
  8į de overzeese sociale zekerheid;
  9į de bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties, als bedoeld in artikel 70 en bijlage X bij de verordening 883/04.
  Dit hoofdstuk is ook van toepassing op de integratietegemoetkoming die toegekend wordt in uitvoering van de wetgeving betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

  Art. 13. Onverminderd het recht van de Europese Unie en rekening houdend met artikel 14, blijven de in artikel 12 bedoelde wetgevingen en stelsels van toepassing overeenkomstig de bepalingen en beginselen van de volgende verordeningen betreffende de coŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels van de Europese Unie :
  - verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels;
  - verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels;
  - verordening (EG) nr. 859/2003 van de Raad van 14 mei 2003 tot uitbreiding van de bepalingen van verordening (EEG) nr. 1408/71 en verordening (EEG) nr. 574/72 tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen;
  - verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen;
  - verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.

  Art. 14. Wanneer een Belgische instelling voor de toepassing van dit hoofdstuk de volledige of gedeeltelijke medewerking van een Britse instelling vereist, onder andere wat betreft de uitwisseling van informatie, neemt de Belgische instelling alle redelijke maatregelen om de bijstand van die instelling of de nodige informatie te verkrijgen.
  Indien de Belgische instelling aan het einde van de procedure vaststelt dat het onmogelijk is de nodige medewerking te verkrijgen, stelt zij de betrokkene hiervan onmiddellijk in kennis en verzoekt zij hem de relevante informatie of relevante elementen waarover hij beschikt, te verstrekken.
  Een Belgische instelling is niet verplicht artikel 13 toe te passen indien zij, nadat zij aan de in de voorgaande leden bedoelde verplichtingen heeft voldaan, niet in staat is de medewerking of informatie te verkrijgen die nodig is voor de uitvoering ervan. Hetzelfde geldt indien de betrokkene niet binnen een redelijke termijn de nodige informatie verstrekt of onvolledige informatie verstrekt.

  HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen

  Art. 15. Om te waarborgen dat de continuÔteit van de toepassing van de verordeningen betreffende de coŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels volledig wederkerig is met de toepassing ervan door het Verenigd Koninkrijk, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de artikelen 10 en 12 opheffen, wijzigen, aanvullen of vervangen.
  De besluiten die genomen worden ter uitvoering van het eerste lid houdt op uitwerking te hebben op het einde van de zesde maand volgend op de datum van inwerkingtreding ervan, tenzij zij voor die dag bij wet zijn bekrachtigd.

  Art. 16. Deze titel treedt buiten werking op 31 december 2020.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een datum van buitenwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.

  TITEL 6. - FinanciŽn

  HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie

  Art. 17. In artikel 14 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, vervangen bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1į in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de zin "De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land en die in hun land van herkomst daadwerkelijk beleggingsdiensten verlenen, mogen zonder vestiging enkel aan volgende beleggers deze diensten in BelgiŽ aanbieden of verlenen :" wordt vervangen als volgt : "Beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land en in hun land van herkomst daadwerkelijk beleggingsdiensten verlenen dan wel beleggingsactiviteiten verrichten, mogen deze diensten of activiteiten in BelgiŽ, zonder er gevestigd te zijn, enkel aanbieden of verlenen aan, dan wel verrichten voor de volgende beleggers :";
  b) in het 3į worden de woorden "voor wat betreft de in BelgiŽ aangeboden of verleende beleggingsdiensten" vervangen door de woorden "wat betreft de in BelgiŽ aangeboden of verleende beleggingsdiensten, dan wel verrichte beleggingsactiviteiten";
  2į in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden "met opgave van de voorgenomen beleggingsdiensten die ze voornemens zijn te verrichten, alsook van de categorieŽn van beleggers aan wie ze voornemens zijn deze diensten te verlenen" vervangen door de woorden "met opgave van de beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten die ze voornemens zijn te verlenen of te verrichten, alsook van de categorieŽn van beleggers voor wie deze diensten of activiteiten bestemd zijn";
  b) in het tweede lid worden de woorden "het verlenen van beleggingsdiensten in BelgiŽ" vervangen door de woorden "het verlenen van beleggingsdiensten of verrichten van beleggingsactiviteiten in BelgiŽ";
  3į in paragraaf 3 worden de woorden "die in BelgiŽ de diensten verlenen bedoeld in artikel 2, 1į, van deze wet" vervangen door de woorden "die in BelgiŽ de beleggingsdiensten verlenen of de beleggingsactiviteiten verrichten als bedoeld in artikel 2, 1į, van deze wet.".

  Art. 18. In artikel 14/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 november 2017, wordt paragraaf 2 aangevuld met drie leden, luidende :
  "De Koning kan, op advies van de FSMA, de wettelijke en reglementaire bepalingen als bedoeld in het eerste lid, aanvullen met bepalingen die van toepassing zijn op de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, die Hij noodzakelijk acht voor het beschermen van de belangen van de beleggers en voor het vrijwaren van de goede werking, de integriteit en de transparantie van de financiŽle markten.
  Hij kan, inzonderheid, regels vastleggen voor de bewaring van gegevens en de kennisgeving van transacties die de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen als bedoeld in artikel 14 moeten naleven als zij beleggingsdiensten verlenen die bestaan uit het uitvoeren van orders en als die diensten betrekking hebben op :
  a) financiŽle instrumenten die tot de handel zijn toegelaten of worden verhandeld op een handelsplatform in de zin van Richtlijn 2014/65/EU of waarvoor een verzoek om toelating tot de handel is gedaan;
  b) financiŽle instrumenten waarvan de onderliggende waarde een financieel instrument is dat wordt verhandeld op een handelsplatform in de zin van Richtlijn 2014/65/EU;
  c) financiŽle instrumenten waarvan de onderliggende waarde een index of mand is die is samengesteld uit financiŽle instrumenten die worden verhandeld op een handelsplatform in de zin van Richtlijn 2014/65/EU.
  Voor de toepassing van de het tweede en het derde lid houdt de Koning inzonderheid rekening met de bepalingen van Verordening (EU) nr. 600/2014 van 15 mei 2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiŽle instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, of andere Europeesrechtelijke teksten ter zake.".

  Art. 19. De Koning kan, op advies van de Autoriteit voor FinanciŽle Diensten en Markten, regels bepalen met betrekking tot de exploitatie in BelgiŽ van een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF in de zin van Richtlijn 2014/65/EU van 15 mei 2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiŽle instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU, door een onderneming uit een derde land.

  Art. 20. De Koning kan, op advies van de Autoriteit voor FinanciŽle Diensten en Markten en de Nationale Bank van BelgiŽ, dienstige maatregelen nemen voor de goede uitvoering van de overeenkomsten die waren gesloten vůůr het verlies van de erkenning, in BelgiŽ, van de vergunningen, registraties, inschrijvingen, en, meer algemeen, van elke vorm van toestemming van in de financiŽle sector actieve ondernemingen of personen, in het bijzonder van zij die de hoedanigheid hebben van kredietinstelling, beleggingsonderneming, verzekerings- of herverzekeringsonderneming, betalingsinstelling, instelling voor elektronisch geld, kredietgever, instelling voor collectieve belegging, beheersvennootschap van instellingen voor collectieve belegging, beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging, verzekerings - en herverzekeringstussenpersoon of kredietbemiddelaar en die onder het recht van het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland of van Gibraltar ressorteren.
  Met het oog op de uitvoering van de overeenkomsten die gesloten zijn voorafgaand aan het vertrek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland uit de Europese Unie, kunnen de in het eerste lid bedoelde maatregelen onder meer bestaan in het verlenen van de voor de ondernemingen die ressorteren onder het recht van niet-lidstaat van de Unie vereiste toestemmingen, of in de toekenning van een gelijkstelling met de overeenkomstig het Unierecht bestaande regeling inzake wederzijdse erkenning.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de federale fiscale wetboeken

  Art. 21. Voor de toepassing van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland tot en met 31 december 2019 gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

  Art. 22. Voor de toepassing van het Boek II en het Boek IIbis van het Wetboek der successierechten, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord- Ierland tot en met 31 december 2019 gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

  Art. 23. Voor de toepassing van de bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten die niet de rechten betreffen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 6į tot 8į, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland met een lidstaat van de Europese Unie gelijkgesteld voor de verrichtingen gedaan tot en met 31 december 2019.

  Art. 24. Voor de toepassing van het Wetboek diverse rechten en taksen, met uitzondering van de titels II en XI van het boek II, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie voor verrichtingen gedaan tot en met 31 december 2019.
  Voor de toepassing van de titels II en XI van het boek II van het hetzelfde Wetboek, wordt het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland tot en met 31 december 2019 gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

  Art. 25. Het artikel 21 is eveneens van toepassing op de bijzondere wetsbepalingen betreffende de inkomstenbelastingen, die niet in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn opgenomen, en op de besluiten genomen tot uitvoering van dit Wetboek of deze bijzondere wetsbepalingen.
  De artikelen 22 tot 24 zijn eveneens van toepassing voor alle bijzondere wetsbepalingen betreffende de erin bedoelde rechten en taksen, die niet in de voornoemde Wetboeken zijn opgenomen alsook voor alle bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze Wetboeken of bijzondere wetsbepalingen.

  Art. 26. ß 1. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de in de artikelen 21 tot 25 vermelde periode inkorten, zowel inzake de datum van 31 december 2019 als inzake het aanslagjaar voor de toepassing van alle of een deel van de federale fiscale bepalingen.
  Bij het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde datum, evalueert de Ministerraad de impact van de in dit hoofdstuk bedoelde overgangsregeling. In geval van een positieve evaluatie kan de periode bedoeld in het eerste lid verlengd worden door een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad tot het moment waarop een definitieve regeling is uitgewerkt voor een deel of alle fiscale bepalingen.
  De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het eerste en tweede lid genomen besluiten. Deze besluiten houden op uitwerking te hebben indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Bij gebreke van deze bekrachtiging binnen de voormelde termijn worden de besluiten geacht nooit uitwerking te hebben gehad.
  ß 2. De Koning kan bovendien bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, uitsluitend tijdens de periode die naargelang het geval, hetzij aanvangt op de dag van de ontbinding van de Kamer van volksvertegenwoordigers, hetzij op de laatste dag van de zitting van de Kamer, en eindigt daags vůůr de opening van de eerstvolgende zitting van deze Kamer, maatregelen nemen :
  - die noodzakelijk zijn in het kader van een brexit zonder terugtrekkingsakkoord; en
  - waarbij gemotiveerd wordt waarom een onmiddellijk ingrijpen vereist is; en
  - waarbij een wijziging wordt aangebracht aan de fiscale bepalingen vervat in de Wetboeken, bijzondere wetsbepalingen of uitvoeringsbesluiten bedoeld in de artikelen 21 tot 25.
  De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het eerste lid genomen besluiten. Deze besluiten houden op uitwerking te hebben indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Bij gebreke van deze bekrachtiging binnen de voormelde termijn wordt het besluit geacht nooit uitwerking te hebben gehad.

  Art. 27. De artikelen 21 tot 25 zijn slechts van toepassing op voorwaarde dat het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland voor de relevante bepalingen vervat in de in deze artikelen bedoelde Wetboeken, bijzondere wetsbepalingen en uitvoeringsbesluiten heeft voorzien in een wederkerigheid.

  TITEL 7. - Economie

  HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen

  Art. 28. In artikel 5 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, laatstelijk gewijzigd door de wet van 6 december 2018, wordt de volgende wijziging aangebracht :
  1į er wordt een bepaling onder 21į /9 ingevoegd, luidende :
  "21į /9 "gevolmachtigde onderschrijver" : de verzekeringstussenpersoon die, als lasthebber van ťťn of meer verzekeringsondernemingen, bevoegd is om de dekking van risico's te accepteren, in naam en voor rekening van die verzekeringsondernemingen, en verzekeringsovereenkomsten te sluiten en te beheren;".

  Art. 29. In artikel 259 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1į in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "Het door de FSMA bijgehouden register van de verzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen wordt onderverdeeld in de volgende categorieŽn : "verzekeringsmakelaars", "verzekeringsagenten", "verzekeringssubagenten", "neven-verzekeringstussenpersonen" en "gevolmachtigde onderschrijvers";
  2į er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende :
  " ß 1/1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 271 mag een verzekeringstussenpersoon zijn activiteiten slechts uitoefenen als hij in de desbetreffende categorie van het register van de verzekeringstussenpersonen is ingeschreven.".

  Art. 30. Artikel 263 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 december 2018, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 263. Voor de in dit deel bedoelde werkzaamheden, mag niemand de titel dragen van verzekeringsmakelaar, verzekeringsagent, verzekeringssubagent, herverzekeringsmakelaar, herverzekeringsagent, herverzekeringssubagent of gevolmachtigde onderschrijver, of van makelaar, agent, subagent of onderschrijver, met verwijzing naar de activiteit van verzekeringen, herverzekeringen, verzekerings- of herverzekeringsdistributie, tenzij hij in de desbetreffende categorie van het register van de verzekeringstussenpersonen of het register van de herverzekeringstussenpersonen is ingeschreven.".

  Art. 31. In afdeling 2, hoofdstuk 3, deel 6 van dezelfde wet wordt een artikel 267/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 267/1. De verzekeringstussenpersonen die de activiteit van gevolmachtigde onderschrijver uitoefenen,
  1į beschikken over een passende organisatie die is afgestemd op de aard, de omvang en de complexiteit van de uitgeoefende activiteiten, alsook op de eraan verbonden risico's, met het oog op de naleving van de bepalingen van deze wet. De Koning kan de nadere regels voor de invulling van de vereiste van passende organisatie bepalen;
  2į vermelden op hun website of, bij gebreke daaraan, verstrekken op duurzame drager op verzoek van hun klanten, de naam van alle verzekeringsondernemingen die hun een mandaat hebben verleend, alsook de verzekeringstakken waarvoor ieder mandaat werd verleend;
  3į vermelden op iedere verzekeringspolis de naam van de verzekeringsonderneming of verzekeringsondernemingen in wiens naam en voor wiens rekening de polis werd afgesloten door de gevolmachtigde onderschrijver;
  4į moeten eveneens voldoen aan de bepalingen van deze afdeling die van toepassing zijn op de verzekeringsmakelaars.".

  Art. 32. Artikel 266, 6į, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De tussenpersoon mag, wat zijn activiteit van verzekeringsdistributie in BelgiŽ betreft, slechts handelen met gevolmachtigde onderschrijvers die voor deze activiteit zijn ingeschreven of toegelaten zijn om deze activiteiten in BelgiŽ uit te oefenen in toepassing van artikel 271;".

  HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen

  Art. 33. De personen die, op de datum van inwerkingtreding van deze titel, ingeschreven zijn in het register van de verzekeringstussenpersonen overeenkomstig artikel 259, ß 1, eerste lid, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, en de activiteit van gevolmachtigde onderschrijver uitoefenen,
  1į stellen, binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze titel, de FSMA ervan in kennis dat zij deze activiteit uitoefenen, op de wijze en volgens de nadere regels die de FSMA bepaalt. Zij zijn dan voorlopig gemachtigd om de activiteit van gevolmachtigd onderschrijver te blijven uitoefenen; en
  2į dienen, binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze titel, een aanvraag in tot inschrijving in het register van de verzekeringstussenpersonen in de categorie van gevolmachtigde onderschrijvers, op de wijze en volgens de modaliteiten die de FSMA bepaalt. Uit dit aanvraagdossier blijkt dat de betrokken persoon beantwoordt aan de bepalingen van artikel 267/1 van de wet van 4 april 2014.
  Indien geen dossier wordt ingediend bij de FSMA binnen deze termijn, of als de inschrijvingsaanvraag wordt geweigerd, mag deze persoon de activiteit van gevolmachtigd onderschrijver niet meer uitoefenen.

  TITEL 8. - Justitie

  ENIG HOOFDSTUK. - Behoud van op basis van vestiging verworven rechten van advocaten

  Art. 34. De uiterlijk op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet op basis van vestiging verworven rechten van advocaten blijven, op voorwaarde van wederkerigheid, behouden na de inwerkingtreding van deze wet.

  Art. 35. Deze titel treedt buiten werking op 31 december 2020.
  De Koning kan ook, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voorzien in een vroegere datum waarop deze titel ophoudt van kracht te zijn.
  De Koning wordt gemachtigd om, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de noodzakelijke maatregelen ter uitvoering van deze titel te nemen en, desgevallend, de werkingssfeer van deze titel aan te passen.
  De besluiten die genomen worden ter uitvoering van het vorige lid houden op uitwerking te hebben op het einde van de zesde maand na de datum van inwerkingtreding indien ze bij het verstrijken van die termijn niet bij wet bekrachtigd zijn.

  TITEL 9. - Binnenlandse zaken

  HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid

  Art. 36. In hoofdstuk 8 van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid wordt een artikel 276bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 276bis. Personen die, op datum van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op grond van artikel 50 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en zonder dat er op die datum een akkoord bestaat tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie die andere regels bepaalt, beschikten over een geldige identificatiekaart en omwille van deze terugtrekking niet langer voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 61, 2į, behouden tot 31 december 2020 het recht activiteiten uit te voeren zoals bedoeld in artikel 60 voor zover zij voldoen aan de overige voorwaarden bepaald in deze wet.".

  HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement

  Art. 37. Artikel 1 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees parlement, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2018, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
  " ß 5. Met het oog op de Europese verkiezingen van 26 mei 2019 worden de Belgische onderdanen die op 1 februari 2019 ingeschreven waren in de bevolkingsregisters van een consulaire post in het Verenigd Koninkrijk conform de bepalingen van ß 2, beschouwd als ingeschreven in de bevolkingsregisters van een consulaire beroepspost die zich in een Staat bevindt die geen lidstaat is van de Europese Unie.".

  Art. 38. Artikel 37 treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum.

  TITEL 10. - Politiediensten

  ENIG HOOFDSTUK. - Invoeging van een tijdelijke bepaling in de wet van 26 april 2002 houdende de essentiŽle elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten in het kader van de brexit

  Art. 39. In de wet van 26 april 2002 houdende de essentiŽle elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten wordt een titel VI ingevoegd, luidende :
  "TITEL VI. - Tijdelijke bepaling.", die een artikel 139 bevat, luidende :
  "Art. 139. In afwijking van artikel 81, 1į, behoudt het personeelslid van het administratief en logistiek kader, dat de dag voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op grond van artikel 50 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en zonder dat er op die datum een akkoord bestaat tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie die andere regels bepaalt, de hoedanigheid van personeelslid van het administratief en logistiek kader had en dat op die datum onderdaan was van het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland, zonder onderdaan te zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie, de hoedanigheid van personeelslid van het administratief en logistiek na die terugtrekking.".

  Art. 40. Deze titel treedt buiten werking op 31 december 2020.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voorzien in een vroegere datum waarop deze titel ophoudt van kracht te zijn.

  TITEL 11. - Fiscaliteit

  Art. 41. Artikel 1 van de algemene wet inzake douane en accijnzen, gecoŲrdineerd op 18 juli 1977, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, wordt aangevuld met de bepaling onder 13į, luidende :
  "13į douanespoorwegstation : het spoorwegstation waar treinen met bestemming naar of komende van een plaats gelegen buiten het douanegebied van de Europese Unie stoppen.".

  Art. 42. Artikel 167 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 april 1999, wordt aangevuld met de bepaling onder 3į, luidende :
  "3į het grondgebied van de douanespoorwegstations evenals een zone buiten dat grondgebied over een breedte van 250 m vanaf de grens van dat grondgebied.".

  Art. 43. Artikel 180 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "De tolkring vermeld in artikel 167, 2į, wordt uitgebreid naar een breedte van 10 km vanaf de grens van het grondgebied van de douanezee- en luchthavens voor natuurlijke en rechtspersonen die houder zijn van een vergunning voor de uitbreiding van de uren waarbinnen de controles door de ambtenaren kunnen plaatsvinden in hun magazijnen en opslagplaatsen van goederen die in deze uitgebreide tolkring gevestigd zijn.
  De Koning bepaalt de voorwaarden van deze vergunning.".

  Art. 44. In dezelfde wet wordt een artikel 261/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 261/3. Indien bij de vaststelling van een onregelmatigheid lastens een geautoriseerde marktdeelnemer, deze ten genoegen van de administratie aantoont dat deze onregelmatigheid werd begaan te goeder trouw en hij voldoet aan zijn verplichtingen met betrekking tot deze onregelmatigheid, verleent de ambtenaar aangewezen door de Koning, met minstens de graad van adviseur-generaal, vrijstelling van bestraffing aan deze geautomatiseerde marktdeelnemer.
  Met onregelmatigheden die te goeder trouw werden begaan, worden deze bedoeld die begaan werden zonder het oogmerk de belasting te ontduiken of verbods-, controle- en/of beperkingsmaatregelen te ontduiken of dit mogelijk te maken.".

  Art. 45. Artikel 261/3 van de algemene wet inzake douane en accijnzen, gecoŲrdineerd op 18 juli 1977, treedt buiten werking een jaar na de inwerkingtreding ervan.

  TITEL 12. - Inwerkingtreding

  Art. 46. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet, met uitzondering :
  1į van dit artikel, dat in werking treedt de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;
  2į van titel 7, die in werking treedt de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 3 april 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
Ch. MICHEL
De Minister van Werk en Economie,
K. PEETERS
De Minister van FinanciŽn,
A. DE CROO
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en van Asiel en Migratie,
M. DE BLOCK
De Minister van Energie,
M. C. MARGHEM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 54-3554 Integraal verslag : 28 maart 2019.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie