einde

Publicatie : 2018-05-30

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

25 MEI 2018. - Wet tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde (1)



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
TITEL 1. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek
Art. 2. In artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 21 maart 1969 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", met uitzondering van de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg," ingevoegd tussen de woorden "registers van de burgerlijke stand" en de woorden "uittreksels doen afgeven";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "of van het zegel van de rechtbank van eerste aanleg waarvan de griffie het afschrift of het uittreksel afgeeft" opgeheven.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering
Art. 3. In artikel 133 van het Wetboek van Strafvordering, vervangen bij de wet van 21 december 2009, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 4. In artikel 228, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, worden de woorden "op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg" opgeheven.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
Art. 5. In artikel 40 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de wet van 8 maart 1948, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt:
"Onverminderd de toepassing van de artikelen 794, 861 en 864 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de vorenstaande regels voorgeschreven op straffe van nietigheid.".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 6. In artikel 20 van het Gerechtelijk Wetboek, tweede zin, worden de woorden "of, in voorkomend geval, verbeterd door de procedures" ingevoegd tussen het woord "rechtsmiddelen" en de woorden "bij de wet bepaald".
Art. 7. Artikel 38, § 2, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 mei 1985, wordt opgeheven.
Art. 8. Artikel 40, vierde lid, van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 9. In de inleidende zin van artikel 43, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "Op straffe van nietigheid, moet het exploot van betekening" vervangen door de woorden "Het exploot van betekening moet".
Art. 10. In artikel 45 van hetzelfde Wetboek worden de woorden ", op straffe van nietigheid," opgeheven.
Art. 11. In artikel 46 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, die paragraaf 1 wordt, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"In geval de gerechtsbrief in gedrukte vorm wordt bezorgd, wordt de brief door de postdiensten ter hand gesteld aan de geadresseerde in persoon of aan diens woonplaats zoals bepaald in de artikelen 33 tot 35 en 39. De persoon aan wie de brief ter hand wordt gesteld, tekent en dateert het ontvangstbewijs dat door de postdiensten aan de afzender wordt teruggezonden. Het ontvangstbewijs in gedrukte vorm kan vervangen worden door een ontvangstbewijs in elektronische vorm. Weigert de persoon te tekenen of te dateren, dan maken de postdiensten van die weigering melding onderaan op het ontvangstbewijs of door middel van een elektronische toepassing in geval van een elektronisch ontvangstbewijs.";
2° in het derde lid van paragraaf 2, die paragraaf 1 wordt, worden de woorden "laat de postbeambte een bericht achter dat hij is langsgekomen" vervangen door de woorden "wordt daarvan een bericht achtergelaten in de brievenbus" en worden de woorden "op het postkantoor" vervangen door de woorden "op de plaats aangewezen op het bericht";
3° in het zesde lid van paragraaf 2, die paragraaf 1 wordt, worden de woorden "de leden 3 tot 5" vervangen door de woorden "de leden 2 tot 5";
4° in de Franse tekst van het eerste lid van paragraaf 3, die paragraaf 2 wordt, worden de woorden "l'accusé de réception" vervangen door de woorden "l'avis de réception";
5° in het tweede lid van paragraaf 3, die paragraaf 2 wordt, worden de woorden "een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "een aangetekende zending";
6° paragraaf 4 wordt paragraaf 3.
Art. 12. In artikel 46/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 oktober 2015, worden de woorden "overeenkomstig de artikelen 728, 729 of 729/1" opgeheven.
Art. 13. in het eerste deel, hoofdstuk VII, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 47bis ingevoegd, luidende:
"Art. 47bis. De in dit hoofdstuk opgenomen bepalingen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid.
Ingeval de betekening of de kennisgeving van een beslissing nietig is, neemt de termijn om een rechtsmiddel aan te wenden geen aanvang.".
Art. 14. In artikel 52, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden "of wegens het disfunctioneren van het informaticasysteem verbonden met het informaticasysteem van Justitie en dat gebruikt wordt voor het stellen van de rechtshandeling" ingevoegd tussen de woorden "bedoeld in artikel 32ter" en de woorden ", dient deze verricht".
Art. 15. In artikel 109, derde lid, tweede zin, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden ", zoals de respectieve werklast van de kamers, de onbeschikbaarheid van een of meer raadsheren die daarin gewoonlijk zitting hebben, de bijzondere deskundigheid van sommigen van hen om een of meer zeer technische zaken te behandelen, de mate waarin het onderzoek van een zaak of van zaken die de eerste voorzitter, in afwijking van het voornoemde reglement, aan iemand anders wil toewijzen, gevorderd is en deze zaak of zaken klaar is of zijn voor behandeling, of andere daarmee vergelijkbare objectieve gronden," ingevoegd tussen de woorden "het rechtvaardigen" en de woorden "kan hij een deel".
Art. 16. Artikel 110 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 17. Artikel 111 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 18. In artikel 259sexies, § 3, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 juni 2001 en gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006, wordt het woord "309/1," ingevoegd tussen het woord "308," en het woord "323bis".
Art. 19. In het tweede deel, boek II, titel I, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk IVbis ingevoegd, luidende: "Magistraten gemachtigd om een opdracht als verbindingsmagistraat in het buitenland te vervullen".
Art. 20. In hoofdstuk IVbis ingevoegd bij artikel 19 wordt een artikel 309/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 309/1. § 1. De minister bevoegd voor Justitie kan, na advies van het College van procureurs-generaal, een magistraat als verbindingsmagistraat in het buitenland aanwijzen.
Om als verbindingsmagistraat te worden aangewezen, dient de kandidaat op het ogenblik van zijn aanwijzing:
1° magistraat te zijn van het openbaar ministerie;
2° ten minste tien jaar juridische functies te hebben uitgeoefend waarvan ten minste zes jaar een ambt van magistraat;
3° houder te zijn van het getuigschrift bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken, waaruit de kennis blijkt van de andere taal dan die van zijn diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten.
De minister bevoegd voor Justitie bepaalt, op voorstel van het College van procureurs-generaal, de bijzondere voorwaarden waaraan de verbindingsmagistraat moet voldoen. Deze worden in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd in de oproep tot kandidaten.
§ 2. De aanwijzing geldt voor een termijn van twee jaar. De aanwijzing kan, na advies van het College van procureurs-generaal, eenmaal worden hernieuwd.
Uitzonderlijk kan, op met redenen omkleed voorstel van het College van procureurs-generaal, de aanwijzing nog tweemaal met telkens een periode van een jaar worden verlengd.
§ 3. De verbindingsmagistraat bedoeld in paragraaf 1 behoudt zijn hoedanigheid van magistraat.
De bepalingen van artikel 323bis zijn van toepassing.
§ 4. In het kader van de uitoefening van zijn opdrachten vertegenwoordigt de verbindingsmagistraat, naargelang van het geval, ofwel de minister bevoegd voor Justitie ofwel de bevoegde Belgische gerechtelijke overheid.
Wat zijn gerechtelijke opdrachten betreft, oefent de verbindingsmagistraat zijn bevoegdheden uit onder de rechtstreekse leiding en toezicht van het College van procureurs-generaal. Per nieuw dossier bezorgt hij een verslag aan de procureur-generaal die bevoegd is voor internationale betrekkingen.
Wat zijn opdrachten in rechtstreeks verband met de bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst Justitie betreft, oefent hij zijn bevoegdheden uit onder de rechtstreekse leiding en toezicht van de minister bevoegd voor Justitie.
§ 5. De verbindingsmagistraat wordt toegewezen aan een diplomatieke post.
De verbindingsmagistraat en zijn inwonende gezinsleden die te zijnen laste zijn en de Belgische nationaliteit hebben, genieten voor de duur van de opdracht het diplomatiek statuut.
De verbindingsmagistraat is aan de diplomatieke gebruiken en regels en aan het diplomatiek gezag van het hoofd van de diplomatieke zending onderworpen.
§ 6. De verbindingsmagistraat bezorgt aan de minister bevoegd voor Justitie, het College van procureurs-generaal en de federale procureur een omstandig jaarlijks activiteitenverslag over zijn werkzaamheden.
Het College van procureurs-generaal evalueert de verbindingsmagistraat jaarlijks, onder andere op grond van zijn activiteitenverslag en na hem te hebben gehoord, betreffende de wijze waarop hij zijn opdracht en zijn bevoegd-heden uitoefent. Deze evaluatie wordt opgenomen in het in artikel 143bis, § 7, bedoelde verslag.
Ingeval de prestaties als onvoldoende worden beoordeeld, kan de minister bevoegd voor Justitie, op met redenen omkleed voorstel van het College van procureurs-generaal en na de verbindingsmagistraat gehoord te hebben, een einde stellen aan de aanwijzing van de verbindingsmagistraat.
§ 7. De minister bevoegd voor Justitie kan, na advies van het College van procureurs-generaal, een einde stellen aan de aanwijzing van de verbindingsmagistraat wegens tekortkoming aan zijn verplichtingen.
Het College van procureurs-generaal kan het advies bedoeld in het eerste lid slechts uitbrengen na de verbindingsmagistraat te hebben gehoord, of minstens behoorlijk daartoe te hebben opgeroepen.".
Art. 21. In artikel 309septies, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, wordt het woord "directeur," ingevoegd tussen de woorden "bevoegde korpschef," en de woorden "hoofdgriffier of hoofdsecretaris".
Art. 22. In het tweede deel, boek II, titel I, hoofdstuk VIII, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 309novies ingevoegd, luidende:
"Art. 309novies. § 1. De minister bevoegd voor Justitie kan, op verzoek van het College van procureurs-generaal en op advies van de bevoegde korpschef, directeur, hoofdgriffier of hoofdsecretaris een lid van het gerechtspersoneel aanwijzen als medewerker van de verbindingsmagistraat in het buitenland, of die medewerker aanwerven op grond van een arbeidsovereenkomst.
De medewerker behoudt de aan zijn ambt verbonden wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.
De medewerker is onderworpen aan de wettelijke regels die van toepassing zijn op het gerechtspersoneel.
§ 2. De Koning kan een postvergoeding en de voorwaarden waarbinnen deze aanwijzing kan uitgeoefend worden, vaststellen.
§ 3. De verbindingsmagistraat oefent het functioneel gezag uit over de medewerker.
§ 4. De minister bevoegd voor Justitie kan, op met redenen omkleed voorstel van het College van procureurs-generaal en na de medewerker te hebben gehoord, een einde stellen aan de aanwijzing van de medewerker wegens tekortkoming aan zijn verplichtingen.".
Art. 23. In artikel 363bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, vervangen bij de wet van 10 augustus 2015 en gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, wordt het woord "309/1," ingevoegd tussen het woord "308," en het woord "309bis".
Art. 24. In artikel 411, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "309/1," wordt ingevoegd tussen het woord "308," en het woord "309ter";
2° de woorden "een in artikel 309sexies of in artikel 309septies" worden vervangen door de woorden "een in de artikelen 309sexies, 309septies of 309novies".
Art. 25. In artikel 412, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 februari 2018 wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de bepaling onder f), luidende:
"f) de procureur-generaal aangewezen in het rechtsgebied van het hof van beroep waar de in artikel 309/1 bedoelde verbindingsmagistraat is benoemd.".
Art. 26. In artikel 451 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 4 mei 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Hij kan beslissen dat een of meerdere van de plaatsen in de raad worden toegekend volgens de regels die inzake voordracht en stemming voor de aanwijzing van de stafhouder zijn voorgeschreven, en waarbij de kandidaten dienen te voldoen aan bijzondere voorwaarden.";
2° in het derde lid wordt het woord "plaats" vervangen door het woord "plaatsen".
Art. 27. In artikel 590, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 2014, worden de woorden "2.500 euro" vervangen door de woorden "5.000 euro".
Art. 28. In artikel 617, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de woorden "1.860 euro" vervangen door de woorden "2.000 euro".
Art. 29. Artikel 628, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 april 2007 en 30 juli 2013, wordt aangevuld met de woorden "en, behoudens akkoord van de partijen over de keuze van de rechtbank van een van hun huidige woonplaatsen, de rechter van de plaats van de laatste echtelijke verblijfplaats, wanneer het gaat om een vordering tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed door onderlinge toestemming".
Art. 30. In artikel 717 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, worden de woorden "is deze van gener waarde" vervangen door de woorden "wordt de rechtspleging ambtshalve geschorst".
Art. 31. In artikel 743, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 juli 2006, worden de woorden "die niet zijn neergelegd door middel van het in artikel 32ter bedoelde informaticasysteem" ingevoegd tussen de woorden "De conclusies" en de woorden "worden ondertekend".
Art. 32. In artikel 792 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 2005, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Binnen vijf dagen te rekenen van de uitspraak van de beslissing geeft de griffier, zowel in burgerlijke als in strafzaken, bij gewone brief kennis van een niet ondertekend afschrift van de beslissing aan elke partij of, in voorkomend geval, aan haar advocaat. Die kennisgeving doet de termijn om een rechtsmiddel aan te wenden niet lopen.".
Art. 33. In het opschrift van de afdeling IX van het vierde deel, boek II, titel II, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 oktober 2013, worden de woorden "de omissie van" vervangen door de woorden "het verzuim uitspraak te doen over".
Art. 34. Artikel 794 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 oktober 2013, wordt vervangen als volgt:
"Art. 794. Het gerecht dat de beslissing heeft gewezen, het gerecht waarnaar de beslissing werd verwezen of de beslagrechter kunnen te allen tijde ambtshalve of op verzoek van een partij elke kennelijke rekenfout of verschrijving of andere kennelijke leemte dan het in artikel 794/1 bedoelde verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering, met inbegrip van een inbreuk op artikel 780, met uitsluiting van artikel 780, eerste lid, 3°, of op artikel 782 en met inbegrip van een louter formele miskenning van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, verbeteren, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen.
De verbetering vindt steun in de wet, het dossier van de rechtspleging of de stavingsstukken die werden voorgelegd aan de rechter die de te verbeteren beslissing heeft uitgesproken.".
Art. 35. In artikel 794/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Het gerecht dat verzuimd heeft zich over een punt van de vordering uit te spreken, kan, mits rekening te houden met de in artikel 748bis vervatte regels, dit verzuim herstellen zonder afbreuk te doen aan de over de reeds beslechte geschilpunten uitgesproken beslissingen.";
2° in het tweede lid worden de woorden "op straffe van verval" ingevoegd tussen de woorden "Het verzoek dient" en de woorden "te worden ingediend".
Art. 36. In artikel 795 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 24 oktober 2013, worden de woorden "de omissie van" vervangen door de woorden "het verzuim uitspraak te doen over".
Art. 37. Artikel 797 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 24 oktober 2013, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Een rechtsmiddel als bedoeld in boek III van het vierde deel kan niet worden aangewend wanneer uitsluitend de uitlegging of verbetering van de betrokken beslissing of het herstel in die beslissing van het verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering wordt beoogd.".
Art. 38. In artikel 799 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 oktober 2013, worden de woorden "de omissie van" vervangen door de woorden "het verzuim uitspraak te doen over".
Art. 39. In artikel 800 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 24 oktober 2013, worden de woorden "de omissie van" telkens vervangen door de woorden "het verzuim uitspraak te doen over".
Art. 40. Artikel 861 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 oktober 2015, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Wanneer hij vaststelt dat de bewezen belangenschade kan worden hersteld, maakt de rechter, op kosten van de opsteller van de onregelmatige akte, de verwerping van de exceptie van nietigheid afhankelijk van de uitvoering van de maatregelen waarvan hij de inhoud en de termijn waarna de nietigheid zal worden verkregen, bepaalt.".
Art. 41. In artikel 1051 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 12 januari 1993 en 12 mei 2014, wordt tussen het tweede en het derde lid van een lid ingevoegd, luidende:
"Evenwel, wanneer het hoger beroep slechts tegen bepaalde partijen is gericht, beschikken die partijen over een nieuwe termijn van dezelfde duur om hoger beroep aan te tekenen tegen de andere partijen. Die nieuwe termijn begint te lopen vanaf de dag van de betekening of, naargelang het geval, de kennisgeving van de eerste akte van hoger beroep.".
Art. 42. In artikel 1053, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "binnen de gewone termijnen van hoger beroep en" opgeheven.
Art. 43. In artikel 1054 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "te allen tijde" opgeheven;
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Het incidenteel beroep wordt alleen toegelaten indien het wordt ingesteld in de eerste conclusie van de gedaagde in hoger beroep na het hoofdberoep of incidenteel beroep dat tegen hem is ingesteld.".
Art. 44. Artikel 1060 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992, wordt vervangen als volgt:
"Art. 1060. Indien de zaak niet op de rol is ingeschreven vóór de datum van verschijning die in de akte is vermeld wordt de rechtspleging ambtshalve geschorst.".
Art. 45. Artikel 1070 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 24 juni 1970, wordt opgeheven.
Art. 46. In artikel 1138 van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de woorden ", onverminderd artikel 797, tweede lid".
Art. 47. In artikel 1287 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "waaromtrent het hun evenwel vrijstaat een vergelijk te treffen" vervangen door de woorden "waaromtrent zij vrijelijk een vergelijk kunnen treffen";
2° in het derde lid worden de woorden "voor het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding definitief wordt uitgesproken" vervangen door de woorden "voordat het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan".
Art. 48. In artikel 1288, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 1972 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 1° wordt opgeheven;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "gedurende de proeftijd" vervangen door de woorden "tijdens de procedure";
c) in de bepaling onder 4° worden de woorden "gedurende de proeftijd" vervangen door de woorden "tijdens de procedure";
d) de bepaling onder 4° wordt aangevuld met de woorden ", dan wel het feit dat men van die uitkering afstand doet.".
Art. 49. In artikel 1288bis, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994 en gewijzigd bij de wet van 14 januari 2013, worden de woorden ", naar keuze van de echtgenoten" opgeheven.
Art. 50. Artikel 1289 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. 1289. § 1. Wanneer de in paragraaf 2 bepaalde persoonlijke verschijning niet wordt bevolen, verloopt de procedure schriftelijk.
§ 2. De familierechtbank kan steeds de persoonlijke verschijning van de echtgenoten bevelen, hetzij op vraag van de procureur des Konings of van een van de partijen, hetzij ambtshalve. In dit geval, worden de echtgenoten geacht binnen een maand te rekenen van de neerlegging van het verzoekschrift gezamenlijk en persoonlijk te verschijnen voor de familierechtbank. Ze geven de rechtbank hun wil te kennen.
De rechtbank kan in uitzonderlijke omstandigheden een of beide echtgenoten machtigen zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of door een notaris.
§ 3. Ingeval de partijen of één van hen niet in persoon of bij wege van hun vertegenwoordiger indien toepassing gemaakt is van paragraaf 2, tweede lid, op de door de familierechtbank vastgestelde dag verschijnen, verwijst de rechtbank de zaak naar de algemene rol.
§ 4. Wanneer de procedure uitsluitend schriftelijk verloopt, gaat de termijn voor de uitspraak van het vonnis bedoeld in artikel 770, § 1, in:
- op de dag dat de procureur des Konings zijn advies indient, of,
- op de dag dat hij meedeelt dat hij geen advies zal verlenen, of,
- bij het verstrijken van de gestelde termijn waarbinnen het advies moet worden ingediend.".
Art. 51. In artikel 1289ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "brengt schriftelijk advies uit" vervangen door de woorden "kan, binnen dertig dagen te rekenen van de inschrijving van de zaak op de rol, schriftelijk advies neerleggen ter griffie";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"In geval van toepassing van artikel 1289, §§ 2 en 3, wordt het advies, wanneer het binnen de gestelde termijnen wordt uitgebracht, ter griffie neergelegd ten laatste op de dag vóór de verschijning van de echtgenoten, tenzij het wegens de omstandigheden van de zaak terstond op de zitting van de verschijning van de echtgenoten schriftelijk of mondeling wordt uitgebracht. In dit geval wordt dit op het zittingsblad vermeld.";
3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"De procureur des Konings verwittigt de rechtbank dat hij geen advies zal uitbrengen.
Wanneer het schriftelijk advies niet wordt uitgebracht binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, wordt het geacht gunstig te zijn.".
Art. 52. In artikel 1290 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° In het eerste lid worden de woorden "de rechter houdt" vervangen door de woorden "In het in artikel 1289, § 2, bedoelde geval houdt de rechter";
2° in het vijfde lid worden de woorden "deze verschijning" vervangen door de woorden "elk van deze verschijningen".
Art. 53. In artikel 1292 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de woorden "3 en 4," vervangen door de woorden "en 3,".
Art. 54. In artikel 1297 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juni 1994, worden de woorden "Indien de procureur des Konings" vervangen door de woorden "Wanneer de procureur des Konings een advies uitbrengt indien hij".
Art. 55. In artikel 1398/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, vervangen bij de wet van 19 oktober 2015 en gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "artikel 1397, eerste lid" worden vervangen door de woorden "artikel 1397, tweede lid";
2° de woorden "schorst verzet" worden vervangen door de woorden "schorsen verzet of hoger beroep van de versteklatende partij".
Art. 56. In artikel 1495, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt het woord "verzet" vervangen door de woorden "verzet of hoger beroep door een versteklatende partij".
Art. 57. Artikel 1675/22, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 december 2016, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning bepaalt, na advies van de Gegevens-beschermingsautoriteit, de nadere regels voor de toegang tot het register voor de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie die belast zijn met de betaling van de staten van erelonen, kosten en emolumenten van de schuldbemiddelaar.".
Art. 58. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1675/27 ingevoegd, luidende:
"Art. 1675/27. De oprichtings- en beheerskosten van het register worden gefinancierd door de Federale Overheidsdienst Justitie. De Koning bepaalt het bedrag van de oprichtingskosten en de beheerskosten.
De beheerder van het register brengt elk jaar voor einde juni verslag uit aan de ministers bevoegd voor Justitie en voor Economie met betrekking tot de inkomsten en uitgaven van het register.".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt
Art. 59. Artikel 3 van de wet van 5 augustus 1992, op het politie-ambt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 november 2017, wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° en 9°, luidende:
"8° gekwalificeerde elektronische handtekening: de handtekening bedoeld in artikel 3.12 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;
9° geavanceerd elektronisch zegel: het zegel bedoeld in artikel 3. 26 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.".
Art. 60. Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 7 december 1998, wordt vervangen als volgt:
"Art. 40 § 1. De klachten en aangiften die worden ingediend bij de leden van het operationeel kader evenals de inlichtingen die zij hebben verkregen en de vaststellingen die zij gedaan hebben in verband met misdrijven, alsook de vaststellingen gedaan door de leden van het administratief en logistiek kader bedoeld in artikel 118 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, wanneer zij gemachtigd zijn om processen-verbaal op te stellen, maken het voorwerp uit van processen-verbaal die aan de bevoegde gerechtelijke overheid worden overgezonden.
De processen-verbaal worden opgesteld in gematerialiseerde of gedematerialiseerde vorm.
§ 2. Het gedematerialiseerde proces-verbaal wordt door de verbalisant ondertekend door middel van een gekwalificeerde elektronische handtekening.
§ 3. In afwijking van § 2 wordt een geavanceerd elektronisch zegel als elektronische handtekening gebruikt:
1° wanneer de verbalisant wettelijk niet gehouden is zich bij naam te identificeren in het proces-verbaal;
2° voor de processen-verbaal met betrekking tot de vaststellingen verricht in het kader van artikelen 62 en 65, § 1, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer;
3° voor bepaalde categorieën processen-verbaal met betrekking tot bepaalde strafbare feiten die, afhankelijk van de aard van de feiten en omstandigheden van de zaak, niet of nog niet worden vervolgd door het openbaar ministerie.
Het College van procureurs-generaal bepaalt deze categorieën in een richtlijn.
De processen-verbaal ondertekend met behulp van een geavanceerd elektronisch zegel worden gelijkgesteld met de processen-verbaal ondertekend met behulp van een handgeschreven handtekening.
De Koning bepaalt de veiligheidsmaatregelen en de minimale technische normen waaraan politie-informaticasystemen moeten voldoen die het geavanceerd elektronisch zegel produceren, evenals de vermeldingen die voorkomen in het geavanceerd elektronisch zegel en in de gekwalificeerde elektronische handtekening.
§ 4. Er wordt een systeem voor het beheer van de toegangen tot de systemen voor de verwerking van de processen-verbaal ingevoerd om te verzekeren dat alleen de gemachtigde personen na authenticatie beschikken over een toegang of een schrijfrecht in deze systemen.
De systemen voor de verwerking van de processen-verbaal maken het voorwerp uit van veiligheidsmaatregelen die de vertrouwelijkheid, de beschikbaarheid, de traceerbaarheid en de integriteit van deze systemen en van de gegevens van de processen-verbaal verzekeren.
De elektronische of handmatige doorgifte van de processen-verbaal moet worden beveiligd volgens de regels van de kunst.
§ 5. De voorkeur gaat uit naar de elektronische doorgifte van de gedematerialiseerde processen-verbaal aan de bevoegde gerechtelijke overheid.
De minister van Justitie en het College van procureurs-generaal bepalen door middel van een gemeenschappelijke richtlijn de nadere regels van deze elektronische doorgifte en de datum waarop de doorgifte van de elektronisch ondertekende processen-verbaal aanvang neemt.".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
Art. 61. In artikel 20, § 1, van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt de bepaling onder 5° opgeheven.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de tijdelijke personeelsformaties bij de hoven van beroep en van de parketten-generaal
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelsformatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken
Art. 62. In artikel 2 van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelsformatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, worden de woorden "van zestien jaar" vervangen door de woorden "van achttien jaar".
Art. 63. In artikel 3, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, worden de woorden "van zestien jaar" vervangen door de woorden "van achttien jaar".
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 64. In artikel 8, eerste lid, van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, wordt het cijfer "2017" vervangen door het cijfer "2019".
Art. 65. In artikel 9, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, wordt het cijfer "2017" vervangen door het cijfer "2019".
Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft
Art. 66. In artikel 3, eerste lid, van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, wordt het cijfer "2017" vervangen door het cijfer "2019".
Art. 67. In artikel 4 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, wordt het cijfer "2017" vervangen door het cijfer "2019".
Art. 68. In artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, wordt het cijfer "2017" vervangen door het cijfer "2019".
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 20 december 2005 houdende diverse bepalingen betreffende justitie
Art. 69. In artikel 8 van de wet van 20 december 2005 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, wordt het cijfer "2017" telkens vervangen door het cijfer "2019".
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft
Art. 70. (nieuw)
In artikel 4 van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet 23 november 2015, wordt het cijfer "2017" vervangen door het cijfer "2019".
Art. 71. In artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 november 2015, wordt het cijfer "2017" vervangen door het cijfer "2019".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken
Art. 72. In artikel 27 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalerstolken wordt het tweede lid vervangen door de volgende leden:
"De betrokkene bedoeld in het eerste lid voert de titel van beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk slechts voor de aan hem toegewezen opdracht.
De aldus aangewezen tolk legt de volgende eed af:
"Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk zal vervullen", of
"Je jure que je remplirai ma mission en honneur et conscience avec exactitude et probité", of
"Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen genau und ehrlich erfüllen werde".
De aangewezen vertaler of vertaler-tolk ondertekent zijn vertaling op straffe van nietigheid en voorafgegaan door de volgende schriftelijke eed:
"Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb", of
"Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité.", of
"Ich schwöre dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich erfült habe.".
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie
Art. 73. In artikel 85, § 1, eerste lid, van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, worden de woorden "binnen een termijn van zes maanden na inwerkingtreding van deze wet" opgeheven.
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie
Art. 74. In artikel 219, § 1, eerste lid, van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, worden de woorden "binnen een termijn van zes maanden na inwerkingtreding van deze wet" opgeheven.
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 24 maart 1936 op de bewaring, ter griffie, en de proceduur tot teruggave van de in strafzaken in beslag genomen zaken
Art. 75. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 maart 1936 op de bewaring, ter griffie, en de proceduur tot teruggave van de in strafzaken in beslag genomen zaken wordt vervangen als volgt:
"De griffier zorgt voor de bewaring van de in strafzaken in beslag genomen zaken tot wanneer het beslag wordt opgeheven of de in beslag genomen zaken worden vernietigd, vervreemd of verbeurd verklaard. De procureur des Konings of, in geval van een gerechtelijk onderzoek, de onderzoeksrechter, kan evenwel een gespecialiseerde prestatieverlener of openbare dienst, die door de minister van Justitie is aangewezen, met de bewaring belasten. De minister waakt erover dat de aangewezen bewaarder voldoende garanties biedt met betrekking tot de goede bewaring en beveiliging van de toevertrouwde in beslag genomen zaken. De griffier of, in voorkomend geval, de bewaarder zorgt voor de teruggave van de in beslag genomen zaken, wanneer het beslag wordt opgeheven.".
Art. 76. In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "bij een ter post aangetekend schrijven aan den griffier, die er de ontvangst van meldt" vervangen door de woorden "langs elektronische weg of bij gedagtekend ontvangstbewijs gericht aan de bewaarder bedoeld in artikel 1.".
Art. 77. In artikel 4 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "griffier, bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "bewaarder bedoeld in artikel 1, bij gedagtekend ontvangstbewijs of langs elektronische weg".
Art. 78. In artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "den griffier" vervangen door de woorden "de bewaarder".
Art. 79. In hetzelfde koninklijk besluit wordt in het opschrift van het koninklijk besluit het woord "proceduur" vervangen door het woord "procedure".
TITEL 3. - Overgangsbepalingen
Art. 80. De artikelen 2, 28, 41, 42, 46 tot 53 zijn enkel van toepassing op de vorderingen die aanhangig worden gemaakt vanaf hun inwerkingtreding.
Art. 81. De verbindingsmagistraat die voor een eerste termijn werd aangewezen overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van deze wet, voltooit deze aanwijzing. Overeenkomstig de bepalingen van de huidige wet kan zijn aanwijzing hernieuwd worden.
TITEL 4. - Inwerkingtreding
Art. 82. Artikel 26 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De artikelen 27 tot 29 en 49 tot 53 treden in werking op 1 september 2018.
De artikelen 11 en 32 treden in werking op de door de Koning bepaalde datum, en uiterlijk op 31 december 2019.
Art. 83. De artikelen 18 tot 25 treden in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art. 84. De artikelen 62 en 63 hebben uitwerking met ingang van 18 december 2017 en de artikelen 64 tot 71 hebben uitwerking met ingang van 31 december 2017.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 mei 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
_______
Nota
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers
(www.dekamer.be)
Stukken. -
Doc 54 2827/ (2017/2018):
001: Wetsontwerp.
002: Amendementen.
003: Advies van de Hoge Raad voor de Justitie.
004 en 005: Amendementen.
006: Verslag van de eerste lezing.
007: Artikelen aangenomen in eerste lezing.
008: Amendements.
009: Verslag van de tweede lezing.


begin

Publicatie : 2018-05-30