einde

Publicatie : 2018-06-08

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

9 MEI 2018. - Wet tot invoeging van een artikel 175/1 in het Sociaal Strafwetboek



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
1° de richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen;
2° de richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven.
Art. 3. In het Sociaal Strafwetboek wordt artikel 175 opgeheven, behalve wat de jonge au pairs, bedoeld in artikel 3, 4° van de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden betreft.
Art. 4. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 175/1 ingevoegd, luidende:
« Art. 175/1. De buitenlandse werknemers gemachtigd te werken op basis van een specifieke verblijfssituatie
§ 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden, arbeid doen of laten verrichten door een buitenlandse onderdaan die niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.
§ 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden, op het ogenblik van de tewerkstelling van een onderdaan van een derde land:
1° niet vooraf nagegaan heeft of deze over een geldige verblijfsvergunning of een andere geldige machtiging tot verblijf beschikt;
2° niet ten minste voor de duur van de tewerkstelling een afschrift of de gegevens van zijn verblijfsvergunning of van zijn andere machtiging tot verblijf beschikbaar gehouden heeft voor de bevoegde inspectiediensten;
3° geen aangifte heeft gedaan van de aanvang en de beëindiging van zijn tewerkstelling overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.
In het geval dat de verblijfsvergunning of de andere machtiging tot verblijf die door de buitenlandse onderdaan wordt voorgelegd een vervalsing is, is de in het eerste lid bedoelde sanctie van toepassing wanneer het bewezen is dat de werkgever wist dat dit document een vervalsing was.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.
§ 3. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden:
1° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf expliciet vermeldt dat de houder van die vergunning of die machtiging niet de machtiging heeft om te werken;
2° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf expliciet vermeldt dat de houder van die vergunning of die machtiging enkel de machtiging heeft om te werken onder bepaalde voorwaarden of binnen bepaalde grenzen, als deze voorwaarden of grenzen niet worden nageleefd;
3° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf die hem machtigt om te werken werd ingetrokken.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.
§ 4. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden:
1° een buitenlandse onderdaan België heeft laten binnenkomen om er te worden tewerkgesteld of daartoe heeft bijgedragen, tenzij de buitenlandse onderdaan in het bezit is van een geldig document dat hem machtigt om te werken en met uitzondering van de buitenlandse onderdaan voor wie de werkgever een machtiging kan verkrijgen na diens aankomst in België om er te worden tewerkgesteld;
2° een buitenlandse onderdaan heeft beloofd, tegen betaling van een vergoeding in welke voor ook, hetzij een betrekking voor hem te zoeken, hetzij hem een betrekking te bezorgen, hetzij formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;
3° van een buitenlandse onderdaan een vergoeding in welke vorm ook heeft geëist of aangenomen, hetzij om voor hem een betrekking te zoeken, hetzij om hem een betrekking te bezorgen, hetzij om formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;
4° als tussenpersoon is opgetreden tussen een buitenlandse onderdaan en een werkgever of de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van de bepalingen van de voormelde wet van 9 mei 2018 of van de uitvoeringsbesluiten ervan, of nog tussen een werkgever en diezelfde autoriteiten, waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de genoemde autoriteiten kunnen misleiden.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.
§ 5. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de aannemer, buiten het kader van een keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in het kader van dergelijke keten, wanneer hun rechtstreekse onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt.
In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.
In afwijking van het tweede lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer die in het bezit zijn van de schriftelijke verklaring bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij, voorafgaand aan de inbreuk bedoeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
§ 6. Met een sanctie van niveau 4 worden bestraft de hoofdaannemer en intermediaire aannemer, in het kader van een keten van onderaannemers, wanneer hun onrechtstreekse onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt, indien zij, voorafgaand aan de door hen gepleegde inbreuk, op de hoogte zijn van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
§ 7. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft:
1° de opdrachtgever, buiten het kader van een onderaanneming, wanneer zijn aannemer één van de in paragraaf 2 bedoelde inbreuken pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.
2° de opdrachtgever, binnen het kader van een onderaanneming, wanneer de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.
De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
§ 8. In afwijking van artikel 42, 1°, van het Strafwetboek kan de bijzondere verbeurdverklaring, die wordt opgelegd door de rechter, eveneens worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van deze inbreuk, zelfs wanneer deze goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder. ».
Art. 5. Deze wet treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden.
De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.
Gegeven te Brussel, 9 mei 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS
De Minister van Justitie,
K. GEENS
_______
Nota
Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be):
Stukken : Doc 54k2948
001: Wetsontwerp
002: Versla
003: Tekst aangenomen door de commissie
004: Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd


begin

Publicatie : 2018-06-08