J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2018/02/25/2018011241/justel

Titel
25 FEBRUARI 2018. - Wet tot oprichting van Sciensano (I) Zie wijziging(en)

Bron :
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie : 21-03-2018 nummer :   2018011241 bladzijde : 27924   BEELD
Dossiernummer : 2018-02-25/02
Inwerkingtreding : onbepaald

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
TITEL 2. - Sciensano
HOOFDSTUK 1. - Oprichting van Sciensano
Art. 3
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten
Art. 4
HOOFDSTUK 3. - Bestuur en werking
Afdeling 1. - Organen
Art. 5
Onderafdeling 1. - De algemene raad
Art. 6-7
Onderafdeling 2. - De raad van bestuur
Art. 8-11
Onderafdeling 3. - De wetenschappelijke raad
Art. 12-13
Onderafdeling 4. - De algemeen directeur
Art. 14-15
Onderafdeling 5. - De directieraad
Art. 16-17
Onderafdeling 6. - De jury
Art. 18
Afdeling 2. - Organisatie
Art. 19-24
HOOFDSTUK 4. - Autonomie
Art. 25-27
HOOFDSTUK 5. - Toezicht
Afdeling 1. - Administratief en budgettair toezicht
Art. 28
Afdeling 2. - Beheersovereenkomst en uitvoeringsmaatregelen
Onderafdeling 1. - Beheersovereenkomst
Art. 29-32
Onderafdeling 2. - Managementplan en operationele plannen
Art. 33-34
HOOFDSTUK 6. - Boekhouding en financiering
Art. 35-38
HOOFDSTUK 7. - Fiscale bepaling
Art. 39
TITEL 3. - Personeel
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen betreffende het personeel
Art. 40-44
HOOFDSTUK 2. - Algemeen directeur en wetenschappelijke directeurs
Art. 45-46
TITEL 4. - Overgangsbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Overgangsbepalingen betreffende de oprichting van Sciensano
Art. 47-48
HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen betreffende de algemene en de wetenschappelijke directeurs
Art. 49-51
HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen betreffende het personeel
Afdeling 1. - Statutair personeel bij de Staatsdienst van WIV of van CODA
Art. 52
Afdeling 2. - Contractueel personeel bij de Staatsdienst van WIV of CODA
Art. 53
Afdeling 3. - Overgangsbepalingen gemeenschappelijk aan het personeel bedoeld in afdeling I en II
Art. 54-58
Afdeling 4.3. - Contractueel personeel van de Rechtspersoonlijkheid van WIV en van CODA
Art. 59
Afdeling 5. - Overige overgangsbepalingen betreffende het personeel
Art. 60-62
TITEL 5. - Diverse bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Art. 63-76
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
Art. 77

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
  1° Sciensano : sui generis openbare instelling met rechtspersoonlijkheid;
  2° de bevoegde minister : de minister(s) of de Staatsecretaris(sen) die bevoegd is (zijn) voor de volksgezondheid en de veiligheid van de voedselketen en leefmilieu, met dien verstande dat, wat de minister of de Staatsecretaris bevoegd voor de veiligheid van de voedselketen betreft, hij slechts bevoegd is voor het waarborgen van de veiligheid van de voedselketen en, desgevallend, door samen op te treden met de minister of de Staatssecretaris die bevoegd is voor de volksgezondheid;
  3° gezondheid : de volksgezondheid en de dierengezondheid;
  4° CODA : de Staatsdienst en de Rechtspersoonlijkheid van het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie;
  5° WIV : de Staatsdienst en de Rechtspersoonlijkheid van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid;
  6° federale wetenschappelijke instelling : de instellingen bedoeld in het koninklijk besluit van 30 oktober 1996 tot aanwijzing van de federale wetenschappelijke instellingen;
  7° Staat : de Belgische Staat;
  8° wet van 4 maart 2004 : de wet houdende toekenning van aanvullende voordelen inzake rustpensioen aan personen die werden aangesteld om een management- of staffunctie uit te oefenen in een overheidsdienst.

  TITEL 2. - Sciensano

  HOOFDSTUK 1. - Oprichting van Sciensano

  Art. 3. Er wordt een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht onder de naam Sciensano.
  De Koning kan de plaats van de maatschappelijke zetel van Sciensano bepalen.

  HOOFDSTUK 2. - Opdrachten

  Art. 4. § 1. Sciensano vervult op het federale, gewestelijke en gemeenschapsniveau, alsmede op het Europese en internationale niveau, geheel of gedeeltelijk de volgende opdrachten inzake gezondheid :
  1° adviezen aan de overheden bevoegd voor gezondheid verlenen;
  2° wetenschappelijk onderzoek;
  3° wetenschappelijke expertise;
  4° klinisch onderzoek ondersteunen;
  5° de certificatie van laboratoria en van de gedragscodes van laboratoria;
  6° experimentele ontwikkeling;
  7° risicobeoordeling;
  8° bewaring en valorisatie van haar wetenschappelijk patrimonium of dienstverlening aan derden.
  Deze opdrachten worden op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitgevoerd.
  Zij vervult ook taken van openbare dienst die verbonden zijn aan de opdrachten bedoeld in het eerste lid.
  § 2. De opdracht van Sciensano is het ondersteunen van het gezondheidsbeleid door wetenschappelijk onderzoek, expertadvies en dienstverlening, met name door :
  1° op wetenschappelijke basis aanbevelingen te formuleren voor een pro-actief gezondheidsbeleid, in functie van de prioriteiten op het federale, gewestelijke en gemeenschapsniveau alsmede op het Europese en internationale niveau;
  2° binnen een kwaliteitssysteem bijdetijdse expertmethodes te ontwikkelen, te evalueren en toe te passen om de stand en ontwikkeling van de gezondheid en de gezondheidszorg in te schatten, en
  3° geavanceerde oplossingen uit te werken voor de diagnose, preventie en behandeling van ziekten en voor de identificatie en preventie van andere gezondheidsrisico's.
  § 3. Sciensano heeft ook vormingsopdrachten, zoals de vorming van doctorandi en bijzondere vormingen betreffende de expertise van Sciensano en kan in dit kader doctoraatsbeurzen toekennen.
  § 4. Sciensano staat, met inachtneming van de ter zake toepasselijke wetten, in voor de behandeling, daarin inbegrepen de verzameling, validering, analyse, rapportering en archivering van gegevens van persoonlijke aard, met name met betrekking tot de volksgezondheid of in verband met de gezondheid en andere wetenschappelijke informatie met betrekking tot het gezondheidsbeleid. Sciensano maakt daartoe kwantitatieve en kwalitatieve wetenschappelijke analyses op basis van de verwerkte informatie ter ondersteuning van het gezondheidsbeleid. Sciensano kan ook verwerkte gegevens en informatie ter beschikking stellen met toestemming van de bevoegde sectorale comités.
  § 5. Om de samenhang en de efficiëntie van de opdrachten van Sciensano te bewaren, met name in het licht van toekomstige ontwikkelingen inzake gezondheid, kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bijkomende opdrachten toevertrouwen aan Sciensano die betrekking hebben op de opdrachten bedoeld in dit artikel.

  HOOFDSTUK 3. - Bestuur en werking

  Afdeling 1. - Organen

  Art. 5. De organen van Sciensano zijn de algemene raad, de raad van bestuur, de wetenschappelijke raad, de algemeen directeur, de directieraad en de jury.

  Onderafdeling 1. - De algemene raad

  Art. 6. § 1. De algemene raad oefent toezicht uit op de beslissingen genomen door de raad van bestuur. Hij kan bij een met redenen omklede beslissing een beslissing van de raad van bestuur vernietigen overeenkomstig de procedure van deze bepaling.
  Elk lid kan de algemene raad verzoeken zich te verzetten tegen de beslissingen van de raad van bestuur die het geheel van Sciensano aanbelangen. De beslissingen die het geheel van Sciensano aanbelangen zijn de beslissingen met betrekking tot :
  1° de sluiting en de uitvoering van de beheersovereenkomst;
  2° de koers en strategische doelstellingen van Sciensano;
  3° de algemene regels op het vlak van personeel;
  4° het gebruik van financiële middelen wanneer ze meer dan 10 % van het patrimonium van Sciensano vertegenwoordigen.
  Het verzoek tot verzet moet met redenen worden omkleed en ter kennis gebracht van de algemene raad volgens de nadere regels vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 7, § 3, binnen een termijn van tien kalenderdagen vanaf de dag waarop de beslissing van de raad van bestuur hem ter kennis werd gebracht overeenkomstig artikel 11, tweede lid.
  De algemene raad komt bijeen om zich uit te spreken over het met redenen omkleed verzoek tot verzet. Hij beslist bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen of hij zich verzet tegen de beslissing binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de dag waarop het met redenen omkleed verzoek tot verzet hem ter kennis werd gebracht overeenkomstig het derde lid. De redenen waarom de algemene raad zich verzet tegen de beslissing van de raad van bestuur moeten met redenen worden omkleed.
  In geval van een met redenen omkleed verzet van de algemene raad, wordt de beslissing van de raad van bestuur vernietigd. In dat geval wordt de raad van bestuur opnieuw samengeroepen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen vanaf de dag waarop de beslissing tot verzet bedoeld in het vierde lid werd genomen, om zich uit te spreken over het agendapunt dat aan de basis van de vernietigde beslissing lag. Hij moet bij zijn beslissing rekening houden met de redenen die hebben geleid tot de vernietiging door de algemene raad.
  De algemene raad kan slechts geldig beraadslagen als minstens de helft van zijn leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Als minstens de helft van de leden van de algemene raad niet aanwezig of vertegenwoordigd zijn bij een vergadering, worden de leden samengeroepen voor een nieuwe vergadering om zich zonder toepassing van een aanwezigheidsquorum uit te spreken over dezelfde agendapunten.
  § 2. De algemene raad kan adviezen uitbrengen over het beheer van Sciensano wanneer hij dat nuttig acht. Hij brengt advies uit over het beheer van Sciensano op vraag van de raad van bestuur of van de algemeen directeur.
  § 3. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bevoegdheden van de algemene raad nader bepalen.

  Art. 7. § 1. De algemene raad is samengesteld uit ten minste vijftien leden met inbegrip van de voorzitter, namelijk :
  1° twee vertegenwoordigers van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, waarvan één met een oriëntatie op het vlak van volksgezondheid en de andere op het vlak van veiligheid van de voedselketen en dierengezondheid, die gemachtigd zijn jegens hun organisatie bindende beslissingen te nemen;
  2° een vertegenwoordiger van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen die gemachtigd is jegens zijn organisatie bindende beslissingen te nemen;
  3° een vertegenwoordiger van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten die gemachtigd is jegens zijn organisatie bindende beslissingen te nemen;
  4° een vertegenwoordiger van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering die gemachtigd is jegens zijn organisatie bindende beslissingen te nemen;
  5° een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die gemachtigd is jegens zijn organisatie bindende beslissingen te nemen;
  6° een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie die gemachtigd is jegens zijn organisatie bindende beslissingen te nemen;
  7° een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid die gemachtigd is jegens zijn organisatie bindende beslissingen te nemen;
  8° een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken die gemachtigd is jegens zijn organisatie bindende beslissingen te nemen;
  9° een vertegenwoordiger van het federaal Wetenschapsbeleid die gemachtigd is jegens zijn organisatie bindende beslissingen te nemen;
  10° vijf leden gekozen buiten Sciensano binnen de wereld van het wetenschappelijk onderzoek en die het geheel van de opdrachten bedoeld in artikel 4 vertegenwoordigen omwille van hun bekwaamheden, van wie ten hoogste twee leden mogen zetelen in de wetenschappelijke raad.
  De leden van de algemene raad worden benoemd door de Koning op voorstel van de bevoegde minister voor een termijn die Hij vaststelt. Ze worden ontslagen door de Koning op voorstel van de bevoegde minister in de gevallen die Hij vaststelt.
  De Koning regelt de manier waarop de leden worden vervangen ingeval van afwezigheid of verhindering.
  Ten minste een derde van de leden van de algemene raad moet van het andere geslacht zijn dan de meerderheid, indien er een meerderheid van een bepaald geslacht is.
  De algemene raad telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden, de voorzitter eventueel uitgezonderd.
  § 2. De vertegenwoordiging van de Regeringen van de Gemeenschappen en de Gewesten en van het College of het Verenigd College van de gemeenschapscommissies kan worden gewaarborgd in de algemene raad.
  § 3. De algemene raad neemt zijn huishoudelijk reglement aan. Het huishoudelijk reglement, daarbij inbegrepen de wijzigingen die eraan worden aangebracht, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De Koning kan de elementen vaststellen die het huishoudelijk reglement regelt of die het kan regelen.
  § 4. De leden van de algemene raad worden niet bezoldigd voor de uitoefening van deze functie, behalve de voorzitter en de leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 10°, tot een bezoldiging waarvan het bedrag wordt vastgelegd door de Koning. Aan deze leden, met inbegrip van de voorzitter, wordt in voorkomend geval ook een vergoeding ter terugbetaling van hun verblijfs- en verplaatsingskosten toegekend waarvan het bedrag eveneens door de Koning wordt vastgelegd.
  § 5. De Koning kan de nadere regels van de samenstelling en de werking van de algemene raad in verband met het aantal leden, de duurtijd van de benoeming van de leden, de gevallen waarin de leden uit hun ambt worden ontslagen en het bedrag van de bezoldigingen en vergoedingen van de leden die hier recht op hebben, vastleggen.

  Onderafdeling 2. - De raad van bestuur

  Art. 8. § 1. Sciensano wordt bestuurd door de raad van bestuur.
  De raad van bestuur beschikt over de meest ruime bestuursbevoegdheden.
  Hij heeft de bevoegdheid alle handelingen te stellen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de opdrachten van Sciensano met uitzondering van de handelingen die krachtens deze wet uitdrukkelijk worden voorbehouden aan een ander orgaan van Sciensano.
  § 2. De raad van bestuur neemt zijn huishoudelijk reglement aan. Het huishoudelijk reglement, daarbij inbegrepen de wijzigingen die eraan worden aangebracht, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De Koning kan de elementen vastleggen die het huishoudelijk reglement regelt of die het kan regelen.
  § 3. De raad van bestuur kan bepaalde van zijn bevoegdheden schriftelijk delegeren aan één of meerdere van zijn leden of aan de algemeen directeur. Hij kan er de subdelegatie van toestaan.
  De Koning kan de aangelegenheden vastleggen waarop de delegaties van de raad van bestuur die toegestaan zijn krachtens het eerste lid, geen betrekking mogen hebben.
  § 4. De raad van bestuur kan de ondertekening van bepaalde documenten schriftelijk delegeren aan één of meerdere van zijn leden of aan personeelsleden.
  § 5. De Koning kan de bevoegdheden van de raad van bestuur nader bepalen en zijn nadere werkingsregels vastleggen.

  Art. 9. § 1. De raad van bestuur is samengesteld uit de volgende permanente leden :
  1° de voorzitter van de algemene raad, die van rechtswege de voorzitter is van de raad van bestuur;
  2° de leden bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 1° tot 4° ;
  3° een lid gekozen door en uit de vijf leden bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 10° ;
  De raad van bestuur kan bovendien worden samengesteld uit niet-permanente leden in de gevallen bedoeld in artikel 10, eerste lid.
  § 2. Ten minste een derde van de permanente leden van de raad van bestuur moet van het andere geslacht zijn.
  § 3. De raad van bestuur telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden voor wat de permanente leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, betreft, de voorzitter eventueel uitgezonderd.
  § 4. De voorzitter kan ten uitzonderlijke titel en in functie van de agenda externe experten uitnodigen om met raadgevende stem deel te nemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur.
  § 5. De leden van de raad van bestuur worden niet bezoldigd voor de uitoefening van deze functie, behalve de voorzitter en het lid bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, voor een bedrag vastgesteld door de Koning. Deze leden worden in voorkomend geval ook een vergoeding ter terugbetaling van zijn verblijfs- en verplaatsingskosten toegekend waarvan het bedrag eveneens door de Koning wordt vastgelegd.
  § 6. De Koning kan de nadere regels van de samenstelling van de raad van bestuur in verband met de niet-permanente leden, de gevallen waarin externe experten kunnen worden uitgenodigd en de bezoldiging van de leden van de raad van bestuur vastleggen.

  Art. 10. § 1. Wanneer de agendapunten voor een vergadering van de raad van bestuur een of meerdere activiteitensectoren van Sciensano betreffen, roept de voorzitter de leden van de algemene raad op die betrokken zijn bij deze of die sector(en). Deze niet-permanente leden van de raad van bestuur zetelen met dezelfde stem als de andere bestuurders.
  § 2. De leden van de algemene raad die bij één of meerdere activiteitensectoren zijn betrokken, nemen deel aan de vergaderingen van de raad van bestuur voor alle punten van de agenda in die activiteitensector of die activiteitensectoren.
  § 3. Een niet-permanent lid van de raad van bestuur is betrokken bij een activiteitensector van Sciensano wanneer de instelling die hij vertegenwoordigt, instaat voor een jaarlijkse financiering aan Sciensano voor een project dat behoort tot de betrokken activiteitensector waarvan het minimale bedrag door de Koning wordt vastgesteld, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  In geval van een met redenen omklede betwisting door een lid van de algemene raad, ter kennis gebracht van alle andere leden volgens de nadere regels vastgelegd door de Koning, van de aanduiding van de leden bedoeld in het eerste lid, beslist de algemene raad bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen over de samenstelling van de raad van bestuur voor wat betreft de niet-permanente leden. De beslissing van de algemene raad over de aanduiding van de niet-permanente leden van de raad van bestuur kan niet worden betwist.

  Art. 11. De Koning legt de nadere regels van de samenroeping en de beraadslaging van de raad van bestuur vast.
  De beslissingen van de raad van bestuur worden ter kennis gebracht van de algemene raad, binnen een termijn van vijf kalenderdagen te rekenen vanaf de dag van die beslissingen. Een beslissing heeft slechts gevolgen na het verstrijken van de termijn van tien dagen om een verzoek tot verzet te formuleren en als geen enkel met redenen omkleed verzoek tot verzet door een van zijn leden ter kennis van de algemene raad werd gebracht overeenkomstig artikel 6, § 1. In geval van verzoek tot verzet binnen die termijn, heeft de beslissing slechts gevolgen als de algemene raad besluit zich er niet tegen te verzetten overeenkomstig artikel 6, § 1.

  Onderafdeling 3. - De wetenschappelijke raad

  Art. 12. De wetenschappelijke raad brengt een advies uit aan de raad van bestuur over de koers van de opdrachten van Sciensano bedoeld in artikel 4 evenals over de vervulling van deze opdrachten.
  De wetenschappelijke raad neemt zijn huishoudelijk reglement aan. Het huishoudelijk reglement, daarbij inbegrepen de wijzigingen die eraan worden aangebracht, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De Koning kan de bevoegdheden van de wetenschappelijke raad nader bepalen en zijn nadere werkingsregels vastleggen.

  Art. 13. § 1. De wetenschappelijke raad telt ten minste zes leden.
  Zij worden aangesteld en ontslagen door de raad van bestuur overeenkomstig de voorwaarden en nadere regels vastgesteld door de raad van bestuur, voor een termijn vastgesteld door de Koning.
  § 2. De wetenschappelijke raad is samengesteld uit leden gekozen buiten Sciensano binnen de wereld van het wetenschappelijk onderzoek en die het geheel van de opdrachten bedoeld in artikel 4 vertegenwoordigen omwille van hun bekwaamheden.
  § 3. De voorzitter en de ondervoorzitter van de wetenschappelijke raad worden door de wetenschappelijke raad gekozen onder zijn leden.
  De algemeen directeur wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de wetenschappelijke raad. Hij zetelt er met raadgevende stem.
  De voorzitter en de ondervoorzitter behoren tot een verschillende taalrol.
  § 4. De wetenschappelijke raad beslist of hij zich wenst te laten bijstaan door een of meer expertencomités binnen één van de opdrachten van Sciensano.
  De Koning regelt de bevoegdheden en de samenstelling van de expertencomités met dien verstande dat de algemeen directeur van ambtswege lid van elk expertencomité is.
  § 5. De leden van de wetenschappelijke raad worden bezoldigd voor de uitoefening van deze functie tot een bezoldiging waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de Koning. Hen wordt in voorkomend geval ook een vergoeding ter terugbetaling van hun verblijfs- en verplaatsingskosten toegekend waarvan het bedrag eveneens door de Koning wordt vastgelegd.
  § 6. De Koning legt het aantal leden in de wetenschappelijke raad vast. Hij kan bovendien de nadere regels van de samenstelling en de werking van de wetenschappelijke raad vastleggen.

  Onderafdeling 4. - De algemeen directeur

  Art. 14. § 1. De algemeen directeur staat in voor de wetenschappelijke en administratieve leiding van Sciensano.
  De Koning kan de bevoegdheden van de algemeen directeur nader bepalen.
  § 2. Als de algemeen directeur, of, bij blijvende verhindering, zijn vervanger aangesteld volgens de nadere regels vastgelegd door de Koning, al naargelang het geval, geen ontwerp van managementplan voorlegt binnen de termijn van zes maanden bedoeld in artikel 33, § 1, of geen managementplan binnen de termijn van twee maanden bedoeld in artikel 33, § 2, of een ontwerp van managementplan of een managementplan voorlegt dat niet overeenstemt met artikel 33, respectievelijk § 1 en § 2, dan wordt er een einde gesteld aan zijn functie door de raad van bestuur, behalve in een geval van overmacht erkend door de raad van bestuur bij eenvoudige meerderheid van stemmen. In het geval er een einde wordt gesteld aan zijn functie van algemeen directeur, wordt de vervanger aangesteld overeenkomstig paragraaf 5, eerste lid, ermee belast, al naargelang het geval, het ontwerp van managementplan voor te leggen binnen een termijn van zes maanden of het managementplan binnen een termijn van twee maanden, te berekenen vanaf de vervaldag van de termijn van zes maanden bedoeld in artikel 33, § 1, of van de termijn van twee maanden bedoeld in artikel 33, § 2. In het geval dat er een einde wordt gesteld aan de functie van de vervanger, is de nieuwe algemeen directeur, aangesteld overeenkomstig § 5, tweede lid, ermee belast, al naargelang het geval, het ontwerp van managementplan voor te leggen binnen een termijn van zes maanden of het managementplan binnen een termijn van twee maanden, te berekenen vanaf de dag van zijn aanstelling als algemeen directeur.
  § 3. De algemeen directeur neemt met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van de algemene raad en van de raad van bestuur. Hij neemt geen deel aan agendapunten die hem betreffen.
  § 4. De algemeen directeur kan bepaalde van zijn bevoegdheden schriftelijk delegeren aan één of meer leden van de directieraad of van het personeel. Hij kan er de subdelegatie van toelaten.
  De algemeen directeur kan de bevoegdheden die de raad van bestuur hem delegeert, subdelegeren als de delegatie van de raad van bestuur dat toelaat.
  De Koning kan de aangelegenheden vastleggen waarop de delegaties toegestaan krachtens het eerste lid geen betrekking mogen hebben.
  § 5. De algemeen directeur wordt aangesteld door de raad van bestuur, overeenkomstig de voorwaarden en nadere regels vastgelegd door de raad van bestuur. Zijn aanstelling gaat slechts in na goedkeuring door de bevoegde minister. De raad van bestuur staat in voor de bekendmaking van de aanstelling van de algemeen directeur in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.
  De Koning legt de duur van de aanstelling van de algemeen directeur vast en regelt de wijze waarop de algemeen directeur wordt vervangen in geval van afwezigheid of verhindering.

  Art. 15. De algemeen directeur oefent zijn functie binnen Sciensano voltijds uit.

  Onderafdeling 5. - De directieraad

  Art. 16. § 1. De directieraad staat de algemeen directeur bij.
  Hij formuleert elk nuttig advies met betrekking tot de werking van Sciensano en staat in voor de coördinatie van het geheel van de diensten en activiteiten ervan.
  De Koning kan de bevoegdheden van de directieraad nader bepalen.
  § 2. De directieraad neemt zijn huishoudelijk reglement aan. Het huishoudelijk reglement, daarbij inbegrepen de wijzigingen die eraan worden aangebracht, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het huishoudelijk reglement kan de nadere regels vastleggen om de leden van de directieraad te vervangen in geval van afwezigheid of verhindering.

  Art. 17. De directieraad omvat de algemeen directeur en de wetenschappelijke directeurs.
  De Koning legt de nadere regels voor de werking en de beraadslaging van de directieraad vast.

  Onderafdeling 6. - De jury

  Art. 18. § 1. De raad van bestuur richt een jury op die belast is met de bevordering, de selectie, de evaluatie en de werving van het wetenschappelijk personeel.
  Binnen de grenzen vastgelegd door de Koning, is de jury eveneens bevoegd voor de wetenschappelijke personeelsleden die door de Staat ter beschikking worden gesteld aan Sciensano, alsook voor de wetenschappelijke directeurs op wie artikel 51 van toepassing is.
  § 2. De jury wordt voorgezeten door de algemeen directeur, die er van rechtswege zetelt. De algemeen directeur kan zijn bevoegdheden delegeren binnen de jury aan één of meer wetenschappelijke directeurs, voor zover de promotie, de selectie, de werving of de evaluatie deze of die niet persoonlijk aangaat.
  § 3. De Koning kan de bevoegdheden van de jury nader bepalen en de nadere regels van de samenstelling en de werking ervan vastleggen.

  Afdeling 2. - Organisatie

  Art. 19. § 1. Bij Sciensano kunnen de volgende functies worden gecreëerd :
  1° wetenschappelijke directeur;
  2° stafdirecteur;
  3° hoofd van een wetenschappelijke dienst of programma;
  4° diensthoofd.
  § 2. Deze functies worden toegekend en gewogen volgens de regelingen vastgesteld door de raad van bestuur, met naleving van de wet. De Koning kan voorwaarden opleggen waaraan die regelingen minstens moeten voldoen.

  Art. 20. § 1. De algemeen directeur wordt bijgestaan door de wetenschappelijke directeurs.
  § 2. Elke wetenschappelijke directeur oefent zijn functie binnen Sciensano voltijds uit.
  Elke wetenschappelijke directeur is binnen Sciensano belast met een themagebonden leiding of de leiding over een groep van activiteiten met betrekking tot het geheel of een gedeelte van de opdrachten van Sciensano.

  Art. 21. Sciensano is georganiseerd in wetenschappelijke directies, waaronder één directie belast met opdrachten inzake dierengezondheid, stafdirecties en diensten van de algemeen directeur, volgens een organigram dat wordt vastgesteld door de raad van bestuur, op voorstel van de algemeen directeur.
  Elke wetenschappelijke directie wordt geleid door een wetenschappelijke directeur, onder het gezag van de algemeen directeur. De bevoegdheden van elke wetenschappelijke directeur worden bepaald door de raad van bestuur op voorstel van de algemeen directeur.
  Elke stafdirectie wordt geleid door een stafdirecteur, eveneens onder het gezag van de algemeen directeur. De bevoegdheden van elke stafdirecteur worden bepaald door de raad van bestuur op voorstel van de algemeen directeur.
  De diensten van de algemeen directeur staan rechtstreeks onder het gezag van de algemeen directeur.

  Art. 22. De wetenschappelijke directies kunnen worden ingedeeld in wetenschappelijke diensten en programma's.
  Onder wetenschappelijke dienst en wetenschappelijk programma worden verstaan : een eenheid of een door de directieraad van Sciensano ingestelde groepering van personeelsleden, die tot doel heeft een betere organisatie van Sciensano te garanderen bij de uitvoering van haar opdrachten en het behalen van haar doelstellingen.
  De wetenschappelijke dienst past in een lange termijnbeheer van Sciensano. Een wetenschappelijk programma is op zich tijdelijk.
  Om ze te kunnen oprichten, moeten die structuren minstens een van de volgende voorwaarden vervullen :
  1° behalve het hoofd van de dienst of van het programma, een aantal voltijds equivalente medewerkers tellen van minstens vier leden van het wetenschappelijk personeel;
  2° beschikken over een eigen jaarbudget van minstens 500 000,00 euro, geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex. Het in aanmerking genomen budget omvat de totale middelen waarover de betrokken eenheid beschikt om haar doelstellingen te bereiken. De middelen kunnen afkomstig zijn van diverse, publieke of private, nationale of internationale bronnen, en omvatten met name de werkingskredieten, de investering of de afschrijving van het op jaarbasis berekende materiaal, alsook de bezoldigingen van de aan voornoemde eenheid toegewezen personeelsleden.

  Art. 23. De stafdirecties ondersteunen binnen hun bevoegdheden de werking van Sciensano. Er zijn vier stafdirecties, bevoegd voor :
  1° personeel en organisatie;
  2° financiën en beheerscontrole;
  3° informatie- en communicatietechnologieën;
  4° gebouwen en infrastructuur.

  Art. 24. De diensten van de algemeen directeur bestaan minstens uit :
  1° communicatie;
  2° interne dienst voor preventie en bescherming op het werk;
  3° kwaliteitszorg;
  4° juridische dienst;
  5° bio-veiligheid;
  6° wetenschappelijke coördinatie.

  HOOFDSTUK 4. - Autonomie

  Art. 25. Sciensano is vrij om binnen de grenzen van deze wet elke activiteit te ontwikkelen die verenigbaar is met haar opdrachten.
  Sciensano kan vestigingseenheden of agentschappen oprichten in België en in het buitenland bij beslissing van haar raad van bestuur.

  Art. 26. § 1. Sciensano beslist vrij, binnen de grenzen van haar opdrachten, over de verwerving, het gebruik en de vervreemding van materiële en immateriële goederen, over de vestiging of de opheffing van zakelijke rechten op deze goederen evenals over de uitvoering van dergelijke beslissingen.
  In afwijking van het eerste lid kan de beheersovereenkomst een bedrag bepalen waarboven elke beslissing om een onroerend goed of een onroerend recht te verwerven, op te richten of te vervreemden wordt onderworpen aan de voorafgaandelijke toelating van de bevoegde minister. Dat bedrag kan variëren naargelang het onroerend goed of het onroerend recht behoort tot het openbaar domein. De beheersovereenkomst legt in voorkomend geval de termijn vast waarbinnen de toelating van de minister moet worden betekend aan Sciensano. Bij gebreke van een beslissing of van de betekening van de beslissing binnen die termijn, wordt de toelating verondersteld verworven te zijn.
  § 2. Onder de voorwaarden vastgelegd in het koninklijk besluit tot goedkeuring van de eerste beheersovereenkomst, met name voor wat betreft een eventuele tegenprestatie, draagt de Staat de eigendom van de roerende goederen over waarvan zij eigenaar is en die op datum van de inwerkingtreding van de beheersovereenkomst bestemd zijn voor de uitvoering van de opdrachten van Sciensano.
  Onder de voorwaarden vastgelegd in het koninklijk besluit tot goedkeuring van de eerste beheersovereenkomst, met name voor wat betreft een eventuele tegenprestatie, stelt de Staat aan Sciensano de onroerende goederen ter beschikking waarvan zij eigenaar is en die op datum van de inwerkingtreding van de beheersovereenkomst bestemd zijn voor de uitvoering van de opdrachten van Sciensano.
  Onder de voorwaarden vastgelegd in het koninklijk besluit tot goedkeuring van de eerste beheersovereenkomst, met name voor wat betreft een eventuele tegenprestatie, stelt de Regie der gebouwen aan Sciensano de onroerende goederen ter beschikking waarvan zij eigenaar of huurder is of waarvan zij instaat voor het beheer en die op datum van de inwerkingtreding van de beheersovereenkomst bestemd zijn voor de uitvoering van de opdrachten van Sciensano.

  Art. 27. Sciensano kan, bij beslissing van de raad van bestuur genomen met een tweederde meerderheid, participaties nemen in vennootschappen, verenigingen en instellingen van publiek of privaat recht waarvan het doel verenigbaar is met haar opdrachten, of er oprichten met publieke of private partners.

  HOOFDSTUK 5. - Toezicht

  Afdeling 1. - Administratief en budgettair toezicht

  Art. 28. § 1. Het toezicht van de bevoegde minister wordt uitgeoefend door tussenkomst van een Regeringscommissaris, benoemd en ontslagen door de Koning op voorstel van de bevoegde minister.
  De bevoegde minister stelt een vervanger aan voor het geval van eventuele verhindering van de Regeringscommissaris.
  Het toezicht van de minister bevoegd voor de Begroting wordt uitgeoefend door de tussenkomst van een Regeringscommissaris, benoemd en ontslagen door de Koning op voordracht van de minister van Begroting.
  De minister bevoegd voor de Begroting stelt een vervanger aan voor het geval van eventuele verhindering van de Regeringscommissaris.
  De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de Regeringscommissarissen en hun bezoldiging. Deze bezoldiging valt ten laste van het algemeen uitgavenbudget van de Federale Staat. Ze wordt door Sciensano terugbetaald indien de Regeringscommissaris niet tot het overheidspersoneel behoort.
  § 2. Elk Regeringscommissaris waakt over de inachtneming van de wet en de beheersovereenkomst. Hij vergewist er zich van dat het beleid van Sciensano geen schade toebrengt aan de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 4.
  De Regeringscommissaris bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, brengt verslag uit bij de bevoegde minister. De Regeringscommissaris bedoeld in paragraaf 1, derde lid, brengt verslag uit bij de minister van Begroting aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur of van de algemeen directeur die een weerslag hebben op de algemene uitgavenbegroting van de Staat.
  § 3. Elke Regeringscommissaris wordt uitgenodigd voor alle vergaderingen van de raad van bestuur en zetelt er met raadgevende stem. Hij kan op elk moment kennis nemen van de boeken, de correspondentie, de processen-verbaal en in het algemeen van alle documenten en alle geschriften van Sciensano, daarbij inbegrepen van de algemene raad. Hij kan van de bestuurders, beambten en aangestelden van Sciensano alle uitleg of informatie vragen en tot alle controles overgaan die hem nodig lijken voor de uitvoering van zijn opdracht.
  § 4. Elke Regeringscommissaris kan, binnen een termijn van vier kalenderdagen, een beroep instellen bij, respectievelijk, de bevoegde minister of de minister bevoegd voor de Begroting tegen elke beslissing waarvan hij meent dat die niet in overeenstemming is met de wet of de beheersovereenkomst.
  Deze termijn loopt vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de Regeringscommissaris daar regelmatig op was uitgenodigd en, in het andere geval, vanaf de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen. Het beroep werkt opschortend.
  Als de bevoegde minister zich binnen een termijn van acht kalenderdagen die begint op dezelfde dag als de termijn bedoeld in het tweede lid de vernietiging niet heeft uitgesproken, wordt de beslissing definitief, onverminderd de bepalingen van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat. De bevoegde minister of, naargelang het geval, de minister bevoegd voor de Begroting, betekent de vernietiging aan de algemene raad.
  § 5. De raad van bestuur brengt jaarlijks verslag uit bij de bevoegde minister of, naargelang het geval, de minister bevoegd voor de Begroting, over de verwezenlijking door Sciensano van haar opdrachten.
  § 6. De bevoegde minister brengt jaarlijks verslag uit bij de wetgevende Kamers over de toepassing van deze wet.

  Afdeling 2. - Beheersovereenkomst en uitvoeringsmaatregelen

  Onderafdeling 1. - Beheersovereenkomst

  Art. 29. § 1. De Staat en Sciensano sluiten een beheersovereenkomst af die de regels en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering van de wettelijke en reglementaire opdrachten van Sciensano vastlegt.
  § 2. De beheersovereenkomst regelt ten minste de volgende aangelegenheden :
  1° de nadere invulling van de wettelijke opdrachten van Sciensano;
  2° de prioritaire strategische lijnen met betrekking tot de opdrachten bedoeld in artikel 4;
  3° het vastleggen, de berekening en de nadere regels van de betaling aan Sciensano van de dotaties ten laste van het algemeen uitgavenbudget van de Staat;
  4° het vastleggen, de berekening en de nadere regels van betaling aan Sciensano van de financiering ten laste van het algemeen uitgavenbudget van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu met dien verstande dat het bedrag van de toegekende financiering voor de betaling van de brutobezoldiging, om het even welke toelages, premies, vergoedingen, voordelen en/of aanvullende pensioenen waarop de ter beschikking gestelde statutaire personeelsleden bedoeld in artikel 52 gerechtigd zijn alsook de sociale bijdragen en de kosten met betrekking tot die personeelsleden, daarin begrepen de financiering voorzien voor de vervanging van die personeelsleden die niet meer bij Sciensano zijn tewerkgesteld en de financiering voorbehouden voor promoties, in de beheersovereenkomst wordt bepaald, opgenomen en toegelicht, op voorwaarde dat de bevoegde minister een pertinente oplossing aan Sciensano voorstelt indien die financiering in het gedrang zou komen omwille van een eventuele aanpassing van het bedrag in vergelijking met het op jaarbasis omgerekend bedrag dat onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet ten laste viel van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu.
  5° de bijzondere en meetbare doelstellingen die Sciensano moet bereiken;
  6° in voorkomend geval de financiële sancties ingeval van niet-inachtneming van een deel van haar verbintenissen die voortvloeien uit de beheersovereenkomst;
  7° de procedures en objectieve parameters voor de jaarlijkse evaluatie van de beheersovereenkomst.
  § 3. Elk uitdrukkelijk ontbindend beding in de beheersovereenkomst wordt voor niet-geschreven geacht.
  Artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de beheersovereenkomst. De partij ten aanzien van wie een verbintenis uit de beheersovereenkomst niet wordt uitgevoerd, kan slechts de uitvoering van de verbintenis vorderen alsmede, in voorkomend geval, schadevergoeding, onverminderd de toepassing van eventuele bijzondere sancties bepaald in het beheersovereenkomst.

  Art. 30. De Staat wordt vertegenwoordigd door de bevoegde minister bij de onderhandeling en de sluiting van de beheersovereenkomst.
  Sciensano wordt vertegenwoordigd door haar algemeen directeur bij de onderhandeling van de beheersovereenkomst. De beheersovereenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur, die beslist bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  De beheersovereenkomst treedt slechts in werking na goedkeuring door de Koning, bij besluit genomen op voorstel van de bevoegde minister, en op de datum vastgelegd bij dit besluit.

  Art. 31. § 1. De beheersovereenkomst wordt tweejaarlijks geëvalueerd en indien nodig aangepast aan de wijzigingen van de wetgeving die van toepassing is op Sciensano en aan de ontwikkelingen in de wetenschappelijke sector, volgens een procedure en objectieve parameters bepaald in de beheersovereenkomst.
  Over elk voorstel tot aanpassing niet bedoeld in het eerste lid, gedaan door een van de partijen of door beide partijen, wordt evenwel onderhandeld overeenkomstig artikel 30. Wanneer hij een handeling gesteld door de Ministerraad krachtens artikel 88 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat betekent aan Sciensano, stelt de bevoegde minister in elk geval een voorstel op tot aanpassing van de bepalingen van de beheersovereenkomst over de specifieke en meetbare doelstellingen die door Sciensano te bereiken zijn.
  § 2. De beheersovereenkomst wordt gesloten voor een duur van zes jaar.
  § 3. Ten laatste zes maanden vóór de afloop van een beheersovereenkomst, legt de algemeen directeur een ontwerp van nieuwe beheersovereenkomst voor aan de bevoegde minister.
  Als bij de afloop van een beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, wordt de overeenkomst van rechtswege verlengd tot de inwerkingtreding van de nieuwe beheersovereenkomst. Deze verlenging wordt door de bevoegde minister bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Als een jaar na de verlenging bedoeld in het tweede lid geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voorlopige regels vastleggen over de aangelegenheden bedoeld in artikel 29, § 2. Deze voorlopige regels gelden als nieuwe beheersovereenkomst en zijn van toepassing tot de inwerkingtreding van een nieuwe beheersovereenkomst, gesloten overeenkomstig artikel 30.

  Art. 32. De besluiten houdende goedkeuring van een beheersovereenkomst, of van haar aanpassing, evenals de besluiten tot vastlegging van de voorlopige regels, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De bepalingen van de beheersovereenkomst, of, in voorkomend geval, de voorlopige regels, worden bekendgemaakt als bijlage bij het koninklijk besluit, met uitzondering van deze onderhevig aan een geheimhoudingsverplichting opgelegd door of krachtens de wet of waarvan de bekendmaking strijdig zou zijn met de openbare orde.

  Onderafdeling 2. - Managementplan en operationele plannen

  Art. 33. § 1. De raad van bestuur keurt het ontwerp van managementplan goed dat de algemeen directeur hem voorlegt na de directieraad te hebben geraadpleegd, binnen de zes maanden te rekenen vanaf de dag van de aanstelling van de algemeen directeur.
  Het ontwerp van managementplan is tijdelijk. Het bestaat ten minste uit het ontwerp van organigram van Sciensano en uit een ontwerp van meerjarenbudget. Het legt de doelstellingen en de strategie op middellange termijn van Sciensano vast, met name op het operationele vlak, en de wijze om deze doelstellingen te bereiken. Het dient als basis voor de onderhandeling van de beheersovereenkomst.
  § 2. Binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de dag van inwerkingtreding van de beheersovereenkomst vastgelegd krachtens artikel 30, derde lid, keurt de raad van bestuur het managementplan dat de algemeen directeur hem voorlegt definitief goed.
  Het managementplan wordt vastgesteld voor een duur van zes jaar. Het bevat het organigram van Sciensano en een meerjarenbudget. Het legt de doelstellingen en de strategie op middellange termijn van Sciensano vast, met name op het operationele vlak.
  Het managementplan wordt aangepast overeenkomstig de eventuele wijzigingen aangebracht aan de beheersovereenkomst.
  Na goedkeuring door de raad van bestuur wordt het managementplan ter informatie meegedeeld aan de bevoegde Minster.
  § 3. Onverminderd paragraaf 2, derde lid, kan de algemeen directeur op elk moment wijzigingen voorstellen aan het managementplan voor zover deze wijzigingen in overeenstemming zijn met de beheersovereenkomst. Binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de dag waarop de algemeen directeur een dergelijk wijzigingsvoorstel heeft voorgelegd, keurt de raad van bestuur deze wijzigingen goed.
  § 4. Als de raad van bestuur het ontwerp van managementplan niet goedkeurt binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1 of het managementplan binnen de termijn bedoeld in paragraaf 2, of de wijzigingen aan dat ontwerp of aan dat plan binnen dezelfde termijnen, en voor zover de raad van bestuur ter goedkeuring van het ontwerp van managementplan of van het managementplan over een termijn van ten minste een maand heeft beschikt, te rekenen vanaf de dag waarop dat ontwerp of plan hem werd voorgelegd door de algemeen directeur, worden ze verondersteld goedgekeurd te zijn.

  Art. 34. Elke wetenschappelijke directeur stelt een operationeel plan op dat hij ter goedkeuring voorlegt aan de algemeen directeur van zodra het managementplan bedoeld in artikel 33, § 2 werd goedgekeurd door de raad van bestuur. Als een wetenschappelijke directeur geen operationeel plan voorlegt, heeft zijn evaluatie met name betrekking op dat element.
  De operationele plannen worden vastgesteld voor een duur van zes jaar. Ze bestaan uit de verwezenlijking van de concrete prestaties ter uitvoering van het managementplan, rekening houdend met de budgettaire middelen.
  De operationele plannen worden tweejaarlijks geëvalueerd en aangepast overeenkomstig de eventuele wijzigingen aangebracht aan de beheersovereenkomst of aan het managementplan.

  HOOFDSTUK 6. - Boekhouding en financiering

  Art. 35. Sciensano is een administratieve openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, met autonoom bestuur en organieke autonomie.

  Art. 36. Het patrimonium van Sciensano is samengesteld :
  1° uit de bezoldigingen, vergoedingen en dotaties betaald voor onderzoek, studies, analyses, proeven, controles of andere diensten verricht op verzoek van Belgische, Europese en internationale overheden en privépersonen, natuurlijke of rechtspersonen;
  2° uit de dotaties ten laste van het algemeen uitgavenbudget van de Federale Staat en van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu, zoals nader bepaald door de beheersovereenkomst overeenkomstig artikel 29, § 2, 3° en 4° ;
  3° door de giften, legaten, stichtingen, beurzen, prijzen of anderssoortige vrijgevigheden;
  4° door de inkomsten uit de verkoop van materiële of intellectuele producten;
  5° door dotaties;
  6° door de interesten en meerwaarden op het patrimonium;
  7° door elke andere inkomst uit de uitvoering van de opdrachten bedoeld in art. 4.

  Art. 37. De volgende inkomsten worden als volgt bestemd :
  1° de schenkingen gedaan onder levenden of bij testament, door de schenker of de erflater, met een bepaald doel, worden bestemd voor de uitgaven die noodzakelijk zijn voor de verwezenljking van dat doel;
  2° de nationale en internationale dotaties, voor de doelstellingen waarvoor ze worden toegekend;
  3° de inkomsten van werken voor derden, enerzijds, voor de bezoldiging van de medewerkers die ingeschakeld worden voor hun uitvoering of voortzetting, en, anderzijds, voor de dekking van de werkingskosten of van de aankopen van diensten of uitrustingsgoederen verbonden aan deze werken; in dat geval bepalen de overeenkomsten van de medewerkers de oorsprong van de middelen die hen financieren nader.

  Art. 38. Sciensano wordt gelijkgesteld met een federale wetenschappelijke instelling in de zin van het koninlijk besluit van 30 oktober 1996 tot aanwijzing van de federale wetenschappelijke instellingen voor de toepassing van de bijzondere wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot de financiering, met name van de onderzoekshandelingen en van de werving van onderzoekers van deze instellingen en met betrekking tot de fiscale behandeling van de toegekende doctoraatsbeurzen.

  HOOFDSTUK 7. - Fiscale bepaling

  Art. 39. Sciensano wordt gelijkgesteld met de Staat voor de toepassing van de wetten en reglementen betreffende de directe belastingen, de rechten en de retributies van de Staat.

  TITEL 3. - Personeel

  HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen betreffende het personeel

  Art. 40. Het personeel van Sciensano wordt aangeworven door de raad van bestuur en tewerkgesteld krachtens arbeidsovereenkomsten die zijn onderworpen aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

  Art. 41. § 1. De raad van bestuur :
  1° bepaalt elk jaar de personeelsenveloppe;
  2° bepaalt, met naleving van de wet, de regelingen inzake selectie, aanwerving, loopbaan, evaluatie, tucht, bezoldiging en sociale voordelen van het personeel, met dien verstande dat de raad van bestuur onderscheiden regelingen kan vaststellen voor bepaalde categorieën van personeelsleden, waaronder :
  - algemeen directeur en/of wetenschappelijke directeurs;
  - wetenschappelijk personeel;
  - administratief en technisch personeel;
  - hoofd van een wetenschappelijke dienst of programma;
  - diensthoofd.
  De in het eerste lid bedoelde regelingen kunnen bovendien onderling verschillen afhankelijk van de oorsprong van de financiering van de bedoelde categorie van personeelsleden.
  De Koning kan voorwaarden opleggen waaraan de in deze paragraaf bedoelde regelingen minstens moeten voldoen.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van titel IV, vallen de stafdirecteurs onder de toepassing van de regelingen die overeenkomstig paragraaf 1 worden vastgesteld voor het administratief en technisch personeel.

  Art. 42. De raad van bestuur stelt het arbeidsreglement van Sciensano vast, in overeenstemming met de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen.

  Art. 43. Sciensano is ten aanzien van alle personeelsleden die het in dienst heeft of die aan Sciensano ter beschikking zijn gesteld, werkgever in de zin van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

  Art. 44. Artikel 43 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken is niet van toepassing op de wetenschappelijke medewerkers en laboranten van Sciensano die zijn aangeworven bij arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd, voor eigen rekening of voor rekening van derden voor extern gefinancierde projecten, en die zijn tewerkgesteld voor taken in het kader van programma's, projecten of opdrachten die beperkt zijn in de tijd.
  Sciensano en de personeelsleden die met haar zijn verbonden door een arbeidsovereenkomst zijn niet onderworpen aan de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. De Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 vindt toepassing op Sciensano en de personeelsleden die met haar zijn verbonden door een arbeidsovereenkomst

  HOOFDSTUK 2. - Algemeen directeur en wetenschappelijke directeurs

  Art. 45. § 1. De raad van bestuur stelt de algemeen directeur en de wetenschappelijke directeurs aan voor een periode van zes jaar.
  De aanduiding in de functie van algemeen directeur geldt onder voorbehoud van bekrachtiging door de bevoegde minister.
  De aanduiding in de functie van wetenschappelijke directeur gebeurt op voordracht van de algemeen directeur.
  Onverminderd artikel 50 worden de algemeen directeur en de wetenschappelijke directeurs aangeworven en tewerkgesteld krachtens arbeidsovereenkomsten die zijn onderworpen aan de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, en waarin de wederzijdse rechten en plichten van de betrokkene en Sciensano worden geregeld. Tijdens de onderhandelingen over deze overeenkomsten wordt Sciensano vertegenwoordigd door de raad van bestuur.
  De tijdelijkheid van de aanstelling in de functie van algemeen directeur of wetenschappelijke directeur vormt een wettige reden in de zin van artikel 10 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  § 2. De algemeen directeur of de wetenschappelijke directeur die zich, op het ogenblik van zijn aanstelling in de functie, in een statutaire band bevindt met de Staat of met enige andere publiekrechtelijke rechtspersoon die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege onbezoldigd in verlof gesteld overeenkomstig de regelen van het betrokken statuut. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en op weddeverhoging.
  Indien de algemeen directeur of de wetenschappelijke directeur op het ogenblik van zijn aanstelling in de functie, contractueel verbonden is met de Staat of met enige andere publiekrechtelijke rechtspersoon die onder de Staat ressorteert, wordt de uitvoering van de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de gehele duur van zijn arbeidsovereenkomst met Sciensano. Tijdens de duur van zijn arbeidsovereenkomst met Sciensano behoudt hij zijn rechten op bevordering en op weddeverhoging die uit de eerstvermelde overeenkomst voortvloeien.
  § 3. Als de in paragraaf 1 bepaalde duur van de functie van algemeen directeur of wetenschappelijke directeur verstrijkt en als de houder van de functie zich kandidaat stelt voor een hernieuwing van de duur, wordt hem de functie voor een nieuwe periode van zes jaar toegekend, voor zover hij op de eindevaluatie de vermelding "uitstekend" heeft gekregen. In dit geval moet de raad van bestuur geen nieuwe selectieprocedure doorvoeren.
  Het vorige lid is alleen van toepassing als de functiebeschrijving niet grondig werd gewijzigd.

  Art. 46. De algemeen directeur wordt periodiek geëvalueerd door de raad van bestuur, volgens de regels vastgelegd door de raad van bestuur. De evaluatie van de algemeen directeur geldt onder voorbehoud van bekrachtiging door de bevoegde minister.
  De wetenschappelijke directeur wordt periodiek geëvalueerd door de algemeen directeur die wordt bijgestaan door een lid van de raad van bestuur dat daartoe door de raad van bestuur wordt aangewezen, volgens de regels vastgelegd door de raad van bestuur.

  TITEL 4. - Overgangsbepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Overgangsbepalingen betreffende de oprichting van Sciensano

  Art. 47. § 1. Alle rechten en plichten van WIV en CODA worden van rechtswege overgedragen aan Sciensano.
  § 2. Alle goederen die toebehoren aan de Rechtspersoonlijkheid van WIV en aan de Rechtspersoonlijkheid van CODA worden van rechtswege overgedragen aan Sciensano.
  Alle andere goederen betreffende de uitvoering van de opdrachten van WIV en CODA worden ofwel van rechtswege overgedragen aan Sciensano als het gaat om roerende goederen, ofwel ter beschikking gesteld van Sciensano als het gaat om onroerende goederen.
  § 3. De Koning kan de nadere regels van de overdrachten bedoeld in paragrafen 1 en 2 nader bepalen.
  § 4. Niettegenstaande elke andersluidende of afwijkende contractuele bepaling heeft de oprichting van Sciensano niet voor gevolg om de bewoordingen en voorwaarden van de overeenkomsten gesloten door en voor rekening van WIV en CODA tussen elkaar of met derden te wijzigen of een einde te stellen aan dergelijke overeenkomsten. Deze verrichtingen geven evenmin het recht aan een partij om deze overeenkomsten te wijzigen of om ze eenzijdig te ontbinden.

  Art. 48. § 1. Vanaf de inwerkingtreding van de artikelen bedoeld in artikel 77, eerste lid, vergadert de raad van bestuur bij afwijking van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten een eerste keer volgens de nadere regels bepaald in het tweede lid om de beslissingen te nemen bepaald in het derde lid.
  De raad van bestuur die voor het eerst vergadert, is samengesteld uit de vaste leden bedoeld in artikel 9, § 1, eerste lid. Het oudste lid van de raad van bestuur roept de voormelde vaste leden zo spoedig mogelijk samen.
  Tijdens zijn eerste vergadering en bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen :
  1° benoemt de raad van bestuur tijdelijk een algemeen directeur en vijf wetenschappelijke directeurs met het oog op het opstellen van de voorlopige beheersinstrumenten. Hun benoeming treedt pas in werking na de goedkeuring ervan door de bevoegde minister. De raad van bestuur maakt een einde aan hun benoeming na het bereiken van hun doel. De tijdelijk algemeen directeur legt het ontwerp van managementplan voor de overgang ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur;
  2° richt de raad van bestuur de wetenschappelijke diensten op en voert hij het benoemingsstelsel voor de hoofden van deze diensten in;
  3° voert de raad van bestuur het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 8, § 2, in.
  § 2. De raad van bestuur keurt het ontwerp van managementplan voor de overgang goed binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de dag van de aanstelling van de algemeen directeur bedoeld in paragraaf 1.
  § 3. Na goedkeuring van het ontwerp van managementplan voor de overgang, onderhandelt de Staat met Sciensano, vertegenwoordigd door de tijdelijke algemeen directeur, over een beheersovereenkomst voor de overgang die de regels en voorwaarden betreffende de uitvoering van de wettelijke opdrachten van Sciensano vastlegt en die minstens de aangelegenheden regelt bedoeld in artikel 29, § 2. De tijdelijke algemeen directeur legt de beheersovereenkomst voor de overgang ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.
  § 4. Binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de dag van de goedkeuring van de beheersovereenkomst voor de overgang door de raad van bestuur, keurt die het managementplan voor de overgang dat de tijdelijke algemeen directeur hem voorlegt definitief goed. Elke ten tijdelijke titel aangestelde wetenschappelijke directeur stelt een operationeel plan voor de overgang op dat hij ter goedkeuring voorlegt aan de tijdelijke algemeen directeur van zodra het managementplan voor de overgang is goedgekeurd door de raad van bestuur.
  § 5. De Koning bepaalt de inwerkingtreding van de beheersovereenkomst voor de overgang, die niet kan plaatsvinden voor de definitieve goedkeuring van het managementplan voor de overgang door de raad van bestuur.
  De beheersovereenkomst, het managementplan en de operationele plannen voor de overgang nemen een einde na de goedkeuring door de raad van bestuur van een ontwerp van eerste managementplan overeenkomstig artikel 33, § 1.
  § 6. De aanstelling van de leden van respectievelijk de algemene raad en de wetenschappelijke raad wordt verlengd tot het aflopen van de termijn van zes jaar voor dewelke de eerste definitieve algemeen directeur wordt aangesteld.
  § 7. In afwijking van artikel 47, § 2, tweede lid, worden de roerende en onroerende goederen betreffende de uitvoering van de opdrachten van WIV en CODA, andere dan degene die behoren tot WIV en CODA, ter beschikking gesteld van Sciensano tot hun overdracht of terbeschikkingstelling overeenkomstig artikel 26, § 2.
  § 8. In afwijking van artikel 11, tweede lid, hebben de beslissingen genomen bij de eerste vergadering van de raad van bestuur die volgt op de inwerkingtreding van de wet onmiddellijk gevolgen.
  § 9. Ingeval de voorzitter van een orgaan of de persoon bevoegd voor de bijeenroeping van dat orgaan niet wordt benoemd, heeft het oudste lid van dat orgaan het recht om het bijeen te roepen.

  HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen betreffende de algemene en de wetenschappelijke directeurs

  Art. 49. Het mandaat van de algemeen directeurs en de operationele directeurs van WIV en van CODA neemt van rechtswege een einde op de datum van inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid.

  Art. 50. Indien de raad van bestuur in de functie van algemeen directeur of wetenschappelijke directeur een persoon aanstelt die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, deel uitmaakte van het statutair personeel bij de Staatsdienst van WIV of CODA, al dan niet in een management-, staf- of leidinggevende functie, en die sinds de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, onafgebroken door de Staat ter beschikking is gesteld aan Sciensano, oefent die persoon de functie van algemeen directeur of wetenschappelijke directeur uit volgens dezelfde voorwaarden als een algemeen directeur respectievelijk operationeel directeur bij de federale wetenschappelijke instellingen, met behoud van zijn statuut, met inbegrip van de gebeurlijke toepassing van het stelsel van aanvullende voordelen bepaald in de wet van 4 maart 2004.
  De Koning kan voor de personen die zich in de in het eerste lid bedoelde situatie bevinden, afwijkingen tot stand brengen op de reglementering van toepassing op een algemeen directeur of operationeel directeur bij de federale wetenschappelijke instellingen, die noodzakelijk zijn voor de toepassing van die reglementering op de in het eerste lid bedoelde personen.
  Deze bepaling is niet van toepassing op de aanstelling door de raad van bestuur van een algemeen directeur ten tijdelijke titel of een wetenschappelijke directeur ten tijdelijke titel overeenkomstig artikel 48.

  Art. 51. Wanneer een persoon onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, bij WIV of CODA houder is van een management- of leidinggevende functie in de zin van de reglementering van toepassing op de federale wetenschappelijke instellingen, heeft die persoon recht op een herintegratievergoeding onder de voorwaarden en volgens de regels die van toepassing zijn op de houders van een management- of leidinggevende functie, bij de federale wetenschappelijke instellingen in geval van niet-hernieuwing van hun mandaat bij het einde van het mandaat.
  De herintegratievergoeding bedoeld in het eerste lid is slechts verschuldigd indien :
  1° die persoon niet ten tijdelijke titel wordt aangesteld als algemeen directeur of wetenschappelijke directeur in de zin van artikel 48, § 1; of
  2° die persoon wel ten tijdelijke titel is aangesteld als algemeen directeur of wetenschappelijke directeur in de zin van artikel 48, § 1, maar na afloop van de eerste selectieprocedure na de inwerkingtreding van deze wet niet door Sciensano wordt aangesteld in de functie van algemeen directeur, wetenschappelijke directeur of stafdirecteur.
  Voor de toepassing van het eerste lid wordt de laatste door WIV of CODA verrichte evaluatie van de betrokkene beschouwd als zijn eindevaluatie.

  HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen betreffende het personeel

  Afdeling 1. - Statutair personeel bij de Staatsdienst van WIV of van CODA

  Art. 52. § 1. De statutaire personeelsleden die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, tewerkgesteld zijn bij de Staatsdienst van WIV of van CODA, worden op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet van rechtswege door de Staat ter beschikking gesteld aan Sciensano.
  Op de stagiairs die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, tewerkgesteld zijn bij de Staatsdienst van WIV of van CODA, worden de regels inzake vaste benoeming toegepast die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet op hen van toepassing waren.
  Op de personeelsleden in proefperiode in de zin van het koninklijk besluit van 25 februari 2008 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen, die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, tewerkgesteld zijn bij de Staatsdienst van WIV of van CODA, worden de regels inzake vaste benoeming toegepast die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet op hen van toepassing waren.
  De Koning duidt de bepalingen aan van het statuut van het personeel van de federale wetenschappelijke instellingen die ten dien einde van toepassing blijven op de stagiairs en de personeelsleden in proefperiode.
  § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde personeelscategorie is uitdovend. De nominatieve lijst van de aldus bedoelde personeelsleden wordt bij koninklijk besluit vastgesteld.
  § 3. De federale overheidsdienst bevoegd voor volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu wordt beschouwd als dienst van oorsprong van de personeelsleden bedoeld in paragraaf 1.
  § 4. De ter beschikking gestelde personeelsleden bedoeld in paragraaf 1, blijven exclusief onderworpen aan het administratief en geldelijk statuut en de pensioenregeling die van toepassing zijn op het personeel van de federale wetenschappelijke instellingen, met inbegrip van bevorderingen, specifieke functies en rechten die daarin bepaald worden, voor zover zij voldoen aan de voorwaarden.
  Het administratief en geldelijk statuut en de pensioenregeling bedoeld in het vorige lid moeten door de dienst van oorsprong en door Sciensano worden nageleefd. De duur van de terbeschikkingstelling bij Sciensano wordt beschouwd als een periode van dienstactiviteit.
  De Koning kan voor de personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 afwijkingen tot stand brengen op het administratief en geldelijk statuut en de pensioenregeling bedoeld in het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de toepassing ervan op de personeelsleden bedoeld in paragraaf 1.

  Afdeling 2. - Contractueel personeel bij de Staatsdienst van WIV of CODA

  Art. 53. § 1. De personeelsleden verbonden door een arbeidsovereenkomst met de Staat en die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, tewerkgesteld zijn bij de Staatsdienst van WIV of van CODA, worden op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet van rechtswege door de Staat ter beschikking gesteld aan Sciensano, in afwijking van de bepalingen van Hoofdstuk III van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Deze personeelsleden blijven exclusief onderworpen aan de arbeids- en loonvoorwaarden die op hen van toepassing waren onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid.
  De in het eerste lid bedoelde personeelscategorie is uitdovend. De nominatieve lijst van de aldus bedoelde personeelsleden wordt bij koninklijk besluit vastgesteld.
  § 2. De federale overheidsdienst bevoegd voor volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu wordt beschouwd als dienst van oorsprong van de personeelsleden bedoeld in paragraaf 1.

  Afdeling 3. - Overgangsbepalingen gemeenschappelijk aan het personeel bedoeld in afdeling I en II

  Art. 54. De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de personeelsleden bedoeld in afdeling I en afdeling II.

  Art. 55. § 1. De Staat is de enige juridische werkgever van het personeel dat overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk aan Sciensano ter beschikking wordt gesteld, onverminderd de bepalingen van paragraaf 2.
  § 2. Gedurende de terbeschikkingstelling bedoeld in paragraaf 1, zijn op de betrokken personeelsleden de volgende bepalingen van toepassing :
  1° De personeelsleden zijn onderworpen aan het hiërarchische gezag van de algemeen directeur van Sciensano, onverminderd de bepalingen die overeenkomstig artikel 52, § 4, respectievelijk artikel 53, § 1, eerste lid, op hen van toepassing zijn.
  2° De algemeen directeur van Sciensano kan op eigen initiatief of op vraag van de dienst van oorsprong een met redenen omkleed advies uitbrengen aan de dienst van oorsprong over een personeelsbeslissing met individuele draagwijdte die betrekking heeft op een personeelslid dat door de Staat aan Sciensano ter beschikking is gesteld. De dienst van oorsprong neemt een met redenen omklede beslissing tot al dan niet navolging van het advies van de algemeen directeur.
  3° In de gevallen die door de Koning zijn vastgesteld kan Sciensano van rechtswege in de plaats treden van de dienst van oorsprong om een personeelsbeslissing met individuele draagwijdte te nemen die betrekking heeft op een personeelslid dat door de Staat aan Sciensano ter beschikking is gesteld.
  De beslising wordt ter informatie en voor opvolging aan de dienst van oorsprong overgemaakt.

  Art. 56. § 1. De bezoldiging van het ter beschikking gestelde personeelslid is deze waarop het recht heeft op grond van zijn statuut of arbeidsovereenkomst, naargelang het geval, met inbegrip van de eventuele toelagen en vergoedingen.
  Gedurende de terbeschikkingstelling van het personeel aan Sciensano zorgt Sciensano voor de uitbetaling van de bezoldiging aan de ter beschikking gestelde personeelsleden en de daarmee samenhangende verplichtingen.
  § 2. De Koning kan verdere regels met betrekking tot de bezoldiging en het beheer van personeelszaken bepalen.

  Art. 57. § 1. Onverminderd artikel 58 is het einde van de terbeschikkingstelling van een personeelslid alleen mogelijk in één van de volgende gevallen :
  1° als gevolg van een op het betrokken personeelslid toegepaste regeling van mobiliteit, of
  2° indien bij de dienst van oorsprong of een andere overheidsdienst een betrekking die overeenstemt met de graad van het betrokken personeelslid vacant is verklaard, op voorwaarde dat de betrokken dienst met de overplaatsing instemt en dat aan de andere toepasselijke voorwaarden voor de overplaatsing is voldaan.
  § 2. In de gevallen bedoeld in paragraaf 1 kan hetzij het betrokken personeelslid vragen dat aan zijn terbeschikkingstelling een einde wordt gemaakt, mits een vooropzeg van drie maanden, hetzij de raad van bestuur van Sciensano een gemotiveerde beslissing nemen tot beëindiging van de terbeschikkingstelling van het personeelslid met een vooropzeg van drie maanden.
  In geval van een met redenen omklede beslissing van de raad van bestuur brengt de raad van bestuur de dienst van oorsprong en het betrokken personeelslid hiervan op de hoogte.
  De duur van de vooropzeg kan in gemeenschappelijk akkoord tussen het personeelslid en Sciensano worden verlengd of verkort.

  Art. 58. De terbeschikkingstelling van een personeelslid aan Sciensano neemt van rechtswege een einde op het ogenblik dat een einde komt aan het statutair of contractueel dienstverband van het personeelslid met de Staat.
  Het eerste lid is niet van toepassing indien het einde van het statutair of contractueel dienstverband van het personeelslid met de Staat, zonder onderbreking wordt gevolgd door een nieuw dienstverband van datzelfde personeelslid met dezelfde dienst van oorsprong. In dat geval beslissen de dienst van oorsprong en Sciensano gezamenlijk over de al dan niet voortzetting van de terbeschikkingstelling van dat personeelslid, waarbij zij er ook rekening houden of de reden voor de verandering van het dienstverband al dan niet toerekenbaar is aan het personeelslid zelf.

  Afdeling 4.3. - Contractueel personeel van de Rechtspersoonlijkheid van WIV en van CODA

  Art. 59. De rechten en verplichtingen, die voor de Rechts-persoonlijkheid van WIV of de Rechtspersoonlijkheid van CODA voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten die bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, gaan op Sciensano over.
  De rechten van de personeelsleden verbonden door de in het eerste lid bedoelde arbeidsovereenkomsten die voortspruiten uit de stelsels inzake ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitsuitkeringen, toegekend uit hoofde van aanvullende regimes van sociale voorzieningen, gaan niet op Sciensano over.
  De in het tweede lid bedoelde personeelsleden worden onderworpen aan de regelingen die Sciensano tot stand kan brengen voor hun personeelscategorie. In voorkomend geval zijn deze regelingen verplicht op hen van toepassing. In afwachting van de bedoelde regelingen blijven ze onderworpen aan de regelingen van aanvullende regimes van sociale voorzieningen die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, § 1, bestonden bij de Rechtspersoonlijkheid van WIV of van CODA en die op hen van toepassing waren.

  Afdeling 5. - Overige overgangsbepalingen betreffende het personeel

  Art. 60. Artikel 49 van het koninklijk besluit van 25 februari 2008 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen, is niet van toepassing op de hervorming tot stand gebracht door deze wet

  Art. 61. § 1. Het mandaat van directeur van de ondersteunende diensten bij WIV of CODA neemt van rechtswege een einde vanaf de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid.
  § 2. Wanneer een persoon onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid, bij WIV of CODA houder is van een staffunctie in de zin van de reglementering van toepassing op de federale wetenschappelijke instellingen, heeft die persoon recht op een herintegratievergoeding onder de voorwaarden en volgens de regels die van toepassing zijn op de houders van een staffunctie bij de federale wetenschappelijke instellingen in geval van niet-hernieuwing van hun mandaat bij het einde van het mandaat.
  De herintegratievergoeding bedoeld in het eerste lid is slechts verschuldigd indien :
  1° die persoon niet ten tijdelijke titel wordt aangesteld als algemeen directeur of wetenschappelijke directeur in de zin van artikel 48, § 1; of
  2° die persoon wel ten tijdelijke titel is aangesteld als algemeen directeur of wetenschappelijke directeur in de zin van artikel 48, § 1, maar na afloop van de eerste selectieprocedure na inwerkingtreding van deze wet niet door Sciensano wordt aangesteld in de functie van algemeen directeur, wetenschappelijke directeur of stafdirecteur.
  Voor de toepassing van het eerste lid wordt de laatste door WIV of CODA verrichte evaluatie van de betrokkene beschouwd als zijn eindevaluatie.

  Art. 62. Het mandaat van hoofd van een wetenschappelijke dienst of hoofd van een wetenschappelijk programma bij WIV of CODA neemt van rechtswege een einde op de datum van inwerkingtreding van deze wet zoals bepaald in artikel 77, eerste lid.

  TITEL 5. - Diverse bepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen

  Art. 63. In artikel 1, § 2, eerste lid van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, ingevoegd bij de wet van 7 februari 2014, worden de woorden "van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid" vervangen door "van Sciensano...".

  Art. 64. In artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut wordt onder categorie A, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 oktober 2016, de woorden "Instituut voor hygiëne en epidemiologie" opgeheven.

  Art. 65. In artikel 45, § 1, van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, gewijzigd door de wet van 12 december 1997, worden de woorden "alsook het wetenschappelijk personeel van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Louis Pasteur," opgeheven.

  Art. 66. In artikel 22, 20°, van de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, worden de woorden "Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - WIV-ISP" telkens vervangen door de woorden "Sciensano".

  Art. 67. In artikel 56, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 december 2008, worden de woorden "Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid" vervangen door de woorden "Sciensano".

  Art. 68. In artikel 67, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 december 2009, wordt de derde paragraaf vervangen als volgt :
  " § 3. De bijdragen voorzien in paragraaf 1 worden toegewezen aan Sciensano voor de financiering van de taken in verband met de externe kwaliteitscontrole van de laboratoria voor pathologische anatomie, waarvan sprake in artikel 65.".

  Art. 69. Artikel 184, eerste lid, van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen wordt aangevuld met de bepaling onder c), luidende :
  "c) Sciensano".

  Art. 70. In de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen, wordt het opschrift van hoofdstuk III van titel 3 vervangen als volgt :
  "Sciensano"

  Art. 71. In artikel 222 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 december 2001 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) In het eerste lid worden de woorden "van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid-Louis Pasteur" vervangen door de woorden "van Sciensano";
  b) In het tweede lid worden woorden "van het Instituut" vervangen door de woorden "van Sciensano".

  Art. 72. In de programmawet van 30 december 2001 wordt het opschrift van hoofdstuk I van titel 3 vervangen als volgt :
  "Sciensano".

  Art. 73. In artikel 47 van dezelfde wet worden de woorden "Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur" en de woorden "het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur" respectievelijk telkens vervangen door het woord "Sciensano".

  Art. 74. In artikel 8 van de wet van 14 juni 2002 betreffende de palliatieve zorg worden de woorden "binnen het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid - Louis Pasteur" vervangen door de woorden "binnen Sciensano".

  Art. 75. In artikel 6 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten worden de woorden "van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid" vervangen door de woorden "van Sciensano".

  Art. 76. De Koning wordt gemachtigd om de terminologie en de verwijzingen in de van kracht zijnde wettelijke bepalingen in overeenstemming te brengen met de bepalingen ingevoerd bij de wet.

  HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen

  Art. 77. De artikelen 2 tot 4, 6 tot 15, 19 tot 25, 28 tot 30 en 32 tot 76 treden in werking op een datum bepaald door de Koning.
  De artikelen 5, 16 tot 18, 26, 27 en 31 treden in werking op een datum bepaald door de Koning, met dien verstande dat deze bepalingen slechts in werking zullen kunnen treden na de inwerkingtreding van de bepalingen bedoeld in het eerste lid en na de definitieve aanstelling van de algemeen directeur zoals goedgekeurd door de bevoegde minister.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 februari 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
M. DE BLOCK
De Minister van Landbouw,
D. DUCARME
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 21-03-2018 GEPUBL. OP 30-03-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 29) Inwerkingtreding nader te bepalen

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 54-2795 Integraal verslag : 18 januari 2018

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten
    Franstalige versie