einde

Publicatie : 2017-11-29

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

31 OKTOBER 2017. - Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, de wet van 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of aanhouding mag worden verricht, de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt en de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel (1)



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
TITEL 1. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Wijzigingen van de wet van 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of aanhouding mag worden verricht
Art. 2. In het opschrift van de wet van 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of aanhouding mag worden verricht, gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, wordt het woord "aanhouding" vervangen door het woord "vrijheidsbeneming".
Art. 3. In artikel 2 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 april 2016, wordt het woord "aanhouding" telkens vervangen door het woord "vrijheidsbeneming".
TITEL 3. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis
Art. 4. In titel I, hoofdstuk 1, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, wordt in het opschrift het woord "aanhouding" vervangen door het woord "arrestatie".
Art. 5. In de artikelen 1, 2, 18, 19 en 34 van dezelfde wet, wordt het woord "vierentwintig" telkens vervangen door het woord "achtenveertig".
Art. 6. In artikel 1 van dezelfde wet wordt het woord "aanhouding" telkens vervangen door het woord "arrestatie".
Art. 7. In artikel 2 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 1° wordt het woord "vrijheidsbeneming" vervangen door het woord "arrestatie";
2° in de bepalingen onder 3° en 4° wordt het woord "aanhouding" telkens vervangen door het woord "arrestatie";
3° in de bepaling onder 5° wordt het woord "aangehouden" vervangen door het woord "gearresteerde".
Art. 8. In artikel 2bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 13 augustus 2011 en vervangen bij de wet van 21 november 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "12, 15bis en 18, § 1" vervangen door de woorden "12 en 18, § 1";
2° in paragraaf 7 wordt het woord "aanhouding" vervangen door het woord "arrestatie".
Art. 9. Artikel 3 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Het bevel tot medebrenging levert ten aanzien van deze personen een titel van vrijheidsbeneming van maximum achtenveertig uren op, te rekenen van het tijdstip van effectieve vrijheidsbeneming zoals bedoeld in de artikelen 1 en 2."
Art. 10. In artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden "binnen vierentwintig uren" vervangen door de woorden "zonder onnodig uitstel".
Art. 11. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "aanhouding" wordt vervangen door het woord "arrestatie";
2° de woorden "uiterlijk binnen vierentwintig uren te rekenen van" worden vervangen door de woorden"zonder onnodig uitstel na".
Art. 12. Artikel 8, tweede lid, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 13. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 12. Ten aanzien van de getuigen bedoeld in artikel 4 dekt het bevel tot medebrenging een periode van vrijheidsbeneming van hoogstens vierentwintig uren te rekenen van de vrijheidsbeneming, ongeacht of de vrijheidsbeneming het gevolg is van de uitvoering van het bevel tot medebrenging.".
Art. 14. Hoofdstuk II/1 van - dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 13 augustus 2011, dat artikel 15bis bevat, wordt opgeheven.
Art. 15. In artikel 18, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, wordt de tweede zin vervangen als volgt :
"Deze termijn gaat in hetzij op het tijdstip dat wordt bepaald door artikel 1, 2° of 3°, of door artikel 2, 5°, hetzij op het tijdstip dat wordt bepaald door artikel 3, tweede lid, wanneer het bevel tot aanhouding is uitgevaardigd tegen een verdachte die van zijn vrijheid is benomen op grond van een bevel tot medebrenging.".
Art. 16. In artikel 20, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 augustus 2011, worden de woorden "artikelen 2bis, 15bis en 16" vervangen door de woorden "artikelen 2bis en 16".
TITEL 4. - Wijzigingen van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt
Art. 17. In artikel 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, gewijzigd bij de wetten van 7 december 1998 en 6 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "aan te houden" worden telkens vervangen door de woorden "te arresteren";
2° het woord "aanhouding" wordt vervangen door het woord "vrijheidsbeneming".
Art. 18. In artikel 23, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 april 2016, wordt het woord "aangehouden" telkens vervangen door de woorden "van hun vrijheid benomen".
Art. 19. In artikel 28 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 17 november 1998, 7 december 1998 en 19 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in § 1, 2°, worden de woorden "bestuurlijke of gerechtelijke aanhouding" vervangen door de woorden "bestuurlijke arrestatie of gerechtelijke vrijheidsbeneming";
b) in § 2, eerste lid, wordt het woord "aanhouding" vervangen door het woord "vrijheidsbeneming".
Art. 20. In artikel 32 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "aanhouding" wordt telkens vervangen door het woord "arrestatie";
2° het woord "vierentwintig" wordt vervangen door het woord "achtenveertig".
Art. 21. In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 december 1998 en 21 april 2016, worden de woorden "aangehouden, gevangen of opgehouden" vervangen door de woorden "van hun vrijheid benomen".
Art. 22. In artikel 37bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "gerechtelijke of bestuurlijke aanhouding" vervangen door de woorden "gerechtelijke vrijheidsbeneming of bestuurlijke arrestatie";
b) de bepaling onder 2°, eerste streepje, wordt vervangen als volgt : "- het gedrag van de persoon bij of tijdens de vrijheidsbeneming";
c) in de bepaling onder 2°, vijfde streepje, wordt het woord "aanhouding" vervangen door het woord "vrijheidsbeneming".
Art. 23. In artikel 44/9, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 maart 2014, wordt in de bepaling onder c) het woord "aangehouden" vervangen door de woorden "van zijn vrijheid benomen".
TITEL 5. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel
Art. 24. In hoofdstuk III, afdeling 2, onderafdeling 1, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, wordt in het opschrift het woord "aanhouding" vervangen door het woord "arrestatie".
Art. 25. In artikel 10 van dezelfde wet, wordt het woord "aangehouden" telkens vervangen door het woord "gearresteerd" en het woord "aanhouding" telkens vervangen door het woord "arrestatie".
Art. 26. In artikel 10/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 21 november 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste lid, worden de woorden "Binnen vierentwintig uur" vervangen door de woorden "Zonder onnodig uitstel";
b) in de bepaling onder 3°, wordt het woord "vierentwintig" vervangen door het woord "achtenveertig".
Art. 27. In artikel 11, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord "vierentwintig" telkens vervangen door het woord "achtenveertig".
Art. 28. In artikel 16, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, wordt het woord "aanhouding" vervangen door het woord "arrestatie".
Art. 29. In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het woord "aanhouding" vervangen door het woord "arrestatie";
2° in paragraaf 2 wordt het woord "aanhouding" vervangen door het woord "arrestatie"."
TITEL 6. - Slotbepalingen
Art. 30. De toepassing van deze wet zal geėvalueerd worden door de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken in de loop van het derde jaar volgend op dat van haar inwerkingtreding. Deze evaluatie zal iedere drie jaar gebeuren. Daarvoor zal onder andere de gemiddelde duur van de detentie voor de tussenkomst van de rechter of de vrijlating per soort van misdrijven zoals omschreven door de Koning, worden vergeleken met de gemiddelde duur van voor de inwerkingtreding van deze wet. Met dit doel wordt de duur van de detenties op eenvormige wijze geregistreerd zoals bepaald door de Koning.
De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken zullen het rapport van deze evaluatie overmaken aan de Kamer van volksvertegenwoordigers uiterlijk op 30 juni van het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens driejaarlijks.
De minister van Binnenlandse Zaken zal verslag doen aan de Kamer van volksvertegenwoordigers uiterlijk op 30 juni van het tweede jaar volgend op de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens driejaarlijks over de gerealiseerde investeringen in de politiecommissariaten teneinde waardige detentieomstandigheden aan te bieden aan de personen die er langer dan vierentwintig uren aangehouden blijven.
Art. 31. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Ciergnon, 31 oktober 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De minister van Justitie,
K. GEENS
Met `s Lands zegel gezegeld :
De minister van Justitie,
K. GEENS
_______
Nota
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers
(www.dekamer.be):
Stukken 54-2612
Integraal verslag : 19 oktober 2017.


begin

Publicatie : 2017-11-29