J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/12/22/2016011538/justel

Titel
22 DECEMBER 2016. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het boek XI van het Wetboek van economisch recht Zie wijziging(en)

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 29-12-2016 nummer :   2016011538 bladzijde : 91843       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-12-22/03
Inwerkingtreding : 10-03-2017

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2013A11134       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Art. 3-41
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding
Art. 42

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet strekt tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht

  Art. 3. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 2, afdeling 6, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd die de artikelen XI.189 tot en met XI.191 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 1. - Algemene uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur".

  Art. 4. In artikel XI.189 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden, "recensie, onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden", vervangen door de woorden "of recensie";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.

  Art. 5. In artikel XI.190 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Franse tekst wordt in de eerste zin het woord "publiée" vervangen door het woord "divulguée";
  2° de bepaling onder 4° wordt opgeheven;
  3° in de bepaling onder 5° worden de woorden "die op papier of op een soortgelijke drager zijn vastgelegd" ingevoegd tussen de woorden "andere werken" en ", met behulp van";
  4° in de bepaling onder 5° worden de woorden "uitsluitend bestemd is voor privégebruik" vervangen door de woorden "wordt gemaakt door een rechtspersoon voor intern gebruik dan wel door een natuurlijk persoon voor intern gebruik in het kader van zijn professionele activiteiten";
  5° de bepalingen onder 6°, 7° en 8° worden opgeheven;
  6° de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt :
  "9 ° de reproductie van werken, met uitzondering van bladmuziek, die in familiekring geschiedt, en alleen daarvoor bestemd is;";
  7° de bepaling onder 11° wordt opgeheven.

  Art. 6. In artikel XI.191 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Franse tekst van de inleidende zin van paragraaf 1, wordt het woord "publiée" vervangen door het woord "divulguée";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "uitsluitend bestemd is voor privégebruik" vervangen door de woorden "wordt gemaakt door een rechtspersoon voor intern gebruik dan wel door een natuurlijk persoon voor intern gebruik in het kader van zijn professionele activiteiten";
  3° in paragraaf 1, eerste lid, worden de bepalingen onder 2°, 3° en 4° opgeheven;
  4° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
  5° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Artikel XI.190, 1°, 2°, 3° en 10°, is op analoge wijze van toepassing op databanken."

  Art. 7. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 2, afdeling 6, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 2 ingevoegd die de artikelen XI.191/1 tot en met XI.191/2 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 2. - Uitzonderingen op de vermogensrechten van de auteur ten behoeve van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek".

  Art. 8. In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel XI.191/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.191/1. § 1. Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, en onverminderd de eventuele toepassing van artikelen XI.189, § 3 en XI.190, 2°, 2/1°, 10°, 12°, 13°, 15°, 16° en 17°, kan de auteur zich niet verzetten tegen :
  1° het citeren ten behoeve van onderwijs, of in het kader van wetenschappelijk onderzoek, voor zover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke gebruiken en in de mate dat het beoogde doel dit rechtvaardigt;
  2° de kosteloze uitvoering in het kader van schoolactiviteiten, met inbegrip van de uitvoering van een werk tijdens een publiek examen. Deze kosteloze uitvoering in het kader van schoolactiviteiten en de uitvoering van een werk tijdens een publiek examen kan zowel binnen als buiten de gebouwen van de onderwijsinstelling plaatsvinden;
  3° de reproductie van werken, met uitzondering van bladmuziek, ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, voor zover het gebruik verantwoord is door de nagestreefde, niet-winstgevende doelstelling, en dat het gebruik geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk;
  4° de mededeling aan het publiek van werken ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht en voor zover deze mededeling verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling, plaatsvindt in het kader van de normale activiteiten van de instelling, beveiligd wordt door passende maatregelen en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk;
  5° het gebruik van literaire werken van overleden auteurs in een bloemlezing bestemd voor het onderwijs dat niet het behalen van een direct of indirect commercieel voordeel nastreeft, op voorwaarde dat de keuze van het uittreksel, alsmede de presentatie en de plaats ervan de morele rechten van de auteur in acht nemen en dat een billijke vergoeding wordt betaald, die door de partijen wordt overeengekomen of anders door de rechter overeenkomstig de eerlijke gebruiken worden vastgesteld.
  § 2. Bij de in paragraaf 1 bedoelde gebruiken, worden de bron en de naam van de auteur vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt."

  Art. 9. In dezelfde onderafdeling 2, wordt een artikel XI.191/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.191/2. § 1. In afwijking van artikel XI.191/1 kan de auteur wanneer de databank wettig openbaar is gemaakt, zich niet verzetten tegen :
  1° de reproductie van databanken ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, voor zover het gebruik verantwoord is door de nagestreefde, niet-winstgevende doelstelling, en dat het gebruik geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de databank;
  2° de mededeling aan het publiek van databanken ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht en voorzover deze mededeling verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling, plaatsvindt in het kader van de normale activiteiten van de instelling, beveiligd wordt door passende maatregelen en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de databank.
  § 2. Bij de in paragraaf 1 bedoelde gebruiken, worden de bron en de naam van de auteur vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt.
  § 3. Artikel XI.191/1, § 1, 1° en 2°, is op analoge wijze van toepassing op databanken.".

  Art. 10. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 2, afdeling 6, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 3 ingevoegd die het artikel XI.192 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 3. - Uitlening van werken".

  Art. 11. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 2, afdeling 6, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling 4 ingevoegd die het artikel XI.192/1 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 4. - Verweesde werken".

  Art. 12. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 2, afdeling 6, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling 5 ingevoegd die het artikel XI.193 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 5. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de onderafdelingen 1, 2, 3 en 4".

  Art. 13. Artikel XI.193 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juli 2015, wordt vervangen als volgt :
  "Art. XI.193. De bepalingen van de artikelen XI.189, XI.190, XI.191, XI.191/1, XI.191/2, XI.192, §§ 1 en 3, en XI.192/1 zijn van dwingend recht.".

  Art. 14. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 3, afdeling 7, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd die het artikel XI.217 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 1. - Algemene uitzonderingen".

  Art. 15. In artikel XI.217 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "recensie, onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden", vervangen door de woorden "of recensie";
  2° de bepalingen onder 4°, 5°, 6° en 10° worden opgeheven.

  Art. 16. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 3, afdeling 7, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd die het artikel XI.217/1 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 2. - Uitzonderingen ten behoeve van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek".

  Art. 17. In onderafdeling 2, ingevoegd door artikel 16, wordt een artikel XI.217/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.217/1. Onverminderd de eventuele toepassing van artikel XI.217, 8°, 9°, 11°, 12°, 14°, 15° en 16°, zijn de artikelen XI.205, XI.209, XI.213 en XI.215 niet van toepassing wanneer de handelingen bedoeld in die artikelen verricht worden met een van de hierna volgende doelstellingen :
  1° het citeren uit een prestatie ten behoeve van onderwijs, of in het kader van wetenschappelijk onderzoek, voor zover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke gebruiken en in de mate dat het beoogde doel dit rechtvaardigt;
  2° de kosteloze uitvoering in het kader van schoolactiviteiten, met inbegrip van de uitvoering van een prestatie tijdens een publiek examen. Deze kosteloze uitvoering in het kader van schoolactiviteiten en de uitvoering van een prestatie tijdens een publiek examen kan zowel binnen als buiten de gebouwen van de onderwijsinstelling plaatsvinden;
  3° de reproductie van prestaties ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, voor zover het gebruik wordt verantwoord door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en dat het gebruik geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de prestatie;
  4° de mededeling aan het publiek van prestaties ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht en voor zover deze mededeling verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling, plaatsvindt in het kader van de normale activiteiten van de instelling, beveiligd wordt door passende maatregelen en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van de prestatie.".

  Art. 18. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 3, afdeling 7, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd die het artikel XI.218 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 3. - Uitlening van prestaties".

  Art. 19. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 3, afdeling 7, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 4 ingevoegd die het artikel XI.218/1 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 4. - Verweesde werken".

  Art. 20. In boek XI, titel 5, hoofdstuk 3, afdeling 7, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling 5 ingevoegd die het artikel XI.219 bevat, luidende :
  "Onderafdeling 5. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de onderafdelingen 1, 2, 3 en 4".

  Art. 21. Artikel XI.219 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juli 2015, wordt vervangen als volgt :
  "Art. XI.219. De bepalingen van de artikelen XI.217, XI.217/1, XI.218 en XI.218/1, zijn van dwingend recht.".

  Art. 22. In boek XI, titel 5, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van Hoofdstuk 5 vervangen als volgt :
  "HOOFDSTUK 5. - De vergoeding voor de reproductie voor eigen gebruik van werken en prestaties".

  Art. 23. In artikel XI.229 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken hebben recht op een vergoeding voor de reproductie voor eigen gebruik van hun werken en prestaties, wanneer die reproductie plaatsvindt onder de voorwaarden bepaald in de artikelen XI.190, 9° en 17° en XI.217, 7° en 16°. ";
  2° in het tweede lid worden de woorden "op eender welke drager andere dan papier of soortgelijke drager" opgeheven;
  3° in het derde lid worden de woorden "op eender welke drager andere dan papier of soortgelijke drager" opgeheven;
  4° in het vierde lid worden de woorden "de uitgevers van werken van letterkunde en van beeldende of grafische kunst" opgeheven.

  Art. 24. In artikel XI.232 van hetzelfde Wetboek, worden telkens de woorden "op eender welke drager andere dan papier of soortgelijke drager" opgeheven.

  Art. 25. In artikel XI.234, § 1, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid worden de woorden "wordt verdeeld in gelijke delen tussen auteurs en uitgevers" vervangen door de woorden "wordt toegewezen aan de auteurs";
  2° in het zesde lid worden de woorden "Het gedeelte van de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding dat betrekking heeft op" vervangen door de woorden "De in artikel XI.229 bedoelde vergoeding die betrekking heeft op".

  Art. 26. In boek XI, titel 5, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van Hoofdstuk 6 vervangen als volgt :
  "HOOFDSTUK 6. - De vergoeding voor reprografie".

  Art. 27. Artikel XI.235 van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
  "Art. XI.235. De auteurs hebben recht op een vergoeding voor de reproductie op papier of op een soortgelijke drager van hun werken, wanneer die reproductie plaatsvindt onder de voorwaarden bepaald in de artikelen XI.190, 5° en XI.191, § 1, 1°. ".

  Art. 28. Artikel XI.236 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  "Art. XI.236. De in het artikel XI.235 bedoelde vergoeding bestaat uit een evenredige vergoeding die bepaald wordt in functie van het aantal reproducties van werken.
  Deze is verschuldigd door de natuurlijke personen of de rechtspersonen die reproducties van werken vervaardigen of, in voorkomend geval, met décharge van eerstgenoemden, door hen die onder bezwarende titel of gratis een reproductieapparaat ter beschikking stellen van anderen.".

  Art. 29. In artikel XI.237, eerste streepje, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "vervangen bij de wet van 27 december 1993" opgeheven.

  Art. 30. Artikel XI.239 van hetzelfde Wetboek, wordt als volgt vervangen :
  "Art. XI.239. De Koning bepaalt bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in de artikel XI.236 bedoelde vergoeding.
  Deze vergoeding kan worden aangepast naar gelang van de betrokken sectoren.
  De Koning bepaalt de nadere regels voor de inning en de verdeling van en de controle op die vergoeding, alsmede het tijdstip waarop ze verschuldigd is.
  Onverminderd de internationale overeenkomsten, wordt de in artikel XI.236 bedoelde vergoeding toegewezen aan de auteurs. Deze bepaling is van dwingend recht.
  De in artikel XI.236 bedoelde vergoeding waarop de auteurs recht hebben, is onoverdraagbaar.
  Overeenkomstig de door Hem gestelde voorwaarden en de nadere regels, belast de Koning een vennootschap die representatief is voor alle vennootschappen voor het beheer van de rechten, met de inning en de verdeling van de vergoeding.
  Het bedrag van deze vergoeding kan om de drie jaar worden herzien.
  Indien de omstandigheden die het bepalen van het bedrag hebben gerechtvaardigd, kennelijk en duurzaam gewijzigd zijn, kan dit bedrag voor het verstrijken van de termijn van drie jaar worden herzien.
  Indien de Koning het bedrag binnen de termijn van drie jaar herziet, motiveert Hij zijn beslissing door de wijziging van de initiële omstandigheden.".

  Art. 31. Het opschrift van hoofdstuk 7 van boek XI, titel 5, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
  "HOOFDSTUK 7. - Het gebruik van werken of prestaties ten behoeve van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek".

  Art. 32. Artikel XI.240 van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
  "Art. XI.240. De auteurs en de uitgevers van werken hebben recht op een vergoeding voor de reproductie en de mededeling van die werken onder de voorwaarden bepaald in artikel XI.191/1, § 1, 3° en 4°.
  De auteurs van databanken hebben recht op een vergoeding voor de reproductie en de mededeling ervan onder de voorwaarden bepaald in artikel XI.191/2, § 1.
  De uitvoerende kunstenaars, de producenten van fonogrammen en de producenten van eerste vastleggingen van films hebben recht op een vergoeding voor de reproductie en de mededeling van hun prestaties onder de voorwaarden bepaald in artikel XI.217/1, 3° en 4°. ".

  Art. 33. Artikel XI.241 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

  Art. 34. In artikel XI.242 van hetzelfde Wetboek, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden : "met inachtneming van de doelstellingen voor bevordering van onderwijsactiviteiten".

  Art. 35. In boek XI van hetzelfde Wetboek, wordt een Titel 7/1 ingevoegd, luidende :
  "TITEL 7/1. - De vergoeding van de uitgevers voor reproducties op papier van hun uitgaven op papier".

  Art. 36. In Titel 7/1, ingevoegd bij artikel 34, wordt een artikel XI.318/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.318/1. Zonder afbreuk te doen aan het recht op vergoeding bepaald in artikel XI.239, hebben de uitgevers een recht op vergoeding voor de reproductie op papier of op een soortgelijke drager van hun uitgaven op papier, in geval van een gedeeltelijke of integrale reproductie van artikelen, van beeldende of grafische kunst, of van korte fragmenten uit andere uitgaven, met behulp van ongeacht welke fotografische techniek of enige andere werkwijze die een soortgelijk resultaat oplevert, wanneer die reproductie wordt gemaakt door een rechtspersoon voor intern gebruik dan wel door een natuurlijk persoon voor intern gebruik in het kader van zijn professionele activiteiten, met uitzondering van de reproducties die worden gemaakt ter illustratie van het onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek.
  De duur van het recht op vergoeding bedoeld in het eerste lid bedraagt vijftig jaar vanaf de eerste uitgave op papier. Deze termijn wordt berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de eerste uitgave op papier.".

  Art. 37. In dezelfde titel 7/1, wordt een artikel XI.318/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.318/2. De in het artikel XI.318/1 bedoelde vergoeding bestaat uit een evenredige vergoeding die bepaald wordt in functie van het aantal reproducties van de uitgaven op papier.
  Deze is verschuldigd door de natuurlijke personen of de rechtspersonen die reproducties overeenkomstig artikel XI. 318/1 vervaardigen of, in voorkomend geval, met décharge van eerstgenoemden, door hen die onder bezwarende titel of gratis een reproductieapparaat ter beschikking stellen van anderen.".

  Art. 38. In dezelfde titel 7/1, wordt een artikel XI.318/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.318/3. De Koning bepaalt bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in de artikel XI.318/1 bedoelde vergoeding.
  Deze vergoeding kan worden aangepast naar gelang van de betrokken sectoren.
  De Koning bepaalt de nadere regels voor de inning en de verdeling van en de controle op die vergoeding, alsmede het tijdstip waarop ze verschuldigd is.
  Overeenkomstig de door Hem gestelde voorwaarden en de nadere regels, belast de Koning een vennootschap die representatief is voor alle vennootschappen voor het beheer van de rechten, met de inning en de verdeling van de in artikel XI.318/1 bedoelde vergoeding.
  Het bedrag van deze vergoeding kan om de drie jaar worden herzien.
  Indien de omstandigheden die het bepalen van het bedrag hebben gerechtvaardigd, kennelijk en duurzaam gewijzigd zijn, kan dit bedrag voor het verstrijken van de termijn van drie jaar worden herzien.
  Indien de Koning het bedrag binnen de termijn van drie jaar herziet, motiveert Hij zijn beslissing door de wijziging van de initiële omstandigheden.".

  Art. 39. In dezelfde titel 7/1, wordt een artikel XI.318/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.318/4. De in het kader van dit hoofdstuk door de Koning aangewezen vennootschap voor het beheer van de rechten kan de nodige inlichtingen voor het uitvoeren van haar opdracht in naleving van artikel XI.281 en XV.113 bekomen bij :
  1° de Administratie der Douane en Accijnzen met toepassing van artikel 320 van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977;
  2° de Administratie van de btw met toepassing van artikel 93bis van het btw-wetboek van 3 juli 1969; en
  3° de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in toepassing van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.".

  Art. 40. In dezelfde titel 7/1, wordt een artikel XI.318/5 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.318/5. Onverminderd artikel XI.281 en XV.113 kan de aangewezen vennootschap voor het beheer van de rechten inlichtingen doorgeven aan de Administratie der Douane en Accijnzen en btw-Administratie op hun verzoek.
  Onverminderd artikel XI.281 en XV.113 kan de aangewezen vennootschap voor het beheer van de rechten inlichtingen doorgeven aan en krijgen van :
  1° de dienst Controle en Bemiddeling en van de FOD Economie;
  2° de vennootschappen voor het beheer van de rechten die een gelijkaardige activiteit uitoefenen in het buitenland, mits wederkerigheid.".

  Art. 41. In dezelfde titel 7/1, wordt een artikel XI.318/6 ingevoegd, luidende :
  "Art. XI.318/6. De bepalingen van Boek I, hoofdstuk 9, Boek XI, titel 5 en titel 9, Boek XV, en Boek XVII zijn van overeenkomstige toepassing op de huidige titel, in die zin dat de woorden "naburig recht" of "naburige rechten" moeten gelezen worden als omvattende "het recht van de uitgevers op vergoeding voor de reproductie op papier of op een soortgelijke drager van hun uitgaven op papier".".

  HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding

  Art. 42.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van het geheel of een deel van elk van de artikelen van deze wet en van elke bepaling ingevoegd krachtens deze wet in het Wetboek van economisch recht.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 10-03-2017 door KB 2017-03-05/01, art. 21)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk, Economie en Consumenten,
K. PEETERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
-------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 05-03-2017 GEPUBL. OP 10-03-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 1-42)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Nota Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 2122 Integraal Verslag : 15 december 2016

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
    Franstalige versie