J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/07/21/2016009485/justel

Titel
21 JULI 2016. - Wet tot uitvoering en aanvulling van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, houdende invoeging van titel 2 in boek XII "Recht van de elektronische economie" van het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan titel 2 van boek XII en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan titel 2 van boek XII, in de boeken I, XV en XVII van het Wetboek van economisch recht

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 28-09-2016 nummer :   2016009485 bladzijde : 67478   BEELD
Dossiernummer : 2016-07-21/40
Inwerkingtreding : 28-09-2016

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Art. 2-31
HOOFDSTUK 3. - Opheffings-, intrekkings- en wijzigingsbepalingen
Art. 32-46
HOOFDSTUK 4. - Bevoegdheidstoewijzing
Art. 47-49
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Art. 50
BIJLAGEN.
Art. N1-N2

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht

  Art. 2. Artikel I.18 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd door de wet van 15 december 2013, wordt aangevuld met de bepalingen onder 14° tot 18°, luidende :
  "14° verordening 910/2014 : de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;
  15° certificaathouder : een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vertrouwensdienstverlener respectievelijk een certificaat voor elektronische handtekeningen of een certificaat voor elektronische zegels heeft afgegeven;
  16° Toezichthoudend orgaan : het orgaan bedoeld in artikel 17, paragraaf 1, van verordening 910/2014, opgericht binnen de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie dat is samengesteld uit de in artikel XV.2 bedoelde ambtenaren en belast is met het toezicht op de in België gevestigde verleners van vertrouwensdiensten, met inbegrip van de elektronische archiveringsdiensten;
  17° elektronische archiveringsdienst : vertrouwensdienst ter aanvulling van de diensten bedoeld in artikel 3, paragraaf 16, van verordening 910/2014, die bestaat in het bewaren van elektronische gegevens of het digitaliseren van papieren documenten en die aangeboden wordt door een vertrouwensdienstverlener in de zin van artikel 3, paragraaf 19, van verordening 910/2014 of die voor eigen rekening wordt uitgebaat door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
  18° gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst : elektronische archiveringsdienst verleend door een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener in de zin van artikel 3, paragraaf 20, van verordening 910/2014 die zich houdt aan de bepalingen van titel 2 en van bijlage I van boek XII of die voor eigen rekening wordt uitgebaat door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich houdt aan de bepalingen van dezelfde titel en dezelfde bijlage met uitzondering van de bepalingen onder e), i), j) en k).".

  Art. 3. In boek XII van hetzelfde Wetboek wordt een titel 2 ingevoegd, luidende :
  "Titel 2. Bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor vertrouwensdiensten".

  Art. 4. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
  "Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied".

  Art. 5. In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel XII.24 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.24. § 1. Deze titel voert de verordening 910/2014 uit.
  § 2. Deze titel legt bepaalde regels vast ter aanvulling van verordening 910/2014 in verband met het juridisch kader voor diensten van elektronische handtekening, elektronisch zegel, elektronische archivering, elektronische aangetekende zending en elektronische tijdstempel, verleend door een vertrouwensdienstverlener die in België gevestigd is, of voor een elektronische archiveringsdienst die voor eigen rekening door een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in België gevestigd is, wordt uitgebaat.
  De bepalingen van deze titel gelden onverminderd de bepalingen van de archiefwet van 24 juni 1955.
  § 3. Bij toepassing van artikel 2, paragraaf 2, van verordening 910/2014 worden alle componenten die gebruikt worden voor elektronische handtekeningen, elektronische aangetekende zendingen, elektronische tijdstempel en elektronische archivering, die gratis of tegen betaling worden geleverd door een administratieve overheid in de zin van artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, in uitvoering van de opdrachten die hen zijn toevertrouwd door of krachtens een wet, uitgesloten van het toepassingsgebied van verordening 910/2014, van deze titel en van zijn bijlagen.
  Echter, de artikelen 25, paragraaf 1, 41, paragraaf 1, en 43, paragraaf 1, van verordening 910/2014, zijn van toepassing op de componenten gebruikt voor elektronische handtekeningen, elektronische aangetekende zendingen en elektronische tijdstempel, als bedoeld in het eerste lid.".

  Art. 6. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 2. Algemene principes".

  Art. 7. In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel XII.25 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.25. § 1. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen kan niemand verplicht worden rechtshandelingen te stellen via elektronische weg.
  § 2. De begrippen die in deze titel voorkomen en die niet in artikel I.18. worden vermeld, worden begrepen in de zin van de definities van artikel 3 van verordening 910/2014.
  § 3. Onverminderd de artikelen 1323 en volgende van het Burgerlijk Wetboek en de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de vertegenwoordiging van rechtspersonen, wordt een gekwalificeerd elektronisch zegel, aangewend in het kader van juridische akten die enkel door of tussen fysieke en/of rechtspersonen plaatsvinden die in België zijn gedomicilieerd of gevestigd, gelijkgesteld met de handgeschreven handtekening van de natuurlijke persoon die de rechtspersoon die het zegel heeft aangemaakt, vertegenwoordigt.
  § 4. Het rechtsgevolg van een elektronisch archief en de toelaatbaarheid ervan in juridische procedures als bewijsmiddel mag niet worden ontkend op grond van het enkele feit dat het archief elektronisch is of niet aan de eisen voor een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst voldoet.
  § 5. Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk of stilzwijgend, een verplichting tot het bewaren van gegevens of documenten wordt opgelegd, aan deze verplichting geacht te zijn voldaan door gebruik te maken van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst.
  Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen worden de elektronische gegevens die door middel van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst worden bewaard, geacht zo te zijn bewaard dat ze gevrijwaard worden tegen elke wijziging, behoudens wijzigingen betreffende de drager of het elektronische formaat ervan.
  Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk een verplichting tot het bewaren van gegevens of documenten wordt opgelegd, gebruik gemaakt van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst, als de gebruiker van de dienst opteert voor de elektronische weg.
  § 6. Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt een digitaal afschrift, gemaakt van een document op papieren drager, geacht een getrouw en duurzaam afschrift te zijn wanneer het gerealiseerd en bewaard wordt door middel van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst. In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegelaten, onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de bewaring en verwijdering van archieven van de openbare sector, in het bijzonder van artikel 5 van de archiefwet van 24 juni 1955.
  § 7. Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk of stilzwijgend, een aangetekende zending wordt opgelegd, geacht aan deze verplichting te zijn voldaan door gebruik te maken van een dienst van gekwalificeerde elektronische aangetekende zending.
  Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk een aangetekende zending wordt opgelegd, gebruik gemaakt van een gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending, als de gebruiker van de dienst opteert voor de elektronische weg.
  § 8. Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk of stilzwijgend, een verplichting tot datering van gegevens of documenten wordt opgelegd, geacht aan deze verplichting te zijn voldaan door gebruik te maken van een gekwalificeerde dienst van elektronische tijdstempel.
  Onder voorbehoud van de toepassing van bijzondere wettelijke of reglementaire eisen wordt, wanneer in een wettelijke of reglementaire tekst, uitdrukkelijk een verplichting tot datering van gegevens of documenten wordt opgelegd, gebruik gemaakt van een gekwalificeerde dienst van elektronische tijdstempel, als de gebruiker van de dienst opteert voor de elektronische weg.
  § 9. Een vertrouwensdienstverlener kan op geen enkel moment rechtstreeks of onrechtstreeks laten verstaan dat hij een gekwalificeerde vertrouwensdienst verleent als hij zich niet houdt aan de bepalingen van verordening 910/2014, de bepalingen van deze titel en deze van zijn bijlagen, met betrekking tot deze diensten.
  § 10. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek mag een verlener van een dienst van gekwalificeerde of niet gekwalificeerde elektronische tijdstempel op geen enkel moment, rechtstreeks of onrechtstreeks, laten verstaan dat zijn dienst een vaste dagtekening verleent.
  § 11. De elektronische handtekening van de certificaathouder kan worden gematerialiseerd in een equivalent dat voldoet aan de eisen van artikel 26 van verordening 910/2014.
  § 12. Het elektronische zegel van de certificaathouder kan worden gematerialiseerd in een equivalent dat voldoet aan de eisen van artikel 36 van verordening 910/2014.".

  Art. 8. In hetzelfde hoofdstuk 2 wordt een artikel XII.26 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.26. Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen is de vertrouwensdienstverlener die het certificaat van elektronische handtekening heeft afgegeven ertoe gehouden, wanneer de houder van het certificaat een pseudoniem gebruikt, de gegevens betreffende de identiteit van de titularis waarover hij beschikt en die nodig zijn voor het opsporen en vaststellen van inbreuken, mee te delen aan de bevoegde administratieve of gerechtelijke overheden, wanneer zij daarom verzoeken.
  Een in België gevestigde houder van het gekwalificeerde certificaat voor elektronisch zegel stelt de noodzakelijke maatregelen in werking om de naam, de hoedanigheid en de volmachten van de natuurlijke persoon die de rechtspersoon vertegenwoordigt en die praktisch gebruik maakt van het gekwalificeerde elektronische zegel, te kunnen weergeven zodanig dat telkens dat zegel gebruikt wordt, de titularis en, desgevallend, de bevoegde administratieve of gerechtelijke overheden die in het kader van het opsporen en vaststellen van inbreuken optreden, de identiteit en de vertegenwoordigingsvolmachten van de natuurlijke persoon kunnen vaststellen.".

  Art. 9. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 3 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 3. Eisen voor elektronische archiveringsdiensten".

  Art. 10. In hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 9, wordt een artikel XII.27 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.27. Een verlener van elektronische archiveringsdiensten voldoet aan de bepalingen van verordening 910/2014 die van toepassing zijn op de niet-gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten.".

  Art. 11. In hetzelfde hoofdstuk 3 wordt een artikel XII.28 ingevoegd, luidende:
  "Art. XII.28. § 1. Een gekwalificeerde verlener van elektronische archiveringsdiensten en een openbare instantie of een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die voor eigen rekening een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst uitbaat, voldoen aan de bepalingen van verordening 910/2014 die van toepassing zijn op de gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten en aan de eisen bedoeld in deze titel en in zijn bijlage I.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, wordt een openbare instantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor eigen rekening een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst uitbaat, vrijgesteld van de eisen bedoeld in de artikelen 20, paragraaf 1, 21 en 24, paragraaf 2, a), d) en i) van verordening 910/2014, evenals van de eisen bedoeld in de bepalingen onder e), i), j) en k) van bijlage I van deze titel. Wel moet aan het toezichthoudend orgaan, alvorens met de uitbating van de dienst begonnen wordt, volgende informatie worden verstrekt :
  1° naam of firmanaam;
  2° geografisch adres waar de dienst gevestigd of gedomicilieerd is;
  3° contactgegevens waarmee hij snel kan worden gecontacteerd, met inbegrip van het elektronische postadres;
  4° ondernemingsnummer;
  5° een evaluatieverslag opgemaakt op eigen kosten door een conformiteitsbeoordelingsinstantie, waarin wordt bevestigd dat aan de eisen van verordening 910/2014, van deze titel en van bijlage I is voldaan.
  Het toezichthoudend orgaan levert een ontvangstbewijs af binnen de vijf werkdagen nadat de informatie ontvangen werd. Als hij zulks nuttig acht, kan het toezichthoudend orgaan op basis van het evaluatieverslag overgaan tot een controle.
  § 3. Onverminderd artikel 34, paragraaf 2, van verordening 910/2014, kan de Koning de referentienummers vaststellen voor normen inzake de gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst. Indien de gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst aan die normen voldoen, wordt aangenomen dat er overeenstemming is met alle of een deel van de in deze titel en in zijn bijlage I vastgestelde eisen. Desgevallend specifieert de Koning de eisen waarvan wordt aangenomen dat ze voldoen.".

  Art. 12. In hetzelfde hoofdstuk 3 wordt een artikel XII.29 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.29. Artikel 13 van verordening 910/2014 is van toepassing op de verlener van gekwalificeerde en van niet gekwalificeerde elektronische archiveringsdiensten omwille van een tekortkoming aan de verplichtingen bepaald in verordening 910/2014, in deze titel en in zijn bijlage I.".

  Art. 13. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 4 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 4. Eisen betreffende de diensten van gekwalificeerde elektronische aangetekende zending".

  Art. 14. In hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel XII.30 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.30. Onverminderd de bepalingen van verordening 910/2014 van toepassing op de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten en op de gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending, voldoet de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten die een dienst van elektronische aangetekende zending aanbiedt, aan de eisen van bijlage II van deze titel.
  Onverminderd de normen die eventueel worden vastgesteld door de Commissie in overeenkomst met het artikel 44, paragraaf 2, van verordening 910/2014, kan de Koning bijkomende eisen aan deze bedoeld in bijlage II opleggen en de referentienummers vaststellen voor de normen inzake de gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending. Als de gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending aan deze normen voldoet, wordt aangenomen dat er overeenstemming is met alle of een deel van de in deze titel en in zijn bijlage II vastgestelde eisen. Desgevallend specifieert de Koning de eisen waarvan wordt aangenomen dat ze voldoen.".

  Art. 15. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 5 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 5. Intrekking, schorsing en verval van de gekwalificeerde certificaten van elektronische handtekening en van elektronisch zegel".

  Art. 16. In hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 15, wordt een artikel XII.31 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.31. Onverminderd de artikelen 24, paragraaf 3, 24, paragraaf 4, 28, paragraaf 4 en 38, paragraaf 4, van verordening 910/2014 trekt een gekwalificeerd vertrouwensdienstverlener die gekwalificeerde certificaten aflevert, een gekwalificeerd certificaat in indien :
  1° de titularis van het certificaat, die op voorhand wordt geďdentificeerd, dat vraagt;
  2° er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat het certificaat werd afgegeven op basis van foutieve of vervalste gegevens, dat de in het certificaat opgenomen informatie niet meer met de werkelijkheid overeenstemt of dat de vertrouwelijkheid van de gegevens voor het aanmaken van een elektronische handtekening of een elektronisch zegel werd geschonden;
  3° de rechtbanken de maatregelen hebben bevolen bepaald in artikel XV.26, § 4;
  4° de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener zijn activiteiten stopzet zonder dat deze in hun totaliteit worden overgenomen door een andere gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een gelijkwaardig kwaliteits- en veiligheidsniveau waarborgt;
  5° de gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten op de hoogte gebracht wordt van het overlijden van de natuurlijke persoon of van de ontbinding van de rechtspersoon die certificaathouder is, na de juistheid van die informatie te hebben geverifieerd.
  De gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten brengt de certificaathouder op de hoogte van de intrekking en motiveert zijn beslissing, behalve indien deze plaatsvond op verzoek van de certificaathouder of bij zijn overlijden of ontbinding.".

  Art. 17. In hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel XII.32 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.32. Wanneer er ernstige twijfels bestaan over het behoud van de vertrouwelijkheid van de gegevens voor het aanmaken van een elektronische handtekening of elektronisch zegel of wanneer de in het certificaat opgenomen gegevens niet meer met de werkelijkheid overeenstemmen, dient de houder het certificaat in te trekken.
  Wanneer een certificaat van elektronische handtekening of van elektronisch zegel vervalt of ingetrokken wordt, mag de houder na de vervaldatum van het certificaat of na intrekking geen gebruik meer maken van de overeenkomstige gegevens voor het aanmaken van een elektronische handtekening of een elektronisch zegel of om deze gegevens te ondertekenen of te laten certificeren door een andere vertrouwensdienstverlener.
  Een maand voor het verval van een gekwalificeerd certificaat brengt de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener de certificaathouder hiervan op de hoogte.".

  Art. 18. In hetzelfde hoofdstuk 5 wordt een artikel XII.33 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.33. Onder voorbehoud van de eisen van de artikelen 28, paragraaf 5 en 38, paragraaf 5, van verordening 910/2014, kan een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die gekwalificeerde certificaten aflevert een procedure invoeren voor tijdelijke schorsing van de certificaten die hij aflevert.".

  Art. 19. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 6 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 6. De vertrouwende partijen van een gekwalificeerde elektronische handtekening of van een gekwalificeerd elektronisch zegel".

  Art. 20. In hoofdstuk 6, ingevoegd bij artikel 19, wordt een artikel XII.34 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.34. De vertrouwende partij van een gekwalificeerde elektronische handtekening geniet van het vermoeden van geldigheid van deze handtekening in de zin van de artikelen 32 en 33 van verordening 910/2014 indien ze, alvorens te vertrouwen op een gekwalificeerde elektronische handtekening, ze verifieert aan de hand van een gekwalificeerde validatiedienst, in overeenkomst met deze artikelen 32 en 33.".

  Art. 21. In hetzelfde hoofdstuk 6 wordt een artikel XII.35 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.35. De vertrouwende partij van een gekwalificeerd elektronisch zegel geniet van het vermoeden van geldigheid van dit zegel in de zin van artikel 40 van verordening 910/2014 indien hij, alvorens te vertrouwen op een gekwalificeerd elektronisch zegel, het verifieert aan de hand van een gekwalificeerde validatiedienst, in overeenkomst met dit artikel 40 van verordening 910/2014.".

  Art. 22. In titel 2, ingevoegd bij artikel 3, wordt een hoofdstuk 7 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 7. Stopzetting van de activiteiten van een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een of meer gekwalificeerde vertrouwensdiensten verleent".

  Art. 23. In hoofdstuk 7, ingevoegd bij artikel 22, wordt een artikel XII.36 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.36. Onverminderd de artikelen 17, paragraaf 4, punt i) en 24, paragraaf 2, punten h) en i) van verordening 910/2014 moet een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een of meer gekwalificeerde vertrouwensdiensten verleent, het Toezichthoudend orgaan binnen een redelijke termijn op de hoogte brengen van zijn bedoeling om ten minste één van zijn activiteiten stop te zetten alsook van elke maatregel die of elk feit dat de stopzetting van ten minste één van zijn activiteiten tot gevolg kan hebben. In dat geval dient hij de overname ervan te betrachten door een andere gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener.
  Wanneer de overname van de activiteiten die bestaan in het afleveren van gekwalificeerde certificaten niet mogelijk is, trekt de dienstverlener de certificaten in twee maanden na de houders erover te hebben ingelicht en brengt hij hen op de hoogte van de maatregelen om te voldoen aan de verplichting bepaald in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014.
  Wanneer de overname van de activiteiten bestaande uit een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst niet mogelijk is, licht de dienstverlener onverwijld de gebruikers van zijn dienst in over de datum van stopzetting van de activiteiten alsook van de maatregelen om te voldoen aan de verplichting bepaald in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014 en biedt hen de mogelijkheid de gegevensbestanden binnen de drie maanden en zonder bijkomende kosten over te dragen naar een andere gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener, dan wel zich de gegevens in overeenstemming met artikel XII.38. te laten terugbezorgen.
  Wanneer de overname van de activiteiten bestaande uit een dienst van gekwalificeerde elektronische aangetekende zending niet mogelijk is, licht de dienstverlener onverwijld de gebruikers van zijn dienst in over de datum van stopzetting van de activiteiten, alsook over de maatregelen genomen om te voldoen aan de verplichting bedoeld in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014 en zorgt hij ervoor dat alle verzendingen die voor deze stopzetting werden uitgevoerd, worden doorgestuurd naar de bestemmelingen van de dienst.
  Wanneer de overname van de activiteiten bestaande uit een gekwalificeerde dienst van elektronische tijdstempel niet mogelijk is, licht de dienstverlener onverwijld de gebruikers van zijn dienst in over de datum van stopzetting van de activiteiten alsook van de maatregelen genomen om te voldoen aan de verplichting bedoeld in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014.".

  Art. 24. In hetzelfde hoofdstuk 7 wordt een artikel XII.37 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.37. Een gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die zijn activiteiten stopzet om redenen buiten zijn wil of in geval van faillissement, brengt het Toezichthoudend orgaan daarvan onmiddellijk op de hoogte. Hij licht de gebruikers van de diensten in over de maatregelen genomen om te voldoen aan de in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014 bepaalde verplichting en gaat desgevallend over tot de intrekking van de gekwalificeerde certificaten.".

  Art. 25. In hetzelfde hoofdstuk 7 wordt een artikel XII.38 ingevoegd, luidende :
  "Art. XII.38. § 1. Bij de beëindiging van het contract betreffende de gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst, om welke reden ook, kan de verlener van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst tegenover de gebruiker van de dienst geen retentierecht op de gegevens aanvoeren.
  § 2. Bij de beëindiging van het contract betreffende de gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst, om welke reden ook, vraagt de verlener van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst in een aangetekende zending, gericht aan de gebruiker van de dienst, wat er dient te gebeuren met de gegevens die hem werden toevertrouwd.
  Bij gebreke van antwoord van de gebruiker van de dienst binnen de drie maanden na de in het eerste lid bedoelde vraag, kan de dienstverlener overgaan tot vernietiging van de gegevens, behoudens uitdrukkelijk verbod van een gerechtelijke overheid of een bevoegd bestuur en onder voorbehoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de bewaring en verwijdering van archieven van de openbare sector, in het bijzonder van artikel 5 van de archiefwet van 24 juni 1955.
  Wanneer de gebruiker van de dienst vraagt om de gegevens terug te bezorgen of over te dragen naar een andere dienstverlener, bezorgt de dienstverlener de gegevens alsook de informatie bedoeld in artikel 24, paragraaf 2, punt h) van verordening 910/2014 desgevallend terug aan de gebruiker van de dienst of draagt ze over naar de andere aangewezen dienstverlener, binnen een redelijke termijn en in een leesbare en bruikbare vorm, overeengekomen met de gebruiker van de dienst of met de nieuwe dienstverlener, met instemming van de gebruiker van de dienst.".

  Art. 26. In boek XV, titel 1, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 5. De bijzondere bevoegdheden inzake opsporing en vaststelling van inbreuken op boek XII".

  Art. 27. In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel XV.26 ingevoegd, luidende :
  "Art. XV.26. § 1. Onverminderd de bepalingen in titel 1, hoofdstukken 1 en 3, en in verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, zijn de volgende bepalingen van toepassing op de controle van de in België gevestigde vertrouwensdienstverleners bedoeld in verordening 910/2014 en in boek XII, titel 2.
  § 2. Het Toezichthoudend orgaan is belast met de controle van de vertrouwensdienstverleners bedoeld in de eerste paragraaf.
  Het Toezichthoudend orgaan kan een beroep doen op de diensten van een of meer deskundigen om het te helpen in zijn controleopdracht. De aangewezen deskundigen moeten financieel en organisationeel onafhankelijk zijn van de vertrouwensdienstverleners.
  § 3. Wanneer het Toezichthoudend orgaan vaststelt dat een in België gevestigde vertrouwensdienstverlener zich niet houdt aan de eisen van verordening 910/2014, van boek XII, titel 2, of van zijn bijlagen, stelt het hem in gebreke en stelt het een redelijke termijn vast in functie van de aard en de ernst van de tekortkoming, tijdens welke de vertrouwensdienstverlener alle nodige maatregelen dient te hebben getroffen om die tekortkomingen te verhelpen.
  § 4. Indien na afloop van die termijn de nodige maatregelen niet werden getroffen, kan de minister of zijn afgevaardigde:
  a) de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener verbieden verder gekwalificeerde vertrouwensdiensten te verlenen en
  b) de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener gelasten onmiddellijk de gebruikers van zijn diensten op de hoogte te brengen van het verlies van hun gekwalificeerde status, of
  c) de niet-gekwalificeerde vertrouwensdienstververlener verbieden, bij toepassing van artikel 17, paragraaf 3, punt b) van verordening 910/2014, verder niet-gekwalificeerde vertrouwensdiensten te verlenen .".

  Art. 28. In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt afdeling 9 als volgt aangevuld :
  "Art. XV.123. Met een sanctie van niveau 5 wordt gestraft, wie zich de hoedanigheid aanmatigt van gekwalificeerd vertrouwensdienstverlener zonder te zijn opgenomen in de vertrouwenslijst bedoeld in artikel 22 van verordening 910/2014 of wie rechtstreeks of onrechtstreeks te verstaan heeft gegeven dat hij een gekwalificeerde vertrouwensdienst aanbiedt in overtreding van artikel XII.25, § 9, of wie rechtstreeks of onrechtstreeks te verstaan heeft gegeven dat zijn dienst een vaste dagtekening verleent in overtreding van artikel XII.25, § 10, of wie een inbreuk heeft gepleegd op de bepalingen van artikel XII.26.tweede lid.".

  Art. 29. In artikel VII.78, § 1, lid 4, eerste streepje, van het Wetboek van economisch recht worden de woorden "geavanceerde elektronische handtekening, gerealiseerd op basis van een gekwalificeerd certificaat en aangemaakt door een veilig middel voor het aanmaken van een elektronische handtekening, bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten" vervangen door de woorden "gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.".

  Art. 30. In artikel XII.15, § 2, tweede streepje van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden "ofwel van artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten" vervangen door de woorden "ofwel van artikel 3.12. van verordening 910/2014".

  Art. 31. Het artikel XVII.22. van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "De vordering gegrond op artikel XVII.1 kan ook worden ingesteld op verzoek van het Toezichthoudend orgaan bedoeld in artikel I.18, 16°. ".

  HOOFDSTUK 3. - Opheffings-, intrekkings- en wijzigingsbepalingen

  Art. 32. Worden opgeheven :
  1° de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, gewijzigd bij de wet van 15 februari 2012;
  2° het koninklijk besluit van 6 december 2002 houdende organisatie van de controle en de accreditatie van de certificatiedienstverleners die gekwalificeerde certificaten afleveren.

  Art. 33. De wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor bepaalde verleners van vertrouwensdiensten, gewijzigd bij de wet van 13 december 2010, wordt ingetrokken.

  Art. 34. Artikel 1334 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangevuld met een lid luidend als volgt:
  "Wanneer de oorspronkelijke titel niet meer bestaat, heeft een digitale kopie hiervan dezelfde bewijskracht als de onderhandse akte waarvan ze, behoudens bewijs van het tegendeel, verondersteld wordt een getrouwe en duurzame kopie te zijn indien ze uitgevoerd werd door middel van een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst conform boek XII, titel 2, tot vaststelling van bepaalde regels in verband met de vertrouwensdiensten van het Wetboek van economisch recht.".

  Art. 35. In artikel 3bis, laatste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007 worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 36. In artikel 3ter, § 3, laatste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 37. In artikel 3bis, laatste lid, van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 38. In artikel 4, § 2, laatste lid, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid, en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 39. In artikel 8, § 2, laatste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 40. In artikel 4, § 2, laatste lid, van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 41. In artikel 105, § 2, laatste lid, van de programmawet van 2 augustus 2002, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 42. In artikel 9, § 1, laatste lid, van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, ingevoegd bij de wet van 3 juni 2007, worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 43. In artikel 16, § 3, laatste lid, van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 44. In artikel 35, laatste lid, van dezelfde wet worden de woorden "in verband met elektronische archivering die worden gesteld krachtens de wet van 15 mei 2007 tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten" vervangen door de woorden "van gekwalificeerde elektronische archivering die gesteld worden door boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  Art. 45. In artikel 135, § 2, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, vervangen bij de wet van 13 december 2010 worden de woorden "elektronisch aangetekende zending overeenkomstig de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen, de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten" vervangen door de woorden "gekwalificeerde dienst van elektronisch aangetekende zending overeenkomstig verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en overeenkomstig boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, en de bijlagen ervan".

  Art. 46. In artikel 36/1, § 1, 1°, van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen, ingevoegd bij de wet van 19 maart 2013, worden de woorden "van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten" vervangen door de woorden "van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en aan boek XII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht".

  HOOFDSTUK 4. - Bevoegdheidstoewijzing

  Art. 47. De bestaande wetten en koninklijke besluiten die verwijzen naar de wet bedoeld in artikel 32, 1°, worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen van verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG en naar de ermee overeenstemmende bepalingen van boek XII, titel 2 van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.

  Art. 48. De Koning kan de verwijzingen in bestaande wetten en koninklijke besluiten naar de wet bedoeld in artikel 32, 1°, vervangen door verwijzingen naar de ermee overeenstemmende bepalingen van verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG of van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.

  Art. 49. De Koning kan de bepalingen van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet, coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  Daartoe kan Hij :
  1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering doen overeenstemmen;
  3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen.

  HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding

  Art. 50.De Koning bepaalt de inwerkingtreding van elke bepaling van deze wet en/of elke bepaling ingevoegd door deze wet in het Wetboek Economisch Recht.
  
   (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 28-09-2016, met uitzondering van de artikelen XII.25, § 5, derde lid, § 7, tweede lid, § 8, tweede lid, XII.34 en XII.35 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd door de artikelen 7, 20 en 21 van deze wet, bij KB 2016-09-14/06, art. 1. Zie ook erratum gepubliceerd in B.St. 06-10-2016, p. 68540)

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1 van Titel II van Boek XII Wetboek Economisch Recht
  Art. XII.N1. BIJLAGE I
  Eisen betreffende gekwalificeerde elektronische archiveringsdiensten
  Onverminderd de bepalingen van verordening 910/2014 die van toepassing zijn op de gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener, moet de in België gevestigde gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener die een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst aanbiedt :
  a) zich, in voorkomend geval, houden aan de artikelen 34 en 40 van verordening 910/2014;
  b) zich ervan weerhouden om gegevens die hem zijn toevertrouwd voor andere gevallen te gebruiken dan deze opgesomd onder de punten b), c), d) en e) van artikel 5 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
  c) de noodzakelijke maatregelen treffen, rekening houdend met de stand van de techniek, voor het leesbaar houden van de gegevens tenminste tijdens de wettelijk of reglementair opgelegde dan wel de contractueel overeengekomen duur;
  d) de noodzakelijke middelen aanwenden, rekening houdend met de stand van de techniek om de integriteit en authenticiteit van de bewaarde elektronische gegevens te bewaren en om iedere verandering van de bewaarde elektronische gegevens tijdens de bewaring, het consulteren of het overbrengen te vermijden, onder voorbehoud van de veranderingen betreffende de drager of het elektronische formaat van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van hun dienst;
  e) op verzoek van de afnemer van de dienst binnen een redelijke termijn de hem door de gebruiker van de dienst opgegeven gegevens aan deze laatste terug te geven in een leesbare en bruikbare vorm, overeengekomen met de afnemer;
  f) ervoor zorgen dat het proces van vrijwillige vernietiging van de bewaarde gegevens het niet mogelijk maakt om ze volledig of gedeeltelijk te herstellen;
  g) gebruik maken van een gekwalificeerde elektronische tijdstempel telkens wanneer de datum en/of het uur moet worden vastgesteld;
  h) bij het inscannen van papieren originelen :
  1° gebruik maken van een systeem, materiaal en procedures die een getrouwe, duurzame en volledige reproductie van het papieren document garanderen,
  2° tijdens de inscanningsprocedure de kwaliteit en de getrouwheid van de digitale kopieën stipt en regelmatig toetsen aan het papieren origineel,
  3° overgaan tot een systematische en volledige registratie en klassering van de gegevens,
  4° een systeem van beschrijving van de gescande dossiers en documenten gebruiken waarbij minstens volgende inlichtingen zijn vermeld:
  - de naam van het dossier of van het document,
  - de identificatiecode,
  - de auteur,
  - de beschrijving,
  - de datum,
  - de bewaartermijn,
  - de definitieve bestemming, namelijk de permanente bewaring of de vernietiging,
  - het formaat van het document.
  5° de volgende gegevens betreffende de digitaliseringsprocedure zolang als de digitale kopie zelf en met dezelfde garanties bewaren :
  - de identiteit van de verantwoordelijke van de digitalisering en van de uitvoerder ervan,
  - de aard en het voorwerp van de gedigitaliseerde documenten,
  - de datering van alle relevante verrichtingen,
  - de verslagen van de eventuele storingen vastgesteld tijdens de digitalisering,
  - de documenten met betrekking tot het digitaliseringsbeleid en de gebruikte systemen en materiaal;
  i) de gebruikers van hun dienst, alvorens het contract gesloten wordt en tijdens de ganse duur ervan, gemakkelijke en rechtstreekse toegang bieden tot de volgende informatie die duidelijk en begrijpelijk moet zijn geformuleerd :
  1° de precieze wijzen en voorwaarden voor het gebruik van zijn diensten,
  2° de werking en toegankelijkheid van hun diensten,
  3° de maatregelen die hij inzake beveiliging neemt,
  4° de kennisgevingsprocedure inzake incidenten, klachten en geschillenregeling,
  5° de garanties die hij biedt,
  6° de draagwijdte van zijn aansprakelijkheid en de eventuele limieten,
  7° in voorkomende geval, het bestaan van een verzekeringsdekking en de omvang ervan,
  8° de duur van het contract en de wijzen om het te beëindigen,
  9° de rechtsgevolgen die aan zijn dienst verbonden zijn;
  j) blijk geven van onpartijdigheid ten aanzien van de gebruikers van zijn dienst en van derden;
  k) over voldoende financiële middelen beschikken om de dienst conform de eisen gesteld in verordening 910/2014, in titel 2 van boek XII en in deze bijlage te kunnen aanbieden, in het bijzonder om de schadeverantwoordelijkheid aan te kunnen door bijvoorbeeld een geschikte verzekering af te sluiten.
  Een overheidsinstantie of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor eigen rekening een gekwalificeerde elektronische archiveringsdienst uitbaat, houdt zich aan de bepalingen van deze bijlage met uitzondering van e), i), j) en k).

  Art. N2. Bijlage 2 van Titel II van Boek XII Wetboek Economisch Recht
  Art. XII.N2. BIJLAGE II
  Eisen betreffende de gekwalificeerde dienst van elektronische aangetekende zending.
  De hybride aangetekende zending.
  De gekwalificeerde verlener van een elektronische aangetekende zending kan op vraag van de afzender de aangetekende zending materialiseren in papiervorm en hem dan onder omslag steken.
  In voorkomend geval overhandigt de dienstverlener de gematerialiseerde elektronische zending aan een postdienstverlener, ten laatste op de werkdag volgend op de deponering van de gekwalificeerde elektronische aangetekende zending. De postdienstverlener is in het bezit van een vergunning toegekend door het BIPT op grond van de toepasselijke reglementaire bepalingen.
  De dienstverlener moet de afzender informeren over de datum waarop de verzending fysiek bij de postdienstverlener werd gedeponeerd.
  De datum op het bericht van de elektronische aangetekende zending, wordt gelijkgesteld met de datum van de deponering van het aangetekend schrijven bij de postdienstverlener voor zover de verzending niet meer door de verzender kan gewijzigd of geannuleerd worden. De datum op het bericht van de elektronische aangetekende zending, moet eveneens op of in de gematerialiseerde verzending voorkomen.
  De dienstverlener bewaart de bewijzen van de deponering van de verzendingen bij de postoperator gedurende vijf jaar.
  De verzender moet in de dienstvoorwaarden duidelijk worden ingelicht over de aansprakelijkheidsverdeling tussen de gekwalificeerde verlener van een dienst van elektronische aangetekende zending en de postdienstverlener.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 juli 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De minister van Economie en Consumenten,
K. PEETERS
De minister van Digitale Agenda,
A. DE CROO
De minister van Justitie,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

BEELD
2016011398
PUBLICATIE :
2016-10-06
bladzijde : 68539

Erratum



Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : (54 1893) Integraal Verslag : (4 juli) 2016 (Erratum, zie B.St. 06-10-2016, p. 68539).

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Erratum Franstalige versie