J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2016/04/22/2016003166/justel

Titel
22 APRIL 2016. - Wet tot omzetting van richtlijn 2014/49/EU inzake depositogarantiestelsels en houdende diverse bepalingen

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 12-05-2016 nummer :   2016003166 bladzijde : 31137       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2016-04-22/02
Inwerkingtreding : 12-05-2016

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1998003685        2008003450        2002003392        2014003194       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
Art. 3-12
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiėle stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiėle stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten
Art. 13-31
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiėle instrumenten
Art. 32
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten
Art. 33
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
Art. 34

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2014/49/EU inzake de deposi-togarantiestelsels.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen

  Art. 3. In artikel 3 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstel-lingen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 22° wordt vervangen als volgt :
  "22° Garantiefonds, het Garantiefonds voor financiėle diensten opgericht bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de crisismaatregelen voorzien in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė, voor wat betreft de oprichting van het Garantiefonds voor financiėle diensten;";
  b) in de bepaling onder 68° worden de woorden "en door een kredietinstelling uitgegeven schuldinstrumenten" vervangen door de woorden ", waaronder de op naam gestelde kasbonnen en de gedematerialiseerde en op nominatieve rekeningen geregistreerde kasbonnen,";
  c) in de bepaling onder 69° worden de woorden ", waaronder de op naam gestelde kasbon-nen en de gedematerialiseerde en op nominatieve rekeningen geregistreerde kasbonnen," ingevoegd tussen het woord "deposito's" en het woord "die".

  Art. 4. In artikel 380 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden ", voor wat betreft de in Belgiė of in een lidstaat aan-gehouden deposito's," ingevoegd tussen het woord "moeten" en het woord "deelnemen";
  2° in het eerste lid worden de woorden ", wanneer een instelling in gebreke blijft, bepaalde categorieėn van deposanten die geen bank- noch financieel bedrijf uitoefenen, een schadevergoeding toe te kennen" vervangen door de woorden "bepaalde categorieėn van deposanten een schadevergoeding toe te kennen, wanneer het faillissement is uitgesproken of wanneer de toezichthouder de beslissing heeft genomen vermeld in artikel 381, tweede lid";
  3° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "De depositogarantieregeling heeft daarnaast de financiering van de afwikkeling van krediet-instellingen overeenkomstig artikel 384/1 tot doel. De afwikkelingsautoriteit stelt na overleg met het Garantiefonds het bedrag vast waarvoor de depositogarantieregeling aansprakelijk is. De financiėle middelen van deze depositogarantieregeling kunnen tevens gebruikt worden ter fi-nanciering van maatregelen voor het veiligstellen van de toegang van deposanten tot gewaarborgde deposito's in het kader van het faillissement van de betrokken kredietinstelling. De Koning stelt de modaliteiten en voorwaarden vast voor het nemen van dergelijke maatregelen.";
  4° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "De deposanten bij bijkantoren die zijn gevestigd in Belgiė door kredietinstellingen die onder het recht van een andere lidstaat vallen, worden geļnformeerd en terugbetaald door het Garantiefonds namens en overeenkomstig de instructies van het depositogarantiestelsel van die an-dere lidstaat."
  5° het vijfde lid wordt vervangen als volgt :
  "Het Garantiefonds voert ten minste om de drie jaar en indien nodig vaker tests uit op zijn depositobeschermingsregeling. De eerste test vindt uiterlijk op 3 juli 2017 plaats."

  Art. 5. In artikel 381 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "zo spoedig mogelijk" ingevoegd tussen het woord "Garantiefonds" en het woord "ingeval";
  2° in de eerste zin van het tweede lid worden de woorden "waarmee het in gebreke blijven van een kredietinstelling naar Belgisch recht wordt vastgesteld" vervangen door de woorden "waarmee wordt vastgesteld dat een kredietinstelling naar Belgisch recht, om redenen die rechtstreeks verband houden met haar financiėle positie, momenteel niet in staat blijkt te zijn de deposito's terug te betalen en daartoe ook op afzienbare termijn niet in staat lijkt te zijn";
  3° in de tweede zin van het tweede lid worden de woorden "zo spoedig mogelijk en in ieder geval" ingevoegd tussen het woord "geschiedt" en het woord "uiterlijk";
  4° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "Het Garantiefonds zorgt ervoor dat het terugbetaalbare bedrag beschikbaar is binnen een termijn van zeven werkdagen te rekenen vanaf de datum van de in het tweede lid bedoelde beslissing, dan wel de datum van de uitspraak van het faillissement van de kredietinstelling. De Koning kan een langere terugbetalingstermijn toestaan, die niet meer dan drie maanden mag bedragen indien de deposant niet de rechthebbende is van de bedragen op de rekening. De Koning kan tevens de terugbetaling uitstellen wanneer het onzeker is of een persoon gerechtigd is een terugbetaling te ontvangen, wanneer het deposito het onderwerp is van een rechtsgeschil of van beperkende maatregelen van nationale regeringen of internationale organen, wanneer er de afgelopen 24 maanden geen transactie heeft plaatsgevonden met betrekking tot het deposito, wanneer het terug te betalen bedrag geacht wordt deel uit te maken van een tijdelijk hoog saldo of wanneer het terug te betalen bedrag dient te worden uitbetaald door het depositogarantiestelsel van de lidstaat van herkomst.";
  5° de eerste zin van het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "De kredietinstelling of, als deze failliet is, de curator deelt te allen tijde en op verzoek van het Garantiefonds alle gegevens mee die het Garantiefonds nodig heeft om de deposito's terug te betalen, met inbegrip van de markeringen krachtens artikel 381/1 en het totale bedrag van de in aanmerking komende deposito's van elke deposant.".

  Art. 6. In dezelfde wet wordt een artikel 381/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 381/1. Kredietinstellingen markeren de in aanmerking komende deposito's zodanig dat die deposito's onmiddellijk te identificeren zijn. De nadere regels voor de markering worden vastgesteld door de Koning.".

  Art. 7. Artikel 382 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 382. De depositobeschermingsregeling ingesteld door het Garantiefonds voorziet, tot een bedrag van maximum 100 000 euro per deposant en per instelling die deelneemt aan deze regeling, in de terugbetaling van de deposito's, ongeacht de munteenheid waarin ze uitgedrukt zijn. De Koning past dit bedrag aan, teneinde het in overeenstemming te brengen met het bedrag dat de Europese Commissie vaststelt om rekening te houden met de inflatie in de Europese Unie.
  In aanvulling op het eerste lid, genieten de volgende deposito's een bescherming van meer dan 100 000 euro gedurende een periode bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, van ten minste drie maanden en ten hoogste twaalf maanden na creditering van het bedrag of vanaf het tijdstip waarop die deposito's wettelijk kunnen worden overgemaakt :
  a) deposito's die het resultaat zijn van onroerendgoedtransacties met betrekking tot particuliere woningen;
  b) deposito's die verband houden met bepaalde levensgebeurtenissen van een deposant en die, de bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit aangewezen sociale doelen dienen.
  c) deposito's die gebaseerd zijn op de uitbetaling van verzekeringsuitkeringen of vergoedingen voor schade door criminele activiteiten of onterechte veroordeling en die, de bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit aangewezen doelen dienen.
  De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit het bedrag, de modaliteiten en de voorwaarden van toekenning van deze bijkomende bescherming per categorie van deposito's die onder het vorige lid vallen.".

  Art. 8. Artikel 383 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "De aanwending voor reclamedoeleinden van de informatie bedoeld in het eerste lid is beperkt tot de loutere vermelding van het depositogarantiestelsel dat een garantie biedt voor het product waarop de reclame betrekking heeft. De Koning kan de mededeling van aanvullende inlichtingen toestaan.
  De FSMA ziet toe op de naleving van dit artikel en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten. Voor de uitoefening van deze toezichtsopdracht beschikt zij over de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 34, § 1, 1°, 35, §§ 1 en 2, 36, 36bis en 37 van de wet van 2 augustus 2002.".

  Art. 9. Artikel 384 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 10. Artikel 419 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 419. Voor de periode gaande van de datum van inwerkingtreding van artikel 419/2 tot 31 december 2023, bedraagt de terugbetalingstermijn bepaald in artikel 381, derde lid :
  a) 20 werkdagen voor de periode gaande van de datum van inwerkingtreding van artikel 419/2 tot 31 december 2018;
  b) 15 werkdagen voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 december 2020;
  c) 10 werkdagen voor de periode van 1 januari 2021 tot 31 december 2023."
  De Koning kan, in afwijking van het voorgaande lid, bepalen dat de terugbetalingstermijn reeds voor 31 december 2023 wordt verkort tot de termijn vermeld in artikel 381, derde lid.".

  Art. 11. (vroeger art. 12). In dezelfde wet wordt een artikel 419/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 419/1. Gedurende de overgangsperiode tot 31 december 2023 bepaald in artikel 419, zorgt de depositobeschermingsregeling ingesteld door het Garantiefonds ervoor dat wanneer het Fonds het terugbetaalbare bedrag niet binnen zeven werkdagen beschikbaar kan stellen, de deposanten binnen vijf werkdagen na hun verzoek toegang krijgen tot een passend bedrag van hun gewaarborgde deposito's om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien.
  Dit bedrag kan nooit hoger zijn dan het bedrag van de gewaarborgde deposito's en wordt van het in artikel 382 bedoelde terugbetaalbare bedrag afgetrokken. De Koning stelt het bedrag en de modaliteiten en voorwaarden voor de toekenning van deze betaling vast."

  Art. 12. In dezelfde wet wordt een artikel 419/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 419/2. Voor de toepassing van artikel 382, worden de obligaties en andere bancaire schuldvorderingsbewijzen die, vóór de datum van inwerkingtreding van artikel 419/2, door het depositogarantiestelsel werden gewaarborgd en die een oorspronkelijke vervaldatum hebben, gedekt door het depositogarantiestelsel tot en met hun oorspronkelijke vervaldatum indien zij vóór 2 juli 2014 zijn gestort of uitgegeven. Deze bescherming kan geen aanleiding geven tot een overschrijding van de limiet gesteld in artikel 382, eerste lid, en geldt enkel in hoofde van deposanten die in aanmerking kwamen voor terugbetaling vóór de datum van inwerkingtreding van de bepaling die artikel 419/2 invoegt in deze wet. De Koning kan de modaliteiten en voorwaarden vaststellen voor deze overgangsregeling.".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiėle stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiėle stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten

  Art. 13. Het opschrift van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiėle stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiėle stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, vervangen door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, wordt vervangen als volgt :
  "Koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de crisismaatregelen voorzien in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė, voor wat betreft de oprichting van het Garantiefonds voor financiėle diensten.".

  Art. 14. Het opschrift van hoofdstuk I van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, wordt vervangen als volgt :
  "HOOFDSTUK I. - Uitvoering van de crisismaatregelen voorzien in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van Belgiė, voor wat betreft de oprichting van het Garantiefonds voor financiėle diensten.".

  Art. 15. Artikel 1 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door :
  "Artikel 1. De artikelen van dit koninklijk besluit zetten bepaalde beschikkingen om van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels. De verwijzingen in de bestaande wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij Richtlijn 2014/49/EU ingetrokken richtlijnen, gelden als verwijzingen naar Richtlijn 2014/49/EU.".

  Art. 16. Artikel 2/1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd door de wet van 29 december 2010, wordt opgeheven.

  Art. 17. In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, worden de volgende wijzingen aangebracht :
  1° de woorden "Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's, levensverzekeringen en kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen" worden vervangen door de woorden ""Garantiefonds voor financiėle diensten", hierna "Garantiefonds" genoemd";
  2° In het tweede lid wordt het woord "fonds" vervangen door het woord "Garantiefonds".

  Art. 18. In artikel 4, § 2, tweede en vierde lid, § 3, vierde, zevende en negende lid, van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, in artikel 5, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, in artikel 7, van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, in artikel 8, § 1, eerste lid en § 2bis, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, in artikel 9, § 1, eerste en tweede lid, § 2, eerste lid, en § 6, van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, in artikel 9/1, eerste en derde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd door de wet van 29 december 2010, en laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011 en in artikel 11, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, worden de woorden "Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's, levensverzekeringen en kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen" vervangen door het woord "Garantiefonds".

  Art. 19. In artikel 4, § 2, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, en in artikel 8, § 1, 1° bis, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd door de wet van 28 december 2011, en gewijzigd bij de programmawet van 22 juni 2012 en in artikel 9, § 2, eerste en tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, en in artikel 9/1, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd door de wet van 29 december 2010 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, worden de woorden "Bijzonder Beschermingsfonds" vervangen door het woord "Garantiefonds".

  Art. 20. In artikel 6, § 2, vierde lid, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 3 maart 2011 worden de woorden "Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en levensverzekeringen" vervangen door het woord "Garantiefonds".

  Art. 21. In artikel 6, § 3, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, en in artikel 8/1, derde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd door de wet van 23 december 2009, en in artikel 9, § 1, tweede lid, § 2, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, en in artikel 9/1, derde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoerd door de wet van 28 juli 2011 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, wordt het woord "Fonds" vervangen door het woord "Garantiefonds".

  Art. 22. In artikel 4, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de wet van 29 december 2010, worden de volgende wijzingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 1°, wordt vervangen als volgt :
  "1° de kredietinstellingen bedoeld in artikel 380, eerste lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;";
  b) de bepaling onder 3°, wordt opgeheven;
  c) de bepaling onder 4°, wordt vervangen als volgt : "4° de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en de beheervennootschappen van AICB's, als bedoeld in artikel 112 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, voor zover zij de beleggingsdienst van individueel portefeuillebeheer uitvoeren.".

  Art. 23. In artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, worden de volgende wijzingen aangebracht :
  a) in het eerste lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : "1° de deposito's, waaronder de op naam gestelde kasbonnen en de gedematerialiseerde en op nominatieve rekeningen geregistreerde kasbonnen, zoals bedoeld in artikel 3, 68°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";
  b) in het eerste lid wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° voor zover zij niet begrepen zijn onder 1°, de gelddeposito's die voor rekening van de beleggers worden gehouden in het vooruitzicht dat zij voor de verwerving van financiėle instrumenten of hun terugbetaling zullen worden aangewend;";
  c) het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "De Koning stelt de categorieėn vast van de tegoeden en van de deposanten die zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de bescherming van het Garantiefonds.".

  Art. 24. In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 5/1. De Koning bepaalt de betalingsmodaliteiten van de terugbetalingen.
  De deposanten bij bijkantoren, opgericht in Belgiė door kredietinstellingen naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, worden terugbetaald door het Garantiefonds namens en overeenkomstig de instructies van het depositogarantiestelsel van de lidstaat waar de kredietinstelling is gevestigd.
  Het Garantiefonds voert deze terugbetalingen slechts uit, nadat het de nodige voorfinanciering en instructies heeft ontvangen van het depositogarantiestelsel van de betrokken lidstaat. Het Garantiefonds kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de handelingen die het verricht overeenkomstig genoemde instructies.
  De deposanten van bijkantoren opgericht door een Belgische kredietinstelling in een andere lidstaat worden geļnformeerd en terugbetaald door het depositogarantiestelsel van de lidstaat waarin het bijkantoor opgericht is, namens en overeenkomstig de instructies van het Garantiefonds.
  Om de samenwerking met depositogarantiestelsels van andere Staten te bevorderen, sluit het Garantiefonds met hen overeenkomsten af.".

  Art. 25. In artikel 6 van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Ingeval van faillissement van een instelling bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, of bij een door de toezichthouder genomen beslissing conform artikel 381, tweede lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen is het maximumbedrag van de tegemoetkoming van het Garantiefonds vastgelegd in artikel 382 van die wet.
  Ingeval van deficiėntie van een instelling bedoeld in artikel 4, § 1, 2° en 4°, § 2 en § 3, komt het Garantiefonds tegemoet ten belope van maximum 100 000 euro. De Koning past dit bedrag aan om het in overeenstemming te brengen met het bedrag dat de Europese Commissie vaststelt om rekening te houden met de inflatie in de Europese Unie.".
  2° in paragraaf 2, vierde lid, 2°, worden de woorden "de Autoriteit voor financiėle diensten en markten" vervangen door de woorden "de Nationale Bank van Belgiė".
  3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. De aanwending van informatie voor reclamedoeleinden is beperkt tot het louter vermelden van het depositogarantiestelsel dat een garantie biedt voor het product waarop de reclame betrekking heeft.
  De Koning kan de mededeling van aanvullende inlichtingen toestaan.".

  Art. 26. In artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij de wet van 23 december 2009 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, worden de volgende wijzingen aangebracht :
  1° de woorden "door de jaarlijkse bijdragen" worden vervangen door de woorden "door de periodieke en buitengewone bijdragen".
  2° de woorden "1° tot 3° " worden vervangen door de woorden "1° en 2° ".

  Art. 27. In artikel 8 van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "en 3° " geschrapt;
  2° in de tabel bij paragraaf 1, eerste lid, 1° bis, worden de woorden "Liquiditeitsratio van de Nationale Bank van Belgiė" vervangen door de woorden "Liquiditeitsdekkingsvereiste zoals bepaald in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen.";
  3° in paragraaf 1, eerste lid, 1° bis wordt na de tabel met kernindicatoren een zin ingevoegd, luidende :
  "De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bijkomende risico-indicatoren vastleggen die moeten gebruikt worden voor de berekening van risicoafhankelijke bijdragen.";
  4° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een 1° ter ingevoegd, luidende :
  "1° ter. Voor de instellingen bedoeld onder artikel 4, § 1, 1° en 2° met uitzondering van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, wordt de grondslag gevormd door de gedekte deposito's, zoals bepaald door artikel 3, 68°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen. Tot 31 mei 2016 blijft de grondslag gevormd door de in aanmerking komende deposito's, zoals deze werden vastgesteld voor de datum van de inwerkingtreding van artikel 5/1.
  De beschikbare middelen van het Garantiefonds die voortkomen van de bijdragen bedoeld in het eerste lid, moeten uiterlijk op 3 juli 2024 ten minste een streefbedrag van 0,8 pct. van het bedrag van de gedekte deposito's bereiken. Deze datum wordt verdaagd met zes jaar wanneer, nadat het streefbedrag voor het eerst is bereikt, de beschikbare financiėle middelen van het Garantiefonds ingevolge terugbetalingen teruggebracht zijn tot minder dan twee derden van het streefbedrag.
  De Koning kan de in het tweede lid genoemde datum verdagen met maximaal vier jaar ingeval het Garantiefonds gecumuleerde terugbetalingen heeft verricht ten bedrage van meer dan 0,8 pct. van de gedekte deposito's.
  De Koning kan beslissen dat de beschikbare financiėle middelen die voor het bereiken van het streefbedrag in aanmerking worden genomen betalingsverplichtingen omvatten en kan de toepassingsmodaliteiten ervan bepalen. Het totaal van deze verplichtingen mag niet meer bedragen dan 30 pct. van het totaalbedrag van de beschikbare financiėle middelen gevormd door de bijdragen krachtens dit artikel.";
  5° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een 1° quater ingevoegd, luidende :
  "1° quater. In afwijking van artikel 8, § 1, 1° ter, tweede lid, kan de Koning in met redenen omklede gevallen en na goedkeuring door de Europese Commissie, bij een in Ministerraad overlegd besluit, een lager minimaal streefbedrag toestaan mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :
  a) de verlaging berust op de veronderstelling dat het onwaarschijnlijk is dat een aanzienlijk deel van de beschikbare financiėle middelen zal worden gebruikt voor maatregelen ter bescherming van gedekte deposanten omschreven in artikel 380, eerste lid, voorlaatste zin van de wet van 24 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en
  b) de bankensector waarin de bij het depositogarantiestelsel aangesloten kredietinstellingen opereren, kent een sterke concentratie van grote hoeveelheden activa die worden aangehouden door een klein aantal kredietinstellingen of bankgroepen, die onderworpen zijn aan toezicht op geconsolideerde basis, die, gezien hun omvang, wanneer zij in gebreke blijven, waarschijnlijk aan een afwikkelingsprocedure onderworpen zullen worden.
  Het verminderde streefbedrag mag niet lager zijn dan 0,5 pct. van de gedekte deposito's.";
  6° in paragraaf 1, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Ingeval van deelname aan het Garantiefonds in de loop van een jaar, zijn de bedragen bedoeld in het eerste lid, pro rata temporis verschuldigd en worden ze berekend op basis van de gedekte tegoeden op het ogenblik van toetreding.";
  7° in paragraaf 2bis, worden de woorden "artikel 7 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en de controle op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 7 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";
  8° in paragraaf 3, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "De Koning stelt de waarderings- en berekeningswijze vast voor de toegangsbijdrage die moet worden gestort door de in het eerste lid bedoelde kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die vanaf 16 december 2010 voor het eerst deelnemen en waarvoor onvoldoende bijdragen worden ingebracht, afkomstig van een depositobeschermingsregeling waaraan zij vroeger hebben deelgenomen. Hij kan de modaliteiten voor de betaling van deze toegangsbijdrage vaststellen.".

  Art. 28. In artikel 8/1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd door de wet van 23 december 2009 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, worden de volgende wijzingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De schuldvorderingen van het Garantiefonds in hoofdsom, interesten en bijkomstigheden op een deelnemer aan het Garantiefonds, in hoofde van de middelen van de beschermingsregelingen bedoeld in artikel 7, zijn bevoorrecht op alle roerende goederen van die deelnemer";
  2° in de Franse tekst van het tweede lid, wordt het woord "hypothéquaire" vervangen door het woord "hypothécaire".

  Art. 29. In artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2011, worden de volgende wijzingen aangebracht :
  1° paragraaf 3, wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Ingeval de activa van het Garantiefonds niet volstaan en ingeval een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of een vennootschap bedoeld in artikel 4, § 1, 4°, in gebreke blijft, schiet de Deposito- en Consignatiekas de gelden voor teneinde de klanten van de in gebreke blijvende instelling terug te betalen.";
  2° in paragraaf 4, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " § 4. Ingeval de activa van het Garantiefonds, in gevolge de terugbetaling van de klanten van een in gebreke gebleven instelling bedoeld in artikel 4, § 1, 1° en 2°, met uitsluiting van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, niet volstaan, zijn bedoelde instellingen buitengewone bijdragen verschuldigd teneinde de kostprijs van de interventie van het Garantiefonds te dekken of om het door de Deposito- en Consignatiekas voorgeschoten bedrag aan te zuiveren, daarin inbegrepen de financieringsintresten berekend tegen de geldende marktrente voor de overeenstemmende periode van de terugbetaling.
  De buitengewone bijdragen worden berekend, al naargelang het geval, op de deposito's of op de inventarisreserves van de beschermde contracten, die gebruikt werden voor de berekening van de periodieke bijdragen bedoeld in artikel 8.
  Middels een in Ministerraad overlegd besluit, bepaalt de Koning het niveau van de buitengewone bijdragen op grond van het niveau van de financiėle middelen die vereist zijn voor de dekking van de desbetreffende interventie door het Garantiefonds.
  De Koning bepaalt eveneens de berekenings- en betalingsmodaliteiten die van toepassing zijn op de buitengewone bijdragen.
  De buitengewone bijdragen mogen per kalenderjaar niet meer bedragen dan 0,5 pct. van de gebruikte berekeningsgrondslagen.";
  3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. Ingeval de activa van het Garantiefonds, in gevolge de terugbetaling van de klanten van een in gebreke gebleven instelling bedoeld in artikel 4, § 2, niet volstaan, wordt 50 pct. van de latere bijdragen gebruikt om het door de Deposito- en Consignatiekas voorgeschoten bedrag aan te zuiveren.".

  Art. 30. In artikel 9/1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij de wet van 29 december 2010 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 juli 2011 en 10 oktober 2011, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Op het verbod van het eerste lid wordt een uitzondering gemaakt voor het bezorgen van gegevens aan de nationale autoriteiten en aan de autoriteiten van de Europese Unie en van andere Staten, belast met het prudentiėle toezicht op de instellingen en ondernemingen bedoeld in dit besluit, aan het Beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten en aan de instellingen die beschermingsregelingen voor deposito's of levensverzekeringen van andere Staten beheren, in het kader van de noodzakelijke samenwerking met deze instellingen.".

  Art. 31. Hoofdstuk 2 van hetzelfde koninklijk besluit dat artikel 12 bevat wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiėle instrumenten

  Art. 32. In artikel 3 van de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito's en financiėle instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito's en financiėle instrumenten, wordt de bepaling onder a) opgeheven.

  HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten

  Art. 33. Artikel 45, § 1, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiėle sector en de financiėle diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014 wordt aangevuld met de bepaling onder j), luidende :
  "j. Artikel 383 van de wet van 25 april 2014.".

  HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

  Art. 34. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van :
  1° artikel 10, waarvan de inwerkingtreding zal worden vastgesteld door de Koning, doch uiterlijk zal plaatsvinden op 31 mei 2016;
  2° artikel 27, 2°, dat in werking treedt op 1 januari 2017.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 april 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Financiėn,
J. VAN OVERTVELDT
[De Minister van Werk, Economie en Consumenten,
K. PEETERS] (Erratum, voir B.St. 27-05-2016, p. 33419)
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justicie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 54-1656 Integraal verslag : 13 en 14 april 2016.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie