J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/12/15/2013011667/justel

Titel
15 DECEMBER 2013. - Wet houdende invoeging van Boek XII, "Recht van de elektronische economie", in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XII en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XII, in de Boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht

Bron :
ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 14-01-2014 nummer :   2013011667 bladzijde : 1524   BEELD
Dossiernummer : 2013-12-15/51
Inwerkingtreding : 31-05-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Het Wetboek van economisch recht
Art. 2-4
HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepaling
Art. 5
HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheidstoewijzing
Art. 6-8
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding
Art. 9

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK II. - Het Wetboek van economisch recht

  Art. 2. In het Boek I, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een hoofdstuk 10 ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk 10. - Definities eigen aan Boek XII
  Art. I.18. Voor de toepassing van Boek XII gelden de volgende definities :
  1° dienst van de informatiemaatschappij : elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van de dienst verricht wordt;
  2° elektronische post : tekst-, spraak, geluids- of beeldbericht dat over een openbaar communicatienetwerk wordt verzonden en in het netwerk of in de eindapparatuur van de ontvanger kan worden opgeslagen tot het door de afnemer wordt opgehaald;
  3° dienstverlener : iedere natuurlijke of rechtspersoon die een dienst van de informatiemaatschappij levert;
  4° gevestigde dienstverlener : een dienstverlener die vanuit een duurzame vestiging voor onbepaalde tijd daadwerkelijk een economische activiteit uitoefent. De aanwezigheid en het gebruik van technische middelen en technologieën die nodig zijn voor het leveren van de dienst, vormen als zodanig geen vestiging van de dienstverlener;
  5° afnemer van de dienst : iedere natuurlijke of rechtspersoon die, al dan niet voor beroepsdoeleinden, gebruikmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij, in het bijzonder om informatie te verkrijgen of toegankelijk te maken;
  6° reclame : elke vorm van communicatie bestemd voor het direct of indirect promoten van de goederen, diensten of het imago van een onderneming, organisatie of persoon die een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of een gereglementeerd beroep uitoefent.
  Voor de toepassing van Boek XII vormt het volgende op zich geen reclame :
  a) informatie die rechtstreeks toegang geeft tot de activiteit van een onderneming, organisatie of persoon, in het bijzonder een domeinnaam of een elektronisch postadres;
  b) mededelingen die onafhankelijk en in het bijzonder zonder financiële tegenprestatie zijn samengesteld;
  7° gereglementeerd beroep : elke beroepsactiviteit voor zover de toegang tot of uitoefening dan wel één van de wijzen van uitoefening door wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen, direct of indirect afhankelijk is gesteld van het bezit van een diploma, opleidingsbewijs of bekwaamheidsattest;
  8° beschermde dienst : één van de diensten van de informatiemaatschappij, voor zover deze tegen betaling en op basis van voorwaardelijke toegang worden verricht, of de verschaffing, beschouwd als een op zichzelf staande dienst, van voorwaardelijke toegang tot deze diensten;
  9° voorwaardelijke toegang : elke technische maatregel en regeling die de toegang tot de beschermde dienst in een begrijpelijke vorm afhankelijk maakt van voorafgaande, individuele toestemming;
  10° uitrusting voor voorwaardelijke toegang : elke uitrusting of programmatuur die is ontworpen of aangepast om toegang te verschaffen tot een beschermde dienst in een begrijpelijke vorm;
  11° illegale uitrusting : elke uitrusting of programmatuur die is ontworpen of aangepast om zonder toestemming van de dienstverrichter in een begrijpelijke vorm toegang te verschaffen tot een beschermde dienst;
  12° domeinnaam : een alfanumerieke weergave van een numeriek IP (Internet Protocol) adres dat het mogelijk maakt een op het Internet aangesloten computer te identificeren; een domeinnaam wordt geregistreerd onder een domein van het eerste niveau, dat ofwel overeenstemt met een van de generieke domeinen (gTLD) die werden bepaald door de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN), ofwel met een van de landcodes (ccTLD), zulks krachtens de norm ISO-3166-1;
  13° domeinnaam geregistreerd onder het BE-domein : een domeinnaam geregistreerd onder het domein van het eerste niveau dat overeenstemt met de landcode ".be" die krachtens de norm ISO-3166-1 werd toegewezen aan het Koninkrijk België."

  Art. 3. In hetzelfde Wetboek wordt een Boek XII ingevoegd, luidende :
  "Boek XII. - Recht van de elektronische economie
  Titel 1. - Bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij
  Hoofdstuk 1. - Voorafgaande bepalingen
  Art. XII.1. § 1. Hoofdstukken 1 tot 6 van deze titel zetten de bepalingen om van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt.
  Hoofdstuk 4. zet bovendien gedeeltelijk de bepalingen om van Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en-diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector van elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming.
  Hoofdstuk 7. zet de bepalingen om van Richtlijn 98/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 1998 betreffende de rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang. § 2. Deze titel regelt bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij.
  Zij is niet van toepassing op :
  1° belastingen;
  2° kwesties in verband met diensten van de informatiemaatschappij geregeld door de wetgevende of reglementaire bepalingen tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de verwerking van persoonsgegevens;
  3° kwesties in verband met overeenkomsten of praktijken die onder het kartelrecht vallen;
  4° de volgende diensten van de informatiemaatschappij :
  a) de activiteiten van notarissen, voor zover die een direct specifiek verband met de uitoefening van de publieke taken inhouden;
  b) de vertegenwoordiging van een cliënt en de verdediging van zijn belangen voor het gerecht;
  c) gokactiviteiten waarbij een geldbedrag wordt ingezet, met inbegrip van de loterijen en weddenschappen.
  Hoofdstuk 2. - Grondbeginselen
  Afdeling 1. - Het beginsel van vrijheid van vestiging
  Art. XII.2. Het starten en het uitoefenen van een activiteit van dienstverlener op het gebied van de informatiemaatschappij worden niet afhankelijk gesteld van een voorafgaande vergunning of enige andere vereiste met gelijke werking.
  Het eerste lid laat vergunningsstelsels onverlet die niet specifiek en uitsluitend betrekking hebben op de diensten van de informatiemaatschappij, of die vallen onder de stelsels van vergunningen bepaald in Titel III van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
  Afdeling 2. - Het beginsel van vrij verrichten van diensten
  Art. XII.3. Het verrichten van diensten van de informatiemaatschappij door een op Belgisch grondgebied gevestigde dienstverlener moet aan de in België van toepassing zijnde vereisten voldoen.
  Het vrije verkeer van diensten van de informatiemaatschappij op Belgisch grondgebied, verricht door een in een andere lidstaat gevestigde dienstverlener, is niet beperkt door de vereisten toepasselijk in België of in andere staten.
  Het eerste en het tweede lid zijn gericht op de specifieke of algemene vereisten inzake de diensten van de informatiemaatschappij en de verleners van deze diensten. Zij hebben geen betrekking op de vereisten inzake goederen als zodanig, de fysieke levering ervan of diensten die niet langs elektronische weg worden verleend.
  Afdeling 3. - Afwijkingen van het beginsel van het vrij verrichten van diensten
  Art. XII.4. In afwijking van artikel XII.3, blijven de hoofdstukken IIIbis, IIIter, Vbis en Vter van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen van toepassing.
  In afwijking van artikel XII.3 is de reclame voor de verhandeling van aandelen van maatschappijen die collectief beleggen in effecten, zoals bedoeld in artikel 105 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, onderworpen aan de wetgeving van de staat van verhandeling.
  Artikel XII.3 is niet van toepassing :
  1° op de vrijheid van de partijen om het op hun contract toepasselijke recht te kiezen;
  2° op contractuele verplichtingen betreffende consumentenovereenkomsten;
  3° op het auteursrecht en naburige rechten, rechten met betrekking tot de ligging van halfgeleidende producten, rechten sui generis inzake gegevensbanken, industriële eigendomsrechten;
  4° wat betreft de formele geldigheid van contracten waarbij rechten op onroerende zaken ontstaan of worden overgedragen, indien op die contracten ingevolge het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen, verplichte vormvereisten van toepassing zijn;
  5° op de toelating van ongevraagde reclame via elektronische post.
  Hoofdstuk 3. - Informatie en doorzichtigheid
  Art. XII.6. § 1. Onverminderd de overige wettelijke en reglementaire informatievoorschriften zorgt elke dienstverlener van de informatiemaatschappij ervoor dat de afnemers van de dienst en de bevoegde autoriteiten gemakkelijk, rechtstreeks en permanent toegang krijgen tenminste tot de volgende informatie :
  1° zijn naam of handelsnaam;
  2° het geografische adres waar de dienstverlener is gevestigd;
  3° nadere gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met hem mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronisch postadres;
  4° desgevallend het ondernemingsnummer;
  5° wanneer een activiteit aan een vergunningsstelsel is onderworpen, de gegevens over de bevoegde toezichthoudende autoriteit;
  6° wat gereglementeerde beroepen betreft :
  a)de beroepsvereniging of beroepsorganisatie waarbij de dienstverlener is ingeschreven,
  b) de beroepstitel en de staat waar die is toegekend,
  c) een verwijzing naar de van toepassing zijnde beroepsregels en de wijze van toegang ertoe;
  7° wanneer de dienstverlener een aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen activiteit uitoefent, het identificatienummer zoals bedoeld in artikel 50 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;
  8° de gedragscodes die hij desgevallend heeft onderschreven, alsook de informatie over de manier waarop die codes langs elektronische weg kunnen worden geraadpleegd.
  § 2. Onverminderd de overige wettelijke en reglementaire voorschriften op het gebied van prijsaanduiding moeten de diensten van de informatiemaatschappij die naar prijzen verwijzen, deze duidelijk en ondubbelzinnig aangeven en meer in het bijzonder vermelden of belasting en leveringskosten inbegrepen zijn.
  Art. XII.7. § 1. Onverminderd de overige wettelijke en reglementaire informatievoorschriften verstrekt de dienstverlener, voordat de afnemer zijn order langs elektronische weg plaatst, op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze ten minste de volgende informatie :
  1° de talen waarin het contract kan worden gesloten;
  2° de verschillende technische stappen om tot de sluiting van het contract te komen;
  3° de technische middelen waarmee invoerfouten kunnen worden opgespoord en gecorrigeerd voordat de order wordt geplaatst;
  4° uitsluitsel omtrent de vraag of de dienstverlener het gesloten contract zal archiveren en of het toegankelijk zal zijn.
  § 2. De contractuele bepalingen en de algemene voorwaarden van het contract moeten de afnemer op een zodanige wijze ter beschikking worden gesteld dat hij deze kan opslaan en weergeven.
  Art. XII.8. Voordat de afnemer zijn order plaatst, stelt de dienstverlener de afnemer passende technische middelen ter beschikking, waarmee hij invoerfouten kan opsporen en corrigeren.
  Art. XII.9. Wanneer de afnemer van een dienst langs elektronische weg een order plaatst, worden de volgende beginselen in acht genomen :
  1° de dienstverlener bevestigt zo spoedig mogelijk langs elektronische weg de ontvangst van de order van de afnemer;
  2° het ontvangstbewijs vermeldt onder meer een samenvatting van de order;
  3° de order en het ontvangstbewijs worden geacht te zijn ontvangen wanneer deze toegankelijk zijn voor de partijen tot wie zij zijn gericht.
  Art. XII.10. Partijen die niet als consument handelen, kunnen bij middel van overeenkomst afwijken van de bepalingen van artikel XII.6, § 1, 8°, en van de artikelen XII.7, § 1, XII.8 en XII.9.
  De bepalingen van artikel XII.6, § 1, 8°, van artikel XII.7, § 1, van artikel XII.8 en van artikel XII.9, 1° en 2°, zijn niet van toepassing op contracten die uitsluitend via uitwisseling van elektronische post gesloten zijn.
  Art. XII.11. Ten aanzien van de consumenten heeft de dienstverlener de plicht te bewijzen dat aan de eisen voorzien in de artikelen XII.6 tot XII.9 is voldaan.
  Hoofdstuk 4. - Reclame
  Art. XII.12. Onverminderd de overige wettelijke en reglementaire informatievoorschriften voldoet de reclame die deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij, of een dergelijke dienst vormt, aan de volgende voorwaarden :
  1° onmiddellijk na de ontvangst ervan is de reclame, vanwege de globale indruk, met inbegrip van de presentatie, duidelijk als zodanig herkenbaar. Indien dit niet het geval is draagt zij leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig de vermelding "reclame";
  2° de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening de reclame geschiedt, is duidelijk te identificeren;
  3° verkoopbevorderende aanbiedingen, zoals aankondigingen van prijsverminderingen en eraan verbonden aanbiedingen, zijn duidelijk als zodanig herkenbaar en de voorwaarden om van deze aanbiedingen gebruik te kunnen maken, zijn gemakkelijk te vervullen en worden duidelijk en ondubbelzinnig aangeduid;
  4° verkoopbevorderende wedstrijden of spelen zijn duidelijk als zodanig herkenbaar en de deelnemingsvoorwaarden zijn gemakkelijk te vervullen en worden duidelijk en ondubbelzinnig aangeduid.
  Art. XII.13. § 1. Het gebruik van elektronische post voor reclame is verboden zonder de voorafgaande, vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de geadresseerde van de boodschappen.
  Op de gezamenlijke voordracht van de Minister en van de Minister bevoegd voor Justitie, kan de Koning voorzien in uitzonderingen op het verbod als bepaald in het eerste lid.
  § 2. Bij het versturen van reclame per elektronische post zorgt de dienstverlener voor het volgende :
  1° hij verschaft duidelijke en begrijpelijke informatie over het recht zich te verzetten tegen het ontvangen, in de toekomst, van reclame;
  2° hij duidt een geschikt middel aan om dit recht langs elektronische weg efficiënt uit te oefenen en stelt dit middel ter beschikking.
  Op de gezamenlijke voordracht van de Minister en van de Minister bevoegd voor Justitie, bepaalt de Koning de modaliteiten volgens dewelke de dienstverleners de wil van de bestemmeling respecteren om niet langer reclame via elektronische post te ontvangen.
  § 3. Bij het versturen van reclame per elektronische post is het verboden :
  1° het elektronisch adres of de identiteit van een derde te gebruiken;
  2° informatie te vervalsen of te verbergen die het mogelijk maakt de oorsprong van de boodschap van de elektronische post of de weg waarlangs hij overgebracht werd te herkennen;
  3° de bestemmeling van de boodschappen aan te moedigen om websites te bezoeken die artikel XII.12 overtreden.
  § 4. De dienstverlener moet het bewijs leveren dat reclame via elektronische post werd gevraagd.
  Art. XII.14. Reclame die deel uitmaakt van een door een lid van een gereglementeerd beroep verleende dienst van de informatiemaatschappij, of die op zichzelf een dergelijke dienst uitmaakt, is toegestaan, mits de beroepsregels, met name ten aanzien van de onafhankelijkheid, de waardigheid, de beroepseer en het beroepsgeheim, alsmede de eerlijkheid ten opzichte van cliënten en confraters in acht worden genomen.
  Hoofdstuk 5. - Langs elektronische weg gesloten contracten
  Art. XII.15. § 1. Aan elke wettelijke of reglementaire vormvereiste voor de totstandkoming van contracten langs elektronische weg is voldaan wanneer de functionele kwaliteiten van deze vereiste zijn gevrijwaard.
  § 2. Voor de toepassing van § 1, moet in overweging worden genomen dat :
  - aan de vereiste van een geschrift is voldaan door een opeenvolging van verstaanbare tekens die toegankelijk zijn voor een latere raadpleging, welke ook de drager en de transmissiemodaliteiten ervan zijn;
  - aan de uitdrukkelijke of stilzwijgende vereiste van een handtekening is voldaan wanneer deze laatste beantwoordt aan de voorwaarden van ofwel artikel 1322, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, ofwel van artikel XII.25, § 4;
  - aan de vereiste van een geschreven vermelding van degene die zich verbindt, kan worden voldaan door om het even welk procédé dat waarborgt dat de vermelding effectief uitgaat van deze laatste.
  Art. XII. 16. Artikel XII.15 is niet van toepassing op de contracten die tot één van de volgende categorieën behoren :
  1° contracten die rechten doen ontstaan of overdragen ten aanzien van onroerende zaken, met uitzondering van huurrechten;
  2° contracten waarvoor de wet de tussenkomst voorschrijft van de rechtbank, de autoriteit of de beroepsgroep die een publieke taak uitoefent;
  3° contracten voor persoonlijke en zakelijke zekerheden welke gesteld worden door personen die handelen voor doeleinden buiten hun handels- of beroepsactiviteit;
  4° contracten die onder het familierecht of het erfrecht vallen.
  Hoofdstuk 6. - Aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden
  Afdeling 1. - "Mere conduit " (doorgeefluik)
  Art. XII.17. Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven via een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, of in het verschaffen van toegang tot een communicatienetwerk, is de dienstverlener niet aansprakelijk voor de doorgegeven informatie, als aan elk van de volgende voorwaarden voldaan is :
  1° het initiatief tot de doorgifte niet bij de dienstverlener ligt;
  2° de ontvanger van de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd;
  3° de doorgegeven informatie niet door de dienstverlener wordt geselecteerd of gewijzigd.
  Het doorgeven van informatie en het verschaffen van toegang in de zin van het eerste lid omvatten de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van de doorgegeven informatie, voor zover deze opslag uitsluitend dient om de doorgifte in het communicatienetwerk te bewerkstelligen en niet langer duurt dan redelijkerwijs voor het doorgeven nodig is.
  Afdeling 2. - Opslag in de vorm van tijdelijke kopiëring van gegevens
  Art. XII.18. Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in het doorgeven via een communicatienetwerk van door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, is de dienstverlener niet aansprakelijk voor de automatische, tussentijdse en tijdelijke opslag van die informatie, wanneer deze opslag enkel geschiedt om latere doorgifte van die informatie aan andere afnemers van de dienst en op hun verzoek doeltreffender te maken, als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de dienstverlener de informatie niet wijzigt;
  2° de dienstverlener de toegangsvoorwaarden voor de informatie in acht neemt;
  3° de dienstverlener de alom erkende en in de bedrijfstak gangbare regels betreffende de bijwerking van de informatie naleeft;
  4° de dienstverlener niets wijzigt aan het alom erkende en in de bedrijfstak gangbare rechtmatige gebruik van technologie voor het verkrijgen van gegevens over het gebruik van de informatie;
  5° de dienstverlener prompt handelt om de door hem opgeslagen informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken, zodra hij er daadwerkelijk kennis van heeft dat de informatie verwijderd werd van de plaats waar zij zich oorspronkelijk in het net bevond, of dat de toegang ertoe onmogelijk werd gemaakt, of zodra een administratieve of gerechtelijke autoriteit heeft bevolen de informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken en voor zover hij handelt overeenkomstig de procedure voorzien in artikel XII.19, § 3.
  Afdeling 3. - Hosting (host-diensten)
  Art. XII.19. § 1. Wanneer een dienst van de informatiemaatschappij bestaat in de opslag van de door een afnemer van de dienst verstrekte informatie, is de dienstverlener niet aansprakelijk voor de op verzoek van de afnemer van de dienst opgeslagen informatie, op voorwaarde dat :
  1° de dienstverlener niet daadwerkelijk kennis heeft van de onwettige activiteit of informatie, of wat een schadevergoedingsvordering betreft, geen kennis heeft van feiten of omstandigheden waaruit het onwettelijke karakter van de activiteit of de informatie blijkt; of
  2° de dienstverlener, zodra hij van het bovenbedoelde daadwerkelijk kennis heeft, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken en voor zover hij handelt overeenkomstig de procedure bepaald in paragraaf 3.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing wanneer de afnemer van de dienst op gezag of onder toezicht van de dienstverlener handelt.
  § 3. Wanneer de dienstverlener daadwerkelijk kennis krijgt van een onwettige activiteit of informatie, meldt hij dit onverwijld aan de procureur des Konings, die de nodige maatregelen neemt overeenkomstig artikel 39bis van het Wetboek van strafvordering.
  Zolang de procureur des Konings geen beslissing heeft genomen met betrekking tot het kopiëren, ontoegankelijk maken en verwijderen van de in een informaticasysteem opgeslagen gegevens, kan de dienstverlener enkel maatregelen nemen om de toegang tot de informatie te verhinderen.
  Afdeling 4. - Toezichtverplichtingen
  Art. XII. 20. § 1. Met betrekking tot de levering van de in de artikelen XII.17, XII.18 en XII.19 bedoelde diensten hebben de dienstverleners geen algemene verplichting om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan, noch om actief te zoeken naar feiten of omstandigheden die op onwettige activiteiten duiden.
  Het in het eerste lid genoemde beginsel geldt enkel voor de algemene verplichtingen. Het laat het recht van de bevoegde gerechtelijke instanties onverlet om, in een specifiek geval, een tijdelijke toezichtverplichting op te leggen, indien een wet in deze mogelijkheid voorziet.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde dienstverleners zijn verplicht de bevoegde gerechtelijke of administratieve autoriteiten onverwijld in kennis te stellen van vermeende onwettige activiteiten of onwettige informatie die door de afnemers van hun dienst worden geleverd.
  Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen dienen deze dienstverleners de bevoegde gerechtelijke of administratieve autoriteiten op hun verzoek alle informatie te verschaffen waarover zij beschikken en die nuttig is voor de opsporing en de vaststelling van de inbreuken gepleegd door hun tussenkomst.
  Hoofdstuk 7. - De juridische bescherming van diensten van de informatiemaatschappij gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang.
  Art. XII.21. Het is verboden :
  1° illegale uitrusting te vervaardigen, in te voeren, te verspreiden, te verkopen, te verhuren of in bezit te hebben voor commerciële doeleinden;
  2° illegale uitrusting te installeren, te onderhouden of te vervangen voor commerciële doeleinden;
  3° gebruik te maken van reclame om illegale uitrustingen voor voorwaardelijke toegang aan te prijzen.
  Hoofdstuk 8. - Het registreren van domeinnamen
  Art. XII.22. Het is verboden om, met het doel een derde te schaden of er een ongerechtvaardigd voordeel uit te halen, een domeinnaam, waarop men geen enkel recht of legitiem belang kan laten gelden, te laten registreren door een hiertoe officieel erkende instantie, al dan niet via een tussenpersoon, wanneer die domeinnaam identiek is of dusdanig overeenstemt dat hij verwarring kan scheppen met, onder meer, een merk, een geografische aanduiding of een benaming van oorsprong, een handelsnaam, een origineel werk, een naam van een vennootschap of van een vereniging, een geslachtsnaam of de naam van een geografische entiteit, die aan iemand anders toebehoort.
  Art. XII.23. Artikel XII.22 wordt toegepast onverminderd andere wettelijke bepalingen, meer bepaald elke wettelijke bepaling tot bescherming van merken, geografische aanduidingen en benamingen van oorsprong, handelsnamen, originele werken en alle andere voorwerpen van intellectuele eigendom, namen van vennootschappen en verenigingen, geslachtsnamen, namen van geografische entiteiten, alsook elke wettelijke bepaling inzake oneerlijke mededinging, marktpraktijken en voorlichting en bescherming van de consument.
  De geschillen voortvloeiend uit het recht op vrije meningsuiting vallen niet onder de toepassing van dit hoofdstuk."

  Art. 4. In Boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 9 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 9. - De straffen voor de inbreuken op Boek XII
  Art. XV.118. Met een sanctie van niveau 3 worden gestraft :
  1° de dienstverleners die de met redenen omklede beschikkingen bedoeld in artikel XII.5, § 6, eerste lid, niet naleven;
  2° zij die de beschikkingen niet naleven van een vonnis of arrest gewezen op grond van artikel XVII.1, naar aanleiding van een vordering tot staking;
  3° de dienstverleners die weigeren hun medewerking te verlenen, zoals vereist door artikel XII.20, § 1, tweede lid, of door artikel XII.20, § 2.
  Art. XV.119. Met een sanctie van niveau 2 worden gestraft, zij die de voorschriften van de artikelen XII.6 tot XII.9 en XII.12 overtreden.
  Art. XV.120. Met een sanctie van niveau 3 worden gestraft, zij die per elektronische post reclame verzenden met overtreding van de voorschriften van artikel XII.13.
  Art. XV.121. Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft, zij die te kwader trouw de voorschriften van de artikelen XII.6 tot XII.9, XII.12 en XII.13 overtreden.
  Art. XV.122. Met een sanctie van niveau 6 worden gestraft, zij die de bepalingen van artikel XII.21 overtreden.".

  HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepaling

  Art. 5. Worden opgeheven :
  - de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, gewijzigd bij de programmawet van 9 juli 2004 en de wetten van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen en 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie;
  - de wet van 12 mei 2003 betreffende de juridische bescherming van diensten van de informatiemaatschappij gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang,
  - de wet van 26 juni 2003 betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen.

  HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheidstoewijzing

  Art. 6. De bestaande wetten en koninklijke besluiten die verwijzen naar de wetten bedoeld in artikel 5, worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.

  Art. 7. De Koning kan de verwijzingen in bestaande wetten en koninklijke besluiten naar de wetten bedoeld in artikel 5 vervangen door verwijzingen naar de ermee overeenstemmende bepalingen in het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet.

  Art. 8. De Koning kan de bepalingen van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet, coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  Daartoe kan Hij :
  1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering doen overeenstemmen;
  3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen.

  HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding

  Art. 9.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van elke bepaling van deze wet en van elke bepaling ingevoegd bij deze wet in het Wetboek Economisch Recht.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 31-05-2014 door KB 2014-04-04/19, art. 1)
  
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 15 december 2013.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie en Consumenten,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zie : Sukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2963 - 2012/2013 : Nr. 1 : Wetsontwerp. 53-2963 - 2013/2014 : Nr. 2 : Tekst verbeterd door de commissie. Nr. 3 : Verslag. Nr. 4 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal Verslag : 14 november 2013. Zie ook : Sukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2964 - 2012/2013 : Nr. 1 : Wetsontwerp. 53-2964 - 2013/2014 : Nr. 2 : Tekst verbeterd door de commissie. Nr. 3 : Verslag. Nr. 4 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Integraal Verslag : 14 november 2013. Stukken van de Senaat : 5-2342 - 2013/2014 : Nr. 1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie