J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/02/11/2013200528/justel

Titel
11 FEBRUARI 2013. - Wet tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-02-2013 en tekstbijwerking tot 18-12-2017)

Bron : WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
Publicatie : 22-02-2013 nummer :   2013200528 bladzijde : 11672       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-02-11/13
Inwerkingtreding : 04-03-2013

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art. 3
HOOFDSTUK 3. - Nabetalingen door werkgevers
Art. 4-7
HOOFDSTUK 4. - Faciliteren van klachten
Art. 8-10
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Deposito- en Consignatiekas
Art. 11
Afdeling 2. - Verplichtingen van de werkgevers
Art. 12-16
Afdeling 3. - Aansprakelijkheidsregeling
Onderafdeling 1. - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor het nog verschuldigde loon
Art. 17-33
Onderafdeling 2. - Bijkomende sanctie voor de hoofdaannemer en de intermediaire aannemers in het geval dat de werkgever het verbod tot tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land overtreedt
Art. 34
Afdeling 4. - Inspecties
Art. 35-36

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.

  HOOFDSTUK 2. - Definities

  Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° onderdaan van een derde land : eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 17, § 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en die geen persoon is die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer valt, als bepaald in artikel 2, punt 5, van de Schengengrenscode;
  2° illegaal verblijf : de aanwezigheid op het grondgebied van een vreemdeling die niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de toegang tot en het verblijf op het grondgebied.

  HOOFDSTUK 3. - Nabetalingen door werkgevers

  Art. 4.§ 1. De in België gevestigde werkgever die, op basis van een arbeidsovereenkomst, er een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land tewerkstelt, betaalt hem een loon dat gelijkwaardig is aan het loon dat hij moet betalen aan een wettelijk tewerkgestelde werknemer in een vergelijkbare arbeidsverhouding krachtens één of meerdere bronnen van de verbintenissen in de arbeidsbetrekkingen tussen werkgevers en werknemers, zoals bedoeld in artikel 51 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
  § 2. De werkgever die niet in België gevestigd is maar die, op basis van een arbeidsovereenkomst, er een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land tewerkstelt, betaalt hem een loon dat gelijkwaardig is aan het loon dat hij moet betalen aan een wettelijk tewerkgestelde werknemer in een vergelijkbare arbeidsverhouding krachtens één of meerdere bronnen van de verbintenissen in de arbeidsbetrekkingen tussen werkgevers en werknemers, zoals voorzien in artikel 51 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en die toepasselijk zijn krachtens, hetzij [1 de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan]1, hetzij de wet van 14 juli 1987 houdende goedkeuring van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, van het Protocol en van twee Gemeenschappelijke Verklaringen, opgemaakt te Rome op 19 juni 1980, hetzij Verordening (EG) 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
  ----------
  (1)<KB 2017-12-05/05, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-02-2018>

  Art. 5. De werkgever die een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land tewerkstelt in België, betaalt aan de bevoegde diensten een bedrag dat gelijk is aan de belastingen en sociale zekerheidsbijdragen die hij zou hebben betaald als deze onderdaan van een derde land legaal was tewerkgesteld, met inbegrip van boetes wegens achterstallige betalingen en eventuele administratieve boetes.

  Art. 6. De werkgever die een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land heeft tewerkgesteld in België, betaalt, indien van toepassing, de kosten die samenhangen met de verzending van nabetalingen naar het land waarnaar de onderdaan van een derde land is teruggekeerd of is teruggestuurd.

  Art. 7. Wanneer de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land in België wordt tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst, wordt hij geacht er prestaties te hebben verricht gedurende een duur van minstens drie maanden, behoudens het bewijs van het tegendeel.

  HOOFDSTUK 4. - Faciliteren van klachten

  Art. 8.Kunnen in de rechtsgeschillen waartoe de toepassing van deze wet aanleiding kan geven, in rechte optreden ter verdediging van de rechten van de in België illegaal verblijvende onderdaan van een derde land die er tewerkgesteld is of was :
  1° de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties bedoeld in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
  2° de representatieve vakorganisaties bedoeld in de wet van 19 december 1974 tot de regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
  3° de representatieve vakorganisaties in het aangewezen orgaan van vakbondsoverleg voor de administraties, diensten of instellingen waarop de wet van 19 december 1974 tot de regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel niet van toepassing is;
  4° het [1 federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel]1 , alsook elke andere door de Koning bepaalde instelling van openbaar nut en vereniging die op de dag van de feiten tenminste drie jaar rechtspersoonlijkheid bezit en zich statutair tot doel stelt de belangen van de onderdanen van een derde land te verdedigen.
  Het optreden van deze organisaties, instellingen van openbaar nut en verenigingen laat het recht van de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land onverkort om zelf op te treden, zich bij een vordering aan te sluiten of in het geding tussen te komen.
  ----------
  (1)<W 2013-08-17/43, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 15-03-2014>

  Art. 9. De organisaties, instellingen van openbaar nut en verenigingen bedoeld in artikel 8 mogen optreden zonder een vorm van machtiging van de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land.

  Art. 10. Onderdanen van derde landen helpen met het indienen van een klacht wordt niet beschouwd als hulpverlening bij illegaal verblijf bedoeld in artikel 77 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen

  Afdeling 1. - Deposito- en Consignatiekas

  Art. 11. In artikel 5 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, gewijzigd bij de wetten van 27 juni 1985, 26 juni 1992 en 27 december 2005, wordt een paragraaf 4/1 ingevoegd, luidende :
  " § 4/1. Als de werknemer een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land is, bedoeld in de wet van 11 februari 2013 tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en zijn postadres en gegevens betreffende zijn bank- of postchequerekening zijn onbekend voor de werkgever, maakt laatstgenoemde, door middel van een overschrijving, het loon dat hij nog niet heeft betaald, over op de postcheque-rekening van de Deposito- en Consignatiekas".

  Afdeling 2. - Verplichtingen van de werkgevers

  Art. 12. Artikel 2 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende :
  "4° onderdaan van een derde land : eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 17, § 1, van het Verdrag tot oprichting van Europese Gemeenschap, en die geen persoon is die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer valt, als bepaald in artikel 2, punt 5, van de Schengengrenscode."

  Art. 13. In dezelfde wet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 4/1. De werkgever die een onderdaan van een derde land wenst tewerk te stellen moet :
  1° vooraf nagaan of deze beschikt over een geldige verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf;
  2° ten minste voor de duur van de tewerkstelling een afschrift of de gegevens van de verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf beschikbaar houden voor de bevoegde inspectiediensten;
  3° aangifte doen van de aanvang en de beëindiging van zijn tewerkstelling overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen."

  Art. 14. In artikel 11, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 juni 2010, worden de woorden "en de door de bevoegde overheden aangewezen ambtenaren" ingevoegd tussen de woorden "de sociaal inspecteurs" en de woorden "beschikken over de".

  Art. 15. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
  "Eenieder die zich schuldig maakt aan een misdrijf bedoeld in artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de kosten van repatriëring, alsmede van een forfaitaire vergoeding voor de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg van de betrokken buitenlandse werknemers en van de leden van hun gezin die onwettig in België verblijven.";
  2° in het tweede lid worden de woorden "deze vergoedingen" vervangen door de woorden "deze vergoeding".

  Art. 16. In artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek wordt een § 1/1 ingevoegd, luidende :
  " § 1/1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, op het ogenblik van de tewerkstelling van een onderdaan van een derde land :
  1° niet vooraf nagegaan heeft of deze over een geldige verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf beschikt;
  2° niet ten minste voor de duur van de tewerkstelling, een afschrift of de gegevens van zijn verblijfsvergunning of van zijn andere machtiging tot verblijf beschikbaar gehouden heeft voor de bevoegde inspectiediensten;
  3° geen aangifte heeft gedaan van de aanvang en de beëindiging van zijn tewerkstelling overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.
  In het geval dat de verblijfsvergunning of de andere machtiging tot verblijf die door de buitenlandse onderdaan wordt voorgelegd een vervalsing is, is de in het eerste lid bedoelde sanctie van toepassing wanneer het bewezen is dat de werkgever op de hoogte was dat dit document een vervalsing was.
  De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
  De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken."

  Afdeling 3. - Aansprakelijkheidsregeling

  Onderafdeling 1. - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor het nog verschuldigde loon

  Art. 17. In artikel 35/1, § 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012, worden de woorden "dit hoofdstuk" vervangen door de woorden "deze afdeling".

  Art. 18. In artikel 35/2, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012, worden de woorden "dit hoofdstuk" vervangen door de woorden "deze afdeling".

  Art. 19. In artikel 35/5 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012, worden de woorden "Dit hoofdstuk" vervangen door de woorden "Deze afdeling".

  Art. 20. Hoofdstuk VI/1 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst een afdeling 1, luidende "Algemene regeling" zal vormen, wordt aangevuld met een afdeling 2, luidende "Bijzondere regeling in geval van tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land".

  Art. 21. In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel 35/7 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/7. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
  1° onderdaan van een derde land : eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 17, § 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en die geen persoon is die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer valt, als bepaald in artikel 2, punt 5, van de Schengengrenscode;
  2° illegaal verblijf : de aanwezigheid op het grondgebied van een vreemdeling die niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de toegang tot en het verblijf op het grondgebied;
  3° opdrachtgever : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die opdracht geeft om tegen een prijs activiteiten uit te voeren of te laten uitvoeren;
  4° aannemer : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die er zich toe verbindt om tegen een prijs voor een opdrachtgever activiteiten uit te voeren of te laten uitvoeren;
  5° hoofdaannemer : de aannemer die, in een keten van onderaannemers, geen intermediaire aannemer is;
  6° intermediaire aannemer : iedere onderaannemer ten overstaan van de na hem komende onderaannemers;
  7° onderaannemer : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die er zich toe verbindt, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, in welk stadium ook, de aan de aannemer toevertrouwde activiteit of een onderdeel ervan tegen een prijs uit te voeren of te laten uitvoeren;
  8° inspectie : de sociaal inspecteurs bedoeld in artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek;
  9° gemelde werkgever : de tewerkstellende aannemer of onderaannemer, waarop de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving in de zin van artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek betrekking heeft;
  10° nog verschuldigd loon : het loon dat verschuldigd is aan de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land door zijn werkgever maar die nog niet door deze werkgever werd betaald, met uitzondering van de vergoedingen waarop deze illegaal verblijvende onderdaan van een derde land recht heeft ingevolge de beëindiging van de arbeidsovereenkomst".

  Art. 22. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 35/8 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/8. In afwijking van afdeling 1 van dit hoofdstuk, wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land in België door deze afdeling geregeld.
  De artikelen 1200 tot 1216 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de door deze afdeling bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid.
  Voor de toepassing van de artikelen 3 tot 6, 10, 13 tot 16, 18 en 23 van deze wet wordt de hoofdelijk aansprakelijke gelijkgesteld met de werkgever.
  De post- of banktaks mag door de hoofdelijk aansprakelijke bedoeld in deze afdeling niet worden afgetrokken van het nog verschuldigd loon.".

  Art. 23. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 35/9 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/9. De aannemer, buiten het kader van een keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in het kader van dergelijke keten, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het door hun rechtstreekse onderaannemer nog verschuldigd loon.
  In afwijking van het eerste lid zijn de aannemer en de intermediaire aannemer niet hoofdelijk aansprakelijk, indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.
  In afwijking van het tweede lid zijn de aannemer en de intermediaire aannemer hoofdelijk aansprakelijk vanaf het ogenblik dat zij op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".

  Art. 24. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 35/10 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/10. In geval van een keten van onderaannemers zijn de hoofdaannemer en intermediaire aannemer die op de hoogte zijn van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het door hun onrechtstreekse onderaannemer nog verschuldigd loon dat betrekking heeft op de arbeidsprestaties verricht in hun voordeel vanaf het ogenblik dat zij op de hoogte waren van voormeld feit. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn.".

  Art. 25. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 35/11 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/11. § 1. De opdrachtgever die op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt, is, buiten het kader van een onderaanneming, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het door zijn aannemer nog verschuldigd loon dat betrekking heeft op de arbeidsprestaties verricht vanaf het ogenblik dat hij op de hoogte was van voormeld feit en gepresteerd in het kader van zijn overeenkomst met deze aannemer. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn.
  De opdrachtgever die op de hoogte is van het feit dat de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt, is, in het kader van een onderaanneming, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het door voormelde onderaannemer nog verschuldigd loon dat betrekking heeft op de arbeidsprestaties verricht in zijn voordeel vanaf het ogenblik dat hij op de hoogte was van voormeld feit. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de opdrachtgever - natuurlijke persoon die activiteiten uitsluitend voor privédoeleinden laat uitvoeren.".

  Art. 26. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 35/12 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/12. De gemelde werkgever plakt een afschrift van de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving aan op de plaats bedoeld in artikel 49/2, vierde lid, 3°.
  De hoofdelijk aansprakelijke bedoeld in de artikelen 35/9 tot 35/11 plakt, op de plaats bedoeld in artikel 49/2 van hetzelfde Wetboek, een afschrift van de ontvangen kennisgeving aan, indien de gemelde werkgever de aanplakking bedoeld in het eerste lid niet heeft verricht.".

  Art. 27. In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 35/13 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/13. Kunnen in de rechtsgeschillen waartoe de toepassing van deze afdeling aanleiding kan geven, in recht optreden ter verdediging van de rechten van de in België illegaal verblijvende onderdaan van een derde land die er tewerkgesteld is of was :
  1° de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties, bedoeld in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
  2° de representatieve vakorganisaties bedoeld in de wet van 19 december 1974 tot de regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
  3° de representatieve vakorganisaties in het aangewezen orgaan van vakbondsoverleg voor de administraties, diensten of instellingen waarop de wet van 19 december 1974 tot de regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel niet van toepassing is;
  4° het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, alsook elke andere door de Koning bepaalde instelling van openbaar nut en vereniging bedoeld door of krachtens artikel 8, eerste lid, 4°, van de wet van 11 februari 2013 tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.
  Het optreden van de organisaties, instellingen van openbaar nut en verenigingen laat het recht van de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land, bedoeld in het eerste lid, onverkort om zelf op te treden, zich bij een vordering aan te sluiten of in het geding tussen te komen.
  De organisaties, instellingen van openbaar nut en verenigingen, bedoeld in het eerste lid, mogen optreden zonder een vorm van machtiging van de illegaal verblijvende onderdaan van een derde land.

  Art. 28. In artikel 21 van het Sociaal Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, wordt de bepaling onder 4°/2 ingevoegd, luidende :
  "4°/2 aan de aannemers en opdrachtgevers bedoeld in artikel 35/9 tot 35/11 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, de in artikel 49/2 van dit Wetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving te verrichten.".

  Art. 29. In boek 1, titel 2, hoofdstuk 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 3/2 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 3/2. Bijzondere bevoegdheid van de sociaal inspecteurs op het vlak van de tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land in België".

  Art. 30. In afdeling 3/2, ingevoegd bij artikel 29, wordt een artikel 49/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 49/2. Schriftelijke kennisgeving van een tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land in België
  De sociaal inspecteurs kunnen de aannemers bedoeld in artikel 35/9 en 35/10 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun rechtstreekse of onrechtstreekse onderaannemer, een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt.
  De sociaal inspecteurs kunnen de opdrachtgevers bedoeld in artikel 35/11 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun aannemer of onderaannemer, een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt.
  Deze kennisgeving vermeldt :
  1° het aantal en de identiteit van de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen waarvan de inspectie heeft vastgesteld dat zij prestaties hebben geleverd in het raam van de activiteiten die de bestemmeling van de kennisgeving laat uitvoeren;
  2° de identiteit en het adres van de werkgever die de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen bedoeld in het derde lid, 1°, heeft tewerkgesteld;
  3° de plaats waar de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen de prestaties bedoeld in het derde lid, 1°, hebben geleverd;
  4° de identiteit en het adres van de bestemmeling van de kennisgeving.
  Een afschrift van deze kennisgeving wordt door de sociaal inspecteurs overgezonden aan de werkgever die de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen bedoeld in de bepaling onder 1° heeft tewerkgesteld".

  Art. 31. In artikel 171/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012, worden de woorden "eerste afdeling van" ingevoegd na de woorden "hoofdstuk VI/1".

  Art. 32. In artikel 171/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012, worden de woorden "artikel 35/4" vervangen door de woorden "artikel 35/4 en 35/12".

  Art. 33. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 171/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 171/3. De niet-betaling van het loon door de hoofdelijk aansprakelijke persoon in geval van tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de hoofdelijk aansprakelijke, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, die het nog verschuldigd loon waarvoor hij hoofdelijk aansprakelijk is overeenkomstig dezelfde afdeling, niet heeft betaald.".

  Onderafdeling 2. - Bijkomende sanctie voor de hoofdaannemer en de intermediaire aannemers in het geval dat de werkgever het verbod tot tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land overtreedt

  Art. 34. In artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek worden §§ 3/1 tot 3/3 ingevoegd, luidende :
  " § 3/1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de aannemer, buiten het kader van een keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in het kader van dergelijke keten, wanneer hun rechtstreekse onderaannemer een in § 1/1 bedoelde inbreuk pleegt.
  In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.
  In afwijking van het tweede lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer die in het bezit zijn van de schriftelijke verklaring bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij, voorafgaand aan de inbreuk bedoeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".
  De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
  § 3/2. Met een sanctie van niveau 4 worden bestraft de hoofdaannemer en intermediaire aannemer, in het kader van een keten van onderaannemers wanneer hun onrechtstreekse onderaannemer een in § 1/1 bedoelde inbreuk pleegt, indien zij voorafgaand aan de door hen gepleegde inbreuk, op de hoogte zijn van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".
  De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
  § 3/3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft :
  1° de opdrachtgever, buiten het kader van een onderaanneming, wanneer zijn aannemer één van de in § 1/1 bedoelde inbreuken pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".
  2° de opdrachtgever, binnen het kader van een onderaanneming, wanneer de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een in § 1/1 bedoelde inbreuk pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".
  De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

  Afdeling 4. - Inspecties

  Art. 35. Artikel 2 van het Sociaal Strafwetboek, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende :
  "Onder deze indicatoren zullen de bedrijfstakken vermeld worden waarin de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen voornamelijk voorkomt, in vergelijking met andere sectoren.".

  Art. 36. Artikel 7 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de bepalingen onder 20°, luidende als volgt :
  "20° de informatie meegedeeld door de inspectiediensten bevoegd voor de strijd tegen illegale tewerkstelling te coördineren en jaarlijks, voor 1 juli, verslag uit te brengen aan de Europese Commissie.
  Met dit doel stellen de inspectiediensten bevoegd voor de strijd tegen de illegale tewerkstelling de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst jaarlijks, voor 1 april, op de hoogte van het aantal inspecties die in het voorgaande jaar zijn uitgevoerd, zowel in absolute cijfers, alsook als percentage van het aantal werkgevers in elke sector, evenals van het resultaat van deze inspecties".
  
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 11 februari 2013.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  E. DI RUPO
  De Minister van Financiën,
  S. VANACKERE
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  Mevr. J. MILQUET
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Werk,
  Mevr. M. DE CONINCK
  De Staatssecretaris voor Asiel en Migratie,
  Mevr. M. DE BLOCK
  De Staatssecretaris voor de Bestrijding van sociale en fiscale fraude,
  J. CROMBEZ
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 05-12-2017 GEPUBL. OP 18-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • originele versie
  • WET VAN 17-08-2013 GEPUBL. OP 05-03-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 8)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2012-2013. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - Wetsontwerp, 53 2466/001. - Erratum, 53 2466/002. - Verslag, 53 2466/003. - Tekst verbeterd door de commissie, 53 2466/004. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53 2466/005. Integraal verslag. - 13 december 2012. Senaat. Stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, 5-1884 - Nr. 1. - Verslag, 5-1884. - Nr. 2. - Beslissing om niet te amenderen, 5-1884 - Nr. 3. Handelingen van de Senaat. - 21 december 2012.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie