einde

Publicatie : 2004-10-28

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

8 JUNI 2004. - Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 181 betreffende de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, aangenomen te Genève op 19 juni 1997 (1) (2)



ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2. Het Verdrag nr. 181 betreffende de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, aangenomen te Genève op 19 juni 1997, zal volkomen gevolg hebben.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 8 juni 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
L. MICHEL
De Minister van Werk,
F. VANDENBROUCKE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
_______
Nota's
(1) Zitting 2003-2004.
Senaat :
Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 4 februari 2004, nr. 3-491/1. - Verslag, nr. 3-491/2.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 25 maart 2004. - Stemming, vergadering van 25 maart 2004 .
Kamer :
Document. - Tekst overgezonden door de Senaat, nr. 51-966/1.
Bespreking, vergadering van 6 mei 2004. - Stemming, vergadering van 6 mei 2004.
(2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 17 juli 2000 (Belgisch Staatsblad van 11 augustus 2000), Decreet van de Franse Gemeenschap van 12 mei 2004 (Belgisch Staatsblad van 4 juni 2004), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 februari 2004 (Belgisch Staatsblad van 25 mei 2004), Decreet van het Waalse Gewest van 13 maart 2003 (Belgisch Staatsblad van 21 maart 2003),Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 26 juni 2003 (Belgisch Staatsblad van 29 juli 2003).

Verdrag nr. 181 betreffende de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen in haar vijfentachtigste zitting op 3 juni 1997;
Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende de bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949;
Erkennend de betekenis van de flexibiliteit voor de goede werking van de arbeidsmarkten;
In herinnering brengend dat de Internationale Arbeidsconferentie in 1994 tijdens haar 81e zitting heeft gemeend dat de Internationale Arbeidsorganisatie het Verdrag moest herzien betreffende de bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien) 1949;
Overwegend de erg verschillende context waarin de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling moeten werken in vergelijking met de omstandigheden die golden op het ogenblik van de aanneming van het voornoemd Verdrag;
Erkennend de rol die de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling kunnen spelen voor de goede werking van de arbeidsmarkt;
In herinnering brengend de noodzaak de werknemers te beschermen tegen misbruiken;
Erkennend de noodzaak de vakbondsvrijheid te waarborgen en het collectief overleg en de sociale dialoog te bevorderen als elementen die onontbeerlijk zijn voor de goede arbeidsbetrekkingen;
Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende de dienst voor de werkgelegenheid, 1948;
In herinnering brengend de bepalingen van het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid, 1930, van het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948, van het Verdrag betreffende het recht van organisatie en van collectief overleg, 1949, van het Verdrag betreffende de discriminatie (beroep en beroepsuitoefening), 1958, van het Verdrag betreffende de werkgelegenheidspolitiek, 1964, van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973, van het Verdrag betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen de werkloosheid, 1988, alsook de bepalingen in verband met de indienstneming en de arbeidsbemiddeling van het Verdrag betreffende de migrerende arbeiders (herzien), 1949, en die van het Verdrag betreffende de migrerende werknemers (aanvullende bepalingen), 1975;
Besloten hebbend diverse voorstellen aan te nemen betreffende de herziening van het Verdrag betreffende de bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949, welke als vierde punt op de agenda van deze zitting staan vermeld;
Besloten hebbend dat deze voorstellen de vorm zullen krijgen van een internationaal verdrag,
Neemt heden de negentiende juni negentienhonderd en zevenennegentig het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het Verdrag betreffende de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, 1997 :
Artikel 1
1. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder « particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling » verstaan, iedere fysieke of rechtspersoon die, onafhankelijk van de overheid, één of meer van de volgende met de arbeidsmarkt in verband staande diensten verleent :
a) diensten die tot doel hebben het aanbod en de vraag op de arbeidsmarkt nader tot elkaar te brengen zonder dat het particuliere bureau partij wordt in de arbeidsrelatie die daar kan uit voortvloeien;
b) diensten die bestaan in het tewerkstellen van werknemers met als doel die ter beschikking te stellen van een derde fysieke of rechtspersoon (voorts « gebruiker-onderneming » genoemd) welke hen taken oplegt en welke op de uitvoering van die taken toeziet;
c) andere diensten die verband houden met het zoeken naar een baan, omschreven door de bevoegde autoriteit na raadpleging van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, zoals het verstrekken van informatie, zonder dat het de bedoeling is een specifieke vraag en een specifiek aanbod nader tot elkaar brengen.
2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder « werknemers » ook de werkzoekenden bedoeld.
3. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder « verwerking van persoonlijke gegevens over de werknemers » verstaan het verzamelen, het opslaan, het samenvoegen en het mededelen van persoonlijke gegevens of enig ander gebruik dat kan worden gemaakt van welke inlichting ook over een geïdentificeerde of identificeerbare werknemer.
Artikel 2
1. Dit Verdrag is van toepassing op alle particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling.
2. Dit Verdrag is van toepassing op alle categorieën werknemers en op alle bedrijfstakken van de economie. Het geldt niet voor de aanwerving en de bemiddeling van zeelieden.
3. Eén doelstelling van dit Verdrag is de operaties van de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling mogelijk te maken en de werknemers die een beroep doen op de diensten van dergelijke particuliere bureaus te beschermen.
4. Na de betrokken meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties te hebben geraadpleegd, kan een Lid :
a) in bijzondere omstandigheden, de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling verbieden op te treden ten behoeve van sommige categorieën werknemers of één of meer diensten te verlenen in sommige bedrijfstakken van de economie bedoeld in artikel 1, paragraaf 1;
b) in bijzondere omstandigheden, de werknemers van sommige bedrijfstakken van de economie, of gedeelten daarvan, van het toepassingsgebied van het Verdrag, of van sommige bepalingen daarvan, uitsluiten, op voorwaarde dat de betrokken werknemers elders afdoend worden beschermd.
5. Ieder Lid dat dit Verdrag ratificeert vermeldt in zijn krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie ingediende verslagen de eventuele verboden of uitsluitingen die het krachtens voornoemde paragraaf 4 heeft ingevoerd en de redenen daartoe.
Artikel 3
1. De rechtsstatus van de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling wordt bepaald overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk na raadpleging van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties.
2. Ieder Lid bepaalt, via een regeling voor het verlenen van licenties of erkenningen, de voorwaarden waarbinnen de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling mogen optreden, behalve wanneer die voorwaarden op een andere wijze in de nationale wetgeving of praktijk zijn geregeld.
Artikel 4
Er worden maatregelen genomen om erop toe te zien dat de werknemers in dienst genomen door de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling die de in artikel 1 vermelde diensten verlenen niet verstoken blijven van hun vakverenigingsrecht en hun recht op collectief overleg.
Artikel 5
1. Ter bevordering van de gelijke kansen en de gelijke behandeling op het stuk van de toegang tot het arbeidsproces en tot specifieke beroepen, ziet ieder Lid er op toe dat de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling de werknemers niet discrimineren op grond van ras, huidkleur, geslacht, godsdienst, politieke overtuiging, nationale en maatschappelijke afkomst of op enige andere wijze, bedoeld in de nationale wetgeving en praktijk, zoals leeftijd of handicap.
2. Paragraaf 1 van dit artikel mag niet op zulke wijze ten uitvoer worden gelegd dat daardoor wordt voorkomen dat de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling ten behoeve van de meest kansarmen bij het zoeken naar werk bijzondere diensten of doelgerichte programma's zouden aanbieden.
Artikel 6
De verwerking van de persoonlijke gegevens van de werknemers door de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling :
a) gebeurt op een wijze die de voornoemde gegevens beschermt en eerbied betoont voor het privé-leven van de werknemers, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk;
b) blijft beperkt tot aangelegenheden die betrekking hebben op de kwalificatie en de beroepservaring van de betrokken werknemers en op alle overige direct relevante inlichtingen.
Artikel 7
1. De particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling rekenen de werknemers, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, geen honoraria of andere kosten aan.
2. Na raadpleging van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties kan de bevoegde autoriteit in het belang van de betrokken werknemers afwijkingen toestaan op de bepalingen van bovenstaande paragraaf 1 voor sommige categorieën werknemers en voor specifieke soorten, door de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling verleende diensten.
3. Ieder Lid dat krachtens bovenstaande paragraaf 2 afwijkingen heeft toegestaan verstrekt, in zijn verslagen overeenkomstig artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, inlichtingen over die afwijkingen en vermeldt er de redenen voor.
Artikel 8
1. Na raadpleging van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties neemt ieder Lid, waar nodig samen met andere Leden, in zijn jurisdictie alle noodzakelijke en passende maatregelen om te zorgen voor een aangepaste bescherming van migrerende werknemers die op zijn grondgebied in dienst worden genomen of bemiddeld door particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling en om misbruiken te hunnen opzichte te voorkomen. Die omvatten wetten of reglementen waarin strafsancties in het vooruitzicht worden gesteld; het verbieden van de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling die zich aan misbruiken of frauduleuze praktijken schuldig maken inbegrepen.
2. Indien werknemers in dienst worden genomen in één land om in een ander land te worden tewerkgesteld, overwegen de betrokken Leden het sluiten van bilaterale overeenkomsten om misbruiken en frauduleuze praktijken op het stuk van de indienstneming, de arbeidsbemiddeling en de tewerkstelling te voorkomen.
Artikel 9
Ieder Lid neemt maatregelen om te waarborgen dat door de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling kinderarbeid noch wordt ingezet noch geleverd.
Artikel 10
De bevoegde autoriteit ziet er op toe dat er aangepaste mechanismen en procedures bestaan, waarbij waar nodig de meest representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties zijn betrokken, met het oog op het onderzoeken van klachten, aantijgingen in verband met misbruiken of frauduleuze praktijken op het stuk van de activiteiten van de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling.
Artikel 11
Ieder Lid neemt, overeenkomstig zijn nationale wetgeving en praktijk, de nodige maatregelen voor de aangepaste bescherming van de door de in bovenstaande paragraaf 1 (b) van artikel 1 beschreven particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling tewerkgestelde werknemers op het stuk van :
a) vrijheid van vakvereniging;
b) collectief overleg;
c) minimumloon;
d) uurregeling, arbeidstijd en overige arbeidsvoorwaarden;
e) wettelijke sociale-zekerheidsuitkeringen;
f) toegang tot de opleiding;
g) veiligheid en gezondheid bij de arbeid;
h) schadeloosstelling in geval van arbeidsongeval of beroepsziekte;
i) vergoeding in geval van insolvabiliteit en bescherming van de schuldvorderingen van de werknemers;
j) moederschapsbescherming en -uitkeringen, ouderschapsbescherming en -uitkeringen.
Artikel 12
Ieder Lid bepaalt en verdeelt overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk de respectievelijke bevoegdheden van de in paragraaf 1 (b) van artikel 1 bedoelde diensten verstrekkende particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling en van de gebruiker-ondernemingen op het stuk van :
a) collectief overleg;
b) minimumloon;
c) uurregeling, arbeidstijd en overige arbeidsvoorwaarden;
d) wettelijke sociale-zekerheidsuitkeringen;
e) toegang tot de opleiding;
f) veiligheid en gezondheid bij de arbeid;
g) schadeloosstelling in geval van arbeidsongeval of beroepsziekte;
h) vergoeding in geval van insolvabiliteit en bescherming van de schuldvorderingen van de werknemers;
i) moederschapsbescherming en -uitkeringen, ouderschapsbescherming en -uitkeringen.
Artikel 13
1. Ieder Lid bepaalt, vestigt en herziet, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk en na raadpleging van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, geregeld de voorwaarden voor het bevorderen van de samenwerking tussen de openbare arbeidsbemiddelingsdienst en de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling.
2. De in bovenstaande paragraaf 1 vermelde voorwaarden stoelen op het beginsel dat de autoriteit de bevoegdheid behoudt in laatste instantie te beslissen over :
a) het formuleren van een arbeidsmarktbeleid;
b) het gebruik of het toezicht op het gebruik van overheidsgeld voor de tenuitvoerlegging van dat beleid.
3. De particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling verstrekken aan de bevoegde autoriteit op door deze bepaalde tussenpozen de inlichtingen die deze autoriteit vraagt en houden daarbij rekening met de vertrouwelijke aard hiervan :
a) ten einde de bevoegde autoriteit er toe in staat te stellen de structuur en de activiteiten te kennen van de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, overeenkomstig de nationale omstandigheden en praktijken;
b) voor statistische doeleinden.
4. De bevoegde autoriteit verzamelt die inlichtingen en stelt ze met geregelde tussenpozen ter beschikking van het publiek.
Artikel 14
1. De bepalingen van dit Verdrag worden ten uitvoer gelegd via de wetgeving of op enige andere wijze die in overeenstemming is met de nationale wetgeving, zoals gerechtelijke uitspraken, scheidsrechterlijke vonnissen of collectieve arbeidsovereenkomsten.
2. Het toezicht op de tenuitvoerlegging van de bepalingen die bedoeld zijn om dit verdrag uitwerking te geven wordt uitgeoefend door de arbeidsinspectie of door enige andere bevoegde autoriteit.
3. Passende correctieve maatregelen, met inbegrip van strafsancties waar nodig, worden in het vooruitzicht gesteld en daadwerkelijk uitgevoerd bij het overtreden van de bepalingen van dit Verdrag.
Artikel 15
Dit Verdrag heeft geen inwerking op meer gunstige bepalingen die van toepassing zijn krachtens andere internationale arbeidsverdragen met betrekking tot werknemers die in dienst genomen, bemiddeld of tewerkgesteld werden door particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling.
Artikel 16
Dit Verdrag herziet het verdrag betreffende de bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949 en het verdrag betreffende de bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen, 1933.
Artikel 17
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.
Artikel 18
1. Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau hebben doen registreren.
2. Het wordt van kracht twaalf maanden nadat de bekrachtiging van twee Leden door de Directeur-Generaal is geregistreerd.
3. Vervolgens wordt dit Verdrag door ieder der Leden van kracht twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Artikel 19
1. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na de datum waarop dit Verdrag eerst van kracht is geworden, door een verklaring aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau te zenden en deze door hem te laten registreren. De opzegging wordt eerst van kracht één jaar nadat zij is geregistreerd.
2. Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een jaar na verloop van de termijn van tien jaar, bedoeld in het vorig Lid, geen gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot opzegging waarin voorzien is in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na verloop van elke termijn van tien jaren, op de voorwaarden gesteld in dit artikel.
Artikel 20
1. De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen welke hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
2. Bij de kennisgeving aan de Leden van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
Artikel 21
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties mededeling ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen, welke hij overeenkomstig de voorafgaande artikelen heeft geregistreerd.
Artikel 22
De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer hij dat noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is een gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Artikel 23
1. Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende een gehele of gedeeltelijke wijziging van het onderhavige Verdrag en tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt :
a) brengt de bekrachtiging van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van het onderhavige Verdrag mede, niettegenstaande het bepaalde in bovenstaand artikel 19, onder voorbehoud evenwel dat het nieuwe Verdrag houdende herziening, van kracht is geworden;
b) kan van de datum waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, van kracht is geworden, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd worden.
2. Dit Verdrag blijft echter van kracht naar vorm en inhoud voor de Leden die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag houdende herziening niet bekrachtigen.
Artikel 24
De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.

Verdrag nr. 181 betreffende de particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, aangenomen te Genève op 19 juni 1997
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin

Publicatie : 2004-10-28