J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 293 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2000/02/04/2000022108/justel

Titel
4 FEBRUARI 2000. - Wet houdende oprichting van het federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-02-2000 en tekstbijwerking tot 08-05-2017)

Bron : SOCIALE ZAKEN.VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
Publicatie : 18-02-2000 nummer :   2000022108 bladzijde : 5053   BEELD
Dossiernummer : 2000-02-04/31
Inwerkingtreding : 01-01-2000

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-5, 5/1, 6-14

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Er wordt onder de benaming " federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen ", hierna " Agentschap " genoemd, een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht, ingedeeld in categorie A als bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
  De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de vestigingsplaats, de organisatie en de werking van het Agentschap, voorzover zulks niet geregeld werd in de wet van 16 maart 1954 of in de onderhavige wet.

  Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder de Minister : de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid.

  Art. 4. § 1. Het Agentschap heeft als doel de veiligheid van de voedselketen en de kwaliteit van het voedsel teneinde de gezondheid van de consumenten te beschermen.
  § 2. Met het oog hierop is het Agentschap belast met het uitwerken, toepassen en controleren van maatregelen die betrekking hebben op de analyse en de beheersing van de risico's die de gezondheid van de consumenten kunnen schaden.
  § 3. In het belang van de volksgezondheid is het Agentschap bevoegd voor :
  1° de controle, het onderzoek en de keuring van de voedselproducten en hun grondstoffen in alle stadia van de voedselketen, en dit in het belang van de volksgezondheid;
  2° de controle en de keuring van de productie, de verwerking, de bewaring, het vervoer, de handel, de in- en uitvoer, de productie-, verwerking-, verpakking-, verhandeling-, opslag- en verkoopplaatsen van de voedselproducten en hun grondstoffen, (alsmede alle andere plaatsen waar zich elk product of elke materie behorend tot de bevoegdheden van het Agentschap kunnen bevinden of waar zich zaken kunnen bevinden die toelaten inbreuken vast te stellen); <W 2003-12-22/42, art. 189, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  3° (het verlenen, schorsen en intrekken van erkenningen en vergunningen verbonden aan de uitoefening van zijn opdracht); <W 2003-12-22/42, art. 190, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  4° de integratie van en uitwerking van traceer- en identificatiesystemen van de voedselproducten en hun grondstoffen in de voedselketen en de controle erop;
  5° de inzameling, de ordening, het beheer, de archivering en de verspreiding van alle informatie in verband met haar opdracht. De Koning stelt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de regels vast met betrekking tot de organisatie, de werking en de toegankelijkheid van databanken, die door het Agentschap of met zijn medewerking kunnen worden uitgebouwd, (het Agentschap kan de gegevens aan de gewestelijke overheden over maken die voor de uitvoering van hun reglementaire opdrachten noodzakelijk zijn); <W 2003-12-22/42, art. 191, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  6° de uitbouw en de doorvoering van een beleid inzake preventie, sensibilisatie en informatie, in overleg met de gewesten en de gemeenschappen;
  7° het toezicht op de naleving van de wetgeving betreffende alle schakels van de voedselketen.
  § 4. Het Agentschap verleent, binnen het raam van zijn opdracht, aan de bevoegde overheden advies met betrekking tot de bestaande en toekomstige regelgeving, met inbegrip van de omzetting van de internationale regelgeving in het Belgisch recht.
  § 5. Bij een in de Ministerraad overlegd besluit, bepaalt de Koning binnen het raam van de bevoegdheden van het Agentschap de taken waarvoor het Agentschap zich kan laten bijstaan door derden of die het Agentschap door derden kan laten verrichten en bepaalt de eraan verbonden voorwaarden.
  (Wanneer bepaalde taken krachtens het eerste lid worden voorbehouden aan dierenartsen, worden deze specifieke taken door de dierenartsen verricht onder het statuut van zelfstandige, zowel op het vlak van het toepasselijke sociaalzekerheidsrecht als op dat van het arbeidsrecht.) <W 2005-07-20/41, art. 110, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
  (§ 6. Teneinde de coherentie en doeltreffendheid van de controletaken te bewaren kan de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, aan het agentschap bijkomende opdrachten toevertrouwen betreffende de in artikel 5 opgesomde wetten.) <W 2001-07-13/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 14-08-2001>
  (Voor de financiering van de bijkomende opdrachten van het Agentschap en voor zover deze prestaties nog niet worden bezoldigd op grond van wettelijke of reglementaire bepalingen, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad aan personen die worden gecontroleerd retributies opleggen waarvan Hij het bedrag, de termijnen en de modaliteiten van inning bepaalt alsook de gevolgen in geval van niet-betaling of laattijdige betaling.) <W 2004-07-09/30, art. 213, 005; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
  (§ 7. Het Agentschap kan de prefinanciering of de financiering ten laste nemen van de uitgaven in het kader van de programma's met betrekking tot de bestrijding van de ziekten bij dieren en planten. Het bedrag en de voorwaarden van de prefinanciering of de financiering worden door de Koning vastgelegd, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2008-12-22/33, art. 30, 010; Inwerkingtreding : 08-01-2009>

  Art. 5. De bevoegdheden van personen, instellingen, diensten en organismen die kaderen in de in artikel 4 omschreven opdrachten van het Agentschap, evenals de daarmee verbonden rechten en plichten, worden naar het Agentschap overgeheveld, op de wijze te bepalen door de Koning bij een in de Ministerraad overlegd besluit.
  (In het kader van de in artikel 4 beschreven bevoegdheden, is het Agentschap bevoegd voor de volgende wetten :
  1° de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica;
  2° de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;
  3° de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen;
  4° de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;
  5° de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle;
  6° de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt;
  7° de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen;
  8° de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten;
  9° de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten;
  10° de wet van 21 juni 1983 betreffende gemedicineerde diervoeders;
  11° de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking;
  12° de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren;
  13° de dierengezondheidswet van 24 maart 1987;
  14° de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen;
  15° de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
  16° de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid.) <W 2003-12-22/42, art. 192, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>

  Art. 5/1. [1 Het Agentschap is bevoegd om op te treden als aankoopcentrale of opdrachtencentrale voor andere federale overheden en dit zelfs buiten de opdrachten die verband houden met de veiligheid van de voedselketen. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-04-07/10, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 18-05-2017>
  

  Art. 6.§ 1. [1 Het dagelijks bestuur van het Agentschap wordt toevertrouwd aan een gedelegeerd bestuurder. Hij is belast met de werking van het Agentschap. Hij leidt het personeel. De Koning kan hem bovendien specifieke bevoegdheden toekennen.]1
   § 2. [1 De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt het Agentschap in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en handelt geldig in naam of voor rekening van het Agentschap.]1
   § 3. [1 De gedelegeerd bestuurder wordt, in voorkomend geval, bij de uitoefening van zijn opdrachten bijgestaan door een adjunct-gedelegeerd bestuurder en door een directiecomité dat hij voorzit.
   De adjunct-gedelegeerd bestuurder behoort tot de andere taalrol dan de gedelegeerd bestuurder. De gedelegeerd bestuurder en de adjunct-gedelegeerd bestuurder maken deel uit van het directiecomité.]1
   § 4. [1 De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling van het directiecomité, het statuut en de wijze van aanstelling van de gedelegeerd bestuurder, in voorkomend geval, van de adjunct-gedelegeerd bestuurder en van de leden van het directiecomité.]1
  § 5. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, de aanwervingsvoorwaarden van het statutair en van het contractueel personeel, teneinde de objectiviteit, de onafhankelijkheid en de bekwaamheid van het personeel te verzekeren.
  § 6. Vóór zijn indiensttreding verklaart ieder in vast dienstverband of contractueel aangeworven personeelslid van het Agentschap welke belangen het heeft in om het even welke instelling of onderneming die onder de bevoegdheid van het Agentschap valt, en verbindt het zich ertoe het Agentschap in te lichten zodra enige wijziging in die aangegeven belangen plaatsvindt.
  De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden waaronder het Agentschap de dienst regelt teneinde ieder belangenconflict te voorkomen.
  § 7. (De Koning bepaalt het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Agentschap), evenals de vrijwillige en ambtshalve mobiliteitsregeling naar, van en in het Agentschap met de daarmee gepaard gaande nadere regels. <W 2002-12-24/31, art. 302, 003; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
  De overige leidinggevende functies worden begeven bij wege van een mandaat, waarvan de modaliteiten worden bepaald in een in de Ministerraad overlegd besluit.
  De personeelsleden van ministeries en van instellingen van openbaar nut die bij een in de Ministerraad overlegd besluit zullen worden overgedragen naar het Agentschap, zullen worden overgedragen met behoud van hun bezoldiging en anciënniteit.
  ----------
  (1)<W 2013-12-15/29, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 03-01-2014>

  Art. 7. Er wordt bij het Agentschap een raadgevend Comité ingesteld, dat belast is met het adviseren, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of van de gedelegeerd bestuurder, omtrent alle aangelegenheden die betrekking hebben op het door het Agentschap gevolgde en te volgen beleid.
  Dat Comité omvat in ieder geval vertegenwoordigers van de federale overheid, van de gewesten en gemeenschappen, van consumentenverenigingen en van de sectoren betrokken in de materies waarvoor het Agentschap bevoegd is, evenals deskundigen.
  De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de onverenigbaarheden met betrekking tot de beroepsuitoefening van de deskundigen.
  (De Koning bepaalt de samenstelling van het comité, de wijze waarop de leden aangeduid worden, de werkwijze alsook de datum van installatie bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2005-12-27/31, art. 46, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2006>

  Art. 8. Er wordt bij het Agentschap een wetenschappelijk Comité ingesteld, bestaande uit (...) deskundigen in de materies waarvoor het Agentschap bevoegd is. <W 2003-12-22/42, art. 193, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  Dit Comité adviseert omtrent en onderzoekt, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of de gedelegeerd bestuurder, alle aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van het Agentschap en die het door het Agentschap gevolgde en te volgen beleid betreffen. (De gedelegeerd bestuurder informeert dit comité over alle wetsontwerpen en alle ontwerpen van koninklijke besluiten ter uitvoering van wetten betreffende materies waarvoor het agentschap bevoegd is.) <W 2001-07-13/37, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 14-08-2001>
  (Het Comité dient verplicht voor advies te worden geraadpleegd over de wetsontwerpen en de ontwerpen van koninklijke besluiten betreffende de risico-evaluatie en het risicobeheer in de voedselketen, met uitzondering van de omzetting van Europese richtlijnen.) <W 2006-12-27/32, art. 273, 009; Inwerkingtreding : 01-07-2007>
  De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de onverenigbaarheden met betrekking tot de beroepsuitoefening van de deskundigen.
  De Koning benoemt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de leden van het Comité en bepaalt de verdere samenstelling en de werkwijze ervan, alsook de datum van installatie.

  Art. 9. Er wordt bij het Agentschap een permanent meldpunt opgericht waar de consument terecht kan voor objectieve informatie en individuele klachtenbehandeling met betrekking tot de kwaliteit en de veiligheid van het voedsel.

  Art. 10. (Opgeheven) <W 2004-12-09/53, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 27-01-2005>

  Art. 11. Het Agentschap kan, op de wijze en op de tijdstippen nader bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit bepaald, de noodzakelijke uitrusting en installaties, laboratoria inbegrepen, verwerven. De diensten, uitrusting en installaties, toebehorend aan de Staat of een publiek organisme nodig voor de uitvoering van de opdracht van het Agentschap zoals bepaald in artikel 4, worden het Agentschap van Staatswege om niet of tegen betaling ter beschikking gesteld.

  Art. 12. In artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, wordt de categorie A aangevuld met de woorden : " federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen ", in te voegen in de alfabetische rangorde.

  Art. 13. § 1. Het Agentschap is onderworpen aan het hiërarchisch gezag van de Minister.
  § 2. Het maakt aan de Minister driemaandelijkse verslagen over betreffende zijn werkzaamheden, binnen de maand na het einde van de periode waarop het verslag betrekking heeft, evenals een jaarverslag over zijn werkzaamheden, dat eveneens een balans van de bereikte resultaten met betrekking tot zijn opdrachten omvat, dat het tevens overmaakt aan het Parlement.
  Het Agentschap maakt driemaandelijkse toestandsopgaven over aan de Minister en aan de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft, binnen de maand na het einde van de periode waarop de opgave betrekking heeft. Het maakt uiterlijk op 30 april de jaarlijkse uitvoerrekening op van zijn begroting, alsmede een toestandsopgave van het actief en het passief op 31 december van het betrokken jaar.

  Art. 14.Het Agentschap wordt opgericht met ingang van 1 januari 2000.
  Het Agentschap oefent zijn adviserende bevoegdheden uit vanaf zijn oprichting. De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de data met ingang waarvan het zijn andere bevoegdheden uitoefent.
  De machtigingen aan de Koning verleend door artikel 5 (...) vervallen een jaar na de inwerkingtreding van deze wet. <W 2004-12-09/53, art. 18, 006; Inwerkingtreding : 27-01-2005>
  De koninklijke besluiten genomen in uitvoering van artikel 5 zijn van rechtswege opgeheven wanneer zij niet door de wetgever werden bekrachtigd binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van deze wet.
  (vijfde en zesde lid opgeheven) <W 2004-12-09/53, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 27-01-2005>
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 4 februari 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Begroting,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Ambtenarenzaken,
L. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Landbouw,
J. GABRIELS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamer hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 07-04-2017 GEPUBL. OP 08-05-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 5/1)
  • BEELD
  • WET VAN 15-12-2013 GEPUBL. OP 24-12-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2006 GEPUBL. OP 28-12-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 8)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2005 GEPUBL. OP 30-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2005 GEPUBL. OP 29-07-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • BEELD
  • WET VAN 09-12-2004 GEPUBL. OP 17-01-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 14; 10)
  • BEELD
  • WET VAN 09-07-2004 GEPUBL. OP 15-07-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 5; 8)
  • BEELD
  • WET VAN 24-12-2002 GEPUBL. OP 31-12-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • BEELD
  • WET VAN 13-07-2001 GEPUBL. OP 04-08-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 5; 6; 8; 10)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers. 50-232 - 1999/2000 : Nr. 1 : Wetsontwerp. Nrs. 2 en 3 : Amendementen. Nr. 4 : Verslag. Nr. 5 : Tekst aangenomen door de Commissie. Nr. 6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat. Handelingen van de Kamer. - 15 en 16 december 1999. Stukken van de Senaat. 2-241 - 1999/2000 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Nr. 2 : Amendementen. Nr. 3 : Verslag. Nr. 4 : Tekst aangenomen door de Commissie. Nr. 5 : Amendementen. Handelingen van de Senaat. - 20 januari 2000.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 293 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
    Franstalige versie