J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 32 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1998/12/11/1999007004/justel

Titel
11 DECEMBER 1998. - Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. <Opschrift vervangen door W 2005-05-03/33, art. 2, 004 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-05-1999 en tekstbijwerking tot 01-06-2018)

Bron : LANDSVERDEDIGING
Publicatie : 07-05-1999 nummer :   1999007004 bladzijde : 15752   BEELD
Dossiernummer : 1998-12-11/61
Inwerkingtreding : 01-01-2001 (ART. 11)    ***    01-06-2000 (ART. (29))

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Classificatie.
Art. 2-5, 5bis, 6-8, 8bis, 9-11
HOOFDSTUK III. - Veiligheidsmachtigingen.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Art. 12-13, 13/1, 14-15, 15bis
Afdeling 2. - De kennisgeving en de instemming.
Art. 16-17
Afdeling 3. - Het veiligheidsonderzoek.
Art. 18-21
Afdeling 4. - Toekenning en intrekking van de veiligheidsmachtiging.
Art. 22
HOOFDSTUK IIIbis- Veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. <ingevoegd bij W 2005-05-03/33, art. 4 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8>
Art. 22bis, 22ter, 22quater, 22quinquies, 22quinquies/1, 22sexies, 22septies
HOOFDSTUK IV. - De geheimhouding, diverse en slotbepalingen.
Art. 23-29

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK II. - Classificatie.

  Art. 2. Onder classificatie wordt verstaan het toekennen van een beschermingsniveau door of krachtens de wet of door of krachtens de verdragen of overeenkomsten die België binden.

  Art. 3.[1 § 1.]1 In een classificatie kunnen worden ondergebracht : informatie, documenten of gegevens, materieel, materialen of stoffen, in welke vorm ook, waarvan de niet-geëigende aanwending schade kan toebrengen aan een van de volgende belangen :
  a) de verdediging van de onschendbaarheid van het nationaal grondgebied en van de militaire defensieplannen;
  b) de vervulling van de opdrachten van de strijdkrachten;
  c) de inwendige veiligheid van de Staat, met inbegrip van het domein van de kernenergie, en het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde;
  d) de uitwendige veiligheid van de Staat en de internationale betrekkingen van België;
  e) het wetenschappelijk en economisch potentieel van het land;
  f) elk ander fundamenteel belang van de Staat;
  g) de veiligheid van de Belgische onderdanen in het buitenland;
  h) de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat.
  (i ) de veiligheid van de personen aan wie, krachtens artikel 104, § 2, van het Wetboek van strafvordering, bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend.) <W 2002-07-07/42, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 20-08-2002>
  [1 § 2. Het kernmateriaal voor vreedzaam gebruik, dat uit hoofde van artikel 17ter van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle in categorieën wordt onderverdeeld, alsook de nucleaire documenten, zoals gedefinieerd in artikel 1bis van dezelfde wet, worden niet geclassificeerd in de zin van deze wet, onverminderd de regels opgesteld door of krachtens de verdragen of overeenkomsten die België binden.]1
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 13, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2012>

  Art. 4. De classificatie bedoeld in artikel 3 bestaat uit drie niveaus : ZEER GEHEIM, GEHEIM, VERTROUWELIJK.
  Het niveau ZEER GEHEIM wordt toegekend wanneer de niet-geëigende aanwending buitengewoon ernstige schade kan toebrengen aan een van de belangen bedoeld in artikel 3.
  Het niveau GEHEIM wordt toegekend wanneer de niet-geëigende aanwending ernstige schade kan toebrengen aan een van de belangen bedoeld in artikel 3.
  Het niveau VERTROUWELIJK wordt toegekend wanneer de niet-geëigende aanwending schade kan toebrengen aan een van de belangen bedoeld in artikel 3.
  De hiervoor bedoelde aanwending omvat onder meer de kennisname, het bezit, de bewaring, het gebruik, de verwerking, de mededeling, de verspreiding, de reproductie, de overzending of het vervoer.

  Art. 5. Het classificatieniveau wordt bepaald volgens de inhoud.
  Er mag, per te classificeren geheel, slechts één algemeen classificatieniveau worden aangebracht. De classificatie van het geheel heeft ten minste hetzelfde niveau als het hoogste classificatieniveau van de samenstellende delen. In voorkomend geval kan een hoger algemeen classificatieniveau worden toegekend dan die van elk van de verschillende delen waaruit het geheel is samengesteld.
  De overheid of de persoon, aangewezen ter uitvoering van artikel 7, die heeft beslist over de classificatie, beslist over de herziening of de opheffing ervan.

  Art. 5bis. <Ingevoegd bij W 2002-07-07/42, art. 8; Inwerkingtreding : 20-08-2002> In de context van de bijzondere bescherming van personen zoals bedoeld in artikel 3, i ), wordt aan alle documenten waarin een verband wordt gelegd tussen de oude en de nieuwe verblijfplaats en/of identiteit van de beschermde persoon, het classificatieniveau ZEER GEHEIM toegekend.
  Deze classificatie wordt van rechtswege opgeheven wanneer de bijzondere beschermingsmaatregelen door de Getuigenbeschermingscommissie worden ingetrokken.

  Art. 6. De informatie, documenten of gegevens, het materieel, de materialen of stoffen die geclassificeerd werden, in welke vorm ook, ter uitvoering van internationale verdragen of overeenkomsten die bindend zijn voor België, behouden de classificatie die hen is toegekend.
  De Koning regelt de verhouding van de in artikel 4 bedoelde classificatieniveaus tot die welke het gevolg zijn van de internationale verdragen of overeenkomsten die bindend zijn voor België.

  Art. 7. De Koning bepaalt de nadere regels voor de classificatie en declassificatie en voor de bescherming van informatie, documenten, gegevens, materieel, materialen of stoffen, en bepaalt welke overheden en personen een classificatieniveau kunnen toekennen.

  Art. 8. Niemand heeft toegang tot geclassificeerde informatie, documenten of gegevens, materieel, materialen of stoffen, tenzij hij houder is van een overeenstemmende veiligheidsmachtiging en voor zover de kennisname en de toegang noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn functie of zijn opdracht, onverminderd de eigen bevoegdheden van de gerechtelijke overheden (, die van de Cel voor financiële informatieverwerking en die van de leden van het beroepsorgaan zoals bedoeld in de wet van 11 december 1998 tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.) <W 2005-05-03/33, art. 2, 004 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8>
  De toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen die geclassificeerde informatie, documenten, gegevens, materieel, materialen of stoffen bevatten, kan door de overheden die de Koning aanwijst aan dezelfde voorwaarden worden onderworpen.

  Art. 8bis.[1 § 1. Onverminderd de eigen bevoegdheden van de gerechtelijke overheden vergt de toegang van eenieder tot het kernmateriaal en de documenten bedoeld in artikel 3, § 2, alsook tot de veiligheidszones van kerninstallaties en nucleaire vervoerbedrijven, nucleaire transportvoertuigen inbegrepen, het bezit van een veiligheidsmachtiging, uitgereikt overeenkomstig hoofdstuk III, of van een veiligheidsmachtiging afgeleverd door de bevoegde overheden van een derde land en erkend door de internationale overeenkomsten en verdragen die België terzake binden.
   De Koning bepaalt de vereiste machtigingsniveaus op basis van de categorisering van de veiligheidszones, het kernmateriaal of de nucleaire documenten.
   De Koning kan de door hem aangeduide Belgische overheden machtigen om de geldigheid van een door een buitenlandse overheid uitgereikte veiligheidsmachtiging na te gaan. De Koning bepaalt de regels voor deze verificatieprocedure.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Koning de directeur-generaal van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle of zijn afgevaardigde, de verantwoordelijke voor het departement dat bevoegd is voor de beveiliging, machtigen om overeenkomstig hoofdstuk IIIbis een veiligheidsattest af te leveren voor de toegang tot de veiligheidszones, evenals tot het kernmateriaal en de nucleaire documenten wanneer :
   1°de periode tijdens welke deze persoon toegang dient te hebben, korter is dan twaalf of vijftien maanden, afhankelijk van het feit of het hiervoor vereiste machtigingsniveau respectievelijk " VERTROUWELIJK " of " GEHEIM " is;
   2° de periode tijdens welke deze persoon wel eens toegang dient te hebben zes uur of minder bedraagt;
   3° er voor deze persoon een machtigingsaanvraag werd ingediend bij de in artikel 15, lid 1, bedoelde veiligheidsoverheid.
   Dit veiligheidsattest verstrijkt, hetzij op de datum van de toekenning of de definitieve weigering van de veiligheidsmachtiging, hetzij wanneer de geldigheidstermijn van het attest verstreken is of, ten laatste, wanneer de door de Koning bepaalde termijn verstreken is.
   De Koning bepaalt de regels en de procedure op basis waarvan de in deze paragraaf bedoelde personen toegang kunnen hebben tot gecategoriseerd kernmateriaal, tot veiligheidszones en tot nucleaire documenten.
   § 3. In afwijking van §§ 1 en 2 kan een persoon die de Belgische nationaliteit bezit maar geen vaste woonplaats in België heeft, of die de Belgische nationaliteit niet bezit en geen vaste woonplaats in België heeft en die geen houder is van een veiligheidsmachtiging bedoeld in § 1 toegang hebben tot veiligheidszones, evenals tot kernmateriaal en nucleaire documenten wanneer hij in het bezit is van een attest dat sinds minder dan een jaar door de bevoegde autoriteiten van het land waar hij gewoonlijk verblijft, werd afgeleverd en waarin wordt bevestigd dat hij in dat land gemachtigd is toegang te hebben tot een kerninstallatie of een nucleair vervoerbedrijf, tot kernmateriaal, tot de plaatsen waar dit zich bevindt en de documenten die hierop betrekking hebben.
   De Koning bepaalt de procedure waardoor de in deze paragraaf bedoelde personen toegang kunnen hebben tot het kernmateriaal, de veiligheidszones en de nucleaire documenten.
   § 4. In afwijking van de §§ 1 en 2 bepaalt de Koning de modaliteiten voor de toegang tot de veiligheidszones in geval van hoogdringendheid gemotiveerd door een nucleair incident of ongeval, of door om het even welke oorzaak die van dien aard is dat ze, op imminente wijze, hetzij tot een abnormaal radiologisch risico voor de bevolking, de werknemers of het leefmilieu, hetzij tot ernstige schade aan personen of goederen kan leiden. De Koning bepaalt tevens de modaliteiten voor de toegang tot de veiligheidszones in geval van hoogdringendheid gemotiveerd door een incident of ongeval zonder risico op een radiologische impact.
   § 5. In de in §§ 2 tot 4 vermelde gevallen, worden bijkomende beschermingsmaatregelen van technische, organisatorische en administratieve aard getroffen teneinde de toegang tot het kernmateriaal, de nucleaire documenten en de veiligheidszones doeltreffend te organiseren. In geen geval kunnen deze maatregelen voor de in voornoemde paragrafen bedoelde persoon de verplichting inhouden om aan zijn werkgever, de veiligheidsofficier, de verantwoordelijke voor de fysieke beveiliging, of de betrokken overheden, door toepassing van deze wet, informatie van persoonlijke aard te verstrekken wanneer deze niet vereist is in het kader van de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, of wanneer deze gevraagd wordt door een fysieke of rechtspersoon die hiertoe door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten niet gemachtigd is. Na advies van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle, worden de bijkomende beschermingsmaatregelen door de Koning bepaald. Ze worden toegepast door de verantwoordelijke voor de fysieke beveiliging van de kerninstallatie of het nucleair vervoerbedrijf.
   § 6. In de in §§ 2 tot 4 bedoelde gevallen, kan er, met uitzondering van de persoon die de toestemming heeft om een kerninstallatie of een nucleair vervoerbedrijf te bezoeken en waarvan de bezoekduur zes uur of minder bedraagt en de toegang exclusief beperkt is tot de veiligheidszones, geen toegang worden verleend tot het kernmateriaal, nucleaire documenten en veiligheidszones en evenmin toestemming tot kennisname van de informatie vervat in de nucleaire documenten, behalve wanneer deze toegang noodzakelijk is opdat de betrokken persoon zijn functie of opdracht zou kunnen vervullen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2011-03-30/11, art. 14, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2012>

  Art. 9. Het niveau van de veiligheidsmachtiging wordt bepaald door het classificatieniveau van de informatie, documenten of gegevens, het materieel, de materialen of stoffen waartoe de houder van de machtiging toegang kan dienen te hebben voor de uitoefening van zijn functie of zijn opdracht.

  Art. 10. Geclassificeerde informatie, documenten of gegevens, materieel, materialen of stoffen mogen slechts worden aangewend, zoals bedoeld in artikel 4, mits toelating van de auteur van de classificatie of zijn hiërarchische overste of, in de gevallen door de wet bepaald, onverminderd de eigen bevoegdheden van de gerechtelijke overheden.

  Art. 11. De houder van een veiligheidsmachtiging die geclassificeerde informatie, documenten of gegevens, materieel, materialen of stoffen in de uitoefening van zijn functie op een niet-geëigende wijze aanwendt of laat aanwenden zoals bedoeld in artikel 4, zelfs al is dit het gevolg van nalatigheid, voor zover deze ernstig is, wordt gestraft, met gevangenisstraf van één maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfduizend frank, of met een van die straffen alleen.

  HOOFDSTUK III. - Veiligheidsmachtigingen.

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen.

  Art. 12.Deze wet is van toepassing wanneer, in het belang van de verdediging van de onschendbaarheid van het nationaal grondgebied, van de militaire defensieplannen, van de vervulling van de opdrachten van de strijdkrachten, van de inwendige veiligheid van de Staat, met inbegrip van het domein van de kernenergie, en van het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, van de uitwendige veiligheid van de Staat en de internationale betrekkingen, van het wetenschappelijk of economisch potentieel van het land of van elk ander fundamenteel belang van de Staat, van de veiligheid van de Belgische onderdanen in het buitenland of van de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat, of tot uitvoering van de verdragen die België binden, de overheid, bevoegd om de toegang tot een betrekking, een functie of een graad, tot geclassificeerde informatie, documenten of gegevens, materieel, materialen of stoffen, tot lokalen, gebouwen of terreinen, of om het sluiten en het uitvoeren van een overeenkomst of een overheidsopdracht te regelen, het bezit van een veiligheidsmachtiging voorschrijft.
  In de door de Koning bepaalde gevallen is deze wet eveneens van toepassing op de veiligheidsmachtigingen die worden gevraagd door rechtspersonen of natuurlijke personen die een veiligheidsmachtiging willen verkrijgen om in het buitenland toegang te krijgen tot geclassificeerde informatie, documenten of gegevens, materieel, materialen of stoffen, tot lokalen, gebouwen of terreinen, waartoe alleen de houder van een veiligheidsmachtiging toegang krijgt.
  (Deze wet is eveneens van toepassing op alle personen die toegang willen krijgen tot geclassificeerde documenten, bedoeld in artikel 5bis.) <W 2002-07-07/42, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 20-08-2002>
  [1 Deze wet is eveneens van toepassing op alle personen die toegang dienen te hebben tot gecategoriseerd kernmateriaal, tot nucleaire documenten of tot veiligheidszones, zoals ze worden gedefinieerd door de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.]1
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 15, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2012>

  Art. 13.In deze wet wordt verstaan onder :
  1° " veiligheidsofficier ";
  a) de ambtenaar, houder van een veiligheidsmachtiging, die, in een openbaar bestuur, een instelling van openbaar nut of een autonoom overheidsbedrijf die geclassificeerde documenten of materiaal verwerken, door de minister onder wie dat bestuur, die instelling of dat bedrijf ressorteert, wordt aangewezen om te zorgen voor de inachtneming van de veiligheidsregels;
  b) het personeelslid, houder van een veiligheidsmachtiging, binnen een rechtspersoon die een veiligheidsmachtiging bezit, dat door de leiding van de rechtspersoon wordt aangewezen om te zorgen voor de inachtneming van de veiligheidsregels;
  [1 c) de ambtenaar, houder van een veiligheidsmachtiging, die in een openbaar bestuur, een instelling van openbaar nut of een autonoom overheidsbedrijf, door de minister wordt aangewezen om te zorgen voor de inachtneming van de veiligheidsregels in het kader van een veiligheidsadvies of veiligheidsattest, of het personeelslid, houder van een veiligheidsmachtiging, dat door de leiding van de rechtspersoon wordt aangewezen om te zorgen voor de inachtneming van de veiligheidsregels in het kader van een veiligheidsadvies of veiligheidsattest;
   d) de magistraat van het openbaar ministerie, houder van een veiligheidsmachtiging, die door de minister van Justitie wordt aangewezen om te zorgen voor de inachtneming van de veiligheidsregels op voordracht van :
   - de federaal procureur wat het federaal parket betreft;
   - de betrokken procureur-generaal wat de parketten, arbeidsauditoraten, parket-generaal en auditoraat-generaal van zijn ressort betreft;
   - de voorzitter van het College van procureurs-generaal wat de steundienst van het openbaar ministerie betreft.]1
  2° " veiligheidsmachtiging ", het officieel attest, verstrekt op grond van de gegevens verzameld door een inlichtingen- en veiligheidsdienst, luidens hetwelk, om toegang te krijgen tot gegevens waaraan een zekere graad van vertrouwelijkheid is toegekend :
  - een natuurlijke persoon voldoende garanties biedt inzake geheimhouding, loyauteit en integriteit;
  - een rechtspersoon voldoende garanties biedt inzake de materiële en technische middelen en de methoden, gebruikt om deze gegevens te beschermen, en inzake de geheimhouding, de loyauteit en de integriteit van zijn organen en aangestelden die in aanmerking komen om toegang te hebben tot die gegevens;
  3° " veiligheidsonderzoek ", het onderzoek uitgevoerd door een inlichtingen- en veiligheidsdienst, teneinde vast te stellen dat aan alle noodzakelijke voorwaarden voor het afgeven van de veiligheidsmachtiging is voldaan, gelet op het niveau en het doel van de machtiging;
  4° " inlichtingen- en veiligheidsdienst ", de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht.
  ----------
  (1)<W 2018-02-23/36, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 13/1. [1 De personen bedoeld in artikel 13, 1°, worden in het bijzonder belast met :
   a) enerzijds het toepassen en het controleren van het beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de geclassificeerde informatie of anderzijds de opvolging van de veiligheidsattesten of veiligheidsadviezen;
   b) de nazorg, in het bijzonder voor de melding van elementen in verband met personen die een veiligheidsadvies, veiligheidsattest, of een veiligheidsmachtiging hebben ontvangen, en die kunnen leiden tot een herziening van dit veiligheidsadvies, veiligheidsattest, of van deze veiligheidsmachtiging.
   De Koning kan aan de veiligheidsofficieren andere opdrachten toevertrouwen respectievelijk inzake de veiligheidsmachtigingen en de bescherming van wat werd geclassificeerd conform artikel 3, § 1 en inzake de veiligheidsadviezen of de veiligheidsattesten.
   De veiligheidsofficier oefent zijn taken volledig onafhankelijk uit. Hij brengt verslag aan de leidinggevende ambtenaar van de openbare besturen, van de instellingen van openbaar nut of van de autonome overheidsbedrijven, of aan de respectievelijke korpschef van het openbaar ministerie bedoeld in artikel 13, d), of aan de verantwoordelijke van een privaatrechtelijke rechtspersoon. Hij informeert de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, wanneer het voorzien is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-02-23/36, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 14. In het kader van de toepassing van deze wet kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, waaronder die bedoeld in de artikelen 6 en 8 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

  Art. 15. De Koning wijst de collegiale overheid of overheden aan, die bevoegd is of zijn de veiligheidsmachtigingen af te geven of in te trekken. Die overheid of overheden worden hierna " de veiligheidsoverheid " genoemd.
  In afwijking van het eerste lid kunnen de volgende overheden de toestemming van de Koning krijgen om de door deze wet aan de veiligheidsoverheid toegewezen bevoegdheden uit te oefenen :
  1° de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat of, in geval van verhindering, de adjunct-administrateur-generaal, voor de personeelsleden van die dienst en voor de kandidaten voor een betrekking binnen die dienst;
  2° de chef van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht, of een door hem afgevaardigde hoofdofficier, voor de personen die onder de minister van Landsverdediging ressorteren en voor de kandidaten voor een betrekking binnen het ministerie van Landsverdediging.

  Art. 15bis.<Ingevoegd bij w 2006-12-27/30, art. 270; Inwerkingtreding : 07-01-2007> De natuurlijke of rechtspersoon, voor wie een veiligheidsmachtiging wordt aangevraagd en die niet behoort tot het personeel van de federale overheid en van de geïntegreerde politie, is een retributie verschuldigd.
  Deze retributie wordt geheven door de veiligheidsoverheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, volgend op de in artikel 16 voorziene instemming door de persoon voor wie een veiligheidsmachtiging aangevraagd wordt.
  Het bedrag van de te innen retributie, waarvan het tarief afhankelijk is van het niveau van de vereiste veiligheidsmachtiging, wordt vastgesteld door de Koning op advies van [1 de Nationale Veiligheidsraad]1.
  [2 De Koning bepaalt de nadere regels van inning van de retributies, de nadere regels van overmaking van deze retributies aan de administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie `Nationale Veiligheidsoverheid' en die betreffende de boekhouding.]2
  ----------
  (1)<W 2015-12-06/07, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>
  (2)<W 2018-02-23/36, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Afdeling 2. - De kennisgeving en de instemming.

  Art. 16. § 1. De persoon die een veiligheidsmachtiging moet verkrijgen, wordt op de hoogte gebracht van het niveau en het doel van de machtiging, van de types van gegevens die gedurende het veiligheidsonderzoek kunnen worden onderzocht of geverifieerd, van de wijze waarop het onderzoek verloopt en de geldigheidsduur van de veiligheidsmachtiging.
  Zijn instemming is vereist voor het instellen van het veiligheidsonderzoek dat nodig is voor het afgeven van de machtiging. Die instemming geldt eveneens voor enig later veiligheidsonderzoek dat erop gericht is na te gaan of nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden die vereist zijn voor het aanvangsniveau van de machtiging. De betrokken persoon wordt niettemin steeds vooraf op de hoogte gebracht van elk veiligheidsonderzoek, overeenkomstig § 1, eerste lid.
  Die instemming kan op ieder moment ingetrokken worden door de betrokken persoon die niet langer wenst het veiligheidsonderzoek te ondergaan of houder te zijn van een veiligheidsmachtiging.
  Indien de machtiging vereist is voor de toegang tot een betrekking, een functie of een graad, maakt de uitdrukkelijke weigering van de kandidaat of, in voorkomend geval, het uitblijven van de instemming binnen een termijn van vijftien dagen na de ontvangst van het document dat hem van het onderzoek op de hoogte brengt, automatisch een einde aan de procedure tot werving, indienstneming, benoeming of bevordering.
  § 2. De in § 1 bepaalde instemming is niet nodig, wanneer de veiligheidsmachtiging vereist is voor de uitoefening van een ambt waarvoor de betrokken persoon - op grond van zijn statuut - kan worden aangewezen zonder zijn instemming. De betrokken persoon wordt niettemin steeds vooraf op de hoogte gebracht van het veiligheidsonderzoek, overeenkomstig § 1, eerste lid.
  Voordat de kandidaat aangeworven of in dienst genomen wordt in een betrekking die aan een dergelijk statuut is onderworpen, moet hij ermee instemmen dat, zolang hij aan dat statuut onderworpen is en indien hij zou worden aangesteld in een functie waarvoor een veiligheidsmachtiging vereist is, veiligheidsonderzoeken worden ingesteld, overeenkomstig het vorige lid.
  § 3. De in § 1, tweede lid, bedoelde kennisgeving is niet vereist wanneer een later veiligheidsonderzoek noodzakelijk is om informaties te verifiëren over ernstige feiten die erop wijzen dat de gemachtigde persoon niet meer aan de voorwaarden voldoet die vereist zijn voor het niveau van de toegekende machtiging.
  In dat geval wordt de veiligheidsoverheid onmiddellijk op de hoogte gebracht.
  § 4. De personen die de volle leeftijd van achttien jaar hebben en samenwonen met de persoon voor wie de machtiging vereist is, worden eveneens op de hoogte gebracht, wanneer zij, naar gelang van het niveau van de machtiging, eveneens een individueel veiligheidsonderzoek moeten ondergaan.

  Art. 17.De in artikel 16 voorziene kennisgeving gebeurt door het overhandigen door de veiligheidsofficier, aan de betrokken persoon en tegen bericht van ontvangst, van een document waarvan het model door de Koning wordt bepaald, alsook van een basisvragenlijst. Het document wordt door de betrokken persoon bewaard en de behoorlijk ingevulde basisvragenlijst wordt, tegen bericht van ontvangst, aan de veiligheidsofficier overhandigd.
  De in artikel 16 voorziene instemming of intrekking ervan gebeuren door het afgeven door de betrokkene aan de veiligheidsofficier en tegen bericht van ontvangst, van een document waarvan het model door de Koning wordt bepaald.
  Het in het eerste lid bedoelde bericht van ontvangst, het in het tweede lid bedoelde document en de basisvragenlijst worden door de veiligheidsofficier aan de veiligheidsoverheid bezorgd.
  [1 De Koning kan het elektronisch indienen van de instemming bedoeld in artikel 16, §§ 1 en 2, verplicht stellen.]1
  ----------
  (1)<W 2018-02-23/36, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Afdeling 3. - Het veiligheidsonderzoek.

  Art. 18.Het veiligheidsonderzoek wordt uitgevoerd door een inlichtingen- en veiligheidsdienst.
  Wanneer de persoon voor wie de veiligheidsmachtiging vereist is, in het buitenland zijn woonplaats heeft, er op doorreis is of er verblijft, of er gewoond heeft, er op doorreis is geweest of er verbleven heeft, kan deze dienst om de medewerking van de bevoegde diensten van het gastland verzoeken.
  De agenten van de Buitendiensten van de Veiligheid van de Staat en de leden van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid belast met het instellen van de veiligheidsonderzoeken, worden aangesteld, respectievelijk door de minister van Justitie, op voordracht van de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat, en door de minister van Landsverdediging, op voordracht van de chef van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht.
  Bij hun aanstelling krijgen zij een legitimatiekaart, waarvan het model wordt bepaald door de bevoegde minister. Die kaart mag alleen in het kader van de veiligheidsonderzoeken worden gebruikt en moet onmiddellijk worden terugbezorgd aan de overheid die haar heeft afgegeven, zodra de in het derde lid bedoelde aanstelling beëindigd is.
  De omvang van het veiligheidsonderzoek varieert naargelang van het niveau van de vereiste veiligheidsmachtiging en wordt, voor elk niveau, bepaald door [1 de Nationale Veiligheidsraad]1. In geen geval mogen hierbij andere onderzoeksbevoegdheden worden gevergd dan die welke worden bepaald in deze wet, met name in artikel 19.
  De beslissing van [1 de Nationale Veiligheidsraad]1 wordt enkel medegedeeld aan de agenten en leden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, aan de veiligheidsoverheid, alsook aan het Vast Comité I.
  ----------
  (1)<W 2015-12-06/07, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Art. 19. In het kader van de veiligheidsonderzoeken en enkel met het oog daarop, kunnen de in artikel 18, derde lid bedoelde agenten en leden, buiten hun bevoegdheden op grond van de artikelen 13 tot 18 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en met inachtneming van artikel 12 van dezelfde wet, elk onderzoek instellen en alle inlichtingen nodig voor het onderzoek inwinnen.
  Met het oog daarop kunnen zij, op voorlegging van hun legitimatiekaart :
  1° wat ook hun niveau is, kosteloos toegang krijgen tot het centraal strafregister dat wordt bijgehouden in het ministerie van Justitie, tot de strafregisters en de bevolkings- en vreemdelingenregisters die worden bijgehouden op de gemeenten, tot het Rijksregister, tot het wachtregister van de vreemdelingen, alsook tot de politiegegevens die toegankelijk zijn voor politieambtenaren bij de uitvoering van identiteitscontroles;
  2° op voorlegging van het in artikel 17 bedoelde document waaruit de instemming van of, in voorkomend geval, de kennisgeving aan de betrokkene blijkt, alle nuttige informatie vragen waarover de algemene politiediensten beschikken;
  3° op voorlegging van het in het 2° bedoelde document, de mededeling vorderen door de openbare diensten, waarvan de lijst door de Koning bepaald wordt, van alle nuttige inlichtingen betreffende de identiteit of de kredietwaardigheid van de betrokkene waarover deze diensten beschikken. Deze diensten stellen hen kosteloos fotokopieën, uittreksels, of voor eensluidend verklaarde afschriften van documenten, stukken, registers boeken, magneetbanden of computerdiskettes ter beschikking.
  Zij moeten hun legitimatiekaart tonen aan elke andere persoon van wie zij, in het kader van het veiligheidsonderzoek, de medewerking vragen. Indien deze het hen vraagt, moeten zij eveneens het in artikel 17 bedoelde document tonen, waaruit de instemming blijkt van de persoon die aan een onderzoek wordt onderworpen, of, wanneer die instemming niet vereist is, van de kennisgeving.
  Wanneer het veiligheidsonderzoek tot doel heeft het verlenen van een veiligheidsmachtiging aan een ingezetene van een vreemde Staat, door de bevoegde overheden van die Staat, in het kader van overeenkomsten van wederzijdse bijstand waardoor België gebonden is, moeten die agenten en leden een document tonen, afkomstig van de veiligheidsoverheid, waaruit het verzoek om medewerking van de vreemde Staat blijkt.

  Art. 20. De in artikel 18, derde lid, bedoelde agenten en leden moeten de nodige interne maatregelen nemen om de vertrouwelijke aard te waarborgen van de feiten, de handelingen of de inlichtingen waarvan zij, in het kader van de veiligheidsonderzoeken, kennis hebben genomen.

  Art. 21. Buiten het geval dat de veiligheidsmachtiging voor hen vereist is, kunnen de personen, jonger dan 18 jaar, niet aan een veiligheidsonderzoek worden onderworpen.

  Afdeling 4. - Toekenning en intrekking van de veiligheidsmachtiging.

  Art. 22.Na afloop van het veiligheidsonderzoek beslist de veiligheidsoverheid, bij gemotiveerde beslissing en binnen de door de Koning bepaalde termijn, over de toekenning van de vereiste veiligheidsmachtiging, op basis van het onderzoeksverslag dat haar wordt voorgelegd door de inlichtingen- en veiligheidsdienst die het onderzoek heeft ingesteld.
  Indien zij het nuttig acht voor de analyse van het onderzoeksverslag, verzoekt de veiligheidsoverheid die dienst haar een kopie van het volledige onderzoeksdossier over te zenden. De veiligheidsoverheid kan eveneens van deze dienst de mededeling eisen van enige aanvullende informatie die zij nuttig acht voor de analyse van het onderzoeksverslag.
  De beslissing wordt via de veiligheidsofficier ter kennis gebracht van de natuurlijke of rechtspersoon voor wie de machtiging vereist is, binnen de door de Koning bepaalde termijn.
  De veiligheidsoverheid kan een veiligheidsmachtiging intrekken op basis van inlichtingen die haar zijn voorgelegd door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of in het geval bedoeld in artikel 16, § 1, derde lid.
  De kennisgeving van de weigering van het verlenen van een veiligheidsmachtiging of van de intrekking van de veiligheidsmachtiging vermeldt de beweegredenen die deze beslissing rechtvaardigen, behoudens elke inlichting waarvan de mededeling schade zou kunnen toebrengen aan de verdediging van de onschendbaarheid van het nationaal grondgebied, aan de militaire defensieplannen, aan de vervulling van de opdrachten van de strijdkrachten, aan de inwendige veiligheid van de Staat, met inbegrip van het domein van de kernenergie, aan het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, aan de uitwendige veiligheid van de Staat en de internationale betrekkingen, aan het wetenschappelijk of economisch potentieel van het land of aan elk ander fundamenteel belang van de Staat, aan de veiligheid van de Belgische onderdanen in het buitenland, aan de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat, aan de bescherming van de bronnen [1 , aan het geheim van een lopend opsporings- of gerechtelijk onderzoek]1 of aan de bescherming van het privé-leven van derden. [1 Als deze geheimen betrekking hebben op een lopend opsporings- of gerechtelijk onderzoek, overlegt de veiligheidsoverheid hierover voorafgaandelijk met de bevoegde magistraat.]1
  De veiligheidsoverheid moet de nodige interne maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter van de onderzoeksverslagen en, in voorkomend geval, van de onderzoeksdossiers te waarborgen.
  ----------
  (1)<W 2016-04-21/06, art. 40, 008; Inwerkingtreding : 09-05-2016 (overgangsbepalingen art. 92 en 93)>

  HOOFDSTUK IIIbis- Veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. <ingevoegd bij W 2005-05-03/33, art. 4 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8>

  Art. 22bis. <ingevoegd bij W 2005-05-03/33, art. 4 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8> In de gevallen waarin geen veiligheidsmachtiging vereist is voor de toegang van een persoon tot lokalen, gebouwen of terreinen waarvan sprake in artikel 8, tweede lid, kan de overheid bedoeld door die bepaling het bezit van een veiligheidsattest verplicht stellen.
  De door de Koning aangewezen publieke overheden die over bevoegdheden in het kader van de veiligheid beschikken, kunnen, voor redenen van openbare orde, veiligheid of de bescherming van de fysieke integriteit van de aanwezige personen, beslissen dat de toegang van een persoon voor beperkte duur tot lokalen, gebouwen of terreinen die een band hebben met functies van publieke overheden of tot een welbepaald nationaal of internationaal, diplomatiek of protocollair evenement, afhankelijk wordt gesteld van het bezit van een veiligheidsattest in geval van een mogelijke dreiging zoals voorzien in artikel 8, 1°, van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. De beslissing van deze publieke overheid wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht van de overheid bedoeld in artikel 22ter en van de organisatoren van het evenement of van de verantwoordelijken voor de lokalen, gebouwen of terreinen, volgens de nadere regels en binnen de termijnen bepaald door de Koning. De organisatoren of de verantwoordelijken brengen alle betrokken personen op de hoogte van de met redenen omklede beslissing volgens de nadere regels bepaald door de Koning. Zij zenden onmiddellijk volgende gegevens over aan de overheid bedoeld in artikel 22ter :
  a) de identiteit van de personen die toegang zouden moeten krijgen; deze identiteit omvat ten minste de naam, de voornaam of voornamen, de geboortedatum, de nationaliteit, het adres en, in voorkomend geval, het nummer van het rijksregister;
  b) het adres, faxnummer of elektronisch postadres van de personen aan wie de eventuele beslissing tot weigering van het attest ter kennis zal worden gebracht.

  Art. 22ter.<ingevoegd bij W 2005-05-03/33, art. 4 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8> De veiligheidsoverheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, is bevoegd om de veiligheidsattesten af te leveren of in te trekken.
  In afwijking van het eerste lid kunnen de volgende overheden deze bevoegdheid uitoefenen wanneer het de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen betreft waarvoor zij verantwoordelijk zijn [1 of voor wat het Federaal Agentschap voor nucleaire controle betreft, waarvoor zij verantwoordelijk zijn voor de controle]1of wanneer het evenementen betreft die zijzelf organiseren :
  1° de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid;
  2° de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat of een door hem aangewezen ambtenaar van niveau 1;
  3° de chef van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht, of een door hem aangewezen hoofdofficier;
  4° de directeur-generaal van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle of [1 zijn afgevaardigde, de verantwoordelijke van het departement die bevoegd is voor de nucleaire beveiliging]1;
  5° de commissaris-generaal van de federale politie of een door hem aangewezen officier evenals de korpschef van de lokale politie of een door hem aangewezen officier;
  6° de directeur-generaal van de Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken of een door hem aangewezen ambtenaar van niveau 1.
  Elk van deze overheden houdt een register bij van de door haar verrichte veiligheidsverificaties en de genomen beslissingen. De in dit register opgenomen gegevens en hun bewaartijd worden bepaald door de Koning na advies van de Commissie tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 01-10-2012>

  Art. 22quater. <ingevoegd bij W 2005-05-03/33, art. 4 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8> Het veiligheidsattest wordt afgeleverd op basis van een veiligheidsverificatie uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de overheid bedoeld in artikel 22ter. Het veiligheidsattest is slechts geldig voor de duur waarvoor het werd aangevraagd. De weigeringsbeslissingen en de intrekkingen worden overeenkomstig artikel 22, vijfde lid, met redenen omkleed en aan de betrokken persoon ter kennis gebracht via de bevoegde veiligheidsofficier of, indien er geen is, rechtstreeks aan deze persoon.
  De Koning bepaalt de termijnen en de nadere regels voor de kennisgeving en van de afgifte van de veiligheidsattesten.

  Art. 22quinquies.[1 § 1. De uitoefening van een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, of het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating kan enkel onderworpen worden aan de in artikel 22sexies bedoelde veiligheidsverificatie, indien deze door een niet geëigend gebruik schade kan toebrengen aan de belangen bedoeld in artikel 12, eerste lid. In dit geval is de procedure die gevolgd moet worden, opgenomen in paragraaf 2 en volgende.
   § 2. Op vraag van de bevoegde administratieve overheid of op eigen initiatief voeren zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen die deel uitmaken van een betrokken activiteitensector, bedoeld in § 7, een risicoanalyse binnen de eigen rechtspersoon uit. Deze risicoanalyse evalueert of de uitoefening van een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, of het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating, door een niet geëigend gebruik schade kan toebrengen aan één van de belangen vermeld in artikel 12, eerste lid. Deze risicoanalyse wordt overgezonden aan de bevoegde administratieve overheid bedoeld in § 7.
   § 3. Op basis van de risicoanalyse bedoeld in § 2, en op basis van een specifieke dreigingsanalyse die de bevoegde administratieve overheid aanvraagt aan de bevoegde diensten in functie van de aard van de dreiging, stelt de bevoegde administratieve overheid een impactanalyse op. Deze impactanalyse beoogt het in kaart brengen van de schade die kan worden toegebracht aan de belangen vermeld in artikel 12, eerste lid. Op basis van deze elementen doet zij een voorstel om de uitoefening van een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, of het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating te onderwerpen aan een veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22sexies voor de activiteitensector die haar aanbelangt, door een aanvraagdossier over te zenden aan de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid.
   § 4. De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid beoordeelt het aan haar voorgelegde aanvraagdossier bedoeld in § 3 met betrekking tot de vormelijke ontvankelijkheid, en onderzoekt de geldigheid van de vraag die haar werd gesteld in het licht van de belangen bedoeld in artikel 12, eerste lid, en geeft vervolgens al dan niet haar goedkeuring hieraan.
   De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid zendt haar beslissing over aan de bevoegde administratieve overheid die het desbetreffende aanvraagdossier voorlegde, die op haar beurt de beslissing meedeelt aan de desbetreffende activiteitensector zoals bedoeld in § 7.
   De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid kan bijkomende informatie opvragen alvorens haar beslissing te nemen.
   § 5. Elke bevoegde administratieve overheid die conform § 7 door de Koning is aangeduid voor de activiteitensector die haar aanbelangt, bekomt, op haar vraag, de documenten voor het uitvoeren van de risico- en impactanalyse van de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid. De publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen die onder een activiteitensector vallen waarvoor de administratieve overheid werd aangewezen, bekomen op hun vraag deze documenten eveneens van de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid.
   § 6. De bevoegde administratieve overheid en de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersoon die een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, een toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, of het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating, heeft die onderhevig is aan de veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22sexies, beschikt over tenminste één veiligheidsofficier bedoeld in artikel 13, 1°, a), b), c) of d).
   § 7. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, de activiteitensectoren die onder de toepassing van dit artikel vallen en de bevoegde administratieve overheden voor elk van deze sectoren.]1
  ----------
  (1)<W 2018-02-23/36, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 22quinquies/1. [1 § 1. De publiek- en privaatrechtelijke rechtspersoon brengt de betrokkene op de hoogte van het feit dat hij onder de toepassing valt van de goedgekeurde aanvraag bedoeld in artikel 22quinquies, § 4, en van de verplichting tot het ondergaan van de in artikel 22sexies, bedoelde veiligheidsverificatie.
   Nadat de betrokkene op de hoogte is gebracht, vraagt de veiligheidsofficier bedoeld in artikel 22quinquies, § 6, voorafgaandelijk aan de veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22sexies, de instemming van de betrokkene, en zendt het individuele verificatieverzoek en de instemming over aan de veiligheidsofficier van de bevoegde administratieve overheid, opdat hij deze centraliseert en de conformiteit ervan nakijkt, vooraleer deze te bezorgen aan de in artikel 15, eerste lid, bedoelde overheid.
   § 2. De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, zendt haar met redenen omkleed veiligheidsadvies over aan de administratieve overheid die erom verzocht. De administratieve overheid brengt de veiligheidsofficier van de werkgever, op de hoogte van het veiligheidsadvies.
   Indien er een negatief veiligheidsadvies verleend wordt, deelt de administratieve overheid die erom verzocht, dit gemotiveerd veiligheidsadvies eveneens mee, overeenkomstig artikel 22, vijfde lid, via een aangetekende zending, aan de betrokken persoon.
   § 3. Indien binnen de voorgeschreven termijn geen advies werd verleend, stelt de bevoegde administratieve overheid die het veiligheidsadvies vroeg, de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, in gebreke om een veiligheidsadvies te verlenen binnen de termijn die zij bepaalt, en die minstens de voorgeschreven termijn omvat. Indien bij het verstrijken van deze termijn geen veiligheidsadvies werd verleend, wordt het geacht positief te zijn.
   § 4. Het in § 2, eerste lid, bedoelde veiligheidsadvies, wordt toegekend met een geldigheidsduur van hoogstens vijf jaar.
   § 5. De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan later op eigen initiatief een nieuw veiligheidsadvies uitbrengen op basis van gegevens en inlichtingen bedoeld in artikel 22sexies. Zij deelt dit advies mee aan de bevoegde administratieve overheid die, in het geval van een negatief veiligheidsadvies, dit met redenen omkleed veiligheidsadvies, overeenkomstig artikel 22, vijfde lid, via een aangetekende zending, aan de betrokken persoon en, aan de veiligheidsofficier van de werkgever van de betrokken persoon overzendt.
   § 6. De betrokken persoon kan op iedere moment, via zijn veiligheidsofficier, aan de bevoegde administratieve overheid schriftelijk te kennen geven dat hij niet, of niet langer, het voorwerp wil uitmaken van een veiligheidsverificatie. De bevoegde administratieve overheid brengt dit ter kennis van de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid.
   § 7. De Koning bepaalt de in §§ 1 tot 3, 5 en 6 bedoelde termijnen evenals de andere toepassingsmodaliteiten van deze bepalingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2018-02-23/36, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  

  Art. 22sexies.<ingevoegd bij W 2005-05-03/33, art. 4 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8> § 1. [1 De veiligheidsverificatie bestaat uit de consultatie en de evaluatie van :
   1° de gegevens bedoeld in artikel 19, tweede lid, 1° ;
   2° de inlichtingen verzameld in het kader van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, overgezonden door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
   3° de gegevens en informatie uit de internationale politionele databanken voortvloeiend uit verdragen die België binden, overgezonden door de politiediensten;
   4° de gegevens en informatie bedoeld in artikelen 44/1 en 44/2 van de wet op het politieambt die worden overgezonden door de politiediensten, met toelating van de bevoegde gerechtelijke overheden voor de gegevens van gerechtelijke politie. Voor deze laatsten brengen de gerechtelijke overheden, op vraag van de politionele diensten, hen op de hoogte van de status van een opsporingsonderzoek of van een gerechtelijk onderzoek;
   5° andere gegevens en informatie.
   Het toereikend, ter zake en niet overmatig karakter van de gegevens en informatie bedoeld in het eerste lid, 3°, 4° en 5°, evenals de lijst ervan worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
   Wanneer de persoon voor wie de veiligheidsverificatie vereist is in het buitenland woont, er op doorreis is of er verblijft, of er gewoond heeft, er op doorreis is geweest of er verbleven heeft, kunnen de overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, en de diensten bedoeld in het eerste lid, de informatie bedoeld in het eerste lid opvragen bij de bevoegde diensten van het betrokken land.
   Wanneer de gouverneur krachtens de wapenwet van 8 juni 2006 een vergunning of gelijkaardig document verleent, of wanneer de minister van Binnenlandse Zaken bevoegd is krachtens artikel 93 van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, bestaat de veiligheidsverificatie daarenboven uit de evaluatie van de door het openbaar ministerie overgezonden gerechtelijke informatie en van de door de bevoegde diensten die afhangen van de minister van Binnenlandse Zaken, overgezonden informatie betreffende de betrokkene.
   Indien zij het nuttig acht voor de analyse van een dossier kan de in artikel 22ter bedoelde overheid, binnen de limieten van het eerste lid, mededeling eisen van aanvullende informatie.
   Deze gegevens vormen samen het verificatiedossier.
   Behalve in het geval dat de veiligheidsverificatie bedoeld in artikel 22bis en in artikel 22quinquies, § 1, eerste lid voor hun vereist is, kan de persoon jonger dan 18 jaar niet aan een veiligheidsverificatie onderworpen worden.]1
  § 2. De overheid bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan weigeren in te gaan op een beslissing om veiligheidsverificaties uit te voeren indien zij van oordeel is dat deze verificaties niet gerechtvaardigd zijn vanuit een van de belangen opgesomd respectievelijk in artikel 22bis, tweede lid en artikel 22quinquies, § 1, eerste lid.
  De weigeringsbeslissingen worden volgens de nadere regels en binnen de termijnen bepaald door de Koning, ter kennis gebracht van de overheden bedoeld in de artikelen 22bis en 22quinquies, van de organisatoren van het evenement of van de verantwoordelijken van de lokalen, gebouwen of terreinen en van de betrokken personen.
  ----------
  (1)<W 2018-02-23/36, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 22septies.[1 De werkgever van de natuurlijke persoon voor wie een veiligheidsattest of een veiligheidsadvies gevraagd wordt is een retributie verschuldigd.
   Geen retributie is verschuldigd voor de veiligheidsattesten uitgereikt door de overheden bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°.
   Zijn vrijgesteld van de retributie bedoeld in het eerste lid :
   1° de federale overheidsdiensten;
   2° de programmatorische overheidsdiensten;
   3° het ministerie van Defensie;
   4° de geïntegreerde Politie;
   5° het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
   6° het Interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën.
   Deze retributie is verschuldigd aan de administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie `Nationale Veiligheidsoverheid', of desgevallend aan de overheid bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 4°.
   De aflevering van het veiligheidsattest of veiligheidsadvies kan enkel plaatsvinden na betaling van de retributie.
   De Koning bepaalt het bedrag van de te innen retributie voor de veiligheidsattesten en de veiligheidsadviezen. De Koning bepaalt eveneens de verdeelsleutel van deze retributie onder de overheden bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 1°, 2°, 3° en 5°.
   De Koning bepaalt de nadere regels van inning van de retributies, de modaliteiten van overmaking van deze retributies aan de administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie `Nationale Veiligheidsoverheid' en die bettreffende de boekhouding.
   In afwijking van het zesde lid bepaalt de Koning het bedrag van de te innen retributie voor de veiligheidsattesten uitgereikt door de overheid bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 4°. De Koning bepaalt eveneens de verdeelsleutel van deze retributie onder de overheden bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 2 tot 5°.
   In afwijking van het zevende lid, bepaalt de Koning de nadere regels van inning van de retributies, de nadere regels van overmaking van deze retributies aan de overheid bedoeld in artikel 22ter, tweede lid, 4°, en die bettreffende de boekhouding.]1
  ----------
  (1)<W 2018-02-23/36, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK IV. - De geheimhouding, diverse en slotbepalingen.

  Art. 23. (De leden van de overheden bedoeld in de artikelen 15, 22ter en 22quinquies, het personeel belast met de uitvoering van hun opdrachten) en de veiligheidsofficieren zijn verplicht de geheimen te bewaren die hen zijn toevertrouwd omwille van de medewerking die zij verlenen aan de toepassing van deze wet. <W 2005-05-03/33, art. 5, 004 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8>
  De geheimhoudingsplicht blijft bestaan, zelfs wanneer zij opgehouden hebben deze medewerking te verlenen.

  Art. 24. Onverminderd artikel 458 van het Strafwetboek, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en geldboete van honderd frank tot vierduizend frank, of met een van die straffen alleen, iedere persoon bedoeld in artikel 23, die de geheimen zou hebben onthuld, met schending van dat artikel.

  Art. 25. Behalve wanneer de redenen waarom ze werden verzameld nog steeds bestaan en hun bewaring bijgevolg geboden blijft, worden de persoonlijke gegevens die in het kader van deze wet worden ingewonnen of ontvangen, vernietigd zodra de betrokken persoon niet langer aan een veiligheidsonderzoek kan worden onderworpen.
  Behalve wanneer de redenen waarom ze werden verzameld nog steeds bestaan en hun bewaring bijgevolg geboden blijft, worden de gegevens die in het kader van de in artikel 12, tweede lid, bedoelde veiligheidsonderzoeken worden ingewonnen, vernietigd na een periode van twee jaar vanaf de datum waarop de geldigheid van de veiligheidsmachtiging vervalt.
  (Behalve wanneer de redenen waarom het verificatiedossier werd samengesteld nog steeds bestaan en dat haar bewaring dus geboden blijft, wordt het dossier vernietigd zodra de geldigheid van het veiligheidsattest verloopt of zodra de beslissing van de administratieve overheid zoals bedoeld in artikel 22quinquies verloopt of, in het geval dat het attest geweigerd wordt of de administratieve overheid een negatieve beslissing neemt, vanaf het ogenblik dat deze weigering of deze beslissing een definitief karakter verkrijgen.) <W 2005-05-03/33, art. 6, 004 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 8>
  (NOTA : bij arrest nr 151/2006 van 18-10-2006 (B.St. 26-10-2006, p. 57673-57681), heeft het Arbitragehof in dit artikel, in het derde lid de woorden : " Behalve wanneer de redenen waarom het verificatiedossier werd samengesteld nog steeds bestaan en dat haar bewaring dus geboden blijft " vernietigd)

  Art. 26. § 1. De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is niet van toepassing op informatie, documenten of gegevens, materieel, materialen of stoffen, in welke vorm ook, die met toepassing van de bepalingen van deze wet geclassificeerd zijn.
  § 2. In artikel 3, § 3, eerste lid, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens worden de woorden " en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van het ministerie van Landsverdediging " vervangen door de woorden " , de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van het ministerie van Landsverdediging, het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten, de dienst Enquêtes van dit comité, het beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen ingesteld bij de wet van 11 december 1998 tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen en de veiligheidsoverheid bedoeld in artikel 15 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen. ".

  Art. 27. Artikel 16, § 2, tweede lid, is niet van toepassing op de personen die aangeworven of in dienst genomen zijn vóór de datum waarop deze bepaling in werking treedt.

  Art. 28.De koninklijke besluiten tot uitvoering van deze wet worden genomen na advies van [1 de Nationale Veiligheidsraad]1.
  ----------
  (1)<W 2015-12-06/07, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 28-01-2015>

  Art. 29.De Koning bepaalt de datum waarop de bepalingen van deze wet in werking treden.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 11 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister, Minister van Landsverdediging, belast met Energie,
J.-P. PONCELET
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 23-02-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 13/1; 15bis; 17; 22quinquies; 22quinquies/1; 22sexies; 22septies)
  • BEELD
  • WET VAN 21-04-2016 GEPUBL. OP 29-04-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 22)
  • BEELD
  • WET VAN 06-12-2015 GEPUBL. OP 17-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 15bis; 18; 22septies; 28)
  • BEELD
  • WET VAN 30-03-2011 GEPUBL. OP 18-04-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 8bis; 12; 22ter)
  • BEELD
  • WET VAN 30-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 22QUINQUIES)
  • BEELD
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 18-10-2006 GEPUBL. OP 26-10-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 25)
  • BEELD
  • WET VAN 03-05-2005 GEPUBL. OP 27-05-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 8; 22BIS-22SEX; 23; 25)
  • BEELD
  • WET VAN 17-01-2003 GEPUBL. OP 07-02-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 8)
  • BEELD
  • WET VAN 07-07-2002 GEPUBL. OP 10-08-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 5BIS; 12)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1996-1997. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp van wet, nr. 1193/1 en 1193/11. Amendementen, nrs. 1193/2 en 1193/8. - Verslag, nr. 1193/9. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 2 juni 1998. - Aanneming. Vergadering van 3 juni 1998. Zitting van 1997-1998. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp van wet overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nrs. 1011/1 en 1011/8. - Verslag, nr. 1011/4. - Amendementen, nrs. 1011/2, 1011/3 en 1011/6.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 32 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
    Franstalige versie