J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 13 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1994/07/07/1994000398/justel

Titel
7 JULI 1994. - Wet betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden [de districtsraden] en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn. <W 1999-03-19/31, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
(NOTA : opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap voor zover het de verkiezing van de provincieraden, de gemeenteraden en de districtsraden betreft. <DVR 2006-02-10/48, art. 66, 008; Inwerkingtreding : 10-03-2006>)
(NOTA : de artikelen 8, 9, 10, 12, 13, lid 2, eerste volzin, 13bis en 14 tot en met 33 worden opgeheven voor zover... Zie nauwkeurigheden in her Frans origineel van DWG %%2006-06-01/31, art. 3; Inwerkingtreding : 09-06-2006.)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-07-1994 en tekstbijwerking tot 21-08-2006)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN.OPENBAAR AMBT
Publicatie : 16-07-1994 nummer :   1994000398 bladzijde : 18715
Dossiernummer : 1994-07-07/34
Inwerkingtreding : 16-07-1994 (ART. (37))

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Beperking en controle van de verkiezingsuitgaven voor de provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen (districtsraadverkiezingen) en voor de rechtstreekse verkiezing van de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn. <W 1999-03-19/31, art. 17; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
Art. 2-13, 13bis
HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen in verband met de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de provincieraadsverkiezingen.
Art. 14-24
HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen in verband met de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de gemeenteraadsverkiezingen.
Art. 25-33
HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen in verband met de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn.
Art. 34-35
HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Art. 36
HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding.
Art. 37

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.

  Artikel 1. (Zie NOTA'S onder opschrift) Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :
  1° politieke partij : de vereniging van natuurlijke personen, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, die aan de door de Grondwet of de wet bepaalde provincieraadsverkiezingen, gemeenteraadsverkiezingen (, districtsraadsverkiezingen) of rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn deelneemt, die overeenkomstig de organieke wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen, de op 4 augustus 1932 gecoördineerde gemeentekieswet en het koninklijk besluit van 26 augustus 1988 tot vaststelling van de nadere regels voor de verkiezing van de raad voor maatschappelijk welzijn in de gemeenten bedoeld bij artikel 7 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en in de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, Kandidaten voor het mandaat van provincieraadslid, gemeenteraadslid (, districtsraadslid) of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn voordraagt en die, binnen de grenzen van de Grondwet, de wet, het decreet of de ordonnantie, de totstandkoming van de volkswil beoogt te beďnvloeden op de wijze bepaald in haar statuten of haar programma; <W 2000-08-12/40, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  (Worden beschouwd als componenten van een politieke partij, de instellingen, verenigingen, groeperingen en regionale entiteiten van een politieke partij, ongeacht hun rechtsvorm, die rechtstreeks verbonden zijn met die politieke partij, met name :
  - de studiediensten;
  - de wetenschappelijke instellingen;
  - de politieke vormingsinstellingen;
  - de politieke omroepverenigingen;
  - de instelling bedoeld in artikel 22 van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen;
  - de entiteiten georganiseerd op het niveau van de arrondissementen en/of van de kieskringen voor de verkiezingen van de federale Kamers en de Gemeenschaps- en Gewestraden;
  - de politieke fracties van de federale Kamers en de Gemeenschaps- en Gewestraden.) <W 2000-08-12/40, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  2° provincielijst : de kandidatenlijst voor de verkiezingen voor de provincieraden, zoals bepaald bij de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen;
  3° gemeentelijst : de kandidatenlijst voor de verkiezingen voor de gemeenteraden, zoals bepaald bij de op 4 augustus 1932 gecoördineerde gemeentekieswet;
  (3°bis districtsraadlijst : de kandidatenlijst voor de verkiezingen voor de districtsraden, zoals bepaald bij de op 4 augustus 1932 gecoördineerde gemeentekieswet.) <W 1999-03-19/31, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
  4° lijst voor de raad voor maatschappelijk welzijn : de kandidatenlijst voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn in de gemeenten bedoeld bij artikel 7 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en in de gemeenten Komen-Waasten en Voeren;
  5° wet van 4 juli 1989 : de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, (...); <W 2000-08-12/40, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  6° Controlecommissie : de Controlecommissie opgericht bij dezelfde wet van 4 juli 1989;
  7° provinciekieswet : de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen;
  8° gemeentekieswet : de op 4 augustus 1932 gecoördineerde gemeentekieswet.

  HOOFDSTUK II. - Beperking en controle van de verkiezingsuitgaven voor de provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen (districtsraadverkiezingen) en voor de rechtstreekse verkiezing van de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn. <W 1999-03-19/31, art. 17; Inwerkingtreding : 10-04-1999>

  Art. 2. (Zie NOTA'S onder opschrift) De uitgaven en de financiële verbintenissen voor verkiezingspropaganda op nationaal vlak van de politieke partijen die een nationaal lijstnummer en een beschermd letterwoord hebben verkregen met toepassing van artikel 10 van de provinciekieswet of de artikelen 22bis en 23 van de gemeentekieswet, mogen in totaal niet meer dan (372 000 euro) bedragen. <W 2006-08-05/41, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  Voor de politieke partijen die voldoen aan de bij het vorige lid bepaalde voorwaarden, doch die niet ten minste vijftig lijsten onder hun nationaal lijstnummer en beschermd letterwoord voordragen, wordt het in het vorige lid bepaalde bedrag verminderd tot (75 000 euro).<W 2006-08-05/41, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  De politieke partijen kunnen campagne voeren met één of meer kandidaten.

  Art. 3. (Zie NOTA'S onder opschrift) § 1. Het totaal van de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van de lijsten mag voor de provincieraadsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen (de districtsraadverkiezingen) en de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn per lijst niet meer bedragen dan per schijf : <W 1999-03-19/31, art. 18, 1°, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
  - tot 1 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (2,70 euro) per ingeschreven kiezer; <W 2006-08-05/41, art. 3, a, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  - van 1 001 tot 5 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (1,10 euro) per ingeschreven kiezer; <W 2006-08-05/41, art. 3, a, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  - van 5 001 tot 10 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (0,80 euro) per ingeschreven kiezer; <W 2006-08-05/41, art. 3, a, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  - van 10 001 tot 20 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (1,00 euro) per ingeschreven kiezer; <W 2006-08-05/41, art. 3, a, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  - van 20 001 tot 40 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (1,10 euro) per ingeschreven kiezer; <W 2006-08-05/41, art. 3, a, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  - van 40 001 tot 80 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (1,20 euro) per ingeschreven kiezer; <W 2006-08-05/41, art. 3, a, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  - vanaf 80 001 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (0,14 euro) per ingeschreven kiezer.<W 2006-08-05/41, art. 3, a, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  § 2. Het totaal van de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van individuele kandidaten mag voor de provincieraadsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen (districtsraadverkiezingen) en de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn per kandidaat niet meer bedragen dan per schijf : <W 1999-03-19/31, art. 18, 1°, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
  - tot 50 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (0,080 euro) per ingeschreven kiezer, met een minimum van (1250 euro) per kandidaat; <W 2006-08-05/41, art. 3, b, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  - van 50 001 tot 100 000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (0,030 euro) per ingeschreven kiezer; <W 2006-08-05/41, art. 3, b, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  - vanaf 100 001 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : (0,015 euro) per ingeschreven kiezer.<W 2006-08-05/41, art. 3, b, 009; Inwerkingtreding : 08-07-2006>
  § 3. Wanneer een kandidaat op verscheidene lijsten tegelijk kandideert, mogen de in § 2 vastgestelde maximumbedragen niet samengeteld worden. Alleen het hoogste maximumbedrag wordt in aanmerking genomen.
  (Onverminderd de bepalingen van het voorgaande lid, mag een kandidaat die tegelijk op een provincielijst en op een of twee andere lijsten kandideert, twee van de in § 2 vastgestelde maximumbedragen, waaronder dat voor de provincieraadsverkiezingen, samentellen, inzoverre hij zich voor deze laatste verkiezingen kandidaat stelt in een district waartoe de gemeente waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven, niet behoort.) <W 1994-11-17/32, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 23-11-1994>
  § 4. Het aantal op de kiezerslijst ingeschreven kiezers waarvan sprake in de §§ 1 en 2, wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, § 1, 3°, (van artikel 3, § 1, en van artikel 88), van de gemeentekieswet en de overeenkomstige bepalingen van artikel 1, § 1, 3°, en § 5, en van artikel 1ter, § 3, van de provinciekieswet. <W 1999-03-19/31, art. 18, 2°, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>

  Art. 4. (Zie NOTA'S onder opschrift) De in de artikelen 2 en 3 vastgestelde bedragen worden aangepast aan de schommelingen van de produktiekosten van de bij de verkiezingen gebruikte reclametechnieken. De formule daartoe wordt vastgesteld bij een in Minaad overlegd koninklijk besluit, op grond van de spilindex die op 1 januari 1994 van kracht is.

  Art. 5. (Zie NOTA'S onder opschrift) Uiterlijk veertig dagen vóór de verkiezingen, of in geval van buitengewone verkiezingen, uiterlijk de dag van de oproeping van de kiezers, deelt de Minister van Binnenlandse Zaken de overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 berekende maximumbedragen mee die mogen worden uitgegeven door de lijsten en de kandidaten voor de verkiezingen van de provincieraden (, de gemeenteraden en de districtsraden) en voor de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn. <W 2000-08-12/40, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>

  Art. 6. (Zie NOTA'S onder opschrift) § 1. Voor de toepassing van deze wet worden als uitgaven voor verkiezingspropaganda beschouwd, alle uitgaven en financiële verbintenissen voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij (, een lijst en hun kandidaten) gunstig te beďnvloeden en die verricht worden tijdens een periode van drie maanden vóór de verkiezingen van de provincieraden (, de gemeenteraden en de districtsraden) en de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn, of in geval van buitengewone verkiezingen, vanaf de dag van de oproeping van de kiezers. <W 2000-08-12/40, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  (§ 1bis. Als uitgaven voor de verkiezingspropaganda bedoeld in § 1 worden eveneens beschouwd, die welke verricht zijn door derden voor politieke partijen, lijsten of kandidaten tenzij deze laatsten :
  - onmiddellijk na de kennisneming van de door de betrokken derden gevoerde campagne, hen bij een ter post aangetekend schrijven aanmanen deze campagne te staken;
  - een afschrift van deze brief, al dan niet met het akkoord van de derden tot staking, overzenden aan de voorzitter van het verkiezingshoofdbureau die dit stuk of deze stukken voegt bij de door de betrokken partijen, lijsten of kandidaten ingediende aangiften van hun verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen.) <W 2000-08-12/41, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 08-07-2000>
  § 2. Als uitgaven voor verkiezingspropaganda worden niet beschouwd :
  1° het verlenen van persoonlijke, niet daartoe bezoldigde diensten evenals het gebruik van een persoonlijk voertuig;
  2° de publikatie in een dagblad of tijdschrift van redactionele artikelen, op voorwaarde dat die publikatie op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de verkiezingsperiode, zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding en dat het niet gaat om een dagblad of tijdschrift dat speciaal wordt uitgegeven ten behoeve van of met het oog op de verkiezingen en dat de verspreiding en de frequentie van de publikatie dezelfde zijn als buiten de verkiezingsperiode;
  3° de uitzending over radio of televisie van programma's met berichten of commentaren, op voorwaarde dat die uitzendingen op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschieden als buiten de verkiezingsperiode, zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding;
  4° de uitzending of een reeks van uitzendingen over radio of televisie van verkiezingsprogramma's, op voorwaarde dat vertegenwoordigers van de politieke partijen aan die uitzendingen kunnen deelnemen;
  5° de uitzending over radio of televisie van verkiezingsprogramma's, op voorwaarde dat het aantal en de duur ervan worden bepaald op grond van het aantal vertegenwoordigers van de politieke partijen in de wetgevende vergaderingen.
  (6° de kostprijs van periodieke manifestaties, op voorwaarde dat :
  - ze niet uitsluitend voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd;
  - het geregelde en telkens weerkerende manifestaties betreft die steeds op dezelfde wijze worden georganiseerd; de periodiciteit wordt beoordeeld hetzij aan de hand van een referentieperiode van twee jaar voorafgaand aan de in § 1 bedoelde periode, tijdens welke de bedoelde manifestatie jaarlijks eenmaal moet hebben plaatsgehad, hetzij aan de hand van een referentieperiode van vier jaar voorafgaand aan de in § 1 bedoelde periode, tijdens welke de bedoelde manifestatie tweejaarlijks tenminste éénmaal moet hebben plaatsgehad. Zo de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van dergelijke manifestatie evenwel kennelijk uitzonderlijk zijn, dienen zij bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave aangerekend te worden;
  7° de kostprijs van voor verkiezingsdoeleinden georganiseerde, niet-periodieke manifestaties waarvoor een deelnameprijs wordt aangerekend, voor zover de uitgaven door de inkomsten, met uitzondering van deze uit sponsoring, worden gedekt en het geen uitgaven voor reclame en uitnodigingen betreft. Zo de inkomsten de uitgaven niet dekken, moet het verschil als een verkiezingsuitgave worden aangerekend;
  8° de uitgaven die tijdens de verkiezingsperiode worden verricht in het kader van een normale partijwerking op nationaal of lokaal niveau met name de organisatie van congressen en partijbijeenkomsten. Zo de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van dergelijke manifestatie evenwel kennelijk uitzonderlijk zijn, dienen zij bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave te worden aangerekend;
  9° de uitgaven voor de aanmaak van internettoepassingen, op voorwaarde dat die aanmaak op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de verkiezingsperiode.) <W 2000-08-12/41, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 08-07-2000>
  § 3. (Artikel 4bis van de wet van 4 juli 1989 is van toepassing voor de uitgaven voor verkiezingspropaganda voor de verkiezing van de provincieraden (, de gemeenteraden en de districtsraden) en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn.) <W 1994-07-12/31, art.1, § 4, 002; Inwerkingtreding : 29-07-1994> <W 2000-08-12/40, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  § 4. De uitgaven en financiële verbintenissen voor goederen, leveringen en diensten die onder toepassing van § 1 vallen, moeten tegen de geldende marktprijzen worden verrekend.

  Art. 7. (Zie NOTA'S onder opschrift) § 1. Tijdens de drie maanden die aan de datum van de provincieraadsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen (de districtsraadverkiezingen) en de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn voorafgaan of, in geval van buitengewone verkiezingen, vanaf de dag van de oproeping van de kiezers, mogen de politieke partijen, de lijsten en de kandidaten, evenals derden die propaganda wensen te maken voor politieke partijen, lijsten of kandidaten : <W 1999-03-19/31, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
  (1° geen geschenken of gadgets hetzij verkopen, hetzij verspreiden;) <W 2000-08-12/41, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  2° geen commerciële telefooncampagnes voeren;
  3° geen reclamespots op radio, televisie en in bioscopen uitzenden;
  4° geen gebruik maken van commerciële reclameborden of affiches;
  5° geen gebruik maken van niet commerciële reclameborden of affiches groter dan 4 m2.
  § 2. Voor dezelfde periode bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de algemene regels inzake het aanbrengen van verkiezingsaffiches en het organiseren van gemotoriseerde optochten.

  Art. 8. (Zie NOTA'S onder opschrift) Bij het aanvragen van een nationaal lijstnummer dienen de politieke partijen een schriftelijke verklaring in, waarbij ze zich verplichten tot de aangifte van hun verkiezingsuitgaven.
  Ze verbinden zich ertoe bij de aangifte van hun uitgaven een aangifte betreffende de herkomst van de geldmiddelen te voegen en daarbij de identiteit van (de natuurlijke personen die giften van (125 EUR) en meer hebben gedaan, te registreren). <W 2000-08-12/40, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000> <KB 2001-07-13/55, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Ze moeten zich ertoe verbinden de in de voorgaande leden bedoelde gegevens binnen dertig dagen na de provincieraadsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen (, de districtsraadsverkiezingen) en de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn mede te delen aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in wiens rechtsgebied de nationale zetel van de partij is gevestigd. <W 2000-08-12/40, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  De schriftelijke verklaring, de aangifte van de uitgaven en de aangifte betreffende de herkomst van de geldmiddelen worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden door de aanvrager ondertekend.
  Deze formulieren worden door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking gesteld.

  Art. 9. (Zie NOTA'S onder opschrift) § 1. De voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg bedoeld in artikel 8 maken, ieder wat hem betreft, een verslag op van de uitgaven die de politieke partijen voor verkiezingspropaganda hebben gedaan.
  § 2. De verslagen moeten binnen zestig dagen na de datum van de provincieraadsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen (de districtsraadverkiezingen) en de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn in vier exemplaren opgemaakt worden. Twee exemplaren worden door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg bewaard en de twee overige exemplaren worden bij de voorzitters van de Controlecommissie neergelegd. <W 1999-03-19/31, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
  Het verslag wordt gesteld op de daartoe bestemde formulieren, die door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking worden gesteld.
  Een exemplaar van het verslag wordt vanaf de zestigste dag na de provincieraadsverkiezingen, de gemeenteraadsverkiezingen (de districtsraadverkiezingen) en de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd van alle op de kiezerslijst ingeschreven kiezers, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen. <W 1999-03-19/31, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
  De verslagen en de opmerkingen van de kandidaten en van de op de kiezerslijst ingeschreven kiezers worden vervolgens door de voorzitters aan de Controlecommissie overgezonden.

  Art. 10. (Zie NOTA'S onder opschrift) § 1. Na onderzoek van de verslagen en van de opmerkingen die overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 werden ingediend, doet de Controlecommissie op tegenspraak en uiterlijk negentig dagen na de ontvangst van alle verslagen uitspraak over de juistheid en volledigheid van elk verslag.
  § 2. Het eindverslag van de Controlecommissie vermeldt :
  1° per politieke partij het totaalbedrag van de verkiezingsuitgaven ten voordele van deze partij;
  2° elke aan de politieke partij toerekenbare overtreding van de bepalingen van de artikelen 2 en 7.
  § 3. De voorzitters van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en van de Senaat sturen het eindverslag van de Controlecommissie onverwijld naar de diensten van het Belgisch Staatsblad, die het binnen dertig dagen na ontvangst in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad bekendmaken.

  Art. 11. (Zie NOTA'S onder opschrift) Bij niet indiening van de aangifte bedoeld bij artikel 8, bij overtreding van de in artikel 7 vermelde verbodsbepalingen of bij overschrijding van het in artikel 2 vermelde toegestane maximumbedrag, en indien deze feiten aan de politieke partij toerekenbaar zijn, verbeurt de betrokken politieke partij gedurende de daaropvolgende periode die de Controlecommissie bepaalt en die ten minste één en ten hoogste vier maanden duurt, het recht op de in artikel 15 van de wet van 4 juli 1989 bepaalde dotatie.

  Art. 12. (Zie NOTA'S onder opschrift) § 1. Met de straffen gesteld in artikel 181 van het Kieswetboek wordt gestraft :
  1° een ieder die geen aangifte van zijn verkiezingsuitgaven (en/of van de herkomst van de geldmiddelen) heeft gedaan binnen de termijn bepaald in artikel 11, § 5, van de provinciekieswet, in artikel 23 (en artikel 97) van de gemeentekieswet en in artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 26 augustus 1988 tot vaststelling van de nadere regels voor de verkiezing van de raad voor maatschappelijk welzijn in de gemeenten bedoeld bij artikel 7 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en in de gemeenten Komen-Waasten en Voeren; <W 1999-03-19/31, art. 20, 1°, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999> <W 2000-08-12/40, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  2° een ieder die voor kiespropaganda wetens en willens uitgaven doet of verbintenissen aangaat die de maximumbedragen overschrijden waarin is voorzien bij artikel 3, § 2;
  3° een ieder die tijdens de drie maanden die aan de datum van de verkiezingen voorafgaan, de bepalingen van artikel 7 niet naleeft;
  4° de lijstaanvoerder van de provincielijst, de gemeentelijst (districtsraadslijst) of de lijst voor de raad voor maatschappelijk welzijn die wetens en willens uitgaven doet of verbintenissen aangaat voor verkiezingspropaganda die de maximumbedragen overschrijden waarin is voorzien bij artikel 3, § 1; <W 1999-03-19/31, art. 20, 2°, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999>
  5° de lijstaanvoerder die niet beschikt over een nationaal lijstnummer en een beschermd letterwoord, en die uitgaven verricht voor verkiezingspropaganda op nationaal vlak.
  § 2. Elke overtreding omschreven in § 1 kan worden vervolgd, hetzij op initiatief van de procureur des Konings, hetzij op grond van een klacht ingediend door een persoon die van enig belang doet blijken.
  De procureur des Konings neemt de anonieme aangiften niet in aanmerking.
  § 3. De termijn voor de uitoefening van het initiatiefrecht van de procureur des Konings en voor de indiening van klachten met betrekking tot de in § 1 omschreven overtredingen, verstrijkt de honderdtwintigste dag na de verkiezingen.
  De procureur des Konings zendt de Controlecommissie, wanneer het provinciale verkiezingen betreft, en de bestendige deputatie, wanneer het gemeenteraadsverkiezingen (of districtsraadvekiezingen) (of de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn) betreft, een afschrift toe van de klachten tegen kandidaten voor die respectieve verkiezingen. De procureur des Konings zendt tevens een afschrift aan de personen tegen wie de klacht is ingediend. De kennisgeving geschiedt binnen acht dagen na de indiening van de klachten. <W 1999-03-19/31, art. 20, 3°, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999> <W 2000-08-12/41, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 08-07-2000>
  De procureur des Konings geeft de Controlecommissie, wanneer het provinciale verkiezingen betreft, en de bestendige deputatie, wanneer het gemeenteraadsverkiezingen (of districtsraadverkiezingen) (of de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn) betreft, binnen dezelfde termijn kennis van zijn beslissing om vervolging in te stellen met betrekking tot de in § 1 bedoelde feiten. <W 1999-03-19/31, art. 20, 3°, 004; Inwerkingtreding : 10-04-1999> <W 2000-08-12/41, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 08-07-2000>
  § 4. Een ieder die een klacht heeft ingediend of een vordering heeft ingesteld die ongegrond blijken en waarvan vaststaat dat ze zijn ingediend of ingesteld met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 500 frank.
  § 5. De procureur des Konings kan in het raam van de bij § 2 bepaalde vervolging aan een individuele kandidaat vragen alle inlichtingen te verstrekken in verband met de herkomst van de gelden die voor de financiering van zijn verkiezingscampagne zijn aangewend.

  Art. 13. (Zie NOTA'S onder opschrift) Alleen natuurlijke personen kunnen giften doen aan politieke partijen (en hun componenten), lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen. Kandidaten en politieke mandatarissen kunnen evenwel ook giften ontvangen van de politieke partij of de lijst waarvoor zij kandideren of waarvoor zij een mandaat bekleden. (Zo ook mogen componenten giften ontvangen van hun politieke partij en omgekeerd.) Onverminderd de voorgaande bepalingen zijn giften vanwege natuurlijke personen die feitelijk optreden als tussenpersonen van rechtspersonen of feitelijke verenigingen verboden. <W 2000-08-12/40, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  (De identiteit van de natuurlijke personen die giften van (125 EUR) en meer, onder welke vorm ook, doen aan politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen wordt door de begunstigden jaarlijks geregistreerd. Politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen mogen vanwege een zelfde natuurlijke persoon jaarlijks elk maximaal (500 EUR), of de tegenwaarde daarvan, als gift ontvangen. De schenker mag jaarlijks in het totaal maximaal (2.000 EUR), of de tegenwaarde daarvan, besteden aan giften ten voordele van politieke partijen en hun componenten, lijsten, kandidaten en politieke mandatarissen. De afdrachten van politieke mandatarissen aan hun politieke partij worden niet als giften beschouwd.) <W 2000-08-12/40, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000> <KB 2001-07-13/55, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  De prestaties die rechtspersonen (, natuurlijke personen) of feitelijke verenigingen kosteloos of onder de reële prijs verlenen, worden, net als het ter beschikking stellen van kredietlijnen die niet moeten worden terugbetaald, met giften gelijkgesteld. Prestaties die door een politieke partij of een kandidaat klaarblijkelijk boven de marktprijs zijn aangerekend, worden eveneens als giften van rechtspersonen (, natuurlijke personen) of feitelijke verenigingen aangemerkt. <W 2000-08-12/40, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 25-08-2000>
  De politieke partij die in strijd met deze bepalingen een gift aanvaardt, verliest, ten belope van het dubbel van het bedrag van de gift haar recht op de dotatie die, krachtens hoofdstuk III van de wet van 4 juli 1989, aan de in artikel 22 van dezelfde wet bepaalde instelling zou worden toegekend tijdens de maanden volgend op de vaststelling van deze niet-naleving door de Controlecommissie.
  Hij die in strijd met deze bepaling een gift doet aan een politieke partij, aan één van haar componenten - ongeacht zijn rechtsvorm - een lijst, een kandidaat of een politiek mandataris of hij die als kandidaat of als politiek mandataris een gift aanvaardt, wordt gestraft met een geldboete van 26 frank tot 100 000 frank. Hij die, zonder kandidaat of politiek mandataris te zijn, een dergelijke gift aanvaardt in naam of voor rekening van een politieke partij, een lijst, een kandidaat of een politiek mandataris, wordt met dezelfde sanctie bestraft.
  Het eerste Boek van het Strafwetboek, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85, is van toepassing op deze misdrijven.
  Het vonnis kan op bevel van de rechtbank geheel of bij uittreksel opgenomen worden in de dag- en weekbladen, die zij heeft aangeduid.

  Art. 13bis. (Zie NOTA'S onder opschrift) <Ingevoegd bij W 2000-08-12/40, art. 8; Inwerkingtreding : 25-08-2000> De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de wijze waarop de in de artikelen 8 en 13 bedoelde registraties worden opgesteld en ingediend. De controle van de registraties van de politieke partijen geschiedt door de Controlecommissie.

  HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen in verband met de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de provincieraadsverkiezingen.

  Art. 14. (Zie NOTA'S onder opschrift) De artikelen 3quater en 3quinquies van de provinciekieswet worden opgeheven.

  Art. 15. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 5, 7e lid, van dezelfde wet worden tussen de woorden " artikel 8, eerste lid, 2° " en de woorden " wordt bepaald " de woorden " en artikel 11, § 5, laatste lid " ingevoegd.

  Art. 16. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 11, § 5, van dezelfde wet worden het voorlaatste en het laatste lid vervangen door wat volgt :
  " In hun verklaring van bewilliging verbinden de kandidaten er zich toe de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven na te leven en deze uitgaven aan te geven. De lijstaanvoerder moet bovendien binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen de uitgaven voor de verkiezingspropaganda van de lijst aangeven.
  De hoofdgetuige van de lijst of de daartoe door de lijst gemandateerde persoon verzamelt de aangiften van de verkiezingsuitgaven van elke kandidaat en van de lijst en dient ze in binnen de dertig dagen na de datum van de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarbinnen het districtshoofdbureau zich bevindt.
  De verklaring van bewilliging en de aangifte worden gesteld op daartoe bestemde formulieren en worden door de aanvragers ondertekend.
  Die formulieren worden door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking gesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De aangiften worden vanaf de éénendertigste dag na de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd voor alle kiesgerechtigden van de betrokken kieskring, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen. ".

  Art. 17. (Zie NOTA'S onder opschrift) In dezelfde wet wordt een artikel 11bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 11bis. De aangiften van de verkiezingsuitgaven, ingediend overeenkomstig artikel 11, § 5, worden bewaard op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg tot de honderdéénentwintigste dag na de datum van de verkiezingen.
  Indien een klacht als bedoeld bij artikel 12 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn of een bezwaar als bedoeld bij artikel 37/1 wordt ingediend binnen de honderdtwintig dagen na de datum van de verkiezingen, wordt de aangifte van de verkiezingsuitgaven van de kandidaat die het voorwerp is van de klacht, en op hun verzoek overgezonden aan de procureur des Konings of aan de Controlecommissie, naargelang het geval.
  Indien geen enkele klacht als bedoeld bij artikel 12 van dezelfde wet van 7 juli 1994, of geen bezwaar, als bedoeld bij artikel 37/1 wordt ingediend binnen de in het vorige lid bepaalde termijn, kunnen de betrokken documenten door de kandidaten worden afgehaald. ".

  Art. 18. (Zie NOTA'S onder opschrift) In limine van artikel 30 van dezelfde wet worden de woorden " De provincieraad doet uitspraak over " vervangen door de woorden : " Onverminderd de inachtneming van de bepalingen inzake de beperking en controle van de verkiezingsuitgaven voor de provincieraadsverkiezingen, doet de provincieraad uitspraak over ".

  Art. 19. (Zie NOTA'S onder opschrift) In limine van artikel 31 van dezelfde wet worden de woorden " Elk bezwaar tegen de verkiezing moet " vervangen door de woorden : " Onverminderd de inachtneming van de bepalingen inzake de beperking en controle van de verkiezingsuitgaven voor de provincieraadsverkiezingen, moet elk bezwaar tegen de verkiezing ".

  Art. 20. (Zie NOTA'S onder opschrift) In dezelfde wet wordt na artikel 37 een artikel 37/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 37/1. Een bezwaar tegen de verkiezing van een lijstaanvoerder of van een kandidaat, dat steunt op een overtreding van de artikelen 3, §§ 1 en 2, of artikel 7 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn of van artikel 11, § 5, moet aan de Controlecommissie worden gestuurd.
  Alleen kandidaten mogen het in het eerste lid bedoelde bezwaar indienen.
  Op straffe van verval moet dat bezwaar uiterlijk vijfenveertig dagen na de datum van de verkiezingen schriftelijk worden ingediend bij de Controlecommissie. Het moet de identiteit en de woonplaats van de eiser vermelden.
  Dat bezwaar wordt aan de griffier van de Controlecommissie overhandigd of bij een ter post aangetekende brief aan hem verstuurd.
  De ambtenaar aan wie het bezwaarschrift wordt overhandigd, is verplicht een ontvangbewijs af te geven.
  Het is op straffe van een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar verboden dat ontvangbewijs te antidateren.
  Een ieder die een bezwaar heeft ingediend dat ongegrond blijkt en waarvan vaststaat dat het is ingediend met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 frank tot 500 frank.
  Een nieuwe termijn van vijftien dagen wordt geopend met ingang van de uitspraak van de definitieve veroordeling gesteund op een klacht, ingediend op grond van artikel 12 van de wet van 7 juli 1994. ".

  Art. 21. (Zie NOTA'S onder opschrift) In dezelfde wet wordt een artikel 37/2 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 37/2. Een verkozen kandidaat kan door de Controlecommissie van zijn mandaat vervallen worden verklaard indien hij de bepalingen van de artikelen 3, § 2, of 7 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn of van artikel 11, § 5, niet naleeft.
  Een verkozen lijstaanvoerder van een provincielijst kan door de Controlecommissie van zijn mandaat vervallen worden verklaard indien hij de bepalingen van de artikelen 3, § 1, of 7 van de wet van ... betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn of van artikel 11, § 5 niet naleeft. ".

  Art. 22. (Zie NOTA'S onder opschrift) In dezelfde wet wordt een artikel 37/3 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 37/3. § 1. De Controlecommissie doet onverwijld uitspraak over de krachtens artikel 37/1 ingediende bezwaren.
  De indiening van het bezwaarschrift schorst de installatie van het betrokken provincieraadslid niet.
  De uiteenzetting van de zaak door een lid van de Controlecommissie en de uitspraak van de beslissing geschieden in openbare vergadering. De beslissing is met redenen omkleed en vermeld de naam van de verslaggever en de namen van de aanwezige leden, alles op straffe van nietigheid.
  § 2. De Controlecommissie kan alleen op grond van een bezwaar een verkozen kandidaat van zijn mandaat vervallen verklaren. ".

  Art. 23. (Zie NOTA'S onder opschrift) In dezelfde wet wordt een artikel 37/4 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 37/4. § 1. De griffier van de Controlecommissie brengt de gouverneur en de provincieraad en, bij een ter post aangetekende brief, de kandidaat tegen wiens verkiezing bezwaar is ingediend alsmede de eisers onmiddellijk in kennis van de beslissing van de Controlecommissie.
  § 2. Degenen aan wie kennis moet worden gegeven van de beslissing van de Controlecommissie, kunnen binnen acht dagen na de kennisgeving beroep instellen bij de Raad van State. De Raad van State doet onverwijld uitspraak over het beroep.
  Het beroep schorst de installatie van het betrokken provincieraadslid niet.
  § 3. Het door de Raad van State uitgebrachte arrest wordt door de zorg van de griffier onmiddellijk ter kennis gebracht van de gouverneur en de provincieraad, alsmede van de kandidaat tegen wiens verkiezing bezwaar is ingediend. ".

  Art. 24. (Zie NOTA'S onder opschrift) In dezelfde wet wordt een artikel 37/5 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 37/5. Het provincieraadslid dat door een beslissing van de Controlecommissie of van de Raad van State van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, wordt in de provincieraad vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen. ".

  HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepalingen in verband met de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de gemeenteraadsverkiezingen.

  Art. 25. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 21, 2e lid, van de gemeentekieswet wordt aangevuld met wat volgt :
  " Hij herinnert eveneens aan het bepaalde in artikel 23, § 2, laatste lid. ".

  Art. 26. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 mei 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de huidige tekst, behoudens de vier laatste leden, wordt § 1;
  2° vóór de vier laatste leden wordt een § 2 ingevoegd :
  " § 2. In hun verklaring van bewilliging verbinden de kandidaten zich ertoe de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven na te leven en deze uitgaven aan te geven.
  De lijstaanvoerder moet bovendien binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen de uitgaven voor de verkiezingspropaganda van de lijst aangeven.
  De hoofdgetuige van de lijst of de daartoe door de lijst gemandateerde persoon verzamelt de aangiften van de verkiezingsuitgaven van elke kandidaat en van de lijst en dient ze in binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de gemeente gelegen is.
  De verklaring van bewilliging en de aangifte worden gesteld op daartoe bestemde formulieren en worden door de aanvragers ondertekend.
  Die formulieren worden door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking gesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De aangiften worden vanaf de eenendertigste dag na de datum van de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd van alle kiesgerechtigden van de betrokken kieskring, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen. ";
  3° de vier laatste leden worden § 3.

  Art. 27. (Zie NOTA'S onder opschrift) In dezelfde wet wordt een artikel 23ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 23ter. De aangiften van de verkiezingsuitgaven, ingediend overeenkomstig artikel 23, worden bewaard op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg tot de honderdeenentwintigste dag na de datum van de verkiezingen.
  Indien een klacht als bedoeld bij artikel 12 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn, of een bezwaar als bedoeld bij artikel 74, § 1, tweede lid, wordt ingediend binnen honderdtwintig dagen na de datum van de verkiezingen, wordt de aangifte van de verkiezingsuitgaven van de kandidaat die het voorwerp is van de klacht, op hun verzoek overgezonden aan de betrokken procureur des Konings, aan de bestendige deputatie of aan het college bedoeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, naargelang het geval.
  Indien geen enkele klacht als bedoeld bij artikel 12 van dezelfde wet van 7 juli 1994, noch een bezwaar als bedoeld bij artikel 74, § 1, tweede lid, wordt ingediend binnen de in het vorige lid bepaalde termijn, kunnen de betrokken documenten door de kandidaten worden afgehaald. ".

  Art. 28. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 74 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1. in de huidige tekst, die § 1 wordt, worden de woorden " binnen tien dagen " vervangen door de woorden " binnen veertig dagen ";
  2. hetzelfde artikel wordt aangevuld met een § 2 en een § 3, luidend als volgt :
  " § 2. Een bezwaar dat steunt op een overtreding van de artikelen 3, §§ 1 en 2, of 7, van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn of van artikel 23, § 2, moet eveneens ingediend worden, binnen de in § 1 bepaalde termijn bij de bestendige deputatie of bij het college bedoeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen.
  § 3. Een ieder die een bezwaar heeft ingediend dat ongegrond blijkt en waarvan vaststaat dat het is ingediend met het oogmerk om te schaden wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 500 frank.
  Een nieuwe termijn van vijftien dagen wordt geopend met ingang van de uitspraak van de definitieve veroordeling gesteund op een klacht, ingediend op grond van artikel 12 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn. ".

  Art. 29. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 74bis van dezelfde wet, waarvan de huidige tekst § 1 zal vormen, worden een § 2 en een § 3 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. Een verkozen kandidaat kan zowel door de bestendige deputatie, door het College bedoeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, als door de Raad van State van zijn mandaat vervallen worden verklaard, indien hij de bepalingen van de artikelen 3, § 2, of 7 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn of van artikel 23, § 2, niet naleeft.
  Een lijstaanvoerder van een gemeentelijst kan zowel door de bestendige deputatie, door het College bedoeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, als door de Raad van State van zijn mandaat vervallen worden verklaard, indien hij de bepalingen van de artikelen 3, § 1, of 7, van dezelfde wet van 7 juli 1994 of van artikel 23, § 2, niet naleeft.
  § 3. Het gemeenteraadslid dat van zijn mandaat vervallen is verklaard door de bestendige deputatie, door het College bedoeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen of door de Raad van State, wordt in de gemeenteraad vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen. ".

  Art. 30. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 75 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1. in § 1, vierde lid, worden in de eerste zin de woorden " na de dag van de verkiezing " vervangen door de woorden " na de indiening van het bezwaar " en wordt de tweede zin geschrapt;
  2. in dezelfde § 1, wordt het laatste lid aangevuld met wat volgt : " onverminderd de toepassing van artikel 74, § 3 ";
  3. in § 2, wordt het laatste lid vervangen door wat volgt : " Onverminderd de toepassing van artikel 74, § 3, is de uitslag van de verkiezing, zoals hij door het hoofdstembureau is afgekondigd definitief vijfenzeventig dagen na de dag van de verkiezingen ".

  Art. 31. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 76 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Van de beslissing van de bestendige deputatie of het uitblijven van enige beslissing binnen de voorgeschreven termijn wordt door de provinciegriffier binnen drie dagen kennis gegeven aan de gemeenteraad en, bij een ter post aangetekende brief, aan de bezwaarden.
  Van de beslissing van de bestendige deputatie waarbij de verkiezingen worden vernietigd of de zetelverdeling wordt gewijzigd, wordt tegelijkertijd aan de Eerste voorzitter van de Raad van State een voor eensluidend verklaard afschrift van de uitspraak, van het administratief dossier en van de procedurestukken toegestuurd. ".

  Art. 32. (Zie NOTA'S onder opschrift) Artikel 76bis van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Degenen aan wie kennis moet worden gegeven van de beslissing van de bestendige deputatie kunnen binnen acht dagen na de kennisgeving beroep instellen bij de Raad van State. De Raad van State doet uitspraak binnen een termijn van zestig dagen. Het beroep bij de Raad van State is niet opschortend, behoudens wanneer het beroep gericht is tegen een beslissing van de bestendige deputatie die een vernietiging van de verkiezingen of een wijziging in de zetelverdeling inhoudt. Wanneer vóór de uitspraak van de Raad van State de Koning de burgemeester van de betreffende gemeente benoemt, heeft deze benoeming uitwerking vanaf de betekening van het arrest van de Raad van State dat de verkiezingen niet vernietigt of de zetelverdeling niet wijzigt. ".

  Art. 33. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 77 van dezelfde wet worden de woorden " is er geen beroep ingesteld, dan wordt de beslissing van de bestendige deputatie door de zorg van de gouverneur onmiddellijk ter kennis gebracht van de gemeenteraad ", geschrapt.

  HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen in verband met de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn.

  Art. 34. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 augustus 1988 tot vaststelling van de nadere regels voor de verkiezing van de raad voor maatschappelijk welzijn in de gemeenten bedoeld bij artikel 7 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en in de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, wordt een § 3 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 3. In hun verklaring van bewilliging verbinden de kandidaten zich ertoe de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven na te leven en deze uitgaven aan te geven.
  De lijstaanvoerder moet bovendien binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen de uitgaven voor de verkiezingspropaganda van de lijst aangeven.
  De hoofdgetuige van de lijst of de daartoe door de lijst gemandateerde persoon verzamelt de aangiften van de verkiezingsuitgaven van elke kandidaat en van de lijst en dient ze in binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg binnen wier rechtsgebied de gemeente gelegen is.
  De verklaring van bewilliging en de aangifte worden gesteld op daartoe bestemde formulieren en worden door de aanvragers ondertekend.
  Die formulieren worden door de Minister van Binnenlandse Zaken ter beschikking gesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De aangiften worden vanaf de eenendertigste dag na de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd van alle kiesgerechtigden van de betrokken kieskring, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen. ".

  Art. 35. (Zie NOTA'S onder opschrift) In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7bis. De artikelen 27, 28 en 29 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn zijn van toepassing op de rechtstreekse verkiezing van de raad voor maatschappelijk welzijn. ".

  HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

  Art. 36. (Zie NOTA'S onder opschrift) In artikel 16, 1°, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 21 augustus 1987, worden tussen het woord " kiesrechtszaken " en de woorden " bedoeld is " de woorden " bedoeld in titel IV van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en " ingevoegd.

  HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding.

  Art. 37. (Zie NOTA'S onder opschrift) Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 7 juli 1994.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken en Ambtenarenzaken,
  L. TOBBACK
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  M. WATHELET

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 05-08-2006 GEPUBL. OP 21-08-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3)
  • BEELD
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 01-06-2006 GEPUBL. OP 09-06-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 9; 10; 12; 13; 13BIS; 14-33)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 10-02-2006 GEPUBL. OP 10-03-2006
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-07-2001 GEPUBL. OP 11-08-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 13)
  • BEELD
  • WET VAN 12-08-2000 GEPUBL. OP 25-08-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 7; 12)
  • BEELD
  • WET VAN 12-08-2000 GEPUBL. OP 25-08-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 5; 6; 8; 12; 13; 13BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 19-03-1999 GEPUBL. OP 31-03-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 3; 7; 9; 12)
  • WET VAN 17-11-1994 GEPUBL. OP 23-11-1994
    (GEWIJZIGD ART. : 3)
  • WET VAN 12-07-1994 GEPUBL. OP 19-07-1994
    (GEWIJZIGD ART. : 6)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 1993-1994. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsvoorstel, nr. 1386/1. - Amendementen, nrs. 1386/2 en 3. - Advies van de Raad van State, nr. 1386/4. - Amendementen, nrs. 1386/5 en 6. - Verslag, nr. 1386/7. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 13/86/8. - Amendementen, nr. 1386/9. - Artikelen verbeterd in plenaire vergadering, nr. 1386/10. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 25 en 26 mei 1994. Senaat. Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer, nr. 1092/1. - Verslag, nr. 1092/2. - Amendementen, nrs. 1092/3 en 4. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 16 juni 1994. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementair stuk. - Ontwerp gewijzigd door de Senaat, nr. 1386/11. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 1 juli 1994. ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 13 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
    Franstalige versie