J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 151 uitvoeringbesluiten 5 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1962/07/04/1962070402/justel

Titel
4 JULI 1962. - [Wet betreffende de openbare statistiek.] <W 01-08-1985, art. 64>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-12-1994 en tekstbijwerking tot 29-12-2015)

Publicatie : 20-07-1962 nummer :   1962070402 bladzijde : 6070
Dossiernummer : 1962-07-04/30
Inwerkingtreding : 30-07-1962

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen <Nieuw hoodstuk ingevoegd bij W 2006-07-10/35, art. 2; Inwerkingtreding : 01-08-2006>
Art. 1, 1bis, 1ter, 1quater
HOOFDSTUK IBIS. (oud hoofdstuk I) - Statistische onderzoekingen met zuiver documentair doel. <W 2006-03-22/46, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2006>
Art. 1quinquies, 2, 2bis, 3-4
HOOFDSTUK II. - Onderzoekingen met administratief doel.
Art. 5-8
HOOFDSTUK III. - [1 Secundaire verwerking met statistisch doeleinde]1
Art. 9-11
HOOFDSTUK IV. - (Statistische onderzoekingen op vrijwillige basis.) <W 01-08-1985, art. 72>
Art. 12
Hoofdstuk IVbis. -

[1 Certificatie.]1

Art. 13, 13bis
HOOFDSTUK V. - [1 Bepalingen betreffende het Belgisch statistisch systeem]1
Art. 14, 14bis
HOOFDSTUK VI. [1 Bepalingen die afwijken van de artikelen 2 en 12]1
Art. 15, 15bis, 15ter
HOOFDSTUK VII. - Bepalingen gemeen aan [1 de bij de hoofdstukken Ibis tot IVbis bedoelde onderzoekingen]1.
§ 1. - Voorschriften betreffende de uitvoering van de wet.
Art. 16
§ 1bis. - [1 Voorschriften betreffende de gegevensbescherming. ]1
Art. 17, 17bis, 17ter, 17quater, 17quinquies, 17sexies, 17septies
§ 2. - Voorschriften betreffende het beroepsgeheim.
Art. 18
§ 3. - Voorschriften betreffende de opsporing en de vaststelling van de misdrijven.
Art. 19
§ 4. - Voorschriften betreffende de uitvoering van ambtswege.
Art. 20
§ 4bis. - Administratieve geldboeten. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009>
Art. 21bis, 21ter, 21quater, 21quinquies, 21sexies, 21septies, 21octies, 21novies, 21decies, 21undecies, 21duodecies, 21terdecies, 21quaterdecies, 21
§ 5. - Strafbepalingen.
Art. 22-23
§ 6- Voorschriften betreffende de publicatie.
Art. 24
§ 7. - Medewerking van de openbare besturen en instellingen. <Ingevoegd bij W 01-08-1985, art. 81>
Art. 24bis
HOOFDSTUK VIIbis. - Het Nationaal Instituut voor de statistiek. <Ingevoegd bij W 01-08-1985, art 82>
Art. 24ter, 24quater, 24quinquies
HOOFDSTUK VIIter- Het Statistisch Toezichtscomité <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 33; Inwerkingtreding : 01-08-2006>
Art. 24sexies, 24septies, 24octies
HOOFDSTUK VIIquater. - De Hoge Raad voor de Statistiek <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 37, Inwerkingtreding : 20-06-2007>
Art. 24novies
HOOFDSTUK VIII. - Opheffingen.
Art. 25
HOOFDSTUK IX. - Overgangsbepaling.
Art. 26

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen <Nieuw hoodstuk ingevoegd bij W 2006-07-10/35, art. 2; Inwerkingtreding : 01-08-2006>

  Art. 1.<Nieuw artikel 1 ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 3; Inwerkingtreding : 01-08-2006> Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° " een statistiek " : kwantitatieve of kwalitatieve informatie, al dan niet in geaggregeerde vorm, afkomstig uit systematische gegevensverzameling en -verwerking;
  2° " de statistiek " : het geheel van methoden en technieken om gegevens te verzamelen en te verwerken en deze te gebruiken om conclusies te trekken over de onderzoekspopulatie;
  3° " gegevens " : de resultaten van observatie van karakteristieken of attributen van statistische eenheden, eventueel gevolgd door een reeks correcties;
  4° " individuele gegevens " : iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare statistische eenheid; als identificeerbaar wordt beschouwd een statistische eenheid die direct of indirect kan worden geïdentificeerd;
  5° " persoonsgegevens " : iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd;
  6° " secundaire gegevensverzameling " : de werkwijze die erin bestaat bij een openbare of particuliere instelling een volledige of gedeeltelijke kopie te verkrijgen van door die instelling uitgewerkte documenten of gegevensbestanden, zodat het Nationaal Instituut voor de Statistiek ze kan gebruiken in het kader van de opdracht die het door deze wet krijgt toegewezen;
  7° " primaire gegevensverzameling " : de werkwijze die erin bestaat gegevens te verzamelen, hetzij rechtstreeks bij de betrokken personen (" rechtstreekse " primaire gegevensverzameling), hetzij bij personen die in hun plaats antwoorden (" onrechtstreekse " primaire gegevensverzameling), hetzij door " rechtstreekse waarneming ";
  8° " statistische eenheid " : een observatie- of meeteenheid waarvoor gegevens worden verzameld of afgeleid;
  9° " certificatie " : procedure op grond waarvan het Nationaal Instituut voor de Statistiek kenbaar maakt dat de gebruikte methode om een bepaalde statistiek op te stellen voldoet aan vooraf gestelde eisen;
  10° " productie van statistieken " : het proces dat alle activiteiten omvat die nodig zijn voor de verzameling, opslag, verwerking, samenstelling, analyse en verspreiding van statistische informatie;
  11° " gecodeerde studiegegevens " : gegevens die slechts door middel van een code in verband kunnen gebracht worden met een geïdentificeerde of identificeerbare persoon;
  12° " studiegegevens " : de gegevens die zullen dienen om statistieken van te maken;
  13° " logische sleutel " : het concordantiebestand, gevormd door de arbitraire code die aan de identificatiegegevens werd gegeven, aangevuld met identificatiegegevens;
  14° " encryptie " : techniek die erin bestaat de gegevens van waaruit identificatie opnieuw mogelijk zou zijn om te vormen bij middel van een geheim gehouden sleutel;
  15° " versluiering " : techniek die erin bestaat de gegevens op toevallige wijze te veranderen, waardoor zij individueel geen betekenis meer hebben maar waarbij door compensaties de structuren van het geheel van de bestudeerde populatie bewaard blijven;
  16° " onpartijdigheid " : objectieve en onafhankelijke manier om statistieken te produceren, vrij van elke druk uitgaande van politieke groeperingen of andere belangengroepen, met name ten aanzien van de keuze van technieken, definities en methoden die het meest geschikt zijn om de vastgestelde doelstellingen te verwezenlijken.
  [1 17° Statistische autoriteit : het Nationaal Instituut voor de Statistiek, afgekort het NIS, en de andere statistische autoriteiten die bij wet, decreet of ordonnantie belast zijn met de verzameling en verwerking van gegevens teneinde openbare statistieken op te stellen. De voorwaarden waaraan de statistische autoriteiten moeten voldoen, worden vermeld in hoofdstuk V van het Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de nadere regels voor de werking van het Interfederaal Instituut voor de Statistiek, van de raad van bestuur en de Wetenschappelijke Comités van het Instituut voor de Nationale Rekeningen, gedateerd 15 juli 2014 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 20 oktober 2014;]1
  [1 18° Openbare statistieken : statistieken die door de statistische autoriteiten of door andere overheidsinstanties worden aangemaakt en verspreid en die publiek beschikbaar zijn en die worden gebruikt bij het uitwerken, uitvoeren, opvolgen en evalueren van openbaar beleid.]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/22, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 1bis. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 4; Inwerkingtreding : 01-08-2006> De statistieken worden geregeld volgens de volgende principes :
  1° Principe van rechtmatigheid en eerlijkheid :
  a) het verzamelen en verwerken van gegevens steunt ofwel op een wettelijke of reglementaire basis, ofwel op de toestemming van de aangever in de zin van artikel 1, § 8, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, onverminderd de bijzondere bepalingen van deze wet;
  b) eerlijke gegevensverzameling veronderstelt een goede informatie voor de aangever over het verzamelen en verwerken van de gegevens. De aangever heeft het recht informatie te krijgen over de rechtsgrond, het doel van de gegevensverzameling en de toegepaste beschermingsmaatregelen;
  2° Principe van finaliteit :
  a) individuele gegevens worden uitsluitend voor statistische doeleinden gebruikt, tenzij de aangever ondubbelzinnig toestemming heeft gegeven dat de gegevens voor een andere aanwending worden gebruikt;
  b) gegevens die voor een welbepaald statistisch doel werden verzameld mogen enkel voor andere statistische doeleinden worden gebruikt, wanneer die met het eerste doel verenigbaar zijn;
  c) gegevens die voor statistische doeleinden werden verzameld en verwerkt, mogen niet worden gebruikt om gegevensbestanden aan te vullen of te verbeteren die voor andere dan statistische, onder meer voor administratieve doeleinden dienen;
  d) op basis van de individuele statistische gegevens die bij het opmaken van een statistiek werden verzameld, mag geen enkele beslissing genomen worden die tot doel of gevolg heeft de individuele situatie van de aangever te beïnvloeden;
  3° Principe van evenredigheid :
  a) bij de keuze van de methode van verzamelen wordt de voorrang gegeven aan de secundaire verzameling boven de primaire verzameling. In elk geval zal de verzameling bij voorkeur steekproefsgewijs gebeuren, eerder dan exhaustief en zijn vrijwillige enquêtes te verkiezen boven verplichte enquêtes;
  b) de gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en niet overmatig uitgaande van het vastgestelde statistische doeleinde, dit wil zeggen dat de verzameling en de verwerking van de gegevens beperkt zijn tot die gegevens die noodzakelijk zijn voor de nagestreefde statistische doeleinden;
  4° Principe van onpartijdigheid, objectiviteit en professionele onafhankelijkheid :
  a) de statistieken moeten met inachtneming van de wetenschappelijke onafhankelijkheid en op objectieve, professionele en transparante wijze worden geproduceerd en verspreid, waarbij alle gebruikers gelijk worden behandeld;
  b) het produceren en verspreiden van statistieken moet worden verricht door een orgaan dat professioneel onafhankelijk is tav andere regelgevende, administratieve of beleidsdepartementen en lichamen, en van de particuliere sector.

  Art. 1ter. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 5; Inwerkingtreding : 01-08-2006> Statistische geheimhouding betekent dat gegevens die verband houden met afzonderlijke statistische eenheden en rechtstreeks voor statistische doeleinden zijn verzameld of onrechtstreeks aan administratieve of andere bronnen zijn ontleend, worden beschermd tegen iedere schending van het recht op geheimhouding. Het impliceert dat niet-statistisch gebruik van de verkregen gegevens en onwettige openbaarmaking verboden zijn.

  Art. 1quater. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 6; Inwerkingtreding : 01-08-2006> De verwerking van persoonsgegevens die gebeurt krachtens deze wet, is onderworpen aan de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en aan de uitvoeringsbesluiten ervan.

  HOOFDSTUK IBIS. (oud hoofdstuk I) - Statistische onderzoekingen met zuiver documentair doel. <W 2006-03-22/46, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2006>

  Artikel 1quinquies. (oud artikel 1) De Koning kan doen overgaan tot statistische onderzoekingen betreffende de demografische, (economische, sociale, ecologische en technologische) toestand van het land (, een Gemeenschap of een Gewest) <W 01-08-1985, art. 65> <W 2006-03-22/46, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2006>

  Art. 2. a) De individuele inlichtingen door deze onderzoekingen bekomen mogen uitsluitend door het Nationaal Instituut voor de Statistiek benut worden voor het opmaken van globale en naamloze statistieken.
  b) Het Nationaal Instituut voor de Statistiek mag, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 24, deze statistieken publiceren of aan derden mededelen, behalve indien, ingevolge het beperkt aantal aangevers, de onthulling van individuele toestanden mogelijk is.
  c) In dit geval mogen zij niet gepubliceerd of aan een derde medegedeeld worden dan met de voorafgaande toestemming van de aangever of van de belanghebbende getelde.
  (Bij gebreke van dergelijke toestemming mag het Nationaal Instituut voor de statistiek bedoelde statistieken evenwel vertrouwelijk mededelen aan de belanghebbende ministeriële departementen, Rijksdiensten of diensten van een Executieve, met uitsluiting van de fiscale besturen. In geen geval mogen wettelijke of reglementaire voorschriften, op grond van alzo gekende individuele toestanden, op de aangever of getelde worden toegepast.) <W 01-08-1985, art. 66>

  Art. 2bis. (Opgeheven) <W 2006-03-22/46, art. 39, 1°, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2006>

  Art. 3. De Koning kan beslissen dat de natuurlijke of rechtspersonen, waarop een (in uitvoering van artikel 1quinquies van deze wet) gedane onderzoeking betrekking heeft, niet allen tot een aangifte gehouden zijn. <W 2006-03-22/46, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2006>
  In dit geval worden de tot het verstrekken der inlichtingen geroepen personen aangewezen door de Minister die het Nationaal Instituut voor de Statistiek onder zijn bevoegdheid heeft of door zijn afgevaardigde, volgens een methode die, voor alle personen begrepen in een zelfde categorie, dezelfde waarschijnlijkheid tot verplichte aangifte inhoudt.
  De selectiemethode wordt vooraf aan het advies van de Hoge Raad voor de Statistiek onderworpen.
  Het tweede lid van artikel 2, c, is niet toepasselijk op de inlichtingen verzameld op de wijze bepaald in dit artikel.

  Art. 4. De geneesheren mogen het beroepsgeheim niet inroepen om te weigeren de inlichtingen te verstrekken waarvan zij houder zijn door hun staat of beroep, wanneer deze hen (ter uitvoering van de artikelen 1quinquies en 3 van deze wet) gevraagd worden met het oog op het opmaken van gezondheidsstatistieken. De Koning neemt de nodige maatregelen voor het verzekeren van de anonimiteit van deze inlichtingen. <W 2006-03-22/46, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2006>

  HOOFDSTUK II. - Onderzoekingen met administratief doel.

  Art. 5.
  <Opgeheven bij W 2006-03-22/46, art. 39, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 6.
  <Opgeheven bij W 2006-03-22/46, art. 39, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 7.
  <Opgeheven bij W 2006-03-22/46, art. 39, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 8. (Opgeheven) <W 01-08-1985, art. 69>

  HOOFDSTUK III. - [1 Secundaire verwerking met statistisch doeleinde]1
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 9.[1 Het Nationaal Instituut voor de Statistiek mag gegevensbanken samenstellen en bijhouden op basis van de gegevens die het verzamelt bij zijn onderzoekingen en van gegevens uit administratieve bestanden.
   Hiertoe krijgt het Nationaal Instituut voor de Statistiek, onder de voorwaarden bepaald krachtens artikel 17quater, § 2, toegang tot de gegevens die in het bezit zijn van alle openbare besturen en over heden]1
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 10.
  <Opgeheven bij W 2006-03-22/46, art. 39, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 11.
  <Opgeheven bij W 2006-03-22/46, art. 39, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  HOOFDSTUK IV. - (Statistische onderzoekingen op vrijwillige basis.) <W 01-08-1985, art. 72>

  Art. 12.<W 01-08-1985, art. 73> § 1. Bij beslissing van de Minister die het Nationaal Instituut voor de statistiek onder zijn bevoegdheid heeft of van zijn afgevaardigde, na raadpleging van de Hoge Raad voor de statistiek, kan het Nationaal Instituut voor de statistiek de statistische onderzoekingen en -studies uitvoeren die de Minister of zijn afgevaardigde aanduidt, zonder afbreuk te doen aan de onderzoekingen en studies waarmede het Instituut [1 bij of krachtens de hoofdstukken Ibis en III]1 is belast.
  § 2. De privaatrechtelijke personen die aan de in § 1 bedoelde onderzoekingen en studies worden onderworpen, zijn niet verplicht er hun medewerking aan te verlenen. Eventuele enquêteformulieren maken melding van het vrijwillig karakter van hun medewerking.
  § 3. De artikelen 2, 18 en 24 zijn van toepassing op de in § 1 bedoelde onderzoekingen en studies.
  § 4. Ingeval het Nationaal Instituut voor de statistiek de in § 1 bedoelde onderzoekingen en studies tegen betaling uitvoert voor rekening van derden, worden de resultaten ervan gedurende een periode van drie jaar na het afsluiten van het onderzoek niet publiek gemaakt of medegedeeld, tenzij aan de personen die dezelfde som betalen en op voorwaarde dat zij het confidentieel karakter van de medegedeelde resultaten bewaren gedurende dezelfde periode van drie jaar, onverminderd het recht van het Instituut om deze resultaten mede te delen aan ministeriële departementen, Rijksdiensten of diensten van een Executieve onder de voorwaarden bepaald in artikel 2, littera c, tweede lid, en aan internationale instellingen die erop gerechtigd zijn.
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Hoofdstuk IVbis. -

[1 Certificatie.]1

----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 13, 005; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 13.

[1 De Koning bepaalt, na raadpleging van de Hoge Raad voor de Statistiek, de voorwaarden volgens dewelke het Nationaal Instituut voor de Statistiek de methodes kan certificeren die door instellingen, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, gebruikt worden om statistieken zoals bedoeld bij deze wet te produceren, wanneer zij ten minste aan volgende voorwaarden voldoen :
   1° onpartijdigheid en onafhankelijkheid waarborgen;
   2° wetenschappelijke methodes in acht nemen;
   3° berusten op criteria van betrouwbaarheid en nauwkeurigheid;
   4° beantwoorden aan de principes van finaliteit, evenredigheid, rechtmatigheid en eerlijkheid zoals omschreven in artikel 1bis van deze wet;
   5° de eerbiediging van de statistische geheimhouding verzekeren zoals bepaald in artikel 1ter van deze wet;
   6° waken over de tijdigheid en de stiptheid van de statistiek. Dat houdt enerzijds in dat het tijdsinterval tussen de referentieperiode en het tijdstip waarop de statistische informatie beschikbaar komt, redelijk is en anderzijds dat het tijdstip waarop de statistische informatie beschikbaar wordt gemaakt overeenkomt met de opgelegde deadlines;
   7° ervoor zorgen dat de vergelijkbaarheid en de coherentie van de statistieken worden versterkt, meer bepaald door erkende concepten en nomenclaturen te gebruiken en een beroep te doen op bronnen die gezamenlijk gebruikt kunnen worden;
   8° berusten op criteria van duidelijkheid en toegankelijkheid bij de presentatie van statistieken, bij informatie en uitleg over de gebruikte methodologie en bij het ter beschikking stellen van de resultaten;
   9° het Nationaal Instituut voor de Statistiek kosteloos toegang geven tot de individuele gegevens.]1

----------
  (1)<hersteld bij W 2006-03-22/46, art. 13, 005; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 13bis.

[1 Worden van rechtswege gecertificeerd, voor de uitvoering van de opdrachten bepaald in artikel 109 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, de methodes van het Instituut voor de Nationale Rekeningen en de in hetzelfde artikel bedoelde instellingen

]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 14, 005; Inwerkingtreding : onbepaald>

  HOOFDSTUK V. - [1 Bepalingen betreffende het Belgisch statistisch systeem]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/22, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 14.[1 § 1. Er wordt een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht, genaamd "Interfederaal Instituut voor de Statistiek", hierna "IIS" genoemd.
   Het IIS heeft zijn zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
   De samenstelling, de opdrachten en de werking van het IIS enerzijds en de verantwoordelijkheden en verplichtingen van de partijen anderzijds worden vastgelegd in het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 1, 17°.
   § 2. Het IIS wordt beheerd door een raad van bestuur waarvan de samenstelling en de werking vastgelegd worden in het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 1, 17°.
   § 3. Zijn lid van rechtswege van de raad van bestuur van het IIS :
   1° De voorzitter van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
   2° De leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek;
   3° Een lid van het directiecomité van de Nationale Bank van België.
   Het Federaal Planbureau kan een vertegenwoordiger aanstellen als waarnemer in de raad van bestuur van het IIS.
   § 4. Het secretariaat van het IIS heeft zijn zetel in het NIS. De werking en financiering van het secretariaat worden vastgelegd in het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 1, 17°.]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/22, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 14bis.
  <Impliciet opgeheven bij W 2015-12-18/22, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  HOOFDSTUK VI. [1 Bepalingen die afwijken van de artikelen 2 en 12]1
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art.16, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 15. <W 2006-03-22/46, art. 17, 004; Inwerkingtreding : 20-06-2007> Onverminderd de regels die de mededeling bepalen van gegevens aan instellingen waarop het statistisch geheim van rechtswege van toepassing is krachtens een wetsbepaling, moet het Nationaal Instituut voor de Statistiek, na toestemming van het Statistisch Toezichtscomité en mits een vertrouwelijkheidscontract goedgekeurd is door datzelfde comité, gecodeerde studiegegevens meedelen :
  1° aan de federale overheidsdiensten of aan de instellingen van openbaar nut die onderworpen zijn aan het gezag, de controlebevoegdheid of het administratief toezicht van de staat, met uitzondering van de belastingadministraties;
  2° aan de ministeriële departementen van gemeenschappen en gewesten, aan de instellingen van openbaar nut die onderworpen zijn aan het gezag, de controlebevoegdheid of het administratief toezicht van de gemeenschappen en gewesten of aan de Brusselse instellingen bedoeld in artikel 60 van de bijzondere wet van 12 januari 1989, met uitzondering van de belastingadministraties;
  3° aan de provincie- of gemeentebesturen, met uitsluiting van de belastingdiensten;
  4° aan natuurlijke en rechtspersonen die een wetenschappelijk onderzoeksdoel nastreven, wanneer een daartoe strekkende aanvraag wordt ingediend, tezamen met een welomschreven onderzoeksproject dat aan de geldende wetenschappelijke normen beantwoordt, een voldoende gedetailleerde opsomming van de te raadplegen gegevens omvat, de analysemethodes beschrijft en een raming geeft van de vereiste tijd.
  De studiegegevens die krachtens een vertrouwelijkheidscontract worden medegedeeld, mogen niet doorgegeven worden aan derden of gebruikt worden voor andere statistische doeleinden dan die bepaald in het vertrouwelijkheidscontract.
  Het Statistisch Toezichtscomité staat de mededeling van deze gecodeerde studiegegevens enkel toe wanneer de mededeling een wezenlijk deel uitmaakt van de in het vertrouwelijkheidscontract omschreven statistische doelstellingen.
  De kenmerken waarmee de aangever geïdentificeerd kan worden, worden weggehaald en, alvorens ze meegedeeld worden, voorzien van een code, opdat de verantwoordelijke voor het onderzoek de verkregen gegevens redelijkerwijs niet tot de aangever zou kunnen herleiden.

  Art. 15bis. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 18, Inwerkingtreding : 20-06-2007> Het vertrouwelijkheidscontract legt de voorwaarden vast waaronder de gegevens door het Nationaal Instituut voor de Statistiek doorgegeven en door de derde gebruikt mogen worden.
  Het bepaalt onder meer :
  1° de verbintenis van de derde om de ontvangen gegevens niet door te geven aan een andere gebruiker, behalve met de toestemming van het Nationaal Instituut voor de Statistiek, dat contact opneemt met de nieuwe gebruiker en er een vertrouwelijkheidscontract mee opmaakt;
  2° de verplichting van de derde om te waken over de bescherming en de veiligheid van de gegevens en om ervoor te zorgen dat de individuele gegevens niet indirect uit de gepubliceerde resultaten geïdentificeerd kunnen worden;
  3° de controles waaraan de derde wordt onderworpen;
  4° de sancties voor het geval de derde zijn contractuele verplichtingen schendt. De sancties kunnen bestaan in de eenzijdige beëindiging van het contract en in een eis tot schadevergoeding;
  5° de duur van het vertrouwelijkheidscontract.

  Art. 15ter. [1 Vertrouwelijke gegevens mogen tussen statistische autoriteiten worden doorgegeven, mits dat voor de efficiënte ontwikkeling, productie en verspreiding van openbare statistieken of voor de verbetering van de kwaliteit ervan noodzakelijk is,volgens de regels bepaald in hoofdstuk V van het samenwerkingsakkoord bedoeld in artikel 1, 17°.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2015-12-18/22, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  HOOFDSTUK VII. - Bepalingen gemeen aan [1 de bij de hoofdstukken Ibis tot IVbis bedoelde onderzoekingen]1.
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  § 1. - Voorschriften betreffende de uitvoering van de wet.

  Art. 16.(Wat de onderzoekingen betreft bedoeld [1 in de hoofdstukken Ibis en III]1, bepaalt de Koning, na raadpleging van de Hoge Raad voor de statistiek, de regelen die bij het houden van de onderzoekingen moeten worden nageleefd, alsmede de verplichtingen van de aan de onderzoekingen onderworpen personen. Deze personen zijn verplicht hun medewerking aan de bedoelde onderzoekingen kosteloos te verlenen. In bepaalde bijzondere gevallen kan de Koning evenwel voorzien in de toekenning van een vergoeding voor de verleende medewerking, in acht genomen de omvang ervan. De Koning bepaalt de regels volgens welke de vergoeding, waarvan Hij het bedrag vaststelt, wordt toegekend.) <W 01-08-1985, art. 79.1>
  Hij bepaalt inzonderheid of de inlichtingen zullen worden verstrekt op doorlopende wijze naarmate de feiten voorkomen, dan wel ter gelegenheid van tellingen die voor een bijzonder bepaalde datum of volgens een vaste periodiciteit gehouden worden.
  De in toepassing van deze wet genomen koninklijke besluiten verwijzen in hun inleiding naar de artikelen [1 van de hoofdstukken Ibis tot IVbis]1 waarvan zij de uitvoering verzekeren.
  De onderzoekingen die zij voorschrijven worden [1 verricht door tussenkomst van het Nationaal Instituut voor de Statistiek of door een instelling waarvan de methode krachtens artikel 13 gecertificeerd werd door het Nationaal Instituut voor de Statistiek]1.
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  § 1bis. - [1 Voorschriften betreffende de gegevensbescherming. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 17.[1 Wanneer de verzameling van individuele gegevens nodig blijkt, wordt de bescherming ervan van bij hun ontvangst verwezenlijkt door de identificatie- of bijkomende gegevens en de studiegegevens, die gebruikt worden om de statistiek op te maken, gescheiden te bewaren.
   Die scheiding kan, na advies van de Hoge Raad voor de Statistiek, worden uitgesteld wanneer de aard zelf van de statistische verwerking vereist dat koppelings- of andere verwerkingswerkzaamheden worden ingeleid en voor zover er veiligheidsmaatregelen worden genomen overeenkomstig de schriftelijk gegeven richtlijnen van de afgevaardigde voor de gegevensbescherming.]1
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art. 22, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 17bis. [1 De studiegegevens worden gecodeerd, zodat de aangever enkel geïdentificeerd kan worden door middel van een code.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 23, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 17ter. [1 De individuele gegevens die voor statistische doeleinden werden verzameld en verwerkt, worden vernietigd of uitgewist wanneer ze voor die doeleinden niet langer benodigd zijn.
   Individuele gegevens over niet-respondenten mogen niet langer worden bewaard dan tot het einde van de controle van de statistische enquête waarvoor ze werden gevraagd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 17quater. [1 § 1. Het Nationaal Instituut voor de Statistiek neemt alle maatregelen die nodig zijn voor de fysieke en logische bescherming van de individuele gegevens en om elk risico van onwettige verspreiding of gebruik voor andere dan statistische doeleinden te voorkomen.
   De Koning bepaalt, na advies van het Statistisch Toezichtscomité, de specifieke reglementaire, administratieve, technische en organisatorische voorschriften teneinde de naleving van de voorschriften over de bescherming van individuele persoonsgegevens en gegevens over individuele eenheden en over de statistische geheimhouding te verzekeren.
   § 2. De Koning bepaalt, na advies van het Statistisch Toezichtscomité, de voorwaarden onder dewelke het Nationaal Instituut voor de Statistiek kan handelen als tussenpersoon bij de codering van individuele gegevens die aan het Nationaal Instituut voor de Statistiek worden verstrekt met het oog op een latere verwerking voor statistische doeleinden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 25, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  Art. 17quinquies. [1 De Koning wijst, op voordracht van het Statistisch Toezichtscomité, onder de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, een afgevaardigde voor de gegevensbescherming aan voor een hernieuwbare termijn van drie jaar.
   De afgevaardigde voor de gegevensbescherming rapporteert aan de minister bevoegd voor het Nationaal Instituut voor de Statistiek en aan het Statistisch Toezichtscomité.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 26, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/03, art. 2, 1°)>

  Art. 17sexies. [1 De afgevaardigde voor de gegevensbescherming heeft als opdracht :
   1° onafhankelijk te zorgen voor de toepassing van de regels en procedures van de gegevensbescherming;
   2° onafhankelijk te zorgen voor de fysische en logische bescherming van de individuele gegevens;
   3° onafhankelijk te waken over de eerbiediging van de ingestelde technische en organisatorische maatregelen;
   4° het gebruik van de logische sleutels te controleren waarmee gegevens opnieuw geïdentificeerd en met elkaar verbonden kunnen worden teneinde elk risico te vermijden dat ze voor andere dan statistische doeleinden zouden worden gebruikt;
   5° statistici en informatici advies te geven over de technieken van anonimisering, encryptie en versluiering van gegevens teneinde elke ongeoorloofde verspreiding te verhinderen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 27, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/03, art. 2, 1°)>

  Art. 17septies. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 28, 004; Inwerkingtreding : 14-11-2006> Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad wijst de Koning de personen aan die in oorlogstijd, in omstandigheden daarmee gelijkgesteld krachtens artikel 7 van de wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen of tijdens de bezetting van het grondgebied door de vijand, belast worden om de identificatiegegevens en de bijkomende gegevens die nog niet vernietigd zijn krachtens artikel 17ter alsook de concordantiesleutel van de identificatiegegevens en de studiegegevens bedoeld in artikel 17bis, te vernietigen of te doen vernietigen.

  § 2. - Voorschriften betreffende het beroepsgeheim.

  Art. 18.Hij die uit welken hoofde ook houder is hetzij van individuele inlichtingen, ter uitvoering van deze wet verzameld, hetzij van globale en naamloze statistieken, opgemaakt met behulp van deze inlichtingen en die door het Nationaal Instituut voor de Statistiek niet openbaar zijn gemaakt, [1 ...]1 mag deze inlichtingen, statistieken of informaties niet publiceren, of ze niet mededelen aan personen of diensten die niet bevoegd zijn om er kennis van te nemen.
  Behalve indien deze wet overtreden is, mogen deze inlichtingen, statistieken of informaties daarenboven niet ruchtbaar gemaakt worden, noch in het geval bedoeld bij artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering, noch in geval van getuigenis voor het gerecht.
  Elke overtreding van de verbodsbepalingen, in de twee voorgaande leden bedoeld, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek, onverminderd de eventuele toepassing van tuchtstraffen.
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art. 29, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  § 3. - Voorschriften betreffende de opsporing en de vaststelling van de misdrijven.

  Art. 19. Onverminderd de verrichtingen opgedragen aan de officieren van gerechtelijke politie, zijn bevoegd om, zelfs individueel, de overtreding van de bepalingen van deze wet en van de ter uitvoering hiervan genomen besluiten op te sporen en vast te stellen door processen-verbaal die gelden tot het tegenbewijs is geleverd :
  1. De Staatsambtenaren, daartoe aangesteld bij koninklijk besluit;
  2. De leden van de gemeentepolitie en van de rijkswacht, daartoe individueel en voor een beperkte duur gemachtigd door de Minister tot wiens bevoegdheid het Nationaal Instituut voor de Statistiek behoort.
  Die personen mogen zich voor die opsporingen en vaststellingen de nodige bescheiden, stukken of boeken doen voorleggen.
  Met voorafgaande machtiging van de vrederechter mogen de personen bedoeld onder 1, en indien zij de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie bezitten, dezen bedoeld onder 2, vergezeld in voorkomend geval van deskundigen, tussen 8 en 18 uur de woningen, werkplaatsen, gebouwen, belendende binnenplaatsen en besloten ruimten betreden, waarvan de toegang noodzakelijk is voor de vervulling van hun opdracht, zelfs tegen de wil in van de bewoner. Telkens als hij daartoe door deze personen verzocht wordt zal de burgemeester hun de sterke arm verlenen.
  De bevoegdheden bepaald in de twee voorgaande leden mogen tegenover geneesheren slechts uitgeoefend worden in tegenwoordigheid van een lid van de Raad van de Orde der Geneesheren.
  De personen onder de nrs. 1 en 2 bedoeld, oefenen de hun door dit artikel verleende bevoegdheden uit onder het toezicht van de Procureur-Generaal, onverminderd hun ondergeschiktheid ten opzichte van hun meerderen in het bestuur.

  § 4. - Voorschriften betreffende de uitvoering van ambtswege.

  Art. 20. De voorschriften van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, waaraan de tellingplichtigen weigeren zich te onderwerpen, worden van ambtswege uitgevoerd door de zorg van de overheid en op kosten van de overtreders.
  Te dien einde wijst de bevoegde Minister een commissaris aan (uit de personeelsleden van het Nationaal Instituut voor de Statistiek); zo nodig wijst hij eveneens de deskundigen en de ambtenaren aan die gelast zijn de commissaris bij te staan. <W 1994-12-21/31, art. 134, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Voor de vervulling van deze opdracht beschikt de commissaris over de in artikel 19 omschreven bevoegdheden.

  § 4bis. - Administratieve geldboeten. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009>

  Art. 21bis. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Onder de voorwaarden vastgesteld door onderhavige wet wordt gestraft met een administratieve geldboete van 100 euro tot 10.000 euro :
  1° de rechtspersoon die, krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan gehouden zijnde inlichtingen te verstrekken, de gestelde verplichtingen niet nakomt;
  2° de rechtspersoon die zich verzet tegen de opsporingen en vaststellingen bedoeld in artikel 19 of tegen de uitvoering van ambtswege voorgeschreven bij artikel 20, of die het optreden belemmert van de personen belast met de opsporingen en vaststellingen of met de uitvoering van ambtswege.

  Art. 21ter.<Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> De bevoegde ambtenaar bedoeld bij artikel 21sexies of het gerecht die een uitspraak doen tegen een hoger beroep dat werd ingesteld tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar, kunnen, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, een administratieve geldboete onder de in artikel 21bis vermelde minimumbedragen opleggen zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 50 % van de bij voormeld artikel bepaalde bedragen.

  Art. 21quater. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> In dezelfde beslissing waarin hij een administratieve geldboete oplegt, kan de bevoegde ambtenaar geheel of gedeeltelijk uitstel van de tenuitvoerlegging van de betaling van die geldboete toekennen voor zover hij in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de inbreuk gepleegd wordt geen andere administratieve geldboete heeft opgelegd aan de overtreder.
  Het uitstel geldt voor een proefperiode van een jaar. De proefperiode gaat in vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete.
  Het uitstel wordt van rechtswege herroepen wanneer een nieuwe inbreuk leidt tot een beslissing tot de oplegging van een nieuwe administratieve geldboete.
  Van de herroeping van het uitstel wordt kennis gegeven door dezelfde beslissing als die welke de administratieve geldboete voor deze nieuwe inbreuk oplegt.
  De administratieve geldboete waarvan de betaling uitvoerbaar wordt door de herroeping van het uitstel, wordt gecumuleerd met die welke wordt opgelegd voor deze nieuwe inbreuk, zonder dat het gecumuleerd bedrag van beide geldboetes hoger mag zijn dan 20.000 euro.
  In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar heeft het gerecht die een uitspraak doet tegen een hoger beroep dat werd ingesteld tegen de beslissing, dezelfde bevoegdheden als deze ambtenaar wat betreft het uitstel.

  Art. 21quinquies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> De inbreuken als bedoeld in artikel 21bis, 1° en 2°, worden vervolgd bij wege van administratieve geldboete, tenzij het openbaar ministerie oordeelt dat, de ernst van de inbreuk in acht genomen, strafvervolging moet worden ingesteld, inzonderheid op basis van artikel 22, 1° of 2°.

  Art. 21sexies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> De administratieve geldboete wordt opgelegd door de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek of door zijn afgevaardigde.

  Art. 21septies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Een exemplaar van het proces-verbaal waarbij een overtreding als bedoeld in artikel 21bis is vastgesteld, wordt aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek en aan het openbaar ministerie toegezonden.
  Een exemplaar van het proces-verbaal wordt binnen dezelfde termijn ook aan de overtreder toegezonden, via een ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding, per fax of elektronisch, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert.

  Art. 21octies.<Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van 30 dagen, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing over het al dan niet instellen van strafvervolging kennis te geven aan de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek.
  Ingeval het openbaar ministerie van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de leidende ambtenaar van het Nationaal Instituut voor de Statistiek [1 of zijn afgevaardigde]1, nadat de overtreder de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voren te brengen, of een administratieve geldboete moet worden opgelegd.
  De beslissing van de bevoegde ambtenaar bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete en is met redenen omkleed. Zij wordt bij een ter post aangetekend schrijven, per fax of elektronisch, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert, aan de overtreder bekendgemaakt, samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de gestelde termijn. De beslissing vermeldt dat hoger beroep kan worden ingesteld binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing niet.
  De kennisgeving van de beslissing waarbij het bedrag van de administratieve geldboete wordt vastgesteld, doet de strafvordering vervallen.
  De betaling van de administratieve geldboete maakt een einde aan de vordering van de administratie.
  De Koning bepaalt de termijn en de nadere regelen voor de betaling van de administratieve geldboete.
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 157, 005; Inwerkingtreding : 29-05-2009>

  Art. 21novies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> De overtreder die de beslissing van de bevoegde ambtenaar betwist, stelt, op straffe van verval, binnen een termijn van 60 dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing, bij wege van een verzoekschrift hoger beroep in bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing niet. De rechtbank van eerste aanleg doet een uitspraak in volle rechtsmacht in eerste en laatste aanleg.

  Art. 21decies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Indien de overtreder, in gebreke blijft de geldboete te betalen, wordt de beslissing van de bevoegde ambtenaar doorgezonden aan de administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, met het oog op de invordering van het bedrag van de administratieve geldboete. De door voornoemde administratie in te stellen vervolgingen gebeuren overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949.

  Art. 21undecies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> De verjaringstermijn voor de administratieve geldboete bedraagt vijf jaar. De verjaringstermijn loopt vanaf de dag dat de inbreuk werd gepleegd.
  De verjaringstermijn voor de geldboetes wordt echter gestuit door elke handeling van de administratie of van het openbaar ministerie die aanstuurt op de vervolging van de inbreuk, met inbegrip van de kennisgeving van het openbaar ministerie in verband met zijn beslissing over het al dan niet instellen van strafvervolging en de uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen naar voren te brengen. De stuiting van de verjaringstermijn treedt in werking de dag waarop aan de overtreder kennis wordt gegeven van de handeling.
  De verjaringstermijn loopt opnieuw vanaf elke stuiting.

  Art. 21duodecies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Bij herhaling binnen twee jaar die volgen op een beslissing die een administratieve boete oplegt, worden de bedragen, bedoeld in artikel 21bis, verdubbeld.

  Art. 21terdecies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Bij samenloop van verscheidene bij artikel 21bis bedoelde overtredingen worden de bedragen van de administratieve geldboeten gecumuleerd, zonder dat het gecumuleerd bedrag van de geldboetes hoger mag zijn dan 20000 euro.

  Art. 21quaterdecies. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 91; Inwerkingtreding : 08-01-2009> De opbrengst van de administratieve geldboeten verschuldigd op grond van artikel 21bis wordt toegewezen aan het NIS - Fonds Nationaal Instituut voor de Statistiek bedoeld in rubriek 32-11 van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.

  Art. 21. De Koning stelt nadere regelen betreffende de uitvoering van ambtswege en bepaalt de kosten ten laste der overtreders.

  § 5. - Strafbepalingen.

  Art. 22. Met geldboete van 26 frank tot 10 000 frank wordt gestraft :
  1° Hij die, krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan gehouden zijnde inlichtingen te verstrekken, de gestelde verplichtingen niet nakomt;
  2° Hij die zich verzet tegen de opsporingen en vaststellingen bedoeld in artikel 19 of tegen de uitvoering van ambtswege voorgeschreven bij artikel 20, of die het optreden belemmert van de personen belast met de opsporingen en vaststellingen of met de uitvoering van ambtswege.
  (3° Hij die de in uitvoering van deze wet ingezamelde individuele gegevens of de bij artikel 2, littera c, tweede lid, bedoelde globale doch vertrouwelijke gegevens aanwendt tot niet bij deze wet toegelaten doeleinden.) <W 01-05-1985, art. 80>
  (4° hij die de verplichtingen of verbodsbepalingen betreffende de inzameling van statistische gegevens, opgelegd door een rechtsbepaling die rechtstreeks van toepassing is en uitgaat van een instelling van de Europese Unie, niet nakomt.) <W 1994-12-21/31, art. 135, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  De straf wordt verdubbeld en gevangenisstraf van acht dagen tot één maand kan bovendien uitgesproken worden, indien het misdrijf begaan is binnen vijf jaar te rekenen vanaf de dag dat een vroegere veroordeling wegens een van de in dit artikel bepaalde misdrijven onherroepelijk geworden is.

  Art. 23. Het bepaalde in boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, is van toepassing op de misdrijven omschreven in artikel 22.

  § 6- Voorschriften betreffende de publicatie.

  Art. 24. De publicatie door het Nationaal Instituut voor de Statistiek van de globale en naamloze uitslagen van de ter uitvoering van deze wet voorgeschreven onderzoekingen, kan, de Hoge Raad voor de Statistiek vooraf gehoord, aan door de Koning te bepalen voorwaarden onderworpen worden.

  § 7. - Medewerking van de openbare besturen en instellingen. <Ingevoegd bij W 01-08-1985, art. 81>

  Art. 24bis.<W 01-08-1985, art. 81> Elk nationaal, gewestelijk, gemeenschaps-, provinciaal of gemeentelijk bestuur en elke dienst of instelling van openbaar nut ondergeschikt aan een dergelijk bestuur zijn verplicht hun kosteloze medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van [1 de in hoofdstukken Ibis tot IVbis bedoelde onderzoekingen]1. Zij verlenen het Nationaal Instituut voor de statistiek kosteloos toegang tot de individuele gegevens in hun bezit, met inbegrip van het door hen gebruikte identificatienummer [1 ...]1. De gewestelijke en gemeenschapsbesturen, evenals de aan hen ondergeschikte diensten en instellingen kunnen evenwel de in voorgaande zin bedoelde gegevens vooraf globaliseren volgens de aanwijzingen verstrekt door het Instituut. In bepaalde bijzondere gevallen kan de Koning voorzien in de toekenning van een vergoeding voor de verleende medewerking, in acht genomen de omvang ervan of indien het onderzoek tegen betaling wordt verricht voor rekening van derden. De Koning bepaalt de regels volgens welke de vergoeding, waarvan Hij het bedrag vaststelt, wordt toegekend.
  ----------
  (1)<W 2006-03-22/46, art. 30, 004; Inwerkingtreding : 24-06-2014 (KB 2014-06-13/01, art. 7, 1°)>

  HOOFDSTUK VIIbis. - Het Nationaal Instituut voor de statistiek. <Ingevoegd bij W 01-08-1985, art 82>

  Art. 24ter. <W 2006-03-22/46, art. 31, 004; Inwerkingtreding : 14-06-2006> Het Nationaal Instituut voor de Statistiek is gerechtigd enquêteurs aan te duiden belast met de uitvoering van de enquêtes die het organiseert en hun toelagen en vergoedingen uit te betalen.
  De Koning legt de regels vast volgens dewelke de toelagen en vergoedingen kunnen worden toegekend en bepaalt er het bedrag van.

  Art. 24quater. <W 01-08-1985, art. 82> § 1. Het Nationaal Instituut voor de statistiek is gerechtigd over te gaan tot de statistische verwerking en studie van de informatie opgenomen en bewaard in het Rijksregister krachtens artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  § 2. Met het oog op het opmaken van globale en naamloze statistieken (in uitvoering van artikel 1quinquies, 9 of 12), is het Nationaal Instituut voor de statistiek, in afwijking van artikel 8 van voornoemde wet van 8 augustus 1983, gemachtigd gebruik te maken van het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van dezelfde wet. <W 2006-03-22/46, art. 32, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2006>

  Art. 24quinquies. <W 01-08-1985, art. 82> In geen geval zullen de statistische onderzoekingen en studies van het Nationaal Instituut voor de statistiek betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer, onder meer op het sexueel gedrag, de overtuiging of aktiviteit op politiek, levensbeschouwelijk of godsdienstig gebied, het ras of de etnische afstamming.

  HOOFDSTUK VIIter- Het Statistisch Toezichtscomité <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 33; Inwerkingtreding : 01-08-2006>

  Art. 24sexies. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 34; Inwerkingtreding : 01-08-2006> In de schoot van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt een Statistisch Toezichtscomité opgericht.
  Dit Comité bestaat uit drie leden van de Commissie, waaronder de Voorzitter of, in geval van afwezigheid of verhindering van de Voorzitter, een ander lid dat eventueel in die hoedanigheid door de Commissie wordt aangewezen, die het Comité voorzit, alsook uit drie externe leden aangewezen door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig de voorwaarden en de nadere regels vastgelegd bij koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Bij staking van stemmen is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.
  In bijzondere gevallen kan het een beroep doen op bijkomende experts.
  De Directeur-generaal van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie en de afgevaardigde voor de gegevensbescherming hebben zitting met raadgevende stem.
  Onverminderd de bepalingen van artikel 31bis van voormelde wet van 8 december 1992, worden de bijkomende werkingsregels van het Statistisch Toezichtscomité door de Koning bepaald.

  Art. 24septies. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 35, Inwerkingtreding : 20-06-2007> Onverminderd de bepalingen van artikel 31bis van voormelde wet van 8 december 1992 is het Statistisch Toezichtscomité belast met de volgende taken :
  1° toegang verlenen tot de gegevens overeenkomstig artikel 15;
  2° zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, alle aanbevelingen formuleren die nuttig zijn voor de uitvoering en de naleving door het Nationaal Instituut voor de Statistiek van voormelde wet van 8 december 1992 en haar uitvoeringsmaatregelen.

  Art. 24octies. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 36, Inwerkingtreding : 20-06-2007> In het kader van de uitvoering van zijn taken kan het Statistisch Toezichtscomité onderzoeken instellen, een of meer van zijn leden belasten met het verrichten van die onderzoeken en een beroep doen op deskundigen. Het Toezichtscomité kan mededeling eisen van alle documenten die hem bij hun onderzoek van nut kunnen zijn.
  De Voorzitter van het Statistisch Toezichtscomité alsook de andere leden van het Comité en de daarbij betrokken deskundigen zijn gehouden tot het statistisch geheim en het beroepsgeheim zoals bepaald in artikel 18 met betrekking tot alles wat ze uit hoofde van hun functie hebben kunnen vernemen.

  HOOFDSTUK VIIquater. - De Hoge Raad voor de Statistiek <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 37, Inwerkingtreding : 20-06-2007>

  Art. 24novies. <Ingevoegd bij W 2006-03-22/46, art. 38, Inwerkingtreding : 20-06-2007> Bij het Nationaal Instituut voor de Statistiek wordt een adviesorgaan genaamd Hoge Raad voor de Statistiek opgericht met als opdracht bij te dragen tot de kwaliteit van de Belgische openbare statistieken. De samenstelling van de Hoge Raad voor de Statistiek en de nadere regels betreffende zijn opdracht worden door de Koning bepaald.

  HOOFDSTUK VIII. - Opheffingen.

  Art. 25. Worden ingetrokken :
  1. De wet van 18 december 1936, waarbij de Regering er toe gemachtigd wordt op door de Koning te bepalen datums, statistische onderzoekingen te houden betreffende de demografische, economische en sociale toestand des lands;
  2. De besluitwet van 31 januari 1945, waarbij aan de Minister van Economische Zaken de bevoegdheid verleend wordt, alleen of gemeenschappelijk met de betrokken Minister(s), tot zekere onderzoekingen over te gaan;
  3. De wet van 11 september 1895 betreffende de landbouwtelling;
  4. Artikel 5 van de wet van 2 juni 1856 op de algemene tellingen en de bevolkingsregisters;
  5. Artikelen 2 tot 5 van de wet van 14 december 1910 over de nijverheids- en handelstelling.

  HOOFDSTUK IX. - Overgangsbepaling.

  Art. 26. De ministeriële besluiten genomen in uitvoering van de besluitwet van 31 januari 1945 blijven van kracht tot op het einde van de zesde maand die volgt op de bekendmaking van deze wet. Zij kunnen na deze termijn van kracht blijven bij koninklijke besluiten genomen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 18-12-2015 GEPUBL. OP 29-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 14; 14bis; 15ter)
  • originele versie
  • WET VAN 06-05-2009 GEPUBL. OP 19-05-2009
    (GEWIJZIGD ART. : NL21OCTIES)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 21BIS-21QUATERDECIES)
  • originele versie
  • WET VAN 22-03-2006 GEPUBL. OP 21-04-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1bis; 1ter; 1quater; 1quinquies; 2bis; 3; 4; 14; 15; 15bis; 17septies; 24ter; 24quater; 24sexies; 24septies; 24octies; 24novies; 5; 6; 7; 9; 10; 11; 12; 16; 17; 17bis; 17ter; 17quater; 17quinquies; 17sexies; 18; 24bis)
  • originele versie
  • WET VAN 22-03-2006 GEPUBL. OP 21-04-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 13bis) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 02-08-2002 GEPUBL. OP 29-08-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 24TER)
  • originele versie
  • WET VAN 02-01-2001 GEPUBL. OP 03-01-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 9)
  • WET VAN 21-12-1994 GEPUBL. OP 23-12-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 2BIS; 14; 20; 22; 24TER)
  • WET VAN 01-08-1985 GEPUBL. OP 06-08-1985

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 1959-1960. Kamer van Volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp, nr. 350-1, van 16 november 1959. Gewone zitting 1961-1962. Kamer van Volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp, nr. 262-1, van 10 januari 1962. - Amendement, nr. 262-2, van 10 januari 1962, van de Regering. - Verslag, nr. 262-3, van 29 maart 1962, van de heer Hurez. - Amendement, nr. 262-4, van 29 maart 1962, van de heer Parisis. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 17 mei 1962. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van Volksvertegenwoordigers, nr. 223, van 17 mei 1962. - Verslag, nr. 248, van 7 juni 1962, van de heer Roelants. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 28 juni 1962.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 151 uitvoeringbesluiten 5 gearchiveerde versies
    Franstalige versie